19.1.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 17/97


Advies van het Comité van de Regio's — Culturele hoofdsteden van Europa (2020-2033)

2013/C 17/15

HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

is uitdrukkelijk voorstander van voortzetting van het initiatief, dat niet alleen de Europese culturele diversiteit in al haar aspecten tot uidrukking brengt, maar door de burger erbij te betrekken op lange termijn ook de ontwikkeling van een gemeenschappelijke Europese culturele ruimte bevordert;

wijst erop dat de kandidaat-steden worden geacht een met lokale en regionale middelen te financieren cultureel programma voor te leggen voor het jaar in kwestie, waarin de Europese dimensie nadrukkelijk tot uiting komt. Voor het Comité is het een belangrijke vereiste dat zo'n programma wordt uitgewerkt vanuit een strategische aanpak waarin verder wordt gekeken dan het ene jaar dat het initiatief duurt om positieve effecten voor de culturele sector en de stad in kwestie op langere termijn te genereren;

zou graag zien dat groeperingen van alle sociale, religieuze en etnisch-culturele achtergronden en leeftijden bij de voorbereiding en uitvoering van het programma betrokken worden. Met name jonge mensen moeten meer kansen krijgen om deel te nemen aan het culturele leven;

acht het van belang dat de culturele hoofdsteden de omliggende regio of zelfs de regio in bredere omtrek bij het evenement betrekken, zodat ook geografische ruimtes die in de loop der tijd zijn ontstaan en vaak nationale grenzen overschrijden een inbreng hebben in het gebeuren;

wijst op de belangrijke rol die het zelf in dit initiatief speelt en de voordelen die daaruit voortvloeien. Zijns inziens is het nuttig en nodig dat tenminste één verkozen afgevaardigde van het Comité van de Regio's benoemd wordt tot lid van en participeert in de Europese jury.

Rapporteur

Elisabeth VITOUCH (AT/PSE), lid van de gemeenteraad van Wenen

Referentiedocument

Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een actie van de Unie voor het evenement "Culturele Hoofdsteden van Europa" voor de periode 2020 tot 2033

COM(2012) 407 final

I.   BELEIDSAANBEVELINGEN

HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

Algemene context

1.

steunt het initiatief "Culturele Hoofdsteden van Europa" ten volle. Het is één van de meest ambitieuze, verstrekkende en doelmatige maatregelen van de EU op cultureel gebied waarmee de rijkdom, diversiteit en gemeenschappelijke aspecten van de culturele ontwikkeling op lokaal, regionaal, nationaal en Europees niveau in de kijker worden geplaatst.

2.

Het Comité is uitdrukkelijk voorstander van voortzetting van het initiatief, dat niet alleen de Europese culturele diversiteit in al haar aspecten tot uidrukking brengt, maar door de burger erbij te betrekken op lange termijn ook de ontwikkeling van een gemeenschappelijke Europese culturele ruimte bevordert.

3.

Het wijst op de belangrijke rol die het zelf in dit initiatief speelt en de voordelen die daaruit voortvloeien. Zijns inziens is het nuttig en nodig dat tenminste één verkozen afgevaardigde van het Comité van de Regio's benoemd wordt tot lid van en participeert in de Europese jury.

4.

Het voorstel van de Commissie is goed uitgewerkt en houdt ruimschoots rekening met lokale en regionale aspecten, zoals deze beschreven staan in het initiatiefadvies "De toekomst van de culturele hoofdstad van Europa" (1). Dit maakt het voor lokale en regionale overheden gemakkelijker om actief deel te nemen aan het initiatief.

5.

De Europese Unie is krachtens art. 6 van het VWEU bevoegd om het optreden van de lidstaten te ondersteunen, te coördineren of aan te vullen en dient overeenkomstig art. 3, lid 3, van het VEU haar rijke verscheidenheid van cultuur en taal te eerbiedigen en toe te zien op de instandhouding en de ontwikkeling van het Europese culturele erfgoed.

6.

Het voorstel is in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel. Het Comité wijst erop dat dit beginsel alsook de aard van de bevoegdheid ook tot uiting dienen te komen in de voorgestelde procedures (bijv. bezetting van de Europese jury, benoeming, criteria), teneinde de geest van de Verdragen te weerspiegelen.

Algemene opmerkingen

7.

