52013PC0501

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende de gemeenschappelijke onderneming ECSEL /* COM/2013/0501 final - 2013/0234 (NLE) */


TOELICHTING

1.           ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

· Algemene context

De Europese Unie (EU) moet actie ondernemen om te zorgen dat zij uit de economische en financiële crisis komt en de weg vindt naar duurzame groei.

Een van de doelstellingen van Horizon 2020[1], het programma van de EU voor onderzoek en innovatie voor de periode 2014–2020, is het versterken van het Europese bedrijfsleven door steunmaatregelen voor onderzoek en innovatie in een aantal industriële sectoren.

De pijler “Leiderschap in ontsluitende en industriële technologieën” van Horizon 2020 is specifiek gericht op versterking van het industriële concurrentievermogen met betrekking tot essentiële technologieën zoals ICT. In Horizon 2020 zijn micro- en nano-elektronica en slimme ingebedde componenten en systemen binnen het thema ICT als prioriteitsgebieden aangewezen.

Om de EU-steun voor onderzoek en innovatie beter af te stemmen op de doelstellingen op industrieel gebied en meer investeringen in de Europese industrie aan te trekken, voorziet Horizon 2020 in publiek-private partnerschappen op belangrijke gebieden waar onderzoek en innovatie een bijdrage kunnen leveren aan Europa’s bredere mededingingsdoelstellingen en helpen maatschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden.

Dit nieuwe voorstel voor een publiek-privaat partnerschap betreft de oprichting van een gemeenschappelijke onderneming op het gebied van elektronische componenten en systemen. De gemeenschappelijke onderneming ECSEL (“Elektronische Componenten en Systemen voor Europees Leiderschap’) vervangt de eerdere gemeenschappelijke ondernemingen ENIAC[2] en ARTEMIS[3], actief op het gebied van respectievelijk nano-elektronica en ingebedde systemen, die opgestart zijn uit hoofde van het Zevende Kaderprogramma[4]. Het voorstel wordt ingediend in de context van het meerjarig financieel kader[5], het voorstel van de Commissie voor Horizon 2020, de mededeling van de Commissie “Partnerschappen in onderzoek en innovatie”[6], het vlaggenschipinitiatief Innovatie-Unie[7], de mededeling van de Commissie over cruciale ontsluitende technologieën “Een Europese strategie voor sleuteltechnologieën – een brug naar groei en banen”[8] en de mededeling van de Commissie “Een Europese strategie voor micro- en nano-elektronische onderdelen en systemen”[9]. Het voorstel is ook in overeenstemming met de mededeling van de Commissie “Publiek-private partnerschappen in Horizon 2020: een krachtig instrument voor innovatie en groei in Europa”[10].

· Redenen voor en doelstellingen van een gemeenschappelijke onderneming op het gebied van elektronische componenten en systemen

De sector elektronische componenten en ingebedde systemen is een belangrijke bedrijfstak met een wereldwijde omzet van meer dan 1 biljoen euro, maar ligt ook ten grondslag aan de meeste productiviteitsverbeteringen die aan de hele economie ten goede komen, en speelt een sleutelrol voor de aanpak van maatschappelijke problemen. Hoewel de bedrijfstak in Europa op belangrijke verticale markten, zoals de auto-industrie, energie, betalingssystemen e.d., sterk aanwezig is, heeft hij momenteel te kampen met grote uitdagingen die voor de hele economie van belang zijn.

Meer specifiek staat Europa wat elektronische onderdelen en systemen betreft voor twee grote uitdagingen. Enerzijds moet Europa de controle hebben over de cruciale schakels in de waardeketen (ontwerp, fabricage en integratie in eindproducten), die essentieel zijn om de waardecreatie uit elektronica in Europa te verankeren, en dus ook om het concurrentievermogen van vele andere industriesectoren in Europa (auto-industrie, energie, gezondheid, web enz.) te bestendigen. Anderzijds moet Europa de grote leemten in zijn innovatieketens opvullen en onderzoek op topniveau beter omzetten in commerciële successen.

Bij de aanpak van die problemen heeft Europa te maken met zware concurrentie op de wereldmarkt, een teruglopend marktaandeel van zijn industrie, hoge kosten voor onderzoek en innovatie en een snelle ontwikkeling van de techniek.

In deze context moet een gemeenschappelijke onderneming op het gebied van elektronische componenten en systemen de volgende doelen nastreven:

· verzekeren van de beschikbaarheid van cruciale technologieën voor innovatie in alle belangrijke economische sectoren en ervoor zorgen dat Europa deze technologieën optimaal kan benutten om de algemene economische groei te stimuleren;

· ondersteuning van het beleid van de EU, het milieu en het concurrentievermogen, zoals vastgelegd in de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei;

· overwinnen van hindernissen voor doeltreffend onderzoek en doeltreffende innovatie op dit gebied, waaronder de grote risico’s, de hoge kosten van onderzoek en ontwikkeling en marktfalen. Om particuliere investeringen als hefboom in te zetten, is de steun van het publiek nodig;

· met de lidstaten afstemmen van strategieën om particuliere investeringen aan te trekken en bij te dragen aan gezonde overheidsfinanciën, door dubbel werk en fragmentatie te voorkomen, en vergemakkelijken van de deelname van actoren die bij onderzoek en innovatie betrokken zijn;

· stimuleren dat de bedrijfstak een strategische onderzoeks- en innovatieagenda voor de lange termijn opzet, de noodzakelijke kritische massa creëert, particuliere investeringen als hefboom benut, het delen van kennis vergemakkelijkt, risico’s vermindert, kosten verlaagt en producten sneller marktrijp maakt.

De specifieke doelstellingen van de nieuwe gemeenschappelijke onderneming zijn:

· instandhouding en uitbreiding van de Europese capaciteit voor de fabricage van halfgeleiders en slimme systemen en een leidende positie op het gebied van productieapparatuur en materiaalverwerking;

· verkrijgen van een leidende positie op het gebied van ontwerp en systeemtechniek, met inbegrip van ingebedde technologieën;

· toegang voor alle belanghebbenden tot infrastructuur van wereldniveau voor ontwerp en fabricage van elektronische componenten en slimme systemen;

· stimulering van de ontwikkeling van ecosystemen waarin innovatieve kmo’s actief zijn, bestaande clusters worden versterkt en het ontstaan van nieuwe clusters op nieuwe veelbelovende gebieden wordt bevorderd.

· Voortbouwen op eerder opgedane ervaring

De voorgestelde gemeenschappelijke onderneming bouwt voort op wat met de eerdere gemeenschappelijke ondernemingen ENIAC en ARTEMIS in de context van het Zevende Kaderprogramma is bereikt. Beide gemeenschappelijke ondernemingen hadden als doel een Europabreed onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma op het gebied van nano-elektronica en ingebedde systemen op te zetten en te stimuleren dat de bedrijfstak, de lidstaten en de Europese Unie hun strategieën op elkaar afstemmen en hun investeringen uitbreiden. Dit bood een uitstekende gelegenheid om in heel Europa samen te werken, een kritische massa te creëren en investeringen als hefboom in te zetten. De gemeenschappelijke ondernemingen hebben laten zien dat zij in staat zijn om als onpartijdige facilitator en katalysator op te treden voor ambitieuze projecten om de betrokkenheid van excellente bedrijven te vergroten in een context waarin nationale en Europese overheden steun kunnen verlenen aan thema’s met een grote strategische waarde. Dit is overtuigend aangetoond door het succes dat ENIAC heeft geboekt met de snelle start van de uitvoering van de aanbevelingen voor cruciale ontsluitende technologieën op het gebied van nano-elektronica en door het opstarten van grootschalige proefprojecten voor innovatie door ARTEMIS. In de periode 2008–2012 hebben zo’n 2 000 deelnemers, waaronder ruim 500 kmo’s, in totaal 2,8 miljard euro geïnvesteerd in onderzoek, ontwikkeling en innovatie.

Bij deze gemeenschappelijke ondernemingen zijn de particuliere sector, de nationale autoriteiten en de Europese autoriteiten betrokken. Een belangrijke uitdaging voor deze driepartijenstructuur is het afstemmen van procedures en inhoud op de verwachtingen en processen van de deelnemende lidstaten.

Bij de eerste en de tweede tussentijdse evaluatie van ARTEMIS en ENIAC zijn krachtige aanbevelingen gedaan om in de context van Horizon 2020 door te gaan met een soortgelijk initiatief, aangezien geen enkele organisatie of lidstaat zelfstandig alle problemen van deze sector kan aanpakken. Gecoördineerde actie op Europees niveau wordt daarom als de meest geschikte koers gezien.

De ervaring met het huidige model heeft uitgewezen dat het de doelstellingen ervan kan verwezenlijken, zij het dat de opstartperiode (waarin vertrouwen moest worden opgebouwd en een praktische modus operandi tot stand moest komen) langer duurde dan oorspronkelijk werd verwacht.

In aanvulling op de bovengenoemde successen moeten echter enkele opmerkingen worden gemaakt over de huidige structuur:

· er is onvoldoende synchronisatie tussen de verschillende nationale procedures (voor contracten en betalingen), wat tot vertraging bij de uitvoering van de projecten leidt;

· de verplichting om twee subsidieovereenkomsten te sluiten op basis van verschillende regels (gemeenschappelijke onderneming en nationale procedure) is een administratieve last voor de deelnemers;

· de verschillende nationale regels hebben gevolgen voor de wijze waarop consortia tot stand komen;

· de uitvoering van de begroting is gehinderd door de strikte afhankelijkheidsrelatie tussen de EU-vastleggingen en de nationale vastleggingen (de verordening van de Raad schrijft voor dat de verhouding tussen de bijdragen van de lidstaten en die van de EU 1,8 bedraagt);

· de financiële kaderregeling voor gedecentraliseerde agentschappen stelt strenge eisen aan de beperkte middelen van de gemeenschappelijke onderneming.

Deze moeilijkheden veroorzaakten geen uitstel, maar vergden wel aanhoudende inspanningen van alle partijen om het systeem werkend te maken. Voor het toekomstige initiatief biedt een vereenvoudigd werkingsmodel aanzienlijke voordelen, wat in overeenstemming is met de algemene doelstelling om met Horizon 2020 een algehele vereenvoudiging door te voeren. Het voorstel tot oprichting van een nieuwe gemeenschappelijke onderneming bevat bepalingen om de activiteiten eenvoudiger en flexibeler te maken.

2.           RESULTATEN VAN RAADPLEGING VAN DE BETROKKEN PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING

· Resultaten van de raadpleging

De betrokkenen beoordelen de twee bestaande gemeenschappelijke ICT-ondernemingen als zeer waardevol. Uit de openbare raadpleging is gebleken dat de gemeenschappelijke ondernemingen hebben bijgedragen tot de aanpak van knelpunten op hun respectieve activiteitengebied en tot een verhoging van het Europese concurrentievermogen.

De betrokkenen bij de huidige gemeenschappelijke ondernemingen ENIAC en ARTEMIS zijn industriële belanghebbenden (zowel grote ondernemingen als kmo’s) en onderzoeksorganisaties en organisaties voor kennisverspreiding in heel Europa. De lidstaten zijn rechtstreeks betrokken bij de bestuursstructuren en leveren ook een financiële bijdrage. De industrie en de onderzoekers zijn vertegenwoordigd via de vakorganisaties AENEAS en ARTEMIS-IA.

Uit de raadplegingen is gebleken dat alle actoren gemotiveerd zijn om de gezamenlijke technologie-initiatieven (GTI’s) uit te voeren en zich ertoe hebben verbonden. Volgens de bedrijfstak hebben de GTI’s bijgedragen tot het bij elkaar brengen van de belanghebbenden en de samenwerking bij de uitvoering van de strategische onderzoeksagenda’s gefaciliteerd. De GTI’s bundelen particuliere middelen met de openbare middelen van de lidstaten en de Europese Unie.

Alle belanghebbenden hebben voor het nieuwe GTI hun krachtige steun uitgesproken voor de volgende twee hoofddoelen:

· een kritische massa genereren door openbare en particuliere middelen te bundelen; en

· publieke steun bieden voor grootschalige demonstratie- en proefprojecten.

Samenwerking tussen verschillende waardeketens in heel Europa die dichter bij de markt staan, met als doel innovatie tot stand te brengen, moet worden ondersteund. Zowel het ontwerp van complexe elektronische componenten en systemen als de ontwikkeling van de fabricage en de technologie moeten onder die samenwerking vallen.

De lidstaten willen dat de openbare middelen zo efficiënt mogelijk worden besteed, in het belang van hun nationale industrie en wetenschappelijke onderzoekers. Alle deelnemende lidstaten erkennen dat een sterke industrie op het gebied van elektronische componenten en system van groot belang is voor de nationale economie. De lidstaten zijn bereid om deelnamen aan een driepartijenmodel te overwegen, als de nodige financiering alleen bijeen kan worden gebracht door middelen te bundelen en strategieën op regionaal, nationaal en EU-niveau strikter op elkaar af te stemmen.

Sommige lidstaten erkennen de moeilijkheden waarmee de deelnemers momenteel te kampen hebben, met name door de toepassing van nationale subsidiabiliteitscriteria en de gebrekkige synchronisatie en onderlinge afstemming van de nationale voorwaarden voor contracten en financiering. Door de verschillende nationale overeenkomsten ontstaan er uiteenlopende deelnamevoorwaarden en enige inconsequenties. Deze problemen zijn door de belanghebbenden gemeld in verband met het driepartijenmodel voor het GTI.

Voor het midden- en kleinbedrijf is de eenvoud van de deelname van het allergrootste belang. Deze bedrijven zijn een groot voorstander van meer gerichte steun, en de deelnemende lidstaten delen deze mening.

Veel belanghebbenden benadrukken ook dat zij er behoefte aan hebben dat de lidstaten meerjarige financiële vooruitzichten bieden voor de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming.

Bij de opzet van het nieuwe GTI inzake elektronische componenten en systemen is met deze opmerkingen rekening gehouden, hoewel niet alle lidstaten het evenzeer eens waren met het onderbrengen van alle benodigde diensten in één gemeenschappelijke onderneming.

· Effectbeoordeling

De voorgestelde verordening is door de Commissie onderworpen aan een effectbeoordeling, waarvan het verslag bij het voorstel is gevoegd.

3.           JURIDISCHE ASPECTEN VAN HET VOORSTEL

· Samenvatting van de voorgestelde maatregel(en)

Het voorstel betreft een verordening van de Raad betreffende de gemeenschappelijke onderneming ECSEL, waarbij de doelstellingen, de juridische status, de regels betreffende de werking en de statuten voor de periode 2014–2024 worden vastgelegd (tot 2020 wat de financiële programmering betreft). De gemeenschappelijke ondernemingen ENIAC en ARTEMIS werden opgericht bij respectievelijk Verordening (EG) nr. 72/2008 en (EG) nr. 74/2008 van de Raad en zijn actief op het gebied van respectievelijk nano-elektronica en ingebedde computersystemen. Deze verordeningen worden ingetrokken bij de inwerkingtreding van de verordening tot oprichting van de nieuwe gemeenschappelijke onderneming.

· Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag voor het voorstel is artikel 187 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

De regels van Horizon 2020 voor deelneming en verspreiding zijn van toepassing. In verband met een specifieke operationele noodzaak in het kader van dit initiatief moet echter van deze regels worden afgeweken. Deze specifieke afwijking wordt in dit stadium evenwel niet in het voorstel opgenomen, om geen afbreuk te doen aan de interinstitutionele besprekingen over de juiste rechtsgrondslag en procedure voor de vaststelling ervan, aangezien deze nog in behandeling zijn in de context van het werk van de Commissie aan het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van “Horizon 2020” (COM(2011) 810 – 2011/0399 (COD). De specifieke afwijking zal in een later stadium aan de orde komen in het licht van de resultaten van deze besprekingen.

Voor de toepassing van de regels inzake overheidssteun moet worden afgeweken van Verordening (EU) nr. … [regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van “Horizon 2020”] wat het standaard financieringspercentage betreft. Gezien de medefinanciering door de lidstaten zijn op de overheidssteun die de gemeenschappelijke onderneming verleent, de regels inzake overheidssteun van toepassing met hun specifieke bepalingen over de steunintensiteit die afhankelijk zijn van het soort deelnemer en het soort activiteit.

· Subsidiariteitsbeginsel

Het subsidiariteitsbeginsel is van toepassing voor zover het voorstel gebieden bestrijkt die niet onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie vallen.

De doelstellingen van het voorstel kunnen om de volgende redenen niet voldoende door de lidstaten afzonderlijk worden verwezenlijkt:

· de industrie en de economie van Europa staan voor grote uitdagingen, die zodanige aanzienlijke investeringen noodzakelijk maken dat deze van elke afzonderlijke lidstaat een zeer grote inspanning zouden vergen. De afzonderlijke lidstaten, ongeacht de omvang van hun economie, schrikken daarom terug voor activiteiten op het gebied van onderzoek en innovatie, of stellen investeringen uit die cruciaal zijn voor het aantrekken van meer particuliere investeringen en het opbouwen van Europa’s vermogen om te innoveren en concurreren. Door regionale, nationale en EU-middelen samen te brengen, kan Europa snel reageren op grote investeringsmogelijkheden en op de vraag daarnaar anticiperen, zoals blijkt uit de oproep tot het indienen van voorstellen voor het GTI ENIAC in 2012. Deze oproep betrof steun voor een aantal proef-productielijnen op gebieden die voor de Europese industrie cruciaal zijn.

