3.10.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 248/190


RESOLUTIE (EU) 2018/1356 VAN HET EUROPEES PARLEMENT

van 18 april 2018

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart voor het begrotingsjaar 2016

HET EUROPEES PARLEMENT,

gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart voor het begrotingsjaar 2016,

gezien artikel 94 van en bijlage IV bij zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie vervoer en toerisme (A8-0066/2018),

A.

overwegende dat de kwijtingsautoriteit, in het kader van de kwijtingsprocedure, sterk de nadruk legt op het bijzonder belang van het verder versterken van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, en het uitvoeren van het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer;

B.

overwegende dat de definitieve begroting van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart („het Agentschap”) voor het begrotingsjaar 2016 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven (1)193 398 000 EUR bedroeg, hetgeen een toename van 4,30 % ten opzichte van 2015 betekent; overwegende dat 36 370 000 EUR van de begroting van het Agentschap afkomstig is van de begroting van de Unie, en 95 926 000 EUR van vergoedingen en rechten;

C.

overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Centrum voor het begrotingsjaar 2016 (hierna „het verslag van de Rekenkamer”) verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Opmerkingen over de wettigheid en regelmatigheid van de verrichtingen

1.

verneemt in het verslag van de Rekenkamer dat, hoewel de door de industrie gefinancierde activiteiten in 2016 resulteerden in een tekort van 7 600 000 EUR, de begrotingsresultaten per jaar fluctueren en het Agentschap een gecumuleerd overschot heeft van 52 000 000 EUR afkomstig uit dit soort activiteiten; herinnert eraan dat de oprichtingsverordening van het Agentschap bepaalt dat aan de sector in rekening gebrachte tarieven de kosten van de certificeringsactiviteiten van het Agentschap moeten dekken, en gaat dus niet uit van een gecumuleerd overschot;

Begroting en financieel beheer

2.

merkt op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2016 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 99 %, een stijging van 1 % ten opzichte van 2015; stelt voorts vast dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 91 % bedroeg;

3.

merkt op dat de vastleggingen voor andere huishoudelijke uitgaven in absolute bedragen met 2 140 000 EUR zijn gestegen tot 24 060 000 EUR, ofwel 16,5 % van de totale begroting van het Agentschap; merkt op dat deze stijging grotendeels is toe te schrijven aan de kosten van de verhuizing van het Agentschap naar een nieuw gebouw op 6 juni 2016;

Vastleggingen en overdrachten

4.

stelt vast dat het uitvoeringspercentage van de begroting in verband met de uitvoering van betalingen ten laste van bedragen die naar 2016 zijn overgedragen, meer dan 96 % bedroeg (ten opzichte van 97 % in 2015), wat hoger is dan de doelstelling van de Commissie, 95 %;

5.

merkt op dat de overdrachten vaak gedeeltelijk of geheel kunnen worden gerechtvaardigd omdat de operationele programma's van agentschappen over meerdere jaren lopen, niet noodzakelijk op een tekortkoming in de begrotingsplanning en -tenuitvoerlegging wijzen en niet altijd haaks staan op het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit, met name indien zij vooraf zijn gepland en aan de Rekenkamer zijn gemeld;

Personeelsbeleid

6.

merkt op dat het Agentschap in 2016 alle beschikbare posten die in zijn personeelsformatie goedgekeurd zijn, heeft ingevuld, namelijk 676 AST- en AD-posten;

7.

apprecieert de aanhoudende verplaatsing van de posten met betrekking tot administratie (administratie en ondersteuning, coördinatie en neutrale posten) naar operationele posten, namelijk 81 %;

8.

benadrukt dat het streven naar evenwicht tussen werk en privéleven deel moet uitmaken van het personeelsbeleid van het Agentschap; stelt vast dat het budget dat werd gebruikt voor teambuilding en sociale en sportactiviteiten 176 207,54 EUR bedroeg; merkt op dat het Agentschap in totaal 14,5 teambuildingdagen heeft georganiseerd; stelt vast dat het gemiddelde ziekteverzuim per personeelslid 8 dagen bedraagt;

9.

herinnert eraan dat het Agentschap al procedures heeft met betrekking tot psychologische en seksuele intimidatie; stelt voor opleidings- en voorlichtingsbijeenkomsten te organiseren om het personeel bewuster te maken; stelt vast dat er in 2016 geen meldingen zijn geweest;

10.

stelt met voldoening vast dat het Agentschap in 2016 niet betrokken is geweest bij klachten, rechtszaken of meldingen in verband met het aanwerven of ontslaan van personeel;

11.