De kandidaat-steden worden geacht een met lokale en regionale middelen te financieren cultureel programma voor te leggen voor het jaar in kwestie, waarin de Europese dimensie nadrukkelijk tot uiting komt. Voor het Comité is het een belangrijke vereiste dat zo'n programma wordt uitgewerkt vanuit een strategische aanpak waarin verder wordt gekeken dan het ene jaar dat het initiatief duurt om positieve effecten voor de culturele sector en de stad in kwestie op langere termijn te genereren.

8.

Het Comité zou graag zien dat groeperingen van alle sociale, religieuze en etnisch-culturele achtergronden en leeftijden bij de voorbereiding en uitvoering van het programma betrokken worden. Met name jonge mensen moeten meer kansen krijgen om deel te nemen aan het culturele leven.

9.

Het Comité spreekt opnieuw de overtuiging uit dat de interculturele dialoog in combinatie met sociale en territoriale cohesie mensen waarden kan bijbrengen die van essentieel belang zijn voor hun privéleven en hun relatie tot maatschappij en staat, zoals solidariteit, verantwoordelijkheid, tolerantie en respect (2). Een dergelijke prioriteitenstelling kan individuele burgers en groepen met een verschillende culturele achtergrond met elkaar in gesprek brengen en handvaten aanreiken om op basis van Europese waarden samen te leven.

10.

Het Comité is van mening dat het initiatief tevens een stevige en duurzame impuls aan de lokale en regionale culturele en creatieve sector biedt en benadrukt de intrinsieke waarde van de Europese artistieke en culturele productie en de overdracht en receptie ervan.

11.

Een periode van meerdere jaren voor een grondige voorbereiding en vakkundige begeleiding (aanbevelingen, evaluatie en toezicht) zijn zonder meer nodig en het Comité is het er eveneens mee eens dat de duur van het initiatief beperkt moet blijven tot een jaar. Toe te juichen is ook de nieuwe evaluatieprocedure, waarbij de steden zelf een evaluatie moeten uitvoeren met steun vanuit Europees niveau.

12.

De uit twee fasen bestaande selectieprocedure, waarvan de eerste fase gebaseerd is op een toerbeurtsysteem voor de EU-lidstaten, kan eveneens zijn goedkeuring wegdragen. Steden en regio's uit de EU-lidstaten hebben daardoor allemaal evenveel kans om geselecteerd te worden. Tegelijkertijd waarborgt het een evenwichtige geografische verspreiding van de culturele hoofdsteden in de EU.

13.

Het Comité benadrukt het belang voor een culturele hoofdstad om een langetermijnstrategie te hebben. Bepalend voor het welslagen van de strategie zijn onder meer de politieke steun op de diverse niveaus, de kwaliteit van bestuur op de betrokken terreinen, de aanstelling van onafhankelijke intendanten en de zekerstelling van een toereikend budget gedurende meerdere jaren.

14.

Het Comité zou m.b.t. de selectieprocedure graag zien dat bijzondere inspanningen worden gedaan om middels passende maatregelen zo veel mogelijk verschillende steden en regio's aan te moedigen zich kandidaat te stellen.

15.

Het Comité is het ermee eens dat duidelijker zichtbaar moet worden gemaakt dat het bij de actie om een initiatief van de Europese Unie gaat en vindt dat dit een verplicht onderdeel moet uitmaken van de communicatiestrategie van de stad die tot culturele hoofdstad wordt verkozen.

16.

Belangrijk is dat de culturele hoofdsteden de omliggende regio of zelfs de regio in bredere omtrek bij het evenement betrekken, zodat ook geografische ruimtes die in de loop der tijd zijn ontstaan en vaak nationale grenzen overschrijden een inbreng hebben in het gebeuren.

17.

De Commissie dient het benutten van de ervaringen van de Europese culturele hoofdsteden op het gebied van transnationale en grensoverschrijdende samenwerking aan te moedigen: naast het feit dat elk jaar twee landen een culturele hoofdstad aanleveren, vormen grensoverschrijdende projecten immers steeds vaker een wezenlijk bestanddeel van het concept "culturele hoofdstad".

18.

Het initiatief kan volgens het Comité ook een bijdrage leveren aan het Europees nabuurschapsbeleid (ENB) en aan de betrekkingen met andere landen in Europa, omdat het niet alleen mogelijkheden biedt voor nauwere culturele samenwerking binnen Europa maar ook voor nauwere betrekkingen tussen de EU en de landen ten oosten en ten zuiden ervan ter bevordering van de welvaart, stabiliteit en veiligheid aan de buitengrenzen van de EU. Zo bezien moeten niet alleen steden uit kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten, maar ook uit ENB- en EVA-landen deel kunnen nemen aan het initiatief.

