61959J0042

ARREST VAN HET HOF VAN 22 MAART 1961. - (SOCIETE NOUVELLE DES USINES DE PONTLIEU - ACIERIES DU TEMPLE (S. N. U. P. A. T.) TEGEN HOGE AUTORITEIT VAN DE E. G. K. S., GESTEUND DOOR DE KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE HOOGOVENS EN STAALFABRIEKEN N. V. EN DE BREDA SIDERURGICA, SOCIETA PER AZIONE. - GEVOEGDE ZAKEN NOS. 42 EN 49/59.

Jurisprudentie
Franse uitgave bladzijde 00103
Nederlandse uitgave bladzijde 00103
Duitse uitgave bladzijde 00111
Italiaanse uitgave bladzijde 00099
Engelse bijz. uitgave bladzijde 00053
Deense bijz. uitgave bladzijde 00247
Griekse bijz. uitgave bladzijde 00599
Portugese bijz. uitgave bladzijde 00597
Spaanse bijz. uitgave bladzijde 00053
Zweedse bijz. uitgave bladzijde 00095
Finse bijz. uitgave bladzijde 00095


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


++++

1 . PROCEDURE - RECHTERLIJKE BESLISSINGEN - FUNDERING - FEITEN EN DOCUMENTEN WAARVAN EEN DER PARTIJEN GEEN KENNIS DRAAGT - ONTOELAATBAAR ALS BEWIJSMATERIAAL

2 . PROCEDURE - INTERVENTIE - EXCEPTIES VAN NIET-ONTVANKELIJKHEID, DIE NIET ZIJN VOORGEDRAGEN DOOR DE VERWERENDE PARTIJ - ONTVANKELIJKHEID

( STATUUT E.G.K.S ., ARTIKEL 34; REGLEMENT VAN HET HOF , ARTIKEL 93 PAR . 5 )

3 . PROCEDURE - BEROEP TOT NIETIGVERKLARING - ONTVANKELIJKHEID - CONSTATERING VAN EEN DIENSTFOUT

( VERDRAG E.G.K.S ., ARTIKELEN 33, 34, 40; STATUUT E.G.K.S ., ARTIKEL 40 )

4 . PROCEDURE - BEROEP TOT NIETIGVERKLARING OF WEGENS NALATEN - ONTVANKELIJKHEID - BEVESTIGENDE BESCHIKKING - WIJZIGING VAN OMSTANDIGHEDEN

( VERDRAG E.G.K.S ., ARTIKELEN 33, 35 )

5 . PROCEDURE - BEROEP WEGENS NALATEN - ONTVANKELIJKHEID - BEGRIP NALATEN

( VERDRAG E.G.K.S ., ARTIKEL 35 )

6 . PROCEDURE - BEROEP WEGENS NALATEN - ONTVANKELIJKHEID - RECHT EN VERPLICHTING TOT HET GEVEN VAN DE GEVRAAGDE BESCHIKKING

( VERDRAG E.G.K.S ., ARTIKEL 35 )

7 . PROCEDURE - BEROEP WEGENS NALATEN - KARAKTER VAN DE STILZWIJGENDE BESCHIKKING

( VERDRAG E.G.K.S ., ARTIKELEN 33, 35 )

8 . ONDERNEMING - BEGRIP - GEáNTEGREERDE VENNOOTSCHAPPEN WELKE JURIDISCH GESCHEIDEN ZIJN

( VERDRAG E.G.K.S ., ARTIKEL 80 )

9 . FINANCIELE INSTELLINGEN - VEREVENINGSINSTELLING BESTEMD OM DE BEVOORRADING MET SCHROOT TE VERZEKEREN, OMVATTENDE BELASTING VAN "AANKOOPSCHROOT" EN VRIJSTELLING VAN "EIGEN OMLOOPSCHROOT" - BEGRIP "EIGEN OMLOOPSCHROOT" - LEVERINGEN BINNEN EEN CONCERN - PLAATSELIJKE INTEGRATIE - ONWETTIGHEID VAN DE VRIJSTELLING

( VERDRAG E.G.K.S ., ARTIKELEN 4, 53, 80; BESCHIKKING NO . 2-57 VAN DE HOGE AUTORITEIT ARTIKELEN 3, 4 ) 1 )

10 . BESCHIKKING BETREFFENDE SUBJECTIEVE RECHTEN OF SOORTGELIJKE VOORDELEN - TERUGWERKENDE KRACHT - VOORWAARDEN 2 )

-------

1 ) VGL . SAMENVATTING VAN HET ARREST 32-58 EN 33-58, NO . 6 ( JUR . DEEL V, BLZ . 301 )

2 ) VGL . SAMENVATTING VAN HET ARREST 7-56 EN 3 TOT 7-57, NO . 2 ( JUR . DEEL III, BLZ . 89 )

Samenvatting


1 . EEN ELEMENTAIR RECHTSBEGINSEL ZOU WORDEN GESCHONDEN INDIEN EEN RECHTERLIJKE BESLISSING ZOU WORDEN GEGROND OP FEITEN EN DOCUMENTEN WAARVAN PARTIJEN, OF EEN VAN PARTIJEN, GEEN KENNIS HEBBEN KUNNEN NEMEN EN TEN AANZIEN WAARVAN ZIJ DERHALVE NIET IN STAAT ZIJN GEWEEST HUN STANDPUNT TE BEPALEN .

2 . DE INTERVENIERENDE PARTIJ, DIE DE VERWERENDE PARTIJ ONDERSTEUNT, IS GERECHTIGD TOT HET OPWERPEN VAN EXCEPTIES VAN NIET-ONTVANKELIJKHEID DIE DOOR LAATSTGENOEMDE NIET ZIJN VOORGEDRAGEN, VOOR ZOVER DEZE STREKKEN TOT VERWERPING VAN DE CONCLUSIES VAN DE VERZOEKER .

3 . DE VASTSTELLING DAT DE HOGE AUTORITEIT AANSPRAKELIJK IS WEGENS DIENSTFOUT PAST NIET IN HET KADER VAN EEN BEROEP TOT NIETIGVERKLARING ALS GEREGELD IN ARTIKEL 33 VAN HET VERDRAG E.G.K.S ., DOCH KAN SLECHTS BERUSTEN OP ARTIKEL 40 OF EVENTUEEL ARTIKEL 34 VAN DIT VERDRAG . AAN DE DERDE ZINSNEDE VAN ARTIKEL 40 VAN HET STATUUT VAN HET HOF KAN GEEN ARGUMENT VOOR HET TEGENDEEL WORDEN ONTLEEND, DAAR DEZE BEPALING SLECHTS STREKT TOT HET VASTSTELLEN VAN EEN VERVALTERMIJN, ZONDER DAARDOOR WIJZIGING TE BRENGEN IN DE AARD VAN HET TE DIER ZAKE VOORZIENE BEROEP .

4 . EEN BEROEP, GERICHT TEGEN EEN BESCHIKKING DIE ZICH BEPERKT TOT DE BEVESTIGING VAN EEN VROEGERE HANDELING, IS NIET ONTVANKELIJK, INDIEN DE TERMIJN VOOR DE INDIENING VAN EEN BEROEP TEGEN DE VROEGERE BESCHIKKING IS VERSTREKEN .

DEZE REGEL GELDT NIET INDIEN IN DE PERIODE WELKE TUSSEN BEIDE BESCHIKKINGEN IN LIGT DE BELANGRIJKSTE OMSTANDIGHEDEN EN VOORWAARDEN, WAARONDER DE OORSPRONKELIJKE BESCHIKKING TOT STAND KWAM, EEN WIJZIGING HEBBEN ONDERGAAN, IN HET BIJZONDER TEN GEVOLGE VAN EEN ARREST VAN HET HOF DAT DE AUTEUR VAN DE BESCHIKKING DWINGT, ZIJN STANDPUNT OPNIEUW IN OVERWEGING TE NEMEN .

5 . HET NALATEN, WAAROP ARTIKEL 35 VAN HET VERDRAG DOELT, WORDT GEKENMERKT DOOR HET ONTBREKEN VAN EEN UITDRUKKELIJKE BESCHIKKING . DERHALVE KAN NIET WORDEN GESTELD DAT DIT NALATEN WORDT ONDERBROKEN DOOR WERKZAAMHEDEN DIE BESTEMD ZIJN EEN DERGELIJKE BESCHIKKING VOOR TE BEREIDEN OF DOORDAT DE HOGE AUTORITEIT BETROKKENE ANTWOORDT, DAT DE DOOR DEZEN OPGEWORPEN VRAGEN IN STUDIE ZIJN GENOMEN .

6 . DE VRAAG OF DE HOGE AUTORITEIT HET RECHT HAD DE GEVRAAGDE BESCHIKKING TE GEVEN EN OF ZIJ DAARTOE BINNEN TWEE MAANDEN NA DE INGEBREKESTELLING VERPLICHT WAS, BEHOORT TOT DE ZAAK TEN PRINCIPALE . VOOR DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET BEROEP WEGENS NALATEN IS VOLDOENDE, DAT DE HOGE AUTORITEIT VOOR HET VERSTRIJKEN VAN DEZE TERMIJN GEEN BESCHIKKING HEEFT GENOMEN .

7 . DE VRAAG OF EEN STILZWIJGENDE WEIGERENDE BESCHIKKING VAN ALGEMENE OF INDIVIDUELE AARD IS, IS AFHANKELIJK VAN DE BEWOORDINGEN VAN HET VERZOEK HETWELK REQUESTRANT AANVANKELIJK TOT DE HOGE AUTORITEIT RICHT EN VAN DE VRAAG, OF DE GEWEIGERDE BESCHIKKING VAN ALGEMENE OF INDIVIDUELE AARD ZOU ZIJN GEWEEST .

8 . HET BEGRIP ONDERNEMING IN DE ZIN VAN HET VERDRAG VALT SAMEN MET HET BEGRIP NATUURLIJKE OF RECHTSPERSOON . BIJGEVOLG KUNNEN NIET VERSCHILLENDE VENNOOTSCHAPPEN, DIE EIGEN RECHTSPERSOONLIJKHEID BEZITTEN, EEN ENKELE ONDERNEMING VORMEN IN DE ZIN VAN HET VERDRAG, ZELFS NIET INDIEN DEZE VENNOOTSCHAPPEN VOORWERP ZIJN VAN EEN TOT HET UITERSTE DOORGEVOERDE ECONOMISCHE INTEGRATIE .

9 . INDIEN DE HOGE AUTORITEIT IN HET BELANG VAN EEN REGELMATIGE BEVOORRADING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT MET SCHROOT EEN FINANCIELE INSTELLING IN HET LEVEN ROEPT EN HIERBIJ VOORSCHRIJFT, DAT DE ONDERNEMINGEN VOOR "AANKOOPSCHROOT" EEN VEREVENINGSBIJDRAGE MOETEN BETALEN, TERWIJL "EIGEN OMLOOPSCHROOT" IS VRIJGESTELD, IS HET BEGINSEL, DAT DE LEVERANTIES DIE EEN ONDERNEMING VERKRIJGT VAN EEN ANDERE ONDERNEMING, MET WIE ZIJ TE ZAMEN EEN CONCERN VORMT, NIET ALS "EIGEN OMLOOPSCHROOT" ZIJN TE BESCHOUWEN, EVENEENS VAN TOEPASSING INDIEN TUSSEN BEDOELDE VENNOOTSCHAPPEN EEN, ZELFS TOT HET UITERSTE DOORGEVOERDE PLAATSELIJKE INTEGRATIE BESTAAT .

10 . A ) EEN WETTIGE BESCHIKKING, WAARBIJ AAN DE BELANGHEBBENDEN SUBJECTIEVE RECHTEN OF SOORTGELIJKE VOORDELEN WORDEN TOEGEKEND, KAN NIET MET TERUGWERKENDE KRACHT WORDEN INGETROKKEN .

