Brussel, 29.3.2022

COM(2022) 152 final

2022/0101(NLE)

Voorstel voor een

UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan voor Zweden

{SWD(2022) 102 final}


2022/0101 (NLE)

Voorstel voor een

UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan voor Zweden

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit 1 , en met name artikel 20,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De COVID-19-uitbraak heeft ontwrichtende gevolgen gehad voor de economie van Zweden. In 2019 bedroeg het bruto binnenlands product (bbp) per hoofd van de bevolking van Zweden 148 % van het gemiddelde van de Unie. Het reële bbp van Zweden is in 2020 gedaald met 2,9 % en in 2020 en 2021 cumulatief gestegen met 1,8 %. Aspecten van langere duur met een effect op de economische prestaties op middellange termijn zijn onder andere een hoge arbeidsparticipatie, een sterke en exportgerichte productiesector, een sterke begrotingspositie en een sterk ontwikkeld sociaal vangnet, maar ook aanhoudende onevenwichtigheden als gevolg van schulden op de woningmarkt en de hoge schuld van de huishoudens. Hoewel het productiviteitsniveau in de Zweedse economie tot de hoogste in de EU behoort, was de productiviteitsgroei traag en is er nog steeds sprake van mismatches op de arbeidsmarkt. Het waarborgen van een toereikend innovatietempo, een adequaat aanbod van geschoolde arbeidskrachten in tijden van ingrijpende demografische en technologische veranderingen, evenals het geleidelijk wegwerken van macro-economische onevenwichtigheden, blijven cruciaal om een duurzame, evenwichtige en inclusieve groei in Zweden te bevorderen.

(2)Op 9 juli 2019 en op 20 juli 2020 heeft de Raad in het kader van het Europees Semester aanbevelingen gericht tot Zweden. Met name heeft de Raad Zweden aanbevolen investeringen toe te spitsen op de groene en digitale transitie, alsook op onderwijs en vaardigheden en onderzoek en innovatie, rekening houdend met regionale verschillen. Met het oog op de werking van de woningmarkt heeft de Raad Zweden aanbevolen de risico’s in verband met de hoge schuldenlast van huishoudens aan te pakken, investeringen in woningbouw te bevorderen daar waar de tekorten het meest dringend zijn, en de efficiëntie van de woningmarkt te verbeteren. De Raad beval ook aan de doeltreffendheid en de handhaving van het antiwitwaskader te verbeteren. Zweden werd verzocht overeenkomstig de algemene ontsnappingsclausule van het stabiliteits- en groeipact alle nodige maatregelen nemen om de COVID‐19-pandemie doeltreffend aan te pakken, de economie te stimuleren en het daaropvolgende herstel te ondersteunen. Als de economische omstandigheden dit toelaten, moet Zweden begrotingsbeleid voeren dat gericht is op het tot stand brengen van prudente begrotingssituaties op middellange termijn en op het waarborgen van de houdbaarheid van de schuld, en tegelijk de investeringen verhogen. Tot slot werd Zweden aanbevolen ervoor te zorgen dat het gezondheidsstelsel veerkrachtig is. Nu de Commissie bij de indiening van het herstel- en veerkrachtplan de vooruitgang bij de uitvoering van die landspecifieke aanbevelingen heeft beoordeeld, oordeelt zij dat de aanbeveling inzake de uitrol van 5G volledig is uitgevoerd. Er is aanzienlijke vooruitgang geboekt op het gebied van duurzaam vervoer en met het nemen van alle nodige maatregelen om de pandemie doeltreffend aan te pakken, de economie te stimuleren en het daaropvolgende herstel te ondersteunen.

(3)Op 2 juni 2021 heeft de Commissie een diepgaande evaluatie op grond van artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad bekendgemaakt 2 voor Zweden. Op basis van haar analyse concludeerde de Commissie dat Zweden te kampen heeft met macro-economische onevenwichtigheden, met name in verband met risico’s van overgewaardeerde huizenprijzen, in combinatie met een verdere aangroei van de schulden van huishoudens.

(4)Op 28 mei 2021 heeft Zweden in overeenstemming met artikel 18, lid 1, van Verordening (EU) 2021/241 zijn herstel- en veerkrachtplan ingediend bij de Commissie. Die indiening van het plan volgde op een in overeenstemming met het nationale rechtskader uitgevoerd proces van raadpleging van lokale en regionale autoriteiten, sociale partners, maatschappelijke organisaties, jongerenorganisaties en andere relevante belanghebbenden. De nationale zeggenschap over de herstel- en veerkrachtplannen vormt de basis voor de geslaagde uitvoering ervan en voor hun blijvende invloed op nationaal niveau en geloofwaardigheid op Europees niveau. Overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) 2021/241 heeft de Commissie de relevantie, doeltreffendheid, efficiëntie en samenhang van het herstel- en veerkrachtplan beoordeeld in overeenstemming met de beoordelingsrichtsnoeren van bijlage V bij die verordening.

(5)De herstel- en veerkrachtplannen moeten gericht zijn op de algemene doelstellingen van de bij Verordening (EU) 2021/241 ingestelde herstel- en veerkrachtfaciliteit (“de faciliteit”) en het bij Verordening (EU) 2020/2094 van de Raad vastgestelde herstelinstrument van de Europese Unie ter ondersteuning van het herstel na de COVID-19-crisis. Zij moeten de economische, sociale en territoriale cohesie van de Unie bevorderen door bij te dragen tot de zes pijlers van artikel 3 van Verordening (EU) 2021/241.

(6)De tenuitvoerlegging van de herstel- en veerkrachtplannen van de lidstaten zal een gecoördineerde inspanning met investeringen en hervormingen in de hele Unie vormen. Via de gecoördineerde en gelijktijdige tenuitvoerlegging van die investeringen en hervormingen en de uitvoering van grensoverschrijdende en meerlandenprojecten zullen dergelijke hervormingen en investeringen elkaar versterken en positieve overloopeffecten in de Unie genereren. Een derde van het effect van de faciliteit op de groei en de jobcreatie in de lidstaten zal dan ook afkomstig zijn van overloopeffecten uit andere lidstaten.

Evenwichtige respons die bijdraagt aan de zes pijlers

(7)In overeenstemming met artikel 19, lid 3, punt a), van en criterium 2.1 van bijlage V bij Verordening (EU) 2021/241 vormt het herstel- en veerkrachtplan in hoge mate (score A) een alomvattende en voldoende evenwichtige respons op de economische en sociale situatie en draagt het zodoende bij aan elk van de zes in artikel 3 van die verordening bedoelde pijlers, daarbij rekening houdend met de specifieke uitdagingen van en de financiële toewijzing aan de betrokken lidstaat.

(8)Het herstel- en veerkrachtplan bevat maatregelen die bijdragen aan alle zes de pijlers, waarbij een aantal componenten betrekking heeft op verschillende pijlers tegelijk. Een dergelijke aanpak draagt ertoe bij dat elke pijler op coherente en alomvattende wijze wordt aangepakt. Verwacht wordt dat maatregelen om de industrie en het vervoer koolstofvrij te maken en lokale en regionale projecten op het gebied van broeikasgasemissiereducties te ondersteunen, de groene transitie zullen bevorderen. Dit wordt verder ondersteund door steunregelingen van de overheid om de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren, onder meer door het gebruik van slimme energiesystemen. Het herstel- en veerkrachtplan zal naar verwachting in ruime mate bijdragen aan de digitale pijler, met maatregelen om snelle connectiviteit verder te verbeteren, digitale vaardigheden te stimuleren via onderwijs en opleiding, en e-overheid en digitale overheidsdiensten te bevorderen.

(9)De steun voor de ontwikkeling en toepassing van nieuwe groene technologieën zal naar verwachting bijdragen tot een slimme en duurzame groei van de Zweedse economie. Steun voor om- en bijscholing zal naar verwachting bijdragen tot een inclusieve groei voor iedereen. Daarnaast zullen maatregelen om de demografische uitdaging aan te pakken, met name de aanpassingen van de pensioengerechtigde leeftijd, de sociale zekerheid en de belastingstelsels, bijdragen tot de duurzaamheid en de veerkracht van het Zweedse economische en sociale model. Wat de sociale en territoriale cohesie betreft, is de verwachting dat de ondersteuning van de uitrol van breedband in plattelandsgebieden er mee voor zal zorgen dat alle burgers toegang hebben tot snelle connectiviteit en zo de territoriale cohesie bevorderen, en dat de sociale cohesie zal worden bevorderd door maatregelen op het gebied van onderwijs en opleiding maatregelen, alsook door maatregelen om het woningaanbod te vergroten.

(10)De veerkracht van het Zweedse gezondheidsstelsel moet worden verbeterd door gerichte maatregelen om het aanbod van goed opgeleid personeel te vergroten, terwijl de veerkracht van het Zweedse financiële stelsel moet worden verhoogd door de doeltreffendheid van de financiële toezichthoudende autoriteit te verbeteren. Het plan zal naar verwachting bijdragen tot sociale veerkracht door de transitieperspectieven op de arbeidsmarkt te bevorderen. Verwacht wordt dat maatregelen om het openbaar bestuur te digitaliseren, in combinatie met hervormingen om het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te bestrijden, de institutionele veerkracht ten goede zullen komen. Het Zweedse herstel- en veerkrachtplan zal naar verwachting bijdragen tot beleidsmaatregelen voor de volgende generatie met maatregelen op het gebied van de Zweedse taal en beroepsopleiding, door het toekennen van extra middelen aan universiteiten en door middel van een hervorming van het werkgelegenheidsbeschermingssysteem dat de vooruitzichten voor de jongere generatie op een baan moet verbeteren.

Aanpakken van alle of een significant deel van de in de landspecifieke aanbevelingen vastgestelde uitdagingen

(11)In overeenstemming met artikel 19, lid 3, punt b), van en bijlage V, criterium 2.2, bij Verordening (EU) 2021/241 zal het herstel- en veerkrachtplan naar verwachting bijdragen tot een doeltreffende aanpak van alle of een significant deel van de uitdagingen (score A) die zijn vastgesteld in de tot Zweden gerichte landspecifieke aanbevelingen, met inbegrip van de begrotingsaspecten en de krachtens artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 tot de betrokken lidstaat gerichte aanbevelingen, of de uitdagingen die zijn vastgesteld in andere relevante documenten die officieel door de Commissie zijn vastgesteld in het kader van het Europees Semester.

(12)Het herstel- en veerkrachtplan bevat een uitgebreide reeks elkaar versterkende hervormingen en investeringen die bijdragen tot de doeltreffende aanpak van alle of een aanzienlijk deel van de economische en sociale uitdagingen die zijn geschetst in de landspecifieke aanbevelingen die de Raad in het Europees Semester van 2019 en 2020 tot Zweden heeft gericht, met name op het gebied van de veerkracht van de gezondheidszorg, de klimaat- en digitale transitie, onderwijs en de ontwikkeling van vaardigheden, onderzoek en innovatie, de bestrijding van het witwassen van geld en de verbetering van de voorwaarden aan de aanbodzijde en van de mobiliteit op de woningmarkt.

(13)Het herstel- en veerkrachtplan bevat maatregelen om de toegankelijkheid en de capaciteit van het gezondheidszorgstelsel te vergroten. De versterking van de veerkracht van de gezondheidszorg is ingebed in een breder plan om het gezondheidszorgstelsel te verbeteren. De Zweedse gezondheidszorg zal naar verwachting profiteren van het herstel- en veerkrachtplan via de opleiding van mensen die in de ouderenzorg werken, het hogere aantal studieplaatsen in beroepsonderwijs en -opleiding (Yrkesvux) met bijzondere aandacht voor gezondheidszorg en sociale zorg, en van de invoering van een beschermde titel voor assistent-verpleegkundigen, om dit beroep aantrekkelijker te maken voor potentiële werknemers.

(14)Het herstel- en veerkrachtplan heeft bijzondere aandacht voor de groene en digitale transitie, decarbonisatie en energietransitie en duurzame infrastructuur. De groene transitie wordt ondersteund door uitgebreide subsidieregelingen om het koolstofvrij maken van de industrie en het vervoer te versnellen door het bevorderen van investeringen in de ontwikkeling en toepassing van innovatieve technologieën voor fossielvrije oplossingen. De digitale transitie wordt met name bevorderd door gerichte investeringen om snelle connectiviteit verder te verbeteren, en door maatregelen ter ondersteuning van de digitalisering van het openbaar bestuur.

(15)Het herstel- en veerkrachtplan bevat meerdere gerichte hervormingen en investeringen om de ontwikkelingen op het gebied van onderwijs en vaardigheden te verbeteren, met name door een verhoging van zowel het aantal opleidingsmogelijkheden, ook voor personeel in de ouderenzorg, als het aantal studieplaatsen in de beroepsopleiding en het hoger onderwijs, met bijzondere aandacht voor personen met specifieke moeilijkheden op de arbeidsmarkt. Samen met de maatregel tot modernisering van de wetgeving inzake arbeidsbescherming zal dit naar verwachting verdere stimulansen bieden om het menselijk kapitaal op te schalen en de veranderende behoeften aan vaardigheden aan te pakken, met name in de context van de digitale en groene transitie.

(16)Verwacht wordt dat het herstel- en veerkrachtplan de risico’s van witwassen van geld in het financiële stelsel zal verminderen door middel van twee maatregelen die effectief toezicht op en de effectieve handhaving van het antiwitwaskader versterken. Voorts wordt verwacht dat het herstel- en veerkrachtplan het aanbod van huurwoningen en de voorwaarden aan de aanbodzijde van de woningmarkt zal verbeteren.

(17)De aanbevelingen in verband met de onmiddellijke respons vanuit het begrotingsbeleid op de pandemie, kunnen worden geacht buiten het toepassingsgebied van het herstel- en veerkrachtplan van Zweden te vallen, ondanks het feit dat Zweden over het algemeen adequaat en voldoende heeft gereageerd op de onmiddellijke behoefte om de economie in 2020 en 2021 met budgettaire middelen te ondersteunen, in overeenstemming met de algemene ontsnappingsclausule van het stabiliteits- en groeipact. Door de bovengenoemde uitdagingen aan te pakken zal het herstel- en veerkrachtplan naar verwachting ook in beperkte mate bijdragen tot het corrigeren van de onevenwichtigheden waar Zweden mee te kampen heeft, zoals vastgesteld in de krachtens artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 in 2019 en 2020 gedane aanbevelingen, met name met betrekking tot risico’s voor overgewaardeerde huizenprijzen in combinatie met een verdere aangroei van de schulden van huishoudens.

Bijdrage aan het groeipotentieel, de jobcreatie en de economische, sociale en institutionele veerkracht

(18)Overeenkomstig artikel 19, lid 3, punt c), van en criterium 2.3 van bijlage V bij Verordening (EU) 2021/241 zal het herstel- en veerkrachtplan naar verwachting een hoge impact (score A) hebben op het versterken van het groeipotentieel, de jobcreatie en de economische, sociale en institutionele veerkracht van Zweden, waarmee wordt bijgedragen aan de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten, onder meer door middel van de bevordering van kinder- en jeugdbeleid, alsmede op het verzachten van de economische en sociale gevolgen van de COVID-19-crisis en daarmee het bevorderen van de economische, sociale en territoriale cohesie en de convergentie binnen de Unie.

(19)Uit simulaties van de diensten van de Commissie blijkt dat het herstel- en veerkrachtplan, samen met de overige maatregelen van het herstelinstrument van de Europese Unie, het potentieel heeft om het bbp van Zweden tegen 2026 te verhogen met 0,2 à 0,3 %, waarbij de mogelijke positieve effecten van structurele hervormingen buiten beschouwing worden gelaten. Het herstel- en veerkrachtplan zal naar verwachting ook bijdragen tot werkgelegenheid, met name in 2021-2022. Verwacht wordt dat de belangrijkste aanhoudende positieve effecten op de groei, de productiviteit en de fiscale duurzaamheid op de middellange tot lange termijn zullen voortkomen uit hervormingen van de sociale zekerheid en de pensioenen en veranderingen in de arbeidsmarktwetgeving.

(20)Het herstel- en veerkrachtplan omvat een pakket van investeringen en hervormingen op het gebied van onderwijs, digitalisering en gezondheidszorg om uitdagingen op deze gebieden aan te pakken en zo op verschillende manieren bij te dragen aan gelijke kansen en een betere toegang tot de arbeidsmarkt, in overeenstemming met de Europese pijler van sociale rechten. Het opschalen van het aanbod aan beroepsonderwijs en van het aantal opleidingsplaatsen in heel Zweden heeft het potentieel de werkgelegenheid en de productiviteit te stimuleren en tegelijk sociale cohesie te bevorderen. Daarnaast moet de verbetering van het aanbod en de kwaliteit van de diensten voor langdurige zorg een positief effect hebben op het leven van ouderen, terwijl de bijzondere ondersteuningsmaatregelen voor studenten en gezinnen met een laag inkomen de positie van kansarme groepen op de woningmarkt moeten verbeteren.

(21)Maatregelen ter bevordering van de groene en digitale transitie zullen de Zweedse economie innovatiever en duurzamer maken. Met name zal de ondersteuning van de uitbreiding van breedband naar verwachting een verdere impuls aan de digitale transitie op het gebied van werk, die de kwetsbaarheid voor verstoringen in de toeleveringsketen moet verminderen. De maatregelen om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beter op elkaar af te stemmen en de vaardigheidskloven te dichten, moeten het sterke concurrentievermogen van Zweden helpen te handhaven en aanpassingen in geval van ongunstige economische omstandigheden vergemakkelijken. Voorts wordt ervan uitgegaan dat de nadruk die in het herstel- en veerkrachtplan wordt gelegd op ecologisch duurzame initiatieven, de blootstelling aan niet-duurzame economische activiteiten die verouderd dreigen te raken, zal verminderen. Al met al bevordert het herstel- en veerkrachtplan een structuur van het bedrijfsleven op basis van flexibele en innovatieve economische activiteiten die bevorderlijk zijn voor de veerkracht.

Geen ernstige afbreuk doen

(22)Overeenkomstig artikel 19, lid 3, punt d), van en criterium 2.4 van bijlage V bij Verordening (EU) 2021/241 zal het herstel- en veerkrachtplan naar verwachting waarborgen dat geen enkele erin opgenomen maatregel (score A) voor de uitvoering van hervormingen en investeringsprojecten ernstige afbreuk doet aan milieudoelstellingen in de zin van artikel 17 van Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad 3 (het beginsel “geen ernstige afbreuk doen”).

(23)Overeenkomstig de door de Europese Commissie vastgestelde “Technische richtsnoeren over de toepassing van het beginsel “geen ernstige afbreuk doen aan” in het kader van de verordening betreffende de faciliteit voor herstel en veerkracht” 4 heeft Zweden aangetoond dat geen van de maatregelen in zijn herstel- en veerkrachtplan ernstige afbreuk doet aan enige milieudoelstelling. Er is bijzondere aandacht besteed aan maatregelen waarvan het effect op de milieudoelstellingen een grondig onderzoek rechtvaardigt. Zweden heeft substantiële bewijzen overgelegd en voorziet in risicobeperkende maatregelen te nemen om ernstige afbreuk te vermijden, wat door relevante mijlpalen moet worden gewaarborgd. Dit betreft met name investeringsregelingen voor O&O&I en de uitgebreide steunregelingen in het kader van de initiatieven “Industry Leap” en “Climate leap” ter vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, die betrekking kunnen hebben op onder de EU-regeling voor de handel in emissierechten (ETS) vallende installaties.

Bijdrage aan de groene transitie, met inbegrip van biodiversiteit

(24)In overeenstemming met artikel 19, lid 3, punt e), van en criterium 2.5 van bijlage V bij Verordening (EU) 2021/241 bevat het herstel- en veerkrachtplan maatregelen die in hoge mate (score A) bijdragen tot de groene transitie, met inbegrip van biodiversiteit, of de aanpak van de daaruit voortvloeiende uitdagingen. De maatregelen ter ondersteuning van de klimaatdoelstellingen zijn goed voor 44,4 % van de totale toewijzing van het herstel- en veerkrachtplan, berekend volgens de in bijlage VI bij die verordening beschreven methode. Overeenkomstig artikel 17 van die verordening strookt het herstel- en veerkrachtplan met de informatie in het nationaal energie- en klimaatplan 2021-2030.