19.

Voor een optimale benutting van alle beschikbare financiële middelen is het belangrijk dat er zo veel mogelijk gebruik gemaakt wordt van synergieën. Het Comité pleit voor een betrouwbaar mechanisme dat het mogelijk maakt synergie-effecten tussen de verschillende EU-steunprogramma's te benutten ter ondersteuning van het initiatief.

20.

Het Comité begroet de mogelijkheid om eventueel geen stad te benoemen in het geval dat geen enkele kandidatuur aan de criteria voldoet.

Opmerkingen m.b.t. de afzonderlijke artikelen

Artikel 5 - Criteria

21.

De ontwikkeling van expliciete, transparante en inzichtelijke selectiecriteria is een goede zaak. Het biedt potentiële kandidaten meer houvast bij de voorbereiding en doordat de doelstellingen duidelijker zijn ook meer mogelijkheden om een langetermijnstrategie te ontwikkelen.

22.

Belangrijk is er dat er duurzame maatregelen worden uitgewerkt om ervoor te zorgen dat maatschappelijke groepen met uiteenlopende achtergronden – vooral jongeren en gemarginaliseerde en kwetsbare groepen en minderheden – kunnen deelnemen en meewerken aan de culturele activiteiten. Ook dient bijzondere aandacht te worden besteed aan de toegankelijkheid van de aangeboden activiteiten voor personen met een handicap en ouderen.

23.

Het Comité wijst erop dat de criteria niet ertoe mogen leiden dat de Europese Unie, al is het maar indirect, enige invloed kan uitoefenen op de culturele inhoud.

Artikel 6 - Europese jury en artikel 11 - Aanwijzing

24.

Het Comité benadrukt dat de Europese jury een belangrijke rol speelt in dit initiatief en staat sceptisch tegenover de veranderingen die de Commissie in verband met de aanwijzing van de juryleden voorstelt. Met name de voorstellen voor een voorselectie van de juryleden en het uitsluiten van leden uit de betrokken lidstaat zijn zijns inziens af te keuren.

25.

Het waarschuwt dat de aanwijzing van de juryleden door de Commissie (in plaats van door de Raad), zoals ook wordt voorgesteld in het ontwerpbesluit, wel eens ten koste zou kunnen gaan van de symbolische en materiële identificatie met het initiatief en het draagvlak ervoor in de lidstaten.

26.

Het Comité stelt daarom in essentie voor om de huidige selectieprocedure voor de leden van de Europese jury te behouden, in gewijzigde vorm. De Raad moet bovendien ook in de toekomst de Culturele Hoofdsteden van Europa aanwijzen.

Artikel 10 - Bepalingen met betrekking tot kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten

27.

Het Comité pleit ervoor om het initiatief niet alleen open te stellen voor steden uit kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten, maar ook voor steden uit andere Europese landen (EVA-en ENB-landen.

28.

Onderzocht moet worden of er naast de Melina Mercouri-prijs, waarmee de EU de Europese culturele hoofdsteden financieel ondersteunt, andere EU-fondsen of innovatieve financieringsmogelijkheden, o.m. via de Europese investeringsbank (EIB), kunnen worden ingezet.

29.

Omwille van gelijke kansen ten opzichte van de steden uit de EU-lidstaten eist het Comité dat steden uit de kandidaat-lidstaten, potentiële kandidaat-lidstaten, ENB- en EVA-landen van 2020 tot 2033 slechts eenmaal mogen deelnemen aan de wedstrijd.

II.   WIJZIGINGSVOORSTELLEN

Wijzigingsvoorstel 1

Artikel 3, lid 3

Commissievoorstel

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Steden uit kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten hebben ook de mogelijkheid om zich in het kader van een open competitie die om de drie jaar tegelijk met de competities in de twee betrokken lidstaten wordt georganiseerd volgens de kalender in de bijlage, voor de titel Culturele Hoofdstad van Europa kandidaat te stellen.

Specifieke bepalingen voor steden uit kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten zijn vastgesteld in artikel 10.

