Brussel, 25.4.2018

COM(2018) 241 final

2018/0114(COD)

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132 met betrekking tot grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen

(Voor de EER relevante tekst)

{SWD(2018) 141 final}
{SWD(2018) 142 final}


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

De economie van de EU heeft behoefte aan gezonde en bloeiende vennootschappen die gemakkelijk in de eengemaakte markt kunnen functioneren. Dergelijke vennootschappen spelen een cruciale rol om in de Europese Unie de groei te stimuleren, banen te scheppen en investeringen aan te trekken. Zij dragen bij tot meer economische en sociale waarde voor de samenleving in haar geheel. Om dit doel te kunnen verwezenlijken, moeten vennootschappen kunnen functioneren in een juridische en bestuurlijke omgeving die tegelijk groei stimuleert en aangepast is aan de nieuwe economische en sociale uitdagingen van een geglobaliseerde en digitale wereld, maar die ook andere legitieme doelstellingen van openbaar belang nastreeft, zoals de bescherming van werknemers, schuldeisers of minderheidsaandeelhouders, en die instanties de noodzakelijke waarborgen biedt om fraude of misbruik te bestrijden.

Met dat doel voor ogen brengt de Commissie dit voorstel uit, dat samen met een het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132 1 met betrekking tot het gebruik van digitale instrumenten en processen in het vennootschapsrecht een omvattend pakket maatregelen vormt voor billijke, faciliterende en moderne vennootschapsregels in de EU.

De vrijheid van vestiging speelt een cruciale rol bij de ontwikkeling van de eengemaakte markt omdat zij vennootschapsentiteiten in staat stelt op een stabiele basis in andere lidstaten economische activiteiten uit te bouwen. Om de grensoverschrijdende mobiliteit van vennootschappen in de EU te bevorderen is het essentieel rekening te houden met hun behoeften en kenmerken. Er zijn in de EU ongeveer 24 miljoen vennootschappen, waarvan ongeveer 80 % kapitaalvennootschappen zijn. 98 tot 99 % van die kapitaalvennootschappen zijn kleine en middelgrote ondernemingen.

Toch blijft het voor vennootschappen in de praktijk moeilijk om hun vrijheid van vestiging uit te oefenen. Een van de redenen voor die moeilijkheden is dat het vennootschapsrecht onvoldoende aan grensoverschrijdende mobiliteit in de EU is aangepast: het biedt vennootschappen geen optimale voorwaarden in termen van een duidelijk, voorspelbaar en geschikt rechtskader dat tot meer economische activiteit zou kunnen leiden, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen, zoals in de strategie voor de eengemaakte markt uit 2015 2 werd erkend.

Herstructureringen en transformaties van bedrijven, zoals grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen, maken deel uit van de levenscyclus van vennootschappen en vormen voor vennootschappen een natuurlijke manier om te groeien, zich aan te passen aan een veranderende omgeving en mogelijkheden op nieuwe markten te verkennen. Tegelijkertijd hebben zij ook gevolgen voor de belanghebbenden van vennootschappen, met name voor werknemers, schuldeisers en aandeelhouders. Het is daarom essentieel dat de bescherming van belanghebbenden gelijke tred houdt met de toenemende transnationalisering van de bedrijfswereld. De huidige rechtsonzekerheid, de gedeeltelijke ontoereikendheid en ook het ontbreken van regels voor bepaalde grensoverschrijdende handelingen van vennootschappen betekenen echter dat er geen duidelijk kader is om een doeltreffende bescherming van deze belanghebbenden te waarborgen. In deze situatie kan de bescherming die belanghebbenden geboden wordt dus ineffectief of ontoereikend zijn. De grensoverschrijdende handelingen van vennootschappen kunnen tevens worden gefaciliteerd door een rechtskader dat vertrouwen in de eengemaakte markt schept door waarborgen tegen misbruik te verschaffen.

Het is daarom van belang het potentieel van de eengemaakte markt te benutten door de belemmeringen van het grensoverschrijdend handelsverkeer weg te werken, de toegang tot de markten te vergemakkelijken, het vertrouwen op te krikken en de concurrentie te bevorderen, en tegelijk de belanghebbenden doeltreffende en evenredige bescherming te bieden. Het doel van dit voorstel is tweeledig: voorzien in specifieke en uitgebreide procedures voor grensoverschrijdende omzettingen, splitsingen en fusies om de grensoverschrijdende mobiliteit in de EU te bevorderen en tegelijk de belanghebbenden van de vennootschappen passende bescherming bieden om de billijkheid van de eengemaakte markt te waarborgen. Dergelijke acties zijn stappen in de totstandbrenging van een diepere en billijkere eengemaakte markt, een van de prioriteiten van de huidige Commissie.

Grensoverschrijdende omzettingen

Een grensoverschrijdende omzetting biedt een efficiënte oplossing voor vennootschappen die willen verhuizen naar een andere lidstaat zonder hun rechtspersoonlijkheid te verliezen of hun bedrijfscontracten te hoeven heronderhandelen. Een omzetting is met name aantrekkelijk voor kleine vennootschappen die niet over voldoende financiële reserves beschikken om duur juridisch advies in te winnen en een grensoverschrijdende fusie 3 aan te gaan. Deze redenering geldt met name voor grensoverschrijdende omzettingen tegen de achtergrond van de recente rechtspraak van het Europees Hof van Justitie. Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ) heeft geoordeeld dat de vrijheid van vestiging van artikel 49 VWEU voor in een lidstaat gevestigde vennootschappen het recht meebrengt hun zetel via een grensoverschrijdende omzetting naar een andere lidstaat te verplaatsen zonder hun rechtspersoonlijkheid te verliezen 4 . 

Met name in zijn recente arrest Polbud 5 heeft het Hof bevestigd dat vennootschappen op grond van de vrijheid van vestiging het recht hebben grensoverschrijdende omzettingen aan te gaan. Het Hof oordeelde dat de vrijheid van vestiging van toepassing is wanneer enkel de statutaire zetel, zonder de werkelijke zetel, van de ene naar de andere lidstaat wordt verplaatst indien de lidstaat van de nieuwe oprichting aanvaardt dat een vennootschap ook wordt geregistreerd zonder dat daar een economische activiteit wordt uitgeoefend: in dat geval is geen dergelijke economische activiteit vereist opdat artikel 49 VWEU van toepassing zou zijn 6 . Het Hof bracht tevens in herinnering dat bij gebrek aan harmonisering de lidstaten bevoegd zijn om te bepalen door welk aanknopingspunt een vennootschap onder hun nationaal recht valt, en dus om op inkomende vennootschappen hun eigen oprichtingsvoorwaarden toe te passen 7 . Het Hof bracht voorts zijn eerdere rechtspraak in herinnering waarin het oordeelde dat het vestigen van de statutaire of werkelijke zetel van een vennootschap overeenkomstig de wetgeving van een lidstaat om voor een gunstigere wetgeving in aanmerking te komen, op zich geen misbruik vormt. In Polbud oordeelde het Hof dat een nationale regel waarbij als voorwaarde voor de grensoverschrijdende verplaatsing van een vennootschap een verplichting tot ontbinding wordt opgelegd, ongerechtvaardigd en onevenredig is, en dus onrechtmatig is 8 . 

Het arrest Polbud heeft de context voor grensoverschrijdende omzettingen verduidelijkt. Het Hof, een gerechtelijke instantie, mag echter geen procedures creëren om dergelijke omzettingen mogelijk te maken, of de materiële voorwaarden daarvan bepalen. Bij gebrek aan harmonisatie van grensoverschrijdende omzettingen op EU-niveau mag de nationale wetgeving nog steeds regels vastleggen voor de te volgen procedures en voor de bescherming van minderheidsaandeelhouders, schuldeisers of werknemers, of voor de bestrijding van fiscale of andere misbruiken bij grensoverschrijdende omzettingen van vennootschappen. Er moet echter per geval worden nagegaan of dergelijke regels verenigbaar zijn met het EU-recht, en met name met het recht van vestiging. Dit leidt tot een onbevredigende situatie op het vlak van de rechtszekerheid, en heeft een ongunstige invloed op vennootschappen, belanghebbenden en lidstaten.

Vennootschappen die hun statutaire zetel naar het buitenland wensen te verplaatsen, moeten zich momenteel baseren op de wetgeving van de lidstaten. Voor zover dergelijke wetgevingen al bestaan, zijn ze vaak niet of moeilijk met elkaar te verenigen. In meer dan de helft van de lidstaten zijn er bovendien geen specifieke regels voor grensoverschrijdende omzettingen. Vooral kleine en middelgrote ondernemingen worden getroffen, aangezien zij niet over de middelen beschikken om met dure en ingewikkelde alternatieve methoden grensoverschrijdende procedures uit te voeren.

Dit betekent eveneens dat de bescherming van belanghebbenden zoals werknemers, schuldeisers of minderheidsaandeelhouders wegens ontoereikende, overlappende of tegenstrijdige regels vaak ondoeltreffend of ontoereikend is. Bij gebrek aan geharmoniseerde waarborgen voor de rechten inzake werknemersmedezeggenschap zouden ondernemingen die naar een andere lidstaat verhuizen op het vlak van bescherming van werknemers gebruik kunnen maken van een grensoverschrijdende omzetting en van het gebrek aan waarborgen voor de rechten inzake werknemersmedezeggenschap om het medezeggenschapsniveau af te bouwen of af te schaffen. Bovendien kan het ontbreken van geharmoniseerde regels er ook toe leiden dat er meer wordt gewerkt met brievenbusmaatschappijen voor frauduleuze doeleinden, waardoor criminele organisaties in het ergste geval de uiteindelijke begunstigden van vennootschappen kunnen verbergen en maskeren om inkomsten uit criminele activiteiten wit te wassen.

Daarom moet de EU-wetgever optreden en voorzien in regels voor grensoverschrijdende omzettingen met passende en evenredige waarborgen voor werknemers, schuldeisers en aandeelhouders, om een dynamische en billijke eengemaakte markt tot stand te brengen. Het Europees Parlement 9 heeft daar al om gevraagd. Het is met name van belang dat werknemers of hun vertegenwoordigers betrokken zijn bij de procedure, in overeenstemming met het achtste beginsel van de Europese pijler van sociale rechten: zij moeten met name tijdig worden geïnformeerd en geraadpleegd over zaken die voor hen bij de grensoverschrijdende omzettingen van vennootschappen van belang zijn. De mobiliteit van vennootschappen moet gepaard gaan met de bescherming van de prerogatieven die voortvloeien uit nationaal sociaal recht en arbeidsrecht.

In het licht van de voorgaande overwegingen zijn de belangrijkste doelstellingen van de geharmoniseerde regels voor grensoverschrijdende omzettingen tweeledig:

- vennootschappen, en met name micro- en kleine ondernemingen, in staat stellen op een ordelijke, efficiënte en doeltreffende wijze grensoverschrijdende omzettingen aan te gaan;

- de meest getroffen belanghebbenden, zoals werknemers, schuldeisers en aandeelhouders, op een passende en evenredige wijze beschermen.

Met het voorstel zouden vennootschappen een grensoverschrijdende omzetting kunnen aangaan door de rechtsvorm die ze hadden in de ene lidstaat om te zetten naar een vergelijkbare rechtsvorm van een andere lidstaat. Dit moet ervoor zorgen dat vennootschappen hun rechtspersoonlijkheid tijdens het volledige proces behouden zonder in de lidstaat van vertrek te worden ontbonden of in vereffening te gaan en in de lidstaat van bestemming een nieuwe rechtspersoon op te richten.

Het is de bedoeling voor grensoverschrijdende omzettingen een specifieke, gestructureerde en gelaagde procedure op te zetten die waarborgt dat de rechtmatigheid van de grensoverschrijdende omzetting wordt getoetst aan alle relevante feiten en informatie, eerst door de bevoegde instanties van de lidstaat van vertrek en vervolgens door de lidstaat van bestemming. Een essentieel element van de procedure is dat een grensoverschrijdende omzetting wordt voorkomen wanneer wordt vastgesteld dat er sprake is van misbruik, met name in het geval van een kunstmatige constructie die bedoeld is om onterechte belastingvoordelen te verkrijgen of de wettelijke of contractuele rechten van werknemers, schuldeisers of minderheidsdeelnemers onrechtmatig aan te tasten.

De eerste stap in de procedure is het opstellen van het voorstel tot grensoverschrijdende omzetting en twee verslagen voor de aandeelhouders en de werknemers over de gevolgen van de grensoverschrijdende omzetting. Middelgrote en grote vennootschappen moeten de bevoegde instantie bovendien verzoeken een onafhankelijke deskundige aan te wijzen voor de controle van de nauwkeurigheid van het voorstel en de verslagen die door de vennootschap werden opgesteld. Het schriftelijke verslag van de onafhankelijke deskundige moet tevens als feitelijke basis dienen voor de bevoegde instanties om onder meer het bovengenoemde risico op misbruik te beoordelen. Het deskundigenverslag dat wordt openbaar gemaakt, mag geen door de vennootschap verstrekte vertrouwelijke informatie bevatten. Het voorstel en de verslagen zouden worden bekendgemaakt en de betrokken belanghebbenden kunnen daarop hun opmerking formuleren.

Vervolgens moet de vennootschap in de algemene vergadering een besluit nemen over de vraag of zij met de grensoverschrijdende omzetting doorgaat. Dat besluit wordt dan samen met de relevante informatie en documenten ingediend bij de bevoegde nationale instantie van de lidstaat van vertrek, die verantwoordelijk is om te beslissen of een aan de omzetting voorafgaand attest wordt afgegeven. De toetsing door die instantie kan twee fasen omvatten: in de eerste fase, die niet langer duurt dan één maand, onderzoekt de bevoegde instantie de rechtmatigheid van de grensoverschrijdende omzetting. De instantie gaat na of aan alle in de richtlijn en de nationale wetgeving bepaalde voorwaarden voor de grensoverschrijdende omzetting is voldaan, inclusief of de vennootschap solvabel is, of de algemene vergadering de omzetting met de vereiste meerderheid heeft goedgekeurd en of de werknemers, de minderheidsaandeelhouders en de schuldeisers worden beschermd zoals voorgeschreven door de richtlijn. In deze fase gaat de instantie tevens na of er sprake is van een kunstmatige constructie. Indien de instantie na afloop van de voor de eerste fase van het onderzoek bepaalde termijn van één maand geen bezwaren heeft, geeft zij een aan de omzetting voorafgaand attest af. Indien na afloop van de termijn van één maand vaststaat dat de grensoverschrijdende omzetting onrechtmatig is, weigert zij een aan de omzetting voorafgaand attest af te geven. Indien zij na afloop van de termijn van één maand echter ernstige twijfels heeft over de rechtmatigheid van de omzetting , stelt zij de vennootschap ervan in kennis dat zij een diepgaand onderzoek zal voeren met betrekking tot het bestaan van bovenbedoeld misbruik. Het diepgaande onderzoek moet worden afgesloten en binnen twee maanden moet een definitief besluit worden genomen.

Indien het aan de omzetting voorafgaand attest na een dergelijke toetsing wordt afgegeven, wordt het onverwijld aan de bevoegde instantie van de lidstaat van bestemming toegezonden. Vervolgens toetst de lidstaat van bestemming het gedeelte van de procedure dat onder het recht van de lidstaat van bestemming valt. De bevoegde instantie van de lidstaat van bestemming ziet erop toe dat de omgezette vennootschap voldoet aan de bepalingen van zijn nationale recht inzake de oprichting van vennootschappen (bijvoorbeeld of de vennootschap een werkelijke zetel op zijn grondgebied heeft) en, indien van toepassing, dat de regelingen inzake werknemersmedezeggenschap rechtmatig zijn vastgesteld. Zodra de rechtmatigheidstoetsing is uitgevoerd, wordt de vennootschap ingeschreven in het register van de lidstaat van bestemming en geschrapt uit het register van de lidstaat van vertrek. De omzetting wordt dan juridisch van kracht. Alle contacten tussen de registers dienen te verlopen via het systeem van gekoppelde ondernemingsregisters (BRIS).

Grensoverschrijdende fusies

Het kan ook zijn dat een vennootschap haar vrijheid van vestiging wil uitoefenen om vervolgens te profiteren van de mogelijkheden van de eengemaakte markt door een grensoverschrijdende fusie aan te gaan. Vennootschappen kunnen grensoverschrijdend fuseren om verschillende redenen, waaronder reorganisaties van groepen, kostenbesparingen voor de organisatie en bedrijfsgerichte overwegingen om grotere schaalvoordelen, merkconsolidatie of ander synergieën tussen verschillende bedrijfsactiviteiten te verwezenlijken.

Met de invoering van de richtlijn grensoverschrijdende fusie 10 is voor kapitaalvennootschappen een geharmoniseerde procedure op EU-niveau vastgesteld. Daardoor is het aantal grensoverschrijdende fusies in de EU en de EER aanzienlijk toegenomen. Tussen 2008 en 2012 is het aantal grensoverschrijdende fusies met 173 % gestegen, wat erop wijst dat de bij de richtlijn ingestelde procedure de grensoverschrijdende activiteiten aanzienlijk heeft versterkt. De belanghebbenden (zoals advocatenkantoren, registers en vakbonden) die voor de studie van 2013 over de toepassing van de Richtlijn werden bevraagd, waren verheugd over de nieuwe procedures en de procedurele vereenvoudiging, en meldden dat dankzij het geharmoniseerde kader de kosten lager en de termijnen korter waren geworden.

Ondanks de over het algemeen positieve beoordeling, zijn bij de evaluatie 11 van de werking van de richtlijn grensoverschrijdende fusie toch bepaalde problemen aan het licht gekomen die de volledige doeltreffendheid en efficiëntie van de bestaande regels in de weg staan.

In de strategie voor een eengemaakte markt van 2015 12 worden onzekerheden inzake het vennootschapsrecht genoemd als één van de obstakels op de eengemaakte markt waarover kmo's klagen en wordt aangekondigd dat de Commissie de "noodzaak [zal] onderzoeken om de bestaande regels betreffende grensoverschrijdende fusies te actualiseren en de mogelijkheid om die regels aan te vullen met regels betreffende grensoverschrijdende splitsingen van ondernemingen". 

Het Europees Parlement benadrukte de positieve effecten van de richtlijn, die grensoverschrijdende fusies tussen kapitaalvennootschappen in de Europese Unie heeft vergemakkelijkt en de daarmee verbonden kosten en administratieve procedures heeft verminderd 13 . Het Europees Parlement heeft echter ook opgemerkt dat het noodzakelijk is de richtlijn te herzien om de werking ervan te verbeteren 14 .

De voornaamste obstakels hebben te maken met het gebrek aan harmonisatie van materiële voorwaarden, met name wat betreft de bescherming van schuldeisers en minderheidsaandeelhouders, en het ontbreken van een snelle procedure (d.w.z. vereenvoudigde procedures voor minder complexe fusies). Bovendien werd vastgesteld dat de procedure voor grensoverschrijdende fusies de digitale instrumenten en processen onvoldoende integreert (bijvoorbeeld om bij overheden documenten in te dienen of deze met elkaar te delen). Er was ook kritiek op het feit dat werknemers onvoldoende worden geïnformeerd over de details en de gevolgen van een grensoverschrijdende fusie. Deze inefficiënties werden tijdens het raadplegingsproces door de belanghebbenden bevestigd.

Met betrekking tot de bescherming van schuldeisers en minderheidsaandeelhouders stellen de bestaande regels voor grensoverschrijdende fusies minimumregels vast, voornamelijk procedurele regels, en wordt de materiële bescherming overgelaten aan de nationale wetgeving. Daarom blijven de verschillen tussen de wetgevingen van de lidstaten voortbestaan. Zo bepaalt de richtlijn enkel dat schuldeisers op grond van nationaal recht moeten worden beschermd, zonder nadere specificaties. Op gelijkaardige wijze stelt de richtlijn enkele regels vast met betrekking tot aandeelhouders in het algemeen (bijvoorbeeld informatie via het voorstel tot fusie, deskundigenverslagen, stemming tijdens de algemene vergadering) maar wordt de beslissing of nadere bescherming voor minderheidsaandeelhouders moet worden ingevoerd, overgelaten aan de lidstaten. Wat betreft de werknemersmedezeggenschap op bestuursniveau stellen de bestaande regels een uitgebreid kader vast. Volgens die regels is het echter niet vereist dat fuserende vennootschappen aan de werknemers specifieke en uitgebreide informatie verstrekken over grensoverschrijdende fusies. Momenteel komt de situatie van werknemers slechts in het algemeen aan bod in het managementverslag, dat voornamelijk tot de aandeelhouders is gericht.

Voor vereenvoudigde procedures bieden de huidige regels slechts beperkte mogelijkheden. Zo kan volgens de regels worden afgezien van het verslag van de onafhankelijke deskundige indien alle aandeelhouders daarmee instemmen en is geen deskundigenverslag of goedkeuring door de algemene vergadering vereist bij fusies tussen een moedervennootschap en haar volle dochteronderneming.

Deze tekortkomingen moeten met dit voorstel worden verholpen. Het voorstel voorziet in geharmoniseerde regels voor de bescherming van schuldeisers en aandeelhouders. De vennootschap moet in het voorstel tot grensoverschrijdende omzetting voorzien in de beoogde bescherming van schuldeisers en aandeelhouders. Schuldeisers die geen genoegen nemen met de geboden bescherming, kunnen dan de bevoegde rechterlijke of bestuurlijke instantie om passende waarborgen verzoeken. Van de schuldeisers van de fuserende vennootschappen moet worden aangenomen dat zij niet door de grensoverschrijdende fusie benadeeld worden wanneer hun situatie door een externe deskundige is beoordeeld en geen nadeel werd vastgesteld of wanneer hun een recht op betaling werd geboden, hetzij ten aanzien van een derde-garantiegever, hetzij ten aanzien van de uit de fusie ontstane vennootschap.

De lidstaten kunnen hun wetgeving ter bescherming van betalingen van belastingen of socialezekerheidsbijdragen blijven toepassen indien die regels afwijken van de met dit voorstel geboden bescherming.

Aandeelhouders die niet voor de grensoverschrijdende fusie gestemd hebben of geen stemrechten hebben, beschikken over het recht de vennootschap te verlaten (hun aandelen te vervreemden) en daarvoor een passende vergoeding te ontvangen. Bovendien moeten de lidstaten ook waarborgen dat de aandeelhouders van de fuserende vennootschappen die zich niet tegen de grensoverschrijdende fusie hebben verzet, maar de voorgestelde ruilverhouding voor de aandelen niet passend achtten, de in het voorstel tot grensoverschrijdende fusie bepaalde ruilverhouding voor de nationale rechter kunnen aanvechten. Bovendien zorgen de voorgestelde regels ervoor dat de werknemers naar behoren worden geïnformeerd over de gevolgen van de geplande grensoverschrijdende fusie voor de werknemers. Het voorstel voorziet ook in het gebruik van digitale instrumenten en procedures gedurende de hele procedure van de grensoverschrijdende fusie en in de uitwisseling van relevante informatie via de gekoppelde ondernemingsregisters. Tot slot voert het voorstel waar mogelijk extra mogelijkheden tot vereenvoudigde procedures in.

Grensoverschrijdende splitsingen

Het kan ook zijn dat een vennootschap haar vrijheid van vestiging wil uitoefenen door een grensoverschrijdende splitsing aan te gaan. Net zoals grensoverschrijdende omzettingen en fusies bieden grensoverschrijdende splitsingen voor vennootschappen een manier om hun organisatiestructuur te veranderen of te vereenvoudigen, zich aan te passen aan veranderende marktvoorwaarden en nieuwe bedrijfskansen in andere lidstaten te grijpen. Dit werd bevestigd door de respondenten van de raadpleging over grensoverschrijdende fusies en splitsingen in 2015 15 . De huidige situatie met betrekking tot grensoverschrijdende splitsingen in de lidstaten van de EU schetst echter een heel versnipperd beeld.

Er is geen geharmoniseerd rechtskader voor grensoverschrijdende splitsingen van vennootschappen, hoewel splitsingen ook in de economie van de lidstaten een belangrijke rol spelen.

Het huidige rechtskader van de EU voorziet enkel in regels voor grensoverschrijdende fusies van vennootschappen, terwijl grensoverschrijdende splitsingen onder nationale regels vallen, voor zover dergelijke regels bestaan. Vandaag beschikt minder dan de helft van de lidstaten over nationale regels voor grensoverschrijdende splitsingen van vennootschappen. Zonder betrouwbaar rechtskader voor grensoverschrijdende splitsingen hebben vennootschappen problemen om toegang te krijgen tot markten in andere lidstaten en moeten zij vaak op zoek naar dure alternatieven voor rechtstreekse procedures.

De verschillende nationale voorschriften maken het moeilijk om de grensoverschrijdende activiteiten te structureren en maken die ingewikkeld en duur. Zelfs wanneer de lidstaten de vennootschappen toestaan grensoverschrijdende splitsingen aan te gaan, zijn de nationale bepalingen vaak verschillend of zelfs onverenigbaar. In een aantal lidstaten is het niet mogelijk een rechtstreekste grensoverschrijdende splitsing aan te gaan.

De rechtsonzekerheid en de ontoereikendheid of de complexiteit van de regels voor de grensoverschrijdende mobiliteit van vennootschappen betekenen echter ook dat er geen duidelijk kader is om een doeltreffende bescherming van belanghebbenden te waarborgen. Dit kan zelfs leiden tot situaties waarin de vrijheid van vestiging door sommige vennootschappen wordt misbruikt. Daarom is het van essentieel belang een rechtskader te scheppen dat een fair evenwicht waarborgt tussen de noodzaak om vennootschappen in de EU een gunstig ondernemingsklimaat te bieden en de noodzaak tegelijk de rechtmatige belangen van de belanghebbenden te beschermen.

In de strategie voor een eengemaakte markt van 2015 16 worden onzekerheden inzake het vennootschapsrecht genoemd als één van de obstakels op de eengemaakte markt waarover kmo's klagen, en wordt aangekondigd dat de Commissie de "noodzaak [zal] onderzoeken om de bestaande regels betreffende grensoverschrijdende fusies te actualiseren en de mogelijkheid om die regels aan te vullen met regels betreffende grensoverschrijdende splitsingen van ondernemingen". 

Met dit deel van het voorstel moet een nieuw rechtskader worden ingevoerd voor grensoverschrijdende splitsingen. De belangrijkste doelstelling is enkele aspecten van grensoverschrijdende mobiliteit aan te pakken door het voor kapitaalvennootschappen gemakkelijker te maken een grensoverschrijdende splitsing aan te gaan.

De bepalingen over grensoverschrijdende splitsingen zijn geïnspireerd op het bestaande kader van de richtlijn grensoverschrijdende fusie en de bestaande regels voor binnenlandse splitsing. De regels zijn aangepast en toegesneden op een situatie waarin een vennootschap wordt gesplitst en niet op een situatie waarin een of meer vennootschappen al hun activa en passiva overdragen aan een andere vennootschap. Tegelijk blijven de doelstellingen van de geharmoniseerde regels voor grensoverschrijdende splitsingen vergelijkbaar met die van grensoverschrijdende omzettingen:

- vennootschappen in staat stellen op een ordelijke, efficiënte en doeltreffende wijze grensoverschrijdende splitsingen aan te gaan;

- de meest getroffen belanghebbenden, zoals werknemers, schuldeisers en aandeelhouders, op een passende en evenredige wijze beschermen.

Aangezien de risico's van grensoverschrijdende splitsingen en die van grensoverschrijdende omzettingen vergelijkbaar zijn, zou de voor omzettingen voorgestelde gestructureerde en gelaagde procedure ook voor splitsingen vereist zijn. Een dergelijke procedure zou ervoor zorgen dat de rechtmatigheid van de grensoverschrijdende splitsing in het licht van alle relevante feiten en informatie wordt getoetst door de bevoegde instantie van de te splitsen vennootschap en door de instanties van de verkrijgende vennootschappen. Zoals bij omzettingen is een essentieel element van de procedure dat een grensoverschrijdende splitsing wordt voorkomen wanneer wordt vastgesteld dat er sprake is van misbruik, met name in het geval van een kunstmatige constructie die bedoeld is om onterechte belastingvoordelen te verkrijgen of de wettelijke of contractuele rechten van werknemers, schuldeisers of minderheidsdeelnemers onrechtmatig aan te tasten.

Omdat risicobeheer in een situatie waarin een te splitsen vennootschap activa en passiva overdraagt aan bestaande vennootschappen in verschillende lidstaten zeer complex is, werd besloten regels vast te stellen voor een situatie van grensoverschrijdende splitsing waarbij nieuwe vennootschappen worden opgericht, en in deze fase geen regels vast te stellen voor de grensoverschrijdende splitsing door verwerving, d.w.z. de situatie waarin een vennootschap activa en passiva overdraagt aan meer dan één bestaande vennootschap. In een binnenlandse context (waarop de huidige regels van toepassing zijn) omvat een dergelijke procedure een onderzoek naar de bescherming van de belangen van belanghebbenden in een lidstaat, terwijl in een grensoverschrijdende context talrijke instanties uit verschillende lidstaten zouden moeten worden ingeschakeld. Of ook grensoverschrijdende splitsingen door verwerving onder het toepassingsgebied van de richtlijn moeten worden gebracht, kan worden beoordeeld zodra de eerste ervaringen zijn opgedaan met de nieuwe regels inzake grensoverschrijdende splitsingen.

Net zoals bij grensoverschrijdende omzettingen is de eerste stap in de procedure het opstellen van het voorstel tot grensoverschrijdende splitsing en twee verslagen voor de aandeelhouders en de werknemers over de gevolgen die de grensoverschrijdende splitsing voor hen zal hebben. Middelgrote en grote vennootschappen moeten bovendien de bevoegde instantie bovendien verzoeken een onafhankelijke deskundige aan te wijzen voor de controle van de nauwkeurigheid van het voorstel en de verslagen die door de vennootschap werden opgesteld. Het schriftelijke verslag van de onafhankelijke deskundige dient tevens als feitelijke basis voor de bevoegde instanties om onder meer het risico op het hierboven beschreven misbruik te beoordelen. Het deskundigenverslag, dat wordt openbaar gemaakt, mag geen door de vennootschap verstrekte vertrouwelijke informatie bevatten. Het voorstel en de verslagen worden bekendgemaakt en de betrokken belanghebbenden kunnen hun opmerking formuleren.

Vervolgens moet de te splitsen vennootschap in de algemene vergadering een besluit nemen over de vraag of zij met de grensoverschrijdende splitsing doorgaat. Dit besluit wordt dan samen met de relevante informatie en documenten ingediend bij de bevoegde nationale instantie van de lidstaat van te splitsen vennootschap, die moet beslissen of een aan de splitsing voorafgaand attest wordt afgegeven. De toetsing door die instantie wordt dan in twee fasen onderverdeeld: de ene is verplicht en de andere facultatief. In de eerste fase, die niet langer duurt dan één maand, onderzoekt de bevoegde instantie de rechtmatigheid van de grensoverschrijdende splitsing. De instantie gaat na of aan alle in de richtlijn en de nationale wetgeving bepaalde voorwaarden voor de grensoverschrijdende splitsing is voldaan, inclusief of de vennootschap solvabel is, of de algemene vergadering de splitsing met de vereiste meerderheid heeft goedgekeurd en of de werknemers, de minderheidsaandeelhouders en de schuldeisers worden beschermd zoals voorgeschreven door de richtlijn. De instantie stelt ook vast of er sprake is van een kunstmatige constructie die bedoeld is om onterechte belastingvoordelen te verkrijgen of de wettelijke of contractuele rechten van werknemers, schuldeisers of minderheidsdeelnemers onrechtmatig aan te tasten. Indien de instantie na afloop van de termijn van één maand geen bezwaren heeft, geeft zij een aan de splitsing voorafgaand attest af; indien vaststaat dat de grensoverschrijdende splitsing onrechtmatig is, stelt zij een besluit vast tot weigering van het aan de splitsing voorafgaand attest; of indien zij ernstige twijfels heeft over de rechtmatigheid van de splitsing, stelt zij de te splitsen vennootschap ervan in kennis dat zij een diepgaand onderzoek zal voeren met betrekking tot het bestaan van bovenbedoeld misbruik. Het diepgaande onderzoek moet worden afgesloten en binnen twee maanden na de aanvang van het diepgaande onderzoek moet een definitief besluit worden genomen.

Indien het aan de splitsing voorafgaand attest na een dergelijke toetsing wordt afgegeven, wordt het onverwijld aan de bevoegde instanties van de lidstaten van de verkrijgende vennootschappen toegezonden. Vervolgens toetsen de bevoegde instanties het gedeelte van de procedure dat onder hun eigen recht valt. De bevoegde instanties van de lidstaten van de verkrijgende vennootschappen zien erop toe dat de vennootschappen indien nodig voldoen aan de bepalingen van hun nationale recht inzake de oprichting van vennootschappen (bijvoorbeeld of de vennootschap een werkelijke zetel op zijn grondgebied heeft). Zij moeten tevens nagaan of de regelingen inzake werknemersmedezeggenschap rechtmatig zijn vastgesteld. Zodra de rechtmatigheidstoetsing is uitgevoerd, wordt de splitsing geregistreerd en in alle relevante ondernemingsregisters opgenomen. Alle contacten tussen de registers dienen te verlopen via het systeem van gekoppelde ondernemingsregisters (BRIS).

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Dit voorstel is een aanvulling op en wijziging van de bestaande regels inzake het EU-vennootschapsrecht die nu gecodificeerd zijn in Richtlijn (EU) 2017/1132. Het heeft als doel de bestaande regels voor grensoverschrijdende fusies te herzien en een passend en helder rechtskader te bieden voor vennootschappen om hun statutaire zetel te splitsen of naar het buitenland te verplaatsen. Uit procedureel oogpunt zijn de voorgestelde regels volledig coherent met de bestaande regels om grensoverschrijdende activiteiten van vennootschappen via grensoverschrijdende fusies te vergemakkelijken; uit materieel oogpunt zijn de voorgestelde regels volledig in overeenstemming met het in de artikelen 49 tot en met 55 VWEU neergelegde beginsel van vrijheid van vestiging, en met de noodzaak werknemers, minderheidsaandeelhouders en schuldeisers te beschermen. Voorts is het voorstel coherent met de in Verordening (EG) nr. 2157/2001 van de Raad 17 neergelegde regels betreffende grensoverschrijdende mobiliteit. De voorgestelde regels zijn bovendien in overeenstemming met de aanpak voor de in Richtlijn 2007/36/EG 18 neergelegde regels over rechten van aandeelhouders en voor de regels inzake het toepasselijke recht in Verordening (EU) 2015/848 betreffende insolventieprocedures 19 .

Het gebruik van digitale instrumenten, en met name de uitwisseling tussen registers via het systeem van gekoppelde ondernemingsregisters (BRIS) 20 van vennootschapsinformatie betreffende grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen, is volledig in overeenstemming met de doelstelling de procedures van het vennootschapsrecht in het kader van de digitale eengemaakte markt te digitaliseren en vormt een aanvulling op de digitaliseringsaspecten in het voorstel voor digitalisering ter bevordering van digitale instrumenten en processen gedurende de levenscyclus van een vennootschap.

De voorgestelde regels zijn in overeenstemming met Richtlijn 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers (herschikking), Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag, Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen, en Richtlijn 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 tot vaststelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap, en moeten daarop een aanvulling vormen. Met name kunnen ook de rechten van werknemers van vennootschappen die bij een grensoverschrijdende fusie of splitsing betrokken zijn, overeenkomstig richtlijn 2001/23/EG worden beschermd. De voorgestelde regels zijn bedoeld om werknemers extra bescherming te bieden door te zorgen voor meer transparantie en betere informatie voor werknemers over de voorgenomen grensoverschrijdende omzetting, fusie of splitsing.

Het voorstel zal verder bijdragen tot de grensoverschrijdende mobiliteit van vennootschappen door de harmonisering van de materiële en procedurele aspecten van de bescherming van schuldeisers en minderheidsaandeelhouders, en zal bijgevolg door de grotere rechtszekerheid de grensoverschrijdende activiteit stimuleren en zo bijdragen tot een vermindering van de kosten van vennootschappen in verband met duur juridisch advies en de verplichting om niet-geharmoniseerde regels van de lidstaten na te leven.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Dit initiatief zal bijdragen tot het succes van talrijke initiatieven van de Commissie voor een betere werking van de eengemaakte markt door deze dieper en billijker te maken en voor een digitaal Europa 21 . Dit initiatief zal ook bijdragen aan het Investeringsplan voor Europa, met name aan de derde pijler ervan, die gericht is op de verbetering van het bedrijfsklimaat in Europa door belemmerende regelgeving voor investeringen zowel op nationaal als op EU-niveau weg te werken; het zal tevens bijdragen tot de kapitaalmarktenunie 22 door het rechtskader voor vennootschappen duidelijker, passender en doeltreffender te maken om investeringen in Europa te stimuleren.

Dit initiatief is tegelijk in overeenstemming met de doelstelling een diepere een billijkere economische unie tot stand te brengen met de daarbij behorende Europese pijler van sociale rechten, en met name het achtste beginsel, waarbij een aantal sleutelbeginselen en rechten zijn vastgelegd om billijke en goed functionerende arbeidsmarkten en socialezekerheidsstelsels te ondersteunen 23 .. Met name door de relevante belanghebbenden, met inbegrip van werknemers, meer transparantie te bieden, zal het initiatief rechtstreeks bijdragen aan het principe dat werknemers of hun vertegenwoordigers het recht hebben tijdig te worden geïnformeerd en geraadpleegd over aangelegenheden die voor hen van belang zijn, met name over de verplaatsing, de herstructurering en de fusie van ondernemingen en over collectieve ontslagen.

Dit initiatief is in overeenstemming met de doelstelling in de Europese Unie een billijk en doeltreffend stelsel van vennootschapsbelasting in te voeren 24 . De Raad heeft in de afgelopen jaren een aantal maatregelen vastgesteld om belastingontwijking door vennootschappen tegen te gaan. Richtlijn 2015/2376 van de Raad 25 voorziet in verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen tussen de lidstaten over voorafgaande fiscale rulings en voorafgaande verrekenprijsafspraken. Richtlijn 2016/881 van de Raad 26 voorziet bovendien in verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot landenrapporten van multinationale ondernemingen. Richtlijn (EU) 2016/1164 27 van de Raad stelt regels vast ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken welke rechtstreeks van invloed zijn op de werking van de interne markt , met inbegrip van bepalingen inzake exitheffingen om te voorkomen dat vennootschappen belastingen ontwijken door hun activa te verhuizen. Op 13 maart 2018 is in de Raad een politiek akkoord bereikt over het voorstel van de Commissie 28 voor een richtlijn betreffende een verplichte melding door intermediairs voor fiscale planningsconstructies, die binnenkort moet worden aangenomen.