(25)De hervormingen en investeringen zullen naar verwachting een aanzienlijke bijdrage leveren aan de doelstellingen inzake decarbonisatie en energietransitie zoals uiteengezet in het Zweedse nationale energie- en klimaatplan, en zo bijdragen tot de klimaatdoelstelling van de Unie voor 2030. Een aantal ambitieuze maatregelen, die zijn gegroepeerd in een specifieke “groene” component van het herstel- en veerkrachtplan, ondersteunen de klimaatdoelstellingen, en sommige van die maatregelen ondersteunen ook andere milieudoelstellingen, waaronder het behoud van de biodiversiteit. De uitvoering van de maatregelen zal naar verwachting een blijvend effect hebben, met name door bij te dragen aan de groene transitie, de verbetering van de biodiversiteit en de bescherming van het milieu.

(26)Het herstel- en veerkrachtplan bevat investeringen in onderzoek en ontwikkeling om emissie-intensieve industriële sectoren koolstofvrij te maken, evenals investeringen in lokale en regionale klimaatprojecten die gericht zijn op het verminderen van broeikasgasemissies en onder andere betrekking hebben op laadinfrastructuur voor elektrische auto’s en duurzame productie van biobrandstoffen. Met het herstel- en veerkrachtplan wordt ook beoogd broeikasgasemissies te verminderen door middel van investeringen om de energieprestatie van meergezinswoningen te verbeteren en de spoorweginfrastructuur verder te moderniseren, terwijl investeringen in de bescherming van waardevolle natuurgebieden, met name bossen, het behoud van biodiversiteit en natuurlijke habitats rechtstreeks ondersteunen. De investeringen worden aangevuld met een pakket van ambitieuze hervormingen ter ondersteuning van de groene transitie, waaronder een verhoging van de energiebelasting, een aanpassing van de berekening van de autobelasting om de koolstofvoetafdruk van auto’s beter weer te geven en een toename van het aandeel hernieuwbare energiebronnen in de door de vervoerssector gebruikte brandstoffen.

(27)De maatregelen in het herstel- en veerkrachtplan dragen bij tot de verwezenlijking van de klimaatdoelstelling van de Unie voor 2050 en aan de doelstelling van Zweden om uiterlijk in 2045 koolstofneutraliteit te bereiken.

Bijdrage aan de digitale transitie

(28)Overeenkomstig artikel 19, lid 3, punt f), van en criterium 2.6 van bijlage V bij Verordening (EU) 2021/241 bevat het herstel- en veerkrachtplan maatregelen die bijdragen (score A) tot de digitale transitie of het aanpakken van de daaruit voortvloeiende uitdagingen. De maatregelen ter ondersteuning van de digitale doelstellingen zijn goed voor 20,5 % van de totale toewijzing van het herstel- en veerkrachtplan, berekend volgens de in bijlage VII bij die verordening beschreven methode.

(29)De maatregelen in het herstel- en veerkrachtplan dragen bij aan het aanpakken van de uitdagingen waarmee Zweden wordt geconfronteerd op het vlak van de digitale transitie. Hoewel Zweden over het geheel genomen al ver staat met de digitale connectiviteit, zijn er connectiviteitslacunes in dunbevolkte gebieden. De steun voor de uitrol van breedband moet de toegang tot hogesnelheidsverbindingen in die gebieden helpen te verbeteren. Om de schaarste aan deskundigen in de ICT-sector ondanks het algemeen hoge niveau van digitale vaardigheden onder de Zweedse bevolking aan te pakken, bevat het herstel- en veerkrachtplan investeringsmaatregelen om het aantal studieplaatsen in het hoger beroepsonderwijs op relevante gebieden te verhogen. Daarnaast bevat het herstel- en veerkrachtplan investeringen om het onderwijs in universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs op te schalen. Een aanzienlijk deel gaat naar programma’s ter verbetering van de digitale vaardigheden.

(30)De maatregelen in het herstel- en veerkrachtplan zullen naar verwachting bijdragen tot de digitale transitie in Zweden door de digitalisering van het openbaar bestuur te ondersteunen. Verwacht wordt dat het herstel- en veerkrachtplan synergieën zal bevorderen in het kader van de aanpak van de groene en digitale transitie door de toepassing van slimme energiesystemen ter verbetering van de energie-efficiëntie van gebouwen te ondersteunen.

Blijvend effect

(31)Overeenkomstig artikel 19, lid 3, punt g), van en criterium 2.7 van bijlage V bij Verordening (EU) 2021/241 zal het herstel- en veerkrachtplan naar verwachting in hoge mate (score A) een blijvend effect sorteren voor Zweden.

(32)De uitvoering van de maatregelen van het herstel- en veerkrachtplan zal naar verwachting structurele veranderingen in de economie met zich brengen door de innovatiecapaciteit, de ecologische duurzaamheid, de digitale vaardigheden en de sociale cohesie te versterken. Het aandeel van milieubelastingen wordt verhoogd, wat bijdraagt tot de verwezenlijking van de klimaatdoelstellingen van Zweden en de groene transformatie van de economie moet versnellen. Dit wordt nog versterkt door het bevorderen van innovatieve technologieën voor fossielvrije oplossingen in energie-intensieve industrieën.

(33)Het herstel- en veerkrachtplan ondersteunt sociale en territoriale cohesie en convergentie, wat naar verwachting ook op de lange termijn een positief effect zal hebben. De breedbandmaatregel is prioritair gericht op gebieden zonder volledige breedbanddekking en bevordert daarmee regionale cohesie met betrekking tot minder dichtbevolkte gebieden in het hele land. Hierdoor zou iedereen kunnen deelnemen aan de opwaartse sociale en economische mobiliteit als gevolg van de digitalisering. Van de investeringen in onderwijs, die vooral gericht zijn op beroepsonderwijs en -opleiding voor personen met specifieke moeilijkheden op de arbeidsmarkt, evenals van programma’s ter verbetering van de kennis van de Zweedse taal bij alle inwoners, wordt een positief langetermijneffect op sociale cohesie en integratie verwacht. Maatregelen die gericht zijn op het stimuleren van innovatie en het tegengaan van de negatieve effecten van demografische trends ondersteunen productiviteitswinsten en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. Ze dragen bij tot een verbetering van de capaciteit om toekomstige groeibevorderende investeringen te ondersteunen.

(34)Het blijvende effect van het herstel- en veerkrachtplan kan ook worden vergroot via synergieën met andere programma’s, waaronder die welke uit de cohesiefondsen worden gefinancierd, met name door territoriale uitdagingen aan te pakken en een evenwichtige ontwikkeling te stimuleren. Flankerende structurele hervormingen om het groeipotentieel te vergroten, ondersteunen de innovatiegrondslag van de Zweedse economie en het aanpakken van macro-economische onevenwichtigheden zal naar verwachting een evenwichtig en duurzaam groeipad tot na de looptijd van het herstel- en veerkrachtplan helpen te waarborgen.

Monitoring en uitvoering

(35)Overeenkomstig artikel 19, lid 3, punt h), van en criterium 2.8 van bijlage V bij Verordening (EU) 2021/241 zijn de in het herstel- en veerkrachtplan voorgestelde regelingen passend (score A) om te zorgen voor een doeltreffende monitoring en uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan, met inbegrip van het beoogde tijdschema en de beoogde mijlpalen en streefdoelen, alsmede de bijbehorende indicatoren.

(36)Het Zweedse ministerie van Financiën is verantwoordelijk voor de algehele uitvoering van het Zweedse herstel- en veerkrachtplan, terwijl de Zweedse nationale financiële autoriteit (ESV) moet toezien op de verwezenlijking van de mijlpalen en streefdoelen. Die zijn voldoende duidelijk en realistisch om ervoor te zorgen dat de voltooiing ervan zal worden getraceerd en geverifieerd, en zijn gebaseerd op relevante, aanvaardbare en robuuste indicatoren. De door de Zweedse autoriteiten beschreven controlemechanismen, gegevensverzamelingsmethoden en verantwoordelijkheden zullen naar verwachting voldoende robuust zijn om de uitbetalingsverzoeken adequaat te rechtvaardigen. De mijlpalen en streefdoelen zijn ook relevant voor reeds voltooide maatregelen die subsidiabel zijn op grond van artikel 17, lid 2, van Verordening (EU) 2021/241. Om een betalingsverzoek te kunnen rechtvaardigen, moeten deze mijlpalen en streefdoelen in de loop van de tijd op bevredigende wijze worden bereikt.

(37)Overeenkomstig artikel 34 van Verordening (EU) 2021/241 moeten de lidstaten ervoor zorgen dat wordt meegedeeld en erkend dat er sprake is van financiële steun in het kader van de faciliteit. In het kader van het bij Verordening (EU) 2021/240 van het Europees Parlement en de Raad 5 ingestelde instrument voor technische ondersteuning kan om technische ondersteuning worden verzocht om de lidstaten bij te staan bij de uitvoering van hun herstel- en veerkrachtplan.

Kostenberekening

(38)Overeenkomstig artikel 19, lid 3, punt i), van en criterium 2.9 van bijlage V bij Verordening (EU) 2021/241 is de in het herstel- en veerkrachtplan verstrekte motivering voor het bedrag van de geraamde totale kosten van het herstel- en veerkrachtplan in redelijke mate (score B) redelijk en aannemelijk, strookt het met het kostenefficiëntiebeginsel en staan de kosten in verhouding tot de verwachte nationale economische en sociale gevolgen.

(39)Zweden heeft doorgaans gedetailleerde uitsplitsingen verstrekt van individuele kostenramingen voor in het herstel- en veerkrachtplan opgenomen investeringen en hervormingen met bijbehorende kosten. De motivering van de kosten is in de eerste plaats gebaseerd op vergelijkingen met eerdere of parallelle projecten van dezelfde aard als de voorgestelde maatregelen. Voor maatregelen waarvan de kosten mogelijk niet vooraf in detail worden bepaald, zoals vraaggestuurde regelingen met oproepen voor het indienen van voorstellen, heeft Zweden bewijsmateriaal verstrekt om aan te tonen dat het totale te besteden bedrag niet onevenredig is aan de financieringsbehoeften van de beoogde sectoren. Uit de kostenevaluatie blijkt dat de meeste kosten in het herstel- en veerkrachtplan redelijk en aannemelijk zijn. Doordat voor sommige maatregelen het verband tussen de motivering en de kosten zelf niet helemaal duidelijk is, is een A-rating voor dit criterium evenwel uitgesloten. Tot slot zijn de geraamde totale kosten van het herstel- en veerkrachtplan in overeenstemming met het kostenefficiëntiebeginsel, en staan ze in verhouding tot de verwachte nationale economische en sociale gevolgen.

Bescherming van de financiële belangen van de Unie

(40)Overeenkomstig artikel 19, lid 3, punt j), van Verordening (EU) 2021/241 en criterium 2.10 van bijlage V bij die verordening zijn de in het herstel- en veerkrachtplan voorgestelde regelingen en de in dit besluit vermelde aanvullende maatregelen passend (score A) om corruptie, fraude en belangenconflicten bij het gebruik van de financiële middelen die op grond van deze verordening zijn verstrekt, te voorkomen, op te sporen en recht te zetten, en wordt verwacht dat de regelingen daadwerkelijk dubbele financiering in het kader van de verordening en andere Unieprogramma’s zullen voorkomen. Dit laat de toepassing onverlet van andere instrumenten om de naleving van het Unierecht te bevorderen en te handhaven, onder meer voor het voorkomen, opsporen en verhelpen van corruptie, fraude en belangenconflicten, en het beschermen van de begroting van de Unie overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2020/2092 van het Europees Parlement en de Raad 6 .

(41)Het herstel- en veerkrachtplan gaat vergezeld van uitvoeringsmaatregelen, waaronder omvattende vrijwaringsmaatregelen op het gebied van audit en controle, op voorwaarde dat de specifieke aanvullende mijlpalen op dit gebied volledig worden uitgevoerd. Het ministerie van Financiën draagt de algemene verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan en is voor operationele en administratieve aspecten van het plan rekenschap verschuldigd aan alle entiteiten uit de publieke sector. Het ministerie van Financiën is ook verantwoordelijk voor het afhandelen en verstrekken van een centraal antwoord op verzoeken om inlichtingen en toegang tot gegevens over eindbegunstigden. Het verzamelen en opslaan van die gegevens gebeurt door de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan. Om te zorgen voor samenhang in de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan is de overkoepelende auditautoriteit de Zweedse nationale financiële autoriteit (ESV), die het ministerie van Financiën bijstaat bij zijn algemene coördinatietaken. De nationale rekenkamer (NAO) levert ook een bijdrage via terugkerende audits van de efficiëntie, effectiviteit en betrouwbaarheid van de boekhouding, en handelt bij de uitoefening van haar door het Parlement verleende mandaat onafhankelijk van de regering.

(42)De procedures en de structuur van het in het Zweedse herstel- en veerkrachtplan beschreven internecontrolesysteem zijn robuust. De rollen en verantwoordelijkheden zijn duidelijk gedefinieerd en de relevante controlefuncties zijn op passende wijze gescheiden. Er moeten mijlpalen worden vastgesteld die vereisen dat wetswijzigingen in werking treden tot vaststelling van de wettelijke mandaten voor de instanties die zijn betrokken bij de coördinatie, monitoring, controle en audit van de tenuitvoerlegging van het Zweedse herstel- en veerkrachtplan, en met name van de mandaten voor alle overheidsentiteiten die betrokken zijn bij de operationele aspecten van de tenuitvoerlegging van het herstel- en veerkrachtplan, de aanwijzing van de auditautoriteit en de instantie die verantwoordelijk is voor het ontwikkelen van een auditstrategie voor de tenuitvoerlegging van het herstel- en veerkrachtplan. Die mijlpalen moeten ervoor zorgen dat het systeem ten minste de volgende functies omvat: a) het verzamelen van gegevens en het monitoren van de verwezenlijking van mijlpalen en streefdoelen en b) het verzamelen en opslaan van en het zorgen voor toegang tot de op grond van artikel 22, lid 2, punt d), i) tot en met iii), van Verordening (EU) 2021/241 vereiste gegevens.

Coherentie van het herstel- en veerkrachtplan

(43)Overeenkomstig artikel 19, lid 3, punt k), van en criterium 2.11 van bijlage V bij Verordening (EU) 2021/241 bevat het herstel- en veerkrachtplan in hoge mate (score A) maatregelen voor de uitvoering van hervormingen en publieke investeringsprojecten die coherente acties vormen.

(44)Het herstel- en veerkrachtplan wordt gekenmerkt door een samenhangende visie op het gebruik van het herstel als hefboom om de groene en digitale transitie te versnellen en sociale cohesie te bevorderen, en geeft blijk van samenhang tussen de componenten en de individuele maatregelen. De hervormingen en investeringen in elke component zijn consistent en versterken elkaar, en er is sprake van synergieën en complementariteit tussen de componenten. Zo zal de hervorming ter bevordering van beroepsopleiding in de gezondheidszorg en de sociale zorg, in combinatie met Zweedse taalcursussen, naar verwachting de uitdagingen voor kansarme groepen op de arbeidsmarkt aanpakken. Tegelijkertijd moet deze hervorming bijdragen tot hoogwaardige zorgdiensten, als aanvulling op het specifieke initiatief voor de ouderenzorg en de maatregel om het beroep van verpleegkundige te reglementeren.

Gelijkheid

(45)Het herstel- en veerkrachtplan bevat maatregelen die Zweden in verschillende mate moeten helpen zijn uitdagingen aan te pakken op het gebied van gendergelijkheid en gelijke kansen voor iedereen, met name onderwijs en opleiding, en die onder meer gericht zijn op jongeren, mensen met een migratieachtergrond en mensen met een beperking. Het herstel- en veerkrachtplan is een afspiegeling van de algemene beleidsdoelstelling van de regering inzake gendergelijkheid om vrouwen en mannen dezelfde mogelijkheden te geven om de maatschappij en het eigen leven vorm te geven. Verwacht wordt dat het herstel- en veerkrachtplan een belangrijk instrument zal zijn om gendergelijkheid en genderbudgettering te bevorderen.

Zelfbeoordeling van de beveiliging

(46)Er is geen zelfbeoordeling van de beveiliging verstrekt omdat Zweden dit niet passend achtte overeenkomstig artikel 18, lid 4, punt g), van Verordening (EU) 2021/241.

Raadplegingsproces

(47)In de voorbereidende fasen van het Zweedse herstel- en veerkrachtplan is veel overleg gepleegd met de sociale partners en bedrijfsorganisaties, onder meer in het kader van de nationale coördinatie van het Europees Semester op het niveau van de diensten. Er is een bijeenkomst gehouden met vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld. Relevante belanghebbenden zoals belangengroepen, bedrijven en vertegenwoordigers van gemeenten en regio’s, hebben voorstellen ingediend. Hervormingen of maatregelen in het herstel- en veerkrachtplan die een verandering in bestaande wetgeving inhouden, werden of zullen naar verwachting worden voorafgegaan door met name de indiending van voorstellen bij de desbetreffende autoriteiten, gemeenten, verenigingen en personen.

(48)In voorkomend geval moeten de betrokken belanghebbenden verder worden betrokken bij de uitvoering van de betrokken maatregelen, zodat de autoriteiten voortdurend in contact staan met burgers, bedrijven, gemeenten en regio’s. Om te zorgen voor draagvlak bij de desbetreffende actoren is het van cruciaal belang dat alle betrokken lokale autoriteiten en belanghebbenden, waaronder de sociale partners, bij de uitvoering van de in het herstel- en veerkrachtplan opgenomen investeringen en hervormingen worden betrokken.

Positieve beoordeling

(49)Nu de Commissie het Zweedse herstel- en veerkrachtplan positief heeft beoordeeld en concludeert dat het plan op bevredigende wijze voldoet aan de beoordelingscriteria van Verordening (EU) 2021/241, moeten in dit besluit, overeenkomstig artikel 20, lid 2 van en bijlage V bij die verordening, de voor de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan noodzakelijke hervormingen en investeringsprojecten worden vastgelegd, alsmede de relevante mijlpalen, streefdoelen en indicatoren, en het bedrag dat door de Unie ter beschikking wordt gesteld voor de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan in de vorm van niet-terugbetaalbare financiële steun.

Financiële bijdrage

(50)De geraamde totale kosten van het herstel- en veerkrachtplan van Zweden bedragen 33 304 030 000 SEK, wat overeenkomt met 3 289 286 914 op basis van de EUR/SEK-referentiekoers van de ECB van 28 mei 2021. Aangezien het herstel- en veerkrachtplan op bevredigende wijze voldoet aan de beoordelingscriteria van Verordening (EU) 2021/241 en aangezien voorts het bedrag van de geraamde totale kosten van het herstel- en veerkrachtplan hoger is dan de maximale financiële bijdrage die voor Zweden beschikbaar is, moet de aan het herstel- en veerkrachtplan van Zweden toegewezen financiële bijdrage gelijk zijn aan het totale bedrag van de financiële bijdrage die beschikbaar is voor Zweden.

(51)Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2021/241 moet de berekening van de maximale financiële bijdrage voor Zweden uiterlijk 30 juni 2022 worden bijgewerkt. Overeenkomstig artikel 23, lid 1, van die verordening moet nu een bedrag voor Zweden dat de in artikel 11, lid 1, punt a), van die verordening bedoelde maximale financiële bijdrage niet overschrijdt, ter beschikking worden gesteld voor een juridische verbintenis op uiterlijk 31 december 2022. Indien noodzakelijk moet de Raad na de bijwerking van de maximale financiële bijdrage op voorstel van de Commissie dit besluit wijzigen om er onverwijld de bijgewerkte maximale financiële bijdrage, berekend overeenkomstig artikel 11, lid 2, van die verordening, in op te nemen.

