Brussel, 2.4.2020

COM(2020) 173 final

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT

Technische aanpassing met betrekking tot speciale instrumenten voor 2020
(artikel 6, lid 1, onder e) en f), van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020)


1.Inleiding

De verordening tot bepaling van het meerjarig financieel kader (de MFK-verordening) voor de jaren 2014-2020, zoals laatst gewijzigd bij Verordening (EU, Euratom) 2017/1123 van de Raad van 20 juni 2017 1 en aangepast overeenkomstig de technische aanpassing voor 2020 2 , bevat de tabel van het financieel kader voor 2014-2020, uitgedrukt in prijzen van 2011 (tabel 1).

In artikel 6, lid 1, van de MFK-verordening is bepaald dat de Commissie ieder jaar vóór de begrotingsprocedure van het begrotingsjaar n+1 overgaat tot de technische aanpassing van het meerjarig financieel kader (MFK) op grond van de ontwikkeling van het bruto nationaal inkomen (bni) van de EU en van de prijzen, en dat de resultaten van deze aanpassing worden meegedeeld aan de Raad en het Europees Parlement. De aanpassing van de maxima overeenkomstig artikel 6, lid 1, werd in mei 2019 uitgevoerd in de technische aanpassing voor 2020 en wordt op grond van artikel 6, lid 4, niet geactualiseerd.

De mededeling over de technische aanpassing voor 2020 vermeldt de beschikbare middelen van de speciale instrumenten voor de jaren 2019 en 2020 overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder e) en f), van de MFK-verordening inzake respectievelijk de overkoepelende marge voor vastleggingskredieten en het flexibiliteitsinstrument, zoals bekend in het voorjaar van 2019. Het doel van deze mededeling is de Raad en het Europees Parlement te informeren over de extra beschikbare middelen van de speciale instrumenten overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder e) en f), van de MFK-verordening inzake respectievelijk de overkoepelende marge voor vastleggingskredieten en het flexibiliteitsinstrument, die eind 2019 beschikbaar zijn geworden voor het jaar 2020.

De mededeling vermeldt ter informatie ook de beschikbare middelen van alle speciale instrumenten en het gebruik van deze middelen sinds 2014.

2.Overkoepelende marge voor de betalingen (OMB)

Overeenkomstig artikel 5 van de MFK-verordening wordt het maximum van de betalingskredieten voor de jaren 2015-2020 door de Commissie naar boven bijgesteld met een bedrag dat gelijk is aan het verschil tussen de uitgevoerde betalingen en het maximum van de betalingskredieten voor betalingen van het jaar n-1 van het MFK. Aanpassingen naar boven toe worden volledig verrekend met een overeenkomstige verlaging van het maximum voor de betalingskredieten voor het jaar n-1 in constante prijzen van 2011.

Voor 2020 wordt geen herberekening van de OMB verricht, aangezien de in artikel 5, lid 2, van de MFK-verordening vastgestelde drempel is bereikt in de in mei 2019 vastgestelde technische aanpassing voor 2020.

3.Speciale instrumenten

Er zijn instrumenten die buiten de in het financieel kader 2014-2020 overeengekomen uitgavenmaxima vallen. Deze instrumenten dienen om snel te kunnen reageren op uitzonderlijke of onvoorziene gebeurtenissen, en geven – binnen bepaalde grenzen – enige flexibiliteit boven de overeengekomen uitgavenmaxima.

3.1.Reserve voor noodhulp

Overeenkomstig artikel 9 van de gewijzigde MFK-verordening kan de reserve voor noodhulp voor maximaal 300 miljoen EUR per jaar in prijzen van 2011 worden aangesproken, d.w.z. 358,5 miljoen EUR in 2020 in lopende prijzen (2 301,4 miljoen EUR voor de hele periode in lopende prijzen). Het deel van het niet-bestede bedrag van het voorgaande jaar kan worden overgedragen naar het volgende jaar. De overdracht van 2019 naar 2020 bedraagt 45,6 miljoen EUR.

