EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 19.5.2025
COM(2025) 232 final
2025/0109(NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de overeenkomst tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende samenwerking inzake de toepassing van hun mededingingswetgeving
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
De handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie (“EU”) en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (“VK”), anderzijds, van 30 december 2020 (de “handels- en samenwerkingsovereenkomst”) voorziet in regels inzake samenwerking en coördinatie op het gebied van mededingingsrecht en handhaving. In artikel 361, lid 4, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst is bepaald dat de partijen een afzonderlijke overeenkomst inzake samenwerking en coördinatie op het gebied van mededinging kunnen aangaan. Deze aanvullende overeenkomst inzake samenwerking op mededingingsgebied biedt een kader voor de bestaande samenwerking.
Op 8 juni 2023 heeft de Raad de Commissie gemachtigd onderhandelingen te openen met het oog op een overeenkomst met het VK betreffende samenwerking en uitwisseling van informatie op het gebied van mededinging. De onderhandelingen zijn in oktober 2024 op technisch niveau afgerond.
De samenwerkingsovereenkomst op mededingingsgebied is een aanvullende overeenkomst bij de handels- en samenwerkingsovereenkomst, krachtens artikel 2 van de handels- en samenwerkingsovereenkomst. De bestuursstructuur en het territoriale toepassingsgebied van de handels- en samenwerkingsovereenkomst zullen derhalve van toepassing zijn, met uitzondering van het geschillenbeslechtingsmechanisme, dat niet van toepassing is op mededingingsaangelegenheden in het kader van de handels- en samenwerkingsovereenkomst.
De samenwerkingsovereenkomst op mededingingsgebied heeft tot doel de samenwerking en coördinatie in mededingingszaken tussen de mededingingsautoriteiten van de EU en haar lidstaten, enerzijds, en van het VK, anderzijds, te bevorderen met het oog op een doeltreffendere handhaving van de mededingingswetgeving van de Unie en van het Verenigd Koninkrijk. De samenwerkingsovereenkomst op mededingingsgebied biedt dus niet alleen de Commissie, maar ook de nationale mededingingsautoriteiten van de EU-lidstaten die het mededingingsrecht van de EU handhaven, de mogelijkheid om rechtstreeks samen te werken met de mededingingsautoriteit van het Verenigd Koninkrijk (de Competition and Markets Authority).
De EU en het VK streven naar de effectieve handhaving van hun respectieve mededingingswetgeving, onder meer om concurrentieverstorende praktijken met een internationale dimensie aan te pakken, teneinde de efficiënte werking van hun respectieve markten en hun onderlinge handel te waarborgen. De samenwerkingsovereenkomst op mededingingsgebied biedt een kader voor de bestaande samenwerking, teneinde de betrekkingen van de EU en haar lidstaten met het VK te versterken. Bijgaand voorstel voor een besluit van de Raad machtigt de Commissie tot het ondertekenen van de samenwerkingsovereenkomst op mededingingsgebied.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
De EU heeft bilaterale samenwerkingsovereenkomsten op het gebied van het mededingingsbeleid gesloten om de samenwerking tussen de Commissie en buitenlandse mededingingsautoriteiten te structureren en te vergemakkelijken. Voorbeelden van samenwerkingsovereenkomsten op mededingingsgebied zijn die met de VS (1991), Canada (1999), Japan (2003) en Zuid-Korea (2009). Deze overeenkomsten bevatten verschillende samenwerkingsinstrumenten op het gebied van het mededingingsbeleid en worden als een succes beschouwd. Hun belangrijkste voordeel is dat zij een gestructureerd kader bieden voor samenwerking in concrete gevallen en aldus bijdragen tot een efficiëntere handhaving van het mededingingsrecht.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
Het mededingingsbeleid wil ervoor zorgen dat markten meer voordelen bieden voor consumenten, bedrijven en de samenleving in haar geheel. Het mededingingsbeleid draagt derhalve bij tot de bredere doelstellingen van de EU, met name het stimuleren van banen, groei en investeringen. De Commissie streeft deze doelstelling na door de mededingingsregels te handhaven, inbreuken te bestraffen en internationaal een cultuur van mededinging te bevorderen.
