22.5.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 143/29


Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over „De sociale economie in Latijns-Amerika”

2012/C 143/06

Rapporteur: Miguel ÁNGEL CABRA DE LUNA

Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft op 18 januari 2011 besloten overeenkomstig artikel 29, lid 2, van zijn reglement van orde een initiatiefadvies op te stellen over

De sociale economie in Latijns-Amerika.

De afdeling Externe Betrekkingen, die met de voorbereidende werkzaamheden was belast, heeft haar advies op 24 januari 2012 goedgekeurd.

Tijdens zijn op 22 en 23 februari 2012 gehouden 478e zitting (vergadering van 22 februari 2012), heeft het Europees Economisch en Sociaal Comité onderstaand advies uitgebracht, dat met 41 stemmen vóór en 3 tegen, bij 4 onthoudingen, werd goedgekeurd.

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1   Het Comité wil in dit advies de sociale economie van Latijns-Amerika onder de loep nemen; het gaat hier immers om een georganiseerde sector van het maatschappelijk middenveld die door de EU in haar samenwerkingsactiviteiten veel te vaak veronachtzaamd is. Het zal daarbij rekening houden met de Latijns-Amerikaanse diversiteit en de verschillen tussen beide regio's. Gezien deze context kiest het Comité ervoor de term sociale en solidaire economie te gebruiken, zonder daarmee te willen beweren dat andere termen niet in aanmerking zouden komen.

1.2   Met Resolutie 47/90 hebben de VN de eerste zaterdag van juli van elk jaar uitgeroepen tot Internationale Dag van de Coöperaties, terwijl het jaar 2012 bij Resolutie 64/136 is uitgeroepen tot het Internationale Jaar van de Coöperaties. De IAO heeft herhaaldelijk (en m.n. in Resolutie 193) de nadruk gelegd op de troeven van coöperaties en de sociale en solidaire economie, terwijl ook het IMF en de Wereldbank belangstelling voor de sector aan de dag hebben gelegd. De EU op haar beurt heeft al diverse malen gehamerd op het belang van coöperaties en de sociale economie, en de EIB neemt dan weer deel aan projecten met ondernemingen uit de Latijns-Amerikaanse sociale en solidaire economie, een voorbeeld dat is gevolgd door de Mercosur en andere Latijns-Amerikaanse instellingen. Het Comité wil met dit advies deze acties en standpunten kracht bijzetten.

1.3   Dit advies zal voor het EESC als uitgangspunt dienen bij de voorbereiding van de 7e vergadering van organisaties van het maatschappelijk middenveld uit de EU en Latijns-Amerika, die in 2012 in Santiago de Chile zal worden gehouden. Bedoeling is zowel voor de voorbereidende werkzaamheden als voor de vergadering vertegenwoordigers van de sociale en solidaire economie uit Latijns-Amerika en de EU uit te nodigen, zodat zij op een constructieve manier van gedachten kunnen wisselen over de inhoud van dit advies. Ook zou het Comité graag zien dat de deelnemers aan de 7e vergadering zich uitspreken over de resultaten van die dialoog. Latijns-Amerika krijgt af te rekenen met een schrijnend gebrek aan sociale en economische gelijkheid en schendingen van de grondrechten; de sociale en solidaire economie helpt hieraan paal en perk te stellen en is een cruciale schakel in de strijd om meer fatsoenlijke banen te creëren en een einde te maken aan het informele sociaaleconomische circuit. De sociale en solidaire economie is m.a.w. een hefboom voor lokale ontwikkeling en sociale samenhang. Bovendien is zij bevorderlijk voor pluraliteit en economische democratie. Om al deze redenen is het Comité van mening dat de slagkracht en het gewicht van de sociale en solidaire economie nog moeten worden versterkt, zodat zij kan bijdragen tot de noodzakelijke verandering van productiemodel.

1.4   De verschillende geledingen van de sociale en solidaire economie in Latijns-Amerika werken onderling samen, wat in de ogen van het Comité een groot voordeel is. Zo zal de meer bedrijfsgerichte tak beter rekening houden met het solidariteitsbeginsel i.p.v. zich hoofdzakelijk te laten leiden door winstbejag, en aldus bijdragen aan het algemeen welzijn. De tak die op de eerste plaats streeft naar sociaalpolitieke veranderingen zal op zijn beurt inzien dat bedrijven hoe dan ook efficiënt moeten zijn en winst moeten maken, en trachten zich staande te houden op de markt door netwerken op te richten. De sociale en solidaire economie mag zich niet neerleggen bij een economie van armoede, maar moet werken aan een mentaliteitsverandering en ervoor zorgen dat ontwikkeling, economische efficiëntie en sociale rechtvaardigheid hand in hand gaan, zodat alle vormen van ongelijkheid worden uitgeroeid.