(52)De te verlenen steun moet worden gefinancierd uit de middelen die de Commissie op grond van artikel 5 van Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 van de Raad 7 namens de Unie heeft opgenomen. De steun moet in termijnen worden uitbetaald zodra Zweden de in verband met de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan vastgestelde mijlpalen en streefdoelen op bevredigende wijze heeft verwezenlijkt.

(53)Dit besluit moet de uitkomst onverlet laten van eventuele procedures met betrekking tot de toekenning van middelen van de Unie in het kader van andere programma’s van de Unie dan de faciliteit of van eventuele procedures met betrekking tot verstoringen van de werking van de interne markt, met name uit hoofde van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag. Het doet geen afbreuk aan het vereiste dat de lidstaten, uit hoofde van artikel 108 van het Verdrag, de Commissie op de hoogte brengen van voorgenomen steunmaatregelen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1 
Goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan

De beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan van Zweden op basis van de criteria van artikel 19, lid 3, van Verordening (EU) 2021/241 wordt goedgekeurd. De hervormingen en investeringsprojecten in het kader van het herstel- en veerkrachtplan, de regelingen en het tijdschema voor de monitoring en uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan, met inbegrip van de desbetreffende mijlpalen en streefdoelen, de relevante indicatoren voor het bereiken van de beoogde mijlpalen en streefdoelen en de regelingen voor volledige toegang door de Commissie tot de relevante onderliggende gegevens zijn vastgelegd in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2 
Financiële bijdrage

1.De Unie stelt aan Zweden een financiële bijdrage ter beschikking in de vorm van niet-terugbetaalbare steun ten bedrage van 3 288 516 389 EUR 8 . Een bedrag van 2 910 807 980 EUR wordt beschikbaar gesteld om uiterlijk 31 december 2022 in een juridische verbintenis te worden vastgelegd. Indien de in artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2021/241 bedoelde bijwerking voor Zweden een bijgewerkte maximale financiële bijdrage oplevert die gelijk is aan of hoger is dan 3 288 516 389 EUR, wordt een verder bedrag van 377 708 409 EUR ter beschikking gesteld om van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 in een juridische verbintenis te worden vastgelegd. Indien de in artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2021/241 bedoelde bijwerking voor Zweden een bijgewerkte maximale financiële bijdrage oplevert die lager is dan 3 288 516 389 EUR, wordt het verschil tussen de bijgewerkte maximale financiële bijdrage en het bedrag van 2 910 807 980 EUR ter beschikking gesteld om overeenkomstig de procedure van artikel 20, lid 8, van Verordening (EU) 2021/241 in een juridische verbintenis te worden vastgelegd voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023.

2.De financiële bijdrage van de Unie wordt door de Commissie aan Zweden in termijnen beschikbaar gesteld in overeenstemming met de bijlage. De termijnen mogen door de Commissie worden uitbetaald in een of meerdere tranches. De omvang van de tranches is afhankelijk van de beschikbaarheid van de middelen.

3.De vrijgave van de tranches in overeenstemming met de financieringsovereenkomst is afhankelijk van de beschikbare middelen en van een besluit van de Commissie overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EU) 2021/241 dat Zweden de in verband met de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan vastgestelde mijlpalen en streefdoelen op bevredigende wijze heeft verwezenlijkt. Om in aanmerking te komen voor betaling, onder voorbehoud van de inwerkingtreding van de in lid 1 bedoelde juridische verbintenissen, moet Zweden de mijlpalen en streefdoelen uiterlijk op 31 augustus 2026 halen.

Artikel 3 
Geadresseerde

Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk Zweden.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    PB L 57 van 18.2.2021, blz. 17.
(2)    Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25).
(3)    Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088 (PB L 198 van 22.6.2020, blz. 13).
(4)    PB C 58 van 18.2.2021, blz. 1.
(5)    Verordening (EU) 2021/240 van het Europees Parlement en de Raad van 10 februari 2021 tot vaststelling van een instrument voor technische ondersteuning (PB L 57 van 18.2.2021, blz. 1).
(6)    Verordening (EU, Euratom) 2020/2092 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting (PB L 433I van 22.12.2020, blz. 1).
(7)    PB L 424 van 15.12.2020, blz. 1.
(8)    Dit bedrag komt overeen met de financiële toewijzing na aftrek van het proportionele aandeel van Zweden in de uitgaven van artikel 6, lid 2, van Verordening (EU) 2021/241, berekend volgens de in artikel 11 van die verordening beschreven methode.

Brussel, 29.3.2022

COM(2022) 152 final

BIJLAGE

bij het

Voorstel voor een Uitvoeringsbesluit van de Raad

betreffende de goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan voor Zweden

{SWD(2022) 102 final}


BIJLAGE

DEEL 1: HERVORMINGEN EN INVESTERINGEN IN HET KADER VAN HET HERSTEL- EN VEERKRACHTPLAN

1.Beschrijving van hervormingen en investeringen

A. COMPONENT 1: Groen herstel

Dit onderdeel van het Zweedse plan voor herstel en veerkracht is erop gericht uitdagingen aan te gaan met betrekking tot de doelstelling van Zweden om tegen 2045 koolstofneutraliteit te bereiken. De maatregelen in de component zullen naar verwachting leiden tot meer lokale en regionale maatregelen ter vermindering van de emissies van het wegvervoer en andere bronnen van koolstofdioxide en andere gassen die van invloed zijn op het klimaat; meer investeringen in de transitie van de industrie naar een netto-nuluitstoot van broeikasgassen; meer investeringen in energie-efficiëntie in woningen; en het behoud van de biodiversiteit door de bescherming van waardevolle natuur.

Ten eerste is de component erop gericht de overgang van de vervoerssector naar fossielvrij te maken door meer te investeren in duurzame vervoersoplossingen, zoals spoorwegen en oplaadstations voor elektriciteit en biogas, aangevuld met een pakket hervormingen om het gebruik van vervuilende auto’s te ontmoedigen. De hervormingen maken deel uit van een groene belastinghervorming om de belastingdruk te verschuiven van arbeid naar het milieu.

Ten tweede is de component gericht op het verminderen van de hoeveelheid procesgerelateerde emissies, die relatief duur zijn om te verminderen omdat de technologie momenteel niet op de markt beschikbaar is. Er is behoefte aan meer onderzoek, innovatie, demonstratie en uitvoering op grotere schaal. De component pakt deze uitdaging aan door meer middelen beschikbaar te stellen voor de „Industry Leap”, een investeringsregeling om de industrie koolstofvrij te maken.

Ten derde beoogt de component de energie-efficiëntie van de woningsector in Zweden te verbeteren. De sector uitstoot jaarlijks 11 miljoen ton kooldioxide, voornamelijk uit elektriciteit en ruimteverwarming in woningen.

Tot slot beoogt de component ook bij te dragen tot de biodiversiteit door formeel beschermde gebieden in te stellen in de vorm van natuurreservaten in waardevolle natuurlijke habitats.

De component zal naar verwachting bijdragen tot de landspecifieke aanbevelingen die tot Zweden zijn gericht, met name „het handhaven van investeringen in duurzaam vervoer om de verschillende vervoerswijzen, met name spoorwegen, te moderniseren” (landspecifieke aanbevelingen 2, 2019) en „de investeringen toespitsen op de groene [...] transitie, met name op schone en efficiënte productie en gebruik van energie, hightech en innovatieve sectoren, [...] en duurzaam vervoer” (landspecifieke aanbevelingen 2, 2020) en „onderzoek en innovatie” (landspecifieke aanbevelingen 2, 2019).

Verwacht wordt dat geen enkele maatregel in dit onderdeel aanzienlijke schade toebrengt aan milieudoelstellingen in de zin van artikel 17 van Verordening (EU) 2020/852, rekening houdend met de beschrijving van de maatregelen en de risicobeperkende stappen die zijn opgenomen in het plan voor herstel en veerkracht overeenkomstig de technische richtsnoeren „Do no significant harm” (2021/C58/01).

A.1.    Beschrijving van de hervormingen en investeringen voor niet-terugbetaalbare financiële steun

Investering 1: Lokale en regionale klimaatinvesteringen

De maatregel is een investeringsregeling met de naam „Climate Leap”, waarmee lokale en regionale activiteiten worden gefinancierd om de uitstoot van kooldioxide en andere gassen die van invloed zijn op het klimaat te verminderen. De begunstigden zijn zowel particuliere als publieke entiteiten, met name gemeenten, organisaties en ondernemingen, met uitzondering van particulieren. De verwachte effecten zijn ook de verspreiding van nieuwe technologieën, de marktintroductie, betere gezondheid en werkgelegenheid, alsook een positief effect op andere milieudoelstellingen.

De maatregel versterkt een bestaande regeling financieel. Ondersteunde acties omvatten concrete klimaatactie op gebieden als vervoer, industrie, landbouw en energie. Deze variëren van biogas en infrastructuur zoals fietspaden of oplaadpunten voor elektrische voertuigen tot de vervanging van olie door stadsverwarming.

Er is geen vooraf vastgestelde enveloppe voor de verschillende soorten projecten. In plaats daarvan voorziet de klimaatlap in financiering voor de investering met de grootst mogelijke broeikasgasemissiereductie per geïnvesteerde SEK. Bij de selectie van projecten worden verschillende criteria in acht genomen. Voor projecten voor de omzetting naar bio-energie voor verwarming in de industrie en de landbouw is het doel van de maatregel de vermindering van de broeikasgasemissies met ten minste 80 % door het gebruik van biomassa op basis van de berekeningsmethode voor broeikasgasreducties en het relatieve fossiele equivalent als vastgesteld in bijlage VI bij Richtlijn (EU) 2018/2001. Voor projecten voor de productie van biogas is het doel van de maatregel de vermindering van de broeikasgasemissies van de installatie met ten minste 65 % door daartoe gebruik te maken van biomassa op basis van de berekeningsmethode voor broeikasgasreducties en het fossiel equivalent zoals vastgesteld in bijlage V bij Richtlijn (EU) 2018/2001. Voor vervoersprojecten (benzinestations) moet de doelstelling van de maatregel in overeenstemming zijn met Richtlijn (EU) 2018/2001. Voor projecten op het gebied van afval (recycling van kunststoffen) is het doel van de maatregel om ten minste 50 %, gemeten in gewicht, van het verwerkte en gescheiden ingezamelde ongevaarlijke afval om te zetten in secundaire grondstoffen. Voor projecten op het gebied van energie-efficiëntie is het doel van de maatregel een gemiddelde vermindering van de directe en indirecte broeikasgasemissies met ten minste 30 % ten opzichte van de vooraf berekende emissies. Voor projecten met betrekking tot oplaadpunten voor elektrische auto’s en infrastructuur moet de doelstelling van de maatregel in overeenstemming zijn met Richtlijn (EU) 2018/2001.

Verwacht wordt dat deze maatregel geen ernstige afbreuk doet aan milieudoelstellingen in de zin van artikel 17 van Verordening (EU) 2020/852, rekening houdend met de beschrijving van de maatregelen en de risicobeperkende stappen die zijn opgenomen in het herstel- en veerkrachtplan overeenkomstig de technische richtsnoeren over het DNSH-beginsel (2021/C58/01). Biobrandstoffen moeten met name voldoen aan de duurzaamheidscriteria en de criteria inzake broeikasgasemissiereductie die zijn vastgesteld in de artikelen 29, 30 en 31 van Richtlijn (EU) 2018/2001 inzake hernieuwbare energie (REDII) en aan de regels inzake biobrandstoffen op basis van levensmiddelen en diervoeders die zijn vastgesteld in artikel 26 van die richtlijn, en de bijbehorende uitvoeringshandelingen en gedelegeerde handelingen die overeenkomstig die richtlijn zijn vastgesteld. De maatregel moet ook voldoen aan de luchtkwaliteitsnormen van Richtlijn 2008/50/EG. Activiteiten in het kader van het emissiehandelssysteem komen niet in aanmerking voor financiering, met uitzondering van afvalwarmte die wordt gebruikt voor stadsverwarming. Voor dergelijke financiering voor afvalwarmte moeten de geraamde broeikasgasemissies lager zijn dan de in Uitvoeringsverordening (EU) 2021/447 van de Commissie vastgestelde warmtebenchmark 1 . In hun geheel worden de volgende activiteiten verder van financiering uitgesloten: i) activiteiten en activa in verband met fossiele brandstoffen, met inbegrip van downstreamgebruik 2 ; ii) activiteiten en activa in verband met stortplaatsen, verbrandingsinstallaties 3 en installaties voor mechanische biologische behandeling 4 ; en iii) activiteiten en activa waarbij de langdurige verwijdering van afval schade kan toebrengen aan het milieu. en

De uitvoering van de investering moet uiterlijk op 31 december 2025 zijn voltooid.

Investering 2: Klimaatinvesteringen in de industriële sector (industrielabel)

De maatregel is een investeringsregeling genaamd Industry Leap. Het doel van deze investering is het verstrekken van financiële steun in de vorm van subsidies voor investeringen, onderzoek, haalbaarheidsstudies, proefprojecten en demonstratieprojecten om de industrie te helpen bij de overgang naar broeikasgasneutraliteit. Het financiert projecten die nieuwe technologie ontwikkelen, demonstreren en toepassen met nul-, lage of negatieve emissies van broeikasgassen in industrieën met hoge procesemissies.

De maatregel versterkt een bestaande regeling. Het breidt de steun uit tot industriële projecten die een aanzienlijke bijdrage leveren aan de verwezenlijking van klimaatdoelstellingen, zoals de productie van biobrandstoffen, raffinaderijen van gerecycleerde kunststof, waterstofproductie, recyclinginstallaties en batterijproductie. Steun uit de regeling kan worden gebruikt voor uitgaven in verband met maatregelen die bijdragen tot permanente negatieve broeikasgasemissies, met inbegrip van onderzoek, ontwikkeling, tests, demonstratie en investeringen. Van de totale begrotingsmiddelen wordt ten minste 85 % van de middelen besteed aan onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten die gericht zijn op de koolstofarme economie en niet meer dan 15 % aan onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten die gericht zijn op de circulaire economie.

Er wordt steun verleend aan acties die aan ten minste een van de volgende criteria voldoen: (1) bijdragen tot de vermindering van industriële broeikasgasemissies die direct of indirect verband houden met industriële processen, (2) bijdragen tot negatieve emissies door het afvangen, vervoeren en geologisch opslaan van broeikasgassen van biogene oorsprong of broeikasgassen die uit de atmosfeer zijn gehaald, of (3) door de toepassing van nieuwe technologieën of andere innovatieve oplossingen in de industrie, aanzienlijk bijdragen tot de verwezenlijking van de Zweedse nationale milieudoelstelling „Vermindering van de klimaateffecten”.

Verwacht wordt dat deze maatregel geen ernstige afbreuk doet aan milieudoelstellingen in de zin van artikel 17 van Verordening (EU) 2020/852, rekening houdend met de beschrijving van de maatregelen en de risicobeperkende stappen die zijn opgenomen in het herstel- en veerkrachtplan overeenkomstig de technische richtsnoeren over het DNSH-beginsel (2021/C58/01). Biobrandstoffen moeten met name voldoen aan de duurzaamheidscriteria en de criteria inzake broeikasgasemissiereductie die zijn vastgesteld in de artikelen 29, 30 en 31 van Richtlijn (EU) 2018/2001 inzake hernieuwbare energie (REDII) en aan de regels inzake biobrandstoffen op basis van levensmiddelen en diervoeders die zijn vastgesteld in artikel 26 van die richtlijn, en de bijbehorende uitvoeringshandelingen en gedelegeerde handelingen die overeenkomstig die richtlijn zijn vastgesteld. De maatregel moet ook voldoen aan de luchtkwaliteitsnormen van Richtlijn 2008/50/EG. Voor activiteiten in het kader van de regeling voor de handel in emissierechten moeten de geraamde broeikasgasemissies lager zijn dan de relevante benchmarks voor kosteloze toewijzing 5 . In hun geheel worden de volgende activiteiten verder van financiering uitgesloten: i) activiteiten en activa in verband met fossiele brandstoffen, met inbegrip van downstreamgebruik 6 ; ii) activiteiten en activa in verband met stortplaatsen, verbrandingsinstallaties 7 en installaties voor mechanische biologische behandeling 8 ; en iii)) activiteiten en activa waarbij de langdurige verwijdering van afval schade kan toebrengen aan het milieu. en

De volgende acties in het kader van deze investering worden geacht in overeenstemming te zijn met de technische richtsnoeren „geen significante schade berokkenen” (2021/C58/01): Acties in het kader van deze investering die gericht zijn op het aanzienlijk vergroten van de ecologische duurzaamheid van bedrijven (zoals decarbonisatie, vermindering van de vervuiling en de circulaire economie), indien de O -D — I-acties in het kader van deze investering in de eerste plaats gericht zijn op de ontwikkeling of aanpassing van alternatieven met de laagst mogelijke milieueffecten in de sector.

De hervorming moet uiterlijk op 31 december 2025 zijn uitgevoerd.

Investering 3: Energie-efficiëntie in meergezinswoningen

Deze publieke steunregeling, die wordt ingesteld bij een voorgestelde verordening inzake energie-efficiëntie in meergezinswoningen, heeft tot doel eigenaars van gebouwen te stimuleren om meergezinswoningen te renoveren, wat doorgaans niet rendabel is. De steunregeling verleent steun voor investeringen waarmee de vraag naar primaire energie op het niveau van het gebouw met ten minste 20 % wordt verminderd. Het is ook gericht op het creëren van stimulansen voor eigenaren van onroerend goed om slimme energiesystemen op te nemen in het kader van de renovatie-inspanningen.

De uitvoering van de investering moet uiterlijk op 31 december 2025 zijn voltooid.

Investering 4: Versterkte steun voor het spoor

Deze maatregel moet de spoorwegen in Zweden moderniseren om meer personen en ondernemingen in staat te stellen gebruik te maken van de spoorwegen als vervoersmiddel. De upgrades moeten ook de spoorwegcapaciteit verbeteren. De modernisering heeft betrekking op de spoorwegen tussen Gävle-Åänge (wisselspoor en rangeerverkeer), Västeraspby-Långsele (wisselspoor en rangeerverkeer), de herbouw van de brug in Vänersborg en investeringen in automatische spoorwegovergangen („Alex”).

De investering wordt uiterlijk op 31 maart 2026 uitgevoerd.

Investering 5: Bescherming van waardevolle natuur

Deze maatregel heeft tot doel de biodiversiteit in gebieden met hoge natuurwaarden te beschermen door formeel beschermde natuurgebieden in te stellen. Volgens de Zweedse milieuwet kan een land of watergebied door een districtsbestuur als natuurreservaat worden aangemerkt met het oog op het behoud van de biologische diversiteit, de bescherming en het behoud van waardevolle natuurlijke omgevingen of het voorzien in de behoefte aan gebieden voor recreatie in de openlucht. Elk gebied dat nodig is voor de bescherming, het herstel of de totstandbrenging van waardevolle natuurlijke omgevingen of habitats voor soorten die in stand moeten worden gehouden, kan ook als natuurreservaat worden aangewezen. De maatregel bestaat in het vergoeden van particuliere grondeigenaren voor de aankoop van grond of de compensatie voor beperkingen als gevolg van de formele bescherming. In het besluit tot oprichting van een natuurreservaat worden de beperkingen van het recht van gebruik van grond en watergebieden gespecificeerd die nodig zijn om het doel van het natuurreservaat te bereiken.

De investering wordt uiterlijk op 31 december 2023 uitgevoerd.

