Brussel, 22.3.2017

COM(2017) 136 final

2017/0060(COD)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Richtlijn 2010/40/EU betreffende de periode voor de vaststelling van gedelegeerde handelingen

(Voor de EER relevante tekst)


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Richtlijn 2010/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 betreffende het kader voor het invoeren van intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer en voor interfaces met andere vervoerswijzen 1 (de ITS-richtlijn) is in augustus 2010 in werking getreden en heeft als doel de gecoördineerde EU-brede invoering en ingebruikname van intelligente vervoerssystemen (ITS) in het wegvervoer te versnellen. Volgens de richtlijn moeten door middel van gedelegeerde handelingen specificaties worden vastgesteld voor acties in vier prioritaire gebieden. De ITS-richtlijn was een van de eerste wetgevingsteksten van de Unie waarin het gebruik van gedelegeerde handelingen werd vastgelegd. De bevoegdheid om de gedelegeerde handelingen vast te stellen werd voor een bepaalde periode (tot en met 27 augustus 2017) aan de Commissie verleend.

Sinds de inwerkingtreding van de ITS-richtlijn zijn vier gedelegeerde handelingen vastgesteld. Samen met deskundigen van de lidstaten is de laatste hand gelegd aan een vijfde gedelegeerde handeling over de verlening van EU-brede multimodale reisinformatiediensten. Naast de interoperabiliteitsvereisten voor eCall dragen de mechanismen voor het delen van gegevens aanzienlijk bij tot de doelstellingen van de strategie voor de digitale eengemaakte markt 2 . De digitalisering zorgt er mee voor dat de vervoerssector duurzamer wordt.

Een digitaal vervoerssysteem vereist horizontaal denken, over de grenzen van vervoerswijzen en sectoren heen. Digitale technologieën zijn gebaseerd op een gegevenslaag die kan worden gecombineerd met een laag van innovatieve diensten en toepassingen. Dankzij specificaties in het kader van de ITS-richtlijn kunnen gemeenschappelijke functionele, technische, organisatorische en dienstbepalingen worden geformuleerd die de toegankelijkheid en beschikbaarheid bevorderen van gegevens die worden gebruikt om die laag van innovatieve diensten en applicaties te ontwikkelen.

In de context van de onlangs vastgestelde Europese strategie voor coöperatieve intelligente vervoerssystemen 3 (C-ITS) werkt de Commissie samen met deskundigen uit de lidstaten aan de instelling van een juridisch en technisch kader om de invoering van coöperatieve ITS te ondersteunen. Dat is een onderdeel van prioritair gebied IV van de ITS-richtlijn en een van de acties in het kader van de richtlijn waarvoor de Commissie de bevoegdheidsdelegatie wil gebruiken om technische, functionele en organisatorische specificaties vast te stellen. Een grondige voorbereiding is nodig om te waarborgen dat de specificaties alle aspecten dekken die essentieel zijn voor de geharmoniseerde en interoperabele invoering van C-ITS in de Unie. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de inbreng van en de nauwe samenwerking met belanghebbenden van het C-ITS-platform 4 en van de ervaring die is opgedaan met projecten voor de invoering van C-ITS, zoals initiatieven van de lidstaten in het kader van het C-ROADS-platform 5 . De C-ITS-specificaties zijn van fundamenteel belang voor de gecoördineerde en snelle invoering van coöperatieve, geconnecteerde en geautomatiseerde voertuigen in de Unie.

Er moet niet alleen worden gewerkt aan een juridisch en technisch kader ter ondersteuning van de invoering van CITS. Er zijn nog verscheidene andere acties nodig op het vlak van de vier prioritaire gebieden van de ITS-richtlijn 6 , zoals het opstellen van specificaties en normen voor de continuïteit en interoperabiliteit van diensten voor verkeers- en vrachtbeheer(prioritair gebied II), specificaties voor andere acties betreffende ITS-toepassingen voor verkeersveiligheid en -beveiliging (prioritair gebied III) en de vaststelling van de nodige maatregelen om verschillende ITS-toepassingen te integreren in een open platform aan boord van voertuigen (prioritair gebied IV, lid 1.1).

