Brussel, 11.1.2018

COM(2018) 8 final

2018/0003(NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing

{SWD(2018) 5 final}
{SWD(2018) 6 final}


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

De term 'high-performance computing' heeft betrekking op de technologieën en het gebruik van krachtige supercomputers (die met elkaar zijn verbonden in een afzonderlijk system of in de directe nabijheid van honderden duizenden of miljoenen parallel werkende verwerkingseenheden) voor het uitvoeren van zeer omvangrijke en snelle berekeningen die zoveel rekenkracht vergen dat gewone computers het niet aankunnen. HPC-methodologieën omvatten modellering en simulatie, geavanceerde data-analyse en -visualisering, die worden gebruikt voor taken die zeer veel rekenkracht vergen of zeer data-intensief zijn en bedoeld zijn voor een grote verscheidenheid aan wetenschappelijke, technologische, industriëlen, zakelijke en overheidstoepassingen. HPC is van groot belang voor vorderingen en vernieuwingen in het digitale tijdperk, waarin rekenkracht de concurrentiepositie bepaalt. Het is een sleuteltechnologie voor de wetenschap, de industrie en de maatschappij in haar geheel:

HPC is een essentieel instrument voor de aanpak van belangrijke wetenschappelijke en maatschappelijke uitdagingen, zoals onder meer de vroegtijdige opsporing en behandeling van ziekten, nieuwe therapieën op basis van bijvoorbeeld gepersonaliseerde en precisiegeneeskunde; het ontcijferen van de werking van het menselijk brein; het voorspellen van klimaatontwikkelingen; het observeren van de ruimte; de preventie en het beheer van grootschalige natuurrampen; en het sneller ontwerpen van nieuwe materialen.

Sectoren en bedrijven ervaren in toenemende mate de kritieke effecten van het gebruik van HPC, in de vorm van aanzienlijk kortere ontwerp- en productiecycli, kostenvermindering, grotere hulpbronnenefficiëntie en verkorting en optimalisering van besluitvormingsprocessen.

Daarnaast is HPC van vitaal belang voor de nationale veiligheid en defensie, bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van complexe encryptietechnologieën, het traceren en beantwoorden van cyberaanvallen, bij forensische wetenschap en kernsimulaties.

De wetenschappelijke vermogens, het industriële concurrentievermogen en de soevereiniteit van Europa hangen in kritieke mate af van toegang tot wereldwijd toonaangevende HPC- en data-infrastructuur om gelijke tred te houden met de toenemende behoeften en complexiteit van de problemen die moeten worden opgelost. Hoewel de Unie in 2012 maatregelen heeft genomen voor meer inzet om ervoor te zorgen dat Europe een leidinggevende rol kan spelen bij het aanbieden en gebruiken van HPC-systemen en -diensten 1 , is het resultaat tot op heden onvoldoende. Dit heeft de volgende gevolgen:

(a)de Unie beschikt niet over de beste supercomputers ter wereld, en de supercomputers waarover zij beschikt, zijn afhankelijk van buitenlandse HPC-toeleveringsketens, waardoor het risico steeds groter wordt dat de Unie het moet stellen zonder strategische of technologische expertise die nodig is voor innovatie en het concurrentievermogen;

(b)de in de Unie beschikbare supercomputers voldoen niet aan de navraag. Om deze lacune op te vullen, zijn Europese wetenschappers en de industrie voor de verwerking van hun data aangewezen op topmachines die zich buiten de Unie bevinden. Dit kan problemen opleveren, met name wat betreft de bescherming van persoonsgegevens en gevoelige gegevens, zoals commerciële gegevens of bedrijfsgeheimen, en de eigendom van gegevens, in het bijzonder voor gevoelige toepassingen, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid;

(c)de investeringen van de lidstaten en de Unie in HPC vinden grotendeels ongecoördineerd plaats en ontwikkelingen op het gebied van HPC-technologie worden in de industrie weinig toegepast. Vergeleken met de concurrenten in de Verenigde Staten, China en Japan schieten de investeringen van de lidstaten en de Unie in HPC schieten duidelijk tekort: er wordt per jaar 500 tot 750 miljoen EUR te weinig geïnvesteerd;

(d)de Unie slaagt er niet in om haar investeringen in technologische ontwikkelingen om te zetten in op Europese technologie gebaseerde HPC-systemen die zij aanschaft. Er is dus geen doeltreffend verband tussen het aanbod van technologie, gezamenlijk ontwerp met gebruikers en gezamenlijke aanschaf van systemen; en

(e)doordat het niet lukt om een leidende markt voor HPC te creëren, kan ook geen concurrerende Europese HPC-toeleveringssector ontstaan, terwijl de markt de komende tien jaar naar verwachting een volume van ongeveer 1 biljoen EUR zal hebben.

Om ervoor te zorgen dat deze kwesties worden aangepakt, hebben op de Digitale dag in Rome (die op 23 maart 2017 plaatsvond als onderdeel van de viering van de zestigste verjaardag van het Verdrag van Rome) zeven lidstaten – Frankrijk, Duitsland, Italië, Luxemburg, Nederland, Portugal en Spanje – de EuroHPC-verklaring 2 ondertekend. Vervolgens hebben België, Slovenië, Bulgarije, Zwitserland, Griekenland en Kroatië zich daarbij aangesloten. De dertien landen zijn overeengekomen om met elkaar en met de Commissie samen te werken wat betreft de verwerving en toepassing tegen 2022-2023 van pan-Europese geïntegreerde exaschaalsupercomputing-infrastructuur (EuroHPC). Andere lidstaten en geassocieerde landen werden uitgenodigd om de EuroHPC-verklaring te ondertekenen.

De doelstelling die de Unie heeft vastgesteld, is in 2022 of 2023 tot exaschaalprestaties te bereiken, dat wil zeggen een prestatieniveau van computingsystemen die in staat zijn tien tot de achttiende macht berekeningen per seconde uit te voeren. Tot de verhoging van de rekenkracht boven exaschaal behoren post-exaschaaltechnologieën en waarschijnlijk quantumcomputers. Deze computingtoestellen maken gebruik van effecten uit de quantumfysica in plaats van de traditionele transistors. Een tussenstap op weg naar exaschaalprestaties, namelijk 20 tot 50 % van de exaschaalprestaties, moet in 2019 worden bereikt.

De landen die de EuroHPC-verklaring hebben ondertekend, zagen in dat zij samen met de EU dringend moeten investeren teneinde toonaangevende HPC-infrastructuur verwerven die aansluit bij de hoge eisen die de wetenschappelijke en industriële gebruikers van Europa wat betreft hun toepassingen stellen en deze infrastructuur aan hen ter beschikking te stellen, en tegen 2022-2023 in Europa eigen exaschaal 3 HPC-infrastructuur op wereldniveau te ontwikkelen.

Om deze doelstellingen te bereiken, is een nieuw juridisch en financieel instrument nodig waarmee twee pre-exaschaalmachines van elk enkele honderden petaflops3 (in 2019/2020) aangeschaft en aan publieke en particuliere gebruikers ter beschikking gesteld kunnen worden om toonaangevende wetenschappelijke en industriële toepassing te ontwikkelen die zullen bijdragen aan de ontwikkeling van een breed pre-exaschaal ecosysteem in Europa. Het instrument moet ook ter ondersteuning dienen van O&O en de ontwikkeling van technologie die nodig is voor het mede ontwerpen van concurrerende Europese exaschaalmachines, waaronder de eerste generatie Europese low-power microprocessortechnologie met laag verbruik. Deze technologie is van groot belang voor het bereiken van exaschaalcapaciteit in Europa tegen 2022-2023. De aanschaf van exaschaalsystemen zou echter geen deel uitmaken van het onderhavige voorstel.

In de zomer en herfst van 2017 heeft de Commissie een effectbeoordeling uitgevoerd om te bepalen met welk instrument het meest geschikt is voor de verwezenlijking van deze doelstellingen, waarbij tegelijkertijd de beste resultaten worden bereikt voor de economie, de maatschappij en het milieu en de belangen van de Unie worden gewaarborgd. Het bleek dat een gemeenschappelijke onderneming de beste optie was. Een gemeenschappelijke onderneming voorziet in een gezamenlijk juridisch, contractueel en organisatorisch kader waarmee structuur wordt gegeven aan de gezamenlijke verbintenissen die de deelnemende leden zijn aangegaan. Bovendien krijgen de leden een solide bestuursstructuur en budgettaire zekerheid. Met de onderneming kunnen de gezamenlijke aanschaf worden uitgevoerd en HPC-systemen van wereldklasse worden toegepast door middel van de bevordering van (met name Europese) technologie. Verder kan de onderneming fungeren als eigenaar van de pre-exaschaal supercomputers die de leden ervan gezamenlijk hebben gefinancierd en op die manier niet-discriminerende toegang tot deze computers faciliteren. Tot slot kan de onderneming onderzoeks-, ontwikkelings- en innovatieprogramma's opzetten voor de ontwikkeling van technologieën en de verdere integratie daarvan in Europese exaschaal supercomputingsystemen, en zodoende de schakel vormen tussen O&O enerzijds en de oplevering en toepassing van exaschaal HPC-systemen, alsmede bijdragen tot de ontwikkeling van een concurrerende Europese sector voor de levering van technologie.

De financiële middelen voor de Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC zullen afkomstig zijn uit het budget dat in het huidige meerjarig financieel kader (MFK) al is uitgetrokken voor HPC-activiteiten in de werkprogramma's voor de laatste twee jaar van Horizon 2020 en de Connecting Europe Facility. De doelstellingen van de Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC kunnen worden bereikt zonder aanvullende financiering uit het volgende meerjarig financieel kader. Indien er in het volgende meerjarig financieel kader middelen ter beschikking worden gesteld, zou de verordening betreffende de Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC moeten worden gewijzigd teneinde een nieuwe mandaat vast te stellen met betrekking tot de aanschaf en exploitatie van de exaschaalinfrastructuur, de ontwikkeling van HPC-technologie volgende op exaschaal, en de aanschaf en exploitatie van dergelijk post-exaschaalinfrastructuur, met inbegrip van de eventuele integratie daarvan ten opzichte van quantumcomputingtechnologieën. Een gewijzigd, breder mandaat zou worden gebaseerd op een passende effectbeoordeling overeenkomstige de vereisten inzake betere regelgeving.

Hoe werkt de Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC?

De activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming zullen worden gegroepeerd rond twee hoofdpijlers:

(1)aanschaf en exploitatie van HPC- en data-infrastructuur: verwerving van supercomputing- en data-infrastructuur van wereldklasse en de toepassing, koppeling en exploitatie daarvan; beschikbaar stellen en beheer van de toegang tot deze infrastructuur voor een breed scala aan publieke en particuliere gebruikers, en

(2)een onderzoeks- en innovatieprogramma op het gebied van HPC: ondersteuning van een onderzoeks- en innovatie-agenda voor Europese HPC-technologie en de ontwikkeling van expertise; ontwikkeling van toepassingen en vaardigheden, en een breed gebruik van HPC.

Lidmaatschap van de gemeenschappelijke onderneming wordt als volgt geregeld:

publieke leden: de Unie (vertegenwoordigd door de Commissie) en de lidstaten en met Horizon 2020 geassocieerde landen 4 die wensen deel te nemen (deelnemende staten). Momenteel zijn deelnemende staten de dertien landen die de EuroHPC-verklaring hebben ondertekend (Frankrijk, Duitsland, Italië, Luxemburg, Nederland, Portugal, Spanje, België, Slovenië, Bulgarije, Griekenland, Kroatië en Zwitserland), maar andere lidstaten en geassocieerde landen kunnen zich hierbij aansluiten, en

particuliere leden: vertegenwoordigers van de belanghebbenden op het gebied van HPC en big data, met inbegrip van de academische wereld en het bedrijfsleven. De verenigingen ETP4HPC 5 en BDVA 6 die de particuliere entiteiten in de contractuele publiek-private partnerschappen vertegenwoordigen, hebben bij brief de uitvoering van het EuroHPC-initiatief ondersteund en blijk gegeven van belangstelling voor een bijdrage aan de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming.

Het bestuur van de gemeenschappelijke onderneming wordt als volgt opgezet:

een raad van bestuur (samengesteld uit vertegenwoordigers van de publieke leden van de gemeenschappelijke onderneming) is verantwoordelijk voor de strategische beleidsvorming en de financieringsbesluiten in verband met de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming op het gebied van de aankoop alsmede onderzoek en innovatie. In beginsel zijn de stemrechten en -procedures evenredig aan de financiële bijdrage die de leden leveren, en

een industrieel en wetenschappelijk adviescomité (samengesteld uit de vertegenwoordigers van de particuliere leden van de gemeenschappelijke onderneming). Om belangenverstrengeling te voorkomen, met name met betrekking tot de aankoop van pre-exaschaalsupercomputers voor de leveranciers van hoogwaardige technologie, heeft dit comité slechts een adviserende rol en omvat het twee adviesgroepen:

·een adviesgroep inzake onderzoek en innovatie die bestaat uit vertegenwoordigers van de academische wereld, gebruikers uit het bedrijfsleven en leveranciers van technologie, en die verantwoordelijk is voor het opstellen van een agenda betreffende onderzoek en innovatie voor technologie en toepassingen op de middellange en lange termijn, net betrekking tot de activiteiten op het gebied van onderzoek, innovatie, toepassingen en de ontwikkeling van vaardigheden die worden ondersteund door het onderzoeks- en innovatieprogramma van de gemeenschappelijke onderneming, en

·een adviesgroep inzake infrastructuur die bestaat uit door de raad van bestuur geselecteerde ervaren deskundigen uit de academische wereld en gebruikers uit het bedrijfsleven en die de raad van bestuur onafhankelijk advies geven over de aanschaf en exploitatie van de supercomputers die het eigendom zijn van de gemeenschappelijke onderneming.

De Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC zal in 2019 van start gaan. In 2019-2020 worden open uitnodigingen tot het indienen van voorstellen op het gebied van onderzoek en innovatie met betrekking tot de financiering van HPC-technologie en activiteit betreffende de ontwikkeling van toepassingen uitgebracht. Daarnaast worden twee pre-exaschaalmachines van enkele honderden petaflops aangekocht en wordt de verwerving van ten minste twee bijkomende machines in de orde van grootte van enkele tientallen petaflops medegefinancierd.

De gemeenschappelijke onderneming schaft de voornamelijk door de Unie gefinancierde HPC-machines aan en is eigenaar van deze machines. De deelnemende staten schaft de voornamelijk door henzelf gefinancierde machines aan en is eigenaar van deze machines.

De gemeenschappelijke onderneming verwerft de pre-exaschaalsupercomputers in twee stappen:

ten eerste wordt een onderbrengende entiteit in een aan de gemeenschappelijke onderneming deelnemende lidstaat geselecteerd die zorgt voor de nodige faciliteiten om een supercomputer in onder te brengen en te exploiteren (gewoonlijk een supercomputingcentrum). De raad stelt de criteria voor de selectie van de onderbrengende entiteit vast. De gemeenschappelijke onderneming en de onderbrengende entiteit ondertekenen een onderbrengingsovereenkomst waarin de verantwoordelijkheden voor het installeren en exploiteren van de HPC-machines wordt vastgelegd. De pre-exaschaalsupercomputers zullen zich in een lidstaat bevinden, aangezien de algemene doelstelling de ondersteuning van een geïntegreerd HPC-ecosysteem in de Unie is 7 .

ten tweede zal de gemeenschappelijke onderneming het startschot geven voor de procedure voor de verwerving van de supercomputer die in de geselecteerde onderbrengende entiteit zal worden geïnstalleerd en geëxploiteerd.

De financiële bijdrage van de Unie binnen het huidige meerjarig financieel kader zou 486 miljoen EUR bedragen, aangevuld met vergelijkbare bedragen van de deelnemende staten en de particuliere leden van de Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC.

De gemeenschappelijke onderneming zal deze middelen hoofdzakelijk gebruiken voor de uitvoering van zijn activiteiten in het kader van de twee pijlers (zie hierboven). Met name zal in het kader van de tweede pijler ("het onderzoeks- en innovatieprogramma inzake HPC") de aandacht worden gevestigd op de tekortkomingen op het gebied van de programmacoördinatie waarmee de Commissie momenteel wordt geconfronteerd doordat de HPC-strategie via afzonderlijke werkprogramma’s (Horizon 2020 en de Connecting Europe Facility) moet worden uitgevoerd. De raad van bestuur zal verantwoordelijk zijn voor:

·de overeenstemming van de inhoud en de tijdschema's van de verschillende oproepen met de strategische HPC-agenda;

·het waarborgen van de samenhang tussen de onderwerpen van de oproepen; en

·het opzetten van de passende financieringsinstrumenten voor het verwezenlijken van de doelstellingen, met name wat betreft de aankoop van innovatie op het traject dat leidt van de ontwikkeling van Europese HPC-technologie naar de aankoop van Europese machines.

Door gebruik te maken van de regels van Horizon 2020 kan de gemeenschappelijke onderneming bepalingen vaststellen waarmee de economische en strategische belangen van de Unie worden beschermd, dat wil zeggen dat in de Unie tot stand gekomen intellectuele eigendom wordt beschermd en dat alle door de EU gefinancierde resultaten op het vlak van onderzoek en innovatie eerst in de Unie worden benut.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

In de mededeling "Geavanceerde computing: de positie van Europa in de wereldwijde wedloop"1 van 2012 werd de strategische aard van HPC belicht, dat werd beschouwd als van groot belang voor het innovatievermogen van de EU. 

Op 19 april 2016 heeft de Commissie het Europese cloudinitiatief aangenomen als onderdeel van haar strategie voor de digitalisering van het Europees bedrijfsleven. 8 Het doel is dat de Commissie en de lidstaten een toonaangevende Europees HPC- en big data-ecosysteem opzetten dat wordt ondersteund door HPC-, data- en netwerkinfrastructuur van wereldklasse. Dergelijke infrastructuur zou de EU helpen tegen 2022-2023 een van de grootste mogendheden op het gebied van supercomputing te worden dankzij exaschaalsupercomputers op basis van Europese technologie.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Op 10 mei 2017 heeft de Commissie een tussentijdse evaluatie van de strategie voor de digitale eengemaakte markt uitgebracht 9 , waarin zij aangekondigde voornemens te zijn tegen eind 2017 een rechtsinstrument voor te stellen dat voorziet in een kader voor de aanbesteding van een geïntegreerde supercomputer- en data-infrastructuur op exaschaal.

De beleidsinterventie bouwt tevens voort op het beleidspakket inzake de digitalisering van het Europese bedrijfsleven (zie hierboven).

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag voor het initiatief inzake de Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC is artikel 187 een de eerste alinea van artikel 188 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Het toenemende belang van HPC voor de wetenschap en de publieke en particuliere sector in de afgelopen jaren gaat gepaard met een exponentiële stijging van de investeringen die nodig zijn om wereldwijd concurrerend te blijven. Als gevolg daarvan wordt alom erkend dat alle betrokkenen baat hebben bij "Europeanisering" op dit gebied door middel van gedeelde infrastructuur en gemeenschappelijk gebruik van bestaande capaciteiten. Dit geldt ook voor lidstaten die eventueel moeite hebben autonome nationale HPC-infrastructuur te creëren, maar waardevolle bijdragen kunnen leveren aan gebundelde en gekoppelde HPC-capaciteiten op EU-niveau.

De schaal van de benodigde middelen om een duurzame HPC-infrastructuur en een duurzaam HPC-ecosysteem te verwezenlijken, gaat de mogelijkheden van de afzonderlijke lidstaten te boven. Geen enkele afzonderlijke lidstaat beschikt over de financiële middelen om zelf exaschaalrekencapaciteit te verwerven en het nodige exaschaal HPC-ecosysteem te ontwikkelen, te verwerven en te exploiteren binnen termijnen die gelijke tred houden met de huidige wereldleiders op dit gebied (de VS, China en Japan). In de Unie beschikbare kennis en middelen moeten worden gebundeld om een toonaangevende HPC-ecosysteem op te bouwen binnen alle schakels van de waardeketen. Tevens moeten investeringen op EU-niveau en de daaruit voortvloeiende diensten worden gecoördineerd om ervoor te zorgen dat de infrastructuur voor HPC-computing- en -data van de Unie gelijkwaardig is aan die van haar concurrenten in de wereld.

Er is op sommige gebieden al sprake van samenwerking op het niveau van de lidstaten, het bedrijfsleven en de wetenschapssector. Daartoe behoren PRACE 10 , het contractuele publiek-private partnerschap inzake HPC (ETP4HPC), het contractuele publiek-private partnerschap inzake big data en GÉANT 11 . EuroHPC bouwt hierop voort, aangezien de belangrijkste investeerders in de landen die de EuroHPC-verklaring hebben ondertekend al in deze structuren zijn vertegenwoordigd.

Politieke steun van de lidstaten aan EuroHPC is al expliciet gegeven door de Raad, de ondertekenaars van de EuroHPC-verklaring en het Europees Parlement 12 .

Evenredigheid

Het voorstel voldoet aan het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie vastgestelde evenredigheidsbeginsel, aangezien het voorziet in een doeltreffend samenwerkingskader dat passend is voor alle actieterreinen van dit initiatief, het niet verder gaat dan wat nodig is om de vastgestelde problemen op te lossen en het evenredig is met de doelstellingen ervan. Dat houdt met name het volgende in:

·Ten eerste wordt er een gezamenlijke aanbestedingskader voor een geïntegreerde pre-exaschaal computing- en data-infrastructuur van wereldklasse in Europa tot stand gebracht, waarmee de versnippering van de nationale HPC-investeringsplannen wordt tegengegaan en de moeilijkheden bij de verwerving van supercomputers op basis van Europese technologie worden aangepakt. Het voorstel voorziet in bundeling van middelen van de Unie, de deelnemende staten en de particuliere leden. Er is al financiering voor de Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC beschikbaar in de EU-begroting (vastleggingen voor HPC-activiteiten in de laatste twee jaar van Horizon 2020 en de Connecting Europe Facility). De behoefte aan bijkomende financiering van de deelnemende staten en de particuliere leden zal beperkt zijn, aangezien het voorstel grotendeels berust op reeds bestaande vastleggingen of investeringsplannen voor de komende jaren;

·Ten tweede zijn de financieringsinstrumenten beschikbaar in het kader van Horizon 2020 en de Connecting Europe Facility. De begunstigden en deelnemers zullen in vergelijking met de huidige situatie geen bijkomende administratieve lasten hoeven te dragen, en

·Ten derde bouwt het initiatief voort op bestaande initiatieven zoals PRACE, de contractuele publiek-private partnerschappen ETP4HPC en BDVA, en de HPC-kenniscentra die een beslissende rol zullen blijven spelen bij de verwezenlijking van de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming. In de toekomst zullen zij voorzien in toegang tot HPC-capaciteiten in Europa en gebruikersgemeenschappen ondersteunen bij het ontwikkelen en aanpassen van hun toepassingen met betrekking tot de exploitatie van supercomputers.

Keuze van instrument

Voor de oprichting en exploitatie van een gemeenschappelijke onderneming waarin de Unie participeert, is een verordening van de Raad vereist.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Raadpleging van belanghebbenden

Sinds de publicatie van de mededeling betreffende het "Europees cloudinitiatief", waarin de doelstellingen van een Europese strategie op het gebied van HPC werden geschetst, zijn er diverse stappen ondernomen om de belanghebbenden te informeren over de doelstellingen van de strategie en hen te vragen te helpen bij de vormgeving ervan. De Commissie heeft een aantal workshops georganiseerd, waaronder de Digitale dag in Rome (23 maart 2017). Organisaties van belanghebbenden, zoals ETP4HPC, PRACE, en de Europese wetenschapscloud, hebben eveneens workshops georganiseerd.