· Europa beschikt over hoogwaardige gespecialiseerde technologie en industriële clusters op het gebied van micro- en nano-elektronische componenten en slimme en ingebedde systemen. Innovatie en concurrerende producten en diensten ontstaan steeds vaker door multidisciplinaire onderzoeks- en innovatieactiviteiten en allianties en partnerschappen langs de waardeketen die van halfgeleiderontwikkeling tot aan ingebedde software en netwerktoepassingen leidt. Als geen nieuw initiatief op EU-niveau wordt gestart, zal het onderzoeks- en innovatielandschap van Europa steeds meer gefragmenteerd raken. Zonder een gericht en samenhangend programma blijft Europa’s bijdrage tot de sector elektronische componenten en systemen beperkt tot losse, ongestructureerde plaatselijke inspanningen. De vooruitgang zal worden afgeremd door een gebrek aan coördinatie van industriële O&O-doelstellingen, dubbel werk, onnodige bureaucratische formaliteiten en een suboptimale benutting van de beperkte financiële middelen die voor onderzoek beschikbaar zijn. Actie van de afzonderlijke lidstaten is dan ook onvoldoende om de uitdagingen het hoofd te bieden waarvoor de sector elektronische componenten en systemen zich geplaatst ziet. Er bestaat geen afzonderlijk nationaal mechanisme waarmee alle expertise en alle financiële middelen bijeen kunnen worden gebracht die nodig zijn om een sterke positie op de mondiale concurrentiemarkt te verwerven.

Er zijn meerdere redenen waarom het doel beter kan worden bereikt met maatregelen op EU-niveau. Met een Europees publiek-privaat partnerschap kunnen de noodzakelijke financiële en technische middelen worden gemobiliseerd om de complexiteit van de steeds snellere innovatie op dit terrein te beheersen. Er zal een concentrerende werking van uitgaan op de prioriteiten van Europa, de lidstaten en de bedrijfstak. De sterke punten van de transnationale en Europese programma’s worden gecombineerd. Als een vereenvoudigde modus operandi wordt vastgesteld, kunnen subsidies sneller en met minder formaliteiten voor de deelnemers worden verleend.

Het voorstel is derhalve in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel.

· Evenredigheidsbeginsel

Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel gaan de bepalingen van deze verordening niet verder dan hetgeen nodig is om de doelstellingen ervan te bereiken.

Het voorstel is om de navolgende redenen in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. De voorgestelde gemeenschappelijk onderneming is de enige eenvoudige optie die de beperkingen overwint en aan de vereisten voldoet om de doelstellingen van de actie te verwezenlijken. Het biedt een structuur die duurzaam is, rechtspersoonlijkheid heeft en in een duidelijk juridisch kader voorziet voor de samenwerking en de participatie van actoren op het gebied van onderzoek en innovatie, nationale autoriteiten en de EU in een publiek-privaat partnerschap. De deelname van alle belanghebbenden is van kapitaal belang. Aangezien het initiatief zich toespitst op industriële doelstellingen die van groot belang zijn voor het economische concurrentievermogen, is de deelname van de industrie noodzakelijk om de uitwerking van de onderzoeksprioriteiten en het innovatiebeleid mede vorm te geven. De betrokkenheid van de lidstaten is nodig om gebruik te kunnen maken van nationale financiering, die goed is voor het leeuwendeel van de overheidsuitgaven voor onderzoek en innovatie op dit gebied. Tot slot heeft de EU een belangrijke rol te spelen door het integratieproces aan te sturen, de verschillende belangen van de partners in evenwicht te houden en adequaat toezicht te houden op het gebruik van haar financiële bijdrage.

De voorgestelde maatregelen zullen de noodzakelijke integratie op EU-niveau tot stand brengen en flexibiliteit bieden voor de deelname van de afzonderlijke lidstaten. De besluitvorming inzake het gebruik van de nationale financiële bijdragen blijft een nationale bevoegdheid. De gemeenschappelijke onderneming krijgt een slanke structuur voor de besluitvorming en de financiële en administratieve verrichtingen Zij wordt bijzonder kosteneffectief: de administratieve kosten worden geraamd op circa 3% van de totale EU-bijdrage aan de onderzoeks- en innovatieactiviteiten van de gemeenschappelijke onderneming

· Keuze van instrument

Voorgesteld instrument: verordening

Andere instrumenten zijn ongeschikt omdat voor de oprichting van een gemeenschappelijke onderneming waarin de Europese Unie participeert, een verordening van de Raad vereist is.

4.           GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De raming van de bijdrage die DG CONNECT levert uit zijn budget voor Leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën[11], [12] geeft aan dat de uitgaven van de EU gedurende de gehele levensduur van ECSEL (tot 2024) maximaal 1 215 255 000 zullen bedragen (inclusief de bijdrage van de EVA-staten). Deze uitgaven moeten vóór 31 december 2000, wanneer de begroting van Horizon 2020 afloopt, worden vastgelegd en voor 31 december 2024 betaald.

5.           FACULTATIEVE ELEMENTEN

· Vereenvoudiging

Er wordt een vereenvoudig model voorgesteld als oplossing voor de praktische problemen die deelnemers aan de huidige gemeenschappelijke ondernemingen hebben ondervonden, zoals de uiteenlopende nationale voorschriften en werkwijzen, waardoor er grote verschillen ontstonden voor de behandeling van de afzonderlijke deelnemers. Er wordt voorgesteld dat de nieuwe gemeenschappelijke onderneming namens de autoriteiten van de lidstaten mag optreden bij de contractering en betaling, zoals nu al gebeurt voor de bijdrage van de EU. De deelnemers hebben daardoor alleen te maken met de gemeenschappelijke onderneming, en de financiering loopt synchroon voor alle deelnemers. Ook wordt voorgesteld om het percentage overheidsfinanciering (EU en nationaal) voor alle lidstaten te harmoniseren.

· Europees belang

Het is voor Europa van groot belang om een bedrijfstak voor geavanceerde elektronische componenten en systemen te hebben, omdat daardoor ontsluitende technologieën op het gebied van elektronica beschikbaar komen die de innovatie stimuleren in zeer uiteenlopende bedrijfstakken, van de auto-industrie en lucht- en ruimtevaart tot energie, medische apparatuur, huishoudelijke apparaten en allerlei soorten industriële fabricageprocessen. De doelstellingen en het werkterrein van ECSEL geven precies aan welke technologische koers moet worden gevolgd en welke economische doelen moeten worden bereikt. Er worden open en eerlijke selectiecriteria voor de deelnemers vastgesteld, de verbintenis van de bedrijfstak om te investeren en arbeidsplaatsen te scheppen wordt vastgelegd en de bestuursregelingen en uitvoeringsprocedures worden vastgesteld. De overheidssteun die ten behoeve van de activiteiten van ECSEL wordt geboden, verbetert de situatie van de Europese Unie op het gebied van onderzoek en innovatie in de internationale context. Dit komt ten goede aan de hele waardeketen van de sector elektronische componenten en systemen in Europa, waaronder veel kmo’s, maar door het spillovereffect ook andere economische actoren. Als een lidstaat of groep van lidstaten daartoe een aanvraag doet, kan de Commissie overwegen de initiatieven van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL als belangrijk project van gemeenschappelijk Europees belang aan te merken, indien aan alle voorwaarden wordt voldaan.

2013/0234 (NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

betreffende de gemeenschappelijke onderneming ECSEL

(Voor de EER relevante tekst)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 187 en artikel 188, eerste alinea,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement[13],

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[14],

Overwegende hetgeen volgt:

(1)       Publiek-private partnerschappen in de vorm van gezamenlijke technologie-initiatieven werden oorspronkelijk mogelijk gemaakt door Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013)[15].

(2)       In Beschikking 2006/971/EG van de Raad van 19 december 2006 betreffende het specifieke programma “Samenwerking” tot uitvoering van het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013)[16] worden specifieke te ondersteunen publiek-private partnerschappen geïdentificeerd, onder meer op de specifieke gebieden die onder de gezamenlijke technologie-initiatieven ENIAC en ARTEMIS vallen.

(3)       In de Europa 2020-strategie[17] wordt benadrukt dat gunstige voorwaarden voor investeringen in kennis en innovatie in de Gemeenschap moeten worden geschapen met het oog op het bevorderen van slimme, duurzame en inclusieve groei in de Unie. Deze strategie is door het Europees Parlement en de Raad goedgekeurd.

(4)       Met Verordening (EU) nr. …/2013 van het Europees Parlement en de Raad van … 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020)[18] wordt beoogd een groter effect op onderzoek en innovatie te creëren door financiële middelen van Horizon 2020 en de particuliere sector te bundelen binnen publiek-private partnerschappen op belangrijke gebieden waar onderzoek en innovatie een bijdrage kunnen leveren aan Europa’s bredere mededingingsdoelstellingen en kunnen helpen maatschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden. Overeenkomstig Besluit nr. 1982/2006/EG kan de betrokkenheid van de Unie bij die partnerschappen de vorm aannemen van financiële bijdragen aan gemeenschappelijke ondernemingen die zijn opgericht op basis van artikel 187 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

(5)       Overeenkomstig Besluit (EU) nr. […]/2013 van de Raad van […]tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van “Horizon 2020” — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020)[19] moet verdere steun worden verleend aan gemeenschappelijke ondernemingen die zijn opgericht uit hoofde van Besluit nr. 1982/2006/EG, volgens de voorwaarden van Besluit (EU) nr. […]/2013. De prioriteit “Industrieel leiderschap” is gericht op twee specifieke activiteitenlijnen op het gebied van informatie- en communicatietechnologieën: “Micro- en nano-elektronica” en “Een nieuwe generatie componenten en systemen: de constructie van geavanceerde en slimme ingebedde componenten en systemen”. “Ingebedde computersystemen” (ARTEMIS) en “nano-elektronica” (ENIAC) moeten tot één initiatief worden gecombineerd.

(6)       In de mededeling van de Commissie “Een Europese strategie voor sleuteltechnologieën – een brug naar groei en banen”[20] worden cruciale ontsluitende technologieën (hierna “KET” genoemd), waaronder micro- en nano-elektronica, als een onontbeerlijke bron van innovatie aangeduid. Er bestaat momenteel een kloof tussen het genereren van fundamentele kennis en de commerciële toepassing ervan in de vorm van goederen en diensten. Dit probleem moet onder meer worden aangepakt door gerichte steun voor proefproductielijnen en proefprojecten op innovatiegebied, waaronder grootschalige, die erop gericht zijn om technologie en producten in de bedrijfspraktijk te valideren en integratie en kruisbestuiving tussen de diverse KET’s te bevorderen.

(7)       Volgens de mededeling van de Commissie “Een Europese strategie voor micro- en nano-elektronische onderdelen en systemen”[21] bevorderen micro- en nano-elektronische componenten en systemen de innovatie en het concurrentievermogen in alle belangrijke economische sectoren. Omdat deze sector zo belangrijk is en de belanghebbenden in de EU voor grote uitdagingen staan, zijn dringend maatregelen nodig om de zwakke schakels in de Europese innovatie- en waardeketens te versterken. Daarom wordt voorgesteld een mechanisme op Unieniveau op te zetten om de steun van de lidstaten, de Unie en de particuliere sector voor onderzoek en innovatie in elektronische componenten te combineren en gerichter te maken.

(8)       Teneinde Europa opnieuw een leidende positie binnen het ecosysteem voor nano-elektronica te geven, hebben de belanghebbenden in de bedrijfstak en de onderzoekswereld voorgesteld een strategisch programma voor onderzoek en innovatie in het leven te roepen, waarvoor tot aan het jaar 2020 een totale investering van 100 miljard euro beschikbaar is; dit programma moet de mondiale op nano-elektronica gebaseerde inkomsten van Europa verhogen tot ruim 200 miljard euro per jaar en 250 000 extra directe en indirecte arbeidsplaatsen creëren.

(9)       De term “elektronische componenten en systemen” omvat micro- en nano-elektronica, ingebedde/cyberfysieke systemen en toepassingen en slimme geïntegreerde systemen en toepassingen.

(10)     De bij Verordening (EG) nr. 72/3008 van de Raad van 20 december 2007[22] opgerichte gemeenschappelijke onderneming ENIAC heeft met succes een onderzoeksagenda ten uitvoer gelegd om binnen de sector nano-elektronica relevante gebieden te versterken zodat Europa zijn concurrentievermogen kon vergroten door investeringen in prioritaire thema’s te stimuleren en daarbij het hele ecosysteem te betrekken.

(11)     De gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS, die bij Verordening (EG) nr. 74/2008 van de Raad van 20 december 2007 betreffende de oprichting van de “gemeenschappelijke onderneming Artemis” voor de tenuitvoerlegging van een gezamenlijk technologie-initiatief inzake ingebedde computersystemen[23] is opgericht, heeft met succes haar strategische positie aangetoond, die top-downrichtsnoeren combineert met de vaststelling op bottom-upbasis van de aan te pakken technische problemen, en aldus projecten heeft aangetrokken waarvan de resultaten rechtstreeks relevant zijn voor de bedrijfstak.

(12)     Uit de tussentijdse evaluaties van de gemeenschappelijke ondernemingen ENIAC en ARTEMIS is gebleken dat zij nuttige en geschikte instrumenten zijn, dat hun krachten kunnen worden gebundeld en dat zij een aanzienlijke impact hebben op hun respectieve terrein. De onderzoeksterreinen waarop de gemeenschappelijke ondernemingen ENIAC en ARTEMIS actief zijn, moeten daarom steun blijven krijgen, teneinde het concurrentievermogen van de sector elektronische componenten en systemen in Europa verder te verbeteren en de inspanningen te concentreren op een door de publieke en particuliere betrokkenen overeen te komen geheel van strategische activiteiten.

(13)     Bij de verdere steun voor onderzoeksprogramma’s op het gebied van nano-elektronica en ingebedde computersystemen moet worden voortgebouwd op de ervaring met de activiteiten van ENIAC en ARTEMIS, inclusief de resultaten van de tussentijdse evaluatie, de aanbevelingen van de belanghebbenden en de noodzaak van doeltreffende coördinatie en synergie.

(14)     Er wordt steeds intensiever samengewerkt door de betrokkenen bij de Europese technologieplatforms ARTEMIS, ENIAC en EPoSS (European Technology Platform on Smart Systems Integration), zoals blijkt uit de strategische onderzoeks- en innovatieagenda op hoog niveau die de bedrijfstak voor ICT-componenten en ‑systemen in 2012 heeft opgesteld. Om de synergieën die het gevolg zijn van deze wisselwerking optimaal te benutten en uit te bouwen, dient één gemeenschappelijke onderneming te worden opgericht, hier de gemeenschappelijke onderneming ECSEL genoemd, die actief is op het gebied van elektronische componenten en systemen, met inbegrip van de activiteiten van de gemeenschappelijke ondernemingen ENIAC en ARTEMIS, en waarvan de structuur en de regels geschikter zijn om efficiency te bevorderen en vereenvoudiging tot stand te brengen. Daartoe dient de gemeenschappelijke onderneming ECSEL financiële regels vast te stellen die in overeenstemming zijn met haar behoeften, overeenkomstig artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie[24].

(15)     Voor de tenuitvoerlegging van de strategische onderzoeks- en innovatieagenda op hoog niveau die de belanghebbenden in de bedrijfstak hebben voorgesteld, zijn verschillende vormen van ondersteuning vereist: nationale, regionale en intergouvernementele programma’s, een kaderprogramma van de Unie en een gezamenlijk technologie-initiatief in de vorm van een publiek-privaat partnerschap.

(16)     Met een Europees publiek-privaat partnerschap voor elektronische componenten en systemen moeten de financiële en technische middelen worden bijeengebracht die noodzakelijk zijn om de complexiteit van de steeds snellere innovatie op dit terrein te beheersen. Leden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL dienen derhalve te zijn de Unie, de lidstaten en de met het kaderprogramma Horizon 2020 geassocieerde landen (hierna “geassocieerde landen” genoemd) op basis van vrijwilligheid, alsmede, als particuliere leden, verenigingen die als vertegenwoordigers optreden van de ondernemingen door welke zij zijn opgericht, en andere organisaties die in Europa actief zijn op het gebied van elektronische componenten en systemen. De gemeenschappelijke onderneming ECSEL moet openstaan voor nieuwe leden.

(17)     De gemeenschappelijke onderneming ECSEL dient zich te richten op duidelijk gedefinieerde thema’s met als doel de Europese bedrijfstakken in staat te stellen de meest innovatieve technologieën te ontwerpen, te fabriceren en in elektronische componenten en systemen te gebruiken. Gestructureerde en gecoördineerde financiële steun op Europees niveau is noodzakelijk om in een uiterst competitieve internationale context de technologische koppositie van onderzoeksteams en Europese industrieën te behouden, voor een snelle en brede industriële toepassing van dit technologische leiderschap in heel Europa te zorgen en daardoor belangrijke spill-overeffecten voor de samenleving te bevorderen, risico’s te delen en krachten te bundelen door strategieën en investeringen op het gemeenschappelijke Europese belang te richten. Als een lidstaat of groep van lidstaten daartoe een aanvraag doet, kan de Commissie overwegen de initiatieven van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL als belangrijk project van gemeenschappelijk Europees belang aan te merken, indien aan alle voorwaarden wordt voldaan.

(18)     De particuliere verenigingen AENEAS, ARTEMIS-IA en EPoSS hebben schriftelijk aangegeven ermee in te stemmen dat de onderzoeks- en innovatieactiviteiten in het kader van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL worden uitgevoerd binnen een structuur die goed bij de aard van een publiek-privaat partnerschap past. Het is dienstig dat deze particuliere verenigingen de in de bijlage bij deze verordening opgenomen statuten aanvaarden door middel van een verklaring van aanvaarding.

(19)     Voor de verwezenlijking van haar doelstellingen dient de gemeenschappelijke onderneming ECSEL aan deelnemers financiële steun te verstrekken, voornamelijk in de vorm van subsidies, op basis van openbare vergelijkende oproepen tot het indienen van voorstellen. De financiële steun dient te worden gericht op gevallen waarin de ontwikkeling van het betrokken programma is verhinderd door aantoonbaar falen van de markt, en moet een stimulerend effect hebben, in die zin dat het gedrag van de begunstigde erdoor wordt gewijzigd.

(20)     Om gelijke concurrentievoorwaarden voor alle ondernemingen op de interne markt te handhaven, moet de subsidiëring in het kader van Horizon 2020 worden opgezet overeenkomstig de regelgeving inzake staatssteun om de doelmatigheid van de overheidsinvesteringen te waarborgen en marktverstoringen, zoals de verdringing van private financiering, het creëren van ineffectieve marktstructuren of de instandhouding van inefficiënte bedrijven, te voorkomen.