Met name een betere grensoverschrijdende toegankelijkheid van informatie over vennootschappen zal bijdragen tot een eerlijkere belasting van gemaakte winsten. De waarborgen tegen misbruik van de splitsings- en omzettingsprocedures voor het opzetten van kunstmatige constructies om onterechte belastingvoordelen te verkrijgen, zullen bijdragen aan de inspanningen van de EU ter bestrijding van belastingontduiking en -ontwijking.

Door duidelijker en meer geharmoniseerde regels op te nemen waarmee wordt beoogd de aandeelhouders van vennootschappen te beschermen en de rechtmatigheidstoetsing van de grensoverschrijdende omzetting te verbeteren, zorgt dit initiatief tegelijk voor een extra stap in de maatregelen tegen het risico dat criminele organisaties voor hun activiteiten rechtspersonen zoals vennootschappen oprichten. De Commissie heeft op dit risico gewezen in haar verslag over de beoordeling van risico's op het gebied van witwassen en terrorismefinanciering die van invloed zijn op de interne markt en verband houden met grensoverschrijdende activiteiten, dat op 26 juni 2017 is aangenomen 29 . In dat verslag benadrukt de Commissie hoe kwetsbaar ondernemingsstructuren, zoals vennootschappen, zijn voor het risico van infiltratie door criminele organisaties en terroristische groeperingen. Dit initiatief zal een aanvulling vormen op de reeds bestaande ambitieuze regels van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, waarin wordt bepaald dat vennootschapsrechtelijke structuren hun uiteindelijke begunstigde moeten kenbaar maken aan de entiteiten die bevoegd zijn voor toepassing van de voorschriften inzake de bestrijding van het witwassen van geld en terrorismefinanciering 30 .

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Het voorstel is gebaseerd op artikel 50 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), dat de rechtsgrondslag vormt voor de bevoegdheid van de EU om op te treden op het gebied van het vennootschapsrecht. Artikel 50, lid 2, onder f), voorziet in de geleidelijke opheffing van beperkingen van de vrijheid van vestiging, en artikel 50, lid 2, onder g), in coördinerende maatregelen betreffende de bescherming van de belangen van deelnemers van vennootschappen en andere belanghebbenden.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

De problemen aanpakken op EU-niveau biedt een duidelijke toegevoegde waarde ten opzichte van individueel optreden van de lidstaten. De voornaamste moeilijkheden bij het aangaan van grensoverschrijdende omzettingen en splitsingen zijn te wijten aan verschillende, tegenstrijdige of overlappende nationale procedurele regels, en ook aan regels voor de bescherming van schuldeisers, werknemers (met inbegrip van werknemersmedezeggenschap) en minderheidsaandeelhouders, en onvoldoende gebruik van gekoppelde ondernemingsregisters. De voornaamste inefficiënties in de werking van de bestaande regels voor grensoverschrijdende fusies worden voornamelijk veroorzaakt door verschillende, tegenstrijdige of overlappende nationale regels voor de bescherming van schuldeisers, minderheidsaandeelhouders, onvoldoende gebruik van gekoppelde ondernemingsregisters of andere onsamenhangendheden, of door de rechtszonzekerheid ten gevolge van verschillende regels van de lidstaten zoals boekhoudregels. Deze uitdagingen zijn van die aard dat een optreden op EU-niveau noodzakelijk is. Met individueel optreden van de lidstaten zouden de moeilijkheden bij de totstandbrenging van efficiënter functionerende grensoverschrijdende handelingen onvoldoende kunnen worden weggewerkt omdat nationale regels en procedures compatibel zouden moeten zijn om in een grensoverschrijdende situatie te kunnen functioneren en grensoverschrijdende handelingen te stimuleren. Die belemmeringen kunnen niet worden weggewerkt door enkel een beroep te doen op de rechtstreekse toepassing van artikel 49 VWEU, aangezien dit zou betekenen dat die belemmeringen per geval via een inbreukprocedure tegen de betrokken lidstaat moeten worden aangepakt, en dat bestuurlijke samenwerking moet worden georganiseerd, aangezien het opheffen van talrijke belemmeringen de voorafgaande coördinatie van nationale regelingen vereist.

Het heeft er dus alle schijn van dat er zonder maatregelen op EU-niveau slechts niet-geharmoniseerde nationale oplossingen beschikbaar zouden zijn, waardoor vennootschappen, met name kleine en middelgrote ondernemingen, blijven stoten op uiteenlopende nationale regelingen die de uitoefening van het recht van vestiging bemoeilijken zonder een passende bescherming van de belanghebbenden te waarborgen, en dat de daardoor veroorzaakte kosten in het bijzonder de vennootschappen zouden treffen, maar ook de belanghebbenden, werknemers, schuldeisers of minderheidsaandeelhouders.

Terwijl het materiële niveau van de bescherming van werknemers, minderheidsaandeelhouders en schuldeisers nog steeds op het nationale niveau zou worden geregeld, moet omwille van de rechtszekerheid en de doeltreffendheid van die bescherming op EU-niveau een procedureel kader worden vastgesteld voor de handhaving ervan bij grensoverschrijdende handelingen.

In het licht van het bovenstaande is het gerichte ingrijpen van de EU in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel.

Evenredigheid

Wat betreft het evenredigheidsbeginsel lijken de voorgestelde regels geschikt om de doelstelling van duidelijke en passende regels voor vennootschappen te bereiken en ook om de belanghebbenden de in de effectbeoordeling omschreven bescherming te bieden. De effectbeoordeling bevat een uiteenzetting van de kosten en baten van de onderzochte opties voor vennootschappen, belanghebbenden en lidstaten, waarbij rekening is gehouden met alle noodzakelijke elementen, zoals maatschappelijke voordelen en politieke haalbaarheid. Zo wordt de kostenbesparing dankzij de voorgestelde procedure voor grensoverschrijdende omzettingen geraamd op 12 000 - 19 000 EUR per geval, en zouden vennootschappen die op de internationale markt actief zijn, over een periode van 5 jaar in totaal 176 - 280 miljoen EUR kunnen besparen.

De voorgestelde maatregelen lijken niet verder te gaan dan wat nodig is om de doelstellingen te bereiken, en de positieve effecten van de voorgestelde maatregelen lijken groter te zijn dan de mogelijke negatieve effecten (punt 6.3 van de effectbeoordeling).

Keuze van het instrument

De rechtsgrondslag voor handelingen op het gebied van het vennootschapsrecht is artikel 50 VWEU, op grond waarvan het Europees Parlement en de Raad moeten beslissen bij wege van richtlijnen. Richtlijn (EU) 2017/1132 heeft betrekking op het vennootschapsrecht op EU-niveau. Omwille van de samenhang en consistentie van het vennootschapsrecht van de EU wordt die richtlijn bij dit voorstel gewijzigd en aangevuld.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

Het voorstel voert een nieuw rechtskader in voor een procedure van grensoverschrijdende omzettingen en splitsingen van kapitaalvennootschappen.

De evaluatie 31 van de werking van de richtlijn grensoverschrijdende fusie 32 is uitgevoerd aan de hand van beoordelingscriteria overeenkomstig de eisen voor betere regelgeving. De voornaamste input voor de evaluatie waren de Study on the application of the cross-border mergers directive van een externe contractant in opdracht van de Commissie 33 , aanvullende studies 34 en twee openbare raadplegingen (van 2015 en 2017) waarin gepeild werd naar de mening van de belanghebbenden over de werking van grensoverschrijdende fusies.

Het onderzoek leidde tot een algemeen positieve evaluatie van de richtlijn grensoverschrijdende fusies wat betreft de doeltreffendheid, de efficiëntie, de relevantie, de coherentie en de meerwaarde voor de EU. Over het geheel genomen heeft de richtlijn grensoverschrijdende fusie geleid tot een aanzienlijke toename van het aantal grensoverschrijdende fusies, wat in overeenstemming is met de doelstelling grensoverschrijdende fusies te vergemakkelijken en ervoor te zorgen dat de interne markt meer kansen biedt.

Ondanks de over het algemeen positieve beoordeling, zijn bij de evaluatie toch bepaalde problemen aan het licht gekomen die de volledige doeltreffendheid en efficiëntie van de richtlijn in de weg staan. De voornaamste obstakels hadden te maken met het gebrek aan harmonisatie van materiële voorwaarden, met name wat betreft de bescherming van schuldeisers en minderheidsaandeelhouders, en het ontbreken van snelle (d.w.z. vereenvoudigde) procedures in de richtlijn. Door meer gebruik te maken van de gekoppelde ondernemingsregisters zouden de synergieën en dus ook de samenhang met andere vennootschapswetgeving kunnen toenemen.

Dit voorstel is in overeenstemming met de evaluatie en wil een antwoord bieden op de voornaamste tekortkomingen van de bestaande regels voor grensoverschrijdende fusies die in de evaluatie aan bod zijn gekomen.

Raadpleging van belanghebbenden

De Commissie heeft de belanghebbenden actief betrokken en breed overleg gevoerd tijdens het hele effectbeoordelingsproces. Het raadplegingsproces bestond uit online openbare raadplegingen, vergaderingen met belanghebbenden, inclusief besprekingen met deskundigen van de lidstaten, en verschillende studies. De aldus verzamelde informatie is verwerkt in het voorstel.

In 2012 heeft de Commissie een openbare raadpleging gehouden om te achterhalen wat de voornaamste bekommernissen van de belanghebbenden waren op het vlak van het Europese vennootschapsrecht, en te bepalen waar de toekomstige prioriteiten van het EU-vennootschapsrecht moeten liggen. Er werden 496 reacties ingediend door uiteenlopende belanghebbenden, zoals overheden, vakbonden, het maatschappelijk middenveld, bedrijfsfederaties, vrije beroepen, investeerders, universiteiten, denktanks, consultants en particulieren. Het merendeel van de belanghebbenden richtte zich op de verbetering van de bedrijfsomgeving en de bevordering van grensoverschrijdende mobiliteit. Voorts werd nadruk gelegd op een betere bescherming van schuldeisers, aandeelhouders en werknemers in grensoverschrijdende situaties, het vergemakkelijken van de oprichting van vennootschappen en het bevorderen van regelgevingsconcurrentie.

In 2013 werd een meer gedetailleerde online openbare raadpleging gehouden over de grensoverschrijdende verplaatsingen van statutaire zetels van vennootschappen om meer diepgaande informatie te vergaren over de kosten waarmee vennootschappen te maken krijgen wanneer zij hun statutaire zetel naar het buitenland verplaatsen en over de voordelen die het EU-optreden in dat verband kan bieden. In totaal werden 86 reacties ingediend door overheden, vakbonden, het maatschappelijk middenveld, vennootschappen, bedrijfsorganisaties, particulieren en universiteiten, waardoor een brede vertegenwoordiging van de samenleving werd gewaarborgd. De antwoorden kwamen uit 20 EU-lidstaten en ook van buiten de EU. De conclusie luidde dat de meeste respondenten, die de mogelijkheid zouden overwegen om hun vennootschap naar het buitenland te verplaatsen, zich zouden verheugen over de invoering van een omzettingsprocedure. Als redenen daarvoor noemden zij de economische voordelen, de besparingen voor de interne markt en de ruimere mogelijkheden voor kleine en middelgrote ondernemingen om naar het buitenland te verhuizen. Bovendien vond 43 % van de respondenten dat de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU het probleem onvoldoende verduidelijkt.

De volgende openbare raadpleging werd gehouden in 2015, met de nadruk op grensoverschrijdende fusies en grensoverschrijdende splitsingen, en leverde 151 reacties op 35 . Met betrekking tot grensoverschrijdende splitsingen stonden de respondenten positief tegenover de invoering van een nieuwe procedure, aangezien de meesten de bescherming van schuldeisers, de bescherming van minderheidsaandeelhouders en de bescherming van de rechten van werknemers als de belangrijkste op te lossen problemen beschouwden. Ongeveer 72 % van de respondenten die hun mening hadden gegeven, vond dat de harmonisatie van de wettelijke voorschriften inzake grensoverschrijdende splitsingen ondernemingen zou helpen en grensoverschrijdende activiteiten zou vergemakkelijken door de rechtstreeks met de grensoverschrijdende splitsing verbonden kosten te verminderen. Procedurele aangelegenheden en bescherming van belanghebbenden bleken belangrijke thema's die moeten worden aangepakt. Bovendien voerde 68 % van de respondenten rechtsonzekerheid door het ontbreken van EU-regels aan als voornaamste belemmering voor een grensoverschrijdende splitsing en 51 % van de respondenten vond de duur en de complexiteit van de huidige procedures bijzonder problematisch. Wat betreft grensoverschrijdende fusies stond 88 % van de respondenten positief tegenover de harmonisering van de bescherming van schuldeisers - 75 % onder hen was voorstander van een volledige harmonisatie. De grote meerderheid vond dat een waarborg de beste manier van bescherming is en dat de datum waarop de bescherming van schuldeisers ingaat, moet worden geharmoniseerd. Wat betreft de bescherming van minderheidsaandeelhouders was voorts een meerderheid van 66 % voorstander van harmonisatie; 71 % onder hen was voorstander van een maximumharmonisatie. 70 % van de voorstanders van volledige harmonisatie vond dat minderheidsaandeelhouders een uitstaprecht moeten krijgen met een passende vergoeding in geld. Bovendien stond 62 % van de respondenten positief tegenover de invoering van een snelle procedure.

De meest recente openbare raadpleging over vennootschapsrecht vond plaats in 2017. Ze liep van 10 mei 2017 tot en met 6 augustus 2017. Er werden 207 reacties ingediend. In het licht van het komende initiatief wou de Commissie antwoorden op gedetailleerde vragen over de tekortkomingen van het rechtskader van de EU en over gebieden die voor de respondenten een prioriteit zijn.

Uit de resultaten van de raadpleging bleek de ruime steun van zowel de lidstaten als belanghebbenden voor grensoverschrijdende omzettingen, aangezien ongeveer 85 % van alle respondenten van mening was dat over dit onderwerp een EU-instrument noodzakelijk is. Onderverdeeld naar categorieën van belanghebbenden waren alle overheden het ermee eens dat het ontbreken van procedurele regels voor omzettingen inderdaad een belemmering voor de interne markt vormt en dat de EU dit probleem moet aanpakken. Verschillende instanties hebben aangegeven dat het hun eerder ging om de kwestie van de zetel dan om beschermingsmechanismen voor belanghebbenden, en verklaarden dat zij een omzettingsinitiatief zouden steunen voor zover vennootschappen hun werkelijke zetel slechts kunnen verplaatsen voor zuivere bedrijfsdoeleinden, en niet om brievenbusmaatschappijen te verplaatsen voor frauduleuze doeleinden.

De bedrijfsgroepen steunden de invoering van een omzettingsprocedure met een vergelijkbaar percentage voorstanders als de overheden. Ongeveer 44 % van de bedrijfsgroepen beschouwde dit als een topprioriteit voor de EU, 22 % als een prioriteit en 22 % als een lage prioriteit. De vakbonden en het notariaat waren allebei matig voorstander van nieuwe procedurele regels voor omzettingen (74 % respectievelijk 79 % beschouwde dit als een lage prioriteit voor de EU). Zowel de vakbonden als de CNUE (vertegenwoordiging van de notariaten) wilden graag benadrukken dat vennootschappen hun statutaire zetel slechts zouden mogen verplaatsen wanneer dat gepaard gaat met de verplaatsing van hun werkelijke zetel, terwijl de vakbonden nog benadrukten dat een horizontaal instrument nodig is voor rechten inzake informatie, raadpleging en medezeggenschap van werknemers. Academici waren in het algemeen vóór de invoering van een omzettingsprocedure. Sommige academici gaven aan dat de lidstaten hun eigen voorschriften voor erkenning op grond van hun nationale recht moeten kunnen bepalen, meer bepaald of ook de werkelijke zetel moet worden verplaatst. Voorts werd aangegeven dat zo veel mogelijk gebruik moet worden gemaakt van digitalisering (d.w.z. voor de bekendmaking van informatie en voor de communicatie tussen de vennootschapsregisters). Anderen stelden voor dat een lidstaat slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden en om redenen van openbaar belang de mogelijkheid mag hebben om een omzetting te blokkeren.

Wat betreft grensoverschrijdende fusies hebben de meeste belanghebbenden die deelgenomen hebben aan de raadpleging van 2017 dezelfde punten als bij de raadpleging van 2015 als problematisch aangemerkt: de bescherming van schuldeisers, de bescherming van minderheidsaandeelhouders en de bescherming van de rechten van werknemers.

De meeste nationale overheden die hebben deelgenomen aan de raadpleging van 2017, waren van mening dat er problemen zijn met de bestaande regels voor grensoverschrijdende fusies en dat die problemen de interne markt belemmeren, zij het in verschillende mate. Er waren uiteenlopende antwoorden de prioriteit die moet worden toegekend aan een EU-optreden om de bestaande regels te wijzigen. Wat betreft de waarborgen vonden alle nationale overheden die hebben geantwoord dat maatregelen ter bescherming van schuldeisers moeten worden genomen, terwijl 70 % vond dat ook maatregelen ter bescherming van minderheidsaandeelhouders nodig zijn. 80 % vond het belangrijk dat zowel de procedurele als de materiële aspecten van bescherming van schuldeisers worden geharmoniseerd, en 50 % vond het belangrijk dat minderheidsaandeelhouders de fusie kunnen blokkeren en zich kunnen verzetten tegen de aandelenruil.

De bedrijfsorganisaties die hebben geantwoord op de raadpleging van 2017 waren voor het merendeel voorstander van een wijziging van de richtlijn voor grensoverschrijdende fusies. De punten die door de bedrijfsorganisaties werden aangevoerd, hadden te maken met de vereenvoudiging van de regels (snelle procedure), geharmoniseerde regels voor de bescherming van schuldeisers en minderheidsaandeelhouders, vereenvoudigde regels voor de bescherming van werknemers en de afschaffing van de verplichting fusies voor een notaris te verlijden, zoals in bepaalde lidstaten het geval is.

Ook de vakbonden stonden open voor een wijziging van de regels voor grensoverschrijdende fusies. Hun ging het echter voornamelijk om de versterking van de bescherming van werknemers door middel van sterkere rechten inzake informatie, raadpleging en medezeggenschap. Het notariaat daarentegen was er over het algemeen van overtuigd dat de huidige richtlijn zeer goed functioneert en heeft geen behoefte aan nieuwe EU-maatregelen op dit vlak.

Wat betreft grensoverschrijdende splitsingen waren alle overheden die aan de raadpleging hebben deelgenomen voorstander van nieuwe regels voor grensoverschrijdende splitsingen, en beschouwde 40 % een initiatief op dit vlak als een topprioriteit voor de EU.

De bedrijfsorganisaties waren grote voorstanders van de nieuwe regels, aangezien 44 % dit als een topprioriteit beschouwde, en 26 % als een prioriteit. Het notariaat sprak zich matig positief uit over een nieuw initiatief. De vakbonden waren bijzonder sceptisch over splitsingen wegens de risico's voor de werknemers, maar gaven aan dat de regels inzake informatie en raadpleging van werknemers moeten worden versterkt mochten de lidstaten groen licht geven voor splitsingen.

De meeste respondenten die voorstander waren van een nieuwe procedure voor grensoverschrijdende splitsingen gaven als algemene opmerking aan dat de procedure nauw moet aansluiten bij de bepalingen van de bestaande richtlijn grensoverschrijdende fusie.

De standpunten van de belanghebbenden zijn ook verzameld tijdens talrijke bijeenkomsten. Het proces van de raadpleging over het vennootschapsrechtpakket is in 2012 van start gegaan in de groep deskundigen inzake vennootschapsrecht (CLEG). In de periode 2012-2014 waren de bijeenkomsten van de CLEG toegespitst op het actieplan voor Europees vennootschapsrecht en corporate governance van 2012, terwijl ze in 2015 en 2016 over aspecten van digitalisering gingen. In 2017 kwam de CLEG drie keer samen voor de bespreking van een aantal thema's die van belang zijn voor het vennootschapsrechtpakket (met name digitalisering, grensoverschrijdende fusies, splitsingen en omzettingen). Tijdens deze bijeenkomsten heeft de Commissie de deskundigen van de lidstaten om hun mening over specifieke vragen verzocht.

In 2017 nodigde de Commissie niet alleen deskundigen van de lidstaten uit voor de bijeenkomsten van de CLEG, maar ook de vertegenwoordigers van de belanghebbenden die aan de openbare raadplegingen in 2013, 2015 en 2017 hadden deelgenomen. De belanghebbenden vertegenwoordigden ondernemingen, werknemers, en beoefenaars van juridische beroepen. De belanghebbenden benadrukten dat grensoverschrijdende handelingen gemakkelijker moeten worden gemaakt, maar dat de belangen van deelnemers in de vennootschappen, werknemers en schuldeisers met passende waarborgen moeten worden beschermd. Over het algemeen geniet het initiatief voor grensoverschrijdende omzettingen brede steun, op voorwaarde dat er in voldoende waarborgen wordt voorzien. Wat fusies betreft, stonden de vertegenwoordigers van de lidstaten doorgaans positief tegenover het initiatief, hoewel zij aangaven dat diepgaandere besprekingen nodig zijn om tot een concrete oplossing te komen. Hoewel geen enkele groep belanghebbenden tegen een herziening van de regels voor grensoverschrijdende fusies was, waren de meningen over de prioriteit ervan verdeeld. Wat grensoverschrijdende splitsingen betreft, stonden de vertegenwoordigers van de lidstaten doorgaan positief tegenover het initiatief, hoewel verdere besprekingen nodig leken te zijn om tot specifieke oplossingen te komen, wat voornamelijk het gevolg is van verschillen in rechtstradities. Met uitzondering van de vakbonden heerste bij alle belanghebbenden de overtuiging dat een nieuwe procedure voor grensoverschrijdende splitsingen bijzonder nuttig zou zijn en nauw moet aansluiten bij de bepalingen van de bestaande richtlijn grensoverschrijdende fusie.

De informatie van de belanghebbenden is niet enkel verzameld tijdens bijeenkomsten van de CLEG, maar ook tijdens bilaterale bijeenkomsten. Tijdens deze bijeenkomsten benadrukten de vertegenwoordigers van de vakbonden het belang van het behoud van de rechten inzake werknemersmedezeggenschap, en onderstreepten zij dat vennootschappen enkel voor reële doelstellingen zouden mogen verhuizen, om zo te vermijden dat via grensoverschrijdende handelingen brievenbusmaatschappijen worden opgericht. De vertegenwoordigers van de bedrijfsorganisaties waren grote voorstanders van het initiatief ter bevordering van de mobiliteit van vennootschappen.

In het voorstel komen de belangrijkste problemen die door de belanghebbenden werden aangekaart aan bod. Omdat de belanghebbenden van mening verschillen over de aanpak die daarbij moet worden gevolgd, is in het voorstel gestreefd naar een evenwicht tussen deze meningen.

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

Om de taak van de Commissie te vergemakkelijken, werd in mei 2014 de informele groep deskundigen inzake vennootschapsrecht (ICLEG) opgericht. In deze groep zetelden in vennootschapsrecht gespecialiseerde hooggekwalificeerde en ervaren academici en juristen uit verscheidene lidstaten.

De Commissie heeft ook gebruikgemaakt van de resultaten van een studie van 2017 waarin specifieke vragen over grensoverschrijdende verplaatsingen van statutaire zetels en grensoverschrijdende splitsingen werden geanalyseerd. Daarnaast verzamelde de Commissie feedback van deskundigen tijdens verschillende conferenties, onder meer de "21st European Company Law and Corporate Governance Conference: Crossing Borders, Digitally" in Tallinn (Estland) in september 2017 en de "Annual Conference on European Company Law and Corporate Governance" in Trier (Duitsland) in oktober 2017.

Effectbeoordeling

Het effectbeoordelingsverslag over digitalisering, grensoverschrijdende handelingen en de conflictregels in het vennootschapsrecht is op 11 oktober 2017 door de Raad voor regelgevingstoetsing (RSB) beoordeeld 36 . De RSB heeft op 13 oktober 2017 een negatief advies uitgebracht. De aanbevelingen zijn meegenomen in een herziene versie van de effectbeoordeling die op 20 oktober 2017 bij de RSB is ingediend. Op 7 november 2017 heeft de RSB een positief advies met voorbehoud uitgebracht.

Wat betreft het toepassingsgebied dat bepaalt welke types vennootschappen kunnen profiteren van de geharmoniseerde regels en procedures voor grensoverschrijdende omzettingen en splitsingen en van de gewijzigde regels voor grensoverschrijdende fusies, wordt in de effectbeoordeling toegelicht waarom het bestaande toepassingsgebied van de regels inzake grensoverschrijdende fusies (d.w.z. kapitaalvennootschappen) de meest doeltreffende oplossing biedt voor alle grensoverschrijdende handelingen, hoewel door sommigen werd gevraagd dit uit te breiden tot partnerschappen en coöperatieven. Dat komt omdat uit de bestaande gegevens blijkt dat de regels inzake grensoverschrijdende fusies zeer beperkt worden gebruikt door andere entiteiten dan kapitaalvennootschappen. 66 % van de overnemende vennootschappen en 70 % van de fuserende vennootschappen die betrokken zijn bij grensoverschrijdende fusies waren besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, terwijl 32 % van de overnemende vennootschappen en 28 % van de fuserende vennootschappen die betrokken zijn bij grensoverschrijdende fusies naamloze vennootschappen zijn 37 . De uitbreiding van het toepassingsgebied zou bovendien tot praktische problemen leiden op het gebied van het vennootschapsrecht en de boekhoudregels van de EU, die enkel op kapitaalvennootschappen van toepassing zijn.

Wat betreft de invoering van nieuwe procedurele regels voor grensoverschrijdende omzettingen en splitsingen is in de effectbeoordeling optie 0 (basisscenario) waarbij geen geharmoniseerde procedurele regels voor grensoverschrijdende omzettingen en splitsingen bestaan, getoetst aan optie 1, waarbij geharmoniseerde procedures voor de EU worden ingevoerd om vennootschappen in staat te stellen rechtstreeks grensoverschrijdende omzettingen en splitsingen aan te gaan. Het ontbreken van procedurele regels maakt grensoverschrijdende omzettingen en splitsingen bijzonder moeilijk, zo niet onmogelijk. Slechts in een beperkt aantal lidstaten bestaan nationale procedures voor grensoverschrijdende omzettingen en splitsingen, en vaak zijn deze onderling niet compatibel. De vennootschappen moeten daarom hun toevlucht zoeken tot dure indirecte procedures en naar analogie de richtlijn grensoverschrijdende fusie en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU toepassen voor zover de juristen en de registers met de rechtspraak bekend zijn. Door nieuwe procedurele regels voor grensoverschrijdende omzettingen en splitsingen in te voeren, zouden vennootschappen veel meer duidelijkheid krijgen en zouden de kosten voor vennootschappen die een grensoverschrijdende omzetting of splitsing willen aangaan aanzienlijk dalen. Het zou bovendien de nationale registers duidelijkheid verschaffen om het tijdstip te bepalen waarop een vennootschap in het register van de lidstaat van bestemming kan worden opgenomen en in het register van de lidstaat van vertrek kan worden doorgehaald om situaties zoals in de zaak Polbud 38 te voorkomen.

Wat betreft de bescherming van minderheidsaandeelhouders wordt in de effectbeoordeling optie 0 (basisscenario), waarbij de huidige regels inzake de bescherming van minderheidsaandeelhouders worden gehandhaafd, getoetst aan de opties 1 en 2. Optie 1 zou voorzien in geharmoniseerde regels in de gehele eengemaakte markt. Deze optie zou voortbouwen op de regels voor grensoverschrijdende fusies, maar zou daarnaast ook voorzien in geharmoniseerde regels. Optie 2, die de voorkeur geniet, zou voorzien in dezelfde geharmoniseerde regels als optie 1, maar de lidstaten zouden zelf in aanvullende waarborgen kunnen voorzien. Deze optie zou de best aangepaste bescherming voor minderheidsaandeelhouders bieden. Hoewel optie 2 voor de vennootschappen tot nalevingskosten zou kunnen leiden, zouden de kosten en beslommeringen voor de vennootschappen in vergelijking met het basisscenario aanzienlijk dalen en zou deze optie zorgen voor meer rechtszekerheid, minder behoefte aan juridisch advies en dus kostenbesparingen voor de vennootschappen in vergelijking met het basisscenario. Optie 2, de voorkeursoptie, bied het beste evenwicht tussen kostenbesparing, het hoge beschermingsniveau en de flexibiliteit voor de lidstaten.

Wat betreft de bescherming van schuldeisers wordt in de effectbeoordeling optie 0 (basisscenario) waarbij de huidige regels inzake grensoverschrijdende fusies ongewijzigd behouden blijven en er geen EU-regels zijn voor de bescherming van schuldeisers bij grensoverschrijdende omzettingen, getoetst aan optie 1 die voorziet in geharmoniseerde regels ter bescherming van schuldeisers en aan optie 2, die voorziet in dezelfde geharmoniseerde regels als optie 1, waarbij de lidstaten evenwel zelf in aanvullende waarborgen zouden kunnen voorzien. Optie 2, de voorkeursoptie, biedt het beste evenwicht tussen kostenbesparing, een hoog beschermingsniveau en flexibiliteit voor de lidstaten. Zowel bij optie 1 als optie 2 zouden de kosten en beslommeringen voor de vennootschappen in vergelijking met het basisscenario aanzienlijk dalen aangezien de geharmoniseerde regels voor de bescherming van schuldeisers zouden zorgen voor meer rechtszekerheid en minder behoefte aan juridisch advies voor grensoverschrijdende handelingen. Optie 1 zou de vennootschappen de grootste besparingen opleveren, terwijl de besparingen bij optie 2 beperkter kunnen zijn aangezien de lidstaten in aanvullende waarborgen kunnen voorzien die voor sommige vennootschappen duur of belastend kunnen zijn (bijvoorbeeld de verplichting om alle schuldeisers waarborgen te bieden). Wat betreft de bescherming van schuldeisers zou optie 2 voorzien in een volledigere en gerichtere bescherming dan optie 1, omdat de lidstaten de mogelijkheid krijgen om de nationale kenmerken van de bescherming van schuldeisers te beoordelen en extra waarborgen in te voeren.

Wat betreft de informatie, de raadpleging en de medezeggenschap van werknemers wordt in de effectbeoordeling optie 0 (basisscenario), waarbij de bestaande regels inzake werknemersmedezeggenschap van de richtlijn grensoverschrijdende fusie worden toegepast, vergeleken met optie 1, waarbij de bestaande regels inzake werknemersmedezeggenschap in raden van bestuur van grensoverschrijdende fusies worden toegepast op grensoverschrijdende splitsingen en omzettingen, en met optie 2, die bestaat in gerichte wijzigingen van de bestaande regels voor grensoverschrijdende fusies, en tegelijk voorziet in specifieke maatregelen voor de hoger geachte risico's voor werknemers bij grensoverschrijdende splitsingen en omzettingen. Optie 2, de voorkeursoptie, omvat verschillende elementen die samen het effect moeten hebben werknemers de nodige bescherming te bieden. Voor alle grensoverschrijdende handelingen omvatten de waarborgen een nieuw speciaal verslag van het management van de vennootschap waarin wordt beschreven wat de gevolgen van de grensoverschrijdende fusie zijn voor de banen en de situatie van de werknemers, en een antimisbruikregel waardoor de vennootschap gedurende drie jaar na de grensoverschrijdende handeling het stelsel van werknemersmedezeggenschap niet kan uithollen wanneer zij een volgende grensoverschrijdende of binnenlandse handeling aangaat. De regel is gebaseerd op de bestaande regels voor grensoverschrijdende fusies, maar wordt aangepast om niet enkel opeenvolgende binnenlandse omzettingen, fusies of splitsingen, maar ook andere grensoverschrijdende en binnenlandse handelingen te bestrijken. Deze optie zou bovendien specifieke regels invoeren met betrekking tot de onderhandelingen bij grensoverschrijdende splitsingen en omzettingen. In de effectbeoordeling zijn de kosten en baten van deze gerichte wijzigingen geanalyseerd en het besluit luidde dat de beperkte extra nalevingskosten voor de vennootschappen, doordat eventueel een verslag moet worden opgesteld, ruimschoots worden gecompenseerd door de betere bescherming van werknemers en de maatschappelijke voordelen die daaruit voortvloeien.

Tot slot is bij de effectbeoordeling ook onderzocht hoe de risico's op misbruik moeten worden aangepakt, met inbegrip van de verspreiding van brievenbusmaatschappijen voor onrechtmatige doeleinden zoals het omzeilen van arbeidsnormen of socialezekerheidsbetalingen en agressieve fiscale planning. Tijdens de openbare raadplegingen vroegen bepaalde belanghebbenden, met name de vakbonden, om een oplossing waarbij de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat haar statutaire zetel samen met het hoofdkantoor zou moeten verplaatsen naar de lidstaat van bestemming. Het recente arrest in de zaak-Polbud, dat werd uitgesproken nadat de openbare raadplegingen waren afgesloten, bepaalt echter dat de vrijheid van vestiging van toepassing is op gevallen waarbij enkel de statutaire zetel naar het buitenland wordt verplaatst. Van een dergelijke oplossing kan dus geen sprake zijn. In de effectbeoordeling is dus optie 0 (basisscenario), waarbij geen geharmoniseerde regels bestaan, getoetst aan optie 1, waarbij regels en procedures worden ingevoerd waardoor de lidstaten per geval moeten beoordelen of er bij de betrokken grensoverschrijdende omzetting sprake is van een kunstmatige constructie om onterechte belastingvoordelen te verkrijgen of de wettelijke of contractuele rechten van werknemers, schuldeisers of minderheidsleden onrechtmatig aan te tasten. Optie 1 zou rechtstreeks bijdragen aan de strijd tegen het omzeilen van de regels en dus tegen oneigenlijk of frauduleus gebruik van brievenbusmaatschappijen. In vergelijking met het basisscenario zou optie 1 deel uitmaken van de procedure waarmee vennootschappen een grensoverschrijdende omzetting kunnen aangaan en daarom zouden de extra nalevingskosten niet specifiek samenhangen met de beoordeling van de mogelijke kunstmatige constructie . De lidstaten moeten deze regels dan omzetten en uitvoeren, waardoor bepaalde administratieve en organisatorische kosten ontstaan. Optie 1 zou tot een betere bescherming van de belanghebbenden leiden. De belanghebbenden zouden hun standpunten tijdens de hele procedure kunnen uiten en uiteindelijk beschermd worden tegen omzeiling van de regels door frauduleuze vennootschappen.

In de effectbeoordeling zijn tevens de opties in verband met conflictregels geanalyseerd. De voorkeur gaat in dit verband uit naar een instrument dat de relevante regels harmoniseert, vooral met betrekking tot het aanknopingspunt, op basis van de plaats van oprichting van de vennootschap, met nadere specifieke regels die het recht van de werkelijke zetel aanwijzen en dat enkel van toepassing is op vennootschappen die gevestigd zijn in de EU. Omdat de gevallen waarin duidelijkheid het hardst nodig is, met name specifieke problemen in verband met het recht dat van toepassing is op kapitaalvennootschappen in grensoverschrijdende situaties, echter aan bod zullen komen in de voorgestelde wetgeving betreffende grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen, is besloten nu geen specifieke wetgevingshandeling over conflictregels voor te stellen.

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Het voorstel zal naar verwachting aanzienlijke vereenvoudigingen opleveren voor het bedrijfsleven in de eengemaakte markt door de grensoverschrijdende mobiliteit van vennootschappen te vergemakkelijken.

Door een uitgebreide reeks gemeenschappelijke regels op te stellen voor grensoverschrijdende omzettingen en splitsingen worden de procedures gestroomlijnd en vereenvoudigd, en dalen de kosten voor ondernemingen in verband met het type en de inhoud van de documenten die moeten worden opgesteld, de verschillende procedures en termijnen daarvoor of andere aanvullende voorschriften. De voorgestelde regels inzake werknemersmedezeggenschap en de regels inzake de bescherming van deelnemers en schuldeisers zullen de rechtszekerheid en de voorspelbaarheid van deze handelingen versterken. De besparingen ten gevolge van de nieuwe gemeenschappelijke regels voor grensoverschrijdende splitsingen en omzettingen zullen naar verwachting oplopen tot 12 000-37 000 EUR (splitsingen) en 12 000- 19 000 EUR (omzettingen), naargelang van de grootte van de betrokken vennootschappen en de betrokken lidstaten.

De voorgestelde wijzigingen aan het bestaande rechtskader van de EU voor grensoverschrijdende fusies zullen de regels voor grensoverschrijdende fusies van vennootschappen vereenvoudigen en door een nieuwe en gestroomlijnde procedure de kosten en administratieve lasten verminderen. De voorgestelde regels inzake de bescherming van deelnemers en schuldeisers en de regels inzake openbaarmaking zullen de rechtszekerheid en de voorspelbaarheid versterken.

De kostenbesparingen en de vereenvoudigingen zullen met name een gunstige invloed hebben op micro- en kleine ondernemingen.

De uitwisseling van informatie waarin dit voorstel voorziet, zal worden uitgevoerd via het bestaande systeem van koppeling van centrale, handels- en vennootschapsregisters (BRIS). Daarom worden geen specifieke IT-ontwikkelingen verwacht.