De Commissie heeft regelmatig informele vergaderingen belegd met vertegenwoordigers van een kerngroep van lidstaten die de EuroHPC-verklaring in maart 2017 hebben ondertekende teneinde de routekaart en de uitvoering van een gezamenlijk Europees initiatief op het gebied van HPC te bespreken. Bovendien heeft de Commissie twee workshops georganiseerd (op 5 en 26 oktober 2017) waarvoor alle lidstaten waren uitgenodigd en waarbij zij de doelstellingen van het initiatief en het voorgestelde uitvoeringsmodel (gemeenschappelijke onderneming) heeft gepresenteerd en de lidstaten werd verzocht om feedback en opmerkingen.

In august 2017 heeft de Commissie een gerichte raadpleging over een gemeenschappelijk onderneming betreffende HPC gepubliceerd. Hiervoor werd gebruikgemaakt van social media, een website en gerichte uitnodigingen per e-mail. Er werd verzocht om de standpunten van belanghebbenden die werden geacht de Europese HPC-gemeenschap te vertegenwoordigen, waaronder de wetenschappelijke gemeenschappen van gebruikers van HPC-infrastructuur (bijvoorbeeld de 29 grote onderzoeksinfrastructuurvoorzieningen van het Europees Strategieforum voor onderzoeksinfrastructuur (ESFRI), de wetenschappelijke gebruikers van PRACE, de Europese data-infrastructuur (EUDAT), de Europese netwerkinfrastructuur (EGI)), ETP4HPC, BDVA, kenniscentra voor supercomputingtoepassingen, supercomputingcentra, HPC-dienstverleners, HPC-toegangsproviders, organisaties voor onderzoek en innovatie op het gebied van HPC, en door de lidstaten en de EU gefinancierde HPC-projecten.

Er zijn bijna 100 antwoorden ontvangen, waaronder een aantal geconsolideerde adviezen van organisatie van belanghebbenden. Het resultaat van de raadpleging was massale steun voor een gezamenlijk Europees initiatief. Bovendien was er een brede consensus wat betreft de belangrijkste HPC-gerelateerde kwesties in Europa en de prioriteiten voor het aanpakken ervan. De wetenschappelijke gebruikers, industriële gebruikers, supercomputingcentra en de toeleveringsindustrie brachten allemaal soortgelijke standpunten naar voren.

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

De Commissie heeft ervaring met het opzetten en beheren van gemeenschappelijke ondernemingen. In het bijzonder zal zij baat hebben bij de ervaring die is opgedaan bij de uitvoering van de Gemeenschappelijke Onderneming voor Elektronische Componenten en Systemen voor Europees Leiderschap (ECSEL) 13 op een aan HPC verwant gebied, namelijk micro- en nano-elektronica. Een aantal industriële spelers neemt aan beide gemeenschappelijke ondernemingen deel en naar verwachting zullen de technologische ontwikkelingen betreffende de uiterst gespecialiseerde supercomputermarkten hun weg vinden naar de massamarkten waarop ECSL betrekking heeft.

Effectbeoordeling

De Commissie heeft voor de volgende beleidsopties een effectbeoordeling uitgevoerd:

een basisscenario (geen beleidsinterventie), met inbegrip van een herziening van de huidige instrumenten voor het behalen van de doelstellingen van de Europese HPC-strategie;

een Consortium voor een Europese onderzoeksinfrastructuur (ERIC), en;

een gemeenschappelijke onderneming.

Van andere opties, zoals een Europees Economisch Samenwerkingsverband (EESV), intergouvernementele organisaties en met Galileo vergelijkbare structuren, is afgezien, aangezien het was duidelijk dat de rechtsgrondslag daarvan niet zou voldoen aan de basisvereisten voor de uitvoering van een gezamenlijk Europees HPC-initiatief.

De Commissie heeft onderzocht in welke mate de drie geselecteerde opties de volgende effecten zouden hebben:

·een doeltreffende bijdrage leveren aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het gezamenlijke Europese initiatief;

·voldoen aan de functionele vereisten van het juridische en financiële instrument;

·beschermen van de belangen van de Unie, en

·zorgen voor een positieve impact op de economie, het concurrentievermogen, de maatschappij en het milieu.

De conclusie werd getrokken dat een gemeenschappelijke onderneming wat betreft alle genoemde punten het meest positieve effect zou hebben.

De aan een publiek-privaat partnerschap verbonden inherente risico's zouden op de volgende manieren worden gecompenseerd door de Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC:

aanbesteding: al de aanbestedingsactiviteiten van de gemeenschappelijke onderneming vallen onder de exclusieve verantwoordelijkheid van de raad van bestuur (die uitsluitend uit de publieke leden ervan is samengesteld). Hierdoor wordt gewaarborgd dat degelijke aanbestedingsbesluiten kunnen worden gemaakt zonder inmenging van de particuliere leden (met name van de HPC-toeleveringsindustrie), ofwel in het gezamenlijke openbare-aanbestedingsproces voor de pre-exaschaalmachines of in besluiten over de manier waarop de overheidsmiddelen zullen worden besteed;

degelijke en tijdige uitvoering van activiteiten: de doelstellingen en taken van de gemeenschappelijke onderneming zullen duidelijke worden gedefinieerd en de uitvoering ervan zal regelmatig worden gecontroleerd ten aanzien van duidelijk omschreven resultaten en jaarlijks vast te stellen kernprestatie-indicatoren. Andere maatregelen zijn onder meer een evaluatie achteraf om de twee jaar van de activiteiten, waarbij zo nodig corrigerende maatregelen worden genomen;

·aanbestedingsprogramma: het gemeenschappelijk programma zal profiteren van de ervaringen die veel van haar publieke leden met de aanbesteding van supercomputingsystemen hebben opgedaan. Bovendien zal het programma gepland en gemonitord met behulp van de leden van de adviesgroep inzake infrastructuur die zorgvuldig worden geselecteerd door de raad van bestuur op basis van hun expertise op het gebied van aanbestedingen en monitoring met betrekking tot de exploitatie van nationale HPC-machines.

·onderzoeks- en innovatieprogramma: de opzet en uitvoering van dit programma is soortgelijk aan het huidige HPC-programma in het kader van Horizon 2020. Het programma wordt gebaseerd op onderzoeks- en innovatieagenda's die zijn opgezet door de particuliere leden die deelnemen aan het wetenschappelijk adviescomité van de gemeenschappelijke onderneming (met inbegrip van vertegenwoordigers van de contractuele publiek-private partnerschappen ETP4HPC en BDVA).

beleggingsrisico's: de bijdragen uit de begroting van de Unie aan de gemeenschappelijke onderneming is al beschikbaar en de meeste van de deelnemende lidstaten hebben hun HPC-verbintenissen of -investeringsplannen voor de komende jaren al gepland. Uit de tussentijdse evaluatie van ECSEL, dat soortgelijke doelstellingen had, is gebleken dat er wat betreft particuliere investeringen een aanzienlijk hefboomeffect was: de gemeenschappelijke activiteiten leidden tot bijkomende particuliere investeringen van 4,26 EUR voor elke euro overheidsinvesteringen.

Op 25 oktober 2017 heeft de Raad voor regelgevingstoetsing een positief advies uitgebracht, waarbij echter voorbehoud werd gemaakt betreffende de effectbeoordeling. In het voorstel wordt rekening gehouden met de aanbeveling van de Raad voor regelgevingstoetsing doordat in artikel 4 wordt bepaald dat de gemeenschappelijke onderneming fungeert met financiering uit programma’s die onder het huidige meerjarig financieel kader vallen en doordat in artikel 3 de doelstellingen en in artikel 1 van de bijlage ("Statuten") de taken worden vastgesteld die ge gemeenschappelijke onderneming moet verwezenlijken. Er is rekening gehouden met de lering die is getrokken uit de opzet en het beheer van de bestaande gemeenschappelijke ondernemingen, met name op basis van de onlangs voltooide tussentijdse evaluatie van ECSEL. Beide gemeenschappelijke ondernemingen lijken wat betreft de structuur en doelstellingen op elkaar; het voornaamste verschil is de uitgebreide aanbestedingsactiviteiten bij EuroHPC die geen deel uitmaken van ECSEL. Dit verschil verklaart de toekenning van stemrecht in verhouding tot de bijdrage van de deelnemers, als genoemd in overweging 25 van het EuroHPC-voorstel en artikel 6 ("Statuten") van de bijlage bij het voorstel.

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Dit voorstel voor een verordening tot oprichting van een gemeenschappelijke onderneming is in overeenstemming met de richtsnoeren van de Commissie voor betere regelgeving, met name omdat enkel noodzakelijke en evenredige maatregelen worden voorgesteld. Het voorstel volgt voor zover mogelijk het model van ECSEL, waarbij gebruik wordt gemaakt van in die context opgedane ervaring en rekening wordt gehouden met de aanbevelingen van de tussentijdse evaluatie van ECSEL.

Het oprichten van een Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC zou bijdragen tot de vereenvoudiging van de uitvoering van de HPC-activiteiten die de Commissie momenteel in het kader van Horizon 2020 verricht. De Commissie zou aan de gemeenschappelijke onderneming de bevoegdheid delegeren om te HPC-activiteiten van de Unie via twee verschillende programma's (Horizon 2020 en de Connecting Europe Facility) en drie onderdelen van het werkprogramma van Horizon 2020 (‘Technologieën van de toekomst of in opkomst’ (FET), ‘Leiderschap in ondersteunende en industriële technologieën ICT’ (LEIT-ICT) en ‘Onderzoeksinfrastructuren’) uit te voeren. Door deze benadering worden de moeilijkheden bij het synchroniseren en coördineren van de activiteiten ter verwezenlijking van de doelstellingen van de Europese HPC-strategie aangepakt en worden de onderhandelingen met de vier verschillende programmacomitéconfiguraties teruggebracht tot onderhandelingen met één enkele raad van bestuur.

De lidstaten, wetenschappelijke gebruikers van HPC, het bedrijfsleven (waaronder het mkb), supercomputingcentra en uiteindelijk de burgers hebben baat bij het voorstel. De gemeenschappelijke onderneming zorgt ervoor dat de HPC-capaciteiten van Europa van wereldklasse worden, heeft een rechtstreekse positieve impact op maatschappelijke uitdagingen (bijv. gezondheid, milieu, klimaat enz.), fabricage en technologie, het fundamenteel onderzoek alsmede de nationale veiligheid en beveiliging, en stimuleert een Europese toeleveringsindustrie voor digitale technologieën.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Wat betreft het huidige meerjarig financieel kader zijn er geen bijkomende gevolgen voor de begroting, aangezien de middelen voor de Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC afkomstig zijn van de budgetten die reeds zijn uitgetrokken HPC-activiteiten in de werkprogramma's voor de laatste twee jaren van Horizon 2020 en de Connecting Europe Facility. In totaal zou er uit beide programma’s 486 miljoen EUR beschikbaar zijn.

De deelnemende staten zullen hetzelfde bedrag bijdragen als onderdeel van hun programma’s voor de modernisering van hun nationale HPC-infrastructuur.

De particuliere entiteiten moeten een soortgelijk bedrag bijdragen als onderdeel van hun huidige verbintenis in het kader van de contractuele publiek-private partnerschappen ETP4HPC en BDVA, voor de resterende looptijd van Horizon 2020.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

Zodra de twee pre-exaschaalsupercomputers operationeel zijn, zal door middel van een tussentijdse evaluatie worden bepaald hoe doeltreffend de gemeenschappelijke onderneming als juridisch en financieel instrument is voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europese HPC-strategie. Met name zal worden gekeken naar het niveau van deelname van de deelnemende staten en de particuliere leden aan de acties van de gemeenschappelijke onderneming en hun bijdrage daaraan.

De gemeenschappelijke onderneming zal een jaarlijks activiteitenverslag publiceren waarin aandacht wordt besteed aan de acties die zijn ondernomen, de desbetreffende uitgaven en de verwerving en exploitatie van de HPC- en data-infrastructuur die de gemeenschappelijke onderneming heeft aangeschaft en die haar eigendom is. De verwezenlijking van de algemene doelstellingen zal worden beoordeeld door middel van de algemene kernprestatie-indicatoren voor gemeenschappelijke ondernemingen die uit Horizon 2020 worden gefinancierd en de voor EuroHPC specifieke kernprestatie-indicatoren.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 heeft betrekking op de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC, waarbij de duur en de zetel ervan worden vastgesteld.

Artikel 2 bevat de definities van "petaschaal", 'pre-exaschaal", "exaschaal", "supercomputer", "onderbrengende entiteit", "onderbrengingsovereenkomst", "toegangstijd", "opleveringstest", "deelnemende staat", "particulier lid", "gelieerde entiteit", "groepsentiteit" en "gebruiker".

In artikel 3 worden de algemene en specifieke doelstellingen en activiteiten van de Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC vastgesteld.

Artikel 4 heeft betrekking op de financiële bijdrage van de Unie aan de administratieve en operationele kosten van de Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC door middel van financiering uit de programma's Horizon 2020 en Connecting Europe Facility.

Artikel 5 heeft betrekking op de financiële bijdragen van de deelnemende staten en de particuliere leden aan de administratieve en operationele kosten.

Artikel 6 heeft betrekking op de onderbrengende entiteit waaraan de gemeenschappelijke onderneming de exploitatie van de pre-exaschaal supercomputers toevertrouwt; tevens wordt het proces vastgesteld op basis waarvan deze entiteit wordt geselecteerd.

Artikel 7 bevat de inhoud van de onderbrengingsovereenkomst waarin de rollen en verantwoordelijkheden van de onderbrengende entiteit worden vastgesteld.

In artikel 8 wordt bepaald dat de gemeenschappelijke onderneming eigenaar is van de pre-exaschaalsupercomputers die zij aankoopt totdat deze het einde van hun economische levensduur bereiken en aan de onderbrengende entiteit worden overgedragen.

In artikel 9 worden de voorwaarden voor de toegang voor gebruikers van de supercomputers vastgesteld.

In artikel 10 wordt gespecificeerd hoe de Europese Commissie en de aan EuroHPC deelnemende staten worden gecompenseerd voor hun financiële bijdrage aan de verwerving van de pre-exaschaalsupercomputers: aan elke partij die een bijdrage levert, wordt een aandeel van de totale toegangstijd naar rato van de financiële bijdrage toegewezen.

In artikel 11 worden de financiële regels van de gemeenschappelijke onderneming; vastgesteld; deze zijn in overeenstemming met het financieel reglement.

In artikel 12 worden de omstandigheden vastgesteld waaronder de gemeenschappelijke onderneming commerciële diensten verleent.

2018/0003 (NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 187 en artikel 188, eerste alinea,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Publiek-private partnerschappen in de vorm van gezamenlijke technologie-initiatieven werden voor het eerst mogelijk gemaakt door Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad 14 .

(2)Bij Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad 15 is Horizon 2020, het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014 -2020), vastgesteld (hierna "Horizon 2020" genoemd). Het kaderprogramma beoogt een groter effect met betrekking tot onderzoek en innovatie te bewerkstelligen door financiering uit hoofde van Horizon 2020 en uit de private sector te combineren in publiek-private partnerschappen voor kerngebieden waar onderzoek en innovatie een bijdrage kunnen leveren aan de bredere concurrentiedoelstellingen van de Unie, het aantrekken van particuliere investeringen en het oplossen van maatschappelijke uitdagingen. Deze partnerschappen dienen gebaseerd te zijn op een langetermijnbetrokkenheid, waarbij sprake is van een evenwichtige bijdrage door alle partners; ze moeten worden afgerekend op het behalen van hun doelstellingen en moeten worden afgestemd op de strategische doelstellingen van de Unie op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Het bestuur en de werking van deze partnerschappen moet open, transparant, doeltreffend en efficiënt verlopen en moet een breed scala aan belanghebbenden de mogelijkheid bieden om op hun specifiek actieterrein deel te nemen.

(3)Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1291/2013 16 en Besluit 2013/743/EU van de Raad 17 kunnen in het kader van Horizon 2020 opgerichte gemeenschappelijke ondernemingen worden ondersteund onder de voorwaarden omschreven in dat besluit.

(4)Bij Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad 18 is de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen (hierna "Connecting Europe Facility" of "CEF" genoemd) vastgesteld. De CEF maakt het mogelijk dat projecten van gemeenschappelijk belang in het kader van het beleid voor de trans-Europese netwerken in de sectoren vervoer, telecommunicatie en energie worden voorbereid en worden uitgevoerd. De CEF verleent steun voor de tenuitvoerlegging van deze projecten van gemeenschappelijk belang die zijn gericht op de ontwikkeling en aanleg van nieuwe infrastructuur en diensten of de modernisering van bestaande infrastructuur en diensten in de sectoren vervoer, telecommunicatie en energie. De CEF draagt voorts bij aan het steunen van projecten met een Europese meerwaarde en met aanzienlijke maatschappelijke voordelen, die echter geen passende financiering vanuit de markt ontvangen.

(5)Bij Verordening (EU) nr. 283/2014 van het Europees Parlement en de Raad 19 zijn de richtsnoeren voor trans-Europese netwerken op het gebied van telecommunicatie-infrastructuur en de sectorspecifieke voorwaarden voor de telecommunicatiesector vastgesteld.

(6)High-performance computing kan worden beschouwd als project van gemeenschappelijk belang, met name op het gebied van digitale-diensteninfrastructuur "toegang tot herbruikbare overheidsinformatie – open data van de overheid", zoals bepaald in Verordening (EU) nr. 283/2014. Overeenkomstig artikel 6, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1316/2013 kan de Commissie de uitvoering van de CEF gedeeltelijk toevertrouwen aan de organen als bedoeld in artikel 58, lid 1, onder c), van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad 20 .

(7)De mededeling van de Commissie met als titel „Europa 2020 — Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei” 21 (de „Europa 2020-strategie”), onderschreven door het Europees Parlement en de Raad, benadrukt dat gunstige voorwaarden voor investeringen in kennis en innovatie moeten worden ontwikkeld teneinde slimme, duurzame en inclusieve groei in de Unie te verwezenlijken.

(8)In de mededeling van de Commissie van 19 april 2016 met als titel "Europees cloudinitiatief - Bouwen aan een concurrentiële data- en kenniseconomie in Europ" 22 wordt opgeroepen tot de totstandbrenging van Europese data-infrastructuur op basis van high-performance computing-capaciteiten van wereldklasse en de ontwikkeling van een volwaardig Europees high-performance computing-ecosysteem dat in staat is tot het ontwikkelen van nieuwe Europese technologie en het verwezenlijken van exaschaalsupercomputers. Het belang van het desbetreffende gebied en van de uitdagingen waarmee de belanghebbenden in de Unie worden geconfronteerd, vereist dringende maatregelen om de nodige middelen en capaciteiten bijeen te brengen teneinde te waarborgen dat onderzoek en ontwikkeling aansluiten op de levering en exploitatie van de exaschaal high-performance computing-systemen. Er dient daarom een mechanisme te worden opgezet op het niveau van de Unie om te zorgen voor de combinatie en concentratie van ondersteuning voor de totstandbrenging van Europese high-performance computing-infrastructuur van wereldklasse alsmede onderzoek en innovatie betreffende high-performance computingdoor de lidstaten, de Unie en de particuliere sector. Deze infrastructuur moet toegankelijk zijn voor gebruikers uit de overheidssector, het bedrijfsleven en de academische wereld, met inbegrip van de wetenschappelijke gemeenschappen die deel uitmaken van de Europese open wetenschapscloud.

(9)In de mededeling van de Commissie van 10 mei 2017 over de tussentijdse evaluatie van de uitvoering van de strategie voor de digitale interne markt – Een connectieve digitale interne markt 23 wordt high-performance computing aangewezen als essentieel element voor de digitalisering van het bedrijfsleven en de data-economie. Aanzienlijke investeringen zijn nodig om supercomputers te ontwikkelen, te verwerven en te exploiteren die tot de top drie in de wereld behoren, en geen enkel afzonderlijk Europees land beschikt over de middelen een zelfstandig een volwaardig Europees high-performance computing-ecosysteem te ontwikkelen. De lidstaten, de Unie en de particuliere sector moeten hun inspanningen coördineren en hun middelen bundelen teneinde tegemoet te komen aan de toenemende vraag naar high-performance computing en om een sterke high-performance computing-bedrijfstak in de Unie op te bouwen. In de mededeling wordt voorgesteld een juridisch instrument te creëren dat voorziet in een aanbestedingskader voor een geïntegreerde exaschaal supercomputing- en data-infrastructuur.

(10)Teneinde de Unie te voorzien van de computingprestaties die nodig zijn om ervoor te zorgen dat het onderzoek dat in de Unie wordt uitgevoerd tot de top behoort, moeten de investeringen van de lidstaten in high-performance computing worden gecoördineerd en moet HPC-technologie in het bedrijfsleven een grotere rol gaan spelen. De Unie moet haar effectiviteit opvoeren wat betreft de omzetting van technologische ontwikkelingen in high-performance computing-systemen die in Europa worden aangeschaft door middel van een doeltreffende koppeling tussen het aanbod van technologie, gezamenlijk ontwerp met gebruikers, en de gezamenlijke aanbesteding van systemen van wereldklasse.

(11)Een gemeenschappelijke onderneming is het beste instrument voor de verwezenlijking van de in het kader van het Europese cloudinitiatief vastgestelde doelstellingen van de Europese strategie inzake high-performance computing 24 en voor het overwinnen van de huidige beperkingen, waarbij optimale economische, maatschappelijke en milieu-effecten worden bereikt en de belangen van de Unie het best worden gewaarborgd. De onderneming voorziet in bundeling van middelen van de Unie, de lidstaten en de particuliere sector. De onderneming kan dienen voor de uitvoering van een aanbestedingskader en voor de exploitatie van HPC-systemen van wereldklasse door middel van de bevordering van (met name Europese) technologie. Met de onderneming kunnen onderzoeks- en innovatieprogramma’s worden opgezet voor de ontwikkeling van technologieën en de verdere integratie ervan in Europese exaschaalsupercomputingsystemen en een bijdrage worden geleverd aan een concurrerende Europese sector voor de levering van technologie.

(12)De gemeenschappelijke onderneming moet worden opgezet en in 2019 operationeel zijn teneinde de doelstelling te verwezenlijken om de Unie tegen 2020 te voorzien van pre-exaschaal infrastructuur en tegen 2022-2023 de nodige technologieën voor het totstandbrengen van exaschaalcapaciteiten te ontwikkelen. Aangezien de ontwikkelingscyclus van de volgende generatie technologie gewoonlijk vier tot vijf jaar in beslag neemt, moeten onmiddellijk maatregelen worden genomen om de concurrentiepositie op de wereldwijde markt te behouden en deze doelstelling te verwezenlijken.

(13)Met het publiek-private partnerschap in de vorm van de gemeenschappelijke onderneming moeten de financiële en technische middelen worden bijeengebracht die noodzakelijk zijn om de complexiteit van de steeds snellere innovatie op dit terrein te beheersen. De leden van de gemeenschappelijke onderneming moeten daarom de Unie, de lidstaten en de geassocieerde landen (hierna "deelnemende landen" genoemd) zijn die overeenstemming bereiken over een gemeenschappelijk Europees initiatief op het gebied van high-performance computing, en organisaties (hierna "particuliere leden" genoemd) die hun samenstellende entiteiten vertegenwoordigen alsmede andere organisaties met een expliciete en actieve betrokkenheid bij het behalen van resultaten op het gebied van onderzoek en innovatie en bij het behoud van expertise betreffende high-performance computing in Europa. De gemeenschappelijke onderneming moet openstaan voor nieuwe leden, op voorwaarde dat zij een financiële bijdrage leveren, onder meer aan de administratieve kosten, en dat zij de statuten van de gemeenschappelijke onderneming aanvaarden.

