Brussel, 13.11.2018

COM(2018) 740 final

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

over de werking van de richtlijn radioapparatuur (2014/53/EU)


INHOUD

1.    Inleiding    

2.    Betere overgang en samenhang    

2.1.    Workshop    

2.2.    Richtsnoeren betreffende de datum van toepasbaarheid voor de nieuwe richtlijnen van de elektrosector    

2.3.    Gids richtlijn radioapparatuur    

3.    Werking    

3.1.    Aanmelding van omzettingsmaatregelen    

3.2.    Toepassing in de EER-EVA-staten    

3.3.    Conformiteitsbeoordeling    

3.4.    Markttoezicht (naleving en betere samenwerking)    

3.5.    Het Comité (TCAM)    

4.    Geharmoniseerde normen    

4.1.    Doel van geharmoniseerde normen    

4.2.    Opstellen van geharmoniseerde normen    

4.3.    Algemene stappen die de Commissie heeft gevolgd om de problemen op te lossen    

4.4.    Specifieke situaties en oplossingen    

4.4.1.    Wifi-norm (EN 301 893)    

4.4.2.    Geharmoniseerde normen die geen specificaties inzake prestatieparameters van ontvangers bevatten    

4.5.    Status van de geharmoniseerde normen in het kader van de richtlijn radioapparatuur    

5.    Eisen    

5.1.    Eisen op basis van de nieuwe aanpak    

5.2.    Aan de Commissie toegekende bevoegdheid om gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen vast te stellen    

5.2.1.    Artikel 3, lid 3, (aanvullende essentiële eisen) en artikel 4 (combinaties van radioapparatuur en software)    

5.2.2.    Artikel 5 (registratie)    

5.2.3.    Overige bepalingen    

5.3.    Schrapping van onnodige administratieve verplichtingen en van dubbelzinnigheden    

6.    Conclusie    

Bijlage    

Bij de richtlijn radioapparatuur ingevoerde wijzigingen    

1.Inleiding

De engineeringsector speelt een strategische rol in de economie van Europa. Hij levert bij benadering 30 % van de toegevoegde waarde van de productie in de Europese Unie op en biedt technologische oplossingen die relevant zijn voor de voornaamste beleidsgebieden van de EU. Milieuvriendelijke, vernieuwende en intelligente elektrische en mechanische apparatuur leidt tot meer en betere banen in de hele economie en tot schonere, efficiëntere en meer concurrerende producten en diensten. De engineeringsectoren zijn cruciaal voor andere sectoren, en leveren tevens kapitaal en intermediaire goederen en diensten aan alle sectoren van de economie.

Een van de voornaamste rechtsinstrumenten van de EU voor de elektrische en elektronische engineeringsectoren is de richtlijn radioapparatuur 1 , die een regelgevingskader vormt voor het in de handel brengen van radioapparatuur op de interne markt en, behoudens een aantal uitzonderingen, van toepassing is op producten die gebruikmaken van het radiofrequentiespectrum (radioapparatuur) 2 . De andere instrumenten voor de elektrische en elektronische engineeringsectoren zijn de laagspanningsrichtlijn (2014/35/EU) 3 en de richtlijn elektromagnetische compatibiliteit (2014/30/EU) 4 .

De Richtlijnen 2014/35/EU en 2014/30/EU gelden niet voor radioapparatuur die onder het toepassingsgebied van de richtlijn radioapparatuur valt 5 , maar de apparatuur in kwestie moet wel aan de essentiële eisen van die richtlijnen voldoen, aangezien in artikel 3, lid 1, van de richtlijn radioapparatuur naar de essentiële eisen van die richtlijnen wordt verwezen.

De richtlijn radioapparatuur is op 22 mei 2014 bekendgemaakt in het Publicatieblad van de EU (PBEU), is op 11 juni 2014 in werking getreden en is sinds 13 juni 2016 van toepassing. Richtlijn 1999/5/EG (richtlijn radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur) 6 is bij die richtlijn ingetrokken. In de richtlijn radioapparatuur was voorzien in een overgangsperiode van een jaar, die eindigde op 12 juni 2017 (artikel 48). Tijdens de overgangsfase mochten fabrikanten radioapparatuur in de handel brengen die voldeed aan de eisen van hetzij de richtlijn radioapparatuur hetzij de vóór 13 juni 2016 toepasselijke EU-wetgeving (bv. Richtlijn 1999/5/EG).

Richtlijn 1999/5/EG werd bij de richtlijn radioapparatuur op het nieuwe wetgevingskader afgestemd 7 . Bij de herziening werd rekening gehouden met de behoefte aan verbeterd markttoezicht, voornamelijk door het invoeren van traceerbaarheidsverplichtingen voor fabrikanten, importeurs en distributeurs. Ook werd in de mogelijkheid voorzien om gedelegeerde handelingen vast te stellen om voorafgaande registratie te verlangen voor de klassen van radioapparatuur waarvoor een laag niveau van naleving van de gestelde eisen wordt geconstateerd. Andere nieuwe elementen zijn de opname van radio-ontvangstapparatuur die uitsluitend bestemd is voor de ontvangst van geluids- en televisieomroepdiensten in het toepassingsgebied en de vereenvoudiging van bepaalde administratieve eisen. Zie de bijlage voor een beknopte vergelijking van de richtlijn radioapparatuur en Richtlijn 1999/5/EG.

De Commissie wordt in de richtlijn radioapparatuur gemachtigd gedelegeerde handelingen vast te stellen over specifieke aangelegenheden. In artikel 44, lid 2, is bepaald dat de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, aan de Commissie wordt toegekend voor een termijn van vijf jaar vanaf 11 juni 2014, en wordt van de Commissie verlangd dat zij uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar (d.w.z. uiterlijk 10 september 2018) een verslag over de bevoegdheidsdelegatie opstelt.

Voorts evalueert de Commissie krachtens artikel 47, lid 2, van de richtlijn radioapparatuur de werking van de richtlijn (radioapparatuur) en brengt zij daarover uiterlijk op 12 juni 2018 en vervolgens om de vijf jaar aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit.

De verslagen ter uitvoering van artikel 47, lid 2, van de richtlijn radioapparatuur zullen onvermijdelijk details bevatten over initiatieven die zijn genomen of zullen worden genomen voor het opstellen van gedelegeerde handelingen uit hoofde van de richtlijn radioapparatuur; deze verslagen zullen dus ook over aangelegenheden in verband met artikel 44, lid 2, gaan. Voorts ligt de termijn voor het indienen van verslagen ter uitvoering van artikel 47, lid 2, zeer dicht bij de datum voor het indienen van een verslag op grond van artikel 44, lid 2, van de richtlijn radioapparatuur.

Daarom wordt dit verslag opgesteld ter uitvoering van zowel artikel 44, lid 2, als artikel 47, lid 2, van de richtlijn radioapparatuur. Overeenkomstig artikel 47, lid 2, van de richtlijn radioapparatuur betreft dit verslag aangelegenheden in verband met de omzetting en werking van de richtlijn radioapparatuur, waaronder de bij de opstelling van de betrokken normen gemaakte vooruitgang 8 en de werkzaamheden van het Comité voor conformiteitsbeoordeling en markttoezicht inzake telecommunicatie (TCAM) 9 . Het bevat ook informatie over aangelegenheden in verband met artikel 47, lid 2, onder a), d), e), en f), waarin respectievelijk wordt verwezen naar een samenhangend systeem 10 , consumentenbescherming 11 , universele laders 12 en e-etikettering 13 . Ten slotte bevat dit verslag nadere bijzonderheden en recente informatie, overeenkomstig artikel 44, lid 2, van de richtlijn radioapparatuur, over de delegatie van bevoegdheden 14 .

Dit is het eerste verslag dat, bijna een jaar na het einde van de overgangsperiode, wordt opgesteld ter uitvoering van artikel 47, lid 2. Het is dan ook nog te vroeg om bijzonderheden te verstrekken over alle in artikel 47, lid 2, van de richtlijn radioapparatuur opgesomde punten, en in het algemeen om conclusies te trekken over de doeltreffendheid van de richtlijn radioapparatuur. Krachtens artikel 47, lid 2, van de richtlijn radioapparatuur wordt om de vijf jaar verslag uitgebracht; het volgende verslag zal dus in 2023 worden opgesteld en ingediend.

2.Betere overgang en samenhang

2.1.Workshop

Door de nieuwe elementen die bij de richtlijn radioapparatuur worden ingevoerd, hadden de lidstaten en belanghebbenden vragen bij de toepasbaarheid van de richtlijn radioapparatuur en bij de uitlegging van sommige bepalingen, met name in verband met het toepassingsgebied. Daarom heeft de Commissie in november 2014 in Brussel een open workshop georganiseerd. Met de workshop werd beoogd een aantal kwesties en vraagstukken in verband met de omzetting van de richtlijn radioapparatuur te behandelen, opdat de lidstaten klaar zouden zijn om tijdig en coherent nationale overgangsmaatregelen op te stellen, en de belanghebbenden (bv. de sector en aangemelde instantie) klaar zouden zijn om de richtlijn radioapparatuur consequent toe te passen, op de datum van toepassing ervan.

Er was een groot aantal deelnemers (ongeveer 100), voornamelijk uit de lidstaten, de EVA-staten 15 , Europese normalisatieorganisaties, brancheorganisaties, aangemelde instanties, consumentenverenigingen enz. Na afloop werd op de website van de Commissie een document met vragen en antwoorden gepubliceerd 16 .

2.2.Richtsnoeren betreffende de datum van toepasbaarheid voor de nieuwe richtlijnen van de elektrosector

Er was behoefte aan sturing voor de lidstaten en belanghebbenden om de toepasbaarheid van de nieuwe richtlijnen van de elektrosector (Richtlijn 2014/30/EU, Richtlijn 2014/35/EU en de richtlijn radioapparatuur) in detail toe te lichten wat de datum van het in de handel brengen van een product betreft. Daarom hebben de diensten van de Commissie richtsnoeren opgesteld, die beschikbaar zijn op de website van de Commissie 17 .

