21.12.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 461/147


Advies van het Europees Comité van de Regio’s over het Fonds voor asiel en migratie

(2018/C 461/13)

Algemeen rapporteur:

Peter BOSSMAN (SI/PSE), burgemeester van Piran

Referentiedocument:

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Fonds voor asiel en migratie

COM(2018) 471 final

I.   AANBEVELINGEN VOOR WIJZIGINGEN

Wijzigingsvoorstel 1

COM(2018) 471 final, overweging 42

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel

Om de Unie beter in staat te stellen om onmiddellijk te reageren op onverwachte of onevenredige migratiedruk in een of meer lidstaten die wordt gekenmerkt door een grote of onevenredige instroom van onderdanen van derde landen, waardoor de voorzieningen voor opvang en detentie en de asiel- en migratiebeheerstelsels en -procedures van die lidstaten onder grote en acute druk komen te staan, of op zware migratiedruk in derde landen ten gevolge van politieke ontwikkelingen of conflicten, moet het mogelijk zijn om noodhulp te bieden overeenkomstig het bij deze verordening ingestelde kader.

Om de Unie beter in staat te stellen om onmiddellijk te reageren op onverwachte of onevenredige migratiedruk in een of meer lidstaten die wordt gekenmerkt door een grote of onevenredige instroom van onderdanen van derde landen , met name wanneer het gaat om kwetsbare personen, zoals niet-begeleide minderjarigen , waardoor de voorzieningen voor opvang en detentie en de asiel- en migratiebeheerstelsels en -procedures van die lidstaten onder grote en acute druk komen te staan, of op zware migratiedruk in derde landen ten gevolge van politieke ontwikkelingen of conflicten, moet het mogelijk zijn om noodhulp en hulp voor het creëren van infrastructuur te bieden overeenkomstig het bij deze verordening ingestelde kader.

Motivering

Er moet een spoedfinancieringslijn worden geopend om het hoofd te kunnen bieden aan gevallen waarin lidstaten bedolven worden onder problemen als gevolg van de komst van kwetsbare personen uit derde landen, met name niet-begeleide minderjarigen, voor wie specifieke maatregelen nodig zijn.

Wijzigingsvoorstel 2

COM(2018) 471 final, artikel 3, lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

In het kader van de beleidsdoelstelling van lid 1 draagt het fonds bij tot de verwezenlijking van de volgende specifieke doelstellingen:

In het kader van de beleidsdoelstelling van lid 1 draagt het fonds bij tot de verwezenlijking van de volgende specifieke doelstellingen:

a)

het versterken en ontwikkelen van alle aspecten van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van de externe dimensie ervan;

a)

het versterken en ontwikkelen van alle aspecten van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van de externe dimensie ervan;

b)

het ondersteunen van legale migratie naar de lidstaten, onder meer door bij te dragen aan de integratie van onderdanen van derde landen;

b)

het ondersteunen van legale migratie naar de lidstaten, onder meer door bij te dragen aan de integratie van onderdanen van derde landen en door vast te stellen langs welke kanalen deze integratie op geordende en veilige wijze kan verlopen ;

c)

het bijdragen aan de bestrijding van irreguliere migratie en aan het waarborgen van doeltreffende terugkeer naar en overname in derde landen.

c)

het bijdragen aan de aanpak van irreguliere migratie en waarborgen van doeltreffende terugkeer naar en overname in derde landen , met inachtneming van de mensenrechten ;

 

d)

het bevorderen van de solidariteit en verdeling van de verantwoordelijkheid tussen de lidstaten, met name ten aanzien van de lidstaten die het meest te maken hebben met migratie- en asielstromen, onder meer door praktische samenwerking.

Motivering

Deze specifieke doelstelling staat in de huidige verordening over het Fonds voor asiel, migratie en integratie en zou expliciet genoemd moeten worden als een specifieke doelstelling van de toekomstige verordening over het Fonds voor asiel en migratie.