(14)De Unie, de deelnemende staten en de particuliere leden van de gemeenschappelijke onderneming dienen elk een financiële bijdrage aan de administratieve kosten van de gemeenschappelijke onderneming te leveren. Aangezien een bijdrage aan de administratieve kosten door de Unie in het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 slechts tot 2023 kan worden doorgeschoven om de lopende kosten te dekken, moeten de deelnemende staten en de particuliere leden van de gemeenschappelijke onderneming de administratieve kosten van de gemeenschappelijke onderneming vanaf 2024 volledig voor hun rekening nemen.

(15)Met het oog op het opnieuw innemen van een leidende positie op het gebied van technologieën inzake high-performance computing en het ontwikkelen van een volwaardig ecosysteem op het gebied van high-performance computing ten behoeve van de Unie, hebben de uit het bedrijfsleven en de onderzoekswereld afkomstige belanghebbenden van de particuliere organisatie ETP4HPC in 2014 een contractueel publiek-privaat partnerschap met de Unie opgezet. De missie daarvan is het tot stand brengen van Europese waardeketen betreffende high-performance computing-technologie van wereldklasse die op wereldwijde schaal concurrerend is, waarbij synergie-effecten tussen de drie pijlers van het high-performance computing-ecosysteem (ontwikkeling van technologie, toepassingen en computinginfrastructuur) worden bevorderd. Gezien de expertise van de particuliere organisatie ETP4HPC en het feit dat hierin de relevante particuliere belanghebbenden op het gebied van high-performance computing bijeen zijn gebracht, moet ETP4HPC in aanmerking komen voor lidmaatschap van de gemeenschappelijke onderneming.

(16)Met het oog op het versterken van de waardeketen inzake data, het opbouwen van een hechtere gemeenschap op het gebied van data en het leggen van de basis voor een bloeiende data-economie in de Unie, hebben de uit het bedrijfsleven en de onderzoekswereld afkomstige belanghebbenden van de organisatie BDVA in 2014 een contractueel publiek-privaat partnerschap met de Unie opgezet. Gezien de expertise van de particuliere organisatie BDVA en het feit dat hierin de relevante particuliere belanghebbenden op het gebied van big data bijeen zijn gebracht, moet BDVA in aanmerking komen voor lidmaatschap van de gemeenschappelijke onderneming.

(17)De particuliere organisaties ETP4HPC en BDVA hebben schriftelijk blijk gegeven van hun bereidheid om bij te dragen aan de technologische strategie van de gemeenschappelijke onderneming en om hun expertise ter beschikking te stellen voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming. Het is dienstig dat deze particuliere organisaties de in de bijlage bij deze verordening opgenomen statuten aanvaarden door middel van een verklaring van aanvaarding.

(18)De gemeenschappelijke onderneming moet zijn gericht op duidelijk gedefinieerde onderwerpen en de academische wereld en het Europese bedrijfsleven in het algemeen in staat stellen de meest innovatieve technologieën op het gebied van high-performance computing te ontwerpen, ontwikkelen en gebruiken, en in de hele Unie te zorgen voor geïntegreerde infrastructuur met high-performance computing-capaciteiten van wereldklasse, snelle connectiviteit en leidende toepassingen en data- en softwarediensten ten behoeve van wetenschappers en andere leidende gebruikers uit het bedrijfsleven, met inbegrip van het mkb, en de overheidssector. Met de gemeenschappelijke onderneming moet het gebrek aan HPC-gerelateerde vaardigheden worden aangepakt. De gemeenschappelijke onderneming moet de weg effenen voor de opbouw van de eerste hybride high-performance computing-infrastructuur in Europe, waarbij klassieke computingarchitectuur en quantumcomputingtoestellen worden geïntegreerd en bijvoorbeeld de quantumcomputer als accelerator voor HPC-threads wordt benut. Gestructureerde en gecoördineerde financiële steun op Europees niveau is noodzakelijk om in een uiterst competitieve internationale context de technologische koppositie van onderzoeksteams en Europese industrieën te behouden door resultaten van wereldklasse te behalen en deze te integreren in concurrerende systemen, in de hele Unie een snel en breed industrieel rendement uit Europese technologie te halen en daardoor belangrijke spill-overeffecten voor de samenleving te creëren, risico’s te delen en krachten te bundelen door strategieën en investeringen op het gemeenschappelijke Europese belang te richten. Als een lidstaat of groep van lidstaten daartoe een aanvraag doet, kan de Commissie overwegen de initiatieven van de gemeenschappelijke onderneming als belangrijk project van gemeenschappelijk Europees belang aan te merken, indien aan alle voorwaarden wordt voldaan, in overeenstemming met de communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie 25 .

(19)De gemeenschappelijke onderneming moet, teneinde haar doelstellingen betreffende het ontwerp, de ontwikkeling en het gebruik van de meest innovatieve technologieën op het gebied van high-performance computing te verwezenlijken, financiële steun verlenen, met name in de vorm van subsidies en aanbestedingen op basis van openbare vergelijkende oproepen tot het indienen van voorstellen en openbare aanbestedingen. Dergelijke financiële steun dient met name te worden gericht op gevallen waarin de ontwikkeling van het betrokken programma is verhinderd door aantoonbaar falen van de markt, en dient een stimulerend effect te hebben, in die zin dat het gedrag van de begunstigde erdoor wordt gewijzigd.

(20)De gemeenschappelijke onderneming moet, teneinde haar doelstelling te bereiken, zorgen voor een kader voor de verwerving van een geïntegreerde exaschaal supercomputing- en data-infrastructuur in de Unie, om de gebruikers te voorzien van de strategische rekenmiddelen die zij nodig hebben om concurrerend te blijven en uitdagingen op het gebied van de maatschappij, het milieu, de economie en beveiliging aan te pakken.

(21)De gemeenschappelijke onderneming moet eigenaar zijn van de pre-exaschaalsupercomputers die zij heeft verworven. De exploitatie van de pre-exaschaalsupercomputers moet worden toevertrouwd aan een onderbrengende entiteit, dat wil zeggen een juridische entiteit in een lidstaat die deelneemt aan de gemeenschappelijke onderneming en die voorziet in faciliteiten om een supercomputer in onder te brengen en te exploiteren. De onderbrengende entiteit moet in de mate van het mogelijke zorgen voor een fysieke en functionele scheiding tussen de pre-exaschaalsupercomputers van de gemeenschappelijke onderneming en alle andere nationale computingsystemen die zij exploiteert. De onderbrengende entiteit moet worden geselecteerd door de raad van bestuur van de gemeenschappelijke onderneming. De gemeenschappelijke onderneming moet eigenaar van de pre-exaschaalsupercomputers blijven totdat deze zijn afgeschreven (gewoonlijk nadat deze vier tot vijf jaar operationeel zijn geweest). Daarna moeten deze eigendom worden van de onderbrengende entiteit die deze buiten bedrijf stelt, afvoert of op andere wijze gebruikt, en moet de onderbrengende entiteit de restwaarde van de supercomputers uitbetalen aan de gemeenschappelijke onderneming.

(22)De pre-exaschaal- en petaschaalsupercomputers moeten hoofdzakelijk voor openbare onderzoeks- en innovatiedoeleinden worden gebruikt door eender welke gebruiker uit de academische wereld, het bedrijfsleven of de overheidssector. De gemeenschappelijke onderneming moet toestemming krijgen om een aantal beperkte economische activiteiten voor particuliere doeleinden uit te voeren. Gebruikers die zijn gevestigd in de Unie of in een met Horizon 2020 geassocieerd land, moeten toegang krijgen. De toegangsrechten moeten voor alle gebruikers billijk zijn en op transparante wijze worden toegewezen. De raad van bestuur moeten voor elke supercomputer de toegangsrechten vaststellen voor het aandeel van de Unie in de toegangstijd.

(23)De gemeenschappelijke onderneming moet de verwerving van petaschaalcomputers door de deelnemende staten ondersteunen door middel van het gebruik van een passend instrument (bijvoorbeeld openbare aanbesteding van innovatieve oplossingen). De begunstigden van dit instrument moeten de eigenaren van de petaschaalcomputer zijn. Het aandeel van toegangstijd van de Unie voor elke petaschaalcomputer dient evenredig te zijn aan de financiële bijdrage van de gemeenschappelijke onderneming aan de in aanmerking komende verwervingskosten die de begunstigden hebben gemaakt.

(24)Beperkt gebruik van de supercomputers door gebruikers die economische activiteiten voor niet-onderzoeksgebonden toepassingen uitvoeren, moet worden toegestaan. Toegangstijd moet voornamelijk worden toegewezen aan alle gebruikers die zijn gevestigd in de Unie of in een met Horizon 2020 geassocieerd land. De toegangsrechten moeten op transparante wijze worden toegewezen.

(25)De governance van de gemeenschappelijke onderneming moet worden gewaarborgd door twee organen: een raad van bestuur en een industrieel en wetenschappelijk adviescomité. De raad van bestuur moet bestaan uit vertegenwoordigers van de Unie en de deelnemende staten. De raad van bestuur moet verantwoordelijk zijn voor de strategische beleidsvorming en de financieringsbesluiten in verband met de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming, met name met betrekking tot alle activiteiten betreffende openbare aanbestedingen. Het industrieel en wetenschappelijk adviescomité moet bestaan uit vertegenwoordigers van de academische wereld en het bedrijfsleven in hun rol van gebruikers en uit leveranciers van technologie. Het comité moet onafhankelijk advies aan de raad van bestuur geven over de strategische onderzoeksagenda en over de verwerving en exploitatie van de supercomputers die het eigendom zijn van de gemeenschappelijke onderneming.

(26)De stemrechten moeten in beginsel evenredig zijn aan de financiële en bijdragen in natura van de leden ervan. De deelnemende staten moeten alleen stemrecht hebben met betrekking tot aan aanbestedingen gerelateerde activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming indien zij middelen bijdragen aan de aanbestedingsactiviteiten, en zij mogen uitsluitend stemmen over activiteiten die zijn gerelateerd aan acties onder contract indien zij daaraan middelen bijdragen. De stemrechten moeten jaarlijkse worden berekend op basis van de daadwerkelijke bijdragen.

(27)De financiële bijdrage van de Unie moet worden beheerd overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer en de relevante regels voor indirect beheer zoals vastgesteld bij Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 en Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie 26 . Regels waaraan de gemeenschappelijke onderneming zich moet houden bij openbare aanbestedingen moeten in haar financiële regels worden vastgesteld.

(28)Ter bevordering van een Europees high-performance computing-ecosysteem moet de gemeenschappelijke onderneming gepast gebruik maken van aanbestedings- en subsidie-instrumenten, bijvoorbeeld door middel van passende precommerciële aanbesteding en openbare aanbesteding van innovatieve oplossingen.

(29)Bij de beoordeling van de algemene impact van de gemeenschappelijke onderneming moet rekening worden gehouden met investeringen door de particuliere leden, in de vorm van bijdragen in natura bestaande uit de kosten die zij hebben gemaakt bij de uitvoering van acties minus de bijdragen door de gemeenschappelijke onderneming. Deze algehele investeringen moeten ten minste EUR 420 000 000 bedragen.

(30)Om gelijke concurrentievoorwaarden voor alle ondernemingen op de interne markt te handhaven, moet de subsidiëring door de kaderprogramma's van de Unie in overeenstemming zijn met de beginselen inzake staatssteun om de doeltreffendheid van de overheidsinvesteringen te waarborgen en marktverstoringen, zoals het verdringen van private financiering, het creëren van ineffectieve marktstructuren of het in stand houden van inefficiënte bedrijven, te voorkomen.

(31)Deelname aan acties onder contract die worden gefinancierd door de gemeenschappelijke onderneming moet voldoen aan Verordening (EU) nr. 1290/2013. De gemeenschappelijke onderneming moet er bovendien op toezien dat die regels consequent worden toegepast, op basis van de desbetreffende maatregelen die de Commissie heeft vastgesteld.

(32)Bij de verstrekking van financiële steun aan activiteiten van het programma Connecting Europe Facility moet worden voldaan aan de regels van dit programma.

(33)De financiële belangen van de Unie en van de andere deelnemers aan de gemeenschappelijke onderneming moeten gedurende de gehele uitgavencyclus worden beschermd door middel van evenredige maatregelen, waaronder de preventie, de opsporing en het onderzoek van onregelmatigheden, de terugvordering van verloren gegane, ten onrechte betaalde of onjuist bestede middelen en, indien nodig, administratieve en financiële sancties overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012.

(34)De gemeenschappelijke onderneming dient op een open en transparante manier te functioneren door alle relevante informatie tijdig ter beschikking te stellen en haar activiteiten, waaronder informatie- en verspreidingsactiviteiten, bij het bredere publiek te bevorderen. Het reglement van orde van de organen van de gemeenschappelijke onderneming moet openbaar worden gemaakt.

(35)Om de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming te vergemakkelijken, moet de Commissie worden belast met het opzetten en het opstarten van de gemeenschappelijke onderneming totdat deze voldoende operationele capaciteit heeft om de eigen begroting uit te voeren.

(36)Ten behoeve van de vereenvoudiging dienen de administratieve lasten voor alle betrokken partijen te worden verminderd. Dubbele audits en onevenredige hoeveelheden documentatie en verslaglegging moeten worden vermeden. Voor acties die uit het programma Horizon 2020 worden gefinancierd, moeten audits bij ontvangers van financiering van de Unie worden uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1291/2013. Voor acties die uit het programma Connecting Europe Facility worden gefinancierd, moeten audits bij ontvangers van financiering van de Unie worden uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1316/2013.

(37)De intern controleur van de Commissie moet ten aanzien van de gemeenschappelijke onderneming dezelfde bevoegdheden uitoefenen als die welke hij met betrekking tot de Commissie uitoefent.

(38)De Commissie, de gemeenschappelijke onderneming, de Rekenkamer en OLAF moeten toegang krijgen tot alle nodige informatie en de locaties om audits en onderzoeken uit te voeren met betrekking tot de subsidies, contracten en overeenkomsten die door de gemeenschappelijke onderneming zijn ondertekend.

(39)Horizon 2020 dient bij te dragen aan het dichten van de kloof binnen de Unie op het gebied van onderzoek en innovatie, door de synergie met de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESIF's) te bevorderen. Derhalve moet de gemeenschappelijke onderneming streven naar een nauwe wisselwerking met de ESIF's die specifiek kunnen helpen om lokaal, regionaal en nationaal de onderzoeks- en innovatievermogens te versterken

(40)Alle oproepen tot het indienen van voorstellen door de gemeenschappelijke onderneming moeten de looptijd van het kaderprogramma Horizon 2020 en het programma Connecting Europe Facility, in voorkomend geval, in acht nemen, behalve in naar behoren gemotiveerde gevallen.

(41)De gemeenschappelijke onderneming moet ook gebruikmaken van de elektronische middelen die door de Commissie worden beheerd, teneinde openheid en transparantie te waarborgen en de deelname eraan te vergemakkelijken. Derhalve moeten de oproepen tot het indienen van voorstellen die de gemeenschappelijke onderneming in het kader van het financieringsprogramma Horizon 2020 doet, ook worden bekendgemaakt op het centraal deelnemersportaal en via andere door de Commissie beheerde elektronische verspreidingsmiddelen van Horizon 2020. Voorts moeten relevante gegevens over onder meer voorstellen, aanvragers, subsidies en deelnemers ter beschikking worden gesteld door de gemeenschappelijke onderneming, opdat zij in de door de Commissie beheerde elektronische verslagleggings- en verspreidingssystemen kunnen worden opgenomen, in een gepast formaat en volgens de periodiciteit overeenkomstig de verslagleggingsverplichtingen van de Commissie.

(42)Aangezien de doelstelling van deze verordening, met name het versterken van onderzoek en innovatie op industrieel niveau, de verwerving van pre-exaschaalsupercomputers, en toegang tot high-performance computing- en data-infrastructuur in de hele Unie door middel van de tenuitvoerlegging door de gemeenschappelijke onderneming, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege het vermijden van onnodige duplicering, het behouden van de kritische massa en het waarborgen van een optimale benutting van de overheidsmiddelen, beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Oprichting

(1)Voor de uitvoering van het initiatief betreffende "Europese high-performance computing" wordt hierbij voor de periode tot 31 december 2026 een gemeenschappelijke onderneming in de zin van artikel 187 van het Verdrag (de "Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing", hierna "de gemeenschappelijke onderneming" genoemd) opgericht.

(2)Teneinde rekening te houden met de looptijd van de Europese kaderprogramma's voor onderzoek en innovatie (Horizon 2020), vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1291/2013 en de Connecting Europe Facility (CEF), vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1316/2013, worden oproepen tot het indienen van voorstellen en aanbestedingen in het kader van deze gemeenschappelijke onderneming uiterlijk op 31 december 2020 worden geopend. In met redenen omklede gevallen kunnen oproepen tot het indienen van voorstellen en aanbestedingen worden geopend tot en met 31 december 2021.

(3)De gemeenschappelijke onderneming vormt een orgaan waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap wordt toevertrouwd, als bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012.

(4)De gemeenschappelijke onderneming heeft rechtspersoonlijkheid. In elke lidstaat bezit zij de ruimste handelingsbevoegdheid die door de wetgeving van de betrokken lidstaat aan rechtspersonen wordt verleend. Zij kan met name roerende en onroerende goederen verkrijgen of vervreemden en in rechte optreden.

(5)De zetel van de gemeenschappelijke onderneming is gevestigd in Luxemburg.

(6)De statuten van de gemeenschappelijke onderneming ("de statuten") zijn in de bijlage opgenomen.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

(1)"opleveringstest": een test die wordt uitgevoerd om te bepalen of aan de vereisten van de systeemspecificatie is voldaan;

(2)"toegangstijd": de rekentijd van een supercomputer die ter beschikking wordt gesteld aan een gebruiker of groep gebruikers om hun programma's uit te voeren;

(3)"gelieerde entiteit": een entiteit als gedefinieerd artikel 2, lid 1, punt 2, van Verordening (EU) ne. 1290/2013;

(4)"samenstellende entiteiten": de entiteiten waaruit elk particulier lid van de gemeenschappelijke bestaat, als gedefinieerd in de statuten van dat particuliere lid;

(5)"exaschaal": een prestatieniveau van computersystemen die in staat zijn tien tot de achttiende macht berekeningen per seconde (of 1 exaflop) uit te voeren;

(6)"onderbrengingsovereenkomst": een overeenkomst, die de vorm van een opdracht voor diensten of een ander contract kan hebben, die wordt gesloten door de gemeenschappelijke onderneming en een onderbrengende entiteit met betrekking tot de exploitatie van de door de gemeenschappelijke onderneming aangekochte pre-exaschaalsupercomputers;

(7)" onderbrengende entiteit": een juridische entiteit, gevestigd in een aan de gemeenschappelijke onderneming deelnemende lidstaat, die voorziet in faciliteiten om een pre-exaschaalsupercomputer in onder te brengen en te exploiteren;

(8)"deelnemende staten": de landen die lid zijn van de gemeenschappelijke onderneming;

(9)"petaschaal": een prestatieniveau van computersystemen die in staat zijn tien tot de vijftiende macht berekeningen per seconde (of 1 petaflop) uit te voeren;

(10)"pre-exaschaal": een prestatieniveau van computersystemen die in staat zijn meer dan 100 petaflop en minder dan 1 exaflop berekeningen uit te voeren;

(11)"particuliere leden": de particuliere organisaties die lid zijn van de gemeenschappelijke onderneming;

(12)"supercomputer": elke computersysteem met ten minste petaschaalrekenprestaties;

(13)"gebruiker": elke natuurlijke of rechtspersoon, entiteit of internationale organisatie waaraan toegangstijd voor het gebruik van een supercomputer van de gemeenschappelijke onderneming is verleend.

Artikel 3

Doelstellingen

(1)De gemeenschappelijke onderneming heeft de volgende algemene doelstellingen:

(a)wetenschappers, het bedrijfsleven en de overheidssector uit de Unie of een aan Horizon 2020 geassocieerd land voorzien van de meest recente high-performance computing- en data-infrastructuur alsmede de ontwikkeling van de daaraan gerelateerde technologieën en toepassingen op een breed scala aan gebieden ondersteunen;

(b)voorzien in een kader voor de aankoop van geïntegreerde pre-exaschaal supercomputing- en data-infrastructuur van wereldklasse in de Unie;

(c)voorzien in coördinatie op EU-niveau en adequate financiële middelen ter ondersteuning van de ontwikkeling en aankoop van dergelijke infrastructuur die toegankelijk zal zijn voor gebruikers uit de overheids- en de particuliere sector, voornamelijk voor onderzoeks- en innovatiedoeleinden;

(d)ondersteunen van de ontwikkeling van een geïntegreerd ecosysteem inzake high-performance computing in de Unie dat alle segmenten van de wetenschappelijke en industriële waardeketen dekt, met name op het gebied van hardware, software, toepassingen, diensten, engineering, interconnecties, expertise en vaardigheden.

(2)De gemeenschappelijke onderneming heeft de volgende specifieke doelstellingen:

(a)bijdragen tot de uitvoering van Verordening (EU) nr. 1291/2013 en Besluit 2013/743/EU, en met name deel II daarvan, en tot de uitvoering van Verordening (EU) nr. 1316/2013 en Verordening (EU) nr. 283/2014;

(b)de strategieën van de lidstaten en de Unie op elkaar afstemmen en tot een gecoördineerde Europese strategie inzake high-performance computing te komen en bij te dragen tot de doeltreffendheid van overheidssteun door overlappende inspanningen en versnippering te voorkomen;

(c)middelen van de Unie, nationale middelen en particuliere investeringen bundelen en de investeringen in high-performance computing optrekken tot een niveau dat vergelijkbaar is met dat van de concurrenten op wereldschaal;

(d)opbouwen en exploiteren van een leidende geïntegreerde supercomputing- en data-infrastructuur in de hele Unie Union als essentiële voorwaarde voor wetenschappelijke excellentie, voor de digitalisering van het bedrijfsleven en de overheidssector, en voor het versterken van de capaciteiten inzake innovatie en het wereldwijde concurrentievermogen teneinde bij te dragen aan de groei van de economie en de werkgelegenheid in de Unie;

(e)toegang tot infrastructuurvoorzieningen en diensten op basis van high-performance computing bieden aan een breed scala aan gebruikers uit de onderzoeks- en wetenschapsgemeenschap, aan het bedrijfsleven, met inbegrip van het mkb, en aan de overheidssector, met het oog op nieuwe en opkomende rekenintensieve toepassingen en diensten;

(f)de kloof dichten tussen onderzoek en ontwikkeling en de levering van exaschaal high-performance computing-systemen teneinde de toeleveringsketen inzake digitale technologie in de Unie te versterken en de aankoop van supercomputers van wereldklasse door de gemeenschappelijke onderneming mogelijk te maken;

(g)bereiken van excellentie op het gebied van high-performance-toepassing voor prestaties van wereldklasse door middel van de ontwikkeling en optimalisatie van codes en toepassingen via een benadering inzake gemeenschappelijk ontwerp, waarbij steun wordt geboden aan kenniscentra voor high-performance computing-toepassingen en grootschalige demonstratieprojecten op het gebied van high-performance computing en testopstellingen voor big data-toepassingen en -diensten op zeer uiteenlopende wetenschappelijke en industriële gebieden;

(h)verbinden en bundelen van regionale, nationale en Europese high-performance computing-supercomputers en andere computingsystemen, datacentra en aanverwante software en toepassingen;

(i)vergroten van het innovatiepotentieel van het bedrijfsleven, en met name van het mkb, door middel van geavanceerde high-performance computing-infrastructuur en -diensten;

(j)verbeteren van de kennis van high-performance computing en ertoe bijdragen het gebrek aan vaardigheden in verband met high-performance computing in de Unie wordt aangepakt;

(k)ervoor zorgen dat het gebruik van high-performance computing wordt verbreed.

