52011PC0896

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende het gunnen van overheidsopdrachten /* COM/2011/0896 definitief - 2011/0438 (COD) */


TOELICHTING

1. Achtergrond van het voorstel

· Motivering en doel van het voorstel

De Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei [COM(2010) 2020] is gebaseerd op drie onderling nauw verbonden en elkaar versterkende prioriteiten: het ontwikkelen van een op kennis en innovatie gebaseerde economie; het bevorderen van een koolstofarme, concurrerende economie waarin zuinig wordt omgesprongen met hulpbronnen; en het stimuleren van een economie met veel werkgelegenheid en sociale en territoriale cohesie.

Overheidsopdrachten spelen in de Europa 2020-strategie een belangrijke rol. Zij zijn een van de te gebruiken marktinstrumenten om deze doelstellingen te bereiken, door het ondernemingsklimaat en de voorwaarden voor bedrijven die willen innoveren, te verbeteren en door een ruimer gebruik van groene overheidsopdrachten te stimuleren en zo de overgang naar een zuinige en koolstofarme economie te ondersteunen. In de Europa 2020-strategie wordt tegelijkertijd beklemtoond dat het beleid inzake overheidsopdrachten voor een zo efficiënt mogelijke besteding van middelen moet zorgen en dat de markten voor overheidsopdrachten overal in de EU open moeten worden gehouden.

Om deze uitdagingen aan te gaan moet de bestaande wetgeving inzake overheidsopdrachten worden herzien en gemoderniseerd zodat deze beter aansluit bij de ontwikkelingen op politiek, sociaal en economisch gebied.

In haar mededeling "Akte voor de interne markt: Twaalf hefbomen voor het stimuleren van de groei en het versterken van het vertrouwen" van 13 april 2011 heeft de Commissie onder de twaalf kernacties die vóór het einde van 2012 door de EU-instellingen moeten zijn goedgekeurd, de herziening en modernisering van het wettelijk kader voor overheidsopdrachten aangewezen, met als doel de gunning van opdrachten flexibeler te doen verlopen en te komen tot een betere aanwending van overheidsopdrachten ter ondersteuning van andere beleidslijnen.

Dit voorstel heeft twee complementaire doelstellingen:

· de efficiëntie bij het besteden van middelen te verhogen om te komen tot het best mogelijke aanbestedingsresultaat wat de prijs-kwaliteitverhouding betreft. Dit betekent in het bijzonder dat de bestaande aanbestedingsregels eenvoudiger en flexibeler moeten worden. Gestroomlijnde, efficiëntere procedures zullen alle marktdeelnemers ten goede komen en zullen de participatie van zowel kmo's als buitenlandse inschrijvers bevorderen.

· aanbesteders in staat stellen overheidsopdrachten beter te gebruiken ter ondersteuning van gemeenschappelijke maatschappelijke doelen zoals milieubescherming, hogere efficiëntie in het gebruik van hulpbronnen en energie, bestrijding van klimaatverandering, bevordering van innovatie, werkgelegenheid en maatschappelijke integratie en het garanderen van optimale omstandigheden voor het verstrekken van maatschappelijke diensten van hoge kwaliteit.

· Algemene context

Overheidsopdrachten spelen een belangrijke rol in de algemene economische prestaties van de Europese Unie. In Europa besteden overheidsdiensten ongeveer 18% van het bbp aan werken, leveringen en diensten. Gelet op het volume van de bestedingen kunnen overheidsopdrachten gebruikt worden als een krachtige hefboom om te komen tot een interne markt die slimme, duurzame en inclusieve groei stimuleert.

De huidige generatie aanbestedingsrichtlijnen – Richtlijn 2004/17/EG[1] en Richtlijn 2004/18/EG[2] – zijn het product van een lang ontwikkelingsproces dat in 1971 van start is gegaan met Richtlijn 71/305/EEG. Deze richtlijnen waarborgen transparante en niet-discriminerende procedures en willen er zo in de eerste plaats voor zorgen dat ondernemers uit de hele interne markt ten volle gebruik kunnen maken van de fundamentele vrijheden wanneer zij concurreren voor overheidsopdrachten.

Uit een brede economische evaluatie is gebleken dat de aanbestedingsrichtlijnen hun doelstellingen in aanzienlijke mate hebben bereikt. Zij hebben geleid tot meer transparantie en sterkere concurrentie terwijl de bereikte besparingen meetbaar zijn door lagere prijzen.

Belanghebbenden hebben niettemin te kennen gegeven dat er behoefte is aan een herziening van de aanbestedingsrichtlijnen om de regels te vereenvoudigen, de efficiëntie en effectiviteit ervan te verhogen en deze beter te doen aansluiten bij de politieke, sociale en economische ontwikkelingen. Gestroomlijnde, efficiëntere procedures zullen de aanbestedende diensten meer flexibiliteit geven, zullen alle ondernemers ten goede komen en zullen de participatie van kmo's en buitenlandse inschrijvers bevorderen. Betere aanbestedingsregels zullen aanbestedende diensten ook in staat stellen een beter gebruik te maken van overheidsopdrachten ter ondersteuning van gemeenschappelijke maatschappelijke doelen, zoals milieubescherming, hogere efficiëntie in het gebruik van hulpbronnen en energie, bestrijding van klimaatverandering, bevordering van innovatie, werkgelegenheid en maatschappelijke integratie en het garanderen van optimale omstandigheden voor het verstrekken van maatschappelijke diensten van hoge kwaliteit. Deze beleidskeuzen werden bevestigd door de resultaten van een raadpleging van belanghebbenden, die de Commissie in de lente van 2011 heeft gehouden en waarin een zeer grote meerderheid van belanghebbenden zich heeft uitgesproken voor een voorstel tot herziening van de aanbestedingsrichtlijnen om deze beter aan te passen aan de nieuwe uitdagingen waarmee zowel aanbestedende diensten als ondernemers te maken krijgen.

· Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied

Samen met de voorgestelde nieuwe richtlijn inzake opdrachten van nutsbedrijven zal het voorstel leiden tot vervanging van de Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG als centrale onderdelen van het wetgevingskader inzake overheidsopdrachten van de Europese Unie.

De richtlijn wordt aangevuld met de overige elementen van dit wettelijk kader:

· Richtlijn 2009/81/EG[3] voorziet in bijzondere regels voor aanbestedingen op het gebied van defensie en veiligheid,

· Richtlijn 89/665/EEG[4] bepaalt gemeenschappelijke normen voor nationale beroepsprocedures om ervoor te zorgen dat er in alle EU-landen snelle en doeltreffende rechtsmiddelen ter beschikking worden gesteld in gevallen waarin inschrijvers van mening zijn dat opdrachten op onrechtmatige wijze zijn gegund.

· Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de Unie

Dit initiatief geeft uitvoering aan de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei [COM(2010) 2020] en de Europa 2020-vlaggenschipinitiatieven inzake de Digitale agenda voor Europa [COM(2010) 245], de Innovatie-Unie [COM(2010) 546], het geïntegreerd industriebeleid in een tijd van mondialisering [COM(2010) 614], Energie 2020 [COM(2010) 639] en het efficiënt gebruik van hulpbronnen in Europa [COM(2011) 21]. Het geeft ook uitvoering aan de Akte voor de interne markt [COM(2011) 206], in het bijzonder de twaalfde kernactie met betrekking tot het "herziene en gemoderniseerde wettelijke kader voor overheidsopdrachten". Het is een strategisch initiatief van het werkprogramma van de Commissie voor 2011.

2. Raadpleging van belanghebbende partijen en effectbeoordeling

· Raadpleging van belanghebbende partijen

Wijze van raadpleging, belangrijkste geraadpleegde sectoren en algemeen profiel van de respondenten

De Commissie publiceerde op 27 januari 2011 een Groenboek betreffende de modernisering van het EU-beleid inzake overheidsopdrachten – Naar een meer efficiënte Europese aanbestedingsmarkt[5], waarmee zij een ruime openbare raadpleging heeft gehouden over opties om de wetgeving te wijzigen met het oog op een gemakkelijkere en flexibelere gunning van opdrachten en een betere aanwending van overheidsopdrachten ter ondersteuning van andere beleidslijnen. Het groenboek had tot doel een aantal belangrijke gebieden voor hervorming aan te wijzen en belanghebbenden te ondervragen over concrete mogelijkheden tot wijziging van de wet. Onderwerpen die hierin aan bod kwamen, hadden onder meer betrekking op het vereenvoudigen en flexibeler maken van procedures, het strategisch gebruik van overheidsopdrachten om andere beleidsdoelstellingen te bevorderen, de verbetering van de toegang tot overheidsopdrachten voor kmo's en de strijd tegen vriendjespolitiek, corruptie en belangenconflicten.

De openbare raadpleging eindigde op 18 april 2011 en leverde zeer veel reacties op. In het totaal kwamen 623 antwoorden binnen van zeer uiteenlopende groepen van belanghebbenden, waaronder centrale overheidsdiensten van de lidstaten, plaatselijke en regionale aanbesteders en associaties daarvan, ondernemingen, industrieverbonden, universiteiten, verenigingen uit het maatschappelijk middenveld (waaronder vakbonden) en individuele burgers. De meeste antwoorden kwamen uit het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, en in mindere mate uit België, Italië, Nederland, Oostenrijk, Zweden, Spanje en Denemarken.

De resultaten van de raadpleging zijn samengevat in een synthesedocument[6] en ter discussie voorgelegd op een openbare conferentie op 30 juni 2011[7].

Samenvatting van de reacties en hoe daarmee rekening is gehouden

De overgrote meerderheid van belanghebbenden waardeerde het initiatief van de Europese Commissie om het huidige aanbestedingenbeleid te herzien. Naast de verschillende onderwerpen die in het groenboek zijn besproken, is door belanghebbenden met bijzondere aandrang gewezen op de behoefte om procedures te vereenvoudigen en deze flexibeler te maken. Een duidelijke meerderheid van alle groepen van belanghebbenden steunde bijvoorbeeld het idee om een ruimer gebruik van de mededingingsprocedure van gunning door onderhandelingen toe te staan. Er was ook grote steun voor maatregelen ter verlichting van de administratieve lasten die verbonden zijn aan de keuze van de inschrijver.

Over het strategisch gebruik van overheidsopdrachten om de maatschappelijke doelstellingen van de Europa 2020-strategie te bereiken, waren de meningen van de belanghebbenden verdeeld. Veel belanghebbenden, en met name ondernemingen, stonden in het algemeen weigerachtig ten aanzien van het idee om overheidsopdrachten te gebruiken ter ondersteuning van andere beleidsdoelstellingen. Andere belanghebbenden, met name organisaties uit het maatschappelijk middenveld, waren sterke voorstanders van dit strategisch gebruik en pleitten voor ingrijpende wijzigingen in de grondbeginselen van het aanbestedingenbeleid.

· Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid

Naast de raadpleging over het groenboek verrichtte de Europese Commissie in 2010/2011 een diepgaande evaluatie over de gevolgen en de effectiviteit van de EU-aanbestedingsregels, uitgaande van een omvangrijke verzameling van bewijsmateriaal en nieuw onafhankelijk onderzoek. Het onderzoek had voornamelijk betrekking op de kosten en de effectiviteit van de aanbestedingsprocedures, vragen in verband met grensoverschrijdende aanbestedingen, toegang van kmo's tot aanbestedingsmarkten en het strategisch gebruik van aanbestedingen in Europa.

Uit de evaluatie blijkt duidelijk dat de aanbestedingsrichtlijnen, dat wil zeggen Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG, hebben bijgedragen tot een cultuur van transparantie en resultaatgerichte aanbesteding, een cultuur die besparingen oplevert en leidt tot verbeteringen in de kwaliteit van de aanbestedingsresultaten die de kosten van deze aanbestedingsprocedures, zowel voor overheidsafnemers als voor leveranciers, ver overstijgen. Uit de evaluatie is voorts gebleken dat verschillen in de tenuitvoerlegging en toepassing van de richtlijnen in de verschillende lidstaten tot verschillende resultaten hebben geleid. De tijd die nodig is voor het voltooien van procedures en de kosten voor overheidsafnemers verschillen sterk tussen de lidstaten.

· Effectbeoordeling

De effectbeoordeling en de samenvatting daarvan bieden een overzicht van de verschillende opties voor elk van de vijf groepen van basisproblemen (administratieve organisatie, toepassingsgebied, procedures, strategische aanbestedingen en toegang tot markten voor overheidsopdrachten). Op basis van een analyse van de voor- en nadelen van de verschillende opties werd een pakket van voorkeursopties vastgesteld waarin de synergieën tussen de verschillende oplossingen geoptimaliseerd worden, waardoor besparingen ten gevolge van één soort actie de betrokken kosten ten gevolge van een andere kunnen compenseren (bv. mogelijke toename van procedurele voorschriften ten gevolge van strategische aanbestedingen kon gedeeltelijk worden gecompenseerd door besparingen in verband met de verbeterde opzet van aanbestedingsprocedures). Deze voorkeursopties vormen de basis voor het onderhavige voorstel.

