Brussel, 6.9.2017

COM(2017) 465 final

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE RAAD EN DE RAAD

Vijftiende verslag over herplaatsing en hervestiging


1Inleiding

In dit vijftiende verslag over herplaatsing en hervestiging worden de dringende maatregelen uiteengezet die nog moeten worden genomen om zo snel mogelijk te zorgen voor de herplaatsing van alle personen in Italië en Griekenland die daarvoor in aanmerking komen, en om de doelstellingen op het gebied van hervestiging te verwezenlijken.

Het herplaatsingstempo blijft toenemen en is in 2017 aanzienlijk gestegen. Sinds februari 2017 hebben per maand gemiddeld 2 300 herplaatsingen plaatsgevonden. De lidstaten herplaatsten drieënhalf keer meer dan in dezelfde periode in 2016. Op 4 september 2017 waren in totaal bijna 27 700 mensen herplaatst (19 244 vanuit Griekenland en 8 451 vanuit Italië). Na het recordaantal herplaatsingen in juni 2017 is het tempo in juli en augustus echter vertraagd. Ondanks de oproepen van de Commissie om het tempo van de herplaatsingen, met name vanuit Italië, aan te houden en te versnellen, en ondanks de verbintenis die de ministers tijdens de informele Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 6 juli 2017 zijn aangegaan om alles in het werk te stellen voor de herplaatsing van iedereen in Italië die daarvoor in aanmerking komt, zijn in de zomermaanden slechts ongeveer 4 400 mensen uit Italië en Griekenland herplaatst (gemiddeld 600 per maand vanuit Italië).

In Italië, waar de migratiedruk bijzonder hoog blijft, bevindt zich nog steeds een aanzienlijk aantal migranten die voor herplaatsing in aanmerking komen. Van de nationaliteiten die in aanmerking komen voor herplaatsing vanuit Italië, vormen Eritreeërs de grootste groep. In 2017 is tot dusver een tamelijk bescheiden aantal Eritreeërs aangekomen: ruim 5 600, bovenop de 20 700 die in 2016 zijn aangekomen en de bijna 2 000 Syriërs die de Italiaanse kust hebben bereikt. Aangezien het huidige herplaatsingstempo nog steeds onvoldoende is om iedereen die daarvoor in aanmerking komt, te herplaatsen, is het van cruciaal belang dat de lidstaten nu hun toezeggingen en wettelijke verplichtingen nakomen en aanzienlijk meer vaart zetten achter herplaatsing vanuit Italië. Dit zou helpen om de druk op de overbelaste asiel- en opvangvoorzieningen in Italië te verlichten.

Wat Griekenland betreft, heeft het aantal herplaatsingen zich in de zomermaanden gestabiliseerd op 1 700. Er is echter nog een extra inspanning nodig om alle in aanmerking komende aanvragers te herplaatsen. Op 4 september waren 27 382 personen geregistreerd voor herplaatsing en moesten nog minstens 2 800 personen worden herplaatst. De lidstaten zouden inspanningen moeten blijven leveren om te waarborgen dat alle migranten die daarvoor in aanmerking komen, daadwerkelijk worden herplaatst.

Er wordt verdere vooruitgang geboekt met de uitvoering van de conclusies van de Raad van juli 2015 1 inzake de hervestiging van 22 504 personen. Een aantal lidstaten dat ruime verbintenissen is aangegaan, is deze inmiddels nagekomen en richt zijn inspanningen nu op hervestiging op grond van de verklaring EU-Turkije. De lidstaten die nog niet tot hervestiging zijn overgegaan of hun streefcijfer nog lang niet hebben gehaald, zouden hun inspanningen onmiddellijk moeten opvoeren.

2Herplaatsing

Sinds februari 2017 bedraagt het aantal herplaatsingen gemiddeld 2 300 per maand en dit tempo neemt nog voortdurend toe. Het merendeel van de lidstaten verricht op regelmatige basis toezeggingen en herplaatsingen. Er zijn echter aanvullende inspanningen van alle lidstaten van herplaatsing nodig om iedereen in Italië en Griekenland die daarvoor in aanmerking komt, te herplaatsen.

Lidstaten die hun herplaatsingstoewijzing nog niet volledig hebben benut, zouden hun toezeggingen moeten verhogen en de herplaatsingen die vanwege de achterstand niet hebben plaatsgevonden, moeten versnellen. Alle lidstaten zouden hun verbintenissen moeten blijven nakomen om ervoor te zorgen dat alle in aanmerking komende aanvragers zowel vanuit Italië als vanuit Griekenland worden herplaatst. 

Zoals in eerdere verslagen reeds is opgemerkt, zijn Hongarije en Polen de enige lidstaten die nog geen enkele persoon hebben herplaatst en heeft Polen sinds 16 december 2015 geen enkele plaats meer toegezegd. Bovendien heeft Tsjechië sinds mei 2016 geen toezeggingen meer gedaan en sinds augustus 2016 niemand meer herplaatst. Deze landen zouden onverwijld toezeggingen moeten gaan doen en met herplaatsing moeten starten.  