Artikel 4

Financiële bijdrage van de Unie

(1)De financiële bijdrage van de Unie aan de gemeenschappelijke onderneming, met inbegrip van EVA-kredieten, bedraagt tot 486 000 000 EUR en is als volgt verdeeld:

(a)386 000 000 EUR uit het programma Horizon 2020, waaronder tot 10 000 000 EUR voor administratieve kosten;

(b)100 000 000 van het CEF-programma.

(2)De in lid 1, onder a), genoemde financiële bijdrage van de Unie wordt betaald uit de kredieten die in de algemene begroting van de Unie zijn toegewezen aan het specifieke programma ter uitvoering van Horizon 2020, vastgesteld bij Besluit 743/2013/EU.

(3)De in lid 1, onder b), genoemde financiële bijdrage van de Unie wordt betaald uit de kredieten die in de algemene begroting van de Unie zijn toegewezen aan het bij Verordening nr. 1316/2013 vastgestelde programma Connecting Europe Facility; deze bijdrage dient uitsluitend voor de aankoop van infrastructuur.

(4)Overeenkomstig artikel 58, lid 1, onder c), iv), en de artikelen 60 en 61 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 wordt de uitvoering van de begroting, wat de financiële bijdrage van de Unie betreft, toevertrouwd aan de gemeenschappelijke onderneming, die optreedt als een orgaan zoals bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012.

(5)De regelingen betreffende de financiële bijdrage van de Unie worden vastgelegd in een delegatieovereenkomst en jaarlijkse overeenkomsten betreffende de overdracht van middelen, die worden gesloten tussen de Commissie, namens de Unie, en de gemeenschappelijke onderneming.

(6)De in lid 5 bedoelde delegatieovereenkomst heeft betrekking op de aspecten die zijn vastgelegd in artikel 58, lid 3, en de artikelen 60 en 61 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 en in artikel 40 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012, alsmede op onder meer de volgende aspecten:

(a)de voorwaarden voor de bijdrage aan de gemeenschappelijke onderneming wat betreft de relevante prestatie-indicatoren als bedoeld in bijlage II bij Besluit 2013/743/EU;

(b)de voorwaarden voor de bijdrage aan de gemeenschappelijke onderneming met het oog op het toezicht als bedoeld in bijlage III bij Besluit 2013/743/EU;

(c)de specifieke prestatie-indicatoren voor het functioneren van de gemeenschappelijke onderneming;

(d)de regelingen betreffende het verstrekken van de benodigde gegevens om de Commissie in staat te stellen aan haar verplichtingen van informatieverspreiding en rapportage, als bedoeld in artikel 28 van Verordening (EU) nr. 1291/2013 en artikel 28 van Verordening (EU) nr. 1316/2013, te voldoen, onder meer op het centraal deelnemersportaal en via andere door de Commissie beheerde elektronische verspreidingsmiddelen;

(e)de regeling betreffende het verstrekken van de gegevens die de Commissie nodig heeft om te kunnen voldoen aan haar verplichtingen op het gebied van verspreiding en rapportage als bedoeld in artikel 8 van Verordening (EU) nr. 283/2014;

(f)bepalingen inzake de bekendmaking van oproepen tot het indienen van voorstellen in het kader van de gemeenschappelijke onderneming, in het bijzonder via het centraal deelnemersportaal en andere door de Commissie beheerde elektronische verspreidingsmiddelen;

(g)bepalingen inzake de bekendmaking van aanbestedingen in het kader van de gemeenschappelijke onderneming in het Publicatieblad en via andere door de Commissie beheerde elektronische verspreidingsmiddelen;

(h)het gebruik van en de veranderingen in personele middelen, met name aanwerving per functiegroep, rang en categorie, de procedure voor herclassificatie en eventuele wijzigingen van het aantal personeelsleden.

Artikel 5

Bijdragen van andere leden dan de Unie

(1)De deelnemende staten leveren een bijdrage aan de operationele en administratieve kosten van de gemeenschappelijke onderneming van ten minste 486 000 000 EUR, met inbegrip van 10 000 000 EUR voor administratieve kosten.

(2)De particuliere leden van de gemeenschappelijke onderneming leveren een financiële bijdrage aan de gemeenschappelijke onderneming van ten minste 422 000 000 EUR, met inbegrip van 2 000 000 EUR voor administratieve kosten, of dragen ervoor zorg dat hun samenstellende entiteiten en gelieerde entiteiten die bijdrage leveren.

(3)De in de leden 1 en 2 genoemde bijdragen bestaan uit bijdragen aan de gemeenschappelijke onderneming als bedoeld in artikel 15 van de statuten.

(4)De leden van de gemeenschappelijke onderneming, afgezien van de Unie, brengen jaarlijks uiterlijk op 31 januari aan de raad van bestuur verslag uit over de hoogte van de bijdragen die zij in elk van de voorgaande begrotingsjaren overeenkomstig de leden 1 en 2 hebben geleverd.

(5)Voor de raming van de in artikel 15, lid 3, onder d), e) en f), van de statuten bedoelde bijdragen worden de kosten vastgesteld overeenkomstig de gebruikelijke kostenberekeningsmethoden van de betreffende entiteiten, overeenkomstig de boekhoudkundige normen die van toepassing zijn in het land waar de entiteit is gevestigd en overeenkomstig de van toepassing zijnde internationale boekhoudnormen en internationale normen voor financiële verslaglegging (IFRS). De kosten worden gecertificeerd door een onafhankelijke externe auditor die is aangewezen door de betrokken entiteit. De waarderingsmethode van de bijdragen kan door de gemeenschappelijke onderneming worden geverifieerd indien er enige onduidelijkheid is ontstaan uit de certificering. Mocht er nog onduidelijkheid zijn, dan kan de gemeenschappelijke onderneming een audit van de waarderingsmethode uitvoeren.

(6)De Commissie kan de financiële bijdrage van de Unie aan de gemeenschappelijke onderneming beëindigen, evenredig verlagen of schorsen, dan wel de in artikel 25 van de statuten bedoelde ontbindingsprocedure inleiden, indien andere leden dan de Unie, met inbegrip van hun samenstellende entiteiten en gelieerde entiteiten, de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde bijdragen niet, slechts gedeeltelijk of te laat verstrekken. 

Artikel 6

Onderbrengende entiteit

(1)De gemeenschappelijke onderneming vertrouwt de exploitatie van elke afzonderlijke pre-exaschaalsupercomputer waarvan zij eigenaar is toe aan een onderbrengende entiteit die in overeenstemming met lid 3 en de in artikel 11 bedoelde financiële regels van de gemeenschappelijke onderneming is geselecteerd.

(2)De pre-exaschaalsupercomputers worden geplaatst in een deelnemende staat die een lidstaat is van de Unie is. In een lidstaat wordt niet meer dan één pre-exaschaalsupercomputer ondergebracht.

(3)De onderbrengende entiteit wordt geselecteerd door de raad van bestuur, onder meer op basis van de onderstaande criteria:

(a)overeenstemming met de algemene systeemspecificaties die in de selectieprocedure zijn gedefinieerd;

(b)de totale kosten van de aankoop, de exploitatie en het onderhoud van de pre-exaschaalsupercomputer, onderverdeeld in kapitaaluitgaven (capex) en exploitatiekosten (opex);

(c)ervaring waarover de onderbrengende entiteit beschikt met betrekking tot het installeren en exploiteren van soortgelijke systemen;

(d)de kwaliteit van de fysieke en IT-infrastructuur van de onderbrengende faciliteit, alsmede de beveiliging daarvan en de connectiviteit met de rest van de Unie;

(e)de kwaliteit van de dienstverlening aan de gebruikers, in het bijzonder de capaciteit te voldoen aan de overeenkomst inzake het dienstverleningsniveau die deel uitmaakt van de documenten van de selectieprocedure.

(f)voorafgaande aanvaarding door de onderbrengende entiteit van de wezenlijke voorwaarden van de ontwerp-onderbrengingsovereenkomst, met inbegrip van met name de in artikel 7, lid 1, vastgestelde en de in de selectieprocedure gedefinieerde elementen;

(g)verstrekking van een bewijsstuk waaruit blijkt dat de lidstaat waarin de onderbrengende entiteit is gevestigd zich ertoe verbindt alle kosten in verband met de exploitatie van de pre-exaschaalsupercomputer te dekken totdat de eigendom ervan door de gemeenschappelijke onderneming wordt overgedragen aan die onderbrengende entiteit;

(4)De gemeenschappelijke onderneming sluit een onderbrengingsovereenkomst met elke geselecteerde onderbrengende entiteit voordat de procedure voor de aankoop van de pre-exaschaalsupercomputers van start gaat.

Artikel 7

Onderbrengingsovereenkomst

(1)In de onderbrengingsovereenkomst wordt met name het volgende vastgesteld:

(a)de verantwoordelijkheden van de onderbrengende entiteit tijdens de procedure betreffende de aankoop van de pre-exaschaalsupercomputers, met inbegrip van de opleveringstest van deze supercomputers;

(b)de aansprakelijkheidsvoorwaarden voor de exploitatie van de door de gemeenschappelijke onderneming aangekochte pre-exaschaalsupercomputer;

(c)de kwaliteit van de dienstverlening die aan de gebruikers wordt aangeboden bij de exploitatie van de pre-exaschaalsupercomputer, zoals vastgesteld in de overeenkomst inzake het dienstverleningsniveau;

(d)de toegangsvoorwaarden tot de pre-exaschaalsupercomputer, als door de raad van bestuur overeenkomstig artikel 9 vastgesteld;

(e)de rapportageregels met betrekking tot de toegangstijden;

(f)de door de deelnemende staten te dekken exploitatie- en onderhoudskosten;

(g)de voorwaarden voor de in artikel 8, lid 2, bedoelde overdracht van eigendom;

(h)    de verplichting van de onderbrengende entiteit om toegang tot de pre-exaschaalsupercomputers te verlenen, waarbij zij zorgt voor de beveiliging van de pre-exaschaalsupercomputers alsmede de bescherming van persoonsgegevens overeenkomstig Verordening nr. 2016/679, van de privacy en elektronische communicatie overeenkomstig Richtlijn 2002/58/E, bedrijfsgeheimen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/943 en van de vertrouwelijkheid van andere gegevens die onder de geheimhoudingsplicht vallen;

(i)de verplichting van de onderbrengende entiteit om een gecertificeerde auditprocedure in te stellen met betrekking tot de operationele uitgaven van de supercomputer van de gemeenschappelijke onderneming en de toegangstijden van de gebruikers;

(j)de verplichting van de onderbrengende entiteit om een maal per jaar een auditverslag en gegevens over de toegangstijd aan de raad van bestuur te verstrekken.

(2)Op de onderbrengingsovereenkomst is het recht van de Unie van toepassing, indien nodig aangevuld met het nationaal recht van de lidstaat waarin de onderbrengende entiteit is gevestigd.

(3)De onderbrengingsovereenkomst bevat een arbitrageclausule die bevoegdheid verleent aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

(4)Nadat de onderbrengingsovereenkomst is gesloten, leidt de gemeenschappelijke onderneming, ondersteund door de geselecteerde onderbrengende entiteit, de procedures in voor de aankoop van de pre-exaschaalsupercomputer in overeenstemming met de in artikel 11 bedoelde financiële regels van de gemeenschappelijke onderneming.

Artikel 8

Aankoop en eigendom van de pre-exaschaalsupercomputers

(1)De in artikel 4, lid 1, genoemde financiële bijdrage van de Unie dekt uitsluitend de aankoopkosten van de supercomputers en niet de operationele kosten.

(2)De gemeenschappelijke onderneming is eigenaar van de pre-exaschaalsupercomputers en de bijbehorende infrastructuur.

(3)Zonder afbreuk te doen aan artikel 24, lid 4, van de statuten, kan de raad van bestuur ten vroegste vier jaar na de geslaagde opleveringstest door de gemeenschappelijke onderneming van de in een onderbrengende entiteit geïnstalleerde pre-exaschaalsupercomputers besluiten de eigendom van de pre-exaschaalsupercomputer over te dragen aan die onderbrengende entiteit. De onderbrengende entiteit vergoedt de gemeenschappelijke onderneming in dit geval de restwaarde van de overgedragen supercomputers.

Artikel 9

Toegang tot de supercomputers

(1)De toegang tot de supercomputers is voornamelijk bestemd voor onderzoeks- en innovatiedoeleinden in het kader van overheidsfinancieringsprogramma's en staat open voor gebruikers uit de overheids- en de particuliere sector.

(2)De raad van bestuur stelt de algemene toegangsvoorwaarden vast en kan specifieke toegangsvoorwaarden vaststellen voor verschillende soorten gebruikers of toepassingen. De kwaliteit van de dienstverlening is gelijk voor alle gebruikers.

(3)Zonder afbreuk te doen aan door de Unie gesloten internationale overeenkomsten, wordt toegangstijd uitsluitend toegewezen aan gebruikers die in een lidstaat of een met Horizon 2020 geassocieerd land verblijven, daar zijn gevestigd of zich daar bevinden, tenzij de raad van bestuur daar in met redenen omklede gevallen anders over beslist, waarbij rekening wordt gehouden met de belangen van de Unie.

Artikel 10

Toegangstijd tot de supercomputers

(1)Gebruikers krijgen toegang tot de supercomputers overeenkomstig de leden 2 en 3 van dit artikel.

(2)Het aandeel van de toegangstijd van de Unie tot elke pre-exaschaalsupercomputer is evenredig aan de financiële bijdrage van de Unie aan de verwervingskosten ervan in verhouding tot de totale kosten van de verwerving en exploitatie van de pre-exaschaalsupercomputer. De raad van bestuur moeten stelt de toegangsrechten vast voor het aandeel van de Unie in de toegangstijd. 

Elke deelnemende lidstaat krijgt een aandeel van de toegangstijd tot elke pre-exaschaalsupercomputer dat evenredig is aan de totale waarde van zijn financiële bijdragen en bijdragen in natura aan de verwerving en exploitatie van de pre-exaschaalsupercomputer. Zonder afbreuk te doen aan artikel 12, lid 3, is de deelnemende staat verantwoordelijk voor het vaststellen van de toegangsrechten voor de gebruikers, in overeenstemming met de toegangsvoorwaarden die de raad van bestuur overeenkomstig artikel 9, lid 2, heeft vastgesteld.

Artikel 11

Financiële regels

De gemeenschappelijke onderneming stelt haar specifieke financiële regels vast overeenkomstig artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 en Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie 27 .

Artikel 12

Commerciële diensten

(1)Op industriële gebruikers die verzoeken om toegangsrechten voor private onderzoeksdoeleinden, niet aan onderzoek of innovatie gerelateerde doeleinden dan wel commerciële doeleinden, zijn specifieke voorwaarden van toepassing. Voor deze commerciële dienst moet betaling op basis van marktprijzen plaatsvinden. Het niveau van de vergoeding wordt vastgesteld door de raad van bestuur.

(2)Hieruit gegenereerde inkomsten komen ten goede aan het budget van de gemeenschappelijke onderneming dat uitsluitend wordt gebruikt om de operationele kosten van de gemeenschappelijke onderneming te dekken.

(3)De totale toegangstijd die aan commerciële diensten wordt toegewezen, is niet meer dan 10 % van de totale beschikbare toegangstijd van elke supercomputer. De raad van bestuur beslist over de toewijzing van de toegangstijd voor commerciële diensten.

(4)De kwaliteit van commerciële diensten is gelijk voor alle gebruikers.

Artikel 13

Personeel

(1)Het Statuut van de ambtenaren en de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie, vastgesteld bij Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 28 van de Raad („het Statuut” en „de Regeling (die van toepassing is op andere personeelsleden)”), en de door de instellingen van de Europese Unie gezamenlijk vastgestelde regelingen ter uitvoering van het Statuut en de Regeling, zijn van toepassing op het personeel van de gemeenschappelijke onderneming.

(2)De raad van bestuur oefent, ten aanzien van het personeel van de gemeenschappelijke onderneming, de bevoegdheden uit die bij het Statuut worden verleend aan het tot aanstelling bevoegde gezag alsmede de bevoegdheden die bij de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden worden verleend aan het tot het aangaan van arbeidsovereenkomsten bevoegde gezag (de „bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag”).

Overeenkomstig artikel 110 van het Statuut kan de raad van bestuur, op grond van artikel 2, lid 1, van het Statuut en van artikel 6 van de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden, een besluit aannemen om de bevoegdheden tot aanstelling te delegeren aan de uitvoerend directeur en de voorwaarden vast te stellen waaronder die delegatie kan worden geschorst. De uitvoerend directeur kan deze bevoegdheden op zijn beurt delegeren.

Indien uitzonderlijke omstandigheden dit vereisen, kan de raad van bestuur een besluit nemen om de delegatie van de bevoegdheden tot aanstelling aan de uitvoerend directeur en elke daaropvolgende door hem verleende subdelegatie van die bevoegdheden tijdelijk te schorsen. In dergelijke gevallen, oefent de raad van bestuur de bevoegdheden tot aanstelling zelf uit of worden deze gedelegeerd aan een van zijn leden of aan een ander personeelslid van de gemeenschappelijke onderneming dan de uitvoerend directeur.

(3)De raad van bestuur stelt overeenkomstig artikel 110 van het Statuut passende bepalingen vast voor de tenuitvoerlegging van het Statuut en de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden.

(4)De personele middelen worden vastgesteld in de personeelsformatie van de gemeenschappelijke onderneming, waarin overeenkomstig de jaarlijkse begroting het aantal tijdelijke ambten per functiegroep en per rang, en het aantal arbeidscontractanten, uitgedrukt in voltijdsequivalenten, is aangegeven.

(5)Het personeel van de bestaat uit tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten.

(6)Alle personeelskosten komen ten laste van de gemeenschappelijke onderneming.

Artikel 14

Gedetacheerde nationale deskundigen en stagiairs

(1)De gemeenschappelijke onderneming kan gedetacheerde nationale deskundigen en stagiairs inzetten die niet in dienst zijn van de gemeenschappelijke onderneming. Het aantal gedetacheerde nationale deskundigen, uitgedrukt in voltijdsequivalenten, wordt opgeteld bij de in artikel 13, lid 4, bedoelde informatie over personele middelen, overeenkomstig de jaarlijkse begroting.

(2)De raad van bestuur neemt een besluit aan betreffende de regels voor detachering van nationale deskundigen bij de gemeenschappelijke onderneming en de inzet van stagiairs.

Artikel 15

Voorrechten en immuniteiten

Het Protocol nr. 7 inzake voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, is van toepassing op de gemeenschappelijke onderneming en haar personeel.

Artikel 16

Aansprakelijkheid van de gemeenschappelijke onderneming

(1)De contractuele aansprakelijkheid van de gemeenschappelijke onderneming wordt geregeld door de relevante contractuele bepalingen en door het recht dat op de overeenkomst, het besluit of het contract in kwestie van toepassing is.

(2)In geval van niet-contractuele aansprakelijkheid vergoedt de gemeenschappelijke onderneming, overeenkomstig de algemene beginselen die de wetgevingen van de lidstaten gemeen hebben, alle schade die door haar personeel bij de uitoefening van hun taken is veroorzaakt.

(3)Elke betaling door de gemeenschappelijke onderneming in verband met de aansprakelijkheid als bedoeld in de leden 1 en 2 en de daarmee verband houdende kosten en uitgaven worden beschouwd als uitgaven van de gemeenschappelijke onderneming en worden door haar middelen gedekt.

(4)De gemeenschappelijke onderneming is als enige verantwoordelijk voor het nakomen van haar verplichtingen.

(5)De gemeenschappelijke onderneming is niet aansprakelijk voor de exploitatie van de supercomputers in haar bezit door de onderbrengende entiteit.

Artikel 17

Evaluatie

(1)Voor donderdag 30 juni 2022 voert de Commissie met de hulp van onafhankelijke deskundigen een tussentijdse evaluatie uit van de gemeenschappelijke onderneming , waarbij in het bijzonder wordt beoordeeld in welke mate de deelnemende staten, de particuliere leden en hun samenstellende entiteiten en gelieerde entiteiten, alsmede andere juridische entiteiten, participeren in en bijdragen aan de acties. De Commissie stelt een verslag op van die evaluatie, dat de conclusies van de evaluatie en opmerkingen van de Commissie bevat. De Commissie stuurt dat verslag uiterlijk op 31 december 2022 naar het Europees Parlement en de Raad.

(2)Op grond van de conclusies van de in lid 1 van dit artikel bedoelde tussentijdse evaluatie kan de Commissie handelen in overeenstemming met artikel 5, lid 6, of andere passende maatregelen treffen.

(3)Binnen zes maanden na de ontbinding van de gemeenschappelijke onderneming, maar niet later dan twee jaar na de inleiding van de in artikel 24 van de statuten bedoelde ontbindingsprocedure, verricht de Commissie een eindevaluatie van de gemeenschappelijke onderneming. De resultaten van deze eindevaluatie worden bij het Europees Parlement en de Raad ingediend.

Artikel 18

Bevoegdheid van het Hof van Justitie van de Europese Unie en toepasselijk recht

(1)Het Hof van Justitie van de Europese Unie is bevoegd voor:

(a)ingevolge alle arbitragebedingen in door de gemeenschappelijke onderneming gesloten overeenkomsten of contracten of in haar besluiten;

(b)in geschillen over vergoeding van schade die door personeelsleden van de gemeenschappelijke onderneming veroorzaakt wordt bij de uitoefening van hun taken;

(c)bij elk geschil tussen de gemeenschappelijke onderneming en haar personeel binnen de grenzen en onder de voorwaarden vastgelegd in het Statuut en de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie.

(2)In alle aangelegenheden die niet bij deze verordening of bij andere rechtshandelingen van de Unie zijn geregeld, is het recht van toepassing van de staat waar de zetel van de gemeenschappelijke onderneming zich bevindt.

Artikel 19

Controles achteraf

(1)Controles achteraf van uitgaven voor uit het budget van Horizon 2020 gefinancierde acties worden door de gemeenschappelijke onderneming uitgevoerd overeenkomstig artikel 29 van Verordening (EU) nr. 1291/2013.

(2)Controles achteraf van uitgaven voor uit het budget van de CEF gefinancierde activiteiten worden door de gemeenschappelijke onderneming uitgevoerd overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EU) nr. 1316/2013 als onderdeel van CEF-acties.

(3)De Commissie kan besluiten de in de leden 1 en 2 bedoelde controles zelf uit te voeren. In dergelijke gevallen doet zij dat overeenkomstig de toepasselijke regels, met name Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012, Verordening (EU) nr. 1290/2013, Verordening (EU) nr. 1291/2013 en Verordening (EU) nr. 1316/2013.

Artikel 20

Bescherming van de financiële belangen van de Unie

(1)De Commissie neemt passende maatregelen om ervoor te zorgen dat bij de uitvoering van uit hoofde van deze verordening gefinancierde acties, de financiële belangen van de Unie via de toepassing van preventieve maatregelen tegen fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten worden beschermd door middel van doeltreffende controles en, indien onregelmatigheden worden ontdekt, terugvordering van de onverschuldigd betaalde bedragen en, voor zover van toepassing, door middel van doeltreffende, evenredige en afschrikkende bestuurlijke sancties.

(2)De gemeenschappelijke onderneming verleent personeelsleden van de Commissie en andere door haar gemachtigde personen alsmede de Rekenkamer toegang tot haar terreinen en gebouwen en tot alle informatie, ook in elektronisch formaat, die benodigd is voor het verrichten van hun controles.

(3)Het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) kan overeenkomstig de in Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 29 van de Raad en Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad 30 onderzoeken, waaronder controles en inspecties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in verband met een direct of indirect uit hoofde van deze verordening gefinancierde subsidieovereenkomst dan wel een contract.