Consumenten in de EU en het VK zullen uiteindelijk baat hebben bij een betere opsporing en bestraffing van inbreuken op de mededingingsregels, wat ook een grotere afschrikkende werking zal hebben. Een doeltreffender handhaving van de mededingingsregels leidt tot opener en concurrerender markten waar bedrijven vrijer kunnen concurreren op basis van verdiensten, zodat zij welvaart kunnen genereren en banen kunnen creëren. Voorts biedt dit de consument een ruimere keuze aan producten tegen lagere prijzen.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
De rechtsgrondslag voor het optreden van de EU wordt gevormd door de artikelen 103 en 352 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), in samenhang met artikel 218, lid 5, VWEU. Artikel 103 is de rechtsgrondslag voor de tenuitvoerlegging van de artikelen 101 en 102 VWEU. Artikel 352 vormt de rechtsgrondslag voor Verordening 139/2004 ("de concentratieverordening") aangezien de samenwerkingsovereenkomst op mededingingsgebied ook betrekking heeft op samenwerking op het gebied van onderzoeken in concentratiezaken. Artikel 218, lid 5, VWEU biedt de Raad de rechtsgrondslag om een besluit vast te stellen waarbij machtiging wordt verleend tot ondertekening van de overeenkomst.
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
De samenwerkingsovereenkomst op mededingingsgebied valt overeenkomstig artikel 3, lid 1, punt b), VWEU onder de exclusieve bevoegdheid van de EU, aangezien deze betrekking heeft op mededingingsregels die noodzakelijk zijn voor de werking van de interne markt. Het subsidiariteitsbeginsel is dus niet van toepassing.
•Evenredigheid
Het optreden van de EU gaat niet verder dan wat nodig is om de beleidsdoelstelling van verbetering van de bestaande internationale samenwerking tussen de Commissie en de Britse Competition and Markets Authority te verwezenlijken. Deze verbeterde samenwerking kan beter worden bereikt door middel van een bindende overeenkomst ter aanvulling van de handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK.
De samenwerkingsovereenkomst op mededingingsgebied regelt de administratieve samenwerking tussen de mededingingsautoriteiten van de EU en haar lidstaten, enerzijds, en die van het Verenigd Koninkrijk, anderzijds. Wat de EU-lidstaten betreft, is de overeenkomst alleen van toepassing op samenwerking in het kader van de handhaving van het EU-mededingingsrecht, en niet van hun nationale recht.
•Keuze van instrument
De keuze van het instrument wordt voorgeschreven door de handels- en samenwerkingsovereenkomst en het besluit van de Raad waarbij machtiging wordt verleend voor onderhandelingen over de samenwerkingsovereenkomst op mededingingsgebied.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan
•Raadpleging van belanghebbenden
De EU-lidstaten zijn tijdens het onderhandelingsproces regelmatig geraadpleegd via de Groep VK van de Raad. De Commissie heeft ook contacten gehad met de nationale mededingingsautoriteiten die het European Competition Network vormen.
•Bijeenbrengen en gebruik van expertise
•Effectbeoordeling
Een effectbeoordeling was niet nodig. De samenwerkingsovereenkomst op mededingingsgebied volgt de instructies van het mandaat van de Raad, dat niet voorzag in andere opties voor de uitvoering van dat mandaat.
•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
•Grondrechten
In de context van de samenwerking in het kader van deze overeenkomst worden persoonsgegevens beschermd door Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1772 van de Commissie van 28 juni 2021 krachtens Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de passende bescherming van persoonsgegevens door het Verenigd Koninkrijk, en door Schedule 21 bij de Data Protection Act 2018, zoals ingevoegd bij de Data Protection, Privacy and Electronic Communications (Amendments etc.) (EU Exit) Regulations 2019 van het VK, die betrekking heeft op de passende bescherming van persoonsgegevens door de EU.
Bovendien bepaalt de samenwerkingsovereenkomst op mededingingsgebied dat persoonsgegevens alleen mogen worden gedeeld ten behoeve van onderzoeken naar het voorwerp waarvoor die gegevens oorspronkelijk zijn verkregen.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
De voorgestelde overeenkomst heeft geen gevolgen voor de begroting.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage
De lidstaten treffen in voorkomend geval de nodige maatregelen om de overeenkomst volle werking te verlenen.
•Artikelsgewijze toelichting
De samenwerkingsovereenkomst op mededingingsgebied bevat bepalingen die ook zijn opgenomen in andere soortgelijke overeenkomsten die de EU eerder heeft gesloten. De overeenkomst voorziet in de kennisgeving van handhavingsactiviteiten die aanzienlijke gevolgen hebben voor de gewichtige belangen van de andere partij en in regels inzake negatieve courtoisie. Voorts bevat de samenwerkingsovereenkomst op mededingingsgebied bepalingen over praktische samenwerking tussen de Commissie, de nationale mededingingsautoriteiten en de Britse Competition and Markets Authority.