1.5   De ontwikkeling van de sociale en solidaire economie in Latijns-Amerika wordt bemoeilijkt door een aantal fundamentele struikelblokken, waarvan het gebrek aan sociale en institutionele zichtbaarheid wel een van de grootste is. Daarbij komt nog dat er geen nauwkeurige methodes voor meten en kwantificeren zijn, waardoor er geen duidelijk beeld ontstaat van de reikwijdte en de aanzienlijke sociale impact van deze sector. Ook zijn dringend internationaal erkende statistieken nodig, wat de medewerking vereist van internationale organisaties zoals de Eclac, ACI-Américas, Fundibes, Cicopa of Ciriec. Het gebrek aan institutionele aanwezigheid van de representatieve organisaties vormt eveneens een serieus probleem, dat enkel kan worden aangepakt als de overheid en andere sociale actoren de sociale en solidaire economie gaan erkennen als gesprekspartner bij overleg over het sociaal en economisch beleid. De sociaaleconomische raden en andere organen voor maatschappelijke participatie kunnen worden ingezet om de participatie van de organisaties van de sociale en solidaire economie te vergroten.

1.6   Op uitzonderlijke gevallen na is het ontbreken van een participatief en breed overheidsbeleid inzake de sociale en solidaire economie een enorme belemmering voor de bestendiging en ontwikkeling van deze sector. Het is dan ook absoluut zaak verder te gaan dan voorstellen die berusten op directe economische steun zonder tegenprestatie, en maatregelen die erop gericht zijn het gebrek aan financieringsbronnen aan te pakken, juist te stimuleren. Er moeten structurele beleidsmaatregelen van algemeen belang worden genomen. Dit houdt ook in dat wetgeving wordt goedgekeurd en dat maatregelen worden genomen ter bevordering van onderwijs, innovatie en verbetering van beroepskwalificaties, ook in een universitaire context. De sociale en solidaire economie moet meer gewicht in de schaal leggen bij de ontwikkeling van de sociale bescherming via gezondheidsstelsels die worden beheerd door de gebruikers. Er is een echt, op continuïteit gericht overheidsbeleid nodig dat de opeenvolgende regeringswisselingen overstijgt.

1.7   Vakverenigingen en andere sociale actoren, met inbegrip van de sociale en solidaire economie, kunnen samen een cruciale bijdrage leveren aan de ontwikkeling van institutionele mechanismen om de misstanden en fraude die samenhangen met het zwarte circuit te bestrijden en het fenomeen van schijnzelfstandigen aan banden te leggen. Ook staan zij garant voor fatsoenlijk werk en degelijke universele openbare diensten en dragen zij bij aan de bevordering van capaciteitsopbouw.

1.8   Het Comité zou graag zien dat de overwegingen en voorstellen uit dit advies de grondslag vormen voor een EU-beleid voor samenwerking met Latijns-Amerika op het gebied van de sociale en solidaire economie. Er moeten samenwerkingsprojecten worden opgezet om gezonde ondernemingen van de sociale en solidaire economie uit de grond te stampen, die kunnen fungeren als hefboom voor sociale samenhang, lokale ontwikkeling, pluralisme, economische democratie en het op grote schaal legaliseren van de zwarte economie en zwartwerk. De sociale en solidaire economie moet centraal staan in het samenwerkingsbeleid van de EU, zodat netwerken die de uitvoering van het beleid inzake economische en gezamenlijke ontwikkeling vergemakkelijken, worden versterkt. Samenwerkingsprojecten op het gebied van de sociale en solidaire economie moeten gericht zijn op coördinatie van de actoren en netwerken; versnippering en overlappingen zijn uit den boze. Waar het op aankomt is dat de acties meer op internationale en strategische leest worden geschoeid.

1.9   Voorts is het in deze tijden van wereldwijde crisis noodzakelijk dat de sociale en solidaire economieën van de EU en Latijns-Amerika de zakelijke en commerciële banden aanhalen. De goede praktijkervaringen van de sociale en solidaire economie van Latijns-Amerika kunnen daarbij tot voorbeeld strekken. Ten slotte zij nog opgemerkt dat handelsovereenkomsten met de landen van Latijns-Amerika gericht moeten zijn op de bevordering van middelgrote, kleine en micro-ondernemingen, en meer concreet de sociale en solidaire economie.

2.   De sociale economie in Latijns-Amerika

2.1   Een meervoudig begrip

2.1.1   Twee zaken staan voor het Comité als een paal boven water: de sociale situatie in de EU verschilt van die in Latijns-Amerika, en Latijns-Amerika is geen homogeen geheel. Wij zullen in onze analyse dan ook ten volle rekening houden met deze verschillen. Daarnaast is het echter ook de bedoeling de overeenkomsten in kaart te brengen die samenwerking op voet van gelijkheid mogelijk maken, daarbij de veranderingen in beide regio's in aanmerking nemend (1).