(4)Onverminderd de leden 1, 2 en 3 bevatten de contracten en subsidieovereenkomsten die voortvloeien uit de toepassing van deze verordening, bepalingen die de Commissie, de gemeenschappelijke onderneming, de Rekenkamer en OLAF uitdrukkelijk de bevoegdheid geven dergelijke controles en onderzoeken binnen hun respectieve bevoegdheden te verrichten. Wanneer de uitvoering van een actie geheel of gedeeltelijk uitbesteed of verder gedelegeerd wordt, of wanneer hiervoor een overheidsopdracht moet worden geplaatst of financiële steun moet worden verleend aan een derde, wordt in het contract of de subsidieovereenkomst bepaald dat de contractant of de begunstigde ervan verplicht is van elke betrokken derde te verlangen dat deze uitdrukkelijk de bevoegdheid van de Commissie, de gemeenschappelijke onderneming, de Rekenkamer en OLAF aanvaardt.

(5)De gemeenschappelijke onderneming waakt er, door het uitvoeren of laten uitvoeren van de nodige interne en externe controles, over dat de financiële belangen van haar leden op adequate wijze worden beschermd.

(6)De gemeenschappelijke onderneming treedt toe tot het Interinstitutioneel Akkoord van 25 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) 31 . De gemeenschappelijke onderneming stelt de nodige maatregelen vast om interne onderzoeken door OLAF te vergemakkelijken.

Artikel 21

Geheimhouding

Onverminderd artikel 22 beschermt de gemeenschappelijke onderneming gevoelige informatie waarvan openbaarmaking de belangen van haar leden of die van deelnemers aan de werkzaamheden van de gemeenschappelijke onderneming zou kunnen schaden.

Artikel 22

Transparantie

(1)Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad 32 is van toepassing op de documenten in bezit van de gemeenschappelijke onderneming.

(2)De raad van bestuur van de gemeenschappelijke onderneming praktische regelingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1049/2001 vaststellen.

(3)Onverminderd artikel 18 van deze verordening kan tegen door de gemeenschappelijke onderneming uit hoofde van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 genomen besluiten een klacht bij de ombudsman worden ingediend op grond van artikel 228 van het Verdrag.

Artikel 23

Regels voor deelname en verspreiding van toepassing op uit het programma Horizon 2020 gefinancierde acties onder contract

Verordening (EU) nr. 1290/2013 is van toepassing op de acties onder contract die door de gemeenschappelijke onderneming uit het financieringsprogramma Horizon 2020 worden gefinancierd. Overeenkomstig die verordening wordt de gemeenschappelijke onderneming aangemerkt als een financieringsorgaan en verleent zij financiële bijstand aan acties onder contract zoals vastgelegd in artikel 1 van de statuten.

Artikel 24

Regels van toepassing op in het kader van het CEF-programma gefinancierde activiteiten

Verordening (EU) nr. 1316/2013 is van toepassing op de activiteiten die door de gemeenschappelijke onderneming uit het CEF-financieringsprogramma worden gefinancierd.

Artikel 25

Ondersteuning door de onderbrengende lidstaat

Tussen de gemeenschappelijke onderneming en de staat waar haar zetel zich bevindt, kan een administratieve overeenkomst worden gesloten betreffende voorrechten, immuniteiten en andere ondersteuning die door de betreffende staat aan de gemeenschappelijke onderneming wordt verstrekt.

Artikel 26

Initiële acties

(1)De Commissie is belast met het opzetten en de initiële werking van de gemeenschappelijke onderneming totdat deze over voldoende operationele capaciteit beschikt om haar eigen begroting uit te voeren. Overeenkomstig het recht van de Unie voert de Commissie alle nodige maatregelen uit in samenwerking met de andere leden en de bevoegde organen van de gemeenschappelijke onderneming worden daarbij betrokken.

(2)Voor de toepassing van lid 1:

(a) kan de Commissie, totdat de uitvoerend directeur zijn taken opneemt na zijn of haar benoeming door de raad van bestuur in overeenstemming met artikel 7 van de statuten, een ambtenaar van de Commissie aanstellen om als tijdelijk uitvoerend directeur op te treden en de taken waarmee de uitvoerend directeur belast is, uit te voeren; deze kan worden bijgestaan door een beperkt aantal ambtenaren van de Commissie;

(b)oefent de tijdelijk directeur in afwijking van artikel 13, lid 2, van deze verordening de bevoegdheid tot aanstellingen uit;

(c)kan de Commissie tijdelijk een beperkt aantal van haar ambtenaren toewijzen.

(3)De tijdelijk uitvoerend directeur kan alle betalingen binnen de kredieten van de jaarbegroting van de gemeenschappelijke onderneming goedkeuren wanneer ze zijn goedgekeurd door de raad van bestuur, en kan besluiten aannemen en overeenkomsten en contracten sluiten, met inbegrip van personeelscontracten wanneer de personeelsformatie van de gemeenschappelijke onderneming is vastgesteld.

(4)De tijdelijk uitvoerend directeur bepaalt in samenspraak met de uitvoerend directeur van de gemeenschappelijke onderneming en na goedkeuring door de raad van bestuur wanneer de gemeenschappelijke onderneming de capaciteit zal hebben om haar eigen begroting uit te voeren. Vanaf dat moment onthoudt de Commissie zich van het aangaan van verbintenissen en uitvoeren van betalingen voor de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming.

Artikel 27

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

1.2.Betrokken beleidsterrein(en)

1.3.Aard van het voorstel/initiatief

1.4.Doelstelling(en)

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief

1.6.Duur en financiële gevolgen

1.7.Beheersvorm(en)

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen

2.2.Beheers- en controlesysteem

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

3.2.Geraamde gevolgen voor de uitgaven 

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.2.Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

3.2.3.Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

3.2.4.Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

3.2.5.Bijdragen van derden

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

Gemeenschappelijk Europees initiatief op het gebied van high-performance computing – "EuroHPC"

1.2.Betrokken beleidsterrein(en)

Beleidsterrein: Digitale eengemaakte markt

Activiteit: Europese data-infrastructuur

1.3.Aard van het voorstel/initiatief

 Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie

 Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie na een proefproject/een voorbereidende actie 33  

 Het voorstel/initiatief betreft de verlenging van een bestaande actie 

 Het voorstel/initiatief betreft een actie die wordt omgebogen naar een nieuwe actie 

De financiële middelen voor de Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC zullen afkomstig zijn uit het budget dat in het huidige meerjarig financieel kader al is uitgetrokken voor aan high-performance computing gerelateerde activiteiten in de verschillende werkprogramma's van de laatste twee jaar van Horizon 2020 en de Connecting Europe Facility.

1.4.Doelstelling(en)

1.4.1.De met het voorstel/initiatief beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie

(a)    Wetenschappers, het bedrijfsleven en de overheidssector uit de Unie of een aan Horizon 2020 geassocieerd land voorzien van de meest recente high-performance computing- en data-infrastructuur alsmede de ontwikkeling van de daaraan gerelateerde technologieën en toepassingen op een breed scala aan gebieden ondersteunen.

(b)    Voorzien in een kader voor de verwerving van geïntegreerde pre-exaschaal supercomputing- en data-infrastructuur van wereldklasse in Europa.

(c)    Voorzien in coördinatie op EU-niveau en adequate financiële middelen ter ondersteuning van de ontwikkeling en aankoop van dergelijke infrastructuur die toegankelijk zal zijn voor gebruikers uit de overheids- en de particuliere sector, voornamelijk voor onderzoeks- en innovatiedoeleinden.

(d)    Ondersteunen van de ontwikkeling van een geïntegreerd Europees ecosysteem inzake high-performance computing en big data-infrastructuur dat alle segmenten van de wetenschappelijke en industriële waardeketen dekt met name op het gebied van hardware, software, toepassingen, diensten. engineering, interconnecties, expertise en vaardigheden.

1.4.2.Specifieke doelstelling(en)

(a)    Bijdragen tot de uitvoering van Verordening (EU) nr. 1291/2013 en Besluit 2013/743/EU, en met name deel II daarvan, en tot de uitvoering van Verordening (EU) nr. 1316/2013 en Verordening (EU) nr. 283/2014.

(b)    De strategieën van de lidstaten en de Unie op elkaar afstemmen en tot een gecoördineerde Europese strategie inzake high-performance computing te komen en bij te dragen tot de doeltreffendheid van overheidssteun door overlappende inspanningen en versnippering te voorkomen.

(c)    Middelen van de Unie, nationale middelen en particuliere investeringen bundelen en de investeringen in high-performance computing optrekken tot een niveau dat vergelijkbaar is met dat van de concurrenten op wereldschaal.

(d)    Opbouwen en exploiteren van een leidende geïntegreerde supercomputing- en data-infrastructuur in de hele Unie Union als essentiële voorwaarde voor wetenschappelijke excellentie, voor de digitalisering van het Europese bedrijfsleven en de overheidssector, en voor het versterken van de capaciteiten inzake innovatie en het wereldwijde concurrentievermogen teneinde bij te dragen aan de groei van de economie en de werkgelegenheid in de Unie.

(e)    Toegang tot infrastructuurvoorzieningen en diensten op basis van high-performance computing bieden aan een breed scala aan gebruikers uit de onderzoeks- en wetenschapsgemeenschap, aan het bedrijfsleven, met inbegrip van het mkb, en aan de overheidssector, met het oog op nieuwe en opkomende rekenintensieve toepassingen en diensten.

(f)    De kloof dichten tussen onderzoek en ontwikkeling en de levering van exaschaal high-performance computing-systemen teneinde de toeleveringsketen inzake digitale technologie in de Unie te versterken en de aankoop van supercomputers van wereldklasse door de gemeenschappelijke onderneming mogelijk te maken.

(g)    Bereiken van excellentie op het gebied van high-performance-toepassing voor prestaties van wereldklasse door middel van de ontwikkeling en optimalisatie van codes en toepassingen via een benadering inzake gemeenschappelijk ontwerp, waarbij steun wordt geboden aan kenniscentra voor high-performance computing-toepassingen en grootschalige demonstratieprojecten op het gebied van high-performance computing en testopstellingen voor big data-toepassingen en -diensten op zeer uiteenlopende wetenschappelijke en industriële gebieden.

(h)    Verbinden en bundelen van regionale, nationale en Europese high-performance computing-supercomputers en andere computingsystemen, datacentra en aanverwante software en toepassingen.

(i)    Vergroten van het innovatiepotentieel van het bedrijfsleven, en met name van het mkb, door middel van geavanceerde high-performance computing-infrastructuur en -diensten.

(j)    Verbeteren van de kennis van high-performance computing en ertoe bijdragen het gebrek aan vaardigheden in verband met high-performance computing in de Unie wordt aangepakt.

(k)    Ervoor dat high-performance computing breder wordt ingezet.

1.4.3.Verwachte resulta(a)t(en) en gevolg(en)

Het EuroHPC-initiatief zal de lidstaten in staat stellen hun HPC-investeringen en -strategieën met de Commissie te coördineren. De uiteindelijke doelstelling is in de EU een HPC- en data-infrastructuur van wereldklasse tot stand te brengen die de lidstaten, met name de lidstaten die over weinig of geen significante HPC-middelen beschikken, zich zelf niet kunnen veroorloven.

De lidstaten zullen kunnen profiteren van een concurrerende infrastructuur van wereldklasse om verbeterde overheidsdiensten te leveren en belangrijke beleidsvorming te ondersteunen, bijv. strategische besluitvorming betreffende energie, slimme steden, civiele bescherming, klimaatverandering, nationale veiligheid en cybercriminaliteit.

EuroHPC zal Europese wetenschappers voorzien van infrastructuur van wereldklasse en zorgen voor Europabrede toegang tot supercomputers en data met een gegarandeerd hoog niveau van middelen, hetgeen onontbeerlijk is teneinde op het gebied van wetenschap concurrerend te blijven.

Het bedrijfsleven zal kunnen profiteren van lagere O&O-kosten en kortere ontwikkelingscycli, en producten en diensten van hogere kwaliteit produceren, bijvoorbeeld in de maakindustrie en de machinebouw (bijv. de automobielindustrie, de lucht- en ruimtevaart), de gezondheids- en de farmaceutische sector (bijv. ontdekking van geneesmiddelen), de energiesector (bijv. ontdekking van olie- en gasbronnen, opwekking en distributie van hernieuwbare energie). Het initiatief zal ook het pad effenen voor nieuwe bedrijven en innovatieve toepassingen op gebieden met een hoge meerwaarde (bijv. in de gepersonaliseerde geneeskunde, biotechnologie, slimme steden/autonoom vervoer etc.) en de innovatiecapaciteiten van de industrie versterken, met name voor het mkb.

EuroHPC is een Europabreed initiatief met de nadruk op het leveren van een Europese bron van HPC-technologie dat de nodige kritieke massa tot stand zal brengen en een katalysatoreffect op de Europese leveranciers zal hebben. EuroHPC zal voorzien in een duidelijke routekaart voor de technologische uitvoering van leidende technologieën in Europa en de integratie daarvan in Europese systemen, waarbij het bedrijfsleven, met inbegrip van het mkb, een unieke kans krijgt om deel te nemen aan het gezamenlijk ontwerpen en ontwikkelen van dergelijke nieuwe technologieën en systemen en om intellectuele-eigendomsrechten en oplossingen te ontwikkelen die het verder bij zijn zakelijke activiteiten kan gebruiken. De voordelen van deze intellectuele-eigendomsrechten zullen niet beperkt blijven tot HPC, maar zullen een bredere werkingssfeer hebben, zoals bijvoorbeeld de ICT-markt binnen een paar jaar na de introductie ervan in hoogwaardige HPC, waardoor zij die in een vroeg stadium voor de ontwikkeling ervan hebben gezorgd een concurrentievoordeel hebben.

EuroHPC zou een positief effect hebben op de werkzaamheden van de Europese Commissie. Momenteel worden sommige activiteiten die EuroHPC zal ondernemen, uitgevoerd door middel van vier verschillende onderdelen van werkprogramma's (e-infrastructuur, Technologieën van de toekomst of in opkomst, en Leiderschap in ondersteunende en industriële technologieën in Horizon 2020, en via de jaarlijkse oproepen van de Connecting Europe Facility). Deze uitvoering van de HPC-strategie is bijzonder complex (bijv. door besprekingen met vier comitéconfiguraties, synchronisatie van begrotingen en activiteiten met diverse budgettaire en tijdsbeperkingen etc.) EuroHPC voorziet in een enkele structuur voor synergie-effecten bij de coördinatie van de verschillende activiteiten, en, nog belangrijker, voor een enkel forum voor strategische besprekingen met de lidstaten en voor een hefboomeffect van de inspanningen en middelen van de EU en de lidstaten.

EuroHPC biedt het passende kader voor het strategisch plannen van de verdere ontwikkeling van de Europese supercomputingcentra, bijvoorbeeld door middel van de noodzakelijke Europabrede planning van de verschillende architecturen in heel Europa (waarbij geïsoleerde en ongecoördineerde aankopen worden vermeden die tot afhankelijkheid van bepaalde verkopers en leveranciers van technologie kunnen leiden). Bovendien ondersteunt het EuroHPC-initiatief de bundeling van deze toonaangevende centra met een breder scala van nationale (Tier-1) en regionale (Tier-2) centra, waarbij wordt voorzien in daadwerkelijk pan-Europese infrastructuur die in staat is tegemoet te komen aan de toenemende vraag van gebruikers uit de wetenschap, het bedrijfsleven en de overheidssector en van andere belanghebbenden.

1.4.4.Resultaat- en effectindicatoren

-    Ten minste twee gezamenlijk verworven pre-exaschaalcomputers tegen 2019/2020.

   Europese onderzoekers beschikken over meer rekentijd vergeleken met het aantal uren dat momenteel via PRACE beschikbaar is.

   Overboeking van de op Europees niveau beschikbare systemen neemt aanmerkelijk af onder het niveau van overboeking van PRACE Tier-0 in 2018.

   Het aantal geholpen gebruikersgemeenschappen en het aantal wetenschappers met toegang tot de Europese pre-exaschaalmachines, vergeleken met het aantal wetenschappers dat buiten de EU computingmogelijkheden moet zoeken, neemt toe tot boven het niveau van 2018.

   Mate van integratie van Europese technologie in de gezamenlijk gemeenschappelijk verworven machines, voortvloeiend uit met Europese financieringsprogramma’s tot stand gekomen O&O.

·    Toename van het concurrentievermogen van Europese leveranciers, gemeten aan het wereldwijde marktaandeel van Europese HPC-systemen, -componenten en -instrumenten, en aan het aandeel van Europese O&O&O-resultaten dat door het bedrijfsleven wordt toegepast.

   Aantal uit HPC-onderzoek voortgekomen startersbedrijven.

-    Bijdrage aan HPC-technologieën van de volgende generatie, gemeten aan het aantal octrooien, wetenschap en commerciële producten.

   Aantal aan exaschaalsystemen aangepaste Europese toepassingen.

   Aantal opgeleide wetenschappers, studenten, gebruikers (uit het bedrijfsleven en overheden).

1.5.Kwantitatieve en kwalitatieve verbetering van aan wetenschappelijke gemeenschappen aangeboden diensten vergeleken met de momenteel door organisaties zoals PRACE aangeboden diensten. Motivering van het voorstel/initiatief

1.5.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien

De overkoepelende doelstelling is wetenschappers, het bedrijfsleven en de overheidssector voorzien van de meest recente HPC- en data-infrastructuur alsmede de ontwikkeling van de daaraan gerelateerde technologieën en toepassingen op een breed scala aan gebieden ondersteunen. Ter verwezenlijking van deze doelstelling zijn de volgende werkzaamheden voorzien:

   1.    Voorzien in een aanbestedingskader voor een geïntegreerde exaschaal supercomputing- en data-infrastructuur van wereldklasse in Europa.

   2.    Voorzien in coördinatie op EU-niveau en adequate financiële middelen ter ondersteuning van de ontwikkeling en verwerving van dergelijke infrastructuur;

   3.    Ondersteunen van de ontwikkeling van een geïntegreerd Europees HPC-ecosysteem dat alle segmenten van de wetenschappelijke en industriële waardeketen dekt (hardware, software, toepassingen, diensten. interconnecties en vaardigheden).

1.5.2.Toegevoegde waarde van de betrokkenheid van de Unie

Redenen voor een EU-optreden (ex-ante)

Door de versnippering van de openbare HPC-diensten, zowel binnen de EU als binnen de lidstaten, worden de middelen inefficiënt ingezet en wordt er slechts in beperkte mate expertise uitgewisseld over de grenzen heen. Door de stijgende kosten voor de bouw en het onderhoud van HPC-infrastructuur moeten de governance op EU-niveau worden versterkt en HPC-middelen worden gerationaliseerd; zodoende kan de huidige versnippering worden teruggedrongen.

HPC is een essentieel instrument om maatschappelijke uitdagingen, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid en beveiliging, aan te pakken. Beide beleidsterreinen zijn beleid van gemeenschappelijk Europees belang, zoals blijkt uit de NIS-richtlijn of de mededeling betreffende cyberbeveiliging, waarin kwesties aan bod komen die niet halt houden bij nationale grenzen. Het niveau van beveiliging of de kwaliteit van de volksgezondheid in één lidstaat is afhankelijk van de situatie in de rest van de EU.

HPC is van fundamenteel belang voor de opbouw van de data-economie. Controle over de manier waarop data worden gebruikt, wie eigenaar is van data, wie het recht op exploitatie van data heeft, waar data worden opgeslagen, wie er toegang toe heeft: dit zijn stuk voor stuk netelige kwesties. Er wordt geraakt aan commerciële kwesties en aan het auteursrecht, maar ook aan gegevensbescherming en privacy. Al deze zaken zijn aangemerkt als politieke prioriteiten op de digitale eengemaakte markt. Het versturen van gevoelige Europese data om te worden verwerkt in andere regio’s van de wereld, waar de hoge Europese normen inzake privacy, gegevensbescherming, auteursrechten etc. niet noodzakelijkerwijs worden gerespecteerd, is ondermijnt de intentie om de soevereiniteit van Europese data en de exploitatie daarvan te waarborgen.

De schaal van de benodigde middelen om een duurzame infrastructuur en ecosysteem inzake exaschaal HPC te verwezenlijken, gaat de investeringsmogelijkheden van de nationale overheden momenteel te boven. Geen enkele afzonderlijke lidstaat beschikt over de financiële middelen om zelf exaschaalrekencapaciteit te verwerven en het benodigde exaschaal HPC-ecosysteem te ontwikkelen, te verwerven en te exploiteren binnen termijnen die gelijke tred houden met de VS, China en Japan. De lidstaten en de nationale actoren zijn tot de conclusie gekomen dat zij alleen concurrerend kunnen blijven door middel van een gezamenlijke en gecoördineerde EU-brede inspanning, zie EuroHPC-verklaring van 23.3.2017.

Verwachte gegenereerde meerwaarde voor de Unie (ex-post)

Door te handelen op EU-niveau, kunnen de nodige investeringen worden gebundeld en kan de kritieke massa tot stand worden gebracht die nodig is om leidende exaschaalsystemen van de volgende generatie in de orde van grootte van honderden miljoenen euro te verwerven. Slechts door op EU-niveau te werk te gaan en investeringen, kennis en vaardigheden te combineren, heeft Europa nog een kans om gelijke tred met zijn concurrenten te houden. Tegelijkertijd zorgt de bundeling van investeringen om gezamenlijk exaschaalmachines te verwerven voor een aanzienlijk hoger rendement op investeringen voor elk van de gedeeltelijke eigenaren van de machines dan het rendement bij volledige eigendom van een machine met mindere prestaties.

Dankzij de beschikbaarheid van toonaangevende HPC-systemen zouden Europese spelers in staat zijn om een hele reeks huidige en toekomstige wetenschappelijke en industriële toepassingen te ontwikkelen die exaschaalprestaties vereisen. Hierdoor kunnen de expertise, vaardigheden en capaciteiten tot stand worden gebracht die nodig zijn voor het efficiënt programmeren van dergelijke systemen en het benutten van het volledige potentieel ervan. Bovendien zouden alle Europese wetenschappers, overheden en bedrijven toegang krijgen tot deze infrastructuur, zou op allerlei terreinen grensoverschrijdend worden samengewerkt en zou een breed spectrum aan nieuwe producten en diensten worden gecreëerd.

Door de versnipperde kennis en de alom aanwezige deskundigheid bijeen te brengen, kan Europa de volledige toeleveringsketen voor HPC-systemen tot stand brengen: van technologische componenten en systemen tot volledige machines. Dat zijn tegelijkertijd essentiële technologieën voor een grote verscheidenheid aan andere massamarkten (zoals de automobielsector, consumentenelektronica, servers etc.) De overgang naar exaschaalcomputing, ondersteund door gezamenlijke investeringen door de EU en de lidstaten die optreden als leidende marktgebruikers, geeft de Europese toeleveringsindustrie de mogelijkheid die investeringen als hefboom te gebruiken en toegang te krijgen tot nieuwe markten met een waarde van naar schatting 1 biljoen EUR.

In algemene zin vloeien uit de totstandbrenging van een wereldwijd concurrerende HPC-omgeving in Europa die dankzij overheidsingrijpen ontstaat, goederen en diensten voort die een daadwerkelijk openbare waarde hebben voor de Europese wetenschap en industrie. De particuliere en de overheidssector kunnen hierdoor bijdragen aan toonaangevende wetenschap, technologieën en oplossingen waarbij alle geledingen van de economie en de maatschappij baat hebben, en aan de EU-doelstellingen inzake economische groei, werkgelegenheid en concurrentievermogen.