B ) DAARENTEGEN KAN EEN DERGELIJKE BESCHIKKING, INDIEN ZIJ ONWETTIG IS, MET TERUGWERKENDE KRACHT WORDEN INGETROKKEN :

- INDIEN, GELET OP DE OMSTANDIGHEDEN VAN HET GEVAL, HET ALGEMEEN BELANG BESTAANDE IN DE BESCHERMING VAN HET WETTIGHEIDSBEGINSEL STERKER IS DAN HET BELANG VAN BETROKKENEN BIJ DE HANDHAVING VAN EEN TOESTAND, WELKE ZIJ ALS STABIEL KONDEN BESCHOUWEN, HETGEEN IN HET BIJZONDER HET GEVAL KAN ZIJN INDIEN DE ONWETTIGE BESCHIKKING SCHADELIJKE GEVOLGEN HEEFT VOOR DE CONCURRENTEN DER BELANGHEBBENDEN;

- OF INDIEN DE ONWETTIGE BESCHIKKING OP ONJUISTE OF ONVOLLEDIGE AANWIJZINGEN VAN DE BETROKKENEN BERUST .

EEN OORDEEL OVER DE AFWEGING DER BETROKKEN BELANGEN EN BIJGEVOLG DE BESLISSING OVER HET AL DAN NIET MET TERUGWERKENDE KRACHT INTREKKEN VAN DE ONWETTIGE BESCHIKKING KOMT IN DE EERSTE PLAATS TOE AAN DE AUTEUR VAN DEZE BESCHIKKING .

Partijen


IN DE GEVOEGDE ZAKEN :

DE SOCIETE NOUVELLE DES USINES DE PONTLIEUE - ACIERIES DU TEMPLE ( S.N.U.P.A.T .),

NAAMLOZE VENNOOTSCHAP, GEVESTIGD TE BILLANCOURT ( SEINE ), TEN DEZE DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TEN KANTORE VAN MR . G . MARGUE, RUE ALPHONSE MUNCHEN 6, LUXEMBURG,

VERZOEKSTER

VERTEGENWOORDIGD DOOR HAAR DIRECTEUR-GENERAAL E . DE SEZE , BIJGESTAAN DOOR MR . J . DE RICHEMONT, ADVOCAAT BIJ DE COUR D'APPEL TE PARIJS,

TEGEN

DE HOGE AUTORITEIT VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR KOLEN EN STAAL,

TEN DEZE DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE HAREN KANTORE, PLACE DE METZ 2, LUXEMBURG,

VERWEERSTER

VERTEGENWOORDIGD DOOR I . TELCHINI, JURIDISCH ADVISEUR BIJ DE HOGE AUTORITEIT, ALS GEMACHTIGDE,

BIJGESTAAN DOOR MR . J . COUTARD, ADVOCAAT BIJ DE CONSEIL D'ETAT TE PARIJS,

GESTEUND DOOR

1 ) DE KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE HOOGOVENS EN STAALFABRIEKEN N.V ., GEVESTIGD TE VELSEN,

TEN DEZE DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TEN KANTORE VAN MR . E . ARENDT, AVENUE GUILLAUME 27, LUXEMBURG,

VERTEGENWOORDIGD DOOR HAAR DIRECTEUR, PROF . DR . J . F . TEN DOESSCHATE,

BIJGESTAAN DOOR MRS . C . P . KALFF, ADVOCAAT BIJ HET GERECHTSHOF EN DE ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE AMSTERDAM, EN J . MERTENS DE WILMARS, ADVOCAAT TE ANTWERPEN,

2 ) DE BREDA SIDERURGICA, SOCIETA PER AZIONE,

NAAMLOZE VENNOOTSCHAP, GEVESTIGD TE MILAAN,

TEN DEZE DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TEN KANTORE VAN G . RIETTI, BOULEVARD ROOSEVELT 15, LUXEMBURG,

VERTEGENWOORDIGD DOOR HAAR GEDELEGEERD BESTUURDER EN DIRECTEUR-GENERAAL, G . REBUA,

BIJGESTAAN DOOR PROF . C . GRASSETTI, ADVOCAAT BIJ DE CORTE DI CASSAZIONE TE ROME EN BIJ DE CORTE D'APPELLO TE MILAAN, HOOGLERAAR AAN DE UNIVERSITEIT TE MILAAN,

INTERVENIENTEN

Onderwerp


BETREFFENDE

- EEN BEROEP TOT NIETIGVERKLARING, GERICHT TEGEN DE BRIEF VAN DE AFDELING MARKT VAN DE HOGE AUTORITEIT D.D . 7 AUGUSTUS 1959, WAARBIJ DEZE AFDELING HEEFT GEWEIGERD ZICH IN BEGINSEL JEGENS VERZOEKSTER GEHOUDEN TE VERKLAREN TOT SCHADEVERGOEDING, WELKE DEZE HAD GEVORDERD OP GROND VAN DE DIENSTFOUT DIE DE HOGE AUTORITEIT NAAR HAAR MENING HAD BEGAAN DOOR AAN SOMMIGE ONDERNEMINGEN "AFWIJKINGEN" VAN DE SCHROOTVEREVENING TOE TE STAAN ( ZAAK 42-59 );

- EEN BEROEP GERICHT TEGEN DE STILZWIJGENDE WEIGERING, WELKE NAAR HET OORDEEL VAN VERZOEKSTER BESLOTEN LIGT IN DE OMSTANDIGHEID DAT DE HOGE AUTORITEIT NIET HEEFT GEANTWOORD OP HAAR VERZOEKEN WELKE STREKTEN TOT INTREKKING VAN ALLE "AFWIJKINGEN" DIE DE HOGE AUTORITEIT OP HET GEBIED VAN DE SCHROOTVEREVENING HAD TOEGESTAAN OF GEDULD, TOT VASTSTELLING VAN EEN NIEUW HEFFINGSTARIEF EN TOT MEDEDELING DAARVAN AAN VERZOEKSTER, ONDER TOEVOEGING VAN ALLE GEGEVENS WAARDOOR ZIJ EEN BEHOORLIJKE CONTROLE ZOU KUNNEN UITOEFENEN OP DE VASTSTELLING VAN DE HEFFING ( ZAAK 49-59 );

Overwegingen van het arrest


I . TEN AANZIEN VAN DE ONTVANKELIJKHEID VAN DE PRIMAIRE CONCLUSIES VAN VERZOEKSTER

OVERWEGENDE DAT VERWEERSTER STELT, DAT HET BEROEP NIET ONTVANKELIJK IS OMDAT DE BRIEF VAN DE AFDELING MARKT VAN 7 AUGUSTUS 1959 GEEN BESCHIKKING VAN DE HOGE AUTORITEIT VORMT EN SUBSIDIAIR OMDAT IN CASU GEEN BEROEP TOT NIETIGVERKLARING MOGELIJK IS;

OVERWEGENDE DAT DEZE BEIDE EXCEPTIES VAN NIET-ONTVANKELIJKHEID GEGROND ZIJN;

A ) OVERWEGENDE DAT DE BETROKKEN BRIEF NOCH NAAR DE VORM NOCH NAAR DE INHOUD EEN BESCHIKKING VAN DE HOGE AUTORITEIT IS;

DAT - WAT DE VORM BETREFT - DEZE BRIEF SLECHTS IS ONDERTEKEND DOOR DE DIRECTEUR VAN DE AFDELING MARKT EN WEL UIT EIGEN NAAM EN NIET NAMENS EN VANWEGE DE HOGE AUTORITEIT, ZODAT DE BRIEF NIET ALS EEN BESCHIKKING VAN DE HOGE AUTORITEIT KAN WORDEN AANGEMERKT;

DAT - WAT DE INHOUD BETREFT - DE BRIEF VOLSTAAT MET DE VERKLARING DAT DE ARRESTEN VAN HET HOF VAN JUSTITIE VAN 17 JULI 1959 ZULLEN WORDEN BESTUDEERD DOOR DE DIENSTEN VAN DE HOGE AUTORITEIT, DIE TER ZAKE DE NODIGE BESCHIKKINGEN ZAL NEMEN, EN DAT DE AFDELING MARKT GEEN GROND AANWEZIG ACHT VOOR HET VERZOEK TOT SCHADEVERGOEDING WEGENS DIENSTFOUT;

DAT EEN DERGELIJKE VERKLARING GEEN ALGEMENE REGEL OPSTELT EN EVENMIN EEN DEFINITIEVE UITSPRAAK BEVAT, WAARDOOR ENIG INDIVIDUEEL BELANG WORDT GETROFFEN;

B ) OVERWEGENDE DAT HET ONDERHAVIGE BEROEP IN WERKELIJKHEID TEN DOEL HEEFT, DOOR HET HOF TE DOEN VASTSTELLEN, DAT DE HOGE AUTORITEIT AANSPRAKELIJK IS WEGENS DIENSTFOUT;

DAT EEN DERGELIJKE VASTSTELLING NIET PAST IN HET KADER VAN EEN BEROEP TOT NIETIGVERKLARING ALS GEREGELD IN ARTIKEL 33 VAN HET VERDRAG E.G.K.S . - HETWELK HANDELT OVER DE NIETIGVERKLARING VAN DE BESCHIKKINGEN VAN DE HOGE AUTORITEIT - OP WELKE BEPALING DIT BEROEP IS GEGROND, DOCH SLECHTS KAN BERUSTEN OP ARTIKEL 40 OF EVENTUEEL ARTIKEL 34 ;

DAT GEEN ARGUMENT VOOR HET TEGENDEEL KAN WORDEN ONTLEEND AAN DE DERDE ZINSNEDE VAN ARTIKEL 40 VAN HET STATUUT VAN HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE E.G.K.S .; DAT TOCH DEZE BEPALING WELISWAAR HANDELT OVER HET GEVAL WAARIN DEGENE DIE ZICH DOOR EEN DIENSTFOUT VAN DE GEMEENSCHAP BENADEELD ACHT EEN VOORAFGAAND VERZOEK RICHT TOT DE BEVOEGDE INSTELLING VAN DE GEMEENSCHAP, DOCH SLECHTS STREKT TOT HET VASTSTELLEN VAN EEN VERVALTERMIJN, ZONDER DARDOOR WIJZIGING TE BRENGEN IN DE AARD VAN HET TE DIER ZAKE VOORZIENE BEROEP;

OVERWEGENDE DAT OP DEZE BEIDE GRONDEN HET BEROEP NIET ONTVANKELIJK IS;

II . TEN AANZIEN VAN DE ONTVANKELIJKHEID VAN DE AANVULLENDE CONCLUSIES VAN VERZOEKSTER

OVERWEGENDE DAT VERZOEKSTER HET HOF VOORTS VRAAGT, HAAR "AKTE TE VERLENEN VAN HAAR VERKLARING, DAT ZIJ ZICH VOORBEHOUDT, BIJ HET HOF EEN NIEUWE VORDERING IN TE STELLEN TEGEN DE HOGE AUTORITEIT WEGENS DIENSTFOUT, TOT VERGOEDING DER SCHADE WELKE VERZOEKSTER ALS GEVOLG VAN BOVENVERMELDE VRIJSTELLINGEN HEEFT GELEDEN" EN "HAAR VOORTS AKTE TE VERLENEN VAN HAAR VERKLARING, DAT ZIJ VOORNEMENS IS DE VOEGING TE VERZOEKEN VAN DIT NIEUWE BEROEP" MET DE ONDERHAVIGE ZAAK;

OVERWEGENDE DAT VERZOEKSTER NIET HEEFT AANGETOOND DAT ZIJ EEN WETTIG BELANG HEEFT BIJ HET NEMEN VAN DERGELIJKE CONCLUSIES EN DAT HET HOF EEN ZODANIG BELANG EVENMIN AANWEZIG ACHT;

DAT TOCH HET RECHT VAN BEROEP VAN VERZOEKSTER IN GEEN GEVAL AFHANKELIJK KAN ZIJN VAN EEN UITSPRAAK VAN HET HOF, WAARBIJ HAAR AKTE WORDT VERLEEND VAN HAAR VOORNEMEN, VAN DIT RECHT GEBRUIK TE MAKEN;

