Brussel, 16.7.2021

COM(2021) 320 final

2021/0225(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

inzake het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in de Associatieraad die is ingesteld bij de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds, over de geplande vaststelling van een besluit tot verlenging van de strategische prioriteiten EU-Tunesië totdat de EU en Tunesië geactualiseerde gezamenlijke documenten hebben vastgesteld


TOELICHTING

1.Onderwerp van het voorstel

Dit voorstel betreft het besluit inzake het namens de Unie in te nemen standpunt in de Associatieraad die is ingesteld bij de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds, over de geplande vaststelling van een besluit tot verlenging van de strategische prioriteiten EU-Tunesië totdat de EU en Tunesië geactualiseerde gezamenlijke documenten hebben vastgesteld.

2.Achtergrond van het voorstel

2.1.De associatieovereenkomst

De Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds (“de associatieovereenkomst”) werd op 17 juli 1995 gesloten en is op 1 maart 1998 in werking getreden. De associatieovereenkomst vormt de rechtsgrondslag voor de bilaterale betrekkingen tussen de EU en Tunesië. De associatieovereenkomst heeft ten doel:

een passend kader tot stand te brengen voor de politieke dialoog tussen de partijen met het oog op het versterken van hun betrekkingen op alle terreinen die zij in het kader van een dergelijke dialoog van belang achten;

de voorwaarden vast te leggen voor de geleidelijke liberalisering van het goederen-, diensten- en kapitaalverkeer;

de handel en van evenwichtige sociale en economische betrekkingen tussen de partijen te bevorderen, met name door middel van dialoog en samenwerking, teneinde de ontwikkeling en de welvaart van Tunesië en de Tunesische bevolking te bevorderen;

de Maghrebijnse integratie aan te moedigen door bevordering van de handel en samenwerking tussen Tunesië en de landen in de regio;

de samenwerking te bevorderen op economisch, sociaal, cultureel en financieel gebied.

2.2.De Associatieraad

Er wordt een Associatieraad ingesteld die eens per jaar op ministerieel niveau bijeenkomst, en wanneer de omstandigheden zulks vereisen, op initiatief van de voorzitter en overeenkomstig het reglement van orde. De Associatieraad behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de overeenkomst voordoen en alle andere bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

De Associatieraad bestaat uit leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, enerzijds, en uit leden van de regering van de Republiek Tunesië, anderzijds.

De Associatieraad stelt zijn eigen reglement van orde vast. De Associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een lid van de Raad van de Europese Unie en door een lid van de regering van de Republiek Tunesië, zulks overeenkomstig de in het reglement van orde van deze Associatieraad neer te leggen bepalingen.

De besluiten van de Associatieraad zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Associatieraad kan tevens aanbevelingen doen.

2.3.De beoogde handeling van de Associatieraad

De Associatieraad moet een besluit vaststellen om de strategische prioriteiten EU-Tunesië 2018-2020 te verlengen totdat de EU en Tunesië geactualiseerde gezamenlijke documenten hebben vastgesteld. Overeenkomstig artikel 10 van zijn reglement van orde wordt dit besluit in overleg tussen de partijen goedgekeurd en kan de Associatieraad het besluit via schriftelijke procedure vaststellen.

3.Namens de Unie in te nemen standpunt

Het door de Europese Unie in de Associatieraad in te nemen standpunt inzake de vaststelling van een besluit tot verlenging van de strategische prioriteiten EU-Tunesië wordt gebaseerd op de tekst van het besluit dat aan dit besluit is gehecht.

Bij Besluit nr. 1/2018 van de Associatieraad van 9 november 2018 zijn de EU en Tunesië strategische prioriteiten overeengekomen om het democratische transitieproces en de sociaal-economische ontwikkeling van Tunesië te ondersteunen en versterken in de periode 2018-2020.

In het kader van het lopende proces ter verlenging van het partnerschap van de EU met het zuidelijke nabuurschap en gezien de goedkeuring van het meerjarig financieel kader 2021-2027 en het nieuwe Instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI) is de voorbereiding en goedkeuring van geactualiseerde gezamenlijke documenten met zuidelijke buurlanden, waaronder Tunesië, gepland voor 2021. In dat verband, en om te voorkomen dat er een leemte ontstaat tussen het verstrijken van de strategische prioriteiten EU-Tunesië en de vaststelling van nieuwe, is het in het belang van de partijen om de huidige strategische prioriteiten te verlengen totdat de nieuwe zijn vastgesteld.

4.Rechtsgrondslag

4.1.Procedurele rechtsgrondslag

4.1.1.Beginselen

Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van besluiten tot bepaling van “de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst”.

Het begrip “handelingen met rechtsgevolgen” omvat handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van de op het betrokken lichaam toepasselijke volkenrechtelijke bepalingen. Onder dit begrip vallen tevens instrumenten die volkenrechtelijk niet bindend zijn, maar die een “beslissende invloed [hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt 1 .

4.1.2.Toepassing op het onderhavige geval

De Associatieraad is een lichaam dat is opgericht krachtens een overeenkomst, namelijk de associatieovereenkomst.

De door de Associatieraad vast te stellen handeling is een handeling met rechtsgevolgen. De beoogde handeling heeft rechtsgevolgen aangezien zij de bestaande strategische prioriteiten zal verlengen totdat de geactualiseerde gezamenlijke documenten zijn vastgesteld.

De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 218, lid 9, VWEU.

4.2.Materiële rechtsgrondslag

4.2.1.Beginselen

De materiële rechtsgrondslag voor een overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling ten aanzien waarvan namens de Unie een standpunt wordt ingenomen. Wanneer de beoogde handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of hoofdcomponent, terwijl de andere doelstelling of de andere component slechts ondergeschikt is, moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is voor de hoofddoelstelling of de hoofdcomponent dan wel de belangrijkste doelstelling of component.