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

DG CNECT heeft in 2014 de Gemeenschappelijke Onderneming ECSEL opgericht (Verordening (EU) nr. 561/2014 van de Raad) die voortvloeit uit en de samenvoeging is van de twee in 2008 opgerichte gemeenschappelijke ondernemingen ARTEMIS en ENIAC. In de tussentijdse evaluatie van 2017 werd gewezen op de sterke en zwakke punten ervan, waarmee bij de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC rekening zal worden gehouden.

Uit de tussentijdse evaluatie van ECSEL is gebleken dat de gemeenschappelijke onderneming op doeltreffende wijze haar strategische doelstellingen heeft verwezenlijkt, die soortgelijk zijn aan de doelstellingen die met EuroHPC worden nagestreefd:

-    Een tripartiete organisatie van een gemeenschappelijke onderneming, waarbij de Europese Commissie, de lidstaten en de particuliere sector bijeen worden gebracht, maakt het mogelijk dat de lidstaten, het bedrijfsleven en de Europese Commissie één strategisch front vormen.

-    Er worden grote investeringen vrijgemaakt, met name door het bedrijfsleven.

-    De Europese industrie en de ontwikkeling van concurrerende, Europese hoogwaardige technologieën worden op doeltreffende wijze bevorderd.

In de tussentijdse evaluatie werden echter ook tekortkomingen geconstateerd die bij de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC zullen worden aangepakt:

-    synchroniseren van nationale activiteiten, harmoniseren van regels inzake deelname, financieringspercentages en procedures

-    voorzien in een algemene strategie en zorgen voor stimulansen voor een meer stelselmatige toepassing door het bedrijfsleven van de O&O-resultaten van Europese HPC.

1.5.4. Verenigbaarheid en eventuele synergie met andere passende instrumenten

De werkingssfeer van het initiatief vormt een aanvulling op de lopende activiteiten voor Industrieel leiderschap, Wetenschap op topniveau en Onderzoeksinfrastructuren in het kader van Horizon 2020, en op de digitale diensteninfrastructuur voor open data van het programma Connecting Europe Facility (CEF).

1.6.Duur en financiële gevolgen

 Voorstel/initiatief met een beperkte geldigheidsduur

   Voorstel/initiatief is van kracht vanaf 1.1.2019 tot en met 31.12.2026

   Financiële gevolgen vanaf 2019 tot en met 2020 voor vastleggingskredieten en vanaf 2019 tot en met 2026 voor betalingskredieten.

 Voorstel/initiatief met een onbeperkte geldigheidsduur

Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,

gevolgd door een volledige uitvoering.

1.7.Beheersvorm(en) 34  

 Direct beheer door de Commissie via

   uitvoerende agentschappen

 Gedeeld beheer met lidstaten

 Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken te delegeren aan:

◻ internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke);

◻de EIB en het Europees Investeringsfonds;

⌧ de in de artikelen 208 en 209 bedoelde organen;

◻ publiekrechtelijke organen;

◻ privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij voldoende financiële garanties bieden;

◻ privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die voldoende financiële garanties bieden;

◻ personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het GBVB in het kader van titel V van het VEU is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling.

Opmerkingen

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen

Voor donderdag 30 juni 2022 voert de Commissie met de hulp van onafhankelijke deskundigen een tussentijdse evaluatie uit van de Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC, waarbij in het bijzonder wordt beoordeeld in welke mate de aan EuroHPC deelnemende staten, de particuliere leden en hun samenstellende entiteiten en gelieerde entiteiten participeren in en bijdragen aan de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming. De Commissie stelt een verslag op van die evaluatie, dat de conclusies van de evaluatie en opmerkingen van de Commissie bevat. De Commissie stuurt dat verslag uiterlijk op vrijdag 31 december 2021 naar het Europees Parlement en de Raad.

Binnen zes maanden na de liquidatie van de gemeenschappelijke onderneming, maar uiterlijk twee jaar na het inleiden van de liquidatieprocedure, zal de Commissie een eindevaluatie verricht van de gemeenschappelijke onderneming. De resultaten van de eindevaluatie zullen worden voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad.

De uitvoerend directeur van de gemeenschappelijke onderneming brengt jaarlijks verslag uit aan de raad van bestuur over de uitvoering van de taken van de uitvoerend directeur in overeenstemming met de financiële regels van de Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC.

Binnen twee maanden na de sluiting van elk begrotingsjaar legt de uitvoerend directeur de raad van bestuur ter goedkeuring een jaarlijks activiteitenverslag voor over de door de Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC in het voorafgaande kalenderjaar gemaakte vorderingen, met name in verhouding tot het werkplan voor dat jaar. Het jaarlijks activiteitenverslag bevat informatie over de volgende zaken:

(a)    op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en innovatie uitgevoerde acties en aanbestedingen alsmede de daarmee verband houdende uitgaven;

(b)    de verwerving en exploitatie van infrastructuur, met inbegrip van de daadwerkelijk gebruikte toegangstijden;

(c)    de ingediende voorstellen en inschrijvingen;

(d)    de voorstellen en inschrijvingen die zijn geselecteerd voor financiering.

2.2.Beheers- en controlesysteem

2.2.1.Mogelijke risico's

Het grootste risico betreft onjuiste betalingen voor uitgaven aan de deelnemers.

Het specifieke risico van belangenconflicten, dat aan een publiek-privaat partnerschap inherent is, wordt bestreden door een strikte scheiding aan te brengen tussen de beslissingsbevoegdheden van de raad van bestuur (vaststelling van de strategie en de werkplannen, bepaling van de voorwaarden voor de oproepen tot het indienen van voorstellen en aanbestedingen, en beslissingen over de toewijzing van financiering uit de openbare middelen).

Ontoereikende bijdragen van de deelnemende staten vormen een risico voor de verwerving of exploitatie van de pre-exaschaalsupercomputers: ofwel zijn de bijdragen ontoereikend om de supercomputers te verwerven en deze gedurende hun economische levensduur te exploiteren, ofwel zijn de bijdragen ontoereikend om supercomputers te verwerven met een prestatieniveau op basis waarvan deze tot de top drie van de wereld zouden behoren.

2.2.2.Informatie over het ingestelde systeem voor interne controle

De intern controleur van de Commissie oefent ten aanzien van de Gemeenschappelijke Onderneming dezelfde bevoegdheden uit als die welke hij met betrekking tot de Commissie uitoefent. Bovendien kan de raad van bestuur voor zover nodig de oprichting van een interne auditcapaciteit bij de gemeenschappelijke onderneming regelen.

Overeenkomstig artikel 60 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 zal de gemeenschappelijke onderneming de beginselen van goed financieel beheer, transparantie en non-discriminatie in acht nemen en een niveau van bescherming van de financiële belangen van de Unie waarborgen dat gelijkwaardig is aan het bij die verordening voorgeschreven niveau.

Ex-postaudits van de uitgaven voor acties onder contract zullen worden uitgevoerd overeenkomstig het kaderprogramma Horizon 2020 in het kader van de acties onder contract uit hoofde van het kaderprogramma.

Om de financiële belangen van de Unie te beschermen zal de Commissie, overeenkomstig het financieel reglement, toezicht uitoefenen op de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming, met name door audits en toetsingen te verrichten betreffende de uitvoering van het programma, door de procedures toe te passen voor het onderzoek en de aanvaarding van de rekeningen, en door betalingen die verricht zijn in strijd met de toepasselijke regels, uit te sluiten van financiering door de Unie. Tevens kan zij betalingen opschorten en onderbreken indien zij financiële of administratieve onregelmatigheden constateert.

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

Vermeld de bestaande en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen.

De Commissie of haar vertegenwoordigers en de Rekenkamer hebben de bevoegdheid om audits, op basis van documenten of ter plaatse, uit te voeren bij alle begunstigden, contractanten en subcontractanten die middelen van de Unie ontvangen.

Het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) kan overeenkomstig de procedures van Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 controles en verificaties ter plaatse bij de direct of indirect bij de financiering betrokken economische subjecten uitvoeren om vast te stellen of er in verband met een subsidieovereenkomst of een contract betreffende financiering door de Unie sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie zijn geschaad.

Onverminderd het voorstaande wordt in subsidieovereenkomsten en contracten die uit de uitvoering van deze verordening voortvloeien, de Commissie, met inbegrip van OLAF, en de Rekenkamer uitdrukkelijk het recht gegeven om dergelijke audits, controles en verificaties ter plaatse te verrichten.

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

·Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarige financiële kader

Begrotingsonderdeel

Soort
uitgave

Bijdrage

Nummer

GK/ NGK

van EVA-landen

van kandidaat-lidstaten

van derde landen

in de zin van artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement

1a
Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid

09 04 07 33 H2020 Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC – uitgaven voor ondersteuning

09 04 07 34 H2020 Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC

09 03 05 CEF Gemeenschappelijke Onderneming EuroHP

 

GK

JA

JA

NEE

JA

* De bijdrage voor dit begrotingsonderdeel zal naar verwachting komen uit:

Vastleggingskredieten (miljoen EUR)

Begrotingsonderdeel

Jaar 2019

Jaar 2020

Jaar 2021

Jaar 2022

Jaar 2023

Jaar 2024

Jaar 2025

Jaar 2026

TOTAAL

09 01 05 01 Uitgaven voor onderzoekspersoneel

0,306

1,401

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

1,707

09 01 05 02 Extern personeel voor onderzoek

0,314

1,996

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

2,310

09 01 05 03 Andere beheersuitgaven voor
onderzoek

1,675

4,308

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

5,983

09 04 01 01 Stimuleren van onderzoek in toekomstige en opkomende technologieën

68,000

100,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

168,000

09 04 01 02 Versterken van Europese onderzoeksinfrastructuur, waaronder e-infrastructuur

8,000

80,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

88,000

09 04 02 01 Leiderschap op het gebied van de informatie- en communicatietechnologie

80,000

40,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

120,000

09 03 Financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen

40,000

60,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

100,000

Totale uitgaven

198,295

287,705

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

486,000

3.2.Geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

Rubriek van het meerjarige financiële kader

1a

Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC 35 , 36  

 

 

Jaar 2019

Jaar 2020 37

Jaar 2021

Jaar 2022

Jaar 2023

Jaar 2024

Jaar 2025

Jaar 2026

TOTAAL

Titel 1:

Vastleggingen

-1

0,680

3,581

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

4,261

Betalingen

-2

0,680

1,460

1,148

0,726

0,247

0,000

0,000

0,000

4,261

Titel 2:

Vastleggingen

(1a)

1,615

4,124

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

5,739

Betalingen

(2 a)

1,615

1,715

1,298

0,865

0,247

0,000

0,000

0,000

5,739

Titel 3:

Vastleggingen

(3 a)

196,000

280,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

476,000

Betalingen

(3b)

70,400

84,400

113,200

103,600

40,400

32,000

18,000

14,000

476,000

TOTAAL kredieten voor Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC

Vastleggingen

=1+1a +3a

198,295

287,705

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

486,000

Betalingen

=2+2a+3b

72,695

87,575

115,645

105,191

40,894

32,000

18,000

14,000

486,000

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

DG CONNECT

 

 

Jaar 2019

Jaar 2020

Jaar 2021

Jaar 2022

Jaar 2023

Jaar 2024

Jaar 2025

Jaar 2026

TOTAAL

Personeel (2 VTE AMBTENAREN, 1 VTE ARBEIDSCONTRACTANTEN) 38

0,346

0,346

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

0,692

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

0,000

TOTAAL DG CONNECT

Kredieten

0.346

0.346

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

0,692

 

Rubriek van het meerjarige financiële kader

5

"Administratieve uitgaven"

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

DG CONNECT

 

 

Jaar 2019

Jaar 2020

Jaar 2021

Jaar 2022

Jaar 2023

Jaar 2024

Jaar 2025

Jaar 2026

TOTAAL

Personeel (2 VTE AMBTENAREN, 1 VTE ARBEIDSCONTRACTANTEN) 39

0,208

0,208

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

0,416

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

0,000

TOTAAL DG CONNECT

Kredieten

0,208

0,208

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

0,416

TOTAAL kredieten
onder RUBRIEK 5
van het meerjarig financieel kader

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

0,208

0,208

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

0,416

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

 

 

 

Jaar 2019

Jaar 2020

Jaar 2021

Jaar 2022

Jaar 2023

Jaar 2024

Jaar 2025

Jaar 2026

TOTAAL

TOTAAL kredieten
onder RUBRIEKEN 1 tot en met 5
van het meerjarig financieel kader

Vastleggingen

=1+1a +3a

198,849

288,259

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

487,108

Betalingen

=2+2a+3b

73,249

88,129

115,645

105,191

40,894

32,000

18,000

14,000

487,108

3.2.2.Geraamd effect op de kredieten van de Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Vermeld doelstellingen en outputs

 

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL

 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

 

OUTPUTS

 

Soort

Gem. kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Totaal aantal

Totale kosten

 

SPECIFIEKE DOELSTELLING nr. 1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Horizon 2020 – het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020)

40Wetenschap op topniveau – Toekomstige en opkomende technologieën

8,8

9

68

10

100

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

19

168

- Output

Wetenschap op topniveau – Onderzoeksinfrastructuur

44,0

1

8

1

80

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

2

88

- Output

Leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën – Informatie- en communicatietechnologieën

30,0

3

80

1

40

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

4

120

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1

13

156

12

220

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

25

376

SPECIFIEKE DOELSTELLING nr. 2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen (CEF)

- Output

Informatie- en communicatietechnologieën

50,0

1

40

1

60

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

2

100

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2

1

40

1

60

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

2

100

TOTALE KOSTEN

147

196

13

280

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

27

476

3.2.3.Geraamde gevolgen voor de personele middelen van Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC

3.2.3.1.Samenvatting

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Aantal personeelsleden (in personen/vte)

 

Jaar 2019

Jaar 2020

Jaar 2021

Jaar 2022

Jaar 2023

Jaar 2024

Jaar 2025

Jaar 2026

TOTAAL

Ambtenaren (AD)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Ambtenaren (AST)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Arbeidscontractanten

7

10

11

11

11

9

7

5

71

Tijdelijke functionarissen

4

4

4

4

4

4

4

3

31

Gedetacheerde nationale deskundigen

0

1

1

1

0

0

0

0

3

TOTAAL

11

15

16

16

15

13

11

8

105

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

 

Jaar 2019

Jaar 2020

Jaar 2021

Jaar 2022

Jaar 2023

Jaar 2024

Jaar 2025

Jaar 2026

TOTAAL

Ambtenaren (AD)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Ambtenaren (AST)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Arbeidscontractanten

0,25

0,7

0,77

0,77

0,77

0,63

0,49

0,35

4,725

Tijdelijke functionarissen

0,28

0,552

0,552

0,552

0,552

0,552

0,552

0,414

4,002

Gedetacheerde nationale deskundigen

0

0,078

0,078

0,078

0

0

0

0

0,234

TOTAAL

0,521

1,33

1,4

1,4

1,322

1,182

1,042

0,764

8,961

Teneinde de neutraliteit in de personeelsbezetting te waarborgen overeenkomstig punt 27 van het interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 op basis waarvan alle instellingen, organen en agentschappen het personeelsbestand met 5 % moeten verminderen, zal DG CNECT het bijkomende personeel gedeeltelijk compenseren door verlaging van het aantal ambtenaren en externe personeelsleden in het huidige personeelsbestand (dat wil zeggen de personeelsformatie en het extern personeel van dit moment). De exacte werkwijze moet nog op bilateraal niveau worden bijgeschaafd en moet in overeenstemming zijn met de personeelsinkrimping van CNECT in verband met het Akkoord van Luxemburg betreffende de oprichting van een digitale pijler.

Geraamde gevolgen voor het personeel (aanvullende vte) - lijst van het aantal ambten

Functiegroep en rang

Jaar 2019

Jaar 2020

Jaar 2021

Jaar 2022

Jaar 2023

Jaar 2024

Jaar 2025

Jaar 2026

AD16

 

 

 

 

 

 

 

 

AD15

 

 

 

 

 

 

 

 

AD14

1

1

1

1

1

1

1

1

AD13

 

 

 

 

 

 

 

 

AD12

1

1

1

1

2

2

2

2

AD11

1

1

1

1

 

 

 

 

AD10

 

 

 

 

 

 

 

 

AD9

 

 

 

 

 

 

 

 

AD8

 

 

 

 

1

1

1

0

AD7

1

1

1

1

 

 

 

 

AD6

 

 

 

 

 

 

 

 

AD5

 

 

 

 

 

 

 

 

Totaal AD

4

4

4

4

4

4

4

3

AST11

 

 

 

 

 

 

 

 

AST10

 

 

 

 

 

 

 

 

AST9

 

 

 

 

 

 

 

 

AST8

 

 

 

 

 

 

 

 

AST7

 

 

 

 

 

 

 

 

AST6

 

 

 

 

 

 

 

 

AST5

 

 

 

 

 

 

 

 

AST4

 

 

 

 

 

 

 

 

AST3

 

 

 

 

 

 

 

 

AST2

 

 

 

 

 

 

 

 

AST1

 

 

 

 

 

 

 

 

Totaal AST

0

0

0

0

0

0

0

0

AST/SC 6

 

 

 

 

 

 

 

 

AST/SC 5

 

 

 

 

 

 

 

 

AST/SC 4

 

 

 

 

 

 

 

 

AST/SC 3

 

 

 

 

 

 

 

 

AST/SC 2

 

 

 

 

 

 

 

 

AST/SC 1

 

 

 

 

 

 

 

 

Totaal AST/SC

0

0

0

0

0

0

0

0

Geraamde gevolgen voor het personeel (aanvullende) - extern personeel

Arbeidscontractanten

Jaar 2019

Jaar 2020

Jaar 2021

Jaar 2022

Jaar 2023

Jaar 2024

Jaar 2025

Jaar 2026

Functiegroep IV

1

1

1

1

1

1

1

1

Functiegroep III

4

7

8

9

9

8

6

4

Functiegroep II

2

2

2

1

1

 

 

 

Functiegroep I

 

 

 

 

 

 

 

 

Totaal

7

10

11

11

11

9

7

5

Gedetacheerde nationale deskundigen

Jaar 2019

Jaar 2020

Jaar 2021

Jaar 2022

Jaar 2023

Jaar 2024

Jaar 2025

Jaar 2026

Totaal

0

1

1

1

0

0

0

0

Geraamd wordt dat personeel voor 2019 (eerste jaar) gemiddeld genomen in juli 2019 wordt aangeworven (dat wil zeggen dat voor dat jaar slechts 50 % van de gemiddelde kosten in aanmerking wordt genomen).

3.2.3.2.Geraamde behoefte aan personele middelen voor het verantwoordelijke DG

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig.

   Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Raming in een geheel getal (of met ten hoogste 1 decimaal)

 

Jaar 2019

Jaar 2020

Jaar 2021

Jaar 2022

Jaar 2023

Jaar 2024

Jaar 2025

Jaar 2026

Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

 

 

 

 

 

 

 

 

09 01 01 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie)

1

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

09 01 01 02 (delegaties)

 

 

 

 

 

 

 

 

09 01 05 01 (onderzoek onder contract)

2

2

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

10 01 05 01 (eigen onderzoek)

 

 

 

 

 

 

 

 

Extern personeel (in voltijdequivalenten - vte)  41

 

 

 

 

 

 

 

 

09 01 02 01 (AC, END, INT van de "totale financiële middelen")

1

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

09 01 02 02 (AC, AL, END, INT en JED in de delegaties)

 

 

 

 

 

 

 

 

09 01 04 jj 42

- zetel 43

 

 

 

 

 

 

 

 

- delegaties

 

 

 

 

 

 

 

 

09 01 05 02 (AC, END, INT – onderzoek onder contract)

1

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

10 01 05 02 (AC, END, INT – eigen onderzoek)

 

 

 

 

 

 

 

 

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)

 

 

 

 

 

 

 

 

TOTAAL

5

5

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Voor de benodigde personele middelen zal een beroep worden gedaan op het personeel van het DG dat reeds voor het beheer van deze actie is toegewezen en/of binnen het DG is herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

Beschrijving van de uit te voeren taken:

Ambtenaren en tijdelijk personeel

Lidmaatschap van bestuursorganen en toezicht op/rapportage over activiteiten

Extern personeel

Ondersteuning van ambtenaren

De beschrijving van de kostenberekening per voltijdequivalent dient in het derde onderdeel van bijlage V, deel 3, te worden opgenomen.

3.2.4.Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

   Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidige meerjarige financiële kader.

   Het voorstel/initiatief vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van het meerjarige financiële kader.

   Het voorstel/initiatief vergt toepassing van het flexibiliteitsinstrument of herziening van het meerjarige financiële kader 44 .

3.2.5.Bijdragen van derden

Het voorstel/initiatief voorziet niet in medefinanciering door derden.

Het voorstel/initiatief voorziet in medefinanciering, zoals hieronder wordt geraamd:

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

 

Jaar 2019

Jaar 2020

Jaar 2021

Jaar 2022

Jaar 2023

Jaar 2024

Jaar 2025

Jaar 2026

TOTAAL

EuroHPC-lidstaten – bijdrage in contanten aan de administratieve kosten

0,000

0,000

0,679

1,326

1,973

2,252

2,043

1,727

10,000

EuroHPC-lidstaten – bijdrage in contanten aan de operationele kosten*

70,400

84,400

113,200

103,600

40,400

32,000

18,000

14,000

476,000

Particuliere leden – bijdrage in contanten aan de administratieve kosten

0,000

0,000

0,136

0,265

0,395

0,450

0,409

0,345

2,000

TOTAAL medegefinancierde kredieten

70,400

84,400

114,015

105,191

42,768

34,702

20,452

16,072

488,000

* bijdragen in natura van de EuroHPC-lidstaten zijn ook mogelijk

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

   Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.

   Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

   voor de eigen middelen

   voor de diverse ontvangsten

(1)    Mededeling van de Commissie betreffende Geavanceerde computing: de positie van Europa in de wereldwijde wedloop (COM(2012) 45 final).
(2)     http://ec.europa.eu/newsroom/document.cfm?doc_id=43815 ,
https://ec.europa.eu/digital-single-market/en/news/belgium-joins-european-cooperation-high-performance-computing
(3)    De prestaties van een computer worden gemeten in 'drijvende-kommabewerkingen per seconde' (FLOPS). Eén petaflop (petaschaalmachines) komt overeen met tien tot de vijftiende FLOPS en één exaflop (exaschaalmachines) komt overeen met tien tot de achttiende FLOPS.
(4)     https://ec.europa.eu/research/iscp/pdf/policy/h2020_assoc_agreement.pdf
(5)     http://www.etp4hpc.eu/
(6)     http://www.bdva.eu/  
(7)    Artikel 3, lid 1, onder a), van de verordening van de Raad tot oprichting van de Europese gemeenschappelijke onderneming betreffende high-performance computing.
(8)    Mededeling De digitalisering van het Europese bedrijfsleven – De voordelen van een digitale eengemaakte markt ten volle benutten (COM(2016) 180 final) en SWD(2016) 106.
(9)    COM(2017) 228 final.
(10)     http://www.prace-ri.eu/
(11)     https://www.geant.org
(12)    Europees Parlement, Verslag over het Europees cloudinitiatief (2016/2145(INI)), Commissie industrie, onderzoek en energie, Brussel, 26 januari 2017.
(13)     http://www.ecsel.eu/  
(14)    Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 412 van 30.12.2006, blz. 1).
(15)    Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 - Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020), en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104).
(16)    Verordening (EU) nr. 1290/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van "Horizon 2020 - het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020)" en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1906/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 81).
(17)    Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van "Horizon 2020" (2014-2020) (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965).
(18)    Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 680/2007 en (EG) nr. 67/2010 (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 129).
(19)    Verordening (EU) nr. 283/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 betreffende richtsnoeren voor trans-Europese netwerken op het gebied van telecommunicatie-infrastructuur en tot intrekking van Beschikking nr. 1336/97/EG (PB L 86 van 21.3.2014, blz. 14).
(20)    Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002.
(21)    Mededeling van de Commissie „Europa 2020 — Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei”, COM(2010) 2020 final.
(22)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s "Europees cloudinitiatief – Bouwen aan een concurrentiële data- en kenniseconomie in Europa", COM(2016) 0178 final.
(23)    COM(2017) 228 final.
(24)    COM(2016) 178 final.
(25)    Mededeling van de Commissie "Criteria voor de beoordeling van de verenigbaarheid met de interne markt van staatssteun ter bevordering van de verwezenlijking van belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang" (PB C 188 van 20.6.2014, blz. 4).
(26)    Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie ( PB L 362 van 31.12.2012, blz. 1 ).
(27)    Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad ( PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2 ).
(28)    Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad van 29 februari 1968 tot vaststelling van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen, alsmede van bijzondere maatregelen welke tijdelijk op de ambtenaren van de Commissie van toepassing zijn ( PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1 ).
(29)    Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden ( PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2 ).
(30)    Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad ( PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1 ).
(31)    PB L 136 van 31.5.1999, blz. 15.
(32)    Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie ( PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43 ).
(33)    In de zin van artikel 54, lid 2, onder a) of b), van het Financieel Reglement.
(34)    Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb: https://myintracomm.ec.europa.eu/budgweb/EN/man/budgmanag/Pages/budgmanag.aspx .
(35)    De bedragen in titel 1 en 2 vertegenwoordigen de bijdrage van de EU (tot 10 miljoen EUR) aan de administratiekosten van de Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC. Het resterende deel is afkomstig uit bijdragen van de andere EuroHPC-leden die in punt 3.2.5 zijn vermeld. De EU-bijdrage is 100 % in het eerste jaar en wordt daarna geleidelijk verlaagd.
(36)    De betalingskredieten voor titel 1 en 2 gaan ervan uit dat jaarlijks alle overeenkomende vastleggingskredieten worden opgebruikt, terwijl de betalingskredieten voor titel 3 worden vastgesteld door rekening te houden met de aard van de acties onder contract en het bijbehorende betalingsschema (voorfinanciering, tussentijdse betalingen en betaling van het saldo).
(37)    De titels 1 en 2 bevatten, wat 2020 betreft, de vastleggingen voor dat jaar en de vervroegde vastleggingen voor de overige jaren van de gemeenschappelijke onderneming in de periode 2021-2026.
(38)    Voor het beheer van de H2020-acties. De kosten per vte worden bepaald aan de hand van de gemiddelde jaarlijkse kosten van personeel van de categorie AD (138 000 euro) en AST (70 000 euro).
(39)    Voor het beheer van de CEF-acties. De kosten per vte worden bepaald aan de hand van de gemiddelde jaarlijkse kosten van personeel van de categorie AD (138 000 euro) en AST (70 000 euro).
(40)    AC = Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL = Agent Local (plaatselijk functionaris); END = Expert National Détaché (gedetacheerd nationaal deskundige); INT= Intérimaire (uitzendkracht); JED= Jeune Expert en Délégation (jonge deskundige in delegaties).
(41)    Subplafond voor extern personeel uit beleidskredieten (vroegere "BA"-onderdelen).
(42)    Voornamelijk voor de structuurfondsen, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en het Europees Visserijfonds (EVF).
(43)    Zie de artikelen 11 en 17 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020.

Brussel,11.1.2018

COM(2018) 8 final

BIJLAGE

bij

Voorstel voor een Verordening van de Raad

tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing

{SWD(2018) 5 final}
{SWD(2018) 6 final}


STATUTEN VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE ONDERNEMING EuroHPC

Artikel 1

Taken

De gemeenschappelijke onderneming voert de volgende taken uit:

(a)publieke en private middelen bijeenbrengen voor de financiering van de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming;

(b)ten minste twee pre-exaschaalsupercomputers verwerven die tot de beste tien ter wereld behoren, gefinancierd met middelen uit de EU-begroting voor de programma's Horizon 2020 en de Connecting Europe Facility, en met bijdragen van de deelnemende landen, in overeenstemming met de regels van de gemeenschappelijke onderneming;

(c)de procedure voor de verwerving van de pre-exaschaalsupercomputers opstarten en beheren, de ontvangen offertes beoordelen, middelen toekennen binnen de grenzen van de beschikbare gelden, toezicht houden op de tenuitvoerlegging van de overeenkomst en de overeenkomsten beheren;

(d)de onderbrengende entiteit van de pre-exaschaalsupercomputers selecteren overeenkomstig de financiële regels als bedoeld in artikel 11 van deze verordening;

(e)in overeenstemming met de in artikel 11 van deze verordening bedoelde financiële regels een onderbrengingsovereenkomst sluiten met de onderbrengende entiteit voor de exploitatie en het onderhoud van de pre-exaschaalsupercomputers en toezien op de naleving van de onderbrengingsovereenkomst, met inbegrip van de opleveringstest van de verworven supercomputers;

(f)de verwerving van ten minste twee petaschaalsupercomputers financieel ondersteunen;

(g)algemene en specifieke voorwaarden voor de toegang tot de supercomputers formuleren en toezicht houden op de toegang tot de supercomputers;

(h)financiële bijstand verlenen, hoofdzakelijk in de vorm van subsidies, gericht op de ontwikkeling van de volgende generatie van high-performance computing-technologieën en -systemen in de richting van exaschaal, waarbij aandacht uitgaat naar het hele Europese technologische spectrum, gaande van energiezuinige microprocessoren en daarmee verband houdende technologieën, over software, algoritmen, programmeermodellen en -instrumenten, tot nieuwe architecturen en hun systeemintegratie door middel van co-design;

(i)financiële bijstand verlenen, hoofdzakelijk in de vorm van subsidies, gericht op toepassingen, voorlichtingsinitiatieven, bewustmakingsacties en beroepsontwikkelingsactiviteiten om personele middelen aan te trekken voor high-performance computing, en de vaardigheden en technische knowhow binnen het ecosysteem te vergroten;

(j)oproepen tot het indienen van voorstellen uitschrijven en financiering toekennen aan activiteiten op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en innovatie binnen de grenzen van de beschikbare middelen;

(k)de uitvoering van de acties bewaken en subsidieovereenkomsten beheren;

(l)zorgen voor het duurzame beheer van de gemeenschappelijke onderneming;

(m)toezicht houden op de algehele voortgang in de richting van de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming;

(n)hechte samenwerking ontwikkelen en voor coördinatie zorgen met activiteiten, organisaties en belanghebbenden op EU- en nationaal niveau, zodat synergieën ontstaan en de resultaten van onderzoek en innovatie op het gebied van high-performance computing beter worden benut;

(o)het meerjarige strategische plan vaststellen, de bijbehorende werkprogramma’s opstellen en uitvoeren, en eventuele noodzakelijke aanpassingen aan het meerjarige strategische plan aanbrengen;

(p)activiteiten voor voorlichting, communicatie, exploitatie en informatieverspreiding verrichten door het mutatis mutandis toepassen van de bepalingen van artikel 28 van Verordening (EU) nr. 1291/2013, en het beschikbaar en toegankelijk maken in een gemeenschappelijke elektronische Horizon 2020-gegevensbank van de uitvoerige informatie over de resultaten van oproepen tot het indienen van voorstellen;

(q)alle andere taken uitvoeren die nodig zijn om de in artikel 3 van deze verordening vastgelegde doelstellingen te bereiken.

Artikel 2

Leden

(1)De gemeenschappelijke onderneming bestaat uit de volgende leden:

(a)de Unie, vertegenwoordigd door de Commissie;

(b)België, Bulgarije, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Kroatië, Luxemburg, Nederland, Portugal, Slovenië, Spanje en Zwitserland;

(c)na aanvaarding van deze statuten door middel van een instemmingsbrief het ETP4HPC (European Technology Platform for High Performance Computing), een vereniging naar Nederlands recht met zetel in Amsterdam (Nederland), de BDVA (Big Data Value Association), een vereniging naar Belgisch recht met zetel in Brussel (België).

(2)Elke deelnemende staat benoemt zijn vertegenwoordigers in de organen van de gemeenschappelijke onderneming en wijst de nationale entiteit/entiteiten aan die zal/zullen voldoen aan zijn verplichtingen met betrekking tot de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming.

Artikel 3

Wijziging van het lidmaatschap

(1)Op voorwaarde dat ze bijdragen tot de in artikel 15 bedoelde financiering om de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming te verwezenlijken, worden lidstaten van de Europese Unie of geassocieerde landen die niet zijn opgenomen in artikel 2, lid 1, onder b), lid van de gemeenschappelijke onderneming nadat zij de raad van bestuur in kennis hebben gesteld van hun schriftelijke aanvaarding van deze statuten en alle andere bepalingen die het functioneren van de gemeenschappelijke onderneming regelen.

(2)Elke rechtspersoon die is gevestigd in een land dat directe of indirecte steun verleent aan onderzoek en innovatie in een lidstaat of in een met Horizon 2020 geassocieerd land, kan zich kandidaat stellen om lid te worden van de gemeenschappelijke onderneming mits hij aan de in artikel 15 bedoelde financiering bijdraagt om de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming als beschreven in artikel 3 van deze verordening te bereiken, en de statuten van de gemeenschappelijke onderneming aanvaardt.

(3)Aanvragen van het lidmaatschap van de gemeenschappelijke onderneming overeenkomstig lid 2 worden gericht tot de raad van bestuur. De raad van bestuur beoordeelt het verzoek, rekening houdend met de relevantie en de potentiële meerwaarde van de aanvrager voor het verwezenlijken van de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming en neemt een besluit over de aanvraag.

(4)Elk lid kan zijn lidmaatschap van de gemeenschappelijke onderneming opzeggen. Die opzegging wordt zes maanden na de kennisgeving aan de andere leden onherroepelijk van kracht. Vanaf de datum van opzegging wordt het voormalige lid ontheven van alle andere verplichtingen dan die welke door de gemeenschappelijke onderneming zijn goedgekeurd en aangegaan voordat het lid kennis had gegeven van de opzegging van zijn lidmaatschap.

(5)Het lidmaatschap van de gemeenschappelijke onderneming kan niet op een derde partij worden overgedragen zonder voorafgaande toestemming van de raad van bestuur.

(6)Onmiddellijk na elke wijziging van het lidmaatschap ingevolge dit artikel, maakt de gemeenschappelijke onderneming op haar website een geactualiseerde ledenlijst en de datum van die wijziging bekend.

Artikel 4

Organen van de gemeenschappelijke onderneming

De gemeenschappelijke onderneming bestaat uit de volgende organen:

(a)de raad van bestuur;

(b)de uitvoerend directeur;

(c)het industrieel en wetenschappelijk adviescomité, bestaande uit de adviesgroep inzake onderzoek en innovatie en de adviesgroep inzake infrastructuur.

Artikel 5

Samenstelling van de raad van bestuur

De raad van bestuur bestaat uit vertegenwoordigers van de deelnemende staten en de Commissie.

Elke deelnemende staat en de Commissie benoemen één vertegenwoordiger die binnen de raad van bestuur beschikt over het stemrecht van respectievelijk de deelnemende staat of de Commissie.

Artikel 6

Werking van de raad van bestuur

(1)De Unie heeft een aandeel van 50 % in de stemmen. De stemrechten van de Unie zijn ondeelbaar.

Voor de algemene administratieve taken als bedoeld in artikel 7, lid 3, staan de stemrechten van de deelnemende staten in verhouding tot hun daadwerkelijke financiële toezeggingen aan de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming gedurende de looptijd van de gemeenschappelijke onderneming.

(2)Voor de taken die verband houden met de uitvoering van de acties van de gemeenschappelijke onderneming, als bepaald in artikel 7, lid 4, staan de stemrechten van de deelnemende staten in verhouding tot hun daadwerkelijke bijdragen aan de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming gedurende de looptijd van de gemeenschappelijke onderneming.

De stemrechten van de deelnemende staten worden op jaarbasis berekend en daarbij wordt rekening gehouden met de bijdragen die zij sinds hun toetreding tot de gemeenschappelijke onderneming hebben geleverd. Voor de berekening van de stemrechten worden de bijdragen van de deelnemende staten aan de operationele kosten van de door de gemeenschappelijke onderneming aangeschafte supercomputers en de bijdragen van de deelnemende staten aan de verwervingskosten van de petaschaalsupercomputers alleen in aanmerking genomen als ze vooraf zijn gecertificeerd door een onafhankelijke auditor.

De aan de gemeenschappelijke onderneming deelnemende staten hebben alleen het recht om te stemmen over aangelegenheden in verband met de verwerving van een pre-exaschaalsupercomputer door de gemeenschappelijke onderneming indien zij een financiële bijdrage of een bijdrage in natura leveren aan de verwerving of exploitatie van de pre-exaschaalsupercomputer. Het deelnemende land heeft met name het recht om te stemmen over het werkplan en de bijbehorende uitgavenramingen voor de aanbesteding, de selectie van de onderbrengende entiteit, de gunning van de opdrachten, de toekenning van de toegangsrechten en de overdracht van de eigendom aan de onderbrengende entiteit.

De aan de gemeenschappelijke onderneming deelnemende staten hebben alleen het recht te stemmen over aangelegenheden in verband met de acties onder contract die worden uitgevoerd door de gemeenschappelijke onderneming indien zij een financiële bijdrage leveren aan de gemeenschappelijke onderneming voor de uitvoering van de overeenkomstige delen van het werkplan. In dit geval heeft de deelnemende staat met name het recht om te stemmen over het werkplan en de bijbehorende uitgavenramingen voor de acties onder contract, en over de lijst met voor financiering geselecteerde acties onder contract.

(3)De leden van de raad van bestuur doen hun uiterste best om tot een consensus te komen. Wanneer geen consensus kan worden bereikt, neemt de raad van bestuur besluiten met een meerderheid van ten minste 75 % van alle stemmen, met inbegrip van de stemmen van de niet-aanwezige leden.

(4)Elk lid van de gemeenschappelijke onderneming, ander dan de Unie, dat zijn verplichtingen met betrekking tot de in artikel 5 van de verordening bedoelde bijdragen niet binnen zes maanden na de in de door de raad van bestuur vastgestelde termijn nakomt, verliest zijn stemrecht in de raad van bestuur en heeft geen toegang tot de pre-exaschaalsupercomputers die eigendom zijn van de gemeenschappelijke onderneming, tot het zijn verplichtingen is nagekomen.

(5)De raad van bestuur kiest een voorzitter voor een periode van twee jaar. Het mandaat van de voorzitter kan slechts eenmaal worden verlengd, na een besluit van de raad van bestuur.

(6)De raad van bestuur belegt ten minste tweemaal per jaar een gewone vergadering. De raad van bestuur kan buitengewone vergaderingen beleggen op verzoek van de Commissie, van een meerderheid van de vertegenwoordigers van de deelnemende staten, van de voorzitter, of van de uitvoerend directeur overeenkomstig artikel 15, lid 5. De vergaderingen van de raad van bestuur worden bijeengeroepen door zijn voorzitter en zullen gewoonlijk plaatsvinden waar de zetel van de gemeenschappelijke onderneming is gevestigd.

Het quorum van de raad van bestuur bestaat uit de Commissie en ten minste drie vertegenwoordigers van deelnemende staten.

De uitvoerend directeur neemt deel aan de beraadslagingen, tenzij de raad van bestuur daar anders over beslist, maar hij heeft geen stemrecht. De raad van bestuur kan per geval andere personen uitnodigen om de vergaderingen als waarnemers bij te wonen.

Lidstaten of geassocieerde landen die geen lid zijn van de gemeenschappelijke onderneming, kunnen als waarnemer aan de raad van bestuur deelnemen. Waarnemers ontvangen alle relevante documenten en kunnen advies geven over alle door de raad van bestuur genomen besluiten. Waarnemers zijn gebonden aan de vertrouwelijkheidsregels die van toepassing zijn op de leden van de raad van bestuur.

(7)De vertegenwoordigers van de leden zijn niet persoonlijk aansprakelijk voor handelingen in hun hoedanigheid van vertegenwoordiger in de raad van bestuur.

(8)De raad van bestuur stelt zijn eigen reglement van orde vast. Dat reglement voorziet in specifieke procedures om belangenconflicten te identificeren en te voorkomen en de vertrouwelijkheid van alle gevoelige informatie te waarborgen.

(9)De voorzitter van de adviesgroep inzake onderzoek en innovatie en de voorzitter van de adviesgroep inzake infrastructuur hebben het recht om, wanneer punten worden besproken die onder hun bevoegdheid vallen, de vergaderingen van de raad van bestuur bij te wonen en deel te nemen aan de beraadslagingen, maar hebben geen stemrecht.

Artikel 7

Taken van de raad van bestuur

(1)De raad van bestuur draagt de volledige verantwoordelijkheid voor de strategische oriëntatie en de werkzaamheden van de gemeenschappelijke onderneming, houdt toezicht op de uitvoering van haar activiteiten en zorgt ervoor dat de beginselen van eerlijkheid en transparantie naar behoren worden nagekomen bij de toewijzing van overheidsmiddelen aan deelnemers aan acties onder contract.

(2)De Commissie streeft, in het kader van haar rol in de raad van bestuur, naar coördinatie tussen de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming en de relevante activiteiten van de financieringsprogramma's van de Unie teneinde synergieën te bevorderen bij de vaststelling van de prioriteiten van gezamenlijk onderzoek.

(3)De raad van bestuur voert met name de volgende algemene administratieve taken van de gemeenschappelijke onderneming uit:

(a)nieuwe lidmaatschapsaanvragen beoordelen, aanvaarden of afwijzen overeenkomstig artikel 3, lid 2, van deze statuten;

(b)beslissen over de beëindiging van het lidmaatschap van leden van de gemeenschappelijke onderneming die hun verplichtingen niet nakomen;

(c)de financiële regels van de gemeenschappelijke onderneming vaststellen overeenkomstig artikel 11 van deze verordening;

(d)de jaarlijkse begroting van de gemeenschappelijke onderneming goedkeuren, met inbegrip van de daarmee overeenstemmende personeelsformatie waarin, uitgedrukt in voltijdsequivalenten, het aantal tijdelijke ambten per functiegroep en per rang, het aantal arbeidscontractanten en het aantal gedetacheerde nationale deskundigen is aangegeven;

(e)de bevoegdheden tot aanstelling van personeel uitoefenen, overeenkomstig artikel 13, lid 2, van deze verordening;

(f)de uitvoerend directeur benoemen, ontslaan, diens ambtstermijn verlengen, hem adviseren en toezicht houden op zijn prestaties;

(g)de organisatiestructuur van het programmabureau goedkeuren, na een aanbeveling van de uitvoerend directeur;

(h)het in artikel 20, lid 1, bedoelde meerjarige strategische plan goedkeuren;

(i)het jaarlijkse activiteitenverslag goedkeuren, met inbegrip van de in artikel 21, lid 1, bedoelde, daarmee verband houdende uitgaven;

(j)voor zover nodig op aanbeveling van de uitvoerend directeur de oprichting van een interne auditcapaciteit bij de gemeenschappelijke onderneming regelen;

(k)het communicatiebeleid van de gemeenschappelijke onderneming vaststellen op aanbeveling van de uitvoerend directeur;

(l)indien nodig uitvoeringsregels vaststellen in overeenstemming met het statuut en de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van de Unie overeenkomstig artikel 13, lid 3, van deze verordening;

(m)indien nodig regels vaststellen voor de detachering van nationale deskundigen naar de gemeenschappelijke onderneming en voor het inzetten van stagiairs overeenkomstig artikel 14, lid 2, van deze verordening;

(n)indien nodig adviesgroepen oprichten als aanvulling op de organen van de gemeenschappelijke onderneming;

(o)indien nodig door leden van de gemeenschappelijke onderneming gedane verzoeken tot wijziging van deze verordening voorleggen aan de Commissie;

(p)het model van onderbrengingsovereenkomst goedkeuren dat moet worden toegevoegd aan de documenten voor de procedure ter selectie van de onderbrengende entiteit;

(q)de verantwoordelijkheid dragen voor elke taak die niet specifiek aan een bepaald orgaan van de gemeenschappelijke onderneming is toegewezen; de raad van bestuur kan dergelijke taken aan elk orgaan van de gemeenschappelijke onderneming toewijzen.

(4)De raad van bestuur voert met name de volgende taken in verband met de operationele activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming uit:

(a)het werkplan goedkeuren, alsook de daarmee verband houdende, in artikel 20, lid 2, bedoelde uitgavenramingen;

(b)de lancering van oproepen tot het indienen van voorstellen goedkeuren overeenkomstig het werkplan;

(c)de lijst met acties goedkeuren die zijn geselecteerd op basis van de door een panel van onafhankelijke deskundigen opgestelde ranglijst;

(d)de lancering van de oproep tot het indienen van offertes goedkeuren overeenkomstig het werkplan;

(e)de voor financiering geselecteerde offertes goedkeuren;

(f)algemene en specifieke voorwaarden vaststellen voor de manier waarop de gebruikers uit de academische wereld, de publieke sector en het bedrijfsleven toegang kunnen krijgen tot de infrastructuur van de gemeenschappelijke onderneming, met inbegrip van de prijsstelling voor betaaldiensten;

(g)de toegangsrechten vaststellen voor het aandeel van de Unie in de toegangstijd tot de petaschaalsupercomputers waaraan de gemeenschappelijke onderneming een financiële bijdrage levert;

(h)de toegangsrechten vaststellen voor het aandeel van de Unie in de toegangstijd tot de pre-exaschaalsupercomputers;

(i)de hoogte van de vergoeding voor de commerciële diensten als bedoeld in artikel 12 van deze verordening vaststellen, en beslissen over de toewijzing van toegangstijd aan deze betaaldiensten;

(j)jaarlijks beslissen over het gebruik van de inkomsten uit de vergoedingen voor commerciële diensten als bedoeld in artikel 12 van deze verordening;

(k)beslissen over de mogelijke overdracht van eigendom van de pre-exaschaalsupercomputers aan een onderbrengende entiteit, in overeenstemming met artikel 8, lid 2, van de verordening.

Artikel 8

Benoeming, ontslag of verlenging van de ambtstermijn van de uitvoerend directeur

(1)De uitvoerend directeur wordt na een openbare en transparante selectieprocedure door de raad van bestuur aangesteld uit een lijst van door de Commissie voorgedragen kandidaten. De Commissie kan de vertegenwoordiging van de andere leden van de gemeenschappelijke onderneming eventueel betrekken bij de selectieprocedure.

Met name mag worden gezorgd voor een passende vertegenwoordiging van de andere leden van de gemeenschappelijke onderneming in de voorselectiefase van de selectieprocedure. Daartoe wijzen de deelnemende staten in onderlinge overeenstemming een vertegenwoordiger en een waarnemer namens de raad van bestuur aan.

(2)De uitvoerend directeur is een personeelslid en wordt aangesteld als tijdelijk functionaris van de gemeenschappelijke onderneming overeenkomstig artikel 2, onder a), van de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van de Unie.

Voor het sluiten van de arbeidsovereenkomst met de uitvoerend directeur wordt de gemeenschappelijke onderneming vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van bestuur.

(3)De ambtstermijn van de uitvoerend directeur bedraagt drie jaar. Aan het einde van die periode beoordeelt de Commissie, eventueel gezamenlijk met de deelnemende staten en de particuliere leden, het functioneren van de uitvoerend directeur en evalueert zij de toekomstige taken en uitdagingen van de gemeenschappelijke onderneming.

(4)De raad van bestuur kan op een voorstel van de Commissie die rekening houdt met de in lid 3 bedoelde evaluatie, de ambtstermijn van de uitvoerend directeur eenmaal verlengen, voor een periode van ten hoogste vier jaar.