De bevoegdheidsdelegatie van de Commissie moet worden verlengd zodat zij nog andere specificaties kan vaststellen door middel van gedelegeerde handelingen. Bovendien moeten reeds vastgestelde specificaties soms worden geactualiseerd om rekening te houden met de technologische vooruitgang of de lessen die zijn getrokken uit de toepassing in de lidstaten.

De Commissie stelt daarom voor de bevoegdheidsdelegatie vanaf 27 augustus 2017 met vijf jaar te verlengen en ze daarna stilzwijgend met perioden van dezelfde duur te verlengen, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich daartegen verzet.

Samenhang met de huidige bepalingen op dit beleidsgebied

De enige doelstelling van dit voorstel is de bevoegdheidsdelegatie aan de Commissie voor de vaststelling van gedelegeerde handelingen te verlengen, zonder afbreuk te doen aan de beleidsdoelstellingen of het toepassingsgebied van de ITS-richtlijn.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Artikel 91 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

Subsidiariteit (voor niet-exclusieve bevoegdheden)

De ITS-richtlijn betreft transnationale aspecten die niet voldoende kunnen worden behandeld door de lidstaten alleen, zoals de interoperabiliteit van apparatuur en de versterking van de interne markt voor ITS-diensten (en die aldus de concurrentiepositie van de EU op wereldschaal versterken en bijdragen tot werkgelegenheid en groei).

Overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel blijft een (kader)richtlijn zoals de ITS-richtlijn een van de geschiktste middelen om het beoogde resultaat te bereiken. De overkoepelende beginselen en randvoorwaarden voor de invoering van ITS worden in praktijk gebracht door specificaties die zijn ontwikkeld met de sterke inbreng van deskundigen uit de lidstaten. De Commissie heeft ook een Europese ITS-adviesgroep opgericht, waarin vertegenwoordigers van openbare en private ITS-stakeholders advies geven over de zakelijke en technische aspecten van de tenuitvoerlegging en invoering van ITS in de EU.

De door de Commissie vastgestelde specificaties zijn van toepassing krachtens artikel 5 van de ITS-richtlijn, waarin wordt gesteld dat de lidstaten het recht hebben om zelf te besluiten over de invoering van ITS-toepassingen en -diensten op hun grondgebied.

Evenredigheid

De betrokkenheid van de Commissie is beperkt tot wat minimaal nodig is om de doelstellingen van het voorstel te bereiken, en gaat niet verder dan wat daarvoor nodig is. De Commissie moet zich, ter ondersteuning van de lidstaten en met de hulp van nationale ITS-deskundigen, beperken tot het ontwikkelen van procedures en specificaties in welomschreven prioriteitsgebieden die een supranationale aanpak vergen.

Als de bevoegdheidsdelegatie aan de Commissie niet wordt verlengd, zou dat de EUwijde geïntegreerde en gecoördineerde invoering in gevaar brengen van interoperabele ITS in het wegvervoer en interfaces met andere vervoerswijzen. Het zou onpraktisch en tijdrovend zijn om de Raad en het Europees Parlement alle nodige gedetailleerde specificaties een voor een te laten vaststellen.

3.RESULTATEN VAN EX-POSTEVALUATIES, RAADPLEGINGEN VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELINGEN

Ex-postevaluaties/geschiktheidscontroles van bestaande wetgeving

In een verslag van oktober 2014 over de tenuitvoerlegging van de ITS-richtlijn 7 wordt beklemtoond dat de bevoegdheidsdelegatie waardoor de Commissie gedelegeerde handelingen voor ITS-specificaties kan vaststellen, moet worden verlengd (vanaf augustus 2017) en dat, in een tweede fase, eventueel een grondiger herziening van de richtlijn moet worden voorbereid om rekening te kunnen houden met de continue technische evolutie op het gebied van ITS. Dit voorstel heeft alleen betrekking op de verlenging van de bevoegdheidsdelegatie.

Raadpleging van belanghebbenden

Het resultaat van de raadpleging 8 die vóór de vaststelling van de ITS-richtlijn en het ITS-actieplan is gehouden, is nog steeds relevant, bv. wat betreft grensoverschrijdende samenwerking, de uitvoeringsstrategie en de coördinatie met belanghebbenden.

Recent zijn groepen belanghebbenden gericht geraadpleegd, met name het Europees ITS-comité en de leden van de Europese ITS-adviesgroep. Er is algemeen overeengekomen dat de bevoegdheidsdelegatie aan de Commissie om gedelegeerde handelingen vast te stellen, moet worden verlengd.

