18.12.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 391/49


Advies van het Comité van de Regio's — Pakket overheidsopdrachten

2012/C 391/09

HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

vindt dat in de regelgeving voor aanbestedingen meer aandacht zou moeten worden besteed aan het uitgangspunt dat een aanbestedende dienst "waar voor zijn geld" moet krijgen. De belangrijkste reden voor een aanbestedende dienst om een aanbesteding uit te schrijven is de gewenste levering van een product, dienst of werk. De regelgeving moet ervoor zorgen dat zowel de burgers als de aanbieders en afnemers tevreden zijn met het resultaat van de aanbesteding. Eenvoudige en begrijpelijke regels vergemakkelijken uiteraard ook de grensoverschrijdende handel;

betreurt dat ook sommige nieuwe voorstellen moeilijk te begrijpen en buitengewoon gedetailleerd zijn, en dat er een aantal nieuwe bepalingen is bijgekomen. Er is ook een aantal bepalingen bijgekomen ter vereenvoudiging van aanbestedingen, maar andere nieuwe regels zorgen juist voor méér administratieve rompslomp voor de aanbestedende diensten, terwijl rechtszekerheid onontbeerlijk is om overheidsopdrachten in alle rust te kunnen gunnen;

is van mening dat het mogelijk is om eenvoudiger maar toch doeltreffende regels voor aanbestedingen op te stellen, hetgeen met name blijkt uit de overeenkomst inzake overheidsopdrachten (Government Procurement Agreement, GPA) van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), die eenvoudiger is dan soortgelijke EU-regelgeving. De Commissie zou de drempel voor aanbestedingen aanzienlijk moeten verhogen. Aangezien slechts een zeer klein percentage van de overheidsopdrachten aan buitenlandse inschrijvers wordt gegund en gezien de administratieve rompslomp die de regelgeving met zich brengt voor aanbestedende diensten en aannemers, is het onnodig om zo'n lage drempel te hanteren;

wijst erop dat het voorstel in strijd is met het recht van de lidstaten om zelf hun interne aangelegenheden te regelen. Het is belangrijk dat het evenredigheidsbeginsel in acht wordt genomen. Een voorgestelde EU-maatregel moet enerzijds noodzakelijk zijn om het doel te bereiken en anderzijds doeltreffender zijn dan een soortgelijke maatregel op nationaal niveau. In dit geval wijst niets erop dat de voorgestelde regeling doeltreffender is dan wanneer elke lidstaat dit zelf, overeenkomstig de nationale wetgeving, regelt.

Rapporteur

Catarina SEGERSTEN LARSSON (SE/EVP), lid van de Provinciale Staten van Värmland

Referentiedocumenten

Advies over het pakket overheidsopdrachten, bestaande uit:

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het gunnen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten

COM(2011) 895 final

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het gunnen van overheidsopdrachten

COM(2011) 896 final

I.   ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

1.

In het Groenboek van de Commissie betreffende overheidsopdrachten ("De modernisering van het EU-beleid inzake overheidsopdrachten - Naar een meer efficiënte Europese aanbestedingsmarkt", COM(2011) 15 final) werd een groot aantal kwesties aan de orde gesteld die verband houden met overheidsopdrachten.

2.

Het Comité van de Regio's bracht in mei 2011 advies uit over het Groenboek en benadrukte in dit advies dat kleine en middelgrote ondernemingen moeten kunnen meedingen naar overheidsopdrachten, dat de huidige regels veel te gedetailleerd zijn en dat er milieuvriendelijk, sociaal verantwoord en innovatief moet kunnen worden aanbesteed. Voorts wilde het Comité het onderscheid tussen "A"- en "B"-diensten in stand houden, een Europees aanbestedingspaspoort invoeren, het toepassingsgebied van de procedure van gunning door onderhandelingen uitbreiden en de regels voor raamovereenkomsten verbeteren.

II.   VOORSTEL VAN DE EUROPESE COMMISSIE TOT WIJZIGING VAN DE RICHTLIJN BETREFFENDE HET GUNNEN VAN OVERHEIDSOPDRACHTEN EN DE RICHTLIJN BETREFFENDE HET GUNNEN VAN OPDRACHTEN IN DE SECTOREN WATER- EN ENERGIEVOORZIENING, VERVOER EN POSTDIENSTEN

3.

Het voorstel voor herziening van de aanbestedingsrichtlijnen bevat in vergelijking met de bestaande richtlijnen een groot aantal nieuwe en gedetailleerde bepalingen. Een aantal voorstellen beoogt de procedure te vereenvoudigen voor kleine en middelgrote ondernemingen. Voor bepaalde vormen van samenwerking tussen overheden wordt een uitzondering gemaakt. Er wordt meer nadruk gelegd op het milieu, op sociale aspecten en innovaties en op e-handel. Wat ook nieuw is, is het voorstel om voortaan geen onderscheid meer te maken tussen "A"- en "B"-diensten en een nieuw systeem voor de aanbesteding van sociale diensten in te voeren. Ook worden regels voorgesteld voor toezicht op overheidsopdrachten, evenals voor adviesverlening.

4.

Toen de bestaande aanbestedingsrichtlijnen werden opgesteld, heeft het Comité van de Regio's zich ook al gebogen over de behoefte aan een beduidend eenvoudiger regelgeving. Het huidige systeem leidt tot een hoop problemen en juridisch getouwtrek, omdat de regelgeving ingewikkeld en onduidelijk is. Het getuigt ook van wantrouwen jegens aanbestedende diensten. Het Comité betreurt bovendien dat vooral de procedure van de openbare aanbesteding aandacht krijgt, en niet het resultaat in termen van het algemeen belang.

5.

In de regelgeving voor aanbestedingen zou meer aandacht moeten worden besteed aan het uitgangspunt dat een aanbestedende dienst "waar voor zijn geld" moet krijgen. De belangrijkste reden voor een aanbestedende dienst om een aanbesteding uit te schrijven is de gewenste levering van een product, dienst of werk. De regelgeving moet ervoor zorgen dat zowel de burgers als de aanbieders en afnemers tevreden zijn met het resultaat van de aanbesteding. Eenvoudige en begrijpelijke regels vergemakkelijken uiteraard ook de grensoverschrijdende handel.

6.

Helaas zijn ook sommige nieuwe voorstellen moeilijk te begrijpen en buitengewoon gedetailleerd. Bovendien is er een aantal nieuwe bepalingen bijgekomen. Er is ook een aantal bepalingen bijgekomen ter vereenvoudiging van aanbestedingen, maar andere nieuwe regels zorgen juist voor méér administratieve rompslomp voor de aanbestedende diensten, terwijl rechtszekerheid onontbeerlijk is om overheidsopdrachten in alle rust te kunnen gunnen.

7.

Krachtens artikel 5, lid 4, VEU mogen de inhoud en de vorm van het optreden van de Unie niet verder gaan dan wat nodig is om de doelstellingen van de Verdragen te verwezenlijken. De voorgestelde mate van detaillering druist in tegen het voornemen om de aanbestedingsregels te vereenvoudigen en legt de aanbestedende diensten, en dan met name de kleine lokale en regionale overheden, onaanvaardbare administratieve lasten op.

8.

De regelgeving zou er een stuk handzamer op zijn geworden als het aantal regels was beperkt en vereenvoudigd en, waar nodig, was aangevuld met richtsnoeren op basis van de jurisprudentie van het Hof van Justitie. Deze kunnen voortdurend worden bijgewerkt zonder dat de richtlijn moet worden aangepast.

9.

Dat het mogelijk is om eenvoudiger maar toch doeltreffende regels voor aanbestedingen op te stellen, blijkt met name uit de overeenkomst inzake overheidsopdrachten (Government Procurement Agreement, GPA) van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), die eenvoudiger is dan soortgelijke EU-regelgeving. De Commissie zou de drempel voor aanbestedingen aanzienlijk moeten verhogen. Aangezien slechts een zeer klein percentage van de overheidsopdrachten aan buitenlandse inschrijvers wordt gegund en gezien de administratieve rompslomp die de regelgeving met zich brengt voor aanbestedende diensten en aannemers, is het onnodig om zo'n lage drempel te hanteren. De recente WTO-overeenkomst inzake overheidsopdrachten (GPA) vervangt de overeenkomst uit 1994. Het Comité van de Regio's roept de Commissie op nu al onderhandelingen aan te vatten over de herziening van de overeenkomst van december 2011 en daarbij opnieuw over de drempel te onderhandelen, teneinde deze aanzienlijk op te trekken.

10.

Het is buitengewoon belangrijk dat er regels zijn die het voor kleine en middelgrote ondernemingen eenvoudiger maken om in te schrijven op overheidsopdrachten, en dat de mogelijkheden voor onderaanbesteding worden uiteengezet. Ook hier komen eenvoudige regels van pas, omdat deze bedrijven niet over juridische kennis met betrekking tot aanbestedingen of andere expertise beschikken. Zij zijn deskundig op het gebied van de goederen of diensten die zij aanbieden, niet op het gebied van de aanbestedingsregelgeving. Er wordt een aantal regels voorgesteld die het deze ondernemingen een stuk eenvoudiger maken, zoals op het gebied van certificaten en de invoering van een Europees aanbestedingspaspoort. Dat is een goede zaak. Het Comité van de Regio's begrijpt echter niet waarom opdrachten verplicht in percelen zouden moeten worden verdeeld en waarom aanbestedende diensten zouden moeten toelichten waarom zij dat niet doen.

11.

"Opdrachten die worden gegund aan gecontroleerde entiteiten, of samenwerking voor de gezamenlijke uitvoering van de taken van algemeen belang van de deelnemende aanbestedende diensten moeten worden vrijgesteld van de toepassing van de aanbestedingsregels indien is voldaan aan de in de richtlijn neergelegde voorwaarden", zo luidt het voorstel. De voorgestelde regeling van vrijstellingen voor intragroepssamenwerking en voor de samenwerking tussen aanbestedende diensten is echter te restrictief geformuleerd, zal in de praktijk niet uitvoerbaar zijn en er dus toe leiden dat de richtlijn wellicht botst met de interne bestuursrechtelijke regelingen van de lidstaten.

12.

Het Comité van de Regio's stelde in zijn reactie op het Groenboek voor dat voor de procedure van gunning door onderhandeling dezelfde voorwaarden zouden moeten gelden als in de nutssector en het Comité blijft bij dit standpunt. Er is geen reden om aan te nemen dat diensten in de "klassieke" sector minder goed kunnen onderhandelen dan entiteiten die actief zijn in de nutssector. De aanbestedende diensten kopen niet alleen standaardgoederen in, maar ook veel ingewikkelde producten als IT-systemen en medische apparatuur, en voor deze aankopen is de procedure van gunning door onderhandelingen geschikt, evenals voor allerlei vormen van gecompliceerde dienstverlening.

13.

Kleine en middelgrote ondernemingen zouden de mogelijkheid moeten krijgen om gebruik te maken van de procedure van gunning door onderhandelingen, omdat deze procedure meer flexibiliteit biedt. Bovendien is het voor deze ondernemingen vaak moeilijk om hun inschrijving aan te vullen of aan te passen. Op dit vlak zouden de regels wat minder rigide kunnen zijn.

14.

De aanbesteding van informatie- en communicatietechnologie (ICT-systemen) is een geval apart, omdat aanvullende overeenkomsten, bijv. voor extra licenties en nieuwe modules, niet altijd zonder overwegende bezwaren van zowel technische als financiële aard aan een openbare aanbesteding kunnen worden onderworpen.

15.

Voor lokale en regionale aanbestedende diensten wordt een enigszins eenvoudiger systeem voorgesteld met een oproep tot mededinging via een periodieke indicatieve aankondiging, overeenkomstig de WTO-regels. Indien van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, hoeft vóór de aanvang van de aanbestedingsprocedure geen aparte aankondiging van een aanbesteding bekend te worden gemaakt. Dat is een goed voorstel, dat e.e.a. voor zowel overheidsdiensten als bedrijven een stuk gemakkelijker maakt.

16.

In zijn advies over het Groenboek suggereerde het Comité van de Regio's dat voor raamovereenkomsten dezelfde bepalingen dienen te gelden als in de Richtlijn Nutsbedrijven, als opstap naar flexibeler regelgeving. Het is teleurstellend dat de Commissie in plaats daarvan voorstelt de Richtlijn Nutsbedrijven aan te passen en de bepalingen hiervan net zo gedetailleerd te maken als die welke betrekking hebben op de "klassieke" sector. Ook moet duidelijk worden gesteld dat wanneer het om goederen en diensten gaat die aan individuele behoeften voldoen, zoals hulpmiddelen voor gehandicapten, in de overeenkomst moet kunnen worden vastgelegd dat de burger zelf een keuze mag maken uit de aannemers die in de raamovereenkomst worden genoemd.

17.