2.1.2   In Latijns-Amerika wordt voornamelijk gebruikgemaakt van de termen "sociale economie" en "solidaire economie". De laatste term is meer algemeen van aard en de meningen over de juiste betekenis ervan lopen uiteen (zo vatten sommigen het begrip op als "volkseconomie"). De term sociale economie is in Europa ingeburgerd en verwijst naar een alternatieve economie die ontegensprekelijk banden heeft met het bedrijfsleven maar de zaken anders aanpakt; winstbejag wordt niet als een probleem op zich beschouwd. De hamvraag in dit verband is hoe overschotten dienen te worden verdeeld, aangezien ook ondernemingen van de sociale economie concurrerend moeten zijn en winst moeten maken. In de EU bestaat er een ruime consensus over de betekenis van de term sociale economie (2), in Latijns-Amerika daarentegen worden verschillende criteria gehanteerd.

2.1.3   Als gevolg van de politieke en economische veranderingen is het gebruik van de term "sociale en solidaire economie" in Latijns-Amerika de laatste jaren schering en inslag (3). Wij zouden willen voorstellen deze term in dit advies aan te houden.

2.1.4   Als eerste zij opgemerkt dat de sociale en solidaire economie volledig uit particuliere organen bestaat, die zijn opgericht om tegemoet te komen aan persoonlijke en sociale behoeften, niet om beleggers rendement op hun kapitaal te verschaffen. De sociale en solidaire economie in Latijns-Amerika kan van land tot land verschillen, hoewel bepaalde modellen overal terug te vinden zijn. Het is wellicht aan de hand van deze overeenkomsten dat een samenhangende definitie kan worden uitgewerkt. De sociale en solidaire economie in Latijns-Amerika bestaat voornamelijk uit coöperaties, onderlingewaarborgmaatschappijen, stichtingen, verenigingen, werknemerscoöperaties, organisaties van sociale solidariteit, burgerorganisaties en verschillende soorten micro-ondernemingen. Deze ondernemingen en organen zijn stuk voor stuk gebaseerd op solidariteit en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het merendeel ervan is aanwezig op de markt, maar het gebeurt dat specifieke markten worden geopend (eerlijke handel) waar niet de mededingingsregels maar andere beginselen gelden.

2.1.5   De organisaties en ondernemingen van de sociale en solidaire economie onderscheiden zich van de gewone openbare en particuliere ondernemingen, maar houden zich net zo goed bezig met de productie van goederen en het verlenen van diensten. Het gaat dus niet om ondernemingen die uitsluitend of hoofdzakelijk gericht zijn op liefdadigheid of geen winstoogmerk hebben; winst is noodzakelijk. Waar het om draait is de verdeling van de winst, die overigens niet alleen wordt afgemeten aan de financiële rentabiliteit en de opbrengst voor de betrokkenen en de omgeving, maar ook aan de maatschappelijke meerwaarde.

2.2   Meetbaarheid van de impact

2.2.1   Een van de grote problemen die de ontwikkeling van de sociale en solidaire economie in Latijns-Amerika belemmeren, is het feit dat het lastig is om informatie over de sector in kaart te brengen, waardoor de maatschappelijke onzichtbaarheid aanhoudt. We moeten een nauwkeurig beeld krijgen van de reële impact van de sociale en solidaire economie, het volstaat niet een en ander bij benadering weer te geven. Het ontbreken van meetbare gegevens maakt het moeilijk na te gaan in hoeverre de sector werkelijk maatschappelijke relevantie heeft en de impact op economisch, sociaal en solidair gebied te vergelijken met die van andere soorten ondernemingen. Het zou overigens een goede zaak zijn als ook in de EU aan de volgende voorwaarden werd voldaan: statistische erkenning, opstelling van betrouwbare openbare registers, satellietrekeningen per institutionele sector en per gebied, dit alles teneinde de zichtbaarheid van de sociale en solidaire economie te vergroten (4).

2.3   Organisaties van de sociale en solidaire economie

2.3.1   Net als in vele EU-lidstaten is het ook in Latijns-Amerika van kapitaal belang dat iets wordt gedaan aan het feit dat de sociale en solidaire economie niet op voldoende efficiënte, geïntegreerde en duurzame wijze is vertegenwoordigd. Hoewel de laatste jaren heel wat vooruitgang is geboekt moeten de representatieve structuren van de verschillende categorieën van de sociale en solidaire economie volgens een piramidemodel en vanuit een sectorale en territoriale bottom-upbenadering worden samengebracht, waarbij versnippering, onderlinge concurrentie en corporatisme dienen te worden vermeden. Het feit dat deze organisaties dicht bij de lokale en regionale overheden staan, maakt dat zij sneller zullen worden beschouwd als instellingen met maatschappelijke relevantie en aanjagers van innovatie, die een antwoord kunnen bieden op de meest nijpende sociaaleconomische problemen.