Steden uit kandidaat-lidstaten, en potentiële kandidaat-lidstaten, landen die deel uitmaken van het Europees nabuurschapsbeleid (ENB) en EVA-landen die lid zijn van de EER, ENB-landen en Zwitserland hebben ook de mogelijkheid om zich in het kader van een open competitie die om de drie jaar tegelijk met de competities in de twee betrokken lidstaten wordt georganiseerd volgens de kalender in de bijlage, voor de titel Culturele Hoofdstad van Europa kandidaat te stellen.

Specifieke bepalingen voor deze steden uit kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten zijn vastgesteld in artikel 10.

Motivering

Het Comité acht het niet zinvol om de deelnemers op te delen naar steunprogramma of initiatief en stelt daarom voor de keur aan landen die mogen deelnemen uit te breiden.

Wijzigingsvoorstel 2

Artikel 4, lid 1

Commissievoorstel

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Alleen steden kunnen meedingen naar de titel Culturele Hoofdstad van Europa. Kandidaat-steden kunnen de omliggende regio bij het evenement betrekken. De kandidaturen worden evenwel ingediend onder de naam van de desbetreffende stad en de titel zal in geval van uitverkiezing aan deze stad worden verleend.

Alleen steden kunnen meedingen naar de titel Culturele Hoofdstad van Europa. Kandidaat-steden kunnen de omliggende regio en zelfs de regio in bredere omtrek bij het evenement betrekken. De kandidaturen worden evenwel ingediend onder de naam van de desbetreffende stad en de titel zal in geval van uitverkiezing aan deze stad worden verleend.

Motivering

Behalve de omliggende regio dient ook de regio in bredere omtrek erbij betrokken te worden.

Wijzigingsvoorstel 3

Artikel 5, lid 5, sub b)

Commissievoorstel

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

het scheppen van nieuwe en duurzame mogelijkheden voor uiteenlopende groepen burgers om culturele activiteiten bij te wonen of daaraan deel te nemen, in het bijzonder voor jongeren, randgroepen en kansarme groepen, met inbegrip van minderheden. Waar mogelijk wordt tevens bijzondere aandacht besteed aan de toegankelijkheid van deze activiteiten voor personen met een handicap en ouderen;

het scheppen van nieuwe en duurzame mogelijkheden voor uiteenlopende groepen burgers om culturele activiteiten bij te wonen of daaraan deel te nemen, in het bijzonder voor jongeren, randgroepen en kansarme groepen, met inbegrip van minderheden. Waar mogelijk wordt tevens b Bijzondere aandacht dient te worden besteed aan de toegankelijkheid van deze activiteiten voor personen met een handicap en ouderen;

Motivering

De toegankelijkheid van deze activiteiten voor personen met een handicap en ouderen moet niet bij voorbaat beperkt worden.

Wijzigingsvoorstel 4

Artikel 6, lid 1 - 3

Commissievoorstel

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.

Er wordt een Europese jury van onafhankelijke deskundigen ("Europese jury") ingesteld die belast is met de selectie- en toezichtprocedures.

2.

De Europese jury bestaat uit 10 leden. Zij moeten burgers van de Unie zijn. Zij zijn onafhankelijke deskundigen die beschikken over aanzienlijke ervaring en deskundigheid in de culturele sector, op het gebied van de culturele ontplooiing van steden of op het gebied van de organisatie van het evenement "Culturele Hoofdstad van Europa". Zij dienen tevens in staat te zijn een passend aantal werkdagen per jaar aan de werkzaamheden van de Europese jury te wijden.

De Commissie maakt een voorselectie van potentiële juryleden op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling. Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie selecteren vervolgens elk drie deskundigen uit deze groep, die zij overeenkomstig hun respectieve procedures benoemen. Het Comité van de Regio's selecteert één deskundige, die het overeenkomstig zijn eigen procedures benoemt.

Iedere instelling en elk orgaan draagt er zorg voor dat de competenties van de deskundigen die door hen worden benoemd, zoveel mogelijk complementair zijn, en dat die deskundigen gekozen worden uit een evenwichtig geografisch spectrum.

De Europese jury kiest een voorzitter.

3.

De leden van de Europese jury worden benoemd voor een periode van drie jaar. In afwijking hiervan geldt echter voor de eerste jury die in het kader van het onderhavige besluit wordt samengesteld, dat het Europees Parlement zijn drie deskundigen voor drie jaar, de Raad zijn drie deskundigen voor één jaar, de Commissie haar drie deskundigen voor twee jaar en het Comité van de Regio's zijn deskundige voor één jaar benoemt, om een gespreide vervanging van de juryleden mogelijk te maken en derhalve te voorkomen dat ervaring en knowhow verloren gaan, zoals het geval zou zijn wanneer alle leden gelijktijdig werden vervangen.