2.1    Griekenland: extra inspanningen nodig om alle in aanmerking komende aanvragers te herplaatsen

Op 4 september hadden in totaal 27 382 personen een verzoek in het kader van de herplaatsingsregeling ingediend; 19 244 personen zijn inmiddels herplaatst, terwijl 2 741 personen nog wachten op herplaatsing 2 . Het aantal voor herplaatsing geregistreerde personen zal naar verwachting stabiel blijven, hoewel rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat tot 26 september 2017 nog meer herplaatsingskandidaten worden geregistreerd en sommige kandidaten van de herplaatsingsregeling worden uitgesloten. Met name zouden tussen de 1 500 en 2 000 personen die in eerste instantie naar de Dublinprocedure zijn doorverwezen, weer in de regeling voor herplaatsing kunnen worden opgenomen, wat inhoudt dat mogelijkerwijs in totaal nog ongeveer 4 700 personen moeten worden herplaatst 3 . Het is dan ook cruciaal dat de lidstaten op regelmatige basis toezeggingen blijven doen.

Zoals in eerdere verslagen is opgemerkt, hebben Malta en Letland hun toezeggingen volledig benut 4 , net als Noorwegen. Nu de herplaatsingen voor september uitgevoerd dan wel gepland zijn, zal Finland meer dan 90 % van zijn toewijzing hebben herplaatst, en Litouwen en Luxemburg meer dan 85 %. Zweden, dat pas in juni is overgegaan tot herplaatsing, zal bijna 70 % van zijn toewijzing hebben herplaatst. Oostenrijk heeft weliswaar aangekondigd van plan te zijn met herplaatsingen vanuit Griekenland te beginnen, maar moet nog een officiële toezegging doen. De Commissie verwacht dat Oostenrijk deze kwestie als prioriteit zal behandelen.

In augustus zijn bijna 1 800 mensen herplaatst. Het grootste knelpunt in de laatste fase van de uitvoering van de regeling is de beperkte opvangcapaciteit en het gebrek aan verwerkingscapaciteit in sommige lidstaten van herplaatsing, waardoor de verwerking van de herplaatsingsverzoeken geen gelijke tred houdt met die van de maandelijkse toezeggingen. Het gebrek aan verwerkingcapaciteit heeft, zoals eerder reeds opgemerkt, vooral tot gevolg dat de antwoorden op zich laten wachten en dat de nationale veiligheidsdiensten geen controles kunnen uitvoeren, met name wanner het betrokken land zowel hervestigt als herplaatst.

Om alle in aanmerking komende personen zo snel mogelijk te herplaatsen, zouden de landen met het grootste aantal lopende gevallen (Duitsland, Frankrijk, Ierland en Zwitserland) het tempo van de herplaatsingen dringend moeten opvoeren.

Niet-begeleide minderjarigen: opnieuw goede vooruitgang geboekt

Op 31 augustus waren er van de 586 niet-begeleide minderjarigen die voor herplaatsing in aanmerking komen, 420 daadwerkelijk herplaatst. Dezelfde lidstaten (België, Duitsland, Ierland, Nederland, Spanje) bieden nog steeds plaatsen aan voor deze categorie kwetsbare aanvragers en de Commissie juicht dit toe. Het is echter van cruciaal belang dat alle lidstaten herplaatsingsverzoeken voor deze bijzonder kwetsbare groep aanvaarden. De lidstaten worden gestimuleerd om, wanneer dit nodig is 5 , plaatsen voor de herplaatsing van de geregistreerde van hun familie gescheiden minderjarigen ter beschikking te blijven stellen, en om toepassing van een te restrictief beleid ten aanzien van het bewijs van bestaan van familiebanden te vermijden. Bij de beoordeling van de belangen van het kind wordt ten eerste bepaald of de minderjarige moet worden herplaatst en ten tweede naar welke lidstaat.

Dringende actie is nodig op de volgende punten:

·Alle lidstaten zouden naargelang van de behoefte toezeggingen moeten blijven doen om te waarborgen dat alle in aanmerking komende aanvragers worden herplaatst. Met name lidstaten die hun herplaatsingstoewijzing nog niet volledig hebben benut, zouden hun toezeggingen moeten verhogen en de herplaatsingen van alle in aanmerking komende aanvragers moeten versnellen.

·Oostenrijk zou zijn aankondiging gestand moeten doen en onmiddellijk moeten overgaan tot toezeggingen en tot herplaatsing vanuit Griekenland.

·In deze laatste uitvoeringsfase zouden Duitsland, Frankrijk, Ierland en Zwitserland hun inspanningen verder moeten opvoeren om de herplaatsingen te versnellen.

·De lidstaten zouden flexibiliteit aan de dag moeten leggen bij het herplaatsen van niet-begeleide minderjarigen die van hun familie gescheiden zijn.

2.2    Italië: meer inspanningen nodig om alle in aanmerking komende aanvragers te herplaatsen

Gezien het huidige tempo (slechts 544 aanvragers herplaatst in juli en 467 in augustus) is het duidelijk dat op beide fronten meer moet worden gedaan: alle in 2017 aangekomen in aanmerking komende personen moeten worden geïdentificeerd en geregistreerd (Italië) en snel worden herplaatst (lidstaten van herplaatsing).

Met het oog op de herplaatsing van alle in aanmerking komende aanvragers moeten in 2017 aangekomen aanvragers nog sneller worden geïdentificeerd en geregistreerd voor herplaatsing.

Bovenop de 20 700 aanvragers die in 2016 in Italië zijn aangekomen, zijn in 2017 tot dusver ongeveer 7 600 in aanmerking komende aanvragers (vooral Eritreeërs en Syriërs) in Italië aangekomen. Slechts ca. 4 000 van hen zijn in 2017 geregistreerd voor herplaatsing; sinds het begin van de regeling ligt het aantal inmiddels op ongeveer 11 000. Dit tempo bij de identificatie, registratie en verwerking, in het geval van de Eritreeërs, stemt echter niet overeen met het tempo waartegen in aanmerking komende aanvragers in Italië aankomen. Daarom moet Italië prioritair inzetten op een snellere identificatie en registratie van alle op zijn grondgebied aangekomen in aanmerking komende aanvragers, en op een snellere verwerking, zodat de herplaatsingsverzoeken sneller en zodra de lidstaten een toezegging doen, kunnen worden ingediend bij de lidstaten van herplaatsing.