(21)     De deelname aan acties onder contract die door de gemeenschappelijke onderneming ECSEL worden gefinancierd, dient te voldoen aan Verordening (EU) nr. …/2013 van het Europees Parlement en de Raad van … 2013 tot vaststelling van de regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van “Horizon 2020” – het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020)[25].

(22)     De financiële bijdrage van de Unie dient te worden beheerd in overeenstemming met het beginsel van goed financieel beheer en de regels voor indirect beheer vastgelegd in Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 en in de Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012[26].

(23)     Audits van de ontvangers van EU-middelen uit hoofde van deze verordening moeten zodanig worden uitgevoerd dat de administratieve lasten worden verminderd, overeenkomstig Verordening (EU) nr. […]/2013 [het kaderprogramma Horizon 2020].

(24)     De financiële belangen van de Unie en van de andere deelnemers aan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL moeten gedurende de gehele uitgavencyclus worden beschermd door middel van evenredige maatregelen, waaronder de preventie, de opsporing en het onderzoek van onregelmatigheden, de terugvordering van verloren gegane, ten onrechte betaalde of onjuist bestede middelen en, indien nodig, administratieve en financiële sancties overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012.

(25)     Ten aanzien van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL oefent de intern controleur van de Commissie dezelfde bevoegdheden uit als die welke hij uitoefent met betrekking tot de Commissie.

(26)     Overeenkomstig artikel 287, lid 1, van het Verdrag mag het besluit tot instelling van door de Unie opgerichte organen en instanties uitsluiten dat de rekeningen van alle ontvangsten en uitgaven van dergelijke organen en instanties door de Rekenkamer worden onderzocht. Overeenkomstig artikel 60, lid 5, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 dienen de rekeningen van de in artikel 209 van die verordening bedoelde organen te worden onderzocht door een onafhankelijk auditorgaan, dat advies uitbrengt over onder andere de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen. De rekeningen van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL hoeven niet te worden onderzocht door de Rekenkamer omdat moet worden vermeden dat die rekeningen tweemaal worden onderzocht.

(27)     Er wordt voldaan aan de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid, zoals bedoeld in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, aangezien de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL op het gebied van de versterking van industrieel onderzoek en innovatie in de Unie niet voldoende door de lidstaten kunnen worden bereikt en dientengevolge — teneinde overlapping te vermijden, een kritische massa op belangrijke gebieden te handhaven en een optimaal gebruik van de publieke financiering te waarborgen — beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt. Deze verordening beperkt zich tot het minimum dat vereist is om die doelstellingen te verwezenlijken en gaat niet verder dan hetgeen daarvoor nodig is.

(28)     De gemeenschappelijke ondernemingen ENIA en ARTEMIS zijn opgericht voor de periode tot en met 31 december 2013. De transitie van de gemeenschappelijke ondernemingen ENIAC en ARTEMIS naar de gemeenschappelijke onderneming ECSEL moet worden afgestemd op en gesynchroniseerd met de overgang van het zevende kaderprogramma naar het kaderprogramma Horizon 2020, teneinde te waarborgen dat de voor onderzoek beschikbare middelen optimaal worden benut. Ter wille van de rechtszekerheid en de duidelijkheid dienen de Verordeningen (EG) nr. 72/2008 en (EG) nr. 74/2008 te worden ingetrokken en dienen overgangsbepalingen te worden vastgesteld,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1 Oprichting

1.           Voor de toepassing van het gezamenlijke technologie-initiatief inzake elektronische componenten en systemen voor Europees leiderschap wordt voor de periode tot en met 31 december 2024 een gemeenschappelijke onderneming in de zin van artikel 187 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie opgericht, hierna de “gemeenschappelijke onderneming ECSEL” genoemd.

2.           De gemeenschappelijke onderneming ECSEL komt in de plaats van de gemeenschappelijke ondernemingen ENIAC en ARTEMIS, die oorspronkelijk werden opgericht bij respectievelijk Verordening (EG) nr. 72/2008 en Verordening (EG) nr. 74/2008.

3.           De gemeenschappelijke onderneming ECSEL is een orgaan waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd, zoals bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012.

4.           De Gemeenschappelijke onderneming ECSEL heeft rechtspersoonlijkheid. Zij geniet in alle lidstaten de ruimste handelingsbevoegdheid die door de wetgeving van de lidstaten aan rechtspersonen wordt verleend. Zij kan in het bijzonder roerende en onroerende zaken verkrijgen of vervreemden en in rechte optreden.

5.           De zetel van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL bevindt zich in Brussel, België.

6.           De statuten van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL zijn in de bijlage opgenomen.

Artikel 2 Doelstellingen

1.           De gemeenschappelijke onderneming ECSEL heeft de volgende doelstellingen:

a)      bijdragen tot de tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. …/2013 van het Europees Parlement en de Raad van … 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en in het bijzonder deel … van Besluit nr. …/2013/EU van de Raad van … 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 – het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020);

b)      bijdragen tot de ontwikkeling van een sterke branche van elektronische componenten en systemen in de Unie, die wereldwijd kan concurreren;

c)      garanderen dat elektronische componenten en systemen beschikbaar zijn voor sleutelmarkten en voor het oplossen van maatschappelijke problemen. Europa moet op het gebied van technologische ontwikkelingen een pionier blijven. De kloof tussen onderzoek en commercialisering moet worden overbrugd, de innovatiecapaciteit versterkt en de economische groei en werkgelegenheid in de Unie gestimuleerd;

d)      de strategieën van de lidstaten op elkaar afstemmen om particuliere investeringen aan te trekken en bij te dragen tot de effectiviteit van de overheidssteun, door overlappende inspanningen en fragmentatie te voorkomen, en door de drempel voor belangrijke spelers op het gebied van onderzoek en innovatie te verlagen;

e)      in stand houden en uitbreiden van de Europese capaciteit voor de fabricage van halfgeleiders en slimme systemen en een leidende positie op het gebied van productieapparatuur en materiaalverwerking;

f)       een leidende positie verwerven op het gebied van ontwerp en systeemtechniek, met inbegrip van ingebedde technologieën;

g)      alle belanghebbenden toegang verlenen tot infrastructuur van wereldniveau voor het ontwerp en de fabricage van elektronische componenten en ingebedde/cyberfysieke en slimme systemen;

h)      een dynamisch ecosysteem opzetten waarin innovatieve kleine en middelgrote ondernemingen actief zijn, bestaande clusters worden versterkt en het ontstaan van nieuwe clusters in veelbelovende nieuwe segmenten wordt bevorderd.

2.           De werkzaamheden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL bouwen voort op de resultaten die door de gemeenschappelijke ondernemingen ENIAC en ARTEMIS en het Europees technologieplatform EPoSS zijn verkregen. Deze werkzaamheden stimuleren nieuwe ontwikkelingen en synergieën op de volgende hoofdgebieden:

a)      ontwerptechnologieën, ‑processen en ‑integratie, apparatuur, materialen en fabricage op het gebied van micro- en nano-elektronica, gericht op miniaturisering, diversificatie en differentiatie en heterogene integratie;

b)      processen, methoden, instrumenten en platforms, referentieontwerpen en ‑architecturen voor software en regelintensieve ingebedde/cyberfysieke systemen, die zorgen voor naadloze connectiviteit en interoperabiliteit, functionele veiligheid, een hoge graad van beschikbaarheid en betrouwbaarheid voor professionele en consumententoepassingen, alsmede verbonden systemen;

c)      multidisciplinaire benaderingen voor slimme systemen, ondersteund door ontwikkelingen op het gebied van holistisch ontwerp en geavanceerde fabricagemethoden, met als doel de verwezenlijking van zelfstandige en flexibele slimme systemen die over geavanceerde interfaces beschikken en complexe functionaliteit bieden op basis van bijvoorbeeld naadloze integratie van sensor-, actuator-, verwerkings-, energievoorzienings- en netwerkfuncties.

Artikel 3 Financiële bijdrage van de Unie

1.           De bijdrage van de Unie aan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL ter dekking van administratieve en operationele kosten bedraagt, met inbegrip van EVA-kredieten, ten hoogste 1 215 255 000 EUR. Deze bijdrage wordt betaald uit de kredieten die in de algemene begroting van de Europese Unie worden uitgetrokken voor het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 (2014–2020). Overeenkomstig artikel 58, lid 1, onder c), onder iv), en de artikelen 60 en 61 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 wordt de uitvoering van de begroting, wat de bijdrage van de Unie betreft, toevertrouwd aan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL, die optreedt als een orgaan zoals bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012.

2.           De regeling voor de financiële bijdrage van de Unie wordt vastgelegd in een delegatieovereenkomst en jaarlijkse overeenkomsten inzake overschrijving van middelen, die door de Commissie namens de Unie worden gesloten met de gemeenschappelijke onderneming ECSEL.

3.           In de in lid 2 bedoelde delegatieovereenkomst worden de punten geregeld die worden genoemd in artikel 58, lid 3, en de artikelen 60 en 61 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 en in artikel 40 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie, alsmede onder meer de volgende zaken:

a)      de vereisten voor de bijdrage van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL wat de in bijlage II bij Besluit nr. …/EU [tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van “Horizon 2020” — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020)] bedoelde prestatie-indicatoren betreft;

b)      de vereisten voor de bijdrage van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL wat de in bijlage III bij Besluit nr. …/EU [tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van “Horizon 2020” — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020)] bedoelde monitoring betreft;

c)      de specifieke prestatie-indicatoren betreffende de werking van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL;

d)      de regeling betreffende het verstrekken van de gegevens die de Commissie nodig heeft om te kunnen voldoen aan haar verplichtingen op het gebied van verspreiding en rapportage als bedoeld in artikel 22 van Verordening (EG) nr. …/2013 [tot oprichting van Horizon 2020 — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020)];

e)      de inzet van personeel en wijzigingen op dat gebied, met name de aanwerving per functiegroep, rang en categorie, de procedure voor herclassificatie en eventuele wijzigingen van het aantal personeelsleden.

Artikel 4 Bijdragen van andere leden dan de Unie

1.           De lidstaten van ECSEL leveren gedurende de in artikel 1 genoemde periode een financiële bijdrage aan de operationele kosten van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL van ten minste 1 200 000 000 euro.

2.           De particuliere leden leveren gedurende de in artikel 1 genoemde periode een financiële bijdrage aan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL van ten minste 1 700 000 000 euro, of dragen ervoor zorg dat hun samenstellende entiteiten die bijdrage leveren.

3.           De in de leden 1 en 2 bedoelde bijdragen bestaan uit de bijdragen aan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL, bedoeld in bepaling 16, lid 2, bepaling 16, lid 3, onder b), en bepaling 16, lid 3, onder c), van de statuten.

4.           De andere leden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL dan de Unie brengen jaarlijks uiterlijk op 31 januari aan de raad van bestuur verslag uit over de hoogte van de bijdragen die zij in de voorgaande boekjaren overeenkomstig de leden 1 en 2 hebben geleverd.

5.           Voor de waardering van de in bepaling 16, lid 3, onder c), van de statuten bedoelde bijdragen, worden de kosten vastgesteld overeenkomstig de gebruikelijke kostenberekeningsmethoden van de betrokken entiteiten, de toepasselijke boekhoudnormen van het land waar elke entiteit is gevestigd en de International Accounting Standards/International Financial Reporting Standards. De kosten worden gecertificeerd door een onafhankelijke externe controleur die door de betrokken entiteit is aangewezen. De waardering van de bijdragen wordt door de gemeenschappelijke onderneming ECSEL gecontroleerd. Mocht er nog onduidelijkheid zijn, dan kan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL een audit uitvoeren.

6.           De Commissie kan corrigerende maatregelen nemen en eventueel de financiële bijdrage van de Unie aan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL beëindigen, evenredig verlagen of opschorten, dan wel de in bepaling 26, lid 2, van de statuten bedoelde liquidatieprocedure inleiden, indien de betrokken leden of hun samenstellende entiteiten de in de leden 1 en 2 bedoelde bijdragen niet leveren, slechts gedeeltelijk leveren of te laat leveren.

Artikel 5 Financiële regels

De gemeenschappelijke onderneming ECSEL stelt zijn financiële regels vast overeenkomstig artikel 209 van Verordening (EU) nr. 966/012 en Verordening (EU) nr. … [gedelegeerde verordening betreffende de financiële modelregels voor publiek-private partnerschappen].

Artikel 6 Personeel

1.           Het statuut van de ambtenaren en de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie, vastgesteld bij Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad[27], en de in onderling overleg door de instellingen van de Europese Unie vastgestelde regelingen ter uitvoering daarvan, zijn van toepassing op het personeel van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL.

2.           Ten aanzien van het personeel van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL oefent de raad van bestuur de bevoegdheden uit die bij het statuut van de ambtenaren worden verleend aan het tot aanstelling bevoegde gezag alsmede de bevoegdheden die bij de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden worden verleend aan het tot het aangaan van arbeidsovereenkomsten bevoegde gezag (de “bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag”).

De raad van bestuur neemt overeenkomstig artikel 110 van het statuut een besluit dat is gebaseerd op artikel 2, lid 1, van het statuut en artikel 6 van de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden, waarin hij de relevante bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag delegeert aan de uitvoerend directeur en de voorwaarden voor opschorting van deze bevoegdheidsdelegatie vaststelt. De uitvoerend bestuurder kan deze bevoegdheden subdelegeren.

In uitzonderlijke omstandigheden kan de raad van bestuur besluiten om de delegatie van de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag aan de uitvoerend directeur en door hem verleende subdelegaties tijdelijk op te schorten en deze bevoegdheden zelf uit te oefenen dan wel te delegeren aan een van zijn leden of aan een ander personeelslid van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL dan de uitvoerend directeur.

3.           De raad van bestuur stelt overeenkomstig artikel 110 van het statuut passende bepalingen vast voor de tenuitvoerlegging van het statuut en de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden.

4.           De personele middelen worden vastgesteld in de personeelsformatie van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL, waarin overeenkomstig de jaarlijkse begroting het aantal tijdelijke ambten per functiegroep en per rang, en het aantal arbeidscontractanten, uitgedrukt in voltijdsequivalenten, is aangegeven.

5.           Het personeel van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL bestaat uit tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten.

6.           Alle personeelskosten komen ten laste van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL.

Artikel 7 Gedetacheerde nationale deskundigen en stagiairs

1.           De gemeenschappelijke onderneming ECSEL kan een beroep doen op gedetacheerde nationale deskundigen en stagiairs, die niet bij de gemeenschappelijke onderneming ECSEL in dienst zijn. Het aantal gedetacheerde nationale deskundigen, uitgedrukt in voltijdsequivalenten, wordt opgeteld bij de in artikel 6, lid 4, bedoelde personele middelen, overeenkomstig de jaarlijkse begroting.

2.           Bij besluit van de raad van bestuur worden de voorschriften vastgesteld voor de detachering van nationale deskundigen bij de gemeenschappelijke onderneming ECSEL en voor het inzetten van stagiairs.

Artikel 8 Voorrechten en immuniteiten

Het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie is van toepassing op de gemeenschappelijke onderneming ECSEL en haar personeel.

Artikel 9 Aansprakelijkheid van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL

1.           De contractuele aansprakelijkheid van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL wordt geregeld door de relevante contractuele bepalingen en door het recht dat van toepassing is op het desbetreffende contract.

2.           In geval van niet-contractuele aansprakelijkheid vergoedt de gemeenschappelijke onderneming ECSEL, overeenkomstig de algemene beginselen die de wetgevingen van de lidstaten gemeen hebben, alle schade die door haar personeelsleden bij de uitoefening van hun taken is veroorzaakt.

3.           Alle betalingen door de gemeenschappelijke onderneming ECSEL in verband met de aansprakelijkheid, bedoeld in de leden 1 en 2, en de daarmee verband houdende kosten en uitgaven worden beschouwd als uitgaven van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL en worden gedekt door de middelen van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL.

4.           Alleen de gemeenschappelijke onderneming ECSEL kan op haar verplichtingen worden aangesproken.

Artikel 10 Bevoegdheid van het Hof van Justitie en toepasselijk recht

1.           Het Hof van Justitie is bevoegd om uitspraak te doen overeenkomstig de voorwaarden van het Verdrag, alsmede in de volgende gevallen:

a)      in elk geschil tussen de leden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL dat verband houdt met de inhoud van deze verordening;

b)      krachtens alle arbitragebedingen in door de gemeenschappelijke onderneming ECSEL gesloten overeenkomsten en contracten en door haar genomen besluiten;

c)      in geschillen over de vergoeding van schade die door personeelsleden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL veroorzaakt wordt bij de uitoefening van hun taken.

d)      in elk geschil tussen de gemeenschappelijke onderneming ECSEL en haar personeelsleden, binnen de grenzen en onder de voorwaarden van het statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie.

2.           Op alle aangelegenheden waarbij een geassocieerd land is betrokken, zijn de specifieke bepalingen van de desbetreffende overeenkomsten van toepassing.

3.           Op alle aangelegenheden die niet bij deze verordening of bij het Unierecht zijn geregeld, is het recht van de staat waar de zetel van de Gemeenschappelijke Onderneming ECSEL zich bevindt, van toepassing.

Artikel 11 Toetsing

1.           Voor het einde van 2017 verricht de Commissie een tussentijdse toetsing van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL, waarbij met name wordt beoordeeld in welke mate de particuliere leden en hun samenstellende entiteiten, alsook andere juridische entiteiten, participeren in en bijdragen aan acties onder contract. De Commissie deelt de conclusies van deze toetsing, vergezeld van haar opmerkingen, uiterlijk op 30 juni 2018 mee aan het Europees Parlement en de Raad.

2.           Naar aanleiding van de conclusies van de in lid 1 bedoelde tussentijdse toetsing kan de Commissie optreden overeenkomstig artikel 4, lid 6, of andere passende maatregelen treffen.

3.           Binnen zes maanden na de liquidatie van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL, maar uiterlijk twee jaar na het inleiden van de in bepaling 26 van de statuten bedoelde liquidatieprocedure, verricht de Commissie een eindevaluatie van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL. De resultaten van deze eindevaluatie worden voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad.

Artikel 12 Kwijting

1.           De kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL wordt, wat de bijdrage van de Unie betreft, verleend in het kader van de kwijting die het Europees Parlement op aanbeveling van de Raad verleent aan de Commissie volgens de procedure van artikel 319 van het Verdrag.