Het Comité van de Regio's vindt elektronische aanbestedingen een goede zaak en is blij met het initiatief van de Commissie op dit vlak. Elektronische aanbestedingen vereenvoudigen de procedure voor zowel kopers als verkopers. De voorgestelde periode van twee jaar voordat het verplicht wordt om elektronisch in te schrijven op aanbestedingen is echter veel te kort, met name voor kleine ondernemingen. De aanbestedende dienst moet hierover beslissen. Niet in alle branches en alle lidstaten zijn bedrijven even vergevorderd op dit vlak en het zijn de aanbestedende diensten zelf die hier het beste zicht op hebben. Het is onbegrijpelijk waarom aparte regels en een kortere termijn zouden gelden voor het invoeren van deze verplichting voor aankoopcentrales, met name in het geval van lokale en regionale aankoopcentrales.

18.

Het Comité wil ook beklemtonen dat het absoluut noodzakelijk is dat de Commissie de CPV-codes herziet. Het is nl. moeilijk om er wegwijs in te worden; bovendien is het systeem ambigu en soms ook onlogisch. Elektronische aanbestedingen verlopen soepeler met een goed functionerend systeem van CPV-codes.

19.

Het Comité van de Regio's is van mening dat het huidige onderscheid tussen "A"- en "B"-diensten absoluut in stand moet worden gehouden en dat de voorgestelde artikelen 74-76 over sociale en andere specifieke diensten moeten worden geschrapt. Deze diensten hebben erg weinig grensoverschrijdend belang. Het voorgestelde model voor sociale diensten weegt niet op tegen de nadelen die de afschaffing van de speciale regeling voor B-diensten met zich meebrengt. Er moet niet alleen een uitzondering worden gemaakt voor sociale diensten en diensten in de gezondheidszorg, maar ook voor bijv. juridische dienstverlening, waarbij persoonlijk vertrouwen een belangrijke rol speelt en moeilijk op de gebruikelijke wijze kan worden geconcurreerd. Ook maaltijdvoorziening en beroepsopleidingsdiensten zijn vaak een vorm van sociale dienstverlening. Dat geldt eveneens voor schoonmaakwerk en andere vormen van dienstverlening aan ouderen en mensen met een handicap.

20.

Het Comité is van mening dat overheidsdiensten een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het bereiken van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie, zeker wat betreft de vlaggenschipinitiatieven ‧Innovatie-Unie‧ en ‧Efficiënt gebruik van hulpbronnen‧, door gebruik te maken van hun kopersmacht.

21.

Het Comité van de Regio's juicht het toe dat in het voorstel voor een richtlijn meer nadruk wordt gelegd op de mogelijkheid om milieu- en sociale eisen te stellen, zelfs wanneer dat ten koste lijkt te gaan van de toepasbaarheid van de regels. Een voorbeeld hiervan is artikel 67 inzake levenscycluskosten. Het is belangrijk dat de aanbestedende dienst beslist of, en zo ja, welke eisen er worden gesteld, omdat goederen en diensten van heel verschillende aard kunnen zijn, en dat beleidsdoelstellingen kunnen worden vastgesteld op basis van de beleidskeuzes op lokaal en regionaal niveau. Het maakt een groot verschil of je cement aanbesteedt of een MRI-scanner. Het Comité van de Regio's merkt echter op dat er een objectief verband met het voorwerp van de opdracht moet bestaan om ondoorzichtige en willekeurige gunningsbesluiten te vermijden en eerlijke concurrentie tussen ondernemingen te garanderen.

22.

Het Comité van de Regio's vindt dat het voor de aanbestedende dienst mogelijk moet zijn om tegen de "laagste kosten" aan te besteden of de "economisch voordeligste inschrijving" te kiezen. Voor een groot aantal basisproducten, zoals benzine, is de prijs het enige echte criterium. Dat geldt echter ook voor sommige complexe producten, zoals bepaalde geneesmiddelen, waarvan de kwaliteit al getest is bij de aanvraag van een verkoopvergunning. Aanbesteden tegen de laagste prijs hoeft niet te betekenen dat er geen kwaliteitseisen worden gesteld. Bij dit soort aanbestedingen staan de kwaliteitseisen voorop; pas als aan de gestelde eisen is voldaan, wordt naar de prijs gekeken en wordt het scherpste bod aanvaard. Aanbesteden tegen de laagste prijs is ook gunstig voor kleine ondernemingen, omdat deze vaak lage administratieve kosten hebben en tegen zeer competitieve prijzen kunnen inschrijven. Concurrentie op sociale of milieuaspecten kan er daarentegen toe leiden dat veel kleine ondernemingen van de markt worden uitgesloten. Het is verwarrend dat in het voorstel wordt gesproken over "laagste kostprijs" in plaats van over "laagste prijs". Het begrip "laagste kostprijs" hangt meer samen met het economisch meest voordelige aanbod en geeft aan dat ook rekening wordt gehouden met andere zaken dan de prijs. Omwille van de duidelijkheid is het beter om de terminologie van de bestaande richtlijnen aan te houden.

23.

De Commissie stelt ook nieuwe bepalingen voor die de betrekkingen met onderaannemers en wijziging van de overeenkomst tijdens de looptijd regelen. Het Comité van de Regio's vindt echter dat dit niet thuishoort in een richtlijn, nu niet en ook in de toekomst niet. Dat is iets voor het nationale verbintenissenrecht. Toch kan het nuttig zijn om dit soort kwesties in een interpretatief document te behandelen.

24.

De Commissie stelt een aantal verstrekkende bepalingen voor met betrekking tot nationale toezichtsinstanties en steun bij aanbestedingen. Daarover werd echter met geen woord gerept in het groenboek. Volgens artikel 2 van Protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid dient de Commissie brede raadplegingen te houden alvorens een wetgevingshandeling voor te stellen. Bij dergelijke raadplegingen kan, indien nodig, de lokale en regionale dimensie van de geplande maatregelen worden bekeken, vooral in zeer dringende gevallen. De oprichting van nationale toezichtsinstanties is werkelijk van groot belang voor het lokale en regionale niveau, vooral in lidstaten waar decentrale overheden wetgevende macht hebben.

25.

Het voorstel is in strijd met het recht van de lidstaten om zelf hun interne aangelegenheden te regelen en met het subsidiariteitsbeginsel. Het is belangrijk dat het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel in acht worden genomen. Een voorgestelde EU-maatregel moet enerzijds noodzakelijk zijn om het doel te bereiken en anderzijds doeltreffender zijn dan een soortgelijke maatregel op nationaal niveau. In dit geval wijst niets erop dat de voorgestelde regeling doeltreffender is dan wanneer elke lidstaat dit zelf, overeenkomstig de nationale wetgeving, regelt. Bestaande structuren van overheden en de rechterlijke macht zouden in staat moeten zijn om de nieuwe handhavingstaken uit te voeren, waardoor het dus niet nodig is om in alle lidstaten aparte nieuwe toezichthoudende instanties op te zetten. Bovendien worden in het Commissievoorstel bepaalde taken gecombineerd op een wijze die de traditionele bevoegdheidsverdeling tussen overheden en gerechtelijke instanties niet in acht neemt.

III.   AANBEVELINGEN VOOR WIJZIGINGEN

Wijzigingsvoorstel 1

COM(2011) 896 final

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(14)

Er is een groot gebrek aan rechtszekerheid over de vraag in hoeverre de aanbestedingsregels moeten worden toegepast op de samenwerking tussen overheidsdiensten. De desbetreffende rechtspraak van het Europees Hof van Justitie wordt door de lidstaten en zelfs door de aanbestedende diensten op uiteenlopende wijze geïnterpreteerd. Het is daarom noodzakelijk te verduidelijken in welke gevallen de aanbestedingsregels niet van toepassing zijn op overeenkomsten tussen aanbestedende diensten. Bij deze verduidelijking moeten de beginselen die zijn neergelegd in de toepasselijke jurisprudentie van het Hof van Justitie, als leidraad fungeren. Het enkele feit dat beide partijen in een overeenkomst zelf aanbestedende diensten zijn, sluit op zich de toepassing van aanbestedingsregels niet uit. De toepassing van aanbestedingsregels mag echter niet ten koste gaan van de vrijheid van overheidsdiensten om te beslissen hoe zij de vervulling van hun taken van algemeen belang willen organiseren. Opdrachten die worden gegund aan gecontroleerde entiteiten, of samenwerking voor de gezamenlijke uitvoering van de taken van algemeen belang van de deelnemende aanbestedende diensten moeten daarom worden vrijgesteld van de toepassing van de aanbestedingsregels indien is voldaan aan de in deze richtlijn neergelegde voorwaarden. Deze richtlijn wil ervoor zorgen dat vrijgestelde samenwerking tussen overheidsdiensten niet leidt tot verstoring van de mededinging ten opzichte van particuliere ondernemers. De deelname van een aanbestedende dienst als inschrijver in een procedure voor de gunning van een overheidsopdracht mag evenmin leiden tot verstoring van de mededinging.

(14)

Er is een groot gebrek aan rechtszekerheid over de vraag in hoeverre de aanbestedingsregels moeten worden toegepast op de samenwerking tussen overheidsdiensten. De desbetreffende rechtspraak van het Europees Hof van Justitie wordt door de lidstaten en zelfs door de aanbestedende diensten op uiteenlopende wijze geïnterpreteerd. Het is daarom noodzakelijk te verduidelijken in welke gevallen de aanbestedingsregels niet van toepassing zijn op overeenkomsten tussen aanbestedende diensten. Bij deze verduidelijking moeten de beginselen die zijn neergelegd in de toepasselijke jurisprudentie van het Hof van Justitie, als leidraad fungeren. Het enkele feit dat beide partijen in een overeenkomst zelf aanbestedende diensten zijn, sluit op zich de toepassing van aanbestedingsregels niet uit. De toepassing van aanbestedingsregels mag echter niet ten koste gaan van de vrijheid van overheidsdiensten om te beslissen hoe zij de vervulling van hun taken van algemeen belang willen organiseren. Opdrachten die worden gegund aan gecontroleerde entiteiten, of samenwerking voor de gezamenlijke uitvoering van de taken van algemeen belang van de deelnemende aanbestedende diensten moeten daarom worden vrijgesteld van de toepassing van de aanbestedingsregels indien is voldaan aan de in deze richtlijn neergelegde voorwaarden. Deze richtlijn wil ervoor zorgen dat vrijgestelde samenwerking tussen overheidsdiensten niet leidt tot verstoring van de mededinging ten opzichte van particuliere ondernemers. De deelname van een aanbestedende dienst als inschrijver in een procedure voor de gunning van een overheidsopdracht mag evenmin leiden tot verstoring van de mededinging.

Motivering

Er dient op te worden gewezen dat de aanbestedingsregels geen betrekking hebben op de verschillende vormen van samenwerking tussen overheidsdiensten.

Wijzigingsvoorstel 2

COM(2011) 896 final

Overweging 46

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(46)

Aanbestedende diensten kunnen af te rekenen krijgen met externe omstandigheden die zij niet konden voorzien bij de gunning van de opdracht. In dat geval is enige flexibiliteit vereist om de opdracht zonder nieuwe gunningsprocedure aan deze omstandigheden aan te passen. Het begrip onvoorzienbare omstandigheden verwijst naar omstandigheden die niet konden worden voorzien ondanks een normaal zorgvuldige voorbereiding van de aanvankelijke gunning door de aanbestedende dienst, rekening houdend met de beschikbare middelen, de aard en de kenmerken van het specifieke project, de goede praktijk in het betrokken gebied en de noodzaak te zorgen voor een passende verhouding tussen de voor de voorbereiding van de gunning uitgetrokken middelen en de voorzienbare waarde ervan. Dit is echter niet van toepassing in gevallen waarin een wijziging tot een verandering van de aard van de gehele aanbesteding leidt, bijvoorbeeld door werken, leveringen of diensten te vervangen door iets anders of door het soort aanbesteding wezenlijk te veranderen, want in een dergelijke situatie kan een hypothetische invloed op het resultaat worden vermoed.

(46)

Aanbestedende diensten kunnen af te rekenen krijgen met externe omstandigheden die zij niet konden voorzien bij de gunning van de opdracht. In dat geval is enige flexibiliteit vereist om de opdracht zonder nieuwe gunningsprocedure aan deze omstandigheden aan te passen. Het begrip onvoorzienbare omstandigheden verwijst naar omstandigheden die niet konden worden voorzien ondanks een normaal zorgvuldige voorbereiding van de aanvankelijke gunning door de aanbestedende dienst. Dit is echter niet van toepassing in gevallen waarin een wijziging tot een verandering van de aard van de gehele aanbesteding leidt, bijvoorbeeld door werken, leveringen of diensten te vervangen door iets anders of door het soort aanbesteding wezenlijk te veranderen, want in een dergelijke situatie kan een hypothetische invloed op het resultaat worden vermoed.