2.3.2   Organisaties van de sociale en solidaire economie die erkenning krijgen (5), kunnen optreden als volwaardige gespreks- en onderhandelingspartners en ertoe bijdragen dat synergie-effecten worden gecreëerd op het gebied van capaciteitsopbouw, bedrijfsefficiency, maatschappelijk verantwoord ondernemen, nieuwe beheersmodellen en de bestrijding van misstanden; zij kunnen kortom beter hun stempel drukken op het economisch bestel.

2.4   Overheidsbeleid

2.4.1   Een taak waar de sociale en solidaire economie haar schouders moet onderzetten is het aangaan van overeenkomsten en allianties met de overheid, waarbij de partijen elkaars standpunten en zelfstandigheid dienen te respecteren. Het beleid van de overheid moet bovenaan de agenda van de sociale en solidaire economie in Latijns-Amerika staan. Beleidsmaatregelen die voornamelijk gericht zijn op directe economische steun zonder tegenprestaties, zijn niet te controleren en onvoorspelbaar en kunnen gemakkelijk verworden tot een manier om druk uit te oefenen en te manipuleren. Beleid dat niet meer is dan een doekje voor het bloeden of enkel ondersteuning biedt, kan dan weer misstanden in de hand werken.

2.4.2   Er is behoefte aan een breed, participatief beleid, dat strookt met de voornaamste doelstellingen van de sociale en solidaire economie en de overheden die vertrouwen hebben in het vermogen van deze economie om gemeenschapsmiddelen nuttig te gebruiken, ook op de markt, zodat innovatieve oplossingen worden geboden voor complexe problemen, wat op alle vlakken voordelig is. Het is zonneklaar dat de overheid en de organisaties van de sociale en solidaire economie hetzelfde sociale doel nastreven, nl. tegemoetkomen aan de eerste behoeften van de bevolking (6).

2.4.3   Toegang tot financiering is voor de sociale en solidaire economie een chronisch probleem dat de ontwikkeling radicaal afremt. De sociale en solidaire economie put op de eerste plaats uit de bijdragen van partners en promotors, niet uit speculatief kapitaal van derden. Bovendien handelt de sociale en solidaire economie in het algemeen belang. De overheid laat zich door de bank genomen niet veel gelegen liggen aan de invoering van reguliere financieringsmethoden, waartoe wettelijke hervormingen en macro-economische maatregelen op maat van de sociale en solidaire economie nodig zouden zijn. Het is zaak dat de overheid in haar algemene economische planning rekening houdt met de sociale en solidaire economie. Voorts ontbreekt het aan financieringsmaatregelen voor de industrie waarmee nieuw kapitaal zou worden ingebracht en waarbij de risicokapitaalfondsen worden versterkt, alsook aan financiering van de economische participatie van werknemers en partners, steun voor de oprichting van ondernemingsgroepen, en stimulansen voor deelname van de sociale en solidaire economie aan openbare aanbestedingen. Maatregelen die onterecht een rem zetten op de ontwikkeling van de financiële instellingen van de sociale en solidaire economie, zoals ethische banken en microkredietverstrekkers, zijn dringend aan een herziening toe.

2.4.4   De meeste landen beschikken niet over duidelijke beleidsrichtsnoeren voor de uitwerking van programma's waarbij de verschillende niveaus, bevoegdheden en administratieve structuren op elkaar worden afgestemd, waardoor de sociale en solidaire economie een eigen institutionele plek zou krijgen en een intersectorale aanpak mogelijk zou worden. De administratieve procedures zijn niet voldoende flexibel en de nationale en supranationale harmonisatie van de algemene regels voor bevordering en ondersteuning van de sociale en solidaire economie is ondoeltreffend. De overheid onderneemt niets om te verhinderen dat kleine sociale ondernemingen kopje onder gaan en lokale en solidaire productiestructuren verdwijnen. Tevens zijn inspanningen vereist op het gebied van beroepsopleiding en bedrijfsvoering, i.h.b. op gemeentelijk niveau (7) en moeten de regelgevingskaders voor de verschillende categorieën van de sociale en solidaire economie worden aangepast. Schrijnend is ten slotte het in gebreke blijven van de overheid bij voorlichting over de sociale en solidaire economie (Aanbeveling 193 IAO-2002). Overheidsinstellingen, waaronder universiteiten, en de sociale en solidaire economie hebben te weinig samengewerkt.

2.5   Economische ontwikkeling in Latijns-Amerika en de rol van de sociale en solidaire economie

2.5.1   Eerlijke economische groei en ontwikkeling

2.5.1.1

Wat de conventionele groei aangaat is de macro-economische ontwikkeling in Latijns-Amerika op dit moment gunstig, al verschilt de situatie van land tot land. De lasten die de regio torst maken echter dat de groei gebouwd is op enorme sociale ongelijkheid. Zo heerst er in bepaalde sociale sectoren massale werkloosheid, is de arbeidssituatie over het algemeen precair en vieren sociale uitsluiting en armoede hoogtij. De overheid stelt zich echter steeds meer proactief op en is zich ervan bewust dat deze sociale tweedeling onhoudbaar is, zodat de regio toch op weg lijkt te zijn naar een meer rechtvaardige en groene groei (8).