2.           De gemeenschappelijke onderneming ECSEL verleent volledige medewerking aan de instellingen die bij de kwijtingsprocedure betrokken zijn en verstrekt de benodigde aanvullende informatie. In deze context kan haar worden verzocht een vertegenwoordiger af te vaardigen naar vergaderingen met de betrokken instellingen of organen en bijstand te verlenen aan de gedelegeerd ordonnateur van de Commissie.

Artikel 13 Ex-postaudits

1.           Ex-postaudits van de uitgaven voor acties onder contract worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 23 van Verordening (EU) nr. … [kaderprogramma Horizon 2020] in het kader van de acties onder contract uit hoofde van het kaderprogramma Horizon 2020.

2.           Omwille van de consistentie kan de Commissie beslissen de in lid 1 bedoelde audits te verrichten.

Artikel 14 Bescherming van de financiële belangen van de Unie

1.           Onverminderd bepaling 22, lid 4, van de statuten verleent de gemeenschappelijke onderneming ECSEL de diensten van de Commissie en andere door haar gemachtigde personen, alsmede de Rekenkamer, toegang tot haar terreinen en gebouwen en tot alle informatie, met inbegrip van informatie in elektronische vorm, die benodigd is voor het uitvoeren van hun audits.

2.           Het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) kan overeenkomstig de bepalingen en procedures van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)[28] en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden[29] onderzoeken uitvoeren, waaronder controles en verificaties ter plaatse, om vast te stellen of er, in verband met een overeenkomst, besluit of contract gefinancierd uit hoofde van deze verordening, sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad.

3.           Onverminderd de leden 1 en 2 worden in contracten, overeenkomsten en besluiten die voortvloeien uit de uitvoering van deze verordening bepalingen opgenomen waardoor de Commissie, de gemeenschappelijke onderneming ECSEL, de Rekenkamer en OLAF uitdrukkelijk worden gemachtigd tot het uitvoeren van dergelijke audits en onderzoeken, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden.

4.           De gemeenschappelijke onderneming ECSEL ziet er, door het uitvoeren of doen uitvoeren van de nodige interne en externe controles, op toe dat de financiële belangen van haar leden op passende wijze worden beschermd.

5.           De gemeenschappelijke onderneming ECSEL treedt toe tot het interinstitutioneel akkoord van 25 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)[30]. De gemeenschappelijke onderneming ECSEL stelt de nodige maatregelen vast om interne onderzoeken door OLAF te vergemakkelijken.

Artikel 15 Vertrouwelijkheid

Onverminderd artikel 16 beschermt de gemeenschappelijke onderneming ECSEL gevoelige informatie waarvan openbaarmaking de belangen van haar leden of die van deelnemers aan de werkzaamheden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL zou kunnen schaden.

Artikel 16 Transparantie

1.           Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie[31] is van toepassing op de documenten die in het bezit zijn van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL.

2.           De raad van bestuur van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL kan praktische regelingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1049/2001 vaststellen.

3.           Onverminderd artikel 10 kan tegen besluiten die uit hoofde van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 door de gemeenschappelijke onderneming ECSEL worden genomen, op grond van artikel 228 van het Verdrag een klacht worden ingediend bij de ombudsman.

Artikel 17 Regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten

Verordening (EU) nr. … [Regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van Horizon 2020] is van toepassing op de door de gemeenschappelijke onderneming ECSEL gefinancierde acties. Overeenkomstig die verordening wordt de gemeenschappelijke onderneming ECSEL aangemerkt als een financieringsorgaan en verleent zij financiële bijstand aan acties onder contract zoals vastgelegd in bepaling 1, onder a), van de statuten.

Artikel 18 Ondersteuning door het gastland

De gemeenschappelijke onderneming ECSEL en de lidstaat waar haar zetel zich bevindt, kunnen een administratieve overeenkomst sluiten betreffende voorrechten en immuniteiten en andere ondersteuning die de betreffende lidstaat aan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL zal bieden.

Artikel 19 Intrekking en overgangsbepalingen

1.           De Verordeningen (EG) nr. 72/2008 en (EG) nr. 74/2008 worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken.

2.           Onverminderd lid 1 blijven op acties die uit hoofde van de Verordeningen (EG) nr. 72/2008 en (EG) nr. 74/2008 zijn ondernomen, alsmede op uit hoofde van die verordeningen vastgestelde jaarlijkse uitvoeringsplannen, de bepalingen van die verordeningen van toepassing totdat de acties zijn voltooid.

3.           Naast de in artikel 3, lid 1, en artikel 4, lid 2, bedoelde bijdragen worden met het oog op de voltooiing van uit hoofde van de Verordeningen (EG) nr. 72/2008 en (EG) nr. 74/2008 gestarte acties gedurende de periode 2014–2017 de volgende bijdragen aan de administratieve kosten van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL betaald: 2 050 000 euro door de Unie, 1 430 000 euro door de vereniging AENEAS en 975 000 euro door de vereniging ARTEMIS-IA.

De in artikel 11, lid 1, bedoelde tussentijdse toetsing omvat een eindevaluatie van de werkzaamheden van de gemeenschappelijke ondernemingen ENIAC en ARTEMIS uit hoofde van de Verordeningen (EG) nr. 72/2008 en (EG) nr. 74/2008.

4.           De uit hoofde van Verordening (EG) nr. 72/2008 benoemde uitvoerend directeur wordt met ingang van de datum van inwerkintreding van deze verordening voor het resterende deel van zijn ambtstermijn belast met de taken van de uitvoerend directeur van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL waarin deze verordening voorziet. De overige voorwaarden van het contract van de uitvoerend directeur blijven ongewijzigd.

5.           Indien de in artikel 4 bedoelde uitvoerend directeur zijn eerste ambtstermijn vervulde, wordt hij benoemd voor het resterende deel van die ambtstermijn, met de mogelijkheid van verlenging van de ambtstermijn met ten hoogste vier jaar, overeenkomstig bepaling 8, lid 4, van de statuten. Indien de in artikel 4 bedoelde uitvoerend directeur zijn tweede ambtstermijn vervulde, is er geen mogelijkheid tot verlenging. De uitvoerend directeur wiens ambtstermijn is verlengd, mag na afloop van de volledige termijn niet deelnemen aan een andere selectieprocedure voor hetzelfde ambt.

6.           Het arbeidscontract van de uit hoofde van Verordening (EG) nr. 74/2008 benoemde uitvoerend directeur wordt vóór de datum van inwerkintreding van deze verordening beëindigd.

7.           Onverminderd de leden 4 en 5 heeft deze verordening geen gevolgen voor de rechten en verplichtingen van personeel dat op grond van Verordening (EG) nr. 72/2008 of Verordening (EG) nr. 74/2008 is aangeworven. De contracten van deze personeelsleden kunnen worden verlengd overeenkomstig het statuut en de regeling voor de andere personeelsleden en in overeenstemming met de begrotingsmogelijkheden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL.

8.           De uitvoerend directeur van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL roept de eerste vergadering van de raad van bestuur en de raad van openbare instanties bijeen.

9.           Tenzij de leden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL op grond van de Verordeningen (EG) nr. 72/2008 en (EG) nr. 74/2008 anders zijn overeengekomen, worden alle rechten en verplichtingen, met inbegrip van activa, schulden of verplichtingen van de leden van de gemeenschappelijke ondernemingen uit hoofde van die verordeningen overgedragen op de leden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL uit hoofde van de onderhavige verordening.

10.         Ongebruikte kredieten uit hoofde van de Verordeningen (EG) nr. 72/2008 en (EG) nr. 74/2008 worden overgedragen aan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL. Bedragen die de verenigingen AENEAS en ARTEMIS-IA verschuldigd zijn voor de administratieve kredieten van de gemeenschappelijke ondernemingen ENIAC en ARTEMIS voor de periode 2008–2013 worden overgedragen aan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL volgens een met de Commissie overeen te komen regeling.

Artikel 20 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

                                                                       Voor de Raad

                                                                       De voorzitter

BIJLAGE STATUTEN VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE ONDERNEMING ECSEL

1 – Taken

De gemeenschappelijke onderneming ECSEL voert de volgende taken uit:

a)           financiële steun bieden aan acties onder contract op het gebied van onderzoek en innovatie, voornamelijk in de vorm van subsidies;

b)           zorgen voor duurzaam beheer van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL;

c)           nauwe samenwerking tot stand brengen en zorgen voor coördinatie met Europese activiteiten (met name Horizon 2020), nationale en transnationale activiteiten, organisaties en belanghebbenden met als doel de totstandbrenging van een vruchtbare innovatie-omgeving in Europa door het scheppen van synergieën, en verbeteren van de exploitatie van onderzoeks- en ontwikkelingsresultaten op het gebied van elektronische componenten en systemen;

d)           opstellen en vaststellen van eventuele noodzakelijke aanpassingen aan het meerjarige strategische plan;

e)           opstellen en uitvoeren van werkplannen voor de uitvoering van het meerjarige strategische plan;

f)            uitschrijven van oproepen tot het indienen van voorstellen, evalueren van voorstellen en toekennen van financiering aan acties onder contract binnen de grenzen van de beschikbare middelen;

g)           bekendmaken van informatie over de acties onder contract;

h)           bewaken van de uitvoering van de acties onder contract en beheren van de subsidieovereenkomsten of ‑besluiten;

i)            bewaken van de algehele voortgang bij de verwezenlijking van de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL;

j)            uitvoeren van activiteiten op het gebied van informatie, communicatie en verspreiding door het bepaalde in artikel 22 van Verordening (EG) nr. …/2013 [kaderprogramma Horizon 2020] mutatis mutandis toe te passen;

k)           uitvoeren van eventuele andere taken die nodig zijn voor de totstandbrenging van de in artikel 2 vermelde doelstellingen.

2 – Leden

1.           De leden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL zijn:

a)      de Unie, vertegenwoordigd door de Commissie;

b)      [België, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Zweden] en

c)      na aanvaarding van deze statuten door middel van een goedkeuringsbrief, [de vereniging AENEAS, een overeenkomstig Frans recht geregistreerde vereniging (registratienummer 20070039) waarvan de zetel gevestigd is te Parijs (Frankrijk); de vereniging ARTEMIS-IA, een vereniging naar Nederlands recht (registratienummer 17201341) waarvan de zetel gevestigd is te Eindhoven (Nederland); de vereniging EPoSS, een vereniging naar … recht (registratienummer …) waarvan de zetel gevestigd is te …; (…)].

2.           De landen die lid zijn van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL worden hierna “ECSEL-lidstaten” genoemd. Elke ECSEL-lidstaat benoemt zijn vertegenwoordiger in de organen van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL en wijst de nationale entiteit of entiteiten aan die zal/zullen voldoen aan zijn verplichtingen met betrekking tot de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL.

3.           De ECSEL-lidstaten en de Commissie worden hierna tezamen de “openbare instanties” van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL genoemd.

4.           De particuliere verenigingen worden hierna “particuliere leden” van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL genoemd.

3 – Wijzigingen van het lidmaatschap

1.           Lidstaten van de Europese Unie of geassocieerde landen die niet zijn opgenomen in bepaling 2, lid 1, onder b), worden lid van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL nadat zij de raad van bestuur in kennis hebben gesteld van hun schriftelijke aanvaarding van deze statuten en alle andere bepalingen die de functionering van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL regelen.

2.           Mits zij bijdragen aan de in bepaling 16, lid 4, bedoelde financiering om de in artikel 2 vastgestelde doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL te bereiken en deze statuten aanvaarden, kunnen de volgende entiteiten het lidmaatschap van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL aanvragen:

a)      andere landen dan de in lid 1 bedoelde landen die onderzoeks- en innovatiebeleid of programma’s op het gebied van elektronische componenten en systemen uitvoeren;

b)      andere rechtspersonen die direct of indirect onderzoek en innovatie in een lidstaat of in een geassocieerd land ondersteunen.

3.           Aanvragen van het lidmaatschap van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL als bedoeld in lid 2 worden gericht tot de raad van bestuur. De raad beoordeelt de aanvraag en houdt daarbij rekening met de relevantie en de potentiële toegevoegde waarde van de aanvrager voor het bereiken van de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL. De raad neemt vervolgens een besluit over de aanvraag.

4.           Elk lid kan zijn lidmaatschap van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL opzeggen. Die opzegging wordt zes maanden na de kennisgeving aan de andere leden onherroepelijk van kracht. Vanaf dat moment wordt het voormalige lid ontheven van alle andere verplichtingen dan die welke door de gezamenlijke onderneming ECSEL zijn goedgekeurd en aangegaan voordat dat lid kennis had gegeven van de opzegging van zijn lidmaatschap.

5.           Het lidmaatschap van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL kan, zonder voorafgaande toestemming van de raad van bestuur, niet worden overgedragen op een derde partij.

6.           De gemeenschappelijke onderneming ECSEL maakt onmiddellijk na eventuele veranderingen in het lidmaatschap overeenkomstig deze bepaling een bijgewerkte ledenlijst van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL bekend, alsmede de datum waarop die wijziging van kracht wordt.

4 – Organisatie van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL

De organen van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL zijn:

a)           de raad van bestuur;

b)           de uitvoerend directeur;

c)           de raad van openbare instanties;

d)           de raad van particuliere leden.

5 – Samenstelling van de raad van bestuur

De raad van bestuur bestaat uit vertegenwoordigers van de leden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL.

Elk lid van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL benoemt zijn vertegenwoordigers en een delegatieleider die beschikt over het stemrecht van het lid binnen de raad van bestuur.

6 – Werking van de raad van bestuur

1.           Binnen de raad van bestuur hebben de particuliere leden tezamen een derde deel van de stemmen, heeft de Commissie een derde deel van de stemmen, en hebben de ECSEL-lidstaten tezamen een derde deel van de stemmen. De lidstaten doen hun uiterste best om tot consensus te komen. Wanneer geen consensus kan worden bereikt, neemt de raad van bestuur besluiten met een meerderheid van ten minste 75 % van alle stemmen, met inbegrip van de stemmen van alle niet-aanwezige leden.

De eerste twee begrotingsjaren krijgt elke lidstaat één procent van de stemmen van de ECSEL-lidstaten en wordt het resterende percentage per jaar onder de ECSEL-lidstaten verdeeld naar de mate van hun feitelijke financiële bijdrage gedurende de laatste twee jaar, hun bijdrage aan de gemeenschappelijke ondernemingen ENIAC en ARTEMIS meegerekend. Voor de daaropvolgende jaren wordt de verdeling van de stemmen van de ECSEL-lidstaten jaarlijks vastgelegd naar de mate waarin zij de afgelopen twee begrotingsjaren middelen hebben toegezegd voor acties onder contract.

De stemmen van de particuliere leden worden gelijkelijk over de particuliere verenigingen verdeeld, tenzij de raad van particuliere leden anders beslist.

Het stemrecht van elk nieuw lid van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL dat geen lidstaat van de Europese Unie en geen geassocieerd land is, wordt door de raad van bestuur bepaald voordat dat lid toetreedt tot de gemeenschappelijke onderneming ECSEL.

2.           De raad van bestuur kiest een voorzitter voor een termijn van ten minste één jaar.

3.           De raad van bestuur belegt ten minste tweemaal per jaar een gewone vergadering. De raad kan buitengewone vergaderingen beleggen op verzoek van de Commissie, van een meerderheid van de vertegenwoordigers van de ECSEL-lidstaten, van een meerderheid van de particuliere leden of van de voorzitter, dan wel op verzoek van de uitvoerend directeur overeenkomstig bepaling 16, lid 5. De vergaderingen van de raad van bestuur worden bijeengeroepen door zijn voorzitter en zullen gewoonlijk plaatsvinden in de zetel van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL.

Het quorum van de raad van bestuur bestaat uit de Commissie, de particuliere leden en ten minste drie delegatieleiders van de ECSEL-lidstaten.

De uitvoerend directeur heeft het recht deel te nemen aan de beraadslagingen, maar heeft geen stemrecht.

De raad van bestuur kan af en toe andere personen uitnodigen om de vergadering als waarnemers bij te wonen, met name vertegenwoordigers van regionale autoriteiten in de EU.

De vertegenwoordigers van de leden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL zijn niet persoonlijk aansprakelijk voor handelingen in hun hoedanigheid van vertegenwoordiger in de raad van bestuur.

De raad van bestuur stelt zijn eigen reglement van orde vast.

7 – Taken van de raad van bestuur

1.           De raad van bestuur heeft de eindverantwoordelijkheid voor de strategische oriëntatie en de werkzaamheden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL en houdt toezicht op de tenuitvoerlegging van haar activiteiten.

2.           De raad van bestuur voert met name de volgende taken uit:

a)      nieuwe lidmaatschapsaanvragen beoordelen, aanvaarden of afwijzen overeenkomstig bepaling 3, lid 3;

b)      besluiten over de beëindiging van het lidmaatschap van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL van elk lid dat zijn verplichtingen niet nakomt;

c)      het financieel reglement van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL vaststellen overeenkomstig artikel 5;

d)      de jaarlijkse begroting van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL goedkeuren, met inbegrip van de personeelsformatie waarin het aantal tijdelijke ambten per functiegroep en per rang, het aantal arbeidscontractanten en gedetacheerde nationale deskundigen, uitgedrukt in voltijdsequivalenten is aangegeven;

e)      de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag uitoefenen overeenkomstig artikel 6, lid 2;

f)       de uitvoerend directeur benoemen, ontslaan, zijn ambtstermijn verlengen, hem richtsnoeren geven en toezicht houden op zijn prestaties;

g)      de organisatiestructuur van het in bepaling 9, lid 5, bedoelde programmabureau goedkeuren op aanbeveling van de uitvoerend directeur;

h)      het in bepaling 21, lid 1, bedoelde meerjarige strategische plan goedkeuren;

i)       het werkplan en de daarmee verband houdende, in bepaling 21, lid 2, bedoelde uitgavenramingen goedkeuren;

j)       de jaarrekeningen goedkeuren;

k)      het jaarlijkse activiteitenverslag goedkeuren, met inbegrip van de in bepaling 22, lid 1, bedoelde, daarmee verband houdende uitgaven;

l)       naar behoren regelen dat een internecontrolecapaciteit van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL wordt opgezet;

m)     het communicatiebeleid van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL vaststellen op aanbeveling van de uitvoerend directeur;

n)      eventueel overeenkomstig artikel 6, lid 3, uitvoeringsbepalingen vaststellen;

o)      eventueel regels vaststellen voor de detachering van nationale deskundigen naar de gemeenschappelijke onderneming ECSEL en voor het inzetten van stagiairs overeenkomstig artikel 7, lid 2;

p)      in aanvulling op de organen van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL eventueel adviesgroepen opzetten;

q)      eventueel bij de Commissie verzoeken indienen om deze verordening op voorstel van een lid van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL te wijzigen;

r)       verantwoordelijkheid dragen voor alle taken die niet specifiek aan een van de organen van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL zijn toegewezen; hij kan dergelijke taken aan een van die organen opdragen.