Motivering

In de inleiding bij het wetsvoorstel wordt omschreven wat er onder "onvoorzienbare omstandigheden" wordt verstaan, maar daarbij mag niet worden verwezen naar de beschikbare middelen van de aanbestedende diensten en de vraag hoe deze zich verhouden tot de totale voorzienbare waarde van het project. Deze zaken vallen niet onder de bevoegdheid van de Commissie. Organisatorische en personeelsgerelateerde aspecten van de aanbestedende dienst mogen evenmin als criterium mee in beschouwing worden genomen in de evaluatie van de uitkomst van de aanbestedingsprocedure. Lokale aanbestedende diensten mogen zelf bepalen hoe zij hun personeelsmiddelen inzetten en welke werkwijzen zij hanteren, ongeacht de gunningsprocedure voor overheidsopdrachten. Een dergelijk evaluatiemechanisme is in strijd met het EU-recht en moet daarom uit de inleiding worden geschrapt.

Wijzigingsvoorstel 3

COM(2011) 895 final

Artikel 1

COM(2011) 896 final

Artikel 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Artikel 1

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

Onderwerp en toepassingsgebied

1.   Bij deze richtlijn worden regels vastgesteld betreffende procedures voor aanbesteding door aanbestedende diensten met betrekking tot overheidsopdrachten en prijsvragen waarvan de geraamde waarde niet minder bedraagt dan de in de artikel 4 vastgestelde drempels.

1.   Bij deze richtlijn worden regels vastgesteld betreffende procedures voor aanbesteding door aanbestedende diensten met betrekking tot overheidsopdrachten en prijsvragen waarvan de geraamde waarde niet minder bedraagt dan de in de artikel 4 vastgestelde drempels.

2.   Aanbesteding in de zin van deze richtlijn is de aankoop of de verkrijging in een andere vorm van werken, leveringen of diensten door een of meer aanbestedende diensten van door deze aanbestedende diensten gekozen ondernemers, ongeacht of de werken, leveringen of diensten een openbare bestemming hebben of niet.

2.   Aanbesteding in de zin van deze richtlijn is de aankoop of de verkrijging in een andere vorm van werken, leveringen of diensten door een of meer aanbestedende diensten van door deze aanbestedende diensten gekozen ondernemers

Een geheel van werken, leveringen en/of diensten, zelfs indien aangekocht in verschillende opdrachten, vormt één enkele aanbesteding in de zin van deze richtlijn indien de opdrachten deel uitmaken van één enkel project.

.

 

   

 

 

 

 

   

 

   

 

 

 

 

   

 

 

 

   

Motivering

De verkrijging van werken, leveringen of diensten zonder openbare bestemming valt niet onder de aanbestedingsrichtlijnen.

Een specifieke gunning moet de basis van een aanbesteding zijn en niet een specifiek project, omdat een project ook onderdelen kan bevatten die buiten het toepassingsgebied van de richtlijn vallen.

De bepalingen inzake de betrekkingen tussen overheidsinstanties moeten worden verplaatst van artikel 11 (in COM(2011) 896) en artikel 21 (in COM(2011) 895) naar artikel 1, omdat zij buiten het toepassingsgebied vallen.

In het arrest van het Hof van Justitie (Teckal C-107/98) wordt gesproken over activiteiten die "in hoofdzaak" worden uitgeoefend door de betrokken rechtspersoon, en niet voor 90 procent. Restrictieve interpretatie van de rechtspraak van het Hof dient te worden vermeden.

Als gevolg van de voorgestelde wijzigingen dienen artikel 11 (in COM(2011) 896) en artikel 21 (in COM(2011) 895) te worden geschrapt.

Wijzigingsvoorstel 4

COM(2011) 896 final

Artikel 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Artikel 4

Artikel 4

Drempelbedragen

Drempelbedragen

Deze richtlijn is van toepassing op opdrachten waarvan de geraamde waarde exclusief belasting over de toegevoegde waarde (BTW) gelijk is aan of groter dan de volgende drempelbedragen:

Deze richtlijn is van toepassing op opdrachten waarvan de geraamde waarde exclusief belasting over de toegevoegde waarde (BTW) gelijk is aan of groter dan de volgende drempelbedragen:

(a)

5 000 000 euro voor overheidsopdrachten voor werken;

(a)

5 000 000 euro voor overheidsopdrachten voor werken;

(b)

130 000 euro voor overheidsopdrachten voor leveringen en voor diensten gegund door aanbestedende diensten die centrale overheidsinstanties zijn, en voor door deze instanties georganiseerde prijsvragen; wat betreft overheidsopdrachten voor leveringen afkomstig van aanbestedende diensten die op het gebied van defensie werkzaam zijn, geldt deze drempel alleen voor opdrachten betreffende producten die onder bijlage III vallen;

(b)

130 000 euro voor overheidsopdrachten voor leveringen en voor diensten gegund door aanbestedende diensten die centrale overheidsinstanties zijn, en voor door deze instanties georganiseerde prijsvragen; wat betreft overheidsopdrachten voor leveringen afkomstig van aanbestedende diensten die op het gebied van defensie werkzaam zijn, geldt deze drempel alleen voor opdrachten betreffende producten die onder bijlage III vallen;

(c)

200 000 euro voor overheidsopdrachten voor leveringen en voor diensten gegund door lagere aanbestedende diensten en voor door deze diensten georganiseerde prijsvragen;

(c)

euro voor overheidsopdrachten voor leveringen en voor diensten gegund door lagere aanbestedende diensten en voor door deze diensten georganiseerde prijsvragen

(d)

500 000 euro voor overheidsopdrachten voor sociale en andere specifieke diensten in de zin van bijlage XVI.

.

Motivering

De huidige drempel van ongeveer 1 500 000 kroon voor goederen en diensten heeft tot gevolg dat er bijna geen grensoverschrijdende handel bestaat. Slechts 1,4 % van de in 2009 afgesloten contracten oversteeg de landsgrenzen. Het valt aan te bevelen dat de drempel voor goederen en diensten wordt opgetrokken en dat de tekst in artikel 4, lid 1, onder d) wordt geschrapt. Bij de volgende heronderhandeling van de WTO-overeenkomst zou de Commissie de daadwerkelijke verhoging van de drempelbedragen voor overheidsopdrachten op zijn minst als een hoge prioriteit moeten beschouwen. Aangezien een erg klein deel van de overheidsopdrachten grensoverschrijdend is en de regelgeving voor overheden en leveranciers een administratieve last betekent, is het niet nodig dergelijke lage drempelwaarden te hanteren.

Wijzigingsvoorstel 5

COM(2011) 895 final

Artikel 19

COM(2011) 896 final

Artikel 10

Specifieke uitsluitingen voor overheidsopdrachten voor diensten

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Specifieke uitsluitingen voor overheidsopdrachten voor diensten

Specifieke uitsluitingen voor overheidsopdrachten voor diensten

(…)

(…)

(c)

betreffende diensten van arbitrage en bemiddeling;

(c)

betreffende diensten van arbitrage en bemiddeling;

 

 

 

 

 

 

(d)

inzake financiële diensten betreffende de uitgifte, de aankoop, de verkoop en de overdracht van effecten of andere financiële instrumenten, in de zin van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad, door de centrale banken verleende diensten en activiteiten die zijn uitgevoerd in het kader van de Europese faciliteit voor financiële stabiliteit;

(d)

financiële diensten betreffende de uitgifte, de aankoop, de verkoop en de overdracht van effecten of andere financiële instrumenten, in de zin van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad, die door de centrale banken verleende diensten en activiteiten die zijn uitgevoerd in het kader van de Europese faciliteit voor financiële stabiliteit;

(e)

inzake arbeidsovereenkomsten;

(e)

arbeidsovereenkomsten;

 

[…]

 

Motivering

(c bis):

Bij diensten als de vertegenwoordiging in rechte en andere juridische diensten is de link met de nationale wetgeving groot en daarom hebben deze diensten in de regel geen grensoverschrijdende dimensie. Los daarvan is er bij deze diensten sprake van een bijzondere vertrouwensrelatie, die in het kader van een aanbestedingsprocedure niet geobjectiveerd kan worden.

(c ter):

In het geval van burgerbescherming en reddingsdiensten mogen criteria als economische rentabiliteit geen rol spelen.

(d):

De vrijstelling voor alleenrecht zoals vastgelegd in artikel 18 van Richtlijn 2004/18/EG en artikel 24 en 25 van Richtlijn 2004/17/EG moet worden gehandhaafd, evenals de bepaling inzake de vrijstelling voor verrichtingen om de aanbestedende diensten van geld of kapitaal te voorzien (artikel 16, onder d). Er is behoefte aan deze bepalingen in de lidstaten.

(g):

De Europese Verdragen kennen de lidstaten uitdrukkelijk het recht toe om een alleenrecht over te dragen. Dat moet tot uiting komen in de aanbestedingsregelgeving.

Wijzigingsvoorstel 6

COM(2011) 896 final

Artikel 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

 

Motivering

Ter verduidelijking van de uitzondering die de overdracht van taken en bevoegdheden vormt op de aanbestedingsregels.

Wijzigingsvoorstel 7

COM(2011) 895 final

Artikel 21

COM(2011) 896 final

Artikel 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Betrekkingen tussen overheden

1.   Een opdracht die door een aanbestedende dienst wordt gegund aan een andere rechtspersoon, valt buiten het toepassingsgebied van deze richtlijn wanneer aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan:

   

(a)

de aanbestedende dienst oefent op de betrokken rechtspersoon toezicht uit zoals op zijn eigen diensten;

(b)

ten minste 90 % van de activiteiten van deze rechtspersoon wordt uitgeoefend voor de controlerende aanbestedende dienst of voor andere rechtspersonen die door deze aanbestedende dienst worden gecontroleerd;

(c)

er is geen privé-deelneming in de gecontroleerde rechtspersoon.

Een aanbestedende dienst wordt geacht op een rechtspersoon toezicht zoals op zijn eigen diensten uit te oefenen in de zin van de eerste alinea, onder a), wanneer hij zowel op strategische doelstellingen als belangrijke beslissingen van de gecontroleerde rechtspersoon een beslissende invloed uitoefent.

2.   Lid 1 is eveneens van toepassing wanneer een gecontroleerde entiteit die een aanbestedende dienst is, een opdracht gunt aan haar controlerende entiteit of aan een andere rechtspersoon die door dezelfde aanbestedende dienst wordt gecontroleerd, mits er geen privé-deelneming is in de rechtspersoon aan wie de overheidsopdracht wordt gegund.

   

3.   Een aanbestedende dienst die geen toezicht over een rechtspersoon uitoefent in de zin van lid 1, kan niettemin zonder de bepalingen van deze richtlijn toe te passen een opdracht gunnen aan een rechtspersoon die hij gezamenlijk met andere aanbestedende diensten controleert, wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

   

(a)

de aanbestedende diensten oefenen op de betrokken rechtspersoon gezamenlijk toezicht uit zoals op hun eigen diensten;

(b)

ten minste 90 % van de activiteiten van deze rechtspersoon wordt verricht voor de controlerende aanbestedende diensten of andere rechtspersonen die door dezelfde aanbestedende diensten worden gecontroleerd;

(c)

er is geen privé-deelneming in de gecontroleerde rechtspersoon.

Voor de toepassing van punt a) worden aanbestedende diensten geacht gezamenlijk toezicht uit te oefenen over een rechtspersoon wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

(a)

de besluitvormingsorganen van de gecontroleerde rechtspersoon zijn samengesteld uit vertegenwoordigers van alle deelnemende aanbestedende diensten;

(b)

deze aanbestedende diensten zijn in staat gezamenlijk beslissende invloed uit te oefenen over de strategische doelstellingen en belangrijke beslissingen van de gecontroleerde rechtspersoon;

(c)

de gecontroleerde rechtspersoon streeft geen andere belangen na dan die van de met hem verbonden autoriteiten;

(d)

de gecontroleerde rechtspersoon haalt uit de overheidsopdrachten met de aanbestedende diensten geen andere winst dan een vergoeding van de reële kosten.

4.   Een overeenkomst tussen twee of meer aanbestedende diensten wordt niet geacht een overheidsopdracht te zijn in de zin van artikel 2, lid 6, van deze richtlijn wanneer aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan:

   

(a)

de overeenkomst voorziet in een echte samenwerking tussen de deelnemende aanbestedende diensten met de bedoeling hun taken van openbaar belang gezamenlijk uit te oefenen, met wederzijdse rechten en verplichtingen voor de partijen;

(b)

de overeenkomst berust alleen op overwegingen die verband houden met het openbare belang;

(c)

de deelnemende aanbestedende diensten behalen op de open markt niet meer dan 10 % van de omzet uit de activiteiten die relevant zijn in het kader van de overeenkomst;

(d)

de overeenkomst houdt geen andere financiële overdrachten tussen de deelnemende aanbestedende diensten in dat die welke betrekking hebben op een vergoeding voor de reële kosten van de werken, leveringen of diensten;

(e)

in geen van de betrokken aanbestedende diensten is sprake van privé-deelneming.