Het ontwerpverslag van effectbeoordeling is gecontroleerd door de raad voor effectbeoordelingen, die heeft verzocht om wijzigingen, met name wat betreft de aanwijzing van de te behandelen specifieke onderdelen van het wettelijk kader, de beschrijving van de besproken opties, een grondigere kosten-batenanalyse van de gekozen kernacties en de systematische verwerking van de standpunten van belanghebbenden, zowel bij de probleemomschrijving als bij de aanvullingen op de effectbeoordeling. Deze aanbevelingen voor verbetering zijn opgenomen in het eindverslag. Het advies van de raad voor effectbeoordelingen over het verslag wordt samen met dit voorstel en met het definitieve effectbeoordelingsverslag en de samenvatting daarvan gepubliceerd.

3. Juridische elementen van het voorstel

· Rechtsgrondslag

Het voorstel is gebaseerd op artikel 53, lid 1, artikel 62 en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

· Subsidiariteitsbeginsel

Het subsidiariteitsbeginsel is van toepassing voorzover het voorstel geen gebieden bestrijkt die onder de exclusieve bevoegdheid van de EU vallen.

De doelstellingen van het voorstel kunnen om de volgende reden niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt:

De coördinatie van aanbestedingsprocedures boven bepaalde drempels is een belangrijk instrument gebleken voor de voltooiing van de interne markt op het gebied van overheidsopdrachten. Hierdoor wordt gegarandeerd dat ondernemers in heel de interne markt effectieve en gelijke toegang tot overheidsopdrachten krijgen. Uit ervaringen met de Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG en vroegere generaties van aanbestedingsrichtlijnen is gebleken dat Europa-wijde aanbestedingsprocedures zorgen voor transparantie en objectiviteit in de aanbestedingsactiviteiten, hetgeen leidt tot aanzienlijke besparingen en betere resultaten, die de overheid van de lidstaten en uiteindelijk de Europese belastingbetaler ten goede komen.

Deze doelstelling kan niet voldoende worden bereikt door het optreden van de lidstaten, dat onvermijdelijk zou resulteren in afwijkende voorschriften en mogelijk conflicterende procedureregelingen met een toenemende complexiteit in de regelgeving en ongerechtvaardigde obstakels voor grensoverschrijdende activiteiten tot gevolg.

Het voorstel is derhalve in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel.

· Evenredigheidsbeginsel

Het voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, aangezien het niet verder gaat dan nodig is om de goede werking van de interne markt te garanderen door middel van een reeks Europa-wijde gecoördineerde aanbestedingsprocedures. Voorts berust het voorstel op een "toolbox"-aanpak, waarbij lidstaten een maximale graad van flexibiliteit wordt geboden om de procedures en instrumenten aan te passen aan hun specifieke situatie.

In vergelijking met de huidige aanbestedingsrichtlijnen zal het voorstel de administratieve last die verbonden is aan het verloop van de procedure, verlichten zowel voor de aanbestedende diensten als voor de ondernemers; waar nieuwe eisen worden gesteld (bijvoorbeeld met betrekking tot strategische aanbestedingen), worden deze gecompenseerd door het opheffen van verplichtingen op andere gebieden.

· Keuze van instrumenten

Aangezien het voorstel gebaseerd is op artikel 53, lid 1, artikel 62 en artikel 114 VWEU, is het gebruik van een verordening voor bepalingen die van toepassing zijn op aanbestedingen van goederen en diensten, niet toegestaan door het Verdrag. Het voorgestelde instrument is derhalve een richtlijn.

Zoals in de effectbeoordeling is aangegeven, zijn niet-wetgevende opties tijdens de effectbeoordelingsprocedure afgevallen.

4. Gevolgen voor de begroting

Dit voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting.

5. Aanvullende informatie

· Intrekking van bestaande wetgeving

De goedkeuring van dit voorstel zal leiden tot de intrekking van bestaande wetgeving (Richtlijn 2004/18/EG).

· Evaluatie-/herzienings-/vervalbepaling

Het voorstel bevat een herzieningsbepaling met betrekking tot de economische effecten van de drempelbedragen.

· Omzettingsmaatregelen en verklarende documenten

Het voorstel heeft betrekking op een gebied waarin de wetgeving van de Unie coördinatie beoogt, hetgeen aanzienlijke gevolgen heeft voor een groot aantal onderdelen van het nationale recht. Ondanks de coördinatiedoelstelling leiden vele van de bepalingen tot volledige harmonisatie en bevat het voorstel een groot aantal juridische verplichtingen. De lidstaten vullen de regels van de Unie aan met bijkomende nationale voorschriften zodat het hele stelsel operationeel wordt.

In dit verband heeft de Commissie een reeks factoren aangewezen die verdere toelichting door de lidstaten behoeven om tot een correct begrip van de omzettingsmaatregelen te komen alsmede om het geheel van aanbestedingsregels op nationaal niveau operationeel te maken:

– omzettings- en uitvoeringsmaatregelen worden vastgesteld op verschillende institutionele echelons (nationaal/federaal, regionaal, lokaal);

– naast de verschillende niveaus van regelgeving worden in veel lidstaten ook regels vastgesteld naargelang van de betrokken sector of het type aanbesteding;

– administratieve maatregelen van algemene of specifieke aard vormen een aanvulling op en in sommige gevallen een overlapping met het centrale wettelijke kader.

Alleen de lidstaten kunnen uitleggen in welke zin de verschillende maatregelen een omzetting van de aanbestedingsrichtlijnen van de Unie vormen en hoe deze maatregelen zich onderling tot elkaar verhouden.

Om deze redenen moeten samen met de omzettingsmaatregelen stukken worden meegedeeld waarin het verband tussen de verschillende onderdelen van deze richtlijn en de overeenkomstige omzettingsmaatregelen wordt toegelicht. Het gaat dan in het bijzonder om concordantietabellen die een operationeel instrument vormen voor de analyse van de nationale maatregelen.

· Europese Economische Ruimte

De voorgestelde maatregel betreft een onderwerp dat onder de EER-overeenkomst valt en moet daarom worden uitgebreid tot de Europese Economische Ruimte.

· Nadere uitleg van het voorstel

1) Vereenvoudiging en flexibilisering van aanbestedingsprocedures

De voorgestelde richtlijn voorziet in het vereenvoudigen en flexibiliseren van de procedureregeling zoals vastgesteld in de huidige aanbestedingsrichtlijnen. Met dat doel worden de volgende maatregelen vastgesteld:

Verduidelijking van het toepassingsgebied: Het basisbegrip "overheidsopdracht", dat ook in de titel van de voorgestelde richtlijn voorkomt, is opnieuw ingevoerd om het toepassingsgebied en het doel van de aanbestedingsregels beter af te bakenen en de toepassing van de drempels te vergemakkelijken. De definities van een aantal kernbegrippen waarmee het toepassingsgebied van de richtlijn wordt omschreven (zoals publiekrechtelijke instelling, overheidsopdrachten voor werken en diensten, gemengde opdrachten), zijn herzien in het licht van de rechtspraak van het Hof van Justitie. Tegelijkertijd wordt ernaar gestreefd de continuïteit te bewaren in het gebruik van begrippen die in de loop der jaren in de rechtspraak van het Hof zijn ontwikkeld en die welbekend zijn bij praktijkmensen. In dit verband moet worden opgemerkt dat kleine afwijkingen van de bewoordingen of van de wijze van voorstelling zoals die in de vroegere richtlijnen bekend was, niet noodzakelijk een inhoudelijke verandering meebrengen maar te wijten kunnen zijn aan een vereenvoudiging van de teksten.

Het traditionele onderscheid tussen zogenoemde prioritaire en niet-prioritaire diensten ("A"- en "B"-diensten) wordt afgeschaft. Uit de resultaten van de evaluatie is gebleken dat het niet langer gerechtvaardigd is de volle toepassing van de aanbestedingswetgeving te beperken tot een gelimiteerde groep van diensten. Het is echter ook duidelijk geworden dat de gewone aanbestedingsregels niet aangepast zijn voor sociale diensten die een specifieke reeks regels nodig hebben (zie hieronder).

'Toolbox'-aanpak: De stelsels van de lidstaten zullen voorzien in twee basisvormen van procedures, namelijk openbare en niet-openbare procedures. Daarnaast kunnen de lidstaten voorzien in de mededingingsprocedure van gunning door onderhandelingen, de concurrentiegerichte dialoog en/of het innovatiepartnerschap, een nieuw type procedure voor innovatieve aanbestedingen (zie hieronder).

Aanbestedende diensten zullen bovendien beschikken over een reeks van zes specifieke aanbestedingstechnieken en -instrumenten voor gegroepeerde en elektronische aanbestedingen: raamovereenkomsten, dynamisch aankoopsystemen, elektronische veilingen, elektronische catalogi, aankoopcentrales en gezamenlijke aanbesteding. In vergelijking met de bestaande richtlijn zijn deze instrumenten verbeterd en verduidelijkt om elektronische aanbestedingen te vergemakkelijken.

Lichtere regeling voor lagere aanbestedende diensten: In overeenstemming met de WTO-overeenkomst inzake overheidsopdrachten voorziet het voorstel in een vereenvoudigde regeling voor aanbestedingen ten behoeve van alle aanbestedende diensten onder het niveau van de centrale overheid, zoals lokale en regionale overheden. Deze afnemers kunnen vooraankondigingen gebruiken als oproep tot mededinging. Wanneer zij van deze mogelijkheid gebruik maken, hoeven zij vóór de aanvang van de aanbestedingsprocedure geen aparte aankondiging van een opdracht bekend te maken. Zij kunnen eveneens op een flexibelere wijze en in onderling overleg met deelnemers bepaalde termijnen vaststellen.

Bevorderen van elektronische aanbesteding: Het gebruik van elektronische communicatie en transactieverwerking door inkopers kan aanzienlijke besparingen opleveren en kan de uitkomst van de aanbesteding verbeteren terwijl verspilling en fouten worden tegengegaan. Het voorstel wil de lidstaten hulp bieden bij het overstappen naar elektronische aanbesteding door leveranciers in staat te stellen deel te nemen aan online-aanbestedingsprocedures in heel de interne markt. Met het oog hierop voorziet de voorgestelde richtlijn in verplichte elektronische doorzending van aankondigingen en de verplichte elektronische beschikbaarstelling van de aanbestedingsdocumenten en wordt de overgang naar zuiver elektronische communicatie, in het bijzonder elektronische inschrijving, binnen een periode van twee jaar verplicht gesteld in alle aanbestedingsprocedures. Hiermee worden dynamische aankoopsystemen en elektronische catalogi gestroomlijnd en verbeterd en worden dit volledig elektronische aanbestedingsinstrumenten die bijzonder geschikt zijn voor sterk gegroepeerde aanbestedingen van aankoopcentrales. Door middel van het instrument van elektronische aanbestedingen kunnen aanbestedende diensten ook fouten voorkomen, opsporen en corrigeren die gewoonlijk te wijten zijn aan een verkeerd begrip of een verkeerde interpretatie van de aanbestedingsregels.

Modernisering van procedures: Het voorstel voorziet in een flexibelere en gebruiksvriendelijke aanpak voor een aantal belangrijke aspecten van aanbestedingsprocedures. De termijnen voor deelneming en indiening van inschrijvingen zijn ingekort en maken een snellere en meer gestroomlijnde aanbesteding mogelijk. Het onderscheid tussen de selectie van inschrijvers en de gunning van de opdracht, vaak een bron van vergissingen en misverstanden, is flexibeler gemaakt; hierdoor kunnen aanbestedende diensten besluiten hoe zij de opeenvolging zo praktisch mogelijk aanpakken door de gunningscriteria vóór de selectiecriteria te onderzoeken, en kunnen zij bij het gunnen rekening houden met het criterium van de organisatie en de kwaliteit van het personeel dat toegewezen wordt voor de uitvoering van de opdracht.

De gronden voor uitsluiting van gegadigden en inschrijvers zijn gewijzigd en verduidelijkt. Aanbestedende diensten zullen het recht krijgen om ondernemers die aanzienlijk of bij voortduring tekort zijn geschoten bij de uitvoering van eerdere opdrachten, uit te sluiten. Het voorstel voorziet ook in de mogelijkheid van 'zelfreiniging': aanbestedende diensten kunnen gegadigden of inschrijvers accepteren, ook als er een uitsluitingsgrond is, als zij passende maatregelen hebben genomen om de gevolgen van onwettig gedrag te verhelpen en herhaling van het wangedrag doeltreffend te voorkomen.

Het wijzigen van opdrachten gedurende de looptijd ervan is voor praktijkmensen steeds belangrijker en daarmee problematisch geworden. Een specifieke bepaling over wijziging van opdrachten neemt de basisoplossingen over die in de rechtspraak zijn ontwikkeld, en levert een pragmatische oplossing voor het aanpakken van onvoorziene omstandigheden die een aanpassing van een overheidsopdracht gedurende de looptijd ervan vergen.

2) Strategisch gebruik van overheidsopdrachten bij nieuwe uitdagingen

De voorgestelde richtlijn is gebaseerd op het creëren van mogelijkheden en voorziet de aanbestedende diensten van de nodige instrumenten om bij te dragen tot de strategische doelstellingen van Europa 2020 door gebruikmaking van hun koopkracht voor de aankoop van producten en diensten die innovatie bevorderen, milieu- en klimaatvriendelijk zijn en ook gunstig voor werkgelegenheid, openbare gezondheid en sociale omstandigheden.