Met het oog daarop moet Italië, met de steun van het EASO, de herplaatsingsregeling beter onder de aandacht brengen bij de lokale overheden en de opvangcentra, onder meer door ervoor te zorgen dat ook potentiële kandidaten die zich momenteel buiten het officiële opvangsysteem van Italië bevinden, snel worden geregistreerd en in de herplaatsingsregeling worden opgenomen. Voor zover mogelijk zou gebruik moeten worden gemaakt van de informatiecampagne van het EASO en de EASO-hotline voor herplaatsing. Daarvoor is een nauwere samenwerking tussen de Italiaanse autoriteiten en het EASO van cruciaal belang. Het EASO is ook bereid om het aantal en de actieve aanwezigheid van zijn mobiele teams te verhogen om alle aanvragers die in aanmerking zouden kunnen komen, maar nog niet voor herplaatsing zijn geregistreerd, te bereiken, hen vlotter in de regeling te registreren en de verwerking van hun dossier te vergemakkelijken. Naar aanleiding van de brief die premier Gentiloni op 14 augustus aan voorzitter Juncker, eerste vicevoorzitter Timmermans en commissaris Avramopoulos heeft gericht, zou de samenwerking met het EASO verder moeten worden versterkt.

Met betrekking tot toezeggingen en herplaatsingen zouden de lidstaten alle fasen van de procedure moeten versnellen zolang behoefte blijft bestaan aan meer toezeggingen om alle in aanmerking komende aanvragers snel te herplaatsen.

De Commissie is verheugd over de herplaatsing van de eerste vijftien aanvragers vanuit Italië naar Oostenrijk en over de verhoging van de toezegging van Frankrijk en Spanje, die nu tot daadwerkelijke herplaatsingen zou moeten leiden. De eerste herplaatsingen vanuit Italië naar Slowakije worden momenteel verwerkt en de Commissie verwacht dat deze zonder vertraging van start zullen gaan. Duitsland en Zwitserland zouden de termijnen verder moeten inkorten aangezien bepaalde herplaatsingsverzoeken al sinds vorig jaar in behandeling zijn.

Naar aanleiding van de uitnodiging van Italië zou met de betrokken lidstaten zo snel mogelijk een akkoord over de bilaterale regelingen inzake aanvullende veiligheidsgesprekken moeten worden bereikt, zodat de herplaatsing naar die lidstaten onmiddellijk van start kan gaan. De Commissie is in dit verband ingenomen met de recent door Estland gedane toezegging en gaat ervan uit dat de eerste herplaatsingen spoedig zullen volgen.

Zoals reeds is opgemerkt in het vorige verslag, kunnen personen die vóór of ten laatste op 26 september 2017 6 aankomen, nog steeds binnen een redelijke termijn daarna 7 worden herplaatst, mits zij aan de voorwaarden voldoen. Dit betekent dat de lidstaten naargelang van de behoefte plaatsen moeten blijven toezeggen, zodat Italië ook na die datum nog herplaatsingsverzoeken kan indienen zodra de in aanmerking komende aanvragers zijn geregistreerd en hun dossiers klaar zijn. Sommige lidstaten doen weliswaar voldoende toezeggingen, maar zouden (met name Estland en Slowakije) moeten vermijden te restrictieve voorkeuren toe te passen waaraan Italië bijna onmogelijk tegemoet kan komen. Met het oog op een vlotte en efficiënte uitvoering van de laatste fase van de herplaatsingsregeling zal voorafgaande planning en coördinatie van cruciaal belang zijn voor lidstaten met ruime maandelijkse toezeggingen.

Herplaatsing van niet-begeleide minderjarigen

Sinds mei 2017, toen deze herplaatsingen van start zijn gegaan, zijn 31 niet-begeleide minderjarigen vanuit Italië herplaatst – 26 in Nederland, 2 in België, 2 in Noorwegen en 1 in Duitsland. Daarnaast is nog 1 geval aanvaard, zijn er 59 gevallen waarvoor verzoeken bij de lidstaten zijn ingediend, zijn ruim 80 gevallen klaar voor indiening en zijn er nog meer in voorbereiding.

Deze positieve ontwikkelingen zijn het resultaat van een gecoördineerd optreden van het team van de Commissie in Italië 8 , de Italiaanse autoriteiten en het EASO. De prefetture/questure op Sicilië hebben een document van twee bladzijden ontvangen waarin de verschillende stappen van de herplaatsingsprocedure voor niet-begeleide minderjarigen beknopt worden uitgelegd. Voorts is in de questure op Sicilië een rondreizend EASO-team ingezet dat medio augustus is begonnen met het faciliteren van de registratie van niet-begeleide, voor herplaatsing in aanmerking komende minderjarigen.