5.   De in de leden 1 tot en met 4 bedoelde afwezigheid van privé-deelneming wordt gecontroleerd bij de gunning van de opdracht of bij de sluiting van de overeenkomst.

   

De uitsluitingen waarin de leden 1 tot en met 4 voorzien, zijn niet langer van toepassing wanneer een privé-deelneming plaatsvindt, hetgeen als gevolg heeft dat de lopende opdrachten voor mededinging moeten worden opengesteld door middel van gewone aanbestedingsprocedures.

Motivering

Als gevolg van wijzigingsvoorstel 3 dienen de artikelen 21 en 11 te worden geschrapt.

Wijzigingsvoorstel 8

COM(2011) 895 final

Artikel 31

COM(2011) 896 final

Artikel 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Voorbehouden opdrachten

Voorbehouden opdrachten

De lidstaten kunnen het recht om deel te nemen aan aanbestedingsprocedures voorbehouden aan beschutte werkplaatsen en aan ondernemers die de maatschappelijke en professionele integratie van gehandicapte en achtergestelde werknemers tot doel hebben, of de uitvoering van deze opdrachten voorbehouden in het kader van programma’s voor beschermde arbeid, mits meer dan 30 % van de werknemers van deze werkplaatsen, ondernemingen of programma's gehandicapte of achtergestelde werknemers zijn.

De lidstaten kunnen het recht om deel te nemen aan aanbestedingsprocedures voorbehouden aan beschutte werkplaatsen en aan ondernemers die de maatschappelijke en professionele integratie van gehandicapte en achtergestelde werknemers tot doel hebben, of de uitvoering van deze opdrachten voorbehouden in het kader van programma’s voor beschermde arbeid, mits meer dan 30 % van de , ondernemingen of programma's gehandicapte of achtergestelde werknemers zijn.

In de oproep tot mededinging wordt naar deze bepaling verwezen.

In de oproep tot mededinging wordt naar deze bepaling verwezen.

Motivering

Deze bepaling is nieuw en daarom moet worden gedefinieerd welke groepen hieronder vallen en met name in hoeverre het toepassingsgebied van dit artikel ruimer is dan dat van het huidige artikel 19.

Wijzigingsvoorstel 9

COM(2011) 895 final

Artikel 34

COM(2011) 896 final

Artikel 19, lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De lidstaten zorgen ervoor dat uiterlijk twee jaar na de in artikel 92, lid 1, bepaalde datum alle aanbestedingsprocedures uit hoofde van deze richtlijn worden verricht met gebruik van elektronische communicatiemiddelen, met name door elektronische inschrijving, overeenkomstig de voorschriften van dit artikel.

De lidstaten alle aanbestedingsprocedures uit hoofde van deze richtlijn worden verricht met gebruik van elektronische communicatiemiddelen, met name door elektronische inschrijving, overeenkomstig de voorschriften van dit artikel.

Motivering

Gezien het feit dat de voorwaarden zowel voor aanbestedende diensten, vooral op lokaal niveau, als voor aannemers in allerlei branches zeer uiteenlopen, is het beter dat de lidstaten actief bijdragen tot het gebruik van elektronische aanbestedingen in plaats van te eisen dat deze op korte termijn worden ingevoerd.

Wijzigingsvoorstel 10

COM(2011) 896 final

Artikel 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Keuze van de procedures

Keuze van de procedures

1.   Wanneer zij overheidsopdrachten voor werken, leveringen of diensten gunnen, passen aanbestedende diensten de nationale procedures toe die in overeenstemming met deze richtlijn zijn gebracht, mits onverminderd artikel 30 een oproep tot mededinging overeenkomstig deze richtlijn is bekendgemaakt.

1.   Wanneer zij overheidsopdrachten voor werken, leveringen of diensten gunnen, passen aanbestedende diensten de nationale procedures toe die in overeenstemming met deze richtlijn zijn gebracht, mits onverminderd artikel 30 een oproep tot mededinging overeenkomstig deze richtlijn is bekendgemaakt.

De lidstaten bepalen dat aanbestedende diensten openbare of niet-openbare procedures kunnen toepassen, zoals geregeld bij deze richtlijn.

De lidstaten bepalen dat aanbestedende diensten openbare of niet-openbare procedures kunnen toepassen, zoals geregeld bij deze richtlijn.

De lidstaten kunnen bepalen dat aanbestedende diensten innovatiepartnerschappen kunnen toepassen zoals geregeld bij deze richtlijn.

De lidstaten bepalen dat aanbestedende diensten innovatiepartnerschappen kunnen toepassen zoals geregeld bij deze richtlijn.

Zij kunnen ook bepalen dat aanbestedende diensten een procedure van gunning door onderhandelingen of een concurrentiegerichte dialoog kunnen toepassen in de volgende gevallen:

(a)

met betrekking tot werken, wanneer de opdracht voor werken zowel het ontwerp als de uitvoering van werken in de zin van artikel 2, lid 8, tot doel heeft of wanneer onderhandelingen vereist zijn om de juridische of financiële voorwaarden van het project te bepalen;

(b)

met betrekking tot overheidsopdrachten voor werken, voor werken die alleen worden uitgevoerd met het oog op onderzoek of innovatie, proefneming of ontwikkeling en niet met het doel winst te boeken of de kosten voor onderzoek en ontwikkeling terug te verdienen;

(c)

met betrekking tot opdrachten voor diensten of leveringen, wanneer de technische specificaties niet met voldoende precisie kunnen worden opgesteld op basis van de normen, Europese technische goedkeuringen, gemeenschappelijke technische specificaties of technische referentiekaders in de zin van de punten 2 tot en met 5 van bijlage VIII;

(d)

in geval van onregelmatige of onaanvaardbare inschrijvingen in de zin van artikel 30, lid 2, onder a), naar aanleiding van een openbare of niet-openbare procedure;

(e)

indien ten gevolge van specifieke omstandigheden die te maken hebben met de aard of de complexiteit van de werken, leveringen of diensten of de hieraan verbonden risico's, de opdracht niet kan worden gegund zonder voorafgaande onderhandelingen.

De lidstaten kunnen besluiten de procedure van gunning door onderhandelingen, de concurrentiegerichte dialoog of het innovatiepartnerschap niet in nationale wetgeving om te zetten.

Motivering

Het CvdR vindt dat voor gunning door onderhandelingen in de "klassieke" sector dezelfde voorwaarden moeten gelden als in de nutssector. Dat geldt ook voor de concurrentiegerichte dialoog. Er is geen reden om aan te nemen dat deze procedure minder geschikt zou zijn voor diensten in de klassieke sector dan voor instanties die actief zijn in de nutssector. De aanbestedende dienst moet op basis van de aanbesteding in kwestie beslissen welke procedure dient te worden gevolgd.

Het is ook belangrijk om duidelijk aan te geven dat het aan de aanbestedende dienst en niet aan het nationale of EU-niveau is om per geval de meest geschikte procedure te kiezen. De EU en het nationale niveau moeten de aanbestedende diensten alle procedures ter beschikking stellen. Gebeurt dat niet, dan zouden er in elke lidstaat weer andere regels en procedures worden gehanteerd, met als gevolg dat de concurrentie verstoord raakt en er ongelijke mededingingsvoorwaarden ontstaan.

Wijzigingsvoorstel 11

COM(2011) 896 final

Artikel 30, lid 2, onder (a)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(a)

wanneer in het kader van een openbare of niet-openbare procedure geen of geen geschikte inschrijvingen of geen aanvragen tot deelneming zijn ingediend, mits de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht niet wezenlijk worden gewijzigd en aan de Commissie of de overeenkomstig artikel 84 aangewezen nationale toezichtsinstantie op hun verzoek een verslag wordt overgelegd;

(a)

wanneer in het kader van een openbare of niet-openbare procedure geen of geen geschikte inschrijvingen of geen aanvragen tot deelneming zijn ingediend, mits de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht niet wezenlijk worden gewijzigd;

Motivering

Samen met artikel 84 (Overheidstoezicht) leidt deze verslagleggingsplicht tot onnodige bureaucratische rompslomp. Nieuwe administratieve verplichtingen moeten in het kader van de vereenvoudiging en flexibilisering van het EU-aanbestedingsrecht dringend worden vermeden. Daarom moet deze zin worden geschrapt.

Wijzigingsvoorstel 12

COM(2011) 895 final

Artikel 44, onder (d) (i) en onder e)

COM(2011) 896 final

Artikel 30, lid 2, onder (c) (i) en onder (d)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(c)

wanneer de werken, leveringen of diensten alleen door een bepaalde ondernemer kunnen worden verricht om een van de volgende redenen:

(c)

wanneer de werken, leveringen of diensten alleen door een bepaalde ondernemer kunnen worden verricht om een van de volgende redenen:

(i)

het ontbreken van mededinging om technische redenen;

(i)

het ontbreken van mededinging om technische redenen;

(d)

in strikt noodzakelijke gevallen waarin dringende spoed, voortvloeiende uit overmacht, het onmogelijk maakt de gestelde termijnen voor openbare procedures, niet-openbare procedures en procedures van gunning door onderhandelingen met voorafgaande oproep tot mededinging in acht te nemen. De ter rechtvaardiging van de dringende noodzaak ingeroepen omstandigheden mogen in geen geval aan de aanbestedende diensten te wijten zijn;

(d)

in strikt noodzakelijke gevallen waarin dringende spoed, , het onmogelijk maakt de gestelde termijnen voor openbare procedures, niet-openbare procedures en procedures van gunning door onderhandelingen met voorafgaande oproep tot mededinging in acht te nemen. De ter rechtvaardiging van de dwingende spoed ingeroepen omstandigheden mogen in geen geval aan de aanbestedende diensten te wijten zijn;

Motivering

Het artikel dient te worden aangevuld met "geldige redenen" voor gevallen waarin een aanbestedende dienst een gebouw wil laten optrekken, bijv. een school, op een bepaalde plaats en de eigenaar van het perceel zijn grond alleen wil verkopen als hij het gebouw mag bouwen.

"Overmacht" betekent een aanscherping ten opzichte van de huidige formulering in artikel 31, lid 1, onder c) van Richtlijn 2004/18/EG. De huidige formulering moet worden gehandhaafd. Het moet mogelijk zijn om gebruik te maken van de procedure van gunning door onderhandelingen zonder mededinging voor de aankoop van leveringen en diensten die een aanbestedende dienst op grond van andere rechtsvoorschriften moet verschaffen, bijv. maaltijdvoorziening voor ouderen of de levering van hartkleppen aan ziekenhuizen, zolang er geen uitspraak is gedaan in de rechtszaak waarin beroep werd aangetekend tegen de gunning van de opdracht.

Wijzigingsvoorstel 13

COM(2011) 895 final

Artikel 45

COM(2011) 896 final

Artikel 31

Raamovereenkomsten

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.   Aanbestedende diensten kunnen raamovereenkomsten sluiten, mits zij de in deze richtlijn voorgeschreven procedures toepassen.

1.   Aanbestedende diensten kunnen raamovereenkomsten sluiten, mits zij de in deze richtlijn voorgeschreven procedures toepassen.

Een raamovereenkomst is een overeenkomst tussen een of meer aanbestedende diensten en een of meer ondernemers met het doel gedurende een bepaalde periode de voorwaarden inzake te gunnen opdrachten vast te leggen, met name wat betreft de prijs en, in voorkomend geval, de beoogde hoeveelheid.

Een raamovereenkomst is een overeenkomst tussen een of meer aanbestedende diensten en een of meer ondernemers met het doel gedurende een bepaalde periode de voorwaarden inzake te gunnen opdrachten vast te leggen, met name wat betreft de prijs en, in voorkomend geval, de beoogde hoeveelheid.

De looptijd van een raamovereenkomst mag niet langer zijn dan vier jaar, behalve in uitzonderingsgevallen die behoorlijk gemotiveerd zijn met name op grond van het voorwerp van de raamovereenkomst.

2.   Opdrachten die gebaseerd zijn op een raamovereenkomst, worden gegund volgens de procedures waarin dit lid en de leden 3 en 4 voorzien.

2.   Opdrachten die gebaseerd zijn op een raamovereenkomst, worden gegund volgens de procedures waarin dit lid en de leden 3 en 4 voorzien.

De procedures kunnen alleen worden toegepast tussen de aanbestedende diensten die duidelijk daarvoor zijn aangewezen in de oproep tot mededinging of in de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling, en de ondernemers die oorspronkelijk partij waren bij de raamovereenkomst.