DAT DE VOEGING VAN EEN TOEKOMSTIG GEDING MET DE ONDERHAVIGE ZAAK, WAAROVER IN DIT ARREST UITSPRAAK WORDT GEDAAN, ONDENKBAAR IS;

DAT BIJGEVOLG DEZE BEIDE CONCLUSIES NIET-ONTVANKELIJK ZIJN WEGENS HET ONTBREKEN VAN EEN GENOEGZAAM BELANG;

ZAAK 49-59

TEN AANZIEN VAN DE ONTVANKELIJKHEID

I . DE DOOR VERWEERSTER OPGEWORPEN MIDDELEN

1 . OVERWEGENDE MET BETREKKING TOT DE VORDERING TOT INTREKKING VAN DE VRIJSTELLINGEN, DAT VERWEERSTER ZICH AAN HET OORDEEL VAN HET HOF REFEREERT TEN AANZIEN VAN DE VRAAG OF ER SPRAKE IS VAN EEN NALATEN VAN DE HOGE AUTORITEIT NIETTEGENSTAANDE DE OMSTANDIGHEID VOORZIEN IN ARTIKEL 35, LID 3, VERZOEKSTER HEEFT GEANTWOORD, DAT DE OPGEWORPEN VRAGEN IN STUDIE WAREN GENOMEN; VRAGEN IN STUDIE WAREN GENOMEN;

OVERWEGENDE EVENWEL DAT EEN DERGELIJK ANTWOORD ZICH NIET VERZET TEGEN DE ONTVANKELIJKHEID VAN EEN BEROEP WEGENS NALATEN, DAAR DIT ANTWOORD GEEN BESCHIKKING VORMT IN DE ZIN VAN HET VERDRAG;

DAT ER DUS, ONDANKS DEZE BRIEF, SPRAKE IS VAN EEN STILZWIJGENDE WEIGERING ALS BEDOELD IN ARTIKEL 35 VAN HET VERDRAG E.G.K.S ., ZODAT HET BEROEP WEGENS NALATEN OP DIT PUNT ONTVANKELIJK IS;

2 . OVERWEGENDE DAT VERWEERSTER, MET BETREKKING TOT DE VORDERING TOT VASTSTELLING VAN EEN NIEUW HEFFINGSTARIEF EN TOT MEDEDELING HIERVAN AAN VERZOEKSTER MET ALLE GEGEVENS DIE HAAR IN STAAT KUNNEN STELLEN EEN BEHOORLIJKE CONTROLE UIT TE OEFENEN OP DE VASTSTELLING VAN DIT TARIEF, AANVOERT DAT ER VAN ENIG NALATEN SPRAKE IS NOCH ZIJN KAN;

OVERWEGENDE DAT VERWEERSTER, TENEINDE AAN TE TONEN DAT ER GEEN SPRAKE IS VAN ENIG NALATEN, AANVOERT DAT SEDERT HET WIJZEN VAN HET ARREST 32 EN 33-58 EEN AANTAL MAATREGELEN IS GETROFFEN TENEINDE DE CONSEQUENTIES UIT DIT ARREST TE TREKKEN EN EEN NIEUW TARIEF VOOR DE HEFFING VAST TE STELLEN ;

OVERWEGENDE DAT DEZE OPMERKINGEN GEEN DOEL TREFFEN;

DAT TOCH HET NALATEN, WAAROP ARTIKEL 35 VAN HET VERDRAG DOELT, WORDT GEKENMERKT DOOR HET ONTBREKEN VAN EEN UITDRUKKELIJKE BESCHIKKING; DAT WERKZAAMHEDEN, DIE BESTEMD ZIJN EEN DERGELIJKE BESCHIKKING VOOR TE BEREIDEN, MET DEZE LAATSTE NIET KUNNEN WORDEN GELIJKGESTELD;

OVERWEGENDE DAT VERWEERSTER, TENEINDE AAN TE TONEN DAT ER VAN ENIG NALATEN ZELFS GEEN SPRAKE KAN ZIJN, AANVOERT DAT DE DIENSTEN VAN DE HOGE AUTORITEIT VOLDOENDE TIJDSRUIMTE TE HUNNER BESCHIKKING MOESTEN HEBBEN OM INGEVOLGE HET ARREST 32 EN 33-58 EEN NIEUW VEREVENINGSTARIEF TE KUNNEN VASTSTELLEN;

DAT NAAR DE MENING VAN VERWEERSTER DE HOGE AUTORITEIT NIET KAN WORDEN "GEDWONGEN, BINNEN EEN BEPAALDE TERMIJN EN OP VERZOEK VAN EEN ONDERNEMING WIJZIGING TE BRENGEN IN" DE BESTAANDE REGELING;

OVERWEGENDE DAT DIT BETOOG NIET VOLDOENDE ONDERSCHEID MAAKT TUSSEN DE ONTVANKELIJKHEID EN DE GEGRONDHEID VAN HET BEROEP;

DAT VOLGENS ARTIKEL 35, LID 3, VAN HET VERDRAG E.G.K.S . EEN BEROEP WEGENS NALATEN KAN WORDEN INGESTELD , INDIEN DE HOGE AUTORITEIT TWEE MAANDEN NA EEN INGEBREKESTELLING NOG GEEN BESCHIKKING HEEFT GENOMEN;

OVERWEGENDE DAT UIT HET VOORAFGAANDE VOLGT, DAT DE DOOR VERWEERSTER OPGEWORPEN EXCEPTIES VAN NIET-ONTVANKELIJKHEID BEHOREN TE WORDEN VERWORPEN;

II . DE DOOR DE INTERVENIENTEN OPGEWORPEN MIDDELEN

OVERWEGENDE DAT DE INTERVENIENTEN ENIGE EXCEPTIES VAN NIET-ONTVANKELIJKHEID VOORDRAGEN, DIE NIET ZIJN OPGEWORPEN DOOR VERWEERSTER;

DAT DIT RECHT IN CASU AAN INTERVENIENTEN NIET KAN WORDEN ONTZEGD, DAAR DEZE EXCEPTIES OF ARGUMENTEN STREKKEN TOT VERWERPING VAN DE CONCLUSIES VAN VERZOEKSTER;

1 . OVERWEGENDE DAT INTERVENIENTEN EEN EXCEPTIE VAN NIET-ONTVANKELIJKHEID VOORDRAGEN GEGROND OP DE STELLING DAT DE STILZWIJGENDE WEIGERENDE BESCHIKKING, VOOR ZOVER DEZE BETREKKING HEEFT OP DE INTREKKING DER VRIJSTELLINGEN, SLECHTS EEN BEVESTIGING BEVAT VAN VROEGERE BESCHIKKINGEN EN DAT VERZOEKSTER BIJGEVOLG IN HAAR VORDERING TOT NIETIGVERKLARING NIET KAN WORDEN ONTVANGEN, NU DE TERMIJN DIE VOLGENS HET VERDRAG BEHOORT TE WORDEN IN ACHT GENOMEN BIJ DE INDIENING VAN EEN BEROEP TEGEN DE VROEGERE OVEREENSTEMMENDE BESCHIKKINGEN IS VERSTREKEN;

DAT INTERVENIENTE BREDA SIDERURGICA HIERAAN TOEVOEGT DAT DE VRIJSTELLINGEN NIET DE BETEKENIS HEBBEN VAN BESCHIKKINGEN, DAAR DE HOGE AUTORITEIT BIJ DE VERLENING SLECHTS UITVOERING HEEFT GEGEVEN AAN HAAR BASISBESCHIKKINGEN 22-54, 14-55 EN 2-57, ZODAT DE WEIGERING OM DEZE VRIJSTELLINGEN IN TE TREKKEN EVENMIN EEN BESCHIKKING VORMT IN DE ZIN VAN HET VERDRAG, IMMERS "WANNEER ER GEEN BESCHIKKING BESTAAT DIE STILZWIJGEND KAN WORDEN BEVESTIGD, KAN ER OOK GEEN BEVESTIGENDE BESCHIKKING BESTAAN";

DAT VOORTS VERWEERSTER IN HAAR OPMERKINGEN BETREFFENDE DE NADERE CONCLUSIE VAN DE INTERVENIENTE BREDA SIDERURGICA AANVOERT, DAT DE BESTREDEN HANDELING SLECHTS EEN INTERPRETATIE VORMT VAN EEN BESTAANDE REGELING, EN HIERAAN TOEVOEGT DAT EEN INTERPRETATIE, "OOK AL WORDT DAARMEDE ONBETWISTBAAR STELLING GEKOZEN, DAAROM NOG GEEN "BESCHIKKING" VORMT" EN "NOCH TOT EEN RECHTSTREEKS BEROEP TOT NIETIGVERKLARING NOCH TOT EEN BEROEP WEGENS NALATEN AANLEIDING KAN GEVEN";

OVERWEGENDE DAT HET HOF DIT BETOOG NIET KAN AANVAARDEN;

OVERWEGENDE DAT IN DE STELLINGEN VAN INTERVENIENTE BREDA SIDERURGICA EN IN HET AANVULLENDE BETOOG VAN VERWEERSTER WORDT MISKEND, DAT DE TOEPASSING VAN DE ALGEMENE BESCHIKKING 2-57 OP EEN CONCREET GEVAL GELIJK STAAT MET EEN BESCHIKKING, ZULKS ONAFHANKELIJK VAN HET RECHTSKARAKTER DAT AAN DE BRIEF VAN 18 DECEMBER 1957 DIENT TE WORDEN TOEGEKEND;

DAT ALDUS DE HOGE AUTORITEIT DOOR HET VROEGER MET BETREKKING TOT DE LITIGIEUZE VRIJSTELLINGEN DOOR HAAR VERTEGENWOORDIGER GEMAAKTE VOORBEHOUD TE LATEN VAREN, EEN BESCHIKKING UITVAARDIGDE; DAT DE AAN DE INTERVENIENTE VERLEENDE VRIJSTELLINGEN DERHALVE BESCHIKKINGEN VORMEN;

OVERWEGENDE DAT MET BETREKKING TOT HET ARGUMENT, DAT DE WEIGERING TOT INTREKKING VAN DE AAN BREDA EN HOOGOVENS VERLEENDE VRIJSTELLINGEN SLECHTS EEN HANDELING WAS WAARBIJ VROEGERE BESCHIKKINGEN WERDEN BEVESTIGD, KAN WORDEN TOEGEGEVEN DAT EEN HANDELING, DIE ZICH BEPERKT TOT DE BEVESTIGING VAN EEN VROEGERE HANDELING, BELANGHEBBENDEN NIET DE MOGELIJKHEID BIEDT OPNIEUW DE DISCUSSIE TE OPENEN OVER DE RECHTSGELDIGHEID VAN DIE VROEGERE HANDELING;

DAT DEZE ALGEMENE REGEL EVENWEL NIET GELDT, INDIEN ZICH EEN NIEUW FEIT VOORDOET HETWELK WIJZIGING BRENGT IN DE BELANGRIJKSTE OMSTANDIGHEDEN EN VOORWAARDEN, WAARONDER DE OORSPRONKELIJKE HANDELING TOT STAND KWAM;

DAT VERZOEKSTER OP GROND VAN ARTIKEL 35 VAN HET VERDRAG EEN VORDERING HEEFT INGESTELD EN DE HOGE AUTORITEIT HEEFT VERZOCHT DE CONSEQUENTIES TE TREKKEN UIT HET ARREST VAN HET HOF 32 EN 33-58, DAARTOE STELLENDE DAT, GEZIEN IN HET LICHT VAN DE MOTIVERING VAN DIT ARREST, DE AAN DE PLAATSELIJK GEáNTEGREERDE ONDERNEMINGEN VERLEENDE VRIJSTELLINGEN NIET MEER GEGROND WAREN EN DIENDEN TE WORDEN INGETROKKEN;