8 – Benoeming, ontslag of verlenging van de ambtstermijn van het bureau van de uitvoerend directeur

1.           De uitvoerend bestuurder wordt na een open en transparante selectieprocedure door de raad van bestuur benoemd uit een lijst van door de Commissie voorgedragen kandidaten. De Commissie betrekt de vertegenwoordiging van de andere leden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL eventueel bij de selectieprocedure.

Met name wordt gezorgd voor een passende vertegenwoordiging van de andere leden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL bij de voorselectiefase van de selectieprocedure. Daartoe benoemen de ECSEL-lidstaten en de particuliere leden in onderlinge overeenstemming een vertegenwoordiger en een waarnemer namens de raad van bestuur.

2.           De uitvoerend directeur is een personeelslid en wordt op grond van artikel 2, onder a), van de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie benoemd als tijdelijk functionaris van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL.

Voor het sluiten van de arbeidsovereenkomst met de uitvoerend directeur wordt de gemeenschappelijke onderneming ECSEL vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van bestuur.

3.           De ambtstermijn van de uitvoerend directeur bedraagt drie jaar. Aan het einde van die periode beoordeelt de Commissie, eventueel gezamenlijk met de ECSEL-lidstaten en de particuliere leden, het functioneren van de uitvoerend directeur en evalueert zij de toekomstige taken en uitdagingen van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL.

4.           Op voorstel van de Commissie, waarin rekening wordt gehouden met de beoordeling als bedoeld in lid 3, kan de raad van bestuur de ambtstermijn van de uitvoerend directeur eenmaal verlengen met ten hoogste vier jaar.

5.           Een uitvoerend directeur wiens ambtstermijn is verlengd, kan na afloop van de volledige termijn niet deelnemen aan een andere selectieprocedure voor hetzelfde ambt.

6.           De uitvoerend directeur kan alleen worden ontslagen na een besluit daartoe van de raad van bestuur op voorstel van de Commissie, eventueel gezamenlijk met de ECSEL-lidstaten en de particuliere leden.

9 – Taken van de uitvoerend directeur

1.           De uitvoerend directeur is als hoogste uitvoerende functionaris belast met het dagelijks beheer van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL overeenkomstig de besluiten van de raad van bestuur.

2.           De uitvoerend directeur is de wettelijke vertegenwoordiger van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL. Hij legt verantwoording af aan de raad van bestuur.

3.           De uitvoerend directeur voert de begroting van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL uit.

4.           De uitvoerend directeur voert met name de volgende taken onafhankelijk uit:

a)      hij consolideert het ontwerp van meerjarig strategisch plan dat is samengesteld op basis van de meerjarige strategische onderzoeks- en innovatieagenda die door de raad van particuliere leden is voorgesteld en de meerjarige financiële vooruitzichten van de openbare instanties en legt dat ter goedkeuring aan de raad van bestuur voor;

b)      hij stelt de jaarlijkse ontwerpbegroting op, met inbegrip van de daarmee overeenkomende personeelsformatie en legt deze ter goedkeuring voor aan de raad van bestuur, en geeft daarbij het aantal tijdelijke ambten per rang en functiegroep aan en het aantal arbeidscontractanten en gedetacheerde nationale deskundigen, uitgedrukt in voltijdsequivalenten;

c)      hij stelt het ontwerp van werkplan op en legt dit ter goedkeuring voor aan de raad van bestuur, en omschrijft in dat plan het toepassingsgebied van de oproepen tot het indienen van voorstellen dat nodig is om het onderzoeks- en innovatieactiviteitenplan dat door de raad van particuliere leden is voorgesteld, uit te voeren, alsmede de daarmee verband houdende, door de openbare instanties voorgestelde uitgavenramingen;

d)      hij legt de jaarrekeningen ter goedkeuring voor aan de raad van bestuur;

e)      hij stelt het jaarlijkse activiteitenverslag op, met daarin opgenomen de daarmee verband houdende uitgaven, en legt dit ter goedkeuring voor aan de raad van bestuur;

f)       hij ondertekent afzonderlijke subsidieovereenkomsten of ‑besluiten;

g)      hij ondertekent contracten voor opdrachten;

h)      hij voert het communicatiebeleid van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL uit;

i)       hij organiseert, leidt en superviseert de werkzaamheden en het personeel van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL binnen de grenzen van de bevoegdheidsdelegaties door de raad van bestuur, zoals bepaald in artikel 6, lid 2;

j)       hij stelt een effectief en efficiënt internecontrolesysteem in en zorgt voor het functioneren daarvan, en rapporteert elke significante wijziging daarvan aan de raad van bestuur;

k)      hij zorgt ervoor dat risicobeoordelingen en risicobeheer plaatsvinden;

l)       hij neemt alle andere maatregelen die nodig zijn voor de beoordeling van de voortgang die de gemeenschappelijke onderneming ECSEL boekt bij de verwezenlijking van haar doelstellingen zoals vastgesteld in artikel 2;

m)     hij voert eventuele andere taken uit die door de raad van bestuur aan de uitvoerend directeur zijn toevertrouwd of gedelegeerd.

5.           De uitvoerend directeur zet een programmabureau op voor de uitvoering, onder zijn verantwoordelijkheid, van alle uit deze verordening voortvloeiende ondersteunende taken. Het programmabureau bestaat uit het personeel van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL en voert met name de volgende taken uit:

a)      ondersteuning bieden bij het instellen en het beheer van een passend boekhoudsysteem overeenkomstig de financiële regels van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL;

b)      de in het werkplan vastgestelde oproepen tot het indienen van voorstellen beheren en de subsidieovereenkomsten of ‑besluiten administreren;

c)      de leden en de andere organen van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL alle relevante informatie en de nodige ondersteuning geven zodat zij hun taken kunnen vervullen en aan hun specifieke verzoeken kunnen voldoen;

d)      als secretariaat voor de organen van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL fungeren en ondersteuning bieden aan alle adviesgroepen die door de raad van bestuur zijn opgezet.

10 – Samenstelling van de raad van openbare instanties

De raad van openbare instanties bestaat uit vertegenwoordigers van de openbare instanties van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL.

Elke openbare instantie benoemt haar vertegenwoordigers en een delegatieleider die beschikt over het stemrecht in de raad van openbare instanties.

11 – Werking van de raad van openbare instanties

1.           De stemrechten in de raad van openbare instanties worden op jaarbasis toegewezen aan de openbare instanties naar de mate van hun financiële bijdrage aan de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL voor datzelfde jaar overeenkomstig bepaling 18, lid 4, met een maximum voor elk lid van 50 % van het totale aantal stemmen in de raad van openbare instanties.

Indien minder dan drie ECSEL-lidstaten aan de uitvoerend directeur mededeling hebben gedaan van hun financiële bijdrage overeenkomstig bepaling 18, lid 4, beschikt de Commissie over 50 % van de stemmen, terwijl de overige 50 % gelijkelijk wordt verdeeld over de ECSEL-lidstaten.

De openbare instanties doen hun uiterste best om tot consensus te komen. Wanneer geen consensus kan worden bereikt, neemt de raad van openbare instanties besluiten met een meerderheid van ten minste 75 % van alle stemmen, met inbegrip van de stemmen van alle niet-aanwezige ECSEL-lidstaten.

Elke openbare instantie heeft een vetorecht bij alle kwesties die verband houden met het gebruik van haar eigen financiële bijdrage aan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL.

2.           De raad van openbare instanties kiest een voorzitter voor een termijn van ten minste één jaar.

3.           De raad van openbare instanties belegt ten minste tweemaal per jaar een gewone vergadering. De raad kan op verzoek van de Commissie of een meerderheid van de vertegenwoordigers van de ECSEL-lidstaten of op verzoek van de voorzitter buitengewone vergaderingen beleggen. De vergaderingen van de raad van openbare instanties worden bijeengeroepen door zijn voorzitter en zullen gewoonlijk plaatsvinden in de zetel van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL.

Het quorum van de raad van openbare instanties bestaat uit de Commissie en de delegatieleiders van ten minste drie ECSEL-lidstaten.

De uitvoerend directeur heeft het recht deel te nemen aan de beraadslagingen, maar heeft geen stemrecht.

Elke lidstaat die of met het kaderprogramma geassocieerd land dat geen lid is van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL, kan als waarnemer aan de raad van openbare instanties deelnemen. Waarnemers ontvangen alle relevante documenten en kunnen advies geven over alle door de raad van openbare instanties genomen besluiten.

De raad van openbare instanties kan zo nodig werkgroepen instellen die algemeen gecoördineerd zullen worden door één of meer openbare instanties.

De raad van openbare instanties stelt zijn reglement van orde vast.

12 – Taken van de raad van openbare instanties

De raad van openbare instanties:

a)           zorgt ervoor dat de beginselen van eerlijkheid en transparantie naar behoren worden nagekomen bij de toewijzing van overheidsmiddelen aan deelnemers aan acties onder contract;

b)           stelt de voorschriften vast voor de uitnodigingen tot het indienen van voorstellen en voor de evaluatie, de selectie en de monitoring van de acties onder contract;

c)           keurt het van start gaan van de oproep tot het indienen van voorstellen goed overeenkomstig het werkplan;

d)           stelt de rangorde van de voorstellen vast op basis van de selectie- en toekenningscriteria, rekening houdend met de bijdrage die zij leveren aan de totstandkoming van de doelstellingen van de oproep en de synergie met de nationale prioriteiten;

e)           neemt een besluit over de toekenning van overheidsmiddelen voor geselecteerde voorstellen tot maximaal de beschikbare budgetten, rekening houdend met de overeenkomstig bepaling 18, lid 5, uitgevoerde verificaties. Dit besluit is bindend en definitief voor ECSEL-lidstaten zonder verdere evaluatie- of selectieprocedure.

13 – Samenstelling van de raad van particuliere leden

De raad van particuliere leden bestaat uit vertegenwoordigers van de particuliere leden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL.

Elke particulier lid benoemt zijn vertegenwoordigers en een delegatieleider die beschikt over het stemrecht in de raad van particuliere leden.

14 – Werking van de raad van particuliere leden

1.           De raad van particuliere leden komt ten minste tweemaal per jaar bijeen.

2.           De raad van particuliere leden kan zo nodig werkgroepen instellen die algemeen gecoördineerd zullen worden door één of meer leden.

3.           De raad van particuliere leden kiest zijn voorzitter.

4.           De raad van particuliere leden stelt zijn reglement van orde vast.

15 – Taken van de raad van particuliere leden

De raad van particuliere leden:

a)           stelt het in bepaling 21, lid 1, bedoelde ontwerp van meerjarige strategische onderzoeks- en innovatieagenda op dat erop gericht is de in artikel 2 vastgestelde doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL te bereiken, en actualiseert dat regelmatig;

b)           stelt ieder jaar het ontwerp van onderzoeks- en innovatieactiviteitenplan voor het volgende jaar op als basis voor de in bepaling 21, lid 2, bedoelde oproep tot het indienen van voorstellen;

c)           dient het ontwerp van meerjarige strategische onderzoeks- en innovatieagenda en het jaarlijkse ontwerp van onderzoeks- en innovatieactiviteitenplan in bij de uitvoerend directeur binnen de door de raad van bestuur vastgestelde termijnen;

d)           organiseert een forum van adviserende belanghebbenden dat openstaat voor alle publieke en private belanghebbenden op het gebied van elektronische componenten en systemen, om hen te informeren en feedback in te winnen over het ontwerp van meerjarige strategische onderzoeks- en innovatieagenda voor een bepaald jaar.

16 ‑ Financieringsbronnen

1.           De gemeenschappelijke onderneming ECSEL wordt door haar leden gezamenlijk gefinancierd door middel van financiële bijdragen die in termijnen worden betaald en door bijdragen in natura die bestaan uit de kosten die door de particuliere leden of de samenstellende entiteiten daarvan bij de uitvoering van acties onder contract worden gemaakt en die niet door de gemeenschappelijke onderneming ECSEL worden terugbetaald.

2.           De administratieve kosten van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL bedragen ten hoogste 39 420 000 euro en worden gedekt voor een bedrag tot 15 255 000 euro door de in artikel 3, lid 1, bedoelde financiële bijdragen van de Unie, voor een bedrag tot 19 710 000 euro door de in artikel 4, lid 2, bedoelde bijdragen van de particuliere leden, en door de in artikel 19, lid 2 bedoelde bijdrage voor de voltooiing van de bij de Verordeningen (EG) nr. 72/2008 en (EG) nr. 74/2008 gestarte acties. Indien een deel van de bijdragen voor administratieve kosten niet wordt gebruikt, kan het ter beschikking worden gesteld om de operationele kosten van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL te dekken.

3.           De operationele kosten van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL worden gedekt door:

a)      een financiële bijdrage van de Unie;

b)      financiële bijdragen van de ECSEL-lidstaten;

c)      bijdragen in natura door de particuliere leden of hun samenstellende entiteiten, bestaande uit de kosten die zij maken voor de uitvoering van acties onder contract minus de bijdragen van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL, de ECSEL-lidstaten en iedere andere bijdrage van de Unie in die kosten.

4.           De in de begroting van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL opgenomen middelen bestaan uit de volgende bijdragen:

a)      de financiële bijdragen van de leden aan de administratieve kosten;

b)      de financiële bijdragen van de leden aan de operationele kosten, met inbegrip van die van de ECSEL-lidstaten die de uitvoering overeenkomstig bepaling 17, lid 1, aan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL toevertrouwen;

c)      alle door de gemeenschappelijke onderneming ECSEL gegenereerde inkomsten;

d)      alle andere financiële bijdragen, middelen en inkomsten.

Interesten op de bijdragen die aan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL zijn betaald, gelden als inkomsten.

5.           Wanneer een lid van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL zijn verbintenissen op het gebied van de overeengekomen financiële bijdrage niet nakomt, maakt de uitvoerend directeur daarvan schriftelijk melding en stelt hij een redelijke termijn vast waarbinnen de niet-nakoming moet worden hersteld. Indien de betalingsachterstand niet binnen die termijn is weggewerkt, roept de uitvoerend directeur een vergadering van de raad van bestuur bijeen om te besluiten of het lidmaatschap van het desbetreffende lid moet worden ingetrokken, dan wel of andere maatregelen moeten worden genomen tot het lid zijn verbintenissen wel nakomt.

6.           Alle middelen en activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL zijn bedoeld om de in artikel 2 vastgestelde doelstellingen te bereiken.

7.           De gemeenschappelijke onderneming ECSEL is eigenaar van alle activa die voor de vervulling van haar in artikel 2 vastgestelde doelstellingen door haar zijn gegenereerd of aan haar zijn overgedragen.

8.           Behalve bij liquidatie van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL overeenkomstig artikel 26, worden de inkomsten, voor zover zij meer bedragen dan de uitgaven, niet aan de leden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL uitbetaald.

17 – Bijdragen van de ECSEL-lidstaten

1.           De ECSEL-lidstaten kunnen de uitvoering van hun bijdragen aan de deelnemers aan acties onder contract toevertrouwen aan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL door middel van subsidieovereenkomsten met de deelnemers die door de gemeenschappelijke onderneming ECSEL zijn gesloten. Ook kunnen zij de betaling van hun bijdragen aan de deelnemers toevertrouwen aan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL, dan wel de betalingen zelf uitvoeren op basis van door de gemeenschappelijke onderneming ECSEL uitgevoerde verificaties.

2.           Wanneer een ECSEL-lidstaat de in lid 1 bedoelde taak niet aan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL toevertrouwt, neemt deze lidstaat alle nodige maatregelen om zijn eigen subsidieovereenkomsten op te stellen met een vergelijkbaar tijdsschema als de subsidieovereenkomsten van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL, en wel zodanig dat zij volledig voldoen aan de in Verordening (EU) nr. … [regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van “Horizon 2020”] bedoelde subsidiabiliteitsvoorwaarden. De verificatie van de subsidiabiliteit van kosten door de gemeenschappelijke onderneming ECSEL als bedoeld in bepaling 18, lid 7, kan door de ECSEL-lidstaat worden gebruikt als onderdeel van zijn eigen betalingsproces.

3.           De regelingen voor de samenwerking tussen de ECSEL-lidstaten en de gemeenschappelijke onderneming ECSEL worden vastgesteld door middel van een administratieve regeling die moet worden gesloten tussen de entiteiten die daartoe door de ECSEL-lidstaten en de gemeenschappelijke onderneming ECSEL zijn aangewezen.

4.           Wanneer de ECSEL-lidstaten overeenkomstig lid 1 taken aan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL toevertrouwen, worden de in lid 3 bedoelde administratieve regelingen aangevuld met jaarlijkse regelingen tussen de daartoe door de ECSEL-lidstaten en de gemeenschappelijke onderneming ECSEL aangewezen entiteiten, waarin de voorwaarden voor de financiële bijdrage van de ECSEL-lidstaat aan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL worden vastgesteld.

5.           Lidstaten en geassocieerde landen die geen lid zijn van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL kunnen soortgelijke regelingen treffen met de gemeenschappelijke onderneming ECSEL.

18 – Financiering van acties onder contract

1.           De gemeenschappelijke onderneming ECSEL steunt acties onder contract via open en concurrerende oproepen tot het indienen van voorstellen en de plaatsing van overheidsmiddelen binnen de grenzen van de beschikbare budgetten. Overheidssteun in het kader van dit initiatief laat de procedurele en materiële staatssteunregels onverlet.

