30.6.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 209/43


Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — Enquête naar het EU-regelgevingskader voor financiële diensten

(COM(2016) 855 final)

(2017/C 209/07)

Rapporteur:

Milena ANGELOVA

Raadpleging

Commissie, 23.11.2016

Rechtsgrondslag

Artikel 304 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Bevoegde afdeling

Economische en Monetaire Unie, Economische en Sociale Samenhang

Goedkeuring door de afdeling

8.3.2017

Goedkeuring door de voltallige vergadering

29.3.2017

Zitting nr.

524

Stemuitslag

(voor/tegen/onthoudingen)

226/4/5

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) is verheugd dat nu voor het eerst gebruik wordt gemaakt van de enquête als een innovatief, informatief en nuttig instrument om het effect van wetgevingsinitiatieven op EU-niveau te beoordelen en hoopt dat dit in de toekomst de gangbare praktijk zal worden.

1.2.

Het EESC steunt de conclusie die uit de enquête wordt getrokken, nl. dat de basisbeginselen van de recente financiële hervormingen over het geheel genomen niet betwist kunnen worden en dat de nieuwe regels het financiële stelsel stabieler en veerkrachtiger hebben gemaakt. Het EESC wijst erop dat het EU-regelgevingskader voor financiële diensten van belang is om vaart te zetten achter de voltooiing van de kapitaalmarktenunie.

1.3.

Wat evenredigheid betreft is het EESC verheugd dat de Commissie de hervorming plaatst in de context van het meer algemene streven naar een beter evenwicht tussen de doelstellingen inzake groei en de doelstellingen inzake financiële stabiliteit. Het dringt er bij de lidstaten op aan om bij de omzetting van EU-regels geen onnodige lasten en beperkingen op te leggen. Het herinnert zowel de Europese als de nationale wetgever eraan dat de termijnen voor inwerkingtreding en toepassing van de nieuwe wetgeving redelijk moeten zijn, zodat alle betrokkenen zich kunnen aanpassen.

1.4.

Het EESC beveelt aan dat er strikt wordt toegezien op de omzettingsaspecten die de lidstaten zelf mogen invullen, met name wat het regelgevingskader voor financiële diensten betreft, en dat er relevante controles op de implementatie ingevoerd worden om gelijke concurrentievoorwaarden te waarborgen en verdere ontwikkeling van de kapitaalmarktenunie te bevorderen.

1.5.

Het EESC is het ermee eens dat banken speciale aandacht moeten krijgen omdat zij het publiek belangrijke diensten van algemeen belang verstrekken en de belangrijkste financieringsbron voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) zijn. Dat universele banken het financiële stelsel van de EU domineren bemoeilijkt de taak van wetgevers ten zeerste, aangezien er altijd zeer zorgvuldig een evenwicht gevonden moet worden tussen enerzijds de vrijheid van onderneming en het nemen van risico’s in deze sector en anderzijds de noodzaak van stabiliteit.

1.6.

Het EESC roept Europese besluitvormers dan ook op om vaart te zetten achter de structurele hervorming van de bankensector in de EU, mede door met een oplossing te komen voor dit aspect van het wetgevingsvoorstel van de Commissie (1) waardoor de medebeslissingsprocedure momenteel in een impasse verkeert. Het EESC herinnert eraan dat wetgeving niet altijd de meest geschikte beleidsreactie is en verzoekt de Commissie zo veel mogelijk voor niet-wetgevende en marktgebaseerde oplossingen te kiezen.

2.   Algemene opmerkingen

2.1.

Het EESC is ingenomen met het feit dat de Commissie een enquête heeft gehouden alvorens regelgevingsvoorstellen op het gebied van financiële diensten in te voeren en pleit ervoor dit tot de gangbare praktijk in het wetgevingsproces te maken. Deze aanpak is nu voor de eerste keer toegepast en houdt een goede praktijk in die voortaan gevolgd zou moeten worden. Het EESC heeft ook waardering voor het feit dat de aanpak krachtig door het Europees Parlement wordt gesteund (2).