De samenwerkingsovereenkomst op het gebied van mededinging machtigt de Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten van de lidstaten om bij de toepassing van het EU-mededingingsrecht informatie te bespreken met, informatie te verstrekken aan en informatie te ontvangen van de Britse Competition and Markets Authority, en om dergelijke informatie als bewijsmateriaal te gebruiken. De overeenkomst maakt de uitwisseling van informatie tussen de mededingingsautoriteiten mogelijk voor zover het op hen toepasselijke interne recht dit toestaat. Indien de uitgewisselde informatie als bewijsmiddel wordt gebruikt, mag die alleen worden gebruikt met betrekking tot het voorwerp waarvoor zij door de verstrekkende autoriteit is verzameld. De overeenkomst voorziet ook in regels inzake de vertrouwelijkheid van de informatie die in het kader van de overeenkomst wordt gedeeld.
Bovendien kan op grond van de overeenkomst niet worden vereist dat het bestaande interne recht wordt gewijzigd noch dat een mededingingsautoriteit enige met het bestaande interne recht strijdige maatregel neemt.
De samenwerkingsovereenkomst op mededingingsgebied regelt ook de wijze waarop de partijen informatie uitwisselen over technische kwesties in verband met de werking van de overeenkomst, hoe zij communiceren in het kader van de overeenkomst en hoe zij omgaan met onbedoeld gebruik of onbedoelde mededeling van informatie.
Volgens de overeenkomst voeren de partijen op verzoek van een partij een gezamenlijke evaluatie uit van de uitvoering van de overeenkomst binnen twee jaar na de inwerkingtreding ervan.
Ten slotte bevat de overeenkomst regels betreffende de goedkeuring ervan door de partijen, de inwerkingtreding en de beëindiging ervan.
2025/0109 (NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de overeenkomst tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende samenwerking inzake de toepassing van hun mededingingswetgeving
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 103 en 352, in samenhang met artikel 218, lid 5,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Op 8 juni 2023 heeft de Raad de Commissie gemachtigd onderhandelingen te openen met het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (“het Verenigd Koninkrijk”) over een aanvullende overeenkomst in de zin van artikel 2 van de Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (“het Verenigd Koninkrijk”), anderzijds, van 30 december 2020 (de “handels- en samenwerkingsovereenkomst”) over samenwerking in mededingingszaken.
(2)De Commissie heeft namens de Unie onderhandeld over een overeenkomst tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk betreffende samenwerking inzake de toepassing van hun mededingingswetgeving. De onderhandelingen zijn op technisch niveau afgerond.
(3)De overeenkomst heeft tot doel de bestaande samenwerking en coördinatie in mededingingszaken tussen de mededingingsautoriteiten van de Unie en haar lidstaten, enerzijds, en van het Verenigd Koninkrijk, anderzijds, te bevorderen en van een kader te voorzien met het oog op een doeltreffendere handhaving van de mededingingswetgeving van de Unie en van het Verenigd Koninkrijk. De mededingingsautoriteiten van de Unie en het Verenigd Koninkrijk werken samen op basis van artikel 361, lid 2, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst, maar in artikel 361, lid 4, is bepaald dat de partijen een afzonderlijke overeenkomst inzake samenwerking en coördinatie in mededingingszaken kunnen sluiten. De overeenkomst is een dergelijke aanvullende overeenkomst bij de handels- en samenwerkingsovereenkomst.
(4)De overeenkomst moet derhalve namens de Unie worden ondertekend, onder voorbehoud van de sluiting ervan op een latere datum,
(5)In overeenstemming met de Verdragen moet de Commissie ervoor dat het verdrag wordt ondertekend, onder voorbehoud van de sluiting ervan op een latere datum.
(6)De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 42 van Verordening (EU) 2018/1725 en heeft op […] een advies uitgebracht,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De ondertekening van de overeenkomst tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende samenwerking inzake de toepassing van hun mededingingswetgeving wordt namens de Unie goedgekeurd, onder voorbehoud van de sluiting van de genoemde overeenkomst.
