12.1.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 9/11


Samenvatting van het besluit van de Commissie

van 27 juni 2017

inzake een procedure op grond van artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 54 van de EER-overeenkomst

(Zaak AT.39740 — Google Search (Shopping))

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 4444)

(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

(2018/C 9/08)

Op 27 juni 2017 heeft de Commissie een besluit vastgesteld inzake een procedure op grond van artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 54 van de EER-overeenkomst. Overeenkomstig artikel 30 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad  (1) publiceert de Commissie hierbij de namen van de partijen en de belangrijkste punten van het besluit, met inbegrip van de opgelegde sancties, rekening houdend met het rechtmatige belang van ondernemingen bij de bescherming van hun bedrijfsgeheimen.

1.   INLEIDING

(1)

Het besluit stelt vast dat Google Inc. (hierna „Google” genoemd) door op haar algemene zoekresultatenpagina’s een prominentere plaats en betere weergave te geven aan haar eigen prijsvergelijkingsdienst dan aan concurrerende prijsvergelijkingsdiensten, inbreuk maakt op artikel 102 VWEU en artikel 54 van de EER-overeenkomst. Het besluit gelast Google en haar moedermaatschappij Alphabet Inc. (hierna „Alphabet” genoemd) onmiddellijk een einde te maken aan de inbreuk en legt Alphabet Inc. en Google Inc. een geldboete op wegens misbruik vanaf 1 januari 2008 tot op heden.

(2)

Op 20 juni 2017 en 26 juni 2017 heeft het Adviescomité voor mededingingsregelingen en machtsposities overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1/2003 een gunstig advies uitgebracht over het besluit en over de aan Alphabet en Google opgelegde geldboete.

2.   AFBAKENING VAN DE MARKT EN MACHTSPOSITIE

(3)

In het besluit wordt geconcludeerd dat de relevante productmarkten in deze zaak de markt voor algemene internetzoekdiensten en de markt voor prijsvergelijkingsdiensten zijn.

(4)

Het verlenen van algemene internetzoekdiensten vormt een afzonderlijke productmarkt omdat i) het een economische activiteit is, ii) er slechts een beperkte mate van substitueerbaarheid aan de vraagzijde en een beperkte mate van substitueerbaarheid aan de aanbodzijde is tussen algemene internetzoekdiensten en andere onlinediensten, en iii) deze conclusie niet verandert naargelang de algemene internetzoekdiensten op vaste of mobiele toestellen worden verleend.

(5)

Het verlenen van prijsvergelijkingsdiensten vormt een afzonderlijke relevante productmarkt. Dit komt omdat prijsvergelijkingsdiensten niet onderling verwisselbaar zijn met diensten die worden aangeboden door: i) zoekdiensten die gespecialiseerd zijn in verschillende onderwerpen (bijvoorbeeld vluchten, hotels, restaurants of nieuws); ii) onlinezoekadvertentieplatformen; iii) onlinedetailhandelaren; iv) winkelplatformen; en v) offlineprijsvergelijkingsinstrumenten.

(6)

In het besluit wordt geconcludeerd dat de relevante geografische markten voor algemene internetzoekdiensten en voor prijsvergelijkingsdiensten allemaal een nationaal bereik hebben.

Googles machtspositie op het gebied van algemene internetzoekdiensten

(7)

In het besluit wordt geconcludeerd dat Google sinds 2007 een machtspositie inneemt op alle nationale markten voor algemene internetzoekdiensten in de EER, behalve in Tsjechië, waar Google sinds 2011 een machtspositie bekleedt.

(8)

Deze conclusie is gebaseerd op Googles marktaandelen, het bestaan van belemmeringen voor uitbreiding en toegang, het feit dat multi-homing van gebruikers weinig voorkomt, het bestaan van merkeffecten en het ontbreken van compenserende kopersmacht. De conclusie houdt stand, zelfs indien rekening wordt gehouden met het feit dat algemene internetzoekdiensten kosteloos worden aangeboden, en ongeacht het feit of algemene internetzoekdiensten op vaste toestellen al dan niet een andere markt vormen dan algemene internetzoekdiensten op mobiele toestellen.

3.   MISBRUIK VAN EEN MACHTSPOSITIE

(9)

In het besluit wordt geconcludeerd dat Google op de betrokken markten voor algemene internetzoekdiensten in de EER misbruik maakt door aan haar eigen prijsvergelijkingsdienst op haar algemene zoekresultatenpagina’s een prominentere plaats en betere weergave te geven dan aan concurrerende prijsvergelijkingsdiensten.