DAT EVENWEL DE VRAAG, OF DE BESTREDEN STILZWIJGENDE WEIGERING MET GENOEMD ARREST IN STRIJD IS, BEHOORT TOT HET ONDERZOEK VAN DE ZAAK TEN GRONDE; DAT BIJGEVOLG DE STELLING , DAT DE BESTREDEN BESCHIKKING SLECHTS EEN BEVESTIGING INHOUDT VAN VROEGERE BESCHIKKINGEN, NIET ALS EXCEPTIE VAN NIET-ONTVANKELIJKHEID KAN WORDEN AANVAARD;

OVERWEGENDE DAT UIT HET VOORAFGAANDE VOLGT DAT DE AANGEVOERDE EXCEPTIES VAN NIET-ONTVANKELIJKHEID BEHOREN TE WORDEN VERWORPEN;

2 . OVERWEGENDE DAT INTERVENIENTEN HOOGOVENS EEN EXCEPTIE VAN NIET-ONTVANKELIJKHEID OPWERPT, DAARTOE STELLENDE, DAT VERZOEKSTER HET MIDDEL DETOURNEMENT DE POUVOIR NIET HEEFT AANGEVOERD;

DAT DEZE STELLING FEITELIJK ONJUIST IS, DAAR VERZOEKSTER HET MIDDEL DETOURNEMENT DE POUVOIR IN HAAR VERZOEKSCHRIFT HEEFT VOORGEDRAGEN EN OP RECHTENS RELEVANTE WIJZE DE GRONDEN HEEFT UITEENGEZET WAARUIT NAAR HAAR MENING HET DETOURNEMENT DE POUVOIR VOORTVLOEIT;

DAT BIJGEVOLG DEZE EXCEPTIE BEHOORT TE WORDEN VERWORPEN, WAT ER OOK ZIJ VAN DE VRAAG OF DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET BEROEP AL DAN NIET AFHANGT VAN HET VOORDRAGEN VAN HET MIDDEL DETOURNEMENT DE POUVOIR;

3 . OVERWEGENDE DAT INTERVENIENTEN NOG TWEE ANDERE EXCEPTIES VAN NIET-ONTVANKELIJKHEID OPWERPEN;

DAT ZIJ IN DE EERSTE PLAATS AANVOEREN DAT DE BESTREDEN BESCHIKKING VAN ALGEMENE AARD IS EN DUS ALLEEN MET HET MIDDEL DETOURNEMENT DE POUVOIR KAN WORDEN BESTREDEN, TERWIJL EEN DETOURNEMENT DE POUVOIR, JURIDISCH GEZIEN, IN CASU ONMOGELIJK IS, DAAR DE HOGE AUTORITEIT NIET HEEFT GEHANDELD OP GROND VAN EEN DISCRETIONAIRE BEVOEGDHEID;

DAT ZIJ VOORTS STELLEN DAT, INDIEN DE BESCHIKKING VAN INDIVIDUELE AARD WAS, VERZOEKSTER HET MIDDEL DETOURNEMENT DE POUVOIR SLECHTS ZOU KUNNEN AANVOEREN VOOR ZOVER HET BEROEP OP HET TWEEDE LID VAN ARTIKEL 35 IS GEBASEERD;

A ) OVERWEGENDE DAT DE AARD VAN DE BESTREDEN BESCHIKKING MOET WORDEN BEOORDEELD IN HET LICHT VAN DE BEWOORDINGEN VAN HET VERZOEK HETWELK REQUESTRANTE AANVANKELIJK TOT DE HOGE AUTORITEIT RICHTTE;

DAT REQUESTRANTE BIJ DIT VERZOEK IN HET BIJZONDER AANDRONG OP DE UITVAARDIGING VAN EEN AANTAL INDIVIDUELE INTREKKENDE BESCHIKKINGEN;

DAT DIT NAAR HET OORDEEL VAN HET HOF INDERDAAD HET VOORNAAMSTE BESTANDDEEL WAS VAN HET VERZOEK, DAAR ZICH OP HET TIJDSTIP WAAROP DIT WERD GEFORMULEERD NOG GEEN GEVAL ANALOOG AAN DAT VAN BEIDE INTERVENIENTEN HAD VOORGEDAAN, ZODAT HET VERZOEK IN FEITE DOELDE OP DE INTREKKING VAN DE AAN HOOGOVENS EN BREDA SIDERURGICA VERLEENDE VRIJSTELLINGEN;

DAT ALDUS DE WEIGERING OM GEVOLG TE GEVEN AAN HET VERZOEK VAN REQUESTRANTE HET KARAKTER HEEFT VAN EEN INDIVIDUELE BESCHIKKING;

DAT VOOR DE ANDERE ONDERDELEN VAN DE GEVRAAGDE BESCHIKKING, TE WETEN DE VASTSTELLING VAN EEN NIEUW VEREVENINGSTARIEF EN DE MEDEDELING DAARVAN AAN VERZOEKSTER, SOORTGELIJKE OVERWEGINGEN GELDEN;

DAT TOCH UIT DE CONTEXT EN UIT DE OMSTANDIGHEDEN VOORTVLOEIT DAT VERZOEKSTER, OFSCHOON ZIJ ZICH WELLICHT NIET VAN DE JUISTE WOORDEN BEDIENDE, IN WEZEN VERLANGDE DAT DE HEFFING, DIE ZIJ ZELF VERSCHULDIGD WAS, ZOU WORDEN BEREKEND MET INACHTNEMING VAN DE INTREKKING VAN BEDOELDE VRIJSTELLINGEN EN DAT HAAR DAARVAN MEDEDELING ZOU WORDEN GEDAAN;

DAT DE BESTREDEN BESCHIKKING BIJGEVOLG OOK IN DIT OPZICHT HET KARAKTER HEEFT VAN EEN INDIVIDUELE HANDELING;

OVERWEGENDE DAT DE INDIVIDUELE BESCHIKKING VERZOEKSTER BETREFT, DAAR DE BIJDRAGE, DIE ZIJ VERSCHULDIGD IS, TEN GEVOLGE VAN DEZE VRIJSTELLINGEN IS VERHOOGD EN DEZE OMSTANDIGHEID ONGETWIJFELD VAN INVLOED IS OP DE TUSSEN VERZOEKSTER EN INTERVENIENTEN BESTAANDE CONCURRENTIEVERHOUDINGEN;

B ) OVERWEGENDE DAT, NU DE BESTREDEN BESCHIKKING VAN INDIVIDUELE AARD IS, VERZOEKSTER IN BEGINSEL ALLE MIDDELEN VOORZIEN IN ARTIKEL 33, LID 1, VAN HET VERDRAG GELDEND KAN MAKEN, NIET ALLEEN HET MIDDEL DETOURNEMENT DE POUVOIR;

DAT BIJGEVOLG GEEN ANTWOORD BEHOEFT TE WORDEN GEGEVEN OP DE VRAAG OF EEN DETOURNEMENT DE POUVOIR DENKBAAR IS IN GEVAL VAN GEBONDEN BEVOEGDHEID;

DAT EVENWEL DIENT TE WORDEN ONDERZOCHT OF, GELIJK INTERVENIENTE HOOGOVENS STELT, DEZE REGELING IN CASU NIET VAN TOEPASSING IS OMDAT EEN BEROEP WEGENS NALATEN, GEBASEERD OP HET TWEEDE LID VAN ARTIKEL 35, BLIJKENS DE BEWOORDINGEN VAN DEZE BEPALING ZELF, SLECHTS KAN WORDEN INGESTELD OP GROND VAN MISBRUIK VAN BEVOEGDHEID;

DAT INTERVENIENTE HIERBIJ MISKENT, DAT HET BEROEP IN FEITE IS GEBASEERD OP HET EERSTE LID VAN GENOEMD ARTIKEL;

DAT VERZOEKSTER IMMERS DUIDELIJK ALS HAAR MENING TE KENNEN HEEFT GEGEVEN, DAT DE HOGE AUTORITEIT IS "GEHOUDEN" TE BESLISSEN IN DE ZIN VAN HET VERZOEK DAT REQUESTRANTE AANVANKELIJK TOT HAAR HAD GERICHT;

OVERWEGENDE DAT UIT BOVENSTAANDE OVERWEGINGEN VOORTVLOEIT, DAT DE OPGEWORPEN EXCEPTIES VAN NIET-ONTVANKELIJKHEID NIET GEGROND ZIJN;

4 . OVERWEGENDE DAT VERWEERSTER EN INTERVENIENTEN TEN SLOTTE EEN EXCEPTIE VAN NIET-ONTVANKELIJKHEID OPWERPEN, DAARTOE STELLENDE DAT DE VERLANGDE INTREKKING MET TERUGWERKENDE KRACHT DE BEVOEGDHEDEN VAN DE HOGE AUTORITEIT ZOU OVERSCHRIJDEN, DAAR EEN ADMINISTRATIEVE HANDELING WAARBIJ SUBJECTIEVE RECHTEN WORDEN TOEGEKEND SLECHTS BINNEN EEN REDELIJKE TERMIJN KAN WORDEN HERROEPEN, WELKE TERMIJN IN CASU RUIM ZOU ZIJN OVERSCHREDEN; DAT VOORTS HET BEGINSEL DER BELANGENAFWEGING ZICH TEGEN DE GEVRAAGDE INTREKKING VERZET;

DAT, GELIJK BOVEN IS GEZEGD, DE VRAAG OF DE HOGE AUTORITEIT HET RECHT HAD DE VERLANGDE BESCHIKKING TE GEVEN BEHOORT TOT HET ONDERZOEK VAN DE ZAAK TEN GRONDE, ZODAT DEZE VRAAG EERST IN DAT VERBAND TER SPRAKE ZAL KUNNEN KOMEN ;

OVERWEGENDE DAT OP DEZE GRONDEN HET BEROEP ONTVANKELIJK IS ;

TEN PRINCIPALE

I . HET BEROEP WEGENS NALATEN, INGESTELD TEGEN DE STILZWIJGENDE WEIGERING TOT INTREKKING VAN DE LITIGIEUZE VRIJSTELLINGEN

OVERWEGENDE DAT DE WETTIGHEID VAN DE WEIGERING, DE ONDERHAVIGE VRIJSTELLINGEN MET TERUGWERKENDE KRACHT IN TE TREKKEN, IN DE EERSTE PLAATS AFHANGT VAN DE WETTIGHEID DIER VRIJSTELLINGEN ZELF;

DAT TOCH, INDIEN DEZE GELDIG ZIJN, HIERUIT VOLGT DAT DE HOGE AUTORITEIT DE INTREKKING TERECHT HEEFT GEWEIGERD, DAAR DE INTREKKING MET TERUGWERKENDE KRACHT VAN EEN RECHTSGELDIGE HANDELIN, WAARBIJ SUBJECTIEVE RECHTEN OF SOORTGELIJKE VOORDELEN WORDEN TOEGEKEND, MET DE ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET RECHT IN STRIJD IS;

DAT DUS IN DE EERSTE PLAATS BEHOORT TE WORDEN ONDERZOCHT OF DE LITIGIEUZE VRIJSTELLINGEN ONWETTIG ZIJN;

A . ZIJN DE LITIGIEUZE VRIJSTELLINGEN ONWETTIG?

