2.2.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 34/93


Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de aanpak van geoblocking en andere vormen van discriminatie van klanten op basis van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging in de interne markt en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG

(COM(2016) 289 final — 2016/0152 (COD))

(2017/C 034/14)

Rapporteur:

Joost VAN IERSEL

Raadpleging

Europees Parlement, 9.6.2016

Raad van de Europese Unie, 10.6.2016

Rechtsgrondslag

Artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

 

(COM(2016) 289 final — 2016/0152 (COD))

Bevoegde afdeling

Interne Markt, Productie en Consumptie

Goedkeuring door de afdeling

4.10.2016

Goedkeuring door de voltallige vergadering

19.10.2016

Zitting nr.

520

Stemuitslag

(voor/tegen/onthoudingen)

216/3/6

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) is ingenomen met de voorgestelde geoblockingverordening voor bedrijven en consumenten, die een onmisbaar element is van de strategie inzake de digitale interne markt (DIM). De verordening is evenwel een kleine stap en geen mijlpaal. Bedrijven en klanten — zowel consumenten als bedrijven in de hoedanigheid van eindgebruikers — zullen tegen aanzienlijke problemen blijven aanlopen bij aan- en verkopen op de interne markt.

1.2.

De Europese Commissie en de Raad zouden er met ambitieuze en duidelijke bepalingen voor moeten zorgen dat de DIM naar behoren werkt en aldus consumenten en bedrijven ten goede komt. Dat is ook een voorwaarde om Europese bedrijven veerkrachtiger te maken ten opzichte van de rest van de wereld Een en ander zou bovendien goed zijn voor het imago van de Europese Unie.

1.3.

Het valt te bezien of de verordening echt tot minder frustraties bij de consument zal leiden. Hoewel de traditionele offlinehandel belangrijk blijft, is het aantal bedrijven dat zich momenteel met grensoverschrijdende onlinehandel bezighoudt nog altijd vrij beperkt. Er is echter een enorm potentieel voor onlineaankopen en -verkopen, met name op grensoverschrijdend niveau.

1.4.

Er is dringend behoefte aan een gelijk speelveld voor offline- en onlinehandel. Bijgevolg moet de Commissie zich niet alleen richten op het beëindigen van ongerechtvaardigde geoblocking, maar ook op het aanpakken van de resterende obstakels op de interne markt die handelaren ontmoedigen of belemmeren om online en/of offline te verkopen over de grenzen heen.

1.5.

Het vertrouwen onder bedrijven en consumenten moet worden bevorderd door tegelijkertijd andere wettelijke bepalingen vast te stellen, met name een richtlijn inzake pakketbezorging (1) — om de transportproblemen en de kosten te verminderen via meer concurrentie — die ook sociale bepalingen bevat, en een evenwichtige herziening van het EU-auteursrecht.

1.6.

Hoewel het EESC tegenstander is van ongerechtvaardigde geoblocking, wijst het op een aantal gegronde redenen die ondernemingen, met name klein en middelgrote bedrijven en micro-ondernemingen, kunnen hebben om grensoverschrijdende onlinehandel te vermijden of te weigeren of om de prijzen en/of voorwaarden aan te passen ten gevolge van verschillen tussen markten. Deze verschillen betreffen onder meer de verschillende rechtskaders, aanvullende nationale vereisten, extra vervoerskosten, taalvereisten voor precontractuele informatie en eisen waaraan de backoffice moet voldoen.

1.7.

Het EESC onderstreept dat gerechtvaardigde geoblocking als gevolg van de grote verschillen tussen het industriebeleid van de lidstaten en de uiteenlopende rechtsstelsels een belemmering vormt voor de spontane ontwikkeling van in heel Europa actieve kmo’s en zich opschalende bedrijven. Deze verschillen ondermijnen op hun beurt de transparantie en betrouwbaarheid die cruciaal zijn om investeringen te stimuleren en de markten gerust te stellen in het digitale tijdperk.

1.8.