Levenscycluskosten: In het voorstel wordt aan inkopers de mogelijkheid geboden hun gunningsbeslissingen te baseren op de levenscycluskosten van de aan te kopen producten, diensten of werken. De levenscyclus dekt alle fasen van het bestaan van een product of werk of verrichting van een dienst, vanaf de aanschaf van de grondstof of het opwekken van de hulpbronnen tot het verwijderen, het opruimen of het afwerken ervan. De kosten waarmee rekening moet worden gehouden, bevatten niet alleen de directe monetaire uitgaven maar ook de externe milieukosten indien deze in geld kunnen worden uitgedrukt en gecontroleerd. Wanneer in de Europese Unie een gemeenschappelijke methodologie voor de berekening van levenscycluskosten wordt ontwikkeld, zullen aanbestedende diensten verplicht worden daar gebruik van te maken.

Productieproces: Aanbestedende diensten kunnen in de technische specificaties en in de gunningscriteria verwijzen naar alle factoren die rechtstreeks verbonden zijn met het productieproces, voorzover deze betrekking hebben op aspecten van het productieproces die nauw verbonden zijn met de specifieke productie of levering van de aangeschafte goederen of diensten. Dit sluit uit dat rekening kan worden gehouden met voorschriften die verband houden met de totstandbrenging van de onder de aanbesteding vallende producten, werken of diensten, zoals het algemene vereiste van maatschappelijk verantwoord ondernemerschap dat het geheel van de werkzaamheden van de ondernemer omvat.

Keuren: Aanbestedende diensten kunnen eisen dat werken, leveringen of diensten voorzien zijn van specifieke certificatie van milieu-, sociale of andere eigenschappen, op voorwaarde dat ook equivalente keuren worden aanvaard. Dit geldt bijvoorbeeld voor Europese of (pluri-) nationale milieukeuren of certificaten waarmee wordt aangegeven dat voor het product geen kinderarbeid is gebruikt. De bedoelde certificatieregelingen moeten betrekking op kenmerken die verband houden met het voorwerp van de opdracht en moeten opgesteld zijn op basis van wetenschappelijke informatie, die tot stand gekomen is in een open en transparante procedure en toegankelijk is voor alle belanghebbende partijen.

Bestraffing van schendingen van dwingend sociaal, arbeids- of milieurecht: Volgens de voorgestelde richtlijn kan een aanbestedende dienst ondernemers van de procedure uitsluiten indien inbreuken op verplichtingen uit hoofde van wetgeving van de Unie op het gebied van sociaal, arbeids- of milieurecht of uit hoofde van het internationaal arbeidsrecht worden vastgesteld. Daarnaast zullen aanbestedende diensten verplicht zijn inschrijvingen af te wijzen indien zij hebben vastgesteld dat deze abnormaal laag zijn wegens schendingen van de wetgeving van de Unie op het gebied van sociaal, arbeids- of milieurecht.

Maatschappelijke diensten: Uit de evaluatie van de gevolgen en de effectiviteit van de EU-aanbestedingsregels is gebleken dat maatschappelijke diensten, gezondheidszorg en onderwijsvoorziening specifieke kenmerken vertonen waardoor zij niet geschikt zijn voor toepassing van de gewone procedures voor de gunning van overheidsopdrachten. Deze diensten worden gewoonlijk verstrekt binnen een specifieke context die ten gevolge van verschillende administratieve, organisationele en culturele omstandigheden sterk varieert naargelang van de lidstaten. Deze diensten hebben in wezen slechts een zeer beperkte grensoverschrijdende dimensie. Lidstaten moeten derhalve een grote vrijheid krijgen om de keuze van dienstenaanbieders te organiseren. In het voorstel wordt daarmee rekening gehouden door de invoering van een specifieke regeling voor opdrachten voor deze diensten, met een hogere drempel van 500 000 euro en met als enige verplichting de grondbeginselen van transparantie en gelijke behandeling in acht te nemen. Uit de kwantitatieve analyse van de waarde van de opdrachten voor dergelijke aan buitenlandse ondernemers gegunde diensten is gebleken dat opdrachten onder deze drempelwaarde gewoonlijk geen grensoverschrijdend belang hebben.

Innovatie: Onderzoek en innovatie spelen een centrale rol in de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei. Aankoopdiensten moeten de mogelijkheid krijgen innovatieve producten en diensten aan te schaffen om de toekomstige groei te bevorderen en de efficiëntie en de kwaliteit van overheidsdiensten te verbeteren. In het voorstel wordt aan dit doel tegemoetgekomen door het innovatiepartnerschap, een nieuwe speciale procedure voor de ontwikkeling en de daaropvolgende aankoop van nieuwe, innovatieve producten, werken en diensten, op voorwaarde dat deze geleverd kunnen worden tegen overeengekomen kwaliteits- en prijsniveaus. Daarnaast wordt in het voorstel de concurrentiegerichte dialoog verbeterd en vereenvoudigd en worden grensoverschrijdende gezamenlijke aanbestedingen, een belangrijk instrument voor innovatieve aankopen, vergemakkelijkt.

3) Betere toegang tot de markt voor kmo's en startende ondernemingen

Kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) bezitten een enorm potentieel voor het scheppen van werkgelegenheid, groei en innovatie. Vlotte toegang tot de aanbestedingenmarkt kan een hulp zijn om dit potentieel te ontsluiten en geeft aanbestedende diensten ook de mogelijkheid om het aanbod van toeleveranciers te vergroten, hetgeen een positieve weerslag heeft door de toename van de concurrentie voor overheidsopdrachten. Om overheidsopdrachten voor kmo's zo toegankelijk mogelijk te maken, publiceerde de Commissie in 2008 de "Europese code van goede praktijken ter vergemakkelijking van de toegang van het mkb tot overheidsopdrachten"[8]. Het voorstel bouwt voort op dit werk en biedt concrete maatregelen om belemmeringen voor de markttoegang van kmo's op te heffen.

Vereenvoudiging van informatieverplichtingen: Kmo's zullen veel baat hebben bij de algemene vereenvoudiging van de informatieverplichtingen in aanbestedingsprocedures. Het voorstel voorziet in de verplichting om eigen verklaringen te aanvaarden als voorlopig bewijsmateriaal voor selectiedoeleinden. De feitelijke overlegging van documentair bewijs zal worden vergemakkelijkt door een gestandaardiseerd document, het Europees aanbestedingspaspoort, dat een bewijsmiddel is voor het ontbreken van gronden voor uitsluiting.

Opdeling in percelen: Aanbestedende diensten worden verzocht om – homogene of heterogene – overheidsopdrachten op te delen in percelen om ze toegankelijker te maken voor kmo's. Indien zij besluiten dit niet te doen, zijn zij verplicht de redenen hiervoor nader toe te lichten.

Beperking van eisen voor deelname: Om te voorkomen dat de mogelijke deelname door kmo's op ongerechtvaardigde wijze wordt belemmerd, bevat de voorgestelde richtlijn een exhaustieve lijst van voorwaarden voor deelname aan aanbestedingsprocedures en stelt zij expliciet dat deze voorwaarden beperkt moeten blijven tot "die voorwaarden die geschikt zijn om te garanderen dat een gegadigde of inschrijver over de … middelen en de … vaardigheden beschikt om de te gunnen opdracht uit te voeren". Voorwaarden inzake omzet, die voor kmo's vaak een groot obstakel voor toegang zijn, worden nadrukkelijk beperkt tot drie keer de geraamde waarde van de opdracht, behalve in naar behoren gemotiveerde gevallen. Tot slot moeten alle voorwaarden voor deelname door groepen ondernemingen – een instrument van bijzonder belang voor kmo's – om objectieve redenen gerechtvaardigd en evenredig zijn.

Rechtstreekse betaling van onderaannemers: Een lidstaat kan voorts bepalen dat onderaannemers kunnen verzoeken om rechtstreekse betaling door de aanbestedende dienst voor leveringen, werken en diensten die aan de hoofdaannemer zijn verstrekt bij de uitvoering van de opdracht. Hierdoor beschikken onderaannemers, die vaak kmo's zijn, over een efficiënt middel om hun belangen bij de betaling beschermd te zien.

4) Deugdelijke procedures

Door de financiële belangen die ermee gemoeid zijn en de nauwe interactie tussen de openbare en de particuliere sector zijn overheidsopdrachten gevoelig voor ondeugdelijke handelspraktijken, zoals belangenconflicten, vriendjespolitiek en corruptie. Het voorstel verbetert de bestaande mechanismen van vrijwaring tegen dergelijke gevaren en zorgt voor aanvullende bescherming.

Belangenconflicten: Het voorstel bevat een specifieke bepaling over belangenconflicten die betrekking heeft op reële, potentiële of vermoede situaties waarin zich een belangenconflict voordoet ten aanzien van personeelsleden van de aanbestedende dienst of van aanbieders van aanbestedingsdiensten die in het aanbestedingsproces optreden, en bestuursleden van de aanbestedende dienst die de uitkomst van een aanbestedingsprocedure kunnen beïnvloeden, zelfs al zijn zij er formeel niet bij betrokken.

Onrechtmatig gedrag: Het voorstel bevat een specifieke bepaling om op te treden tegen onrechtmatig gedrag van gegadigden en inschrijvers: pogingen om het besluitvormingsproces onrechtmatig te beïnvloeden of het sluiten van overeenkomsten met andere deelnemers om het resultaat van de procedure te manipuleren moeten uit de procedure worden gebannen. Dergelijke onrechtmatige activiteiten schenden de grondbeginselen van het recht van de Europese Unie en kunnen resulteren in ernstige verstoringen van de concurrentie.

Onbillijke voordelen: Marktraadplegingen zijn voor aanbestedende diensten een nuttig instrument om informatie te vergaren over de structuur, de mogelijkheden en de capaciteit van een markt terwijl marktdeelnemers tegelijkertijd voorgelicht worden over de aanbestedingsplannen en vereisten van de aankopende instanties Verkennende contacten met marktdeelnemers mogen echter niet leiden tot onbillijke voordelen en concurrentievervalsing. Het voorstel bevat daarom een specifieke bepaling over vrijwaringsmechanismen tegen ongegronde bevoordeling van deelnemers die de aanbestedende dienst geadviseerd hebben of bij de voorbereiding van de procedure betrokken zijn geweest.

5) Bestuur

Nationale toezichtsinstanties: Uit de evaluatie is gebleken dat niet alle lidstaten consequent en systematisch toezicht houden op de uitvoering en werking van de aanbestedingsregels. Dit legt een hypotheek op efficiënte en eenvormige toepassing van de Europese wetgeving. In het voorstel is derhalve bepaald dat de lidstaten één nationale instantie aanwijzen die belast is met het toezicht, de tenuitvoerlegging en de controle van de aanbestedingsregels. Alleen deze instantie met overkoepelende taken zal een overzicht verkrijgen van de belangrijkste moeilijkheden bij de uitvoering en zal in staat zijn passende oplossingen voor te stellen voor meer structurele problemen. De instantie zal zich in een goede positie bevinden om rechtstreeks feedback te geven over de werking van het beleid en over potentiële zwakke punten in de nationale wetgeving en de praktijk, en zal dus bijdragen tot een snelle afbakening van oplossingen en een verbetering van de aanbestedingsprocedures.

Kenniscentra: In vele gevallen beschikken de aanbestedende diensten niet over de interne expertise om complexe aanbestedingsprojecten te behandelen. Aangepaste en onafhankelijke professionele ondersteuning door administratieve structuren kan het resultaat van aanbestedingen aanzienlijk verbeteren door een vergroting van de kennisbasis en de professionele ervaring van de aanbestedende instanties en door bijstand aan het bedrijfsleven en met name kmo's. Het voorstel verplicht de lidstaten derhalve ondersteunende structuren aan te bieden met juridisch en economisch advies, richtsnoeren, opleiding en bijstand in de voorbereiding en uitvoering van aanbestedingsprocedures. Er bestaan op nationaal vlak reeds ondersteunende structuren of mechanismen die op zeer uiteenlopende wijze zijn georganiseerd maar toch verschillende belangstellingsgebieden voor aanbestedende diensten en instanties dekken. De lidstaten zullen deze mechanismen daarom kunnen gebruiken, hun expertise verder uitbouwen en deze diensten promoten als een geschikt en modern instrument voor passende ondersteuning van aanbestedende diensten en ondernemers.

Om corruptie en vriendjespolitiek beter te bestrijden zullen aanbestedende diensten verplicht zijn de tekst van de gegunde opdrachten te zenden aan de toezichtsinstantie, die deze opdrachten dus op verdachte patronen zal kunnen controleren en belanghebbende personen toegang tot deze documenten kan verlenen, voorzover gewettigde openbare of particuliere belangen daardoor niet aangetast worden. Er moet evenwel worden vermeden onevenredig zware administratieve lasten op te leggen: de verplichting tot doorzending van de volledige tekst van de gegunde opdracht moet daarom beperkt blijven tot opdrachten met een relatief hoge waarde. De voorgestelde drempels vormen daarom een juist evenwicht tussen een verzwaring van de administratieve lasten en een verhoogde transparantie: met een drempel van 1 000 000 euro voor leveringen en diensten en van 10 000 000 euro is deze verplichting van toepassing op 10 tot 20% van alle in het Publicatieblad bekendgemaakte aanbestedingen.

