Brussel, 20.7.2016

COM(2016) 500 final

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

Een snellere overgang van Europa naar een koolstofarme economie

Mededeling bij de maatregelen in de context van de kaderstrategie voor de energie-unie: het wetsvoorstel inzake bindende jaarlijkse streefcijfers voor de lidstaten betreffende de broeikasgasemissies voor 2021-2030, het wetsvoorstel betreffende de integratie van broeikasgasemissies en onttrekkingen als gevolg van landgebruik, veranderingen in landgebruik en bosbouw in het klimaat- en energiekader 2030 en de mededeling over de Europese strategie voor emissiearme mobiliteit


1.Inleiding

De wereldwijde overgang naar een koolstofarme en circulaire economie is uit de startblokken gekomen en heeft een nieuwe impuls gekregen dankzij de overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering 1 en de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling. Deze overgang is noodzakelijk als we banen, groei en investeringsmogelijkheden willen creëren voor de huidige en toekomstige generaties Europeanen en tegelijkertijd ook de gevaarlijke klimaatverandering willen afwenden. Als de EU haar pioniersvoordeel inzake hernieuwbare energie en energie-efficiëntie niet handhaaft en haar concurrentievermogen op de wereldwijde markt voor andere koolstofarme technologieën niet benut, zullen andere regio's haar plaats innemen. Het Europese economische model is toe aan verandering. Het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat deze transitie billijk is en solidair verloopt en er niemand in de steek wordt gelaten. De kaderstrategie voor de energie-unie 2 helpt deze doelstelling te verwezenlijken.

Het maatregelenpakket dat de Commissie vandaag presenteert, helpt Europa zich voor te bereiden op de toekomst en concurrerend te blijven. Het is in de eerste plaats gericht tot de lidstaten, aangezien zij het voortouw zullen moeten nemen en beslissen hoe de maatregelen moeten worden uitgevoerd om het overeengekomen streefcijfer voor de vermindering van broeikasgasemissies in 2030 te halen 3 .

Maar de lidstaten kunnen dit karwei niet alleen klaren. De mobilisatie in de aanloop naar de klimaatconferentie van Parijs heeft aangetoond hoe belangrijk niet-overheidsactoren zijn om verandering tot stand te brengen. De EU verwacht ook dat haar bedrijven, boeren, onderzoekers, investeerders, opvoeders en sociale partners en zo meer in actie schieten. Tegelijkertijd is het de verantwoordelijkheid van de EU om deze acties te ondersteunen met maatregelen op het niveau van de EU en een gunstige context. Zo wordt steun verleend aan acties van steden, waarin 80 % van onze bevolking leeft. Steden behoren tot de meest dynamische en innovatieve actoren bij de totstandbrenging van een koolstofarme, circulaire economie en overtreffen vaak zelfs de nationale ambities. Plattelandsgemeenschappen zijn even belangrijk, aangezien zij een cruciale rol spelen als verstrekkers van duurzame natuurlijke hulpbronnen en beschermers van het milieu voor de toekomstige generaties.

De EU doet er alles aan om het positieve elan van Parijs te handhaven voor klimaatactie op mondiaal niveau. Geen enkel land vormt een eiland wanneer zij worden geconfronteerd met de dreiging van een rampzalige klimaatverandering. Daarom hebben de leiders van de G7 zich op het hoogste politieke niveau verbonden tot een versnelde overgang naar een energiesysteem dat de mondiale economie koolstofarm kan maken en tot het vaststellen van een termijn voor de beëindiging van de meeste subsidies voor fossiele brandstoffen, met de belofte om tegen eind 2025 de overheidssteun voor kolen, gas en olie stop te zetten. De steden van de EU zullen een centrale rol spelen in een nieuwe coalitie van steden overal ter wereld, wat een extra gelegenheid is om zich internationaal te engageren in de strijd tegen de klimaatverandering op lokaal niveau. Het groeiende besef van urgentie om iets te doen aan het verband tussen klimaatverandering enerzijds en kwetsbaarheid en veiligheid anderzijds is opnieuw onder woorden gebracht in het Europese actieplan voor klimaatdiplomatie 4 .