(5)Een uitvoerend directeur wiens ambtstermijn is verlengd, mag na afloop van de volledige termijn niet deelnemen aan een andere selectieprocedure voor hetzelfde ambt.

(6)De uitvoerend directeur kan alleen worden ontslagen na een besluit daartoe van de raad van bestuur op voorstel van de Commissie, eventueel gezamenlijk met de deelnemende staten en de particuliere leden.

Artikel 9

Taken van de uitvoerend directeur

(1)De uitvoerend directeur is als hoogste uitvoerende functionaris belast met het dagelijks beheer van de gemeenschappelijke onderneming, overeenkomstig de besluiten van de raad van bestuur.

(2)De uitvoerend directeur is de wettelijke vertegenwoordiger van de gemeenschappelijke onderneming. De uitvoerend directeur legt verantwoording af aan de raad van bestuur en verricht zijn of haar taken in alle onafhankelijkheid binnen de grenzen van de hem of haar verleende bevoegdheden.

(3)De uitvoerend directeur voert de begroting van de gemeenschappelijke onderneming uit.

(4)De uitvoerend directeur voert met name de volgende taken onafhankelijk uit:

(a)het ontwerp van meerjarig strategisch plan consolideren dat is samengesteld op basis van de meerjarige strategische onderzoeks- en innovatieagenda die door het industrieel en wetenschappelijk adviescomité is voorgesteld, en de meerjarige financiële vooruitzichten van de deelnemende staten, en dat ter goedkeuring aan de raad van bestuur voorleggen;

(b)de jaarlijkse ontwerpbegroting opstellen, met inbegrip van de daarmee overeenkomende personeelsformatie, en deze ter goedkeuring voorleggen aan de raad van bestuur, en daarbij het aantal tijdelijke ambten per rang en functiegroep aangeven, alsook het aantal arbeidscontractanten en gedetacheerde nationale deskundigen, uitgedrukt in voltijdsequivalenten;

(c)het ontwerp van jaarlijks werkplan opstellen en dit ter goedkeuring voorleggen aan de raad van bestuur, en in dat plan een omschrijving geven van het toepassingsgebied van de oproepen tot het indienen van voorstellen en van de oproep tot het indienen van offertes dat nodig is om het onderzoeks- en innovatieactiviteitenplan en de aanbestedingsplannen die door het industrieel en wetenschappelijk adviescomité zijn voorgesteld, uit te voeren, alsmede de daarmee verband houdende, door de deelnemende staten en de Commissie voorgestelde uitgavenramingen;

(d)de jaarrekening voor advies voorleggen aan de raad van bestuur;

(e)het jaarlijks activiteitenverslag opstellen, met inbegrip van de informatie over de overeenkomstige uitgaven, en dit ter goedkeuring voorleggen aan de raad van bestuur;

(f)afzonderlijke subsidieovereenkomsten, besluiten en contracten ondertekenen;

(g)contracten voor opdrachten ondertekenen;

(h)toezicht houden op de exploitatie van de petaschaal- en pre-exaschaalsupercomputers die eigendom zijn van of worden gefinancierd door de gemeenschappelijke onderneming (met inbegrip van de toewijzing van toegangstijd aan gebruikers uit de academische wereld en het bedrijfsleven, alsook de kwaliteit van de dienstverlening);

(i)het communicatiebeleid van de gemeenschappelijke onderneming uitvoeren;

(j)instaan voor de organisatie, de leiding en het toezicht op de werkzaamheden en het personeel van de gemeenschappelijke onderneming binnen de grenzen van de bevoegdheidsdelegatie door de raad van bestuur overeenkomstig artikel 13, lid 2, van deze verordening;

(k)een doeltreffend en efficiënt intern controlesysteem instellen, toezien op de werking ervan en elke ingrijpende wijziging aan de raad van bestuur melden;

(l)erover waken dat risicoanalyses en risicobeheer worden toegepast;

(m)alle andere maatregelen nemen die nodig zijn voor de beoordeling van de voortgang die de gemeenschappelijke onderneming boekt bij de verwezenlijking van haar doelstellingen zoals vastgesteld in artikel 3 van deze verordening;

(n)eventuele andere taken uitvoeren die door de raad van bestuur aan de uitvoerend directeur zijn toevertrouwd of gedelegeerd.

(5)De uitvoerend directeur richt een programmabureau op voor de uitvoering, onder zijn of haar verantwoordelijkheid, van alle ondersteunende taken die voortvloeien uit deze verordening. Het programmabureau bestaat uit het personeel van de gemeenschappelijke onderneming en voert met name de volgende taken uit:

(a)bijstand verlenen bij het opzetten en beheren van een geschikt boekhoudsysteem in overeenstemming met de financiële regels als bedoeld in artikel 11 van deze verordening;

(b)de in het werkplan vastgestelde oproepen tot het indienen van voorstellen beheren en de subsidieovereenkomsten en -besluiten administreren;

(c)de in het werkplan vastgestelde oproepen tot het indienen van offertes en de contracten beheren;

(d)het proces voor de selectie van de onderbrengende entiteit en de besluiten beheren;

(e)de leden en de andere organen van de gemeenschappelijke onderneming alle relevante informatie en de nodige ondersteuning geven zodat zij hun taken kunnen vervullen, en aan hun specifieke verzoeken voldoen;

(f)fungeren als het secretariaat van de organen van de gemeenschappelijke onderneming en assistentie verlenen aan alle door de raad van bestuur opgerichte adviesgroepen.

Artikel 10

Samenstelling van het industrieel en wetenschappelijk adviescomité

(1)Het industrieel en wetenschappelijk adviescomité bestaat uit een adviesgroep inzake onderzoek en innovatie en een adviesgroep inzake infrastructuur.

(2)De adviesgroep inzake onderzoek en innovatie bestaat uit maximaal twaalf leden, waarvan maximaal zes leden door de particuliere leden en maximaal zes leden door de raad van bestuur worden benoemd. De raad van bestuur stelt de specifieke criteria en het selectieproces vast voor de leden die hij benoemt.

(3)De adviesgroep inzake infrastructuur bestaat uit maximaal twaalf leden. De raad van bestuur stelt de specifieke criteria en het selectieproces vast en benoemt de leden ervan. Alleen personen zonder belangenconflict komen in aanmerking om lid te worden.

Artikel 11

Werking van de adviesgroep inzake onderzoek en innovatie

(1)De adviesgroep inzake onderzoek en innovatie komt ten minste tweemaal per jaar bijeen.

(2)De adviesgroep inzake onderzoek en innovatie kan zo nodig werkgroepen instellen die algemeen gecoördineerd worden door één of meer leden.

(3)De adviesgroep inzake onderzoek en innovatie kiest haar voorzitter.

(4)De adviesgroep inzake onderzoek en innovatie stelt haar reglement van orde vast, met daarin onder meer de benoeming van de samenstellende entiteiten die de adviesgroep vertegenwoordigen, alsook de duur van hun benoeming.

Artikel 12

Werking van de adviesgroep inzake infrastructuur

(1)De adviesgroep inzake infrastructuur komt ten minste tweemaal per jaar bijeen.

(2)De adviesgroep inzake infrastructuur kan zo nodig werkgroepen instellen die algemeen gecoördineerd worden door één of meer leden.

(3)De adviesgroep inzake infrastructuur kiest haar voorzitter.

(4)De adviesgroep inzake infrastructuur stelt haar reglement van orde vast, met daarin onder meer de benoeming van de samenstellende entiteiten die de adviesgroep vertegenwoordigen, alsook de duur van hun benoeming.

Artikel 13

Taken van de adviesgroep inzake onderzoek en innovatie

De adviesgroep inzake onderzoek en innovatie:

(a)stelt het in artikel 20 bedoelde ontwerp van meerjarige strategische onderzoeks- en innovatieagenda op dat erop gericht is de in artikel 3 van deze verordening vastgestelde doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming te verwezenlijken, en actualiseert dat regelmatig. In dit ontwerp van meerjarige strategische onderzoeks- en innovatieagenda moeten onderzoeks- en innovatieprioriteiten worden bepaald voor de ontwikkeling en toepassing van technologieën en sleutelcompetenties voor high-performance computing op verschillende toepassingsgebieden, teneinde het Europese concurrentievermogen te versterken en het ontstaan van nieuwe markten en maatschappelijke toepassingen te bevorderen. Het moet regelmatig worden herzien overeenkomstig de ontwikkeling van de wetenschappelijke en industriële behoeften in Europa;

(b)dient het ontwerp van meerjarige strategische onderzoeks- en innovatieagenda binnen de door de raad van bestuur vastgestelde termijnen in bij de uitvoerend directeur als basis voor het werkplan;

(c)organiseert openbare raadplegingen die openstaan voor alle publieke en private belanghebbenden op het gebied van high-performance computing, om hen te informeren en feedback in te winnen over het ontwerp van meerjarige strategische onderzoeks- en innovatieagenda en het ontwerp van onderzoeks- en innovatieactiviteitenplan voor een bepaald jaar.

Artikel 14

Taken van de adviesgroep inzake infrastructuur

(1)De adviesgroep verstrekt advies aan de raad van bestuur voor de verwerving en de exploitatie van de pre-exaschaalsupercomputers van de gemeenschappelijke onderneming. De adviesgroep:

(a)stelt het in artikel 20 bedoelde ontwerp van meerjarige strategische onderzoeks- en innovatieagenda voor de verwerving en de exploitatie van de pre-exaschaalsupercomputers op dat erop gericht is de in artikel 3 van deze verordening vastgestelde doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming te verwezenlijken, en actualiseert dat regelmatig. Dit ontwerp van meerjarig strategisch plan moet de specificaties voor de selectie van de onderbrengende entiteiten en de planning voor de verwerving van infrastructuur omvatten; hiertoe moeten de nodige capaciteitsverhogingen, alsook de soorten toepassingen en gebruikersgemeenschappen die moeten worden aangepakt, de systeemarchitecturen en de integratie met de nationale infrastructuren voor high-performance computing worden bepaald;

(b)dient het ontwerp van meerjarige strategische agenda voor de verwerving en exploitatie van de pre-exaschaalsupercomputers als basis voor de in artikel 1 bedoelde procedures binnen de door de raad van bestuur vastgestelde termijnen in bij de uitvoerend directeur;

(c)organiseert openbare raadplegingen die openstaan voor alle publieke en private belanghebbenden op het gebied van high-performance computing, om hen te informeren en feedback in te winnen over het ontwerp van meerjarige strategische agenda voor de verwerving en de exploitatie van de pre-exaschaalsupercomputers en het bijbehorende activiteitenplan voor een bepaald jaar.

Artikel 15

Financieringsbronnen

(1)De gemeenschappelijke onderneming wordt gezamenlijk door haar leden gefinancierd door middel van in tranches betaalde financiële bijdragen en bijdragen in natura als bedoeld in de leden 2 en 3.

(2)De administratieve kosten van de gemeenschappelijke onderneming bedragen niet meer dan 22 000 000 EUR en worden gedekt door de financiële bijdragen als bedoeld in artikel 4, lid 1, en artikel 5, leden 1 en 2, van deze verordening.

Indien een deel van de bijdragen voor de administratieve kosten niet wordt gebruikt, kan het ter beschikking worden gesteld om de operationele kosten van de gemeenschappelijke onderneming te dekken.

(3)De operationele kosten van de gemeenschappelijke onderneming worden gedekt door:

(a)de financiële bijdrage van de Unie;

(b)financiële bijdragen van de aan de gemeenschappelijke onderneming deelnemende staten;

(c)door de deelnemende staten geleverde financiële bijdragen aan de operationele kosten van een onderbrengende entiteit;

(d)bijdragen in natura van de deelnemende staten, bestaande uit de door de onderbrengende entiteiten gemaakte kosten voor de exploitatie van de pre-exaschaalsupercomputers van de gemeenschappelijke onderneming minus de bijdragen van de gemeenschappelijke onderneming en alle andere bijdragen van de Unie aan die kosten;

(e)bijdragen in natura van de deelnemende staten, bestaande uit de door de supercomputingcentra gemaakte kosten voor de medefinanciering van de petaschaalsupercomputers minus de bijdragen van de gemeenschappelijke onderneming en alle andere bijdragen van de Unie aan die kosten;

(f)bijdragen in natura door de particuliere leden of hun samenstellende entiteiten en gelieerde entiteiten, bestaande uit de kosten die zij maken voor de uitvoering van acties minus de bijdragen van de gemeenschappelijke onderneming en alle andere bijdragen van de Unie aan die kosten.

(4)De in de begroting van de gemeenschappelijke onderneming opgenomen middelen bestaan uit de volgende bijdragen:

(a)de financiële bijdragen van de leden aan de administratieve kosten;

(b)de financiële bijdragen van de leden aan de operationele kosten;

(c)alle door de gemeenschappelijke onderneming gegenereerde inkomsten;

(d)alle andere financiële bijdragen, middelen en inkomsten.

Intresten op de bijdragen die aan de gemeenschappelijke onderneming zijn betaald, gelden als inkomsten.

(5)Wanneer een lid van de gemeenschappelijke onderneming zijn verplichtingen in verband met zijn financiële bijdrage niet nakomt, maakt de uitvoerend directeur daarvan schriftelijk melding en stelt hij een redelijke termijn vast waarbinnen de betalingsachterstand moet worden weggewerkt. Indien de betalingsachterstand niet binnen die termijn is weggewerkt, roept de uitvoerend directeur een vergadering van de raad van bestuur bijeen om te besluiten of het lidmaatschap van het desbetreffende lid moet worden ingetrokken, dan wel of andere maatregelen moeten worden genomen tot het lid zijn verbintenissen wel nakomt. Het stemrecht van het lid dat in gebreke blijft, wordt opgeschort totdat het zijn betalingsachterstand heeft weggewerkt.

(6)Alle middelen en activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming zijn bedoeld om de in artikel 3 van deze verordening vastgestelde doelstellingen te bereiken.

(7)De gemeenschappelijke onderneming is eigenaar van alle activa die door haar zijn gegenereerd of aan haar zijn overgedragen voor de verwezenlijking van de in artikel 3 van deze verordening vastgestelde doelstellingen. Dit heeft geen betrekking op de supercomputers waarvan de gemeenschappelijke onderneming de eigendom kan hebben overgedragen aan een onderbrengende entiteit in overeenstemming met artikel 8 van deze verordening.

(8)Behalve bij ontbinding van de gemeenschappelijke onderneming, worden de inkomsten, voor zover zij meer bedragen dan de uitgaven, niet aan de leden van de gemeenschappelijke onderneming uitbetaald.

Artikel 16

Bijdragen van de deelnemende staten

(1)Het beheer van hun financiële bijdragen aan de gemeenschappelijke onderneming vertrouwen de deelnemende staten toe aan de gemeenschappelijke onderneming.

(2)De deelnemende staten leveren hun bijdrage aan de gemeenschappelijke onderneming en verstrekken daarbij een uitsplitsing van hun bijdrage met vermelding van de bijdrage aan

(a)de verwerving van supercomputers;

(b)de exploitatie van supercomputers en

(c)de andere activiteiten die worden gefinancierd door de gemeenschappelijke onderneming. 

(3)De raad van bestuur stelt de nadere voorwaarden voor de financiële bijdrage van de deelnemende staten aan de gemeenschappelijke onderneming vast.

Artikel 17

Financiële verbintenissen

De financiële verbintenissen van de gemeenschappelijke onderneming mogen het bedrag van de beschikbare of door haar leden voor haar begroting vastgelegde financiële middelen niet overschrijden.

Artikel 18

Begrotingsjaar

Het begrotingsjaar begint op 1 januari en eindigt op 31 december.

Artikel 19

Operationele en financiële planning

(1)In het meerjarige strategische plan wordt gespecificeerd wat de strategie en de plannen zijn om de in artikel 3 van deze verordening vastgestelde doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming te verwezenlijken. Het meerjarige strategische plan bestaat uit een meerjarige strategische onderzoeks- en innovatieagenda en een meerjarige strategische agenda voor de verwerving van supercomputers van het industrieel en wetenschappelijk adviescomité, alsook meerjarige financiële perspectieven van de deelnemende staten en de Commissie.

(2)De uitvoerend directeur legt de raad van bestuur een ontwerp van jaarlijks of meerjarig werkplan voor, waarin het onderzoeks- en innovatieactiviteitenplan, het aanbestedingsplan, de administratieve activiteiten en de daarmee verband houdende uitgavenramingen zijn opgenomen.

(3)Het werkplan wordt aan het einde van het jaar vóór de uitvoering ervan goedgekeurd. Het werkplan wordt publiek toegankelijk gemaakt.

(4)De uitvoerend directeur stelt de jaarlijkse ontwerpbegroting voor het volgende jaar op en legt deze ter goedkeuring voor aan de raad van bestuur.

(5)De jaarlijkse begroting voor een bepaald jaar wordt aan het einde van het daaraan voorafgaande jaar door de raad van bestuur goedgekeurd.

(6)De jaarlijkse begroting wordt aangepast aan de hoogte van de financiële bijdrage van de Unie die in de begroting van de Unie is vastgesteld.

Artikel 20

Operationele en financiële verslaglegging

(1)De uitvoerend directeur brengt jaarlijks verslag uit aan de raad van bestuur over de uitvoering van zijn of haar taken in overeenstemming met de financiële regels van de gemeenschappelijke onderneming.

Binnen twee maanden na de sluiting van elk begrotingsjaar legt de uitvoerend directeur de raad van bestuur ter goedkeuring een jaarlijks activiteitenverslag voor over de door de gemeenschappelijke onderneming in het voorafgaande kalenderjaar gemaakte vorderingen, met name in verhouding tot het werkplan voor dat jaar. Het jaarlijks activiteitenverslag bevat informatie over onder meer de volgende zaken:

(a)onderzoek, innovatie en andere uitgevoerde acties en de daarmee verband houdende uitgaven;

(b)de verwerving en exploitatie van infrastructuur, met inbegrip van het gebruik van en de toegang tot de infrastructuur, zoals de door elke deelnemende staat daadwerkelijk gebruikte toegangstijden;

(c)de ingediende voorstellen en offertes, met inbegrip van een uitsplitsing per type deelnemer (waaronder kleine en middelgrote ondernemingen) en per land;

(d)de voor financiering aangewezen voorstellen, met een uitsplitsing per type deelnemer (waaronder kleine en middelgrote ondernemingen) en per land, met vermelding van de bijdragen van de gemeenschappelijke onderneming aan de afzonderlijke deelnemers en acties;

(e)de voor financiering aangewezen offertes, met een uitsplitsing per type contractant (waaronder kleine en middelgrote ondernemingen) en per land, met vermelding van de bijdrage van de gemeenschappelijke onderneming aan de afzonderlijke contractanten en aanbestedingsactiviteiten;

(f)het resultaat van de aanbestedingsactiviteiten;

(g)vorderingen met de verwezenlijking van de in artikel 3 van deze verordening omschreven doelstellingen, en voorstellen voor verdere noodzakelijke werkzaamheden ter verwezenlijking van die doelstellingen.

(2)Na goedkeuring door de raad van bestuur wordt het jaarlijkse activiteitenverslag publiek toegankelijk gemaakt.

(3)Uiterlijk op 1 maart van het volgende begrotingsjaar zendt de rekenplichtige van de gemeenschappelijke onderneming de voorlopige rekeningen toe aan de rekenplichtige van de Commissie en de Rekenkamer.

Uiterlijk op 31 maart van het volgende begrotingsjaar stuurt de gemeenschappelijke onderneming het verslag over het budgettair en financieel beheer toe aan het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer.

Overeenkomstig artikel 148 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 maakt de rekenplichtige, na ontvangst van de opmerkingen van de Rekenkamer over de voorlopige rekeningen van de gemeenschappelijke onderneming, de definitieve rekeningen van de gemeenschappelijke onderneming op en legt de uitvoerend directeur deze ter fine van advies aan de raad van bestuur voor.

De raad van bestuur brengt advies uit over de definitieve rekeningen van de gemeenschappelijke onderneming.

Uiterlijk op 1 juli van het volgende begrotingsjaar zendt de uitvoerend directeur de definitieve rekeningen, samen met het advies van de raad van bestuur, toe aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer.

De definitieve rekeningen worden uiterlijk op 15 november van het volgende begrotingsjaar bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Uiterlijk op 30 september stuurt de uitvoerend directeur aan de Rekenkamer een antwoord toe als reactie op de door haar in het kader van haar jaarverslag geformuleerde opmerkingen. De uitvoerend directeur zendt het antwoord tevens toe aan de raad van bestuur.

De uitvoerend directeur verstrekt het Europees Parlement op verzoek alle inlichtingen die nodig zijn voor het goede verloop van de kwijtingsprocedure voor het betrokken begrotingsjaar, overeenkomstig artikel 165, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012.

Artikel 21

Interne audit

De intern controleur van de Commissie oefent ten aanzien van de gemeenschappelijke onderneming dezelfde bevoegdheden uit als die welke hij met betrekking tot de Commissie uitoefent.

Artikel 22

Aansprakelijkheid van leden en verzekering

(1)De financiële aansprakelijkheid van de leden van de gemeenschappelijke onderneming voor de schulden van de gemeenschappelijke onderneming is beperkt tot de reeds door hen betaalde bijdrage aan de administratieve kosten.

(2)De gemeenschappelijke onderneming sluit de nodige verzekeringen af en houdt deze aan.

Artikel 23

Belangenconflicten

(1)De gemeenschappelijke onderneming, haar organen en haar personeel vermijden elk belangenconflict bij de uitvoering van hun activiteiten.

(2)De raad van bestuur van de gemeenschappelijke onderneming kan regels vaststellen om belangenconflicten met betrekking tot de leden van die onderneming, haar organen en haar personeel te voorkomen en te beheersen. Die regels omvatten bepalingen ter voorkoming van belangenconflicten met betrekking tot de vertegenwoordigers van de leden van de gemeenschappelijke onderneming die zitting hebben in de raad van bestuur.

Artikel 24

Ontbinding

(3)De gemeenschappelijke onderneming wordt ontbonden aan het einde van de in artikel 1 van deze verordening vastgelegde periode.

(4)Naast hetgeen is bepaald in lid 1, wordt de ontbindingsprocedure automatisch ingeleid ingeval de Unie zich terugtrekt uit de gemeenschappelijke onderneming.

(5)Voor de uitvoering van de procedure tot ontbinding van de gemeenschappelijke onderneming benoemt de raad van bestuur een of meer vereffenaars die handelen volgens de door de raad van bestuur genomen besluiten.

(6)Wanneer de gemeenschappelijke onderneming wordt ontbonden, worden haar activa gebruikt ter voldoening van haar verplichtingen en voor de uitgaven in verband met haar ontbinding. De supercomputers die de gemeenschappelijke onderneming in eigendom heeft, worden overgedragen aan de respectieve onderbrengende entiteiten. De onderbrengende entiteit vergoedt de gemeenschappelijke onderneming de restwaarde van de overgedragen supercomputers. Een eventueel overschot wordt op het moment van de ontbinding verdeeld over de leden in verhouding tot hun financiële bijdragen aan de gemeenschappelijke onderneming. Een eventueel overschot dat de Unie toevalt, wordt teruggeboekt naar de begroting van de Unie. De supercomputers die de gemeenschappelijke onderneming in eigendom heeft, worden overgedragen aan de onderbrengende entiteiten. De onderbrengende entiteit vergoedt de gemeenschappelijke onderneming in dit geval de restwaarde van de overgedragen supercomputers.

(7)Er wordt een ad-hoc procedure ingesteld om een passende afwikkeling te verzekeren van alle door de gemeenschappelijke onderneming gesloten overeenkomsten of genomen besluiten, alsmede van alle aanbestedingscontracten waarvan de duur die van het bestaan van de gemeenschappelijke onderneming overschrijdt.