stelt vast dat het Agentschap, om de uitdagingen van de luchtvaartindustrie aan te pakken, besloten heeft om een systeem van dubbele loopbanen op te zetten, met het oog op het behouden en uitbreiden van de vaardigheden die in het kader van de Europese strategie voor de luchtvaartveiligheid vereist zijn; kijkt uit naar de invoering van dit nieuwe loopbaansysteem de komende jaren, tot het volledig ontwikkeld is; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit in te lichten over het resultaat van dit nieuwe loopbaansysteem;

12.

stelt met tevredenheid een nieuw initiatief vast, dat gericht is op het aanwerven van jong talent, rechtstreeks aan de universiteit (het „Junior Qualification Programma”); stelt vast dat dit proefproject tot doel heeft de expertise van pas afgestudeerden, met academische kwalificaties van een hoog niveau, binnen te brengen, teneinde de doorstroming van talent naar jobs in de technische domeinen van het Agentschap te verzekeren;

13.

juicht het toe dat het Agentschap bij de aanwerving geleidelijk is overgestapt van een reactieve benadering (identificeren van de behoefte om vacatures te vervullen, automatisch vervangen van medewerkers die vertrekken) op een proactieve benadering (vooruitziend plannen, prioriteiten vaststellen en herschikken, de behoefte aan personele middelen op één lijn brengen met de globale strategische doelstellingen);

14.

betreurt ten zeerste het genderonevenwicht onder de leden van de raad van bestuur van het Agentschap, met een verhouding van 78 % tegen 22 %; verneemt van het Agentschap dat de vertegenwoordigers rechtstreeks en onafhankelijk door de lidstaten en de industrie worden genomineerd, en zij dus niet onder controle van het Agentschap staan; stelt met bezorgdheid vast dat er met betrekking tot het totale aantal bezette posten op 31 december 2016 geen genderevenwicht is bereikt, met een verhouding van 34 % vrouwen tegen 66 % mannen; betreurt voorts dat alle vijf hogere managementposten bezet zijn met personen van hetzelfde geslacht; verzoekt het Agentschap dit gebrek aan evenwicht op ieder niveau onverwijld aan te pakken en te corrigeren;

Aanbestedingsprocedures

15.

merkt op dat het Agentschap in 2016 meer dan 40 aanbestedingsprocedures heeft beheerd, met een waarde van meer dan 60 000 EUR; merkt verder op dat er ongeveer 400 specifieke contracten zijn afgesloten die onder raamcontracten vallen, alsmede 150 contracten met een geringe waarde;

16.

verwelkomt de corrigerende maatregelen die zijn getroffen om de algemene planning van aanbestedingen in het Agentschap te verbeteren, zoals het ondertekenen van overeenkomsten inzake het dienstverleningsniveau (SLA's) met operationele departementen, opleidingen van contractbeheerders, en bewustmaking om vertragingen en het aantal ongeplande procedures te verminderen;

Preventie van en omgang met belangenconflicten, transparantie en democratie

17.

stelt vast dat het Agentschap in november 2014 een strategie ter bestrijding van fraude heeft goedgekeurd om fraude effectiever te voorkomen en op te sporen en om procedures tegen fraude te kunnen ontwikkelen; stelt vast dat eind 2016 alle geplande acties, met name het geven van een cursus aan minstens 80 % van de personeelsleden, voltooid zijn;

18.

stelt vast dat het Agentschap interne voorschriften inzake klokkenluiders heeft opgesteld en ingevoerd;

19.

merkt op dat er een onafhankelijk onthullings-, advies- en verwijzingsorgaan met voldoende begrotingsmiddelen nodig is om klokkenluiders te helpen de juiste kanalen te gebruiken om hun informatie over mogelijke onregelmatigheden met betrekking tot de financiële belangen van de Unie te onthullen en tegelijkertijd hun geheimhouding te beschermen en de nodige ondersteuning en advies te bieden;

20.

merkt op dat het Agentschap in 2016 een specifieke gedragscode heeft opgesteld voor externe deskundigen die het Agentschap ondersteunen, waarin de aanpak van belangenconflicten is geregeld en een verklaring inzake de erkenning van de gedragscode is opgenomen;

21.

verneemt van het Agentschap dat het momenteel bezig is met de herziening van haar „Beleid inzake onpartijdigheid en onafhankelijkheid: preventie en aanpak van belangenconflicten” voor personeel, om de interne procedures voor de invulling, toetsing en actualisering van belangenverklaringen van de personeelsleden van het Agentschap verder te verbeteren; verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de geboekte vooruitgang;

22.