Onderstaande tabel toont de details van de jaarlijkse beschikbare middelen en het gebruik van de reserve voor noodhulp sinds 2014:

Reserve voor noodhulp

in miljoen EUR

 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Totaal

Jaarlijkse bedragen in prijzen van 2011

280

280

280

300

300

300

300

2 040

Jaarlijkse bedragen in lopende prijzen

297,0

303,0

309,0

337,8

344,6

351,5

358,5

2 301,4

Overgedragen van het voorgaande jaar

0,0

198,9

219,4

98,6

61,7

34,1

45,6

 

Jaarlijks gebruik

98,1

282,5

429,8

374,7

372,2

340,0

 

1 897,3

Overgedragen naar het volgende jaar

198,9

219,4

98,6

61,7

34,1

45,6

 

 

Vervallen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

0,0

3.2.Solidariteitsfonds van de Europese Unie (SFEU)

Overeenkomstig artikel 10 van de MFK-verordening kan het Solidariteitsfonds van de Europese Unie voor maximaal 500 miljoen EUR per jaar in prijzen van 2011 worden aangesproken, d.w.z. 597,5 miljoen EUR in 2020 in lopende prijzen (3 944,7 miljoen EUR voor de hele periode in lopende prijzen). Het deel van het niet-bestede bedrag van het voorgaande jaar kan worden overgedragen naar het volgende jaar. De overdracht van 2019 naar 2020 bedroeg 553,0 miljoen EUR. Eind 2019 verviel er geen bedrag.

Onderstaande tabel toont de details van de jaarlijks beschikbare bedragen en het gebruik van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie sinds 2014.

Solidariteitsfonds van de Europese Unie

in miljoen EUR

 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Totaal

Jaarlijkse bedragen in prijzen van 2011

500

500

500

500

500

500

500

3 500

Jaarlijkse bedragen in lopende prijzen

530,6

541,2

552,0

563,1

574,3

585,8

597,5

3 944,7

Overgedragen van het voorgaande jaar

0,0

403,9

541,2

552,0

140,8

265,3

553,0

 

Vervroegd toegewezen van het volgende jaar

0,0

0,0

0,0

294,0

-294,0

0,0

0,0

 

Jaarlijks gebruik

126,7

82,8

33,1

1 268,3

155,9

298,1

 

1 964,9

Overgedragen naar het volgende jaar

403,9

541,2

552,0

140,8

265,3

553,0

 

 

Vervallen

0,0

321,1

508,1

0,0

0,0

0,0

 

829,2

3.3.Flexibiliteitsinstrument

Overeenkomstig artikel 11 van de gewijzigde MFK-verordening kan het flexibiliteitsinstrument voor maximaal 600 miljoen EUR per jaar in prijzen van 2011 worden aangesproken, d.w.z. 717 miljoen EUR in 2020 in lopende prijzen (4 315 miljoen EUR voor de hele periode in lopende prijzen). Het deel van de niet-bestede jaarlijkse bedragen van de voorgaande drie jaren kan worden overgedragen.

Overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder f), waarin wordt verwezen naar artikel 11, lid 1, tweede alinea, wordt met ingang van 2017 het beschikbare jaarlijkse bedrag voor het flexibiliteitsinstrument elk jaar verhoogd met de bedragen gelijk aan het deel van het jaarlijkse bedrag voor het Solidariteitsfonds van de Europese Unie en het deel van het jaarlijkse bedrag voor het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering die in het voorgaande jaar zijn vervallen.