In de voorgestelde verordening worden handelaren terecht niet verplicht tot de levering van goederen of de verrichting van diensten in het land van de klant indien de handelaar daar (nog) niet levert of actief is.

1.9.

Alle klanten op de interne markt krijgen terecht toegang tot het gehele aanbod en kunnen de goederen of diensten kopen zolang zij de goederen afhalen of de dienst ontvangen in een gebied waar de handelaar reeds actief is, zodat de handelaar redelijkerwijs de mogelijkheid heeft om de regels van zijn thuisland toe te passen.

1.10.

Bovendien is het EESC ingenomen met de informatievereisten die aan handelaren worden opgelegd om de transparantie te vergroten en de informatievoorziening voor de consument te verbeteren overeenkomstig de richtlijn consumentenrechten van 2011. Een informatieve EU-website zou hier goede diensten kunnen bewijzen. Krachtens de Richtlijn consumentenrechten (2011) dienen bedrijven transparant te zijn over hun prijzen. Om het vertrouwen van de consument te winnen zouden zij verder moeten gaan dan waartoe de minimumnormen hen verplichten.

1.11.

De eerste bevindingen van het onlangs door de Commissie gepubliceerde onderzoek naar de e-handel (2) tonen onder meer aan dat de e-handel een belangrijke aanjager is van prijstransparantie en prijsconcurrentie. Door ongegronde geoblocking wordt deze natuurlijke ontwikkeling afgeremd.

1.12.

Sommige aspecten behoeven echter verduidelijking, met name:

1.12.1.

De formulering inzake de bepaling van het toepasselijk recht — artikel 1, lid 5, bepaalt dat een handelaar op dezelfde wijze mag „verkopen” als in zijn thuisland, op basis van de regels van het thuisland — moet snel worden verduidelijkt.

1.12.2.

De klantenservice (in gevallen van non-conformiteit, retourkosten, compensatiemogelijkheden enz.) valt niet specifiek onder de verordening; daarom is de Richtlijn consumentenrechten uit 2011 erop van toepassing. In de verordening over geoblocking zou de toepasselijke EU-wetgeving vermeld moeten worden. Dat verdient nadere aandacht.

1.12.3.

Enkele belangrijke bepalingen, zoals artikel 7 betreffende sancties voor inbreuken en artikel 8 betreffende bijstand aan consumenten, leggen de verantwoordelijkheid voor de handhaving van de verordening bij de lidstaten. Voorkomen moet worden dat mogelijk uiteenlopende interpretaties leiden tot verdere versnippering en aldus tot verzwakking van de verordening. De Commissie is terecht van plan om in de hele EU één klachtensysteem voor consumenten in te voeren (3).

1.13.

De in artikel 11 genoemde datum voor de toepassing van artikel 4, lid 1, onder b), namelijk 1 juli 2018, zou open moeten blijven en pas later, afhankelijk van de tijd die het wetgevingsproces in beslag neemt, moeten worden vastgelegd.

1.14.

Het voorstel van de Commissie voor een uniform klachtenformulier kan op instemming van het EESC rekenen.

2.   Inleiding

2.1.

Digitale transformatie bij bedrijven en digitale marktplaatsen grijpen wereldwijd snel om zich heen. Gezien de enorme gevolgen van deze dynamische processen heeft de Commissie de digitale interne markt (DIM) terecht aangewezen als een van haar speerpunten.

2.2.

Het EESC speelt ook een grote rol in de discussies over digitale transformatie. In een reeks adviezen heeft het EESC al commentaar geleverd op de overkoepelende en de horizontale aspecten van digitalisering en op Commissievoorstellen met betrekking tot specifieke onderwerpen (4).

2.3.

Het EESC is van mening dat de digitale revolutie krachtige voorwaarden vereist om de interne markt in dit nieuwe tijdperk te bevorderen. Deze voorwaarden moeten worden omschreven in een passend — nieuw en/of herzien — rechtskader dat de rechten van burgers en consumenten garandeert. Bovendien moeten bedrijven worden aangemoedigd om digitale instrumenten en innovatieve oplossingen te gebruiken om over de grenzen heen te werken.