Grondrechten

De rechten en beginselen die zijn vastgelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, worden volledig geëerbiedigd in de bepalingen van dit initiatief, die bovendien bevorderlijk zijn voor de tenuitvoerlegging van een aantal van die rechten. De belangrijkste doelstelling van dit initiatief is het faciliteren van het recht van vestiging in een andere lidstaat, zoals vastgelegd in artikel 15, lid 2, van het Handvest, en het waarborgen van het verbod van discriminatie op grond van nationaliteit (artikel 21, lid 2). Het initiatief is gericht op het versterken van de vrijheid van ondernemerschap overeenkomstig het recht van de Unie en de nationale wetgevingen en praktijken (artikel 16). Het in artikel 17 van het Handvest neergelegde eigendomsrecht wordt eveneens versterkt door het initiatief via de waarborgen voor aandeelhouders. Hoewel het initiatief zal voorzien in regels voor vennootschappen in het kader van het vennootschapsrecht, zal het ook bijdragen aan het recht van werknemers op informatie en raadpleging binnen de onderneming (artikel 27 van het Handvest) door bij grensoverschrijdende handelingen van vennootschappen te zorgen voor meer transparantie voor werknemers. De bescherming van persoonsgegevens wordt gewaarborgd in overeenstemming met artikel 8 van het Handvest.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Er zijn geen grote kosten geconstateerd. Het voorstel zou voornamelijk voor de nationale overheden kosten veroorzaken in verband met de invoering van wetgevingsregels op nationaal niveau (voorbereiding, raadpleging, vaststelling en aanpassing van bestaande regels) en met de invoering van toetsingsprocedures. Wat betreft grensoverschrijdende omzettingen en splitsingen zouden de gevolgen groter zijn in lidstaten zonder grensoverschrijdende procedures dan in andere lidstaten waar zulke procedures wel bestaan en enkel aangepast hoeven te worden. Het voorstel heeft geen gevolgen voor de EU-begroting.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplannen en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

De Commissie zal de lidstaten helpen bij het omzetten van de voorgestelde regels en toezien op de uitvoering ervan. Zij zal daartoe nauw samenwerken met nationale instanties, zoals de nationale deskundigen op het gebied van vennootschapsrecht van de CLEG. De Commissie kan in dat verband bijstand verlenen en sturing geven (bijv. door het organiseren van workshops over de omzetting of door advies te verstrekken op bilaterale basis).

De controle zou bestaan in een analyse van de trends in grensoverschrijdende handelingen van vennootschappen door middel van kennisgevingen van grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen via het systeem van gekoppelde ondernemingsregisters (BRIS), door zo veel mogelijk de kosten voor grensoverschrijdende omzettingen te verzamelen en door na te gaan hoe tevreden de belanghebbenden en de organisaties van belanghebbenden zijn over hun rechten bij grensoverschrijdende handelingen. De ontwikkeling van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie op dat vlak zal eveneens worden gemonitord.

Om de vereiste inbreng van de belanghebbenden te krijgen, kan de Commissie vragenlijsten of specifieke enquêtes opstellen.

Er moet een evaluatie worden uitgevoerd om het effect van de voorgestelde maatregelen te beoordelen en na te gaan of de doelstellingen zijn bereikt. De Commissie zal deze evaluatie uitvoeren op basis van de informatie die tijdens de controle is verzameld, zo nodig aangevuld met input van relevante belanghebbenden. Wanneer voldoende ervaring is opgedaan met de toepassing van de voorgestelde regels moet een evaluatieverslag worden opgesteld.

Het verstrekken van informatie voor controle en evaluatie mag geen onnodige rompslomp voor de belanghebbenden met zich meebrengen.

Toelichtende stukken (bij richtlijnen)

Het voorstel wijzigt Richtlijn (EU) 2017/1132 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht. In het belang van een correcte uitvoering van deze complexe richtlijn is een toelichtend document nodig, bijv. in de vorm van concordantietabellen.

Artikelsgewijze toelichting

Grensoverschrijdende omzettingen

Artikel 86 bis: dit artikel omschrijft het toepassingsgebied van het voorstel waarbij een EU-rechtskader wordt opgezet voor grensoverschrijdende omzettingen van naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid.

Artikel 86 ter: dit artikel bevat definities. De definitie van grensoverschrijdende omzetting is gebaseerd op de rechtspraak van het Hof van Justitie en impliceert dat de rechtsvorm van de vennootschap van de lidstaat van vertrek wordt veranderd in de rechtsvorm van de lidstaat van bestemming.

Artikel 86 quater: dit artikel stelt de voorwaarden vast waaronder grensoverschrijdende omzettingen kunnen worden aangegaan, de controle daarop en het toepasselijke recht. Het legt vennootschappen in een insolventieprocedure of een gelijkwaardige procedure met name het verbod op een in deze richtlijn omschreven grensoverschrijdende omzetting aan te gaan. Krachtens het in de rechtspraak van het Hof van Justitie neergelegde algemene beginsel dat het EU-recht niet kan worden ingeroepen om rechtsmisbruik te rechtvaardigen, kan een omzetting bovendien niet worden toegestaan indien na onderzoek van het concrete geval en rekening houdend met alle relevante feiten en omstandigheden wordt vastgesteld dat er sprake is van een kunstmatige constructie die bedoeld is om onterechte belastingvoordelen te verkrijgen of de wettelijke of contractuele rechten van werknemers, schuldeisers of deelnemers onrechtmatig aan te tasten.

Artikel 86 quinquies: dit artikel bepaalt welke aan alle personen met belangstelling voor deze handeling bekend te maken informatie het voorstel tot grensoverschrijdende omzetting ten minste moet bevatten. Het voorstel moet informatie verstrekken over de verandering van de vennootschapsvorm, over de uit de omzetting ontstane vennootschap, en over de bescherming die wordt geboden aan de belanghebbenden: met name de aandeelhouders, de schuldeisers en de werknemers. Dit artikel benadrukt het belang van het voorstel, maar maakt de opstelling ervan zo gemakkelijk mogelijk door de vennootschappen de mogelijkheid te bieden het niet alleen op te stellen in de officiële taal of talen van de betrokken lidstaat, maar tevens in de taal die in het bedrijfsverkeer het gebruikelijkst is. De lidstaten kunnen bepalen welke taal de doorslag geeft bij verschillen tussen de taalversies.

Artikel 86 sexies: in dit artikel wordt de verplichting neergelegd om voor de aandeelhouders een verslag op te stellen waarin het doel van de grensoverschrijdende omzetting, de plannen van de vennootschap en de waarborgen voor de aandeelhouders in detail worden toegelicht. In het verslag moet met name worden toegelicht wat de gevolgen van de omzetting zijn voor de activiteiten en de belangen van de vennootschap en voor de belangen van de aandeelhouders, en welke maatregelen worden genomen om hen te beschermen. Dit verslag moet ook voor de werknemers beschikbaar zijn. In overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel kan van dit verslag worden afgezien indien alle deelnemers van de vennootschap hiermee hebben ingestemd.

Artikel 86 septies: dit artikel bepaalt dat de vennootschap een verslag moet opstellen over de zaken die voor de werknemers van de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat van essentieel belang zijn. In dit verslag moet worden toegelicht wat de gevolgen van de grensoverschrijdende omzetting voor de werknemers zijn. Het moet ter beschikking worden gesteld van de vertegenwoordigers van de werknemers, of van de werknemers zelf, indien er geen vertegenwoordigers zijn. De bepaling verduidelijkt voorts dat de terbeschikkingstelling van het verslag geen afbreuk doet aan de toepasselijke informatieverstrekking en raadpleging waarin het acquis reeds voorziet.

Artikel 86 octies: dit artikel betreft het onderzoek door een onafhankelijke deskundige. De nauwkeurigheid van de informatie in het voorstel tot grensoverschrijdende omzetting en in de verslagen van het leidinggevend orgaan of van het bestuursorgaan moet worden beoordeeld door een onafhankelijke deskundige die door de bevoegde instantie wordt aangewezen. Het verslag moet tevens alle relevante informatie bevatten over de vennootschap en de voorgenomen grensoverschrijdende omzetting opdat de bevoegde instantie onder meer kan beoordelen of de handeling een kunstmatige constructie is. Voorts bepaalt het artikel de procedure, het tijdschema en de bevoegdheden van de onafhankelijke deskundige, inclusief wat betreft de bescherming van vertrouwelijke informatie. In overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel zijn micro- en kleine ondernemingen vrijgesteld van de vereiste van een verslag van een onafhankelijke deskundige.

Artikel 86 nonies: in dit artikel worden de regels neergelegd voor de openmaking van het voorstel tot grensoverschrijdende omzetting en van het verslag van de onafhankelijke deskundige, die kosteloos openbaar moeten worden gemaakt. De openbaarmaking omvat tegelijkertijd een kennisgeving waarbij de deelnemers, de schuldeisers en de werknemers van de vennootschap worden uitgenodigd opmerkingen te maken. De openbaarmakingsvereisten waarborgen een onmiddellijke toegang tot het voorstel ter bescherming van de belanghebbenden. In dit artikel wordt het beginsel bepaald dat het voorstel als voornaamste referentiebron voor de belanghebbenden in het register openbaar wordt gemaakt. De lidstaten kunnen een vennootschap toestaan het voorstel op haar website openbaar te maken, maar in dat geval moet de belangrijkste informatie nog steeds in het ondernemingsregister openbaar worden gemaakt. Het artikel biedt de lidstaten de mogelijkheid tot aanvullende bekendmaking tegen betaling in hun nationale publicatieblad. Om de toegang tot de openbaar gemaakte informatie te vergemakkelijken, moeten het openbaar gemaakte voorstel tot grensoverschrijdende omzetting, de kennisgeving en het verslag van de onafhankelijke deskundige kosteloos voor het publiek beschikbaar zijn. De vergoedingen voor de openbaarmaking mogen niet meer bedragen dan de administratieve kosten voor die dienst.

Artikel 86 decies: in dit artikel wordt bepaald dat het voorstel tot grensoverschrijdende omzetting door de algemene vergadering moet worden goedgekeurd. Een gelijkaardige vereiste bestaat bij grensoverschrijdende fusies. De lidstaten kunnen vereisten vaststellen voor de gekwalificeerde meerderheid waarmee het voorstel wordt goedgekeurd; de vereisten voor de gekwalificeerde meerderheid mogen echter niet verder gaan dan die voor grensoverschrijdende fusies.

Artikel 86 undecies: dit artikel voorziet in waarborgen voor aandeelhouders en stelt een uitstaprecht vast voor de aandeelhouders die zich tegen de grensoverschrijdende omzettingen verzetten. Dit is van toepassing voor diegenen die niet gestemd hebben voor de grensoverschrijdende omzetting of voor diegenen die tegen de omzetting zijn, maar geen stemrecht hebben. De vennootschap, de resterende aandeelhouders of derden moeten op verzoek van de betrokken deelnemers hun aandelen overnemen in ruil voor een passende vergoeding. Indien de aandeelhouders van oordeel zijn dat de geboden vergoeding in geld niet adequaat is vastgesteld, hebben zij het recht het bedrag voor de nationale rechter van de lidstaat van vertrek aan te vechten.

Artikel 86 duodecies: dit artikel voorziet in verscheidene waarborgen voor schuldeisers. De lidstaten kunnen bepalen dat de vennootschap die de omzetting aangaat in het voorstel tot grensoverschrijdende omzetting een verklaring opneemt dat de omzetting het vermogen om de verbintenissen tegenover derden uit te voeren onverlet laat en dat de schuldeisers niet benadeeld zullen worden.

Schuldeisers zullen zich ook tot de bevoegde administratieve of gerechtelijke instantie kunnen wenden om passende bescherming aan te vragen. De instanties gaan uit van het weerlegbare vermoeden dat de schuldeisers niet benadeeld zijn indien het volgens de conclusies van het verslag van de onafhankelijke deskundige redelijkerwijs niet waarschijnlijk is dat de rechten van de schuldeisers zouden worden geschonden, of wanneer de vennootschap hun een recht op betaling ten aanzien van een derde-garantiegever of ten aanzien van de omgezette vennootschap biedt voor de oorspronkelijke waarde van de desbetreffende vordering mits die bij dezelfde rechterlijke instantie kan worden ingediend als de oorspronkelijke vordering. In dit artikel wordt tevens verduidelijkt dat de bepalingen over de bescherming van schuldeisers geen afbreuk doen aan de toepassing van de nationale wetgeving met betrekking tot het voldoen of het verzekeren van aan overheidsinstanties verschuldigde betalingen.

Artikel 86 terdecies: dit artikel handelt over de medezeggenschap van werknemers in de vennootschap die een omzetting aangaat, indien door die handeling de bescherming van de medezeggenschapsrechten in gevaar komt. In principe moet de vennootschap de respectieve regels volgen van de lidstaat van bestemming, tenzij de nationale wetgeving van die lidstaat niet voorziet in hetzelfde niveau van werknemersmedezeggenschap in de leidinggevende of toezichthoudende organen van de vennootschap. Dit artikel zal ook van toepassing zijn wanneer het aantal werknemers meer bedraagt dan vier vijfde van de drempel in het nationale recht van de lidstaat van vertrek, die krachtens artikel 2 van Richtlijn 2001/86/EG het recht op werknemersmedezeggenschap doet ontstaan of, ongeacht het aantal werknemers, wanneer de regels inzake werknemersmedezeggenschap in de lidstaat van bestemming niet in hetzelfde medezeggenschapsniveau voorzien. In dat geval zal de vennootschap met de werknemers onderhandelingen moeten aanknopen om hun medezeggenschap vast te stellen. Deze onderhandelingen zullen verplicht zijn en moeten leiden tot een regeling op maat om werknemers te betrekken tenzij, indien binnen zes maanden geen overeenstemming is bereikt, de referentievoorschriften inzake werknemersmedezeggenschap in de bijlage (met name deel 3, onder a), bij Richtlijn 2001/86/EG) van toepassing zijn. In overeenstemming met richtlijn 2001/86/EG moeten de onderhandelingen zo snel mogelijk na de bekendmaking van het voorstel tot omzetting worden aangevat. De vennootschap moet bij opeenvolgende handelingen zoals fusies, splitsingen of omzettingen gedurende ten minste drie jaar de materiële medezeggenschapsrechten van de werknemers bewaren. De vennootschap zal verplicht zijn de resultaten van de onderhandelingen aan haar werknemers mee te delen.

Artikel 86 quaterdecies en artikel 86 quindecies: deze artikelen regelen de rechtmatigheidstoetsing van grensoverschrijdende omzettingen door de bevoegde instantie van de lidstaat van vertrek. Deze lidstaat moet nagaan of de grensoverschrijdende omzetting is verlopen volgens de procedure die onder het nationale recht valt. De regels zijn gebaseerd op de overeenkomstige beginselen van Verordening (EG) nr. 2157/2001 voor Europese vennootschap (SE) en de regels met betrekking tot grensoverschrijdende fusies.

De bevoegde instantie van de lidstaat van vertrek beoordeelt de formele uitvoering van de procedure door de vennootschap en bepaalt daarnaast of er bij de voorgenomen omzetting sprake is van een hierboven bedoelde kunstmatige constructie. Wanneer de bevoegde instantie ernstig vermoedens heeft dat de grensoverschrijdende omzetting een kunstmatige constructie is, kan zij een diepgaande beoordeling verrichten.

Artikel 86 sexdecies stelt bepalingen vast met betrekking tot de toetsing van de besluiten van de nationale bevoegde instantie met betrekking tot de uitgifte of de weigering van uitgifte van het aan de omzetting voorafgaand attest. Er wordt ook ingegaan op de beschikbaarheid van die besluiten via het systeem van gekoppelde registers en de toezending van het aan de omzetting voorafgaand attest aan de lidstaat van bestemming via digitale communicatiemiddelen.

Artikel 86 septdecies regelt het toezicht op de rechtmatigheid van de grensoverschrijdende omzetting door de lidstaat van bestemming. De instantie van die lidstaat controleert met name de oprichtingsvoorschriften en, voor zover van toepassing, de resultaten van de onderhandelingen over werknemersmedezeggenschap.

Artikel 86 octodecies regelt hoe de afwikkeling van de registratie openbaar moet worden gemaakt en welke informatie in de registers moet worden opgenomen. De informatie over de registratie moet automatisch tussen de registers worden uitgewisseld zodat de lidstaat van vertrek onmiddellijk stappen kan zetten om de vennootschap in zijn register door te halen.

Artikel 86 novodecies bepaalt dat de grensoverschrijdende omzetting van kracht wordt op de datum van registratie van de omgezette vennootschap in de lidstaat van bestemming.

Artikel 86 vicies: dit artikel beschrijft de gevolgen van de grensoverschrijdende omzetting.

Artikel 86 unvicies: de bepaling stelt dat de lidstaten regels moeten vaststellen met betrekking tot de aansprakelijkheid van de onafhankelijke deskundige.

Artikel 86 duovicies: de geldigheid van de grensoverschrijdende omzetting kan niet worden aangevochten wanneer de procedure voor de grensoverschrijdende omzetting is nageleefd.

Grensoverschrijdende fusies

Artikel 119 wordt gewijzigd om een definitie op te nemen van grensoverschrijdende fusie als een handeling tussen vennootschappen waarbij een over te nemen vennootschap al haar activa en passiva overdraagt aan een overnemende vennootschap zonder nieuwe aandelen uit te geven. Een dergelijke handeling valt onder het toepassingsgebied van dit artikel indien de fuserende vennootschappen eigendom zijn van eenzelfde person of de eigendomsstructuur in alle fuserende vennootschappen na de afwikkeling van de handeling identiek blijft.

Artikel 120 wordt uitgebreid om meer situaties te bestrijken waarbij vennootschappen van het toepassingsgebied worden uitgesloten, bijvoorbeeld bij lopende ontbindings-, vereffenings- of insolventieprocedures of bij surseance van betaling.

Artikel 121 wordt gewijzigd door verwijzingen naar de bescherming van schuldeisers en de bescherming van minderheidsaandeelhouders te schrappen, omdat deze zullen worden geharmoniseerd in de artikelen 126 bis en 126 ter.

Artikel 122 wordt gewijzigd om te specificeren dat het voorstel tot grensoverschrijdende fusie ook het aanbod tot vergoeding in geld omvat voor deelnemers die niet voor de fusie hebben gestemd, alsook de waarborgen voor de schuldeisers. Daarnaast voorziet het in een taalregeling voor het voorstel tot grensoverschrijdende fusies.

Het nieuwe artikel 122 bis wordt toegevoegd om regels in te voeren om te bepalen vanaf welke datum de handelingen van de fuserende vennootschappen boekhoudkundig worden verwerkt.

Het gewijzigde artikel 123 voorziet als basisregel in de openbaarmaking van het voorstel in de registers van de fuserende vennootschappen. Bij wijze van alternatief kunnen de lidstaten vennootschappen vrijstellen van de verplichting tot openbaarmaking in de registers wanneer de betrokken vennootschappen het voorstel op hun website beschikbaar maken en in dit verband aan specifieke voorwaarden voldoen. In dat geval moeten de vennootschappen bepaalde specifieke informatie in het register openbaar maken. Vennootschappen moeten in principe de nodige informatie volledig online kunnen indienen zonder daarvoor ten overstaan van een nationale instantie fysiek aanwezig te hoeven zijn, tenzij er een oprecht vermoeden van fraude is. De toegang tot die informatie moet kosteloos zijn. Voorts kunnen de lidstaten het voorstel in hun nationale publicatieblad bekendmaken; in dat geval levert het nationale register de relevante informatie aan het nationale publicatieblad (eenmaligheidsbeginsel).

Het gewijzigde artikel 124 specificeert dat in het verslag aan de deelnemers in de fuserende vennootschap moet worden toegelicht wat de gevolgen van de grensoverschrijdende fusie voor de toekomstige bedrijfsactiviteiten en het strategisch plan van het management zijn, en wat de gevolgen van de grensoverschrijdende fusie voor de deelnemers zijn. Bovendien moet in het verslag de ruilverhouding voor de aandelen worden toegelicht en moeten de bijzondere moeilijkheden bij de waardering en de voor bepaalde deelnemers beschikbare oplossingen worden beschreven. Het verslag moet ook voor de werknemers beschikbaar zijn. Van dit verslag kan worden afgezien indien alle deelnemers van de fuserende vennootschappen hiermee hebben ingestemd.

Het nieuwe artikel 124 bis bepaalt dat elke fuserende vennootschap haar werknemers een verslag verschaft waarin de aangelegenheden aan bod komen die in de context van de grensoverschrijdende fusie voor de werknemers van belang zijn. De vertegenwoordigers van de werknemers of, indien er geen vertegenwoordigers zijn, de werknemers zelf, hebben het recht hun advies te geven. Dit advies moet aan de aandeelhouders worden meegedeeld en aan het verslag worden gehecht.

Het nieuwe artikel 126 bis voorziet in waarborgen voor de deelnemers. Het stelt een uitstaprecht vast voor de deelnemers die zich tegen de fusie verzetten. Dit is van toepassing voor diegenen die niet gestemd hebben voor de goedkeuring van de grensoverschrijdende fusie of voor diegenen die tegen de fusie zijn, maar geen stemrecht hebben. De vennootschap, de resterende deelnemers of derden moeten in overleg met de vennootschap de aandelen overnemen van de deelnemers die hun uitstaprecht uitoefenen in ruil voor een passende vergoeding in geld. Omdat de bestaande regels inzake grensoverschrijdende fusies al voorzien in de aanwijzing van een onafhankelijke deskundige (artikel 125), moet deze deskundige ook nagaan of de vergoeding in geld passend is. Indien de deelnemers van oordeel zijn dat de vergoeding in geld niet adequaat is vastgesteld, hebben zij het recht te vorderen dat die vergoeding door de nationale rechter wordt herberekend. De deelnemers die in de vennootschap willen blijven, moeten ook het recht hebben de ruilverhouding voor de aandelen aan te vechten; dit moet worden uitgelegd en gerechtvaardigd in het in artikel 124 bedoelde verslag.

Het nieuwe artikel 126 ter voorziet in waarborgen voor de schuldeisers. Ten eerste kunnen de lidstaten van het leidinggevende of bestuursorgaan van de fuserende vennootschap een verklaring eisen dat hun geen redenen bekend zijn om aan te nemen dat de uit de fusie ontstane vennootschap niet in staat zou zijn aan haar verplichtingen te voldoen. Ten tweede hebben schuldeisers die geen genoegen nemen met de in het voorstel tot fusie geboden bescherming het recht de bevoegde instantie om passende waarborgen te verzoeken. De instanties gaan echter uit van het weerlegbare vermoeden dat de schuldeisers niet benadeeld zijn door de grensoverschrijdende fusie indien de vennootschap een recht op betaling heeft aangeboden (ten aanzien van een derde-garantiegever of ten aanzien van de uit de fusie ontstane vennootschap) ter waarde van hun oorspronkelijke vordering die bij dezelfde rechterlijke instantie kan worden ingediend als de oorspronkelijke vordering, of indien in het voor de schuldeisers openbaar gemaakte verslag van de onafhankelijke deskundige wordt bevestigd dat de vennootschap in staat is haar schuldeisers te voldoen. De bepalingen over de bescherming van schuldeisers doen geen afbreuk aan de toepassing van de nationale wetgeving met betrekking tot het voldoen of het verzekeren van aan overheidsinstanties verschuldigde betalingen.

De gewijzigde artikelen 127 en 128 bepalen dat vennootschappen voor het aan de fusie voorafgaand attest en voor het toezicht op de rechtmatigheid van de grensoverschrijdende fusie alle informatie en documenten volledig online moeten kunnen indienen. Deze artikelen bepalen bovendien dat de aan de fusie voorafgaande attesten via het systeem van gekoppelde ondernemingsregisters (BRIS) moeten worden toegezonden aan de instantie van de lidstaat die zal toezien op de rechtmatigheid van de grensoverschrijdende fusie. Voorts wordt bepaald dat de aan de fusie voorafgaande attesten moeten worden aanvaard als afdoende bewijs dat de aan de fusie voorafgaande procedures en formaliteiten correct zijn vervuld. Bij een oprecht vermoeden van fraude kunnen de lidstaten de fysieke aanwezigheid bij een bevoegde instantie eisen.

Artikel 131 wordt gewijzigd door toe te lichten dat alle activa en passiva van de overgenomen vennootschap of van de fuserende vennootschappen al hun contracten, kredieten, rechten en plichten omvatten.

Artikel 132 wordt gewijzigd door de vereenvoudigde formaliteiten uit te breiden tot de situatie waarin de grensoverschrijdende fusie wordt aangegaan door vennootschappen waarvan alle aandelen in handen zijn van een persoon. In gevallen waarin in geen enkele fuserende vennootschap een algemene vergadering vereist is, bepaalt artikel 132 bovendien een specifieke referentiedatum voor de openbaarmaking van het voorstel tot grensoverschrijdende fusie en de verslagen van het leidinggevende of bestuursorgaan van de fuserende vennootschappen.

Artikel 133, lid 7, waarin is bepaald dat de vennootschap gedurende drie jaar na de grensoverschrijdende fusie geen volgende binnenlandse fusie kan aangaan waardoor het stelsel van werknemersmedezeggenschap zou worden uitgehold, wordt gewijzigd om alle mogelijke volgende binnenlandse handelingen (d.w.z. fusies, splitsingen en omzettingen) te bestrijken, en niet alleen binnenlandse fusies. Bovendien wordt artikel 133 gewijzigd door de toevoeging van de verplichting voor vennootschappen aan hun werknemers mee te delen of de vennootschap beslist om referentievoorschriften toe te passen, dan wel onderhandelingen met de werknemers aan te knopen. In dat geval zal de vennootschap de werknemers in kennis stellen van de resultaten van de onderhandelingen.

Er wordt een nieuw artikel 133 bis toegevoegd met betrekking tot de regels van de lidstaten inzake de civielrechtelijke aansprakelijkheid van de onafhankelijke deskundige.

Grensoverschrijdende splitsingen

Artikel 160 bis omschrijft het toepassingsgebied van het voorstel voor grensoverschrijdende splitsingen van naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid.

Artikel 160 ter bevat definities. Om de verenigbaarheid met het bestaande acquis van de EU op het gebied van het vennootschapsrecht te waarborgen, zijn de bepalingen van het rechtskader voor grensoverschrijdende splitsingen van toepassing op dezelfde vennootschappen als de bepalingen over grensoverschrijdende omzettingen.

Artikel 160 quater bepaalt nadere beperkingen voor de toepassing van dit hoofdstuk.

Artikel 160 quinquies bepaalt de voorwaarden waaronder grensoverschrijdende splitsingen kunnen worden uitgevoerd, de controle daarop en het toepasselijke recht. Het legt vennootschappen in een insolventieprocedure of een gelijkwaardige procedure met name het verbod op een in deze richtlijn omschreven splitsing aan te gaan. Krachtens het in de rechtspraak van het Hof van Justitie neergelegde algemene beginsel dat het EU-recht niet kan worden ingeroepen om rechtsmisbruik te rechtvaardigen, kan een grensoverschrijdende splitsing bovendien niet worden toegestaan indien na onderzoek van elk individueel geval en rekening houdend met alle relevante feiten en omstandigheden wordt vastgesteld dat er sprake is van een kunstmatige constructie die bedoeld is om onterechte belastingvoordelen te verkrijgen of de wettelijke of contractuele rechten van werknemers, schuldeisers of deelnemers onrechtmatig aan te tasten.

Artikel 160 sexies: dit artikel bepaalt welke aan alle personen met belangstelling voor deze handeling bekend te maken informatie het voorstel tot grensoverschrijdende splitsing ten minste moet bevatten. Het voorstel moet informatie verstrekken over de vennootschap die wordt gesplitst, de statutaire zetel, de uitreiking van aandelen in de verkrijgende vennootschappen, de ruilverhouding voor de aandelen, de toewijzing van activa en passiva tussen de verkrijgende vennootschappen en de bescherming die wordt geboden aan de relevante belanghebbenden: de aandeelhouders, de schuldeisers en de werknemers. Dit artikel benadrukt het belang van het voorstel, maar maakt de opstelling ervan zo gemakkelijk mogelijk door de vennootschappen de mogelijkheid te bieden het niet alleen op te stellen in de officiële taal of talen van de betrokken lidstaat, maar tevens in de taal die in het bedrijfsverkeer het gebruikelijkst is. De lidstaten kunnen in dat geval bepalen welke taal de doorslag geeft bij verschillen tussen de taalversies.

Artikel 160 septies stelt regels vast om te bepalen vanaf welke datum de handelingen van de te splitsen vennootschap boekhoudkundig worden geacht te zijn verricht voor rekening van de verkrijgende vennootschappen.

Artikel 160 octies: in dit artikel wordt de verplichting neergelegd om voor de aandeelhouders een verslag op te stellen waarin het doel van de splitsing, de plannen van de vennootschap en de waarborgen voor de aandeelhouders in detail worden toegelicht. In het verslag moet met name worden toegelicht wat de gevolgen van de splitsing zijn voor de activiteiten en de belangen van de vennootschap en voor de belangen van de aandeelhouders, en welke maatregelen worden genomen om hen te beschermen. Dit verslag moet ook voor de werknemers beschikbaar zijn. In overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel kan van dit verslag worden afgezien indien alle deelnemers van de vennootschap hiermee hebben ingestemd.

Artikel 160 nonies: dit artikel bepaalt dat de vennootschap een verslag moet opstellen over de zaken die voor de werknemers van de vennootschap die de grensoverschrijdende splitsing aangaat van essentieel belang zijn. Dit verslag bevat een omschrijving en een beoordeling van de gevolgen van de splitsing voor de voorwaarden van de arbeidsovereenkomsten van de werknemers. Het moet ter beschikking worden gesteld van de vertegenwoordigers van de werknemers, of van de werknemers zelf, indien er geen vertegenwoordigers zijn. De bepaling verduidelijkt voorts dat de terbeschikkingstelling van het verslag geen afbreuk doet aan de toepasselijke informatieverstrekking en raadpleging waarin het acquis reeds voorziet.

Artikel 160 decies betreft het onderzoek door een onafhankelijke deskundige. De nauwkeurigheid van de informatie in het voorstel tot grensoverschrijdende splitsing en in de verslagen van het leidinggevend orgaan of van het bestuursorgaan moet worden beoordeeld in een verslag van een onafhankelijke deskundige die door de bevoegde instantie wordt aangewezen. Het verslag moet tevens alle relevante informatie bevatten over de vennootschap en de voorgenomen splitsing opdat de bevoegde instantie onder meer kan beoordelen of de handeling een kunstmatige constructie is. Voorts bepaalt het artikel de procedure, het tijdschema en de bevoegdheden van de onafhankelijke deskundige, inclusief wat betreft de bescherming van vertrouwelijke informatie.

In overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel zijn micro- en kleine ondernemingen vrijgesteld van de vereiste van een verslag van een onafhankelijke deskundige.

Artikel 160 undecies: in dit artikel worden de regels neergelegd voor de openbaarmaking van het voorstel tot grensoverschrijdende splitsing en van het verslag van de onafhankelijke deskundige, die kosteloos openbaar moeten worden gemaakt. De openbaarmaking omvat tegelijkertijd een kennisgeving waarbij de deelnemers, de schuldeisers en de werknemers van de vennootschap worden uitgenodigd opmerkingen te maken. De openbaarmakingsvereisten verzekeren een onmiddellijke toegang tot het voorstel ter bescherming van de belanghebbenden. In dit artikel wordt het beginsel neergelegd dat het voorstel als voornaamste referentiebron voor de belanghebbenden in het register openbaar wordt gemaakt. De lidstaten kunnen een vennootschap toestaan het voorstel op haar website openbaar te maken, maar in dat geval moet de belangrijkste informatie nog steeds in het ondernemingsregister openbaar worden gemaakt. Het artikel biedt de lidstaten de mogelijkheid tot aanvullende bekendmaking tegen betaling in hun nationale publicatieblad.

Om de toegang tot de openbaar gemaakte informatie te vergemakkelijken, moeten het bekendgemaakte voorstel tot grensoverschrijdende splitsing, de kennisgeving en het deskundigenverslag kosteloos voor het publiek beschikbaar zijn. De vergoedingen voor de openbaarmaking mogen niet meer bedragen dan de administratieve kosten voor die dienst.

Artikel 160 duodecies: in dit artikel wordt bepaald dat het voorstel tot grensoverschrijdende splitsing door de algemene vergadering van de te splitsen vennootschap moet worden goedgekeurd. Een gelijkaardige vereiste bestaat bij grensoverschrijdende fusies. De lidstaten kunnen vereisten vaststellen voor de gekwalificeerde meerderheid waarmee het voorstel wordt goedgekeurd; de vereisten voor de gekwalificeerde meerderheid mogen echter niet verder gaan dan de toepasselijke vereisten voor grensoverschrijdende fusies.

Artikel 160 terdecies voorziet in waarborgen voor aandeelhouders en stelt een uitstaprecht vast voor de aandeelhouders die zich tegen de grensoverschrijdende splitsingen verzetten. Dit is van toepassing voor diegenen die niet gestemd hebben voor de grensoverschrijdende splitsing of voor diegenen die tegen de splitsing zijn, maar geen stemrecht hebben. De vennootschap, de resterende aandeelhouders of derden moeten de aandelen overnemen van de leden die hun uitstaprecht uitoefenen in ruil voor een passende vergoeding in geld. De onafhankelijke deskundige gaat na of de vergoeding in geld passend is. Indien de aandeelhouders van oordeel zijn dat de geboden vergoeding in geld niet adequaat is vastgesteld, hebben zij het recht het bedrag voor de nationale rechter van de lidstaat van vertrek aan te vechten. De deelnemers die in de vennootschap willen blijven, moeten ook het recht hebben de ruilverhouding voor de aandelen aan te vechten; dit moet worden uitgelegd en gerechtvaardigd in het in artikel 160 octies bedoelde verslag.

Artikel 160 quaterdecies voorziet in waarborgen voor schuldeisers. De lidstaten kunnen bepalen dat de te splitsen vennootschap in het voorstel tot grensoverschrijdende splitsing een verklaring opneemt dat de splitsing het vermogen om de verbintenissen tegenover derden uit te voeren onverlet laat en dat de schuldeisers niet benadeeld zullen worden.

Schuldeisers zullen zich tot de bevoegde administratieve of gerechtelijke instantie kunnen wenden om passende bescherming aan te vragen. De instanties gaan uit van het weerlegbare vermoeden dat de schuldeisers niet benadeeld zijn indien het volgens de conclusies van het verslag van de onafhankelijke deskundige redelijkerwijs niet waarschijnlijk is dat de rechten van de schuldeisers zouden worden geschonden, of wanneer de te splitsen vennootschap hun een recht op betaling ten aanzien van een derde-garantiegever of ten aanzien van de omgezette vennootschap biedt voor de oorspronkelijke waarde van de desbetreffende vordering mits die bij dezelfde rechterlijke instantie kan worden ingediend als de oorspronkelijke vordering. De bepalingen over de bescherming van schuldeisers doen geen afbreuk aan de toepassing van de nationale wetgeving met betrekking tot het voldoen of het verzekeren van aan overheidsinstanties verschuldigde betalingen.

Artikel 160 quindecies handelt over werknemersmedezeggenschap in de leidinggevende of toezichthoudende organen van de vennootschappen die bij de grensoverschrijdende splitsing betrokken zijn, wanneer bestaande medezeggenschapsrechten in de te splitsen vennootschap door de grensoverschrijdende splitsing in het gedrang komen. In principe moet de werknemersmedezeggenschap in de verkrijgende vennootschappen de respectieve regels volgen van de lidstaten waar deze vennootschappen zullen worden geregistreerd, tenzij de nationale wetgeving van die lidstaten niet in hetzelfde niveau van werknemersmedezeggenschap in de toezichthoudende of het bestuursorganen van de vennootschap voorziet als in de te splitsen vennootschap. Dit artikel zal ook van toepassing zijn wanneer het aantal werknemers meer bedraagt dan 4/5 van de drempel in het nationale recht van de lidstaat van de te splitsen vennootschap, die krachtens artikel 2 van Richtlijn 2001/89/EG het recht op werknemersmedezeggenschap doet ontstaan, of wanneer de regels inzake werknemersmedezeggenschap in de lidstaten van de verkrijgende vennootschappen ondanks het aantal werknemers niet in hetzelfde medezeggenschapsniveau voorzien. In dat geval zal de vennootschap met de werknemers onderhandelingen moeten aanknopen om hun medezeggenschap in de verkrijgende vennootschappen vast te stellen. Deze onderhandelingen zullen verplicht zijn en moeten leiden tot regelingen op maat om werknemers te betrekken tenzij, indien binnen zes maanden geen overeenstemming is bereikt, de referentievoorschriften inzake werknemersmedezeggenschap van de bijlage (met name deel 3) bij Richtlijn 2001/86/EG) van toepassing zijn. In overeenstemming met richtlijn 2001/86/EG moeten de onderhandelingen zo snel mogelijk na de bekendmaking van het voorstel tot grensoverschrijdende splitsing worden aangevat. De verkrijgende vennootschappen moeten bij opeenvolgende handelingen zoals fusies, splitsingen of omzettingen gedurende ten minste drie jaar de materiële medezeggenschapsrechten van de werknemers bewaren. De vennootschap zal verplicht zijn de resultaten van de onderhandelingen aan haar werknemers mee te delen.

Artikel 160 sexdecies en artikel 160 septdecies: deze artikelen regelen de rechtmatigheidstoetsing van de grensoverschrijdende splitsing door de bevoegde instantie van de lidstaat die rechtsmacht heeft over de te splitsen vennootschap. Deze lidstaat moet nagaan of de grensoverschrijdende splitsing is verlopen volgens de procedure die onder het nationale recht valt. De regels zijn gebaseerd op de overeenkomstige beginselen van Verordening (EG) nr. 2157/2001 voor Europese vennootschap (SE) en de regels met betrekking tot grensoverschrijdende fusies. De bevoegde instantie van die lidstaat beoordeelt de formele uitvoering van de procedure door de vennootschap en bepaalt daarnaast of er bij de voorgenomen splitsing sprake is van een hierboven bedoelde kunstmatige constructie.

Wanneer de bevoegde instantie ernstig vermoedens heeft dat de grensoverschrijdende omzetting een kunstmatige constructie is, moet zij een diepgaande beoordeling verrichten.

Artikel 160 octodecies stelt bepalingen vast met betrekking tot de toetsing van de besluiten van de nationale bevoegde instantie met betrekking tot de uitgifte of de weigering van uitgifte van het aan de omzetting voorafgaand attest. Er wordt ook ingegaan op de beschikbaarheid van die besluiten via het systeem van gekoppelde registers en de toezending van het aan de omzetting voorafgaand attest aan de lidstaat van bestemming. Deze artikelen maken het gebruik van digitale communicatie tussen registers tevens mogelijk voor de uitwisseling van besluiten van de bevoegde instanties.