In opdrachten die op een raamovereenkomst zijn gebaseerd, mogen in geen geval wezenlijke wijzigingen worden aangebracht met betrekking tot in de raamovereenkomst gestelde voorwaarden, met name in het in lid 3 bedoelde geval.

In opdrachten die op een raamovereenkomst zijn gebaseerd, mogen in geen geval wezenlijke wijzigingen worden aangebracht met betrekking tot in de raamovereenkomst gestelde voorwaarden, met name in het in lid 3 bedoelde geval.

Aanbestedende diensten mogen geen oneigenlijk gebruik van raamovereenkomsten maken of mogen deze niet gebruiken om de mededinging te hinderen, te beperken of te vervalsen.

Motivering

Het Comité van de Regio's vindt dat er voor raamovereenkomsten in principe een regeling moet worden getroffen zoals in de bestaande richtlijn 2004/17/EG, aangezien er geen redenen bestaan om bijv. de looptijd van dit soort overeenkomsten vast te stellen als dat voor andere soorten overeenkomsten ook niet wordt gedaan. Net zoals bij dynamische aankoopsystemen moet het mogelijk zijn om tijdens de looptijd met nieuwe partijen in zee te gaan, omdat zowel de aanbieders als de afnemers daarbij gebaat zijn. De laatste passage is onnodig omdat dit voortvloeit uit de beginselen.

Wijzigingsvoorstel 14

COM(2011) 895 final

Artikel 45, lid 4

COM(2011) 896 final

Artikel 31, lid 4

Raamovereenkomsten

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

4.   Wanneer een raamovereenkomst met meer dan één ondernemer wordt gesloten, kan dit geschieden op een van de twee volgende wijzen:

4.   Wanneer een raamovereenkomst met meer dan één ondernemer wordt gesloten, kan dit geschieden op volgende wijze:

(a)

volgens de voorwaarden van de raamovereenkomst, zonder de opdracht opnieuw voor mededinging open te stellen, wanneer wordt voorzien in alle voorwaarden met betrekking tot de verrichting van de betrokken werken, leveringen of diensten alsmede in de objectieve voorwaarden ter bepaling van de ondernemers die als partij bij de raamovereenkomst deze zullen uitvoeren; laatstgenoemde voorwaarden worden vermeld in de aanbestedingsdocumenten;

(a)

voorwaarden zonder de opdracht opnieuw voor mededinging open te stellen, ;

(b)

wanneer in de raamovereenkomst niet is voorzien in alle voorwaarden met betrekking tot de verrichting van de werken, leveringen of diensten, door de opdracht opnieuw voor mededinging open te stellen voor de ondernemers die partij zijn bij de raamovereenkomst.

(b)

wanneer in de raamovereenkomst niet is voorzien in alle voorwaarden met betrekking tot de verrichting van de werken, leveringen of diensten, door de opdracht opnieuw voor mededinging open te stellen voor de ondernemers die partij zijn bij de raamovereenkomst.

 

Motivering

De voorgestelde richtlijn biedt geen verdere duidelijkheid rond het gebruik van raamovereenkomsten. Dit geldt met name voor het gebruik van en de keuze tussen rechtstreekse gunning en het opnieuw openstellen van de opdracht voor mededinging. Met het oog op de flexibiliteit zou het mogelijk moeten zijn om te kiezen voor een combinatie van de twee varianten, zodat men zich bij kleinere opdrachten direct kan verlaten op de vastgelegde voorwaarden, terwijl men bij grote opdrachten in het kader van dezelfde raamovereenkomst deze opnieuw voor mededinging kan openstellen.

Wijzigingsvoorstel 15

COM(2011) 896 final

Artikel 37

Occasionele gezamenlijke aanbestedingen

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.   Een of meer aanbestedende diensten kunnen overeenkomen bepaalde specifieke aanbestedingen gezamenlijk te verrichten.

1.   Een of meer aanbestedende diensten kunnen overeenkomen bepaalde specifieke aanbestedingen gezamenlijk te verrichten.

2.   Wanneer één aanbestedende dienst de betrokken aanbestedingsprocedures alleen vervult in alle stadia gaande van de bekendmaking van de oproep tot mededinging tot de voltooiing van de daaruit voortvloeiende opdracht of opdrachten, is deze aanbestedende dienst als enige verantwoordelijk voor de naleving van de verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn.

2.   Wanneer één aanbestedende dienst de betrokken aanbestedingsprocedures alleen vervult in alle stadia gaande van de bekendmaking van de oproep tot mededinging tot de voltooiing van de daaruit voortvloeiende opdracht of opdrachten, is deze aanbestedende dienst als enige verantwoordelijk voor de naleving van de verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn.

Wanneer de aanbestedingsprocedures en de uitvoering van de daaruit voortvloeiende opdrachten door meer dan één van de deelnemende aanbestedende diensten worden waargenomen, blijft elke aanbestedende dienst echter verantwoordelijk voor de naleving van de verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn met betrekking tot de stadia waarvoor hij zorgt.

Wanneer de aanbestedingsprocedures en de uitvoering van de daaruit voortvloeiende opdrachten door meer dan één van de deelnemende aanbestedende diensten worden waargenomen, blijft elke aanbestedende dienst echter verantwoordelijk voor de naleving van de verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn met betrekking tot de stadia waarvoor hij zorgt.

 

   

Motivering

Door deze aanvulling wordt verzekerd dat gemeenschappelijke aanbestedingen niet onnodig worden bemoeilijkt. Wat voor inkoopcentrales geldt (zie art. 35, lid 5) zou ook moeten gelden voor occasionele samenwerking.

Wijzigingsvoorstel 16

COM(2011) 895 final

Artikel 54

COM(2011) 896 final

Artikel 40

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.   De technische specificaties als omschreven in punt 1 van bijlage VIII maken deel uit van de aanbestedingsdocumenten. Zij bepalen welke kenmerken worden voorgeschreven voor werken, leveringen of diensten.

1.   De technische specificaties als omschreven in punt 1 van bijlage VIII maken deel uit van de aanbestedingsdocumenten. Zij bepalen welke kenmerken worden voorgeschreven voor werken, leveringen of diensten.

Deze kenmerken kunnen eveneens betrekking hebben op specifieke processen voor de productie of verrichting van de gevraagde werken, leveringen of diensten of op elk ander stadium van de levenscyclus als bedoeld in artikel 2, punt 22.

Deze kenmerken kunnen eveneens betrekking hebben op specifieke processen voor de productie of verrichting van de gevraagde werken, leveringen of diensten of op elk ander stadium van de levenscyclus als bedoeld in artikel 2, punt 22.

De technische specificaties bepalen ook of de overdracht van intellectuele-eigendomsrechten vereist zal zijn.

De technische specificaties bepalen ook of de overdracht van intellectuele-eigendomsrechten vereist zal zijn.

Voor alle aanbestedingen waarvan het voorwerp bedoeld is voor gebruik door personen, hetzij door het ruime publiek hetzij door het personeel van de aanbestedende dienst, moeten deze technische specificaties, uitgezonderd in naar behoren gemotiveerde gevallen, zodanig worden opgesteld dat rekening wordt gehouden met criteria inzake toegankelijkheid voor personen met een handicap of de geschiktheid van het ontwerp voor alle gebruikers.

Wanneer bij wetgevende handeling van de Unie verplichte normen inzake toegankelijkheid worden aangenomen, moet bij de vaststelling van technische specificaties wat toegankelijkheidscriteria betreft daarnaar worden verwezen.

Wanneer bij wetgevende handeling van de Unie verplichte normen inzake toegankelijkheid worden aangenomen, moet bij de vaststelling van technische specificaties wat toegankelijkheidscriteria betreft daarnaar worden verwezen.

Motivering

Gezien de grote verscheidenheid aan aanbestedingen gaat de voorgestelde tekst veel te ver. Bovendien gaat het hier om het soort bepaling dat vaak wordt aangetroffen in nationale bouwvoorschriften. De tekst van artikel 23, lid 1, van Richtlijn 2004/18/EG en artikel 34, lid 1, van Richtlijn 2004/17/EG moet dan ook worden gehandhaafd.

Wijzigingsvoorstel 17

COM(2011) 896 final

Artikel 44

Verdeling van opdrachten in percelen

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.   Overheidsopdrachten kunnen worden onderverdeeld in homogene of heterogene percelen. Voor opdrachten met een waarde die gelijk is aan of hoger dan de in artikel 4 bepaalde drempels maar overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 niet lager dan 500 000 euro, verschaft de aanbestedende dienst, wanneer hij het niet passend acht de opdracht in percelen te verdelen, in de aankondiging van de opdracht of in de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling een specifieke toelichting over zijn motieven daarvoor.

1.   Overheidsopdrachten kunnen worden onderverdeeld in homogene of heterogene percelen.

Aanbestedende diensten geven in de aankondiging van de opdracht of de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling aan of de inschrijvingen beperkt zijn tot één perceel dan wel tot een aantal percelen.

 

Motivering

Dit veroorzaakt onnodig veel administratieve rompslomp voor aanbestedende diensten en daarom dient deze passage te worden geschrapt.

Wijzigingsvoorstel 18

COM(2011) 896 final

Artikel 54, lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Artikel 54

Artikel 54

2.   Aanbestedende diensten kunnen besluiten een opdracht niet te gunnen aan de inschrijver die de beste inschrijving heeft ingediend, wanneer zij hebben vastgesteld dat de inschrijving niet of niet op gelijkwaardige wijze voldoet aan verplichtingen uit hoofde van wetgeving van de Unie op het gebied van sociaal, arbeids- of milieurecht of uit hoofde van de in bijlage XI vermelde bepalingen van internationaal sociaal en milieurecht.

2.   Aanbestedende diensten kunnen besluiten een opdracht niet te gunnen aan de inschrijver die de beste inschrijving heeft ingediend, wanneer zij hebben vastgesteld dat de inschrijving niet of niet op gelijkwaardige wijze voldoet aan verplichtingen uit hoofde van wetgeving van de Unie op het gebied van sociaal, arbeids- of milieurecht of uit hoofde van de in bijlage XI vermelde bepalingen van internationaal sociaal en milieurecht.

Motivering

Inschrijvers moeten niet alleen de EU-regelgeving maar ook de nationale wetgeving in acht nemen.

Wijzigingsvoorstel 19

COM(2011) 896 final

Artikel 55, lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Artikel 55

Artikel 55

Voor de toepassing van de in de eerste alinea, onder d), bedoelde uitsluitingsgrond voorzien de aanbestedende diensten in een methode voor de beoordeling van contractuele prestaties op basis van objectieve en meetbare criteria die op een systematische, consistente en transparante wijze worden gehanteerd. Elke prestatiebeoordeling wordt bekendgemaakt aan de desbetreffende ondernemer, die de gelegenheid krijgt bezwaar te maken tegen de bevindingen en bescherming in rechte kan verkrijgen.

Motivering

De laatste alinea van artikel 55, lid 3, is onbegrijpelijk en leidt daardoor tot minder rechtszekerheid, en bijgevolg wellicht ook tot een groter aantal klachten. Bovendien krijgen aanbestedende diensten hierdoor nieuwe plichten opgelegd, hetgeen in strijd is met de beoogde vermindering van de bureaucratische rompslomp. Deze alinea dient dan ook te worden geschrapt.

Wijzigingsvoorstel 20

COM(2011) 895 final

Artikel 76

COM(2011) 896 final

Artikel 66

Gunningscriteria voor opdrachten

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.   Onverminderd nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de vergoeding van bepaalde diensten zijn de criteria op basis waarvan aanbestedende diensten een opdracht gunnen:

1.   nverminderd nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de vergoeding van bepaalde diensten zijn de criteria op basis waarvan aanbestedende diensten een opdracht gunnen:

(a)

de economisch meest voordelige aanbieding;

(a)

de economisch meest voordelige aanbieding;

(b)

de laagste kostprijs.

(b)

de laagste prijs.

De kosten kunnen naar keuze van de aanbestedende dienst worden beoordeeld op basis van de prijs alleen of op basis van kosteneffectiviteit, zoals een beoordeling van de levenscycluskosten, onder de in artikel 67 bepaalde voorwaarden.