2.2.

De Commissie verdient lof omdat zij haar wijze van reguleren op deze manier op een hoger plan tilt door de gehele regelgeving voor financiële diensten tegen het licht te houden en na te gaan hoe de afzonderlijke wetgevingsonderdelen elkaar beïnvloeden. Het EESC verzoekt de Commissie te overwegen om deze benadering bij toekomstige wetgevingsinitiatieven op grotere schaal toe te passen. Dit zou in overeenstemming zijn met het REFIT-programma (3) en de „Betere regelgeving”-agenda (4).

2.3.

Het EESC is ingenomen met de inspanningen van de Commissie ten aanzien van de rol van wetgevers om een adequate basis voor de ontwikkeling van het bankwezen (en meer algemeen de financiële sector) te leggen zodat het in staat is zijn belangrijke en onvervangbare taken ter ondersteuning van duurzame economische groei en werkgelegenheid te vervullen.

2.4.

Om voort te bouwen op de reeds bereikte resultaten en het momentum niet te verliezen spoort het EESC de Commissie aan om de verzamelde voorbeelden van inconsistenties, overlappingen en onbedoelde interacties tussen verschillende wetgevingsonderdelen nader en grondig te bestuderen.

2.5.

Gezien de dringende noodzaak om de groei in de EU te herstellen en te bevorderen pleit het EESC voor maatregelen om de prudentiële doelstellingen op een groeivriendelijkere wijze te bereiken. Daar veruit de meeste bedrijven in de EU en met name kmo’s voor hun financiering nog altijd hoofdzakelijk zijn aangewezen op bankleningen, zou bij het uitwerken van de nieuwe regels voorop moeten staan dat de financieringsstroom naar de economie niet belemmerd mag worden.

2.6.

Wat evenredigheid betreft is het EESC verheugd dat de Commissie de hervorming plaatst in de context van het meer algemene streven naar een beter evenwicht tussen de doelstellingen inzake groei en de doelstellingen inzake financiële stabiliteit. Er moet voor worden gezorgd dat dit beginsel ook op lidstaatniveau wordt toegepast en dat de lidstaten bij de omzetting van EU-regels geen onnodige lasten en beperkingen opleggen. Een en ander sluit ook aan bij de inspanningen om de lasten als gevolg van overlappingen en inconsistenties bij de verschillende afzonderlijke vereisten weg te nemen. Er dient een goed evenwicht te worden gevonden tussen enerzijds de noodzaak van harmonisatie en anderzijds de noodzaak om oog te hebben voor de diversiteit, voor een evenredige regelgeving te zorgen en een passend gebruik van de discretionaire bevoegdheid te bevorderen.

2.7.

Het EESC verzoekt de Commissie om bij het uitwerken van richtlijnvoorstellen rekening te houden met het feit dat de lidstaten richtlijnen op verschillende manieren omzetten. Sommige landen kiezen voor een te strikte en letterlijke omzetting, waarbij de beoogde flexibiliteit van de richtlijn verloren gaat. Vaak leggen zij hun eigen bedrijfsleven veel strengere voorwaarden op dan andere landen. Andere landen maken gebruik van hun discretionaire bevoegdheden en kijken nauwelijks naar de geest van de desbetreffende regelgeving. Dit leidt tot oneerlijke concurrentievoorwaarden en druist daarmee in tegen een van de belangrijkste doelstellingen van de wetgeving. Het EESC pleit er dan ook voor dat de verschillen in omzetting uiterst nauwlettend in het oog worden gehouden en dat adequaat wordt gecontroleerd hoe wetgeving ten uitvoer wordt gelegd.

2.8.

Het EESC kan zich in beginsel vinden in de follow-upmaatregelen die de Commissie in haar mededeling (5) voorstelt en verzoekt haar om de desbetreffende wetgevingshandelingen te zijner tijd in het kader van een brede raadpleging aan de belanghebbenden in de betrokken sectoren voor te leggen.