Wijzigingsvoorstel 3

COM(2018) 471 final, artikel 8

Ontwerpadvies

Wijzigingsvoorstel

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

 

Budget

Budget

1.   De financiële middelen voor de uitvoering van het fonds voor de periode 2021-2027 bedragen 10 415 000 000  EUR in lopende prijzen.

1.   De financiële middelen voor de uitvoering van het fonds voor de periode 2021-2027 bedragen 16 188 000 000  EUR in lopende prijzen.

2.   De financiële middelen worden als volgt gebruikt:

2.   De financiële middelen worden als volgt gebruikt:

a)

6 249 000 000  EUR wordt toegewezen aan in gedeeld beheer uitgevoerde programma’s;

a)

10 790 000 000  EUR wordt toegewezen aan in gedeeld beheer uitgevoerde programma’s;

b)

4 166 000 000  EUR wordt toegewezen aan de thematische faciliteit.

b)

5 398 000 000  EUR wordt toegewezen aan de thematische faciliteit.

3.   Tot 0,42  % van de financiële middelen wordt toegewezen voor technische bijstand op initiatief van de Commissie als bedoeld in artikel 29 van Verordening (EU) xx/xx [verordening gemeenschappelijke bepalingen].

3.   Tot 0,42  % van de financiële middelen wordt toegewezen voor technische bijstand op initiatief van de Commissie als bedoeld in artikel 29 van Verordening (EU) xx/xx [verordening gemeenschappelijke bepalingen].

Motivering

De voorgestelde verhoging van de middelen voor migratie en asiel weerspiegelt de vermenigvuldiging van de middelen voor het toezicht op de buitengrenzen met een factor 2,4, en houdt ook verband met het feit dat in de huidige voorstellen niet is voorzien in een toename van de financieringsmiddelen uit hoofde van ESF+ voor langetermijnintegratie als nieuwe taak.

Wijzigingsvoorstel 4

COM(2018) 471 final, artikel 9, lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

[…] De financiering uit de thematische faciliteit wordt gebruikt voor de onderdelen ervan:

[…] De financiering uit de thematische faciliteit wordt gebruikt voor de onderdelen ervan:

a)

specifieke acties,

a)

specifieke acties,

b)

acties van de Unie,

b)

acties van de Unie,

c)

noodhulp,

c)

noodhulp,

d)

hervestiging,

d)

hervestiging,

e)

steun aan de lidstaten bij hun inspanningen op het gebied van solidariteit en het delen van verantwoordelijkheid,

en

e)

steun aan de lidstaten bij hun inspanningen op het gebied van solidariteit en het delen van verantwoordelijkheid,

en

f)

het Europees Migratienetwerk.

f)

het Europees Migratienetwerk;

 

g)

Europese integratienetwerken van lokale en regionale overheden.

(….)

[…]

Motivering

Lokale en regionale overheden spelen een cruciale rol bij de integratie van migranten, die een essentieel onderdeel van het migratiebeleid vormt.

Wijzigingsvoorstel 5

COM(2018) 471 final, artikel 9, lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De thematische faciliteit ondersteunt met name acties die onder uitvoeringsmaatregel 2 b) van bijlage II vallen en worden uitgevoerd door de lokale en regionale autoriteiten of door maatschappelijke organisaties.

De thematische faciliteit ondersteunt met name acties die onder uitvoeringsmaatregel 2 b) van bijlage II vallen en worden uitgevoerd door de lokale en regionale autoriteiten of door maatschappelijke organisaties. Minstens 30 % van de financiële middelen van de thematische faciliteit zal voor dit doel worden bestemd.

Motivering

Lokale en regionale overheden spelen een cruciale rol bij de integratie van migranten, die een essentieel onderdeel van het migratiebeleid vormt.

Wijzigingsvoorstel 6

COM(2018) 471 final, artikel 13, lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Elke lidstaat zorgt ervoor dat de door zijn programma bestreken prioriteiten consistent zijn met en afgestemd zijn op de prioriteiten en uitdagingen van de Unie op het gebied van migratiebeheer, en dat zij stroken met het relevante acquis en de overeengekomen prioriteiten van de Unie. Bij het vaststellen van de prioriteiten van hun programma’s zorgen de lidstaten ervoor dat de in bijlage II vastgestelde uitvoeringsmaatregelen voldoende aan bod komen.