Als gevolg van de snellere registratie van niet-begeleide minderjarigen met het oog op herplaatsing zal de komende weken naar verwachting een groot aantal van deze minderjarigen worden geregistreerd. Daarom blijft het van cruciaal belang dat zowel de Italiaanse autoriteiten als de lidstaten verzoeken inzake kwetsbare gevallen en niet-begeleide minderjarigen met absolute prioriteit behandelen. Bovendien zouden bepaalde lidstaten (Duitsland) de toepassing van strikte voorkeuren ten aanzien van niet-begeleide minderjarigen moeten stopzetten. Om niet-begeleide minderjarigen die vóór of ten laatste op 26 september in Italië zijn aangekomen, snel na hun aankomst te registreren en te herplaatsen, zal de komende weken de volledige steun van alle lidstaten vereist zijn, onder meer in de vorm van meer toezeggingen voor niet-begeleide minderjarigen.

Dringende actie is nodig op de volgende punten:

·Italië moet de identificatie en registratie van alle op zijn grondgebied aangekomen in aanmerking komende aanvragers versnellen, onder meer via de EASO-informatiecampagne, en moet tevens het tempo van de verwerking van herplaatsingsgevallen opvoeren. 

·De eerste herplaatsingen in Slowakije en Estland zouden onverwijld moeten worden uitgevoerd en Duitsland en Zwitserland zouden zich verder moeten inspannen om binnen de in het herplaatsingsprotocol bepaalde termijnen op herplaatsingsverzoeken te reageren.

·Aangezien alleen Malta en Finland bijna aan hun volledige toewijzing voor Italië hebben voldaan, zouden alle andere lidstaten toezeggingen moeten blijven doen of, zo nodig, hun toezeggingen verhogen, teneinde alle in aanmerking komende aanvragers te herplaatsen.

·Sommige lidstaten (Estland, Frankrijk, Slowakije) zouden de toepassing van te restrictieve voorkeuren moeten vermijden, en lidstaten met ruime toewijzingen zouden moeten zorgen voor voorafgaande planning en zouden flexibiliteit aan de dag moeten leggen wat de logistieke kant van de herplaatsingen betreft.

·Alle lidstaten zouden prioriteit moeten geven aan verzoeken voor kwetsbare aanvragers, met name niet-begeleide minderjarigen, zouden de toepassing van strikte voorkeuren moeten vermijden (Duitsland) en zouden in het kader van hun toezeggingen voldoende plaatsen voor dergelijke aanvragers beschikbaar moeten blijven stellen.

3Hervestiging

Er wordt vooruitgang geboekt met de uitvoering van de conclusies van 20 juli 2015. Van de 22 504 hervestigingen die in het kader van de conclusies zijn overeengekomen, is al meer dan 75 % uitgevoerd. De inspanningen blijven vooral gericht op hervestigingen uit Turkije uit hoofde van de verklaring EU-Turkije van 18 maart 2016. De reden daarvoor is dat sommige lidstaten met hoge quota al aan hun hervestigingsverplichtingen uit hoofde van de conclusies hebben voldaan of dit zeer binnenkort zullen doen. Er wordt ook nog steeds hervestigd vanuit andere landen, voornamelijk Jordanië en Libanon.

Op 4 september 2017 waren uit hoofde van de conclusies van 20 juli 2015 17 305 personen hervestigd in 22 landen (België, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Ierland, IJsland, Italië, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Zwitserland). De inspanningen van de lidstaten om Syriërs vanuit Turkije te hervestigen in het kader van de verklaring EU-Turkije, zijn hierbij in aanmerking genomen. Sinds 4 april 2016 zijn in het kader van deze regeling 8 834 Syriërs vanuit Turkije hervestigd, 1 028 van hen sinds de laatste verslagperiode. Het resterende aantal toezeggingen bedraagt nu 20 687 voor Syriërs. Tot dusver heeft hervestiging in het kader van de verklaring EU-Turkije plaatsgevonden naar België, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Roemenië, Spanje en Zweden. Bovendien heeft Noorwegen sinds 4 april 2016 vanuit Turkije 629 Syriërs hervestigd. Sinds de inwerkingtreding van deze twee regelingen zijn in dit verband in totaal 22 518 mensen hervestigd.

Zeven lidstaten (Duitsland, Estland, Finland, Ierland, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Zweden) en drie geassocieerde landen (IJsland, Liechtenstein en Zwitserland) hebben hun toezeggingen in het kader van de conclusies van 20 juli 2015 al gestand gedaan. Negen lidstaten hebben echter nog geen hervestigingen uitgevoerd in het kader van deze regeling 9 en dertien lidstaten hebben geen hervestigingen uitgevoerd in het kader van de verklaring EU-Turkije 10 . Een aantal van deze lidstaten is echter wel bereid tot hervestiging in het kader van de regelingen. Malta heeft in juli een selectiemissie in Turkije uitgevoerd en Cyprus zal waarschijnlijk in de loop van de komende weken een hervestigingsoperatie uitvoeren in het kader van de verklaring EU-Turkije. Kroatië heeft bovendien zijn toezegging in het kader van de verklaring EU-Turkije verhoogd van 30 tot 150 personen en heeft voor begin oktober een verificatiemissie in Turkije gepland. Slovenië heeft bij de UNHCR een verzoek ingediend om 60 personen te hervestigen in het kader van de verklaring EU-Turkije. Lidstaten waarvan de in het kader van de conclusies van 20 juli 2015 aangegane verbintenissen sterk afwijken van de daadwerkelijke uitvoering ervan, zullen hun verbintenissen waarschijnlijk niet gestand kunnen doen tenzij ze hun inspanningen fors opvoeren.

De lidstaten die hervestigen in het kader van de verklaring EU-Turkije, bereiden verdere hervestigingsoperaties voor, met onder meer missies naar Turkije om kandidaten te bevragen. De EU-delegatie in Ankara blijft de UNHCR erop wijzen dat het van belang is ook nieuwe kandidaten voor te stellen voor lidstaten die een beperkter aantal plaatsen hebben toegezegd.