In dit document wordt verduidelijkt welke richtlijn van de elektrosector in een gegeven situatie van toepassing is, door rekening te houden met de datum waarop een product in de handel is gebracht, de overgangsperiode van de richtlijn radioapparatuur, het toepassingsgebied van de oude en de nieuwe richtlijnen van de elektrosector evenals de datum van toepasbaarheid van deze richtlijnen.

2.3.Gids richtlijn radioapparatuur

In mei 2017 is de nieuwe gids voor de richtlijn radioapparatuur op de website van de Commissie gepubliceerd 18 . Deze gids moet als handleiding dienen voor alle partijen waarop de richtlijn direct of indirect invloed heeft. Hij moet bijdragen tot de interpretatie van de richtlijn radioapparatuur. De gids is niet juridisch bindend.

In de gids worden enkele van de belangrijkste vraagstukken in verband met de toepassing van de richtlijn radioapparatuur verduidelijkt en toegelicht, zoals het toepassingsgebied, de essentiële eisen, de toepasselijke conformiteitsbeoordelingsprocedures, een aantal specifieke verplichtingen met betrekking tot de marktdeelnemers enz. Hij is opgesteld in samenwerking met de lidstaten en belanghebbenden (brancheorganisaties, consumentenverenigingen, aangemelde instanties, Europese normalisatieorganisaties).

In juni 2018 hebben de diensten van de Commissie een geactualiseerde versie van deze gids gepubliceerd, die ook door het Comité voor conformiteitsbeoordeling en markttoezicht inzake telecommunicatie (TCAM) werd goedgekeurd 19 , en die verduidelijkingen bevat in verband met vragen welke na de eerste versie van de gids zijn gesteld, en bijgewerkte verwijzingen. In de gids wordt bijvoorbeeld verduidelijkt of de richtlijn radioapparatuur van toepassing is op radiomodules, wordt recente informatie verstrekt over de toepasbaarheid van de richtlijn radioapparatuur op drones en staan verwijzingen naar de aanvullende richtsnoeren inzake gecombineerde apparatuur 20 .

3.Werking

3.1.Aanmelding van omzettingsmaatregelen

In artikel 49, lid 1, van de richtlijn radioapparatuur is bepaald dat de lidstaten uiterlijk op 12 juni 2016 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen dienen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn (radioapparatuur) te voldoen. Zij delen de tekst van die bepalingen onverwijld mede aan de Commissie.

In juli 2016 hadden 14 lidstaten hun nationale overgangsmaatregelen aangemeld. Bijgevolg stuurde de Europese Commissie in juli 2016 een ingebrekestelling aan de andere 14 lidstaten die niet hadden voldaan aan artikel 49, lid 1. Eind 2017 hebben alle lidstaten kennis gegeven van een of meer nationale handelingen die als nationale omzettingsmaatregelen zijn aangeduid. Aldus is de richtlijn radioapparatuur in alle lidstaten omgezet en zijn alle dossiers in verband met inbreuken op artikel 49, lid 1, van de richtlijn radioapparatuur gesloten. Informatie over de inbreukprocedures die voor elke lidstaat zijn gevolgd, is te vinden in de databank van de Commissie 21 .

De Commissiediensten hebben geen klachten ontvangen in verband met uit laattijdige omzetting van de richtlijn radioapparatuur voortvloeiende problemen voor het vrije verkeer van radioapparatuur die reeds in overeenstemming is met de richtlijn radioapparatuur.

3.2.Toepassing in de EER-EVA-staten

De richtlijn radioapparatuur is van toepassing in de EER 22 -EVA 23 -staten (Noorwegen, IJsland en Liechtenstein), aangezien ze bij een besluit van het Gemengd Comité van de EER 24 in de EER-Overeenkomst is opgenomen en vervolgens door die staten in nationaal recht is omgezet.

Zwitserland heeft zijn nationale wetgeving 25 aangepast zodat deze gelijkwaardig is aan de richtlijn radioapparatuur. Zo is bijlage I, hoofdstuk 7, bij de op 1 juni 2002 in werking getreden Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning tussen de EU en Zwitserland 26 gewijzigd 27 om het nieuwe EU-acquis en de gelijkwaardige Zwitserse wetgeving weer te geven.

3.3.Conformiteitsbeoordeling 

In mei 2015 hebben de Commissiediensten aan alle lidstaten een brief gestuurd om hen uit te nodigen te beginnen met het aanmelden van hun conformiteitsbeoordelingsinstanties in het kader van de richtlijn radioapparatuur, mits de relevante bepalingen van de richtlijn radioapparatuur waren omgezet. In die brief werd er ook op gewezen dat de erkenning van de krachtens de ingetrokken richtlijn aangemelde instanties per 13 juni 2017 zouden worden ingetrokken (d.w.z. aan het einde van de overgangsperiode van artikel 48 van de richtlijn radioapparatuur).

Aan het einde van de overgangsperiode (d.w.z. uiterlijk op 12 juni 2017) waren 61 instanties aangemeld, eind 2017 werden er nog eens 4 aangemeld, en eind april 2018 waren er in totaal 70 28 .

Er zijn geen specifieke problemen geconstateerd met de aanmelding van conformiteitsbeoordelingsinstanties in het kader van de richtlijn radioapparatuur. De Commissie heeft bovendien nooit informatie ontvangen waaruit bleek dat aangemelde instanties overbelast waren of niet in staat waren hun taken uit te voeren. Hoewel er vertraging was bij de publicatie van geharmoniseerde normen (zie punt 4 voor details) en als gevolg daarvan de betrokkenheid van een aangemelde instantie voor specifieke eisen nodig was 29 , kreeg de Commissie toch geen informatie waaruit bleek dat ze overbelast waren.

De richtlijn radioapparatuur is een nieuweaanpakrichtlijn. Ze is voornamelijk gebaseerd op het systeem van de EU-conformiteitsverklaring, die de fabrikanten ertoe verplicht hun eigen producten te certificeren en een technisch dossier bij te houden, met betrekking tot de vraag in welke mate de producten aan de toepasselijke eisen voldoen, ten behoeve van inspectie door toezichtautoriteiten.

In specifieke en uitzonderlijke situaties moet er een derde partij (in dit geval een aangemelde instantie) bij worden betrokken 30 . In het verleden gaven fabrikanten er evenwel dikwijls de voorkeur aan een aangemelde instantie om goedkeuring te verzoeken, ook als dat niet nodig was aangezien zij de juiste geharmoniseerde normen hadden toegepast 31 . Er moet worden bezien of de afstemming van de conformiteitsbeoordelingsprocedures op het nieuwe wetgevingskader de fabrikanten zal aansporen om een aangemelde instantie slechts in de specifieke situaties waarin in de richtlijn is voorzien, om goedkeuring te verzoeken, zodat de administratieve kosten dalen.

De gedetailleerde criteria in de richtlijn radioapparatuur waaraan de conformiteitsbeoordelingsinstanties moeten voldoen, moeten ervoor zorgen dat deze instanties een toereikend en even hoog prestatieniveau halen. Door de overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning met een aantal staten 32 genieten fabrikanten toegang tot een bredere markt.

De sectorale groep van aangemelde instanties, de Radio Equipment Directive Compliance Association (REDCA) 33 , draagt bij tot de daadwerkelijke uitvoering van de wetgeving in samenwerking met het comité dat is ingesteld in het kader van de richtlijn radioapparatuur, namelijk het Comité voor conformiteitsbeoordeling en markttoezicht inzake telecommunicatie (TCAM) 34 , en faciliteert de convergentie van conformiteitsbeoordelingspraktijken. De REDCA onderhoudt contacten met relevante organisaties zoals het Europees Instituut voor telecommunicatienormen (ETSI), het Comité voor elektronische communicatie (ECC) en de Groep administratieve samenwerking (ADCO RED) 35 . Onderkend wordt dat een consequente toepassing van conformiteitsbeoordelingsprocedures het verwezenlijken van een open en concurrerende markt in heel Europa bevordert.

3.4.Markttoezicht (naleving en betere samenwerking)

Over het algemeen levert de richtlijn radioapparatuur, waarbij het bij Verordening (EG) nr. 765/2008 36 ingestelde kader voor markttoezicht op producten wordt toegepast, betere en efficiëntere samenwerking tussen nationale markttoezichtautoriteiten op, hetgeen absoluut noodzakelijk is voor het welslagen van het markttoezichtbeleid en voor het waarborgen van een open en concurrerende markt in heel Europa. Deze samenwerking wordt gesteund door de werking van het op internet gebaseerde informatie- en communicatiesysteem voor pan-Europees markttoezicht (ICSMS) en het systeem voor snelle uitwisseling van gegevens over gevaren bij het gebruik van verbruiks- en gebruiksartikelen (Rapex), die essentiële instrumenten zijn voor het uitwisselen van informatie en het optimaliseren van de werkverdeling onder de autoriteiten 37 .

De samenwerking wordt ook gegarandeerd door de oprichting en werking van de groep administratieve samenwerking van nationale toezichtautoriteiten in de specifieke sector, de Groep ADCO RED. Eén belangrijke activiteit van de Groep ADCO RED is de opstelling en de voorlegging aan de Commissie en het TCAM van jaarlijkse statistieken inzake markttoezicht voor apparatuur die onder de richtlijn radioapparatuur (en haar voorloper, Richtlijn 1999/5/EG) valt 38 .

Rond het tijdstip waarop dit verslag werd voltooid, heeft de Groep ADCO RED de markttoezichtstatistieken voor het jaar 2016 39 gepresenteerd, aangezien Richtlijn 1999/5/EG in dat jaar nog van toepassing was; deze statistieken bevatten bevindingen over op de markt aangetroffen producten die niet voldoen aan Richtlijn 1999/5/EG. Meer specifiek was Richtlijn 1999/5/EG tot en met 12 juni 2016 van toepassing, terwijl de fabrikanten tussen 13 juni 2016 en 12 juni 2017 de keuze hadden om hetzij Richtlijn 1999/5/EG hetzij de richtlijn radioapparatuur toe te passen, gezien de overgangsperiode waarin was voorzien in artikel 48 van de richtlijn radioapparatuur. Op basis van die statistieken kan worden aangenomen dat de fabrikanten tijdens die periode de voorkeur gaven aan Richtlijn 1999/5/EG. Bijgevolg kunnen er geen concrete conclusies worden getrokken over de vraag of voor bepaalde types van radioapparatuur een laag niveau van naleving van de eisen van de richtlijn radioapparatuur kan worden geconstateerd.