De voorschriften inzake toezichtsinstanties en kenniscentra voor de lidstaten zullen naar verwachting in het algemeen geen bijkomende financiële lasten meebrengen. Hoewel er enige kosten worden verwacht om bestaande mechanismen en structuren te hervormen en beter af te stemmen, zullen deze uitgaven gecompenseerd worden door de vermindering van de gerechtskosten (zowel voor aanbestedende diensten als ondernemingen), de kosten ten gevolge van vertragingen in de gunning van opdrachten door verkeerde toepassing van aanbestedingsregels of slechte voorbereiding van aanbestedingsprocedures, en de kosten die te wijten zijn aan de huidige versnippering en inefficiëntie in de adviesverlening aan aanbestedende diensten.

Administratieve samenwerking: Het voorstel voorziet ook in daadwerkelijke samenwerking, waardoor nationale toezichtsinstanties informatie en beste praktijken met elkaar kunnen delen en kunnen samenwerken door middel van het Informatiesysteem interne markt (IMI).

2011/0438 (COD)

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende het gunnen van overheidsopdrachten

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 53, lid 1, artikel 62 en artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen[9],

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[10],

Gezien het advies van het Comité van de Regio’s[11],

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Wanneer door of namens overheden van de lidstaten overheidsopdrachten worden gegund, moeten de beginselen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie worden geëerbiedigd, met name het vrije verkeer van goederen, de vrijheid van vestiging en het vrij verlenen van diensten, alsmede de daarvan afgeleide beginselen, zoals gelijke behandeling, niet-discriminatie, wederzijdse erkenning, evenredigheid en transparantie. Voor overheidsopdrachten met een waarde boven een bepaald drempelbedrag moeten echter bepalingen worden opgesteld die nationale procedures voor aanbestedingen coördineren om te waarborgen dat deze beginselen in de praktijk worden geëerbiedigd en dat overheidsopdrachten wordt opengesteld voor mededinging.

(2)             Overheidsopdrachten spelen in de Europa 2020-strategie[12] een belangrijke rol en zijn een van de marktinstrumenten die kunnen worden ingezet om een slimme, duurzame en inclusieve groei te bereiken en tegelijkertijd overheidsmiddelen zo efficiënt mogelijk te gebruiken. Met het oog daarop moeten de bestaande aanbestedingsregels die zijn vastgesteld krachtens Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten[13] en Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten[14], worden herzien en gemoderniseerd om de efficiëntie van de overheidsuitbestedingen te verhogen, in het bijzonder door de deelneming van kleine en middelgrote ondernemingen aan overheidsopdrachten te bevorderen, en om aanbesteders in staat te stellen overheidsopdrachten beter te gebruiken ter ondersteuning van gemeenschappelijke maatschappelijke doelen. Er is ook behoefte aan verduidelijking van de basisbegrippen en -concepten om de rechtszekerheid te verhogen en om rekening te houden met een aantal aspecten van de desbetreffende vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

(3) De toenemende diversiteit van het overheidsoptreden maakt het noodzakelijk om het begrip overheidsopdracht zelf duidelijker te definiëren. De aanbestedingsregels van de Unie zijn niet bedoeld om alle vormen van besteding van overheidsgeld te bestrijken, maar uitsluitend die vormen die gericht zijn op de verkrijging van werken, leveringen of diensten tegen betaling. Onder verkrijging moet in ruimere zin het verkrijgen van de baten van de betrokken werken, leveringen of diensten worden verstaan, zonder dat de eigendom noodzakelijkerwijs hoeft te worden overgedragen aan de aanbestedende diensten. Bovendien valt het uitsluitend financieren van een activiteit, waaraan vaak de verplichting is gekoppeld de ontvangen bedragen terug te betalen wanneer deze niet worden benut voor de voorgenomen doeleinden, doorgaans niet onder de aanbestedingsregels.

(4) Het is eveneens noodzakelijk te verduidelijken wat moet worden verstaan onder één enkele aanbesteding, die tot gevolg heeft dat, met betrekking tot de drempels van deze richtlijn, moet worden gerekend met het samengetelde bedrag van alle overeenkomsten die worden gesloten voor het doel van deze opdracht, en dat de opdracht als geheel moet worden bekendgemaakt, mogelijk opgedeeld in percelen.   Het concept één enkele aanbesteding omvat alle werken, leveringen en diensten die nodig zijn om een bepaald project uit te voeren, bijvoorbeeld een project van werken of een geheel van werken, leveringen en/of diensten. Aanwijzingen voor het bestaan van één enkel project vormen bijvoorbeeld de algemene voorafgaande planning en conceptie door de aanbestedende dienst, het feit dat de verschillende aangekochte onderdelen één enkele economische en technische functie vervullen of dat zij anderszins logisch met elkaar verbonden zijn en binnen een kort tijdsbestek worden uitgevoerd.

(5) Overeenkomstig artikel 11 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie moeten eisen inzake milieubescherming worden geïntegreerd in de omschrijving en uitvoering van het beleid en het optreden van de Unie, in het bijzonder met het oog op het bevorderen van duurzame ontwikkeling. In deze richtlijn wordt aangegeven hoe de aanbestedende diensten aan de bescherming van het milieu en het bevorderen van duurzame ontwikkeling kunnen bijdragen, met de verzekering dat zij voor hun opdrachten tegelijk de beste prijs-kwaliteitverhouding kunnen verkrijgen.

(6) Zelfs indien zij niet noodzakelijk leiden tot corrupt gedrag, houden reële, potentiële of vermeende belangenconflicten een groot risico in dat aanbestedingsbeslissingen op ongepaste wijze worden beïnvloed, hetgeen tot gevolg heeft dat de concurrentie wordt verstoord of dat de gelijke behandeling van gegadigden in het gedrang komt. Daarom moeten effectieve mechanismen worden opgezet om belangenconflicten te voorkomen, op te sporen en te verhelpen.

(7) Onwettig gedrag van deelnemers aan een aanbestedingsprocedure, zoals pogingen om het besluitvormingsproces op ongepaste wijze te beïnvloeden of om overeenkomsten met andere gegadigden te sluiten met het oog op het beïnvloeden van het resultaat van de procedure, kan leiden tot schendingen van de grondbeginselen van het recht van de Unie en ernstige concurrentievervalsingen. Ondernemers moeten daarom verplicht worden op erewoord te verklaren dat zij geen onwettige handelingen zullen verrichten, en moeten worden uitgesloten indien deze verklaring vals blijkt te zijn.

(8) Bij Besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap, voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-Ronde (1986-1994) voortvloeiende overeenkomsten[15] is met name de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten van de Wereldhandelsorganisatie, hierna de „overeenkomst” genoemd, goedgekeurd. De overeenkomst beoogt de invoering van een multilateraal kader van evenwichtige rechten en verplichtingen met betrekking tot overheidsopdrachten met het oog op de liberalisering en de expansie van de wereldhandel. Voor opdrachten die onder de overeenkomst vallen, alsmede onder andere toepasselijke internationale overeenkomsten waardoor de Unie gebonden is, voldoen de aanbestedende diensten aan de verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomsten door deze richtlijn toe te passen op ondernemingen van de derde landen die ondertekenende partij bij de overeenkomsten zijn.

(9) De overeenkomst is van toepassing op opdrachten boven bepaalde drempels die in de overeenkomst zijn vastgesteld en die in bijzondere trekkingsrechten zijn uitgedrukt. De in deze richtlijn vastgestelde drempels moeten worden geharmoniseerd om ervoor te zorgen dat zij overeenstemmen met het equivalent in euro van de drempels van de overeenkomst. Ook dient te worden voorzien in een periodieke herziening van de in euro uitgedrukte drempels, om deze indien nodig aan te passen, door middel van een zuiver rekenkundige operatie, aan eventuele schommelingen van de waarde van de euro ten opzichte van het bijzondere trekkingsrecht.

(10) Uit de evaluatie van het effect en de doeltreffendheid van de EU-wetgeving inzake overheidsopdrachten[16] is gebleken dat de uitsluiting van een aantal diensten van de volle toepassing van deze richtlijn moet worden herzien. Bijgevolg wordt de volle toepassing van de richtlijn uitgebreid tot een aantal diensten (zoals hotel- en juridische diensten, die beide een hoog percentage van grensoverschrijdende handel te zien hebben gegeven).

(11) Andere categorieën van diensten hebben vanwege hun aard nog steeds een beperkte grensoverschrijdende dimensie. Het gaan dan met name om diensten aan personen zoals sociale diensten, gezondheidszorg en onderwijs. Deze diensten worden verstrekt binnen een bijzondere context die sterk varieert naargelang van de lidstaten, hetgeen te wijten is aan verschillende culturele tradities. Daarom moet een specifieke regeling worden ingevoerd voor opdrachten voor deze diensten, met een hogere drempel van 500 000 euro. Tenzij concrete aanwijzingen van het tegendeel bestaan, zoals financiering van grensoverschrijdende projecten door de Unie, zullen aanbieders uit andere lidstaten over het algemeen weinig belangstelling hebben voor diensten aan personen met een waarde onder deze drempel. Opdrachten voor diensten aan personen die deze drempel overschrijden, moeten over heel de Unie transparant verlopen. Wegens het belang van de culturele context en het gevoelige karakter van deze diensten moeten de lidstaten een grote vrijheid krijgen om de keuze van de dienstverrichters te organiseren zoals zij dat het meest passend achten. In de voorschriften van deze richtlijn wordt rekening gehouden met die noodzaak en wordt alleen de naleving van de basisbeginselen van transparantie en gelijke behandeling verplicht gesteld, en er wordt voor gezorgd dat aanbestedende diensten voor de keuze van dienstverrichters specifieke kwaliteitscriteria kunnen toepassen zoals vastgesteld in het facultatieve Europees kwaliteitskader voor sociale diensten van het Comité voor sociale bescherming van de Europese Unie[17]. Lidstaten en/of aanbestedende diensten blijven vrij om deze diensten zelf te verrichten of om sociale diensten zo te organiseren dat er geen sprake is van gunning van overheidsopdrachten, bijvoorbeeld door deze diensten alleen te financieren of door licenties of machtigingen te verlenen aan alle ondernemers die beantwoorden aan de vooraf door de aanbestedende dienst vastgestelde voorwaarden, zonder beperkingen of quota, op voorwaarde dat dit systeem met voldoende publiciteit gepaard gaat en aan het transparantiebeginsel en het discriminatieverbod voldoet.

(12) Op overheidscontracten die worden gegund door aanbestedende diensten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en die vallen binnen het toepassingsgebied van deze activiteiten, is Richtlijn […] van het Europees Parlement en de Raad van […] betreffende het gunnen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten[18] van toepassing. Overheidsopdrachten die door aanbestedende diensten in het kader van hun activiteiten voor de exploitatie van zee-, kust- of riviervervoerdiensten worden gegund, vallen echter onder het toepassingsgebied van de onderhavige richtlijn.

(13) Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten en is derhalve niet van toepassing op opdrachten die door internationale organisaties in eigen naam en voor eigen rekening worden aanbesteed. Het is echter noodzakelijk te verduidelijken in welke mate deze richtlijn moet worden toegepast op aanbestedingen die onder specifieke internationale regels vallen.

(14) Er is een groot gebrek aan rechtszekerheid over de vraag in hoeverre de aanbestedingsregels moeten worden toegepast op de samenwerking tussen overheidsdiensten. De desbetreffende rechtspraak van het Europees Hof van Justitie wordt door de lidstaten en zelfs door de aanbestedende diensten op uiteenlopende wijze geïnterpreteerd. Het is daarom noodzakelijk te verduidelijken in welke gevallen de aanbestedingsregels niet van toepassing zijn op overeenkomsten tussen aanbestedende diensten. Bij deze verduidelijking moeten de beginselen die zijn neergelegd in de toepasselijke jurisprudentie van het Hof van Justitie, als leidraad fungeren. Het enkele feit dat beide partijen in een overeenkomst zelf aanbestedende diensten zijn, sluit op zich de toepassing van aanbestedingsregels niet uit. De toepassing van aanbestedingsregels mag echter niet ten koste gaan van de vrijheid van overheidsdiensten om te beslissen hoe zij de vervulling van hun taken van algemeen belang willen organiseren. Opdrachten die worden gegund aan gecontroleerde entiteiten, of samenwerking voor de gezamenlijke uitvoering van de taken van algemeen belang van de deelnemende aanbestedende diensten moeten daarom worden vrijgesteld van de toepassing van de aanbestedingsregels indien is voldaan aan de in deze richtlijn neergelegde voorwaarden. Deze richtlijn wil ervoor zorgen dat vrijgestelde samenwerking tussen overheidsdiensten niet leidt tot verstoring van de mededinging ten opzichte van particuliere ondernemers. De deelname van een aanbestedende dienst als inschrijver in een procedure voor de gunning van een overheidsopdracht mag evenmin leiden tot verstoring van de mededinging.