2.5.1.2

De bijdrage van een goed verankerde sociale en solidaire economie aan de ontwikkeling in Latijns-Amerika bestaat er m.n. uit dat zij oplossingen aandraagt voor de meest schrijnende vormen van armoede, ongelijkheid, uitsluiting, het illegale circuit, uitbuiting, het gebrek aan sociale samenhang en bedrijfsverplaatsing. Daarnaast zorgt zij er mede voor dat de noodzakelijke verandering van productiemodel realiteit wordt, en draagt zij zo bij tot een eerlijkere verdeling van winsten en rijkdom. Dergelijke maatregelen zijn kenmerkend voor de sociale en solidaire economie, die welzijnszorg aanbiedt en in vergelijking met andere sectoren efficiënter is op het vlak van essentiële sociale diensten en producten. De sociale en solidaire economie bereikt grote delen van de bevolking, ook in de gebieden die het verst verwijderd zijn van de economische en machtscentra, en is dus bij uitstek geschikt om een meer rechtvaardige groei te bewerkstelligen.

2.5.2   Informele economie en sociale rechten

2.5.2.1

Informele economische activiteiten zijn in Latijns-Amerika schering en inslag, en komen ook in de EU voor (het zwarte circuit). Het gaat om arbeid of economische activiteiten waarbij de wetgeving niet of onvolledig wordt nageleefd en er geen of onvoldoende sprake is van sociale bescherming. Werkloosheid, latente werkloosheid en slechte arbeidsomstandigheden zijn strijdig met de verklaringen van de IAO inzake fatsoenlijk werk (9), en moeten dringend worden aangepakt. Gebleken is dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen het illegale arbeidscircuit of latente werkloosheid en de armoedecijfers. Het zijn steevast vrouwen, jongeren, de inheemse bevolking en mensen van Afrikaanse origine en gehandicapten die zwartwerken en aan het kortste eind trekken wat gelijke lonen en gelijke behandeling aangaat. De sociale en solidaire economie is een efficiënt wapen in de strijd tegen het illegale circuit, waarvoor overigens ook andere actoren zich inzetten; zij biedt ondernemingen en personen sociale bescherming en geeft hun de kans terug te keren naar de legaliteit. Bovendien kan dankzij de sector worden voorkomen dat openbare diensten worden uitbesteed om bepaalde belangen veilig te stellen, wat een gebrek aan garanties en kwaliteit tot gevolg heeft en de sociale bescherming van de betrokkenen ondermijnt. Als vakverenigingen en andere sociale actoren, met inbegrip van de sociale en solidaire economie, de gelederen sluiten kunnen zij een doorslaggevende bijdrage leveren aan de ontwikkeling van institutionele mechanismen om de misstanden en frauduleuze praktijken die voortvloeien uit het zwarte circuit te bestrijden en het fenomeen van schijnzelfstandigen aan banden te leggen. Ook zijn zij onmisbaar bij het streven naar fatsoenlijk werk en degelijke universele openbare diensten en dragen zij bij aan de bevordering van capaciteitsopbouw.

2.5.2.2

De IAO erkent de rol van de sociale en solidaire economie: tot de waarden en beginselen die de betrokken ondernemingen in het vaandel dragen hoort immers ook de eerbiediging van de grondbeginselen en grondrechten op het werk (10). Al eerder is gebleken hoe de sociale en solidaire economie erin slaagt de sociale bescherming uit te breiden tot personen en consumenten die niet gedekt zijn door de normale socialezekerheidsregelingen, het onevenwicht op de arbeidsmarkt te helpen herstellen en een gelijke behandeling te garanderen.

2.5.2.3

Er bestaan tal van informele groepen van zelfstandigen uit de sociale en solidaire economie die te weinig kansen krijgen op het gebied van beroepsopleiding en financiering en niet officieel worden erkend. Door op voet van gelijkheid samen te werken en vertrouwensbanden aan te gaan zouden kleine producenten en ambachtslieden via ondernemingen van de sociale en solidaire economie gemakkelijker een officiële status kunnen verwerven. Dat is belangrijk omdat bv. producenten die niet bij een vereniging zijn aangesloten geen toegang hebben tot de officiële markt. De sociale en solidaire economie moet meer gewicht in de schaal leggen bij de ontwikkeling van de sociale bescherming via gezondheidsstelsels die worden beheerd door de gebruikers. Het is van cruciaal belang dat een mogelijk zwart circuit binnen de sociale en solidaire economie wordt uitgeroeid.