2.9.

In het kader van haar aanvullende follow-up zou de Commissie rekening moeten houden met het feit dat de omzettingstermijnen op het gebied van financiële diensten vaak gekoppeld zijn aan de goedkeuring van de kaderwetgeving (niveau 1). Een correcte tenuitvoerlegging vergt echter ook de bijzonderheden van de gedetailleerde implementatiemaatregelen (niveau 2). Het gevolg hiervan is dat de aan niveau 1 gekoppelde omzettingstermijnen vaak te kort zijn. De omzettingstermijnen zouden dan ook aan de goedkeuring van de uiteindelijke gedetailleerde implementatiemaatregelen (niveau 2) gekoppeld moeten zijn. Het EESC is verheugd dat de Commissie samen met de lidstaten aan een routekaart voor het omzetten van wetgeving werkt en zou de ontwikkelingen ter zake graag van nabij volgen.

3.   Algemene opmerkingen over de follow-upmaatregelen

3.1.    Opheffen van onnodige regelgevende beperkingen op de financiering van de economie

3.1.1.

Het EESC is verheugd dat de Commissie belangrijke onderdelen van de verordening Kapitaalvereisten wil aanpassen (CRR2-pakket), zodat banken in staat blijven om de economie te financieren (6).

3.1.1.1.

Het is een heel goed idee van de Commissie om de hefboomratio aan te passen teneinde de diversiteit van de financiële sector van de EU te weerspiegelen en de toegang tot clearing en openbare ontwikkelingsfinanciering te vrijwaren.

3.1.1.2.

Het EESC is ingenomen met het voorstel om de netto stabiele financieringsratio geleidelijk in te voeren en te verfijnen om de goede werking van EU-handelsfinancieringsactiviteiten, derivatenmarkten en repo-markten te verzekeren.

3.1.2.

In heel Europa zijn kmo’s zijn voor hun financiering nog altijd vooral aangewezen op bankleningen (7). Het EESC waardeert dat de Commissie de toepassing van de ondersteuningsfactor voor kmo’s wil uitbreiden tot leningen van meer dan 1,5 miljoen EUR (8). Tegelijkertijd roept het de Commissie op om goed te kijken naar de toereikendheid van de kredietverstrekking door banken en maatregelen te treffen om bancaire financiering beter af te stemmen op de specifieke behoeften van kmo’s, afhankelijk van hun verschillende risicoprofielen, ontwikkelingsstadia, vestigingsplaats enz. Ook zou de Commissie kunnen overwegen om de ondersteuningsfactor voor kmo’s toe te passen bij eventuele aanscherpingen van de eigenvermogensvereisten in geval van anticyclische of systeemrisico’s, aangezien de kredietverstrekking aan kmo’s anders beperkt zou kunnen worden.

3.1.3.

Het EESC zou graag zien dat de bevoordeling van vreemd vermogen aanzienlijk wordt teruggedrongen teneinde de economische veerkracht en de allocatie van kapitaal te verbeteren, zodat eigen vermogen aantrekkelijker wordt voor uitgevende instellingen en beleggers.

3.1.4.

Met betrekking tot de oprichting van een kapitaalmarktenunie (9) onderstreept het EESC dat ondernemingen naargelang hun grootte, werkterrein en specifieke kenmerken toegang tot verschillende markttypen in de EU zouden moeten hebben.

3.1.5.

Het EU-regelgevingskader voor financiële diensten biedt een onmisbare gelegenheid om beter in de behoefte aan meer keuzemogelijkheden voor beleggers en consumenten te voorzien en een omgeving te creëren die innovatie op het vlak van financiële producten zal stimuleren.

3.2.    Zorgen voor evenrediger voorschriften zonder prudentiële doelstellingen in het gedrang te brengen

3.2.1.

Het EESC beklemtoont dat het noodzakelijk is de bankenunie stap voor stap te voltooien en merkt op dat de desbetreffende wetgeving volledig en tijdig ten uitvoer gelegd moet worden.