1 . OVERWEGENDE DAT HET LITIGIEUZE, DOOR HOOGOVENS EN BREDA SIDERURGICA GEBRUIKTE SCHROOT, DAT AFKOMSTIG IS VAN HUN ZUSTERONDERNEMINGEN, IN DE JAREN 1956-1957 VAN DE VEREVENING WERD VRIJGESTELD OP GROND VAN DE PLAATSELIJKE INTEGRATIE DER BETROKKEN FABRIEKEN, HOEWEL DIT SCHROOT MOGELIJK ONDER HET BEGRIP CONCERNSCHROOT KON VALLEN;

DAT HET HOF IN ZIJN OP 17 JULI 1959 IN DE ZAKEN 32 EN 33-58 ( SNUPAT CONTRA HOGE AUTORITEIT ) GEWEZEN ARREST HEEFT BESLIST, DAT VRIJSTELLING VAN CONCERNSCHROOT DOOR HET VERDRAG WORDT VERBODEN;

DAT DERHALVE BEDOELD ARREST DE VRIJSTELLINGEN IN EEN NIEUW LICHT PLAATSTE, HETGEEN MEDEBRACHT DAT, NA EEN NIEUW ONDERZOEK OMTRENT DE RECHTSGRONDSLAG DEZER VRIJSTELLINGEN, EEN BESCHIKKING BEHOORDE TE WORDEN GENOMEN OMTRENT HUN WETTIGHEID;

DAT GENOEMD ARREST VOOR DE HOGE AUTORITEIT DUS AANLEIDING BEHOORDE TE ZIJN, HAAR VROEGERE STANDPUNT OPNIEUW IN OVERWEGING TE NEMEN EN NA TE GAAN OF DE LITIGIEUZE VRIJSTELLINGEN MET HET OOG OP DE IN BEDOELD ARREST NEERGELEGDE REGELS KONDEN WORDEN GEHANDHAAFD, NU ZIJ IMMERS VOORTAAN GEHOUDEN WAS DEZE REGELS TE EERBIEDIGEN OP STRAFFE VAN EEN DISCRIMINATIE TE DULDEN WAARDOOR DE NORMALE CONCURRENTIE - EEN DER GRONDBEGINSELEN VAN HET VERDRAG - ZOU WORDEN VERVALST;

DAT OP HET TIJDSTIP WAAROP DE BRIEVEN VAN 18 DECEMBER 1957 EN 17 APRIL 1958 WERDEN OPGESTELD EN IN HET PUBLIKATIEBLAD OPENBAAR GEMAAKT, DE HOGE AUTORITEIT ZICH NOG GESTELD ZAG VOOR HET PROBLEEM VAN DE VERDUIDELIJKING DER BEGINSELEN , VERVAT IN DE BASISBESCHIKKING 2-57, WELKE GEEN DEFINITIE BEVAT VAN DE BEGRIPPEN "EIGEN OMLOOPSCHROOT" EN "AANKOOPSCHROOT";

DAT DIT ANDERS WAS GEWORDEN OP HET TIJDSTIP WAAROP VERZOEKSTER, NA HET UITSPREKEN VAN VORENGENOEMD ARREST VAN HET HOF, ZICH TOT DE HOGE AUTORITEIT WENDDE;

DAT TOCH OP DAT TIJDSTIP HET HOF VAN JUSTITIE HET MOEILIJKE VRAAGSTUK VAN DE INTERPRETATIE VAN DE BESCHIKKING 2-57 HAD AANGEVAT EN OP VERSCHILLENDE PUNTEN OPGELOST;

DAT DIT ARREST IN HET BIJZONDER EEN UITEENZETTING BEVAT VAN DE REDENEN WAAROM VRIJSTELLING VAN EIGEN OMLOOPSCHROOT ALS WETTIG MOET WORDEN BESCHOUWD, TERWIJL DIE VAN HET ZOGENAAMDE CONCERNSCHROOT DIT NIET IS;

DAT DE WEIGERING VAN DE HOGE AUTORITEIT OM DE VRIJSTELLINGEN IN TE TREKKEN NIET SLECHTS EEN BEVESTIGING VAN HAAR VROEGERE STANDPUNT VORMT, DOCH OOK DE STILZWIJGENDE BESLISSING BEVAT DAT HET ARREST VAN HET HOF GEEN AANLEIDING WAS TOT HET VOLGEN VAN EEN ANDERE GEDRAGSLIJN EN DAT DE OVERWEGINGEN DIE ZICH NAAR DE MENING VAN HET HOF TEGEN VRIJSTELLING VAN CONCERNSCHROOT VERZETTEN NIET GOLDEN VOOR HET GEVAL VAN PLAATSELIJKE INTEGRATIE;

DAT DERHALVE HET STILZWIJGEN VAN DE HOGE AUTORITEIT OP HET VERZOEK TOT INTREKKING VAN DE LITIGIEUZE VRIJSTELLINGEN , IN STEDE VAN EEN EENVOUDIGE BEVESTIGING TE ZIJN VAN HAAR VROEGERE GEDRAGSLIJN, EEN NIEUWE BESCHIKKING INHOUDT, IN DIE ZIN DAT DE IN HET ARREST VAN HET HOF IN DE ZAKEN 32 EN 33-58 NEERGELEGDE BEGINSELEN DE HOGE AUTORITEIT NIET VERPLICHTEN DEZE HOUDING TE HERZIEN;

DAT DE WEIGERING TOT INTREKKING VAN DE LITIGIEUZE VRIJSTELLINGEN ALDUS EEN NIEUWE BESCHIKKING VAN DE HOGE AUTORITEIT BEVAT, WELKE VERZOEKSTER IN RECHTE MOCHT BESTRIJDEN, HETGEEN ZIJ MET HET ONDERHAVIGE BEROEP BINNEN DE GESTELDE TERMIJN HEEFT GEDAAN;

2 . OVERWEGENDE DAT VERVOLGENS EEN ONDERZOEK DIENT TE WORDEN INGESTELD NAAR DE VRAAG VAN DE WETTIGHEID DER LITIGIEUZE VRIJSTELLINGEN, ZULKS MET INACHTNEMING VAN DE DOOR HET HOF IN ZIJN VORIGE ARREST ( 32 EN 33-58 ) NEERGELEGDE BEGINSELEN;

OVERWEGENDE DAT DE HOGE AUTORITEIT, DOOR DE VRIJSTELLINGEN TOE TE KENNEN IN VERBAND MET DE PLAATSELIJKE INTEGRATIE DER FABRIEKEN, BIJ HAAR BESLISSING EEN ZUIVER GEOGRAFISCH, DERHALVE TOEVALLIG CRITERIUM HEEFT AANGELEGD, HETGEEN HET HOF IN ZIJN VROEGERE ARREST ONGEOORLOOFD HEEFT GEACHT;

OVERWEGENDE DAT HET HOF VOORTS IN VOORNOEMD ARREST ALS BEGINSEL HEEFT AANGENOMEN DAT DE VRIJSTELLING VAN CONCERNSCHROOT, ALS ZIJNDE EEN BRON VAN DE BIJ ARTIKEL 4 VAN HET VERDRAG VERBODEN DISCRIMINATIES, MET HET VERDRAG IN STRIJD IS;

OVERWEGENDE DAT HET UIT DE FABRIEKEN VAN BREEDBAND AFKOMSTIGE EN DOOR HOOGOVENS GEBRUIKTE SCHROOT, EVENALS HET DOOR BREDA SIDERURGICA GEBRUIKTE SCHROOT DAT ZIJ VAN HAAR ZUSTERONDERNEMINGEN BETREKT, CONCERNSCHROOT IS;

DAT TOCH NOCH HOOGOVENS NOCH BREDA EEN ENKELE ONDERNEMING VORMEN MET DIE WAARVAN HET ONDERHAVIGE SCHROOT AFKOMSTIG IS;

DAT HET BEGRIP ONDERNEMING IN DE ZIN VAN HET VERDRAG SAMENVALT MET HET BEGRIP NATUURLIJKE OF RECHTSPERSOON, DAAR HET VERDRAG EERSTGENOEMD BEGRIP IN HET BIJZONDER GEBRUIKT TER AANDUIDING VAN DE DRAGERS VAN DE UIT HET GEMEENSCHAPSRECHT VOORTVLOEIENDE RECHTEN EN VERPLICHTINGEN;

DAT, INDIEN DE MOGELIJKHEID BESTOND DAT VERSCHILLENDE AFZONDERLIJKE BEDRIJVEN EEN ENKELE ONDERNEMING KUNNEN VORMEN IN DE ZIN VAN ARTIKEL 80 VAN HET VERDRAG, IN HET VERDRAG EEN DUIDELIJKE BEPALING VAN DIE STREKKING ZOU MOETEN ZIJN TE VINDEN;

DAT BIJ GEBREKE VAN EEN DERGELIJKE BEPALING NIET MAG WORDEN AANGENOMEN, DAT TWEE GESCHEIDEN EN AFZONDERLIJKE BEDRIJVEN IN DE ZIN VAN HET VERDRAG EEN ENKELE ONDERNEMING KUNNEN VORMEN, TE MINDER OMDAT ZIJ MET BETREKKING TOT HUN NATIONALE RECHT EEN EIGEN RECHTSPERSOONLIJKHEID BEZITTEN; DAT VOORTS, INDIEN HET TEGENDEEL ZOU WORDEN AANGENOMEN, IDENTIFICERING VAN DE IN ARTIKEL 80 BEDOELDE ONDERNEMINGEN IN VEEL GEVALLEN ONMOGELIJK ZOU ZIJN;

DAT BOVENDIEN, WAT HET INDUSTRIELE COMPLEX BREDA BETREFT, ALLEEN DE VENNOOTSCHAP BREDA SIDERURGICA STAAL PRODUCEERT, TERWIJL IN DE ANDERE BEDRIJVEN UITSLUITEND STAAL WORDT VERWERKT;

DAT BIJGEVOLG DE VENNOOTSCHAP BREDA SIDERURGICA EN DE ANDERE DAARMEDE VERBONDEN VENNOOTSCHAPPEN NIET EEN ENKELE ONDERNEMING KUNNEN VORMEN IN DE ZIN VAN ARTIKEL 80 VAN HET VERDRAG, DAT ALLEEN DOELT OP ONDERNEMINGEN "WELKE ZICH BEZIGHOUDEN MET DE PRODUKTIE VAN KOLEN EN STAAL";

DAT ZELFS EEN TOT HET UITERSTE DOORGEVOERDE PLAATSELIJKE INTEGRATIE EN HET FEIT, DAT DE ONDERNEMINGEN DIE HET CONCERN VORMEN BIJ HUN PRODUKTIE IN ECONOMISCH OPZICHT VAN ELKAAR AFHANKELIJK ZIJN, NIET MAG DOEN VERGETEN, DAT DE FABRIEKEN WAAR HET SCHROOT WORDT INGEZAMELD TOEBEHOREN AAN ANDERE RECHTSPERSONEN DAN INTERVENIENTEN;

DAT, INDIEN DE BELANGHEBBENDE PARTIJEN BIJ HET VORMEN VAN HUN CONCERN OPZETTELIJK EEN BEPAALDE RECHTSVORM KIEZEN WAARMEDE ZIJ BEPAALDE VOORDELEN BEOGEN, ZIJ NIET KUNNEN EISEN DAT, TELKENS WANNEER DE TOEPASSING VOOR HEN NADELIG KAN ZIJN, DEZE RECHTSVORM NIET IN AANMERKING ZAL WORDEN GENOMEN;

DAT HET OVERIGENS ONRECHTVAARDIG ZOU ZIJN, OP SCHROOT DAT TUSSEN TWEE AFZONDERLIJKE ONDERNEMINGEN ROULEERT VERSCHILLENDE REGELS TOE TE PASSEN NAARGELANG DEZE ONDERNEMINGEN AAN ELKANDER GRENZEN DAN WEL AL DAN NIET VER VAN ELKAAR ZIJN VERWIJDERD;

DAT EEN DERGELIJK SYSTEEM ERTOE ZOU LEIDEN DAT DE BIJZONDERE LAST, DIE HET GEVOLG IS VAN DE ONVERMIJDELIJK TE MAKEN TRANSPORTKOSTEN, WORDT VERZWAARD EN BIJGEVOLG DE VERSCHILLEN IN PRODUKTIEKOSTEN KUNSTMATIG WORDEN VERHOOGD, HETGEEN ZOWEL MET HET VERDRAG ALS MET DE GRONDBEGINSELEN VAN HET VEREVENINGSSTELSEL IN STRIJD IS;