Parallel met de uitvoering van de huidige verbintenissen inzake hervestiging vanuit Turkije wordt met de deelnemende staten en Turkije onderhandeld over de operationele standaardprocedures voor de vrijwillige regeling voor toelating op humanitaire gronden. De procedures zouden zo snel mogelijk moeten worden overeengekomen.

Om te zorgen voor constante financiële ondersteuning door de EU, heeft de Commissie de lidstaten op de achtste bijeenkomst van het forum hervestiging en herplaatsing op 4 juli verzocht om uiterlijk op 15 september 2017 nieuwe toezeggingen voor hervestiging voor het jaar 2018 te doen. Deze financieringsronde houdt verband met de reguliere toezeggingen op grond waarvan lidstaten in aanmerking komen voor EU-gelden ter ondersteuning van hun inspanningen op het gebied van hervestiging. Het betreft de voortzetting van een gecoördineerde EU-brede aanpak van hervestiging en loopt vooruit op de vaststelling van een Uniekader voor hervestiging. De hervestiging vanuit Turkije van Syriërs en andere onderdanen van derde landen die als gevolg van het conflict in Syrië zijn ontheemd, heeft nog steeds de hoogste prioriteit. Gelet op andere overwegingen, van humanitaire aard en inzake bescherming en migratiebeheer, wordt de lidstaten daarnaast verzocht om mensen die internationale bescherming behoeven, te hervestigen vanuit Libanon en Jordanië, alsook uit Noord-Afrika en de Hoorn van Afrika.

Met het oog op het redden van mensenlevens, het verminderen van de migratiedruk op Libië en het voorzien in alternatieven voor irreguliere secundaire bewegingen naar de EU, is de lidstaten, conform het actieplan van 4 juli 11 , specifiek verzocht zich te richten op ten minste beperkte hervestiging van de meest kwetsbare personen uit Egypte, Ethiopië, Libië, Niger en Sudan. Voorlopig is voor hervestiging in 2018 in totaal 377,5 miljoen EUR gereserveerd, waarmee de hervestiging kan worden ondersteund van ten minste 37 750 mensen die internationale bescherming behoeven.

De Commissie is op 25 augustus in een brief aan alle ministers van Binnenlandse Zaken op deze uitnodiging ingegaan en heeft alle lidstaten opgeroepen om zo ambitieus mogelijk te zijn en de inspanningen voor hervestiging vanuit Egypte, Ethiopië, Libië, Niger en Sudan op te voeren, om bij te dragen tot het stabiliseren van de problematische situatie in het centrale Middellandse Zeegebied en tot onze gemeenschappelijke inspanningen om levens te redden, en om alternatieven voor irreguliere verplaatsingen te bieden – er tegelijkertijd op toeziend dat de hervestiging vanuit Turkije en het Midden Oosten wordt voortgezet. De Commissie kijkt uit naar de toezeggingen van de lidstaten en staat klaar om hun financiële en praktische ondersteuning te verlenen.

Aanbevelingen:

·De lidstaten die nog niemand hebben hervestigd in het kader van de conclusies van de Raad van 20 juli 2015 (Bulgarije, Cyprus, Griekenland, Kroatië, Malta, Polen, Roemenië, Slovenië en Slowakije), alsmede de lidstaten die geen vorderingen hebben gemeld (Tsjechië en Denemarken), zouden onmiddellijk hun inspanningen om aan hun verbintenissen te voldoen, moeten opvoeren. Cyprus, Kroatië, Malta en Slovenië worden aangemoedigd om hun inspanningen tot uitvoering van de geplande hervestigingen voort te zetten.

·De lidstaten wordt verzocht om de algehele inspanningen die zij de afgelopen twee jaar hebben geleverd, verder op te voeren en de Commissie uiterlijk op 15 september 2017 in kennis te stellen van ambitieuze toezeggingen voor hervestiging in 2018.

4Volgende stappen

Er zijn nog steeds in aanmerking komende aanvragers die vanuit zowel Griekenland als Italië naar andere lidstaten moeten worden herplaatst. Bovendien komen er elke dag nieuwe in aanmerking komende aanvragers aan in Italië en is meer steun voor Italië vereist om de huidige migratiedruk te verlichten. Voorts identificeert Griekenland nieuwe in aanmerking komende aanvragers en is het dus nog steeds nodig dat de lidstaten toezeggingen blijven doen.

De Commissie is verheugd over de uitspraak van 6 september 2017 waarin het Hof de geldigheid van het tweede Raadsbesluit over herplaatsing bevestigt en het door Slowakije en Hongarije aangetekende beroep afwijst. De besluiten van de Raad zijn van toepassing op alle in aanmerking komende aanvragers die vóór of ten laatste op 26 september 2017 op het Griekse of Italiaanse grondgebied aankomen. Als zij aan alle vereisten van de besluiten van de Raad voldoen, komen zij in aanmerking voor herplaatsing en zouden zij binnen een redelijke termijn naar een andere lidstaat moeten worden overgebracht. Daarom is het van cruciaal belang dat alle lidstaten, met name Hongarije, Polen en Tsjechië, en de lidstaten die hun toewijzing niet volledig hebben gebruikt, hun inspanningen opvoeren om alle in aanmerking komende aanvragers vanuit Griekenland en Italië te herplaatsen. Dit is vooral belangrijk voor Italië, waar sinds begin 2017 een groot aantal voor herplaatsing in aanmerking komende aanvragers is aangekomen en er mogelijk meer kunnen aankomen in de periode tot 26 september. De lidstaten zouden daarom naargelang van de behoefte plaatsen moeten blijven toezeggen voor zowel Italië als Griekenland. De Commissie zal financiële ondersteuning blijven verlenen voor de herplaatsing van alle in aanmerking komende aanvragers, overeenkomstig de besluiten van de Raad.