2.   De in lid 1, onder a), bedoelde economisch meest voordelige inschrijving wordt uit het oogpunt van de aanbestedende dienst vastgesteld op basis van criteria die verband houden met het voorwerp van de betrokken opdracht. Deze criteria omvatten naast de in lid 1, onder b), bedoelde prijs of kosten andere criteria die verband houden met het voorwerp van de betrokken opdracht, zoals:

2.   De in lid 1, onder a), bedoelde economisch meest voordelige inschrijving wordt uit het oogpunt van de aanbestedende dienst vastgesteld op basis van criteria die verband houden met het voorwerp van de betrokken opdracht. Deze criteria omvatten naast de prijs andere criteria die verband houden met het voorwerp van de betrokken opdracht, zoals:

(a)

kwaliteit, waaronder technische waarde, esthetische en functionele kenmerken, toegankelijkheid, geschiktheid van het ontwerp voor alle gebruikers, milieukenmerken en innovatief karakter;

(a)

kwaliteit, waaronder technische waarde, esthetische en functionele kenmerken, toegankelijkheid, geschiktheid van het ontwerp voor alle gebruikers, milieukenmerken en innovatief karakter ;

(b)

voor opdrachten voor diensten en opdrachten die betrekking hebben op het ontwerpen van werken, kunnen de organisatie, de kwalificatie en de ervaring van het bij de uitvoering van de opdracht betrokken personeel in aanmerking worden genomen, met als gevolg dat dit personeel na de gunning van de opdracht alleen kan worden vervangen met instemming van de aanbestedende dienst, die moet nagaan of met deze vervangingen een evenwaardige organisatie en kwaliteit wordt verzekerd;

(b)

voor opdrachten voor diensten en opdrachten die betrekking hebben op het ontwerpen van werken, kunnen de organisatie, de kwalificatie en de ervaring van het bij de uitvoering van de opdracht betrokken personeel in aanmerking worden genomen, met als gevolg dat dit personeel na de gunning van de opdracht alleen kan worden vervangen met instemming van de aanbestedende dienst, die moet nagaan of met deze vervangingen een evenwaardige organisatie en kwaliteit wordt verzekerd;

(c)

klantenservice en technische bijstand, leveringsdatum en leveringsperiode of termijn voor voltooiing;

(c)

klantenservice en technische bijstand, leveringsdatum en leveringsperiode of termijn voor voltooiing;

(d)

het specifieke proces van productie of levering van de gevraagde werken, goederen of diensten of in elk ander stadium van de levenscyclus, als bedoeld in artikel 2, punt 22, voorzover deze criteria nader bepaald zijn overeenkomstig lid 4 en betrekking hebben op factoren die rechtstreeks verband houden met deze processen en het specifieke proces van productie of verrichting van de gevraagde werken, leveringen of diensten kenmerken.

(d)

het specifieke proces van productie of levering van de gevraagde werken, goederen of diensten of in elk ander stadium van de levenscyclus, als bedoeld in artikel 2, punt 22, voorzover deze criteria nader bepaald zijn overeenkomstig lid 4 en betrekking hebben op factoren die rechtstreeks verband houden met deze processen en het specifieke proces van productie of verrichting van de gevraagde werken, leveringen of diensten kenmerken.

 

Motivering

Het is goed dat de aanbestedende dienst kan kiezen tussen de economisch meest voordelige aanbieding en de laagste prijs. Maar dan moet wel het begrip uit de bestaande richtlijn worden gebruikt, nl. "laagste prijs". "Laagste kostprijs" impliceert immers dat nog met iets anders dan de prijs rekening moet worden gehouden, omdat "kostprijs" ruimer is dan "prijs". Economisch meest voordelige aanbieding is het criterium dat moet worden gehanteerd indien naar andere parameters wordt gekeken, bijv. naar levenscycluskosten.

In sommige gevallen geeft de aanbestedende dienst al in de aanbestedingsstukken aan welke prijs zal worden betaald. Het moet volstrekt duidelijk zijn dat dat tot de mogelijkheden behoort.

De reden om het criterium van korte circuits op te nemen is omdat dit de aanbestedende diensten meerwaarde geeft voor bepaalde producten en diensten. Deze meerwaarde komt voort uit het feit dat producten en diensten dankzij korte circuits sneller ter plaatse kunnen zijn en er makkelijker en soepeler kan worden ingespeeld op de vereisten. Bovendien draagt dit criterium ook substantieel bij tot een verbetering qua milieunormen (kortere transport- en opslagtermijnen, minder uitstoot), hetgeen uiteindelijk zowel de aanbestedende diensten als het publiek ten goede komt. Aanbestedende diensten kunnen daarom in hun gunningscriteria parameters opnemen die in bepaalde categorieën tot ruimere mogelijkheden kunnen leiden wat het aanbod van een bepaalde economische operator betreft, waardoor de vereisten van de openbare aanbesteding nog beter kunnen worden vervuld.

Ook moet nadrukkelijk worden aangegeven dat sociale criteria een rol kunnen spelen; zo heeft de inschrijver bijv. een streepje voor wanneer het bedrijf in kwestie een gelijkekansenbeleid voor zijn werknemers voert of wanneer het langdurig werklozen in dienst neemt.

Wijzigingsvoorstel 21

COM(2011) 896 final

Artikel 66, lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Artikel 66

Artikel 66

3.   De lidstaten kunnen bepalen dat de gunning van bepaalde soorten opdrachten wordt gebaseerd op de economisch meest voordelige aanbieding als bedoeld in lid 1, onder a), en lid 2.

   

Motivering

Het doel van deze modernisering is aanbestedende diensten en inschrijvers zoveel mogelijk flexibiliteit te bieden. Aanbestedende diensten moeten zelf kunnen beslissen of zij een opdracht gunnen op basis van de economisch meest voordelige inschrijving of op basis van de laagste prijs. De lidstaten mogen niet voor de lokale overheden beslissen wat nodig is. Als een opdracht niet meer op basis van de laagste prijs kan worden gegund, nemen de concurrentiekansen voor kleine ondernemingen aanzienlijk af. Daarom moet lid 3 van artikel 66 worden geschrapt.

Wijzigingsvoorstel 22

COM(2011) 895 final

Artikel 76, lid 4

COM(2011) 896 final

Artikel 66, lid 4

Gunningscriteria voor opdrachten

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

4.   Gunningscriteria verlenen de aanbestedende dienst geen onbeperkte keuzevrijheid. Zij zorgen ervoor dat daadwerkelijke mededinging mogelijk blijft en worden onderworpen aan voorschriften waarmee de door de inschrijvers verstrekte informatie daadwerkelijk kan worden gecontroleerd. Aanbestedende diensten controleren op basis van de door de inschrijvers verstrekte informatie en bewijsmiddelen daadwerkelijk of de inschrijvingen aan de gunningscriteria voldoen.

   

Motivering

Deze bepaling is onnodig, voegt niets toe en kan daarom beter worden geschrapt. De inhoud van de bepaling komt al aan de orde in de algemene beginselen.

Wijzigingsvoorstel 23

COM(2011) 896 final

Artikel 73, onder (a)

Ontwerpadvies

Wijzigingsvoorstel

(a)

de in artikel 11 bepaalde uitzonderingen zijn niet langer van toepassing ten gevolge van een privé-deelneming in de rechtspersoon aan wie de opdracht is gegund overeenkomstig artikel 11, lid 4;

Motivering

Dit wijzigingsvoorstel vloeit voort uit het schrappen van art. 11, lid 5, van COM(2011) 896 final en art. 21, lid 5, van COM(2011) 895 final (overeenkomstig wijzigingsvoorstel 7). Deze situatie kan na de gunning van de opdracht niet meer voorkomen.

Wijzigingsvoorstel 24

COM(2011) 895 final

Artikel 77

COM(2011) 896 final

Artikel 67

Berekening van levenscycluskosten

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

3.   Ingeval als onderdeel van een wetgevingshandeling van de Unie, inclusief bij gedelegeerde handelingen uit hoofde van sectorspecifieke regelgeving, een gemeenschappelijke methodologie voor de berekening van levenscycluskosten wordt vastgesteld, is deze van toepassing wanneer de levenscycluskosten deel uitmaken van de in artikel 66, lid 1, bedoelde gunningscriteria.

   

Een lijst van dergelijke wetgevings- en gedelegeerde handelingen is opgenomen in bijlage XV. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 89 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de bijwerking van deze lijst wanneer wijzigingen noodzakelijk zijn ten gevolge van de vaststelling van nieuwe wetgeving of de intrekking of wijziging van deze wetgeving.

Motivering

Het Comité van de Regio's staat achter het doel van Europa 2020 en hecht waarde aan een duurzame, sociaal verantwoorde en innovatieondersteunende aanbestedingsprocedure. Het is ook positief dat de Commissie de aanbestedende diensten ertoe aanspoort om rekening te houden met levenscycluskosten. Er is al veel gedaan op dit vlak, maar er is nog een lange weg te gaan. Het Comité is van mening dat de verplichting om voor de berekening van levenscycluskosten een gemeenschappelijke methodologie te gebruiken in de gegeven omstandigheden een brug te ver is.

Wijzigingsvoorstel 25

COM(2011) 895 final

Artikel 79

COM(2011) 896 final

Artikel 69

Abnormaal lage inschrijvingen

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.   De aanbestedende dienst verzoekt ondernemers om toelichting over de gevraagde prijs of kosten wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

   

(a)

de aangerekende prijs of kosten zijn meer dan 50 % lager dan de gemiddelde prijs of kosten van de andere inschrijvingen;

(b)

de aangerekende prijzen of kosten zijn meer dan 20 % lager dan de prijzen of kosten van de tweede laagste inschrijving;

(c)

er zijn ten minste vijf inschrijvingen ingediend.

 

   

 

 

 

 

 

 

 

   

 

   

2.   Wanneer inschrijvingen om andere redenen abnormaal laag lijken, kunnen aanbestedende diensten ook om toelichting verzoeken.

4.   Wanneer inschrijvingen om andere redenen abnormaal laag lijken, kunnen aanbestedende diensten ook om toelichting verzoeken.

3.   De in de leden 1 en 2 bedoelde toelichting kan in het bijzonder betrekking hebben op:

   

(a)

de doelmatigheid van de bouwmethode, het fabricageproces of de geleverde diensten;

(b)

de gekozen technische oplossingen of uitzonderlijk gunstige omstandigheden waarvan de inschrijver bij de levering van de producten, het verrichten van de diensten of de uitvoering van de werken kan profiteren;

(c)

de originaliteit van de door de inschrijver voorgestelde werken, leveringen of diensten;

(d)

naleving, tenminste op gelijkwaardige wijze, van verplichtingen uit hoofde van wetgeving van de Unie op het gebied van sociaal, arbeids- of milieurecht of met betrekking tot de in bijlage XI vermelde bepalingen van internationaal sociaal en milieurecht, of indien deze niet van toepassing zijn, uit hoofde van andere regelingen die een gelijkwaardig beschermingsniveau bieden;

(e)

de eventuele ontvangst van staatssteun door de inschrijver.

4.   De aanbestedende dienst controleert de verstrekte informatie in overleg met de inschrijver. Hij kan de inschrijving alleen afwijzen wanneer het lage niveau van de aangerekende prijzen of kosten niet uit het bewijsmateriaal blijkt rekening houdend met de in lid 3 bedoelde elementen.

   

Aanbestedende diensten wijzen de inschrijving af wanneer zij hebben vastgesteld dat de inschrijving abnormaal laag is omdat zij niet voldoet aan verplichtingen gelden uit hoofde van wetgeving van de Unie op het gebied van sociaal, arbeids- of milieurecht of uit hoofde van de in bijlage XI vermelde bepalingen van internationaal sociaal en milieurecht.

5.   Wanneer een aanbestedende dienst constateert dat een inschrijving abnormaal laag is doordat de inschrijver overheidssteun heeft gekregen, kan de inschrijving alleen op die grond worden afgewezen na overleg met de inschrijver wanneer deze niet binnen een door de aanbestedende dienst gestelde toereikende termijn kan aantonen dat de betrokken steun verenigbaar met de interne markt is in de zin van artikel 107 van het Verdrag. Wanneer de aanbestedende dienst in een dergelijke situatie een inschrijving afwijst, stelt hij de Commissie daarvan in kennis.

   

6.   De lidstaten stellen overeenkomstig artikel 88 andere lidstaten desgevraagd informatie ter beschikking over de bewijzen en stukken die met betrekking tot de in lid 3 bedoelde gegevens worden overgelegd.

   

Motivering

Het Comité van de Regio's geeft de voorkeur aan de formulering die wordt gebruikt in artikel 55 van de bestaande Richtlijn 2004/18/EG voor abnormaal lage inschrijvingen, omdat de voorgestelde tekst tot administratieve lasten voor zowel de aanbestedende diensten als aannemers leidt. De voorgestelde tekst vermindert ook de speelruimte van de aanbestedende diensten op dit terrein, wat niet de bedoeling kan zijn.

Wijzigingsvoorstel 26

COM(2011) 895 final

Artikel 81

COM(2011) 896 final

Artikel 71

Onderaanneming

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.   In de aanbestedingsdocumenten kan de aanbestedende dienst de inschrijver verzoeken, of hij kan daartoe door een lidstaat worden verplicht, in zijn inschrijving aan te geven welk gedeelte van de opdracht hij eventueel voornemens is aan derden in onderaanneming te geven en welke onderaannemers hij voorstelt.