Hervorming 1: Aanpassingen van de reductieverplichting

Deze hervorming verplicht brandstofleveranciers ertoe duurzame biobrandstoffen in benzine, diesel en reactiemotorbrandstof te mengen. Het zal naar verwachting bijdragen aan de klimaatdoelstelling van Zweden om tegen 2045 koolstofneutraal te worden, aangezien het hernieuwbare brandstoffen voor de bestaande voorraad conventionele voertuigen en vliegtuigen bevordert. De reductieverplichting voor reactiemotorbrandstof is op 1 juli 2021 ingevoerd en vereist dat leveranciers de emissies van reactiemotorbrandstof geleidelijk verlagen, van 0,8 % in 2021 tot 27 % in 2030. Met ingang van 1 augustus 2021 zijn de reductiequota voor benzine en diesel verhoogd. De quota worden geleidelijk verhoogd van 6 % in 2021 tot 28 % in 2030 voor benzine en van 26 % in 2021 tot 66 % in 2030 voor diesel. Biobrandstoffen die worden gebruikt om aan de verplichting te voldoen, moeten voldoen aan de duurzaamheidscriteria en criteria inzake broeikasgasemissiereductie die zijn vastgesteld in de artikelen 29, 30 en 31 van Richtlijn (EU) 2018/2001 inzake hernieuwbare energie (REDII) en aan de regels inzake biobrandstoffen op basis van levensmiddelen en diervoeders die zijn vastgesteld in artikel 26 van die richtlijn en de daarmee verband houdende uitvoeringshandelingen en gedelegeerde handelingen die overeenkomstig die richtlijn zijn vastgesteld.

De uitvoering van de hervorming moet uiterlijk op 30 september 2021 zijn voltooid.

Hervorming 2: Afschaffing van de verlaging van de energiebelasting op brandstof in bepaalde sectoren

Met deze maatregel wordt de bestaande verlaging van de energiebelasting op brandstoffen die worden verbruikt voor verwarming of de werking van stationaire motoren geleidelijk afgeschaft. Het zal naar verwachting bijdragen aan de klimaatdoelstelling van Zweden om tegen 2045 koolstofneutraal te worden. De sectoren die onder deze maatregel vallen, zijn de be- en verwerkende industrie en professionele landbouw-, bosbouw- en aquacultuuractiviteiten.

De uitvoering van de hervorming wordt geleidelijk voltooid, te beginnen met een vermindering van het belastingvoordeel met 50 % tegen 30 september 2021 en tot een volledige afschaffing van de belastingvermindering uiterlijk op 31 maart 2022.

Hervorming 3: Aangepaste belastingvoordelen voor auto’s van de zaak

Deze maatregel past, door de belastingtarieven voor bedrijfswagens aan te passen, de relatieve kosten aan om de kosten van het eigenaarschap van particuliere auto’s beter weer te geven. In veel gevallen zal de hervorming naar verwachting leiden tot een verhoging van de belastbare waarde van het voordeel, waardoor de kosten voor het hebben van een bedrijfsauto stijgen. De hervorming heeft tot doel het belastingstelsel neutraal te maken tussen de voordelen van auto’s en het loon in geld. Indirect wordt met de hervorming ook de door de Zweedse autoriteiten gesignaleerde uitdaging aangepakt, namelijk dat het Zweedse belastingstelsel auto’s met fossiele brandstoffen beloont ten opzichte van andere goederen en diensten.

De uitvoering van de hervorming moet uiterlijk op 30 september 2021 zijn voltooid.

A.2.    Mijlpalen, streefdoelen, indicatoren en tijdschema voor de monitoring en uitvoering voor niet-terugbetaalbare financiële steun

Zie onderstaande tabel. De uitgangswaarde voor alle indicatoren is 1 februari 2020, tenzij anders aangegeven in de beschrijving van de actie. De bedragen in de tabel omvatten geen btw.

Nummer

Maatregel

Mijlpaal / Streefdoel

Benaming

Kwalitatieve indicatoren (voor mijlpalen)

Kwantitatieve indicatoren (voor streefdoelen)

Tijd

Beschrijving van elke mijlpaal / elk streefdoel

Eenheid

Basisscenario

Doel

Q

Jaar

1

Lokale en regionale klimaatinvesteringen

Streefwaarde

T1: Gunning van projecten ter vermindering van de kooldioxide-uitstoot met naar verwachting 300 000 ton

Nieuwe CO2- of CO2-equivalente emissiereducties

0

300 000

Q4

2021

Het Agentschap voor milieubescherming kent projecten toe die in overeenstemming zijn met de criteria in de beschrijving van de maatregel en die de kooldioxide-emissies in totaal met nog eens 300 000 ton per jaar verminderen over een verwachte periode van 16 jaar.

2

Lokale en regionale klimaatinvesteringen

Streefwaarde

T2: Gunning van projecten ter vermindering van de kooldioxide-uitstoot met naar verwachting 240 000 ton

Nieuwe CO2- of CO2-equivalente emissiereducties

300 000

540 000

Q4

2022

Het Agentschap voor milieubescherming kent projecten toe die in overeenstemming zijn met de criteria in de beschrijving van de maatregel en die de kooldioxide-emissies in totaal met nog eens 240 000 ton per jaar verminderen over een verwachte periode van 16 jaar.

3

Lokale en regionale klimaatinvesteringen

Streefwaarde

T3: Gunning van projecten ter vermindering van de kooldioxide-uitstoot met naar verwachting 140 500 ton

Nieuwe CO2- of CO2-equivalente emissiereducties

540 000

680 500

Q4

2023

Het Agentschap voor milieubescherming kent projecten toe die in overeenstemming zijn met de criteria in de beschrijving van de maatregel en die de kooldioxide-emissies in totaal met nog eens 140 500 ton per jaar verminderen over een verwachte periode van 16 jaar.

4

Lokale en regionale klimaatinvesteringen

Streefwaarde

T4: Gunning van projecten ter vermindering van de kooldioxide-uitstoot met naar verwachting 89 500 ton

Nieuwe CO2- of CO2-equivalente emissiereducties

680 500

770 000

Q4

2024

Het Agentschap voor milieubescherming kent projecten toe die in overeenstemming zijn met de criteria in de beschrijving van de maatregel en die de kooldioxide-emissies in totaal met nog eens 89 500 ton per jaar verminderen over een verwachte periode van 16 jaar.

5

Lokale en regionale klimaatinvesteringen

Streefwaarde

T5: Gunning van projecten ter vermindering van de kooldioxide-uitstoot met naar verwachting 15 000 ton

Nieuwe CO2- of CO2-equivalente emissiereducties

770 000

785 000

Q4

2025

Het Agentschap voor milieubescherming kent projecten toe die in overeenstemming zijn met de criteria in de beschrijving van de maatregel en die de kooldioxide-emissies in totaal met nog eens 15 000 ton per jaar verminderen over een verwachte periode van 16 jaar.

6

Klimaatinvesteringen in de industriële sector

Streefwaarde

Toekenning van projecten die kunnen bijdragen tot de vermindering van de kooldioxide-emissie

Aantal toegekende projecten

0

100

Q4

2025

Het streefcijfer wordt geacht te zijn bereikt wanneer een cumulatief bedrag van 286,4 miljoen EUR is toegekend aan een cumulatief aantal van ten minste 100 projecten die i) in overeenstemming moeten zijn met de criteria in de beschrijving van de maatregel en ii) het potentieel hebben om tegen 2035 (wanneer de projecten volledig operationeel zijn) bij te dragen tot een vermindering van de kooldioxide-emissie met nog eens 10 000 000 ton kooldioxide per jaar. De berekeningen worden bevestigd door een onafhankelijk verslag.

7

Energie-efficiëntie in meergezinswoningen

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een verordening tot vaststelling van de steunregeling voor investeringen ter verbetering van de energie-efficiëntie van meergezinswoningen

De verordening inzake de steunregeling voor investeringen ter verbetering van de energie-efficiëntie van meergezinswoningen zal op 1 oktober 2021 in werking treden.

Q4

2021

De verordening tot vaststelling van de steunregeling voor investeringen ter verbetering van de energie-efficiëntie van meergezinswoningen treedt in werking. De steunregeling verleent steun voor investeringen waarmee de vraag naar primaire energie op het niveau van het gebouw met ten minste 20 % wordt verminderd.

8

Energie-efficiëntie in meergezinswoningen

Streefwaarde

600 000 vierkante meter gebouwen zijn gerenoveerd

Vierkante meter

0

600 000

Q4

2025

600 000 vierkante meter gebouwen moeten gerenoveerd zijn. De meeteenheid is Atemp, een term die de vloeroppervlakte van het gebouw bepaalt waarop de energieprestaties moeten worden gebaseerd.

Atemp wordt gedefinieerd als het oppervlak van alle verdiepingen, attische vloeren en keldervloeren met temperatuurgecontroleerde zones die bestemd zijn om te worden verwarmd tot meer dan 10 °C en die door de binnenkant van de bouwschil worden begrensd. De ruimte die wordt ingenomen door binnenmuren of openingen voor trappen, schachten en dergelijke is inbegrepen. De oppervlakte in garages, in het gebouw in een residentieel gebouw of in andere niet voor bewoning bestemde gebouwen dan een garage is echter niet inbegrepen.

9

Versterkte steun voor het spoor

Streefwaarde

60 km spoorwegen is verbeterd of verbeterd

 

kilometers

0

60

Q4

2021

Verbeteringen, met inbegrip van het overschakelen van spoor en rangeren naar de spoorweginfrastructuur tussen Gävle-Åänge over een afstand van 60 kilometer, moeten worden voltooid.

10

Versterkte steun voor het spoor

Streefwaarde

40 km spoorwegen is verbeterd of verbeterd

 

kilometers

60

100

Q4

2022

Verbeteringen, met inbegrip van het overschakelen van spoor en rangeren naar de spoorweginfrastructuur tussen Västeraspby Långsele over een afstand van 40 kilometer, moeten worden voltooid.

11

Versterkte steun voor het spoor

Streefwaarde

Uitwisseling, verbetering en aansluiting van 160 wegbeschermingsvoorzieningen

Aantal nieuwe/verbeterde wegbeschermingsvoorzieningen

0

160

Q4

2023

Ten minste 160 wegbeschermingsvoorzieningen zijn vervangen en/of verbeterd. Dit omvat maatregelen om de veiligheid te verbeteren en te verhogen en een grotere operationele betrouwbaarheid te bereiken. De faciliteiten worden gemoderniseerd en vervangen door een modern systeem met nieuwe technologie met verbeterde inbraakbescherming. De wijze waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd, wordt bepaald door het ontwerp en de behoeften van de locatie. Het grootste deel van de oude faciliteit wordt vervangen door nieuwe technologie.

12

Versterkte steun voor het spoor

Mijlpaal

Modernisering van de brug in Vänersborg

De bouw van een brug in Vänersborg is afgerond.

Bouw van bruggen

Q1

2026

De brug moet ervoor zorgen dat het spoorverkeer door Vänersborg wordt voortgezet door de bestaande enkelspoortrekbrug te vervangen. De nieuwe brug wordt gemoderniseerd en uitgerust met moderne controlesystemen die de betrouwbaarheid vergroten.

13

Aanpassingen van de reductieverplichting

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wet die voorziet in hogere reductiequota voor de verplichting om de broeikasgasemissies van benzine en diesel te verminderen door brandstofleveranciers te verplichten geleidelijk biobrandstoffen te mengen

Bepaling in de wet tot vaststelling van verhoogde reductiequota in de verplichting om de broeikasgasemissies van benzine en diesel te verminderen, met vermelding van de inwerkingtreding

Q3

2021

Inwerkingtreding van een wet tot vaststelling van verhoogde quota voor de reductieverplichting die brandstofleveranciers ertoe verplicht geleidelijk biobrandstoffen in benzine en diesel te mengen.

14

Aanpassingen van de reductieverplichting

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wet tot vaststelling van een reductieverplichting voor reactiemotorbrandstof

Bepaling in de wet tot vaststelling van een reductieverplichting voor reactiemotorbrandstof die de inwerkingtreding aangeeft

Q3

2021

Inwerkingtreding van een reductieverplichting die brandstofleveranciers verplicht om biobrandstoffen in reactiemotorbrandstof te mengen. Van de leveranciers van reactiemotorbrandstoffen wordt verlangd dat zij de emissies van reactiemotorbrandstof door het mengsel van biobrandstoffen geleidelijk verminderen, te beginnen met een vermindering van de emissies met 0,8 % in 2021 tot 27 % in 2030.

15

Afschaffing van de verlaging van de energiebelasting op brandstof in bepaalde sectoren

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wet die een verlaging van de energiebelasting op brandstof in bepaalde sectoren gedeeltelijk afschaft

Bepaling in de wet tot gedeeltelijke afschaffing van de verlaging van de energiebelasting op brandstoffen in bepaalde sectoren, met vermelding van de inwerkingtreding

Q3

2021

Inwerkingtreding van een wet die de verlaging van de energiebelasting op brandstoffen in de industrie, de landbouw, de bosbouw en de aquacultuur gedeeltelijk afschaft. Dit is de eerste van twee stappen om de verlaging van de energiebelasting op brandstoffen in bepaalde sectoren af te schaffen. Deze eerste stap is een vermindering van het belastingvoordeel met 50 %.

16

Afschaffing van de verlaging van de energiebelasting op brandstof in bepaalde sectoren

Mijlpaal

Inwerkingtreding van de wet tot volledige afschaffing van de verlaging van de energiebelasting op brandstoffen in bepaalde sectoren

Bepaling in de wet om de verlaging van de energiebelasting op brandstoffen in bepaalde sectoren volledig af te schaffen, met vermelding van de inwerkingtreding

Q1

2022

Inwerkingtreding, na goedkeuring door het Zweedse parlement, van een wet waarbij de verlaging van de energiebelasting op brandstoffen in de industrie, de landbouw, de bosbouw en de aquacultuur volledig wordt afgeschaft. Dit is de tweede van twee stappen om de verlaging van de energiebelasting op brandstoffen in bepaalde sectoren af te schaffen.

17

Aangepaste belastingvoordelen voor auto’s van de zaak

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wet tot aanpassing van het belastingtarief voor bedrijfswagens

Wettelijke bepaling tot aanpassing van het belastbare uitkeringstarief voor auto’s van de zaak, met vermelding van de inwerkingtreding

Q3

2021

Inwerkingtreding van een wet tot aanpassing van het belastingtarief voor bedrijfswagens, waarbij de belastingvoordelen voor bedrijfswagens worden aangepast om de kosten van particuliere auto’s beter weer te geven, met als doel het belastingstelsel neutraal te maken tussen de voordelen van auto’s en het loon in geld, waardoor indirect iets wordt gedaan aan de bestaande bevoordeling in het belastingstelsel ten gunste van voertuigen met fossiele brandstoffen ten opzichte van andere goederen en diensten.

18

Formele bescherming van waardevolle aard

Streefwaarde

Uitbetaalde financiering voor de bescherming van de natuur met hoge natuurwaarden voor biodiversiteit

Miljoen SEK

0

2 500

Q4

2023

Ten minste 2.5 miljard SEK wordt uitbetaald aan ondernemingen of particulieren voor de aankoop van grond of als compensatie voor beperkingen op het landgebruik van land met een hoge natuurwaarde voor de biodiversiteit, met als doel formeel te worden beschermd.

De resultaten van de investering worden gepresenteerd in een verslag dat door het Zweedse agentschap voor milieubescherming wordt gepubliceerd. Uit het verslag moet blijken hoeveel middelen in 2021-2023 zijn betaald om particuliere grondeigenaren te compenseren voor de aankoop van grond of de compensatie voor beperkingen als gevolg van de formele bescherming. De rapportage bevat ook informatie over het aantal formeel beschermde gebieden en het totale beschermde areaal.

B. COMPONENT 2: Onderwijs en transitie

De component „Onderwijs en transitie” omvat hervormingen en investeringen om de arbeidskansen te verbeteren door het menselijk kapitaal van werklozen te vergroten, om structurele transformatie te vergemakkelijken, met name de aanpassing aan een steeds digitaler wordende samenleving, door de beroepsbevolking op te leiden en op te leiden, om de flexibiliteit op de arbeidsmarkt te vergroten met een gemoderniseerde arbeidsbeschermingswet en meer overgangsmogelijkheden.

De component is erop gericht de werkgelegenheid en de productiviteit op lange termijn te stimuleren door het menselijk kapitaal van de beroepsbevolking te verhogen en de vraag beter op elkaar af te stemmen. De structurele transformatie, met name de digitale transitie, vereist omscholingsmogelijkheden wanneer de beroepsbevolking niet over de vaardigheden beschikt waarnaar de arbeidsmarkt vraagt.

Personen met bijzondere moeilijkheden op de Zweedse arbeidsmarkt zijn personen die buiten de Unie zijn geboren, mensen die geen diploma hoger secundair onderwijs hebben, oudere werklozen en mensen met een handicap. De werkloosheid is tijdens de crisis gestegen. De component is bedoeld om te voorkomen dat mensen de arbeidsmarkt verlaten.

Door de COVID-19-crisis zijn veel arbeidskansen voor jongeren of recent aangekomen immigranten in de dienstensector verdwenen. Sectoren als gezondheidszorg, onderwijs en ICT hebben moeite om mensen met de juiste vaardigheden te vinden. Het tekort aan vaardigheden vormt een belemmering voor groei voor Zweedse bedrijven en beperkt de mogelijkheid om de kwaliteit van het socialezekerheidsstelsel te handhaven en te verbeteren.

De component omvat hervormingen en investeringen die de overgangsmogelijkheden verbeteren, in het algemeen en voor mensen die werkloos zijn geworden. De component heeft tot doel het aantal studieplaatsen te vergroten en meer opleidingsmogelijkheden te bieden, met bijzondere aandacht voor beroepsopleiding en volwassenenonderwijs. Daarnaast is het de bedoeling het aantal plaatsen aan universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs op te schalen.

De component zal naar verwachting bijdragen tot de landspecifieke aanbevelingen die tot Zweden zijn gericht, met name „investeringsgerelateerd economisch beleid toespitsen op onderwijs en vaardigheden” (landspecifieke aanbevelingen 2 en 2019) en „onderwijs en ontwikkeling van vaardigheden ondersteunen” (landspecifieke aanbevelingen 2, 2020).

B.1.    Beschrijving van de hervormingen en investeringen voor niet-terugbetaalbare financiële steun

Investering 1: Meer studiepunten in het regionaal beroepsonderwijs voor volwassenen

Het doel van deze investering is ervoor te zorgen dat meer mensen een beroepsopleiding op het niveau van het hoger middelbaar onderwijs volgen en zo een baan kunnen vinden. De investering zal naar verwachting de afstemming van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt verbeteren en de werkgelegenheid op lange termijn stimuleren. Onderdelen van het initiatief in het beroepsonderwijs voor volwassenen zijn ingegeven door de noodzaak om opleidingen aan te bieden aan mensen in de ouderenzorg die deelnemen aan het initiatief voor ouderenzorg, dat deel uitmaakt van component 3.

De maatregel is een tijdelijke versterking van de bestaande kennisbank, die voorziet in beroepsprogramma’s voor volwassenen op het niveau van het hoger middelbaar onderwijs. Het kan worden gecombineerd met Zweeds voor immigranten of Zweeds als tweede taal. Voorrang wordt gegeven aan personen met de grootste behoefte aan onderwijs, zoals werklozen of personen met een korte opleiding. De opleidingscursussen zullen naar verwachting voornamelijk worden ingekocht bij particuliere aanbieders van opleidingen, waardoor ze snel kunnen worden opgeschaald en flexibel kunnen worden ingespeeld op veranderende opleidingsbehoeften.

De investering wordt uiterlijk op 31 december 2023 uitgevoerd.

Hervorming 1: Hoger compensatieniveau voor beroepsopleiding in combinatie met Zweeds voor immigranten en Zweeds als tweede taal

Het doel van deze hervorming is het creëren van economische stimulansen voor gemeenten om een combinatie van beroepsopleiding en Zweedse taalopleidingen aan te bieden. Dit gebeurt door middel van wijzigingen van de desbetreffende rechtshandeling waarbij het bedrag van de compensatie van de staat voor dergelijke gecombineerde cursussen wordt verhoogd. Dit zal naar verwachting de studieperiode verkorten en de deelnemers in staat stellen sneller werk te zoeken en te vinden. Deze hervorming ondersteunt investering 1 en zal naar verwachting leiden tot een toename van het aantal studieplaatsen voor de doelgroep, met name volwassenen zonder hoger secundair onderwijs en adequate taalvaardigheden.

De uitvoering van de hervorming moet uiterlijk op 30 september 2020 zijn voltooid.