De tekst van de te ondertekenen overeenkomst is aan dit besluit gehecht.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag van de vaststelling ervan.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 19.5.2025
COM(2025) 232 final
BIJLAGE
bij
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de overeenkomst tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende samenwerking inzake de toepassing van hun mededingingswetgeving
BIJLAGE
Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende samenwerking inzake de toepassing van hun mededingingswetgeving
De EUROPESE UNIE (“de Unie”), enerzijds, en
HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIË EN NOORD-IERLAND (“het Verenigd Koninkrijk”), anderzijds,
afzonderlijk “partij” of samen “partijen” genoemd,
Erkennende de voordelen van samenwerking met gelijkgestemde partners over kwesties van gemeenschappelijk belang,
Overwegende dat een evenwichtig economisch partnerschap moet worden geschraagd door daadwerkelijke mededinging op de respectieve markten,
Eensgezind ervan overtuigd dat een correcte en doeltreffende handhaving van hun respectieve mededingingswetgeving voor de goede werking van hun respectieve markten en voor hun onderling handelsverkeer van belang is,
Erkennende dat deze overeenkomst een kader vormt voor bestaande samenwerking, teneinde de betrekkingen van de Unie en de lidstaten van de Unie met het Verenigd Koninkrijk te versterken,
Erkennende dat samenwerking en coördinatie, met inbegrip van het delen van informatie, kunnen bijdragen tot een degelijke en doeltreffende handhaving van de mededingingswetgeving van elke partij,
Erkennende dat de Europese Commissie en de mededingingsautoriteiten van de lidstaten van de Unie met de mededingingsautoriteit van het Verenigd Koninkrijk alleen informatie kunnen delen die zij via hun eigen onderzoeksmiddelen hebben verkregen,
Gezien artikel 361, lid 4, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds van 30 december 2020 (“de handels- en samenwerkingsovereenkomst”), waarin is bepaald dat de partijen een afzonderlijke overeenkomst inzake samenwerking en coördinatie in mededingingszaken kunnen aangaan,
Erkennende dat deze overeenkomst een aanvullende overeenkomst bij de handels- en samenwerkingsovereenkomst is,
Gezien Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1772 van de Commissie van 28 juni 2021 krachtens Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de passende bescherming van persoonsgegevens door het Verenigd Koninkrijk, en Schedule 21 bij de Data Protection Act 2018, zoals ingevoegd bij de Data Protection, Privacy and Electronic Communications (Amendments etc.) (EU Exit) Regulations 2019 van het Verenigd Koninkrijk, die betrekking heeft op de passende bescherming van persoonsgegevens door de Unie,
Vaststellend dat het bij deze overeenkomst ingestelde samenwerkings- en coördinatiemechanisme voor samenwerking en coördinatie tussen de mededingingsautoriteiten van de Unie of van haar lidstaten, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk, anderzijds, ten aanzien van de toepassing van de mededingingswetgeving van de Unie exhaustief moet zijn,
ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN:
Artikel 1 – Doel
Deze overeenkomst heeft tot doel de samenwerking en coördinatie in mededingingszaken tussen de mededingingsautoriteiten van de Unie en haar lidstaten, enerzijds, en van het Verenigd Koninkrijk, anderzijds, te bevorderen teneinde de doeltreffende handhaving van de mededingingswetgeving van de Unie en van het Verenigd Koninkrijk te verbeteren.
Artikel 2 — Definities en daarmee samenhangende interpretatie
1.In deze Overeenkomst wordt verstaan onder:
a.“mededingingsautoriteiten” of, in voorkomend geval, “mededingingsautoriteit”: onverminderd lid 3,
i)enerzijds, voor de Unie, naargelang de context, de Europese Commissie, een of meer in de bijlage bij deze overeenkomst vermelde nationale mededingingsautoriteiten van de lidstaten van de Unie, of een of meer van deze autoriteiten samen met de Europese Commissie, voor zover zij taken uitoefenen uit hoofde van de mededingingswetgeving van de Unie, en
ii)anderzijds, voor het Verenigd Koninkrijk, de Competition and Markets Authority, voor zover deze taken uitoefent op grond van de mededingingswetgeving van het Verenigd Koninkrijk,
b.“mededingingswetgeving”: naargelang de context,
i)voor de Unie, een of meer van de artikelen 101, 102 en 106 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad betreffende de controle op concentraties van ondernemingen en de uitvoeringsverordeningen daarvan, met inbegrip van bestaande of latere wijzigingen of vervangingen van de in dit punt b), i), genoemde zaken, en