verneemt met instemming dat het Agentschap de verklaringen inzake de afwezigheid van belangenconflicten en de cv's van de leden van de raad van bestuur op zijn website heeft gepubliceerd, en daarbij rekening heeft gehouden met de opmerkingen van het Parlement;

Belangrijkste verwezenlijkingen

23.

spreekt zijn voldoening uit over de door het Agentschap genoemde drie belangrijkste resultaten van 2016, namelijk:

het actieplan met betrekking tot Germanwings werd opgezet: het Agentschap heeft maatregelen voorgesteld op het gebied van luchtoperaties en medische zorg door het luchtvaartpersoneel, evenals een werkdocument over de kwestie van het evenwicht tussen vertrouwelijkheid van de patiënt en openbare veiligheid;

er werden meer dan 3 000 certificaten uitgegeven, waaronder 18 nieuwe typecertificaten;

er werd een waarschuwingssysteem voor conflictzones ontwikkeld in antwoord op een nieuw activiteitengebied, in nauwe samenwerking met de Commissie (DG MOVE en DG HOME);

Interne audits

24.

merkt op dat de dienst Interne Audit van de Commissie (IAS) twee audits heeft uitgevoerd in 2016, waarbij het ontwerp en de effectieve en efficiënte tenuitvoerlegging van de beheer- en internecontrolesystemen van de regelgevende activiteiten en de activiteiten met betrekking tot het Europees plan voor de veiligheid van de luchtvaart (EPAS) werden onderzocht; merkt met voldoening op dat tijdens de audit van de regelgevende activiteiten geen bevindingen als „kritiek” of „zeer belangrijk” werden beoordeeld door de IAS;

25.

merkt op dat de dienst Interne Audit (IAC) drie betrouwbaarheidscontroles in het Agentschap heeft uitgevoerd in 2016, waaronder de rekeningen van het Sociaal Comité, luchtverkeersbeheer en luchtnavigatiediensten (ATM/ANS) en aerodromen, en dienstreisbeheer; wijst erop dat in de loop van 2017 gevolg zou worden gegeven aan de belangrijkste aanbevelingen die de IAC op grond van zijn auditwerk in 2016 heeft gedaan; verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de tenuitvoerlegging daarvan;

Interne controles

26.

merkt op dat de internecontrolenormen van het Agentschap zowel de 16 internecontrolenormen van de Commissie als de internationale kwaliteitsnormen (ISO 9001) omvatten, waardoor er 24 beheersnormen voor het Agentschap zijn; merkt op dat deze normen in 2016 door de raad van bestuur herzien en goedgekeurd zijn met het oog op hun afstemming op de meest recente versie van de ISO 9001 2015-normen;

27.

merkt op dat het Agentschap in 2016 de jaarlijkse evaluatie van de EASA-beheersnormen heeft verricht, waarin zowel de internecontrolenormen als de ISO-normen zijn opgenomen; stelt vast dat de conclusie van deze evaluatie luidde dat het managementsysteem van het Agentschap aan de managementnormen voldoet, dit dankzij het solide monitoringsysteem dat zowel op managementniveau als op procesniveau is opgezet; constateert dat er enkele mogelijke verbeterpunten zijn vastgesteld bij de bedrijfscontinuïteit; verneemt van het Agentschap dat het project inzake continuïteitsmanagement zich in het tweede ontwikkelingsjaar bevindt, dat alle effectbeoordelingen verricht zijn en dat voor de processen die als kritiek werden geïdentificeerd, de meeste continuïteitsplannen klaar zijn;

28.

is ingenomen met het Europees plan voor de veiligheid van de luchtvaart 2018-2022 (EPAS) van het Agentschap, dat tot doel heeft een transparant kader voor veiligheid van de luchtvaart te bieden, belangrijke risico's te identificeren en de nodige maatregelen vast te stellen; dringt er voorts bij de lidstaten op aan betere veiligheidsprogramma's te ontwikkelen en beste praktijken uit te wisselen;

29.

merkt op dat er in 2016 18 controles achteraf zijn uitgevoerd die betrekking hadden op jaarlijkse schooltoelagen, vergoedingen van dienstreizen van externe deskundigen, afgeronde aanbestedingsprocedures en vergoedingen van kosten van dienstreizen; verneemt met instemming dat over het algemeen alle gecontroleerde transacties wettig en regelmatig waren;

Overige opmerkingen

30.

stelt met tevredenheid vast dat het Agentschap de verhuizing naar een nieuw, specifiek ontworpen gebouw in 2016 heeft afgerond, zonder enige verstoring van de activiteiten;

31.