3.2.2.

Het roept de Commissie op om zich voor een complete regelgeving inzake structurele hervormingen van de banksector te blijven inzetten. Voorts is het noodzakelijk dat inhoud en frequentie van rapportagevereisten worden gestroomlijnd en wordt onderzocht welke gegevens daadwerkelijk nodig zijn, dat modellen gelijk worden getrokken en voor vereenvoudiging wordt gezorgd, en waar mogelijk wordt voorzien in ontheffingen voor kmo’s.

3.2.3.

Het EESC verzoekt de Commissie bij de herziening van de EMIR-Verordening (verordening Europese marktinfrastructuur) te onderzoeken welk effect de verlaging van de kwaliteit van de door centrale tegenpartijen (ctp’s) geaccepteerde zekerheden kan hebben voor hun veerkracht, en verzoekt haar te overwegen of bepaalde marktdeelnemers zoals pensioenfondsen permanent kunnen worden vrijgesteld van centrale clearing indien hun deelname ertoe leidt dat de stabiliteit van het financiële systeem als geheel wordt verminderd als gevolg van het feit dat alternatieve, niet-contante zekerheden worden aanvaard.

3.2.4.

In overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel stelt het EESC het volgende voor:

in plaats van het eenvoudigweg verlagen van de frequentie van de vereiste verslagen zou bepaald moeten worden dat sommige rapportagevereisten over het algemeen niet van toepassing zijn op kleine banken en andere kleine financiële instellingen tot een bepaalde drempel. Gebeurt dit niet, dan zouden de regelgevingskosten voor kleine instellingen tot marktdistorsies kunnen leiden die specifieke organisatievormen en grote bedrijven ten goede komen;

kleine banken en meer in het algemeen kleine financiële instellingen zouden niet overbelast mogen worden met administratieve verplichtingen zolang zij zich aan bepaalde normen houden. Om verlies van vertrouwen te voorkomen zou nauwlettend toezicht op deze normen gehouden moeten worden.

3.3.    Verlichten van onnodige regeldruk

3.3.1.

Het EESC is ervan overtuigd dat een succesvolle voltooiing van de kapitaalmarktenunie EU-bedrijven ongeacht hun omvang, de sector waartoe zij behoren en de levenscyclusfase waarin zij zich bevinden, een gebruiksvriendelijke, ongecompliceerde en betaalbare toegang tot de EU-kapitaalmarkt zou moeten bieden. Het EESC hoopt dat er een doeltreffende niveau 2-wetgevingshandeling ter flankering van de prospectusrichtlijn komt die de notering van met name kmo’s zou moeten bevorderen en een gunstigere regeling voor het aantrekken van kapitaal oplevert.

3.3.2.

Het EESC erkent dat nationale toezichthouders beter op de hoogte zijn van lokale marktkenmerken, maar waarschuwt dat dit in geen geval als voorwendsel voor overregulering gebruikt mag worden en dat de eisen op nationaal niveau niet strenger mogen zijn dan die in de EU-wetgeving.

3.3.3.

Het EESC maakt zich zorgen over het steeds ingewikkeldere karakter van de wetgeving, dat af te lezen is aan het feit dat de hoeveelheid regelgeving en toezicht op alle niveaus — internationaal, EU en nationaal — alsook de gedetailleerdheid en het aantal lagen daarvan is toegenomen. Het is zich er uiteraard van bewust dat financiële markten zeer complex zijn en een complexere regulering dus geboden is, maar waarschuwt dat de investeringen hieronder te lijden kunnen hebben. Het EESC meent dat wetgeving niet altijd de meest geschikte beleidsreactie is en verzoekt de Commissie zo veel mogelijk voor niet-wetgevende en marktgebaseerde oplossingen te kiezen.

3.4.    Het regelgevingskader consistenter en toekomstgerichter maken

3.4.1.