ii)voor het Verenigd Koninkrijk, een of meer van:
i.de Competition Act 1998 (hoofdstuk 41);
ii.Deel 3 (Concentraties) van de Enterprise Act 2002 (hoofdstuk 40), met uitzondering van de bepalingen van dat deel voor zover zij betrekking hebben op aspecten van algemeen belang van een onderzoek naar een concentratie die het voorwerp is van een interventie om redenen van openbaar belang of op hoofdstuk 3A van dat deel (concentraties waarbij krantenondernemingen en buitenlandse mogendheden betrokken zijn);
iii.Deel 4 (Marktstudies en marktonderzoeken) van de Enterprise Act 2002, met uitzondering van bepalingen van dat deel voor zover deze betrekking hebben op aspecten van algemeen belang van een verwijzing van een marktonderzoek of van een mogelijke verwijzing van een marktonderzoek dat het voorwerp is van een interventie om redenen van algemeen belang;
iv.Deel 6 (kartelinbreuk) van de Enterprise Act 2002;
v.afdelingen 9A tot en met 9E van de Company Directors Disqualification Act 1986 (hoofdstuk 46);
vi.de artikelen 13A tot en met 13E van de Company Directors Disqualification (Northern Ireland) Order 2002 (S.I. 2002/3150 (N.I. 4)); en
vii.alle ondergeschikte wetgeving die is vastgesteld op grond van de in de punten i tot en met vi genoemde bepalingen,
met inbegrip van alle bestaande of latere wijzigingen of vervangingen van die wet- of regelgeving;
c.voor de Unie wordt onder “intern recht” verstaan de gehele wet- en regelgeving, met inbegrip van de jurisprudentie, van de Unie en haar lidstaten;
d.“handhavingsactiviteiten” de toepassing van de mededingingswetgeving bij wege van een onderzoek of procedure, gevoerd door een mededingingsautoriteit.
2.Wanneer een mededingingsautoriteit haar naam wijzigt of de functies van een mededingingsautoriteit aan een andere autoriteit worden overgedragen, wordt een verwijzing naar die mededingingsautoriteit in deze overeenkomst behandeld als een verwijzing naar de autoriteit onder haar nieuwe naam of naar de opvolgende autoriteit, voor zover de autoriteit onder de nieuwe naam of de opvolgende autoriteit (naargelang het geval) functies blijft uitoefenen of uitoefent uit hoofde van de mededingingswetgeving van de betrokken partij.
3.Deze overeenkomst is van toepassing op samenwerking en coördinatie tussen de mededingingsautoriteiten van beide partijen en is niet bedoeld om buiten die context van toepassing te zijn op samenwerking en coördinatie tussen mededingingsautoriteiten van één partij alleen. Verwijzingen in deze overeenkomst naar mededingingsautoriteiten die met elkaar betrekkingen onderhouden of naar hun samenwerking of coördinatie met andere mededingingsautoriteiten in het kader van deze overeenkomst, moeten dienovereenkomstig worden geïnterpreteerd.
Artikel 3 – Kennisgevingen
1.Indien een mededingingsautoriteit van oordeel is dat een van haar handhavingsactiviteiten waarschijnlijk gevolgen zal hebben voor de gewichtige belangen van de andere partij, stelt zij de andere betrokken mededingingsautoriteiten van die handhavingsactiviteit in kennis.
2.De in lid 1 bedoelde kennisgeving vindt plaats onmiddellijk na de eerste bekendmaking van een onderzoeksstap in de desbetreffende handhavingsactiviteit.
Artikel 4 – Coördinatie van handhavingsactiviteiten
1.Indien mededingingsautoriteiten dezelfde of verwante handhavingsactiviteiten verrichten of voornemens zijn te verrichten, kunnen zij overeenkomen dat het in hun wederzijds belang is hun handhavingsactiviteiten te coördineren, onder meer met betrekking tot de vrijwillige verstrekking van informatie door ondernemingen of natuurlijke personen.
2.Een mededingingsautoriteit die bij een dergelijke coördinatie betrokken is, kan de andere betrokken mededingingsautoriteiten er te allen tijde van in kennis stellen dat zij voornemens is de coördinatie te beperken of te beëindigen en haar handhavingsactiviteiten onafhankelijk en met inachtneming van de overige bepalingen van deze overeenkomst voort te zetten.
Artikel 5 — Negatieve courtoisie
1.In het kader van het op hen toepasselijke interne recht en voor zover dit verenigbaar is met hun eigen gewichtige belangen, houden de mededingingsautoriteiten in alle fasen van hun handhavingsactiviteiten zorgvuldig rekening met elkaars gewichtige belangen.
2.Indien blijkt dat de handhavingsactiviteiten van een mededingingsautoriteit de gewichtige belangen van een van de andere mededingingsautoriteiten kunnen schaden, leveren de betrokken mededingingsautoriteiten alle redelijke inspanningen om elkaars gewichtige belangen met elkaar te verzoenen.