(15) Er bestaat een algemene behoefte aan meer flexibiliteit en in het bijzonder een ruimere toegang tot aanbestedingsprocedures met onderhandelingen, zoals nadrukkelijk is bepaald in de overeenkomst, waarin onderhandeling in alle procedures is toegestaan. Tenzij anders is bepaald in de wetgeving van de lidstaat in kwestie, moeten aanbestedende diensten een mededingingsprocedure van gunning door onderhandelingen als vastgelegd in deze richtlijn kunnen toepassen, in diverse situaties waarin openbare of niet-openbare procedures waarschijnlijk niet zullen leiden tot bevredigende aanbestedingsresultaten. Deze procedure moet voorzien zijn van toereikende waarborgen om de beginselen van gelijke behandeling en transparantie te eerbiedigen. Dit zal aanbestedende diensten grotere vrijheid geven om werken, leveringen en diensten in te kopen die volledig zijn afgestemd op hun specifieke behoeften. Tegelijkertijd zal daardoor ook de grensoverschrijdende handel toenemen, daar uit de evaluatie is gebleken dat opdrachten die worden gegund via een procedure van gunning door onderhandelingen, een bijzonder hoog percentage grensoverschrijdende inschrijvers hebben.

(16) Om dezelfde redenen moeten aanbestedende diensten vrij zijn om de concurrentiegerichte dialoog te gebruiken. Het gebruik van deze procedure is in waarde van de opdrachten de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen. Deze procedure is nuttig gebleken in gevallen waarin de aanbestedende diensten niet in staat zijn te bepalen welke middelen aan hun behoeften kunnen voldoen of te beoordelen wat de markt te bieden heeft op het stuk van technische, financiële of juridische oplossingen. Dat kan met name het geval zijn bij innovatieve projecten, de uitvoering van omvangrijke geïntegreerde vervoersinfrastructuurprojecten, grote computernetwerken, of projecten met een complexe en gestructureerde financiering.

(17) Onderzoek en innovatie, waaronder eco-innovatie en sociale innovatie, behoren tot de voornaamste drijvende krachten van de toekomstige groei en staan centraal in de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei. Aanbestedende diensten moeten overheidsopdrachten zo strategisch mogelijk aanwenden om innovatie te bevorderen. De aankoop van innovatieve goederen en diensten speelt een centrale rol in het verbeteren van de efficiëntie en de kwaliteit van overheidsdiensten en vormt een antwoord op grote maatschappelijke uitdagingen. Hiermee kan worden gestreefd naar de beste prijs-/kwaliteitverhouding en naar ruimere economische, milieu- en maatschappelijke voordelen om nieuwe ideeën te doen rijpen, deze om te zetten in innovatieve producten en diensten en derhalve een duurzame economische groei te bevorderen. Deze richtlijn moet helpen innovatieve activiteiten in aanbestedingen te bevorderen en moet de lidstaten ondersteunen om de streefdoelen van de Innovatie-Unie te bereiken. Daarom moet worden voorzien in een specifieke aanbestedingsprocedure waarmee aanbestedende diensten een innovatiepartnerschap op lange termijn kunnen aangaan voor de ontwikkeling en daaropvolgende aankoop van nieuwe innovatieve producten, diensten of werken, onder de voorwaarde dat deze geleverd kunnen worden tegen een overeengekomen kwaliteits- en kostenniveau. Het partnerschap dient zodanig te worden gestructureerd dat het de nodige “market-pull” kan opleveren om de ontwikkeling van een innovatieve oplossing te bevorderen zonder de markt af te schermen.

(18) Gelet op de schadelijke gevolgen voor de concurrentie dienen procedures van gunning via onderhandelingen zonder oproep tot mededinging alleen in zeer uitzonderlijke omstandigheden te worden gebruikt. Deze uitzondering moet worden beperkt tot gevallen waarin volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie bekendmaking om redenen van overmacht niet mogelijk is of waarin het vanaf het begin duidelijk is dat daardoor niet meer concurrentie op gang zal komen, niet het minst omdat er objectief gezien slechts één ondernemer is die de opdracht kan uitvoeren. Alleen situaties van objectieve exclusiviteit kunnen het gebruik van de procedure van gunning via onderhandelingen zonder oproep tot mededinging rechtvaardigen, wanneer deze situatie van exclusiviteit niet door de aanbestedende dienst zelf is gecreëerd met het oog op de toekomstige aanbestedingsprocedure en wanneer er geen passende substituten beschikbaar zijn, hetgeen grondig moet worden onderzocht.

(19) Elektronische informatie- en communicatiemiddelen kunnen de bekendmaking van opdrachten in aanzienlijke mate vereenvoudigen en de efficiëntie en transparantie van aanbestedingsprocedures verbeteren. Dit zou de standaardvorm moeten worden voor mededeling en uitwisseling van informatie in aanbestedingsprocedures. Door het gebruik van elektronische middelen wordt ook tijd bespaard. Bijgevolg dienen bij gebruik van elektronische middelen de minimumtermijnen te worden verkort, op voorwaarde echter dat deze verenigbaar zijn met de specifieke verzendingsmethoden die in de Unie worden toegepast. Bovendien kunnen elektronische informatie- en communicatiemiddelen met passende functionaliteiten de aanbestedende diensten helpen fouten die zich tijdens de aanbestedingsprocedure voordoen, te voorkomen, op te sporen en te corrigeren.

(20) Op de aanbestedingsmarkten van de Unie ontstaat een sterke trend waarbij aanbestedende diensten hun vraag bundelen om schaalvoordelen te verkrijgen met lagere prijzen en transactiekosten, en om het beheer van aanbestedingen te verbeteren en te professionaliseren. Dit kan worden bereikt door het bundelen van aankopen met betrekking tot het aantal deelnemende aanbestedende diensten of het volume en de waarde ervan in de tijd. Het samenvoegen en centraliseren van aankopen moet echter nauwlettend worden gevolgd om buitensporige concentratie van kopersmacht en collusie te voorkomen en om de transparantie en concurrentie alsmede de kansen voor markttoegang voor kleine en middelgrote ondernemingen te vrijwaren.

(21) Raamovereenkomsten worden in Europa algemeen gebruikt en worden beschouwd als een efficiënte aanbestedingstechniek. Dit instrument moet daarom als dusdanig in grote mate behouden blijven. Een aantal concepten moeten echter worden verduidelijkt, in het bijzonder de voorwaarden voor het gebruik van een raamovereenkomst door aanbestedende diensten die zelf geen partij zijn bij de overeenkomst.

(22) Uit de opgedane ervaring blijkt ook dat de behoefte bestaat om de regels met betrekking tot dynamisch aankoopsystemen aan te passen zodat aanbestedende diensten ten volle voordeel kunnen halen uit de mogelijkheden van dit instrument. De systemen moeten worden vereenvoudigd, in het bijzonder door deze toe te passen in de vorm van een niet-openbare procedure en derhalve de behoefte aan indicatieve inschrijvingen uit te schakelen, hetgeen vermeld is als een van de grootste lasten die uit deze systemen voortvloeien. Elke ondernemer die een aanvraag tot deelneming indient en aan de selectiecriteria voldoet, moet derhalve tot aanbestedingsprocedures in het kader van een dynamisch aankoopsysteem worden toegelaten. Dankzij deze aankooptechniek kunnen aanbestedende diensten over een bijzonder breed gamma van inschrijvingen beschikken, wat derhalve leidt tot een optimaal gebruik van middelen door brede concurrentie.

(23) Daarnaast worden voortdurend nieuwe elektronische aankooptechnieken ontwikkeld, zoals elektronische catalogi. Zij dragen bij tot meer concurrentie en gestroomlijnde overheidsaankopen, in het bijzonder door besparingen in tijd en geld. Er moeten echter een aantal regels worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat het gebruik hiervan voldoet aan de voorschriften van de richtlijn en de beginselen van gelijke behandeling, non-discriminatie en transparantie. In het bijzonder wanneer opnieuw tot concurrentie is opgeroepen door middel van een raamovereenkomst of wanneer een dynamisch aankoopsysteem wordt gebruikt en er voldoende waarborgen worden geboden wat betreft traceerbaarheid, gelijke behandeling en voorspelbaarheid, moeten aanbestedende diensten inschrijvingen met betrekking tot specifieke aankopen kunnen openstellen op basis van eerder ingezonden elektronische catalogi. Overeenkomstig de voorschriften inzake elektronische communicatiemiddelen moeten aanbestedende diensten vermijden ongerechtvaardigde belemmeringen op te werpen voor de toegang van ondernemers tot aanbestedingsprocedures die inschrijvingen in de vorm van elektronische catalogi vereisen en die de naleving van de algemene beginselen van non-discriminatie en gelijke behandeling waarborgen.

(24) Gecentraliseerde aankooptechnieken worden in de meeste lidstaten steeds vaker gebruikt. Aankoopcentrales zijn belast met het verrichten van aankopen of het gunnen van overheidsopdrachten/het sluiten van raamovereenkomsten voor andere aanbestedende diensten of entiteiten. Door de omvang van de aankopen maken deze technieken het mogelijk de concurrentie te verbreden en overheidsbestellingen professioneler te laten verlopen. Daarom moet de Unie voorzien in een definitie van aankoopcentrales die in dienst staan van aanbestedende diensten, zonder dat dit de voortzetting van minder geïnstitutionaliseerde en systematische vormen van gecentraliseerde aankopen in de weg staat of afdoet aan de gevestigde praktijk waarbij dienstenaanbieders worden gebruikt voor de voorbereiding en het beheer van aanbestedingsprocedures in naam en voor rekening van een aanbestedende dienst. Er dienen eveneens regels te worden vastgesteld voor de verdeling van de verantwoordelijkheid voor de naleving van de verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn, ook in het geval van beroepsprocedures, tussen de aankoopcentrale en de aanbestedende diensten die bestellingen plaatsen bij of via de aankoopcentrale. Wanneer de laatstgenoemde dienst uitsluitend verantwoordelijk is voor de afwikkeling van de aanbestedingsprocedures, moet hij ook uitsluitend en rechtstreeks instaan voor de wettigheid van de procedures. Wanneer een aanbestedende dienst bepaalde delen van de procedure op zich neemt, bijvoorbeeld het heropenen van de concurrentie volgens een raamovereenkomst of de gunning van individuele opdrachten op basis van een dynamisch aankoopsysteem, moet hij ook verantwoordelijk blijven voor de stadia waarin hij optreedt.

(25) Elektronische communicatiemiddelen zijn bijzonder geschikt om gecentraliseerde aankooppraktijken en -instrumenten te ondersteunen omdat zij de mogelijkheid bieden gegevens te hergebruiken en automatisch te verwerken en zo de informatie- en transactiekosten zoveel mogelijk te beperken. In eerste instantie moet daarom het gebruik van deze elektronische communicatiemiddelen door aankoopcentrales verplicht worden gesteld terwijl ook de onderlinge toenadering van praktijken in de Unie moet worden bevorderd. Dit moet na een overgangsperiode van twee jaar worden gevolgd door een algemene verplichting tot gebruik van elektronische communicatiemiddelen in alle aanbestedingsprocedures.

(26) Gezamenlijke aanbestedingen door aanbestedende diensten uit verschillende lidstaten leveren thans specifieke wettelijke problemen op, in het bijzonder door conflicten tussen nationale wetten. Ondanks het feit dat Richtlijn 2004/18/EG grensoverschrijdende gezamenlijke overheidsopdrachten impliciet heeft toegestaan, zijn er in de praktijk een aantal nationale rechtsstelsels die op expliciete of impliciete wijze deze grensoverschrijdende vorm van gunning op wettelijk vlak onzeker of onmogelijk hebben gemaakt. Aanbestedende diensten uit verschillende lidstaten kunnen belangstelling hebben in samenwerking en gemeenschappelijke gunning van opdrachten om aldus maximaal profijt te halen uit het potentieel van de interne markt met betrekking tot schaalvoordelen en deling van risico's en voordelen, niet het minst voor innovatieve projecten die een groter risico inhouden dan het risico dat redelijkerwijs door één aanbestedende dienst alleen kan worden gedragen. Voor grensoverschrijdende gezamenlijke aanbestedingen dienen derhalve nieuwe regels ter aanwijzing van het toepasselijke recht te worden opgesteld om de samenwerking tussen aanbestedende diensten in de interne markt te bevorderen. Daarnaast kunnen aanbestedende diensten uit verschillende lidstaten gezamenlijke rechtspersonen naar nationaal of Unierecht oprichten. Voor dergelijke vormen van gezamenlijke aanbesteding moeten specifieke regels worden vastgesteld.

(27) De technische specificaties die door de aanbestedende diensten worden opgesteld, moeten ervoor zorgen dat overheidsopdrachten voor mededinging voor mededinging worden opengesteld. Daarom moet het mogelijk zijn inschrijvingen in te dienen waarin de diversiteit van technische oplossingen tot uiting komt, zodat er een voldoende hoog niveau van concurrentie ontstaat. Bijgevolg moeten de technische specificaties op zodanige wijze worden opgesteld dat een kunstmatige beperking van de concurrentie wordt vermeden door het invoeren van voorschriften die een specifieke ondernemer bevoordelen, wanneer deze voorschriften geënt zijn op de basiskenmerken van leveringen, diensten of werken zoals deze gewoonlijk door de betrokken ondernemer worden aangeboden. Door de technische specificaties op te stellen in termen van functionele prestaties en eisen kan in het algemeen aan deze doelstelling worden voldaan en wordt innovatie in de hand gewerkt. Bij verwijzing naar een Europese norm, of bij gebreke daarvan naar een nationale norm, moeten inschrijvingen op basis van andere gelijkwaardige oplossingen die voldoen aan de voorschriften van de aanbestedende diensten, door de aanbestedende diensten in overweging worden genomen. Om de gelijkwaardigheid aan te tonen, kunnen inschrijvers verplicht worden bewijsmiddelen aan te voeren die door derden gecontroleerd zijn; andere passende bewijsmiddelen, zoals een technisch dossier van de fabrikant, kunnen echter ook worden aanvaard wanneer de betrokken ondernemer geen toegang heeft tot deze certificaten of testverslagen, of deze niet binnen de geldende termijnen kan verkrijgen.