2.4.

Elk van de 16 wetgevende en niet-wetgevende voorstellen van het DIM-pakket moet vanaf het begin volledig in ogenschouw worden genomen. Dit geldt ook voor het voorstel inzake geoblocking.

2.5.

Uit de beoordeling van de huidige praktijken wordt duidelijk dat er nog steeds tal van obstakels zijn voor grensoverschrijdende onlinetransacties. Een beperkte grensoverschrijdende marktontwikkeling is vaak niet het gevolg van oneerlijke marktsegmentering, maar het resultaat van de onzekerheid bij handelaren over het consumentengedrag en resterende administratieve obstakels, uiteenlopende regelgevingskaders en taalbarrières. Dit soort onzekerheden ondermijnen ook het vertrouwen van de consument.

2.6.

Het gebrek aan informatie draagt er ook toe bij dat e-handel (koop en verkoop) op nationaal niveau snel in opkomst is, maar op grensoverschrijdend niveau achterblijft.

2.7.

Er bestaan ook aanzienlijke verschillen in de transnationale handel tussen sectoren, grote en kleine ondernemingen en soorten marktspelers, zoals detailhandelaren of tussenpersonen en websites. Bovendien bestaan er tussen de lidstaten grote verschillen in de omvang van de internationale onlinehandel.

2.8.

De situatie is ingewikkeld. Om het vereiste gelijke speelveld en transparante oplossingen voor bedrijven en consumenten te bevorderen moet het DIM-wetgevingspakket op samenhangende wijze worden ingevoerd en moeten de wettelijke bepalingen over aanverwante onderwerpen, bijvoorbeeld op het gebied van de btw, pakketbezorging, afvalbeheer en consumentenrecht, hiermee volledig verenigbaar zijn.

2.9.

De economische en technologische ontwikkelingen kunnen niet worden teruggedraaid. In een wereld waar de onlinehandel hoe dan ook zal toenemen, moet de doelstelling van een Europees gelijk speelveld voor burgers en bedrijven daarom zo spoedig mogelijk worden verwezenlijkt.

3.   Brede toepassing

3.1.

In deze tijden van disruptieve ontwikkelingen veranderen de industrie- en de dienstensectoren voortdurend, komen er nieuwe bedrijfsmodellen op met betrekking tot de deeleconomie en worden de handelsmethoden dienovereenkomstig aangepast. Sociale media en diensten hebben een fundamentele invloed op de ontwikkeling van nieuwe patronen voor het verhandelen en kopen van goederen. Ze hebben enorme gevolgen voor bedrijven en consumenten. De EU moet de bestaande en de nieuwe wetgeving afstemmen op de nieuwe marktomstandigheden zonder te kiezen voor een harde aanpak teneinde de ontwikkeling van nieuwe bedrijfsmodellen en innovatieve benaderingen niet te belemmeren.

3.2.

Geoblocking is in strijd met een basisbeginsel van de interne markt. Hoewel er vaak gegronde redenen zijn voor een verschillende behandeling qua prijs of voorwaarden, die bijvoorbeeld verband houden met de nog steeds bestaande marktversnippering of verschillen tussen nationale markten, zullen bedrijven en consumenten profiteren van een open en concurrerende markt met meer keuze en betere kwaliteit tegen billijke prijzen.

3.3.

Het belang van B2C-e-handel — consumenten, bedrijven en eindgebruikers — moet vanuit een breder kader worden bezien. Bedrijven moeten nu meer dan ooit innoveren en efficiënt werken tegen redelijke prijzen. Nieuwe doorbraken verleggen grenzen en helpen bedrijven om sterker en veerkrachtiger te worden. Onder meer om deze reden staat het EESC volledig achter de doelstelling om discriminatie van de klant op grond van nationaliteit en/of verblijfplaats volledig uit te bannen.

3.4.

De beslissing om internationaal actief te worden is en blijft echter het exclusieve recht van elk afzonderlijk bedrijf. De praktijk toont aan dat de (grote) meerderheid van de bedrijven kiest voor een nationale aanpak.