OVERWEGENDE TEN SLOTTE DAT DE STELLING VAN HOOGOVENS, DAT DOOR HET GEBRUIK DAT ZIJ VAN HET UIT DE FABRIEKEN VAN BREEDBAND AFKOMSTIGE AFVALSCHROOT MAAKT, HET RENDEMENT BINNEN EEN EN DEZELFDE ONDERNEMING WORDT VERBETERD EN DAT DE BEIDE ONDERNEMINGEN NIET EEN CONCERN VORMEN HETWELK DE VRIJE CONCURRENTIE KUNSTMATIG KAN BEáNVLOEDEN, AFSTUIT OP DE OMSTANDIGHEID DAT IN FEITE NIET SPRAKE IS VAN EEN ENKELE ONDERNEMING, DOCH VAN TWEE JURIDISCH GESCHEIDEN VENOOTSCHAPPEN WELKE IEDER RECHTSPERSOONLIJKHEID BEZITTEN;

DAT HET IN GEMEENSCHAP BRENGEN VAN WINST EN VERLIES, VOORZIEN IN HET CONTRACT REGELENDE DE VERHOUDING TUSSEN HOOGOVENS EN BREEDBAND, SLECHTS DE TUSSEN DEZE BEIDE ONDERNEMINGEN BESTAANDE SAMENWERKING TOT UITDRUKKING BRENGT ;

DAT DE BEIDE ONDERNEMINGEN OP GROND VAN DEZE SAMENWERKING - ONVERSCHILLIG OF DEZE DE BETEKENIS HEEFT VAN EEN AFSPRAAK OF CONCENTRATIE - EEN CONCERN VORMEN;

DAT DERHALVE DOOR DE VRIJSTELLING, DIE OP GROND VAN HET BESTAAN VAN HET CONCERN HOOGOVENS-BREEDBAND AAN HOOGOVENS IS VERLEEND, DE CONCURRENTIE, D.W.Z . IN CASU DE CONCURRENTIEVERHOUDING TUSSEN HOOGOVENS EN ANDERE ONDERNEMINGEN, DIE NIET MET EEN SCHROOTLEVERANCIER IN EEN CONCERN ZIJN VERBONDEN, WORDT VERVALST;

OVERWEGENDE DAT OP DEZE GRONDEN DE REGELS NEERGELEGD IN HET ARREST 32 EN 33-58, BEPALENDE DAT HET ZOGENAAMDE CONCERNSCHROOT AAN DE VEREVENING BEHOORT TE WORDEN ONDERWORPEN, EVENEENS VAN TOEPASSING ZIJN OP DE INTERVENIENTEN;

3 . OVERWEGENDE DAT HOOGOVENS AANVOERT DAT DE LITIGIEUZE VRIJSTELLINGEN BEHOREN TE WORDEN GEHANDHAAFD TENEINDE TE VOORKOMEN DAT DEZELFDE ONDERNEMINGEN VOOR DEZELFDE HOEVEELHEID SCHROOT TWEEMAAL WORDEN BELAST, WELKE MOGELIJKHEID DOOR HET HOF IN ZIJN VORIG ARREST ZOU ZIJN VEROORDEELD;

OVERWEGENDE DAT HET HOF DIT BETOOG NIET AANVAARDT;

DAT HET HOF IN ZIJN ARREST 32 EN 33-58 EEN DUBBELE HEFFING ALLEEN HEEFT AFGEKEURD INDIEN DAARDOOR EEN EN DEZELFDE ONDERNEMING WORDT GETROFFEN, NIET INDIEN DEZE WORDT VERDEELD TUSSEN EEN AANTAL RECHTENS VAN ELKANDER TE ONDERSCHEIDEN ONDERNEMINGEN;

DAT DERHALVE NIET DE TECHNISCHE IDENTITEIT VAN HET MATERIAAL, DOCH DE VRAAG OF DE KOPER VAN HET SCHROOT IDENTIEK IS MET DEGENE DIE HET INZAMELT, HET BESLISSENDE CRITERIUM VORMT;

DAT IMMERS IN TALRIJKE GEVALLEN EEN TECHNISCHE IDENTITEIT BESTAAT TUSSEN HET SCHROOT BIJ DE VERVAARDIGING VAN EINDPRODUKTEN INGEZAMELD EN HET SCHROOT GEBEZIGD BIJ DE PRODUKTIE VAN HET VOOR DIE VERVAARDIGING BESTEMDE STAAL;

DAT HET VOOR DE PRAKTISCHE UITVOERBAARHEID VAN HET VEREVENINGSSYSTEEM EN IN VERBAND MET DE VOORTDURENDE KRINGLOOP VAN BRUTOSCHROOT OF VERWERKT SCHROOT IN DE VERSCHILLENDE PRODUKTIESTADIA, NIET VALT TE VERMIJDEN, DAT "DEZELFDE HOEVEELHEID SCHROOT" TWEEMAAL EN ZELFS VAKER AAN DE HEFFING WORDT ONDERWORPEN;

OVERWEGENDE DAT UIT HET VOORGAANDE VOLGT, DAT DE BESCHIKKINGEN WAARBIJ AAN HOOGOVENS EN BREDA SIDERURGICA VRIJSTELLINGEN ZIJN TOEGEKEND, ONWETTIG ZIJN, DAAR EEN VRIJSTELLING OP GROND VAN HET CRITERIUM VAN DE PLAATSELIJKE INTEGRATIE IN STRIJD IS MET DE INTERPRETATIE VAN HET VERDRAG DOOR HET HOF IN ZIJN ARREST 32 EN 33-58 GEGEVEN;

4 . OVERWEGENDE DAT NOG DIENT TE WORDEN ONDERZOCHT OF DE VASTSTELLING, DAT DE LITIGIEUZE VRIJSTELLINGEN ONWETTIG ZIJN, NIET IN STRIJD IS MET DE BASISBESCHIKKING 2-57;

DAT HET HOF VAN OORDEEL IS DAT ZULKS NIET HET GEVAL IS;

A ) OVERWEGENDE DAT UIT ARTIKEL 2 VAN DE BESCHIKKING 2-57 SOORTVLOEIT, DAT DE IN ARTIKEL 4 VAN DE BESCHIKKING GEBRUIKTE UITDRUKKING "EIGEN OMLOOPSCHROOT" VERWIJST NAAR DE "IN ARTIKEL 80 VAN HET VERDRAG BEDOELDE ONDERNEMINGEN" , MET DIEN VERSTANDE, DAT HET HIER DE SCHROOTVERBRUIKENDE ONDERNEMINGEN BETREFT EN DERHALVE IN CASU HOOGOVENS EN BREDA SIDERURGICA .

DAT ALLEREERST DIENT TE WORDEN VASTGESTELD, DAT DE BESCHIKKING 2-57 MET "EIGEN OMLOOPSCHROOT" DOELT OP HET SCHROOT DAT VAN DEN BEGINNE AAN EIGENDOM IS VAN EEN ONDERNEMING IN DE ZIN VAN HET VERDRAG;

DAT DEZE INTERPRETATIE, IN STEDE VAN IN STRIJD TE ZIJN MET HET GEVOELEN VAN DE AUTEUR DEZER BESCHIKKING, DOOR DEZE ZELF IS GEVOLGD IN ZIJN BRIEF VAN 18 DECEMBER 1957 ( PUBLIKATIEBLAD VAN 1 FEBRUARI 1958, BLZ . 45/58 ), WAAR WORDT GESTELD DAT HET BEGRIP "EIGEN OMLOOPSCHROOT" BEHOORT TE WORDEN UITGELEGD "VOLGENS DE LETTERLIJKE BETEKENIS WELKE DAARAAN MOET WORDEN GEHECHT";

DAT HET BEGRIP "ONDERNEMING", ZOALS NEERGELEGD IN ARTIKEL 80 VAN HET VERDRAG, OVEREENKOMT MET HET BEGRIP NATUURLIJKE OF RECHTSPERSOON, GELIJK HIERBOVEN ONDER A SUB 2 IS UITEENGEZET;

DAT BIJGEVOLG, INDIEN EEN BESCHIKKING VAN DE HOGE AUTORITEIT EENVOUDIG VERWIJST NAAR DE "IN ARTIKEL 80 VAN HET VERDRAG BEDOELDE ONDERNEMINGEN", DIENT TE WORDEN AANGENOMEN DAT DAARMEDE WORDT GEDOELD OP DE NATUURLIJKE OF RECHTSPERSONEN, UIT WIER NAAM DE IN DIT ARTIKEL GENOEMDE TAKKEN VAN BEDRIJF WORDEN UITGEOEFEND;

DAT IN CASU OVERIGENS VASTSTAAT DAT EEN DERGELIJKE UITLEG BEANTWOORDT AAN DE BEDOELING VAN DE AUTEUR DER BESCHIKKING 2-57, DAAR IMMERS VOLGENS DE BRIEF VAN DE HOGE AUTORITEIT VAN 18 DECEMBER 1957 EEN "ONDERNEMING ... IN ELK GEVAL DOOR HAAR HANDELSNAAM WORDT BEPAALD";

DAT VOORTS DE VERWIJZING NAAR HET "EIGEN" OMLOOPSCHROOT VAN EEN ONDERNEMING HET BEGRIP "EIGENAAR", DAT EEN STRIKT JURIDISCHE BETEKENIS HEEFT, INSLUIT;

OVERWEGENDE DAT UIT VORENSTAANDE OVERWEGINGEN VOORTVLOEIT, DAT KRACHTENS BESCHIKKING 2-57 SLECHTS DAT SCHROOT ALS EIGEN OMLOOPSCHROOT MAG WORDEN BESCHOUWD EN DERHALVE VAN VEREVENING IS VRIJGESTELD, HETWELK TUSSEN HET TIJDSTIP VAN "PRODUKTIE" EN VAN VERBRUIK NIET VAN EIGENAAR IS VERANDERD, WAARBIJ HET BEGRIP "EIGENAAR" IN STRIKT JURIDISCHE ZIN WORDT OPGEVAT;

DAT DIT NIET HET GEVAL IS MET HET LITIGIEUZE SCHROOT;

B ) OVERWEGENDE DAT INTERVENIENTE HOOGOVENS HEEFT GETRACHT AAN TE TONEN, DAT HET SCHROOT HETWELK ZIJ VAN DE VENNOOTSCHAP BREEDBAND ONTVANGT NOOIT HEEFT OPGEHOUDEN EIGENDOM VAN HOOGOVENS TE ZIJN;

DAT ZIJ IN DIT VERBAND IN HET BIJZONDER HEEFT AANGEVOERD :

- DAT OP GROND VAN HET TUSSEN BREEDBAND EN HAAR BESTAANDE CONTRACT DEZE BEIDE VENNOOTSCHAPPEN EEN MAATSCHAP VORMEN IN DE ZIN VAN DE ARTIKELEN 1655 E.V . VAN HET NEDERLANDS BURGERLIJK WETBOEK;

- DAT NAAR NEDERLANDS BURGERLIJK RECHT DE DEELGENOTEN IN EEN MAATSCHAP MEDEEIGENAAR ZIJN VAN DE IN GEMEENSCHAP VERKREGEN GOEDEREN;

OVERWEGENDE DAT DEZE STELLINGEN VOORNAMELIJK BERUSTEN OP HET TUSSEN HOOGOVENS EN BREEDBAND BESTAANDE CONTRACT, HETWELK INTERVENIENTE GEMEEND HEEFT NIET BIJ HET PROCESDOSSIER TE MOETEN VOEGEN;

DAT INTERVENIENTE HEEFT GEWEZEN OP HET "UITERST VERTROUWELIJK" KARAKTER VAN DIT CONTRACT EN HEEFT VERKLAARD , DAT ZIJ ER ERNSTIG BEZWAAR TEGEN ZOU HEBBEN, DE INHOUD KENBAAR TE MAKEN AAN VERZOEKSTER EN AAN INTERVENIENTE BREDA SIDERURGICA, DIE HAAR CONCURRENTEN ZIJN;