1.

Er wordt een onafhankelijke Europese jury van onafhankelijke deskundigen (hierna:"Europese jury") ingesteld die belast is met de selectie- en toezichtprocedures.

2.

De Europese jury bestaat uit 11 0 leden. Zij moeten burgers van de Unie zijn. Zij zijn onafhankelijke deskundigen die beschikken over aanzienlijke ervaring en deskundigheid in de culturele sector, op het gebied van de culturele ontplooiing op lokaal, regionaal of stedelijk niveau van steden of op het gebied van de organisatie van het evenement "Culturele Hoofdstad van Europa". Zij dienen tevens in staat te zijn voldoende tijd een passend aantal werkdagen per jaar aan de werkzaamheden van de Europese jury te wijden.

De Commissie maakt een voorselectie van potentiële juryleden op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling. Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie selecteren vervolgens elk drie leden deskundigen uit deze groep, die zij overeenkomstig hun respectieve procedures benoemen. Het Comité van de Regio's selecteert één lid deskundige, dat die het overeenkomstig zijn eigen procedures benoemt. Eén lid wordt benoemd door de desbetreffende lidstaat in overleg met de Commissie. Bij kandidaatstellingen van landen overeenkomstig artikel 10 wordt dit lid vervangen door een ander lid, dat door de Commissie wordt aangewezen.

Iedere instelling en elk orgaan draagt er zorg voor dat de competenties van de leden deskundigen die door hen worden benoemd, zoveel mogelijk complementair zijn, en dat die leden deskundigen gekozen worden uit een evenwichtig geografisch spectrum.

De Europese jury kiest een voorzitter.

3.

De door het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en het Comité van de Regio's aangewezen leden van de Europese jury worden benoemd voor een periode van vier drie jaar. In afwijking hiervan geldt echter voor de eerste jury die in het kader van het onderhavige besluit wordt samengesteld, dat het Europees Parlement zijn drie deskundigen voor drie jaar, de Raad zijn drie leden deskundigen voor twee één jaar, en de Commissie haar drie deskundigen leden voor drie twee jaar en het Comité van de Regio's zijn deskundige voor één jaar benoemt, om een gespreide vervanging van de juryleden mogelijk te maken en derhalve te voorkomen dat ervaring en knowhow verloren gaan, zoals het geval zou zijn wanneer alle leden gelijktijdig werden vervangen.

Motivering

Het Comité staat sceptisch tegenover een voorselectie van de juryleden door de Commissie. Het stelt voor de huidige regeling in licht gewijzigde vorm te behouden. Met name de vertegenwoordiging van de desbetreffende lidstaat in de jury die de selectie moet doen blijkt goed te werken.

Wijzigingsvoorstel 5

Artikel 10, lid 1, 2 en 3

Commissievoorstel

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Bepalingen met betrekking tot kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten

1.

De Commissie is belast met de organisatie van de competitie tussen steden uit kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten.

2.

De Commissie publiceert zes jaar vóór de aanvang van het jaar waarin het evenement plaatsvindt, een oproep tot het indienen van kandidaturen in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze oproep staat open voor steden uit alle kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten, op voorwaarde dat deze landen op het tijdstip van publicatie van de oproep deelnemen aan het programma Creatief Europa of aan vervolgprogramma's van de Unie voor cultuur.

Om redenen van billijkheid jegens de steden uit de lidstaten mag elke stad in de periode 2020 tot 2033 slechts éénmaal aan een competitie voor steden uit kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten deelnemen, en mag een stad die aan een dergelijke competitie heeft deelgenomen op grond van de bepalingen van artikel 3, lid 2, in dezelfde periode niet aan een latere competitie voor lidstaten deelnemen, als het betreffende land intussen toegetreden is.

Eveneens om redenen van billijkheid jegens de lidstaten mag elke kandidaat-lidstaat of potentiële kandidaat-lidstaat het evenement in de periode 2020 tot 2033 slechts éénmaal organiseren. Daarom mogen steden uit landen waaraan de titel reeds is verleend, in die periode niet aan latere competities deelnemen.

3.

De voorwaarden van artikel 4 en de criteria van artikel 5 zijn van toepassing op kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten.

Bepalingen met betrekking tot derde landen kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten

1.