2.5.3   Lokale ontwikkeling en sociale samenhang

2.5.3.1

De afbakening van minimumparameters voor sociale samenhang is cruciaal vanuit ontwikkelingsoogpunt (11)..De lokale overheden beseffen dat ondersteuning van de ondernemers van de sociale en solidaire economie enorm belangrijk is om stedelijke en plattelandsgemeenschappen nieuw leven in te blazen. Deze ondernemingen zorgen voor lokale werkgelegenheid en hun winst kan weer geïnvesteerd worden op eigen bodem. Op die manier wordt op basisniveau aan sociale samenhang gewerkt, dankzij de lokale controle van de investeringen, producten en diensten en de winsten die binnen de lokale en regionale economie circuleren, wat de economische stabiliteit ten goede komt.

2.5.3.2

De sociale en solidaire economie toont dat zij in staat is het ondernemingsklimaat en de ondernemingsgeest te bevorderen en de economische activiteit af te stemmen op de lokale productiebehoeften. Zij stimuleert het ontwikkelingspotentieel van het platteland en blaast in verval verkerende industriegebieden en achterstandswijken in steden nieuw leven in, zodat de enorme regionale verschillen worden teruggebracht. Daarbij wordt niet vastgehouden aan één model voor lokale ontwikkeling maar wordt steeds gekeken naar de sociale en economische behoeften van de regio's.

2.5.3.3

Voorts fungeert de sociale en solidaire economie als een hefboom voor territoriale autonomie: het maatschappelijk middenveld wordt immers nauw betrokken bij de keuze van het model voor regionale ontwikkeling en het toezicht op de groei en de structurele veranderingen. Landbouwcoöperaties vervullen hierbij een sleutelrol. Beleidsmaatregelen voor sociale samenhang moeten worden toegespitst op het lokale niveau (steden én platteland), zodat sociale basisdiensten, infrastructuur en onderwijs verzekerd zijn. De sociale en solidaire economie is onmisbaar om deze taak tot een goed einde te brengen.

2.5.4   Pluralisme en economische democratie

2.5.4.1

De sociale en solidaire economie is geen marginale sector maar een van de pijlers van het economische bestel, naast de openbare en de particuliere kapitaalsector. De sector zorgt voor economisch pluralisme en biedt zo tegenwicht voor de andere twee. Voorts draagt de sociale en solidaire economie bij aan duurzame ontwikkeling en het verenigingsleven en streeft zij via voorlichting en educatie naar gelijke kansen. De sector is kortom essentieel voor sociale stabiliteit, duurzame economische groei, inkomensherverdeling en het in gang zetten van economische alternatieven.

2.5.4.2

De sociale en solidaire economie is gegrondvest op de democratische beginselen en de betrokkenheid van de burgers bij de economische besluitvorming; dat houdt in dat permanente educatie op het vlak van democratie en burgerschap noodzakelijk is. De sector versterkt bovendien het sociale weefsel, draagt met succes bij aan de oplossing van geschillen en zet zich in voor vrede en sociale rechtvaardigheid; dit alles maakt de sociale en solidaire economie tot een onmisbare schakel in het economische en sociale bestel van Latijns-Amerika. De sector moet dan ook de kans krijgen deze troeven beter uit te spelen.

3.   Internationale samenwerking inzake de sociale en solidaire economie

3.1   De noodzaak van samenwerking

3.1.1   De beginselen en praktijken van de sociale en solidaire economie zijn dezelfde in de EU en in Latijns-Amerika. Deze overeenkomsten kunnen de samenwerking tussen beide regio's vergemakkelijken, wat zowel de duurzame ontwikkeling als de zakelijke en handelsbetrekkingen ten goede komt.

3.1.2   Handelsovereenkomsten met de landen van Latijns-Amerika moeten gericht zijn op de bevordering van middelgrote, kleine en micro-ondernemingen, en meer concreet, van de sociale en solidaire economie (12).

3.2   Netwerken

3.2.1   Via de netwerken van representatieve organen van de sociale en solidaire economie, sociale ondernemingen, centra voor voorlichting, kwantificering en innovatie en universitaire opleidingscentra, kunnen platformen worden opgericht om oplossingen aan te dragen voor de hier vermelde problemen. De EU kan in dit verband zeer zeker grote diensten bewijzen. Zij mag zich daarbij echter niet uitsluitend richten op de landen of gebieden met de laagste inkomsten, maar moet ook kijken naar de opkomende landen met een gemiddeld inkomen, die meer moeten inzetten op sociale samenhang en rechtvaardige groei. Door de sociale en solidaire economie te grondvesten op solide netwerken wordt het eenvoudiger om na te gaan waar de meest nijpende problemen liggen en welke projecten de beste resultaten opleveren. Op die manier kan de EU bij de internationale samenwerking selectiever te werk gaan. De inspanningen van de EU om op de sociale en solidaire economie gebaseerde netwerken op te richten tussen Latijns-Amerika en andere ontwikkelingsregio's (Afrika, Azië, …) kunnen van cruciaal belang zijn (13).

