3.10.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 248/307


RESOLUTIE (EU) 2018/1413 VAN HET EUROPEES PARLEMENT

van 18 april 2018

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk voor het begrotingsjaar 2016

HET EUROPEES PARLEMENT,

gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk voor het begrotingsjaar 2016,

gezien artikel 94 van en bijlage IV bij zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0084/2018),

A.

overwegende dat de kwijtingsautoriteit in het kader van de kwijtingsprocedure de nadruk legt op het bijzonder belang van het verder versterken van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, en het uitvoeren van het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer;

B.

overwegende dat volgens de staat van ontvangsten en uitgaven (1) de begroting van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk (het „Agentschap”) voor het begrotingsjaar 2016 in totaal 16 673 153,98 EUR bedroeg, hetgeen een afname van 1,06 % ten opzichte van 2015 betekent; overwegende dat de begroting van het Agentschap voornamelijk wordt gefinancierd met middelen van de begroting van de Unie;

C.

overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2016 („het verslag van de Rekenkamer”) verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.

stelt vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2016 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 96,31 %, hetgeen een daling betekent van 1,22 % in vergelijking met het jaar voordien (97,53 %), en dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 70,35 % bedroeg, wat neerkomt op een daling met 1,70 % ten opzichte van het begrotingsjaar 2015;

2.

is ingenomen met de follow-upmaatregelen van het Agentschap naar aanleiding van de opmerkingen van de kwijtingsautoriteit over de uitvoering van de begroting van voorgaande jaren; is verder verheugd dat het Agentschap het advies van de Rekenkamer inzake ICT en raamovereenkomsten voor advies snel in de praktijk heeft gebracht, als verbeterpunt voor de kwijting voor 2016;

Vastleggingen en overdrachten

3.

merkt op dat volgens het verslag van de Rekenkamer het niveau van overgedragen vastgelegde kredieten voor titel II (administratieve uitgaven) hoog was met 1 417 279 EUR, ofwel 30 % (tegen 364 740 EUR, ofwel 26 % in 2015); constateert dat die overdrachten vooral betrekking hebben op IT-diensten die niet volledig waren geleverd of gefactureerd voor het einde van het jaar; merkt op dat overgedragen vastgelegde kredieten voor titel III 3 370 616 EUR bedroegen, ofwel 43 % (tegen 383 052 EUR, ofwel 41 % in 2015); merkt op dat die overdrachten voornamelijk grootschalige onderzoeksprojecten en studies betreffen die langer dan een jaar duren; merkt op dat volgens de Rekenkamer het Agentschap zou kunnen overwegen gesplitste begrotingskredieten in te voeren teneinde het meerjarige karakter van de activiteiten en het onvermijdelijke tijdsverloop tussen de ondertekening van een contract, de levering en de betaling beter weer te geven; neemt kennis van het antwoord van het Agentschap dat het deze mogelijkheid zal bekijken met het oog op een beter beheer van de begroting;

4.

merkt op dat overdrachten vaak gedeeltelijk of geheel kunnen worden gerechtvaardigd door het meerjarige karakter van de operationele programma's van de agentschappen, en niet noodzakelijkerwijs op zwakke punten wijzen in de planning en tenuitvoerlegging van de begroting en niet altijd haaks staan op het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit, vooral niet als ze van tevoren door het Agentschap zijn gepland en zijn meegedeeld aan de Rekenkamer;

Overschrijvingen

5.

merkt op dat tijdens het begrotingsjaar 2016 elf begrotingsoverschrijvingen voor een totaalbedrag van 319 240 EUR zijn verricht om middelen opnieuw toe te wijzen van gebieden waar bezuinigingen werden doorgevoerd naar gebieden met te weinig middelen om de verwezenlijking van de jaardoelstellingen te garanderen;

Aanbestedingen

6.

neemt kennis van het feit dat het Agentschap goederen en diensten heeft uitbesteed voor een totaalbedrag van 8 492 938,92 EUR waarvan 930 240,32 EUR is toegekend via 41 onderhandelingsprocedures, 580 926,16 EUR via interinstitutionele contracten of dienstenniveauovereenkomsten en 6 981 772,44 EUR 155 specifieke overeenkomsten of bestelbonnen betreft in het kader van kaderovereenkomsten die via openbare procedures zijn gegund;

7.

stelt met voldoening vast dat er een aanbestedingsteam is opgericht om binnen het Agentschap te zorgen voor harmonisatie van alle aanbestedingsprocedures bij het Agentschap — van het ontwerp tot de afsluiting — die onderworpen zijn aan toezichtmaatregelen en risicobeperkende controles, waaronder formele openings- en evaluatieprocessen, verklaringen over afwezigheid van belangenconflicten die door de leden van de comités zijn ondertekend, en een schriftelijke gedocumenteerde beoordeling van de uitsluitings-, selectie- en gunningscriteria;