Artikel 160 novodecies regelt het toezicht op de rechtmatigheid van de grensoverschrijdende splitsing door elke betrokken lidstaat. De instanties van de verkrijgende vennootschappen controleren met name de oprichtingsvoorschriften en, voor zover van toepassing, de resultaten van de onderhandelingen over werknemersmedezeggenschap.

Artikel 160 vicies stelt de regelingen vast met betrekking tot de registratie van een splitsing en de informatie die moet worden bekendgemaakt. De informatie over de registratie moet automatisch tussen de registers worden uitgewisseld via het systeem van gekoppelde registers.

Artikel 160 unvicies: De wetgeving van de lidstaat van de te splitsen vennootschap bepaalt op welke datum de grensoverschrijdende splitsing van kracht wordt. 

Artikel 160 duovicies: dit artikel beschrijft de gevolgen van de grensoverschrijdende splitsing.

Artikel 160 tervicies: de bepaling stelt dat de lidstaten regels moeten vaststellen met betrekking tot de aansprakelijkheid van de onafhankelijke deskundige.

Artikel 160 quatervicies: de geldigheid van de grensoverschrijdende splitsing kan niet worden aangevochten wanneer de procedure voor de grensoverschrijdende splitsing is nageleefd.

Rapportage en toetsing

Artikel 3: legt de Commissie de verplichting op deze richtlijn te evalueren, en tevens te beoordelen of het haalbaar is regels vast te stellen voor types grensoverschrijdende splitsingen die niet onder deze richtlijn vallen. De lidstaten dragen bij aan het verslag door de relevante gegevens te verstrekken.

2018/0114 (COD)

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132 met betrekking tot grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 50, leden 1 en 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 39 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Richtlijn (EU) nr. 2017/1132 van het Europees Parlement en de Raad 40 regelt grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen. Deze regels vormen een belangrijke mijlpaal voor een betere werking van de eengemaakte markt voor vennootschappen en ondernemingen en de uitoefening van de vrijheid van vestiging. Bij het evalueren van deze regels is echter gebleken dat wijzigingen van de regels voor grensoverschrijdende fusies noodzakelijk zijn. Bovendien is het passend te voorzien in regels voor grensoverschrijdende omzettingen en splitsingen.

(2)Vrijheid van vestiging is een van de fundamentele beginselen van het Unierecht. Overeenkomstig de tweede alinea van artikel 49 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), gelezen in samenhang met artikel 54 VWEU, omvat de vrijheid van vestiging voor vennootschappen onder meer het recht om vennootschappen of ondernemingen op te richten volgens de voorwaarden waarin de wetgeving van de lidstaat van vestiging voorziet. Dit recht is door het Hof van Justitie van de Europese Unie uitgelegd als onder meer het recht van een overeenkomstig de wetgeving van een lidstaat opgerichte vennootschap om zich om te zetten in een vennootschap naar het recht van een andere lidstaat, voor zover is voldaan aan de vereisten van de wetgeving van die andere lidstaat, en meer bepaald aan het criterium dat door die andere lidstaat is gekozen voor de aanknoping van een vennootschap met zijn nationale rechtsorde.

(3)Bij gebreke van harmonisatie van het Unierecht behoort de omschrijving van het element van aanknoping dat bepaalt onder welk nationaal recht een vennootschap valt, overeenkomstig artikel 54 VWEU tot de desbetreffende bevoegdheid van elke lidstaat. In artikel 54 VWEU worden de statutaire zetel, het hoofdbestuur en de hoofdvestiging van een vennootschap als element van aanknoping op gelijke voet geplaatst. Wanneer, zoals in rechtspraak is verduidelijkt 41 , de lidstaat waar de nieuwe vestiging plaatsvindt, namelijk de lidstaat van bestemming, alleen de verplaatsing van de statutaire zetel oplegt als element van aanknoping voor het bestaan van een vennootschap naar nationaal recht, sluit het feit op zich dat alleen de statutaire zetel (en niet het hoofdbestuur of de hoofdvestiging) wordt verplaatst, daarom niet uit dat de vrijheid van vestiging overeenkomstig artikel 49 VWEU kan worden toegepast. De keuze van een specifieke vennootschapsvorm in grensoverschrijdende fusies, omzettingen of splitsingen of de keuze van een lidstaat van vestiging zijn inherent aan de uitoefening in de eengemaakte markt van de door het VWEU gegarandeerde vrijheid van vestiging.

(4)Door deze ontwikkelingen in de rechtspraak zijn voor vennootschappen en ondernemingen in de eengemaakte markt nieuwe kansen ontstaan om economische groei, daadwerkelijke concurrentie en productiviteit te bevorderen. Tegelijkertijd dient de doelstelling van een eengemaakte markt zonder interne grenzen voor vennootschappen ook in overeenstemming te worden gebracht met andere doelstellingen van Europese integratie zoals sociale bescherming (met name bescherming van werknemers), bescherming van schuldeisers en bescherming van aandeelhouders. Aangezien er geen geharmoniseerde regels bestaan die specifiek gelden voor grensoverschrijdende omzettingen, streven de lidstaten deze doelstellingen na met een aantal heterogene wettelijke regelingen en administratieve praktijken. Bijgevolg zijn vennootschappen reeds in staat grensoverschrijdende fusies aan te gaan maar krijgen zij met een aantal wettelijke of praktische moeilijkheden te maken wanneer zij een grensoverschrijdende omzetting willen aangaan. Voorts voorziet de nationale wetgeving van een groot aantal lidstaten in een procedure voor binnenlandse omzetting maar wordt geen evenwaardige procedure geboden voor grensoverschrijdende omzettingen.

(5)Dit brengt versnippering van de wetgeving en gebrek aan rechtszekerheid mee en vormt dus een hinderpaal voor de uitoefening van de vrijheid van vestiging. Het leidt ook tot een minder optimale bescherming voor werknemers, schuldeisers en minderheidsaandeelhouders in de eengemaakte markt.

(6)Het is dan ook aangewezen te voorzien in procedurele en materiële regels voor grensoverschrijdende omzettingen die zullen bijdragen tot de afschaffing van de beperkingen op de vrijheid van vestiging en tegelijkertijd een passende en evenredige bescherming zullen bieden voor belanghebbenden zoals werknemers, schuldeisers en minderheidsaandeelhouders.

(7)Het recht om een bestaande vennootschap die in een andere lidstaat is opgericht, om te zetten in een vennootschap naar het recht van een andere lidstaat kan in sommige omstandigheden ook worden gebruikt voor onrechtmatige doeleinden, zoals het omzeilen van arbeidsnormen, socialezekerheidsbetalingen, fiscale verplichtingen, rechten van schuldeisers of minderheidsaandeelhouders of regels voor werknemersparticipatie. Om dergelijke mogelijke misbruiken aan te pakken, als algemeen beginsel van Unierecht, moeten de lidstaten er zorg voor dragen dat vennootschappen de procedures voor grensoverschrijdende omzetting niet aanwenden om kunstmatige constructies op te zetten die tot doel hebben onterechte belastingvoordelen te verkrijgen of de wettelijke of contractuele rechten van werknemers, schuldeisers of deelnemers in de vennootschap aan te tasten. Aangezien het gaat om een afwijking van een fundamentele vrijheid, dient de strijd tegen misbruiken strikt te worden geïnterpreteerd en te worden gebaseerd op een individuele beoordeling van alle relevante omstandigheden. Er moet een procedureel en materieel kader worden opgesteld waarin de beoordelingsmarge en de diversiteit in de aanpak waarover de lidstaten in dat verband beschikken, worden omschreven en tegelijkertijd de regels worden bepaald om de maatregelen te stroomlijnen die de nationale instanties in overeenstemming met het Unierecht moeten nemen in de strijd tegen misbruiken.

(8)Het aangaan van een grensoverschrijdende omzetting brengt mee dat de rechtsvorm van een vennootschap veranderingen ondergaat zonder dat haar rechtspersoonlijkheid verloren gaat. Dit mag echter niet betekenen dat de vereisten voor oprichting in de lidstaat van bestemming worden omzeild. Deze voorwaarden, waaronder de verplichting om een hoofdkantoor te hebben in de lidstaat van bestemming en de verplichtingen met betrekking tot het diskwalificeren van bestuurders, moeten door de vennootschap volledig worden nagekomen. Het toepassen van deze voorwaarden door de lidstaat van bestemming mag er echter niet toe leiden dat de continuïteit van de rechtspersoonlijkheid van de omgezette vennootschap wordt aangetast. Een vennootschap kan worden omgezet in ongeacht welke rechtsvorm die in de lidstaat van bestemming bestaat, in overeenstemming met artikel 49 VWEU.

(9)Gelet op de complexiteit van grensoverschrijdende omzettingen en de menigvuldige betrokken belangen moet met het oog op de rechtszekerheid worden voorzien in een ex-antecontrole. Met dat doel dient een gestructureerde en gelaagde procedure te worden opgezet waarbij de bevoegde instanties van de lidstaat van vertrek en van de lidstaat van bestemming er zorg voor dragen dat het besluit voor de goedkeuring van de grensoverschrijdende omzetting op billijke, objectieve en niet-discriminerende wijze wordt genomen op basis van alle relevante gegevens en rekening houdend met alle legitieme openbare belangen, met name de bescherming van werknemers, deelnemers en schuldeisers van de vennootschap.

(10)Om mogelijk te maken dat in de procedure voor de grensoverschrijdende omzetting de legitieme belangen van alle belanghebbenden in aanmerking worden genomen, moet de vennootschap het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting openbaar maken. Dit moet de belangrijkste informatie over de voorgestelde grensoverschrijdende omzetting bevatten, waaronder de beoogde nieuwe vennootschapsvorm, de oprichtingsakte en het voorgestelde tijdpad voor de omzetting. De leden, de schuldeisers en de werknemers van de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, moeten hiervan op de hoogte worden gesteld zodat zij opmerkingen kunnen indienen over de voorgestelde omzetting.

(11)Om de deelnemers in de vennootschap informatie te verschaffen, dient de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, een verslag op te stellen. In het verslag moet toelichting en motivering worden verstrekt omtrent de wettelijke en economische aspecten van de voorgestelde grensoverschrijdende omzetting, met name de gevolgen van de grensoverschrijdende omzetting voor de deelnemers in de vennootschap wat betreft de toekomstige activiteiten van de vennootschap en het strategisch plan van het beheersorgaan. Verder moeten de deelnemers in de vennootschap mogelijke rechtsmiddelen aangereikt worden indien zij niet zouden instemmen met het besluit om over te gaan tot een grensoverschrijdende omzetting. Dit verslag moet ook beschikbaar zijn voor de werknemers van de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat.

(12)Om haar werknemers informatie te verstrekken, dient de vennootschap die de omzetting aangaat, een verslag op te stellen waarin de gevolgen van de voorgestelde grensoverschrijdende omzetting voor de werknemers worden toegelicht. In het verslag moet met name worden toegelicht welke gevolgen de voorgestelde grensoverschrijdende omzetting heeft voor de instandhouding van de werkgelegenheid, of er zich materiële veranderingen voordoen in de dienstverbanden en in de vestigingsplaatsen van de onderneming en hoe elk van deze factoren van invloed zou zijn op de dochterondernemingen van de vennootschap. Dit vereiste hoeft echter niet te worden toegepast indien het bestuursorgaan van de vennootschap alleen uit werknemers van de vennootschap bestaat. Het verslag dient te worden opgesteld onverminderd de toepasselijke informatie- en raadplegingsprocedures die op nationaal niveau zijn ingesteld overeenkomstig Richtlijn 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Raad 42 of Richtlijn 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad 43 .

(13)Om na te gaan of de informatie die in het voorstel tot omzetting en in de verslagen voor de deelnemers in de vennootschap en de werknemers is vervat, nauwkeurig is en om feitelijke gegevens te verstrekken die nodig zijn om te beoordelen of de voorgestelde omzetting een kunstmatige constructie is, moet een verslag worden opgemaakt door een onafhankelijke deskundige die de voorgestelde grensoverschrijdende omzetting beoordeelt. Om de onafhankelijkheid van de deskundige te garanderen, moet deze door de bevoegde instantie worden aangewezen na een verzoek van de vennootschap. In dit verband dient het deskundigenverslag alle relevante informatie te verstrekken zodat de bevoegde instantie in de lidstaat van vertrek met kennis van zaken kan beslissen het aan de omzetting voorafgaand attest al dan niet af te geven. Daartoe moet de deskundige alle relevante informatie en documentatie van de vennootschap kunnen opvragen en het nodige onderzoek verrichten om alle vereiste stavingsstukken te verzamelen. De deskundige moet gebruikmaken van de informatie, met name over netto-omzet en winst of verlies, het aantal werknemers en de samenstelling van de balans, die de vennootschap heeft verzameld om de jaarrekening op te stellen in overeenstemming met het Unierecht en het recht van de lidstaten. Om vertrouwelijke informatie te beschermen, waaronder bedrijfsgeheimen van de vennootschap, hoeft deze informatie echter niet te worden opgenomen in het definitief verslag van de deskundige, dat publiek beschikbaar zal worden gesteld.

(14)Om onevenredige kosten en lasten voor kleinere ondernemingen die de grensoverschrijdende omzetting aangaan te vermijden, moeten kleine en micro-ondernemingen als omschreven in Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie 44 worden vrijgesteld van het vereiste een onafhankelijk deskundigenverslag op te stellen. Deze ondernemingen kunnen echter van een onafhankelijke deskundige gebruikmaken om kosten voor procedures met schuldeisers te voorkomen.

(15)Op basis van het voorstel tot omzetting en de verslagen moet de algemene vergadering van de deelnemers in de vennootschap besluiten of zij dit voorstel goedkeurt. Het is belangrijk dat de vereiste meerderheid bij een dergelijke stemming voldoende hoog is om te verzekeren dat het voorstel tot omzetting collectief wordt gedragen. Daarnaast moeten de deelnemers in de vennootschap ook het recht hebben te stemmen over regelingen betreffende werknemersparticipatie indien zij dat recht op de algemene vergadering hebben voorbehouden.

(16)Het is aangewezen dat de deelnemers in de vennootschap die stemrechten bezitten en niet hebben ingestemd met het omzettingsvoorstel, en de deelnemers zonder stemrechten, die hun standpunt niet hebben kunnen toelichten, hetzelfde recht wordt verleend om uit de vennootschap te stappen. Zij moeten de vennootschap kunnen verlaten en voor hun aandelen een vergoeding in geld krijgen die overeenstemt met de waarde van hun aandelen. Voorts moeten zij het recht krijgen de berekening en de hoogte van deze aangeboden vergoeding in geld aan te vechten voor de rechter.

(17)De vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, moet in het omzettingsvoorstel ook maatregelen vaststellen om de bescherming van schuldeisers te verzekeren. Om schuldeisers meer bescherming te bieden in geval van insolventie van de vennootschap na de grensoverschrijdende omzetting, moeten de lidstaten daarnaast kunnen eisen dat de vennootschap in een solventieverklaring aangeeft dat haar geen redenen bekend zijn om aan te nemen dat de omgezette vennootschap niet in staat zou zijn te voldoen aan haar verplichtingen. In deze omstandigheden moeten de lidstaten de leden van het beheersorgaan persoonlijk aansprakelijk kunnen stellen voor de nauwkeurigheid van deze verklaring. Gelet op de uiteenlopende juridische tradities onder de lidstaten met betrekking tot het gebruik van solventieverklaringen en de mogelijke gevolgen daarvan, staat het aan de lidstaten passende gevolgen te verbinden aan onnauwkeurige of misleidende verklaringen, waaronder effectieve en evenredige sancties en verplichtingen in overeenstemming met het Unierecht.

(18)Om schuldeisers passende bescherming te garanderen in gevallen waarin dezen geen genoegen nemen met de bescherming die de vennootschap biedt in het voorstel van grensoverschrijdende omzetting, kunnen de schuldeisers passende waarborgen vragen bij de rechterlijke of bestuurlijke instantie van de lidstaat van vertrek. Om de beoordeling van de schade eenvoudiger te maken, moeten bepaalde vermoedens worden ingesteld waarbij schuldeisers geacht worden niet door een grensoverschrijdende omzetting te zijn benadeeld wanneer het risico op verlies voor een schuldeiser uiterst klein is. Een vermoeden moet worden ingesteld wanneer het volgens de conclusies van het verslag van de externe deskundige redelijkerwijs niet waarschijnlijk is dat schuldeisers nadeel zouden ondervinden of wanneer hun een recht op betaling ten aanzien van de omgezette vennootschap of ten aanzien van een derde-garantiegever wordt geboden met een waarde die overeenstemt met de oorspronkelijke vordering van de schuldeiser en die bij dezelfde rechterlijke instantie kan worden ingediend als de oorspronkelijke vordering. De bescherming van de schuldeiser waarin deze richtlijn voorziet, doet niet af aan het nationale recht van de lidstaat van vertrek met betrekking tot betaling aan overheidsinstanties, waaronder belastingen en socialezekerheidsbijdragen.

(19)Om te verzekeren dat de werknemersmedezeggenschap niet wordt geschaad ten gevolge van de grensoverschrijdende omzetting wanneer de onderneming die de omzetting aangaat, in de lidstaat van vertrek onder een stelsel van werknemersmedezeggenschap functioneert, moet de vennootschap ertoe verplicht worden een rechtsvorm aan te nemen die de uitoefening van deze zeggenschap mogelijk maakt, onder meer door de aanwezigheid van werknemersvertegenwoordigers in het passende beheers- of toezichtorgaan van de vennootschap in de lidstaat van bestemming. In een dergelijk geval moeten de onderneming en haar werknemers bovendien te goeder trouw onderhandelen volgens de in Richtlijn 2001/86/EG ingestelde procedure om een minnelijke oplossing te vinden waarin het recht van de vennootschap om een grensoverschrijdende omzetting aan te gaan verzoend wordt met de medezeggenschapsrechten van de werknemers. Een op maat toegesneden en onderling overeengekomen oplossing op basis van deze onderhandelingen of, indien er geen overeenkomst wordt bereikt, de toepassing van de referentievoorschriften als bedoeld in Richtlijn 2001/86/EG moeten mutatis mutandis gelden. Om de overeengekomen oplossing of de toepassing van de referentievoorschriften te vrijwaren, mag de vennootschap niet de mogelijkheid krijgen de medezeggenschapsrechten op te heffen door binnen een termijn van drie jaar een volgende binnenlandse of grensoverschrijdende omzetting, fusie of splitsing aan te gaan.

(20)Om te voorkomen dat de medezeggenschapsrechten voor werknemers worden omzeild door middel van een grensoverschrijdende omzetting, mag de voor de vennootschap die de omzetting aangaat en die ingeschreven is in de lidstaat waar voorzien is in medezeggenschapsrechten voor werknemers, niet de mogelijkheid hebben een grensoverschrijdende omzetting aan te gaan zonder eerst onderhandelingen te voeren met haar werknemers of met hun vertegenwoordigers, wanneer het gemiddelde aantal werknemers van deze onderneming vier vijfde bedraagt van de nationale drempel die nodig is voor het opzetten van werknemersparticipatie.

(21)Om een passende verdeling van taken tussen de lidstaten en een efficiënte en effectieve voorafgaande controle van grensoverschrijdende omzettingen te verzekeren, moeten zowel de lidstaat van vertrek als de lidstaat van bestemming de passende bevoegde instanties aanwijzen. De instanties van de lidstaat van vertrek moeten met name bevoegd zijn om een aan de omzetting voorafgaand attest af te geven. Zonder een dergelijk attest kunnen de bevoegde instanties in de lidstaat van bestemming de procedure voor de grensoverschrijdende omzetting niet voltooien.

(22)De afgifte van het aan de omzetting voorafgaand attest door de lidstaat van vertrek dient te worden gecontroleerd om te verzekeren dat de grensoverschrijdende omzetting van de vennootschap op rechtmatige wijze verloopt. De bevoegde instantie van de lidstaat van vertrek moet binnen één maand na het verzoek van de vennootschap beslissen over de afgifte van het aan de omzetting voorafgaand attest, tenzij er ernstige bezorgdheid rijst over het bestaan van een kunstmatige constructie met de bedoeling onrechtmatige belastingvoordelen te verkrijgen of de wettelijke of contractuele rechten van de werknemers, schuldeisers of deelnemers in de vennootschap aan te tasten. In een dergelijk geval dient de bevoegde instantie een diepgaande beoordeling te verrichten. Deze diepgaande beoordeling hoeft echter niet systematisch plaats te vinden maar moet per geval worden verricht indien er ernstige bezorgdheid rijst over het bestaan van een kunstmatige constructie. Voor hun beoordeling moeten de bevoegde instanties ten minste rekening houden met een aantal factoren zoals omschreven in deze richtlijn maar deze mogen in de totaalbeoordeling slechts als indicatieve factoren worden beschouwd en mogen niet op zichzelf in aanmerking genomen. Om ondernemingen niet te overladen met langdurige procedures dient deze diepgaande beoordeling in elk geval te worden afgerond binnen twee maanden na de kennisgeving ervan aan de vennootschap.

(23)Na ontvangst van het aan de omzetting voorafgaand attest en na controle of aan de oprichtingsvoorwaarden in de lidstaat van bestemming is voldaan, moeten de bevoegde instanties van de lidstaat van bestemming de vennootschap in het ondernemingsregister van deze lidstaat inschrijven. Pas na deze inschrijving moet de bevoegde instantie van de lidstaat van vertrek de vennootschap in haar eigen register doorhalen. De bevoegde instantie van de lidstaat van bestemming mag niet de mogelijkheid krijgen de nauwkeurigheid van de informatie in het aan de omzetting voorafgaand attest aan te vechten. Ten gevolge van de grensoverschrijdende omzetting moet de omgezette vennootschap haar rechtspersoonlijkheid, haar activa en passiva en alle rechten en verplichtingen, waaronder de rechten en verplichtingen uit contracten, handelingen of nalatigheden behouden.

(24)Met het oog op een passend niveau van transparantie en een degelijk gebruik van digitale instrumenten en processen moeten de besluiten van de bevoegde instanties in de lidstaat van vertrek en de lidstaat van bestemming uitgewisseld worden door middel van een onderling verbonden systeem van ondernemingsregisters en moeten deze openbaar beschikbaar worden gesteld.

(25)De uitoefening van de vrijheid van vestiging door een vennootschap houdt voor haar ook de mogelijkheid in om een grensoverschrijdende fusie aan te gaan. Richtlijn 2017/1132 van het Europees Parlement en de Raad voorziet onder meer in regels om grensoverschrijdende fusies van in verschillende lidstaten gevestigde kapitaalvennootschappen mogelijk te maken. Deze regels vormen een belangrijke mijlpaal voor een betere werking van de eengemaakte markt voor vennootschappen die zo in staat worden gesteld de vrijheid van vestiging uit te oefenen door het mechanisme van een grensoverschrijdende fusie.

(26)Toen de implementatie van de regels voor grensoverschrijdende fusies in de lidstaten werd geëvalueerd, is gebleken dat het aantal grensoverschrijdende fusies in de Unie sterk is toegenomen. Uit deze evaluatie is ook een aantal tekortkomingen naar voren gekomen die specifiek betrekking hebben op bescherming van schuldeisers en aandeelhouders. Ook is gebleken dat er geen vereenvoudigde procedures bestaan, hetgeen de volledige efficiëntie en effectiviteit van deze regels voor grensoverschrijdende fusies in de weg staat.

(27)In haar mededeling “De eengemaakte markt verbeteren: meer mogelijkheden voor mensen en ondernemingen” 45 kondigde de Commissie aan te zullen onderzoeken of het nodig is de bestaande regels betreffende grensoverschrijdende fusies te actualiseren, zodat het voor kleine en middelgrote ondernemingen eenvoudiger zou worden de bedrijfsstrategie van hun voorkeur te kiezen en zich beter aan wijzigingen van de marktomstandigheden aan te passen, zonder dat daardoor de bestaande arbeidsbescherming zou worden afgezwakt. In de mededeling “Werkprogramma van de Europese Commissie voor 2017. Naar een Europa dat ons beschermt, sterker maakt en verdedigt” 46 werd een initiatief aangekondigd om het aangaan van grensoverschrijdende fusies te vergemakkelijken.

(28)Om de procedure voor een grensoverschrijdende fusie verder te versterken, is het noodzakelijk deze fusieregels in voorkomend geval te vereenvoudigen en er tegelijkertijd voor te zorgen dat de belanghebbenden, met name de werknemers, passende bescherming krijgen. Derhalve moeten de bestaande regels voor grensoverschrijdende fusies worden gewijzigd om de leidinggevende of bestuursorganen van de fuserende vennootschappen ertoe te verplichten afzonderlijke verslagen op te stellen waarin de wettelijke en economische aspecten van de grensoverschrijdende fusie voor de deelnemers in de vennootschap en voor de werknemers nader worden toegelicht. Van de verplichting voor de leidinggevende of bestuursorganen van de vennootschap om het verslag voor de deelnemers in de vennootschap op te stellen kan echter worden afgezien wanneer deze deelnemers reeds geïnformeerd zijn over de wettelijke en economische aspecten van de voorgestelde fusie. Van het verslag voor de werknemers kan echter alleen maar worden afgezien wanneer de fuserende vennootschappen en de dochterondernemingen daarvan geen andere werknemers hebben dan die welke tot de leidinggevende of bestuursorganen behoren.

(29)Om te komen tot een betere bescherming voor de werknemers van de fuserende vennootschap of vennootschappen kunnen de werknemers of hun vertegenwoordigers advies verstrekken over het verslag van de vennootschap waarin de op hen wegende gevolgen van de grensoverschrijdende fusie worden uiteengezet. Het verslag dient te worden opgesteld onverminderd de toepasselijke informatie- en raadplegingsprocedures die op nationaal niveau zijn ingesteld overeenkomstig Richtlijn 2001/23/EG van de Raad 47 , Richtlijn 2002/14/EG of Richtlijn 2009/38/EG.

(30)Uiteenlopende boekhoudregels kunnen het aangaan van grensoverschrijdende fusies in de weg staan en kunnen leiden tot rechtsonzekerheid wanneer er een verschil is in de datum waarop de transacties van de overgenomen vennootschap voor boekhoudkundige doeleinden worden behandeld als die van de uit de grensoverschrijdende fusie tussen lidstaten voortkomende vennootschap. Dit kan leiden tot een situatie waarin transacties met betrekking tot de fuserende vennootschap gedurende een specifiek tijdsinterval helemaal niet in de boeken zijn opgenomen of er in die periode voor deze fuserende vennootschap een dubbele boekhoudverplichting bestaat in de lidstaat van oorsprong als afzonderlijke boekhoudkundige entiteit en in de lidstaat van vestiging voor de vennootschap die uit de fusie is ontstaan. Daarom moet de boekhouddatum volgens duidelijke regels worden vastgesteld en moeten de lidstaten er zorg voor dragen dat deze datum voor boekhoudkundige doeleinden wordt behandeld als de enige vaststaande datum volgens het nationale recht van alle partijen die bij de fusie betrokken zijn.

(31)Het gebrek aan harmonisering van de garanties voor deelnemers in de vennootschap en schuldeisers is door verschillende belanghebbenden bestempeld als een obstakel voor grensoverschrijdende fusies. Leden en schuldeisers zouden hetzelfde niveau van bescherming moeten krijgen ongeacht de lidstaten waarin de fuserende ondernemingen gevestigd zijn. Hiermee wordt geen afbreuk gedaan aan de regels van de lidstaten ter bescherming van schuldeisers of aandeelhouders die buiten de toepassingssfeer van de geharmoniseerde maatregelen vallen, zoals transparantievereisten.

(32)Om te verzekeren dat de deelnemers in de aan de grensoverschrijdende fusie deelnemende vennootschappen gelijk worden behandeld, is het aangewezen aan de deelnemers die stemrechten hadden en niet hebben ingestemd met het fusievoorstel, of de deelnemers zonder stemrechten, die hun standpunt niet hebben kunnen toelichten, het recht te verlenen om uit de vennootschap te stappen. Zij moeten de onderneming kunnen verlaten en voor hun aandelen een vergoeding in geld krijgen die overeenstemt met de waarde van hun aandelen. Voorts moeten zij het recht krijgen de berekening en de hoogte van deze aangeboden vergoeding in geld aan te vechten voor de rechter.

(33)Na afloop van een grensoverschrijdende fusie kunnen de vroegere schuldeisers van de fuserende vennootschappen te maken krijgen met vorderingen die in waarde dalen, wanneer de passiva van de overnemende vennootschap de activa daarvan overschrijden of wanneer de fuserende vennootschap die aansprakelijk is voor de schuld, nadien onder het recht van een andere lidstaat valt. Momenteel variëren de regels ter bescherming van de schuldeiser naargelang van de lidstaat, hetgeen de complexiteit van het proces van grensoverschrijdende fusie aanzienlijk vergroot en zowel voor de betrokken vennootschappen als voor de schuldeisers daarvan onzekerheid meebrengt wat de invordering of de voldoening van hun vordering betreft.

(34)De vennootschappen die bij de grensoverschrijdende fusie betrokken zijn, dienen in het gemeenschappelijke fusievoorstel passende maatregelen voor te stellen om hun schuldeisers te beschermen. Om deze schuldeisers een betere bescherming te bieden in geval van insolventie na een grensoverschrijdende fusie, moeten de lidstaten daarnaast van de fuserende vennootschappen een solvabiliteitsverklaring kunnen eisen volgens welke hun geen redenen bekend zijn om aan te nemen dat de uit de fusie voortkomende vennootschap niet in staat zou zijn te voldoen aan haar verplichtingen. In deze omstandigheden moeten de lidstaten de leden van het beheersorgaan persoonlijk aansprakelijk kunnen stellen voor de nauwkeurigheid van de verklaring. Gelet op de uiteenlopende juridische tradities onder de lidstaten met betrekking tot het gebruik van solventieverklaringen en de mogelijke gevolgen daarvan, staat het aan de lidstaten passende gevolgen te verbinden aan onnauwkeurige of misleidende verklaringen, waaronder effectieve en evenredige sancties en verplichtingen in overeenstemming met het Unierecht.

(35)Om de schuldeisers passende bescherming te garanderen in gevallen waarin zij geen genoegen nemen met de bescherming die de vennootschap biedt in het voorstel van grensoverschrijdende fusie, kunnen schuldeisers die benadeeld zijn door de grensoverschrijdende fusie, de bevoegde rechterlijke of bestuurlijke instantie van elke lidstaat van de fuserende vennootschappen aanspreken voor de garanties die zij passend achten. Om de beoordeling van de schade te vereenvoudigen, moeten bepaalde vermoedens worden ingesteld waarbij schuldeisers geacht worden niet door een grensoverschrijdende fusie te zijn benadeeld wanneer het risico op verlies voor een schuldeiser uiterst klein is. Een vermoeden moet worden ingesteld wanneer het volgens de conclusies van de externe deskundige redelijkerwijs niet waarschijnlijk is dat de schuldeisers nadeel zouden ondervinden of wanneer hun een recht op betaling ten aanzien van de gefuseerde vennootschap of ten aanzien van een derde-garantiegever wordt geboden met een waarde die overeenstemt met de oorspronkelijke vordering van de schuldeiser en dit kan worden ingediend bij dezelfde rechterlijke instantie als de oorspronkelijke vordering.

(36)Het bestaande Unierecht voorziet niet in een rechtskader voor grensoverschrijdende splitsingen van vennootschappen aangezien Richtlijn (EU) 2017/1132 in hoofdstuk III alleen in regels voor binnenlandse splitsingen van kapitaalvennootschappen voorziet.

(37)Het Europees Parlement heeft de Commissie opgeroepen geharmoniseerde regels voor grensoverschrijdende splitsingen vast te stellen. Dit geharmoniseerde rechtskader zou verder bijdragen tot het opheffen van beperkingen op de vrijheid van vestiging en tegelijkertijd voorzien in een passende bescherming voor belanghebbenden zoals werknemers, schuldeisers en deelnemers in de vennootschap.

(38)Deze richtlijn bepaalt regels voor grensoverschrijdende splitsingen, in hun geheel of gedeeltelijk, maar alleen met de oprichting van nieuwe vennootschappen. Deze richtlijn bevat echter geen geharmoniseerd kader voor grensoverschrijdende splitsingen waarin een vennootschap activa en passiva overdraagt aan meer dan één bestaande vennootschap omdat het in deze laatste gevallen om zeer complexe zaken gaat waarbij instanties van verschillende lidstaten betrokken zijn en bijkomende risico's voor fraude en omzeiling van deze regels kunnen opduiken.

(39)In geval van een grensoverschrijdende splitsing waarbij nieuw opgerichte verkrijgende vennootschappen betrokken zijn, dienen deze verkrijgende vennootschappen, die onder het recht vallen van andere lidstaten dan die van de gesplitste vennootschap, te voldoen aan de oprichtingsvoorwaarden van deze lidstaten. Het gaat onder meer om voorwaarden die te maken hebben met het diskwalificeren van leidinggevende personen.

(40)Het recht van vennootschappen om over te gaan tot een grensoverschrijdende splitsing kan in sommige omstandigheden worden gebruikt voor onrechtmatige doeleinden, zoals het omzeilen van arbeidsnormen, socialezekerheidsbetalingen, fiscale verplichtingen, rechten van schuldeisers of deelnemers in de vennootschap of regels voor werknemersmedezeggenschap. Om dergelijke mogelijke misbruiken aan te pakken, moeten de lidstaten als algemeen beginsel van Unierecht er zorg voor dragen dat vennootschappen de procedure voor grensoverschrijdende splitsing niet aanwenden om kunstmatige constructies op te zetten die tot doel hebben onverschuldigde belastingvoordelen te verkrijgen of de wettelijke of contractuele rechten van werknemers, schuldeisers of deelnemers in de vennootschap aan te tasten. Aangezien het gaat om een afwijking van een fundamentele vrijheid, dient de strijd tegen misbruiken strikt te worden geïnterpreteerd en te worden gebaseerd op een individuele beoordeling van alle relevante omstandigheden. Er moet een procedureel en materieel kader worden opgesteld waarin de beoordelingsmarge en de diversiteit in de aanpak waarover de lidstaten in dat verband beschikken, worden omschreven en tegelijkertijd de regels worden bepaald om de maatregelen te stroomlijnen die de nationale instanties in overeenstemming met het Unierecht moeten nemen in de strijd tegen misbruiken.

(41)Gelet op de complexiteit van grensoverschrijdende splitsingen en de menigvuldige betrokken belangen moet met het oog op rechtszekerheid worden voorzien in een ex-antecontrole. Met dat doel dient een gestructureerde en gelaagde procedure te worden opgezet waarbij de bevoegde instanties van de lidstaat van de gesplitste vennootschap en van de lidstaat van de verkrijgende vennootschap er zorg voor draagt dat het besluit tot goedkeuring van de grensoverschrijdende splitsing op billijke, objectieve en niet-discriminerende wijze wordt genomen op basis van alle relevante gegevens en rekening houdend met alle legitieme openbare belangen, met name de bescherming van werknemers, aandeelhouders en schuldeisers.

(42)Om ervoor te zorgen dat de legitieme belangen van alle belanghebbenden in aanmerking kunnen worden genomen, moet de gesplitste vennootschap het voorstel van grensoverschrijdende splitsing openbaar maken. Dit moet de belangrijkste informatie over de voorgestelde grensoverschrijdende splitsing bevatten, waaronder de geplande ruilverhouding voor de effecten of aandelen, de oprichtingsakte van de verkrijgende vennootschappen en het voorgestelde tijdpad voor de grensoverschrijdende splitsing. De leden, de schuldeisers en de werknemers van de vennootschap die de grensoverschrijdende splitsing aangaat, moeten hiervan op de hoogte worden gesteld zodat zij opmerkingen kunnen indienen over de splitsing.

(43)Om haar deelnemers informatie te verschaffen, dient de gesplitste vennootschap een verslag op te stellen. In het verslag moet toelichting en motivering worden verstrekt omtrent de wettelijke en economische aspecten van de voorgestelde grensoverschrijdende splitsing, met name de gevolgen van de grensoverschrijdende splitsing voor de deelnemers in de vennootschap wat betreft de toekomstige activiteiten van de vennootschap en het strategisch plan van het beheersorgaan. Voorts moet ook toelichting worden gegeven over de ruilverhouding indien van toepassing en over de criteria om de toewijzing van de aandelen te bepalen, alsmede over de mogelijke rechtsmiddelen waarover de deelnemers in de vennootschap kunnen beschikken indien zij niet akkoord gaan met het besluit om tot grensoverschrijdende splitsing over te gaan.

(44)Om haar werknemers informatie te verschaffen, dient de gesplitste vennootschap een verslag op te stellen waarin de gevolgen van de voorgestelde grensoverschrijdende splitsing voor de werknemers worden toegelicht. In het verslag moet met name worden toegelicht welke gevolgen de voorgestelde grensoverschrijdende splitsing heeft voor de instandhouding van de werkgelegenheid, of er zich materiële veranderingen zullen voordoen in de arbeidsvoorwaarden en in de vestigingsplaatsen van de vennootschap en hoe elk van deze factoren van invloed zal zijn op dochterondernemingen van de vennootschap. Het verslag dient te worden opgesteld onverminderd de toepasselijke informatie- en raadplegingsprocedures die op nationaal niveau zijn ingesteld overeenkomstig de Richtlijnen 2001/23/EG, 2002/14/EG of 2009/38/EG.