Naast de bovengenoemde gegevens kreeg de Commissie overeenkomstig artikel 47, lid 1, van de lidstaten 40 informatie over de toepassing van de richtlijn radioapparatuur 41 . Deze informatie leidt eveneens tot de conclusie dat de fabrikanten tot het einde van de overgangsperiode de voorkeur gaven aan de ingetrokken – maar nog van toepassing zijnde – richtlijn, namelijk Richtlijn 1999/5/EG. Bijgevolg werd de conformiteit van de radioapparatuur die op de markt was, beoordeeld op basis van laatstgenoemde richtlijn.

Daarnaast blijkt uit de overeenkomstig artikel 47, lid 1, ontvangen verslagen niet - noch kan eruit worden geconcludeerd - dat er voor eender welke categorie van radioapparatuur een probleem is met een laag niveau van naleving van de eisen van de richtlijn radioapparatuur.

De lidstaten zullen in de komende jaren kunnen beoordelen of radioapparatuur voldoet aan de eisen van de nieuwe richtlijn (radioapparatuur) en meer gedetailleerde informatie en gegevens kunnen verstrekken.

Een specifiek probleem dat door de markttoezichtautoriteiten tijdens de ADCO RED-vergaderingen aan de orde werd gesteld, was het gebrek aan duidelijkheid over de toepassing van de richtlijn radioapparatuur op onbemande luchtvaartuigen (drones) en de noodzaak om ervoor te zorgen dat de eisen van die richtlijn inzake elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrum gelden voor (ten minste) civiele en commerciële drones. Tijdens de besprekingen met het oog op de vaststelling van een verordening op het gebied van de burgerluchtvaart 42 werd overeengekomen de vrijstelling in de richtlijn radioapparatuur voor in de lucht gebruikte uitrusting te wijzigen 43 . Als gevolg daarvan is bijlage I (punt 3) bij de richtlijn radioapparatuur bij de nieuwe Verordening (EU) 2018/1139, die sedert 11/9/2018 van toepassing is 44 , gewijzigd om ervoor te zorgen dat de richtlijn radioapparatuur op de meeste categorieën drones van toepassing zal zijn.

In 2017 heeft de Commissie een wetgevingsvoorstel ter tafel gelegd voor een verordening betreffende de naleving en handhaving van de regels van de eengemaakte markt voor niet voor de voeding bestemde producten 45 , waarmee wordt beoogd het aantal niet-conforme producten op de eengemaakte markt te verminderen. Meer bepaald zal deze tekst de juiste stimuli voor bedrijven bieden, de controles op naleving intensiveren en nauwere grensoverschrijdende samenwerking tussen handhavingsinstanties bevorderen door het bestaande kader voor markttoezichtactiviteiten te consolideren. Voorts zal hij gezamenlijke acties van markttoezichtautoriteiten uit verschillende lidstaten aanmoedigen, de uitwisseling van informatie verbeteren, de coördinatie van markttoezichtprogramma's bevorderen en een versterkt kader creëren voor controles op producten die op de Uniemarkt komen en voor verbeterde samenwerking tussen markttoezichtautoriteiten en douaneautoriteiten. Hij behelst onder meer de schrapping van artikel 39 en van artikel 40, lid 1, vierde alinea, van de richtlijn radioapparatuur 46 .

3.5.Het Comité (TCAM)

Bij artikel 45 van de richtlijn radioapparatuur wordt het Comité voor conformiteitsbeoordeling en markttoezicht inzake telecommunicatie (TCAM) ingesteld, dat een comité is in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011 47 . Het TCAM 48  brengt advies uit over voorgestelde uitvoeringshandelingen in het kader van de richtlijn radioapparatuur en bespreekt in het algemeen alle andere aangelegenheden in verband met de toepassing van de richtlijn die door de voorzitter ervan of door een vertegenwoordiger van een lidstaat ter tafel worden gelegd, overeenkomstig zijn reglement van orde.

Het Comité, dat wordt voorgezeten door de Commissiediensten, heeft zijn reglement van orde geactualiseerd, dat oorspronkelijk door de Commissiediensten is opgesteld, door het TCAM 49 is goedgekeurd en op 19 september 2017 in werking is getreden. Zo is ervoor gezorgd dat het Comité operationeel is.

Er zij op gewezen dat er een soortgelijk comité bestond in het kader van Richtlijn 1999/5/EG (de ingetrokken richtlijn). Het bij Richtlijn 1999/5/EG ingestelde comité heeft een werkgroep aangewezen die wordt voorgezeten door de Commissiediensten 50 , en die bijstand en advies moet verstrekken met betrekking tot specifieke aangelegenheden. Die groep blijft voortbestaan als groep van het bij de richtlijn radioapparatuur ingestelde Comité.

In 2015 heeft het TCAM 51 ook een subgroep voor "luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken" ingesteld. Deze subgroep moet vragen en voorstellen bespreken die aan de orde worden gesteld in een TCAM-document over de vrijstelling van luchtvaartapparatuur, -onderdelen en -uitrustingsstukken in bijlage I bij de richtlijn radioapparatuur en specifieke gevallen die in de Europese normalisatieorganisaties worden bestudeerd, zoals drones en obstakelradars. In 2016 heeft deze subgroep het TCAM een verslag gepresenteerd met bevindingen en aanbevelingen voor verdere beoordeling 52 .

Er was één stemprocedure overeenkomstig artikel 45, lid 2, - raadplegingsprocedure - met betrekking tot de ontwerpuitvoeringsverordening van de Commissie waarin nader wordt bepaald hoe de in artikel 10, lid 10, van Richtlijn 2014/53/EU bedoelde informatie moet worden gepresenteerd, waarover het Comité een positief advies heeft uitgebracht 53 .

Er worden gezamenlijke vergaderingen van het TCAM en het bij de Radiospectrumbeschikking (676/2002/EG) 54 ingestelde comité, het Radiospectrumcomité, georganiseerd om gemeenschappelijke punten in verband met radioapparatuur te bespreken en zodoende in voorkomend geval de werking van de richtlijn radioapparatuur te faciliteren. De laatste vergadering van deze gemengde groep vond plaats in oktober 2017.

4.Geharmoniseerde normen

4.1.Doel van geharmoniseerde normen

De toepassing van geharmoniseerde normen, waarvan de referenties in het kader van de richtlijn in het PBEU worden bekendgemaakt, is facultatief, maar heeft het voordeel dat er een "vermoeden van conformiteit" wordt gewekt met de overeenkomstige essentiële eisen die ze beogen te bestrijken 55 .

Indien een fabrikant ervoor kiest een geharmoniseerde norm niet te volgen of slechts gedeeltelijk toe te passen, is hij verplicht te bewijzen dat de radioapparatuur anderszins conform is met de essentiële eisen, en een volledige technische verantwoording te verstrekken om aan te tonen dat aan die eisen wordt voldaan. Indien er geen geharmoniseerde normen zijn of indien ze niet worden toegepast, moet de fabrikant een aangemelde instantie raadplegen voor het beoordelen van de vraag in welke mate is voldaan aan de eisen in verband met artikel 3, leden 2 en 3, maar die verplichting bestaat niet voor de eisen in verband met artikel 3, lid 1.

De EU maakt sinds het midden van de jaren '80 in toenemende mate gebruik van normen ter ondersteuning van haar beleid en wetgeving. Normalisering heeft in aanzienlijke mate bijgedragen tot de voltooiing van de interne markt in het kader van de "nieuwe aanpak"-wetgeving, die verwijst naar door de Europese normalisatieorganisaties ontwikkelde Europese normen. Deze Europese organisaties hebben bijzondere overeenkomsten (respectievelijk de Overeenkomsten van Wenen en Frankfurt) met de Internationale Organisatie voor normalisatie/de Internationale Elektrotechnische Commissie die zorgen voor samenwerking op het gebied van de meeste onderwerpen voor normalisatie en overlapping van activiteiten voorkomen. Als er internationaal werk bestaat dat in Europa kan worden aangenomen, krijgt dat de voorkeur.

4.2.Opstellen van geharmoniseerde normen

De Commissie heeft overeenkomstig artikel 10 van normalisatieverordening (EU) nr. 1025/2012 56 het Europees Comité voor elektrotechnische normalisatie (CENELEC) en het Europees Instituut voor telecommunicatienormen (ETSI), verzocht om, ter ondersteuning van de uitvoering van artikel 3 van de richtlijn radioapparatuur, geharmoniseerde normen voor radioapparatuur 57 op te stellen (het mandaat).

Het mandaat werd bijna twee jaar vóór het verstrijken van de in de richtlijn radioapparatuur bepaalde overgangsperiode aan CENELEC en ETSI verstrekt, namelijk op 4 augustus 2015, terwijl de overgangsperiode eindigde op 12 juni 2017.

De uiterste termijn voor het verstrekken van de normen – 15 maart 2016 – was opgenomen in het mandaat.

CENELEC en ETSI waren tijdens de opstelling van dat mandaat geraadpleegd. Zij wisten dus dat er met het oog op de toepassing van de richtlijn radioapparatuur tijdig moest worden begonnen met het opstellen van geharmoniseerde normen.

De meest recente lijst van geharmoniseerde normen uit hoofde van Richtlijn 1999/5/EG bevatte 252 geharmoniseerde normen, waarvan er meer specifiek 21 betrekking hadden op de essentiële eisen van artikel 3, lid 1, onder a), 52 op die van artikel 3, lid 1, onder b), en 179 op die van artikel 3, leden 2 en 3 58 . Niet al deze geharmoniseerde normen moesten worden geactualiseerd 59 . De wijzigingen die in de bestaande reeks normen in het kader van de ingetrokken richtlijn (Richtlijn 1999/5/EG) moesten worden aangebracht om ze terdege af te stemmen op de wijzigingen in de richtlijn radioapparatuur, waren beperkt in aantal. Onverminderd de nieuwe normen die hadden moeten worden opgesteld gezien het nieuwe toepassingsgebied van de richtlijn radioapparatuur (vergeleken met het toepassingsgebied van Richtlijn 1999/5/EG) moesten 187 normen, waarvan de referentie in het kader van Richtlijn 1999/5/EG was bekendgemaakt, worden gewijzigd ten behoeve van de bekendmaking in het kader van de richtlijn radioapparatuur 60 .