3.5.

Europa loopt nog steeds achter op Amerika. De Chinese en Indiase digitale sectoren zijn bezig om een sterke positie te verwerven. Er bevindt zich niet één Europees bedrijf onder de twintig wereldwijd meest toonaangevende internetbedrijven. Volgens internationale studies loopt Europa voorop wat het opstarten van bedrijven betreft. De versnippering van de Europese markt staat evenwel de spontane ontwikkeling van in heel Europa actieve start-ups en zich opschalende bedrijven in de weg. Marktversnippering maakt marktontwikkeling vaak onmogelijk.

3.6.

De Commissie maakt terecht een onderscheid tussen gerechtvaardigde en ongerechtvaardigde geoblocking. Gerechtvaardigde geoblocking in de B2C-handel is voornamelijk het gevolg van de versnippering van de EU-markt en van ondoorzichtige omstandigheden.

3.7.

Een veelzeggend neveneffect van de bestrijding van geoblocking is dat (nieuwe) tekortkomingen van de interne markt duidelijk aan het licht worden gebracht. Het is essentieel om per geval te beoordelen of er redenen zijn om de toegang tot een bepaalde dienst te beperken of om verschillende prijzen en/of voorwaarden te hanteren op basis van nationaliteit of verblijfplaats.

3.8.

Het zou nuttig zijn geweest als er een beeld was gepresenteerd van de potentiële geoblocking en de marktontwikkeling op een grote thuismarkt zoals de Verenigde Staten, hoe moeilijk en duur zo’n analyse ook is, omdat dat een voor Europa te volgen voorbeeld had kunnen opleveren. Net als in Europa kunnen afzonderlijke Amerikaanse staten over bepaalde wettelijke bevoegdheden beschikken die de nationale ontwikkelingen belemmeren, al strekken die bevoegdheden zeker minder ver dan in Europa. De vrije handel en de consumentenvraag zijn waarschijnlijk uiterst bevorderlijk voor de B2C-e-handel en creëren een vruchtbare bodem voor concurrentie en voor snel groeiende startende en zich opschalende bedrijven op de Amerikaanse thuismarkt.

3.9.

Die constatering kan wellicht helpen om een beeld te krijgen van de toekomstige ontwikkelingen in Europa. De analyses van de Commissie, die zijn gebaseerd op bedrijfsenquêtes, beschrijven de huidige praktijken op markten die hoofdzakelijk een nationaal karakter hebben. Het Amerikaanse voorbeeld kan illustreren wat het werkelijke economische potentieel van B2C-e-handel is zodra de voornaamste barrières zijn weggewerkt.

3.10.

De bevordering van grensoverschrijdende verkoop staat al enige tijd op de EU-agenda. Er is een aantal richtlijnen aangenomen, zoals de dienstenrichtlijn uit 2006 en de richtlijn consumentenrechten uit 2011. Deze leggen de nadruk op consumentenbescherming en beogen bedrijven ertoe te verplichten voldoende transparantie te garanderen voor de consument en een einde te maken aan ongerechtvaardigde grensoverschrijdende discriminatie.

3.11.

Het EESC is teleurgesteld dat een ontoereikende tenuitvoerlegging, een onjuiste toepassing en een zwakke handhaving van de bestaande EU-wetgeving vaak blijvende barrières veroorzaken.

3.12.

Het effect van de wettelijke bepalingen ter bevordering van grensoverschrijdende e-handel is tot op heden echter beperkt. Op basis van uitgebreid marktstudonderzoek en enquêtes onder bedrijven en consumenten concludeert de Commissie dat het voor consumenten normaal is geworden om online te kopen, maar dat grensoverschrijdende onlineaankopen een uitzondering blijven: slechts de helft van de bedrijven die online verkopen doen dat over de grenzen heen. slechts de helft van de bedrijven die online verkopen doen dat over de grenzen heen (5).

3.13.

