29.4.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 141/5


Resolutie van het Europees Comité van de Regio’s over de conferentie over de toekomst van Europa

(2020/C 141/02)

HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO’S (CvdR),

Overwegende hetgeen volgt:

a)

De democratische legitimiteit van de Europese Unie staat of valt met het vertrouwen van de burgers in hun op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau gekozen vertegenwoordigers.

b)

De representatieve democratie vormt de basis van het EU-project; uit de toegenomen opkomst bij de Europese verkiezingen van 2019 blijkt dat er de burgers veel aan gelegen is om het EU-beleid mede vorm te geven; alle bestuursniveaus moeten nieuwe uitdagingen het hoofd bieden en de burgers op nieuwe manieren bij het project proberen te betrekken.

c)

Elk jaar worden er in de EU-lidstaten verkiezingen gehouden op nationaal, regionaal en lokaal niveau, waarbij de burgers geïnformeerd zouden kunnen worden over de doorwerking van het Europese beleid op alle bestuursniveaus; dat zou de geloofwaardigheid van de EU onder de burgers ten goede komen.

d)

De cruciale rol van lokale en regionale overheden blijkt uit het feit dat zij goed zijn voor de helft van alle overheidsinvesteringen, een derde van de overheidsuitgaven en een kwart van de belastinginkomsten in de EU.

Het Europees Comité van de Regio’s (CvdR)

1.

is verheugd over het initiatief van de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad om een conferentie over de toekomst van Europa op te zetten en zou graag helpen zorgen voor concrete resultaten en maatregelen met tastbare voordelen voor de burgers van de EU;

2.

is van mening dat de conferentie de gelegenheid biedt om in kaart te brengen aan welke maatregelen de EU behoefte heeft om haar slagkracht te vergroten en haar democratische werking te verbeteren, conform het nieuwe beginsel van actieve subsidiariteit;

3.

onderstreept dat de meer dan een miljoen gekozen lokale en regionale vertegenwoordigers in de EU betrokken moeten worden bij maatregelen om het EU-beleid vorm te geven en een brug te slaan tussen de EU en haar burgers; om de zichtbaarheid van dit proces te vergroten, zal het CvdR zich sterk maken voor discussies over EU-aangelegenheden in regionale parlementen en gemeenteraden;

4.

is verheugd over de voorgestelde maatregelen om contact te zoeken met de burgers en onderstreept het belang van open en uitgebreide thematische debatten; het staat volledig achter het idee dat belangrijke onderdelen van de conferentie gedecentraliseerd moeten worden, zodat ook gebieden en bevolkingsgroepen buiten de Europese en nationale hoofdsteden er rechtstreeks en actief bij kunnen worden betrokken. Met het oog hierop zal het CvdR zijn leden lokale evenementen helpen organiseren over de thema’s van de conferentie en instrumenten ontwikkelen om de resultaten en suggesties van deze debatten te verzamelen en aan de conferentie mee te delen;

5.

zou graag zien dat de Europe Direct-centra worden betrokken bij de conferentie over de toekomst van Europa en worden beschouwd als regionale participatiehubs, gezien hun reikwijdte en ook omdat hun belangrijkste taak in het algemeen erin bestaat Europese kwesties dichter bij de burgers te brengen. Europe Direct-centra hebben aanzienlijke ervaring met het aanzwengelen van debatten en zouden daarom een belangrijke pijler zijn die ervoor kan zorgen dat de conferentie over de toekomst van Europa ruim wordt opgezet en met uiteenlopende meningen wordt verrijkt;

6.

benadrukt dat in het conferentieproces voor pluralisme en inclusiviteit moet worden gezorgd en onderschrijft ten volle het voorstel van het Europees Parlement om een tweeledige aanpak te hanteren: een plenaire vergadering van de conferentie op institutioneel niveau en een aantal burgeragora’s en aanverwante decentrale activiteiten, met een zo nauw mogelijk verband tussen de twee; dringt er omwille van een diepgaand debat op aan dat de conferentie en de bijbehorende activiteiten de diversiteit in Europa weerspiegelen;

7.

stelt voor, ter uitbreiding van de kanalen van de representatieve democratie, dat de conferentie openstaat voor de input van al bestaande instrumenten van de participatiedemocratie op lokaal en regionaal niveau; hiertoe behoren onder meer de in verschillende regio’s met succes geteste burgerdialogen en burgerfora, met deelnemers die willekeurig en evenwichtig zijn geselecteerd, en waar een combinatie van burgerfora en deskundigenfora waardevol is gebleken;

8.

is van mening dat de EU ook na afloop van de conferentie rechtstreeks met haar burgers in gesprek moet blijven, en daarbij moet voortbouwen op de brede ervaring die met participatiemodellen is opgedaan om een permanent gestructureerd mechanisme voor de dialoog met hen tot stand te brengen; deze permanente mechanismen moeten worden gecombineerd met dialogen over actuele thema’s, waarbij de doelgroepen kunnen veranderen;