(45)Om de nauwkeurigheid te verzekeren van de informatie in het splitsingsvoorstel en in de verslagen voor de deelnemers in de vennootschap en de werknemers en om de feitelijke gegevens te verstrekken waarmee beoordeeld moet worden of de voorgestelde splitsing een kunstmatige constructie die niet kan worden toegestaan, moet een verslag van een onafhankelijke deskundige met een beoordeling van het splitsingsplan worden voorgelegd. Om de onafhankelijkheid van de deskundige te garanderen, moet deze door de bevoegde instantie worden aangewezen na een verzoek van de vennootschap. In dit verband dient het deskundigenverslag alle relevante informatie te verstrekken zodat de bevoegde instantie in de lidstaat van vertrek van de gesplitste vennootschap met kennis van zaken kan besluiten al dan niet het aan de splitsing voorafgaand attest af te geven. Daartoe moet de deskundige alle relevante informatie en documentatie van de vennootschap kunnen opvragen en het nodige onderzoekswerk verrichten om alle vereiste stavingsstukken te verzamelen. De deskundige moet gebruikmaken van de informatie, met name over netto-omzet en winst of verlies, het aantal werknemers en de samenstelling van de balans, die de vennootschap heeft verzameld om de jaarrekening op te stellen in overeenstemming met het Unierecht en het recht van de lidstaten. Om vertrouwelijke informatie te beschermen, waaronder bedrijfsgeheimen van de vennootschap, hoeft deze informatie echter niet te worden opgenomen in het definitief verslag van de deskundige, dat publiek beschikbaar zal worden gesteld.

(46)Om onevenredige kosten en lasten te vermijden voor kleinere ondernemingen die een grensoverschrijdende splitsing aangaan, moeten kleine en micro-ondernemingen als omschreven in Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 worden vrijgesteld van het vereiste om een onafhankelijk deskundigenverslag op te stellen.

(47)Op basis van het voorstel tot grensoverschrijdende splitsing en de verslagen moet de algemene vergadering van de deelnemers in de gesplitste vennootschap besluiten of zij dit voorstel al dan niet goedkeurt. Het is belangrijk dat de vereiste meerderheid bij een dergelijke stemming voldoende hoog is om te verzekeren dat het voorstel tot splitsing collectief wordt genomen.

(48)Het is aangewezen dat aan deelnemers in de vennootschap die stemrechten bezitten en niet hebben ingestemd met het voorstel van grensoverschrijdende splitsing, en aan deelnemers zonder stemrechten, die hun standpunt niet hebben kunnen toelichten, het recht wordt verleend om uit de vennootschap te stappen. Dezen moeten de onderneming kunnen verlaten en voor hun aandelen een vergoeding in geld krijgen die overeenstemt met de waarde van het aandeel. Voorts moeten zij het recht krijgen de berekening en de passende hoogte van deze aangeboden vergoeding in geld alsmede, indien zij wensen te blijven deelnemen in een van de verkrijgende vennootschappen, de ruilverhouding van de aandelen aan te vechten voor de rechter. In het kader van deze procedure moet de rechter ook de mogelijkheid hebben om een onderneming die betrokken is bij de grensoverschrijdende splitsing, te bevelen een vergoeding in geld te betalen dan wel bijkomende aandelen uit te geven.

(49)De gesplitste vennootschap moet in het splitsingsvoorstel passende middelen aanreiken om schuldeisers te beschermen met het oog op de grensoverschrijdende splitsing. Om schuldeisers meer bescherming te bieden in geval van insolventie na een grensoverschrijdende splitsing, moeten de lidstaten voorts de vennootschap kunnen verplichten een verklaring af te leggen volgens welke er haar geen redenen bekend zijn om aan te nemen dat de omgezette vennootschap niet in staat zou zijn te voldoen aan haar verplichtingen. De lidstaten moeten het leidinggevend orgaan persoonlijk aansprakelijk kunnen stellen voor de nauwkeurigheid van de verklaring. Gelet op de uiteenlopende juridische tradities met betrekking tot solventieverklaringen en de mogelijke gevolgen daarvan, staat het aan de lidstaten passende gevolgen te verbinden aan valse of misleidende verklaringen, waaronder sancties en verplichtingen krachtens het Unierecht.

(50)Om de schuldeisers passende bescherming te garanderen in gevallen waarin zij geen genoegen nemen met de bescherming die de vennootschap biedt in het voorstel van grensoverschrijdende splitsing, kunnen schuldeisers die benadeeld zijn door de grensoverschrijdende splitsing, de bevoegde rechterlijke of bestuurlijke instantie van elke lidstaat van de gesplitste vennootschap aanspreken voor de garanties die zij passend achten. Om de beoordeling van de schade te vereenvoudigen, moeten bepaalde vermoedens worden ingesteld waarbij schuldeisers worden geacht niet door een grensoverschrijdende splitsing te zijn benadeeld wanneer het risico op verlies voor een schuldeiser uiterst klein is. Er moet een vermoeden worden ingesteld wanneer het volgens de conclusies van het verslag van de onafhankelijke deskundige redelijkerwijs niet waarschijnlijk is dat de schuldeisers nadeel zouden ondervinden of wanneer hun een recht op betaling ten aanzien van de uit de splitsing voortkomende vennootschap of ten aanzien van een derde-garantiegever wordt geboden met een waarde die overeenstemt met de oorspronkelijke vordering van de schuldeiser en dit bij dezelfde rechterlijke instantie kan worden ingediend als de oorspronkelijke vordering. De bescherming van de schuldeiser waarin deze richtlijn voorziet, doet niet af aan het nationale recht van de lidstaat van de gesplitste vennootschap met betrekking tot betaling aan overheidsinstanties, waaronder belastingen of socialezekerheidsbijdragen.

(51)Om een passende verdeling van taken tussen de lidstaten en een efficiënte en effectieve voorafgaande controle van grensoverschrijdende splitsingen te verzekeren, moeten de bevoegde instanties van de lidstaat van de gesplitste vennootschap bevoegd zijn om een aan de splitsing voorafgaand attest af te geven. Zonder een dergelijk attest kunnen de instanties van de lidstaten van de verkrijgende vennootschappen de procedure voor de grensoverschrijdende splitsing niet voltooien.

(52)De afgifte van het aan de splitsing voorafgaand attest door de lidstaat van de gesplitste vennootschap dient te worden gecontroleerd om de rechtmatigheid van de grensoverschrijdende splitsing te verzekeren. De bevoegde instantie moet over de afgifte van het aan de splitsing voorafgaand attest beslissen binnen één maand na de indiening van het verzoek door de vennootschap, tenzij er ernstige bezorgdheid rijst over het bestaan van een kunstmatige constructie met de bedoeling onrechtmatige belastingvoordelen te verkrijgen of de wettelijke of contractuele rechten van de werknemers, schuldeisers of deelnemers in de vennootschap aan te tasten. In een dergelijk geval dient de bevoegde instantie een diepgaande beoordeling te verrichten. Deze diepgaande beoordeling hoeft echter niet systematisch plaats te vinden maar moet per geval worden verricht indien er ernstige bezorgdheid rijst over het bestaan van een kunstmatige constructie. Voor hun beoordeling moeten de bevoegde instanties ten minste rekening houden met een aantal factoren zoals omschreven in deze richtlijn maar deze mogen in de totaalbeoordeling slechts als indicatieve factoren worden beschouwd en mogen niet op zichzelf in aanmerking genomen. Om vennootschappen niet te overladen met langdurige procedures dient deze diepgaande beoordeling in elk geval te worden afgerond binnen twee maanden na de kennisgeving ervan aan de vennootschap.

(53)Na ontvangst van het aan de splitsing voorafgaand attest en na een controle of aan de oprichtingsvoorwaarden van de lidstaat van de verkrijgende vennootschap of vennootschappen is voldaan, moeten de instanties van de lidstaten van de verkrijgende vennootschappen de vennootschappen inschrijven in de ondernemingsregisters van deze lidstaat. Pas na deze inschrijving dient de bevoegde instantie van de lidstaat van de gesplitste vennootschap deze in haar eigen register door te halen. De nauwkeurigheid van de informatie in het aan de splitsing voorafgaand attest kan niet worden aangevochten door de bevoegde instanties van de lidstaat van de verkrijgende vennootschappen.

(54)Ten gevolge van de grensoverschrijdende splitsing worden de activa en passiva van de gesplitste vennootschap overgedragen aan de verkrijgende vennootschappen volgens de in het voorstel van splitsing aangegeven toewijzing en worden de deelnemers in de gesplitste vennootschap deelnemer in de verkrijgende vennootschappen of blijven zij deelnemer in de gesplitste vennootschap of worden zij deelnemer in beide.

(55)Om te verzekeren dat de werknemersmedezeggenschap geen onnodig nadeel ondervindt ten gevolge van de grensoverschrijdende splitsing wanneer de vennootschap die de grensoverschrijdende splitsing aangaat, onder een stelsel van werknemersparticipatie functioneert, moeten de uit de splitsing voortkomende vennootschappen ertoe verplicht worden een rechtsvorm aan te nemen die de uitoefening van medezeggenschap mogelijk maakt, onder meer door de aanwezigheid van vertegenwoordigers van de werknemers in de passende beheers- of toezichtorganen van de vennootschappen. In een dergelijk geval moeten de vennootschap en haar werknemers bovendien te goeder trouw onderhandelen volgens de in Richtlijn 2001/86/EG ingestelde procedure om een minnelijke oplossing te vinden waarin het recht van de vennootschap om een grensoverschrijdende splitsing aan te gaan verzoend wordt met de medezeggenschapsrechten van de werknemers. Een op maat toegesneden en onderling overeengekomen oplossing op basis van deze onderhandelingen of indien er geen overeenkomst wordt bereikt, de toepassing van de referentievoorschriften als bedoeld in Richtlijn 2001/86/EG moeten mutatis mutandis gelden. Om de overeengekomen oplossing of de toepassing van de referentievoorschriften te vrijwaren, mag de vennootschap niet de mogelijkheid krijgen de medezeggenschapsrechten op te heffen door binnen een termijn van drie jaar volgende binnenlandse of grensoverschrijdende omzettingen, fusies of splitsingen aan te gaan.

(56)Om te voorkomen dat de medezeggenschapsrechten voor werknemers worden omzeild door middel van een grensoverschrijdende splitsing, mag de vennootschap die de splitsing aangaat en die ingeschreven is in de lidstaat waar voorzien is in medezeggenschapsrechten voor werknemers, niet de mogelijkheid hebben een grensoverschrijdende splitsing aan te gaan zonder eerst onderhandelingen te voeren met haar werknemers of met hun vertegenwoordigers, wanneer het gemiddelde aantal werknemers van de onderneming vier vijfde bedraagt van de nationale drempel die nodig is voor het opzetten van werknemersmedezeggenschap.

(57)Om andere werknemersrechten dan medezeggenschapsrechten te garanderen, doet deze richtlijn niet af aan Richtlijn 2009/38/EG, Richtlijn 98/59/EG van de Raad 48 , Richtlijn 2001/23/EG en Richtlijn 2002/14/EG. Het nationale recht moet ook van toepassing zijn op aangelegenheden die buiten het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen, zoals belastingen of sociale zekerheid.

(58)De bepalingen van deze richtlijn doen niet af aan de nationale wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, waaronder de handhaving van belastingregels in grensoverschrijdende omzettingen, fusies of splitsingen, met betrekking tot de belastingen van lidstaten of hun territoriale of bestuurlijke onderdelen.

(59)Deze richtlijn doet niet af aan de bepalingen van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad 49 ter bestrijding van witwassen van geld en terrorismefinanciering, met name de verplichtingen met betrekking tot de passende cliëntenonderzoeksmaatregelen op basis van risicogevoeligheid en de identificatie en registratie van de uiteindelijk begunstigde van elke nieuw opgerichte entiteit in de lidstaat waar de oprichting plaatsvindt.

(60)Aangezien de doelstellingen van deze richtlijn, het vereenvoudigen en het reguleren van grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen, niet voldoende door de lidstaten maar beter op het niveau van de Unie kunnen worden bereikt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in dat artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan wat nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(61)Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

(62)Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van 28 september 2011 van de lidstaten en de Commissie over toelichtende stukken 50 hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in gerechtvaardigde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht. Met betrekking tot deze richtlijn acht de wetgever de toezending van dergelijke stukken gerechtvaardigd.

(63)De Commissie moet een evaluatie van deze richtlijn verrichten. Overeenkomstig punt 22 van het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over beter wetgeven van 13 april 2016 51 moet deze evaluatie gebaseerd zijn op vijf criteria, namelijk doeltreffendheid, efficiëntie, coherentie, relevantie en meerwaarde, en moet zij de basis vormen voor effectbeoordelingen van mogelijke verdere maatregelen.

(64)Er moet informatie worden verzameld om de werking van de wetgeving te evalueren ten aanzien van de doelstellingen die ermee worden nagestreefd, en om de evaluatie van de wetgeving te ondersteunen in overeenstemming met punt 22 van het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over beter wetgeven van 13 april 2016.

(65)Richtlijn (EU) 2017/1132 dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1
Wijzigingen van Richtlijn (EU) 2017/1132

Richtlijn (EU) 2017/1132 wordt als volgt gewijzigd:

(1)In artikel 24 wordt punt e) vervangen door:

“e) de gedetailleerde lijst van gegevens die worden verzonden voor de gegevensuitwisseling tussen de registers, als bedoeld in de artikelen 20, 34, 86 nonies, 86 sexdecies, 86 septdecies, 86 octodecies, 123, 127, 128, 130, 160 undecies, 160 octodecies, 160 novodecies en 160 vicies;”;

(2)de titel van titel II wordt vervangen door:

“OMZETTINGEN, FUSIES EN SPLITSINGEN VAN KAPITAALVENNOOTSCHAPPEN”;

(3)in titel II wordt het volgende hoofdstuk -I ingevoegd:

"HOOFDSTUK -I

Grensoverschrijdende omzettingen

Artikel 86 bis
Toepassingsgebied

1.Dit hoofdstuk is van toepassing op de omzetting van een kapitaalvennootschap die is opgericht in overeenstemming met het recht van een lidstaat en die haar statutaire zetel, haar hoofdbestuur of haar hoofdvestiging binnen de Unie heeft, in een vennootschap die onder het recht van een andere lidstaat valt.

2.De lidstaten nemen de nodige maatregelen om een procedure in te stellen voor grensoverschrijdende omzetting als bedoeld in lid 1.

3.De lidstaten kunnen besluiten dit hoofdstuk niet toe te passen op grensoverschrijdende omzettingen waarbij een coöperatieve vennootschap betrokken is, zelfs als deze laatste onder de definitie van een kapitaalvennootschap als bedoeld in artikel 86 bis, lid 1, zou vallen.

4.Dit hoofdstuk geldt niet voor grensoverschrijdende omzettingen waarbij een vennootschap is betrokken waarvan het doel de collectieve belegging van uit het publiek aangetrokken kapitaal is, met toepassing van het beginsel van risicospreiding en waarvan de rechten van deelneming op verzoek van de houders ten laste van de activa van die vennootschap rechtstreeks of middellijk worden ingekocht of terugbetaald. Met dergelijke inkopen of terugbetalingen wordt gelijkgesteld ieder handelen van een dergelijke vennootschap om te voorkomen dat de waarde van haar deelnemingsrechten ter beurze aanzienlijk afwijkt van de intrinsieke waarde.

Artikel 86 ter
Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

(1)„kapitaalvennootschap” hierna „vennootschap” genoemd: een vennootschap met een vorm als bedoeld in bijlage II;

(2)“grensoverschrijdende omzetting”: een handeling waarbij een vennootschap, zonder te worden ontbonden of zonder in vereffening te gaan, de rechtsvorm waaronder zij in een lidstaat van vertrek is geregistreerd, omzet in een wettelijke vennootschapsvorm van een lidstaat van bestemming en met behoud van haar rechtspersoonlijkheid ten minste haar statutaire zetel overbrengt naar de lidstaat van bestemming;

(3)“lidstaat van vertrek”: een lidstaat waarin een vennootschap in haar rechtsvorm is geregistreerd voordat de grensoverschrijdende omzetting plaatsvindt;

(4)“lidstaat van bestemming”: een lidstaat waarin een vennootschap in haar rechtsvorm wordt geregistreerd ten gevolge van de grensoverschrijdende omzetting;

(5)“register”: het centrale, handels- of vennootschapsregister bedoeld in artikel 16, lid 1;

(6)“omgezette vennootschap”: de nieuw opgerichte vennootschap in de lidstaat van bestemming vanaf de datum waarop de grensoverschrijdende omzetting van kracht wordt.

Artikel 86 quater
Voorwaarden betreffende grensoverschrijdende omzettingen

1.De lidstaten dragen er zorg voor dat wanneer een vennootschap voornemens is een grensoverschrijdende omzetting aan te gaan, zij kunnen onderzoeken of de grensoverschrijdende omzetting voldoet aan de in lid 2 gestelde voorwaarden.

2.Een vennootschap kan geen grensoverschrijdende omzetting aangaan in een van de volgende omstandigheden:

(a)er is een procedure ingesteld voor de ontbinding, de vereffening of de insolventie van deze vennootschap;

(b)de vennootschap is onderworpen aan een preventieve herstructureringsprocedure omdat insolventie waarschijnlijk is;

(c)er loopt een surseance van betaling;

(d)de vennootschap is onderworpen aan afwikkelingsinstrumenten, -bevoegdheden en -mechanismen waarin titel IV van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad(*) voorziet;

(e)de nationale instanties hebben preventieve maatregelen genomen om te vermijden dat in de punten a), b) of d) bedoelde procedures worden ingesteld.

3.De lidstaten dragen er zorg voor dat de bevoegde instantie van de lidstaat van vertrek de grensoverschrijdende omzetting niet toestaat wanneer zij na een onderzoek van het specifieke geval en rekening houdend met alle relevante feiten en omstandigheden vaststelt dat sprake is van een kunstmatige constructie die bedoeld is om onterechte belastingvoordelen te verkrijgen of de wettelijke of contractuele rechten van werknemers, schuldeisers of minderheidsdeelnemers aan te tasten. 

4.Het nationale recht van de lidstaat van vertrek regelt het gedeelte van de procedures en formaliteiten met betrekking tot de grensoverschrijdende omzetting met het oog op het verkrijgen van het aan de omzetting voorafgaand attest en het nationale recht van de lidstaat van bestemming regelt het gedeelte van de procedures en formaliteiten na de ontvangst van het aan de omzetting voorafgaand attest in overeenstemming met het Unierecht.

Artikel 86 quinquies
Voorstel voor grensoverschrijdende omzetting

1.Het leidinggevend of bestuursorgaan van de vennootschap die voornemers is een grensoverschrijdende omzetting aan te gaan, stelt het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting op. In het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting wordt ten minste vermeld:

(a)de rechtsvorm, de naam en de statutaire zetel van de vennootschap in de lidstaat van vertrek;

(b)de rechtsvorm, de naam en de plaats van de statutaire zetel die in de lidstaat van bestemming worden voorgesteld voor de uit de grensoverschrijdende omzetting voortkomende vennootschap;

(c)de oprichtingsakte of -akten van de vennootschap in de lidstaat van bestemming;

(d)het voorgestelde tijdschema voor de grensoverschrijdende omzetting;

(e)de rechten die door de omgezette vennootschap worden verleend aan de deelnemers in de vennootschap met bijzondere rechten en aan de houders van andere effecten dan aandelen die het kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigen, of de ten aanzien van hen voorgestelde maatregelen

(f)een nadere omschrijving van de aan de schuldeisers geboden waarborgen;

(g)de datum vanaf welke de handelingen van de in de lidstaat van vertrek opgerichte en geregistreerde vennootschap voor boekhoudkundige doeleinden worden behandeld als die van de omgezette vennootschap;

(h)bijzondere voordelen die aan de leden van de bestuurs-, leidinggevende, toezichthoudende of controlerende organen van de omgezette vennootschap worden toegekend;

(i)een nadere omschrijving van het aanbod voor de vergoeding in geld voor de deelnemers in de vennootschap die zich tegen de grensoverschrijdende omzetting verzetten, in overeenstemming met artikel 86 undecies;

(j)de waarschijnlijke gevolgen van de grensoverschrijdende omzetting voor de werkgelegenheid;

(k)in voorkomend geval, informatie over de procedures waarbij overeenkomstig artikel 86 terdecies regelingen worden vastgesteld met betrekking tot de wijze waarop de werknemers bij de vaststelling van hun medezeggenschapsrechten in de omgezette vennootschap worden betrokken, en over de mogelijke opties voor dergelijke regelingen.

2.Naast de officiële talen van de lidstaten van vertrek en bestemming staan de lidstaten toe dat de vennootschap die de omzetting aangaat, zich bedient van een taal die in de internationale zakelijke en financiële wereld gangbaar is voor het opstellen van het voorstel voor de omzetting en van alle andere desbetreffende documenten. De lidstaten bepalen welke taal voorrang heeft in geval van verschillen tussen de onderscheiden taalversies van de documenten.

Artikel 86 sexies
Verslag van het leidinggevend of bestuursorgaan aan de deelnemers in de vennootschap

1.Het leidinggevend of bestuursorgaan van de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, stelt een verslag op waarin de wettelijke en economische aspecten van de grensoverschrijdende omzetting worden toegelicht en verantwoord.

2.In het in lid 1 bedoelde verslag wordt met name toelichting gegeven over:

(a)de gevolgen van de grensoverschrijdende omzetting voor de toekomstige bedrijfsactiviteiten van de vennootschap en voor het strategisch plan van de leidinggevende instanties;

(a)de gevolgen van de grensoverschrijdende omzetting voor de deelnemers in de vennootschap;

(b)de rechten en de rechtsmiddelen welke beschikbaar zijn voor deelnemers in de vennootschap die zich tegen de omzetting verzetten, in overeenstemming met artikel 86 undecies.

3.Het in lid 1 van dit artikel bedoelde verslag wordt uiterlijk twee maanden voor de datum van de in artikel 86 decies bedoelde algemene vergadering ten minste in elektronische vorm ter beschikking gesteld van de deelnemers in de vennootschap. Dit verslag wordt op dezelfde wijze beschikbaar gesteld aan de vertegenwoordigers van de werknemers van de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat of, indien er geen vertegenwoordigers zijn, aan de werknemers zelf.

4.Dit verslag is echter niet vereist wanneer alle deelnemers in de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, ermee hebben ingestemd van dit vereiste af te zien.

Artikel 86 septies
Verslag van het leidinggevend of bestuursorgaan aan de werknemers

1.Het leidinggevend of bestuursorgaan van de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, stelt een verslag op waarin de gevolgen van de grensoverschrijdende omzetting voor de werknemers worden toegelicht.

2.In het in lid 1 bedoelde verslag wordt met name toelichting gegeven over:

(a)de gevolgen van de grensoverschrijdende omzetting voor de toekomstige bedrijfsactiviteiten van de vennootschap en voor het strategisch plan van de leidinggevende instanties;

(b)de gevolgen van de grensoverschrijdende omzetting voor het vrijwaren van de dienstverbanden;

(c)materiële wijzigingen in de arbeidsomstandigheden en in de vestigingsplaatsen van de vennootschap;

(d)de vraag of de in de punten a), b) en c) bedoelde factoren ook betrekking hebben op dochterondernemingen van de vennootschap.

3.Het in lid 1 van dit artikel bedoelde verslag wordt de vertegenwoordigers van de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, of de werknemers zelf indien er geen vertegenwoordigers zijn, uiterlijk twee maanden voor de datum van de in artikel 86 decies bedoelde algemene vergadering ten minste in elektronische vorm ter beschikking gesteld. . Het verslag wordt op dezelfde wijze ter beschikking gesteld van de deelnemers in de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat.

4.Wanneer het leidinggevend of bestuursorgaan van de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, tijdig een advies ontvangt van de vertegenwoordigers van de werknemers of van de werknemers zelf indien er geen vertegenwoordigers zijn, worden de deelnemers in de vennootschap daarvan op de hoogte gebracht zoals bepaald in het nationale recht en wordt dit advies aan het verslag gehecht.

5.Wanneer de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, en in voorkomend geval haar dochterondernemingen, geen andere werknemers hebben dan die welke tot de leidinggevende of bestuursorganen behoren, is het in lid 1 bedoelde verslag evenwel niet vereist.

6.De leden 1 tot en met 6 laten de toepasselijke informatie- en raadplegingsrechten en -procedures onverlet die op nationaal niveau zijn ingesteld na de omzetting van Richtlijnen 2002/14/EG of 2009/38/EG.

Artikel 86 octies
Onderzoek door een onafhankelijke deskundige

1.De lidstaten dragen er zorg voor dat de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat de overeenkomstig artikel 86 quaterdecies, lid 1, aangewezen bevoegde instantie uiterlijk twee maanden voor de datum van de in artikel 86 decies bedoelde algemene vergadering verzoekt een deskundige aan te wijzen om het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting en de in de artikelen 86 sexies en 86 septies bedoelde verslagen te onderzoeken en te beoordelen met inachtneming van het bepaalde in lid 6 van dit artikel.

Het verzoek tot aanwijzing van een deskundige gaat vergezeld van:

(a)het in artikel 86 quinquies bedoelde voorstel voor de omzetting;

(b)de in de artikelen 86 sexies en 86 septies bedoelde verslagen.

2.De bevoegde instantie wijst binnen vijf werkdagen na de indiening van het in lid 1 bedoelde verzoek en de ontvangst van het voorstel en de verslagen een onafhankelijke deskundige aan. De deskundige is onafhankelijk van de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, en kan een natuurlijke of rechtspersoon zijn naargelang van het recht van de lidstaat van vertrek. Bij de beoordeling van de onafhankelijkheid van de deskundige houden de lidstaten rekening met het in de artikelen 22 en 22 ter van Richtlijn 2006/43/EG ingestelde kader.

3.De deskundige stelt een schriftelijk verslag op dat ten minste het volgende bevat:

(a)een gedetailleerde beoordeling van de nauwkeurigheid van de verslagen en de informatie die zijn ingediend door de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat;

(b)een beschrijving van alle feitelijke gegevens die de overeenkomstig artikel 86 quaterdecies, lid 1, aangewezen bevoegde instantie nodig heeft voor een diepgaande beoordeling, overeenkomstig artikel 86 quindecies, van de vraag of de voorgenomen grensoverschrijdende omzetting een kunstmatige constructie vormt, met vermelding van ten minste: de kenmerken van de vestiging in de lidstaat van bestemming, waaronder de intentie, de sector, de investering, de netto-omzet en winst of verlies, het aantal werknemers, de samenstelling van de balans, de fiscale woonplaats, de activa en de plaats waar deze zich bevinden, de gebruikelijke werkplek van de werknemers en van specifieke werknemersgroepen, de plaats waar de sociale bijdragen verschuldigd zijn en de commerciële risico’s die de omgezette vennootschap loopt in de lidstaat van bestemming en de lidstaat van vertrek.

4.De lidstaten dragen er zorg voor dat de onafhankelijke deskundige het recht heeft bij de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, alle relevante informatie en documenten op te vragen en alle nodig onderzoek te verrichten om de gegevens van het voorstel en de beheersverslagen te controleren. De deskundige heeft ook het recht opmerkingen en adviezen in te winnen van de werknemersvertegenwoordigers van de vennootschap, of indien er geen vertegenwoordigers zijn, van de werknemers zelf, alsmede van de schuldeisers en de deelnemers in de vennootschap.

5.De lidstaten dragen er zorg voor dat de aan de onafhankelijke deskundige voorgelegde informatie alleen kan worden gebruikt voor het opstellen van zijn verslag en dat er geen vertrouwelijke informatie, waaronder bedrijfsgeheimen, openbaar wordt gemaakt. In voorkomend geval kan de deskundige bij de overeenkomstig artikel 86 quaterdecies, lid 1, aangewezen bevoegde instantie een afzonderlijk document met vertrouwelijke informatie indienen, dat alleen beschikbaar wordt gesteld aan de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, en niet voor derden openbaar wordt gemaakt.

6.De lidstaten stellen kleine en micro-ondernemingen als omschreven in Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie (**) vrij van het bepaalde in dit artikel.

Artikel 86 nonies
Openbaarmaking

1.De lidstaten dragen er zorg voor dat de lidstaat van vertrek ten minste één maand voor de datum van de algemene vergadering waarop daarover een besluit moet worden genomen, de volgende documenten openbaar maakt en publiek beschikbaar stelt:

(a)het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting;

(b)in voorkomend geval, het in artikel 86 octies bedoelde verslag van de onafhankelijke deskundige;

(c)een kennisgeving aan de deelnemers, de schuldeisers en de werknemers van de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, dat zij vóór de datum van de algemene vergadering bij de vennootschap en bij de overeenkomstig artikel 86 quaterdecies, lid 1, aangewezen bevoegde instantie opmerkingen kunnen indienen betreffende de in de punten a) en b) van de eerste alinea bedoelde documenten.

De in de eerste alinea bedoelde documenten zijn ook toegankelijk door middel van het in artikel 22 bedoelde systeem.

2.De lidstaten kunnen de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, vrijstellen van de in de lid 1 bedoelde openbaarmakingsverplichting indien die gedurende een ononderbroken periode, die aanvangt ten minste één maand voor de datum van de algemene vergadering waarop het besluit over het voorstel voor de omzetting moet worden genomen, en die niet eerder eindigt dan bij de sluiting van die vergadering, de in lid 1 bedoelde documenten kosteloos op haar website beschikbaar stelt.

De lidstaten mogen aan die vrijstelling echter geen verplichtingen verbinden of beperkingen stellen, behalve om de veiligheid van de website en de authenticiteit van de documenten te waarborgen, en alleen voor zover deze evenredig zijn met de te verwezenlijken doelstellingen.

3.Wanneer de vennootschap die voornemens is een grensoverschrijdende omzetting aan te gaan, overeenkomstig lid 2 van dit artikel het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting openbaar maakt, dient zij ten minste één maand voor de datum van de algemene vergadering waarop daarover een besluit moet worden genomen, bij het register van de lidstaat van vertrek de volgende informatie in:

(a)de rechtsvorm, de naam en de statutaire zetel van de vennootschap in de lidstaat van vertrek, alsmede de gegevens die worden voorgesteld voor de omgezette vennootschap in de lidstaat van bestemming;

(b)het register waar voor de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, de in artikel 14 bedoelde akten zijn neergelegd, alsmede het inschrijvingsnummer in dit register;

(c)een vermelding van de regelingen die voor de uitoefening van de rechten van schuldeisers, werknemers en deelnemers in de vennootschap zijn getroffen;

(d)details van de website waar het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting, de kennisgeving en het in lid 1 bedoelde deskundigenverslag en een volledige beschrijving van de in punt c) van dit lid bedoelde regelingen kosteloos verkrijgbaar zijn.

4.De lidstaten dragen er zorg voor dat aan de in de leden 1 en 3 bedoelde vereisten volledig online kan worden voldaan zonder dat het noodzakelijk is persoonlijk te verschijnen voor een bevoegde instantie in de lidstaat van vertrek.

In gevallen van oprecht vermoeden van fraude op basis van redelijke gronden mogen de lidstaten echter een fysieke aanwezigheid voor een bevoegde instantie verlangen.

5.Naast de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde openbaarmaking kunnen de lidstaten eisen dat het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting of de in lid 3 bedoelde informatie in hun nationale publicatieblad worden bekendgemaakt. In dat geval dragen de lidstaten er zorg voor dat het register de informatie doorzendt aan het nationale publicatieblad.

6.De lidstaten dragen er zorg voor dat de in lid 1 bedoelde documenten kosteloos toegankelijk zijn voor het publiek. De lidstaten dragen er verder zorg voor dat de vergoedingen die de registers de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, in rekening brengen voor de in de leden 1 en 3 bedoelde openbaarmaking, en in voorkomend geval voor de in lid 5 bedoelde bekendmaking, niet hoger zijn dan de administratieve kosten van de dienstverlening.

Artikel 86 decies
Goedkeuring door de algemene vergadering

1.Na van de in artikelen 86 sexies, 86 septies en 86 octies bedoelde verslagen kennis te hebben genomen, beslist de algemene vergadering van de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, over de goedkeuring van het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting. De vennootschap deelt het besluit van de algemene vergadering mee aan de overeenkomstig artikel 86 quaterdecies, lid 1, aangewezen bevoegde instantie.

2.De algemene vergadering van de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, kan zich het recht voorbehouden de uitvoering van de grensoverschrijdende omzetting afhankelijk te stellen van haar uitdrukkelijke bekrachtiging van de in artikel 86 terdecies bedoelde regelingen.

3.De lidstaten dragen er zorg voor dat voor de goedkeuring van wijzigingen in het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting een meerderheid vereist is van niet minder dan twee derde maar niet meer dan 90 % van de stemmen die verbonden zijn aan de aandelen of aan het vertegenwoordigde geplaatste kapitaal. De drempel voor de stemming is in elk geval niet hoger dan die waarin het nationale recht voorziet voor de goedkeuring van grensoverschrijdende fusies.

4.De algemene vergadering beslist eveneens of de grensoverschrijdende omzetting wijzigingen zijn in de oprichtingsakten van de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat.

5.De lidstaten dragen er zorg voor dat de goedkeuring van de grensoverschrijdende omzetting door de algemene vergadering niet kan worden aangevochten op grond van het enkele feit dat de in artikel 86 undecies bedoelde vergoeding in geld op ontoereikende wijze is vastgesteld.

Artikel 86 undecies
Bescherming van deelnemers in de vennootschap

1.De lidstaten dragen er zorg voor dat de volgende deelnemers in de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, het recht hebben hun aandelen onder de in de leden 2 tot en met 6 bedoelde voorwaarden te vervreemden:

(a)de deelnemers in de vennootschap die houders zijn van aandelen met stemrechten en niet hebben ingestemd met het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting;

(b)de deelnemers in de vennootschap die houders zijn van aandelen zonder stemrechten .

2.De lidstaten dragen er zorg voor dat wanneer de grensoverschrijdende omzetting overeenkomstig artikel 86 novodecies van kracht is geworden, de in lid 1 bedoelde deelnemers in de vennootschap hun aandelen in ruil voor de betaling van een passende vergoeding in geld kunnen vervreemden aan een of meer van de volgende partijen:

(a)de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat;

(b)de overblijvende deelnemers in deze vennootschap;

(c)derden, met instemming van de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat.

3.De lidstaten dragen er zorg voor dat de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, in het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting als bedoeld in artikel 86 quinquies een passende vergoeding aanbiedt aan de in lid 1 van dit artikel bedoelde deelnemers in de vennootschap die het recht op vervreemding van hun aandelen wensen uit te oefenen. De lidstaten stellen ook een termijn voor de aanvaarding van het aanbod vast die in geen geval langer is dan één maand na de in artikel 86 decies bedoelde algemene vergadering. De lidstaten dragen er verder zorg voor dat de vennootschap een aanbod kan aanvaarden dat elektronisch naar een daartoe verstrekt adres van de vennootschap wordt verzonden.

De verwerving van haar eigen aandelen door de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, laat echter de nationale regels inzake de verwerving van eigen aandelen door een vennootschap onverlet.

4.De lidstaten dragen er zorg voor dat het aanbod van een vergoeding in geld afhankelijk wordt gesteld van de voorwaarde dat de grensoverschrijdende omzetting in overeenstemming met artikel 86 novodecies van kracht is geworden. De lidstaten stellen voorts een termijn voor de betaling van de vergoeding in geld vast, die in geen geval langer is dan één maand nadat de grensoverschrijdende omzetting van kracht is geworden.

5.De lidstaten bepalen dat deelnemers in de vennootschap die het in lid 3 bedoelde aanbod tot vergoeding in geld hebben aanvaard maar van oordeel zijn dat die vergoeding niet adequaat is vastgesteld, het recht hebben binnen één maand na de aanvaarding van het aanbod bij een nationale rechtbank een herberekening van de aangeboden vergoeding in geld te vorderen.

6.De lidstaten dragen er zorg voor dat het recht van de lidstaat van vertrek van toepassing is op de in de leden 1 tot en met 5 bedoelde rechten en dat de rechtbanken van deze lidstaat rechtsmacht hebben. Elke deelnemer in de vennootschap die het aanbod van de vergoeding in geld voor de verwerving van zijn aandelen heeft aanvaard, heeft het recht de in lid 5 bedoelde procedure in te leiden of eraan deel te nemen.

Artikel 86 duodecies
Bescherming van schuldeisers

1.De lidstaten mogen het leidinggevende of bestuursorgaan van de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, verplichten in het in artikel 86 quinquies bedoelde voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting een verklaring op te nemen waarin de financiële toestand van de vennootschap nauwkeurig wordt weergegeven. In de verklaring wordt aangegeven dat het leidinggevend of bestuursorgaan van de vennootschap op basis van de informatie waarover het beschikt op de datum van de verklaring en na redelijke onderzoeksinspanningen, niet op de hoogte is van enige redenen waarom de vennootschap wanneer de omzetting van kracht wordt, niet in staat zou zijn te voldoen aan haar verplichtingen wanneer deze opeisbaar worden. De verklaring wordt niet eerder afgegeven dan één maand voordat het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting in overeenstemming met artikel 86 nonies openbaar wordt gemaakt.

2.De lidstaten dragen er zorg voor dat schuldeisers die geen genoegen nemen met de bescherming van hun belangen waarin het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting als bedoeld in artikel 86 quinquies, onder f), voorziet, de desbetreffende administratieve of gerechtelijke instanties kunnen verzoeken om passende waarborgen binnen één maand na de in artikel 86 nonies bedoelde openbaarmaking.

3.De schuldeisers van de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, worden geacht niet door een grensoverschrijdende omzetting te zijn geschaad wanneer zich een van de volgende omstandigheden voordoet:

(a)wanneer de vennootschap samen met het voorstel voor de omzetting een verslag van een onafhankelijke deskundige openbaar maakt waarin is geconcludeerd dat er geen redelijk vermoeden bestaat dat de rechten van schuldeisers zouden worden geschaad. De onafhankelijke deskundige moet door de bevoegde instantie worden aangewezen of goedgekeurd en voldoet aan de in artikel 86 octies, lid 2, bedoelde eisen;

(b)wanneer aan schuldeisers het recht op betaling wordt verleend, hetzij ten aanzien van een derde-garantiegever, hetzij ten aanzien van de uit de grensoverschrijdende omzetting voortkomende vennootschap, voor ten minste de waarde van hun oorspronkelijke vordering, dat voor dezelfde rechterlijke instantie kan worden gebracht als hun oorspronkelijke vordering, en waarvan de kredietkwaliteit ten minste overeenstemt met de oorspronkelijke vordering van de schuldeiser onmiddellijk na de voltooiing van de omzetting.

4.De leden 1, 2 en 3 doen niet af aan de toepassing van het nationale recht van de lidstaat van vertrek met betrekking tot het voldoen of het verzekeren van aan overheidsinstanties verschuldigde betalingen.