3.3   Ontwikkelingssamenwerking en gezamenlijke ontwikkeling in de sociale en solidaire economie

3.3.1   De EU kan de samenwerking aangaan via de uitvoering van bedrijfsplannen van de sociale en solidaire economie voor duurzame ontwikkeling  (14), waaraan zou worden deelgenomen door de betrokken regeringen uit Latijns-Amerika alsook door organisaties van de sociale en solidaire economie van beide regio's. In het kader van een actief werkgelegenheidsbeleid zouden daarbij programma's voor begeleiding en technische bijstand voor ondernemers kunnen worden opgezet. Op die manier kan de EU bovendien duidelijk maken dat haar belangstelling voor Latijns-Amerika niet louter commercieel van aard is.

4.   2012 als scharniermoment: het Internationaal Jaar van de Coöperaties (VN); de zevende bijeenkomst van het maatschappelijk middenveld van de Europese Unie en Latijns-Amerika

4.1   De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft het jaar 2012 in haar resolutie 64/136 uitgeroepen tot Internationaal Jaar van de Coöperaties. In de resolutie wordt er o.m. op gewezen hoezeer coöperaties bijdragen tot de economische en sociale ontwikkeling overal ter wereld, en wordt opgeroepen deze ondernemingsvorm in 2012 extra te stimuleren. Het Comité is het volmondig eens met deze resolutie en steunt de voorstellen van de VN.

4.2   Bovendien zal in 2012 de 7de bijeenkomst van het maatschappelijk middenveld van de EU en Latijns-Amerika plaatsvinden. In het kader van de voorbereiding van deze bijeenkomst zal de inhoud van onderhavig advies worden besproken tijdens een aantal werkvergaderingen met vertegenwoordigers van de sociale en solidaire economie van Latijns-Amerika en de EU, zodat alle partijen het eens kunnen worden over de aanbevelingen die in de definitieve tekst zullen verschijnen.

Brussel, 22 februari 2012

De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Staffan NILSSON


(1)  Zie COM(2009) 647 over de EU 2020-strategie. PB C 347 van 18.12.2010, blz. 48–54 over De sociaaleconomische aspecten van de betrekkingen tussen de EU en Latijns-Amerika.

(2)  EESC-advies INT/447,, PB C 318 van 23.12.2009, blz. 22–28, over Diversiteit van ondernemingsvormen; Rapport Toia INI/2250/2008; EESC-advies over De bevordering van coöperatieve vennootschappen in Europa (PB C 234 van 22.9.2005); EESC-advies over De sociale economie en de interne markt (PB C 117 van 26.4.2000). Zie in deze zin ook de recente Spaanse en Portugese wetten op de sociale economie van 2011, alsook andere nationale regelgeving inzake organisaties van de sociale en solidaire economie.

(3)  Dat doet bv. ook de IAO in een werkdocument uit 2010 van het Internationaal Opleidingscentrum (IAO) over Sociale en solidaire economie: streven naar een gemeenschappelijke interpretatie.

(4)  Er bestaan in Latijns-Amerika geen betrouwbare statistieken, maar uit de studies van Fundibes van 2009 kan worden afgeleid dat er op dat moment meer dan 700 000 organisaties van de sociale en solidaire economie met circa 14 miljoen leden bestonden. De omvang van het zwarte circuit in de hele regio maakt het bovendien enorm moeilijk een en ander in cijfers te vatten, al was het maar bij benadering. Volgens de ICA is Latijns-Amerika de snelst groeiende regio op het vlak van nieuwe coöperaties en leden (2009). Inacoop (Uruguay) geeft de volgende cijfers voor 2008: 1 164 coöperaties, 907 698 actieve leden, met een jaarlijkse productie van 1,708 miljard dollar (3,2 % van de totale productie), 27 449 werknemers. Nog voor 2008: Argentinië: 12 760 coöperaties en 9 392 713 daaraan verbonden personen; onderlingewaarborgmaatschappijen: 4 166 en 4 997 067 daaraan verbonden personen; werknemers 289 460 (bron: Inaes). Chili: 1 152 coöperaties en 1 178 688 daaraan verbonden personen; onderlingewaarborgmaatschappijen: 536 (bron: Fundibes). Colombia: 8 533 coöperaties en 139 703 daaraan verbonden personen; onderlingewaarborgmaatschappijen: 273 en 4 758 daaraan verbonden personen (bron: Confecoop). Guatemala: 841 coöperaties en 1 225 359 daaraan verbonden personen (diverse bronnen). Paraguay: 453 coöperaties en 1 110 000 daaraan verbonden personen (bron: Fundibes). Voor Brazilië: zie voetnoot 9. Ook zijn er studies waaruit blijkt dat de sociale en solidaire economie goed stand houdt in deze tijden van crisis. Het gaat in al deze gevallen echter om schattingen die moeilijk kunnen worden gestaafd.

(5)  Voorbeelden van representatieve organisaties: Confecoop (Colombia), Conacoop (Costa Rica), Confecoop (Guatemala), Conpacoop (Paraguay), Confederación Hondureña de Cooperativas, OCB (Brazilië), Conacoop (Dominicaanse Republiek), Cudecoop (Uruguay), Consejo Mexicano de Empresas de la Economía Solidaria y Cosucoop (Mexico). Op internationaal niveau zijn er o.m. de ICA-Amerika en Cicopa.