(10)

Googles gedrag is onrechtmatig, omdat zij: i) verkeer van concurrerende prijsvergelijkingsdiensten naar haar eigen vergelijkingsdienst verlegt, in die zin dat zij het verkeer van haar algemene zoekresultatenpagina’s naar concurrerende prijsvergelijkingsdiensten doet dalen en het verkeer van haar algemene zoekresultatenpagina’s naar haar eigen prijsvergelijkingsdienst doet stijgen; en ii) waarschijnlijk mededingingsverstorende effecten heeft of deze kan hebben op de nationale markten voor prijsvergelijkingsdiensten en algemene internetzoekdiensten.

Googles gedrag: prominentere plaats en betere weergave op haar algemene zoekresultatenpagina’s voor haar eigen prijsvergelijkingsdienst

(11)

In het besluit wordt uitgelegd hoe Google aan haar eigen prijsvergelijkingsdienst op haar algemene zoekresultatenpagina’s een prominentere plaats en betere weergave geeft dan aan concurrerende prijsvergelijkingsdiensten.

(12)

Ten eerste wordt uitgelegd hoe concurrerende prijsvergelijkingsdiensten op Googles algemene zoekresultatenpagina’s worden geplaatst en weergegeven. Voor wat betreft de plaatsing ervan wordt in het besluit uitgelegd hoe bepaalde specifieke algoritmen de kans vergroten dat concurrerende prijsvergelijkingsdiensten lager op Googles algemene zoekresultatenpagina’s terechtkomen en hoe dit hun zichtbaarheid op Googles algemene zoekresultatenpagina’s heeft beïnvloed. Voor wat betreft de weergave ervan wordt in het besluit uiteengezet in welke vorm de concurrerende prijsvergelijkingsdiensten in Googles algemene zoekresultaten kunnen worden weergegeven.

(13)

Ten tweede wordt uitgelegd hoe Googles eigen prijsvergelijkingsdienst op Googles algemene zoekresultatenpagina’s wordt geplaatst en weergegeven. Voor wat betreft de plaatsing ervan wordt in het besluit uitgelegd dat Googles dienst een prominente plaats krijgt en niet wordt onderworpen aan de specifieke algoritmen die voor concurrerende prijsvergelijkingsdiensten de kans vergroten dat zij lager op Googles algemene zoekresultatenpagina’s terechtkomen. Voor wat betreft de weergave ervan wordt in het besluit uitgelegd dat Googles eigen prijsvergelijkingsdienst met geavanceerde functies bovenaan of bijna bovenaan de eerste algemene zoekresultatenpagina wordt weergegeven, terwijl die functies niet toegankelijk zijn voor concurrerende prijsvergelijkingsdiensten.

Het feit dat Google aan haar eigen prijsvergelijkingsdienst een prominentere plaats en betere weergave geeft, haalt verkeer weg bij concurrerende prijsvergelijkingsdiensten.

(14)

In het besluit wordt eerst de invloed van de plaatsing en weergave van generieke zoekresultaten op het gedrag van de gebruiker geanalyseerd. Uit die analyse blijkt dat gebruikers meer geneigd zijn te klikken op links die zichtbaarder zijn op de algemene zoekresultatenpagina.

(15)

In het besluit wordt vervolgens geanalyseerd hoe het verkeer naar concurrerende prijsvergelijkingsdiensten is geëvolueerd en die analyse bevestigt de bevindingen ten aanzien van het gedrag van gebruikers.

(16)

Ten eerste is er bewijs voor de directe invloed van de rangorde van de generieke zoekresultaten in Google Search op de doorklikpercentages van deze zoekresultaten.

(17)

Ten tweede heeft de Commissie de evolutie van de zichtbaarheid van belangrijke concurrerende prijsvergelijkingsdiensten, zoals berekend door de onafhankelijke onderneming Sistrix, en de evolutie van het generieke zoekverkeer vanuit Google naar deze diensten vergeleken.

(18)

Ten derde blijkt uit bewijsmateriaal in het dossier van de Commissie dat de prominentere plaatsing en betere weergave van Googles prijsvergelijkingsdienst op haar algemene zoekresultatenpagina’s het verkeer naar die dienst heeft doen toenemen.

(19)

Ten vierde blijkt uit bewijsmateriaal in het dossier over de reële evolutie van het verkeer naar Googles prijsvergelijkingsdienst dat hoe prominenter de plaatsing en hoe beter de weergave ervan op Googles algemene zoekresultatenpagina’s, hoe meer het verkeer ernaar toeneemt.