Het EESC is het ermee eens dat grensoverschrijdende beperkingen in verband met nationaliteit of verblijfplaats het vertrouwen in de interne markt ondermijnen en daarom moeten worden bestreden. Op basis van uitgebreide enquêtes kan men met recht concluderen dat er onder consumenten en bedrijven overweldigende steun bestaat voor het openstellen van de Europese markt voor B2C-onlinehandel. Het Europees Parlement is dezelfde mening toegedaan (6).

4.   Stand van zaken

4.1.

Om de grensoverschrijdende in- en verkoop te verbeteren, heeft de Commissie een pakket maatregelen opgesteld op verschillende terreinen, zoals btw-registratie en btw-regels voor e-handel, pakketbezorging, een hervorming van het auteursrecht en een hervorming van de verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming. Een verbod op (verticale) overeenkomsten tussen leveranciers en distributeurs en eenzijdige maatregelen van afzonderlijke bedrijven is eveneens van groot belang.

4.2.

Het voorstel voor een verordening inzake geoblocking maakt deel uit van dit totaalpakket. Een aantal belangrijke sectoren komt niet aan bod in de verordening, waaronder de gezondheidszorg, personenvervoer per spoor, financiële (retail)diensten, elektronische muziek, audiovisuele diensten en bepaalde vormen van gokken. Voor deze sectoren zijn namelijk specifieke bepalingen nodig, die er volgens het EESC snel moeten komen om de gaten in de wetgeving voor de digitale eengemaakte markt te dichten.

4.3.

Hetzelfde geldt voor het uiterst belangrijke auteursrecht. Hoewel kwesties in verband met het auteursrecht terecht zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van dit voorstel, hoewel ze er wel rechtstreeks verband mee houden, dringt het EESC er bij de Commissie op aan passende maatregelen te nemen om versnippering op dit terrein aan te pakken, de frustraties bij de consumenten te verminderen en te helpen bouwen aan een echte digitale interne markt.

4.4.

In de samenvatting van de openbare raadpleging van 2015 over geoblocking wordt geconcludeerd dat consumenten en bedrijven over het algemeen ongelukkig zijn met de huidige versnippering van de interne markt. Het lijkt er evenwel op dat bedrijven en ondernemersorganisaties de huidige stand van zaken aanvaarden en wijten aan de uiteenlopende rechtsstelsels in de lidstaten (7).

4.5.

Het EESC merkt op dat het voor kmo’s belangrijk is dat het voorstel niet de verplichting omvat om in heel Europa en te leveren. Kmo’s zullen echter zeker profiteren van de mogelijkheden (8) om in heel Europa, en met name in grensregio’s, producten en diensten te verkopen en om tegelijkertijd als eindgebruikers dezelfde rechten te genieten als consumenten. Dit komt hun goed van pas wanneer zij producten en diensten kopen in andere lidstaten. Bovendien is een goede toepassing van de verordening over pakketbezorgdiensten nodig om de grensoverschrijdende handel te kunnen ondersteunen en stimuleren.

4.6.

Onder meer de verschillen tussen rechtsstelsels bieden een verklaring voor het onderscheid te maken tussen gerechtvaardigde en ongerechtvaardigde geoblocking. Afgezien van de bedrijven die eenvoudigweg besluiten niet internationaal actief te worden, moeten de bedenkingen van bedrijven over de afschaffing van geoblocking hoofdzakelijk worden toegeschreven aan de huidige onzekerheid door uiteenlopende praktijken in Europa die de internationale handel belemmeren.

4.7.