(28) Aanbestedende diensten die werken, leveringen of diensten met specifieke milieu-, sociale of andere kenmerken wensen aan te kopen, moeten daarvoor kunnen verwijzen naar specifieke keuren, zoals het Europese milieukeur, (pluri-)nationale milieukeuren of andere keuren, op voorwaarde dat de voorschriften voor de keur verband houden met het voorwerp van de opdracht, zoals de beschrijving van het product en wijze van aanbieding, waaronder verpakkingsvereisten. Voorts is het belangrijk dat deze voorschriften worden omschreven en vastgesteld op basis van objectief controleerbare criteria, met gebruik van een procedure waaraan belanghebbenden, zoals overheidsinstanties, consumenten, fabrikanten, distributeurs en milieuorganisaties kunnen deelnemen, en dat de keur toegankelijk en beschikbaar is voor alle betrokken partijen.

(29) Voor alle overheidsopdrachten die bedoeld zijn voor gebruik door personen, hetzij het ruime publiek of het personeel van de aanbestedende dienst, moeten de aanbestedende diensten de technische specificaties zo vaststellen dat rekening wordt gehouden met criteria van toegankelijkheid voor personen met een handicap of geschiktheid van het ontwerp voor alle gebruikers, uitgezonderd in behoorlijk gemotiveerde gevallen.

(30) Om de betrokkenheid van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) bij de aanbestedingenmarkt te bevorderen, moeten aanbestedende diensten ertoe worden aangezet opdrachten in percelen te verdelen en krijgen zij de verplichting nader toe te lichten om welke redenen zij dat niet doen. Wanneer een opdracht in percelen wordt verdeeld, kunnen aanbestedende diensten, bijvoorbeeld om de concurrentie te vrijwaren of om de continuïteit van de voorziening te waarborgen, het aantal percelen waarvoor een ondernemer kan inschrijven, beperken; zij kunnen ook het aantal percelen beperken dat aan één inschrijver kan worden gegund.

(31) Te strenge eisen met betrekking tot de economische en financiële draagkracht vormen vaak een ongerechtvaardigde belemmering voor de betrokkenheid van kmo's bij overheidsopdrachten. Aanbestedende diensten mogen daarom niet eisen dat ondernemers een minimumomzet hebben waarvan de waarde drie keer de geraamde waarde van de opdracht te boven gaat. In naar behoren gemotiveerde omstandigheden kunnen echter strengere eisen worden gesteld. Deze omstandigheden kunnen betrekking hebben op de hoge risico’s verbonden aan de uitvoering van de opdracht of het feit dat de tijdige en juiste uitvoering van de opdracht van kritiek belang is, bijvoorbeeld omdat deze een noodzakelijke voorwaarde is voor de uitvoering van andere opdrachten.

(32) Veel ondernemingen, niet in de laatste plaats kmo's, zijn van mening dat een grote belemmering voor hun deelname aan aanbestedingen is gelegen in de administratieve lasten die voortvloeien uit de verplichting om een aanzienlijk aantal certificaten of andere documenten over te leggen die verband houden met uitsluitings- en selectiecriteria. Het beperken van deze verplichtingen, bijvoorbeeld door middel van eigen verklaringen, kan leiden tot een aanzienlijke vereenvoudiging waarvan zowel aanbestedende diensten als ondernemers profiteren. Er moet echter worden geëist dat de inschrijver aan wie besloten is de opdracht te gunnen, het relevante bewijs verschaft, en aanbestedende diensten mogen geen overeenkomsten sluiten met inschrijvers die daartoe niet in staat zijn. Verdere vereenvoudiging kan worden bereikt door gestandaardiseerde documenten zoals het Europees aanbestedingspaspoort, dat door alle aanbestedende diensten moet worden erkend en ruim moet worden bevorderd onder ondernemers, in het bijzonder onder kmo's, die door deze documenten aanzienlijk minder administratieve druk kunnen ondervinden.

(33) De Commissie organiseert en beheert een elektronisch systeem, e-Certis, dat op vrijwillige basis door de nationale overheden wordt bijgewerkt en geverifieerd. e‑Certis beoogt de uitwisseling van vaak door aanbestedende diensten gevraagde certificaten en ander documentair bewijs te vergemakkelijken. Uit de tot nu toe opgedane ervaring blijkt dat de vrijwillige bijwerking en verificatie onvoldoende is om te waarborgen dat e-Certis zijn volledige potentieel kan realiseren voor de vereenvoudiging en bevordering van de uitwisseling van documenten voor met name kmo's. Daarom moet als eerste stap het bijwerken daarvan verplicht worden gesteld; in een later stadium zal ook het gebruik van e-Certis verplicht worden gesteld.

(34) Overheidsopdrachten mogen niet worden gegund aan ondernemers die hebben deelgenomen aan een criminele organisatie of die zich schuldig hebben gemaakt aan omkoping, fraude ten nadele van de financiële belangen van de Unie of het witwassen van geld. Niet-betaling van belastingen of socialezekerheidsbijdragen moet eveneens worden bestraft met verplichte uitsluiting op het niveau van de Unie. Voorts moet aan aanbestedende diensten de mogelijkheid worden gelaten gegadigden of inschrijvers uit te sluiten wegens schending van milieu- of sociale verplichtingen, inclusief regels over toegankelijkheid voor gehandicapte personen of andere vormen van ernstige beroepsfouten zoals schendingen van mededingingsregels of intellectuele-eigendomsrechten.

(35) Ondernemers moeten de mogelijkheid krijgen om maatregelen te nemen die de gevolgen van strafrechtelijke inbreuken of fouten verhelpen en herhaling van het wangedrag doeltreffend voorkomen. Deze maatregelen kunnen met name bestaan uit maatregelen op het gebied van personeel en organisatie, zoals het verbreken van alle banden met personen of organisaties die betrokken zijn bij het wangedrag, passende maatregelen voor de reorganisatie van het personeel, de tenuitvoerlegging van verslagleggings- en controlesystemen, de opzet van een interne controlestructuur voor toezicht op de naleving, en de vaststelling van interne regels met betrekking tot aansprakelijkheid en vergoeding. Wanneer zulke maatregelen voldoende garanties bieden, mag de ondernemer in kwestie niet langer op deze gronden worden uitgesloten. Ondernemers moeten aanbestedende diensten kunnen verzoeken de genomen maatregelen te onderzoeken met het oog op mogelijke toelating tot de aanbestedingsprocedure.

(36) Aanbestedende diensten kunnen verlangen dat maatregelen of systemen voor milieubeheer worden toegepast tijdens de uitvoering van een opdracht. Milieubeheersystemen kunnen uitwijzen of een ondernemer over de technische capaciteit beschikt om de opdracht uit te voeren, ongeacht of deze geregistreerd zijn krachtens instrumenten van de Unie zoals Verordening (EG) nr. 1221/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS)[19]. Een beschrijving van de maatregelen die de ondernemer neemt om hetzelfde niveau van milieubescherming te waarborgen, dient te worden aanvaard als bewijs in plaats van de milieubeheersystemen, wanneer de betrokken ondernemer geen toegang heeft tot dergelijke systemen of deze niet kan verkrijgen binnen de toepasselijke termijnen.

(37) De gunning van opdrachten dient te geschieden op basis van objectieve criteria die ervoor zorgen dat het discriminatieverbod en de beginselen van transparantie en gelijke behandeling in acht worden genomen. Deze criteria moeten waarborgen dat inschrijvingen in een situatie van daadwerkelijke mededinging worden beoordeeld, ook wanneer de aanbestedende diensten werken, leveringen of diensten van hoge kwaliteit verlangen die optimaal aansluiten op hun behoeften, bijvoorbeeld in het geval waarin de gekozen gunningscriteria factoren inhouden die verbonden zijn met het productieproces. Derhalve moeten aanbestedende diensten als gunningscriteria de "economisch meest voordelige inschrijving" of de "laagste prijs" kunnen toepassen, waarbij het hun in het laatste geval vrij staat passende kwaliteitsnormen vast te stellen door gebruik te maken van technische specificaties of voorwaarden voor de uitvoering van de opdracht.

(38) Wanneer aanbestedende diensten besluiten de opdracht aan de economisch meest voordelige inschrijving te gunnen, moeten zij bepalen op basis van welke gunningscriteria zij inschrijvingen zullen beoordelen om uit te maken welke inschrijving de beste prijs-kwaliteitverhouding biedt. Bij de vaststelling van deze criteria wordt rekening gehouden met het voorwerp van de opdracht, aangezien het prestatieniveau van iedere inschrijving aan de hand hiervan kan worden beoordeeld in verhouding tot het voorwerp van de opdracht, zoals omschreven in de technische specificaties, en de prijs-kwaliteitverhouding van iedere inschrijving kan worden ingeschat. De gekozen gunningscriteria mogen de aanbestedende dienst bovendien geen onbeperkte vrijheid verlenen en moeten ervoor zorgen dat daadwerkelijke mededinging mogelijk blijft, en moeten dus vergezeld gaan van voorschriften op basis waarvan de door de inschrijvers verstrekte informatie daadwerkelijk kan worden gecontroleerd.

(39) Met het oog op de doelstellingen van de Europa 2020-strategie voor duurzame groei is het uiterst belangrijk het potentieel van aanbestedingen volledig te benutten. Gelet op de grote verschillen tussen individuele sectoren en markten zou het echter niet raadzaam zijn voor overheidsopdrachten algemene verplichtingen voor milieubewuste, sociaal verantwoorde en innovatieve aankopen vast te stellen. De wetgever van de Unie heeft reeds dwingende aanbestedingsvoorschriften opgesteld voor het nastreven van bepaalde doelen in de sector van de wegvoertuigen (Richtlijn 2009/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen[20]) en kantoorapparatuur (Verordening (EG) nr. 106/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 betreffende een communautair energie-efficiëntie-etiketteringsprogramma voor kantoorapparatuur[21]). Bovendien is in het definiëren van gemeenschappelijke methodologieën voor de berekening van levenscycluskosten aanzienlijke vooruitgang geboekt. Het is derhalve aangewezen op deze weg voort te gaan en het vaststellen van dwingende doelstellingen en streefdoelen aan sectorspecifieke wetgeving over te laten volgens de in de desbetreffende sector heersende beleidskeuzen en omstandigheden, en de ontwikkeling en het gebruik van Europese methoden van levenscycluskostenberekening te bevorderen als een verdere aanzet voor de aanwending van aanbestedingen met het oog op een duurzame groei.

(40) Deze sectorspecifieke maatregelen moeten worden aangevuld door een aanpassing van de aanbestedingsrichtlijnen waardoor aanbestedende diensten bevoegdheid wordt verleend om in hun aankoopstrategieën de doelstellingen van de Europa 2020-strategie na te streven. Derhalve dient te worden verduidelijkt dat aanbestedende diensten de economisch meest voordelige inschrijving en de laagste prijs kunnen bepalen door uit te gaan van een berekening van de levenscycluskosten, mits de te gebruiken methodologie op objectieve en niet-discriminerende wijze wordt opgesteld en toegankelijk is voor alle belanghebbenden. Het begrip levenscycluskosten omvat alle kosten binnen de levenscyclus van een werk, levering of dienst, zowel de interne kosten (zoals kosten voor ontwikkeling, productie, gebruik, onderhoud en verwijdering) als de externe kosten, op voorwaarde dat deze in geld uitgedrukt en gecontroleerd kunnen worden. In de Unie moeten gemeenschappelijke methodologieën worden ontwikkeld voor de berekening van levenscycluskosten voor specifieke categorieën van leveringen of diensten; wanneer een dergelijke methodologie ontwikkeld is, moet zij verplicht worden gesteld.

(41) Voorts moeten aanbestedende diensten de mogelijkheid krijgen in technische specificaties en gunningscriteria te verwijzen naar een specifiek productieproces, een specifieke wijze van dienstverrichting, of een specifiek proces voor elke andere fase in de levenscyclus van een product of dienst, op voorwaarde dat deze verband houden met het voorwerp van de opdracht. Om maatschappelijke overwegingen in overheidsopdrachten beter in aanmerking te nemen, kunnen aanbesteders eveneens de mogelijkheid aangrijpen om in het gunningscriterium van de economisch meest voordelige inschrijving te letten op kenmerken die verband houden met de arbeidsomstandigheden van de rechtstreeks aan de betrokken productieprocessen of leveringen deelnemende personen. Deze kenmerken kunnen alleen slaan op het beschermen van de gezondheid van het bij de productie betrokken personeel of op het bevorderen van de sociale integratie van achtergestelde personen of personen van kwetsbare categorieën tussen de werknemers die de opdracht uitvoeren, inclusief de toegankelijkheid voor personen met een handicap. Dergelijke gunningscriteria met die kenmerken moeten in elk geval beperkt blijven tot die kenmerken welke een onmiddellijke weerslag hebben op de personeelsleden in hun werkomgeving. Zij dienen te worden toegepast in overeenstemming met Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten[22] en wel op zodanige wijze dat er geen sprake is van directe of indirecte discriminatie ten aanzien van ondernemers uit andere lidstaten of uit derde landen die partij zijn bij de overeenkomst of bij de vrijhandelsakkoorden waarbij de Unie partij is. Voor aanbestedingen van diensten en aanbestedingen die betrekking hebben op het ontwerpen van werken, moeten aanbestedende diensten de organisatie, kwalificatie en ervaring van het bij de uitvoering van de opdracht betrokken personeel als gunningscriterium kunnen gebruiken, aangezien dit van invloed kan zijn op de kwaliteit van de uitvoering van de opdracht en bijgevolg de economische waarde van de inschrijving.