   

2.   De lidstaten kunnen bepalen dat de aanbestedende dienst verschuldigde betalingen op verzoek van de onderaannemer en wanneer de aard van de opdracht dit mogelijk maakt, rechtstreeks aan de onderaannemer overmaakt voor werken, leveringen of diensten aan de hoofdaannemer. In dat geval voeren de lidstaten passende mechanismen in waardoor de hoofdaannemer zich kan verzetten tegen onverschuldigde betalingen. Regelingen betreffende deze wijze van betaling worden in de aanbestedingsdocumenten omschreven.

   

3.   De leden 1 en 2 laten de vraag naar de aansprakelijkheid van de hoofdondernemer onverlet.

   

Motivering

De betrekkingen tussen aannemers en onderaannemers horen thuis in het mededingingsrecht en in het nationale verbintenissenrecht en daar mag door deze richtlijn geen verandering in worden gebracht.

Bovendien leidt deze bepaling tot juridische verwarring omdat een onderaannemer die tegen betaling werk verricht voor de aanbestedende dienst, een ondernemer is en geen onderaannemer. Bovendien kunnen deze bepalingen de mogelijkheid van de aanbestedende dienst om met de betaling te wachten totdat de opdracht overeenkomstig het contract is uitgevoerd, beperken.

Wijzigingsvoorstel 27

COM(2011) 895 final

Artikel 82

COM(2011) 896 final

Artikel 72

Wijziging van opdrachten gedurende de termijn

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.   Een wezenlijke wijziging van de bepalingen van een opdracht voor werken, leveringen of diensten tijdens de looptijd ervan vormt een nieuwe gunning in de zin van deze richtlijn en vereist een nieuwe gunningsprocedure overeenkomstig deze richtlijn.

   

2.   Een wijziging van een opdracht tijdens de looptijd ervan wordt geacht wezenlijk te zijn in de zin van lid 1 wanneer de opdracht hierdoor wezenlijk verschilt van de aanvankelijk gesloten opdracht. Onverminderd de leden 3 en 4 wordt een wijziging in elk geval geacht wezenlijk te zijn wanneer aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

   

(a)

de wijziging voorziet in voorwaarden die, hadden zij deel uitgemaakt van de aanvankelijke gunningsprocedure, de selectie van andere dan de aanvankelijk geselecteerde gegadigden en de gunning van de opdracht aan een andere inschrijver mogelijk zouden hebben gemaakt;

(b)

de wijziging verandert de economische balans van de opdracht ten gunste van de ondernemer;

(c)

de wijziging verruimt het toepassingsgebied van de opdracht in aanzienlijke mate tot werken, leveringen of diensten die aanvankelijk daar niet onder vielen.

3.   De vervanging van de ondernemer wordt geacht een wezenlijke wijziging te zijn in de zin van lid 1.

   

De eerste alinea geldt echter niet in het geval van rechtsopvolging onder algemene of gedeeltelijke titel in de positie van de aanvankelijke ondernemer, ten gevolge van herstructurering van de onderneming of insolventie, door een andere ondernemer die voldoet aan de aanvankelijk vastgestelde criteria voor kwalitatieve selectie, mits dit geen andere wezenlijke wijzigingen in de opdracht meebrengt en niet is bedoeld om de toepassing van deze richtlijn te omzeilen.

4.   Wanneer de waarde van de wijziging in geld kan worden uitgedrukt, wordt de wijziging niet geacht wezenlijk te zijn in de zin van lid 1 wanneer de waarde ervan de in artikel 4 vastgestelde drempels niet overschrijdt en wanneer deze minder dan 5 % van de prijs van de aanvankelijke opdracht bedraagt, mits de wijziging de algemene aard van de opdracht niet wijzigt. Wanneer een aantal opeenvolgende wijzigingen plaatsvinden, wordt de waarde beoordeeld op basis van de cumulatieve waarde van de opeenvolgende wijzigingen.

   

5.   Wijzigingen van een opdracht worden niet geacht wezenlijk te zijn in de zin van lid 1 wanneer door de aanbestedingsdocumenten is voorzien in duidelijke, precieze en ondubbelzinnige herzieningsclausules of -opties. Deze clausules omschrijven de omvang en de aard van mogelijke wijzigingen of keuzemogelijkheden alsmede de voorwaarden waaronder deze kunnen worden gebruikt. Zij voorzien niet in wijzigingen of keuzemogelijkheden die de algemene aard van de gunningsprocedure kunnen veranderen.

   

6.   In afwijking van lid 1 vereist een wezenlijke wijziging geen nieuwe aanbestedingsprocedure wanneer aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan:

   

(a)

de behoefte aan wijziging is het gevolg van omstandigheden die een zorgvuldige ondernemer niet kon voorzien;

(b)

de wijziging brengt geen verandering in de algemene aard van de opdracht;

(c)

de prijsverhogingen zijn niet hoger dan 50 % van de waarde van de oorspronkelijke opdracht.

Aanbestedende diensten maken deze wijzigingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze aankondigingen bevatten de in bijlage VI, deel G, bedoelde informatie en worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 49.

7.   De aanbestedende diensten maken geen gebruik van wijzigingen in de opdracht in de volgende gevallen:

   

(a)

wanneer de wijziging tot doel heeft gebreken in de uitvoering door de ondernemer of de gevolgen daarvan te verhelpen die door de handhaving van contractuele verplichtingen kunnen worden verholpen;

(b)

wanneer de wijziging tot doel heeft het risico te compenseren van prijsverhogingen die door de contractant afgedekt zijn.

Motivering

De huidige richtijnen bevatten procedurele regels voor het verloop van aanbestedingen. Zij bevatten geen bepalingen over de wijziging van opdrachten gedurende de termijn en die bepalingen moeten ook niet worden opgenomen in de nieuwe richtlijnen, omdat dit onnodig veel administratieve rompslomp voor aanbestedende diensten veroorzaakt en de flexibiliteit vermindert. Indien de Commissie informatie wil verstrekken over de jurisprudentie van het Hof op dit gebied, dan is een interpretatieve mededeling hiervoor een beter instrument.

Wijzigingsvoorstel 28

COM(2011) 896 final

Artikel 83

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Artikel 83

Artikel 83

Overeenkomstig Richtlijn 89/665/EEG van de Raad zorgen de lidstaten voor een correcte tenuitvoerlegging van deze richtlijn door doeltreffende, beschikbare en transparante mechanismen ter aanvulling van het bestaande stelsel van beroepsmogelijkheden tegen beslissingen van aanbestedende diensten.

Motivering

Het is overbodig om er in een richtlijn op te wijzen dat de richtlijn correct moet worden uitgevoerd. Het bestaande stelsel van beroepsmogelijkheden tegen beslissingen van aanbestedende diensten is voldoende. Als men de regelgeving eenvoudiger en flexibeler wil maken, moeten er geen nieuwe, overbodige structuren in het leven worden geroepen.

Wijzigingsvoorstel 29

COM(2011) 895 final

Artikel 93

COM(2011) 896 final

Artikel 84

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Overheidstoezicht

Overheidstoezicht

1.   De lidstaten wijzen één onafhankelijke instantie aan die belast is met toezicht op en coördinatie van uitvoeringsactiviteiten (hierna "de toezichtsinstantie"). De lidstaten stellen de Commissie op de hoogte van de aangewezen instantie.

   

Alle aanbestedende diensten zijn onderworpen aan dit toezicht.

2.   De bevoegde instanties die bij de uitvoeringsactiviteiten betrokken zijn, worden zo georganiseerd dat bevoegdheidsconflicten worden vermeden. Het stelsel van overheidstoezicht is transparant. Met dat doel worden richtsnoeren en adviezen alsmede een jaarverslag over de tenuitvoerlegging en toepassing van de in deze richtlijn vastgestelde regels bekendgemaakt.

   

Het jaarverslag bevat de volgende informatie:

(a)

een vermelding over de slaagkansen van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) in aanbestedingen; wanneer het slaagpercentage lager is dan 50 % wat de waarde van aan kmo's gegunde opdrachten betreft, wordt in het verslag onderzocht wat hiervoor de redenen zijn;

(b)

een algemeen overzicht over de tenuitvoerlegging van het beleid inzake duurzame aanbestedingen, met inbegrip van procedures waarin rekening wordt gehouden met overwegingen inzake milieubescherming, sociale integratie, waaronder de toegankelijkheid voor personen met een handicap of bevordering van innovatie;

(c)

informatie over het toezicht en de voortgangsbegeleiding, overeenkomstig de leden 3 tot en met 5 van dit artikel, van inbreuken op aanbestedingsregels die de begroting van de Unie raken;

(d)

gecentraliseerde gegevens over gemelde gevallen van fraude, omkoping, belangenconflicten en andere ernstige onregelmatigheden op het gebied van overheidsaanbestedingen, met inbegrip van de gevallen die zich voordoen in door de begroting van de Unie medegefinancierde projecten.

3.   De toezichtsinstantie is belast met de volgende taken:

   

(a)

toezicht op de toepassing van de aanbestedingsregels en de daaraan verbonden praktijk van aanbestedende diensten en in het bijzonder van aankoopcentrales;

(b)

juridisch advies aan aanbestedende diensten over de interpretatie van aanbestedingsregels en -beginselen en over de toepassing van aanbestedingsregels in specifieke gevallen;

(c)

verstrekking van initiatiefadviezen en richtsnoeren over aangelegenheden van algemeen belang met betrekking tot de interpretatie en toepassing van aanbestedingsregels, vaak terugkerende vragen en systeemgebonden moeilijkheden betreffende de toepassing van aanbestedingsregels, op basis van de bepalingen van deze richtlijn en de desbetreffende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie;

(d)

invoering en toepassing van algemene, werkbare, ‧red flag‧ indicatorsystemen om gevallen van fraude, corruptie, belangenconflicten en andere ernstige onregelmatigheden te voorkomen, op te sporen en op passende wijze te melden;

(e)

bewustmaking van de bevoegde nationale instanties, waaronder de auditinstanties, met betrekking tot vastgestelde specifieke schendingen en systeemgebonden problemen;

(f)

onderzoek van klachten van burgers en ondernemingen over de toepassing van aanbestedingsregels in specifieke gevallen en doorzending van de onderzoeksresultaten aan de bevoegde aanbestedende diensten, die verplicht zijn in hun beslissingen daarmee rekening te houden, of wanneer de onderzoeksresultaten niet worden gevolgd, de redenen voor de afwijzing daarvan toe te lichten;

(g)

toezicht op de beslissingen van nationale gerechtelijke instanties en autoriteiten naar aanleiding van een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie op basis van artikel 267 van het Verdrag of bevindingen van de Europese Rekenkamer waarin schendingen van de Europese aanbestedingsregels met betrekking tot door de Unie medegefinancierde projecten zijn vastgesteld; de toezichtsinstantie meldt elke inbreuk op aanbestedingsprocedures van de Unie aan het Europees Bureau voor fraudebestrijding wanneer deze betrekking heeft op opdrachten die direct of indirect door de Europese Unie worden gefinancierd.

De onder e) bedoelde taken laten de uitoefening van het recht van hoger beroep overeenkomstig nationaal recht of overeenkomstig de bij Richtlijn 89/665/EEG ingevoerde regeling onverlet.

De lidstaten machtigen de toezichtsinstantie om in beroepsprocedures tegen beslissingen van aanbestedende diensten krachtens nationaal recht bevoegde gerechtelijke instanties aan te zoeken wanneer deze een schending heeft vastgesteld tijdens haar activiteiten van toezicht en juridisch advies.

4.   Onverminderd de algemene procedures en werkmethoden die de Commissie heeft vastgesteld voor haar mededelingen aan en contacten met de lidstaten, treedt de toezichtsinstantie op als specifiek contactpunt voor de Commissie wanneer deze overeenkomstig artikel 17 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 317 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie toeziet op de toepassing van het Europese recht en op de uitvoering van de begroting van de Unie. Zij brengt aan de Commissie verslag uit over elke schending van deze richtlijn in procedures voor de gunning van direct of indirect door de Unie gefinancierde opdrachten.

   

De Commissie kan de toezichtsinstantie in het bijzonder aanzoeken voor de behandeling van individuele gevallen wanneer de opdracht nog niet is gegund of het nog mogelijk is een beroepsprocedure in te stellen. Zij kan deze instantie ook belasten met de controleactiviteiten die noodzakelijk zijn ter uitvoering van de maatregelen waartoe lidstaten zich hebben verbonden om door de Commissie aangewezen schendingen van Europese aanbestedingsregels en beginselen te verhelpen.

