2.3.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 62/77


Advies van het Comité van de Regio's — Het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen

2013/C 62/15

HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

is ervan overtuigd dat het met dit voorstel eenvoudiger wordt om op Europees en transnationaal niveau het debat op gang te brengen en de vorming van een Europese publieke opinie aan te moedigen;

stemt ermee in dat de Europese rechtsstatus enkel zal worden verleend wanneer wordt voldaan aan hoge normen inzake goed bestuur, controleerbaarheid en transparantie;

stemt ermee dat in de fase waarin politieke partijen en de daaraan verbonden politieke stichtingen vragen om bij het Europees Parlement te worden geregistreerd als Europese politieke partij of Europese politieke stichting, er niet alleen wordt gekeken naar het aantal vertegenwoordigers in het Europees Parlement of nationale parlementen, maar ook in regionale parlementen;

dringt er bij de Raad en het Europees Parlement op aan te worden betrokken bij het toezicht op de naleving van de fundamentele waarden van de EU;

stemt in met de voorgestelde verdeling van de EU-financiering, maar stelt voor dat hierbij ook het aantal vertegenwoordigers in het CvdR in aanmerking wordt genomen;

beveelt aan dat de inzet van Europese middelen wordt toegestaan voor Europese campagnes of Europese burgerinitiatieven.

Rapporteur

István SÉRTŐ-RADICS (HU/ALDE), burgemeester van Uszka

Referentiedocument

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen

COM(2012) 499 final – 2012/0237 (COD)

Advies van het Comité van de Regio's – Het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen

I.   BELEIDSAANBEVELINGEN

HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

1.

is ingenomen met het Commissievoorstel van 12 september 2012 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen, waarmee Verordening (EG) nr. 2004/2003, die tot dusverre de zaken op dit vlak regelde, wordt vervangen.

2.

Rekening houdend met de manier waarop het CvdR zelf is samengesteld – de leden zijn verdeeld in fracties – wenst het bij te dragen aan de uitwerking van het wetgevingsvoorstel, dat o.a. de belangstelling op lokaal en regionaal niveau voor Europees politieke besluiten en voor het engagement van de leden van het CvdR bij de vormgeving van die besluiten kan vergroten.

3.

Eerder al heeft het CvdR verklaard zich ervoor te willen inzetten om het EU-burgerschap populairder te maken (1) en de vorming op dit vlak te bevorderen (2). Recentelijk heeft het verschillende adviezen uitgebracht waarin deze intenties nader worden uitgewerkt.

4.

Het bevestigt met name de door hem aangegane verbintenis om het EU-burgerschap te bevorderen en de rechten die daaraan verbonden zijn, met name het stemrecht. De activiteiten van het CvdR in het kader van het Europees Jaar van de burger 2013 zullen aan dit thema gewijd zijn (3).

5.

Het wijst er nadrukkelijk op dat het EU-burgerschap belangrijk is voor het bevorderen van de Europese democratie, doordat het de burger betrekt bij het Europese eenwordingsproces. Een bloeiende Europese representatieve democratie is in het belang van de burgers van de Europese Unie. Werkelijk transnationale Europese politieke partijen en stichtingen vervullen een belangrijke rol in het Europese wetgevingsproces door de stem van de burgers op Europees niveau te laten horen.

6.

Voor het CvdR staat zonder meer vast dat het met dit voorstel eenvoudiger wordt om op Europees en transnationaal niveau het debat op gang te brengen en de vorming van een Europese publieke opinie aan te moedigen. Daarnaast kan het voorstel de belangstelling van de burger voor de Europese verkiezingen en de opkomst bij deze verkiezingen versterken en de democratische legitimiteit van de Europese Unie vergroten.

7.

Het CvdR kan zich vinden in de overkoepelende doelstelling van de verordening om de zichtbaarheid, erkenning, doeltreffendheid, transparantie en verantwoordingsplicht van Europese politieke partijen en stichtingen te vergroten.

8.

Het is zijns inziens absoluut noodzakelijk dat de band tussen de Europese politieke partijen en stichtingen wordt aangehaald en is het ermee eens dat aan een Europese politieke partij slechts één Europese politieke stichting formeel verbonden kan zijn.

Registratie en controle

9.

Voor het CvdR zou een Europees statuut dat partijen en stichtingen in de mogelijkheid stelt om zich als Europese politieke partij of Europese politieke stichting te registreren en zo een rechtsstatus op basis van het EU-recht te verkrijgen, waardoor ze niet langer onderworpen zijn aan uiteenlopende nationale rechtsregelingen, een belangrijke stap op weg naar een politiek verenigd Europa betekenen. Het wijst er echter wel op dat de voorgestelde verordening deze taak alleen kan vervullen indien de implementatie ervan door de lidstaten naar behoren verloopt.

10.