Investering 2: Meer studielocaties in het hoger beroepsonderwijs

Het doel van deze investering is het verbeteren van de vooruitzichten op het gebied van onderwijs, opleiding en overgang om tegemoet te komen aan de behoeften van de arbeidsmarkt tijdens en na de crisis en om de beroepsbevolking bij te scholen door het aantal plaatsen in het hoger beroepsonderwijs te verhogen. De investering zal naar verwachting tegemoetkomen aan de transitiebehoeften op de arbeidsmarkt, waar zich al vóór de crisis een tekort aan arbeidskrachten heeft voorgedaan binnen veel beroepen, met name in de welzijnssector, gegevens/IT en de industriële sector. Naar verwachting zal 59 % van de extra studielocaties in het hoger beroepsonderwijs binnen het gebied van data/IT vallen of op een andere manier bijdragen aan de digitale transitie.

De investering wordt uiterlijk op 31 december 2023 uitgevoerd.

Investering 3: Middelen om tegemoet te komen aan de vraag naar onderwijs aan universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs

De investering is gericht op het opschalen van het onderwijs aan universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs om de uitdagingen op de arbeidsmarkt aan te pakken. De economische neergang als gevolg van de COVID-19-pandemie heeft geleid tot een stijging van de werkloosheid onder personen met een diploma hoger secundair onderwijs, en velen van hen zoeken nu hoger onderwijs, waarbij het aantal aanvragers op recordniveaus ligt. De nadruk ligt op programma’s die gericht zijn op beroepen met een tekort aan beroepen en op omscholing en verdere studies. De investering verhoogt de financiering van universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs om een groter aantal voltijdse studenten (studieplaatsen) mogelijk te maken, de samenleving te versterken, tegemoet te komen aan de behoeften van mensen aan opleidingen die tot banen leiden, de overgang mogelijk te maken om mensen beter uit te rusten voor de toekomstige arbeidsmarkt en de welvaart te verbeteren, en het concurrentievermogen van het Zweedse bedrijfsleven te vergroten. De investering zal naar verwachting leiden tot meer werkgelegenheid, een hogere productiviteit en het aanbod van goed opgeleide arbeidskrachten. Gemiddeld wordt verwacht dat 27 % van de extra studielocaties de digitale vaardigheden zal vergroten of op een andere manier zal bijdragen aan de digitale transitie.

De uitvoering van de investering moet uiterlijk op 31 december 2025 zijn voltooid.

Hervorming 2: Wet ter bescherming van de werkgelegenheid en grotere overgangsmogelijkheden

De hervorming heeft tot doel de huidige arbeidsbescherming aan te passen om zowel de flexibiliteit als de mobiliteit op de arbeidsmarkt te vergroten. De Zweedse arbeidsmarkt wordt steeds meer verdeeld tussen mensen met beroepservaring en een lange opleiding en mensen zonder beroepservaring en slechts kort onderwijs, die het steeds moeilijker vinden om duurzaam werk te vinden. Er is behoefte aan meer mobiliteit en meer toegangspunten voor mensen in een achterstandspositie. Werkgevers hebben behoefte aan meer flexibiliteit en voorspelbaarheid om hun activiteiten aan te kunnen passen en de concurrentie het hoofd te kunnen bieden, terwijl werknemers bescherming nodig hebben die is aangepast aan de nieuwe arbeidsmarkt, met permanente bijscholing en dus een grotere inzetbaarheid als belangrijke veiligheidsfactor. Het doel van de hervorming is de arbeidsbescherming te moderniseren, met behoud van het fundamentele evenwicht tussen de sociale partners.

De uitvoering van de hervorming moet uiterlijk op 30 juni 2022 zijn voltooid.

 

B.2.    Mijlpalen, streefdoelen, indicatoren en tijdschema voor de monitoring en uitvoering voor niet-terugbetaalbare financiële steun

Zie onderstaande tabel. De uitgangswaarde voor alle indicatoren is 1 februari 2020, tenzij anders aangegeven in de beschrijving van de actie. De bedragen in de tabel omvatten geen btw.  

Nummer

Maatregel

Mijlpaal / Streefdoel

Benaming

Kwalitatieve indicatoren 
(voor mijlpalen)

Kwantitatieve indicatoren 
(voor streefdoelen)

Tijd

Beschrijving van elke mijlpaal / elk streefdoel

Eenheid

Basisscenario

Doel

Q

Jaar

19

Meer studiepunten in het regionaal beroepsonderwijs voor volwassenen

Streefwaarde

T1: Nieuwe studielocaties in beroepsopleiding en volwassenenonderwijs

Aantal studieplaatsen in voltijdequivalenten

0

1 000

Q4

2020

Aantal nieuwe studieplaatsen in 2020, waarbij voorrang wordt gegeven aan personen met de grootste onderwijsbehoefte overeenkomstig de criteria in de beschrijving van de maatregel, vergeleken met het basisaantal jaarlijkse studieplaatsen in 2019 van 34.000. De nieuwe studieplaatsen brengen het totale aantal studieplaatsen op 35,000. Studieplaatsen worden gedefinieerd als voltijdsequivalenten.

20

Meer studiepunten in het regionaal beroepsonderwijs voor volwassenen

Streefwaarde

T2: Nieuwe studielocaties in beroepsopleiding en volwassenenonderwijs

Aantal studieplaatsen in voltijdequivalenten

1 000

7 800

Q4

2021

Aantal nieuwe studieplaatsen in 2021, waarbij voorrang wordt gegeven aan personen met de grootste onderwijsbehoefte overeenkomstig de criteria in de beschrijving van de maatregel, vergeleken met het basisaantal jaarlijkse studieplaatsen in 2019 van 34.000. De nieuwe studieplaatsen brengen het totale aantal studieplaatsen op 40,800. Studieplaatsen worden gedefinieerd als voltijdsequivalenten.

21

Meer studiepunten in het regionaal beroepsonderwijs voor volwassenen

Streefwaarde

T3: Nieuwe studielocaties in beroepsopleiding en volwassenenonderwijs

Aantal studieplaatsen in voltijdequivalenten

7.800

15 700

Q4

2022

Aantal nieuwe studielocaties in 2022, waarbij voorrang wordt gegeven aan personen met de grootste onderwijsbehoefte overeenkomstig de criteria in de beschrijving van de maatregel, vergeleken met het basisaantal jaarlijkse studies in 2019 van 34.000. De nieuwe studieplaatsen brengen het totale aantal studieplaatsen op 41,900. Studieplaatsen worden gedefinieerd als voltijdsequivalenten.

22

Meer studiepunten in het regionaal beroepsonderwijs voor volwassenen

Streefwaarde

T4: Nieuwe studielocaties in beroepsopleiding en volwassenenonderwijs

Aantal studieplaatsen in voltijdequivalenten

15 700

16 900

Q4

2023

Aantal nieuwe studieplaatsen in 2023, waarbij voorrang wordt gegeven aan personen met de grootste onderwijsbehoefte overeenkomstig de criteria in de beschrijving van de maatregel, vergeleken met het basisaantal jaarlijkse studieplaatsen in 2019 van 34.000. De nieuwe studieplaatsen brengen het totale aantal studieplaatsen op 35,200. Studieplaatsen worden gedefinieerd als voltijdsequivalenten.

23

Hoger compensatieniveau voor beroepsopleiding in combinatie met Zweeds voor immigranten en Zweeds als tweede taal

Mijlpaal

Inwerkingtreding van het hogere compensatieniveau voor beroepsopleiding in combinatie met Zweeds voor immigranten en Zweeds als tweede taal

Bepaling in de wet tot vaststelling van een hoger compensatieniveau voor beroepsopleiding in combinatie met Zweeds voor immigranten en Zweeds als tweede taal, die de inwerkingtreding aangeeft

Q3

2020

Inwerkingtreding van de wet: Het voorziet in een hoger compensatiepercentage van de staat voor opleidingscursussen waarin beroepsopleidingen in gezondheids- en sociale zorg worden gecombineerd met Zweedse taalcursussen.

24

Meer jaarlijkse studielocaties in het hoger beroepsonderwijs

Streefwaarde

T1: Nieuwe studielocaties in het postsecundair beroepsonderwijs

Aantal studieplaatsen in voltijdequivalenten

0

2 000

Q4

2020

Aantal nieuwe studieplaatsen in 2020, vergeleken met het basisscenario van de eerder geplande uitbreiding tot 40,500 jaarlijkse studieplaatsen in 2020, wat resulteerde in een totaal aantal van 42,500 studieplaatsen in het vierde kwartaal van 4 2020. De maatregel is gericht op personen met een diploma hoger secundair onderwijs of gelijkwaardig die een gekwalificeerde beroepskwalificatie aanvragen. De follow-up van de doelstelling bestaat uit de monitoring van het totale aantal voltijdsequivalenten in het betrokken jaar.

25

Meer jaarlijkse studielocaties in het hoger beroepsonderwijs

Streefwaarde

T2: Nieuwe studielocaties in het postsecundair beroepsonderwijs

Aantal studieplaatsen in voltijdequivalenten

2 000

6 300

Q4

2021

Aantal nieuwe studieplaatsen in 2021 in vergelijking met het basisscenario van een eerdere geplande uitbreiding tot 42,500 jaarlijkse studieplaatsen in 2021, resulterend in een totaal aantal van 46,800 studieplaatsen in het vierde kwartaal van 4 2021. De maatregel is gericht op personen met een diploma hoger secundair onderwijs of gelijkwaardig die een gekwalificeerde beroepskwalificatie aanvragen. De follow-up van de doelstelling bestaat uit de monitoring van het totale aantal voltijdsequivalenten in het betrokken jaar.

26

Meer jaarlijkse studielocaties in het hoger beroepsonderwijs

Streefwaarde

T3: Nieuwe studielocaties in het postsecundair beroepsonderwijs

Aantal studieplaatsen in voltijdequivalenten

6 300

11 000

Q4

2022

Aantal nieuwe studieplaatsen in 2022 in vergelijking met het basisscenario van een eerdere geplande uitbreiding tot 44,000 jaarlijkse studieplaatsen in 2022, resulterend in een totaal aantal van 48,700 studieplaatsen in het vierde kwartaal van 4 2022. De maatregel is gericht op personen met een diploma hoger secundair onderwijs of gelijkwaardig die een gekwalificeerde beroepskwalificatie aanvragen. De follow-up van de doelstelling bestaat uit de monitoring van het totale aantal voltijdsequivalenten in het betrokken jaar.

27

Meer jaarlijkse studielocaties in het hoger beroepsonderwijs

Streefwaarde

T4: Nieuwe studielocaties in het postsecundair beroepsonderwijs

Aantal studieplaatsen in voltijdequivalenten

11 000

14 900

Q4

2023

Aantal nieuwe studieplaatsen in 2023 in vergelijking met het basisscenario van een eerdere geplande uitbreiding tot 45,300 jaarlijkse studieplaatsen in 2023, resulterend in een totaal aantal van 49,200 studieplaatsen in het vierde kwartaal van 4 2023. De maatregel is gericht op personen met een diploma hoger secundair onderwijs of gelijkwaardig die een gekwalificeerde beroepskwalificatie aanvragen. De follow-up van de doelstelling bestaat uit de monitoring van het totale aantal voltijdsequivalenten in het betrokken jaar.

28

Middelen om tegemoet te komen aan de vraag naar onderwijs aan universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs

Streefwaarde

T1: Aanvullend ingeschreven studenten in het hoger onderwijs

Aantal ingeschreven studenten in voltijdequivalenten

0

9 000

Q4

2021

9,000 extra geregistreerde voltijdequivalenten voor een door de universiteit tijdens het lopende semester gegeven cursus in voltijdequivalenten ten opzichte van het basisscenario van 300,400 geregistreerde voltijdequivalenten in 2019, wat resulteert in een totaal aantal van 309,400 voltijdse studenten in het tweede kwartaal van 4 2021.

29

Middelen om tegemoet te komen aan de vraag naar onderwijs aan universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs

Streefwaarde

T2: Aanvullend ingeschreven studenten in het hoger onderwijs

Aantal ingeschreven studenten in voltijdequivalenten

9 000

19 000

Q4

2022

10,000 extra geregistreerde voltijdequivalenten voor een door de universiteit tijdens het lopende semester gegeven cursus in voltijdequivalenten ten opzichte van het basisscenario van 300,400 geregistreerde voltijdequivalenten in 2019, wat resulteert in een totaal aantal van 310,400 voltijdse studenten in het tweede kwartaal van 4 2022.

30

Middelen om tegemoet te komen aan de vraag naar onderwijs aan universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs

Streefwaarde

T3: Aanvullend ingeschreven studenten in het hoger onderwijs

Aantal ingeschreven studenten in voltijdequivalenten

19 000

25 000

Q4

2023

6,000 extra geregistreerde voltijdequivalenten voor een door de universiteit tijdens het lopende semester gegeven cursus in voltijdequivalenten 2023 ten opzichte van het basisscenario van 300,400 geregistreerde voltijdequivalenten in 2019, wat resulteert in een totaal aantal van 306,400 voltijdse studenten in het tweede kwartaal van 4 2023.

31

Middelen om tegemoet te komen aan de vraag naar onderwijs aan universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs

Streefwaarde

T4: Aanvullend ingeschreven studenten in het hoger onderwijs

Aantal ingeschreven studenten in voltijdequivalenten

25 000

30 600

Q4

2024

5,600 extra geregistreerde voltijdequivalenten voor een door de universiteit tijdens het lopende semester gegeven cursus in voltijdequivalenten ten opzichte van het basisscenario van 300,400 geregistreerde voltijdequivalenten in 2019, wat resulteert in een totaal aantal van 306,000 voltijdse studenten in het tweede kwartaal van 4 2024.

32

Middelen om tegemoet te komen aan de vraag naar onderwijs aan universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs

Streefwaarde

T5: Aanvullend ingeschreven studenten in het hoger onderwijs

Aantal ingeschreven studenten in voltijdequivalenten

30 600

35 900

Q4

2025

5,300 extra geregistreerde voltijdequivalenten voor een door de universiteit tijdens het lopende semester gegeven cursus in voltijdequivalenten ten opzichte van het basisscenario van 300,400 geregistreerde voltijdequivalenten in 2019, wat resulteert in een totaal aantal van 305,700 voltijdse studenten in het tweede kwartaal van 4 2025.

33

Wet ter bescherming van de werkgelegenheid en grotere overgangsmogelijkheden

Mijlpaal

Inwerkingtreding van de wetswijzigingen om de bescherming van de werkgelegenheid te moderniseren en meer overgangsmogelijkheden te creëren

Bepaling in de wet die voorziet in betere arbeidsbescherming en overgangsmogelijkheden voor werknemers, met vermelding van de inwerkingtreding.

Q2

2022

Inwerkingtreding, na goedkeuring door het Zweedse parlement, van de wetswijzigingen in de desbetreffende wetgevingshandelingen, waaronder met name de wet ter bescherming van de werkgelegenheid en de voorgestelde nieuwe wetten inzake financiering van overgangsstudenten en basistransitie en ondersteuning van vaardigheden op de arbeidsmarkt.

Het doel van het wetgevingspakket is werkgevers meer flexibiliteit en voorspelbaarheid te bieden om hun activiteiten aan te passen, te concurreren en de bescherming van werknemers aan te passen aan de nieuwe arbeidsmarkt, waar zekerheid bestaat uit de voortdurende ontwikkeling van vaardigheden, waardoor de inzetbaarheid wordt vergroot.

Ten tweede moeten werknemers in de gelegenheid worden gesteld basisovergangs- en vaardighedenondersteuning te krijgen om de aanpassing aan een nieuwe baan te vergemakkelijken. Ten derde is het nieuwe studiefinancieringsprogramma voor transities en rentraining bedoeld om werknemers de kans te geven deel te nemen aan een leven lang leren om hun positie op de arbeidsmarkt in de loop van hun loopbaan te versterken.

C. COMPONENT 3: Betere voorwaarden voor het aanpakken van demografische uitdagingen

Deze component omvat hervormingen die gericht zijn op het verhogen van de gemiddelde pensioenleeftijd, het versterken van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën, het verbeteren van de vaardigheden van personeel dat werkzaam is in centra voor ouderenzorg, en het versterken van het toezicht op en de handhaving van het financiële stelsel met betrekking tot de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

Zweden heeft een aantal uitdagingen vastgesteld op het gebied van langdurige zorg, demografie (naar verwachting gevolgen voor de begroting op lange termijn) en problemen met de handhavingsmechanismen voor de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

Ten eerste moet de kwaliteit van het systeem voor langdurige zorg worden verbeterd. Een hervorming ter verwezenlijking van deze doelstelling heeft betrekking op de reglementering van de professionele erkenning van verpleegkundigen, en wordt aangevuld met een verbetering van het menselijk kapitaal voor de verzorgers die door de gemeenten in hun centra in dienst worden genomen, door de vergoeding van de kosten in verband met hun bijscholing tijdens betaalde werkuren.

Ten tweede zou de gemiddelde pensioenleeftijd moeten stijgen, terwijl de houdbaarheid van het openbare pensioenstelsel zou moeten verbeteren in het licht van de stijgende gemiddelde levensverwachting en de afnemende bevolking in de werkende leeftijd. De component pakt deze uitdaging aan door een reeds bestaande hervorming op te nemen waarbij de pensioenleeftijd wordt gekoppeld aan een benchmark (afgestemd op de gemiddelde levensverwachting) en door de aangrenzende leeftijdsgrenzen voor het stelsel van socialezekerheidsbijdragen aan te passen.

Ten derde moeten de inspanningen ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme worden opgevoerd. Zweden had al een aantal maatregelen opgelegd en de component voegt daaraan toe met twee hervormingsvoorstellen: (1) een openbaar onderzoek naar de doeltreffendheid van de institutionele toezichtstructuur op het gebied van de bestrijding van het witwassen van geld, met voorstellen voor verbetering van de wijze waarop informatie beter kan worden gedeeld tussen particuliere en openbare instellingen; (2) door een rekening voor het verlenen van toegang tot gegevens over bankrekeningen en kluizen door te geven aan alle relevante bevoegde autoriteiten.

De component zal naar verwachting bijdragen tot de landspecifieke aanbevelingen die tot Zweden zijn gericht, met name „de investeringen in verband met het economisch beleid toespitsen op onderwijs en vaardigheden” (landspecifieke aanbevelingen 2 en 2019), „zorgen voor doeltreffend toezicht op en handhaving van het antiwitwaskader” (landspecifieke aanbevelingen 2 en 2019) en „de doeltreffendheid van het antiwitwastoezicht verbeteren en het kader voor de bestrijding van het witwassen van geld doeltreffend handhaven” (landspecifieke aanbevelingen 3, 2020) en „een begrotingsbeleid voeren dat gericht is op het tot stand brengen van prudente begrotingsposities op middellange termijn en het waarborgen van de houdbaarheid van de schuld, en tegelijkertijd de investeringen verbeteren (...), onder meer door adequate leveringen van kritieke medische producten, infrastructuur en arbeidskrachten” (landspecifieke aanbeveling 1, 2020).

C.1.    Beschrijving van de hervormingen en investeringen voor niet-terugbetaalbare financiële steun

Investering 1: Initiatief voor ouderenzorg

Deze investering is gericht op het verbeteren van de vaardigheden van het personeel dat werkzaam is in centra voor ouderenzorg. Het bestaat uit betalingen van de salariskosten in verband met de bijscholing en opleiding van het personeel (8000 deelnemers uit verschillende groepen) tijdens hun werktijd. De Rijksoverheid doet deze uitkeringen aan de gemeenten die verantwoordelijk zijn voor de ouderenzorg.

De investering wordt uiterlijk op 31 december 2023 uitgevoerd.