De Commissie is belast met de organisatie van de competitie tussen steden uit kandidaat-lidstaten, en potentiële kandidaat-lidstaten, landen die deel uitmaken van het Europees nabuurschapsbeleid (ENB) en EVA-landen die lid zijn van de EER, ENB-landen en Zwitserland .

2.

De Commissie publiceert zes jaar vóór de aanvang van het jaar waarin het evenement plaatsvindt, een oproep tot het indienen van kandidaturen in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze oproep staat open voor steden uit alle kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten, op voorwaarde dat deze landen op het tijdstip van publicatie van de oproep deelnemen aan het programma Creatief Europa of aan vervolgprogramma's van de Unie voor cultuur.

Om redenen van billijkheid jegens de steden uit de lidstaten mag elke stad in de periode 2020 tot 2033 slechts éénmaal aan een competitie voor steden uit kandidaat-lidstaten, en potentiële kandidaat-lidstaten, landen die deel uitmaken van het Europees nabuurschapsbeleid (ENB) en EVA-landen die lid zijn van de EER, ENB-landen en Zwitserland deelnemen, en mag een stad die aan een dergelijke competitie heeft deelgenomen op grond van de bepalingen van artikel 3, lid 2, in dezelfde periode niet aan een latere competitie voor lidstaten deelnemen, als het betreffende land intussen toegetreden is.

Eveneens om redenen van billijkheid jegens de lidstaten mag elk van genoemde landen elke kandidaat-lidstaat, of potentiële kandidaat-lidstaat het evenement in de periode 2020 tot 2033 slechts éénmaal organiseren. Daarom mogen steden uit landen waaraan de titel reeds is verleend, in die periode niet aan latere competities deelnemen.

3.

De voorwaarden van artikel 4 en de criteria van artikel 5 zijn van toepassing op genoemde landen kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten. De Commissie kan in overeenstemming met genoemde landen het programma aanpassen, met name de duur ervan, om een te hoge kostendruk te voorkomen.

Motivering

Het Comité acht het niet zinvol om de deelnemers op te delen naar steunprogramma of initiatief en stelt daarom voor de keur aan landen die mogen deelnemen uit te breiden. Met flexibele oplossingen moet het mogelijk zijn een te hoge kostendruk te vermijden.

Wijzigingsvoorstel 6

Artikel 11

Commissievoorstel

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De Commissie wijst middels uitvoeringshandelingen officieel de Culturele Hoofdsteden van Europa aan, met inachtneming van de aanbevelingen van de Europese jury. De Commissie brengt het Europees Parlement, de Raad en het Comité van de Regio's van de aanwijzing op de hoogte.

De Commissie wijst middels uitvoeringshandelingen officieel de Culturele Hoofdsteden van Europa aan, met inachtneming van de aanbevelingen van de Europese jury. De Commissie brengt het Europees Parlement, de Raad en het Comité van de Regio's van de aanwijzing op de hoogte.

1.

De Commissie draagt in overleg met de betrokken lidstaten een stad voor voor de titel van "Culturele Hoofdstad van Europa" en stelt uiterlijk vier jaar voor de aanvang van het evenement het Europees Parlement, de Raad en het Comité van de Regio's hiervan in kennis.

De kennisgeving moet vergezeld gaan van een verantwoording van de voordracht op grond van de verslagen van de jury.

Bij de voordracht wordt rekening gehouden met de aanbevelingen van de jury.

2.

Het Europees Parlement kan uiterlijk drie maanden na ontvangst van de voordrachten een advies aan de Commissie doen toekomen.

3.

Op grond van een aanbeveling van de Commissie die is opgesteld in het licht van het advies van het Europees Parlement en de verantwoordingen op basis van de verslagen van de jury's wijst de Raad officieel de steden in kwestie aan als Culturele Hoofdsteden van Europa voor het jaar waarvoor zij zijn voorgedragen.

Motivering

De aanwijzing tot Culturele Hoofdstad van Europa is van dermate grote betekenis dat het gerechtvaardigd is om dit de Raad te laten doen. Art. 291, lid 2 van het VWEU stipuleert uitdrukkelijk dat in naar behoren gemotiveerde specifieke gevallen aan de Raad uitvoeringsbevoegdheden kunnen worden toegekend.

Brussel, 30 november 2012

De voorzitter van het Comité van de Regio's

Ramón Luis VALCÁRCEL SISO


(1)  CdR 191/2011 fin.

(2)  CdR 191/2011 fin.