(42) Inschrijvingen die abnormaal laag worden bevonden in verhouding tot de werken, leveringen of diensten, kunnen gebaseerd zijn op technisch, economisch of wettelijk ondeugdelijke veronderstellingen of praktijken. Om mogelijke nadelen tijdens de uitvoering van de opdracht te voorkomen moeten aanbestedende diensten verplicht worden nadere uitleg over de aangerekende prijs te vragen wanneer een inschrijving aanzienlijk lager ligt dan de prijzen van andere inschrijvers. Indien de inschrijver niet voldoende uitleg kan verschaffen, moet de aanbestedende dienst het recht hebben de inschrijving af te wijzen. De aanbestedende dienst is verplicht de inschrijving af te wijzen indien hij heeft vastgesteld dat de abnormaal lage prijzen het gevolg zijn van niet-nakoming van dwingende sociaal-, arbeids- of milieurechtelijke voorschriften van de Unie of van internationale arbeidsrechtelijke voorschriften.

(43) Uitvoeringsvoorwaarden van een opdracht zijn met de richtlijn verenigbaar indien zij niet direct of indirect discriminerend zijn, indien zij verband houden met het voorwerp van de opdracht en indien zij worden vermeld in de aankondiging die als oproep tot mededinging wordt gebruikt, of in de documenten van de aanbesteding. Zij kunnen met name ten doel hebben de beroepsopleiding op de werkplek of de arbeidsparticipatie van moeilijk in het arbeidsproces te integreren personen te bevorderen, de werkloosheid te bestrijden of het milieu of het welzijn van dieren te beschermen. Als voorbeeld kan worden verwezen naar de verplichting om voor de uitvoering van de opdracht langdurig werkzoekenden aan te werven of in opleidingsacties voor werklozen of jongeren te voorzien, om de voorschriften van de basisverdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) in acht te nemen zelfs indien deze verdragen niet in het nationale recht zijn omgezet, en om een groter dan het bij de nationale wetgeving voorgeschreven aantal achtergestelde personen aan te werven.

(44) Tijdens de uitvoering van een opdracht zijn zowel de nationale wetten, regelingen en collectieve overeenkomsten als die van de Unie inzake arbeidsvoorwaarden en veiligheid op het werk van kracht, op voorwaarde dat deze regels en de toepassing ervan in overeenstemming zijn met het recht van de Unie. Voor grensoverschrijdende situaties, waarbij werknemers van een lidstaat ter verwezenlijking van een opdracht in een andere lidstaat diensten verlenen, is bij Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verlenen van diensten[23] bepaald aan welke minimumvoorwaarden het land van ontvangst moet voldoen ten aanzien van deze ter beschikking gestelde werknemers. Indien het nationale recht daartoe strekkende bepalingen bevat, kan niet-naleving van die verplichtingen beschouwd worden als een ernstige fout van de betrokken ondernemer, hetgeen ertoe kan leiden dat hij wordt uitgesloten van de procedure voor de aanbesteding van een overheidsopdracht.

(45) Rekening houdend met de desbetreffende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie moet duidelijkheid worden verschaft over de vraag onder welke voorwaarden wijzigingen van een opdracht tijdens de uitvoering ervan een nieuwe aanbestedingsprocedure vereisen. Een nieuwe aanbestedingsprocedure is vereist in geval van materiële wijzigingen van de aanvankelijke opdracht, in het bijzonder van de reikwijdte en de omschrijving van de wederzijdse rechten en verplichtingen, waaronder de verdeling van intellectuele-eigendomsrechten. Deze wijzigingen tonen dat de partijen de intentie hebben opnieuw te onderhandelen over de wezenlijke voorwaarden van die opdracht. Dat doet zich met name voor wanneer de gewijzigde voorwaarden invloed zouden hebben gehad op het resultaat van de procedure, hadden zij deel uitgemaakt van de aanvankelijke procedure.

(46) Aanbestedende diensten kunnen af te rekenen krijgen met externe omstandigheden die zij niet konden voorzien bij de gunning van de opdracht. In dat geval is enige flexibiliteit vereist om de opdracht zonder nieuwe gunningsprocedure aan deze omstandigheden aan te passen. Het begrip onvoorzienbare omstandigheden verwijst naar omstandigheden die niet konden worden voorzien ondanks een normaal zorgvuldige voorbereiding van de aanvankelijke gunning door de aanbestedende dienst, rekening houdend met de beschikbare middelen, de aard en de kenmerken van het specifieke project, de goede praktijk in het betrokken gebied en de noodzaak te zorgen voor een passende verhouding tussen de voor de voorbereiding van de gunning uitgetrokken middelen en de voorzienbare waarde ervan. Dit is echter niet van toepassing in gevallen waarin een wijziging tot een verandering van de aard van de gehele aanbesteding leidt, bijvoorbeeld door werken, leveringen of diensten te vervangen door iets anders of door het soort aanbesteding wezenlijk te veranderen, want in een dergelijke situatie kan een hypothetische invloed op het resultaat worden vermoed.

(47) Overeenkomstig de beginselen van gelijke behandeling en transparantie mag de begunstigde inschrijver niet door een andere ondernemer worden vervangen zonder de opdracht opnieuw voor concurrentie open te stellen. Het is echter mogelijk dat de begunstigde inschrijver in de loop van de uitvoering van de opdracht bepaalde structurele veranderingen ondergaat, bijvoorbeeld door zuiver interne reorganisaties, fusies en overnames of insolventie. Dergelijke structurele veranderingen hoeven niet automatisch te leiden tot nieuwe gunningsprocedures voor alle opdrachten die door deze ondernemer worden uitgevoerd.

(48) Aanbestedende diensten moeten in individuele opdrachten zelf de mogelijkheid krijgen om door middel van herzieningsclausules in wijzigingen te voorzien, maar deze clausules mogen hun geen onbeperkte vrijheid geven. Deze richtlijn moet derhalve bepalen in welke mate de aanvankelijke opdracht in wijzigingen kan voorzien.

(49) Uit de evaluatie is gebleken dat niet alle lidstaten consequent en systematisch toezicht houden op de uitvoering en de werking van de aanbestedingsregels. Dit heeft een negatieve invloed op de correcte tenuitvoerlegging van de voorschriften van deze richtlijnen, hetgeen veel kosten en onzekerheid met zich brengt. Een aantal lidstaten hebben een nationale centrale instantie aangesteld die aanbestedingskwesties behandelt, maar de functies waarmee deze instanties belast zijn, verschillen sterk tussen lidstaten. Duidelijkere, meer consistente en gezagsvolle mechanismen voor toezicht en controle verhogen de kennis van de werking van de aanbestedingsregels, verschaffen ondernemers en aanbestedende diensten meer rechtszekerheid en dragen bij tot het scheppen van gelijke kansen voor marktdeelnemers. Deze mechanismen kunnen dienen als instrumenten voor het opsporen en tijdig verhelpen van problemen, in het bijzonder voor projecten die medegefinancierd worden door de Unie, en kunnen structurele gebreken aan het licht brengen. Er bestaat met name een grote behoefte om deze mechanismen te coördineren met het oog op een consistente toepassing, controle en begeleiding van het aanbestedingenbeleid, alsook om de resultaten van het aanbestedingenbeleid in heel de Unie te evalueren.

(50) De lidstaten moeten één nationale instantie belasten met het toezicht, de uitvoering en de controle van aanbestedingen. Deze centrale instantie moet beschikken over eerstehandse en tijdige informatie met name over de verschillende problemen die zich in verband met de tenuitvoerlegging van de aanbestedingsregels voordoen. Zij moet onmiddellijk verslag kunnen uitbrengen over de werking van het beleid en mogelijke zwakten in de nationale wetgeving en praktijk en bijdragen tot een snelle formulering van oplossingen. Om corruptie en fraude efficiënt te bestrijden moeten deze centrale instantie en het ruime publiek ook de mogelijkheid hebben de tekst van de gegunde opdrachten nader te bekijken. Opdrachten met een hoge waarde moeten dan ook aan de toezichtsinstantie worden doorgezonden en belanghebbende personen moeten toegang krijgen tot deze documenten, voorzover daardoor geen gewettigde openbare of particuliere belangen worden aangetast.

(51) Niet alle aanbestedende diensten kunnen de interne expertise hebben om economisch of technisch complexe opdrachten af te handelen. In dat verband zou aangepaste professionele ondersteuning een daadwerkelijke aanvulling vormen op activiteiten van toezicht en controle. Deze doelstelling kan worden bereikt door instrumenten voor kennisdeling (kenniscentra) die technische bijstand bieden aan aanbestedende diensten; voorts kunnen ondernemingen, en niet het minst kmo's, administratieve bijstand genieten, in het bijzonder wanneer zij over de grenzen heen deelnemen aan aanbestedingsprocedures.

(52) Op nationaal vlak bestaan er reeds structuren of mechanismen voor toezicht, controle en ondersteuning en deze kunnen natuurlijk worden gebruikt om toezicht te houden op aanbestedingen en om de uitvoering daarvan te controleren alsmede om aanbestedende diensten en ondernemers de nodige ondersteuning te verlenen.

(53) Daadwerkelijke samenwerking is vereist om in elke lidstaat en in de Unie consistente adviesverlening en praktische hulp te verzekeren. Instanties die belast zijn met toezicht, uitvoering, controle en technische bijstand, moeten de mogelijkheid hebben informatie te delen en daartoe samenwerking aan te gaan; in dit verband moet de door elke lidstaat daartoe aangestelde instantie optreden als aanspreekpunt voor de diensten van de Commissie ten behoeve van gegevensverzameling, uitwisseling van informatie en toezicht op de tenuitvoerlegging van de aanbestedingsregels van de Unie.

(54) Met het oog op aanpassing aan de snelle ontwikkelingen op het gebied van techniek, economie en regelgeving dient de bevoegdheid om handelingen in de zin van artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vast te stellen aan de Commissie te worden overgedragen wat betreft een aantal niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn. Wegens de verplichting tot nakoming van internationale overeenkomsten moet de Commissie immers bevoegdheid krijgen om de technische procedures voor de berekeningsmethoden van de drempels te wijzigen alsmede om de drempels zelf regelmatig te herzien en de bijlagen V en XI aan te passen; de lijsten van centrale overheidsinstanties zijn vatbaar voor veranderingen ten gevolge van bestuurlijke wijzigingen op nationaal niveau. Deze worden gemeld aan de Commissie, die de bevoegdheid moet krijgen om bijlage I aan te passen; verwijzingen naar de CPV-nomenclatuur kunnen door EU-regelgeving worden gewijzigd en deze veranderingen moeten in de tekst van de richtlijn worden overgenomen; de technische details en kenmerken van de middelen voor elektronische ontvangst moeten worden aangepast aan de technologische ontwikkelingen en de administratieve behoeften; de Commissie moet eveneens bevoegdheid krijgen om een aantal technische normen voor elektronische communicatie verplicht te stellen teneinde, rekening houdend met technologische ontwikkelingen en administratieve behoeften, de interoperabiliteit van technische formaten, processen en kennisgevingen te verzekeren in aanbestedingsprocedures waar gebruik wordt gemaakt van elektronische communicatie; de inhoud van het Europese aanbestedingspaspoort moet de administratieve behoeften en de wijzigingen in de nationale en Europese regelgeving weergeven; de lijst van wetgevingshandelingen van de Unie met betrekking tot invoering van gemeenschappelijke methodologieën voor de berekening van levenscycluskosten, moet snel worden aangepast om op sectorniveau vastgestelde maatregelen daarin op te nemen. Om in deze behoeften te voorzien moet de Commissie bevoegd worden om de lijst van wetgevingshandelingen, met inbegrip van de methoden voor de berekening van levenscycluskosten, bij te werken.

(55) Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden passende raadplegingen houdt, onder meer op deskundigenniveau. Bij het voorbereiden en opstellen van gedelegeerde handelingen moet de Commissie erop toezien dat de desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op passende wijze bij het Europees Parlement en de Raad worden ingediend.