Effectbeoordeling

Een effectbeoordeling is niet gepland, omdat de verlenging geen gevolgen heeft voor het toepassingsgebied en de inhoud van de ITS-richtlijn zelf.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de EU-begroting.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Keuze van de rechtsvorm van het voorstel

Doel van het voorstel is de verlenging van de bevoegdheidsdelegatie aan de Commissie om gedelegeerde handelingen vast te stellen. Hoewel zij een onderdeel van de richtlijn vormen, zijn de nieuwe bepalingen in feite niet gericht tot de lidstaten maar tot de instellingen van de Unie. Daarom moeten zij niet worden omgezet in nationale wetgeving en moeten zij niet worden vastgesteld in de vorm van een besluit.

Toelichting bij de specifieke bepalingen van het voorstel

In artikel 1 wordt de bevoegdheidsdelegatie aan de Commissie om gedelegeerde handelingen vast te stellen, met vijf jaar verlengd. Daarna wordt de bevoegdheidsdelegatie stilzwijgend met telkens vijf jaar verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich daartegen verzet.

In artikel 2 wordt bepaald dat het besluit in werking treedt op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Europese Economische Ruimte

De voorgestelde handeling is relevant voor de EER.

2017/0060 (COD)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Richtlijn 2010/40/EU betreffende de periode voor de vaststelling van gedelegeerde handelingen

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 9 ,

Gezien het advies van het Comité van de Regio's 10 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Richtlijn 2010/40/EU van het Europees Parlement en de Raad 11 voorziet in de ontwikkeling van specificaties voor prioritaire acties op prioritaire gebieden.

(2)Sinds de inwerkingtreding van Richtlijn 2010/40/EU heeft de Commissie vier gedelegeerde handelingen met betrekking tot prioritaire acties van die richtlijn vastgesteld. Die hebben met name betrekking op eCall en mechanismen voor het delen van gegevens, waardoor elektronische gegevensuitwisseling tussen de betrokken overheden en belanghebbenden en de desbetreffende ITS-dienstverleners wordt vergemakkelijkt. Er moeten nog andere gedelegeerde handelingen worden vastgesteld voor nog uit te voeren acties binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2010/40/EU.

(3)Volgens artikel 12 van Richtlijn 2010/40/EU eindigt de bevoegdheidsdelegatie aan de Commissie om de in artikel 7 van de richtlijn genoemde gedelegeerde handelingen vast te stellen, op 27 augustus 2017.

(4)Teneinde de doelstellingen van Richtlijn 2010/40/EU te verwezenlijken, moet de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen, vanaf 27 augustus 2017 voor nog eens vijf jaar aan de Commissie worden overgedragen. Deze periode moet daarna stilzwijgend met eenzelfde periode worden verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich tegen dergelijke verlenging verzet. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden geschikte raadplegingen houdt, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In artikel 12 van Richtlijn 2010/40/EU wordt lid 1 vervangen door:

"1.De in artikel 7 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt met ingang van 27 augustus 2017 aan de Commissie overgedragen voor een periode van vijf jaar. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend verlengd met perioden van dezelfde duur, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke periode tegen deze verlenging verzet. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van elke periode van 5 jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie."

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

(1) PB L 207 van 6.8.2010, blz. 1.
(2) http://ec.europa.eu/priorities/digital-single-market_en  
(3) Een Europese strategie betreffende ITS, op naar de introductie van coöperatieve, communicerende en geautomatiseerde voertuigen (COM(2016) 766).
(4) http://ec.europa.eu/transport/themes/its/c-its_en  
(5) https://ec.europa.eu/transport/themes/its/news/2016-10-07-european-commission-member-states-and-industry-join-forces-deployment_en  
(6) Zie bijlage I bij de richtlijn.
(7) http://ec.europa.eu/transport/themes/its/road/action_plan/its_reports_en.htm
(8) http://ec.europa.eu/transport/modes/road/consultations/2008_03_26_its_en.htm
(9) PB C , , blz. .
(10) PB C , , blz. .
(11) Richtlijn 2010/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 betreffende het kader voor het toepassen van intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer en voor interfaces met andere vervoerswijzen (PB L 207 van 6.8.2010, blz. 1).