Artikel 86 terdecies
Werknemersmedezeggenschap

1.Onverminderd lid 2 is de uit de grensoverschrijdende omzetting voortkomende vennootschap onderworpen aan de geldende voorschriften betreffende werknemersmedezeggenschap in de lidstaat van bestemming.

2.De eventuele voorschriften betreffende werknemersmedezeggenschap in de lidstaat van bestemming gelden echter niet wanneer de vennootschap die de omzetting aangaat, in de zes maanden vóór de bekendmaking van het voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting als bedoeld in artikel 86 quinquies van deze richtlijn een gemiddeld aantal werknemers heeft van vier vijfde van de toepasselijke drempel, zoals bepaald in het recht van de lidstaat van vertrek, die aanleiding geeft tot werknemersmedezeggenschap in de zin van artikel 2, onder k), van Richtlijn 2001/86/EG, of indien het nationale recht van de lidstaat van bestemming niet voorziet in:

(a)ten minste hetzelfde niveau van werknemersmedezeggenschap dat van toepassing was in de vennootschap vóór de omzetting, gemeten naar het aantal werknemersvertegenwoordigers onder de leden van het toezichthoudend of bestuursorgaan, in de commissies van die organen of in het leidinggevend orgaan dat belast is met de winstbepalende entiteiten van de vennootschap, die in aanmerking komen voor werknemersvertegenwoordiging; of

(b)het recht voor werknemers van zich in andere lidstaten bevindende vestigingen van de uit de omzetting voortkomende vennootschap om hun medezeggenschapsrechten op dezelfde wijze uit te oefenen als de werknemers in de lidstaat van bestemming.

3.In de in lid 2 van dit artikel bedoelde gevallen wordt de medezeggenschap van werknemers in de omgezette vennootschap en de wijze waarop zij bij de vaststelling van deze rechten worden betrokken, door de lidstaten op overeenkomstige wijze en onverminderd de leden 4 tot en met 7 van dit artikel geregeld volgens de beginselen en procedures vervat in artikel 12, leden 2, 3 en 4, van Verordening (EG) nr. 2157/2001 en de volgende bepalingen van Richtlijn 2001/86/EG:

(a)artikel 3, lid 1, artikel 3, lid 2, onder a), i), en artikel 3, lid 3, artikel 3, lid 4, eerste alinea, eerste streepje, artikel 3, lid 4, tweede alinea, artikel 3, lid 5, artikel 3, lid 6, derde alinea, en artikel 3, lid 7;

(b)artikel 4, lid 1, artikel 4, lid 2, onder a), g) en h), artikel 4, lid 3 en artikel 4, lid 4;

(c)artikel 5;

(d)artikel 6;

(e)    artikel 7, lid 1, eerste alinea;

(f)    de artikelen 8, 9, 10 en 12;

(g)    deel 3, punt a), van de bijlage.

4.Bij het in regelgeving omzetten van de in lid 3 bedoelde beginselen en procedures:

(a)geven de lidstaten de bijzondere onderhandelingsgroep het recht om, bij een meerderheid van twee derde van zijn leden, die ten minste twee derde van de werknemers vertegenwoordigen, te besluiten van onderhandelingen af te zien of reeds geopende onderhandelingen te beëindigen en zich te verlaten op de regels inzake medezeggenschap die van kracht zijn in de lidstaat van bestemming;

(b)kunnen de lidstaten, wanneer na eerdere onderhandelingen de referentievoorschriften inzake medezeggenschap van toepassing zijn en ongeacht deze referentievoorschriften, besluiten het aantal werknemersvertegenwoordigers in het bestuursorgaan van de omgezette vennootschap te beperken. Wanneer in de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, ten minste een derde van de leden van het toezichthoudend of bestuursorgaan uit werknemersvertegenwoordigers bestond, kan het aantal werknemersvertegenwoordigers in het bestuursorgaan echter nooit worden beperkt tot minder dan een derde van de leden;

(c)dragen de lidstaten er zorg voor dat de regels inzake werknemersmedezeggenschap die vóór de grensoverschrijdende omzetting van toepassing waren, van toepassing blijven tot de datum waarop eventuele nadien overeengekomen regels van kracht worden, of indien er geen regels zijn overeengekomen, tot de datum waarop de referentievoorschriften van kracht worden in overeenstemming met punt a) van deel 3 van de bijlage.

5.De uitbreiding van de medezeggenschapsrechten tot werknemers van de omgezette vennootschap die in andere lidstaten werkzaam zijn, bedoeld in lid 2, onder b), houdt voor de lidstaten die deze keuze maken, geen verplichting in deze werknemers mee te tellen bij de berekening van het drempelaantal werknemers dat volgens het nationale recht aanleiding geeft tot medezeggenschapsrechten.

6.Wanneer de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, onder een stelsel van werknemersmedezeggenschap functioneert, is zij verplicht een rechtsvorm aan te nemen die de uitoefening van medezeggenschapsrechten mogelijk maakt.

7.Wanneer de omgezette vennootschap onder een stelsel van werknemersmedezeggenschap functioneert, is zij verplicht maatregelen te nemen om de bescherming van de medezeggenschapsrechten van de werknemers te verzekeren in geval van volgende grensoverschrijdende of binnenlandse fusie, splitsing of omzetting voor een termijn van drie jaar nadat de grensoverschrijdende omzetting van kracht is geworden, door op overeenkomstige wijze de in de leden 1 tot en met 6 vastgestelde voorschriften toe te passen.

8.De vennootschap stelt haar werknemers onverwijld in kennis van de resultaten van de onderhandelingen over de werknemersmedezeggenschap.

Artikel 86 quaterdecies
Aan de omzetting voorafgaand attest

1.De lidstaten wijzen de instantie aan die bevoegd is om toezicht te houden op de rechtmatigheid van de grensoverschrijdende omzetting wat betreft het gedeelte van de procedure dat door het recht van de lidstaat van vertrek wordt geregeld, en om een aan de omzetting voorafgaand attest af te geven waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden is voldaan en dat alle procedures en formaliteiten in de lidstaat van vertrek correct zijn vervuld.

2.De lidstaten dragen er zorg voor dat de aanvraag van het aan de omzetting voorafgaand attest door de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, vergezeld gaat van:

(a)het in artikel 86 quinquies bedoelde voorstel voor de omzetting;

(b)de in de artikelen 86 sexies, 86 septies en 86 octies bedoelde verslagen, indien noodzakelijk;

(c)informatie over het in artikel 86 decies bedoelde besluit van de algemene vergadering tot goedkeuring van de omzetting.

De krachtens artikel 86 octies ingediende voorstellen en verslagen hoeven niet opnieuw te worden ingediend bij de bevoegde instantie.

3.De lidstaten dragen er zorg voor dat de in lid 2 bedoelde aanvraag, waaronder de indiening van informatie en documenten, volledig online kan worden verricht zonder dat het noodzakelijk is persoonlijk te verschijnen voor de in lid 1 bedoelde bevoegde instantie.

In geval van oprecht vermoeden van fraude op basis van redelijke gronden mogen de lidstaten een fysieke aanwezigheid voor een bevoegde instantie verlangen wanneer informatie en documenten moeten worden ingediend.

4.Om te voldoen aan de in artikel in artikel 86 terdecies vastgestelde regels inzake werknemersmedezeggenschap onderzoekt de lidstaat van vertrek of het in lid 2 van dit artikel bedoelde voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting informatie bevat over de procedures volgens welke de relevante regelingen worden vastgesteld en mogelijke opties voor deze regelingen.

5.In het kader van de beoordeling van de rechtmatigheid bedoeld in lid 1 onderzoekt de bevoegde instantie de volgende informatie:

(a)de in lid 2 bedoelde informatie en documenten;

(b)alle opmerkingen en adviezen die door belanghebbenden zijn ingediend overeenkomstig artikel 86 nonies, lid 1;

(c)een vermelding door de vennootschap dat de in artikel 86 terdecies, leden 3 en 4, bedoelde procedure van start is gegaan, indien van toepassing.

6.De lidstaten dragen er zorg voor dat de overeenkomstig lid 1 aangewezen bevoegde instanties andere instanties met bevoegdheid op de verschillende gebieden met betrekking tot de grensoverschrijdende omzetting kunnen raadplegen.

7.De lidstaten dragen er zorg voor dat de beoordeling door de bevoegde instantie plaatsvindt binnen één maand na de datum van ontvangst van de informatie betreffende de goedkeuring van de omzetting door de algemene vergadering van de vennootschap. Dit leidt tot een van de volgende resultaten:

(a)indien de bevoegde instantie vaststelt dat de grensoverschrijdende omzetting binnen het toepassingsgebied van de nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn valt, dat aan alle voorwaarden is voldaan en dat alle noodzakelijke procedures en formaliteiten zijn vervuld, geeft de bevoegde instantie het aan de omzetting voorafgaand attest af;

(b)indien de bevoegde instantie vaststelt dat de grensoverschrijdende omzetting niet binnen het toepassingsgebied van de nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn valt, geeft de bevoegde instantie het aan de omzetting voorafgaand attest niet af en stelt zij de vennootschap in kennis van de redenen voor haar besluit. Hetzelfde geldt voor situaties waarin de bevoegde instantie vaststelt dat de grensoverschrijdende omzetting niet voldoet aan alle voorwaarden of dat niet alle noodzakelijke procedures en formaliteiten zijn vervuld, en de vennootschap na een verzoek daartoe heeft verzuimd de noodzakelijke stappen te ondernemen;

(c)wanneer de bevoegde instantie ernstig bezorgd is dat de grensoverschrijdende omzetting een kunstmatige regeling kan vormen als bedoeld in artikel 86 quater, lid 3, kan zij besluiten in overeenstemming met artikel 86 quindecies een diepgaande beoordeling te verrichten en stelt zij de vennootschap in kennis van haar besluit en van het daaropvolgende resultaat.

Artikel 86 quindecies
Diepgaande beoordeling

1.De lidstaten dragen er zorg voor dat de bevoegde instantie van de lidstaat van vertrek, om te beoordelen of de grensoverschrijdende omzetting een kunstmatige constructie vormt in de zin van artikel 86 quater, lid 3, een diepgaande beoordeling van alle relevante feiten en omstandigheden verricht en daarbij ten minste het volgende in aanmerking neemt: de kenmerken van de vestiging in de lidstaat van bestemming, waaronder de intentie, de sector, de investering, de netto-omzet en winst of verlies, het aantal werknemers, de samenstelling van de balans, de fiscale woonplaats, de activa en de plaats waar deze zich bevinden, de gebruikelijke werkplek van de werknemers en van specifieke werknemersgroepen, de plaats waar de sociale bijdragen verschuldigd zijn en de commerciële risico’s die de omgezette vennootschap loopt in de lidstaat van bestemming en de lidstaat van vertrek.

Deze elementen mogen in de totaalbeoordeling slechts als indicatieve factoren worden beschouwd en mogen dus niet op zichzelf in aanmerking worden genomen.

2.De lidstaten dragen er zorg voordat wanneer de in lid 1 bedoelde bevoegde instantie tot een diepgaande beoordeling besluit, zij de vennootschap en alle partijen die krachtens artikel 86 nonies, lid 1, onder c), opmerkingen hebben ingediend, kan horen overeenkomstig het nationale recht. De bevoegde instanties bedoeld in lid 1 kunnen ook andere belanghebbende derden horen overeenkomstig het nationale recht. De bevoegde instantie neemt haar definitief besluit met betrekking tot de afgifte van het aan de omzetting voorafgaand attest binnen twee maanden na de aanvang van de diepgaande beoordeling.

Artikel 86 sexdecies
Toetsing en toezending van het aan de omzetting voorafgaand attest

1.De lidstaten dragen er zorg voor dat wanneer de bevoegde instantie van de lidstaat van vertrek geen rechterlijke instantie is, het besluit van de bevoegde instantie om het aan de omzetting voorafgaande attest af te geven of te weigeren aan rechterlijke toetsing wordt onderworpen in overeenstemming met het nationale recht. Voorts dragen de lidstaten er zorg voor dat het aan de omzetting voorafgaand attest pas van kracht wordt na afloop van een bepaalde termijn om partijen in staat te stellen een vordering bij de bevoegde rechter in te stellen en in voorkomend geval voorlopige maatregelen te eisen.

2.De lidstaten dragen er zorg voor dat het besluit om het aan de omzetting voorafgaand attest af te geven aan de in artikel 86 quaterdecies, lid 1, bedoelde instanties wordt verzonden en dat de besluiten om een aan de omzetting voorafgaand attest af te geven of te weigeren beschikbaar worden gesteld via het overeenkomstig artikel 22 ingestelde systeem van gekoppelde registers.

Artikel 86 septdecies
Toezicht op de rechtmatigheid van de grensoverschrijdende omzetting door de lidstaat van bestemming

1.De lidstaten wijzen een instantie aan die bevoegd is om toezicht te houden op de rechtmatigheid van de grensoverschrijdende omzetting wat betreft het gedeelte van de procedure dat door het recht van de lidstaat van bestemming wordt geregeld, en om de grensoverschrijdende omzetting goed te keuren indien deze voldoet aan alle voorwaarden en alle procedures en formaliteiten in de lidstaat van vertrek correct zijn verricht.

De bevoegde instantie van de lidstaat van bestemming draagt er met name zorg voor dat de voorgestelde omgezette vennootschap voldoet aan de bepalingen van het nationale recht inzake de oprichting van vennootschappen en, indien van toepassing, dat de regelingen inzake werknemersmedezeggenschap in overeenstemming met artikel 86 terdecies zijn vastgesteld.

2.Voor de toepassing van lid 1 dient de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, bij de in lid 1 bedoelde instantie het overeenkomstig artikel 86 decies door de algemene vergadering goedgekeurde voorstel voor de grensoverschrijdende omzetting in .

3.Elke lidstaat draagt er zorg voor dat de in lid 1 bedoelde aanvraag door de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, waaronder de indiening van informatie en documenten, volledig online kan worden verricht zonder dat het noodzakelijk is persoonlijk te verschijnen voor de in lid 1 bedoelde bevoegde instantie.

In geval van oprecht vermoeden van fraude op basis van redelijke gronden mogen de lidstaten een fysieke aanwezigheid verlangen voor een bevoegde instantie van een lidstaat waar informatie en documenten moeten worden ingediend.

4.De in lid 1 bedoelde instantie bevestigt onverwijld de ontvangst van het aan de omzetting voorafgaand attest bedoeld in artikel 86 quaterdecies en van de andere informatie en documenten die door het recht van de lidstaat van bestemming vereist zijn. Zij neemt een besluit tot goedkeuring van de grensoverschrijdende omzetting wanneer zij de voorwaarden heeft beoordeeld.

5.Het in lid 4 bedoelde aan de omzetting voorafgaand attest wordt door de in lid 1 bedoelde bevoegde instantie aanvaard als afdoende bewijs dat de procedures en formaliteiten correct zijn vervuld volgens het nationale recht van de lidstaat van vertrek, zonder welke de grensoverschrijdende omzetting niet kan worden goedgekeurd.

Artikel 86 octodecies
Registratie

1.Het recht van de lidstaten van vertrek en bestemming bepaalt met betrekking tot het grondgebied van deze staten op welke wijze de voltooiing van de grensoverschrijdende omzetting openbaar wordt gemaakt in het register.

2.De lidstaten dragen er zorg voor dat ten minste de volgende informatie wordt opgenomen in hun registers die zij openbaar beschikbaar en toegankelijk stellen door middel van het in artikel 22 bedoelde systeem:

(a)het inschrijvingsnummer van de omgezette vennootschap in het register ten gevolge van de grensoverschrijdende omzetting;

(b)de datum van registratie van de omgezette vennootschap in de lidstaat van bestemming;

(c)de datum van de doorhaling of schrapping uit het register van de lidstaat van vertrek van de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat;

(d)het inschrijvingsnummer in de lidstaat van vertrek van de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, en van de omgezette vennootschap in de lidstaat van bestemming.

3.De lidstaten dragen er zorg voor dat het register in de lidstaat van bestemming door middel van het in artikel 22 bedoelde systeem aan het register in de lidstaat van vertrek meedeelt dat de omgezette vennootschap is geregistreerd. De lidstaten dragen er eveneens zorg voor dat de inschrijving van de vennootschap die de omzetting aangaat, onmiddellijk na ontvangst van deze mededeling uit het register wordt verwijderd maar niet eerder.

Artikel 86 novodecies
Datum waarop de grensoverschrijdende omzetting van kracht wordt

De grensoverschrijdende omzetting wordt van kracht op de datum van inschrijving van de omgezette vennootschap in de lidstaat van bestemming, na de controle van de rechtmatigheid en de goedkeuring bedoeld in artikel 86 septdecies.

Artikel 86 vicies
Gevolgen van de grensoverschrijdende omzetting

1.Een grensoverschrijdende omzetting die is aangegaan in overeenstemming met de nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn, heeft de volgende gevolgen:

(a)alle activa en passiva van de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, inclusief alle contracten, kredieten, rechten en verplichtingen, gaan over op en bestaan voort in de omgezette vennootschap;

(b)de deelnemers in de vennootschap die de omzetting is aangegaan, worden deelnemers in de omgezette vennootschap tenzij zij het in artikel 86 undecies, lid 2, bedoelde uitstaprecht uitoefenen;

(c)de rechten en verplichtingen van de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, welke voortvloeien uit arbeidsovereenkomsten of dienstverbanden en bestaan op de datum waarop de grensoverschrijdende omzetting van kracht wordt, gaan door het feit dat de grensoverschrijdende omzetting van kracht wordt, over op de uit de grensoverschrijdende omzetting voortkomende vennootschap op de datum waarop de grensoverschrijdende omzetting van kracht wordt;

(d)de plaats van de statutaire zetel van de omgezette vennootschap in de lidstaat van vertrek kan worden ingeroepen totdat de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, in het register in de lidstaat van vertrek is doorgehaald, tenzij kan worden bewezen dat een derde kennis had, of kennis had moeten nemen, van de statutaire zetel in de lidstaat van bestemming.

2.Activiteiten van de omgezette vennootschap die hebben plaatsgevonden na de datum van de inschrijving in de lidstaat van bestemming en vóór de doorhaling in het register in de lidstaat van vertrek van de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, worden behandeld als activiteiten van de omgezette vennootschap.

3.De omgezette vennootschap is aansprakelijk voor verliezen ten gevolge van verschillen tussen de nationale rechtsstelsels van de lidstaten van vertrek en bestemming, wanneer een contractsluitende partij of een tegenpartij van de vennootschap die de grensoverschrijdende omzetting aangaat, door deze vennootschap niet over de grensoverschrijdende omzetting is geïnformeerd vóór de sluiting van dat contract.

Artikel 86 unvicies
Aansprakelijkheid van de onafhankelijke deskundigen

De lidstaten stellen regels vast die ten minste voorzien in de civielrechtelijke aansprakelijkheid van de onafhankelijke deskundigen die belast zijn met het opstellen van de in de artikelen 86 octies en 86 duodecies, lid 2, onder a), bedoelde verslagen, met inbegrip van regels betreffende tekortkomingen bij de uitoefening van hun taak.

Artikel 86 duovicies
Geldigheid

Een grensoverschrijdende omzetting die overeenkomstig de procedures tot omzetting van deze richtlijn van kracht is geworden, kan niet worden nietigverklaard.

________

(*)    Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 190).

(**)    Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36).”in artikel 119 wordt punt 2 als volgt gewijzigd:

(e)onder c) wordt aan het einde het volgende toegevoegd "; of";

(f)het volgende punt d) wordt toegevoegd:

"d)    de activa en passiva van een of meer vennootschappen bij de ontbinding zonder vereffening in hun geheel op een andere, reeds bestaande vennootschap — de overnemende vennootschap — overgaan, zonder uitgifte van nieuwe aandelen door de overnemende vennootschap, mits alle aandelen in de fuserende vennootschappen rechtstreeks of middellijk in handen zijn van één persoon of de deelnemers in de fuserende vennootschappen hun aandelen in alle fuserende vennootschappen in dezelfde verhouding aanhouden.";

(4)in artikel 120 wordt lid 4 vervangen door:

"4.    De lidstaten zorgen ervoor dat dit hoofdstuk niet van toepassing is op de vennootschap of vennootschappen wanneer:

(a)ten aanzien van deze vennootschap of vennootschappen een ontbindings-, vereffenings- of insolventieprocedure is ingesteld;

(b)    ten aanzien van de vennootschap een preventieve herstructureringsprocedure is ingeleid omdat insolventie waarschijnlijk is;

(c)    een staking van betaling gaande is;

(d)    ten aanzien van de vennootschap gebruik wordt gemaakt van afwikkelingsinstrumenten, -bevoegdheden en -mechanismen waarin titel IV van Richtlijn 2014/59/EU voorziet;

(e)    de nationale instanties preventieve maatregelen hebben genomen om te vermijden dat de onder a), b) of d) bedoelde procedures worden ingeleid.";

(5)artikel 121 wordt als volgt gewijzigd:

(a)in lid 1 wordt punt a) geschrapt;

(b)lid 2 wordt vervangen door:

"2. De in lid 1, onder b), bedoelde bepalingen en formaliteiten betreffen in het bijzonder de bepalingen en formaliteiten die betrekking hebben op het besluitvormingsproces in verband met de fusie en de bescherming van werknemers wat de andere rechten betreft dan die welke bij artikel 133 worden geregeld";

(6)artikel 122 wordt als volgt gewijzigd:

(a)punt i) wordt vervangen door:

"i) de oprichtingsakte of oprichtingsakten van de uit de grensoverschrijdende fusie ontstane vennootschap";

(b)de volgende punten m) en n) worden toegevoegd:

"m)    details van het aanbod tot vergoeding in geld voor deelnemers in de vennootschap die zich tegen de grensoverschrijdende fusie verzetten, overeenkomstig artikel 126 bis;

n)    details van de waarborgen voor schuldeisers.";

(c)de volgende tweede alinea wordt toegevoegd:

"De lidstaten staan toe dat de fuserende vennootschappen naast de officiële taal van elke lidstaat van de fuserende vennootschappen een taal gebruiken die in de internationale zakelijke en financiële wereld gebruikelijk is voor het opstellen van het gemeenschappelijk voorstel voor een grensoverschrijdende fusie en van alle andere desbetreffende documenten. De lidstaten bepalen welke taal voorrang heeft in geval van verschillen tussen de diverse taalversies van die documenten.";

(7)het volgende artikel 122 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 122 bis
Boekhouddatum 

1.Wanneer de uit de grensoverschrijdende fusie ontstane vennootschap jaarlijkse financiële overzichten opstelt overeenkomstig de bij Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad(*) vastgestelde internationale standaarden voor jaarrekeningen, wordt de datum vanaf welke de handelingen van de fuserende vennootschappen worden geacht voor rekening van de uit de grensoverschrijdende fusie ontstane vennootschap te zijn verricht, overeenkomstig vorengenoemde standaarden vastgesteld.

Onverminderd de eerste alinea is de in het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie vermelde boekhouddatum de in artikel 129 bedoelde datum waarop de grensoverschrijdende fusie van kracht wordt, tenzij de fuserende vennootschappen een andere datum vaststellen om het fusieproces te vergemakkelijken. In dat geval voldoet de boekhouddatum aan de volgende vereisten:

(a)hij valt niet vóór de datum van de balans van de laatste door een van de fuserende vennootschappen opgestelde en bekendgemaakte jaarlijkse financiële overzichten;

(b)hij maakt het de uit de grensoverschrijdende fusie ontstane vennootschap mogelijk haar jaarlijkse financiële overzichten, waarin rekening is gehouden met de gevolgen van de fusie, in overeenstemming met het recht van de Unie en het recht van de lidstaten op te stellen op de balansdatum onmiddellijk na de datum waarop de grensoverschrijdende fusie van kracht wordt.

2.De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde datum boekhoudkundig wordt beschouwd als de datum vanaf welke de handelingen van de fuserende vennootschappen door het nationale recht van alle fuserende vennootschappen worden geacht voor rekening van de uit de grensoverschrijdende fusie ontstane vennootschap te zijn verricht.

3.De lidstaten zorgen ervoor dat voor de erkenning en waardering van de ingevolge de grensoverschrijdende fusie door overneming over te dragen activa en passiva in de financiële overzichten vanaf de in lid 1 bepaalde datum het boekhoudstelsel van de overnemende vennootschap door alle fuserende vennootschappen als gemeenschappelijke basis wordt gebruikt.

_______

(*)    Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (PB L 243 van 11.9.2002, blz. 1).";

(8)de artikelen 123 en 124 worden vervangen door:

"Artikel 123
Openbaarmaking

1.De lidstaten zorgen ervoor dat het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie ten minste één maand vóór de datum van de algemene vergadering die daarover een besluit moet nemen, openbaar wordt gemaakt en voor het publiek beschikbaar wordt gesteld in hun respectieve in artikel 16 bedoelde nationale registers. Dit gemeenschappelijk voorstel is ook toegankelijk via het in artikel 22 bedoelde systeem.

2.De lidstaten kunnen fuserende vennootschappen vrijstellen van de in lid 1 bedoelde verplichting indien die vennootschappen gedurende een ononderbroken periode die aanvangt ten minste een maand vóór de datum van de algemene vergadering waarop het besluit over het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie moet worden genomen en die niet eerder eindigt dan de sluiting van die vergadering, het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie op hun website gratis openbaar maken.

De lidstaten mogen evenwel geen verplichtingen verbinden aan of beperkingen stellen aan die vrijstelling, behalve om de veiligheid van de website en de authenticiteit van de documenten te waarborgen, tenzij en alleen voor zover zij evenredig zijn met de te verwezenlijken doelstellingen.

3.Wanneer fuserende vennootschappen het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie openbaar maken overeenkomstig lid 2 van dit artikel, wordt onderstaande informatie ten minste één maand vóór de datum van de algemene vergadering die daarover een besluit moet nemen openbaar gemaakt in de respectieve in artikel 16 bedoelde nationale registers:

(a)de rechtsvorm, de naam en de statutaire zetel van elke fuserende vennootschap en de voor elke nieuw opgerichte vennootschap voorgestelde rechtsvorm, naam en statutaire zetel;

(b)het register waarbij voor elke fuserende vennootschap de in artikel 14 bedoelde akten zijn neergelegd, en het nummer van inschrijving in dat register;

(c)de vermelding, voor elke fuserende vennootschap, van de regelingen die voor de uitoefening van de rechten van de schuldeisers, werknemers en deelnemers in de vennootschap zijn getroffen;

(d)details van de website waarop het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie en volledige informatie over de onder c) bedoelde regelingen gratis kunnen worden verkregen.

4.De lidstaten zorgen ervoor dat de in de leden 1 en 3 bedoelde vereisten volledig online kunnen worden vervuld zonder dat een persoonlijke aanmelding bij bevoegde instanties in een van de betrokken lidstaten nodig is.

In geval van een oprecht vermoeden van fraude op basis van redelijke gronden kunnen de lidstaten evenwel een fysieke aanmelding bij een bevoegde instantie verlangen.

5.Wanneer de fusie in overeenstemming met artikel 126, lid 3, niet hoeft te worden goedgekeurd door de algemene vergadering van de overnemende vennootschap, gebeurt de in de leden 1, 2 en 3 van dit artikel bedoelde openbaarmaking ten minste één maand vóór de datum van de algemene vergadering van de andere fuserende vennootschap of vennootschappen.

6.Naast de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde openbaarmaking kunnen de lidstaten verlangen dat het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie of de in lid 3 bedoelde informatie in hun nationale publicatieblad wordt bekendgemaakt. In dat geval zorgen de lidstaten ervoor dat de in artikel 16 bedoelde registers alle relevante informatie doorzenden aan het nationale publicatieblad.

7.De lidstaten zorgen ervoor dat het openbaar gemaakte gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie en de in lid 3 bedoelde informatie gratis toegankelijk is voor het publiek. Voorts zorgen de lidstaten ervoor dat de vergoedingen die de registers de fuserende vennootschappen in rekening brengen voor de in de leden 1 en 3 bedoelde openbaarmaking en, in voorkomend geval, voor de in lid 6 bedoelde bekendmaking, niet hoger zijn dan de administratieve kosten van de dienstverlening.

Artikel 124
Verslag van het leidinggevende of bestuursorgaan aan de deelnemers in de vennootschap

1.Het leidinggevende of bestuursorgaan van elke fuserende vennootschap stelt een verslag op waarin de wettelijke en economische aspecten van de grensoverschrijdende fusie worden toegelicht en verantwoord.

2.In het in lid 1 bedoelde verslag wordt met name toelichting gegeven over:

(a)de gevolgen van de grensoverschrijdende fusie voor de toekomstige activiteiten van de uit de fusie ontstane vennootschap en voor het strategisch plan van het management;

(b)een toelichting en rechtvaardiging van de ruilverhouding van de aandelen;

(c)een beschrijving van eventuele bijzondere moeilijkheden bij de waardering;

(d)    de gevolgen van de grensoverschrijdende fusie voor de deelnemers in de vennootschap;

(e)    de rechten en rechtsmiddelen die beschikbaar zijn voor deelnemers in de vennootschap die zich verzetten tegen de omzetting, in overeenstemming met artikel 126 bis.

3.Het verslag wordt de deelnemers in elke fuserende vennootschap uiterlijk één maand vóór de datum van de in artikel 126 bedoelde algemene vergadering ten minste elektronisch beschikbaar gesteld. Het verslag wordt op dezelfde wijze beschikbaar gesteld aan de vertegenwoordigers van de werknemers van elke fuserende vennootschap of, indien er geen vertegenwoordigers zijn, aan de werknemers zelf. Wanneer de fusie in overeenstemming met artikel 126, lid 3, niet hoeft te worden goedgekeurd door de algemene vergadering van de overnemende vennootschap, wordt het verslag ten minste één maand vóór de datum van de algemene vergadering aan de andere fuserende vennootschap of vennootschappen beschikbaar gesteld.

4.Het in lid 1 bedoelde verslag is evenwel niet vereist wanneer alle deelnemers in de fuserende vennootschappen ermee instemden af te zien van dit vereiste.";

(9)het volgende artikel 124 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 124 bis
Verslag van het leidinggevende of bestuursorgaan aan de werknemers

1.Het leidinggevende of bestuursorgaan van elke fuserende vennootschap stelt een verslag op waarin de gevolgen van de grensoverschrijdende fusie voor de werknemers worden toegelicht.

2.In het in lid 1 bedoelde verslag wordt met name toelichting gegeven over:

(a)de gevolgen van de grensoverschrijdende fusie voor de toekomstige activiteiten van de vennootschap en voor het strategisch plan van het management;

(b)    de gevolgen van de grensoverschrijdende fusie voor het waarborgen van de dienstverbanden;

(c)    belangrijke wijzigingen in de arbeidsomstandigheden en in de vestigingsplaatsen van de vennootschappen;

(d)de vraag of de onder a), b) en c) bedoelde factoren ook betrekking hebben op dochterondernemingen van de fuserende vennootschappen.

3.Het in lid 1 van dit artikel bedoelde verslag wordt de vertegenwoordigers van de werknemers van elke fuserende vennootschap, of, indien er geen vertegenwoordigers zijn, de werknemers zelf uiterlijk één maand vóór de datum van de in artikel 126 bedoelde algemene vergadering ten minste elektronisch beschikbaar gesteld. Het verslag wordt op dezelfde wijze beschikbaar gesteld aan de deelnemers in elke fuserende vennootschap.

Wanneer de fusie in overeenstemming met artikel 126, lid 3, niet hoeft te worden goedgekeurd door de algemene vergadering van de overnemende vennootschap, wordt het verslag ten minste één maand vóór de datum van de algemene vergadering van de andere fuserende vennootschap of vennootschappen beschikbaar gesteld.

4.Wanneer het leidinggevende of bestuursorgaan van één of meer van de fuserende vennootschappen tijdig een advies ontvangt van de vertegenwoordigers van hun werknemers of, indien er geen vertegenwoordigers zijn, van de werknemers zelf, zoals bepaald in de nationale wetgeving, worden de deelnemers in de vennootschap daarvan op de hoogte gebracht en wordt dit advies aan het verslag gehecht.

5.Wanneer de fuserende vennootschappen, en in voorkomend geval hun dochterondernemingen, geen andere werknemers hebben dan die welke tot de leidinggevende of beheersorganen behoren, hoeft het in lid 1 bedoelde verslag evenwel niet te worden opgesteld.

6.Het verslag wordt ingediend onverminderd de toepasselijke voorlichtings- en raadplegingsrechten en -procedures die op nationaal niveau zijn ingesteld na de omzetting van de Richtlijnen 2001/23/EG, 2002/14/EG of 2009/38/EG.";

(10)in artikel 125, lid 1, wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:

"Bij de beoordeling van de onafhankelijkheid van de deskundige houden de lidstaten rekening met het in de artikelen 22 en 22 ter van Richtlijn 2006/43/EG ingestelde rechtskader.";

(11)artikel 126 wordt als volgt gewijzigd:

(a)lid 1 wordt vervangen door:

"1. Na kennisneming van de verslagen als bedoeld in de artikelen 124, 124 bis en 125, al naargelang het geval, beslist de algemene vergadering van elke fuserende vennootschap door middel van een besluit over de goedkeuring van het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie.";

(b)het volgende lid 4 wordt toegevoegd:

"4. De lidstaten zorgen ervoor dat het in lid 1 bedoelde besluit tot goedkeuring van een grensoverschrijdende fusie niet uitsluitend op de volgende gronden bij de bevoegde instantie kan worden aangevochten:

(a)de in artikel 122, onder b), bedoelde ruilverhouding van de aandelen is niet adequaat vastgesteld;

(b)de in artikel 122, onder m), bedoelde vergoeding in geld is niet adequaat vastgesteld;

(c)de totale waarde van de aan een deelnemer in de vennootschap toegewezen aandelen stemt niet overeen met de waarde van de door hem aangehouden aandelen in de vennootschap die wordt gefuseerd.";

(12)de volgende artikelen 126 bis en 126 ter worden ingevoegd:

"Artikel 126 bis
Bescherming van de deelnemers in de vennootschap

1.De lidstaten zorgen ervoor dat de volgende deelnemers in de fuserende vennootschappen het recht hebben hun aandelen te vervreemden onder de in de leden 2 tot en met 6 vastgestelde voorwaarden:

(a)de deelnemers in de vennootschap die aandelen met stemrecht bezitten en die niet stemden voor de goedkeuring van het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie;

(b)de deelnemers in de vennootschap die aandelen zonder stemrecht bezitten.

2.De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 van dit artikel bedoelde deelnemers in de vennootschap hun aandelen kunnen vervreemden in ruil voor een adequate vergoeding in geld die, nadat de grensoverschrijdende fusie van kracht is geworden, overeenkomstig artikel 129 wordt betaald aan een of meer van de volgende partijen:

(a)de betrokken fuserende vennootschappen;

(b)de overblijvende deelnemers in de betrokken fuserende vennootschappen;

(c)derden, met instemming van de betrokken fuserende vennootschappen.

3.De lidstaten zorgen ervoor dat elke fuserende vennootschap de in lid 1 van dit artikel bedoelde deelnemers in de vennootschap die hun recht op vervreemding van hun aandelen wensen uit te oefenen, in het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie een adequate vergoeding in geld als bedoeld in artikel 122, lid 1, onder m), aanbieden. De lidstaten stellen ook de periode voor de aanvaarding van het aanbod vast, die in geen geval langer mag zijn dan een maand na de in artikel 126 bedoelde algemene vergadering of, wanneer de goedkeuring door de algemene vergadering niet vereist is, niet langer dan twee maanden na de openbaarmaking van het in artikel 123 bedoelde gemeenschappelijk voorstel voor een grensoverschrijdende fusie. De lidstaten zorgen er voorts voor dat de fuserende vennootschappen een aanbod kunnen aanvaarden dat elektronisch naar een door de vennootschappen daartoe aangewezen adres is verzonden.

De verwerving van eigen aandelen door de fuserende vennootschappen laat de nationale regelingen inzake de verwerving van eigen aandelen door een vennootschap evenwel onverlet.

4.De lidstaten zorgen ervoor dat het aanbod tot vergoeding in geld afhankelijk wordt gesteld van de voorwaarde dat de grensoverschrijdende fusie overeenkomstig artikel 129 van kracht wordt. De lidstaten stellen voorts de termijn voor de betaling van de vergoeding in geld vast, die in geen geval langer mag zijn dan een maand nadat de grensoverschrijdende fusie van kracht is geworden.

5.De overeenkomstig artikel 125 aangewezen onafhankelijke deskundige gaat na of de vergoeding in geld adequaat is. De deskundige houdt rekening met de marktprijs van die aandelen in de fuserende vennootschappen vóór de aankondiging van het fusievoorstel, alsook met de waarde van de vennootschap, exclusief de gevolgen van de voorgestelde fusie, zoals bepaald volgens algemeen aanvaarde waarderingsmethoden.

6.De lidstaten zorgen ervoor dat deelnemers die het in lid 3 bedoelde aanbod tot vergoeding in geld hebben aanvaard, maar van oordeel zijn dat die vergoeding niet adequaat is vastgesteld, het recht hebben binnen een maand na de aanvaarding van het aanbod een nationale rechtbank te verzoeken dat de vergoeding in geld wordt herberekend.

7.De lidstaten zorgen ervoor dat de in de leden 1 tot en met 6 bedoelde rechten worden geregeld door het nationale recht van de lidstaat waaronder een fuserende vennootschap valt, en dat de rechtbanken van die lidstaat bevoegd zijn. Deelnemers in de vennootschap die het aanbod tot vergoeding in geld voor de verwerving van hun aandelen hebben aanvaard, hebben het recht een procedure als bedoeld in lid 6 in te leiden of eraan deel te nemen.

8.De lidstaten zorgen er ook voor dat deelnemers in de fuserende vennootschappen die zich niet hebben verzet tegen de grensoverschrijdende fusie, maar van oordeel zijn dat de ruilverhouding van de aandelen niet adequaat is, de in het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie vastgestelde ruilverhouding van de aandelen als bedoeld in artikel 122 binnen een maand nadat de grensoverschrijdende fusie van kracht is geworden, kunnen aanvechten voor een nationale rechtbank.