Tegelijk zouden de lidstaten onmiddellijk hun inspanningen moeten opvoeren om hun verbintenissen inzake hervestiging gestand te doen; dit geldt met name voor de lidstaten die nog niemand hebben hervestigd en voor de lidstaten die hun streefcijfer nog lang niet hebben bereikt.

Het is nu zaak dat alle belanghebbenden streven naar de volledige uitvoering van de noodregelingen inzake herplaatsing en hervestiging. Overeenkomstig de conclusies van de informele bijeenkomst van de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken van 6 juli moet het ook als een topprioriteit blijven gelden de werkzaamheden voort te zetten in verband met het pakket van wetgevingsvoorstellen voor de hervorming van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel – met inbegrip van de Dublinverordening – op basis van de beginselen van solidariteit en verantwoordelijkheid.

(1)

http://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-11130-2015-INIT/nl/pdf  

(2)

     Van de kandidaten voor herplaatsing zijn er 2 765 door de lidstaten van herplaatsing geweigerd, naar de Dublinprocedure of de nationale Griekse procedure doorverwezen of, in een zeer beperkt aantal gevallen, overleden; 2 632 geregistreerde verzoeken werden uiteindelijk niet door de Griekse asieldienst aan de lidstaten voorgelegd, hoofdzakelijk omdat zij naar de Dublinprocedure waren doorverwezen, of omdat was vastgesteld dat de aanvragers om andere redenen niet in aanmerking kwamen, terwijl enkele verzoeken nog niet aan de lidstaten waren voorgelegd.

(3)

     Tussen maart 2017 en 16 augustus 2017 zijn 219 personen die internationale bescherming hebben aangevraagd, door de Griekse Dublineenheid doorverwezen naar het herplaatsingsprogramma.

(4)

     Dit omvat niet de specifieke toewijzing met betrekking tot de resterende 54 000 plaatsen.

(5)

     Hoewel er in principe geen extra toezeggingen meer hoeven te worden gedaan, is het mogelijk dat er meer plaatsen nodig zullen zijn indien een aantal Dublinverzoeken voor niet-begeleide minderjarigen die bij andere lidstaten zijn ingediend, wordt geweigerd.

(6)

     De einddatum van de respectieve besluiten van de Raad over herplaatsing.

(7)

     Binnen de termijn als vastgesteld in artikel 5 van de besluiten van de Raad over herplaatsing.

(8)

De Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken, de Italiaanse minister van Justitie en de lokale overheden, met name op Sicilië en in Rome.

(9)

     Bulgarije, Cyprus, Griekenland, Kroatië, Malta, Polen, Roemenië, Slovenië en Slowakije.

(10)

     Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Griekenland, Hongarije, Ierland, Kroatië, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije, Tsjechië en het Verenigd Koninkrijk.

(11)

     SEC(2017) 339.


Brussel, 6.9.2017

COM(2017) 465 final

BIJLAGE

bij het

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE RAAD EN DE RAAD

Vijftiende verslag over herplaatsing en hervestiging


Bijlage 1: Herplaatsingen vanuit Griekenland tot en met 4 september 2017

Lidstaat

Formeel toegezegd 1

Daadwerkelijk herplaatst

Juridisch in de besluiten van de Raad vastgelegde verbintenissen 2

Oostenrijk 3

1 491

België

955

677

2 415

Bulgarije

860

50

831

Kroatië

160

60

594

Cyprus

145

96

181

Tsjechië

30

12

1 655

Estland

382

141

204

Finland

1 349

1 196

1 299

Frankrijk

5 770

3 948

12 599

Duitsland

6 240

4 447

17 209

Hongarije

988

IJsland

Ierland

1 132

487

240

Letland

363

294

295

Liechtenstein

10

10

Litouwen

830

355

420

Luxemburg

298

271

309

Malta

138

101

78

Nederland

1 850

1 595

3 797

Noorwegen

685

693

Polen

65

4 321

Portugal

1 630

1 116

1 778

Roemenië

1 152

682

2 572

Slowakije

50

16

652

Slovenië

311

172

349

Spanje

1 875

1 089

6 647

Zweden 4

2 378

1 392

2 378

Zwitserland

630

344

TOTAAL

29 288

19 244

63 302

(1)

Verzonden via DubliNet in het kader van artikel 5, lid 2, van het besluit van de Raad.

(2)

Omvat niet de ca. 8 000 personen die nog moeten worden toegewezen in het kader van het eerste besluit van de Raad en de toewijzingen in het kader van de 54 000 plaatsen.

(3)

     Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/408 van de Raad van 10 maart 2016 inzake de tijdelijke opschorting van de herplaatsing van 30 % van de verzoekers die aan Oostenrijk zijn toegewezen op grond van Besluit (EU) 2015/1601 tot vaststelling van voorlopige maatregelen op het gebied van internationale bescherming ten gunste van Italië en Griekenland.