DAT ZIJ ZICH ECHTER BEREID HEEFT VERKLAARD HET CONTRACT OVER TE LEGGEN AAN IEDER DIE DOOR BEROEPSGEHEIM IS GEBONDEN - DESNOODS IN TEGENWOORDIGHEID VAN DE RECHTER - RAPPORTEUR - DAN WEL AAN DE HOGE AUTORITEIT ZELVE, ZULKS TER FINE VAN HET ONDERZOEK HETWELK HET HOF NODIG MOCHT ACHTEN;

OVERWEGENDE DAT EEN ELEMENTAIR RECHTSBEGINSEL ZOU WORDEN GESCHONDEN INDIEN EEN RECHTERLIJKE BESLISSING ZOU WORDEN GEGROND OP FEITEN EN DOCUMENTEN WAARVAN PARTIJEN ZELF, OF EEN VAN PARTIJEN, GEEN KENNIS HEBBEN KUNNEN NEMEN EN TEN AANZIEN WAARVAN ZIJ DERHALVE NIET IN STAAT ZIJN GEWEEST HUN STANDPUNT TE BEPALEN;

OVERWEGENDE DAT BIJ DE GERECHTELIJKE PLAATSOPNEMING DOOR HET HOF TE IJMUIDEN DE VERTEGENWOORDIGER VAN INTERVENIENTE OP EEN DESBETREFFENDE VRAAG HEEFT GEANTWOORD, DAT DIT CONTRACT NIET UITDRUKKELIJK MELDING MAAKT VAN DE WIJZE WAAROP DE EIGENDOM IS GEREGELD, DOCH DAT NAAR DE MENING VAN INTERVENIENTE HET BEWIJS VAN DE MEDEEIGENDOM DOOR VERSCHILLENDE BEPALINGEN VAN HET CONTRACT WORDT GELEVERD;

DAT HET NIET DOENLIJK IS DEZE BEPALINGEN UIT TE LEGGEN EN TE BEOORDELEN ZONDER ONDERZOEK VAN DE VOLLEDIGE INHOUD VAN HET CONTRACT;

DAT, NU INTERVENIENTE DIT CONTRACT ZELF HEEFT AANGEVOERD ALS BEWIJS VOOR HAAR BEWERING DAT HET VAN BREEDBAND AFKOMSTIGE SCHROOT MET EIGEN OMLOOPSCHROOT VAN HOOGOVENS IS GELIJK TE STELLEN, OP HAAR DE BEWIJSLAST VOOR HAAR BEWERINGEN RUSTTE;

DAT HET NIET TOT DE TAAK VAN HET HOF BEHOORT, ZICH DOOR MIDDEL VAN INSTRUCTIEMAATREGELEN GEGEVENS TE VERSCHAFFEN VOOR HET BEWIJS VAN DE GEGRONDHEID VAN HET DOOR INTERVENIENTE AANGEVOERDE ARGUMENT, NU DEZE ZELF OVER BEDOELDE GEGEVENS BESCHIKT;

DAT HET HOF OP DEZE GRONDEN EN GELET OP HET VOORBEHOUD EN DE AARZELING VAN HOOGOVENS, DE OVERLEGGING VAN HET CONTRACT NIET HEEFT BEVOLEN;

DAT, NU INTERVENIENTE GEEN BEWIJS VOOR HAAR BEWERINGEN HEEFT BIJGEBRACHT, ER GEEN AANLEIDING BESTAAT, EEN OORDEEL UIT TE SPREKEN OVER DE WAARDE VAN BEDOELD ARGUMENT;

OVERWEGENDE DAT MITSDIEN NIET IS KOMEN VAST TE STAAN, DAT HET SCHROOT HETWELK HOOGOVENS VAN DE VENNOOTSCHAP BREEDBAND ONTVANGT NAAR DE WERKELIJKE BETEKENIS VAN HET WOORD "EIGEN OMLOOPSCHROOT" IS;

C ) OVERWEGENDE DAT IN GELIJKE ZIN DIENT TE WORDEN BESLIST TEN AANZIEN VAN DE INTERVENIENTE BREDA SIDERURGICA, DIE HET ONTBREKEN VAN EEN EIGENDOMSOVERDRACHT VAN HET ONDERHAVIGE SCHROOT ZELFS NIET HEEFT GESTELD;

5 . OVERWEGENDE DAT BIJGEVOLG DE AAN INTERVENIENTEN TOEGEKENDE VRIJSTELLINGEN INDERDAAD "AFWIJKINGEN" ZIJN;

OVERWEGENDE DAT DE BESCHIKKING 2-57 NOCH IN HET ALGEMEEN NOCH VOOR BIJZONDERE GEVALLEN AFWIJKINGEN VAN HET BEGRIP EIGEN OMLOOPSCHROOT KENT;

DAT OVERIGENS, INDIEN EEN BEPAALD FINANCIEEL STELSEL EEN VEREVENING VAN LASTEN MET ZICH BRENGT, DE BEVOEGDHEID TOT HET TOEKENNEN VAN AFWIJKINGEN NIET MAG WORDEN VERMOED, ZULKS TE MINDER OMDAT ELKE AFWIJKING TEN GUNSTE VAN EEN DERGENEN DIE DE HEFFING VERSCHULDIGD ZIJN NOODZAKELIJKERWIJS TOT GEVOLG HEEFT DAT DE OP DE ANDEREN RUSTENDE LASTEN WORDEN VERHOOGD;

OVERWEGENDE DAT DE LITIGIEUZE AFWIJKINGEN DERHALVE ZIJN VERLEEND OP GROND VAN EEN ONJUISTE INTERPRETATIE VAN DE BESCHIKKING 2-57;

6 . OVERWEGENDE DAT VOORTS NOG DIENT TE WORDEN ONDERZOCHT OF DEZE OVERWEGINGEN WELLICHT WORDEN ONTZENUWD DOOR HET FEIT, DAT HET ONDERHAVIGE SCHROOT EVENMIN "AANKOOPSCHROOT" IS VOLGENS DE BETEKENIS DIE BIJ EEN REDELIJKE INTERPRETATIE VAN DE BESCHIKKING 2-57 AAN DIT WOORD DIENT TE WORDEN GEGEVEN;

A ) OVERWEGENDE DAT INTERVENIENTE BREDA SIDERURGICA BIJ DE PLAATSOPNEMING HEEFT VERKLAARD, DAT VOOR DE LEVERANTIES DIE ZIJ VAN HAAR ZUSTERONDERNEMINGEN ONTVANGT EEN PRIJS WORDT VASTGESTELD, WAAROVER ZELFS DIKWIJLS "EEN ERNSTIGE DISCUSSIE" WORDT GEVOERD;

DAT ER BIJGEVOLG GEEN TWIJFEL AAN KAN BESTAAN, DAT BIJ DEZE LEVERINGEN SPRAKE IS VAN KOOP, NU WILSOVEREENSTEMMING BESTAAT OVER EEN OVERDRACHT VAN EIGENDOM TEGEN BETALING VAN EEN PRIJS;

B ) OVERWEGENDE DAT INTERVENIENTE HOOGOVENS BIJ DE PLAATSOPNEMING HEEFT VERKLAARD, DAT "VOOR DE ONTVANGST VAN SCHROOT AFKOMSTIG VAN BREEDBAND, DEZE LAATSTE VAN HOOGOVENS EEN CREDITNOTA ONTVANGT, WAARBIJ DE SCHROOTPRIJS OP DE BINNENLANDSE MARKT WORDT AANGEHOUDEN"; DAT ZIJ HIER ECHTER AAN HEEFT TOEGEVOEGD, DAT "DEZE PRIJS VAN GEEN BELANG IS, DAAR HIJ ALLEEN WORDT VASTGESTELD OM DE PRODUKTIEKOSTEN IN DE VERSCHILLENDE STADIA VAN DE FABRICAGE NAUWKEURIG TE KUNNEN BEREKENEN" EN DAT DEZE "PRIJS" IN IEDER GEVAL UITEINDELIJK TEN LASTE KOMT VAN BEIDE VENNOOTSCHAPPEN OP GROND VAN EEN OVEREENKOMST KRACHTENS WELKE HUN WINSTEN EN VERLIEZEN IN GEMEENSCHAP WORDEN GEBRACHT;

DAT DE GESTELDE FEITEN DOOR VERZOEKSTER NIET ZIJN BESTREDEN ;

OVERWEGENDE EVENWEL DAT NAAR DE MENING VAN HET HOF UIT DE OPZET EN DE DOELSTELLING VAN DE BESCHIKKING 2-57 VOORTVLOEIT, DAT HET BEGRIP "AANKOOPSCHROOT" OOK DE ONDERHAVIGE LEVERANTIES OMVAT;

DAT, GELIJK HET HOF REEDS IN ZIJN ARREST 32 EN 33-58 HEEFT VASTGESTELD, UIT DE DOELEINDEN EN GRONDBEGINSELEN VAN DE VEREVENINGSINSTELLING VOLGT, DAT DE VRIJSTELLING VAN EIGEN OMLOOPSCHROOT EEN UITZONDERING VORMT OP DE REGEL, DAT ALLE SCHROOTVERBRUIKERS ALS ZODANIG TOT BETALING VAN VEREVENINGSBIJDRAGEN ZIJN GEHOUDEN;

DAT BIJGEVOLG IN GEVAL VAN TWIJFEL NIET HET BEGRIP "EIGEN OMLOOPSCHROOT", DOCH HET BEGRIP "AANKOOPSCHROOT" EXTENSIEF BEHOORT TE WORDEN GEáNTERPRETEERD;

DAT DERHALVE ALS "AANKOOPSCHROOT" BEHOORT TE WORDEN BESCHOUWD AL DAT SCHROOT WAARVAN EIGENDOMSOVERDRACHT PLAATSVINDT TEGEN EEN BEPAALDE PRIJS, ONVERSCHILLIG OF DEZE OVERDRACHT TOT STAND KOMT OP GROND VAN EEN KOOPCONTRACT IN DE EIGENLIJKE ZIN VAN HET WOORD OF OP GROND VAN EEN SOORTGELIJK CONTRACT EN ONVERSCHILLIG OF TUSSEN KOPER EN VERKOPER EEN OVEREENKOMST BESTAAT, KRACHTENS WELKE ZIJ GELIJKELIJK DELEN IN WINST EN VERLIES;

DAT ZULKS MET HET LITIGIEUZE SCHROOT HET GEVAL IS;

OVERWEGENDE DAT UIT BOVENSTAANDE OVERWEGINGEN VOORTVLOEIT, DAT DE AAN DE INTERVENIENTEN VERLEENDE VRIJSTELLINGEN ZOWEL MET HET VERDRAG ALS MET DE BESCHIKKING 2-57 IN STRIJD ZIJN;

B . KUNNEN DE LITIGIEUZE ONWETTIGE VRIJSTELLINGEN WORDEN INGETROKKEN?