stelt vast dat het Agentschap, volgens het verslag van de Rekenkamer, in de periode 2014-2016 9 400 000 EUR heeft uitgegeven (ten opzichte van 4 400 000 in 2016) van zijn gecumuleerde overschot om de renovatie- en verhuiskosten van 12 400 000 EUR voor de verhuizing van het Agentschap naar een nieuw gebouw te financieren; merkt op dat de Commissie hiervoor ook 3 000 000 euro uit de EU-begroting heeft bijgedragen; stelt bovendien vast dat deze financieringsdeling tussen industrie- en de Uniebijdragen voldeed aan de standaard kostenverdelingsmethode van het Agentschap en resulteerde in de financiering, grotendeels uit industriebijdragen, van deze werkzaamheden;

32.

verneemt van het Agentschap dat het voornemens is om zowel het financiële reglement als de voorschriften inzake vergoedingen en rechten te wijzigen om de behandeling van gecumuleerde overschotten beter te formaliseren; verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over deze wijziging;

33.

benadrukt dat met betrekking tot de standplaats van het Agentschap, de overeenkomst inzake het hoofdkwartier tussen het Agentschap en de betreffende lidstaat voltooid is en op 17 augustus 2017 in werking is getreden;

34.

benadrukt dat, volgens het verslag van de Rekenkamer, 70 % van de begroting van het Agentschap voor 2016 afkomstig was van bijdragen van de luchtvaartindustrie en 30 % van EU-financiering; benadrukt dat een toekomstige daling van de inkomsten van het Agentschap als gevolg van het besluit van het VK om uit de EU te stappen waarschijnlijk is, en een aanzienlijk effect kan hebben op het bedrijfsplan van het Agentschap; stelt op prijs dat er een werkgroep is opgericht die zich over dit punt buigt en al een eerste analyse heeft verricht van de potentiële risico's en de impact van de brexit; verzoekt het Agentschap om in het kader van onderhandelingen over de brexit nauw samen te werken met de andere Europese instellingen, en met name de Commissie, teneinde voldoende voorbereid te zijn om elke eventuele negatieve operationele of financiële impact tot een minimum te beperken; stelt voor dat het Agentschap de resultaten van deze werkgroep te zijner tijd presenteert aan het Europees Parlement;

35.

herhaalt dat met de herziening van Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (2) wordt beoogd de bevoegdheden van het Agentschap te verruimen en dat in dit verband de rol van nieuwe technologieën, zoals systemen van op afstand bestuurde luchtvaartuigen, volledig in aanmerking moeten worden genomen bij de toewijzing van zijn nieuwe bevoegdheden; benadrukt dat voldoende financiering aan het Agentschap toegekend moet worden om de succesvolle invulling van deze nieuwe verantwoordelijkheden te verzekeren, alsook voldoende, gekwalificeerd personeel om de bijkomende taken uit te voeren;

36.

dringt aan op een bespoediging van de inwerkingtreding van de Europese verordening inzake drones; wijst op de essentiële rol van het Agentschap bij het waarborgen van een zo hoog mogelijk veiligheidsniveau van de luchtvaart in heel Europa; benadrukt tegen de achtergrond van een zich snel ontwikkelende burgerluchtvaart — waarvan het toenemende gebruik van drones een bewijs vormt — dat het Agentschap de beschikking moet krijgen over de nodige financiële, materiële en personele middelen om zijn regelgevende en uitvoerende taken op het gebied van veiligheid en milieubescherming naar behoren uit te kunnen voeren, zonder daarbij afbreuk te doen aan zijn onafhankelijkheid en onpartijdigheid;

37.

is tevreden met het politieke akkoord over de herziening van de gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (3), overeenkomstig het in november 2017 door het Parlement, de Raad en de Commissie gesloten akkoord; verzoekt de Commissie en de lidstaten de nodige middelen te verstrekken voor de nieuwe en versterkte bevoegdheden onder andere met betrekking tot risico’s voor de burgerluchtvaart die voortkomen uit conflictgebieden, milieugerelateerde thema’s en de certificatie en registratie van onbemande luchtvaartuigen;

38.

is ingenomen met de actieve rol van het Agentschap met betrekking tot de uitnodiging tot het indienen van voorstellen in het kader van het Horizon 2020-programma; dringt er bij het Agentschap op aan actief te blijven op het gebied van onderzoek en ontwikkeling;

39.

verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 18 april 2018 (4) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1)  PB C 333 van 9.9.2016, blz. 16.

(2)  Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG (PB L 79 van 19.3.2008, blz. 1.)

(3)  Zie COM(2015)0613: Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad.

(4)  Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0133 (zie bladzijde 393 van dit Publicatieblad).