2.           De financiële bijdrage van de openbare instanties is die welke in bepaling 16, lid 3, onder a) en b), worden genoemd als vergoeding van de subsidiabele kosten aan de deelnemers aan acties onder contract. De totale overheidsbijdrage voor een bepaalde actie bedraagt niet meer dan de bij Verordening (EU) nr. … [regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van “Horizon 2020”] vastgestelde maxima.

3.           De subsidiabiliteitscriteria voor de financiering door de Unie zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. … [regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van “Horizon 2020”].

Specifieke subsidiabiliteitscriteria voor de financiering door de ECSEL-lidstaten kunnen worden vastgesteld door de betrokken nationale financieringsautoriteiten en moeten in het werkplan worden opgenomen.

4.           De openbare instanties delen de uitvoerend directeur hun financiële verbintenissen mee die voor elke oproep tot het indienen van voorstellen als reserve in het werkplan moeten worden opgenomen en, eventueel, overeenkomstig bepaling 17, lid 1, op tijd voor de opstelling van de ontwerpbegroting van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL, rekening houdend met de reikwijdte van de onderzoeks- en innovatieactiviteiten die in het werkplan aan bod komen.

5.           De uitvoerend directeur verifieert de subsidiabiliteit van de aanvragers van financiering door de Unie, en de ECSEL-lidstaten verifiëren de subsidiabiliteit van hun aanvragers aan de hand van vooraf vastgestelde nationale financieringscriteria en delen de resultaten mee aan de uitvoerend directeur.

6.           Op basis van de in lid 5 bedoelde verificaties stelt de uitvoerend directeur de voorgestelde lijst van acties onder contract vast die voor financiering in aanmerking komen, uitgesplitst naar aanvragers, en deelt hij deze mee aan de raad van openbare instanties, die besluit over de maximumtoewijzing aan overheidsmiddelen overeenkomstig bepaling 12, onder e), en de uitvoerend directeur opdracht geeft om overeenkomsten tot stand te brengen met de betrokken deelnemers.

7.           De gemeenschappelijke onderneming ECSEL neemt alle nodige maatregelen, waaronder de verificatie van de subsidiabiliteit van de kosten, voor de betaling van overheidsmiddelen aan de verschillende deelnemers overeenkomstig het bepaalde in bepaling 17, leden 3 en 4.

8.           De ECSEL-lidstaten eisen geen andere technische monitoring en verslaglegging dan die welke worden geëist door de gemeenschappelijke onderneming ECSEL.

19 – Financiële verbintenissen

De financiële verbintenissen van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL mogen het bedrag van de beschikbare of door haar leden voor haar begroting vastgelegde financiële middelen niet overschrijden.

20 – Begrotingsjaar

Het begrotingsjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.

21 – Operationele en financiële planning

1.           In het meerjarige strategische plan worden de strategie en de plannen voor het bereiken van de in artikel 2 uiteengezette doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL nader uitgewerkt in de vorm van een meerjarige strategische onderzoeks- en innovatieagenda van de raad van particuliere leden en de meerjarige financiële perspectieven van de openbare instanties. Daarin moeten de regelmatig geactualiseerde onderzoeks- en innovatieprioriteiten voor de ontwikkeling en invoering van cruciale expertise voor elektronicacomponenten en ‑systemen voor verschillende toepassingsgebieden zijn opgenomen, om het Europese concurrentievermogen te versterken en nieuwe markten en maatschappelijke toepassingen tot stand te helpen brengen. Het moet regelmatig worden herzien overeenkomstig de ontwikkeling van de behoeften van de industrie in Europa.

2.           De uitvoerend directeur legt de raad van bestuur een ontwerp van jaarlijks of meerjarig werkplan voor, waarin het onderzoeks- en innovatieactiviteitenplan, de administratieve activiteiten en de daarmee verband houdende uitgavenramingen zijn opgenomen.

3.           Het werkplan wordt aan het einde van het jaar vóór de uitvoering ervan goedgekeurd. Het werkplan wordt voor het publiek toegankelijk gemaakt.

4.           De uitvoerend directeur stelt de jaarlijkse ontwerpbegroting voor het volgende jaar op en legt deze ter goedkeuring voor aan de raad van bestuur.

5.           De jaarlijkse begroting voor een bepaald jaar wordt aan het einde van het daaraan voorafgaande jaar door de raad van bestuur goedgekeurd.

6.           De jaarlijkse begroting wordt aangepast aan de hoogte van de bijdrage van de Unie die in de begroting van de Unie is vastgesteld.

22 – Operationele en financiële planning

1.           De uitvoerend directeur brengt ieder jaar aan de raad van bestuur verslag uit over de uitvoering van zijn taken overeenkomstig de financiële regels van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL.

De uitvoeren directeur dient ieder jaar uiterlijk op 15 februari ter goedkeuring een jaarlijks activiteitenverslag in bij de raad van bestuur over de vooruitgang die in het voorgaande kalenderjaar door de gemeenschappelijke onderneming ECSEL is geboekt, met name in vergelijking tot het werkplan voor dat jaar. In dat verslag wordt onder meer informatie over de volgende zaken opgenomen:

a)      onderzoek, innovatie en andere uitgevoerde acties en de daarmee verband houdende uitgaven;

b)      de ingediende voorstellen, met inbegrip van een uitsplitsing per type deelnemer (waaronder kleine en middelgrote ondernemingen) en per land;

c)      de voorstellen die voor financiering zijn geselecteerd, met een uitsplitsing per type deelnemer (waaronder kleine en middelgrote ondernemingen), en per land, waarin de bijdragen van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL en de ECSEL-lidstaten aan de individuele deelnemers en de acties onder contract zijn aangegeven.

2.           Na goedkeuring door de raad van bestuur wordt het jaarlijkse activiteitenverslag publiek toegankelijk gemaakt.

3.           De gemeenschappelijke onderneming ECSEL rapporteert jaarlijks aan de Commissie overeenkomstig artikel 60, lid 5, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012.

4.           De rekeningen van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL worden onderzocht door een onafhankelijk controleorgaan zoals bepaald in artikel 60, lid 5, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012.

De rekeningen van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL worden niet onderzocht door de Rekenkamer.

23 – Interne controle

De intern controleur van de Commissie oefent jegens de gemeenschappelijke onderneming ECSEL dezelfde bevoegdheden uit als jegens de Commissie.

24 – Aansprakelijkheid van leden en verzekering

1.           De financiële aansprakelijkheid van de leden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL voor de schulden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL is beperkt tot de reeds door hen betaalde bijdrage.

2.           De gemeenschappelijke onderneming ECSEL sluit de nodige verzekeringen af en houdt deze aan.

25 – Belangenconflicten

1.           De gemeenschappelijke onderneming ECSEL, haar organen en haar personeel vermijden elk belangenconflict bij de uitvoering van hun activiteiten.

2.           De raad van bestuur van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL kan regels vaststellen om belangenconflicten ten aanzien van de leden van die onderneming, haar organen en haar personeel te voorkomen en te beheersen. Deze regels omvatten bepalingen ter voorkoming van belangenconflicten voor de vertegenwoordigers van de leden van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL die zitting hebben in de raad van bestuur of in de raad van openbare instanties.

26 – Liquidatie

1.           De gemeenschappelijke onderneming ECSEL wordt ontbonden aan het einde van de in artikel 1 bedoelde periode.

2.           De liquidatieprocedure treedt automatisch in werking als de Commissie of alle particuliere leden zich terugtrekken uit de gemeenschappelijke onderneming ECSEL.

3.           Voor de uitvoering van de procedure tot liquidatie van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL benoemt de raad van bestuur een of meer liquidateurs die handelen volgens de door de raad van bestuur verstrekte instructies.

4.           Wanneer de gemeenschappelijke onderneming ECSEL wordt geliquideerd, worden haar activa gebruikt ter voldoening van haar verplichtingen en voor de uitgaven in verband met haar liquidatie. Een eventueel overschot wordt op het moment van de liquidatie verdeeld over de leden in verhouding tot hun financiële bijdrage aan de gemeenschappelijke onderneming ECSEL. Een eventueel overschot dat de Unie toevalt, wordt teruggeboekt naar de begroting van de Unie.

5.           Er wordt een ad-hocprocedure ingesteld voor een passende afwikkeling van alle door de gemeenschappelijke onderneming ECSEL gesloten overeenkomsten of genomen besluiten, alsmede van alle aanbestedingscontracten met een langere looptijd dan die van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL.

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.           KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

              1.1.    Benaming van het voorstel/initiatief

              1.2.    Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur

              1.3.    Aard van het voorstel/initiatief

              1.4.    Doelstelling(en)

              1.5.    Motivering van het voorstel/initiatief

              1.6.    Duur en financiële gevolgen

              1.7.    Beheersvorm(en)

2.           BEHEERSMAATREGELEN

              2.1.    Regels inzake het toezicht en de verslagen

              2.2.    Beheers- en controlesysteem

              2.3.    Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

3.           GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

              3.1.    Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

              3.2.    Geraamde gevolgen voor de uitgaven

              3.2.1. Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

              3.2.2. Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

              3.2.3. Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

              3.2.4. Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

              3.2.5. Bijdrage van derden aan de financiering

              3.3.    Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.           KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.        Benaming van het voorstel/initiatief

Verordening van de Raad betreffende de gemeenschappelijke onderneming ECSEL

1.2.        Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur[32]

Beleidsterrein: Horizon 2020 – het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020)

Activiteit: Horizon 2020: onderzoek en innovatie op het gebied van communicatienetwerken, inhoud en technologie

1.3.        Aard van het voorstel/initiatief

¨ Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie

¨ Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie na een proefproject/een voorbereidende actie[33]

¨ Het voorstel/initiatief betreft de verlenging van een bestaande actie

þ Het voorstel/initiatief betreft een actie die wordt omgebogen naar een nieuwe actie

1.4.        Doelstelling(en)

1.4.1.     De met het voorstel/initiatief beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie

Groeistrategie van de EU voor 2020 — bijdragen tot de doelstelling dat 3% van het bbp van de EU wordt geïnvesteerd in onderzoek en innovatie.

Innovatie-Unie — de financieringsinstrumenten van de EU worden gericht op de prioriteiten van de Innovatie-Unie.

Digitale agenda voor Europa — bijdragen aan onderzoek en innovatie in ICT in het kader van pijler V, acties 50 (meer particuliere investeren mobiliseren voor ICT-onderzoek en ‑innovatie) en 51 (betere coördinatie en bundeling van middelen).

1.4.2.     Specifieke doelstelling(en) en betrokken ABM/ABB-activiteiten

Specifieke doelstelling nr.

1. Leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën

Betrokken ABM/ABB-activiteit(en)

Leiderschap op het gebied van informatie- en communicatietechnologie

1.4.3.     Verwachte resultaten en gevolgen

Economische gevolgen:

· Concurrentievermogen — intensivering en sterkere gerichtheid van investeringen door middelen uit particuliere en openbare bronnen te mobiliseren, samenwerking over de hele waardeketen en overbrugging van de kloof tussen technologie en innovatie.

· Onderzoek en innovatie — synergie van industriële en nationale prioriteiten, kennis op topniveau, en vermijding van dubbel werk en fragmentatie.

· Belanghebbenden — betrokkenheid van een groot aantal waardeketens: bedrijfstak, aanbieders en gebruikers van technologie, waaronder kleine en middelgrote ondernemingen, organisaties die onderzoek verrichten en kennis verspreiden, EU, lidstaten, regio’s.

Maatschappelijke impact:

· Werkgelegenheid — hooggekwalificeerde en technische banen, die groei in een groot aantal economische sectoren als gevolg van hun innovatie en productiviteit mogelijk maken.

· Aanpak van maatschappelijke uitdagingen waar Europese burgers mee kampen (bijvoorbeeld vervoer, gezondheid, energie), cruciaal voor dergelijke maatschappelijk relevante factoren.

Milieu-impact:

· minder energieverbruik

· beheer van het gebruik van materiële middelen

1.4.4.     Resultaat- en effectindicatoren

De resultaat- en effectindicatoren van Horizon 2020 — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, specifieke doelstelling “Leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën” zijn onderworpen aan toezicht en jaarlijkse rapportage aan de Commissie.

Daarnaast wordt aan de hand van de volgende specifieke indicatoren de vooruitgang gemeten bij de verwezenlijking van de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL:

Doelstellingen || Voornaamste prestatie-indicatoren || Maatstaf (over de periode 2014–2024)

Uitmuntend multidisciplinair onderzoek structureren en uitvoeren || Innovatieve en state-of-the-artprojecten || Ø Kwaliteit van de resultaten, zoals bijv. gemeten in een aantal publicaties met collegiale toetsing Ø Innovatief onderzoek en innovatie, ten minste 2 octrooien per 10 miljoen euro aan financiering Ø Aantal en impact van baanbrekende technologieën

Strategieën op elkaar afstemmen || Strategische onderzoeks- en innovatieagenda met prioriteiten || Ø Inzet van alle leden van de gemeenschappelijke onderneming Ø Gerichtheid op de strategische onderzoeks- en innovatieagenda in overeenstemming met beschikbaar budget

Middelen mobiliseren en bundelen || Uitvoering van de begroting || Ø Financiële verbintenissen van alle leden van de gemeenschappelijke onderneming Ø Bijdrage aan 3%-doelstelling voor onderzoek en innovatie

Fabricagecapaciteit in EU bestendigen en vergroten || Arbeidsplaatsen creëren in elektronica-industrie Aantal fabrieken in Europa vergroten || Ø Aantal directe en afgeleide arbeidsplaatsen in Europa – vooruitgang naar 250 000 afgeleide arbeidsplaatsen Ø Aantal state-of-the-art-chipfabrieken in Europa, gemeten aan de hand van technologie-node en waferafmetingen

Leiderschap op het gebied van uitrusting en materialen (E&M) || Strategische samenwerking inzake E&M || Ø Rangschikking en marktaandeel/marktvolume van de Europese E&M-aanbieders

Hoge Technology Readiness Levels bevorderen || Schaal en impact van projecten || Ø Aantal nieuwe/gemoderniseerde proeflijnen in Europa – ten minste drie per jaar Ø Aantal demonstratieprojecten voor geïntegreerde oplossingen – ten minste drie per jaar Ø Toegang voor en gebruik door anderen dan degenen die de proeflijnen of demonstratie­projecten rechtstreeks uitvoeren

Beschikbaarheid van elektronische componenten || Invoering van nieuwe technologieën door de Europese toepassingssectoren || Ø Europees marktaandeel en ‑volume voor nieuwe oplossingen

Leiderschap op het gebied van systeem­engineering || Strategische samenwerking inzake ingebedde en slimme systemen || Ø Rangschikking en marktaandeel/marktvolume van Europese aanbieders van elektronische systemen

Aan de hand van de volgende specifieke indicatoren worden de prestaties van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL gemeten:

Doelstellingen || Voornaamste prestatie-indicatoren || Maatstaf (over de periode 2014–2024)

Een strategische onderzoeks- en innovatieagenda vaststellen || Strategische onderzoeks- en innovatieagenda || Ø >Goedkeuring van de strategische onderzoeks- en innovatieagenda door alle actoren Ø Duidelijkheid en focus in de perceptie van de belanghebbenden

Efficiënte programma-uitvoering || Activiteiten van de gemeenschap­pe­lijke onder­neming || Ø Tijd voor subsidieverlening (van afsluiting van de oproep tot ondertekening van de subsidieovereenkomst) < 270 dagen Ø Betaaltermijnen < 90 dagen Ø Verspreidingsactiviteiten Ø Projectresultaten

Synergieën voor de toepassing van resultaten en de bevordering van groei bij kmo’s || Invoering van projectresultaten in de bedrijfstak || Ø Aantal spin-offs Ø Groei omzet en werkgelegenheid kmo’s

Deelname aan projecten met een belangrijke Europese dimensie vergemakkelijken || Eenvoudigere regels voor deelname || Ø Participatiegraad in industrie en mkb (≥ 30% voor mkb) Ø Vermindering van administratieve overhead

Toegang tot ontwerp- en fabricage-infrastructuur || Beschikbaarheid en open toegang tot state-of-the-artinfrastructuur || Ø Toegang en gebruik door kmo’s, ook op het gebied van systeemintegratie

Samenwerking met en coördinatie van stakeholders || Partnerschappen || Ø Totstandkoming van consortia – ontstaan van strategische allianties

Op peil houden van vaardigheden || Expertise beschikbaar in Europa || Ø Beschikbaarheid van opleidingen/cursussen en daadwerkelijk gebruik van professionele opleiding in overeenstemming met de behoeften van de bedrijfstak

1.5.        Motivering van het voorstel/initiatief

1.5.1.     Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien

Europa staat wat elektronische componenten en systemen betreft voor twee grote uitdagingen:

· Enerzijds moet Europa de controle hebben over de cruciale schakels in de waardeketen, d.w.z. “ontwerp van componenten en systemen”, “fabricage van componenten” en “verwerking van elektronische componenten in eindproducten”. De waardeketen voor elektronica stopt niet bij de fabricage van elektronica, maar strekt zich uit tot de hele verwerkende industrie, van de auto-industrie en de lucht- en ruimtevaart tot webdiensten. Elk van de schakels is essentieel voor de waardecreatie uit elektronica in Europa. Zou de Europese fabricagecapaciteit voor elektronica verdwijnen, dan zouden niet alleen de desbetreffende activiteiten binnen de toeleveringsketen en op ontwerpgebied naar elders kunnen verhuizen, maar zou ook het concurrentievermogen van de hele van elektronica afhankelijke economische structuur ernstig worden ondermijnd.

· Anderzijds moet de Europese innovatieketen efficiënter worden. Dat werd benadrukt in het verslag over cruciale ontsluitende technologieën, waarin werd gewezen op het bestaan van een “vallei des doods” tussen het genereren van fundamentele kennis en de commerciële toepassing ervan in de vorm van verkoopbare producten. De stappen naar innovatie en industriële productie moeten derhalve worden versterkt, zodat bedrijfsleven en burgers van de meest geavanceerde technologieën kunnen profiteren.