Artikel 6 – Delen van informatie
1.Mededingingsautoriteiten kunnen onderling informatie delen, voor zover het delen van die informatie rechtmatig is op grond van het toepasselijke interne recht, met inbegrip van het recht inzake vertrouwelijkheid en gegevensbescherming.
2.Indien twee of meer mededingingsautoriteiten handhavingsactiviteiten verrichten met betrekking tot dezelfde of verwante aangelegenheden of aangelegenheden van gemeenschappelijk belang, overwegen de betrokken mededingingsautoriteiten, op verzoek van een van hen, voor zover mogelijk en in overeenstemming met hun eigen gewichtige belangen en redelijkerwijs beschikbare middelen, na te gaan of identificeerbare natuurlijke of rechtspersonen die in verband met die handhavingsactiviteiten vertrouwelijke informatie hebben verstrekt, schriftelijk instemmen met het delen van dergelijke informatie tussen de betrokken mededingingsautoriteiten. Een mededingingsautoriteit hoeft die toestemming niet te vragen voor zover het delen van die informatie zonder toestemming door het toepasselijke interne recht is toegestaan.
3.Alle informatie die in het kader van deze overeenkomst wordt gedeeld en het feit dat een verzoek tot het delen van informatie is verzonden, ontvangen of beantwoord, alsmede het bestaan van samenwerking op grond van deze overeenkomst, kunnen aan de mededingingsautoriteiten van de Unie worden meegedeeld, voor zover deze mededeling rechtmatig is op grond van het op hen toepasselijke interne recht. De Europese Commissie kan door de mededingingsautoriteit van het Verenigd Koninkrijk in het kader van deze overeenkomst verstrekte informatie ook meedelen aan de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA ter nakoming van de verplichtingen van de Europese Commissie uit hoofde van de artikelen 6 en 7 van Protocol nr. 23 bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 maart 1992 betreffende de samenwerking tussen de toezichthoudende autoriteiten.
4.Informatie die in het kader van deze overeenkomst wordt gedeeld, mag niet verder worden meegedeeld aan andere interne autoriteiten of aan mededingingsautoriteiten van derde landen, tenzij de oorspronkelijk verstrekkende mededingingsautoriteit vooraf schriftelijk toestemming heeft verleend voor de mededeling van de betrokken informatie aan de specifieke betrokken autoriteit. Informatie die in het kader van deze overeenkomst wordt gedeeld, mag niet verder worden meegedeeld aan een autoriteit in een derde land die geen mededingingsautoriteit is.
5.Geen enkele mededingingsautoriteit is op grond van deze overeenkomst is verplicht informatie te delen. Met inachtneming van het toepasselijke interne recht behoudt elke mededingingsautoriteit een discretionaire bevoegdheid om de informatie te selecteren die moet worden gedeeld.
6.Persoonsgegevens mogen in het kader van deze overeenkomst alleen worden gedeeld indien de verstrekkende en ontvangende mededingingsautoriteiten het voorwerp waarvoor de persoonsgegevens oorspronkelijk zijn verkregen, onderzochten, onderzoeken of voornemens zijn te onderzoeken.
Artikel 7- Gebruik van gedeelde informatie
1.Onverminderd artikel 6, lid 4, mag informatie die in het kader van deze overeenkomst wordt gedeeld, slechts worden gebruikt voor de handhaving van de mededingingswetgeving. Informatie die niet voor eenieder toegankelijk is en die overeenkomstig artikel 6, lid 3, aan de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA wordt meegedeeld, mag door de Europese Commissie niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan de handhaving van de mededingingswetgeving van de Unie.
2.Niettegenstaande lid 1 kunnen mededingingsautoriteiten, met instemming van de verstrekkende mededingingsautoriteit, gebruikmaken van informatie die in het kader van deze overeenkomst wordt gedeeld voor andere doeleinden dan de handhaving van de mededingingswetgeving, indien dat gebruik in overeenstemming is met de voorwaarden van die toestemming.
3.Informatie die in het kader van deze overeenkomst wordt gedeeld, mag door de ontvangende mededingingsautoriteiten alleen als bewijsmateriaal worden gebruikt voor de handhaving van de mededingingswetgeving met betrekking tot het voorwerp waarvoor die informatie oorspronkelijk door de verstrekkende mededingingsautoriteit is verkregen.