Er was evenwel vertraging bij de bekendmaking van de geharmoniseerde normen in het kader van de richtlijn radioapparatuur, omdat een groot aantal normen hetzij niet binnen de gestelde termijn werd verstrekt, hetzij niet werd geactualiseerd of aangepast met het oog op de toepassing van de richtlijn radioapparatuur.

Volgens normalisatieverordening (EU) 1025/2012 kan de Commissie de geharmoniseerde normen alleen in het PBEU bekendmaken als ze formeel door de normalisatieorganisaties zijn verstrekt en als ze voldoen aan de essentiële eisen die ze beogen te bestrijken.

Deze problemen met de tijdige beschikbaarheid van normen hebben de aandacht van de politiek en de media gewekt.

4.3.Algemene stappen die de Commissie heeft gevolgd om de problemen op te lossen 

In een poging de bovengenoemde problemen op te lossen en te voorkomen dat dergelijke situaties zich opnieuw voordoen, hebben de diensten van de Commissie nauw samengewerkt met de Europese normalisatieorganisaties.

In de eerste plaats heeft de Commissie de geharmoniseerde normen zo snel mogelijk na de indiening ervan door CENELEC en ETSI beoordeeld. De gemiddelde tijd voor het beoordelen van de normen bedroeg minder dan 2 maanden vanaf de informele verstrekking en ongeveer 1 maand vanaf de formele verstrekking. De Commissie maakte ook maandelijks geharmoniseerde normen bekend om ervoor te zorgen dat er in de kortst mogelijke tijd passende geharmoniseerde normen aan de fabrikanten ter beschikking konden worden gesteld, zoals bepaald in artikel 10, lid 6, van normalisatieverordening 1025/2012. Daardoor konden gemiddeld binnen 2 en 3 maanden na de verstrekking ervan door CENELEC en ETSI, passende geharmoniseerde normen worden bekendgemaakt. De Commissie verstrekte op verzoek ook commentaar bij de ontwerpnormen om eventuele problemen met de bekendmaking achteraf in het PBEU te voorkomen.

Voorts organiseerden de diensten van de Commissie een gezamenlijke workshop met de Europese normalisatieorganisaties om de kwaliteitseisen voor geharmoniseerde normen en de meest courante fouten bij het opstellen van geharmoniseerde normen te beschrijven en toe te lichten, teneinde deze in de toekomst te voorkomen 61 . Tijdens de workshop werden specifieke casestudy's bepaald om de redenen voor het niet bekendmaken toe te lichten en voorbeelden van de meest courante fouten te tonen. Er werden eveneens aanbevelingen en mogelijke verdere stappen voor geselecteerde problemen besproken.

Door de vertraging bij het opstellen en bekendmaken van geharmoniseerde normen in het kader van de richtlijn radioapparatuur 62 kregen de diensten van de Commissie veel vragen over de toepasbaarheid van de richtlijn radioapparatuur, de toepasselijke bepalingen tijdens de overgangsperiode en de eventuele invloed op de levering van vóór het einde van de overgangsperiode (dus vóór 13 juni 2017) in de handel gebrachte radioapparatuur (bv. mobiele telefoons). Om de belanghebbenden meer duidelijkheid te verschaffen, hebben de diensten van de Commissie een document met veelgestelde vragen opgesteld, dat voor het eerst in april 2017 op de website van de Commissie is gepubliceerd 63 en sindsdien wanneer nodig wordt bijgewerkt.

Over het algemeen werkt de Commissie in het kader van de strategie voor de eengemaakte markt 64  aan de modernisering van het Europees normalisatiestelsel en heeft zij het zogenoemde gezamenlijk initiatief inzake normalisatie gestart. Doel van dit initiatief is in een publiek-privaat partnerschap met normalisatieorganisaties en lidstaten te werken aan een beter antwoord op uitdagingen voor de Europese normalisatie; informatie uit te wisselen over nieuwe regels en ontwikkelingen; en een beter begrip van de rol van normen te bewerkstelligen.

4.4.Specifieke situaties en oplossingen

Naast de stappen die zijn gevolgd om oplossingen te vinden voor de problemen die waren geconstateerd met betrekking tot de opstelling van de geharmoniseerde normen in het kader van de richtlijn radioapparatuur, hebben de diensten van de Commissie in twee specifieke situaties die hieronder worden beschreven, ook pragmatische oplossingen toegepast om het aantal bekendgemaakte normen te verhogen.

4.4.1.Wifi-norm (EN 301 893)

Een bijzondere situatie deed zich voor met de in mei 2017 door ETSI verstrekte nieuwe versie van een norm die een groot aantal wifiproducten bestrijkt (EN 301 893) 65 .

De Commissie heeft als oplossing een overgangsperiode ingevoerd zodat de sector voldoende tijd kreeg om zich aan te passen aan de specificaties van deze nieuwe geharmoniseerde norm.

4.4.2.Geharmoniseerde normen die geen specificaties inzake prestatieparameters van ontvangers bevatten

In een aantal in het kader van Richtlijn 1999/5/EG bekendgemaakte geharmoniseerde ETSI-normen was niet volledig voldaan aan de essentiële eisen van de nieuwe richtlijn radioapparatuur (bv. prestatieparameters van ontvangers). De specifieke oplossing van de Commissie daarvoor bestond erin om bij het opnemen van de referenties van die geharmoniseerde normen in de lijst van geharmoniseerde normen die in het kader van de richtlijn radioapparatuur in het PBEU worden bekendgemaakt 66 , een noot in te voegen waarin wordt verduidelijkt dat die normen geen vermoeden van conformiteit scheppen met betrekking tot die ontbrekende parameters. Voor het relatief beperkte aantal ontbrekende parameters zouden de fabrikanten een conformiteitsbeoordelingsprocedure moeten volgen waarbij een aangemelde instantie wordt betrokken (d.w.z. een van de procedures in bijlage III of bijlage IV bij de richtlijn radioapparatuur).

4.5.Status van de geharmoniseerde normen in het kader van de richtlijn radioapparatuur

Door de geleverde inspanningen en de gevolgde stappen was het aantal geharmoniseerde ETSI-normen waarvan de referenties vóór het einde van de overgangsperiode 67 werden bekendgemaakt in het kader van de richtlijn radioapparatuur, zelfs hoger dan het aantal normen waarvan de referenties werden bekendgemaakt in het kader van Richtlijn 1999/5/EG (richtlijn radioapparatuur: 134; Richtlijn 1999/5/EG: 125) 68 . Begin maart 2018 zijn de referenties van 5 extra ETSI-normen en van 5 CENELEC-normen in het PBEU bekendgemaakt in het kader van de richtlijn radioapparatuur, hetgeen een totaal van 144 geharmoniseerde normen heeft opgeleverd 69 .

5.Eisen

5.1.Eisen op basis van de nieuwe aanpak

De richtlijn radioapparatuur bevat essentiële eisen voor veiligheid en gezondheid, elektromagnetische compatibiliteit en efficiënt gebruik van het radiospectrum. Ze vormt ook de basis voor verdere regulering van een aantal extra aspecten, zoals bescherming van de privacy en van persoonsgegevens, bescherming tegen fraude, interoperabiliteit, toegang tot nooddiensten, en conformiteit van de combinatie van radioapparatuur en software.

De essentiële eisen inzake veiligheid van de richtlijn radioapparatuur, net zoals van Richtlijn 1999/5/EG, verwijzen naar de veiligheidsdoeleinden van Richtlijn 2014/35/EU. Deze doeleinden, die reeds meer dan 35 jaar gelden in de EU, bestrijken alle gevaren voor het openbaar belang en beogen een coherent systeem en een hoog niveau van bescherming van de gebruikers te garanderen. In de gegevens inzake markttoezicht die op het ogenblik van de voltooiing van dit verslag waren ontvangen, was er geen sprake van bezorgdheid of problemen in verband met het veilige niveau van in de handel gebrachte radioapparatuur, noch van door radioapparatuur veroorzaakte ongevallen.

De essentiële eisen van de richtlijn radioapparatuur worden door vrijwillige geharmoniseerde normen ondersteund 70 .

5.2.Aan de Commissie toegekende bevoegdheid om gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen vast te stellen

5.2.1.Artikel 3, lid 3, (aanvullende essentiële eisen) en artikel 4 (combinaties van radioapparatuur en software)

Bij artikel 3, lid 3, wordt aan de Commissie de bevoegdheid toegekend om gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde te specificeren op welke categorieën of klassen radioapparatuur elk van de eisen van artikel 3, lid 3, onder a) tot en met i), betrekking heeft. Deze eisen houden verband met interoperabiliteit, nooddiensten, software, fraude, toegankelijkheid, privacy, persoonsgegevens en misbruik.

Op het ogenblik van de voltooiing van dit verslag heeft de Commissie geen gedelegeerde handelingen betreffende artikel 3, lid 3, vastgesteld, hoewel er reeds een aantal initiatieven is genomen als hieronder beschreven. Uit hoofde van Richtlijn 1999/5/EG vastgestelde besluiten van de Commissie blijven, voor zover ze niet onverenigbaar zijn met de richtlijn radioapparatuur, in het kader van de richtlijn radioapparatuur van toepassing totdat ze worden ingetrokken. Bijgevolg zijn vijf besluiten van de Commissie geldig en toepasbaar met het oog op de uitvoering van artikel 3, lid 3, onder g) 71 .

Krachtens artikel 4 van de richtlijn radioapparatuur verstrekken de fabrikanten van radioapparatuur en van software die ervoor zorgt dat radioapparatuur kan worden gebruikt zoals bedoeld, de lidstaten en de Commissie informatie over de conformiteit van voorgenomen combinaties van radioapparatuur en software met de essentiële eisen van artikel 3 van de richtlijn radioapparatuur. Deze eis is van toepassing indien de Commissie gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen ter zake vaststelt. Tot nu toe zijn er geen gedelegeerde handelingen of uitvoeringshandelingen vastgesteld ter uitvoering van artikel 4.