OVERWEGENDE DAT INTERVENIENTEN HEBBEN AANGEVOERD DAT DE HOGE AUTORITEIT TERECHT HEEFT GEWEIGERD DE VRIJSTELLINGEN IN TE TREKKEN, OMDAT EEN EVENTUELE INTREKKING GEEN PRAKTISCHE BETEKENIS ZOU HEBBEN;

DAT ZIJ EROP WIJZEN DAT HET VEREVENINGSSTELSEL NIET MEER VAN KRACHT IS EN WORDT GELIQUIDEERD, ZODAT DE NIETIGVERKLARING EX NUNC VAN DE BESTREDEN BESCHIKKING GEEN PRAKTISCHE GEVOLGEN KUNNEN HEBBEN, TERWIJL INTREKKING MET TERUGWERKENDE KRACHT EN CORRECTIE VAN DE BEDRAGEN DIE ZIJ IN HET VERLEDEN HEBBEN BETAALD AF ZOU STUITEN OP HET BEGINSEL, DAT VERKREGEN VOORDELEN NIET ONGEDAAN MOGEN WORDEN GEMAAKT;

DAT DIT BETOOG MISKENT, DAT HET BEGINSEL DER RECHTSZEKERHEID, HOE BELANGRIJK OOK, GEEN ABSOLUTE GELDING HEEFT, DOCH DAT DE TOEPASSING VAN DIT BEGINSEL BEHOORT TE WORDEN GECOMBINEERD MET DIE VAN HET WETTIGHEIDSBEGINSEL; DAT VOOR DE BEANTWOORDING VAN DE VRAAG, WELK VAN DEZE BEGINSELEN IN EEN BEPAALD GEVAL DE VOORKEUR VERDIENT, TEGEN ELKANDER MOETEN WORDEN AFGEWOGEN HET ALGEMEEN BELANG EN DE PARTICULIERE BELANGEN DIE IN GEDING ZIJN, NAMELIJK :

- ENERZIJDS HET BELANG VAN INTERVENIENTEN, IN HET BIJZONDER DE OMSTANDIGHEID, DAT ZIJ TE GOEDER TROUW MOCHTEN AANNEMEN, OVER HET ONDERHAVIGE SCHROOT GEEN BIJDRAGEN VERSCHULDIGD TE ZIJN EN DAT ZIJ BIJ HET BEHEER VAN HUN ZAKEN EROP KONDEN VERTROUWEN DAT DEZE TOESTAND ZOU WORDEN BESTENDIGD;

- ANDERZIJDS HET BELANG VAN DE GEMEENSCHAP, DAT HET VEREVENINGSSYSTEEM - GEGROND OP DE SOLIDARITEIT VAN ALLE SCHROOTVERBRUIKENDE ONDERNEMINGEN - BEHOORLIJK FUNCTIONEERT , WAARBIJ DIENT TE WORDEN VERMEDEN DAT DE ANDERE HEFFINGPLICHTIGEN PER SALDO DE GELDELIJKE GEVOLGEN HEBBEN TE DRAGEN VAN EEN TEN ONRECHTE AAN HUN CONCURRENTEN TOEGEKENDE VRIJSTELLING;

DAT EVENEENS IN AANMERKING DIENT TE WORDEN GENOMEN, DAT DE AFREKENINGEN STEEDS EEN VOORLOPIG KARAKTER DRAGEN EN DAT BETALING DER ACHTERSTALLIGE BIJDRAGEN EVENTUEEL IN GEDEELTEN KAN PLAATSVINDEN;

DAT OVERIGENS VOLGENS HET RECHT VAN ALLE LID-STATEN INTREKKING MET TERUGWERKENDE KRACHT ALGEMEEN WORDT AANVAARD , INDIEN DE BETREFFENDE ADMINISTRATIEVE HANDELING OP ONJUISTE OF ONVOLLEDIGE AANWIJZINGEN VAN DE BETROKKENEN BERUST;

DAT HET HOF NIET WIL UITSLUITEN DAT DIT BEGINSEL IN CASU VAN TOEPASSING IS;

DAT NAMELIJK ZOWEL UIT EEN VERKLARING VAN DE VERTEGENWOORDIGER VAN DE INTERVENIENTE HOOGOVENS BIJ DE GERECHTELIJKE PLAATSOPNEMING DOOR HET HOF TE IJMUIDEN ALS UIT HET JAARVERSLAG VAN BREEDBAND N.V . OVER 1959 BLIJKT, DAT BREEDBAND OOK SCHROOT HEEFT GELEVERD AAN HOOGOVENS, DAT AFVIEL BIJ HET WALSEN VAN STAALPLAKKEN DIE NIET VAN HOOGOVENS AFKOMSTIG WAREN;

DAT VOORTS UIT DE VERKLARINGEN VAN DE VERTEGENWOORDIGER VAN DE VENNOOTSCHAP BREDA SIDERURGICA BIJ DE GERECHTELIJKE PLAATSOPNEMING DOOR HET HOF TE SESTO SAN GIOVANNI VOLGT , DAT DE ZUSTERONDERNEMINGEN VAN INTERVENIENTE BREDA SIDERURGICA VRIJ ZIJN IN DE KEUZE VAN HUN STAALLEVERANCIERS, ZODAT HET SCHROOT DAT ZIJ AAN BREDA SIDERURGICA LEVEREN NIET UITSLUITEND VAN HET DOOR DEZE GELEVERDE STAAL AFKOMSTIG IS;

OVERWEGENDE DAT EEN OORDEEL OVER DEZE FEITEN ALSMEDE OVER DE AFWEGING DER BETROKKEN BELANGEN EN BIJGEVOLG DE BESLISSING OVER HET AL DAN NIET MET TERUGWERKENDE KRACHT INTREKKEN VAN DE ONREGELMATIGE VRIJSTELLINGEN IN DE EERSTE PLAATS AAN DE HOGE AUTORITEIT TOEKOMT;

DAT HET HOF ZICH NIET IN DE PLAATS KAN STELLEN VAN DE HOGE AUTORITEIT EN BIJGEVOLG MOET VOLSTAAN MET DE ZAAK NAAR DE HOGE AUTORITEIT TERUG TE WIJZEN OPDAT ZIJ ZICH, OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 34 VAN HET VERDRAG, VAN HAAR TAAK ZAL KWIJTEN;

OVERWEGENDE DAT UIT BOVENSTAANDE OVERWEGINGEN VOORTVLOEIT DAT DE BESTREDEN BESCHIKKING ONWETTIG IS, DAAR ZIJ BERUST OP DE RECHTENS ONJUISTE OPVATTING DAT DE LITIGIEUZE VRIJSTELLINGEN WETTIG WAREN EN DAT DE HOGE AUTORITEIT NIET TOT INTREKKING DAARVAN BEVOEGD WAS;

DAT MITSDIEN DEZE BESCHIKKING BEHOORT TE WORDEN NIETIG VERKLAARD MET TERUGWIJZING VAN DE ZAAK NAAR DE HOGE AUTORITEIT;

II . HET BEGRIP WEGENS NALATEN INGESTELD TEGEN DE STILZWIJGENDE WEIGERING TOT VASTSTELLING VAN EEN NIEUW TARIEF EN TOT MEDEDELING DAARVAN AAN VERZOEKSTER, ONDER TOEVOEGING VAN ALLE NOODZAKELIJKE GEGEVENS

OVERWEGENDE DAT DE EVENTUELE INTREKKING VAN DE LITIGIEUZE VRIJSTELLINGEN VOOR VERWEERSTER DE VERPLICHTING MET ZICH BRENGT, HET NIEUWE BASISTARIEF VOOR DE VEREVENINGSHEFFING VAST TE STELLEN, DE BESCHIKKINGEN WAARBIJ VERZOEKSTER AANSLAGEN ZIJN OPGELEGD TE VERVANGEN DOOR NIEUWE, OP JUISTE WIJZE BEREKENDE EN BEHOORLIJK GEMOTIVEERDE BESCHIKKINGEN, EN DEZE BESCHIKKINGEN AAN VERZOEKSTER MEDE TE DELEN;

DAT DE DIENSTEN VAN DE HOGE AUTORITEIT ECHTER OVER EEN REDELIJKE TERMIJN MOETEN KUNNEN BESCHIKKEN OM DEZE WERKZAAMHEDEN TE VERRICHTEN, ZODAT NIET KAN WORDEN GESTELD DAT VERWEERSTER GEHOUDEN WAS DE GEVRAAGDE BESCHIKKINGEN TE GEVEN UITERLIJK OP DE DATUM, WAAROP ZIJ GEACHT WORDT DE BESTREDEN STILZWIJGENDE BESCHIKKING TE HEBBEN UITGEVAARDIGD ;

DAT EVENWEL DE NIETIGVERKLARING VAN DE WEIGERING OM TOT INTREKKING OVER TE GAAN NOODZAKELIJKERWIJS DE WEIGERING TOT CORRECTIE VAN DE VERSCHULDIGDE HEFFING MEDE OMVAT;

DAT BIJGEVOLG OOK DIT DEEL VAN DE BESTREDEN BESCHIKKING BEHOORT TE WORDEN NIETIG VERKLAARD;

OVERWEGENDE DAT ONDER DEZE OMSTANDIGHEDEN GEEN ONDERZOEK BEHOEFT TE WORDEN INGESTELD NAAR DE ANDERE MIDDELEN DIE VERZOEKSTER TEGEN DE BESTREDEN BESCHIKKING HEEFT AANGEVOERD , TE WETEN DETOURNEMENT DE POUVOIR, ONBEVOEGDHEID EN SCHENDING VAN WEZENLIJKE VORMVOORSCHRIFTEN;

Beslissing inzake de kosten


OVERWEGENDE DAT KRACHTENS ARTIKEL 69 PARAGRAAF 2 VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING VAN HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN DE PARTIJ, DIE IN HET ONGELIJK IS GESTELD, IN DE KOSTEN DIENT TE WORDEN VEROORDEELD;

DAT IN CASU IN DE ZAAK 42-59 VERZOEKSTER EN IN DE ZAAK 49-59 VERWEERSTER EN INTERVENIENTEN IN HET ONGELIJK ZIJN GESTELD;

DAT MITSDIEN, WAT DE ZAAK 42-59 BETREFT, VERZOEKSTER IN DE KOSTEN BEHOORT TE WORDEN VERWEZEN, MET INBEGRIP VAN DE OP DE INTERVENTIE GEVALLEN KOSTEN .

DAT, WAT DE ZAAK 49-59 BETREFT, VERWEERSTER EN INTERVENIENTEN HAAR EIGEN KOSTEN BEHOREN TE DRAGEN, TERWIJL VERWEERSTER DIENT TE WORDEN VEROORDEELD IN DE KOSTEN VAN VERZOEKSTER, MET UITZONDERING VAN DIE WELKE DOOR DE INTERVENTIE ZIJN ONTSTAAN, EN INTERVENIENTEN IN DE KOSTEN DIE VOOR VERZOEKSTER DOOR HAAR BEIDER INTERVENTIE ZIJN ONTSTAAN;

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE

RECHTDOENDE,

IN DE ZAAK 42-59 :

VERKLAART HET BEROEP NIET-ONTVANKELIJK;

VEROORDEELT VERZOEKSTER IN DE PROCESKOSTEN, MET INBEGRIP VAN DIE OP DE INTERVENTIE GEVALLEN;

IN DE ZAAK 49-59 :

VERNIETIGT DE STILZWIJGENDE BESCHIKKING VAN DE HOGE AUTORITEIT, WAARBIJ DEZE GEWEIGERD HEEFT DE AAN DE INTERVENIENTEN TOEGESTANE VRIJSTELLINGEN MET TERUGWERKENDE KRACHT IN TE TREKKEN EN OP GROND DAARVAN DE DOOR VERZOEKSTER VERSCHULDIGDE BIJDRAGE VAST TE STELLEN EN AAN HAAR MEDE TE DELEN, ONDER TOEVOEGING VAN ALLE GEGEVENS DIE HAAR IN STAAT KUNNEN STELLEN EEN BEHOORLIJKE CONTROLE UIT TE OEFENEN OP DE VASTSTELLING VAN DEZE BIJDRAGE;

WIJST DE ZAAK TERUG NAAR DE HOGE AUTORITEIT;

BEPAALT DAT VERWEERSTER EN INTERVENIENTEN HAAR EIGEN KOSTEN DRAGEN;

VEROORDEELT VERWEERSTER IN DE PROCESKOSTEN VAN VERZOEKSTER MET UITZONDERING VAN DIE WELKE DOOR DE INTERVENTIE ZIJN ONTSTAAN;

VEROORDEELT DE INTERVENIENTEN IN DE KOSTEN DIE DOOR HAAR BEIDER INTERVENTIE VOOR VERZOEKSTER ZIJN ONTSTAAN .

ONTZEGT HET MEER OF ANDERS GEVORDERDE .