4.Informatie die in het kader van deze overeenkomst wordt verstrekt, mag slechts als bewijsmiddel worden gebruikt om sancties op te leggen aan natuurlijke personen indien:
(a)het recht dat van toepassing is op de mededingingsautoriteit die de informatie aanvankelijk heeft verkregen, voorziet in soortgelijke sancties in verband met een inbreuk op de mededingingswetgeving;
of, bij gebreke van dergelijke sancties,
(b)de betrokken informatie in eerste instantie is verkregen op een wijze die hetzelfde niveau van bescherming van de rechten van verdediging van natuurlijke personen eerbiedigt als dat waarin de regels van de ontvangende autoriteit voorzien, mits de betrokken informatie door de ontvangende autoriteit niet wordt gebruikt om vrijheidsstraffen op te leggen.
5.Een verstrekkende mededingingsautoriteit kan de voorwaarden bepalen waaronder de verstrekte informatie mag worden gebruikt. De ontvangende mededingingsautoriteit gebruikt deze informatie niet op een wijze die strijdig is met die voorwaarden zonder de uitdrukkelijke voorafgaande schriftelijke toestemming van de verstrekkende mededingingsautoriteit.
Artikel 8 — Vertrouwelijkheid
1.Een mededingingsautoriteit eerbiedigt de vertrouwelijkheid van alle niet-openbare informatie die in het kader van deze overeenkomst wordt gedeeld, met inbegrip van het bestaan van een verzoek tot het delen van informatie, tenzij anders overeengekomen met de verstrekkende mededingingsautoriteit.
2.Indien mededeling wordt gevraagd of vereist op grond van het interne recht dat van toepassing is op een mededingingsautoriteit die uit hoofde van deze overeenkomst verstrekte informatie ontvangt, stelt die mededingingsautoriteit de verstrekkende mededingingsautoriteit daarvan onverwijld in kennis en neemt zij, in nauwe samenwerking met laatstgenoemde, maatregelen om de openbaarmaking van informatie die in het kader van deze overeenkomst wordt gedeeld te beperken tot hetgeen nodig is om het toepasselijke interne recht na te leven, om ervoor te zorgen dat de vertrouwelijkheid in de mate van het mogelijke door dat interne recht wordt beschermd.
3.Niets in dit artikel belet de bekendmaking van informatie die eerder openbaar is gemaakt in omstandigheden die niet in strijd zijn met deze overeenkomst.
Artikel 9 — Onbedoeld gebruik of onbedoelde mededeling
Indien een mededingingsautoriteit die in het kader van deze overeenkomst gedeelde informatie ontvangt, constateert dat die informatie onbedoeld is gebruikt of meegedeeld op een wijze die in strijd is met deze overeenkomst, stelt zij de verstrekkende mededingingsautoriteit daarvan onverwijld in kennis. De mededingingsautoriteiten die betrokken zijn bij het delen van die informatie, treffen onverwijld passende maatregelen om de schade als gevolg van dat gebruik of die mededeling van die informatie tot een minimum te beperken, rekening houdend met het specifieke risico voor de betrokken ondernemingen of natuurlijke personen en de aard van dat risico.
Artikel 10 — Dialoog over technische aangelegenheden in verband met de werking van de overeenkomst
De Europese Commissie en de Competition and Markets Authority kunnen met elkaar in dialoog treden om technische aangelegenheden in verband met de werking van deze overeenkomst te bespreken. De Europese Commissie kan een dergelijke dialoog uitbreiden tot een of meer van de in de bijlage vermelde nationale mededingingsautoriteiten.
Artikel 11 – Evaluatie
Uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst en op verzoek van een van de partijen starten de partijen een gezamenlijke evaluatie van de uitvoering van deze overeenkomst met het oog op de verdere ontwikkeling van hun samenwerking bij de toepassing van hun mededingingswetgeving.
Artikel 12 - Bestaand recht
Niets in deze overeenkomst vereist een wijziging van het bestaande interne recht of verlangt van een mededingingsautoriteit dat zij maatregelen neemt die in strijd zijn met het bestaande interne recht, of belet een mededingingsautoriteit maatregelen te nemen die op grond van het bestaande interne recht vereist zijn.
Artikel 13 — Mededelingen in het kader van deze overeenkomst
1.Mededelingen in het kader van deze overeenkomst kunnen worden verricht met eenvoudige middelen, zoals e-mail, tenzij de betrokken mededingingsautoriteiten anders overeenkomen, met name rekening houdend met de mogelijke noodzaak om meer beveiligde middelen te gebruiken om informatie te delen.
2.Elk verzoek om evaluatie uit hoofde van artikel 11 wordt schriftelijk ingediend via diplomatieke kanalen tussen de partijen.