De EU heeft alle capaciteiten om de uitdaging van de klimaatverandering om te zetten in kansen. In deze mondiale context vervult de EU een leidersrol bij de ontwikkeling van innovatieve koolstofarme technologieën en diensten, niet alleen in de energie-, maar ook in de industrie-, bouw- en vervoersector. Zij moet dit leiderschap behouden. Wij moeten ervoor blijven zorgen dat de Europeanen over de juiste vaardigheden beschikken voor de koolstofarme economie, verder investeren in de toekomst van onze kinderen en de industrie helpen om zich aan te passen aan veranderende behoeften. Europa heeft ambitieuze maatregelen beloofd en zal woord houden.

2.De basisprincipes van het regelgevend kader voor een overgang naar een koolstofarme economie in alle sectoren van de economie

De EU heeft zich in oktober 2014 geëngageerd voor een duidelijke doelstelling: een bindend emisssiereductiestreefcijfer voor de hele economie van ten minste 40 % in 2030 ten opzichte van de niveaus van 1990. Dit engagement spoort met een kostenefficiënte manier om de klimaatdoelstelling van de EU voor de lange termijn te halen en vormt de basis voor de internationale verbintenis die de EU in het kader van de overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering is aangegaan en die door alle lidstaten gezamenlijk zal worden nagekomen.

Om werk te maken van deze verbintenis heeft de Commissie in juli 2015 een voorstel ingediend om de EU-regeling voor de handel in emissierechten te hervormen en beter op het doel af te stemmen en om investeringen na 2020 in de industrie en de elektriciteitssector aan te drijven 5 . Het Europees Parlement en de nationale regeringen in de Raad moeten alles in het werk stellen om dit voorstel snel goed te keuren. Het huidige pakket van maatregelen is gericht op de andere pijlers van de economie die zullen bijdragen tot de strijd tegen klimaatverandering: de bouwsector, het vervoer, de afvalsector, de landbouw, het landgebruik en de bosbouw 6 .

Voortbouwend op de grondslagen die de EU tot nu toe heeft gebruikt bij haar acties om de klimaatverandering tegen te gaan is het nieuwe regelgevingskader gebaseerd op de basisprincipes van billijkheid, solidariteit, flexibiliteit en milieu-integriteit.

Met het oog op billijkheid en solidariteit, twee principes die in het door de Europese Raad overeengekomen beleidskader voor klimaat en energie voor 2030 zijn verankerd, stelt de Commissie voor om de nationale emissiereductiedoelstellingen voor 2030 te differentiëren, rekening houdend met het bruto binnenlands product van iedere lidstaat als indicator van relatieve welvaart. Onder de rijkere landen worden de streefcijfers verder gedifferentieerd om rekening te houden met de kostenefficiëntie.

Voorts wordt in het voorstel een flexibel systeem naar voren geschoven dat lidstaten de mogelijkheid biedt om gezamenlijk aan hun verplichtingen inzake emissiereductie te voldoen, waarbij sectoroverschrijdend en gespreid in de tijd te werk kan worden gegaan, wat beter aansluit bij de verschillende structuren van de economieën van de lidstaten. Lidstaten kunnen daardoor hun emissierechten onderling verhandelen of emissiereducerende projecten in andere lidstaten ontwikkelen. Dit zal in de EU investeringsstromen op gang brengen naar waar zij het meest nodig zijn om de economie te moderniseren en waar zij de grootste voordelen aan een zo laag mogelijke prijs opleveren 7 .

Voor de eerste keer wordt de sector van landgebruik en bosbouw in het EU-beleidskader voor energie en klimaat opgenomen. De Commissie heeft gezocht naar een goed evenwicht tussen enerzijds meer prikkels om koolstof op te slaan en de uitstoot van bodem en bossen te verminderen en anderzijds de noodzaak om de milieu-integriteit van het klimaatbeleid van de EU te handhaven, teneinde emissiereducties in de bouw, het vervoer en de landbouw aan te moedigen. Daarom zal flexibiliteit in andere sectoren worden beperkt.

De verordening die voor deze sectoren is voorgesteld, bevat daarom striktere boekhoudregels voor landgebruik, veranderingen in het landgebruik en bosbouw. Aangezien het bosbeheer de belangrijkste bron van biomassa voor energie en houtproductie is, zullen striktere boekhoudregels voor bosbeheer een solide basis verschaffen voor het Europese beleid inzake hernieuwbare energie en de verdere ontwikkeling van de bio-economie na 2020.

