5.12.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 438/11


Bekendmaking van de Commissie overeenkomstig artikel 27, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad in zaak AT.40049 — MASTERCARD II

(2018/C 438/04)

1.   Inleiding

(1)

Overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (1) kan de Commissie in gevallen waarin zij voornemens is een besluit tot beëindiging van een inbreuk vast te stellen en de betrokken partijen toezeggingen doen om tegemoet te komen aan de bezwaren die de Commissie hun in haar voorlopige beoordeling te kennen heeft gegeven, beslissen om die toezeggingen bij besluit een verbindend karakter te verlenen. Dat besluit kan voor een bepaalde periode worden vastgesteld en bevat de conclusie dat er niet langer gronden voor een optreden van de Commissie bestaan. Volgens artikel 27, lid 4, van dezelfde verordening maakt de Commissie een beknopte samenvatting van de zaak en de hoofdlijnen van de toezeggingen bekend. Belanghebbenden kunnen hun opmerkingen meedelen binnen de door de Commissie vastgestelde termijn.

2.   Samenvatting van de zaak

(2)

Op 9 juli 2015 heeft de Commissie een mededeling van punten van bezwaar vastgesteld tegen MasterCard Europe SA, MasterCard Incorporated en MasterCard International Incorporated ((hierna gezamenlijk „Mastercard” genoemd).

(3)

In de mededeling van punten van bezwaar maakte de Commissie haar voorlopig standpunt bekend dat Mastercard’s regels inzake multilaterale interbancaire vergoedingen („multilateral interchange fees”, hierna „MIF’s” (2) genoemd) die van toepassing zijn op interregionale transacties met debet- en kredietkaarten voor consumenten afgegeven door een buiten de EER gevestigde uitgevende instelling (bank van de kaarthouder) in een in de EER gelegen verkooppunt, inbreuk maken op artikel 101 van het VWEU en artikel 53 van de EER -overeenkomst. Hieronder vallen „card present”-transacties (wanneer de kaarthouder aanwezig is, bijvoorbeeld in een winkel) en „card not present”-transacties (wanneer de kaarthouder niet aanwezig is, bijvoorbeeld wanneer het kaartnummer en de verificatiegegevens via internet, post of telefoon worden doorgegeven).

(4)

De mededeling van de punten van bezwaar stelt dat volgens de regels van Mastercard de verkrijgende instelling (de bank van de handelaar) verplicht is interregionale MIF’s aan de afgevende instelling (bank van de kaarthouder) te betalen voor elke interregionale transactie in een verkooppunt in de EER, en tevens dat de interregionale MIF’s van Mastercard besluiten vormen van een ondernemersvereniging in de zin van artikel 101, lid 1, VWEU/artikel 53, lid 1, EER.

(5)

Zoals uiteengezet in de mededeling van de punten van bezwaar, wanneer een kaarthouder een betaalkaart gebruikt om goederen of diensten van een handelaar te kopen, betaalt de handelaar een handelarenvergoeding aan zijn verkrijgende instelling. De verkrijgende instelling behoudt een gedeelte van deze vergoeding (de marge van de verkrijgende instelling), een gedeelte wordt doorgestort aan de afgevende instelling (de MIF) en een klein gedeelte wordt doorgestort aan de exploitant van het systeem (in dit geval Mastercard). De mededeling van de punten van bezwaar stelt voorts dat in de praktijk de handelarenvergoeding voor een groot deel wordt bepaald door de MIF. De Commissie heeft in zaken uit het verleden echter MIF’s aanvaard die voldoen aan de zogenoemde „merchant indifference test” (hierna „MIT” genoemd) (3). Volgens de test mag de interbancaire vergoeding gemiddeld niet hoger liggen dan het transactievoordeel dat handelaren behalen uit het accepteren van betaalkaarten. Een dergelijke MIF moet ervoor zorgen dat handelaren in doorsneegevallen onverschillig staan ten aanzien van het accepteren van betalingen met betaalkaart of van andere betaalmiddelen, waardoor gelijke concurrentievoorwaarden ontstaan tussen alternatieve betaalinstrumenten.

3.   Hoofdlijnen van de gedane toezeggingen

(6)

De aan de procedure onderworpen partijen, MasterCard Europe SA, MasterCard Incorporated en MasterCard International Incorporated, zijn het niet eens met de voorlopige beoordeling van de Commissie. Niettemin hebben zij toezeggingen gedaan in de zin van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1/2003 om aan de mededingingsbezwaren van de Commissie tegemoet te komen. De toezeggingen worden hierna kort samengevat. De volledige versie is in het Engels gepubliceerd op de website van het directoraat-generaal Concurrentie onder:

http://ec.europa.eu/competition/index_nl.html

(7)

Mastercard zegt toe om zes maanden na de datum waarop Mastercard de formele kennisgeving ontvangt van de beschikking van de Commissie in de zin van artikel 9 van Verordening (EG) 1/2003, een bovengrens vast te stellen:

a)

voor haar debet-IIF voor interregionale Card Present-transacties (CP), op 0,2 %, en

b)

voor haar credit-IIF voor interregionale Card Present-transacties (CP), op 0,3 %, en

c)

voor haar debet-IIF voor interregionale Card Non Present-transacties (CNP), op 1,15 %, en

d)

voor haar credit-IIF voor interregionale Card Non Present-transacties (CNP), op 1,5 %.