9.

deelt de mening dat jongeren aan de conferentie over de toekomst moeten deelnemen en dat bijzondere aandacht voor jongeren nodig is om de toekomstige richting van het Europese project kracht bij te zetten, en wijst erop dat in alle voorstellen van de conferentie rekening moet worden gehouden met toekomstige generaties;

10.

roept op tot een duidelijke focus op de belangrijkste uitdagingen waarmee de Europese Unie wordt geconfronteerd alsook tot een bottom-updiscussie over de thema’s van de conferentie, zoals o.a. uitdagingen op het gebied van milieu en klimaat, sociale rechtvaardigheid, duurzame ontwikkeling, de digitale transformatie, migratie, de Europese gemeenschap van waarden, de economie en werkgelegenheid, territoriale cohesie en de veranderingen in het beleid, de processen, de instellingen en de middelen van de EU, met inbegrip van de rol van de lokale en regionale democratie en zelfbestuur, die nodig zijn om de EU in staat te stellen in te spelen op de behoeften en verwachtingen van de burgers op dit gebied; om de resultaten van de conferentie op passende wijze ten uitvoer te leggen, mogen mogelijke wijzigingen van de EU-Verdragen niet worden uitgesloten;

11.

onderschrijft dat in het advies van het Europees Parlement over de conferentie over de toekomst van Europa (P9_TA-PROV (2020)0010) wordt gesteld dat er gedurende de gehele conferentie verschillende thematische burgerfora zullen worden georganiseerd, die de politieke prioriteiten weerspiegelen, en dat deze maximaal 200-300 burgers moeten omvatten, onder wie ten minste drie vertegenwoordigers per lidstaat, berekend op basis van het beginsel van degressieve proportionaliteit. Het CvdR is het er ook mee eens dat de deelnemende burgers door onafhankelijke instanties in de lidstaten uit alle EU-burgers willekeurig moeten worden geselecteerd, overeenkomstig de bovengenoemde criteria;

12.

is ervan overtuigd dat, om bij de burgers draagvlak te creëren voor de Europese integratie en hen nauwer bij de EU-besluitvorming te betrekken, het van essentieel belang is om tijdens de conferentie de nadruk te leggen op de verdere ontwikkeling van het concept van Europees burgerschap op basis van individuele rechten in het Europees systeem van multilevel governance;

13.

benadrukt zijn bezorgdheid over de standpunten die de Europese Commissie en de Raad van ministers tot nu toe hebben ingenomen en die niet duidelijk en ambitieus zijn wat betreft de reikwijdte en het proces van de conferentie over de toekomst van Europa, met name met betrekking tot de rol van lokale en regionale overheden van de Europese Unie en het Comité van de Regio’s;

14.

is van mening dat de conferentie duidelijk gericht moet zijn op de formulering van concrete voorstellen voor wetgeving of wijzigingen van de EU-Verdragen, die dan tijdens de verkiezingscampagne voor het Europees Parlement in 2024 met het oog op een toekomstig verdrag zullen worden besproken;

15.

is verheugd over de voorgestelde plenaire vergadering van de conferentie, die bestaat uit leden van het Europees Parlement, de Europese Commissie, de regeringen van de EU-27, de nationale parlementen en het Europees Comité van de Regio’s; dringt erop aan dat het CvdR wordt vertegenwoordigd door ten minste acht leden met volledig stemrecht; beseft voorts de noodzaak van een gelijke vertegenwoordiging van de tweede kamers van de nationale parlementen, aangezien deze in veel lidstaten bestaan uit vertegenwoordigers van de regionale overheden;

16.

dringt erop aan dat de stuurgroep van de conferentie zorgt voor een politiek en institutioneel evenwicht tussen alle bestuursniveaus en één lid van het Europees Comité van de Regio’s omvat; dat lid kan worden bijgestaan door een CvdR-ambtenaar die bij het gezamenlijke secretariaat wordt gedetacheerd;

17.

acht het een goede zaak dat wordt voorgesteld om ook lokale en regionale vertegenwoordigers van de kandidaat-lidstaten van de EU bij de discussies over de toekomst van Europa te betrekken;

18.

verzoekt het Europees Parlement, de Raad en de Commissie de in deze resolutie uiteengezette beginselen over te nemen in hun gezamenlijke verklaring, die het van plan is te ondertekenen;

19.

draagt zijn voorzitter op om deze resolutie aan de voorzitter van het Europees Parlement, de voorzitter van de Europese Commissie, de voorzitter van de Europese Raad en het Kroatische voorzitterschap van de Raad toe te sturen.

Brussel, 12 februari 2020.

De voorzitter van het Europees Comité van de Regio's

Apostolos TZITZIKOSTAS