Er is in het register van de Commissie een Deskundigengroep radioapparatuur 72 van de Commissie geregistreerd, die tot taak heeft de Commissie bij te staan bij het opstellen van mogelijke gedelegeerde handelingen met betrekking tot de richtlijn radioapparatuur en in het algemeen om deskundig advies te verstrekken over alles in verband met de richtlijn radioapparatuur. Op het ogenblik van de voltooiing van dit verslag is een uitnodiging tot het indienen van sollicitaties gepubliceerd met het oog op het selecteren van de leden en het afronden van het instellen ervan.

Artikel 3, lid 3, onder i), en artikel 4: Verbonden producten

Door de komst van nieuwe digitale technologieën, zoals het internet der dingen, geavanceerde robotica en autonome systemen die gebruikmaken van kunstmatige intelligentie, 3D-printen of cloudcomputing, zouden onze economie en samenleving kunnen worden geconfronteerd met juridische uitdagingen die groter zijn dan die welke het digitaliseringstijdperk tot nu toe heeft meegebracht.

De Commissie neemt initiatieven op dit gebied 73 . In april 2018 is een mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's aangenomen 74 . Deze mededeling belicht de genomen initiatieven en de stappen vooruit met betrekking tot kunstmatige intelligentie.

De richtlijn radioapparatuur kan op dit gebied belangrijk zijn, aangezien ze voor verbonden producten (d.w.z. apparatuur die communiceert) geldt en verwante eisen bevat, zodat deze apparatuur mogelijkheden ondersteunt die ervoor zorgen dat de conformiteit ervan niet wordt beïnvloed door het gebruik van nieuwe of gewijzigde software en tevens bij gebruik bepaalde elementen zoals persoonsgegevens, de privacy enz. beschermt.

Overwogen wordt alvast een of meer gedelegeerde handelingen/uitvoeringshandelingen op te stellen uit hoofde van artikel 3, lid 3, onder i), en artikel 4, lid 2, van de richtlijn radioapparatuur, die beide verwijzen naar het gebruik van software, om ervoor te zorgen dat de conformiteit van bepaalde klassen van radioapparatuur niet wordt beïnvloed door het gebruik van nieuwe of gewijzigde software.

De Commissie heeft tijdelijk een Deskundigengroep herconfigureerbare radiosystemen (E03413) ingesteld 75 . Hoewel er een nieuwe Deskundigengroep radioapparatuur zal worden ingesteld die een breed mandaat zal hebben, zal de Deskundigengroep herconfigureerbare radiosystemen van de Commissie als afzonderlijke deskundigengroep worden gehandhaafd zodat ze haar werk kan afmaken.

De Commissie overweegt ook gebruik te maken van de bevoegdheidsdelegatie van artikel 3, lid 3, in verband met fraude, privacy en persoonsgegevens. De diensten van de Commissie bestuderen en bespreken momenteel in het TCAM en zijn werkgroep recente problemen die ter sprake zijn gebracht met betrekking tot de veiligheid van bepaalde categorieën producten die communiceren (zoals poppen of smartwatches) en de risico's die deze meebrengen, met name voor kinderen.

Naar aanleiding van de problemen die in de TCAM-werkgroep ter sprake zijn gekomen met betrekking tot de veiligheid van bepaalde categorieën producten die communiceren (zoals poppen of smartwatches) zullen verdere besprekingen worden gehouden in de Groep radioapparatuur, die door de Commissie zal worden ingesteld.

Daartoe zijn de diensten van de Commissie voornemens studies te beginnen, een over smartwatches en verbonden speelgoed en een over herconfigureerbare radiosystemen, om de ernst van de problemen te onderzoeken en een kosten-batenanalyse te maken.

Artikel 3, lid 3, onder a): Universele lader

Met betrekking tot de universele lader wordt bij artikel 3, lid 3, onder a), van de richtlijn radioapparatuur aan de Commissie de bevoegdheid toegekend om de categorieën of klassen te bepalen die zo geconstrueerd moeten zijn dat zij onderling met accessoires, met name universele laders, functioneren. In overweging 12 van de richtlijn radioapparatuur wordt verwezen naar nieuwe inspanningen die zijn nodig om een universele lader te ontwikkelen voor bepaalde categorieën of klassen radioapparatuur.

In 2009 sloten fabrikanten van mobiele telefoons een vrijwillige overeenkomst (memorandum van overeenstemming) over mobiele telefoons die vanaf 2011 in de handel zouden komen 76 . De ondertekenaars kwamen overeen een gemeenschappelijke specificatie op basis van de USB 2.0 Micro B-interface (Micro-USB-interface) te ontwikkelen die volledige laadcompatibiliteit mogelijk zou maken met in de handel te brengen mobiele telefoons. Voor telefoons zonder Micro-USB-interface was uit hoofde van het memorandum van overeenstemming een adapter toegestaan.

Met het memorandum van overeenstemming werd beoogd interoperabiliteit te garanderen tussen laders en nieuwe in de handel gebrachte mobiele telefoons, zodat niet telkens opnieuw laders en kabels moesten worden aangekocht of van lader en kabel moest worden gewisseld en bijgevolg het e-afval kon worden verminderd in overeenstemming met de strategie voor een circulaire economie en de strategie voor een energie-unie 77 . Tegelijkertijd werd interoperabiliteit als cruciaal beschouwd voor de ontwikkeling van een concurrerende digitale eengemaakte markt, ten bate van zowel de sector als de consumenten. Het memorandum van overeenstemming moest er ook voor zorgen dat burgers over betrouwbare, energie-efficiënte en veilige laders konden beschikken, ongeacht of deze door de fabrikanten van smartphones werden verstrekt dan wel als afzonderlijk product werden verkocht.

Vóór het bestaan van het memorandum van overeenstemming waren er in de EUlanden 500 miljoen mobiele telefoons in gebruik, maar deze waren alleen compatibel met specifieke laders voor mobiele telefoons, want er waren meer dan 30 verschillende ladertypes op de markt. Naast het ongemak voor de consument genereerde deze situatie naar schatting ook meer dan 51 000 ton elektronisch afval per jaar in de EU.

De Commissie bestelde een studie naar het effect van het memorandum van overeenstemming over de harmonisatie van laders voor mobiele telefoons en mogelijke toekomstige opties. Deze werd ingediend in augustus 2014 78 , en er werd in bevestigd dat de gekozen methode (een door de Commissie gefaciliteerde vrijwillige overeenkomst, tezamen met de ontwikkeling van een technische norm) tot meer harmonisatie op het gebied van het opladen van mobiele telefoons leidde en het gemak voor de consument vergrootte.

De studie bevatte met name de volgende informatie en conclusies: zelfs fabrikanten van mobiele telefoons die het memorandum van overeenstemming niet hebben ondertekend, lijken ook voor oplaadoplossingen met Micro-USB te hebben gekozen, zodat kan worden gesteld dat bijna 100 % van de in 2013 in Europa verkochte telefoons met data-informatie gebruikmaakten van Micro-USB voor het opladen; het memorandum van overeenstemming heeft in de periode van 2011 tot en met 2013 naar schatting geleid tot een vermindering van het aantal standaloneladers met 6 tot 21 miljoen; door het toenemende overwicht van Micro-USB-laders moesten er minder standaloneladers worden gekocht, waardoor er minder grondstoffen werden gebruikt dan anders wellicht het geval was geweest.

Aangezien de vorige ervaring met het memorandum van overeenstemming om de bovenvermelde redenen succesvol was gebleken, wenste de Commissie deze aanpak, die al op basis van een vrijwillige overeenkomst werd gevolgd, voort te zetten. Bovendien kan een vrijwillige oplossing gemakkelijker worden aangepast aan nieuwe technologie en innovatie dan een regelgevingsoplossing. Voorts bood een vrijwillige aanpak mogelijk het voordeel van een grotere reikwijdte in vergelijking met de regelgevingsoplossing; hij kon bijvoorbeeld op beide uiteinden van de laadkabel worden toegepast 79 .

Gezien het tot dusver onbevredigende resultaat van de vorderingen met de vrijwillige optie zal de Commissie binnenkort een studie starten om de kosten en baten van verschillende opties, waaronder de regelgevingsoptie, te beoordelen.

Artikel 3, lid 3, onder g): Daadwerkelijke toegang tot nooddiensten voor smartphones

Een punt dat wordt overwogen, is een gedelegeerde handeling overeenkomstig artikel 3, lid 3, onder g), van de richtlijn radioapparatuur, om ervoor te zorgen dat mobiele telefoons met geavanceerde computerfuncties (d.w.z. "smartphones") aan de eis betreffende de nooddiensten voldoen. Doel is ervoor te zorgen dat smartphones die in de Europese Unie in de handel worden gebracht, daadwerkelijke toegang tot nooddiensten zoals 112 ondersteunen.

5.2.2.Artikel 5 (registratie)

Bij artikel 5 van de richtlijn radioapparatuur wordt een registratiesysteem ingesteld voor categorieën of klassen radioapparatuur waarvoor een laag niveau van naleving wordt geconstateerd, dat van toepassing is als de Commissie gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen ter zake vaststelt.

Momenteel zijn er niet voldoende gegevens, statistieken of bewijzen waaruit voor specifieke categorieën of klassen radioapparatuur een laag niveau van naleving blijkt. Zoals hierboven toegelicht, gaven fabrikanten tot het einde van de overgangsperiode de voorkeur aan de ingetrokken richtlijn en is de conformiteit van de grote meerderheid van de radioapparatuur die in de handel is, alleen op basis van Richtlijn 1999/5/EG beoordeeld.

Bijgevolg heeft de Commissie tot nu toe geen gedelegeerde handelingen of uitvoeringshandelingen uit hoofde van artikel 5 vastgesteld.

5.2.3.Overige bepalingen

Naast de artikelen 4 en 5 (zie hierboven) zijn er nog andere specifieke bepalingen van de richtlijn radioapparatuur waarbij aan de Commissie de bevoegdheid tot het vaststellen van uitvoeringshandelingen wordt toegekend 80 .

Tot dusver heeft de Commissie één uitvoeringshandeling vastgesteld, namelijk in verband met de uitvoering van artikel 10, lid 10, van de richtlijn radioapparatuur 81 .