Om de controle over de waardeketen te waarborgen en het innovatiesysteem te verbeteren, moet Europa de volgende problemen overwinnen:

· zware mondiale concurrentie en veranderende bedrijfsmodellen;

· teruglopende marktaandelen;

· hoge kosten voor onderzoek en innovatie en een gefragmenteerd Europees landschap; en

· een snel innovatietempo.

1.5.2.     Toegevoegde waarde van de deelname van de EU

Onderzoek en innovatie in samenwerkingsverband met de industrie en de universiteiten in heel Europa moeten financieel worden ondersteund om:

· de koppositie van Europese niet-commerciële onderzoeksteams op het gebied van elektronica in stand te houden en ervoor te zorgen dat de leidende positie op technologisch gebied in heel Europa door de industrie snel en op brede schaal wordt geëxploiteerd;

· de kosten van het nemen van risico’s bij de verdere ontwikkeling van de technologie en het bredere gebruik ervan, te delen met de bedrijfstak van elektronische componenten en systemen, gezien het gigantische spill-overeffect op groei en werkgelegenheid in de hele economie en de impact op de aanpak van de te verwachten maatschappelijke uitdagingen;

· krachten te bundelen. De lidstaten promoten hun industrie volgens eigen prioriteiten, maar de steun die voor deze sector nodig is, overstijgt ruimschoots de nationale middelen. Fragmentatie leidt tot duplicatie van onderzoeks- en innovatieactiviteiten. Bovendien zijn er in Europa op het gebied van elektronische componenten en systemen slechts enkele clusters met een mondiaal leidende positie die significante industriële activiteit uitoefenen. De actoren in de EU moeten hun krachten dus bundelen. Betere samenwerking tussen de verwerkende bedrijven en de aanbieders van technologie kan leiden tot snellere productinnovatie aan beide zijden door coördinatie van hun bedrijfsdoelstellingen. Clusters van onderzoeksprojecten bieden een regionaal ondersteunend netwerk voor het midden- en kleinbedrijf door middel van samenwerking tussen de academische wereld en grote OEM-bedrijven;

· de bestaande Europese clusters op het gebied van elektronische componenten te versterken en actief steun te verlenen aan de totstandkoming van nieuwe clusters, met als doel Europa een positie te geven die vergelijkbaar is met die van andere spelers op mondiaal niveau. Actie op Europees niveau is noodzakelijk om middelen te bundelen en actoren samen te brengen, zodat op passende schaal en met passende middelen kan worden gehandeld om de industrie te versterken. De steun moet Europa een duurzame en geschikte oplossing bieden om de internationale concurrentie het hoofd te kunnen bieden. Met deze actie wordt bijgedragen tot de gedeelde inzet van bestaande en toekomstige platforms om een betere omgeving tot stand te brengen voor industriële actoren, waaronder het midden- en kleinbedrijf en de eindgebruikers, zodat deze hun internationale concurrentiepositie kunnen versterken;

· onderzoek en innovatie in Europa te structureren en te coördineren en er zo voor te zorgen dat er in Europa in de toekomst een industriële basis is en dat Europese belanghebbenden, onder wie de gebruikers, toegang hebben tot de nieuwste technologische ontwikkelingen en infrastructuur. Om dit doel te bereiken is het cruciaal dat de openbare financiering op Europees en nationaal niveau doeltreffend wordt ingezet.

1.5.3.     Ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

De huidige gemeenschappelijke ondernemingen ARTEMIS en ENIAC boden uitstekende mogelijkheden om in heel Europa samen te werken, een kritische massa te bereiken en investeringen optimaal te laten renderen. Bij de eerste tussentijdse toetsing werden krachtige aanbevelingen gedaan om in de context van Horizon 2020 door te gaan met een soortgelijk initiatief, aangezien geen enkele organisatie of lidstaat zelfstandig al de problemen van deze sector kan aanpakken. Gecoördineerde actie op Europees niveau wordt daarom als de meest geschikte aanpak gezien.

De gemeenschappelijke ondernemingen hebben laten zien dat zij in staat zijn om als onpartijdige facilitator en katalysator op te treden voor het stimuleren van ambitieuze projecten en het vergroten van de betrokkenheid van excellente bedrijven, en tegelijk een kader te bieden waarin nationale en Europese overheden steun kunnen verlenen aan strategisch relevante thema’s. Dit is overtuigend aangetoond door het succes dat de gemeenschappelijke onderneming ENIAC heeft geboekt met de snelle start van de uitvoering van de aanbevelingen voor cruciale ontsluitende technologieën op het gebied van nano-elektronica en door het opstarten van grootschalige proefprojecten voor innovatie door ARTEMIS in het kader van de oproep voor het indienen van voorstellen van 2012.

Een belangrijke uitdaging voor de driepartijenstructuur van beide gemeenschappelijke ondernemingen was het afstemmen van procedures en inhoud op de verwachtingen en processen van de deelnemende lidstaten. Deze maken de oproepen tot het indien van voorstellen mogelijk door hun financiële bijdragen vooraf vast te leggen en de nationale subsidiabiliteitsvoorwaarden en financieringspercentages vast te stellen.

De ervaring met het huidige model heeft uitgewezen dat het de doelstellingen ervan kan verwezenlijken, zij het dat de opstartperiode (waarin vertrouwen moest worden opgebouwd en een praktische modus operandi tot stand moest komen) langer duurde dan oorspronkelijk werd verwacht.

In aanvulling op de succesverhalen moeten ook enkele opmerkingen worden gemaakt over de huidige structuur:

· er is onvoldoende synchronisatie tussen de verschillende nationale procedures (voor contracten en betalingen), wat tot vertraging bij de uitvoering van de projecten leidt;

· de verplichting om twee subsidieovereenkomsten te sluiten (gemeenschappelijke onderneming en nationale procedure) is een administratieve last voor de deelnemers;

· de verschillende nationale regels hebben gevolgen voor de wijze waarop consortia tot stand komen;

· de nationale vastleggingen worden veelvuldig aangepast wanneer de resultaten van de oproepen voor het indienen van voorstellen bekend zijn, en dat gebeurt zowel in opwaartse als in neerwaartse zin;

· de vaste verhouding tussen de EU-vastleggingen en die van de lidstaten (lidstaat/EU = 1,8) vormde een belemmering voor de uitvoering van de begroting wanneer de nationale bijdrage laag was of wanneer het nationale financieringspercentage afweek van de verwachte verhouding ⅓(gemeenschappelijke onderneming):⅔(nationaal), zoals bij proeflijnen het geval was;

· de financiële kaderregeling voor gedecentraliseerde agentschappen stelt strenge eisen aan de beperkte middelen van de gemeenschappelijke onderneming.

Deze moeilijkheden veroorzaakten geen uitstel, maar vergden wel aanhoudende inspanningen van alle partijen om het systeem werkend te maken. Voor een soortgelijke toekomstig initiatief zou een vereenvoudigd werkingsmodel aanzienlijke voordelen bieden, en bovendien in overeenstemming zijn met de algemene doelstelling van Horizon 2020.

1.5.4.     Samenhang en eventuele synergie met andere relevante instrumenten

Het initiatief moet synergieën tot stand brengen met aanvullende financieringsmechanismen, zoals het beleid van de Europese Commissie voor slimme specialisatie dat nieuwe en reeds bestaande wetenschaps- en technologieclusters in regio’s van de Europese Unie wil stimuleren en ondersteunen.

Het toepassingsgebied van het initiatief vormt bovendien een aanvulling op de activiteiten die zullen worden ondernomen op het gebied van industrieel leiderschap binnen Horizon 2020, een terrein waarop meer geavanceerd onderzoek op de langere termijn zal worden gesteund.

1.6.        Duur en financiële gevolgen

þ Voorstel/initiatief met een beperkte geldigheidsduur

– þ  Voorstel/initiatief is van kracht vanaf [1/1/]2014 tot en met 31/12/2024

– þ  Financiële gevolgen vanaf 2014 tot en met 2020 voor vastleggingskredieten en vanaf 2014 tot en met 2024 voor betalingskredieten

¨ Voorstel/initiatief met een onbeperkte geldigheidsduur

– uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,

– gevolgd door een volledige uitvoering.

1.7.        Beheersvorm(en)

Uit de begroting voor 2014

¨ Rechtstreeks beheer door de Commissie via:

– ¨  uitvoerende agentschappen

¨ Gedeeld beheer met de lidstaten:

þ Indirect beheer door het toevertrouwen van begrotingsuitvoeringstaken aan:

– ¨  internationale organisaties en hun agentschappen (te specificeren);

– ¨  de Europese Investeringsbank;

– þ  organen als bedoeld in artikel 209 van het Financieel Reglement;

– ¨  publiekrechtelijke organen;

– ¨  privaatrechtelijke organen met een openbare dienstverleningstaak, voor zover zij voldoende financiële garanties bieden;

– ¨  privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die voldoende financiële garanties bieden;

– ¨ personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het GBVB in het kader van titel V van het VEU is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling.

Opmerkingen

De lidstaten zijn medefinanciers van acties onder contract.

2.           BEHEERSMAATREGELEN

2.1.        Regels inzake het toezicht en de verslagen

Voor het einde van 2017 zal de Commissie een tussentijdse toetsing van de gemeenschappelijke onderneming verrichten. Zij zal de conclusies van die toetsing, vergezeld van haar opmerkingen, uiterlijk op 30 juni 2018 meedelen aan het Europees Parlement en de Raad.

Binnen zes maanden na de liquidatie van de gemeenschappelijke onderneming, maar uiterlijk twee jaar na het inleiden van de liquidatieprocedure, zal de Commissie een eindevaluatie verricht van de gemeenschappelijke onderneming. De resultaten van de eindevaluatie zullen worden voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad.

De uitvoerend directeur zal ieder jaar, uiterlijk op 15 februari, een ontwerp van jaarlijks activiteitenverslag ter goedkeuring indienen bij de raad van bestuur over de vooruitgang die in het voorgaande kalenderjaar door de gemeenschappelijke onderneming is geboekt, met name in vergelijking tot het werkplan voor dat jaar. In dat verslag wordt informatie opgenomen over verricht onderzoek, innovatie en andere uitgevoerde acties en de daarmee verband houdende uitgaven; de ingediende voorstellen, met een uitsplitsing per type deelnemer (waaronder kleine en middelgrote ondernemingen) en per land; de voor financiering aangewezen acties onder contract, met een uitsplitsing per type deelnemer (waaronder kleine en middelgrote ondernemingen) en per land, met vermelding van de bijdrage van de gemeenschappelijke onderneming aan de afzonderlijke deelnemers en acties.

2.2.        Beheers- en controlesysteem

2.2.1.     Mogelijke risico’s

Het grootste risico betreft onjuiste betalingen voor uitgaven aan de deelnemers. Gezien de omvang van de gemeenschappelijke onderneming is het realistisch om naar een foutpercentage van 1% te streven.

Het specifieke risico van belangenconflicten, dat aan een publiek-privaat partnerschap inherent is, wordt bestreden door een strikte scheiding aan te brengen tussen de beslissingsbevoegdheden van de raad van bestuur (vaststelling van de strategie en de werkplannen –waarbij de bedrijfstak betrokken is) en die van de raad van openbare instanties (vaststelling van de voorwaarden voor de oproepen tot het indienen van voorstellen, en beslissing over de toewijzing van financiering uit de openbare middelen – waarbij de bedrijfstak niet betrokken is).

2.2.2.     Controlemiddel(en)

De intern controleur van de Commissie oefent jegens de gemeenschappelijke onderneming dezelfde bevoegdheden uit als jegens de Commissie. De raad van bestuur kan bovendien zorgen dat er een interne controlecapaciteit voor de gemeenschappelijke onderneming wordt opgericht, voor zover van toepassing. De kosten van een functie voor interne audit (naar verwachting minder dan een half miljoen euro voor de levensduur van de gemeenschappelijke onderneming) vallen gunstig uit in vergelijking met de totale betalingen die de gemeenschappelijke onderneming zal verrichten (een foutpercentage van 1% op 1,2 miljard euro vertegenwoordigt een bedrag van 12 miljoen euro).

Overeenkomstig artikel 60 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 zal de gemeenschappelijke onderneming de beginselen van goed financieel beheer, transparantie en non-discriminatie in acht nemen en een niveau van bescherming van de financiële belangen van de Unie waarborgen dat gelijkwaardig is aan het bij die verordening voorgeschreven niveau.

Ex-postaudits van de uitgaven voor acties onder contract zullen worden uitgevoerd overeenkomstig het kaderprogramma Horizon 2020 in het kader van de acties onder contract uit hoofde van het kaderprogramma.

Om de financiële belangen van de Unie te beschermen zal de Commissie, overeenkomstig het financieel reglement, toezicht uitoefenen op de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming, met name door audits en toetsingen te verrichten betreffende de uitvoering van het programma, door de procedures toe te passen voor het onderzoek en de aanvaarding van de rekeningen, en door betalingen die verricht zijn in strijd met de toepasselijke regels, uit te sluiten van financiering door de Unie. Ook kan zij betalingen opschorten en onderbreken.

2.3.        Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

De Commissie of haar vertegenwoordigers en de Rekenkamer hebben de bevoegdheid om audits, op basis van documenten of ter plaatse, uit te voeren bij alle begunstigden, contractanten en subcontractanten die middelen van de Unie ontvangen.

Het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) kan overeenkomstig de procedures van Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 controles en verificaties ter plaatse bij de direct of indirect bij de financiering betrokken economische subjecten uitvoeren om vast te stellen of er in verband met een subsidieovereenkomst of -besluit of een contract betreffende financiering door de Unie sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie zijn geschaad.

Onverminderd het voorstaande wordt in besluiten, overeenkomsten en contracten die uit de uitvoering van deze verordening voortvloeien, de Commissie, met inbegrip van OLAF, en de Rekenkamer uitdrukkelijk het recht gegeven om dergelijke audits, controles en verificaties ter plaatse te verrichten.

3.           GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.        Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

· Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen

Rubriek van het meerjarige financiële kader || Begrotingsonderdeel || Soort uitgave || Bijdrage

Nummer 09 04 02 01 – overkoepelend onderdeel || GK/ NGK || van EVA-landen || van kandidaat-lidstaten || van derde landen || in de zin van artikel 18, lid 1, onder a), van het Financieel Reglement

1a Concurrentie­vermogen voor groei en werk­gelegenheid || 09 04 07 21 Industrieel leiderschap — gezamenlijk technologie-initiatief ECSEL || GK || JA || JA || NEE || JA

3.2.        Geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.1.     Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

in miljoenen euro’s (tot op 3 decimalen)

Rubriek van het meerjarige financiële kader: || 1a || Concurrentie­vermogen voor groei en werk­gelegenheid

Gemeenschap­pelijke onder­ne­ming ECSEL[34], [35] || || || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020[36] || Jaar 2021 || Jaar 2022 || Jaar 2023 || Jaar 2024 || TOTAAL

Titel 1 || Vastleggingen || (1) || 0,310 || 0,310 || 0,550 || 0,715 || 1,210 || 1,210 || 4,350 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 8,655

Betalingen || (2) || 0,310 || 0,310 || 0,550 || 0,715 || 1,210 || 1,210 || 1,170 || 1,170 || 0,970 || 0,670 || 0,370 || 8,655

Titel 2 || Vastleggingen || (1a) || 0,500 || 0,500 || 0,500 || 0,700 || 0,800 || 0,800 || 2,800 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 6,600

Betalingen || (2a) || 0,500 || 0,500 || 0,500 || 0,700 || 0,800 || 0,800 || 0,800 || 0,600 || 0,600 || 0,500 || 0,300 || 6,600

Titel 3 || Vastleggingen || (3a) || 135,000 || 145,000 || 160,000 || 175,000 || 185,000 || 195,000 || 205,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 1 200,000

|| Betalingen || (3b) || 33,750 || 70,000 || 116,750 || 140,750 || 166,000 || 178,000 || 189,000 || 145,750 || 99,500 || 40,000 || 20,500 || 1 200,000

TOTAAL kredieten voor de ge­meen­schap­pe­lij­ke on­der­ne­ming ECSEL || Vastleggingen || =1+1a +3a || 135,810 || 145,810 || 161,050 || 176,415 || 187,010 || 197,010 || 212,150 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 1 215,255

Betalingen || =2+2a +3b || 34,560 || 70,810 || 117,800 || 142,165 || 168,010 || 180,010 || 190,970 || 147,520 || 101,070 || 41,170 || 21,170 || 1 215,255

in miljoenen euro’s (tot op 3 decimalen)

DG CONNECT || || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Jaar 2021 || Jaar 2022 || Jaar 2023 || Jaar 2024 || TOTAAL

Ÿ Personeel (2 vte ambtenaren, 1 vte arbeidscontractanten)[37] || 0,332 || 0,332 || 0,332 || 0,332 || 0,332 || 0,332 || 0,332 || || || || || 2,324

Ÿ Overige administratieve uitgaven || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || || || || || 0

TOTAAL DG CONNECT || Kredieten || 0,332 || 0,332 || 0,332 || 0,332 || 0,332 || 0,332 || 0,332 || || || || || 2,324

Rubriek van het meerjarige financiële kader || 5 || Administratieve uitgaven

in miljoenen euro’s (tot op 3 decimalen)

DG CONNECT || || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Jaar 2021 || Jaar 2022 || Jaar 2023 || Jaar 2024 || TOTAAL

Ÿ Personeel (2 vte ambtenaren, 1 vte arbeidscontractanten) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0

Ÿ Overige administratieve uitgaven || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0

TOTAAL DG CONNECT || Kredieten || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || (Totaal vastleggingen = totaal betalingen) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0

in miljoenen euro’s (tot op 3 decimalen)

|| || || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Jaar 2021 || Jaar 2022 || Jaar 2023 || Jaar 2024 || TOTAAL

TOTAAL kredieten onder RUBRIEKEN 1 tot en met 5 van het meerjarige financiële kader || Vastleggingen || 136,142 || 146,142 || 161,382 || 176,747 || 187,342 || 197,342 || 212,482 || || || || || 1217,579