De Commissie kan de toezichtsinstantie verzoeken beweerde inbreuken op de aanbestedingsregels van de Unie te onderzoeken met betrekking tot door de begroting van de Unie medegefinancierde projecten. Zij kan de toezichtsinstantie belasten met de begeleiding van bepaalde gevallen om ervoor te zorgen dat ten aanzien van inbreuken op de aanbestedingsregels van de Unie met betrekking tot medegefinancierde projecten passende maatregelen worden genomen door de bevoegde nationale autoriteiten, die verplicht zijn de instructies van de toezichtsinstantie te volgen.

5.   De onderzoeks- en handhavingsactiviteiten die de toezichtsinstantie verricht om te verzekeren dat de beslissingen van de aanbestedende diensten voldoen aan deze richtlijn en de algemene beginselen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, komen niet in de plaats van en doen niet af aan de institutionele rol van de Commissie als behoeder van het Verdrag. Wanneer de Commissie een individueel geval voor behandeling verwijst, behoudt zij voorts het recht om op te treden in overeenstemming met de haar krachtens het Verdrag verleende bevoegdheden.

   

6.   De aanbestedende diensten verstrekken de nationale toezichtsinstantie de volledige tekst van alle gegunde opdrachten met een waarde die gelijk is aan of hoger dan:

   

(a)

1 000 000 euro in het geval van opdrachten voor leveringen of diensten;

(b)

10 000 000 euro in het geval van opdrachten voor werken.

7.   Onverminderd nationale wetgeving betreffende toegang tot informatie en in overeenstemming met nationale en EU-wetgeving betreffende gegevensbescherming geeft de toezichtsinstantie op schriftelijk verzoek kosteloze, onbeperkte, volledige en rechtstreekse toegang tot de in lid 6 bedoelde opdrachten. Toegang tot bepaalde delen van de opdrachten kan worden geweigerd wanneer de vrijgeving daarvan de handhaving van de wet in de weg zou staan of anderszins in strijd zou zijn met het openbare belang, schade zou berokkenen aan de rechtmatige commerciële belangen van bepaalde publieke of particulier ondernemers of afbreuk zou kunnen doen aan de eerlijke mededinging tussen ondernemers.

   

Toegang tot de onderdelen die voor vrijgeving in aanmerking komen, wordt binnen een redelijke termijn verleend en niet later dan 45 dagen vanaf de datum van het verzoek.

De verzoekers die om toegang vragen, hoeven geen direct of indirect belang met betrekking tot de desbetreffende opdracht aan te tonen. De ontvanger van de informatie mag deze publiek maken.

8.   Het in lid 2 genoemde verslag bevat eveneens een overzicht van alle activiteiten die de toezichtsinstantie overeenkomstig de leden 1 tot en met 6 uitoefent.

   

Motivering

De eis om nationale toezichtsinstanties op te richten en deze instanties de tekst van alle gegunde opdrachten te verstrekken is duidelijk in strijd met het subsidiariteitsbeginsel. De lidstaten zijn zelf verantwoordelijk voor de organisatie van hun openbaar bestuur. Het nationale toezicht op de naleving van de aanbestedingsregels is een taak van de nationale rechtbanken, toezichthouders en auditors. Bovendien leiden deze regels tot meer administratieve rompslomp voor de aanbestedende diensten.

Wijzigingsvoorstel 30

COM(2011) 896 final

Artikel 85, eerste alinea

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Artikel 85

Artikel 85

Aanbestedende diensten stellen over elke opdracht en raamovereenkomst en telkens wanneer een dynamisch aankoopsysteem wordt ingevoerd, een proces-verbaal op, dat ten minste het volgende bevat:

(a)

de naam en het adres van de aanbestedende dienst, het voorwerp en de waarde van de opdracht, de raamovereenkomst of het dynamisch aankoopsysteem;

(b)

de namen van de begunstigde gegadigden of inschrijvers met motivering van deze keuze;

(c)

de namen van de uitgesloten gegadigden of inschrijvers met motivering van deze uitsluiting;

(d)

de redenen voor de afwijzing van abnormaal laag bevonden inschrijvingen;

(e)

de naam van de begunstigde inschrijver en de motivering voor de keuze van deze inschrijving, alsmede, indien bekend, het gedeelte van de opdracht of de raamovereenkomst dat de begunstigde inschrijver voornemens is in onderaanneming aan derden te geven;

(f)

voor procedures van gunning via onderhandelingen zonder voorafgaande bekendmaking, de in artikel 30 bedoelde omstandigheden die het gebruik van deze procedure rechtvaardigen;

(g)

in voorkomend geval, de redenen voor het besluit van de aanbestedende dienst om een opdracht niet te gunnen, een raamovereenkomst niet te sluiten of een dynamisch aankoopsysteem niet in te voeren;

(h)

in voorkomend geval, vastgestelde belangenconflicten en de in dit verband genomen maatregelen.

Motivering

De hier bedoelde documentatieplicht legt een onevenredig grote last op de schouders van lokale overheden en leidt bovendien nergens toe. Doel van deze herziening is nu juist het verminderen van het aantal overbodige administratieve verplichtingen, en niet de invoering van nog meer bureaucratie.

Wijzigingsvoorstel 31

COM(2011) 896 final

Artikel 85, laatste twee alinea's

Individuele verslagen over procedures voor de gunning van opdrachten

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Artikel 85

Individuele verslagen over procedures voor de gunning van opdrachten

Artikel 85

Individuele verslagen over procedures voor de gunning van opdrachten

De aanbestedende diensten documenteren het verloop van alle gunningsprocedures, ongeacht of deze al dan niet elektronisch worden verricht. Hiertoe bewaren zij documenten voor alle stadia in de aanbestedingsprocedure, met inbegrip van de communicatie met ondernemers en interne beraadslaging, de voorbereiding van de inschrijvingen, eventuele dialoog of onderhandeling, selectie en gunning van de opdracht.

.

Het proces-verbaal, of de hoofdpunten ervan, worden desgevraagd aan de Commissie of de nationale toezichtsinstantie meegedeeld.

Motivering

Het Comité van de Regio's vindt dat het systeem met processen-verbaal, zoals omschreven in artikel 43 van Richtlijn 2004/18/EG, de voorkeur verdient boven de hier voorgestelde regeling en de administratieve last op de schouders van de aanbestedende diensten verlicht.

Wijzigingsvoorstel 32

COM(2011) 895 final

Artikel 95

COM(2011) 896 final

Artikel 86

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Nationale verslaglegging en lijsten van aanbestedende diensten

1.   De overeenkomstig artikel 84 opgerichte of aangewezen instanties zenden de Commissie uiterlijk op 31 oktober van het volgende jaar op basis van een standaardformulier een uitvoerings- en statistisch verslag over het jaar.

   

2.   Het in lid 1 bedoelde verslag bevat ten minste de volgende informatie:

   

(a)

een volledige en bijgewerkte lijst van alle centrale overheidsinstanties, lagere aanbestedende diensten en publiekrechtelijke instellingen en associaties van aanbestedende diensten die overheidsopdrachten gunnen of raamovereenkomsten sluiten, met vermelding voor elke dienst van het uniek identificatienummer wanneer de nationale wetgeving in een dergelijk nummer voorziet; deze lijst wordt ingedeeld naar type dienst.

(b)

een volledige en bijgewerkte lijst van alle aankoopcentrales;

(c)

voor alle opdrachten boven de in artikel 4 van deze richtlijn vastgestelde drempels:

(i)

het aantal en de waarde van opdrachten uitgesplitst naar type aanbestedende dienst per procedure en per werk, levering en dienst overeenkomstig de CPV-nomenclatuur;

(ii)

voor opdrachten die in een procedure van gunning door onderhandelingen zonder voorafgaande bekendmaking zijn gegund, worden de onder i) bedoelde gegevens bovendien uitgesplitst naargelang van de in artikel 30 bedoelde omstandigheden, met vermelding van het aantal en de waarde van de opdrachten die per lidstaat en per derde land van vestiging van de begunstigde onderneming zijn gegund;

(d)

voor alle opdrachten die onder de in artikel 4 van deze richtlijn vastgestelde drempels vallen maar wel onder deze richtlijn zouden vallen als hun waarde de drempel overschreed, het aantal en de waarde van de gegunde opdrachten uitgesplitst naar type aanbestedende dienst.

3.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 89 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage I om na kennisgevingen door lidstaten de lijst van aanbestedende diensten bij te werken, wanneer deze wijzigingen noodzakelijk zijn om aanbestedende diensten juist te identificeren.

   

De Commissie kan op gezette tijdstippen in het Publicatieblad van de Europese Unie een lijst van de krachtens lid 2, onder a), doorgegeven publiekrechtelijke diensten ter informatie bekendmaken.

4.   De lidstaten stellen de Commissie informatie ter beschikking over hun institutionele organisatie met betrekking tot de uitvoering, controle en naleving van deze richtlijn, alsmede over nationale initiatieven om voorlichting en bijstand te verlenen bij de uitvoering van de aanbestedingsregels van de Unie of een antwoord te formuleren op de uitdagingen die zich bij de uitvoering van deze regels aandienen.

   

5.   De Commissie stelt het standaardformulier vast voor het opmaken van het in lid 1 bedoelde jaarlijkse uitvoerings- en statistisch verslag. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 91 bedoelde raadplegingsprocedure.

   

Motivering

De voorgestelde bepaling dient te worden geschrapt. Deze bepaling leidt tot een hoop administratie voor zowel de instantie die al deze lijsten moet opstellen als voor de aanbestedende diensten die de informatie moeten verstrekken.

Wijzigingsvoorstel 33

COM(2011) 895 final

Artikel 96

COM(2011) 896 final

Artikel 87

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Bijstand voor aanbestedende diensten en ondernemers

1.   De lidstaten stellen structuren voor technische ondersteuning ter beschikking om aanbestedende diensten juridisch en economisch advies, voorlichting en bijstand te verlenen bij de voorbereiding en uitvoering van aanbestedingsprocedures. De lidstaten zorgen er eveneens voor dat elke aanbestedende dienst bekwame bijstand en adviesverlening over individuele aangelegenheden kan verkrijgen.

   

2.   Teneinde de toegang van ondernemers, en met name kmo's, tot aanbestedingen te verbeteren en het correcte begrip van de bepalingen van deze richtlijn te bevorderen, zorgen de lidstaten ervoor dat passende bijstand kan worden verkregen, ook met elektronische middelen of met gebruik van bestaande netwerken voor beroepsondersteuning.

   

3.   Specifieke administratieve ondersteuning wordt ter beschikking gesteld van ondernemers die voornemens zijn deel te nemen aan een aanbestedingsprocedure in een andere lidstaat. Deze ondersteuning heeft ten minste betrekking op de administratieve verplichtingen in de betrokken lidstaat en op mogelijke verplichtingen op het gebied van elektronische aanbestedingen.

   

De lidstaten zorgen ervoor dat belangstellende ondernemers een vlotte toegang krijgen tot passende informatie over verplichtingen met betrekking tot belastingen, milieubescherming en sociaal- of arbeidsrechtelijke verplichtingen die gelden in de lidstaat, regio of plaats waar de werken moeten worden uitgevoerd of de diensten moeten worden verricht en die bij de uitvoering van de opdracht van toepassing zullen zijn op de ter plaatse uit te voeren werken of te leveren diensten.

4.   Voor de toepassing van de leden 1, 2 en 3 kunnen de lidstaten een of meerdere instanties of administratieve structuren aanwijzen. De lidstaten zorgen voor een passende coördinatie tussen deze instanties en structuren.

   

Motivering

De organisatie van bijstand voor aanbestedende diensten op nationaal niveau is een zaak van de lidstaten en daarom dient dit artikel te worden geschrapt. Als de regelgeving eenvoudiger zou zijn, dan zou de behoefte aan uitleg van de aanbestedingsregels waarschijnlijk ook kleiner zijn.

Wijzigingsvoorstel 34

COM(2011) 896 final

Artikel 88, lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Artikel 88

Artikel 88

3.   Voor de toepassing van dit artikel wijzen de lidstaten een of meerdere contactpunten aan en delen zij de contactgegevens daarvan mee aan de overige lidstaten, de toezichtsinstanties en de Commissie. De lidstaten publiceren de lijst van contactpunten en werken deze regelmatig bij. De toezichtsinstantie wordt belast met de coördinatie van deze contactpunten.

3.   Voor de toepassing van dit artikel wijzen de lidstaten een of meerdere contactpunten aan en delen zij de contactgegevens daarvan mee aan de overige lidstaten en de Commissie. De lidstaten publiceren de lijst van contactpunten en werken deze regelmatig bij.

Motivering

Artikel 88 moet worden gehandhaafd, zij het zonder vermelding van de nieuwe toezichtsinstanties. Doel van deze herziening is nu juist het verminderen van het aantal overbodige administratieve verplichtingen, en niet de invoering van nog meer bureaucratie.

Brussel, 9 oktober 2012

De voorzitter van het Comité van de Regio's

Ramón Luis VALCÁRCEL SISO