3.Bevordering van een gunstig klimaat voor de overgang naar een koolstofarme economie in de EU

Vanuit dit regelgevingskader kunnen de lidstaten zelf de meest geschikte maatregelen ontwikkelen om hun voordeel te doen met de overgang naar een koolstofarme economie en hun doelstellingen te verwezenlijken. De EU zal de lidstaten helpen met verschillende instrumenten en ondersteunende maatregelen.

3.1.De kaderstrategie voor de energie-unie en andere sectorspecifieke initiatieven

Omdat de vervoersector verantwoordelijk is voor een groot deel van de emissies in de EU, presenteert de Commissie een strategie voor koolstofarme mobiliteit, waarin de voornaamste hefbomen in de transportsector worden geïdentificeerd, met inbegrip van EU-brede maatregelen ter bevordering van emissiearme en emissieloze voertuigen en alternatieve koolstofarme brandstoffen. In de strategie wordt ook het belang van een optimale aanwending van de synergieën tussen de vervoer- en energiesystemen onderstreept.

Wat gebouwen betreft, werkt de Commissie aan een herziening van het bestaande EU-kader voor energie-efficiëntie. Later dit jaar zullen in dit verband voorstellen worden ingediend, onder andere met betrekking tot mogelijkheden voor het aantrekken van financiering voor de renovatie van gebouwen. De Commissie zal dit jaar ook de laatste hand leggen aan een vrijwillig sectoroverschrijdend protocol voor het recyclen van bouw- en sloopafval. Gezien de beperktere mogelijkheden voor emissiereducties in de sectoren landbouw en landgebruik, zal het voorstel inzake landgebruik en bosbouw extra stimulansen voor koolstofvastlegging in deze aanverwante activiteiten creëren. Bovendien bieden de twee pijlers van het hervormde gemeenschappelijk landbouwbeleid verschillende instrumenten en maatregelen die moeten bijdragen aan de klimaatactie. De herziening van het EU-beleid inzake het gebruik van meststoffen zal naar verwachting bijdragen aan een vermindering van emissies ten gevolge van gemengde en synthetische meststoffen. Na de landbouw is de afvalsector momenteel de op één na belangrijkste sector wat de uitstoot van koolstofvrije kooldioxide betreft. De kaderrichtlijn afval en met name de richtlijn betreffende het storten van afvalstoffen, waarvoor de Commissie vorig jaar herzieningen heeft voorgesteld, zullen naar verwachting bijdragen tot een aanzienlijke vermindering van de emissies uit de afvalverwerking.

Als de lidstaten al deze EU-brede maatregelen goed uitvoeren en handhaven, zullen zij de vruchten ervan kunnen rapen.

3.2.Horizontale instrumenten en drijfveren

De energie-unie in al haar dimensies biedt een breder kader waarbinnen de EU een gunstig klimaat voor de energietransitie kan creëren. Afgezien daarvan zijn er nog een aantal andere factoren die deze overgang in alle sectoren van de economie ondersteunen.

3.2.1.Circulaire economie

Niet alleen in de onder het pakket vallende sector, maar ook daarbuiten kan de circulaire economie een belangrijke rol vervullen. Er bestaat een direct en tastbaar verband tussen de hoeveelheid gebruikte grondstoffen, vereiste energie en broeikasgasemissies. De EU heeft haar economische groei al kunnen loskoppelen van een toename in kooldioxide-emissies, maar is er nog niet in geslaagd om hetzelfde te doen voor grondstofgebruik en hulpbronefficiëntie.

Vorig jaar presenteerde de Commissie een ambitieus pakket voor de circulaire economie 8 om deze uitdaging aan te gaan. De voorgestelde maatregelen zullen bijdragen aan het rondmaken van de productlevenscyclus door meer recycling en hergebruik en ervoor zorgen dat alle grondstoffen, producten en afvalstoffen zo goed en lang mogelijk worden benut.