Consumenten hebben veel klachten over grensoverschrijdende handel, hoewel de voorbeelden van beperkte omvang zijn en een nadere beoordeling wenselijk is. De klachten bestrijken een breed scala aan onderwerpen, zoals gebrekkige informatie, leveringsbeperkingen of de weigering om te leveren, het ontbreken van een rechtvaardiging of verklaring wanneer diensten of goederen worden geweigerd, het verleggen van de route, prijsverschillen, de weigering van bepaalde creditcards en een verschillende behandeling op basis van de facturering, de bezorgadressen en de taal. Sommige van deze verschijnselen houden verband met verschillen tussen rechtsstelsels. Andere, die voortkomen uit contractuele bepalingen of onderling afgestemde praktijken, leiden tot een vrij algemeen voorkomende verticale marktversnippering, namelijk op basis van persoonlijke kenmerken, en moeten worden verboden (9). Om de grensoverschrijdende e-handel ten bate van consumenten, bedrijven en burgers een impuls te geven is het van essentieel belang dat het vertrouwen van de consumenten en bedrijven wordt vergroot.

4.8.

Net als een verschillende behandeling wat betreft prijs, voorwaarden of andere aspecten bij diensten die op hetzelfde moment op dezelfde plaats worden verricht (bijvoorbeeld via het volgen van IP-adressen of profilering), moet ook ongerechtvaardigde geoblocking worden verboden. Er is geen rechtvaardiging voor een stelselmatige verschillende behandeling met betrekking tot diensten zoals autoverhuur, pretparken of hotels. Tijdelijke aanbiedingen of prijsverschillen, bijvoorbeeld tijdens schoolvakanties — dus van tijdelijke en horizontale aard — moeten echter worden toegestaan.

4.9.

Contractuele beperkingen op de grensoverschrijdende verkoop nemen vele vormen aan en in alle productcategorieën komen contractuele territoriale beperkingen voor (10). Sommige op het eerste gezicht ongerechtvaardigde beperkingen zijn evenwel aanvaardbaar, zoals de veelvoorkomende prijsverschillen. De Commissie heeft gelijk dat er op dit vlak sprake is van een grijs gebied (11). Zo kunnen prijsverschillen (in elk geval voor een deel) worden verklaard door verschillende markten en verschillende soorten consumenten en ook door hogere kosten in verband met verschillende of aanvullende nationale regels en juridisch advies, betaaldiensten, de levering en de afhandeling van retourzendingen (12).

4.10.

Een negatief beeld en bijbehorende klachten over valse beloften van de interne markt zijn wijdverspreid onder consumenten en evenzeer onder bedrijven. Deze klachten komen in feite voort uit twee overlappende verschijnselen: nationaal industriebeleid en uiteenlopende wetgeving.

4.11.

Het EESC heeft vaak kritiek gehad op het feit dat alle 28 lidstaten een eigen industriebeleid hebben, omdat een nationale focus in het industriebeleid de EU-brede handel belemmert en met name de mogelijkheden van kmo’s ondermijnt om grensoverschrijdend te werken. Ongecoördineerde nationale beleidsmaatregelen met een duidelijk gebrek aan eenvormigheid belemmeren de grensoverschrijdende planning. Onvoorspelbare of willekeurige overheidsmaatregelen zorgen voor nog meer onzekerheid.

4.12.

Het huidige landschap is beslist kleurrijk: er zijn verschillende nationale normen en certificeringsregelingen; sommige websites zijn geblokkeerd om te verhinderen dat ze vanuit een ander land verkopen; de betalingsregelingen lopen doorgaans uiteen; er kan een belemmerende werking uitgaan van de taalvereisten; de markttoezichtsinstanties leggen soms aanvullende vereisten op (13) en de bestaande EU-richtlijnen worden slecht of helemaal niet ten uitvoer gelegd. Een bekend voorbeeld is artikel 20 van de dienstenrichtlijn, dat door de lidstaten stelselmatig wordt genegeerd, hoewel het in dit geval onduidelijk is hoe het artikel naar behoren ten uitvoer moet worden gelegd. Al deze factoren ondermijnen de markttransparantie en het gewenste gelijke speelveld.

4.13.

De interne markt is een belangrijk thema. De onlinemaatschappij heeft de interne markt scherp onder de aandacht gebracht. Bedrijven en consumenten overal in Europa worden dichter bij elkaar gebracht. Met slechts één muisklik gaat er een wereld van opties en keuzes open. De mogelijkheden voor specialistische en nauwkeurig afgestemde oplossingen kunnen exponentieel toenemen. Evenwel moet in ogenschouw worden genomen dat er zelfs bij een perfect werkende interne markt nog steeds regionale verschillen zouden bestaan.