Het benadrukt dat het door de Commissie voorgestelde kader voor een Europees statuut berust op de concrete ervaringen met de werking van officieel geregistreerde en alom erkende nationale partijen, kartels en stichtingen, maar dat het huidige voorstel bepaalde beperkingen heeft (vooral m.b.t. de onafhankelijke Europese rechtspositie), die erop wijzen dat bij het opstellen van het nieuwe statuut niet ten volle rekening is gehouden met de ervaringen die de Europese politieke partijen sinds 2004 hebben opgedaan.

11.

Het CvdR onderstreept dat de ontwikkeling van een echte Europese rechtsstatus van fundamenteel belang is voor Europese politieke partijen en de daaraan verbonden stichtingen, omdat het hun de vrijheid biedt te kiezen in welke lidstaat zij zich willen vestigen, afhankelijk van hun specifieke kenmerken en politieke identiteit.

12.

Het CvdR acht het dan ook van essentieel belang dat het Europees wettelijk statuut dat met onderhavige verordening wordt ingevoerd, rekening houdt met de nationale wetgevingen. Ook beveelt het de Europese instellingen aan te overwegen om in de toekomst een volwaardige Europese rechtsstatus uit te werken.

13.

Het CvdR stemt ermee in dat de Europese rechtsstatus enkel zal worden verleend wanneer wordt voldaan aan hoge normen inzake goed bestuur, controleerbaarheid en transparantie.

14.

Het CvdR beschouwt het als een belangrijke stap dat het eerbiedigen van de waarden waarop de Europese Unie berust, tot de specifieke voorwaarden en vereisten voor het verkrijgen en behouden van een Europese rechtsstatus behoort. Tot nu toe gold dit als een van de toelatingscriteria voor kandidaat-lidstaten, maar met deze verordening worden de fundamentele waarden van de EU tevens criteria die in het kader van de politieke follow-up kunnen en moeten worden gecontroleerd.

15.

Het CvdR stemt ermee dat in de fase waarin politieke partijen en de daaraan verbonden politieke stichtingen vragen om bij het Europees Parlement te worden geregistreerd als Europese politieke partij of Europese politieke stichting, er niet alleen wordt gekeken naar het aantal vertegenwoordigers in het Europees Parlement of nationale parlementen, maar ook in regionale parlementen. Gezien de grote structurele verschillen tussen de lidstaten is het wel zaak dat de aard van het intermediaire politieke niveau (deelstaat, regio, graafschap, departement, provincie) wordt gepreciseerd.

16.

Het CvdR is het ermee eens dat het Europees Parlement jaarlijks controleert of wordt voldaan aan de voorwaarden en vereisten in verband met de registratie en financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen, en dat het op verzoek kan controleren of een partij of stichting de waarden waarop de Unie berust nog steeds respecteert.

17.

Het CvdR dringt er bij de Raad en het Europees Parlement op aan te worden betrokken bij dit toezicht op de naleving van de fundamentele waarden van de EU.

18.

Het CvdR beveelt aan dat het in ieder geval verplicht wordt het CvdR hierbij te betrekken indien de betreffende partij in het CvdR is vertegenwoordigd.

Financiering

19.

Het CvdR heeft er in zijn advies over het nieuwe meerjarig financieel kader na 2013 (4) al voor gepleit dat er absoluut voldoende middelen moeten worden uitgetrokken om burgers te laten deelnemen aan de inspanningen ter bevordering van de grondrechten, de democratie en het Europese burgerschap. Werkelijk transnationale Europese politieke partijen en daaraan verbonden Europese politieke stichtingen vervullen een belangrijke rol door de stem van de burgers op Europees niveau te laten horen en zo de kloof tussen de politiek op nationaal niveau en die op EU-niveau te dichten.

20.

Het CvdR neemt kennis van het feit dat in het Commissievoorstel onderscheid wordt gemaakt tussen de criteria voor het verkrijgen van de rechtsstatus en de criteria om in aanmerking te komen voor financiering.

21.

Het gaat ermee akkoord dat de middelen voor Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen uit de begroting van het Europees Parlement zullen blijven komen.

22.

Het stemt ermee in dat de erkenning als Europese politieke partij of als Europese politieke stichting en het feit dat dus aan de daarvoor gestelde voorwaarden en vereisten is voldaan, voorwaarden zijn om voor financiering uit de EU-begroting in aanmerking te komen.

23.

Het CvdR stemt in met de voorgestelde verdeling van de EU-financiering (15 % wordt gelijkelijk verdeeld, 85 % wordt in verhouding tot het aantal gekozen leden in het Europees Parlement over de begunstigde Europese politieke partijen verdeeld), maar stelt voor dat hierbij ook het aantal vertegenwoordigers in het CvdR in aanmerking wordt genomen.

24.