Het generieke zoekverkeer vanuit Googles algemene zoekresultatenpagina’s vertegenwoordigt een groot deel van het verkeer van de concurrerende prijsvergelijkingsdiensten en is moeilijk te vervangen

(20)

In het besluit wordt geconcludeerd dat het generieke zoekverkeer vanuit Googles algemene zoekresultatenpagina’s, d.w.z. de bron van het verkeer dat wordt afgeleid van concurrerende prijsvergelijkingsdiensten, een groot deel van het verkeer naar die diensten vertegenwoordigt.

(21)

In het besluit wordt tevens geconcludeerd dat geen enkele van de bestaande alternatieve bronnen van verkeer die momenteel beschikbaar zijn voor concurrerende prijsvergelijkingsdiensten, met inbegrip van het verkeer vanuit AdWords, mobiele toepassingen en direct verkeer, het generieke zoekverkeer vanuit Googles algemene zoekresultatenpagina’s daadwerkelijk kan vervangen.

Googles gedrag heeft mogelijk mededingingsverstorende effecten

(22)

In het besluit wordt geconcludeerd dat Googles gedrag een aantal mogelijke mededingingsverstorende effecten heeft.

(23)

Ten eerste kan Googles gedrag de markt afschermen voor concurrerende prijsvergelijkingsdiensten, wat tot hogere vergoedingen voor handelaren, hogere prijzen voor consumenten en minder innovatie kan leiden.

(24)

Ten tweede zal Googles gedrag het voor consumenten waarschijnlijk moeilijker maken om toegang te krijgen tot de voor hen relevantste prijsvergelijkingsdiensten.

(25)

Ten derde zou Googles gedrag ook mededingingsverstorende effecten kunnen hebben, als de prijsvergelijkingsdiensten geen afzonderlijke relevante productmarkt, maar een segment van een mogelijk ruimere relevante productmarkt zouden vormen, die zowel prijsvergelijkingsdiensten als winkelplatformen omvat.

Objectieve rechtvaardigingsgronden of efficiëntieverbeteringen

(26)

In het besluit wordt geconcludeerd dat Google geen controleerbaar bewijsmateriaal heeft verschaft dat haar gedrag onmisbaar is om efficiëntieverbeteringen te realiseren en dat er geen minder mededingingsverstorende alternatieven zijn voor het gedrag die voor dezelfde efficiëntieverbeteringen kunnen zorgen. Zij voert evenmin argumenten of bewijzen aan die aantonen dat de waarschijnlijke efficiëntieverbeteringen dankzij het gedrag belangrijker zijn dan de waarschijnlijke nadelen voor de mededinging en het welzijn van de consument op de betrokken markten.

Beïnvloeding van het handelsverkeer

(27)

In het besluit wordt geconcludeerd dat Googles gedrag het handelsverkeer tussen de lidstaten en tussen de overeenkomstsluitende partijen bij de EER-overeenkomst aanzienlijk beïnvloedt.

Duur

(28)

In het besluit wordt geconcludeerd dat de inbreuk op elk van de betrokken nationale markten in de EER heeft plaatsgehad vanaf het ogenblik dat Google haar eigen prijsvergelijkingsdienst op de betrokken markt gunstiger is beginnen behandelen, concreet:

sinds januari 2008 in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk;

sinds oktober 2010 in Frankrijk;

sinds mei 2011 in Italië, Nederland en Spanje;

sinds februari 2013 in Tsjechië; en

sinds november 2013 in Oostenrijk, België, Denemarken, Noorwegen, Polen en Zweden.

Corrigerende maatregelen

(29)

In het besluit wordt geconcludeerd dat Google een einde moet maken aan het misbruik en zich moet onthouden van elke handeling of gedraging die hetzelfde of een vergelijkbaar doel of effect heeft.

(30)

Google heeft 90 dagen te rekenen vanaf de datum van kennisgeving van het besluit om een corrigerende maatregel te nemen die daadwerkelijk een einde stelt aan het misbruik.

4.   GELDBOETE

(31)

De aan Alphabet Inc. en Google Inc. opgelegde geldboete voor het misbruik wordt berekend op basis van de beginselen die zijn uiteengezet in de richtsnoeren betreffende de berekening van geldboeten van 2006 op grond van artikel 23, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 1/2003. In het besluit wordt geconcludeerd dat het definitieve bedrag van de aan Alphabet Inc. en Google Inc. opgelegde geldboete 2 424 495 000 EUR bedraagt.


(1)  Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1).