4.14.

Kunstmatige barrières belemmeren bedrijven, met name kmo’s, in hun spontane ontwikkeling. Om hun marktpositie veilig te stellen gaan bedrijven over tot gecoördineerde acties om problemen te omzeilen of om obstakels te verhelpen. Verticale en horizontale overeenkomsten tussen handelaren en distributeurs en verschillende vormen van marktversnippering die algemeen worden beschouwd als ongerechtvaardigde geoblocking, moeten vaak ook worden gezien als defensieve maatregelen tegen wat bedrijven beschouwen als willekeurige nationale barrières. Zo kunnen de verzendkosten en de kosten van de klantenservice onverwacht hoger uitvallen als gevolg van nationaal beleid. Een bedrijf dat in alle omstandigheden verplicht is om te leveren heeft door onbekende omstandigheden mogelijk moeite om aan zijn verplichtingen te voldoen.

4.15.

In sommige gevallen worden grensoverschrijdende tussenpersonen gebruikt om de nationale complicaties tussen het bedrijf in het land van herkomst en de klanten in het andere land glad te strijken. Hoewel dit zeer nuttig kan zijn, is dit over het algemeen niet bevorderlijk voor de rechtstreekse betrekkingen tussen de leverende bedrijven en de klanten.

4.16.

Er bestaat geen twijfel over de noodzaak om ongerechtvaardigde geoblocking in kaart te brengen en te bestrijden, maar het EESC dringt erop aan dat bij het scheppen van de juiste voorwaarden ook de juiste conclusies moeten worden getrokken uit de nog steeds bestaande versnippering op de interne markt, die het gevolg is van de uiteenlopende nationale benaderingen.

Brussel, 19 oktober 2016.

De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Georges DASSIS


(1)  EESC-advies over het voorstel voor een verordening betreffende grensoverschrijdende pakketbezorgdiensten dat de voorstellen in dit advies aanvult (zie blz. 106 van dit Publicatieblad).

(2)  Het onderzoek is in mei 2015 gepubliceerd, en op 15 september 2016 rapporteerde de Commissie over haar eerste bevindingen.

(3)  Aangezien de lidstaten niet allemaal dezelfde aanpak hanteren, is dit bepaald geen sinecure. Momenteel buigen de Commissie en de Raad zich over deze kwestie.

(4)  PB C 264 van 20.7.2016, blz. 86;

PB C 264 van 20.7.2016, blz. 57;

PB C 264 van 20.7.2016, blz. 51;

PB C 71 van 24.2.2016, blz. 65.

(5)  Zie de effectbeoordeling inzake geoblocking en andere vormen van discriminatie op basis van de verblijfs- of vestigingsplaats of de nationaliteit in Europa ((COM(2016) 289 final, blz. 2). In 2012 merkte de Commissie evenwel terecht in haar mededeling over diensten op dat bedrijven de vrijheid hebben om de geografische reikwijdte van hun activiteiten binnen de EU zelf te bepalen, ook wanneer zij online verkopen.

(6)  Resolutie van het Europees Parlement van 19 januari 2016 over „Naar een akte voor een digitale interne markt” (2015/2147(INI)), hoofdstuk 2.

(7)  Samenvatting van de antwoorden op de openbare raadpleging van de Europese Commissie van 2015 over geoblocking, blz. 15.

(8)  Zie de European Small Business Alliance (ESBA).

(9)  Zie ook de discussienota waarin de eerste bevindingen van de e-handelsenquête van DG Concurrentie worden gepresenteerd (SWD(2016) 70 final, punt 7).

(10)  Ibid., punten 98 en 99.

(11)  Ibid., punt 102. Dit grijze gebied moet duidelijker worden omschreven.

(12)  Ibid., punt 114.

(13)  Zie bijvoorbeeld Duitsland.