Elke lidstaat bestemt ten minste 20 % van de middelen van zijn programma aan de in artikel 3, lid 2, eerste alinea, onder a), genoemde specifieke doelstelling en ten minste 20 % aan de in artikel 3, lid 2, eerste alinea, onder b), genoemde specifieke doelstelling. De lidstaten kunnen slechts van die minimumpercentages afwijken indien zij in hun nationale programma op gedetailleerde wijze verklaren waarom het onder dat niveau toewijzen van middelen de verwezenlijking van de doelstelling niet in gevaar brengt. Wat betreft de in artikel 3, lid 2, eerste alinea, onder a), genoemde specifieke doelstelling gaan de lidstaten met structurele tekorten op het gebied van huisvesting, infrastructuur, en dienstverlening, niet lager dan het in deze verordening vastgelegde minimumpercentage.

Motivering

Het Fonds voor asiel en migratie zou duurzame oplossingen voor migratie moeten ondersteunen en voor samenhang moeten zorgen met de prioriteiten die door de lidstaten op EU-niveau zijn afgesproken. Het waarborgen van een minimumhoeveelheid middelen voor de totstandbrenging van een functionerend asielstelsel (artikel 3, lid 2, onder a)) en voor de ontwikkeling van kanalen voor legale migratie en steun voor integratie (artikel 3, lid 2, onder b)) zal ertoe bijdragen om de beleidsdoelstelling van dit fonds (een efficiënt beheer van migratiestromen) te verwezenlijken.

De voorgestelde formulering stemt overeen met de formulering in de huidige verordeningen inzake het Fonds voor asiel, migratie en integratie.

Wijzigingsvoorstel 7

COM(2018) 471 final, artikel 13, lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De lidstaten streven met name de uitvoering na van de in bijlage IV vermelde acties die in aanmerking komen voor een hoger medefinancieringspercentage. Om onvoorziene of nieuwe omstandigheden te ondervangen of de doeltreffende aanwending van financiering te waarborgen, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 32 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de in bijlage IV opgenomen lijst van acties die in aanmerking komen voor een hoger medefinancieringspercentage.

De lidstaten streven met name de uitvoering na van de in bijlage IV vermelde acties die in aanmerking komen voor een hoger medefinancieringspercentage. lidstaten die dergelijke acties niet nastreven, dienen in de nationale programma’s op gedetailleerde wijze uit te leggen hoe ze ervoor gaan zorgen dat deze keuze de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen van het Fonds voor asiel en migratie niet in gevaar brengt. Om onvoorziene of nieuwe omstandigheden te ondervangen of de doeltreffende aanwending van financiering te waarborgen, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 32 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de in bijlage IV opgenomen lijst van acties die in aanmerking komen voor een hoger medefinancieringspercentage.

Motivering

Zelfde als voor wijzigingsvoorstel 6.

Wijzigingsvoorstel 8

COM(2018) 471 final, artikel 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.   Het fonds ondersteunt het Europees Migratienetwerk en verleent de financiële bijstand die nodig is voor zijn activiteiten en zijn toekomstige ontwikkeling.

1.   Het fonds ondersteunt het Europees Migratienetwerk en verleent de financiële bijstand die nodig is voor zijn activiteiten en zijn toekomstige ontwikkeling.

2.   Het voor het Europees Migratienetwerk bestemde deel van de jaarlijkse kredieten van het fonds en het werkprogramma met de prioriteiten voor de activiteiten van het netwerk worden, na goedkeuring door de Raad van bestuur, door de Commissie vastgesteld volgens artikel 4, lid 5, onder a), van Beschikking 2008/381/EG (als gewijzigd). Het besluit van de Commissie vormt een financieringsbesluit op grond van artikel [110] van het Financieel Reglement. Om ervoor te zorgen dat de middelen op tijd beschikbaar zijn, kan de Commissie het werkprogramma voor het Europees migratienetwerk in een afzonderlijk financieringsbesluit vaststellen.