(8)

Deze toezeggingen zullen van kracht blijven voor een periode van vijf jaar en zes maanden na de kennisgeving van het besluit inzake de toezeggingen aan Mastercard.

(9)

Uiterlijk twaalf werkdagen na de kennisgeving van het besluit inzake de toezeggingen zal Mastercard aan elke verkrijgende instelling van interregionale transacties van Mastercard meedelen en elke verkrijgende instelling verzoeken op haar beurt aan haar respectieve handelaren-cliënten onmiddellijk mee te delen dat: i) de toezeggingen zijn aangenomen, en dat ii) met betrekking tot de IIF’s voor alle toekomstige Interregionale Transacties met debet- en kredietkaarten van consumenten bovengrenzen zullen worden vastgesteld voor de duur van de toezeggingen. Tevens zal Mastercard uiterlijk twaalf werkdagen na de kennisgeving van het besluit inzake de toezeggingen op een duidelijk zichtbare en eenvoudig toegankelijke wijze alle debet- en krediet-IIF’s die van toepassing zijn op interregionale CP- en CNP-transacties, publiceren op Mastercard’s Europese website.

(10)

Mastercard mag deze toezeggingen direct noch indirect door enig handelen of nalaten ontwijken of trachten te ontwijken. Vanaf de kennisgeving van het besluit inzake de toezeggingen zal Mastercard zich met name onthouden van alle praktijken die een vergelijkbaar doel of gevolg als dat van IIF’s hebben. Hierbij behoren in het bijzonder maar niet uitsluitend uitvoeringsprogramma’s of nieuwe regels waarbij Mastercard systeem- of andere vergoedingen die zij aan verkrijgende instellingen binnen de EER aanrekent, overdraagt aan niet-EER-emittenten.

(11)

Op voorwaarde dat geen toezeggingen worden ontweken, kan Mastercard passende maatregelen ter bescherming van consumenten aannemen om ervoor te zorgen dat consumenten geen nadeel ondervinden door de gevolgen van veranderingen in haar IIF’s, met name inzake fraude, valutaomrekening, terugbetalingen en terugboekingen.

(12)

Mastercard zal een monitoring trustee aanstellen om erop toe te zien dat Mastercard zich aan de toezeggingen houdt. De Commissie heeft het recht de voorgestelde trustee te aanvaarden of af te wijzen alvorens die wordt aangesteld.

(13)

Het huidige antitrustonderzoek (zie punt 2) tegen Mastercard zal open blijven in afwachting van verdere beoordeling door de Commissie, waarbij opmerkingen die in antwoord op deze bekendmaking zijn gemaakt, eventueel opgenomen zullen worden.

4.   Uitnodiging opmerkingen te maken

(14)

De Commissie is voornemens om, na een markttest, een besluit krachtens artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1/2003 vast te stellen, waarmee de hierboven samengevatte toezeggingen die op de website van directoraat-generaal Concurrentie werden gepubliceerd, verbindend worden verklaard.

(15)

Overeenkomstig artikel 27, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1/2003 nodigt de Commissie belanghebbende derden uit hun opmerkingen over de voorgestelde toezeggingen te maken. Deze opmerkingen dienen de Commissie te bereiken binnen één maand vanaf de datum van deze bekendmaking. Belanghebbende derden wordt ook verzocht een niet-vertrouwelijke versie van hun opmerkingen in te dienen waarin gegevens die zij als bedrijfsgevoelige en anderszins vertrouwelijke informatie beschouwen, dienen te zijn geschrapt en vervangen door een niet-vertrouwelijke samenvatting dan wel door de vermelding „bedrijfsgeheim” of „vertrouwelijk”.

(16)

U wordt verzocht uw antwoorden en opmerkingen te onderbouwen en de relevante feiten te vermelden. Mochten bepaalde aspecten van de voorgestelde toezeggingen volgens u problemen opleveren, dan verzoekt de Commissie u ook een mogelijke oplossing voor te stellen.

(17)

Uw opmerkingen kunt u de Commissie, onder vermelding van het referentienummer AT.40049 — MASTERCARD II, per e-mail (COMP-GREFFE-ANTITRUST@ec.europa.eu), per fax (+32 22950128) of per post naar het volgende adres toezenden:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie Antitrust

1049 Brussel

BELGIË


(1)  PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1. Sinds 1 december 2009 zijn de artikelen 81 en 82 van het EG-Verdrag respectievelijk de artikelen 101 en 102 van het VWEU. De bepalingen in beide verdragen zijn inhoudelijk identiek. In het kader van dit besluit moeten verwijzingen naar de artikelen 101 en 102 van het VWEU waar nodig worden begrepen als verwijzingen naar, respectievelijk, de artikelen 81 en 82 van het EG-Verdrag.

(2)  Mastercard definieert interregionale MIF’s als interbancaire vergoedingen vastgesteld door Mastercard die standaard van toepassing zijn op interregionale transacties betreffende debet-en kredietkaarten voor consumenten(„IIFs”).

(3)  Voor informatie betreffende de „merchant indifference test” zie de samenvatting van het onderzoek van de Commissie van 2015 betreffende de verwerkingskosten van contante en kaartbetalingen, blz. 3, te vinden op http://ec.europa.eu/competition/sectors/financial_services/dgcomp_final_report_en.pdf