Volgens artikel 10, lid 10, van de richtlijn radioapparatuur moeten fabrikanten op de verpakking informatie vermelden die aangeeft in welke lidstaten of welk geografisch gebied in een lidstaat beperkingen betreffende de ingebruikneming of voorschriften voor het gebruik bestaan voor de radioapparatuur. Volgens dezelfde bepaling moeten fabrikanten de informatie over de actuele beperkingen of voorschriften in de bij de radioapparatuur gevoegde instructies aanvullen. De uitvoeringshandeling voorziet in twee wijzen waarop de informatie op de verpakking kan worden gepresenteerd 82 . Voorts is in de uitvoeringshandeling bepaald dat in de instructies gedetailleerde informatie moet worden verstrekt in een voor de eindgebruikers gemakkelijk te begrijpen taal, als bepaald door de betrokken lidstaat.

5.3.Schrapping van onnodige administratieve verplichtingen en van dubbelzinnigheden 

Volgens de effectbeoordeling bij het voorstel voor een richtlijn betreffende radioapparatuur 83 bevatte de vorige richtlijn (Richtlijn 1999/5/EG) een aantal dubbelzinnigheden en onnodige administratieve verplichtingen, bijvoorbeeld eisen inzake kennisgeving of markering.

Doordat in de richtlijn radioapparatuur de eis inzake kennisgeving van artikel 6, lid 4, van Richtlijn 1999/5/EG is geschrapt, is een mogelijke handelsbelemmering voor fabrikanten weggenomen, omdat zij niet meer verplicht zijn de voor spectrumbeheer verantwoordelijke autoriteiten in kennis te stellen van hun voornemen om radioapparatuur die gebruikmaakt van frequenties die niet in de hele EU geharmoniseerd zijn, in de handel te brengen. De Commissie heeft bijgevolg een einde gesteld aan de werking van het OSN-systeem (One Stop Notification), het online-instrument op het e-dienstenportaal van DG GROW waarop geregistreerde gebruikers de betrokken spectrumbeheerautoriteiten in kennis konden stellen van hun voornemen om radioapparatuur in de handel te brengen die gebruikmaakt van frequenties die niet in de hele EU geharmoniseerd zijn 84 ; daardoor vallen ook de werkingskosten weg.

85 Het "waarschuwingsteken", m.a.w. het merkteken ter aanduiding van de apparatuurklasse dat uit hoofde van Richtlijn 1999/5/EG moest worden aangebracht, is in de richtlijn radioapparatuur niet meer vereist. De praktische waarde van dit teken voor consumenten was zeer beperkt, er was verwarring over de vraag wanneer het moest worden aangebracht en deze eis bracht dan ook onnodige administratieve lasten mee voor de sector. De bepalingen in de richtlijn radioapparatuur over de informatie die moet worden verstrekt in geval van beperkingen op het gebruik, zijn duidelijker. De Commissie heeft een uitvoeringshandeling vastgesteld waarin wordt gespecificeerd hoe deze informatie moet worden gepresenteerd, en waarbij de administratieve lasten die uit een dergelijke verplichting zouden kunnen voortvloeien, zoveel mogelijk worden beperkt. (zie punt 5.2.3).

Om onnodige belemmeringen voor de handel in radioapparatuur op de interne markt te voorkomen, verplicht de richtlijn radioapparatuur, net zoals Richtlijn 1999/5/EG toen deze in werking was, de lidstaten ertoe de Commissie en de overige lidstaten in kennis te stellen van hun projecten op het gebied van technische regulering, zoals radio-interfaces. In vergelijking met Richtlijn 1999/5/EG zijn in de richtlijn radioapparatuur onnodige administratieve lasten geschrapt, aangezien deze eis inzake kennisgeving niet altijd van toepassing is; zo geeft de richtlijn radioapparatuur vrijstelling van de verplichting tot kennisgeving voor nationale reguleringen voor interfaces die aan bindende handelingen van de Unie voldoen. De diensten van de Commissie hebben een model opgesteld dat de lidstaten en de EVA-staten moeten gebruiken bij het opstellen en bekendmaken van nationale interfacereguleringen die kennisgeving vereisen, waardoor de werking en toepassing van die bepaling worden vergemakkelijkt.

De eisen van de richtlijn radioapparatuur inzake CE-markering 86 volgen grotendeels de beginselen van het nieuwe wetgevingskader. Het grootste verschil met het nieuwe wetgevingskader is de verplichting om de CE-markering ook op de verpakking aan te brengen. Sinds de richtlijn radioapparatuur toepasbaar is geworden, is er evenwel nog geen aanwijzing geweest dat deze eis buitensporige extra lasten meebrengt voor de fabrikanten 87 . Op radioapparatuur kunnen, naast de richtlijn radioapparatuur, verschillende EU-wetgevingsteksten van toepassing zijn die in CE-markering voorzien 88 . Aldus vereenvoudigt de afstemming op de beginselen van het nieuwe wetgevingskader de lasten voor fabrikanten, aangezien zij eenvormige beginselen kunnen volgen en toepassen.

De invoering van CE-markering op het scherm en in het algemeen van e-etikettering is een optie die in verband met het horizontale kader 89 zou kunnen worden bezien, mocht het ingevolge een horizontale evaluatie van bestaande wetgeving nodig zijn een van die eenvormige beginselen te herzien. De kosten en baten van e-etikettering zijn in feite behandeld in de recente effectbeoordeling van het goederenpakket 90 , met als conclusie dat het economische voordeel van e-etikettering niet duidelijk is.

6.Conclusie

Over het algemeen is de uitvoering van de richtlijn radioapparatuur (als nieuwe richtlijn) goed en zonder grote problemen verlopen, met uitzondering van de vertraging van sommige lidstaten bij het aanmelden van hun omzettingsmaatregelen en de vertraging bij de bekendmaking van geharmoniseerde normen.

De Commissie heeft de nodige steun verleend, door een workshop te organiseren en richtsnoeren uit te brengen, zodat de overgang naar de nieuwe richtlijn (richtlijn radioapparatuur) vlot verliep 91 .

Hoewel een aantal lidstaten te laat waren met het aanmelden van hun nationale omzettingsmaatregelen, heeft de Commissie in verband met de omzetting van de richtlijn radioapparatuur geen klachten ontvangen over problemen voor het vrije verkeer van conforme radioapparatuur. Eind 2017 hadden alle lidstaten hun nationale omzettingsmaatregelen aangemeld 92 .

De situatie met betrekking tot geharmoniseerde normen is consequent verbeterd als gevolg van de collectieve inspanningen van de betrokken partijen (de Commissie en de normalisatie-instellingen) en de pragmatische aanpak die de Commissie waar nodig heeft gevolgd. Derhalve zijn de referenties van de overgrote meerderheid van de normen uiteindelijk opgenomen in het PBEU 93 .

Er zij op gewezen dat radioapparatuur op grond van de richtlijn radioapparatuur aan de essentiële eisen moet voldoen. De toepassing van geharmoniseerde normen, waarvan de referenties in het kader van de richtlijn radioapparatuur in het PBEU zijn bekendgemaakt, is facultatief. Als er geen geharmoniseerde normen zijn of deze niet worden toegepast, moet de fabrikant voor specifieke eisen een aangemelde instantie raadplegen 94 .

Er zijn geen problemen geconstateerd met de aanmelding van conformiteitsbeoordelingsinstanties in het kader van de richtlijn radioapparatuur 95 en de Commissie heeft nooit informatie ontvangen waaruit bleek dat aangemelde instanties overbelast waren of niet in staat waren hun taken uit te voeren. 

De richtlijn radioapparatuur, die sinds 13 juni 2016 van toepassing is, voorzag in een overgangsperiode van een jaar 96 (die is geëindigd op 12 juni 2017). Tot het einde van de overgangsperiode gaven de fabrikanten de voorkeur aan Richtlijn 1999/5/EG. Bijgevolg is de overgrote meerderheid van de radioapparatuur die op het ogenblik van de voltooiing van dit verslag op de markt was, beoordeeld op basis van Richtlijn 1999/5/EG.

Bij gebrek aan voldoende gegevens, statistieken of bewijsmateriaal op basis van de richtlijn radioapparatuur kan er geen definitieve conclusie worden getrokken over de vraag of er voor specifieke categorieën of klassen radioapparatuur een laag niveau van naleving kan worden geconstateerd.

Bij de richtlijn radioapparatuur worden aan de Commissie specifieke bevoegdheden toegekend 97 terwijl sommige besluiten van de Commissie die zijn vastgesteld in het kader van de ingetrokken richtlijn (Richtlijn 1999/5/EG) van toepassing blijven onder de richtlijn radioapparatuur 98 . Met gebruikmaking van deze bevoegdheden heeft de Commissie reeds één uitvoeringshandeling vastgesteld ter uitvoering van artikel 10, lid 10, van de richtlijn radioapparatuur, en zij is bezig met het opstellen van een gedelegeerde handeling om ervoor te zorgen dat smartphones daadwerkelijke toegang tot nooddiensten zoals 112 ondersteunen.

In de TCAM-werkgroep wordt ook om gedelegeerde handelingen uit hoofde van de richtlijn radioapparatuur verzocht om ervoor te zorgen dat: de veiligheid en de privacy van de gebruiker worden beschermd; de conformiteit van de radioapparatuur niet wordt beïnvloed door het gebruik van nieuwe of gewijzigde software; en radioapparatuur onderling functioneert met universele laders.

Er moet evenwel eerst worden nagegaan op welke klassen of categorieën radioapparatuur die gedelegeerde handelingen kunnen worden toegepast. Om het advies van deskundigen in te winnen en deze kwesties grondig te bespreken, heeft de Commissie een Deskundigengroep herconfigureerbare radiosystemen ingesteld en is zij bezig met het instellen van een nieuwe Deskundigengroep radioapparatuur met een ruimer mandaat 99 . De vaststelling van een gedelegeerde handeling moet worden voorafgegaan door een effectbeoordeling overeenkomstig de richtsnoeren voor beter wetgeven.

Krachtens artikel 47, lid 2, van de richtlijn radioapparatuur wordt om de vijf jaar verslag uitgebracht; het volgende verslag zal dus in 2023 worden opgesteld en ingediend.