2.   Het voor het Europees Migratienetwerk bestemde deel van de jaarlijkse kredieten van het fonds en het werkprogramma met de prioriteiten voor de activiteiten van het netwerk worden, na goedkeuring door de Raad van bestuur, door de Commissie vastgesteld volgens artikel 4, lid 5, onder a), van Beschikking 2008/381/EG (als gewijzigd). Het besluit van de Commissie vormt een financieringsbesluit op grond van artikel [110] van het Financieel Reglement. Om ervoor te zorgen dat de middelen op tijd beschikbaar zijn, kan de Commissie het werkprogramma voor het Europees migratienetwerk in een afzonderlijk financieringsbesluit vaststellen.

3.   De financiële bijstand voor de activiteiten van het Europees Migratienetwerk wordt naargelang het geval verstrekt in de vorm van subsidies aan de nationale contactpunten bedoeld in artikel 3 van Beschikking 2008/381/EG en van overheidsopdrachten, in overeenstemming met het Financieel Reglement.

3.   De financiële bijstand voor de activiteiten van het Europees Migratienetwerk wordt naargelang het geval verstrekt in de vorm van subsidies aan de nationale contactpunten bedoeld in artikel 3 van Beschikking 2008/381/EG en van overheidsopdrachten, in overeenstemming met het Financieel Reglement.

 

4.     Het fonds ondersteunt Europese integratienetwerken van lokale en regionale overheden.

Motivering

Zelfde als voor wijzigingsvoorstel 4.

Wijzigingsvoorstel 9

COM(2018) 471 final, artikel 26, lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Het fonds verstrekt financiële bijstand om in urgente en specifieke behoeften te voorzien ingeval van een noodsituatie die voortvloeit uit een of meer van de volgende omstandigheden:

Het fonds verstrekt financiële bijstand om in urgente en specifieke behoeften te voorzien en om infrastructuur te creëren ingeval van een noodsituatie die voortvloeit uit een of meer van de volgende omstandigheden:

(a)

zware migratiedruk in een of meer lidstaten die wordt gekenmerkt door een grote of onevenredige instroom van onderdanen van derde landen, waardoor de voorzieningen voor opvang en detentie en de asiel- en migratiebeheersstelsels en -procedures van die lidstaten onder grote en acute druk komen te staan;

a)

zware migratiedruk in een of meer lidstaten die wordt gekenmerkt door een grote of onevenredige instroom van onderdanen van derde landen , met name wanneer het gaat om kwetsbare personen, zoals niet-begeleide minderjarigen , waardoor de voorzieningen voor opvang en detentie en de asiel- en migratiebeheersstelsels en -procedures van die lidstaten onder grote en acute druk komen te staan;

(b)

de tenuitvoerlegging van tijdelijke beschermingsmechanismen in de zin van Richtlijn 2001/55/EG;

b)

de tenuitvoerlegging van tijdelijke beschermingsmechanismen in de zin van Richtlijn 2001/55/EG;

c)

zware migratiedruk in derde landen, onder meer wanneer personen die bescherming behoeven, daar gestrand zijn als gevolg van politieke ontwikkelingen of conflicten, met name wanneer deze druk van invloed kan zijn op migratiestromen naar de EU.

c)

zware migratiedruk in derde landen, onder meer wanneer personen die bescherming behoeven, daar gestrand zijn als gevolg van politieke ontwikkelingen of conflicten, met name wanneer deze druk van invloed kan zijn op migratiestromen naar de EU. De maatregelen die in overeenstemming met dit artikel in derde landen worden uitgevoerd moeten consistent zijn met en in voorkomend geval een aanvulling vormen op het humanitaire beleid van de Unie en moeten de fundamentele mensenrechten en internationale wettelijke verplichtingen in acht nemen.