(4)

     Besluit (EU) 2016/946 van de Raad van 9 juni 2016 tot vaststelling van voorlopige maatregelen op het gebied van internationale bescherming ten gunste van Zweden overeenkomstig artikel 9 van Besluit (EU) 2015/1523 en artikel 9 van Besluit (EU) 2015/1601 tot vaststelling van voorlopige maatregelen op het gebied van internationale bescherming ten gunste van Italië en Griekenland.


Brussel, 6.9.2017

COM(2017) 465 final

BIJLAGE

bij het

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE RAAD EN DE RAAD

Vijftiende verslag over herplaatsing en hervestiging




Bijlage 2: Herplaatsingen vanuit Italië tot en met 4 september 2017

Lidstaat

Formeel toegezegd 1

Daadwerkelijk herplaatst

Juridisch in de besluiten van de Raad vastgelegde verbintenissen 2

Oostenrijk 3

50

15

462

België

390

259

1 397

Bulgarije

160

471

Kroatië

86

18

374

Cyprus

60

34

139

Tsjechië

20

1 036

Estland

14

125

Finland

779

755

779

Frankrijk

1 170

330

7 115

Duitsland

6 010

3 405

10 327

Hongarije

306

IJsland

Ierland

20

360

Letland

264

27

186

Liechtenstein

Litouwen

200

27

251

Luxemburg

210

111

248

Malta

67

47

53

Nederland

875

762

2 150

Noorwegen

815

815

Polen

35

1 861

Portugal

588

299

1 173

Roemenië

800

45

1 608

Slowakije

10

250

Slovenië

195

45

218

Spanje

625

168

2 676

Zweden 4

1 399

511

1 388

Zwitserland

900

778

TOTAAL

15 742

8 451

34 953

(1)

Verzonden via DubliNet in het kader van artikel 5, lid 2, van het besluit van de Raad.

(2)

Omvat niet de ca. 8 000 personen die nog moeten worden toegewezen in het kader van het eerste besluit van de Raad en de toewijzingen in het kader van de 54 000 plaatsen.

(3)

     Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/408 van de Raad van 10 maart 2016 inzake de tijdelijke opschorting van de herplaatsing van 30 % van de verzoekers die aan Oostenrijk zijn toegewezen op grond van Besluit (EU) 2015/1601 tot vaststelling van voorlopige maatregelen op het gebied van internationale bescherming ten gunste van Italië en Griekenland.

(4)

     Besluit (EU) 2016/946 van de Raad van 9 juni 2016 tot vaststelling van voorlopige maatregelen op het gebied van internationale bescherming ten gunste van Zweden overeenkomstig artikel 9 van Besluit (EU) 2015/1523 en artikel 9 van Besluit (EU) 2015/1601 tot vaststelling van voorlopige maatregelen op het gebied van internationale bescherming ten gunste van Italië en Griekenland.


Brussel, 6.9.2017

COM(2017) 465 final

BIJLAGE

bij het

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE RAAD EN DE RAAD

Vijftiende verslag over herplaatsing en hervestiging


Bijlage 3: Herplaatsingen vanuit Italië en Griekenland tot en met 4 september 2017

Lidstaat

Daadwerkelijk herplaatst vanuit Italië

Daadwerkelijk herplaatst vanuit Griekenland

Totaal daadwerkelijk herplaatst

Juridisch in de besluiten van de Raad vastgelegde verbintenissen 1

Oostenrijk 2

15

15

1 953

België

259

677

936

3 812

Bulgarije

50

50

1 302

Kroatië

18

60

78

968

Cyprus

34

96

130

320

Tsjechië

12

12

2 691

Estland

141

141

329

Finland

755

1 196

1 951

2 078

Frankrijk

330

3 948

4 278

19 714

Duitsland

3 405

4 447

7 852

27 536

Hongarije

0

1 294

IJsland

0

Ierland

487

487

600

Letland

27

294

321

481

Liechtenstein

10

10

Litouwen

27

355

382

671

Luxemburg

111

271

382

557

Malta

47

101

148

131

Nederland

762

1 595

2 357

5 947

Noorwegen

815

693

1 508

Polen

0

6 182

Portugal

299

1 116

1 415

2 951

Roemenië

45

682

727

4 180

Slowakije

16

16

902

Slovenië

45

172

217

567

Spanje

168

1 089

1 257

9 323

Zweden 3

511

1 392

1 903

3 766

Zwitserland

778

344

1 122

TOTAAL

8 451

19 244

27 695

98 255

(1)

Omvat niet de ca. 8 000 personen die nog moeten worden toegewezen in het kader van het eerste besluit van de Raad en de toewijzingen in het kader van de 54 000 plaatsen.

(2)

     Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/408 van de Raad van 10 maart 2016 inzake de tijdelijke opschorting van de herplaatsing van 30% van de verzoekers die aan Oostenrijk zijn toegewezen op grond van Besluit (EU) 2015/1601 tot vaststelling van voorlopige maatregelen op het gebied van internationale bescherming ten gunste van Italië en Griekenland.

(3)

     Besluit (EU) 2016/946 van de Raad van 9 juni 2016 tot vaststelling van voorlopige maatregelen op het gebied van internationale bescherming ten gunste van Zweden overeenkomstig artikel 9 van Besluit (EU) 2015/1523 en artikel 9 van Besluit (EU) 2015/1601 tot vaststelling van voorlopige maatregelen op het gebied van internationale bescherming ten gunste van Italië en Griekenland.