Bijlage

Bij de richtlijn radioapparatuur ingevoerde wijzigingen

Wijzigingen wat betreft het toepassingsgebieds

Ten opzichte van Richtlijn 1999/5/EG zijn bij de richtlijn radioapparatuur de volgende wijzigingen aangebracht:

-radio-ontvangstapparatuur die uitsluitend bestemd is voor de ontvangst van geluids- en televisieomroepdiensten, die uitgesloten werd van Richtlijn 1999/5/EG, valt onder het toepassingsgebied van de richtlijn radioapparatuur;

-Apparatuur die in het frequentiegebied onder 9 kHz werkt, valt onder het toepassingsgebied van de richtlijn radioapparatuur;

-Radiodeterminatieapparatuur is duidelijk in het toepassingsgebied van de richtlijn radioapparatuur begrepen;

-Louter bedrade telecomterminalapparatuur valt niet onder het toepassingsgebied van de richtlijn radioapparatuur;

-Voor vakmensen op maat gebouwde evaluatiekits die uitsluitend zijn bedoeld voor onderzoek en ontwikkeling (O&O) in O&O-faciliteiten worden uitdrukkelijk uitgesloten van de richtlijn radioapparatuur.

Andere wijzigingen (niet-limitatieve lijst)die geen verband houden met de afstemming op het nieuwe wetgevingskader

-voor de essentiële eis van artikel 3, lid 1, onder a), wordt bij de beoordeling ook rekening gehouden met de redelijkerwijs te voorziene gebruiksomstandigheden;

-in de essentiële eisen van artikel 3, lid 2, wordt ook verwezen naar een efficiënt gebruik van het radiospectrum;

-geen publicatie van de openbare interfaces van netwerkexploitanten (artikel 4, lid 2, van Richtlijn 1999/5/EG is geschrapt);

-de kennisgeving aan de lidstaten door fabrikanten van radioapparatuur die gebruikmaakt van frequenties die niet in de hele EU geharmoniseerd zijn, is niet langer vereist (artikel 6, lid 4, van Richtlijn 1999/5/EG).

Overeenkomstig Richtlijn 1999/5/EG genomen besluiten van de Commissie 

Overeenkomstig artikel 3, lid 3, van Richtlijn 1999/5/EG vastgestelde besluiten van de Commissie blijven onder de richtlijn radioapparatuur van toepassing, voor zover ze er niet onverenigbaar mee zijn. Het gaat om:

·Beschikking 2005/631/EG van de Commissie van 29 augustus 2005 betreffende essentiële eisen zoals bedoeld in Richtlijn 1999/5/EG van het Europees Parlement en de Raad om de toegang tot alarmdiensten via de Cospas-Sarsat-noodbakens te waarborgen (PB L 225 van 31.8.2005, blz. 28);

·Beschikking 2005/53/EG van de Commissie van 25 januari 2005 betreffende de toepassing van artikel 3, lid 3, onder e), van Richtlijn 1999/5/EG van het Europees Parlement en de Raad op radioapparatuur die bedoeld is om deel te nemen aan het automatische identificatiesysteem (AIS) (PB L 22 van 26.1.2005, blz. 14);

·Besluit 2013/638/EU van de Commissie van 12 augustus 2013 betreffende essentiële eisen ten aanzien van radioapparatuur die bedoeld is om op niet-Solas-schepen te worden gebruikt voor deelname aan het wereldwijde maritieme nood- en veiligheidssysteem (GMDSS) (PB L 296 van 7.11.2013, blz. 22);

·Beschikking 2001/148/EG van de Commissie van 21 februari 2001 betreffende de toepassing van artikel 3, lid 3, onder e), van Richtlijn 1999/5/EG op lawinebakens (PB L 55 van 24.2.2001, blz. 65);

·Beschikking 2000/637/EG van de Commissie van 22 september 2000 over de toepassing van artikel 3, lid 3, onder e), van Richtlijn 1999/5/EG van het Europees Parlement en de Raad op radioapparatuur die onder de regionale regeling betreffende de radiotelefoondienst op binnenwateren valt (PB L 269 van 21.10.2000, blz. 50). Beschikking 2005/631/EG van de Commissie.

Voorts blijft Beschikking 2000/299/EG van de Commissie van 6 april 2000 houdende vaststelling van de eerste indeling van radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur en de overeenkomstige merktekens (PB L 97 van 19.4.2000, blz. 13), die is vastgesteld op grond van artikel 4, lid 1, van Richtlijn 1999/5/EG geldig, met uitzondering van de bepalingen waarin wordt verwezen naar het "waarschuwingsteken".

Het klassemerkteken als "informatieteken" of "waarschuwingsteken", dat bij Richtlijn 1999/5/EG vereist was om de gebruiker te attenderen op mogelijke beperkingen of eisen inzake machtiging tot gebruik van de radioapparatuur in bepaalde lidstaten, is niet vereist bij de richtlijn radioapparatuur. In plaats daarvan moet de fabrikant overeenkomstig artikel 10, lid 10, van de richtlijn radioapparatuur informatie verstrekken als er in een of meer lidstaten beperkingen betreffende de ingebruikneming of voorschriften voor machtiging tot gebruik zijn.

De Commissie heeft een uitvoeringshandeling vastgesteld waarin wordt gespecificeerd hoe deze informatie moet worden gepresenteerd. De uitvoeringshandeling voorziet met name in twee wijzen waarop de informatie op de verpakking kan worden gepresenteerd. De fabrikant kan op zichtbare en leesbare wijze een korte vermelding of een pictogram op de verpakking aanbrengen.

Voorts is in de uitvoeringshandeling bepaald dat in de instructies gedetailleerde informatie moet worden verstrekt in een voor de eindgebruikers gemakkelijk te begrijpen taal, als bepaald door de betrokken lidstaat.

