18.2.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 48/16


Eindverslag van de raadadviseur-auditeur (1)

COMP/39.605 — CRT Glas

2012/C 48/06

Deze schikkingsprocedure betreft een kartel tussen de vier producenten van glas voor kathodestraalbuizen („Cathode Ray Tubes”, hierna „CRT” genoemd). Asahi Glass Co., Ltd, Nippon Electric Glass Co., Ltd, Samsung Corning Precision Materials Co., Ltd. en Schott AG trachtten de prijzen van CRT-glas te coördineren. De kartelinbreuk had betrekking op de gehele EER en duurde van 23 februari 1999 tot 27 december 2004.

ACHTERGROND

Toen zij informatie verzamelde over de markt van CRT-glas ontving de Commissie een verzoek om immuniteit van Samsung Corning. Dit verzoek werd op 10 februari 2009 voorwaardelijk ingewilligd. In maart 2009 voerde de Commissie bij Schott ter plaatse onaangekondigde inspecties uit. In juni 2009 verzocht Nippon Electric Glass om immuniteit of, subsidiair, clementie. In maart 2010 verzocht Schott om clementie.

Bij de inleiding op 29 juni 2010 van de procedure overeenkomstig artikel 11, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1/2003 (2) nodigde de Commissie de vier ondernemingen uit om aan te geven of zij belangstelling hadden om schikkingsgesprekken te gaan voeren (3). Alle ondernemingen aanvaardden de uitnodiging.

DE SCHIKKINGSPROCEDURE

De schikkingsgesprekken vonden in drie hoofdfasen plaats tussen juli 2010 en juli 2011, gedurende welke periode drie ronden van formele bilaterale bijeenkomsten werden gehouden tussen de Commissie en elk van de partijen.

Tijdens deze bijeenkomsten werden de partijen mondeling op de hoogte gebracht van de bezwaren die de Commissie voornemens was ten aanzien van hen aan te voeren alsmede van het bewijs dat deze bezwaren schraagde. Na de eerste bijeenkomst in juli 2010 kregen partijen ten kantore van DG Concurrentie toegang tot het betreffende bewijs, alle mondelinge verklaringen en een lijst van alle documenten die zich in het dossier van de Commissie bevonden, alsook een kopie van het bewijs dat hun al was getoond. Op verzoek van Asahi Glass, Nippon Electric Glass en Schott en voor zover dit gerechtvaardigd was om partijen hun positie ten aanzien van een bepaalde periode of enig ander aspect van het kartel te laten verduidelijken, werd alle partijen toegang verleend tot in het dossier van de zaak opgenomen aanvullende documenten. Partijen kregen ook een raming van de bandbreedte van de geldboeten die de Commissie in het kader van de schikkingsprocedure wellicht zou opleggen.

Aan het einde van de derde reeks bijeenkomsten verzochten Asahi Glass, Nippon Electric Glass, Samsung Corning and Schott om een schikking (4) en erkenden hun respectieve aansprakelijkheid voor een inbreuk op artikel 101 VWEU en artikel 53 van de EER-overeenkomst. Verder erkenden partijen hun verantwoordelijkheid voor het gedrag van hun bij het kartel betrokken dochterondernemingen. Zij hebben ook aangegeven welk maximumboetebedrag hun door de Commissie was meegedeeld en door hen in het kader van een schikkingsprocedure zou worden aanvaard. In hun met het oog op een schikking gedane verklaringen bevestigden de partijen i) dat zij voldoende in kennis waren gesteld van de bezwaren die de Commissie voornemens was tegen hen in te brengen en dat hun voldoende gelegenheid was geboden om hun opmerkingen daarover te maken, ii) dat zij niet overwogen een verzoek om toegang tot het dossier in te dienen, noch een verzoek om te worden gehoord in een hoorzitting, mits hun met het oog op een schikking gedane verklaring in de mededeling van punten van bezwaar en het definitieve besluit zou worden weergegeven; en iii) dat zij ermee akkoord gingen de mededeling van punten van bezwaar en het definitieve besluit in het Engels te ontvangen.

Nadat de mededeling van punten van bezwaar door de Commissie op 29 juli 2011 was goedgekeurd, bevestigden alle partijen in hun antwoord dat de mededeling van punten van bezwaar overeenkwam met de inhoud van hun met het oog op een schikking gedane verklaringen. De Commissie kon dan ook direct overgaan tot het nemen van een besluit op grond van de artikelen 7 en 13 van Verordening (EG) nr. 1/2003.

HET ONTWERPBESLUIT

Het ontwerpbesluit handhaaft de in de mededeling van punten van bezwaar opgeworpen bezwaren. Het heeft dus alleen betrekking op de bezwaren ten aanzien waarvan partijen in de gelegenheid zijn gesteld hun standpunt kenbaar te maken.

Gelet verder op het feit dat de partijen aan mijzelf noch aan het lid van mijn dienst dat de bijeenkomsten inzake de schikking heeft bijgewoond kwesties betreffende toegang tot het dossier of betreffende hun rechten van verdediging ter kennis hebben gebracht, ben ik van oordeel dat de rechten van alle deelnemers aan de procedure om te worden gehoord in deze zaak zijn geëerbiedigd.

Gedaan te Brussel, 18 oktober 2011.

Michael ALBERS


(1)  Opgesteld overeenkomstig artikel 15 (de artikelen 15 en 16) van het Besluit (2001/462/EG, EGKS) van de Commissie van 23 mei 2001 betreffende het mandaat van de raadadviseur-auditeur in bepaalde mededelingsprocedures (PB L 162 van 19.6.2001, blz. 21).

(2)  Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1).

(3)  Verordening (EG) nr. 622/2008 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EG) nr. 773/2004, wat betreft schikkingsprocedures in kartelzaken, (PB L 171 van 1.7.2008, blz. 3), en Mededeling van de Commissie betreffende schikkingsprocedures met het oog op de vaststelling van beschikkingen op grond van de artikelen 7 en 23 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad in kartelzaken. (PB C 167 van 2.7.2008, blz. 1).

(4)  Artikel 10 bis, lid 2, van Verordening (EG) nr. 773/2004 van de Commissie van 7 april 2004 betreffende procedures van de Commissie op grond van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 18).