Het EESC is voorstander van een risicogebaseerde benadering van regelgeving, waarbij voor dezelfde risico’s dezelfde regels gelden. Het wijst in dit verband op de voordelen van activadiversificatie —zowel wat betreft activaklasse als wat betreft de herkomst van de activa — als manier om betere risicodiversificatie mogelijk te maken en beter in te springen op de behoeften van beleggers.

3.4.2.

Het is noodzakelijk dat initiatieven ter bevordering van meer en betere financiële educatie (10), waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke behoeften van iedere lidstaat, vlot op EU-niveau ten uitvoer worden gelegd. Daarbij moeten kmo’s extra aandacht krijgen, o.m. om hen te helpen de kansen op de kapitaalmarkten beter te benutten.

3.4.3.

Intermediairs, met name bedrijfsorganisaties, komt een zeer belangrijke rol toe bij het kanaliseren van financiering naar de reële economie en naar goed ontwikkelde lokale ecosystemen.

3.4.4.

Zoals het EESC al eerder (11) concludeerde was de raadpleging over financiële retaildiensten te breed opgezet. Het pleit dan ook voor een gerichtere aanpak voor het komende actieplan inzake financiële retaildiensten zodat er concretere resultaten geboekt kunnen worden. Het EESC is tevens van mening dat er binnen dit actieplan grote nadruk op consumentenbescherming gelegd moet worden.

3.4.5.

Het EESC is het er helemaal mee eens dat aandacht voor technologische ontwikkelingen prioriteit krijgt bij het opstellen van de toekomstige regels. Het dringt er in dit verband wel bij de Commissie op aan ook alert te zijn op bedreigingen van de cyberveiligheid. Een integrale benadering om de kapitaalmarktenunie te voltooien zou gericht moeten zijn op verdere ontwikkeling van de digitale eengemaakte markt en lopende hervormingen op het gebied van ondernemingsrecht en ondernemingsbestuur.

3.4.6.

Een verdere herziening van de transparantierichtlijn, gericht op de kennisgeving van belangrijke deelnemingen, zou deel moeten uitmaken van de follow-upmaatregelen. Deze kennisgevingen verschillen per lidstaat en soms zelfs per genoteerde onderneming. Volledige harmonisatie is geboden om de onnodige lasten waarmee investeerders hierdoor worden opgezadeld te voorkomen, omdat de ontwikkeling van de kapitaalmarktenunie daardoor belemmerd wordt.

3.4.7.

Meer in het algemeen worden grensoverschrijdende investeringen gehinderd door het feit dat investeerders die willen investeren in genoteerde ondernemingen die hun hoofdkantoor in één van de 28 lidstaten hebben, rekening moeten houden met 28 afzonderlijke regelgevingen. Met gedetailleerde verordeningen — in plaats van richtlijnen — zou een belangrijke stap in de richting van een kapitaalmarktenunie gezet worden. Verordeningen zouden aangevuld moeten worden door Europees toezicht en handhaving.

4.   Volgende stappen

4.1.

Het EESC pleit ervoor dat lidstaten die geen deel uitmaken van de eurozone volledig meedoen aan de bankenunie.

4.2.

Zoals het onlangs al concludeerde (12) zou de herziening van de prospectusrichtlijn gericht moeten zijn op verlaging van kosten en vereenvoudiging van procedures voor kmo’s, zonder het juiste evenwicht qua investeerdersbescherming uit het oog te verliezen. Het EESC onderstreept dat effectbeoordelingen en kosten-batenanalyses grondige evaluaties moeten omvatten van het effect van de niveau 2-maatregelen, die een belangrijk onderdeel vormen van het regelgevingskader van de EU voor financiële diensten.

4.3.

Het EESC verzoekt de Commissie en de relevante toezichthoudende autoriteiten om zich te buigen over de wisselwerking tussen de internationale standaarden voor financiële verslaglegging en prudentiële voorschriften en om het effect van fiscale verslaglegging met betrekking tot eigen kapitaal te evalueren.

4.4.