Het CvdR acht het een goede zaak dat het niveau van de toegestane donaties per jaar en per donor (natuurlijke personen of rechtspersonen) in het voorstel wordt verhoogd van de huidige 12 000 euro tot maximaal 25 000 euro, om politieke partijen en stichtingen te stimuleren eigen middelen te genereren.

25.

Het CvdR steunt het beginsel en de praktijk dat de financiële middelen van de Europese Unie niet gebruikt mogen worden voor rechtstreekse of zijdelingse financiering van nationale, regionale of lokale verkiezingen of andere politieke partijen, en met name niet van nationale politieke partijen of kandidaten, aangezien dit zou indruisen tegen de supranationale geest van het voorstel.

26.

Daarentegen ziet het CvdR niet in waarom Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen hun eigen middelen niet zouden mogen aanwenden om kandidaten voor nationale, regionale of lokale verkiezingen die hun eigen politieke kleur vertegenwoordigen, te steunen.

27.

Het CvdR begrijpt waarom een verbod op het gebruik van Europese middelen voor nationale, regionale of lokale campagnes voor referenda (bijv. m.b.t. verdragswijzigingen) wordt voorgesteld, maar vindt dat overwogen zou moeten worden om dergelijke financiering wel toe te staan bij Europese campagnes of Europese burgerinitiatieven.

Praktische uitvoering, lokale en regionale perspectieven

28.

Het CvdR is ervan overtuigd dat de Europese politieke partijen in de praktijk steeds beter in staat zullen zijn om de wensen van de burgers met betrekking tot de invulling van gekozen ambten en andere representatieve functies op Europees niveau tot uitdrukking te brengen en door te geven, en dat zij stevigere banden zullen kunnen smeden tussen het Europese en het lokale/regionale politieke niveau.

29.

Het wijst erop dat het voor de actieve politieke participatie van de burgers van de Unie een eerste vereiste is dat zij onbeperkte toegang tot informatie in hun lidstaten krijgen, en roept zijn leden op zich hiervoor in te zetten (5). Werkelijk transnationale Europese politieke partijen zouden in dit verband ook een belangrijke rol kunnen spelen.

30.

Met echt transnationale Europese politieke partijen kan het in de toekomst mogelijk worden dat kandidaten zich namens een Europese politieke partij verkiesbaar stellen voor lokale en regionale verkiezingen in plaats van namens hun eigen nationale of regionale partij. Zo zou de directe band tussen Europese politiek en lokale/regionale politiek duidelijker gemaakt worden.

31.

Het CvdR steunt het politieke streven om ervoor te zorgen dat het Europese wettelijke statuut en de regels inzake financiering ruim vóór de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2014 in werking treden en ook toegepast kunnen worden op de financiering door Europese politieke partijen en stichtingen van campagnes op lokaal of regionaal niveau betreffende Europese burgerinitiatieven.

Subsidiariteit, evenredigheid en beter regelgeven

32.

Het voorstel is in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel, aangezien het EU-niveau het enige niveau is waarop de regels inzake het Europese wettelijk statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen vastgesteld kunnen worden.

33.

De multilevel structuur van het democratische stelsel dat zich in de EU aan het ontwikkelen is, zou concreet tot uiting gebracht worden indien de verordening de mogelijkheid zou bieden om het CvdR te laten deelnemen aan de controle op de eerbiediging van de fundamentele waarden van de EU door de Europese politieke partijen en de Europese politieke stichtingen.

34.

Het voorstel is in grote lijnen in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, omdat het niet verder gaat dan hetgeen noodzakelijk is om de Europese doelstellingen te verwezenlijken.

35.

Tegenstrijdig is wel dat het de bedoeling is een nieuwe Europese rechtsvorm voor beide entiteiten (partijen en stichtingen) op te richten, terwijl deze voor de meeste aspecten van hun praktische activiteiten zullen blijven werken op grond van een rechtsvorm die is erkend in de rechtsorde van de lidstaat waar zij zijn gevestigd.

36.

Het CvdR betreurt dat er geen effectbeoordeling van het voorstel is uitgevoerd.

37.

Het erkent dat de Europese Commissie de belanghebbende partijen heeft geraadpleegd en de resultaten van deze raadpleging in het voorstel heeft verwerkt. Uit het document blijkt echter niet duidelijk of ook het lokale en regionale niveau bij deze raadpleging is betrokken.

38.

Het CvdR verzoekt het Europees Parlement om ook het Comité van de Regio's te betrekken bij de voorgenomen evaluatie van het Europese wettelijke statuut en het financieringsstelsel, die zal plaatsvinden in het derde jaar na de volgende verkiezingen voor het Europees Parlement.