9.De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer een nationale rechtbank oordeelt dat een ruilverhouding van de aandelen niet adequaat is vastgesteld, de rechtbank de bevoegdheid heeft om de uit de grensoverschrijdende fusie ontstane vennootschap te gelasten een vergoeding te betalen aan de deelnemers in de vennootschap die de ruilverhouding met succes hebben aangevochten. Die vergoeding bestaat in een bijbetaling in geld die wordt berekend op basis van een adequate, door de rechtbank vastgestelde ruilverhouding voor de effecten of aandelen. De nationale rechtbank moet bevoegd zijn om, op verzoek van een van die deelnemers in de vennootschap of van de fuserende vennootschappen, de uit de grensoverschrijdende fusie ontstane vennootschap te gelasten extra aandelen beschikbaar te stellen in plaats van de bijbetaling in geld.

10.De lidstaten zorgen ervoor dat de verplichting om een aanvullende vergoeding in geld te betalen of extra aandelen beschikbaar te stellen, wordt geregeld door het recht dat van toepassing is op de uit de grensoverschrijdende fusie ontstane vennootschap.

Artikel 126 ter
Bescherming van de schuldeisers

1.De lidstaten kunnen verlangen dat het leidinggevende of bestuursorgaan van de fuserende vennootschap in het in artikel 122 bedoelde gemeenschappelijk voorstel voor een grensoverschrijdende fusie een verklaring opneemt waarin de financiële toestand van de vennootschap nauwkeurig wordt weergegeven. In de verklaring wordt aangegeven dat er volgens het leidinggevende of bestuursorgaan van de vennootschap op basis van de informatie waarover het beschikte op de datum van die verklaring en na redelijke verzoeken om inlichtingen geen reden is waarom de uit de fusie ontstane vennootschap niet in staat zou zijn aan haar verplichtingen te voldoen wanneer die opeisbaar worden. De verklaring wordt niet eerder afgegeven dan één maand voordat het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie overeenkomstig artikel 123 openbaar wordt gemaakt.

2.De lidstaten zorgen ervoor dat de schuldeisers van de fuserende vennootschappen die geen genoegen nemen met de bescherming van hun belangen in het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende fusie overeenkomstig artikel 122, lid 1, onder n), de bevoegde administratieve of gerechtelijke instantie binnen een maand na de in artikel 123 bedoelde openbaarmaking om passende waarborgen kunnen verzoeken.

3.De schuldeisers van de fuserende vennootschappen worden geacht niet te worden geschaad door een grensoverschrijdende fusie wanneer zich een van de volgende omstandigheden voordoet:

(a)wanneer de fuserende vennootschappen samen met het voorstel voor een grensoverschrijdende fusie een onafhankelijk deskundigenverslag openbaar maken waarin is geconcludeerd dat redelijkerwijs niet te verwachten is dat de rechten van de schuldeisers overmatig zouden worden geschaad. De onafhankelijke deskundige moet door de bevoegde instantie worden aangewezen of toegelaten en voldoen aan de vereisten van artikel 125, lid 1;

(b)wanneer schuldeisers een recht van betaling wordt aangeboden, hetzij ten aanzien van een derde garantiegever, hetzij ten aanzien van de uit de fusie ontstane onderneming, voor ten minste de waarde van hun oorspronkelijke vordering, dat voor dezelfde rechtbank kan worden gebracht als hun oorspronkelijke vordering, en waarvan de kredietkwaliteit ten minste overeenkomt met de oorspronkelijke vordering van de schuldeiser onmiddellijk na de voltooiing van de fusie.

4.De leden 1, 2 en 3 laten de toepassing van de nationale wetgeving van de lidstaat van de fuserende vennootschappen met betrekking tot het verrichten en waarborgen van aan publiekrechtelijke lichamen verschuldigde betalingen onverlet.";

(13)artikel 127 wordt als volgt gewijzigd:

(a)in lid 1 wordt de volgende alinea toegevoegd:

"De lidstaten zorgen ervoor dat de aanvraag van de fuserende vennootschappen voor de afgifte van een aan de fusie voorafgaand attest, met inbegrip van informatie en documenten, volledig online kan worden ingevuld zonder dat een persoonlijke aanmelding bij de in lid 1 bedoelde bevoegde instanties nodig is.

In geval van een oprecht vermoeden van fraude op basis van redelijke gronden kunnen de lidstaten evenwel verlangen dat de betrokkene zich fysiek meldt bij een bevoegde instantie waaraan de betrokken informatie en documenten moeten worden overgelegd.";

(b)in lid 2 wordt de volgende alinea toegevoegd:

"De lidstaten zorgen ervoor dat het attest aan de in artikel 128, lid 1, bedoelde instanties wordt toegezonden door middel van het systeem van gekoppelde registers als bedoeld in artikel 22.";

(c)lid 3 wordt geschrapt;

(14)artikel 128 wordt als volgt gewijzigd:

(a)lid 2 wordt vervangen door:

"2.     Voor de toepassing van lid 1 van dit artikel legt elke fuserende vennootschap het overeenkomstig artikel 126 door de algemene vergadering goedgekeurde gemeenschappelijk voorstel voor een grensoverschrijdende fusie voor aan de in genoemd lid bedoelde instantie.

(b)de volgende leden 3 en 4 worden toegevoegd:

"3.    Elke lidstaat zorgt ervoor dat het verzoek van een van de fuserende vennootschappen tot afsluiting van de in lid 1 bedoelde procedure, met inbegrip van informatie en documenten, volledig online kan worden ingevuld zonder dat een persoonlijke aanmelding bij de bevoegde instanties nodig is.

In geval van een oprecht vermoeden van fraude op basis van redelijke gronden kunnen de lidstaten evenwel maatregelen nemen op grond waarvan de betrokkene zich fysiek moet aanmelden bij de bevoegde instantie van de lidstaat waarin de betrokken informatie en documenten moeten worden ingediend.

4.    Aan de fusie voorafgaande attesten als bedoeld in artikel 127, lid 2, worden door een bevoegde instantie van de lidstaat van een uit de grensoverschrijdende fusie ontstane vennootschap aanvaard als afdoend bewijs dat de aan de fusie voorafgaande handelingen en formaliteiten correct zijn verricht in de respectieve lidstaat of lidstaten. Het attest wordt door de bevoegde instantie of instanties van de fuserende vennootschappen gedeeld met de bevoegde instantie van de lidstaat van de uit de fusie ontstane vennootschap via het systeem van gekoppelde registers als bedoeld in artikel 22.";

(15)artikel 131 wordt als volgt gewijzigd:

(a)in lid 1 wordt punt a) vervangen door:

"a)    het vermogen van de overgenomen vennootschap, inclusief alle contracten, kredieten, rechten en verplichtingen, gaat in zijn geheel over op en blijft in de overnemende vennootschap;";

(b)in lid 2 wordt punt a) vervangen door:

"a)    het vermogen van de fuserende vennootschappen, daaronder begrepen alle contracten, kredieten, rechten en verplichtingen, gaat in zijn geheel over op en blijft in de nieuwe vennootschap;";

(16)artikel 132 wordt als volgt gewijzigd:

(a)lid 1 wordt vervangen door:

"1. Wanneer een grensoverschrijdende fusie via overneming wordt aangegaan door hetzij een vennootschap die alle aandelen en andere effecten bezit waaraan stemrecht in de algemene vergadering van de overgenomen vennootschap of vennootschappen is verbonden, hetzij een persoon die alle aandelen in de overnemende vennootschap en in de overgenomen vennootschappen rechtstreeks of middellijk in handen heeft, en de overnemende vennootschap geen aandelen toekent in het kader van de fusie:

zijn artikel 122, onder b), c), e) en m), artikel 125 en artikel 131, lid 1, onder b), niet van toepassing;

zijn artikel 124 en artikel 126, lid 1, niet van toepassing op de overgenomen vennootschap of vennootschappen.";

(b)het volgende lid 3 wordt toegevoegd:

"3. Wanneer de wetgeving van de lidstaten van alle fuserende vennootschappen voorziet in een uitzondering op het vereiste van de goedkeuring door de algemene vergadering overeenkomstig artikel 126, lid 3, en overeenkomstig lid 1 van dit artikel, worden het gemeenschappelijk voorstel voor een grensoverschrijdende fusie, respectievelijk de in artikel 123, leden 1, 2 en 3 bedoelde informatie en de in de artikelen 124 en 124 bis bedoelde verslagen ten minste één maand vóór de datum van het door de vennootschap overeenkomstig het nationale recht genomen besluit over de fusie beschikbaar gesteld.";

(17)artikel 133 wordt als volgt gewijzigd:

(a)lid 7 wordt vervangen door:

"7. Wanneer de uit de grensoverschrijdende fusie ontstane vennootschap werkt met een stelsel van werknemersmedezeggenschap, is de vennootschap verplicht maatregelen te nemen om de medezeggenschapsrechten van de werknemers te beschermen in geval van eventuele daaropvolgende grensoverschrijdende of binnenlandse fusies, splitsingen of omzettingen gedurende een periode van drie jaar nadat de grensoverschrijdende fusie van kracht is geworden, door de in de leden 1 tot en met 6 vastgestelde voorschriften op overeenkomstige wijze toe te passen.";

(b)het volgende lid 8 wordt toegevoegd:

"8. Een vennootschap deelt haar werknemers mee of zij ervoor kiest de referentievoorschriften inzake medezeggenschap als bedoeld in lid 3, onder h), toe te passen, dan wel of zij onderhandelingen aangaat in de bijzondere onderhandelingsgroep. In het laatste geval stelt de vennootschap haar werknemers onverwijld in kennis van de uitkomst van de onderhandelingen.";

(18)het volgende artikel 133 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 133 bis
Aansprakelijkheid van de onafhankelijke deskundigen

De lidstaten stellen regels vast met betrekking tot de civielrechtelijke aansprakelijkheid van de onafhankelijke deskundigen die belast zijn met de opstelling van het in artikel 125 en artikel 126 ter, lid 2, onder a), bedoelde verslag, met inbegrip van regels betreffende tekortkomingen bij de uitoefening van hun taak.

(19)In titel II wordt het volgende hoofdstuk IV toegevoegd:

"HOOFDSTUK IV

Grensoverschrijdende splitsingen van kapitaalvennootschappen

Artikel 160 bis
Toepassingsgebied

1.Dit hoofdstuk is van toepassing op de grensoverschrijdende splitsing van een kapitaalvennootschap die in overeenstemming met de wetgeving van een lidstaat zijn opgericht en die haar statutaire zetel, haar hoofdbestuur of haar hoofdvestiging binnen de Unie heeft, indien ten minste twee van de bij de splitsing betrokken vennootschappen onder de wetgeving van verschillende lidstaten ressorteren (hierna "grensoverschrijdende splitsing" genoemd).

2.De lidstaten nemen de nodige maatregelen om een procedure in te stellen voor een grensoverschrijdende splitsing als bedoeld in lid 1.

Artikel 160 ter
Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

(1)"kapitaalvennootschap" hierna "vennootschap" genoemd: een vennootschap in de zin van bijlage II;

(2)"gesplitste vennootschap": een vennootschap die in het kader van een grensoverschrijdende splitsing haar activa en passiva in hun geheel op een of meer vennootschappen overdraagt, of, in geval van een gedeeltelijke splitsing, een deel van haar activa en passiva op een of meer vennootschappen overdraagt;

(3)"splitsing": een handeling waarbij hetzij:

(a) een gesplitste vennootschap, die is ontbonden zonder in vereffening te gaan, haar activa en passiva in hun geheel overdraagt aan twee of meer nieuw opgerichte vennootschappen (hierna "de verkrijgende vennootschappen" genoemd), tegen uitreiking aan de deelnemers in de gesplitste vennootschap van effecten of aandelen in de verkrijgende vennootschappen, en eventueel met een bijbetaling in geld van niet meer dan 10 % van de nominale waarde van die effecten of aandelen of, bij gebreke daarvan, van de fractiewaarde van hun effecten of aandelen (hierna "volledige splitsing" genoemd);

(b)een gesplitste vennootschap een deel van haar activa en passiva in hun geheel overdraagt aan één of meer nieuw opgerichte vennootschappen (hierna "de verkrijgende vennootschappen" genoemd), tegen uitreiking aan de deelnemers in de gesplitste vennootschap van effecten of aandelen in de verkrijgende vennootschappen of in de gesplitste vennootschap of in zowel de verkrijgende vennootschappen als de gesplitste vennootschap, en eventueel met een bijbetaling in geld van niet meer dan 10 % van de nominale waarde van die effecten of aandelen of, bij gebreke daarvan, van de fractiewaarde van hun effecten of aandelen (hierna "gedeeltelijke splitsing" genoemd).

Artikel 160 quater
Verdere bepalingen betreffende het toepassingsgebied

1.Onverminderd artikel 160 ter, lid 3, geldt dit hoofdstuk ook voor grensoverschrijdende splitsingen wanneer de nationale wetgeving van tenminste één van de betrokken lidstaten toelaat dat de in artikel 160 ter, lid 3, onder a) en b), bedoelde bijbetaling in geld meer dan 10 % bedraagt van de nominale waarde of, bij gebreke daarvan, van de fractiewaarde van de effecten of aandelen die het kapitaal van de verkrijgende vennootschappen vertegenwoordigen.

2.De lidstaten kunnen besluiten dit hoofdstuk niet toe te passen op grensoverschrijdende splitsingen waarbij een coöperatieve vennootschap betrokken is, zelfs als die onder de definitie van "kapitaalvennootschap" in artikel 160 ter, lid 1, valt.

3.Dit hoofdstuk geldt niet voor grensoverschrijdende splitsingen waarbij een vennootschap is betrokken waarvan het doel is de collectieve belegging van uit het publiek aangetrokken kapitaal, met toepassing van het beginsel van risicospreiding en waarvan de rechten van deelneming op verzoek van de houders ten laste van de activa van die vennootschap direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald. Met dergelijke inkopen of terugbetalingen wordt gelijkgesteld ieder handelen van een dergelijke vennootschap om te voorkomen dat de waarde van haar deelnemingsrechten ter beurze aanzienlijk afwijkt van de intrinsieke waarde.

Artikel 160 quinquies
Voorwaarden betreffende grensoverschrijdende fusies

1.De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer een vennootschap voornemens is een grensoverschrijdende splitsing te verrichten, de lidstaat van de gesplitste vennootschap en van de verkrijgende vennootschap of vennootschappen nagaat of de grensoverschrijdende splitsing voldoet aan de voorwaarden van lid 2.

2.Een vennootschap mag geen grensoverschrijdende splitsing verrichten wanneer:

(a)tegen de vennootschap een procedure voor ontbinding, vereffening of insolventie is gestart;

(b)ten aanzien van de vennootschap is een preventieve herstructureringsprocedure loopt omdat er kans op insolventie is;

(c)    er een staking van betaling is;

(d)ten aanzien van de vennootschap gebruik wordt gemaakt van afwikkelingsinstrumenten, -bevoegdheden en -mechanismen waarin titel IV van Richtlijn 2014/59/EU voorziet;

(e)de nationale instanties preventieve maatregelen hebben genomen om te vermijden dat de onder a), b) of d) bedoelde procedures worden ingeleid.

3.De lidstaat van de gesplitste vennootschap zorgt ervoor dat de bevoegde instantie de splitsing niet toestaat wanneer zij na onderzoek van het specifieke geval en rekening houdend met alle relevante feiten en omstandigheden vaststelt dat de splitsing een kunstmatige constructie vormt met als doel onterechte belastingvoordelen te verkrijgen of wettelijke of contractuele rechten van werknemers, schuldeisers of deelnemers in de vennootschap onnodig te schaden.

4.De nationale wetgeving van de lidstaat van de gesplitste vennootschap regelt het deel van de procedures en formaliteiten die in verband met de grensoverschrijdende splitsing in acht moeten worden genomen om het aan de splitsing voorafgaande attest te verkrijgen, en de nationale wetgeving van de lidstaten van de verkrijgende vennootschappen regelen het deel van de procedures en formaliteiten die overeenkomstig het Unierecht in acht moeten worden genomen na ontvangst van het aan de splitsing voorafgaande attest.

Artikel 160 sexies
Voorstel voor grensoverschrijdende splitsingen

1.Het leidinggevende of bestuursorgaan van de gesplitste vennootschap stelt een voorstel voor een grensoverschrijdende splitsing op. In dit voorstel worden ten minste vermeld:

(a)de voor de nieuwe uit de grensoverschrijdende splitsing ontstane vennootschap of vennootschappen voorgestelde rechtsvorm, naam en statutaire zetel;

(b)de ruilverhouding van de effecten of aandelen die het kapitaal vertegenwoordigen en, in voorkomend geval, het bedrag van de bijbetaling in geld;

(c)de wijze van uitreiking van de effecten of aandelen die het kapitaal van de verkrijgende vennootschappen of van de gesplitste vennootschap vertegenwoordigen;

(d)het voorgestelde tijdschema voor de grensoverschrijdende splitsing;

(e)de waarschijnlijke gevolgen van de grensoverschrijdende splitsing voor de werkgelegenheid;

(f)    de datum vanaf welke de effecten of aandelen die het kapitaal vertegenwoordigen, recht geven in de winst te delen, alsmede elke bijzondere regeling betreffende dit recht;

(g)    vanaf welke datum of data de handelingen van de gesplitste vennootschap boekhoudkundig geacht worden te zijn verricht voor rekening van de verkrijgende vennootschappen;

(h)details van ieder bijzonder voordeel dat wordt toegekend aan de leden van organen die belast zijn met het bestuur of de leiding van, of het toezicht of de controle op de gesplitste vennootschap;

(i)    de rechten die de verkrijgende vennootschappen aan de deelnemers in de gesplitste vennootschap met bijzondere rechten en aan de houders van effecten anders dan aandelen die het kapitaal van de gesplitste vennootschap vertegenwoordigen toekennen, of de jegens hen voorgestelde maatregelen;

(j)    ieder bijzonder voordeel dat wordt toegekend aan de deskundigen die het voorstel voor een grensoverschrijdende splitsing onderzoeken;

(k)    de oprichtingsakten van de verkrijgende vennootschappen en elke wijziging van de oprichtingsakte van de gesplitste vennootschap in geval van een gedeeltelijke splitsing;

(l)    in voorkomend geval, informatie over de procedures volgens welke overeenkomstig artikel 160 quindecies regelingen worden vastgesteld met betrekking tot de wijze waarop de werknemers bij de vaststelling van hun medezeggenschapsrechten in de verkrijgende vennootschap worden betrokken, en over mogelijke opties voor dergelijke regelingen;

(m)    een nauwkeurige beschrijving van de activa en passiva van de gesplitste vennootschap en van hoe deze activa en passiva worden verdeeld onder de verkrijgende vennootschappen, of worden aangehouden door de gesplitste vennootschap in het geval van een gedeeltelijke splitsing, met inbegrip van de behandeling van activa of passiva die niet expliciet zijn toegewezen in het voorstel voor een grensoverschrijdende splitsing, zoals activa en passiva die onbekend zijn op de datum waarop het voorstel voor een grensoverschrijdende splitsing wordt opgesteld; 

(n)    informatie over de evaluatie van de activa en de passiva die worden toegewezen aan elke bij een grensoverschrijdende splitsing betrokken vennootschap;

(o)de datum van de jaarrekeningen van de gesplitste onderneming, die wordt gebruikt om de voorwaarden van de grensoverschrijdende splitsing vast te stellen;

(p)    in voorkomend geval, de verdeling onder de deelnemers van de gesplitste vennootschap van aandelen en effecten in de verkrijgende vennootschappen of in de gesplitste vennootschap of in de combinatie van de verkrijgende vennootschap en de gesplitste vennootschap, alsmede het criterium waarop die verdeling is gebaseerd;

(q)    details van het aanbod tot vergoeding in geld voor de deelnemers in de vennootschap die zich tegen de grensoverschrijdende splitsing verzetten, overeenkomstig artikel 160 terdecies;

(r)details van de waarborgen voor schuldeisers.

2.De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer een actief van de gesplitste vennootschap niet expliciet in het voorstel voor een grensoverschrijdende splitsing wordt toegewezen en interpretatie van dat voorstel geen uitsluitsel geeft over de toewijzing ervan, dit actief of de waarde ervan wordt verdeeld over alle verkrijgende vennootschappen of, in het geval van een gedeeltelijke splitsing, over alle verkrijgende vennootschappen en de gesplitste vennootschap, evenredig aan het nettoactief dat aan ieder van hen in het voorstel voor een grensoverschrijdende splitsing is toegewezen.

3.De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer een passief van een gesplitste vennootschap niet expliciet in het voorstel voor een grensoverschrijdende splitsing wordt toegewezen, dit passief wordt verdeeld over de verkrijgende vennootschappen en de gesplitste vennootschap, evenredig aan het nettoactief/passief?! dat aan ieder van hen in het voorstel voor een grensoverschrijdende splitsing is toegewezen. Op dezelfde wijze wordt de hoofdelijke aansprakelijkheid beperkt tot de waarde van het nettoactief dat aan elke vennootschap op de datum van de spliting wordt toegewezen.

4.De lidstaten staan toe dat de vennootschap naast de officiële taal van de lidstaten van de verkrijgende vennootschappen en de gesplitste vennootschap een taal gebruikt die in de internationale zakelijke en financiële wereld gebruikelijk is voor het opstellen van het voorstel voor een grensoverschrijdende splitsing en van alle andere desbetreffende documenten. De lidstaten bepalen welke taal voorrang heeft in geval van verschillen tussen de onderscheiden taalversies van die documenten.

Artikel 160 septies
Boekhouddatum

1.Het leidinggevende of bestuursorgaan van de gesplitste vennootschap mag de boekhouddatum of boekhouddata in het voorstel voor een grensoverschrijdende splitsing vaststellen om het splitsingsproces te vergemakkelijken.

De in het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing vermelde boekhouddatum is de in artikel 160 unvicies bedoelde datum waarop de grensoverschrijdende splitsing van kracht wordt, tenzij de vennootschap andere data vaststelt om het splitsingsproces te vergemakkelijken.

In dat geval voldoet elke boekhouddatum aan de volgende vereisten:

(a)hij valt niet vóór de datum van de balans van de laatste door de gesplitste vennootschap opgestelde en bekendgemaakte jaarlijkse financiële overzichten;

(b)voor elke verkrijgende vennootschap mag hij niet vóór de datum vallen waarop de verkrijgende vennootschap is opgericht;

(c)de onder a) en b) bedoelde data maken het de verkrijgende vennootschap, en in het geval van een gedeeltelijke splitsing, de gesplitste vennootschap mogelijk hun jaarlijkse financiële overzichten, waarin de gevolgen van de splitsing worden opgenomen, op te stellen overeenkomstig het recht van de Unie en de wetgeving van de lidstaten op de respectieve balansdatum van de bij de splitsing betrokken vennootschap onmiddellijk na de datum waarop de grensoverschrijdende splitsing van kracht wordt.

Voor de toepassing van de punten a) en b) mag bij de vaststelling van de boekhouddatum rekening worden gehouden met het boekhoudstelsel dat wordt gehanteerd door een verkrijgende vennootschap.

2.De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde data boekhoudkundig wordt beschouwd als de data vanaf welke de door de gesplitste vennootschap overgedragen handelingen door het nationale recht van de uit de grensoverschrijdende splitsing ontstane vennootschap worden geacht voor rekening van elke verkrijgende vennootschap te zijn verricht.!

3.De lidstaten zorgen ervoor dat voor de erkenning en de evaluatie van de naar aanleiding van de grensoverschrijdende splitsing over te dragen activa en passiva in de financiële overzichten vanaf de in lid 1 bepaalde datum de boekhoudstelsels van de verkrijgende vennootschappen worden gebruikt vanaf de respectieve in lid 1 genoemde data.

Artikel 160 octies
Verslag van het leidinggevend of bestuursorgaan aan de deelnemers in de vennootschap 

1.Het leidinggevende of bestuursorgaan van de gesplitste vennootschap stelt een verslag op waarin de wettelijke en economische aspecten van de grensoverschrijdende splitsing worden toegelicht en verantwoord.

2.In het in lid 1 bedoelde verslag wordt met name toelichting gegeven over het volgende:

(a)de gevolgen van de grensoverschrijdende splitsing voor de toekomstige bedrijfsactiviteiten van de verkrijgende vennootschap en, in het geval van een gedeeltelijke splitsing, ook van de gesplitste vennootschap en voor het strategisch plan van het management;

(b)een toelichting en rechtvaardiging van de ruilverhouding van de aandelen, in voorkomend geval;

(c)    een beschrijving van bijzondere moeilijkheden die zich eventueel bij de waardering hebben voorgedaan;

(d)de gevolgen van de grensoverschrijdende splitsing voor de deelnemers in de vennootschap;

(e)de rechten en rechtsmiddelen die beschikbaar zijn voor deelnemers in de vennootschap die zich verzetten tegen de grensoverschrijdende splitsing, in overeenstemming met artikel 160 terdecies.

3.Het in lid 1 van dit artikel bedoelde verslag wordt de deelnemers in de gesplitste vennootschap uiterlijk twee maanden vóór de datum van de in artikel 160 duodecies bedoelde algemene vergadering ten minste elektronisch beschikbaar gesteld. Dit verslag wordt op dezelfde wijze beschikbaar gesteld aan de vertegenwoordigers van de werknemers van de gesplitste vennootschap of, indien er geen vertegenwoordigers zijn, aan de werknemers zelf.

4.Het in lid 1 bedoelde verslag is evenwel niet vereist wanneer alle deelnemers in de gesplitste vennootschap ermee instemden van dit document af te zien.

Artikel 160 nonies
Verslag van het leidinggevend of bestuursorgaan aan de werknemers

1.Het leidinggevende of bestuursorgaan van de gesplitste vennootschap stelt een verslag op waarin de gevolgen van de grensoverschrijdende splitsing voor de werknemers worden toegelicht.

2.In het in lid 1 bedoelde verslag wordt met name het volgende toegelicht:

(a)de gevolgen van de grensoverschrijdende splitsing voor de toekomstige bedrijfsactiviteiten van de verkrijgende vennootschap en, in het geval van een gedeeltelijke splitsing, ook van de gesplitste vennootschap en voor het strategisch plan van het management;

(b)de gevolgen van de grensoverschrijdende splitsing voor het waarborgen van de dienstverbanden;

(c)elke materiële wijziging in de arbeidsomstandigheden en de vestigingsplaatsen van de bedrijven;

(d)de vraag of de onder a), b) en c) bedoelde factoren ook betrekking hebben op dochterondernemingen van de gesplitste vennootschap.

3.Het in lid 1 bedoelde verslag wordt de vertegenwoordigers van de werknemers van de gesplitste vennootschap, of, indien er geen vertegenwoordigers zijn, de werknemers zelf uiterlijk twee maanden vóór de datum van de in artikel 160 duodecies bedoelde algemene vergadering ten minste elektronisch beschikbaar gesteld. Het verslag wordt op dezelfde wijze beschikbaar gesteld aan de leden van elk de gesplitste vennootschap.

4.Wanneer het leidinggevende of bestuursorgaan van de gesplitste vennootschap tijdig een advies ontvangt van de vertegenwoordigers van hun werknemers of, indien er geen vertegenwoordigers zijn, van de werknemers zelf, zoals bepaald in de nationale wetgeving, worden de deelnemers in de vennootschap daarvan op de hoogte gebracht en wordt dit advies aan dat verslag gehecht.

5.Wanneer de gesplitste vennootschap, en in voorkomend geval al hun dochterondernemingen, geen andere werknemers hebben dan die welke tot de leidinggevende of beheersorganen behoren, is het in lid 1 bedoelde verslag evenwel niet vereist.

6.De leden 1 tot en met 5 laten de toepasselijke voorlichtings- en raadplegingsrechten en -procedures die op nationaal niveau zijn ingesteld overeenkomstig de Richtlijnen 2001/23/EG, 2002/14/EG of 2009/38/EG, onverlet.

Artikel 160 decies
Onderzoek door een onafhankelijke deskundige

1.De lidstaten zorgen ervoor dat de gesplitste vennootschap de overeenkomstig artikel 160 sexdecies, lid 1, aangewezen bevoegde instantie uiterlijk twee maanden vóór de datum van de in artikel 160 duodecies bedoelde algemene vergadering verzoekt een deskundige aan te stellen om het voorstel voor een grensoverschrijdende splitsing en de in de artikelen 160 octies en 160 nonies bedoelde verslagen te onderzoeken en te beoordelen met inachtneming van het bepaalde in lid 6 van dit artikel.

Het verzoek tot aanstelling van een deskundige gaat vergezeld van:

(a)het in artikel 160 sexies bedoelde voorstel voor een splitsing;

(b)de in de artikelen 160 octies en 160 nonies bedoelde verslagen.

2.De bevoegde instantie stelt binnen vijf werkdagen na de indiening van het in lid 1 bedoelde verzoek voorstel en de ontvangst van het voorstel en de verslagen een onafhankelijke deskundige aan. De deskundige is onafhankelijk van de gesplitste vennootschap en kan een natuurlijke of rechtspersoon zijn naargelang van de wetgeving van de betrokken lidstaat. Bij de beoordeling van de onafhankelijkheid van de deskundige houden de lidstaten rekening met het in de artikelen 22 en 22 ter van Richtlijn 2006/43/EG ingestelde rechtskader.

3.De deskundige stelt een schriftelijk verslag op dat ten minste het volgende vermeldt:

(a)de methode of methoden aan de hand waarvan de voorgestelde ruilverhouding is vastgesteld;

(b)    een verklaring of de onder a) bedoelde methode of methoden adequaat is/zijn;

(c)een berekening van de waarden waartoe de onder a) bedoelde methoden leiden en een oordeel over het betrekkelijke gewicht dat bij de vaststelling van de voorgestelde waarde aan deze methoden is gehecht;

(d)een beoordeling of de ruilverhouding billijk en redelijk is;

(e)    een gedetailleerde evaluatie van de accuraatheid van de door de vennootschap ingediende verslagen en informatie;

(f)    een beschrijving van alle feitelijke gegevens die de overeenkomstig artikel 160 sexdecies, lid 1, aangewezen bevoegde instantie nodig heeft voor een diepgaande evaluatie, overeenkomstig artikel 160 septdecies, van de vraag of de voorgenomen grensoverschrijdende splitsing een kunstmatige constructie vormt, waarin ten minste de volgende gegevens zijn vermeld: de kenmerken van de vestigingen in de betrokken lidstaten van de verkrijgende vennootschappen, waaronder de opzet, de sector, de investering, de netto-omzet en winst of verlies, het aantal werknemers, samenstelling van de balans, de fiscale woonplaats, de activa en de plaats waar deze zich bevinden, de gebruikelijke werkplek van de werknemers en van specifieke werknemersgroepen, de plaats waar de sociale bijdragen verschuldigd zijn en de commerciële risico’s die de gesplitste vennootschap loopt in de lidstaten van de verkrijgende vennootschappen.

4.De lidstaten zorgen ervoor dat de onafhankelijke deskundige het recht heeft bij de gesplitste vennootschap alle relevante informatie en documenten op te vragen en alle noodzakelijke onderzoeken te verrichten om alle gegevens van het voorstel en de beheersverslagen te verifiëren. De onafhankelijke deskundige heeft ook het recht opmerkingen en adviezen in te winnen van de werknemersvertegenwoordigers van de vennootschap, of indien er geen vertegenwoordigers zijn, van de werknemers zelf, en ook van de schuldeisers en deelnemers in de vennootschap.

5.De lidstaten zorgen ervoor dat de aan de onafhankelijke deskundige voorgelegde informatie alleen kan worden gebruikt voor het opstellen van het verslag en dat geen vertrouwelijke informatie, waaronder bedrijfsgeheimen, wordt bekendgemaakt. In voorkomend geval kan de deskundige bij de overeenkomstig artikel 160 sexdecies, lid 1, aangewezen bevoegde instantie een afzonderlijk document met vertrouwelijke informatie indienen, dat alleen aan de gesplitste vennootschap beschikbaar wordt gesteld en niet aan derden wordt bekendgemaakt.

6.De lidstaten stellen kleine en micro-ondernemingen als omschreven in Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie (**) vrij van het bepaalde in dit artikel.

Artikel 160 undecies
Openbaarmaking

1.De lidstaten zorgen ervoor dat de lidstaten van de gesplitste vennootschap ten minste één maand vóór de algemene vergadering daarover de volgende documenten openbaar maken en publiek beschikbaar stellen in het register:

(a)het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing,

(b)in voorkomend geval, het in artikel 160 decies bedoelde verslag van de onafhankelijke deskundige,

(c)een mededeling waarin de deelnemers, schuldeisers en werknemers van de gesplitste vennootschap ervan op de hoogte worden gebracht dat zij vóór de datum van de algemene vergadering bij de vennootschap en bij de overeenkomstig artikel 160 sexdecies, lid 1, aangewezen bevoegde instantie opmerkingen kunnen indienen betreffende de in de punten a) en b) van de eerste alinea bedoelde documenten.

De in de eerste alinea bedoelde documenten zijn ook toegankelijk via het in artikel 22 bedoelde systeem.

2.De lidstaten kunnen de gesplitste vennootschap vrijstellen van de in lid 1 bedoelde openbaarmakingsverplichting wanneer deze de in lid 1 bedoelde documenten gratis op haar website beschikbaar stelt gedurende een ononderbroken periode die aanvangt ten minste één maand vóór de datum die is vastgesteld voor de algemene vergadering waarop het besluit over het voorstel voor een splitsing moet worden genomen, en die niet eerder eindigt dan bij de sluiting van die vergadering.

De lidstaten mogen aan deze vrijstelling echter geen andere verplichtingen of beperkingen verbinden dan wie welke noodzakelijk zijn om de veiligheid van de website en de authenticiteit van de documenten te waarborgen, en alleen voor zover ze evenredig zijn met de te verwezenlijken doelstellingen.

3.Wanneer de gesplitste vennootschap het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing openbaar maakt overeenkomstig lid 2 van dit artikel, wordt onderstaande informatie ten minste één maand vóór de datum van de algemene vergadering die daarover een besluit moet nemen, bij het register ingediend:

(a)de rechtsvorm, de naam en de statutaire zetel van de gesplitste vennootschap en de voor elke nieuw opgerichte, uit de grensoverschrijdende splitsing ontstane vennootschap voorgestelde rechtsvorm, naam en statutaire zetel;

(b)het register waarbij voor de gesplitste vennootschap de in artikel 14 bedoelde akten zijn neergelegd, en het nummer van inschrijving in dat register;

(c)de vermelding van de regelingen die voor de uitoefening van de rechten van schuldeisers werknemers en leden zijn getroffen;

(d)details van de website waar het voorstel voor een grensoverschrijdende splitsing, de mededeling, het in lid 1 bedoelde deskundigenverslag en volledige informatie over de in punt c) van dit lid bedoelde regelingen gratis kunnen worden verkregen.

4.De lidstaten zorgen ervoor dat de in de leden 1 en 3 bedoelde vereiste informatie volledig online kan worden ingevuld zonder dat een persoonlijke aanmelding bij bevoegde instanties in de betrokken lidstaat nodig is.

In geval van oprecht vermoeden van fraude op basis van redelijke gronden kunnen de lidstaten evenwel een fysieke aanwezigheid voor een bevoegde instantie verplicht stellen.

5.Naast de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde openbaarmaking kunnen de lidstaten verlangen dat het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing of de in lid 3 bedoelde informatie in hun nationale publicatieblad wordt bekendgemaakt. In dat geval zorgen de lidstaten ervoor dat het register de desbetreffende informatie doorzendt aan de nationale publicatiebladen.

6.De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde documenten kosteloos toegankelijk zijn voor het publiek. De lidstaten zorgen ervoor dat de vergoedingen die de registers de gesplitste vennootschappen in rekening brengen voor de in de leden 1 en 3 bedoelde openbaarmaking en, in voorkomend geval, voor de in lid 5 bedoelde bekendmaking, niet hoger zijn dan de administratieve kosten van de dienstverlening.

Artikel 160 duodecies:
Goedkeuring door de algemene vergadering

1.Na kennisneming van de verslagen als bedoeld in artikelen 160 octies, 160 nonies en 160 decies, al naargelang het geval, beslist de algemene vergadering van de gesplitste vennootschap over de goedkeuring van het voorstel voor een grensoverschrijdende splitsing. De vennootschap deelt het besluit van de algemene vergadering mee aan de overeenkomstig artikel 160 sexdecies, lid 1, aangewezen bevoegde instantie.

2.De algemene vergadering kan zich het recht voorbehouden de totstandkoming van de grensoverschrijdende splitsing afhankelijk te stellen van haar uitdrukkelijke bekrachtiging van de in artikel 160 quindecies bedoelde regelingen.

3.De lidstaten zorgen ervoor dat voor de goedkeuring van wijzigingen in het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing een meerderheid is vereist van niet minder dan twee derde maar niet meer dan 90 % van de stemmen die verbonden zijn aan de aandelen of aan het vertegenwoordigde geplaatste kapitaal. De stemmingsdrempel is hoe dan ook niet hoger dan die waarin het nationale recht voorziet voor de goedkeuring van grensoverschrijdende fusies.

4.De algemene vergadering beslist voorts of de grensoverschrijdende splitsing wijzigingen in de oprichtingsakten van de gesplitste vennootschap vereist.

5.De lidstaten zorgen ervoor dat de goedkeuring van de grensoverschrijdende splitsing door de algemene vergadering niet uitsluitend op de volgende gronden kan worden aangevochten:

(a)de in artikel 160 sexies bedoelde ruilverhouding van de aandelen is niet adequaat vastgesteld;

(b)de in artikel 160 terdecies bedoelde vergoeding in geld is niet adequaat vastgesteld;

(c)de totale waarde van de aan een deelnemer in de vennootschap toegewezen aandelen stemt niet overeen met de waarde van de door die deelnemer aangehouden aandelen in de vennootschap die wordt gesplitst.

Artikel 160 terdecies
Bescherming van deelnemers in de vennootschap

1.De lidstaten zorgen ervoor dat de volgende deelnemers in de gesplitste vennootschap het recht hebben hun aandelen te vervreemden onder de in de leden 2 tot en met 6 genoemde voorwaarden:

(a)de deelnemers in de vennootschap die aandelen met stemrechten bezitten en die niet hebben gestemd voor de goedkeuring van het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing;

(b)de deelnemers in de vennootschap die aandelen zonder stemrecht bezitten.