3.2.2.Innoveren om te concurreren

Innovatie speelt een cruciale rol bij het bevorderen van de overgang naar een koolstofarme economie. Om de kansen die door innovatie worden gecreëerd volop aan te grijpen en de impact van elke geïnvesteerde euro te maximaliseren, is de Commissie voornemens om later dit jaar een geïntegreerde strategie voor de energie-unie inzake onderzoek, innovatie en concurrentievermogen voor te stellen. Concrete acties in het kader van deze nieuwe strategie moeten rechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van de klimaat- en energiedoelstellingen van Europa en bijdragen tot de modernisering en het concurrentievermogen van de economie in de EU door de leidersrol van de EU op het gebied van schone technologieën te ondersteunen.

Europa is nog steeds de belangrijkste financier van onderzoek en ontwikkeling op het gebied van energie (3,9 miljard euro in 2014, ofwel 36 % van het totaal) en heeft het grootste aantal octrooiaanvragen voor hoogwaardige technologieën voor de beperking van klimaatverandering (40 % van het totaal). Tegelijk blijft een deel van het hoogwaardig groeipotentieel, bijvoorbeeld inzake technologieën voor schone energie en emissievrije voertuigen, onbenut. Op andere gebieden, bijvoorbeeld technologieën voor hernieuwbare energie, verliest de EU terrein ten opzichte van haar concurrenten. Maar een nog groter probleem, dat verschillende technologieën en innovatiegebieden aanbelangt, is dat Europa haar innovaties ook effectief op de markt zou moeten krijgen en ze beter zou moeten commercialiseren.

3.2.3.Verschuiving en verhoging van investeringen

Het is van essentieel belang de particuliere investeringen te herschikken en snel te doen toenemen om de omschakeling naar een emissiearme en klimaatbestendige economie te ondersteunen en de "lock-in" van emissierijke infrastructuur en activa te voorkomen.

In de EU zijn al de eerste inspanningen geleverd om door middel van beleid en strategische overheidsinvesteringen particuliere investeringen af te stemmen op de doelstellingen inzake klimaat- en hulpbronefficiëntie.

Door de EU-regeling voor de handel in emissierechten hangt er aan koolstof voortaan een prijskaartje. Voor sectoren die niet onder het emissiehandelssysteem van de EU vallen, kan ook het fiscaal beleid van de lidstaten de juiste stimulansen geven.

In het kader van het kapitaalmarktenunie-initiatief 9 wordt gewezen op het belang van duurzame investeringen op lange termijn om het concurrentievermogen van de EU in stand te houden en uit te breiden en om de overgang naar een koolstofarme en hulpbronefficiënte economie te bevorderen. De recente opkomst van groene obligaties kan ook helpen om de kapitaalstromen naar koolstofarme investeringen te dirigeren.

Maar er moeten nog meer inspanningen worden geleverd. De EU zal voortwerken aan de verdieping van de interne markt en het wegwerken van belemmeringen voor investeringen.

De Commissie werkt actief samen om ervoor te zorgen dat de huidige EU-begrotingsuitgaven op de klimaatdoelstellingen worden afgestemd. De politieke verbintenis om ervoor te zorgen dat ten minste 20 % van het meerjarig financieel kader expliciet klimaatgerelateerd is, heeft al resultaten geboekt. In dit verband heeft de Commissie zich onlangs aangesloten bij Mission Innovation, een initiatief waarvan de leden zich ertoe verbinden om hun overheidsmiddelen voor onderzoek naar en de ontwikkeling van schone energie tegen 2020 te verdubbelen.

De financieringsinstrumenten van de EU leveren ook een aanzienlijke bijdrage tot de klimaatactie van de EU, zoals het Europees Fonds voor strategische investeringen illustreert. Dat fonds is goed op weg naar het mobiliseren van ten minste 315 miljard euro aan extra investeringen in de reële economie tegen medio 2018 10 . Meer dan 50 % van de tot nu toe goedgekeurde investeringen houden verband met het klimaat. Medefinanciering van projecten in het kader van het Europees Fonds voor strategische investeringen kan plaatsvinden op projectniveau of via een investeringsplatform. Investeringsplatformen kunnen bijdragen aan de financiering van kleinere projecten en middelen uit verschillende bronnen bundelen voor de verwezenlijking van gediversificeerde investeringen met een geografische of thematische focus. Zij kunnen eveneens kleinere of lokale investeringskansen financieel aantrekkelijk maken voor nieuwe beleggersgroepen zoals pensioenfondsen en buitenlandse institutionele beleggers. De Commissie onderzoekt momenteel hoe middelen uit andere EU-programma’s (bv. de Connecting Europe Facility of Horizon 2020) kunnen worden gecombineerd om bijkomende investeringen te ontsluiten, met name via investeringsplatformen, op het gebied zoals energie-efficiëntie, slimme stedelijke mobiliteit en innovatieve technologieën.