(6)  Overheidsinstellingen voor de sociale en solidaire economie: Infocoop (Costa Rica), Dansocial (Colombia), Incoop (Paraguay), Inaes (Argentinië), Senaes (Brazilië), Inacoop (Uruguay) en Insafocoop (El Salvador).

(7)  Zie de opmerkingen m.b.t. het mkb in EESC-advies REX/180 (15.2.2006), PB C 88 van 11.4.2006, blz. 85–93 over De betrekkingen tussen de EU en Mexico.

(8)  Volgens gegevens van de Eclac leeft meer dan de helft van de bevolking (350 miljoen mensen) onder de armoedegrens, en moeten 22 miljoen kinderen werken om te overleven. Een lichtend voorbeeld in dit verband zijn de maatregelen die het laatste decennium door de regeringen van Brazilië zijn genomen en die ertoe hebben geleid dat miljoenen niet langer in extreme armoede leven. De economische en solidaire economie in het land heeft daaraan meegewerkt via Senaes en de strategie van prof. Paul Singer, hoofd van Senaes, die onlangs nog verklaarde dat de sociale en solidaire economie meer geld, een groter marktsegment en meer kennis nodig heeft

(9)  Volgens de Mapa de la Economía Solidaria de Brasil (kaart van de solidaire economie in Brazilië) behoort een derde van de 22 000 bedrijven in het land tot het zwarte circuit (www.fbes.org.br). Zie ook EESC-advies REX/232, PB C 256 van 27.10.2007, blz. 138–143, over De betrekkingen tussen de Europese Unie en Midden-Amerika, EESC-advies SOC/250, PB C 93 van 27.4.2007, blz. 38–41, over Bevordering van waardig werk voor iedereen en het werkdocument van 12.10.2009 over Strategieën voor werkgelegenheid, met name voor vrouwen en jongeren, van de Euro-Latijns-Amerikaanse parlementaire vergadering.

(10)  Werkdocument 2011 “Economía Social y Solidaria: nuestro camino común hacia el Trabajo Decente” (Sociale en solidaire economie: de gemeenschappelijk weg naar fatsoenlijk werk) in http://socialeconomy.itcilo.org/en/2011-readers. Deze referentie geldt ook voor par. 3.2 van dit advies.

(11)  Zie onder meer het EESC-document over de zesde ontmoeting van de maatschappelijke organisaties uit de EU en Latijns-Amerika van 2010. Zie voorts de werkdocumenten van Eclac voor de Top van staatshoofden en regeringsleiders in Santiago de Chile in 2007, EESC REX/257, PB C 100 van 30.4.2009, blz. 93–99, over De betrekkingen tussen de EU en Brazilië, EESC REX/232, PB C 256 van 27.10.2007, blz. 138–143, over De betrekkingen tussen de EU en Midden-Amerika, EESC: de associatie-overeenkomst tussen de EU en Latijns-Amerika, de Top van Guadalajara EU/LA, EESC: vierde ontmoeting van de maatschappelijke organisaties uit de EU, Latijns-Amerika en het Caribisch Gebied van 2006, EESC REX/210, PB C 309 van 16.12.2006, blz. 81–90, over De betrekkingen tussen de EU en de Andesgemeenschap, EESC REX/180, PB C 88van 11.4.2006, blz. 85–93, over De betrekkingen tussen de EU en Mexico, EESC REX/135, PB C 110 van 30.04.2004, blz. 40 - 54 over De Pan-Amerikaanse vrijhandelsovereenkomst, EESC REX/13 (PB C 169 van 16.6.1999), en m.n. EESC REX/152, PB C 110 van 30.4.2004, blz. 55–71, over De sociale cohesie in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied.

(12)  EESC REX/277, PB C 347 van 18.12.2010, blz. 48–54, over De bevordering van de sociaaleconomische aspecten van de betrekkingen tussen de EU en Latijns-Amerika. Zie ook de standpunten van het EESC inzake de verschillende handelsovereenkomsten met Latijns-Amerikaanse landen.

(13)  Kijken we maar naar de rol die China vervult op wereldniveau en hoe belangrijk dit land in velerlei opzichten is als de motor achter strategische allianties. Belangrijke netwerken in Latijns-Amerika zijn bv. RED DEL SUR (Mercosur), Unisol (Brazilië) en Fides (Mexico).

(14)  Het is kenmerkend voor de sociale en solidaire economie dat zij milieuduurzaamheid een warm hart toedraagt. Zie ook hoofdstuk 9 van het document (waarnaar wordt verwezen in voetnoot 10, over de zogenaamde "groene banen". Zie voorts ook EESC-adviezen PB C 48 van 15.2.2011, blz. 14–20 en PB C 48 van 15.2.2011, blz. 65-71.