Motivering

Om de coherentie met EU-beleid op andere terreinen en de eerbiediging van de grondrechten te waarborgen.

Wijzigingsvoorstel 10

COM(2018) 471 final, artikel 26, lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Noodhulp kan bestaan in direct aan de gedecentraliseerde agentschappen verleende subsidies.

Noodhulp kan bestaan in subsidies die direct verleend worden aan de gedecentraliseerde agentschappen en aan de lokale en regionale overheden met een zware migratiedruk, in het bijzonder die overheden welke verantwoordelijk zijn voor de opvang en integratie van niet-begeleide minderjarigen .

Motivering

Lokale en regionale overheden zijn in veel gevallen bevoegd voor de opvang en integratie van niet-begeleide minderjarige immigranten, maar hebben vaak niet de capaciteit om zich van die taak te kwijten.

Wijzigingsvoorstel 11

COM(2018) 471 final, bijlage I (Criteria voor de toewijzing van financiering aan de programma’s in gedeeld beheer)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.

De in artikel 11 bedoelde beschikbare middelen worden als volgt over de lidstaten verdeeld:

1.

De in artikel 11 bedoelde beschikbare middelen worden als volgt over de lidstaten verdeeld:

a)

elke lidstaat ontvangt aan het begin van de programmeringsperiode eenmalig een vast bedrag van 5 000 000  EUR uit het fonds;

a)

elke lidstaat ontvangt aan het begin van de programmeringsperiode eenmalig een vast bedrag van 5 000 000  EUR uit het fonds;

b)

de resterende in artikel 11 bedoelde middelen worden verdeeld op basis van de volgende criteria:

30 % voor asiel;

30 % voor legale migratie en integratie;

40 % voor de aanpak van irreguliere migratie, met inbegrip van terugkeer.

b)

de resterende in artikel 11 bedoelde middelen worden verdeeld op basis van de volgende criteria:

33,3  % voor asiel;

33,3  % voor legale migratie en integratie;

33,3  % voor de aanpak van irreguliere migratie, met inbegrip van terugkeer.

Motivering

Asiel, legale migratie en integratie zijn voor een efficiënt beheer van migratiestromen even belangrijk als (zo niet belangrijker dan) irreguliere migratie/terugkeer.

II.   BELEIDSAANBEVELINGEN

HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO’S

1.

onderschrijft dat het gezien de veranderende uitdagingen op migratiegebied essentieel is om te investeren in een efficiënt en gecoördineerd beheer van migratie in de EU, ter ondersteuning van de lidstaten en hun lokale en regionale overheden. Dit is nodig om de door de EU beoogde ruimte van vrijheid, veiligheid en recht tot stand te brengen. In dit verband is het CvdR verheugd dat er in de EU-begroting meer aandacht en geld is voor migratie, maar is het bezorgd dat de middelen voor grensbeschermingsmaatregelen veel meer stijgen dan de middelen voor het Fonds voor asiel en migratie. Het stelt dan ook voor dat de middelen voor het Fonds voor asiel en migratie in dezelfde mate stijgen als de middelen voor het beheer van de buitengrenzen, d.w.z. met een vermenigvuldigingsfactor van 2,4.

2.

De EU en de lidstaten moeten tot een gecoördineerde aanpak komen teneinde werk te maken van een gemeenschappelijk asiel- en migratiebeleid dat gebaseerd is op de beginselen van solidariteit en een eerlijke verdeling van de verantwoordelijkheid.

3.

Het CvdR is ingenomen met de instelling van het Fonds voor asiel en migratie en andere nieuwe of herziene instrumenten (IBMF, ESF+, EFRO, NDCI, IPAIII) waarmee financieel wordt ingespeeld op zowel de interne als externe aspecten van migratie.

4.