Het hervormde cohesiebeleid van de EU steunt eveneens projecten die de overgang naar een koolstofarme economie bevorderen waarvan we de vruchten zullen plukken in de periode na 2020. Zo gaat er steun naar maatregelen op het gebied van energie-efficiëntie in openbare gebouwen en woningen (13,3 miljard euro) en in ondernemingen (3,4 miljard euro, vooral gericht op kleine en middelgrote ondernemingen), met het oog op de ontwikkeling van een energie-efficiënte en koolstofarme vervoersector (39,7 miljard euro voor duurzame stedelijke mobiliteit en koolstofarme vervoerswijzen zoals het spoor, zeehavens en de binnenvaart). Bovendien wordt een bedrag van 8 miljard euro uitgetrokken voor risicopreventie en -beheer, waaronder 6,4 miljard euro voor klimaatgerelateerde risico’s. 115 miljard euro van de begroting voor het hervormde gemeenschappelijk landbouwbeleid ondersteunt klimaatactie via een verbetering van het bodembeheer en gerichte investeringen 11 .

Ter ondersteuning van investeringen in innovatie op gebieden zoals koolstofvastlegging, hernieuwbare energie en de introductie van nieuwe baanbrekende technologieën in de industrie, wordt hiervoor in het voorstel van de Commissie voor een herziening van het emissiehandelssysteem 450 miljoen emissierechten gereserveerd.

3.2.4.Een billijke sociale overgang en nieuwe vaardigheden

Door de overgang naar een koolstofarme economie zal de werkgelegenheid op traditionele markten (in verband met fossiele brandstoffen, in het bijzonder koolstofintensieve industrieën) waarschijnlijk afnemen, maar daartegenover staat dat er ook nieuwe banen zullen bijkomen (met betrekking tot hernieuwbare energiebronnen, energie-efficiëntie en elektrificatie van het vervoer). Dit betekent dat we ons moeten voorbereiden op de maatschappelijke gevolgen van de overgang in specifieke regio’s en sociaaleconomische sectoren en deze moeten verlichten, onder andere met behulp van de Europese structuur- en investeringsfondsen.

Aangezien vaardigheden de sleutel zullen vormen tot inzetbaarheid op de arbeidsmarkt en tot welvaart, heeft de Commissie een nieuwe allesomvattende agenda voor vaardigheden voor Europa 12 goedgekeurd. Om de uitdagingen op het gebied van vaardigheden te helpen aanpakken, neemt de Commissie een reeks maatregelen die vaardigheden zichtbaarder zullen maken en de erkenning ervan — op lokaal, nationaal en EU-niveau, van scholen en universiteiten tot de arbeidsmarkt — zullen verbeteren. Op de agenda staan onder andere aandacht voor om- en bijscholing en een "blauwdruk" voor sectorale samenwerking op het gebied van vaardigheden" om beter gebruik te maken van informatie op het gebied van vaardigheden en vaardigheidstekorten in specifieke economische sectoren, waaronder groene technologie, te verhelpen.

3.2.5.Mogelijkheden op het gebied van handel en uitvoer

Grotere handelsstromen zullen naar verwachting bijdragen tot de snelle verspreiding van groene producten, diensten en technologieën in de wereld en de overgang naar een koolstofarme economie. De EU is een wereldleider op het gebied van de in- en uitvoer van milieugoederen. In 2013 was de EU-uitvoer van op de groene lijst opgenomen producten 146 miljard euro waard (ongeveer 8 % van het EU-totaal), terwijl de invoer 70 miljard euro waard was. Europese ondernemingen moeten hun innovatietalent en knowhow blijven ontwikkelen en exporteren.