Tegelijkertijd vestigt het EESC de aandacht van de Commissie op het feit dat regelgevingen soms zo vaak veranderen dat dit tot verwarring leidt, waardoor het voor instellingen en individuen erg moeilijk of zelfs onmogelijk wordt om aan de regels te voldoen. Het aanpassen van procedures en formulieren vergt een goede tijdsplanning en de Commissie zou nieuwe veranderingen dan ook pas na een bepaalde tijd moeten invoeren.

4.5.

De Commissie dient ervoor te zorgen dat er voldoende tijd wordt ingeruimd voor adequate uitvoering van wetgeving op nationaal niveau, ook wanneer de Europese toezichthoudende autoriteiten geraadpleegd worden bij het opstellen van niveau 2-wetgeving. Zo nodig moeten de deadlines voor de tenuitvoerlegging worden verschoven (zoals bij de verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten — priip’s) om te voorkomen dat ondernemingen en hun werknemers in het ergste geval te weinig tijd hebben om zich de nieuwe wetgeving eigen te maken voordat zij die moeten toepassen.

4.6.

Naast reguleringsmaatregelen is in de financiële sector beslist een cultuuromslag en een gedragsverandering geboden. Daarom verzoekt het EESC alle betrokkenen voortdurend te streven naar een betere naleving, een adequater reagerend en transparanter management en een grotere langetermijnfocus van alle marktpartijen.

4.7.

Teneinde de concurrentie op een sterk geconcentreerde markt te vergroten pleit het EESC voor bevordering van alternatieve aanbieders van kredietbeoordelingen. Dit zou ook de buitensporige kosten voor kmo’s bij het verkrijgen van een externe kredietbeoordeling moeten helpen verlagen. Het EESC verzoekt de Commissie tevens om verder na te gaan hoe kmo’s op vergelijkbare en betaalbare wijze beoordeeld zouden kunnen worden.

4.8.

Om een vlotte en doeltreffende implementatie te waarborgen beveelt het EESC in overeenstemming met de prioriteiten in het werkprogramma van de Commissie voor 2017 (13) aan dat er maatregelen worden genomen om te garanderen dat lidstaten zich volledig inzetten om de deadlines voor omzetting van richtlijnen in acht te nemen en ervoor te zorgen dat deze richtlijnen volledig ten uitvoer gelegd worden.

4.9.

Overeenkomstig het initiatief inzake betere regelgeving verzoekt het EESC de Commissie om de betrokkenheid van alle relevante belanghebbenden, waaronder deskundigengroepen en adviesorganen, in een vroeg stadium te faciliteren, teneinde een evenwichtige deelname aan de raadplegingen te waarborgen door ervoor te zorgen dat de diversiteit van de belanghebbenden weerspiegeld wordt.

Brussel, 29 maart 2017.

De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Georges DASSIS


(1)  Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende structurele maatregelen ter verbetering van de veerkracht van EU-kredietinstellingen (COM(2014) 43 final).

(2)  http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?type=TA&reference=P8-TA-2016-0006&language=NL.

(3)  http://ec.europa.eu/info/law-making-process/evaluating-and-improving-existing-laws/refit-making-eu-law-simpler-and-less_en.

(4)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — Betere regelgeving voor betere resultaten — Een EU-agenda (COM(2015) 215 final).

(5)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — Enquête naar het EU-regelgevingskader voor financiële diensten (COM(2016) 855 final).

(6)  COM(2016) 850 final.

(7)  Informatief verslag van het EESC over Access to finance for SMEs and midcaps in the period 2014-2020: opportunities and challenges.

(8)  Verordening Kapitaalvereisten, artikel 501 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).

(9)  PB C 383 van 17.11.2015, blz. 64.

(10)  PB C 318 van 29.10.2011, blz. 24.

(11)  PB C 264 van 20.7.2016, blz. 35.

(12)  PB C 177 van 18.5.2016, blz. 9.

(13)  COM(2016) 710 final.