4.2.2.Toepassing op het onderhavige geval

De doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling hebben in de eerste plaats betrekking op de samenwerking met een derde land in het kader van een associatieovereenkomst en het Europees Nabuurschapsbeleid.

De materiële rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 217, VWEU.

4.3.Conclusie

De rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is artikel 217, VWEU, in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU.

5.Bekendmaking van de beoogde handeling

Aangezien met de handeling van de Associatieraad de looptijd van de strategische prioriteiten EU-Tunesië wordt gewijzigd, moet zij na de vaststelling ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie worden bekendgemaakt.

2021/0225 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

inzake het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in de Associatieraad die is ingesteld bij de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds, over de geplande vaststelling van een besluit tot verlenging van de strategische prioriteiten EU-Tunesië totdat de EU en Tunesië geactualiseerde gezamenlijke documenten hebben vastgesteld

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 217, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds (“de associatieovereenkomst”) werd op 17 juli 1995 gesloten en is op 1 maart 1998 in werking getreden 2 .

(2)De strategische prioriteiten EU-Tunesië werden op 9 november 2018 door de Associatieraad goedgekeurd 3 .

(3)In de vorm van een briefwisseling kwamen de partijen overeen dat deze nog steeds geldig zijn als leidraad voor de consolidatie van het partnerschap, in afwachting van de vaststelling van geactualiseerde gezamenlijke documenten.

(4)Artikel 80 van de associatieovereenkomst geeft de Associatieraad de bevoegdheid besluiten vast te stellen om de doelstellingen van de associatieovereenkomst te verwezenlijken.

(5)De Associatieraad moet via de schriftelijke procedure een besluit vaststellen om de strategische prioriteiten te verlengen totdat de EU en Tunesië geactualiseerde gezamenlijke documenten hebben vastgesteld.

(6)Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen in de Associatieraad, aangezien het besluit bindend zal zijn voor de Unie,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het namens de Unie in te nemen standpunt in de Associatieraad die is ingesteld bij de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds, over de verlenging van de strategische prioriteiten EU-Tunesië totdat de EU en Tunesië geactualiseerde gezamenlijke documenten hebben vastgesteld, wordt gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van de Associatieraad EU-Tunesië.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de Commissie.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    Arrest van het Hof van Justitie van 7 oktober 2014, Duitsland/Raad, zaak C-399/12, ECLI:EU:C:2014:2258, punten 61 tot en met 64.
(2)    Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds (PB L 97 van 30.3.1998, blz. 2).
(3)    Besluit nr. 1/2018 van de Associatieraad EU-Tunesië van 9 november 2018 tot vaststelling van de strategische prioriteiten EU-Tunesië voor de periode 2018-2020 (PB L 293 van 20.11.2018, blz. 39).

Brussel, 16.7.2021

COM(2021) 320 final

BIJLAGE

bij

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

inzake het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in de Associatieraad die is ingesteld bij de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds, over de geplande vaststelling van een besluit tot verlenging van de strategische prioriteiten EU-Tunesië totdat de EU en Tunesië geactualiseerde gezamenlijke documenten hebben vastgesteld


BIJLAGE

BESLUIT NR. xx/2021 VAN DE ASSOCIATIERAAD EU-TUNESIË 

van [dd/mm/jjjj] 

tot verlenging van de strategische prioriteiten EU-Tunesië

DE ASSOCIATIERAAD EU-TUNESIË,

Gezien de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds (“de associatieovereenkomst”),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds, werd op 17 juli 1995 gesloten en is op 1 maart 1998 in werking getreden 1 .

(2)Artikel 80 van de associatieovereenkomst geeft de Associatieraad de bevoegdheid besluiten vast te stellen om de doelstellingen van de associatieovereenkomst te verwezenlijken.

(3)Overeenkomstig artikel 90 van de associatieovereenkomst treffen de partijen alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze overeenkomst te voldoen en zien zij erop toe dat de in de overeenkomst aangegeven doelstellingen worden bereikt.

(4)Bij Besluit nr. 1/2018 van de Associatieraad van 9 november 2018 zijn de EU en Tunesië strategische prioriteiten overeengekomen die de leidraad vormen voor het partnerschap in de periode 2018-2020 2 .

(5)In de vorm van een briefwisseling kwamen de partijen overeen dat de strategische prioriteiten EU-Tunesië nog steeds geldig zijn als leidraad voor een verdere consolidatie van het partnerschap, in afwachting van de vaststelling van geactualiseerde gezamenlijke documenten.

(6)Op grond van artikel 10 van het reglement van orde kan de Associatieraad tussen de vergaderingen in besluiten vaststellen via schriftelijke procedure, als de partijen daarmee instemmen,

BESLUIT:

Artikel 1

De Associatieraad besluit via schriftelijke procedure de strategische prioriteiten EU-Tunesië, die zijn gehecht aan Besluit nr. 01/2018 van 9 november 2018, te verlengen totdat de EU en Tunesië geactualiseerde gezamenlijke documenten hebben vastgesteld.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te xx, op [dag maand jaar].

   Voor de Associatieraad

(1)    Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds (PB L 97 van 30 maart 1998, blz 2).
(2)    Besluit nr. 1/2018 van de Associatieraad EU-Tunesië van 9 november 2018 tot vaststelling van de strategische prioriteiten EU-Tunesië voor de periode 2018-2020 (PB L 293 van 20.11.2018, blz. 39).