Een doeltreffend beheer van de buitengrenzen van de EU is noodzakelijk, maar het zou geen zoden aan de dijk zetten en niet stroken met de kernwaarden van de EU als de nadruk primair op grensbewaking wordt gelegd en minder op de andere essentiële aspecten van een alomvattend EU-migratiebeleid, inclusief een hervormd asielstelsel van de EU, samenhangende en ambitieuze beleidsmaatregelen om legale migratie te faciliteren en integratie te ondersteunen, een slagvaardig optreden om mensenhandel te bestrijden en krachtige maatregelen om de diepere oorzaken van migratie aan te pakken.

5.

Het is essentieel om te zorgen voor synergie, samenhang en efficiëntie tussen het Fonds voor asiel en migratie en andere fondsen en maatregelen van de EU, met name die welke betrekking hebben op de bescherming van de grondrechten, de bevordering van sociale cohesie en het externe en ontwikkelingsbeleid.

6.

Het gemeenschappelijke Europese asielstelsel dient te worden hervormd om efficiënte asielprocedures te waarborgen waarmee de rechten van personen die op zoek zijn naar bescherming worden gegarandeerd, secundaire bewegingen worden voorkomen en gezorgd wordt voor uniforme en passende opvangvoorzieningen en normen voor de verlening van internationale bescherming.

7.

Partnerschappen en samenwerking met derde landen vormen een essentieel onderdeel van het migratiebeleid van de EU en zijn onmisbaar om de onderliggende oorzaken ervan aan te pakken. Naar het oordeel van het CvdR moet het fonds daarom financiële prikkels verlenen voor dergelijke samenwerking, ook met het oog op de tenuitvoerlegging van het hervestigingskader van de EU. Het is echter niet de bedoeling dat kredieten voor externe ontwikkeling alleen gebruikt worden om migratie te voorkomen.

8.

Het CvdR neemt kennis van de nieuwe benadering die gehanteerd wordt om een onderscheid te maken tussen integratiemaatregelen voor de korte en voor de lange termijn, waarbij laatstgenoemde nu uit het ESF+ worden gefinancierd. Het ESF+ moet absoluut de noodzakelijke financiële middelen krijgen om zich van deze nieuwe taak te kunnen kwijten. Dat het woord „integratie” is verdwenen uit de naam van het fonds, dat nu Fonds voor asiel en migratie heet, wordt door het CvdR betreurd, vooral omdat de meeste integratiemaatregelen voor de korte termijn onder de verantwoordelijkheid van lokale en regionale overheden vallen.

9.

Met het nieuwe fonds wordt een hoger medefinancieringspercentage mogelijk (tot 90 %). Het CvdR juicht dit toe, want met name lokale en regionale overheden die onder druk staan en in het bijzonder die aan de EU-buitengrenzen, kunnen hiermee worden geholpen, maar het betreurt het dat er geen gehoor is gegeven aan zijn herhaaldelijk geformuleerde verzoeken om lokale en regionale overheden gedeeltelijk verantwoordelijk te maken voor het beheer van het Fonds voor asiel en migratie.

10.

Het Fonds voor asiel en migratie zal voor het eerst beheerd worden door de verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen. Hierdoor zouden lokale en regionale overheden meer worden betrokken bij de planning en implementatie van nationaal beleid, maar om dergelijke positieve effecten te bereiken is het wel zaak dat de beginselen van partnerschap en multilevel governance ten volle worden toegepast.

11.

Het CvdR onderstreept dat het fonds de lidstaten moet helpen bij het opzetten van gecoördineerde strategieën voor alle aspecten van migratie, de uitwisseling van informatie en geslaagde methoden, alsook samenwerking tussen verschillende instanties en bestuurslagen, en tussen lidstaten.

12.

Het voorstel bevat een verdeelsleutel voor de toewijzing van de middelen aan de lidstaten, naargelang van hun behoeften en de druk waarmee ze te maken hebben op drie hoofdterreinen: asiel (30 %); legale migratie en integratie (30 %); en de bestrijding van irreguliere migratie met inbegrip van terugkeerbeleid (40 %). Het CvdR vindt het echter niet duidelijk waarom aan deze drie elementen het voorgestelde gewicht is toegekend en stelt dan ook voor om alle drie hetzelfde gewicht te geven.