Hervorming 1: Reglementering van de beroepstitel van verpleegkundige assistenten

Deze hervorming pakt het gebrek aan nationale wettelijke bepalingen aan met betrekking tot de vaardigheden en/of opleiding die vereist zijn voor een erkende titel van verpleegkundige. Een wetgevingsvoorstel treedt uiterlijk op 30 september 2023 in werking, waarin de onderwijs- en/of overeenkomstige vaardigheden worden vermeld die worden vereist van personen die de titel van verpleegkundige wensen te verkrijgen. Er wordt een overgangsperiode van 10 jaar vastgesteld (die naar verwachting in 2033 afloopt) om de werknemers die momenteel het beroep uitoefenen in staat te stellen het erkenningscertificaat aan te vragen en te ontvangen. De verwachte resultaten na de uitvoering van de hervorming zijn juridische bescherming voor het beroep van verpleegkundige en verbeterde kwaliteit en veiligheid in de gezondheidszorg en in de sector langdurige zorg.

De uitvoering van de hervorming moet uiterlijk op 30 september 2023 zijn voltooid.

Hervorming 2: Aangepaste leeftijdsgrenzen

Het doel van deze hervorming is de gemiddelde pensioenleeftijd te verhogen en de houdbaarheid van het openbare pensioenstelsel verder te verbeteren door de pensioenleeftijd geleidelijk te verhogen, hetgeen tot uiting komt in aanpassingen in de socialezekerheidsstelsels en de belastingstelsels. Met ingang van 2023 worden verschillende leeftijdsgrenzen geleidelijk aangepast, met name door de minimumleeftijd voor inhoudingen op pensioenuitkeringen te verhogen van 62 naar 63 jaar, en de minimumleeftijd waarop de basisbescherming voor gepensioneerden kan worden betaald van 65 naar 66 jaar. Vervolgens worden de leeftijdsgrenzen voor het ouderdomspensioen vanaf 2026 gekoppeld aan een benchmarkleeftijd die is afgestemd op de gemiddelde levensverwachting. De leeftijdsgrenzen voor de stelsels van sociale zekerheid, belastingen en premies worden dienovereenkomstig aangepast om een groter arbeidsaanbod en hogere belastinginkomsten mogelijk te maken.

De uitvoering van de hervorming moet uiterlijk op 30 juni 2026 zijn voltooid.

Hervorming 3: Strengere maatregelen tegen witwassen en terrorismefinanciering

Er is een openbaar onderzoek ingesteld om twee taken te vervullen. In de eerste plaats voorstellen voor wetswijzigingen voor strengere en doeltreffendere maatregelen ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Ten tweede de doeltreffendheid van de Zweedse financiële toezichthoudende autoriteit in termen van middelen, personeel en overheidscontrole te beoordelen, alsook de doeltreffendheid van de institutionele structuur van het toezichtsysteem als geheel. Op 31 mei 2021 werd bij de regering een voorstel ingediend (SOU 2021: 42), dat op 16 september 2021 werd afgesloten voor een openbare raadpleging. De resultaten van het openbaar onderzoek worden meegenomen in een regeringsvoorstel en de desbetreffende wetgeving wordt aangenomen en treedt in werking.

De uitvoering van de hervorming moet uiterlijk op 31 december 2023 zijn voltooid.

Hervorming 4: Een nieuw systeem voor bankrekeningen en safeloketten

Deze hervorming heeft betrekking op het verlenen van toegang tot gegevens met betrekking tot de identiteit van de bankrekening en houders van veilige depositoboxen aan de betrokken autoriteiten (financiële-inlichtingeneenheid, belastingdienst, handhavingsautoriteit, rechtshandhavingsautoriteiten) om de inspanningen op het gebied van de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering op te voeren: Gegevens over het saldo en het transactieverleden vallen niet onder deze maatregel. Deze informatie wordt beschikbaar gesteld op een platform dat wordt beheerd door de Zweedse belastingdienst. 2019/20: 83) moest op 11 februari naar de Rijksdag worden gestuurd en op 10 september 2020 in werking treden (2020: 272); de verbinding van ongeveer 150 financiële instellingen en bevoegde instanties wordt uitgevoerd door de Zweedse belastingdienst en zal naar verwachting uiterlijk op 30 juni 2022 zijn voltooid.

De uitvoering van de hervorming moet uiterlijk op 30 september 2020 zijn voltooid.

Hervorming 5: Zorgen voor een doeltreffende en efficiënte uitvoering van het plan voor herstel en veerkracht

Het doel van deze hervorming is de relevante wettelijke mandaten of opdrachten vast te stellen aan de autoriteiten die betrokken zijn bij de coördinatie, monitoring, controle en audit van de uitvoering van het Zweedse RPP op een efficiënte en doeltreffende wijze die voldoet aan de vereisten van Verordening (EU) 2021/241. Om te zorgen voor een adequaat en functioneel internecontrolesysteem met betrekking tot de uitvoering van de faciliteit voor herstel en veerkracht, zijn de volgende wetswijzigingen in werking getreden voordat het eerste betalingsverzoek bij de Commissie wordt ingediend.

1) wijzigingen van toepasselijke voorschriften en opdrachten aan alle overheidsinstanties die betrokken zijn bij de operationele aspecten van de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan overeenkomstig de vereisten van artikel 22 en 34 (2) van Verordening (EU) 2021/241;

2) inwerkingtreding van alle formele mandaten om de bijbehorende taken uit te voeren bij de Zweedse nationale autoriteit voor financieel beheer (ESV) als auditautoriteit die verantwoordelijk is voor het algemene toezicht op de uitbetalingen en het gebruik van de faciliteit voor herstel en veerkracht, met het recht om informatie te verzamelen over de verwezenlijking van mijlpalen en streefdoelen, d.w.z. toegang tot gegevens bij de uitvoerende instanties en het recht om audits uit te voeren, met inbegrip van de toegang tot gegevens over eindontvangers overeenkomstig artikel 22, punt (2), onder d), van Verordening (EU) 2021/241. Het ESV is de bevoegde auditautoriteit voor het centraliseren van alle relevante auditbevindingen en -aanbevelingen en voor het opvragen van de nodige informatie om deze verantwoordelijkheden uit te voeren. Daarnaast beslist de regering over mandaten aan specifieke autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor aspecten van de uitvoering van de faciliteit voor herstel en veerkracht om verslag uit te brengen over de respectieve doelstellingen en verwezenlijkingen van mijlpalen en streefdoelen aan de Zweedse nationale autoriteit voor financieel beheer (ESV) en aan de centrale coördinerende capaciteit binnen de overheidskantoren (ministerie van Financiën), om beheersverklaringen te verstrekken en om audits door het ESV mogelijk te maken en de zichtbaarheid van de financiering van de Unie te waarborgen;

3) inwerkingtreding van alle formele mandaten, samen met de nodige begrotingsmiddelen voor de uitvoering van de bijbehorende taken van de Zweedse nationale autoriteit voor financieel beheer (ESV) op het gebied van audit.

De noodzakelijke besluiten in punt 1) kunnen als volgt worden gespecificeerd:

·De regering zal:     beslissen over opdrachten aan de volgende autoriteiten om verslag uit te brengen over hun respectieve mijlpalen en streefdoelen, beheersverklaringen in te dienen en audits door de Zweedse nationale autoriteit voor financieel beheer (ESV) toe te staan en de zichtbaarheid van de financiering van de Unie te waarborgen:

1.Nationale raad voor huisvesting, bouw en planning,

2.Agentschap voor de digitale overheid,

3.Zweeds nationaal agentschap voor hoger beroepsonderwijs,

4.Zweeds agentschap voor milieubescherming,

5.Zweedse Autoriteit voor Post en Telecommunicatie,

6.Nationale Gezondheids- en Welzijnsraad

7.Zweeds Energieagentschap,

8.Zweeds nationaal agentschap voor onderwijs,

9.De Zweedse administratie voor vervoer, en

10.Toewijzing aan een autoriteit op onderwijsgebied

De regering is voornemens overeenkomsten aan te gaan over gewijzigde voorwaarden met Chalmers University of Technology en Jönköping University.

·De volgende verordeningen en toewijzingen worden, indien nodig, aangevuld overeenkomstig de vereisten van artikel 22 (2), onder e) en f), en artikel 34, lid 2, van Verordening (EU) 2021/241. Bovendien worden de verordeningen zodanig aangevuld dat ESV verantwoordelijk is voor de follow-up van betalingen en voor het opvragen van de nodige informatie aan de ontvangers van overheidssubsidies overeenkomstig de voorschriften:

1.Voorschrift (2017: 1319) [förordningen om statligt stöd till åtgärder som bidrar till industrins klimatomställning],

2.Voorschrift (2015: 517) [förordningen om stöd till lokala klimatinveststeringar],

3.Voorschrift (2019: 525) [förordningen om statligt stöd för installation av laddningspunkter för elfordon],

4.Komende verordening [förordning om stöd till energieffektivisering av bostadshus (bereds för närvarande)],

5.Voorschrift (2020: 266) [förordningen om statligt stöd för utbyggnad av bredbandsinfrastruktur],

6.Voorschrift (2016: 881) [förordningen om statligt investsteringsstöd för Hyresbostäder och bostäder för studerande],

7.Voorschrift (2016: 937) [förordningen om statsbidrag för Regional yrkesinriktad vuxenutbildning],

8.Voorschrift (2009: 130) [förordningen om yrkeshögskolan],

9.de komende opdrachten voor 2022 en 2023 met betrekking tot de betaling van overheidssubsidies aan gemeenten in verband met het initiatief voor ouderenzorg,

10.toewijzing/regelgeving voor het Agentschap voor digitale overheid,

11.Toewijzing aan een autoriteit op onderwijsgebied;

12.Toewijzing/regelgeving aan het Zweedse agentschap voor milieubescherming,

13.Toewijzing/regeling aan de Nationale Raad voor Gezondheid en Welzijn, en

14.Toewijzing/regeling aan de Zweedse vervoersdienst,

De uitvoering van de hervorming moet uiterlijk op 31 december 2021 zijn voltooid.

C.2.    Mijlpalen, streefdoelen, indicatoren en tijdschema voor de monitoring en uitvoering voor niet-terugbetaalbare financiële steun

Zie onderstaande tabel. De uitgangswaarde voor alle indicatoren is 1 februari 2020, tenzij anders aangegeven in de beschrijving van de actie. De bedragen in de tabel omvatten geen btw.

Nummer

Maatregel

Mijlpaal / Streefdoel

Benaming

Kwalitatieve indicatoren 
(voor mijlpalen)

Kwantitatieve indicatoren 
(voor streefdoelen)

Tijd

Beschrijving van elke mijlpaal / elk streefdoel

Eenheid

Basisscenario

Doel

Q

Jaar

34

Initiatief voor ouderenzorg

Streefwaarde

1.500 deelnemers zijn begonnen met onderwijs in het kader van het initiatief voor ouderenzorg

Aantal deelnemers

0

1.500

Q4

2021

Ten minste 1 500 personeelsleden in de ouderenzorg (uit drie functionele groepen: verpleegkundigen, verpleegkundigen, afdelingshoofden) moeten in de periode 2020-2021 met het onderwijs zijn begonnen.

35

Initiatief voor ouderenzorg

Streefwaarde

8.000 deelnemers zijn begonnen met onderwijs in het kader van het initiatief voor ouderenzorg

Aantal deelnemers

1.500

8.000

Q4

2023

Ten minste 8.000 personeelsleden in de ouderenzorg (uit drie functionele groepen: verpleegkundigen, verpleegkundigen, afdelingshoofden) moeten in de periode 2020-2023 met het onderwijs zijn begonnen.

36

Beschermde beroepstitel van het beroep van verpleegkundige

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wet tot regeling van de beroepstitel van verpleegkundige

Bepaling in de wet betreffende de inwerkingtreding van wetgeving tot vaststelling van kwalificatievereisten voor de titel van verpleegkundige wordt in het staatsblad gepubliceerd en treedt in werking op de datum van publicatie.

Q3

2023

De wetgevingshandeling met betrekking tot het onderwijs dat vereist is voor een titel van verpleegkundige van het tweede niveau treedt in werking na goedkeuring door het Zweedse parlement. In de wet worden kwalificatievereisten en een overgangsperiode van 10 jaar vastgesteld om de werknemers die momenteel het beroep uitoefenen in staat te stellen het erkenningscertificaat aan te vragen en te ontvangen.

37

Aangepaste leeftijdsgrenzen

Mijlpaal

Inwerkingtreding van wetswijzigingen om de leeftijdsgrenzen in de socialezekerheidsstelsels en de belastingstelsels aan te passen

Bepaling in de wet betreffende de inwerkingtreding van de wet tot vaststelling van aangepaste leeftijdsgrenzen in de socialezekerheids- en belastingstelsels wordt bekendgemaakt in het staatsblad en treedt in werking op de datum van publicatie.

Q4

2023

Inwerkingtreding, na goedkeuring door het Zweedse parlement, van wetswijzigingen waarbij de leeftijdsgrenzen in de socialezekerheidsstelsels en de belastingstelsels met één jaar worden verhoogd

38

Aangepaste leeftijdsgrenzen

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een automatische aanpassing van de leeftijdsgrenzen in de socialezekerheidsstelsels en de belastingstelsels in overeenstemming met de ontwikkeling van de resterende levensduur met 65 jaar

Bepaling in de wet betreffende de inwerkingtreding van wet waarbij een verband wordt gelegd tussen de pensioenleeftijd en een benchmarkleeftijd die is afgestemd op de gemiddelde levensverwachting, wordt gepubliceerd in het Publicatieblad en treedt in werking op de datum van publicatie.

Q2

2026

Inwerkingtreding, na goedkeuring door het Zweedse parlement, van wetswijzigingen waarbij de pensioenleeftijd wordt gekoppeld aan een benchmarkleeftijd die is afgestemd op de gemiddelde levensverwachting

39

Aanscherping van de maatregelen tegen witwassen en terrorismefinanciering

Mijlpaal

Inwerkingtreding van wetswijzigingen inzake strengere maatregelen tegen witwassen en terrorismefinanciering

Bepaling in de wet betreffende de inwerkingtreding van wettelijke bepalingen tot vaststelling van doeltreffendere maatregelen tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

Q4

2023

Inwerkingtreding, na goedkeuring door het Zweedse parlement, van wetswijzigingen met het oog op een doeltreffender bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

40

Een nieuw systeem voor bankrekeningen en safeloketten

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wet inzake een nieuwe bankrekening en een systeem van veilige deposito

De bepaling in de wet die de inwerkingtreding aangeeft van een wet waarbij aan de bevoegde autoriteiten toegang wordt verleend tot gegevens met betrekking tot de identiteit van de bankrekening en houders van safe-depositoboxen, is in werking getreden op de datum van bekendmaking (10 september 2020).

Q3

2020

Inwerkingtreding van een wetgevingshandeling die de relevante bevoegde autoriteiten, met inbegrip van openbare aanklagers, toegang verleent tot gegevens met betrekking tot de identiteit van de bankrekening en houders van veilige depositohouders.

41

Overheidsbesluiten om te zorgen voor een doeltreffende en efficiënte uitvoering

Mijlpaal

M1: Overheidsbesluiten ter waarborging van een doeltreffende en efficiënte uitvoering van het plan voor herstel en veerkracht, met inbegrip van de opzet van de audit en de controle

Inwerkingtreding van mandaten en opdrachten

Q4

2021

De regering neemt besluiten over de mandaten/opdrachten aan de betrokken autoriteiten, zoals uiteengezet in de beschrijving van de maatregel, die zijn toegewezen om het herstel- en veerkrachtplan uit te voeren en andere noodzakelijke besluiten die nodig zijn om het herstel- en veerkrachtplan op een efficiënte en doeltreffende wijze uit te voeren, die voldoet aan de vereisten van Verordening (EU) 2021/241.

42

Overheidsbesluiten om te zorgen voor een doeltreffende en efficiënte uitvoering

Mijlpaal

M2: Overheidsbesluiten ter waarborging van een doeltreffende en efficiënte uitvoering van het plan voor herstel en veerkracht, met inbegrip van de opzet van de audit en de controle

Inwerkingtreding van mandaten en opdrachten

 

 

 

Q4

2021

De regering stelt de Zweedse nationale autoriteit voor financieel beheer (ESV) in kennis van de relevante mandaten/opdrachten inzake informatiebeheer met betrekking tot de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan (verzameling van gegevens over het bereiken van mijlpalen en streefdoelen) en van haar mandaat als auditautoriteit.

43

Overheidsbesluiten om te zorgen voor een doeltreffende en efficiënte uitvoering

Mijlpaal

M3: Overheidsbesluiten ter waarborging van een doeltreffende en efficiënte uitvoering van het plan voor herstel en veerkracht, met inbegrip van de opzet van de audit en de controle

Inwerkingtreding van mandaten en opdrachten

 

 

 

Q4

2021

De regering neemt de besluiten over relevante mandaten/opdrachten voor audits bij de Zweedse nationale autoriteit voor financieel beheer (ESV).

D. COMPONENT 4: Uitbreiding van breedband en digitalisering van het openbaar bestuur

Dit onderdeel van het Zweedse plan voor herstel en veerkracht bevat investeringen die tot doel hebben de digitale infrastructuur van Zweden uit te breiden en het openbaar bestuur efficiënter en geschikter te maken door de kansen van digitalisering te benutten.

De breedbandinfrastructuur van Zweden is over het algemeen goed gevorderd. Om de doelstelling van de regering te bereiken dat alle Zweden tegen 2025 toegang moet hebben tot hogesnelheidsbreedband, is het echter noodzakelijk de beschikbaarheid te vergroten, met name in dunbevolkte gebieden, waar marktmechanismen alleen niet garanderen dat dergelijke diensten worden aangeboden. Door de snelheid en beschikbaarheid van breedbandverbindingen te verhogen, kunnen huishoudens en bedrijven de vruchten van een snelle digitale transitie plukken.

Deze component omvat ook investeringen in een administratieve digitale infrastructuur. Momenteel komt het gebrek aan dergelijke infrastructuur tot uiting in een heterogene reeks verschillende kaders en normen, waardoor de interoperabiliteit wordt belemmerd en de risico’s voor de efficiëntie en de veiligheid worden vergroot. De investeringen in deze component zijn erop gericht deze problemen aan te pakken door een gedeelde digitale infrastructuur op te zetten.

De component zal naar verwachting bijdragen aan tot Zweden gerichte landspecifieke aanbevelingen, met name „de investeringen toespitsen op de groene en digitale transitie, met name op [...] hightech- en innovatieve sectoren” (landspecifieke aanbevelingen 1, 2020).

D.1.    Beschrijving van de hervormingen en investeringen voor niet-terugbetaalbare financiële steun

Investering 1: Gezamenlijke digitale infrastructuur voor overheidsdiensten

De investering, die wordt gecoördineerd door het Zweedse Agentschap voor de digitale overheid met de betrokkenheid van verschillende Zweedse agentschappen, bestaat uit de ontwikkeling van nieuwe digitale diensten en de modernisering en modernisering van bestaande diensten, met name diensten die gestandaardiseerde digitale overheidsdiensten voor bedrijven en burgers mogelijk maken, zoals digitale post en ondersteunende diensten die informatie-uitwisseling en behandeling mogelijk maken, zoals identiteits- en vertrouwenskaders. Het doel is te komen tot meer efficiëntie en veiligheid bij de verwerking van overheidsgegevens, en tegelijkertijd burgers en bedrijven gestandaardiseerde oplossingen aan te bieden in alle overheidsdiensten. Middelen worden toegewezen aan een gemeenschappelijk krediet waaruit subsidies worden betaald aan de deelnemende autoriteiten om hen te helpen bij de ontwikkeling en totstandbrenging van gestandaardiseerde digitale infrastructuur en gezamenlijk ontwikkelde oplossingen. De investering bestaat met name uit een nationaal kader voor primaire gegevens, nieuwe en verbeterde digitale diensten, ondersteunende diensten voor de uitwisseling en verwerking van informatie en een gemeenschappelijk kader voor vertrouwen en beveiliging.

De investering wordt uiterlijk op 31 december 2023 uitgevoerd.