II.   AANBEVELINGEN VOOR WIJZIGINGEN

Wijzigingsvoorstel 1

Artikel 2, lid 5

Definities

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

"regionaal parlement" of "regionale assemblee": orgaan waarvan de leden ofwel een regionaal gekozen ambt vervullen ofwel politiek verantwoording schuldig zijn aan een gekozen vergadering;

"regionaal parlement" of "regionale assemblee": orgaan op een tussenniveau tussen de gemeente en de centrale overheid waarvan de leden ofwel een regionaal gekozen ambt kiesmandaat vervullen ofwel politiek verantwoording schuldig zijn aan een gekozen vergadering op subnationaal niveau;

Motivering

Gekozen assemblees op het intermediaire niveau hebben niet in alle lidstaten hetzelfde profiel. Hierbij worden niet altijd termen als "regionale parlementen" of "regionale vergaderingen" gebruikt. Gezien deze veelheid aan structuren is het zaak dat de aard van het intermediaire politieke niveau (deelstaat, regio, graafschap, departement, provincie) wordt gepreciseerd. De hierboven voorgestelde term "kiesmandaat op een tussenniveau" is breder, kan op alle lidstaten worden toegepast, en valt ook nog eens duidelijk te onderscheiden van een gemeentelijk kiesmandaat.

Wijzigingsvoorstel 2

Artikel 7, lid 2

Verificatie van de registratie

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(2)   Op verzoek van een kwart van zijn leden, dat ten minste drie fracties in het Europees Parlement vertegenwoordigt, onderzoekt het Europees Parlement op grond van een met meerderheid van zijn leden genomen besluit, of een bepaalde Europese politieke partij nog steeds aan de voorwaarde van artikel 3, lid 1, onder c), voldoet en of een bepaalde Europese politieke stichting nog steeds aan de voorwaarde van artikel 3, lid 2, onder c), voldoet.

(2)   Op verzoek van een kwart van zijn leden, dat ten minste drie fracties in het Europees Parlement vertegenwoordigt, onderzoekt het Europees Parlement op grond van een met meerderheid van zijn leden genomen besluit, of een bepaalde Europese politieke partij nog steeds aan de voorwaarde van artikel 3, lid 1, onder c), voldoet en of een bepaalde Europese politieke stichting nog steeds aan de voorwaarde van artikel 3, lid 2, onder c), voldoet.

Voorafgaand aan dit besluit worden de vertegenwoordigers van de desbetreffende Europese politieke partij of Europese politieke stichting door het Europees Parlement gehoord en wordt een comité van onafhankelijke vooraanstaande personen door het Europees Parlement verzocht binnen een redelijke termijn over de kwestie advies uit te brengen.

Voorafgaand aan dit besluit worden de vertegenwoordigers van de desbetreffende Europese politieke partij of Europese politieke stichting door het Europees Parlement gehoord en wordt een comité van onafhankelijke vooraanstaande personen door het Europees Parlement verzocht binnen een redelijke termijn over de kwestie advies uit te brengen. Het betrekt het Comité van de Regio's bij deze procedure, in ieder geval als het onderzoek betrekking heeft op een Europese politieke partij die in het Comité van de Regio's is vertegenwoordigd.

Dit comité bestaat uit drie leden. Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie wijzen elk één lid aan binnen zes maanden na het einde van de eerste zitting van het Europees Parlement na de verkiezingen voor het Europees Parlement. De secretariaatswerkzaamheden en de financiering van het comité komen ten laste van het Europees Parlement.

Dit comité bestaat uit drie leden. Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie wijzen elk één lid aan binnen zes maanden na het einde van de eerste zitting van het Europees Parlement na de verkiezingen voor het Europees Parlement. De secretariaatswerkzaamheden en de financiering van het comité komen ten laste van het Europees Parlement.

Motivering

De regionale dimensie maakt deel uit van de voorwaarden voor registratie. Het is derhalve logisch dat ook het Comité van de Regio's een rol krijgt bij de controle op de naleving van de fundamentele waarden van de EU, in ieder geval als de partij in kwestie in het CvdR is vertegenwoordigd.

Wijzigingsvoorstel 3

Artikel 18, lid 4

Financieringsverbod

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

 

(4)   Het financieringsverbod is niet van toepassing op steun die Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen verlenen aan campagnes inzake Europese burgerinitiatieven.

Motivering

Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen moeten niet alleen van zich laten horen en met de EU-burgers communiceren tijdens campagnes voor verkiezingen van het Europees Parlement, maar ook in de periodes tussen de verkiezingen in, door op de bres te gaan staan voor de Europese waarden, bv. bij Europese burgerinitiatieven.

Brussel, 31 januari 2013

De voorzitter van het Comité van de Regio's

Ramón Luis VALCÁRCEL SISO


(1)  CdR 355/2010.

(2)  CdR 120/2005.

(3)  R/CdR 1030/2012 pt. 7.

(4)  CdR 283/2011.

(5)  CdR 170/2010, par. 17. Zie ook CdR 355/2010, par. 37.