8.

merkt op dat volgens het verslag van de Rekenkamer het Agentschap in 2014 een kaderovereenkomst ter waarde van 1 100 000 EUR heeft gesloten voor de levering van IT-adviesdiensten voor de periode 2014-2017; stelt met spijt vast dat de door het project te leveren prestaties weliswaar duidelijk waren gedefinieerd in de voor de uitvoering van deze kaderovereenkomst in 2016 ondertekende specifieke contracten, maar dat de adviseurs op een open „tijd en middelen-basis” werkten, waarbij de prijs niet was vastgesteld en ook niet rechtstreeks was gekoppeld aan de levering, maar voortvloeide uit het aantal gewerkte dagen; stelt bovendien vast dat in 2016 ongeveer 50 % van de IT-adviesdiensten buiten de gebouwen van het Agentschap werd uitgevoerd, waardoor het minder in staat was om de doelmatige uitvoering van de contracten te monitoren; stelt vast dat voor deze kaderovereenkomst in 2016 betalingen zijn gedaan voor een bedrag van ongeveer 400 000 EUR; neemt kennis van het antwoord van het Agentschap dat het het advies van de Rekenkamer toepast op de nieuwe kaderovereenkomsten inzake ICT en adviesdiensten; zo mogelijk wordt nu gewerkt met specifieke contracten met vooraf opgegeven tijd en middelen („Quoted Time and Means”);

Personeelsbeleid

9.

maakt uit de personeelsformatie op dat op 31 december 2016 39 van de in totaal 41 in het kader van de begroting van de Unie toegestane posten bezet waren, tegen 40 in 2015;

10.

betreurt dat er onder het aantal bezette posten op 31 december 2016 geen genderevenwicht is bereikt, met een verhouding van ruim twee tegen een, namelijk 72 % vrouwen en 28 % mannen; merkt op dat deze kwestie dringend moet worden aangepakt; merkt evenwel op dat er bij het hoger management sprake is van genderevenwicht (50/50);

11.

benadrukt dat het streven naar evenwicht tussen werk en privéleven deel moet uitmaken van het personeelsbeleid van het Agentschap; stelt vast dat het budget voor welzijnsactiviteiten ongeveer 194 EUR per personeelslid bedraagt, wat overeenkomt met drie dagen per personeelslid; stelt vast dat het gemiddelde ziekteverzuim elf dagen per personeelslid bedraagt;

12.

herinnert eraan dat het Agentschap in 2007 een besluit heeft vastgesteld over psychisch geweld en seksuele intimidatie; stelt voor opleidings- en voorlichtingsbijeenkomsten te organiseren om het personeel bewuster te maken; neemt er nota van dat er in 2016 een administratief onderzoek is verricht; vraagt om meer uitleg over de conclusies van het onderzoek, met inachtneming van de regelgeving inzake gegevensbescherming;

13.

neemt met voldoening kennis van het feit dat het Bureau in 2016 geen klachten, rechtszaken of meldingen heeft ontvangen in verband met het aanwerven of ontslaan van personeel;

14.

merkt op dat het Agentschap uitvoeringsvoorschriften is blijven vaststellen naar aanleiding van de herziening van het Statuut welke op 1 januari 2014 in werking is getreden;

Preventie van en omgang met belangenconflicten, transparantie en democratie

15.

neemt er nota van dat de nieuwe verklaringen inzake belangenconflicten en samenvattingen van cv's momenteel worden verzameld en geanalyseerd, aangezien er sinds eind 2016 een nieuwe raad van bestuur is; stelt voorts vast dat het Agentschap 131 volledige dossiers heeft verzameld, namelijk 70 van leden van de raad van bestuur (80 %), 52 van plaatsvervangende leden van de raad van bestuur (60 %) en 12 van waarnemers en plaatsvervangende waarnemers (48 %); is verheugd dat in geen van de onderzochte dossiers een situatie blijkt die als een belangenconflict in de zin van het beleid van het Agentschap kan worden beschouwd;

16.

stelt met voldoening vast dat het Agentschap over een strategie voor fraudebestrijding beschikt, die is vastgesteld op basis van de richtsnoeren van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) voor de agentschappen van de Unie; neemt er nota van dat de strategie een periode van drie jaar (2015-2017) bestrijkt en dat de uitvoering ervan regelmatig door het bureau van het Agentschap wordt gemonitord; merkt voorts op dat er een interne procedure voor het melden en behandelen van potentiële fraudegevallen en de resultaten daarvan is vastgesteld en op het intranet ter beschikking is gesteld van het personeel;