Brussel, 6.9.2017

COM(2017) 465 final

BIJLAGE

bij het

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE RAAD EN DE RAAD

Vijftiende verslag over herplaatsing en hervestiging







Bijlage 4: Stand van zaken per 4 september 2017 wat betreft hervestiging in het kader van de conclusies van 20 juli 2015
en het 1:1-mechanisme met Turkije (dat wordt toegepast sinds 4 april 2016)

Lidstaat/
geassocieerde staat

Toezeggingen in het kader van de regeling van 20 juli 2015

Totaal aantal hervestigde personen in het kader van de regeling van 20 juli 2015, met inbegrip van het 1:1-mechanisme met Turkije

Derde land waaruit hervestiging heeft plaatsgevonden

Oostenrijk

1 900

1 830

Libanon: 886; Jordanië: 614; Turkije: 329 (waarvan 152 via het 1:1-mechanisme); Irak: 1

België

1 100

905

Libanon: 448; Turkije: 708 via het 1:1-mechanisme (van wie 245 in het kader van de regeling van 20 juli en 463 buiten de regeling van 20 juli om 1 ); Turkije: 4; Jordanië: 184; Egypte: 24

Bulgarije

50

0

Kroatië

150

0

Cyprus

69

0

Tsjechië

400

52

Libanon: 32; Jordanië: 20

Denemarken

1 000

481

Libanon; Uganda

Estland

20

20

Turkije: 20 via het 1:1-mechanisme

Finland

293

293 2

Turkije: 754 3 via het 1:1-mechanisme, buiten de regeling van 20 juli om; Libanon: 282; Egypte: 7; Jordanië: 4

Frankrijk

2 375

1 965

Libanon: 1 062; Turkije: 926 in het kader van het 1:1-mechanisme (van wie 228 in het kader van de regeling van 20 juli en 698 buiten de regeling van 20 juli om 4 ); Jordanië: 539; Irak: 8; overige: 128

Duitsland

1 600

1 600

Turkije: 2 903 via het 1:1-mechanisme (van wie 1 600 in het kader van de regeling van 20 juli en 1 303 buiten de regeling van 20 juli om);

Griekenland

354

0

Hongarije

IJsland

50

50 5

Libanon

Ierland

520

520 6

Libanon

Italië

1 989

1 152

Libanon: 708; Turkije: 291 via het 1:1-mechanisme; Jordanië: 53; Syrië: 52; Sudan: 48

Letland

50

25

Turkije: 25 via het 1:1-mechanisme

Liechtenstein

20

20

Turkije

Litouwen

70

28

Turkije: 28 via het 1:1-mechanisme

Luxemburg

30

26

Libanon: 26; Turkije: 141 via het 1:1-mechanisme, buiten de regeling van 20 juli om 7

Malta

14

0

Nederland

1 000

1 000

Turkije: 1 942 via het 1:1-mechanisme (van wie 556 in het kader van de regeling van 20 juli en 1 386 buiten de regeling van 20 juli om); Turkije: 7; Libanon: 341; Kenia: 70; Ethiopië: 8; Jordanië: 7; Libië: 4; Israël: 2; Irak, Marokko, Egypte, Saudi-Arabië, Syrië: 1

Noorwegen

3 500

3 421

Libanon: 2 624; Turkije: 540; Jordanië: 257

Polen

900

0

Portugal

191

76

Egypte: 63; Turkije: 12 via het 1:1-mechanisme; Marokko: 1

Roemenië

80

0 8

Turkije: 11 via het 1:1-mechanisme, buiten de regeling van 20 juli om

Slowakije

100

0

Slovenië

20

0

Spanje

1 449

631

Libanon: 436; Turkije: 195 via het 1:1-mechanisme

Zweden

491

491

Turkije: 726 via het 1:1-mechanisme (van wie 269 in het kader van de regeling van 20 juli); Sudan: 124; Kenia: 80; Libanon: 8; Irak: 8; Egypte: 1; Jordanië: 1 

Zwitserland

519

519

Libanon: 431; Syrië: 88

Verenigd Koninkrijk

2 200

2 200

Jordanië, Libanon, Turkije, Egypte, Irak en andere landen

TOTAAL

22 504

17 305

 

In totaal werden 8 834 personen hervestigd vanuit Turkije op basis van het 1:1-mechanisme: 3 621 via de regeling van 20 juli 2015 en ernaast nog 5 213.

(1)

463 Syriërs die buiten de regeling van 20 juli 2015 om uit Turkije zijn hervestigd, moeten overeenkomstig Besluit (EU) 2016/1754 van de Raad worden meegerekend.

(2)

Dit aantal is exclusief de 754 Syriërs die zijn hervestigd vanuit Turkije via het 1:1-mechanisme.

(3)

 Van de 754 Syriërs die zijn hervestigd vanuit Turkije, zijn er 11 hervestigd via de nationale hervestigingsregeling en moeten er 743 worden meegerekend

overeenkomstig Besluit (EU) 2016/1754 van de Raad.

(4)

698 Syriërs die buiten de regeling van 20 juli 2015 om vanuit Turkije zijn hervestigd, moeten overeenkomstig Besluit (EU) 2016/1754 van de Raad worden meegerekend.

(5)

IJsland heeft in totaal 97 personen hervestigd; allen uit Libanon.

(6)

Ierland heeft daarnaast in dezelfde periode 265 personen die internationale bescherming behoeven, toegelaten via het nationale hervestigingsprogramma.

(7)

141 Syriërs die buiten de regeling van 20 juli 2015 om vanuit Turkije zijn hervestigd, moeten overeenkomstig Besluit (EU) 2016/1754 van de Raad worden meegerekend.

(8)

 19 in het kader van de regeling van 20 juli 2015 geselecteerde Syrische vluchtelingen wachten op overbrenging.