(1) Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van radioapparatuur en tot intrekking van Richtlijn 1999/5/EG (PB L 153 van 22.5.2014, blz. 62).
(2) In artikel 1 van de richtlijn wordt het toepassingsgebied van de richtlijn omschreven en in artikel 2 wordt de term "radioapparatuur" gedefinieerd.
(3) Richtlijn 2014/35/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 357).
(4) Richtlijn 2014/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake elektromagnetische compatibiliteit (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 79).
(5) In artikel 1, lid 4, van de richtlijn radioapparatuur is bepaald dat Richtlijn 2014/35/EU niet van toepassing is op radioapparatuur die onder het toepassingsgebied van de richtlijn radioapparatuur valt; en in artikel 2, lid 2, onder a), van Richtlijn 2014/30/EU is bepaald dat deze niet van toepassing is op radioapparatuur.
(6) Richtlijn 1999/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 1999 betreffende radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur en de wederzijdse erkenning van hun conformiteit (PB L 91 van 7.4.1999, blz. 10).
(7) Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30); Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 82).
(8) Punt 4 van dit verslag.
(9) Punt 3.5 van dit verslag.
(10) Punten 2 en 3 van dit verslag.
(11) Punten 3.4 en 5.1 van dit verslag.
(12) Punt 5.2.1 van dit verslag.
(13) Punt 5.3 van dit verslag.
(14)  Punt 5.2 van dit verslag.
(15)  Europese Vrijhandelsassociatie.
(16) https://circabc.europa.eu/faces/jsp/extension/wai/navigation/container.jsp?FormPrincipal:_idcl=FormPrincipal:_id1&FormPrincipal_SUBMIT=1&id=2c3f2fd2-7a1e-498b-b256-c7c85e96891a&javax.faces.ViewState=WXo%2B3DiKvC1sgfiJgWiFpwTJElZCb7sHCA1Tg7Y4WroVCye3RKhZnoGa5AxXOt1iNR9YAQMN7hmkBcHBMzQVh6vbC225GAC2nNQAJ95%2B6qjnODVKE9YgTSrWWN5p7lXZP4NlUih%2Ft2Xjjfli4tplfoUl%2BqU%3D
(17) http://ec.europa.eu/growth/sectors/electrical-engineering/ec-support_en
(18) http://ec.europa.eu/growth/sectors/electrical-engineering/red-directive_en
(19) Zie punt 3.5 voor het TCAM.
(20) Deze aanvullende richtsnoeren hebben betrekking op de toepasbaarheid van de richtlijnen van de elektrosector op niet-radioproducten (zoals huishoudelijke apparaten) wanneer deze met radioapparatuur en met elektrische/elektronische apparatuur werken die is ingebouwd in of gehecht aan niet-elektrische producten (zoals schoenen, meubelen enz.); ze staan op de website van de Commissie: http://ec.europa.eu/growth/sectors/electrical-engineering/ec-support_en
(21) http://ec.europa.eu/atwork/applying-eu-law/infringements-proceedings/infringement_decisions/?lang_code=nl
(22) Europese Economische Ruimte.
(23)  Europese Vrijhandelsassociatie.
(24) Besluit van het GEMENGD COMITÉ VAN DE EER nr. 89/2016 van 29 april 2016 tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-overeenkomst (COM/2012/0584 final).
(25)  Beschikking van 25 november 2015 betreffende telecommunicatieapparatuur (OPT) (RO 2016 179) en Beschikking van 26 mei 2016 van de Federale Dienst voor Communicatie (OFCOM) betreffende telecommunicatieapparatuur (RO 2016 1673), laatstelijk gewijzigd op 15 juni 2017 (RO 2017 3201).
(26) PB L 114 van 30.4.2002, blz. 369, zoals gewijzigd.
(27)  Besluit nr. 1/2017 van het Gemengd Comité van 28 juli 2017 (PB L 323 van 7.12.2007, blz. 51).
(28) Instanties aangemeld door zowel EU-, EER- als MRA-landen. De lijst met gedetailleerde en actuele informatie is te vinden op: http://ec.europa.eu/growth/tools-databases/nando/
(29) Voor het beoordelen van de vraag in welke mate is voldaan aan de eisen in verband met artikel 3, leden 2 en 3, maar die verplichting bestaat niet voor de eisen in verband met artikel 3, lid 1.
(30) Ten behoeve van de essentiële eisen in artikel 3, leden 2 en 3, van de richtlijn radioapparatuur wordt een conformiteitsbeoordeling waarbij een aangemelde instantie betrokken is, verricht als geharmoniseerde normen gedeeltelijk worden toegepast, niet worden toegepast of onbestaande zijn.
(31) Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement – Tweede voortgangsverslag over de werking van Richtlijn 1999/5/EG betreffende radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur en de wederzijdse erkenning van hun conformiteit (COM/2010/0043).
(32) https://ec.europa.eu/growth/single-market/goods/international-aspects/mutual-recognition-agreements_nl
(33) Volgens artikel 38 van de richtlijn moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de door hen aangemelde instanties rechtstreeks of via aangestelde vertegenwoordigers aan de werkzaamheden van de sectorale aangemelde instanties (dus die groep) deelnemen.
(34) Zie punt 3.5 voor het TCAM.
(35) Zie punt 3.4 voor de ADCO RED.
(36) Voor markttoezichtkwesties is de richtlijn radioapparatuur van toepassing in samenhang met de artikelen 15 tot en met 29 van Verordening (EG) nr. 765/2008.
(37) Het ICSMS is een IT-platform voor het faciliteren van de communicatie tussen markttoezichtinstanties in de EER (Europese Economische Ruimte). Het maakt dat snel en efficiënt informatie wordt gedeeld over producten die niet aan de eisen voldoen, dat dubbel werk wordt vermeden en dat niet-conforme producten sneller van de markt worden verwijderd. Rapex maakt snelle informatie-uitwisseling tussen de EER-landen en de Europese Commissie mogelijk over gevaarlijke niet voor de voeding bestemde producten. Richtlijn 2001/95/EG inzake algemene productveiligheid (RAPV) vormt het wettelijk kader voor de oprichting van het Rapex-systeem. Bij Verordening (EG) nr. 765/2008 is het toepassingsgebied van Rapex uitgebreid tot niet-consumentenproducten en andere risico's dan risico's voor de gezondheid en veiligheid voor zover zij vallen onder harmonisatiewetgeving van de EU. De informatie wordt uitgewisseld via de internettoepassing, die door de Europese Commissie wordt beheerd.
(38) Voor bijzonderheden over de doelstellingen van de ADCO-groepen, zie: http://ec.europa.eu/growth/single-market/goods/building-blocks/market-surveillance/organisation/administrative-cooperation-groups_en
(39) https://ec.europa.eu/docsroom/documents/24223?locale=nl
(40) Tegen april 2018: van 21 EU-lidstaten.
(41) Artikel 47, lid 1: De lidstaten dienen uiterlijk op 12 juni 2017 en vervolgens ten minste om de twee jaar bij de Commissie een verslag in over de toepassing van deze richtlijn. De verslagen bevatten een presentatie van de markttoezichtactiviteiten van de lidstaten en verstrekken informatie over de vraag of en in welke mate is voldaan aan de eisen van deze richtlijn, onder meer en met name aan de eisen inzake identificatie van marktdeelnemers.
(42) Voorstel tot intrekking en vervanging van Verordening (EG) nr. 216/2008, COM/2015/0613 final - 2015/0277 (COD).
(43) Bijlage I, punt 3, van de richtlijn radioapparatuur.
(44) Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en de Richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad (Voor de EER relevante tekst).
(45)  Procedure 2017/0353/COD.
(46) Indien deze wijziging wordt goedgekeurd, zal de richtlijn radioapparatuur voor kwesties in verband met markttoezicht van toepassing zijn in samenhang met de bepalingen van deze verordening en niet met de artikelen 15 tot en met 29 van Verordening (EG) nr. 765/2008.
(47) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(48) Vertegenwoordigers van de lidstaten nemen deel als leden en vertegenwoordigers van de EER-EVA-staten, Turkije en Zwitserland als waarnemers.
(49) Het ontwerpreglement van orde is via CIRCABC in de periode van 3 augustus tot en met 18 september 2017 ter goedkeuring aan de leden van het TCAM voorgelegd.
(50) Bestaat uit deskundigen uit lidstaten, EER-EVA-staten, Turkije en Zwitserland en belanghebbenden (zoals brancheorganisaties, consumentenverenigingen, aangemelde instanties en Europese normalisatieorganisaties).
(51) TCAM WG 07.
(52) TCAM WG 08(13).
(53) Zie punt 5.2.3.
(54) Beschikking nr. 676/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een regelgevingskader voor het radiospectrumbeleid in de Europese Gemeenschap (PB L 108 van 24.4.2002).
(55) In artikel 16 van de richtlijn is bepaald dat radioapparatuur die conform is met geharmoniseerde normen of delen ervan waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, wordt geacht conform te zijn met de essentiële eisen van artikel 3 die door die normen of delen ervan worden bestreken.
(56) Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad.
(57) Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 4 augustus 2015 betreffende een normalisatieverzoek aan het Europees Comité voor elektrotechnische normalisatie en het Europees Instituut voor telecommunicatienormen met betrekking tot radioapparatuur ter ondersteuning van Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad.
(58) Elke geharmoniseerde norm, met de gewijzigde versies ervan of in meervoudige versies (nieuwe en vervangen versies) is als één geharmoniseerde norm geteld.
(59) Zo werden sommige ervan vervangen of bestreken ze apparatuur die niet onder het toepassingsgebied van de richtlijn radioapparatuur valt.
(60) CENELEC moest 26 geharmoniseerde normen actualiseren en ETSI 161.
(61) De workshop werd in januari 2017 in Brussel georganiseerd en er waren ook deelnemers van nationale normalisatieorganisaties, de markttoezichtautoriteiten en brancheorganisaties.
(62) Zie hieronder.
(63) http://ec.europa.eu/growth/sectors/electrical-engineering/red-directive_en
(64)  De strategie voor de eengemaakte markt is het plan van de Commissie om het volledige potentieel van de eengemaakte markt te ontsluiten: http://ec.europa.eu/growth/single-market/strategy_en
(65) EN 301 893: 5 GHz RLAN; Geharmoniseerde Europese norm welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3, lid 2, van Richtlijn 2014/53/EU
(66) Bekendgemaakt op 8 juni 2017, net voor het einde van de overgangsperiode, namelijk 12 juni 2017.
(67) D.w.z. vóór 12 juni 2017.
(68) Elke geharmoniseerde norm, met de gewijzigde versies ervan of in meervoudige versies (nieuwe en vervangen versies) is als één geharmoniseerde norm geteld.
(69) 139 ETSI-normen: hebben betrekking op de essentiële eisen van artikel 3, leden 2 en 3. 5 CENELEC-normen: 4 CENELEC-normen hebben betrekking op de essentiële eisen van artikel 3, lid 1, onder a), en 1 CENELEC-norm heeft betrekking op de essentiële eisen van artikel 3, lid 1, onder b).
(70) Zie punt 4.
(71) Die besluiten van de Commissie worden vermeld in de bijlage.
(72) Naam: Deskundigengroep radioapparatuur van de Commissie (E03587).
(73)   https://ec.europa.eu/digital-single-market/en/artificial-intelligence
(74) COM(2018) 237 final.
(75) Bekendmaking in het register van deskundigengroepen van de Commissie: 9 december 2016. Zie voor meer informatie: http://ec.europa.eu/transparency/regexpert/index.cfm?Lang=NL
(76) Het memorandum van overeenstemming is, na twee keer te zijn verlengd, in 2014 verstreken.
(77)       http://ec.europa.eu/environment/circular-economy/index_en.htm  
(78) Zie de website van de Commissie: http://ec.europa.eu/growth/sectors/electrical-engineering/red-directive/common-charger_en
(79) Op grond van artikel 3, lid 3, onder a), van de richtlijn radioapparatuur kan alleen de kant van de mobiele telefoon (interface) worden gereguleerd.
(80) Artikel 2, lid 2, artikel 8, lid 2, artikel 10, lid 10, artikel 33, lid 4, artikel 41, lid 1, en artikel 42, lid 4.
(81) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1354 van de Commissie van 20 juli 2017 tot specificatie van de wijze van presentatie van de informatie bedoeld in artikel 10, lid 10, van Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad (Voor de EER relevante tekst) (PB L 190 van 21.7.2017, blz. 7).
(82) De fabrikant kan op zichtbare en leesbare wijze een korte vermelding of een pictogram op de verpakking aanbrengen.
(83) 52012SC0300
(84) Gedurende een overgangsperiode, tot eind 2017, bleven de gegevens beschikbaar.
(85) Volgens artikel 10, lid 10, van de richtlijn moeten fabrikanten op de verpakking informatie vermelden die aangeeft in welke lidstaten of welk geografisch gebied in een lidstaat beperkingen betreffende de ingebruikneming of voorschriften voor het gebruik bestaan voor de radioapparatuur. Voorts moet verdere informatie over de actuele beperkingen of voorschriften in de bij de radioapparatuur gevoegde instructies worden aangevuld.
(86) Met het aanbrengen van de CE-markering wordt aangegeven dat het product in overeenstemming is met de toepasselijke Uniewetgeving.
(87) Volgens overweging 45 van de richtlijn radioapparatuur is gebleken dat de eis inzake het aanbrengen van de CE-markering op de verpakking van apparatuur de markttoezichtstaak heeft vereenvoudigd.
(88) Bv. Richtlijn 2011/65/EU (beperking van het gebruik van gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur), Richtlijn 2006/42/EG (machines), Richtlijn 2009/48/EG (veiligheid van speelgoed).
(89) Radioapparatuur valt ook onder andere handelingen van de EU waarbij in CE-markering wordt voorzien. Als CE-markering op het scherm wordt ingevoerd, moeten die andere handelingen van de EU dus ook worden gewijzigd.
(90) http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=SWD:2017:0466:FIN
(91) Zie punt 2.
(92) Zie punt 3.1.
(93) Zie punt 4.
(94) Voor het beoordelen van de vraag in welke mate is voldaan aan de eisen in verband met artikel 3, leden 2 en 3, maar die verplichting bestaat niet voor de eisen in verband met artikel 3, lid 1.
(95) Zie punt 3.3.
(96) Artikel 48 van de richtlijn radioapparatuur.
(97) Zie punt 5.2.
(98) Zie bijlage Annex .
(99) Zie punt 5.2.1.