Artikel 14 – Slotbepalingen
1.De overeenkomst wordt door elke partij volgens haar eigen procedures goedgekeurd. Elke partij stelt de andere in kennis van de afwikkeling van de respectieve procedures.
2.Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de maand waarin de laatste in lid 1 bedoelde kennisgeving is verricht.
3.Deze overeenkomst is van kracht tot en met de 60e dag volgend op de dag waarop een van beide partijen aan de andere partij schriftelijk kennisgeving doet dat zij de overeenkomst wenst te beëindigen.
4.Deze overeenkomst is niet onderworpen aan geschillenbeslechting uit hoofde van deel zes, titel I, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst.
5.Krachtens artikel 779 van de handels- en samenwerkingsovereenkomst wordt deze overeenkomst beëindigd bij beëindiging van de handels- en samenwerkingsovereenkomst.
6.Na de beëindiging blijft alle in het kader van deze overeenkomst gedeelde informatie beschermd overeenkomstig de bescherming en waarborgen van de artikelen 6 tot en met 9.
TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, deze overeenkomst hebben ondertekend.
Gedaan te [plaats] in tweevoud, op [datum], in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
VOOR DE EUROPESE UNIE:
VOOR HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIË
EN NOORD-IERLAND:
Bijlage
|
Lidstaat van de Unie
|
Autoriteit
|
|
België
|
Belgische Mededingingsautoriteit
Belgische Mededingingsautoriteit / Autorité belge de la Concurrence
|
|
Bulgarije
|
Commissie voor de bescherming van de mededinging
Комисия за защита на конкуренцията
|
|
Tsjechië
|
Bureau voor de bescherming van de mededinging
Úřad pro ochranu hospodářské soutěže
|
|
Denemarken
|
Deense Mededingings- en consumentenautoriteit
Konkurrence- og Forbrugerstyrelsen
|
|
Duitsland
|
Duitse Mededingingsautoriteit
Bundeskartellamt
|
|
Estland
|
Estse Mededingingsautoriteit
Konkurentsiamet
|
|
Ierland
|
Commissie voor mededinging en consumentenbescherming
Coimisiún um Iomaíocht agus Cosaint Tomhaltóiri
|
|
Griekenland
|
Griekse Mededingingscommissie
Επιτροπή Ανταγωνισμού
|
|
Spanje
|
Nationale Commissie voor markten en mededinging
Comisión Nacional de los Mercados y la Competencia
|
|
Frankrijk
|
Franse Mededingingsautoriteit
Autorité de la Concurrence
|
|
Kroatië
|
Kroatisch Agentschap voor mededinging
Agencija za zaštitu tržišnog natjecanja
|
|
Italië
|
Italiaanse Mededingingsautoriteit
Autorità Garante della Concorrenza e del Mercato
|
|
Cyprus
|
Commissie voor de bescherming van de mededinging
Επιτροπή Προστασίας του Ανταγωνισμού
|
|
Letland
|
Raad voor de mededinging
Konkurences padome
|
|
Litouwen
|
Raad voor de mededinging van de Republiek Litouwen
Lietuvos Respublikos konkurencijos taryba
|
|
Luxemburg
|
Luxemburgse Mededingingsautoriteit
Autorité de la Concurrence
|
|
Hongarije
|
Hongaarse Mededingingsautoriteit
Gazdasági Versenyhivatal
|
|
Malta
|
Maltese Mededingings- en consumentenautoriteit
Awtorita ta' Malta għall-Kompetizzjoni u għall-Affarijet tal-Konsumatur
|
|
Nederland
|
Autoriteit Consument en Markt
Autoriteit Consument en Markt
|
|
Oostenrijk
|
Oostenrijkse Mededingingsautoriteit
Bundeswettbewerbsbehörde
|
|
Polen
|
Bureau voor mededinging en consumentenbescherming
Urzad Ochrony Konkurencji i Konsumentów
|
|
Portugal
|
Portugese Mededingingsautoriteit
Autoridade da Concorrência
|
|
Roemenië
|
Roemeense Raad voor de mededinging
Consiliul Concurenţei
|
|
Slovenië
|
Sloveens Agentschap voor de bescherming van de mededinging
Javna Agencija Republike Slovenije za Varstvo Konkurence
|
|
Slowakije
|
Antimonopoliebureau van de Slowaakse Republiek
Protimonopolný úrad Slovenskej republiky
|
|
Finland
|
Finse Mededingings- en consumentenautoriteit
Kilpailu- ja kuluttajavirasto
|
|
Zweden
|
Zweedse Mededingingsautoriteit
Konkurrensverket
|