Betalingen || 34,892 || 71,142 || 118,132 || 142,497 || 168,342 || 180,342 || 191,302 || 147,520 || 101,070 || 41,170 || 21,170 || 1217,579

3.2.2.     Geraamde gevolgen voor de kredieten van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL

– ¨  Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

– þ  Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder wordt beschreven:

Vastleggingskredieten in miljoenen euro’s

Vermeld doelstellingen en outputs ò || || || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Jaar 2021-2024 || TOTAAL

|| OUTPUTS

Soort output || Gem. kosten[38] || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Aantal || Kosten || Totaal aantal outputs || Totale kosten

SPECIFIEKE DOELSTELLING nr. 1 Leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën || || || || || || || || || || || || || || || || ||

– Output[39] || Onderzoeks- en innovatieacties van de gemeen­schap­pelijke onder­neming ECSEL || 15 || 9 || 135 || 10 || 145 || 11 || 160 || 11 || 175 || 12 || 185 || 13 || 195 || 14 || 205 || 0 || 0 || 80 || 1200

TOTALE KOSTEN || 9 || 135 || 10 || 145 || 11 || 160 || 11 || 175 || 12 || 185 || 13 || 195 || 14 || 205 || 0 || 0 || 80 || 1200

3.2.3.     Geraamde gevolgen voor de personele middelen van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL

3.2.3.1.  Samenvatting

– ¨  Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

– þ  Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder beschreven:

Aantal personeelsleden (in personen/VTE)[40]

|| Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Jaar 2021 || Jaar 2022 || Jaar 2023 || Jaar 2024 || TOTAAL

Ambtenaren (AD) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0

Ambtenaren (AST) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0

Arbeids­contractanten || 13 || 13 || 12 || 11 || 11 || 11 || 11 || 11 || 9 || 6 || 3 || 111

Tijdelijke functionarissen (AD) || 14 || 14 || 13 || 12 || 12 || 12 || 12 || 12 || 10 || 7 || 4 || 122

Gedetacheerde nationale deskundigen || 1 || 1 || 1 || 1 || 1 || 1 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 6

TOTAAL || 28 || 28 || 26 || 24 || 24 || 24 || 23 || 23 || 19 || 13 || 7 || 239

in miljoenen euro’s (tot op 3 decimalen)

Ambtenaren (AD) || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000

Ambtenaren (AST) || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000

Arbeids­contractanten || 0,910 || 0,910 || 0,840 || 0,770 || 0,770 || 0,770 || 0,770 || 0,770 || 0,630 || 0,420 || 0,210 || 7,770

Tijdelijke functionarissen (AD) || 1,834 || 1,834 || 1,703 || 1,572 || 1,572 || 1,572 || 1,572 || 1,572 || 1,310 || 0,917 || 0,524 || 15,982

Gedetacheerde nationale deskundigen || 0,078 || 0,078 || 0,078 || 0,078 || 0,078 || 0,078 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,468

TOTAAL || 2,822 || 2,822 || 2,621 || 2,420 || 2,420 || 2,420 || 2,342 || 2,342 || 1,940 || 1,337 || 0,734 || 24,220

De arbeidscontracten van het personeel worden overgenomen van de bestaande gemeenschappelijke ondernemingen, ARTEMIS en ENIAC. Deze contracten zijn van kracht vanaf de eerste dag van het bestaan van de nieuwe gemeenschappelijke onderneming.

3.2.3.2.  Geraamde behoefte aan personele middelen voor het verantwoordelijke DG

– ¨  Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

– þ  Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder beschreven:

|| Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Jaar 2021-2024* || Totaal

|| Ÿ Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijk personeel) ||

XX 01 01 01 (hoofdzetel en vertegenwoordigingen van de Commissie) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0

XX 01 01 02 (delegaties) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0

09 01 05 01 (onderzoek onder contract) || 2 || 2 || 2 || 2 || 2 || 2 || 2 || p.m. || 14

10 01 05 01 (eigen onderzoek) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0

|| || || || || || || || ||

|| Ÿ Extern personeel (in voltijdsequivalenten)[41] ||

XX 01 02 01 (CA, SNE, INT van de “totale financiële middelen”) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0

XX 01 02 02 (CA, LA, SNE, INT en JED in de delegaties) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0

XX 01 04 yy[42] || – hoofdzetel[43] || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0

– delegaties || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0

09 01 05 02 (CA, SNE, INT – onderzoek onder contract) || 1 || 1 || 1 || 1 || 1 || 1 || 1 || p.m. || 7

10 01 05 02 (CA, SNE, INT – eigen onderzoek) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0

Andere begrotingsonderdelen (specificeer) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0

TOTAAL || 3 || 3 || 3 || 3 || 3 || 3 || 3 || p.m. || 21

* Het aantal personeelsleden na 2020 wordt later bepaald.

Raming in een geheel getal (of met ten hoogste 1 decimaal)

XX is het beleidsterrein of de begrotingstitel.

De benodigde personele middelen zullen worden gefinancierd uit de middelen die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

Beschrijving van de uit te voeren taken:

Ambtenaren en tijdelijk personeel || Lidmaatschap van bestuursorganen en toezicht op/rapportage over activiteiten

Extern personeel || Ondersteuning van ambtenaren

3.2.3.3.  Geraamde behoefte aan personele middelen voor de gemeenschappelijke onderneming ECSEL[44]

– ¨  Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

– þ  Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder beschreven:

– a) Geraamde behoefte aan personele middelen te financieren uit kredieten voor het meerjarige financiële kader 2014–2020

|| Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Jaar 2021 || Jaar 2022 || Jaar 2023 || Jaar 2024 || Totaal

|| Ÿ Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijk personeel) ||

09 04 07 21(PPP-orgaan) || || || || || || || || || || || ||

Ambtenaren (AD) || 6 || 6 || 7 || 9 || 12 || 12 || 12 || 12 || 10 || 7 || 4 || 97

Ambtenaren (AST) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0

|| Ÿ Extern personeel (in voltijdsequivalenten)[45] ||

09 04 07 21(PPP-orgaan) || || || || || || || || || || || ||

CA || 8 || 8 || 8 || 8 || 11 || 11 || 11 || 11 || 9 || 6 || 3 || 94

SNE || 1 || 1 || 1 || 1 || 1 || 1 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 6

INT || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0

TOTAAL || 15 || 15 || 16 || 18 || 24 || 24 || 23 || 23 || 19 || 13 || 7 || 197

|| || || || || || || || || || || ||

Raming in een geheel getal (of met ten hoogste 1 decimaal)

Beschrijving van de uit te voeren taken:

Ambtenaren en tijdelijk personeel || Programmabeheer en administratief beheer

Extern personeel || Ondersteuning van tijdelijk personeel

– b) p.m. – Personele middelen gefinancierd uit kredieten van het meerjarige financiële kader 2007–2013 (ter informatie)

|| Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Totaal

Ÿ Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijk personeel) ||

09 04 01 03 (gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS)[46] || || || || ||

Ambtenaren (AD) || 8 || 8 || 6 || 3 || 25

Ambtenaren (AST) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0

Ÿ Extern personeel (in voltijdsequivalenten) ||

09 04 01 03 (gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS)7 || || || || ||

CA || 5 || 5 || 4 || 3 || 17

SNE || 0 || 0 || 0 || 0 || 0

INT || 0 || 0 || 0 || 0 || 0

TOTAAL || 13 || 13 || 10 || 6 || 42

Raming in een geheel getal (of met ten hoogste 1 decimaal)

c) Geconsolideerd overzicht van de personele middelen onder a) en b)

|| Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Jaar 2021 || Jaar 2022 || Jaar 2023 || Jaar 2024 || Totaal

|| Ÿ Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijk personeel) ||

09 04 07 21(PPP-orgaan) || 14 || 14 || 13 || 12 || 12 || 12 || 12 || 12 || 10 || 7 || 4 || 122

Ambtenaren (AD) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0

Ambtenaren (AST) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0

|| Ÿ Extern personeel (in voltijdsequivalenten)[47] ||

09 04 07 21(PPP-orgaan) || 13 || 13 || 12 || 11 || 11 || 11 || 11 || 11 || 9 || 6 || 3 || 111

CA || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0

SNE || 1 || 1 || 1 || 1 || 1 || 1 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 6

INT || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0

TOTAAL || 28 || 28 || 26 || 24 || 24 || 24 || 23 || 23 || 19 || 13 || 7 || 239

d) Bijdrage aan de lopende kosten voor de geleidelijke afbouw van het PPP-orgaan in het meerjarige financiële kader 2007–2013

in miljoenen euro’s (tot op 3 decimalen)

|| Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Totaal[48]

Bijdrage in contanten van de EU[49] || 0,600 || 0,600 || 0,550 || 0,300 || 2,050

Bijdrage in contanten van derden – vereniging AENEAS || 0,500 || 0,500 || 0,300 || 0,130 || 1,430

Bijdrage in contanten van derden – vereniging ARTEMIS-IA || 0,300 || 0,300 || 0,210 || 0,165 || 0,975

TOTAAL || 1,400 || 1,400 || 1,060 || 0,595 || 4,455

De bijdragen van de verenigingen AENEAS en ARTEMIS-IA omvatten de bedragen die zij verschuldigd zijn voor hun bijdrage aan de lopende kosten van de gemeenschappelijke ondernemingen ENIAC en ARTEMIS, overeenkomstig de afspraken met de Commissie over onderstaande regeling voor de verdeling van de lopende kosten:

in miljoenen euro’s (tot op 3 decimalen)

2008-2013 || Gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS || Gemeenschappelijke onderneming ENIAC

Totale bedrijfskosten || EC || ARTEMIS-IA || Totale bedrijfskosten || EC || AENEAS

Feitelijke bijdragen einde 2013 || 8,664 || 3,864 || 4,800 || 9,255 || 4,514 || 4,741

Herberekende bijdragen i.v.m. de verdeling ⅔ bedrijfstak / ⅓ Commissie || 2,889 || 5,775 || 3,084 || 6,171

Verschil (aangepast – feitelijk) || || -0,975 || 0,975 || || -1,430 || 1,430

De aan de Commissie verschuldigde bedragen worden in de periode 2014–2017 verrekend door vermindering van de onder punt 3.2.1 vermelde bijdragen van de Commissie.

3.2.4.     Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

– þ  Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidige meerjarige financiële kader

– ¨  Het voorstel/initiatief vereist herprogrammering van de betrokken rubriek van het meerjarige financiële kader

– ¨  Het voorstel/initiatief vereist toepassing van het flexibiliteitsinstrument of herziening van het meerjarige financiële kader.

3.2.5.     Bijdrage van derden aan de financiering

– Het voorstel/initiatief voorziet in medefinanciering, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten, miljoenen euro (tot op drie decimalen)

|| Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Jaar 2021 || Jaar 2022 || Jaar 2023 || Jaar 2024 || Totaal

Particuliere leden – bijdrage in contanten aan de administratieve kosten[50] || 2,210 || 2,210 || 2,110 || 2,010 || 2,010 || 2,010 || 1,970 || 1,770 || 1,570 || 1,170 || 0,670 || 19,710

Lidstaten – bijdrage in contanten aan de administratieve kosten[51] || 135,000 || 145,000 || 160,000 || 175,000 || 185,000 || 195,000 || 205,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 0,000 || 1200,000

TOTAL appropriations co-financed || 137,210 || 147,210 || 162,110 || 177,010 || 187,010 || 197,010 || 206,970 || 1,770 || 1,570 || 1,170 || 0,670 || 1219,710

De totale bijdragen van de particuliere leden worden vastgesteld in artikel 4, lid 2, van de verordening van de Raad betreffende de gemeenschappelijke onderneming ECSEL.

3.3.        Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

– þ  Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten

– ¨  Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

– ¨         voor de eigen middelen

– ¨         voor de diverse ontvangsten

[1]               COM(2012) 809 final/3 van 27.8.2012.

[2]               Verordening (EG) nr. 72/2008, PB L 30 van 4.2.2008, blz. 21.

[3]               Verordening (EG) nr. 74/2008, PB L 30 van 4.2.2008, blz. 52.

[4]               Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006.

[5]               [Reference to MFF].

[6]               COM(2011) 572 definitief van 21.9.2011.

[7]               COM(2010) 546 definitief van 6.10.2010.

[8]               COM(2012) 341 final van 26.6.2012.

[9]               COM(2013) 298 final van 23.5.2013.

[10]             COM(2013) … [mededeling over publiek-private partnerschappen in het kader van Horizon 2020].

[11]             Dit bedrag is indicatief en is afhankelijk van het definitieve budget dat DG CONNECT voor het genoemde gebied tot zijn beschikking zal krijgen.

[12]             In huidige prijzen.

[13]               [EP Opinion:] PB C […] van […], blz. […].

[14]               [ESC Opinion:] PB C […] van […], blz. […].

[15]               PB L 412 van 30.12.2006, blz. 1.

[16]               PB L 400 van 30.12.2006, blz. 86.

[17]               COM (2010) 2020 definitief.

[18]               [H2020 FP:] PB L […] van […], blz. […].

[19]               [H2020 SP:] PB L […] van […], blz. […].

[20]               COM(2012) 341 van 26.6.2012.

[21]               COM(2013) 298 van 23.5.2013.

[22]             PB L 30 van 4.2.2008, blz. 21.

[23]             PB L 30 van 4.2.2008, blz. 52.

[24]             PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

[25]             PB [H2020 Rules for participation and dissemination].

[26]             PB L 362 van 31.12.2012, blz. 1.

[27]             PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1.

[28]             PB L 136 van 31.5.1999, blz. 1.

[29]             PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2.

[30]             PB L 136 van 31.5.1999, blz. 15.

[31]             PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43.

[32]               ABM: Activity Based Management – ABB: Activity Based Budgeting.

[33]               In de zin van artikel 54, lid 2, onder a) of b), van het Financieel Reglement.

[34]               De bedragen in titel 1 en 2 vertegenwoordigen de bijdrage (50%) van de EU aan de administratiekosten van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL. De overige 50% wordt bijgedragen door de particuliere leden die in punt 3.2.5 zijn vermeld. Voor de periode 2014–2017 dienen de bijdragen voor het uitfaseren van het publiek-private partnerschap onder het meerjarige financiële kader 2007–2013 (zoals vermeld in punt 3.2.3.3.d)) te worden opgeteld bij de cijfers voor dezelfde periode in titel 1 van de tabel. De administratiekosten worden bepaald aan de hand van de ervaring met de gemeenschappelijke ondernemingen ENIAC en ARTEMIS, rekening houdende met de besparingen die in verband met overlappende taken konden worden gerealiseerd. De periode 2021–2024 is een uitloopfase waarin geen nieuwe acties worden gestart.

[35]               De betalingskredieten voor titel 1 en 2 gaan ervan uit dat jaarlijks alle overeenkomende vastleggingskredieten worden opgebruikt, terwijl de betalingskredieten voor titel 3 worden vastgesteld volgens een typisch betalingsschema voor driejarige projecten, dat uitgaat van 50% voorfinanciering (voor de helft besteed in het jaar van de oproep en voor de andere helft in het jaar na de oproep), 30% voor een tussentijdse betaling in het tweede jaar na de oproep, 10% voor een tussentijdse betaling in het derde jaar na de oproep en 10% voor de eindbetaling in het vierde jaar na de oproep.

[36]               De titels 1 en 2 bevatten, wat 2020 betreft, de vastleggingen voor dat jaar (1,170 + 0,800) en de vervroegde vastleggingen voor de overige jaren van de gemeenschappelijke onderneming in de periode 2021–2024, d.w.z. 1,170 + 0,600 voor 2021, 0,970 + 0,600 voor 2022, 0,670 + 0,500 voor 2023 en 0,370 + 0,300 voor 2024.

[37]               Personeelsaantallen na 2020 worden in een later stadium bepaald. De kosten per vte worden bepaald aan de hand van de gemiddelde jaarlijkse kosten van personeel van de categorie AD (131 000 euro) en AST (70 000 euro).

[38]               De gemiddelde kosten bestaan uit het bedrag van de bijdrage van de EU aan de financiering van de outputs.

[39]               De outputs van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL zijn onderzoeks- en innovatieprojecten die door de EU en de deelnemende lidstaten gezamenlijk worden gefinancierd. Het aantal outputs per jaar is een afgerond getal dat een raming is van het aantal projecten dat met de vermelde kosten kan worden gesteund.

[40]               Bij PPP-organen van de EU uit hoofde van artikel 209 van het Financieel Reglement is deze tabel ter informatie opgenomen.

[41]               CA = Contract Agent (arbeidscontractant); LA = Local Agent (plaatselijke functionaris); SNE = Seconded National Expert (gedetacheerde nationale deskundige); INT= Intérimaire (uitzendkracht).

[42]               Submaximum voor extern personeel dat uit beleidskredieten wordt betaald (vroegere “BA”-begrotingsonderdelen).

[43]               Voornamelijk voor de structuurfondsen, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en het Europees Visserijfonds (EVF).

[44]               Bij PPP-organen van de EU uit hoofde van artikel 209 van het Financieel Reglement is dit gedeelte ter informatie opgenomen.

[45]               CA = Contract Agent (arbeidscontractant); LA = Local Agent (plaatselijke functionaris); SNE = Seconded National Expert (gedetacheerde nationale deskundige); INT= Intérimaire (uitzendkracht).

[46]               Dit personeel wordt gefinancierd uit de bijdragen van de verenigingen ARTEMIS-IA en AENEAS (zie onder d).

[47]               CA = Contract Agent (arbeidscontractant); LA = Local Agent (plaatselijke functionaris); SNE = Seconded National Expert (gedetacheerde nationale deskundige); INT= Intérimaire (uitzendkracht).

[48]               Het totaal voor de bijdrage in contanten van de EU is gelijk aan het bedrag dat in de begroting voor 2013 is gefrontload voor de voltooiing van de activiteiten van het orgaan voor 2007-2013.

[49]             Begrotingsonderdeel 09 04 01 03.

[50]               De bijdragen van AENEAS en ARTEMIS-IA voor de periode 2014–2017, zoals vermeld onder 3.2.3.3.d), zijn hierbij niet inbegrepen.

[51]               De collectieve bijdragen van de lidstaten zijn naar schatting van dezelfde orde als de totale bijdrage van de EU.