2.De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde deelnemers in de vennootschap hun aandelen in ruil voor de betaling van een passende vergoeding in geld kunnen vervreemden nadat de grensoverschrijdende splitsing overeenkomstig artikel 160 unvicies van kracht is geworden, aan een of meer van de volgende partijen:

(a)de gesplitste vennootschap;

(b)de overblijvende deelnemers in die vennootschap;

(c)derden, met instemming van de betrokken gesplitste vennootschap.

3.De lidstaten zorgen ervoor dat de gesplitste vennootschap in het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing als bedoeld in artikel 160 sexies, lid 1, onder q, een passende vergoeding aanbiedt aan de in lid 1 van dit artikel bedoelde deelnemers in de vennootschap die het recht op vervreemding van hun aandelen wensen uit te oefenen. De lidstaat stellen eveneens een termijn voor de aanvaarding van het aanbod vast die in geen geval langer is dan één maand na de in artikel 160 duodecies bedoelde algemene vergadering. De lidstaten zorgen er voorts voor dat de vennootschap een aanbod kan aanvaarden dat elektronisch is verzonden naar een door die vennootschap daartoe aangewezen adres.

De verwerving van eigen aandelen door de vennootschap, zoals bedoeld in lid 1, laat de nationale regelingen inzake de verwerving van eigen aandelen door een vennootschap onverlet.

4.De lidstaten zorgen ervoor dat het aanbod tot vergoeding in geld afhankelijk wordt gesteld van de voorwaarde dat de grensoverschrijdende splitsing overeenkomstig artikel 160 unvicies van kracht wordt. De lidstaten stellen voorts een termijn vast waarbinnen de vergoeding in geld moet worden betaald. Die termijn mag in geen geval langer zijn dan één maand nadat de grensoverschrijdende splitsing van kracht is geworden.

5.De lidstaten bepalen dat deelnemers in de vennootschap die het in lid 3 bedoelde aanbod tot vergoeding in geld hebben aanvaard maar van oordeel zijn dat die vergoeding niet adequaat is vastgesteld, het recht hebben bij een nationale rechtbank af te dwingen dat de vergoeding binnen een maand na de aanvaarding van het aanbod wordt herberekend.

6.De lidstaten zorgen ervoor dat de in de leden 1 tot en met 5 bedoelde rechten worden geregeld door de nationale wetgeving van de lidstaat waaronder een gesplitste vennootschap valt, en dat de rechtbanken van die lidstaat bevoegd zijn. Deelnemers in de vennootschap die het aanbod tot vergoeding in geld voor de verwerving van hun aandelen hebben aanvaard, hebben het recht een procedure als bedoeld in lid 5 in te leiden of eraan deel te nemen.

7.De lidstaten zorgen er ook voor dat deelnemers in de gesplitste vennootschap die zich niet hebben verzet tegen de grensoverschrijdende splitsing, maar van oordeel zijn dat de ruilverhouding van de aandelen niet adequaat is, kunnen die in het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing vastgestelde ruilverhouding van de aandelen binnen een maand nadat de grensoverschrijdende splitsing van kracht is geworden, aanvechten voor een nationale rechtbank.

8.De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer een nationale rechtbank oordeelt dat een ruilverhouding van de aandelen niet adequaat is vastgesteld, de rechtbank de bevoegdheid heeft om de verkrijgende vennootschap te gelasten een vergoeding te betalen aan de deelnemers in de vennootschap die de ruilverhouding met succes hebben aangevochten. Die vergoeding bestaat in een bijbetaling in geld die wordt berekend op basis van een adequate ruilverhouding van de effecten of aandelen zoals vastgesteld door de rechtbank. Op verzoek van een van die deelnemers krijgt de nationale rechtbank de bevoegdheid om de verkrijgende vennootschap te gelasten extra aandelen te verstrekken in plaats van de bijbetaling in geld.

9.De lidstaten zorgen ervoor dat de wetgeving die van toepassing is op de uit de grensoverschrijdende splitsing ontstane vennootschap voorziet in de verplichting om een aanvullende vergoeding in geld te betalen of extra aandelen te verstrekken.

Artikel 160 quaterdecies
Bescherming van schuldeisers

1.De lidstaten kunnen verlangen dat het leidinggevende of bestuursorgaan van de gesplitste vennootschap een verklaring verstrekt waarin de financiële toestand van de vennootschap nauwkeurig wordt weergegeven, als onderdeel van het in artikel 160 sexies bedoelde voorstel voor een grensoverschrijdende splitsing. In de verklaring wordt toegelicht dat, op basis van de informatie waarover het leidinggevende of bestuursorgaan van de vennootschap beschikte op de datum van de verklaring en na redelijke verzoeken om inlichtingen, het niet ziet waarom een verkrijgende vennootschap, en in het geval van een gedeeltelijke splitsing, de gesplitste vennootschap niet in staat zou zijn te voldoen aan de hun in het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing toegewezen verplichtingen wanneer die opeisbaar worden. De verklaring wordt op zijn vroegst opgesteld één maand voordat het gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing openbaar wordt gemaakt overeenkomstig artikel 160 undecies.

2.De lidstaten zorgen ervoor dat de schuldeisers die geen genoegen nemen met de bescherming van hun belangen in het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing, zoals bedoeld in artikel 160 sexies, de bevoegde administratieve of gerechtelijke instantie kunnen verzoeken om passende waarborgen binnen een maand na de in artikel 160 undecies bedoelde openbaarmaking.

3.De schuldeisers van de gesplitste vennootschap worden geacht in geen van de volgende omstandigheden schade te ondervinden van een grensoverschrijdende splitsing:

(a)wanneer de vennootschap samen met het voorstel voor een omzetting een onafhankelijk deskundigenverslag openbaar maken waarin is geconcludeerd dat het redelijk onwaarschijnlijk is dat de rechten van de schuldeisers onnodig zouden worden geschaad. De onafhankelijke deskundige moet door de bevoegde instantie worden aangewezen of toegelaten, en voldoen aan de vereisten van artikel 160, decies, lid 2;

(b)wanneer aan schuldeisers een recht op betaling wordt verleend, hetzij ten aanzien van een derde garantiegever, hetzij ten aanzien van de verkrijgende vennootschappen, of nog, in het geval van een gedeeltelijke splitsing, ten aanzien van de verkrijgende vennootschap en aan gesplitste vennootschap,, voor ten minste de waarde van hun oorspronkelijke vordering, dat voor dezelfde rechtbank/in hetzelfde rechtsgebied kan worden gebracht/ingebracht als hun oorspronkelijke vordering, en waarvan de kredietkwaliteit ten minste overeenkomt met de oorspronkelijke vordering van de schuldeiser onmiddellijk na de verwezenlijking van de splitsing.

4.Wanneer een schuldeiser van de gesplitste vennootschap wiens vordering wordt overgedragen aan/is overgegaan op een verkrijgende vennootschap geen voldoening krijgt van die verkrijgende vennootschap, zijn de andere verkrijgende vennootschappen, en in het geval van een gedeeltelijke splitsing de gesplitste vennootschap, hoofdelijk tot nakoming van die verbintenis gehouden. Het maximumbedrag van de hoofdelijke aansprakelijkheid van een vennootschap wordt beperkt tot de waarde van het nettoactief dat aan die vennootschap op de datum waarop de splitsing van kracht wordt, wordt toegewezen.

5.De leden 1 tot en met 4 laten de toepassing van de nationale wetgeving van de lidstaat van de gesplitste vennootschap met betrekking tot het verrichten en waarborgen van betalingen aan publiekrechtelijke lichamen onverlet.

Artikel 160 quindecies:
Werknemersmedezeggenschap

1.Onverminderd lid 2 is elke verkrijgende vennootschap onderworpen aan de voorschriften betreffende werknemersmedezeggenschap die in voorkomend geval van toepassing zijn in de lidstaat waar zij haar statutaire zetel heeft.

2.De voorschriften betreffende werknemersmedezeggenschap die in voorkomend geval van toepassing zijn in de lidstaat waar de uit de grensoverschrijdende splitsing ontstane vennootschap haar statutaire zetel heeft, zijn evenwel niet van toepassing indien de gesplitste vennootschap in de zes maanden voorafgaand aan de openbaarmaking van het voorstel voor een grensoverschrijdende splitsing als bedoeld in artikel 160 sexies van deze richtlijn een gemiddeld aantal werknemers heeft van vier vijfde van de toepasselijke drempel, zoals vastgelegd in de wetgeving van de lidstaat van de gesplitste vennootschap, wat aanleiding geeft tot werknemersmedezeggenschap in de zin van artikel 2, onder k), van Richtlijn 2001/86/EG, of indien de nationale wetgeving van toepassing op elke verkrijgende vennootschap niet:

(a)voorziet in ten minste hetzelfde niveau van werknemersmedezeggenschap dat van toepassing is in de gesplitste vennootschap als vóór de splitsing, gemeten naar het werknemersaantal in het toezichthoudend of het bestuursorgaan, in de commissies van die organen of in het leidinggevend orgaan dat verantwoordelijk is voor de winstbepalende entiteiten van de vennootschap; of

(b)voorschrijft dat werknemers van in andere lidstaten gelegen vestigingen van de verkrijgende vennootschappen hetzelfde recht tot uitoefening van medezeggenschapsrechten hebben als de werknemers in de lidstaat waar de verkrijgende vennootschap haar statutaire zetel heeft.

3.In de in lid 2 bedoelde gevallen wordt de medezeggenschap van werknemers in de uit de grensoverschrijdende splitsing ontstane vennootschap en de wijze waarop de werknemers bij de vaststelling van die rechten worden betrokken, door de lidstaten op overeenkomstige wijze en onverminderd de leden 4 tot en met 7 van dit artikel geregeld volgens de beginselen en regelingen vervat in artikel 12, leden 2, 3 en 4, van Verordening (EG) nr. 2157/2001 en de volgende bepalingen van Richtlijn 2001/86/EG:

(a)artikel 3, lid 1, artikel 3, lid 2, onder a), i), en artikel 3, lid 3, artikel 3; lid 4, eerste alinea, eerste streepje, artikel 3, lid 4, tweede alinea, artikel 3, lid 5, artikel 3, lid 6, derde streepje, en artikel 3, lid 7;

(b)artikel 4, lid 1, artikel 4, lid 2, onder a), g) en h), en artikel 4, leden 3 en 4;

(c)artikel 5;

(d)artikel 6;

(e)artikel 7, lid 1, eerste alinea;

(f)de artikelen 8, 9, 10 en 12;

(g)deel  3 van de bijlage, onder a).

4.Bij het in regelgeving omzetten van de in lid 3 bedoelde beginselen en procedures:

(a)geven de lidstaten de bijzondere onderhandelingsgroep het recht om, bij een meerderheid van twee derde van haar leden, die ten minste twee derde van de werknemers vertegenwoordigt, te besluiten van onderhandelingen af te zien of reeds geopende onderhandelingen te beëindigen en zich te verlaten op de medezeggenschapsvoorschriften die van kracht zijn in de lidstaten van elke verkrijgende vennootschappen;

(b)kunnen de lidstaten, wanneer na eerdere onderhandelingen de referentievoorschriften inzake medezeggenschap van toepassing zijn en niettegenstaande dergelijke referentievoorschriften, besluiten dat het aantal werknemersvertegenwoordigers in het bestuursorgaan van de verkrijgende vennootschappen wordt beperkt. Wanneer echter in de gesplitste vennootschap ten minste een derde van de leden van het toezichthoudend of het bestuursorgaan werknemersvertegenwoordigers waren, kan het aantal werknemersvertegenwoordigers nooit zodanig worden beperkt dat in het bestuursorgaan minder dan een derde van de leden werknemersvertegenwoordiger zijn;

(c)zorgen de lidstaten ervoor dat de voorschriften inzake medezeggenschap die vóór de grensoverschrijdende splitsing van toepassing waren, van toepassing blijven tot de datum waarop eventuele later overeengekomen voorschriften van kracht worden, of indien geen voorschriften zijn overeengekomen, tot de datum waarop de referentievoorschriften van kracht worden overeenkomstig deel 3 van de bijlage, onder a).

5.Een lidstaat die kiest voor uitbreiding van de medezeggenschapsrechten tot werknemers van de verkrijgende vennootschap in andere lidstaten, bedoeld in lid 2, onder b), is er geenszins toe verplicht die werknemers mee te tellen bij de berekening van het aantal werknemers waarboven volgens het nationale recht medezeggenschapsrechten gelden.

6.Wanneer een van de verkrijgende vennootschappen volgens de in lid 2 bedoelde voorschriften onder een stelsel van werknemersmedezeggenschap moet vallen, zijn die vennootschappen verplicht een rechtsvorm aan te nemen die de uitoefening van medezeggenschapsrechten mogelijk maakt.

7.Wanneer de uit de grensoverschrijdende splitsing ontstane vennootschap werkt met een stelsel van werknemersmedezeggenschap, is die vennootschap verplicht maatregelen te nemen om de medezeggenschapsrechten van de werknemers te beschermen in geval van een eventuele daaropvolgende grensoverschrijdende of binnenlandse fusie, splitsing of omzetting gedurende een periode van drie jaar nadat de grensoverschrijdende splitsing van kracht is geworden, door de in de leden 1 tot en met 6 vastgestelde voorschriften op overeenkomstige wijze toe te passen.

8.De vennootschap stelt haar werknemers onverwijld in kennis van de resultaten van de onderhandelingen over de werknemersmedezeggenschap.

Artikel 160 sexdecies:
Aan de splitsing voorafgaand attest

1.De lidstaten wijzen de nationale instantie aan die bevoegd is om toezicht uit te oefenen op de rechtmatigheid van de grensoverschrijdende splitsingen wat betreft het gedeelte van de procedure dat door het recht van de lidstaat van de gesplitste vennootschap wordt geregeld, en om een aan de splitsing voorafgaand attest af te geven waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden is voldoen en dat alle procedures en formaliteiten in die lidstaat correct zijn verricht.

2.De lidstaten zorgen ervoor dat de aanvraag van het aan de splitsing voorafgaand attest door de gesplitste vennootschap vergezeld gaat van:

(a)het in artikel 160 sexies bedoelde voorstel voor een splitsing;

(b)de in de artikelen 160 octies, 160 nonies en 160 decies bedoelde verslagen, naargelang het geval;

(c)informatie over het besluit van de algemene vergadering tot goedkeuring van de splitsing als bedoeld in artikel 160 duodecies.

De krachtens artikel 160 decies ingediende voorstellen en verslagen hoeven niet opnieuw te worden ingediend bij de bevoegde instantie.

3.De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 2 bedoelde aanvraag, met inbegrip van vennootschapsinformatie en documenten, volledig online kan worden ingevuld zonder dat een persoonlijke aanmelding bij de in lid 1 bedoelde bevoegde instanties nodig is..

In geval van een oprecht vermoeden van fraude op basis van redelijke gronden kunnen de lidstaten evenwel verlangen dat de betrokkene zich fysiek meldt bij een bevoegde instantie waaraan de betrokken informatie en documenten moeten worden overgelegd.

4.Met betrekking tot de in artikel 160 quindecies vastgestelde voorschriften inzake werknemersmedezeggenschap onderzoekt de lidstaat van de gesplitste vennootschap of het in artikel 160 sexies bedoelde voorstel voor een grensoverschrijdende splitsing informatie bevat over de procedures waarbij de toepasselijke regelingen worden vastgesteld en over de mogelijke opties voor deze regelingen.

5.In het kader van het toezicht op de in lid 1 bedoelde rechtmatigheid onderzoekt de bevoegde instantie de volgende informatie:

(a)de in lid 2 bedoelde informatie en documenten;

(b)alle opmerkingen en adviezen die door belanghebbenden zijn ingediend overeenkomstig artikel 160 undecies, lid 1;

(c)een vermelding van de vennootschap dat de in artikel 160 quindecies, leden 3 en 4, bedoelde procedure van start is gegaan, voor zover van toepassing.

6.De lidstaten zorgen ervoor dat de overeenkomstig lid 1 aangewezen bevoegde instantie andere instanties met bevoegdheid op de verschillende gebieden waarop de grensoverschrijdende splitsing betrekking heeft, kunnen raadplegen.

7.De lidstaten zorgen ervoor dat de beoordeling door de bevoegde instantie plaatsvindt binnen één maand na de datum van ontvangst van de informatie betreffende de goedkeuring van de grensoverschrijdende splitsing door de algemene vergadering van de vennootschap. Dit leidt tot een van de volgende resultaten:

(a)    wanneer de bevoegde instantie vaststelt dat de grensoverschrijdende splitsing binnen het toepassingsgebied van de nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn valt, dat aan alle voorwaarden is voldaan en dat alle noodzakelijke procedures en formaliteiten zijn verricht, geeft zij het aan de splitsing voorafgaand attest af;

(b)indien de bevoegde instantie vaststelt dat de grensoverschrijdende splitsing niet binnen het toepassingsgebied van de nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn valt, geeft zij het aan de splitsing voorafgaand attest niet af en stelt zij de vennootschap in kennis van de redenen voor haar besluit. Hetzelfde geldt voor situaties waarin de bevoegde instantie vaststelt dat de grensoverschrijdende splitsing niet voldoet aan alle voorwaarden of dat niet alle noodzakelijke procedures en formaliteiten zijn verricht, en de vennootschap na een verzoek om de nodige stappen te ondernemen, heeft verzuimd dit te doen;

(c)wanneer de bevoegde instantie ernstige vermoedens heeft dat de grensoverschrijdende splitsing een kunstmatige constructie vormt als bedoeld in artikel 160 quinquies, lid 3, kan zij besluiten een diepgaande evaluatie overeenkomstig artikel 160 septdecies te verrichten en stelt zij de vennootschap in kennis van haar besluit en van het daaropvolgende resultaat.

Artikel 160 septdecies:
Diepgaande evaluatie 

1.De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde instantie van de gesplitste vennootschap, om te beoordelen of de grensoverschrijdende splitsing een kunstmatige constructie vormt in de zin van artikel 160 quinquies, lid 3, een diepgaande evaluatie van alle relevante feiten en omstandigheden verricht en daarbij ten minste het volgende in aanmerking neemt: de kenmerken van de vestiging in de betrokken lidstaten, waaronder de opzet, de sector, de investering, de netto-omzet en winst of verlies, het aantal werknemers, de samenstelling van de balans, de fiscale woonplaats, de activa en de plaats waar die zich bevinden, de gebruikelijke werkplek van de werknemers en van specifieke werknemersgroepen, de plaats waar sociale bijdragen verschuldigd zijn en de commerciële risico’s die door de gesplitste vennootschap worden gedragen in de lidstaat van die vennootschap en de lidstaten van de verkrijgende vennootschappen.

Deze elementen mogen in de algemene evaluatie slechts als indicatieve factoren worden beschouwd en mogen dus niet op zichzelf in aanmerking worden genomen.

2.De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer de in lid 1 van dit artikel bedoelde bevoegde instantie besluit een diepgaande evaluatie te verrichten, zij de vennootschap en alle partijen die krachtens artikel 160 undecies, lid 1, opmerkingen hebben ingediend, kan horen in overeenstemming met het nationale recht. De in lid 1 bedoelde bevoegde instantie kunnen ook andere belanghebbende derden horen in overeenstemming met het nationale recht. De bevoegde instantie neemt haar definitief besluit over de afgifte van het aan de splitsing voorafgaand attest binnen twee maanden na de aanvang van de diepgaande evaluatie.

Artikel 160 octodecies:
Toetsing en toezending van het aan de splitsing voorafgaand attest

1.De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer de bevoegde instantie geen rechterlijke instantie is, het besluit van de bevoegde instantie om een aan de splitsing voorafgaand attest af te geven of te weigeren, aan rechterlijke toetsing wordt onderworpen in overeenstemming met het nationale recht. Voorts zorgen de lidstaten ervoor dat het aan de splitsing voorafgaand attest pas van kracht wordt na afloop van een bepaalde termijn zodat de partijen een vordering bij de bevoegde rechter kunnen instellen en in voorkomend geval voorlopige maatregelen kunnen verkrijgen.

2.De lidstaten zorgen ervoor dat het besluit om het aan de splitsing voorafgaand attest af te geven, wordt toegezonden aan de in artikel 160 novodecies, lid 1, bedoelde instantie en dat de besluiten om een aan de splitsing voorafgaand attest af te geven of te weigeren, beschikbaar zijn via het overeenkomstig artikel 22 ingestelde systeem van gekoppelde registers.

Artikel 160 novodecies
Toezicht op de rechtmatigheid van de grensoverschrijdende splitsing

1.De lidstaten wijzen een instantie aan die bevoegd is om toezicht te houden op de rechtmatigheid van de grensoverschrijdende splitsingen voor het gedeelte van de procedure dat betrekking heeft op de voltrekking van de grensoverschrijdende splitsing die door het recht van de lidstaten van de verkrijgende vennootschappen wordt geregeld, en om de grensoverschrijdende splitsing goed te keuren wanneer die voldoet aan alle voorwaarden en alle procedures en de formaliteiten in die lidstaat correct zijn verricht.

De bevoegde instantie of instanties zorgen er met name voor dat de voorgestelde verkrijgende vennootschappen voldoet aan de bepalingen van het nationale recht inzake de oprichting van vennootschappen en, voor zover van toepassing, dat de regelingen inzake werknemersmedezeggenschap in overeenstemming met artikel 160 quindecies zijn vastgesteld.

2.Voor de toepassing van lid 1 legt elke verkrijgende vennootschap het overeenkomstig artikel 160 duodecies door de algemene vergadering goedgekeurde gemeenschappelijk voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing voor aan de in genoemd lid bedoelde instantie.

3.Elke lidstaat zorgt ervoor dat de in lid 1 bedoelde aanvraag, met inbegrip van informatie en documenten, door de verkrijgende vennootschappen volledig online kan worden ingevuld zonder dat een persoonlijke aanmelding bij de in lid 1 bedoelde bevoegde instantie nodig is.

In geval van een oprecht vermoeden van fraude op basis van redelijke gronden kunnen de lidstaten evenwel verlangen dat de betrokkene zich fysiek meldt bij een bevoegde instantie van een lidstaat waaraan de betrokken informatie en documenten moeten worden overgelegd.

4.De in lid 1 van dit artikel bedoelde instantie bevestigt onverwijld de ontvangst van het aan de splitsing voorafgaand attest bedoeld in artikel 160 sexdecies en van de andere informatie en documenten die krachtens het recht van de lidstaten van de verkrijgende vennootschappen vereist zijn. Zij neemt een besluit tot goedkeuring van de grensoverschrijdende splitsing zodra zij de voorwaarden heeft geëvalueerd.

5.Het in lid 4 bedoelde aan de splitsing voorafgaand attest wordt door een in lid 1 van dit artikel bedoelde bevoegde instantie aanvaard als afdoende bewijs dat de aan de splitsing voorafgaande procedures en formaliteiten in de lidstaat van de gesplitste vennootschap correct zijn uitgevoerd, zonder dewelke de grensoverschrijdende splitsing niet kan worden goedgekeurd.

Artikel 160 vicies
Registratie

1.De wetgeving van de lidstaten waaronder de verkrijgende vennootschappen vallen, en in het geval van een gedeeltelijke splitsing de verkrijgende vennootschappen en de gesplitste vennootschap, stelt, met betrekking tot het grondgebied van die lidstaat, de regelingen vast om de voltrekking van de grensoverschrijdende splitsing openbaar te maken in het in artikel 16 bedoelde register. 

2.De lidstaten zorgen ervoor dat ten minste de volgende informatie wordt opgenomen in hun registers die zij openbaar beschikbaar en toegankelijk stellen door middel van het in artikel 22 bedoelde systeem:

(a)het inschrijvingsnummer van de verkrijgende vennootschap in het register als gevolg van een grensoverschrijdende splitsing;

(b)de data van de inschrijving van de verkrijgende vennootschappen;

(c)in het geval van een volledige splitsing, de datum van de schrapping uit het register in de lidstaat van de gesplitste vennootschap;

(d)in voorkomend geval, de inschrijvingsnummers in de lidstaat van de gesplitste vennootschap en de lidstaten van de verkrijgende vennootschappen.

3.De lidstaten zorgen ervoor dat de registers in de lidstaten van de verkrijgende vennootschappen het register in de lidstaat van de gesplitste vennootschap door middel van het in artikel 22 bedoelde systeem meedelen dat de verkrijgende vennootschappen zijn geregistreerd. In het geval van een volledige splitsing wordt de schrapping van de gesplitste vennootschap uit het register van kracht onmiddellijk na de ontvangst van die mededeling. 

Artikel 160 unvicies
Datum waarop de grensoverschrijdende splitsing van kracht wordt

De wetgeving van de lidstaat van de gesplitste vennootschap bepaalt op welke datum de grensoverschrijdende splitsing van kracht wordt. De datum valt nadat het in de artikelen 160 sexdecies, 160 septdecies en 160 novodecies bedoelde toezicht is uitgevoerd en nadat alle in artikel 160, vicies, lid 3, bedoelde mededelingen zijn ontvangen.

Artikel 160 duovicies
Gevolgen van de grensoverschrijdende splitsing

1.Een volledige grensoverschrijdende splitsing die is uitgevoerd in overeenstemming met de nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn heeft de volgende gevolgen:

(a)het vermogen van de gesplitste vennootschap, inclusief alle contracten, kredieten, rechten en verplichtingen, gaat in zijn geheel over op en blijft in de verkrijgende vennootschappen overeenkomstig de in het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing aangegeven toewijzing;

(b)de leden van de gesplitste vennootschap worden leden van de verkrijgende vennootschappen overeenkomstig de in het voorstel voor een grensoverschrijdende splitsing aangegeven toewijzing van aandelen, tenzij zij het in artikel 160 terdecies, lid 2, bedoelde uitstaprecht uitoefenen;

(c)de rechten en de verplichtingen van de gesplitste vennootschap die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomsten of dienstverbanden, en die bestaan op de datum waarop de grensoverschrijdende splitsing van kracht wordt, worden door het van kracht worden van die grensoverschrijdende splitsing op de datum waarop de grensoverschrijdende splitsing van kracht wordt, op de verkrijgende vennootschap of vennootschappen overgedragen;

(d)de gesplitste vennootschap houdt op te bestaan;

(e)de plaats van de statutaire zetel van de gesplitste vennootschap kan door derden worden ingeroepen totdat de vennootschap die de splitsing aangaat, uit het register in de lidstaat van vertrek is geschrapt, tenzij kan worden bewezen dat een derde kennis had, of kennis had moeten nemen, van de statutaire zetel in de lidstaten van de verkrijgende vennootschappen.

2.Activiteiten van de gesplitste vennootschap die hebben plaatsgevonden na de datum van de inschrijving in de lidstaten van de verkrijgende vennootschap en vóór de schrapping uit het register in die lidstaat van de vennootschap die de splitsing aangaat, worden behandeld als activiteiten van de gesplitste vennootschap.

De gesplitste vennootschap is aansprakelijk voor verliezen die voortvloeien uit verschillen tussen de nationale rechtsstelsels van de lidstaten van de gesplitste vennootschap en van de verkrijgende vennootschap, wanneer een contractsluitende partij of een tegenpartij van de vennootschap die de splitsing aangaat, niet over de grensoverschrijdende splitsing is ingelicht vóór de sluiting van dat contract.

3.Een gedeeltelijke grensoverschrijdende splitsing die is uitgevoerd in overeenstemming met de nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn heeft de volgende gevolgen:

(a)het vermogen van de gesplitste vennootschap, inclusief contracten, kredieten, rechten en verplichtingen, gaat over op en blijft in de verkrijgende vennootschappen en wordt aangehouden door de gesplitste vennootschap overeenkomstig de in het voorstel voor de grensoverschrijdende splitsing aangegeven toewijzing;

(b)de leden van de gesplitste vennootschap worden leden van de verkrijgende vennootschappen en op zijn minst enkele leden blijven in de gesplitste vennootschap of worden leden van beide vennootschappen overeenkomstig de in het voorstel voor een grensoverschrijdende splitsing aangegeven toewijzing van aandelen;

(c)de verkrijgende vennootschappen en de gesplitste vennootschap houdt zich aan de voorwaarden van de dienstverbanden van de gesplitste vennootschap die van toepassing waren op het tijdstip van de splitsing.

4.Wanneer de wetgeving van een lidstaat bij een volledige of gedeeltelijke grensoverschrijdende splitsing bijzondere formaliteiten voorschrijft om de overgang van bepaalde door de gesplitste vennootschappen ingebrachte zaken, rechten en verplichtingen aan derden te kunnen tegenwerpen, worden deze formaliteiten verricht door de gesplitste vennootschap of door de verkrijgende vennootschappen, naargelang het geval.

5.De lidstaten zorgen ervoor dat aandelen van een verkrijgende vennootschap niet kunnen worden geruild voor aandelen van de gesplitste vennootschap, die hetzij door de vennootschap zelf worden gehouden, hetzij via een persoon die in eigen naam maar voor rekening van de vennootschap handelt.

Artikel 160 tervicies
Aansprakelijkheid van de onafhankelijke deskundigen

De lidstaten stellen regels vast die ten minste voorzien in de civielrechtelijke aansprakelijkheid van de onafhankelijke deskundigen die belast zijn met de opstelling van het in artikel 160 decies, onder i), en artikel 160 quaterdecies, lid 2, onder a), bedoelde verslag, met inbegrip van regels betreffende tekortkomingen bij de uitoefening van hun taak.

Artikel 160 quatervicies
Geldigheid

Een overeenkomstig de procedures tot omzetting van deze richtlijn van kracht geworden grensoverschrijdende splitsing kan niet nietig worden verklaard."

Artikel 2
Omzetting

1.De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op ... [PB: datum invullen – de laatste dag van de termijn van 24 maanden na de inwerkingtreding] aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.

Wanneer de lidstaten die bepalingen vaststellen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.De lidstaten delen de Commissie de tekst mee van de voornaamste bepalingen van intern recht die zij vaststellen op de door deze richtlijn bestreken gebieden.

Artikel 3
Verslaglegging en evaluatie

1.Uiterlijk vijf jaar na [PB: gelieve de datum in te vullen waarop de omzettingsperiode van deze richtlijn afloopt] verricht de Commissie een evaluatie van deze richtlijn en brengt zij aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité verslag uit over de bevindingen, in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel. De lidstaten stellen de Commissie de informatie ter beschikking die zij voor het opstellen van dat verslag nodig heeft, met name gegevens over het aantal grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen, de duur ervan en de ermee verbonden kosten.

2.In het verslag wordt in het bijzonder een evaluatie verricht van de in hoofdstuk I van titel II en hoofdstuk IV van titel II, bedoelde procedures, met name wat de duur en de kosten ervan betreft.

3.In het verslag wordt ook beoordeeld of het haalbaar te voorzien in regels voor soorten grensoverschrijdende splitsingen die niet onder deze richtlijn vallen.

Artikel 4
Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 5
Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

(1)    Richtlijn (EU) 2017/1132 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht (codificatie), PB L 169 van 30.6.2017, blz. 46.
(2)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's, De eengemaakte markt verbeteren: meer mogelijkheden voor mensen en ondernemingen, COM(2015) 550 final.
(3)    Zie ook "European Added Value Assessment - Directive on the cross-border transfer of a company’s registered office 14th Company Law Directive" (Europees Parlement).
(4)    Cartesio, C-210/06, EU:C:2008:723, punten 109-112; VALE, C-378/10, EU:C:2012:440, punt 32.
(5)    Polbud – Wykonawstwo, C-106/16, ECLI:EU:C:2017:804.
(6)    Polbud – Wykonawstwo, C-106/16, ECLI:EU:C:2017:804, punt 33 en volgende.
(7)    Polbud – Wykonawstwo, C-106/16, ECLI:EU:C:2017:804, punt 40; Daily Mail and General Trust, C-81/87, EU:C:1988:456, punten 19-21; Cartesio, C-210/06, EU:C:2008:723, punten 109-112; VALE, C-378/10, EU:C:2012:440, punt 32.
(8)    Polbud – Wykonawstwo, C-106/16, ECLI:EU:C:2017:804, punt 40; Daily Mail and General Trust, C-81/87, EU:C:1988:456, punten 19-21; Cartesio, C-210/06, EU:C:2008:723, punten 109-112; VALE, C-378/10, EU:C:2012:440, punt 32).
(9)    Resolutie van het Europees Parlement van 13 juni 2017 over de tenuitvoerlegging van grensoverschrijdende fusies en splitsingen ( 2016/2065(INI) ), resolutie van het Europees Parlement van 10 maart 2009 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende grensoverschrijdende overplaatsingen van zetels van vennootschappen ( 2008/2196(INI) ). Resolutie van het Europees Parlement van 2 februari 2012 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende een 14e richtlijn inzake het vennootschapsrecht betreffende de grensoverschrijdende verplaatsing van zetels van vennootschappen ( 2011/2046(INI) ).
(10)    Richtlijn (EU) 2005/56/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 (PB L 310 van 25.11.2005, blz. 1); vervangen en ingetrokken op 19 juli 2017 bij Richtlijn (EU) 2017/1132 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht (codificatie) (PB L 169 van 30.6.2017, blz. 46).
(11)    Bijlage 5 bij de effectbeoordeling bij dit voorstel.
(12)    COM(2015) 550 final. Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: De eengemaakte markt verbeteren: meer mogelijkheden voor mensen en ondernemingen.
(13)    Resolutie van het Europees Parlement van 13 juni 2017 over de tenuitvoerlegging van grensoverschrijdende fusies en splitsingen (2016/2065(INI).
(14)    In het actieplan voor Europees vennootschapsrecht en corporate governance (COM/2012/0740 final) wordt ook benadrukt dat de richtlijn grensoverschrijdende fusies een grote stap voorwaarts was voor de grensoverschrijdende mobiliteit van vennootschappen in de EU, terwijl tevens wordt erkend dat ze wellicht moet worden aangepast om te voldoen aan de veranderende behoeften van de eengemaakte markt.
(15)     http://ec.europa.eu/internal_market/consultations/2014/cross-border-mergers-divisions/index_nl.htm .
(16)    COM(2015) 550 final.
(17)    Verordening (EG) nr. 2157/2001 van de Raad van 8 oktober 2001 betreffende het statuut van de Europese vennootschap (SE).
(18)    Richtlijn 2007/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders in beursgenoteerde vennootschappen.
(19)    Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures.
(20)    Richtlijn 2012/17/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2012 tot wijziging van Richtlijn 89/666/EEG van de Raad en Richtlijnen 2005/56/EG en 2009/101/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de koppeling van centrale, handels- en vennootschapsregisters betreft.
(21)    COM(2015) 550 final. Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: De eengemaakte markt verbeteren: meer mogelijkheden voor mensen en ondernemingen.
(22)    COM(2015) 468 final. Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: Actieplan voor de opbouw van een kapitaalmarktenunie.
(23)    COM(2017) 2600 final. Aanbeveling van de Commissie over de oprichting van de Europese pijler van sociale rechten.
(24)    COM(2015) 302 final. Een eerlijk en doeltreffend vennootschapsbelastingstelsel in de Europese Unie: vijf belangrijke actiegebieden.
(25)    Richtlijn (EU) 2015/2376 van de Raad van 8 december 2015 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied (PB L 332 van 18.12.2015, blz. 1).
(26)    Richtlijn (EU) 2016/881 van de Raad van 25 mei 2016 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied (PB L 146 van 3.6.2016, blz. 8).
(27)    Richtlijn (EU) 2016/1164 van de Raad van 12 juli 2016 tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken welke rechtstreeks van invloed zijn op de werking van de interne markt (PB L 193 van 19.7.2016, blz. 1).
(28)    COM(2017) 335 final.
(29)    COM(2017) 340 final.
(30)    De informatie over de uiteindelijke begunstigden moet bovendien in een nationaal centraal register worden bijgehouden.
(31)    Bijlage 5 bij de effectbeoordeling bij dit voorstel.
(32)    Richtlijn 2005/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen (PB L 310 van 25.11.2005, blz. 1). de richtlijn is nu vervangen door Richtlijn (EU) 2017/1132 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht (codificatie) (PB L 169 van 30.6.2017, blz. 46).
(33)    Bech-Bruun/Lexidale, Study on the application of the cross-border mergers directive (September 2013) http://ec.europa.eu/internal_market/company/docs/mergers/131007_study-cross-border-merger-directive_en.pdf .
(34)    Schmidt, Cross-border mergers and divisions, transfers of seat: Is there a need to legislate? Studie voor de commissie JURI, juni 2016. Reynolds/Scherrer/Truli, Ex-post analysis of the EU framework in the area of cross-border mergers and divisions, Studie voor het Europees Parlement, december 2016.
(35)    Schmidt, Cross-border mergers and divisions, transfers of seat: Is there a need to legislate? Studie voor de commissie JURI, juni 2016. Reynolds/Scherrer/Truli, Ex-post analysis of the EU framework in the area of cross-border mergers and divisions, Studie voor het Europees Parlement, december 2016.
(36)    De effectbeoordeling en het advies van de Raad voor regelgevingstoetsing zijn beschikbaar op: http://ec.europa.eu/transparency/regdoc/?fuseaction=ia&year=&serviceId=10226&s=Search  
(37)    De gegevens hebben betrekking op de periode 2008-2012, Bech-Bruun/Lexidale, 2013 blz. 80.
(38)    Polbud – Wykonawstwo C-106/16
(39)    PB C […], […], blz. […].
(40)    Richtlijn (EU) nr. 2017/1132 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht (codificatie) (PB L 169 van 30.6.2017, blz. 46).
(41)    Arrest van het Hof van 25 oktober 2017, Polbud – Wykonawstwo, C-106/16, ECLI:EU:C:2017:804, punt 29.
(42)    Richtlijn 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 tot vaststelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap (PB L 80 van 23.3.2002, blz. 29).
(43)    Richtlijn 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers (herschikking) (PB L 122 van 16.5.2009, blz. 28).
(44)    Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36).
(45)    COM(2015) 550 final van 28 oktober 2015.
(46)    COM(2016) 710 final van 25 oktober 2016.
(47)    Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen (PB L 82 van 22.3.2001, blz. 16).
(48)    Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag (PB L 225 van 12.8.1998, blz. 1).
(49)    Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).
(50)    PB C 369 van 17.12.2011, blz. 14.
(51)    PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.