Investering 2: Uitbreiding van breedband

De maatregel financiert steun voor de uitbreiding van breedbandconnectiviteit wanneer marktdeelnemers zich niet op commerciële basis kunnen uitbreiden. De steun van de centrale overheid wordt beheerd door de Zweedse post- en telecomautoriteit, die de subsidiabiliteit controleert, beslist over subsidies, betalingen doet en toezicht houdt op de uitvoering. Er wordt ondersteuning geboden tot een aansluitpunt, bijvoorbeeld glasvezel, („gepasseerde woningen”) en voor infrastructuur met een capaciteit van ten minste 1 Gbit/sec. Het subsidiebesluit bevat bepalingen inzake operationele veiligheid en betrouwbaarheid en een verplichting voor de ontvanger van de steun om op verzoek breedbandverbindingen aan de eindgebruikers te leveren binnen drie jaar na de voltooiing van het project („woningen aangesloten”). De steun is technologieneutraal, mits de projecten voldoen aan de gevraagde snelheden.

De uitvoering van de investering moet uiterlijk op 31 december 2025 zijn voltooid.

D.2.    Mijlpalen, streefdoelen, indicatoren en tijdschema voor de monitoring en uitvoering voor niet-terugbetaalbare financiële steun

Zie onderstaande tabel. De uitgangswaarde voor alle indicatoren is 1 februari 2020, tenzij anders aangegeven in de beschrijving van de actie. De bedragen in de tabel omvatten geen btw.

Nummer

Maatregel

Mijlpaal / Streefdoel

Benaming

Kwalitatieve indicatoren 
(voor mijlpalen)

Kwantitatieve indicatoren 
(voor streefdoelen)

Tijd

Beschrijving van elke mijlpaal / elk streefdoel

Eenheid

Basisscenario

Doel

Q

Jaar

44

Gezamenlijke digitale infrastructuur voor overheidsdiensten

Mijlpaal

Er wordt een nationaal kader voor basisgegevens en gezamenlijke openbare digitale infrastructuur vastgesteld en operationeel

Er zijn een nationaal kader en gezamenlijke openbare digitale infrastructuur opgezet en operationeel voor veilige en efficiënte elektronische informatie-uitwisseling en toegang tot basisgegevens binnen de publieke sector.

Q4

2023

Er wordt een nationaal kader voor basisgegevens (in eerste instantie voor persoons-, bedrijfs-, eigendoms- en geografische informatie) en een gezamenlijke openbare digitale infrastructuur opgezet en operationeel, met inbegrip van bouwstenen voor informatie-uitwisseling en -behandeling, nieuwe digitale diensten en vertrouwens- en beveiligingskaders voor een veilige en efficiënte uitwisseling van informatie in de overheidssector.

45

Uitbreiding van breedband

Streefwaarde

T1: Extra aantal gebouwen met breedbandtoegang (Homes Passed)

 

Nieuwe breedbandtoegang tot gebouwen

0

23 500

Q4

2021

Ten minste 23 500 extra gebouwen in absolute nabijheid van een netwerk met een capaciteit van ten minste 1 Gbit/sec (Homes Passed) in het kader van gesubsidieerde projecten. Absolute nabijheid heeft betrekking op gebouwen die niet zijn aangesloten op een netwerk met zeer hoge capaciteit (bv. glasvezel), maar waar een dergelijk netwerk (bv. een glasvezelkabel) zich dicht bij het gebouw bevindt.

46

Uitbreiding van breedband

Streefwaarde

T2: Extra aantal gebouwen met breedbandtoegang (Homes Passed)

 

Nieuwe breedbandtoegang tot gebouwen

23500

41 900

Q4

2022

Ten minste 18 400 extra gebouwen in absolute nabijheid van een netwerk met een capaciteit van ten minste 1 Gbit/sec (Homes Passed) in het kader van gesubsidieerde projecten. Absolute nabijheid heeft betrekking op gebouwen die niet zijn aangesloten op een netwerk met zeer hoge capaciteit (bv. glasvezel), maar waar een dergelijk netwerk (bv. een glasvezelkabel) zich dicht bij het gebouw bevindt.

47

Uitbreiding van breedband

Streefwaarde

T3: Extra aantal gebouwen met breedbandtoegang (Homes Passed)

 

Nieuwe breedbandtoegang tot gebouwen

41 900

50 900

Q4

2023

Ten minste 9000 extra gebouwen in absolute nabijheid van een netwerk met een capaciteit van ten minste 1 Gbit/sec (Homes Passed) in het kader van gesubsidieerde projecten. Absolute nabijheid heeft betrekking op gebouwen die niet zijn aangesloten op een netwerk met zeer hoge capaciteit (bv. glasvezel), maar waar een dergelijk netwerk (bv. een glasvezelkabel) zich dicht bij het gebouw bevindt.

48

Uitbreiding van breedband

Streefwaarde

T4: Extra aantal gebouwen met breedbandtoegang (Homes Passed)

Nieuwe breedbandtoegang tot gebouwen

  50 900

  59 400

Q4

2024

Ten minste 8500 extra gebouwen in absolute nabijheid van een netwerk met een capaciteit van ten minste 1 Gbit/sec (Homes Passed) in het kader van gesubsidieerde projecten. Absolute nabijheid heeft betrekking op gebouwen die niet zijn aangesloten op een netwerk met zeer hoge capaciteit (bv. glasvezel), maar waar een dergelijk netwerk (bv. een glasvezelkabel) zich dicht bij het gebouw bevindt.

49

Uitbreiding van breedband

Streefwaarde

T5: Extra aantal gebouwen met breedbandtoegang (Homes Passed)

Nieuwe breedbandtoegang tot gebouwen

59 400

66 100

Q4

2025

Ten minste 6700 extra gebouwen in absolute nabijheid van een netwerk met een capaciteit van ten minste 1 Gbit/sec (Homes Passed) in het kader van gesubsidieerde projecten. Absolute nabijheid heeft betrekking op gebouwen die niet zijn aangesloten op een netwerk met zeer hoge capaciteit (bv. glasvezel), maar waar een dergelijk netwerk (bv. een glasvezelkabel) zich dicht bij het gebouw bevindt.

E. COMPONENT 5: Investeringen voor groei en huisvesting

Deze component omvat hervormingen en investeringen die gericht zijn op het verminderen van fricties en het bevorderen van investeringen in de woningmarkt.

Sinds het begin van de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden zijn hoge huizenprijzen en de daarmee gepaard gaande hoge schuldenlast van huishoudens aangemerkt als macro-economische onevenwichtigheden in de Zweedse economie, wat heeft geleid tot specifieke landspecifieke aanbevelingen.

De hervormingen en investeringen in verband met de woningmarkt zijn erop gericht het woningaanbod op de huurmarkt en studentenwoningen te vergroten door middel van bouwsubsidies, de voorwaarden voor woningbouw te verbeteren, knelpunten in de bouwvergunningsprocedure te verminderen en de vermogenswinstbelasting op huisvesting te verlagen.

Tegen deze achtergrond heeft dit onderdeel van het Zweedse plan voor herstel en veerkracht tot doel bij te dragen tot meer woningbouw en de efficiëntie van de woningmarkt te verbeteren. De component omvat één investering en vijf hervormingsmaatregelen.

De hervormingsmaatregelen met betrekking tot de woningmarkt moeten (1) belanghebbenden in staat stellen deel te nemen aan het bouwplanningsproces, (2) het regelgevingskader voor bouwvergunningen vereenvoudigen en efficiënter maken, (3) de voorwaarden voor woningbouw verbeteren, (4) het plafond voor uitgestelde vermogenswinsten verhogen en (5) de belaste berekende inkomsten uit uitgestelde vermogenswinsten afschaffen.

De component zal naar verwachting bijdragen tot de landspecifieke aanbevelingen die tot Zweden zijn gericht, met name „de risico’s in verband met de hoge schuldenlast van huishoudens aanpakken door de fiscale aftrekbaarheid van hypotheekrentebetalingen geleidelijk te verminderen of periodieke onroerendgoedbelastingen te verhogen. Investeringen in de woningbouw bevorderen daar waar de tekorten het meest urgent zijn, met name door structurele belemmeringen voor woningbouw weg te nemen. De efficiëntie van de woningmarkt verbeteren en de opzet van de vermogenswinstbelasting herzien” (landspecifieke aanbevelingen 1, 2019).

E.1.    Beschrijving van de hervormingen en investeringen voor niet-terugbetaalbare financiële steun

Investering 1: Investeringssteun voor huur en studentenhuisvesting

De investeringsmaatregel is bedoeld om het woningtekort te verhelpen door het aanbod van nieuwe huurwoningen met een lagere huur dan nieuwe niet-gesubsidieerde woningen te vergroten. Samen met de beperkingen met betrekking tot inkomensvereisten moeten deze woningen economisch toegankelijk zijn voor een groter aantal huishoudens, waardoor de situatie ook wordt versoepeld voor personen in de laagste helft van de inkomensverdeling, studenten of mensen die actief worden op de arbeidsmarkt. Bouwsubsidies worden betaald aan huizen die in 2022 en 2023 moeten zijn voltooid. Er worden verschillende voorwaarden gesteld om ervoor te zorgen dat de doelgroep wordt bereikt, namelijk dat de investeringssteun afhankelijk is van een maximumhuur, terwijl de verhuurder een kandidaat-huurder niet mag weigeren een gesubsidieerde woning te huren op grond dat het inkomen te laag is, zolang de persoon of het huishouden in staat is de huur te betalen. De steunregeling verleent steun voor investeringen waarmee de vraag naar primaire energie op het niveau van het gebouw met ten minste 20 % wordt verminderd. Dit zal naar verwachting afnemen in overeenstemming met de ervaring uit het verleden.

De investering wordt uiterlijk op 31 december 2023 uitgevoerd.

Hervorming 1: Particulier initiatiefrecht — betrokkenheid van belanghebbenden op het gebied van ruimtelijke ordening

De hervormingsmaatregel heeft tot doel de planningsperioden voor zonering te verkorten in gebieden waar bouw is toegestaan. Wanneer de hervorming in werking treedt, krijgen belanghebbenden zoals eigenaren, ontwikkelaars en bouwers meer mogelijkheden om de werkzaamheden voor de ontwikkeling van gedetailleerde bestemmingsplannen te initiëren en gedeeltelijk uit te voeren. De gemeente deelt de verzoekende belanghebbende mee welke planningsdocumentatie nodig is voor een gedetailleerde planning, met inbegrip van de documenten die verband houden met nationale belangen, de bescherming van het strand en de gezondheid en veiligheid. De plannings- en bouwwet wordt herzien om te verduidelijken dat, niettegenstaande de eindverantwoordelijkheid van de gemeente, een voorstel voor een gedetailleerd bestemmingsplan kan worden opgesteld door eigenaren van onroerend goed of anderen die het initiatief nemen om een bouwplan voor te stellen.

De uitvoering van de hervorming moet uiterlijk op 31 december 2021 zijn voltooid.

Hervorming 2: Een vereenvoudigd en efficiënt regelgevingskader voor bouwvergunningen

De hervormingsmaatregel heeft tot doel het regelgevingskader voor bouwvergunningen doeltreffender en efficiënter te maken. De hervormingsmaatregel bepaalt i) wanneer een vergunnings- of kennisgevingsverplichting moet ontstaan voor verschillende soorten bouwmaatregelen, ii) aan welke voorschriften moet worden voldaan om de vergunning te verkrijgen, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de vergunningsverplichtingen niet verder gaan dan nodig is om de belangen van de samenleving en de buurlanden te waarborgen, iii) de noodzakelijke wijzigingen in de procedureregels, en iv) ook de andere voorstellen in de plannings- en bouwvoorschriften en in andere verordeningen die gerechtvaardigd worden geacht op basis van de analyses en verzoeken van de onderzoeker.

De uitvoering van de hervorming moet uiterlijk op 31 december 2023 zijn voltooid.

Hervorming 3: Betere voorwaarden voor woningbouw

Om de voorspelbaarheid en efficiëntie van het bouwproces te vergroten en herhaalbare processen te vergemakkelijken, heeft de regering op 16 september 2021 een wetgevingsvoorstel ingediend inzake gecertificeerde bouwprojectbedrijven — een voorspelbaarder bouwproces. De hervorming wijzigt de Planning and Building Act (SCS 2010: 900) door een nieuwe speler op te nemen in de Planning and Building Act, een gecertificeerd bouwprojectbedrijf („Certifierade byggprojekteringsföretag — en mer förutsägbar byggprocess”).

Een gecertificeerde bouwprojectonderneming beschikt over specifieke deskundigheid en ervaring op het gebied van de beoordeling van de ontwerpvereisten voor doeltreffendheid en toegankelijkheid, alsmede technische eigendomsvereisten voor de bouw van voor bewoning bestemde gebouwen, die zijn vastgelegd in overheidsvoorschriften, en kan dit staven aan de hand van een certificaat dat is afgegeven door een daartoe geaccrediteerde instantie. Bovendien moet de hervorming een ontwikkelaar in staat stellen een gecertificeerde bouwprojectonderneming te gebruiken bij het ontwerpen van nieuwe residentiële gebouwen. Indien van een dergelijke onderneming gebruik wordt gemaakt, houdt de bouwcommissie geen rekening met de eisen waarop de certificering betrekking heeft, noch voordat een besluit wordt genomen over bouwvergunningen, ofwel voordat de opstartaankondiging wordt gepubliceerd. Het is voor een ontwikkelaar facultatief om in het proces gebruik te maken van een gecertificeerd bouwprojectbedrijf.

De uitvoering van de hervorming moet uiterlijk op 31 december 2022 zijn voltooid.

Hervorming 4: Hoger plafond voor het uitgestelde bedrag in de vermogenswinstbelasting

De maatregel heeft tot doel de transactiekosten voor aankopen van onroerend goed door particuliere huiseigenaren te verlagen, waardoor de mobiliteit van woningen en arbeid wordt vergemakkelijkt. Het maximumbedrag van de uitgestelde vermogenswinst werd verhoogd van 1 450 000 SEK tot 3 000 000 SEK.

De uitvoering van de hervorming moest uiterlijk op 1 juli 2020 zijn voltooid en gold voor de verkoop na 30 juni 2020.

Hervorming 5: Afschaffing van de berekende baten uit uitgestelde vermogenswinsten

De maatregel heeft tot doel de transactiekosten voor onroerendgoedtransacties door particuliere huiseigenaren te verlagen, waardoor de mobiliteit op het gebied van huisvesting en arbeid wordt vergemakkelijkt. De maatregel schaft de standaardbaten uit uitgestelde vermogenswinsten af. Eerder waren de uitgestelde vermogenswinsten onderworpen aan een standaardinkomen op basis van de vastgestelde rentevoet. Dit standaardinkomen moest worden opgeteld bij het belastbare inkomen en werd belast tegen een tarief van 30 %.

De uitvoering van de hervorming moest uiterlijk op 1 januari 2021 zijn voltooid en gold voor belastingjaren die na 31 december 2020 aanvangen.

E.2.    Mijlpalen, streefdoelen, indicatoren en tijdschema voor de monitoring en uitvoering voor niet-terugbetaalbare financiële steun

Zie onderstaande tabel. De uitgangswaarde voor alle indicatoren is 1 februari 2020, tenzij anders aangegeven in de beschrijving van de actie. De bedragen in de tabel omvatten geen btw.

Nummer

Maatregel

Mijlpaal / Streefdoel

Benaming

Kwalitatieve indicatoren 
(voor mijlpalen)

Kwantitatieve indicatoren 
(voor streefdoelen)

Tijd

Beschrijving van elke mijlpaal / elk streefdoel

Eenheid

Basisscenario

Doel

Q

Jaar

50

Investeringssteun voor huurwoningen en huisvesting voor studenten

Streefwaarde

T1: Betaling van steun voor nieuw voltooide woningen

Nieuw gebouwde woningen

0

1,500

Q4

2022

Statistieken over de totale betalingen en het aantal geleverde woningen die voldoen aan de voorwaarden om ervoor te zorgen dat de doelgroep wordt bereikt, namelijk dat de investeringssteun afhankelijk is van een maximumhuur, terwijl de verhuurder een kandidaat-huurder niet mag weigeren een gesubsidieerde woning te huren op grond dat het inkomen te laag is, zolang de persoon of het huishouden in staat is de huur te betalen. De huurgegevens worden vergeleken met niet-gesubsidieerde nieuwe woningen.

51

Investeringssteun voor huurwoningen en huisvesting voor studenten

Streefwaarde

T2: Betaling van steun voor nieuw voltooide woningen

Nieuwe voltooide woning

1,500

4,800

Q4

2023

Statistieken over de totale betalingen en het aantal geleverde woningen die voldoen aan de voorwaarden om ervoor te zorgen dat de doelgroep wordt bereikt, namelijk dat de investeringssteun afhankelijk is van een maximumhuur, terwijl de verhuurder een kandidaat-huurder niet mag weigeren een gesubsidieerde woning te huren op grond dat het inkomen te laag is, zolang de persoon of het huishouden in staat is de huur te betalen. De huurgegevens worden vergeleken met niet-gesubsidieerde nieuwe woningen.

52

Particulier initiatiefrecht — deelname van belanghebbenden op het gebied van planning aan gedetailleerde ontwikkelingsplanning

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wet tot invoering van een particulier initiatiefrecht

Bepaling in de wet tot instelling van een particulier initiatiefrecht die de inwerkingtreding aangeeft

Q4

2021

Inwerkingtreding, na goedkeuring door het Zweedse parlement, van wetswijzigingen die (1) een verplichting voor gemeenten omvatten om informatie te verstrekken over de vereiste planningsdocumentatie voor particuliere partijen die betrokken zijn bij de ontwikkelingsplanning, (2) het recht van belanghebbenden om de lijst van documenten te verkrijgen die de raad van bestuur van het land nodig acht om te beoordelen of de ontwikkelingsplanning belangen betreft die onder de bevoegdheid van de provinciale raad van bestuur vallen, zoals nationale belangen, bescherming aan de wal en gezondheid en veiligheid, en (3) verduidelijkingen in de plannings- en bouwwet dat de planningsdocumentatie die vereist is wanneer een gedetailleerd ontwikkelingsplan wordt opgesteld, ook door anderen dan de gemeente kan worden opgesteld.

53

Een vereenvoudigd en doeltreffend regelgevingskader voor bouwvergunningen en andere

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wet tot vaststelling van een vereenvoudigd en doeltreffender regelgevingskader voor bouwvergunningen

Bepaling in de wet tot vaststelling van een vereenvoudigd en doeltreffender regelgevingskader voor bouwvergunningen, met vermelding van de inwerkingtreding

Q4

2023

Inwerkingtreding, na goedkeuring door het Zweedse parlement, van wetswijzigingen voor een vereenvoudigd en doeltreffend regelgevingskader voor bouwvergunningen.

De vergunningsplicht en de vereisten waaraan moet worden voldaan om een vergunning te verkrijgen, mogen niet verder gaan dan nodig is om de belangen van de samenleving en de buurlanden te beschermen.

54

Betere voorwaarden voor woningbouw

Mijlpaal

Inwerkingtreding van wijzigingen van de plannings- en bouwwet tot oprichting van een gecertificeerd bouwprojectbedrijf [Certifierade byggprojekteringsföretag — en mer förutsägbar byggprocess] die leiden tot betere voorwaarden voor woningbouw

Bepaling in de wet tot vaststelling van betere voorwaarden voor woningbouw die de inwerkingtreding aangeeft

Q4

2022

Door de inwerkingtreding, na goedkeuring door het Zweedse parlement, van wetswijzigingen op de plannings- en bouwwet (SCS 2010: 900) wordt een nieuwe actor geïntroduceerd, namelijk de gecertificeerde bouwprojectonderneming. Het gebruik van een dergelijk bedrijf in de processen van woningbouw komt in de plaats van de vroegtijdige controle door de gemeente of aan de bouwvoorschriften waarop de certificering betrekking heeft, is voldaan. Het doel is een grotere voorspelbaarheid en efficiëntie van het bouwproces mogelijk te maken en herhaalbare processen te vergemakkelijken.