13.

Het CvdR erkent dat een doeltreffend terugkeerbeleid een wezenlijk onderdeel van een totaalaanpak van migratie vormt en dat het fonds daarom steun moet bieden om voor dit beleid gemeenschappelijke normen te ontwikkelen en om het op gecoördineerde wijze uit te voeren, waarbij de EU-wetgeving en de internationale mensenrechten en de waardigheid van de betrokkenen volledig in acht moeten worden genomen en waarbij het ook zaak is om in derde landen maatregelen voor de re-integratie van terugkeerders te treffen.

14.

In dit verband dringt het CvdR er bij de lidstaten op aan om in het belang van zowel de terugkeerders als de autoriteiten van de uitzendende en ontvangende landen, voorrang te geven aan vrijwillige terugkeer.

15.

Het CvdR onderschrijft dat het fonds de lidstaten zou moeten helpen bij hun tenuitvoerlegging van Richtlijn 2009/52/EG waarmee het te werk stellen van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen wordt verboden en werknemers die dit toch doen worden gestraft, en Richtlijn 2011/36/EU inzake bijstand aan en de ondersteuning en bescherming van slachtoffers van mensenhandel.

16.

Het CvdR betreurt het dat de lidstaten er niet langer toe verplicht zijn om ten minste 20 % van de beschikbare kredieten te bestemmen voor asielmaatregelen en 20 % voor integratie, want hierdoor dreigt de bestrijding van irreguliere migratie voorrang te krijgen boven andere maatregelen. Het dringt er dan ook op aan om deze minimumvereisten op het gebied van het toewijzen en besteden van kredieten opnieuw in te voeren.

17.

Het CvdR is van mening dat decentrale samenwerking een belangrijke rol kan spelen om goed bestuur in de herkomst- en doorreislanden te versterken en aldus migratiestromen te verminderen. Uit acties zoals het Nicosia-initiatief voor capaciteitsopbouw in Libische gemeenten blijkt in welke mate samenwerking tussen lokale en regionale overheden kan helpen om stabiliteit en welvaart in ons omringende landen te bevorderen.

18.

Het CvdR wijst erop dat het bij het faciliteren van dialoog en samenwerking met lokale en regionale overheden in herkomst- en doorreislanden van migranten zelf een rol speelt, bijv. via bestaande organen en platforms (Arlem, Corleap, gemengde raadgevende comités en werkgroepen), teneinde de doelstellingen van het Fonds voor asiel en migratie te verwezenlijken.

19.

De lidstaten moeten worden aangemoedigd om een deel van de kredieten van hun programma te gebruiken voor de financiering van met name:

integratiemaatregelen die door lokale en regionale overheden en maatschappelijke organisaties ten uitvoer worden gelegd;

acties ter ontwikkeling van doeltreffende alternatieven voor detentie;

programma’s inzake begeleide vrijwillige terugkeer en re-integratie en daarmee verband houdende activiteiten;

maatregelen die zijn gericht op kwetsbare verzoekers om internationale bescherming met bijzondere behoeften inzake opvang en/of procedures, met name kinderen en in het bijzonder kinderen die niet worden begeleid.

20.

Het CvdR is ingenomen met het voorgestelde kader voor noodhulp waarmee lidstaten het hoofd kunnen bieden aan problemen die voortvloeien uit een grote of onevenredige instroom van onderdanen van derde landen, met name wanneer er kwetsbare personen bij betrokken zijn, zoals niet-begeleide minderjarigen. Het vindt dat met name lokale en regionale overheden in deze situaties toegang moeten hebben tot dergelijke hulp.

21.

Het CvdR is van mening dat de voorgestelde wetgeving een duidelijke Europese meerwaarde heeft en dat het voorstel dan ook in overeenstemming is met de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid.

Brussel, 9 oktober 2018.

De voorzitter van het Europees Comité van de Regio's

Karl-Heinz LAMBERTZ