Als lid van de Wereldhandelsorganisatie promoot de EU actief de liberalisering van goederen en diensten, wat milieuvoordelen kan opleveren.  De EU heeft met zes andere leden van de Wereldhandelsorganisatie nauw samengewerkt om nog vóór de bijeenkomst van de G20leiders voor de top van de G20 later dit jaar in China met alle deelnemers een ambitieuze overeenkomst inzake milieugoederen te sluiten. Ook in haar bilaterale handelsovereenkomsten streeft de EU naar een spoedige liberalisering van de handel in milieugoederen en -diensten en de bevordering van handel en investeringen op het gebied van de opwekking van hernieuwbare energie, wat een bijdrage vormt tot de klimaatdoelstellingen.

4.Conclusies

De overgang van Europa naar een koolstofarme economie moet in een hogere versnelling komen. De EU heeft behoefte aan meer werkgelegenheid, groei en investeringen, en deze agenda biedt mogelijkheden om aan deze behoefte tegemoet te komen en de Europese economie te moderniseren. Op de lange termijn zal dit ons economisch landschap grondig wijzigen.

De klimaatgerelateerde wetgevingsvoorstellen bij deze mededeling en het vorig jaar gepubliceerde voorstel tot hervorming van het EU-emissiehandelssysteem moeten door de Raad en het Parlement een prioriteitsbehandeling krijgen.

De Commissie zal onmiddellijk werk maken van of meer vaart zetten achter de ontwikkeling van betere regelgeving (met inbegrip van openbare raadplegingen en effectbeoordelingen) om het actieplan voor koolstofarme mobiliteit onverwijld om te zetten in efficiënte en evenredige maatregelen. Tegen het einde van het jaar zal de Commissie ook de andere initiatieven voor de uitvoering van de EU-strategie voor de energie-unie voorstellen.

De lidstaten zijn reeds begonnen met de voorbereiding van hun strategieën voor klimaat en energie voor de periode na 2020. Dit pakket initiatieven biedt hen de nodige duidelijkheid en reikt instrumenten aan, waardoor zij tevens kunnen overgaan tot de ratificatie van de overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering. De lidstaten moeten maximaal gebruikmaken van het gunstige EU-klimaat om de overgang naar een koolstofarme economie zo vlot en billijk mogelijk te maken.

(1)

COM(2016) 110 Wat na Parijs? Een beoordeling van de implicaties van de Overeenkomst van Parijs.

(2)

COM(2015) 80 Een kaderstrategie voor een schokbestendige energie-unie met een toekomstgericht beleid inzake klimaatverandering.

(3)

In oktober 2014 hebben de staatshoofden en regeringsleiders van de EU overeenstemming bereikt over het beleidskader voor klimaat en energie voor 2030. In dit kader schaarde de EU zich achter een bindend streefcijfer van ten minste 40 % reductie van de in de gehele economie van de EU uitgestoten broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990.

(4)

Europese klimaatdiplomatie na de COP21 – Conclusies van de Raad van 15 februari 2016.

(5)

De EU 2030-doelstelling voor deze sectoren is een emissiereductie met 43% ten opzichte van 2005.

(6)

De EU 2030-doelstelling voor deze sectoren is een emissiereductie met 30 % ten opzichte van 2005.

(7)

Om de naleving nog gemakkelijker te maken, kunnen lidstaten die te kampen hebben met verhoudingsgewijs hogere kosten ervoor kiezen hun doelstelling te halen door een aantal emissierechten in het kader van het emissiehandelssysteem over te dragen ter compensatie van de uitstoot in de andere economische sectoren.

(8)

COM(2015) 614 "Maak de cirkel rond - Een EU-actieplan voor de circulaire economie".

(9)

Zie ook Capital Markets Union: First Status Report, SWD(2016) 147 final.

(10)

COM(2016) 359 Europa investeert weer - Balans van het investeringsplan voor Europa en volgende stappen (stand van zaken op 1 juni 2016)

(11)

In het kader van de pijler plattelandsontwikkeling van dit beleid is 7,7 miljard euro gereserveerd voor projecten op het gebied van koolstofvastlegging en -opslag in de bodem, de levering en het gebruik van duurzame hernieuwbare energie en klimaatvriendelijke investeringen. Nog eens 43,7 miljard euro is bestemd voor acties ter verbetering van ecosystemen die een impact hebben op de koolstofvoetafdruk van de land- en bosbouw.

(12)

COM(2016) 381 Een nieuwe agenda voor vaardigheden voor Europa: samenwerken ter versterking van het menselijk kapitaal, de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt en het concurrentievermogen.