Onderstaande tabel toont de details van de jaarlijks beschikbare middelen en het gebruik van het flexibiliteitsinstrument sinds 2014:

Flexibiliteitsinstrument

in miljoen EUR

 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Totaal

Jaarlijkse bedragen in prijzen van 2011

471

471

471

600

600

600

600

3 813

Jaarlijkse bedragen in lopende prijzen

500

510

520

676

689

703

717

4 315

Overgedragen van het voorgaande jaar

276,0

686,7

1010,0

0,0

517,0

519,8

202,4

 

Verhoogd met vervallen bedrag van EFG

 

 

 

138

151

144

175

608

Verhoogd met vervallen bedrag van SFEU

 

 

 

508

0

0

0

508

Jaarlijks gebruik

89,3

149,4

1 530,0

805,0

837,2

1 164,3

778,1

5 353,4

Overgedragen naar het volgende jaar

686,7

1 010,0

0,0

517,0

519,8

202,4

0,0

 

Beschikbaar

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

316,3

316,3

Vervallen

0,0

37,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

37,2

3.4.Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG)

Overeenkomstig artikel 12 van de MFK-verordening kan het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor maximaal 150 miljoen EUR per jaar in prijzen van 2011 worden aangesproken, d.w.z. 179,3 miljoen EUR in 2020 in lopende prijzen (1 183,4 miljoen EUR voor de hele periode in lopende prijzen). De ongebruikte bedragen van het voorgaande jaar kunnen niet worden overgedragen. Het bedrag van 175,1 miljoen EUR dat eind 2019 is vervallen, wordt gebruikt om het flexibiliteitsinstrument in 2020 te versterken.

Onderstaande tabel toont de details van de jaarlijks beschikbare middelen en het gebruik van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering sinds 2014:

Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering

in miljoen EUR

 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Totaal

Jaarlijkse bedragen in prijzen van 2011

150

150

150

150

150

150

150

1 050

Jaarlijkse bedragen in lopende prijzen

159,2

162,4

165,6

168,9

172,3

175,7

179,3

1 183,4

Jaarlijks gebruik

81,0

43,4

28,0

18,1

28,0

0,6

 

199,1

Vervallen

78,2

119,0

137,6

150,8

144,3

175,1

 

629,9

3.5.Marge voor onvoorziene uitgaven

Overeenkomstig artikel 13 van de MFK-verordening wordt een marge voor onvoorziene uitgaven van ten hoogste 0,03 % van het bruto nationaal inkomen van de Unie gevormd buiten de in het financieel kader vastgestelde maxima voor de periode 2014-2020.

Het absolute bedrag van de marge voor onvoorziene uitgaven voor het jaar 2020 is 5 096,8 miljoen EUR, zoals vastgesteld in de in mei 2019 goedgekeurde technische aanpassing van het MFK voor 2020.

Onderstaande tabel toont de details van de jaarlijks beschikbare middelen en het gebruik van de marge voor onvoorziene uitgaven sinds 2014:

Marge voor onvoorziene uitgaven

in miljoen EUR

 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Totaal

Beschikbare jaarlijkse bedragen

4 026,7

4 175,4

4 438,2

4 496,8

4 711,3

4 946,7

5 096,8

31 892

Jaarlijks gebruik

 

 

 

 

 

 

 

 

vastleggingen

0,0

0,0

240,1

1 906,2

0,0

0,0

0,0

2 146,3

betalingen

2 818,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

2 818,2

Jaarlijkse compensatie

 

 

 

 

 

 

 

 

vastleggingen

0,0

0,0

-240,1

-1 082,3

-318,0

-253,9

-252,0

-2 146,3

betalingen

0,0

0,0

0,0

-2 818,2

0,0

0,0

0,0

-2 818,2

3.6.Overkoepelende marge voor vastleggingskredieten voor groei en werkgelegenheid, in het bijzonder voor jongeren, en voor maatregelen op het gebied van migratie en veiligheid (OMV)

Overeenkomstig artikel 14 van de MFK-verordening, zoals gewijzigd bij Verordening (EU, Euratom) nr. 2017/1123 van de Raad, vormen marges die beschikbaar blijven onder de MFK-maxima voor vastleggingskredieten een overkoepelende MFK-marge voor vastleggingen, die beschikbaar worden gesteld boven de maxima die in het MFK zijn vastgesteld voor de jaren 2016 tot en met 2020 voor beleidsdoelstellingen met betrekking tot groei en werkgelegenheid, in het bijzonder voor jongeren, en migratie en veiligheid.