17.

betreurt ten zeerste dat het Agentschap nog geen interne regels inzake klokkenluiders heeft ingevoerd; merkt op dat het Agentschap in afwachting is van richtsnoeren van de Commissie; stelt voorts vast dat het Agentschap ondertussen verwijst naar de richtsnoeren van de Commissie inzake klokkenluiders van 2012; vraagt het Agentschap met aandrang verslag uit te brengen aan de kwijtingsautoriteit wanneer het zijn klokkenluidersregels heeft vastgesteld en toepast;

18.

merkt op dat er een onafhankelijk onthullings-, advies- en verwijzingsorgaan met voldoende begrotingsmiddelen nodig is om klokkenluiders te helpen de juiste kanalen te gebruiken om hun informatie over mogelijke onregelmatigheden met betrekking tot de financiële belangen van de Unie te onthullen en tegelijkertijd hun geheimhouding te beschermen en de nodige ondersteuning en advies te bieden;

Belangrijkste verwezenlijkingen

19.

spreekt zijn voldoening uit over de door het Agentschap genoemde drie belangrijkste resultaten van 2016, namelijk:

het heeft het driejarige proefproject „Veiliger en gezonder werk op elke leeftijd — veiligheid en gezondheid op het werk in de context van een vergrijzende beroepsbevolking” voltooid, waartoe de aanzet is gegeven door het Parlement en de start van de campagne „Gezond werk, voor alle leeftijden” 2016-2017;

het heeft tijdens een seminar op hoog niveau het eerste verslag gepresenteerd van een groot onderzoeksproject over gezondheid en veiligheid in micro- en kleine ondernemingen;

het heeft samen met het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO) en het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie (CdT) een nieuwe tool voor het beheer van meertalige websites geïmplementeerd, die in 2017 een prijs van de Europese Ombudsman voor goed bestuur heeft gewonnen;

Interne audit

20.

neemt er nota van dat de dienst Interne Audit (IAS) in 2016 een strategische risicobeoordeling heeft uitgevoerd, die voornamelijk tot doel had een nieuw strategisch meerjarenplan voor interne audit voor de periode 2017-2019 op te stellen;

21.

is verheugd dat het Agentschap eind 2016 geen kritieke of zeer belangrijke openstaande aanbevelingen had; merkt op dat het Agentschap in de loop van dat jaar heeft gewerkt aan de uitvoering van het actieplan met betrekking tot de vier belangrijke aanbevelingen uit de audit van de IAS van 2015 over „Instrumenten voor VGW-beheer”; merkt op dat de IAS de werkzaamheden met betrekking tot de vier aanbevelingen heeft geëvalueerd en heeft aanbevolen om ze begin 2017 af te sluiten;

Prestaties

22.

neemt met waardering nota van de belangrijke stappen die het Agentschap heeft gezet om zijn op activiteiten gebaseerde managementsysteem met een IT-systeem te ondersteunen; is ingenomen met de nieuwe digitale tools voor het beheer van de tijd die aan de verschillende projecten en activiteiten wordt besteed en voor het beheer van offertes en aanbestedingen;

Overige opmerkingen

23.

maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat Verordening (EG) nr. 2062/94, de oprichtingsverordening van het Agentschap, niet uitdrukkelijk externe evaluaties van zijn activiteiten voorschrijft; stelt met voldoening vast dat het voorstel van de Commissie voor een nieuwe oprichtingsverordening (COM(2016) 528) voorziet in de verplichting om elke vijf jaar een evaluatie uit te voeren en externe auditverslagen te gebruiken;

24.

is ingenomen met de activiteiten en analyses van het Agentschap op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk, die bijdragen tot de beleidsvorming van de Unie ter bevordering van gezonde en veilige werkplekken in de hele Unie; neemt er nota van dat het Agentschap werkt aan pakketten ter ondersteuning van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, met specifiek op deze ondernemingen gerichte instrumenten en richtsnoeren om de kenniskloof te dichten en de naleving van bepalingen op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk te vergemakkelijken;

25.

is verheugd over de goede samenwerking tussen de agentschappen die actief zijn op het gebied van werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie, en met name de samenwerking tussen het Agentschap, Eurofound, Cedefop en het EIGE in het kader van het verslag „Towards age-friendly work in Europe: a life course perspective on work and ageing from EU agencies”;

26.

verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 18 april 2018 (2) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1)  PB C 12 van 13.1.2017, blz. 9.

(2)  Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0133 (zie bladzijde 393 van dit Publicatieblad).