55

Hoger plafond voor uitgestelde kapitaalwinsten

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wijziging van de relevante belastingwetgeving waarbij het plafond voor uitgestelde vermogenswinst wordt verhoogd [van 1 450 000 SEK tot 3 000 000 SEK]

Bepaling in de wet betreffende de inwerkingtreding van de wet waarbij het plafond voor uitgestelde kapitaalwinsten wordt verhoogd

Q3

2020

De hervormingsmaatregel verhoogt het maximale uitgestelde bedrag voor vermogenswinstbelasting van 1 450 000 SEK tot 3 000 000 SEK.

56

Afschaffing van standaardinkomsten uit uitgestelde vermogenswinsten

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wijziging in de desbetreffende belastingwetgeving waarbij de standaardinkomsten uit uitgestelde vermogenswinsten worden afgeschaft

Bepaling in de wet betreffende de inwerkingtreding van de wet tot afschaffing van de standaardinkomsten uit uitgestelde vermogenswinsten

Q1

2021

De hervormingsmaatregel schaft de standaardinkomsten uit de uitgestelde vermogenswinsten voor de inkomstenbelasting af.

2.Geraamde totale kosten van het herstel- en veerkrachtplan

De totale kosten van het herstel- en veerkrachtplan van Zweden worden geraamd op 33 304 030 000 SEK, wat overeenkomt met 3 289 286 914 EUR op basis van de ECB-referentierente van de ECB van 28 mei 2021 in EUR SEK.

DEEL 2: FINANCIËLE STEUN

1.Financiële bijdrage

De in artikel 2, lid 2, bedoelde tranches worden als volgt georganiseerd:

1.1.Eerste tranche (niet-terugbetaalbare steun):

Volgnummer

Betrokken maatregel (hervorming of investering)

Mijlpaal / Streefdoel

Benaming

1

Lokale en regionale klimaatinvesteringen

Streefwaarde

T1: Gunning van projecten ter vermindering van de kooldioxide-uitstoot met naar verwachting 300 000 ton

7

Energie-efficiëntie in meergezinswoningen

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een verordening tot vaststelling van de steunregeling voor investeringen ter verbetering van de energie-efficiëntie van meergezinswoningen

9

Versterkte steun voor het spoor

Streefwaarde

60 km spoorwegen is verbeterd of verbeterd

13

Aanpassingen van de reductieverplichting

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wet die voorziet in hogere reductiequota voor de verplichting om de broeikasgasemissies van benzine en diesel te verminderen door brandstofleveranciers te verplichten geleidelijk biobrandstoffen te mengen

14

Aanpassingen van de reductieverplichting

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wet tot vaststelling van een reductieverplichting voor reactiemotorbrandstof

15

Afschaffing van de verlaging van de energiebelasting op brandstof in bepaalde sectoren

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wet die een verlaging van de energiebelasting op brandstof in bepaalde sectoren gedeeltelijk afschaft

17

Aangepaste belastingvoordelen voor auto’s van de zaak

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wet tot aanpassing van het belastingtarief voor bedrijfswagens

19

Meer studiepunten in het regionaal beroepsonderwijs voor volwassenen

Streefwaarde

T1: Nieuwe studielocaties in beroepsopleiding en volwassenenonderwijs

20

Meer studiepunten in het regionaal beroepsonderwijs voor volwassenen

Streefwaarde

T2: Nieuwe studielocaties in beroepsopleiding en volwassenenonderwijs

23

Hoger compensatieniveau voor beroepsopleiding in combinatie met Zweeds voor immigranten en Zweeds als tweede taal

Mijlpaal

Inwerkingtreding van het hogere compensatieniveau voor beroepsopleiding in combinatie met Zweeds voor immigranten en Zweeds als tweede taal

24

Meer jaarlijkse studielocaties in het hoger beroepsonderwijs

Streefwaarde

T1: Nieuwe studielocaties in het postsecundair beroepsonderwijs

25

Meer jaarlijkse studielocaties in het hoger beroepsonderwijs

Streefwaarde

T2: Nieuwe studielocaties in het postsecundair beroepsonderwijs

28

Middelen om tegemoet te komen aan de vraag naar onderwijs aan universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs

Streefwaarde

T1: Aanvullend ingeschreven studenten in het hoger onderwijs

34

Initiatief voor ouderenzorg

Streefwaarde

1.500 deelnemers zijn begonnen met onderwijs in het kader van het initiatief voor ouderenzorg

40

Een nieuw systeem voor bankrekeningen en safeloketten

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wet inzake een nieuwe bankrekening en een systeem van veilige deposito

41

Overheidsbesluiten om te zorgen voor een doeltreffende en efficiënte uitvoering

Mijlpaal

M1: Overheidsbesluiten ter waarborging van een doeltreffende en efficiënte uitvoering van het plan voor herstel en veerkracht, met inbegrip van de opzet van de audit en de controle

42

Overheidsbesluiten om te zorgen voor een doeltreffende en efficiënte uitvoering

Mijlpaal

M2: Overheidsbesluiten ter waarborging van een doeltreffende en efficiënte uitvoering van het plan voor herstel en veerkracht, met inbegrip van de opzet van de audit en de controle

43

Overheidsbesluiten om te zorgen voor een doeltreffende en efficiënte uitvoering

Mijlpaal

M3: Overheidsbesluiten ter waarborging van een doeltreffende en efficiënte uitvoering van het plan voor herstel en veerkracht, met inbegrip van de opzet van de audit en de controle

45

Uitbreiding van breedband

Streefwaarde

T1: Extra aantal gebouwen met breedbandtoegang (Homes Passed)

52

Particulier initiatiefrecht — deelname van belanghebbenden op het gebied van planning aan gedetailleerde ontwikkelingsplanning

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wet tot invoering van een particulier initiatiefrecht

55

Hoger plafond voor uitgestelde kapitaalwinsten

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wijziging van de relevante belastingwetgeving waarbij het plafond voor uitgestelde vermogenswinst wordt verhoogd van 1 450 000 SEK tot 3 000 000 SEK

56

Afschaffing van standaardinkomsten uit uitgestelde vermogenswinsten

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wijziging in de desbetreffende belastingwetgeving waarbij de standaardinkomsten uit uitgestelde vermogenswinsten worden afgeschaft

Bedrag van de tranche

1 098 663 704 EUR

1.2.Tweede tranche (niet-terugbetaalbare steun):

Volgnummer

Betrokken maatregel (hervorming of investering)

Mijlpaal / Streefdoel

Benaming

2

Lokale en regionale klimaatinvesteringen

Streefwaarde

T2: Gunning van projecten ter vermindering van de kooldioxide-uitstoot met naar verwachting 240 000 ton

10

Versterkte steun voor het spoor

Streefwaarde

40 km spoorwegen is verbeterd of verbeterd

16

Afschaffing van de verlaging van de energiebelasting op brandstof in bepaalde sectoren

Mijlpaal

Inwerkingtreding van de wet tot volledige afschaffing van de verlaging van de energiebelasting op brandstoffen in bepaalde sectoren

21

Meer studiepunten in het regionaal beroepsonderwijs voor volwassenen

Streefwaarde

T3: Nieuwe studielocaties in beroepsopleiding en volwassenenonderwijs

26

Meer jaarlijkse studielocaties in het hoger beroepsonderwijs

Streefwaarde

T3: Nieuwe studielocaties in het postsecundair beroepsonderwijs

29

Middelen om tegemoet te komen aan de vraag naar onderwijs aan universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs

Streefwaarde

T2: Aanvullend ingeschreven studenten in het hoger onderwijs

33

Wet ter bescherming van de werkgelegenheid en grotere overgangsmogelijkheden

Mijlpaal

Inwerkingtreding van de wetswijzigingen om de bescherming van de werkgelegenheid te moderniseren en meer overgangsmogelijkheden te creëren

46

Uitbreiding van breedband

Streefwaarde

T2: Extra aantal gebouwen met breedbandtoegang (Homes Passed)

50

Investeringssteun voor huurwoningen en huisvesting voor studenten

Streefwaarde

T1: Betaling van steun voor nieuw voltooide woningen

54

Betere voorwaarden voor woningbouw

Mijlpaal

Inwerkingtreding van wijzigingen van de plannings- en bouwwet tot oprichting van een gecertificeerd bouwprojectbedrijf [Certifierade byggprojekteringsföretag — en mer förutsägbar byggprocess] die leiden tot betere voorwaarden voor woningbouw

Bedrag van de tranche

709 738 272 EUR

1.3.Derde tranche (niet-terugbetaalbare steun):

Volgnummer

Betrokken maatregel (hervorming of investering)

Mijlpaal / Streefdoel

Benaming

3

Lokale en regionale klimaatinvesteringen

Streefwaarde

T3: Gunning van projecten ter vermindering van de kooldioxide-uitstoot met naar verwachting 140 500 ton

11

Versterkte steun voor het spoor

Streefwaarde

Uitwisseling, verbetering en aansluiting van 160 wegbeschermingsvoorzieningen

18

Formele bescherming van waardevolle aard

Streefwaarde

Uitbetaalde financiering voor de bescherming van de natuur met hoge natuurwaarden voor biodiversiteit

22

Meer studiepunten in het regionaal beroepsonderwijs voor volwassenen

Streefwaarde

T4: Nieuwe studielocaties in beroepsopleiding en volwassenenonderwijs

27

Meer jaarlijkse studielocaties in het hoger beroepsonderwijs

Streefwaarde

T4: Nieuwe studielocaties in het postsecundair beroepsonderwijs

30

Middelen om tegemoet te komen aan de vraag naar onderwijs aan universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs

Streefwaarde

T3: Aanvullend ingeschreven studenten in het hoger onderwijs

35

Initiatief voor ouderenzorg

Streefwaarde

8.000 deelnemers zijn begonnen met onderwijs in het kader van het initiatief voor ouderenzorg

36

Beschermde beroepstitel van het beroep van verpleegkundige

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wet tot regeling van de beroepstitel van verpleegkundige

37

Aangepaste leeftijdsgrenzen

Mijlpaal

Inwerkingtreding van wetswijzigingen om de leeftijdsgrenzen in de socialezekerheidsstelsels en de belastingstelsels aan te passen

39

Aanscherping van de maatregelen tegen witwassen en terrorismefinanciering

Mijlpaal

Inwerkingtreding van wetswijzigingen inzake strengere maatregelen tegen witwassen en terrorismefinanciering

44

Gezamenlijke digitale infrastructuur voor overheidsdiensten

Mijlpaal

Er wordt een nationaal kader voor basisgegevens en gezamenlijke openbare digitale infrastructuur vastgesteld en operationeel

47

Uitbreiding van breedband

Streefwaarde

T3: Extra aantal gebouwen met breedbandtoegang (Homes Passed)

51

Investeringssteun voor huurwoningen en huisvesting voor studenten

Streefwaarde

T2: Betaling van steun voor nieuw voltooide woningen

53

Een vereenvoudigd en doeltreffend regelgevingskader voor bouwvergunningen en andere

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wet tot vaststelling van een vereenvoudigd en doeltreffender regelgevingskader voor bouwvergunningen

Bedrag van de tranche

956 989 630 EUR

1.4.Vierde tranche (niet-terugvorderbare steun):

Volgnummer

Betrokken maatregel (hervorming of investering)

Mijlpaal / Streefdoel

Benaming

4

Lokale en regionale klimaatinvesteringen

Streefwaarde

T4: Gunning van projecten ter vermindering van de kooldioxide-uitstoot met naar verwachting 89 500 ton

31

Middelen om tegemoet te komen aan de vraag naar onderwijs aan universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs

Streefwaarde

T4: Aanvullend ingeschreven studenten in het hoger onderwijs

48

Uitbreiding van breedband

Streefwaarde

T4: Extra aantal gebouwen met breedbandtoegang (Homes Passed)

Bedrag van de tranche

223 562 469 EUR

1.5.Vijfde tranche (niet-terugvorderbare steun):

Volgnummer

Betrokken maatregel (hervorming of investering)

Mijlpaal / Streefdoel

Benaming

5

Lokale en regionale klimaatinvesteringen

Streefwaarde

T5: Gunning van projecten ter vermindering van de kooldioxide-uitstoot met naar verwachting 15 000 ton

6

Klimaatinvesteringen in de industriële sector

Streefwaarde

Toekenning van projecten die kunnen bijdragen tot de vermindering van de kooldioxide-emissie

8

Energie-efficiëntie in meergezinswoningen

Streefwaarde

600 000 vierkante meter gebouwen zijn gerenoveerd.

12

Versterkte steun voor het spoor

Mijlpaal

Modernisering van de brug in Vänersborg

32

Middelen om tegemoet te komen aan de vraag naar onderwijs aan universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs

Streefwaarde

T5: Aanvullend ingeschreven studenten in het hoger onderwijs

38

Aangepaste leeftijdsgrens

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een automatische aanpassing van de leeftijdsgrenzen in de socialezekerheidsstelsels en de belastingstelsels in overeenstemming met de ontwikkeling van de resterende levensduur met 65 jaar

49

Uitbreiding van breedband

Streefwaarde

T5: Extra aantal gebouwen met breedbandtoegang (Homes Passed)

Bedrag van de tranche

299 562 314 EUR



DEEL 3: AANVULLENDE REGELINGEN

1.Regelingen voor monitoring en uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan

De monitoring en uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan van Zweden vindt plaats overeenkomstig de volgende regelingen:

·Het internationale en economische ministerie van Financiën is de coördinerende autoriteit en heeft de algemene verantwoordelijkheid voor het toezicht op en de uitvoering van het plan in zijn geheel. De verantwoordelijke overheidsinstantie monitort, verifieert en valideert het bereiken van mijlpalen en streefdoelen. De coördinerende instantie stelt de beheersverklaring op en ondertekent deze en is ook verantwoordelijk voor het opstellen en indienen van de betalingsverzoeken bij de Europese Commissie en voor betalingen op nationaal niveau.

·Overheidsinstanties (myndigheter) zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de individuele maatregelen van het herstel- en veerkrachtplan van Zweden. Zij brengen aan de coördinerende instantie verslag uit over de voortgang van de uitvoering en over de verwezenlijking van mijlpalen en streefdoelen.

·De overkoepelende auditautoriteit is de Zweedse nationale autoriteit voor financieel beheer (ESV). Periodieke controles van de efficiëntie, doeltreffendheid en betrouwbaarheid van de rekeningen worden regelmatig uitgevoerd door de nationale rekenkamer (NAO).

2.Regelingen voor volledige toegang door de Commissie tot de onderliggende gegevens

Om de Commissie volledige toegang te verlenen tot de relevante onderliggende gegevens, voert Zweden de volgende regelingen in:

·Het ministerie van Financiën draagt de algemene verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het plan voor herstel en veerkracht en is namens alle entiteiten uit de publieke sector verantwoordelijk voor de operationele en administratieve aspecten van het herstel- en veerkrachtplan. Om de samenhang bij de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan te waarborgen, is de overkoepelende auditautoriteit de Zweedse nationale autoriteit voor financieel beheer (ESV), die het ministerie van Financiën bijstaat bij zijn algemene coördinatietaken. Het ESV is ook verantwoordelijk voor het verzamelen van de gegevens voor het monitoren van de verwezenlijking van mijlpalen en streefdoelen door het ministerie van Financiën. Het ministerie van Financiën (coördinerende autoriteit) is verantwoordelijk voor de behandeling van en het zorgen voor een centraal antwoord op verzoeken om informatie en toegang tot gegevens over eindontvangers. Het verzamelen en opslaan van dergelijke gegevens wordt verzorgd door de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan.

·Overeenkomstig artikel 24, lid 2, van Verordening (EU) 2021/241 dient Zweden na voltooiing van de desbetreffende overeengekomen mijlpalen en streefdoelen in afdeling 2.1 van deze bijlage bij de Commissie een naar behoren gemotiveerd verzoek tot betaling van de financiële bijdrage in. Zweden zorgt ervoor dat de Commissie op verzoek volledige toegang heeft tot de relevante onderliggende gegevens die de juiste motivering van het betalingsverzoek staven, zowel voor de beoordeling van het betalingsverzoek overeenkomstig artikel 24, lid 3, van Verordening (EU) 2021/241 als voor audit- en controledoeleinden.

(1) Indien de gesteunde activiteit de geraamde broeikasgasemissies realiseert die niet significant lager zijn dan de relevante benchmarks, moet een toelichting worden gegeven van de redenen waarom dit niet mogelijk is. Benchmarks voor kosteloze toewijzing voor activiteiten die binnen het toepassingsgebied van de regeling voor de handel in emissierechten vallen, zoals vastgesteld in Uitvoeringsverordening (EU) 2021/447 van de Commissie.
(2) Met uitzondering van projecten in het kader van deze maatregel op het gebied van elektriciteits- en/of warmteopwekking, alsmede de daarmee verband houdende transmissie- en distributie-infrastructuur, met gebruikmaking van aardgas, die voldoen aan de voorwaarden van bijlage III bij de technische richtsnoeren over het DNSH-beginsel (2021/C58/01).
(3)

Deze uitsluiting geldt niet voor acties in het kader van deze maatregel in installaties die uitsluitend bestemd zijn voor de behandeling van niet-recycleerbaar gevaarlijk afval, noch voor bestaande installaties, wanneer de acties in het kader van deze maatregel tot doel hebben de energie-efficiëntie te verhogen, uitlaatgassen af te vangen voor opslag of gebruik of materialen uit verbrandingsassen terug te winnen, mits dergelijke acties in het kader van deze maatregel niet leiden tot een verhoging van de afvalverwerkingscapaciteit van de installaties of tot een verlenging van de levensduur van de installaties; waarvoor bewijs wordt geleverd op installatieniveau.

(4) Deze uitsluiting geldt niet voor acties in het kader van deze maatregel in bestaande installaties voor mechanische biologische behandeling, wanneer de acties in het kader van deze maatregel bedoeld zijn om de energie-efficiëntie te verhogen of om gescheiden afval te recycleren tot compost bioafval en anaerobe vergisting van bioafval, mits dergelijke acties in het kader van deze maatregel niet leiden tot een verhoging van de afvalverwerkingscapaciteit van de installaties of tot een verlenging van de levensduur van de installaties; waarvoor bewijs wordt geleverd op installatieniveau.
(5)  Indien de gesteunde activiteit de geraamde broeikasgasemissies realiseert die niet significant lager zijn dan de relevante benchmarks, moet een toelichting worden gegeven van de redenen waarom dit niet mogelijk is. Benchmarks voor kosteloze toewijzing voor activiteiten die binnen het toepassingsgebied van de regeling voor de handel in emissierechten vallen, zoals vastgesteld in Uitvoeringsverordening (EU) 2021/447 van de Commissie.
(6) Met uitzondering van projecten in het kader van deze maatregel op het gebied van elektriciteits- en/of warmteopwekking, alsmede de daarmee verband houdende transmissie- en distributie-infrastructuur, met gebruikmaking van aardgas, die voldoen aan de voorwaarden van bijlage III bij de technische richtsnoeren over het DNSH-beginsel (2021/C58/01).
(7)

Deze uitsluiting geldt niet voor acties in het kader van deze maatregel in installaties die uitsluitend bestemd zijn voor de behandeling van niet-recycleerbaar gevaarlijk afval, noch voor bestaande installaties, wanneer de acties in het kader van deze maatregel tot doel hebben de energie-efficiëntie te verhogen, uitlaatgassen af te vangen voor opslag of gebruik of materialen uit verbrandingsassen terug te winnen, mits dergelijke acties in het kader van deze maatregel niet leiden tot een verhoging van de afvalverwerkingscapaciteit van de installaties of tot een verlenging van de levensduur van de installaties; waarvoor bewijs wordt geleverd op installatieniveau.

(8) Deze uitsluiting geldt niet voor acties in het kader van deze maatregel in bestaande installaties voor mechanische biologische behandeling, wanneer de acties in het kader van deze maatregel bedoeld zijn om de energie-efficiëntie te verhogen of om gescheiden afval te recycleren tot compost bioafval en anaerobe vergisting van bioafval, mits dergelijke acties in het kader van deze maatregel niet leiden tot een verhoging van de afvalverwerkingscapaciteit van de installaties of tot een verlenging van de levensduur van de installaties; waarvoor bewijs wordt geleverd op installatieniveau.