In de definitieve begroting van 2019 bedraagt de onder het maximum voor vastleggingen resterende marge 1 291,1 miljoen EUR. De vastleggingen op speciale instrumenten (inclusief het gebruik van de OMV en de marge voor onvoorziene uitgaven) worden niet in aanmerking genomen, aangezien ze worden uitgevoerd boven de maxima van het MFK.

Overeenkomstig artikel 6, lid 2, van de MFK-verordening wordt voor de berekening van de OMV de jaarlijkse deflator van 2 % gebruikt. Het bedrag van de resterende marge van 2019 dat voor 2020 beschikbaar zal worden gesteld, is 1 316,9 miljoen EUR in lopende prijzen. De OMV in prijzen van 2011 komt uit op 1 101,9 miljoen EUR.

Onderstaande tabel toont de details van de berekening van de OMV 2019:

Overkoepelende marge voor vastleggingskredieten - 2019

 in miljoen EUR

Maximum vastleggingskredieten 2019

164 123,0

Totaal toegestane kredieten begroting 2019

166 189,2

waarvan speciale instrumenten:

3 357,3

Solidariteitsfonds van de Europese Unie

343,6

Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering

175,7

Reserve voor noodhulp

351,5

Flexibiliteitsinstrument

1 164,3

Marge voor onvoorziene uitgaven

-253,9

In 2019 aangesproken OMV

1 576,0

OMV van 2019 (lopende prijzen)

1 291,1

OMV van 2019 (prijzen 2011)

1 101,9

In 2020 beschikbare OMV van 2019 (lopende prijzen)

1 316,9

Momenteel blijft een deel van de OMV 2018 (1 075,5 miljoen EUR in prijzen van 2020) beschikbaar. De totale beschikbaarheid van de OMV in 2020 bedraagt dus 2 392,4 miljoen EUR (in prijzen van 2020).

Onderstaande tabel toont de details van de beschikbare middelen en het gebruik van de OMV sinds 2014:

 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Beschikbare marge vastleggingen aan het einde van het jaar

(bevestigd door jaarlijkse techn. aanpassing)

521,9

1 383,2

2 090,2

1 115,5

1 390,9

1 291,1

 

Beschikbare jaarlijkse OMV

0,0

0,0

1 953,9

3 571,1

2 802,4

2 894,7

2 662,0

OMV 2014

-

-

543,0

0,0

0,0

0,0

0,0

OMV 2015

-

-

1 410,9

1 439,1

0,0

0,0

0,0

OMV 2016

-

-

-

2 132,0

1 664,6

315,4

0,0

OMV 2017

-

-

-

-

1 137,8

1 160,6

0,0

OMV 2018

-

-

-

-

-

1 418,7

1 345,1

OMV 2019

-

-

-

-

-

-

1 316,9

Jaarlijks gebruik van OMV

0,0

0,0

-543,0

-1 939,1

-1 355,6

-1 576,0

-269,6

OMV 2014

-

-

-543,0

0,0

0,0

0,0

0,0

OMV 2015

-

-

0,0

-1 439,1

0,0

0,0

0,0

OMV 2016

-

-

-

-500,0

-1 355,6

-315,4

0,0

OMV 2017

-

-

-

-

0,0

-1 160,6

0,0

OMV 2018

-

-

-

-

-

-100,0

-269,6

OMV 2019

-

-

-

-

-

-

Overblijvende OMV aan einde van het jaar

0,0

0,0

1 410,9

1 632,0

1 446,8

1 318,7

2 392,4

OMV 2014

-

-

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

OMV 2015

-

-

1 410,9

0,0

0,0

0,0

0,0

OMV 2016

-

-

-

1 632,0

309,0

0,0

0,0

OMV 2017

-

-

-

-

1 137,8

0,0

0,0

OMV 2018

-

-

-

-

-

1 318,7

1 075,5

OMV 2019

-

-

-

-

-

-

1 316,9

(1)    PB L 163 van 24.6.2017, blz. 1.
(2)    COM(2019) 310 final van 15.5.2019.