(56) Om eenvormige voorwaarden te verzekeren voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijn, voor het vaststellen van de standaardformulieren voor de bekendmaking van aankondigingen, de standaardvorm van het Europees aanbestedingspaspoort en van het door de toezichtsinstanties te gebruiken gemeenschappelijk model voor het opstellen van het implementatie- en statistisch verslag, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren[24]. De raadplegingsprocedure moet worden gebruikt voor het vaststellen van deze uitvoeringshandelingen, die uit financieel oogpunt geen gevolgen hebben of geen invloed hebben op de aard en reikwijdte van verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn. Deze handelingen worden integendeel gekenmerkt door een zuiver administratieve doelstelling en dienen om de toepassing van regels uit hoofde van deze richtlijn te vergemakkelijken.

(57) Daar de doelstelling van deze richtlijn, namelijk de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten die van toepassing zijn op bepaalde aanbestedingsprocedures, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(58) Richtlijn 2004/18/EG dient derhalve te worden ingetrokken.

(59) Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van de lidstaten en de Commissie over toelichtende stukken van [datum] hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in verantwoorde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht. Met betrekking tot deze richtlijn acht de wetgever de toezending van dergelijke stukken verantwoord.

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

TITEL I: TOEPASSINGSGEBIED, DEFINITIES EN ALGEMENE BEGINSELEN

HOOFDSTUK I: Toepassingsgebied en definities

AFDELING 1: Onderwerp en definities

Artikel 1: Onderwerp en toepassingsgebied

Artikel 2: Definities

Artikel 3: Gemengde aanbesteding

AFDELING 2: Drempels

Artikel 4: Drempelbedragen

Artikel 5: Methoden voor de berekening van de geraamde waarde van een opdracht

Artikel 6: Herziening van de drempels

AFDELING 3: Uitsluitingen

Artikel 7: Opdrachten gegund in de sectoren watervoorziening, energievoorziening, vervoer en postdiensten

Artikel 8: Specifieke uitsluitingen op het gebied van elektronische telecommunicatie

Artikel 9: Op grond van internationale voorschriften gegunde opdrachten en georganiseerde prijsvragen

Artikel 10: Specifieke uitsluitingen voor overheidsopdrachten voor diensten

Artikel 11: Betrekkingen tussen overheidsinstanties

AFDELING 4: SPECIFIEKE SITUATIES

Artikel 12: Opdrachten die door aanbestedende diensten worden gesubsidieerd

Artikel 13: Diensten voor onderzoek en ontwikkeling

Artikel 14: Defensie en veiligheid

HOOFDSTUK II: Algemene regels

Artikel 15: Beginselen van het gunnen van overheidsopdrachten

Artikel 16: Ondernemers

Artikel 17: Voorbehouden opdrachten

Artikel 18: Vertrouwelijkheid

Artikel 19: Regels betreffende de communicatiemiddelen

Artikel 20: Nomenclaturen

Artikel 21: Belangenconflicten

Artikel 22: Onwettig gedrag

TITEL II: OP OVERHEIDSOPDRACHTEN TOEPASSELIJKE VOORSCHRIFTEN

HOOFDSTUK I: Procedures

Artikel 23: Voorwaarden met betrekking tot de overeenkomst inzake overheidsopdrachten en tot andere internationale overeenkomsten

Artikel 24: Keuze van de procedures

Artikel 25: Openbare procedure

Artikel 26: Niet-openbare procedure

Artikel 27: Mededinginsprocedure van gunning door onderhandelingen

Artikel 28: Concurrentiegerichte dialoog

Artikel 29: Innovatiepartnerschap

Artikel 30: Gebruik van de procedure van gunning door onderhandelingen zonder bekendmaking van een aankondiging van een opdracht

HOOFDSTUK II: Technieken en instrumenten voor elektronische en geaggregeerde overheidsopdrachten

Artikel 31: Raamovereenkomsten

Artikel 32: Dynamische aankoopsystemen

Artikel 33: Elektronische veilingen

Artikel 34: Elektronische catalogi

Artikel 35: Gecentraliseerde aankoopactiviteiten en aankoopcentrales

Artikel 36: Aanvullende aankoopactiviteiten

Artikel 37: Occasionele gezamenlijke aanbestedingen

Artikel 38: Gezamenlijke aanbestedingen door aanbestedende diensten van verschillende lidstaten

HOOFDSTUK III: Verloop van de procedure

AFDELING 1: VOORBEREIDING

Artikel 39: Voorbereidende marktraadplegingen

Artikel 40: Technische specificaties

Artikel 41: Keuren

Artikel 42: Testverslagen, certificering en andere bewijsmiddelen

Artikel 43: Varianten

Artikel 44: Verdeling van opdrachten in percelen

Artikel 45: Vaststelling van termijnen

Afdeling 2: BEKENDMAKING EN TRANSPARANTIE

Artikel 46: Vooraankondigingen

Artikel 47: Aankondigingen van opdrachten

Artikel 48: Aankondigingen van gegunde opdrachten

Artikel 49: Opmaak en wijze van bekendmaking van aankondigingen

Artikel 50: Bekendmaking op nationaal niveau

Artikel 51: Elektronische beschikbaarheid van aanbestedingsdocumenten

Artikel 52: Uitnodigingen tot inschrijving of tot deelneming aan de dialoog; uitnodigingen tot bevestiging van belangstelling

Artikel 53: Informatieverstrekking aan gegadigden en inschrijvers

AFDELING 3: SELECTIE VAN DEELNEMERS EN GUNNING VAN DE OPDRACHTEN

Artikel 54: Algemene beginselen

Onderafdeling 1: Kwalitatieve selectiecriteria

Artikel 55: Gronden voor uitsluiting

Artikel 56: Selectiecriteria

Artikel 57: Eigen verklaringen en andere bewijsmiddelen

Artikel 58: Online-repository van certificaten (e-Certis)

Artikel 59: Europees aanbestedingspaspoort

Artikel 60: Certificaten

Artikel 61: Kwaliteitsnormen en normen inzake milieubeheer

Artikel 62: Beroep op de draagkracht van andere lichamen

Artikel 63: Officiële lijsten van erkende ondernemers en certificering door publiekrechtelijke of privaatrechtelijke instellingen

Onderafdeling 2: Vermindering van aantallen gegadigden, inschrijvingen en oplossingen

Artikel 64: Vermindering van het aantal in andere opzichten gekwalificeerde gegadigden die worden uitgenodigd tot deelneming

Artikel 65: Vermindering van het aantal inschrijvingen en oplossingen

Onderafdeling 3: Gunning van de opdracht

Artikel 66: Gunningscriteria voor opdrachten

Artikel 67: Kostenbepaling op grond van levenscyclus

Artikel 68: Belemmeringen voor gunning

Artikel 69: Abnormaal lage inschrijvingen

HOOFDSTUK IV: Uitvoering van de opdracht

Artikel 70: Voorwaarden waaronder de opdracht wordt uitgevoerd

Artikel 71: Onderaanneming

Artikel 72: Wijziging van opdrachten gedurende de termijn

Artikel 73: Beëindiging van overeenkomsten

TITEL III: BIJZONDERE VOORSCHRIFTEN VOOR OVERHEIDSOPDRACHTEN

HOOFDSTUK I: Sociale en andere specifieke diensten

Artikel 74: Gunning van opdrachten voor sociale en andere specifieke diensten

Artikel 75: Bekendmaking van de aankondigingen

Artikel 76: Beginselen van het gunnen van overheidsopdrachten

HOOFDSTUK II: Regels voor prijsvragen op het gebied van diensten

Artikel 77: Algemene bepalingen

Artikel 78: Toepassingsgebied

Artikel 79: Aankondigingen

Artikel 80: De organisatie van prijsvragen en de selectie van deelnemers

Artikel 81: Samenstelling van de jury

Artikel 82: Beslissingen van de jury

TITEL IV: GOVERNANCE

Artikel 83: Handhaving

Artikel 84: Overheidstoezicht

Artikel 85: Individuele verslagen over procedures voor de gunning van opdrachten

Artikel 86: Nationale verslaglegging en lijsten van aanbestedende diensten

Artikel 87: Bijstand voor aanbestedende diensten en bedrijven

Artikel 88: Administratieve samenwerking

TITEL V: GEDELEGEERDE BEVOEGDHEDEN, UITVOERINGSBEVOEGDHEDEN EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 89: Uitoefening van de delegatie van bevoegdheden

Artikel 90: Spoedprocedure

Artikel 91: Comitéprocedure

Artikel 92: Omzetting

Artikel 93: Intrekkingen

Artikel 94: Evaluatie

Artikel 95: Inwerkingtreding

Artikel 96: Adressaten

BIJLAGEN

BIJLAGE I       CENTRALE OVERHEIDSINSTANTIES

BIJLAGE II     LIJST VAN WERKZAAMHEDEN IN DE ZIN VAN ARTIKEL 2, LID 8, ONDER a)

BIJLAGE III    LIJST VAN PRODUCTEN, ALS BEDOELD IN ARTIKEL 4, ONDER b), BETREFFENDE HET PLAATSEN VAN OPDRACHTEN DOOR AANBESTEDENDE DIENSTEN OP HET GEBIED VAN DEFENSIE

BIJLAGE IV    EISEN TEN AANZIEN VAN MIDDELEN VOOR DE ELEKTRONISCHE ONTVANGST VAN INSCHRIJVINGEN, VERZOEKEN TOT DEELNEMING OF PLANNEN EN ONTWERPEN BIJ PRIJSVRAGEN

BIJLAGE V     LIJST VAN INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 23

BIJLAGE VI    INLICHTINGEN DIE IN DE AANKONDIGINGEN MOETEN WORDEN OPGENOMEN

BIJLAGE VII   INFORMATIE DIE IN DE SPECIFICATIES IN ELEKTRONISCHE VEILINGEN (ARTIKEL 33, LID 4) MOET WORDEN OPGENOMEN

BIJLAGE VIII DEFINITIE VAN ENKELE TECHNISCHE SPECIFICATIES

BIJLAGE IX    SPECIFICATIES BETREFFENDE DE BEKENDMAKING

BIJLAGE X     INHOUD VAN DE UITNODIGINGEN TOT INSCHRIJVING, TOT DEELNEMING AAN DE DIALOOG OF TOT BEVESTIGING VAN BELANGSTELLING ZOALS BEDOELD IN ARTIKEL 52

BIJLAGE XI    Lijst van internationale sociale en milieuovereenkomsten, als bedoeld inDE ARTIKELEN 54, LID 2, 55, LID 3, ONDER a) EN 69, LID 4

BIJLAGE XII   REGISTERS

BIJLAGE XIII INHOUD VAN HET EUROPEES AANBESTEDINGSPASPOORT

Bijlage XIV BEWIJSMIDDELEN VOOR SELECTIECRITERIA

BIJLAGE XV  LIJST VAN DE IN ARTIKEL 67, LID 4, BEDOELDE EU-WETGEVING

BIJLAGE XVI DIENSTEN IN DE ZIN VAN ARTIKEL 74

BIJLAGE XVII            CONCORDANTIETABEL

TITEL I TOEPASSINGSGEBIED, DEFINITIES EN ALGEMENE BEGINSELEN

HOOFDSTUK I Toepassingsgebied en definities

Afdeling 1 Onderwerp en definities

Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied

1. Bij deze richtlijn worden regels vastgesteld betreffende procedures voor aanbesteding door aanbestedende diensten met betrekking tot overheidsopdrachten en prijsvragen waarvan de geraamde waarde niet minder bedraagt dan de in de artikel 4 vastgestelde drempels.

2. Aanbesteding in de zin van deze richtlijn is de aankoop of de verkrijging in een andere vorm van werken, leveringen of diensten door een of meer aanbestedende diensten van door deze aanbestedende diensten gekozen ondernemers, ongeacht of de werken, leveringen of diensten een openbare bestemming hebben of niet.

Een geheel van werken, leveringen en/of diensten, zelfs indien aangekocht in verschillende opdrachten, vormt één enkele aanbesteding in de zin van deze richtlijn indien de opdrachten deel uitmaken van één enkel project.

Artikel 2 Definities

Voor de toepassing van deze richtlijn gelden de volgende definities:

(1) "aanbestedende diensten" zijn de staats-, regionale en lokale overheidsinstanties, publiekrechtelijke instellingen alsmede verenigingen bestaande uit een of meer van deze overheidsinstanties of een of meer van deze publiekrechtelijke instellingen;

(2) "centrale overheidsinstanties" zijn de aanbestedende diensten als vermeld in bijlage I, alsmede de instanties die hen zijn opgevolgd voorzover op nationaal niveau rectificaties of wijzigingen zijn aangebracht;

(3) "lagere aanbestedende diensten" zijn alle aanbestedende diensten die geen centrale overheidsinstantie zijn;

(4) "regionale overheidsinstanties" zijn alle instanties van de bestuurlijke eenheden van de NUTS-niveaus 1 en 2, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad[25];

(5) "lokale overheidsinstanties" zijn alle instanties van de bestuurlijke eenheden van NUTS-niveau 3 en kleinere bestuurlijke eenheden, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1059/2003;

(6) "publiekrechtelijke instellingen" zijn instellingen die voldoen aan alle volgende kenmerken:

(a) zij zijn opgericht voor, of hebben het specifieke doel te voorzien in andere behoeften van algemeen belang dan die van industriële of commerciële aard; in deze zin heeft een instelling die in normale marktomstandigheden werkzaam is, winst nastreeft en de met de uitoefening van haar activiteit verbonden verliezen draagt, niet het doel te voorzien in andere behoeften van algemeen belang dan die van industriële of commerciële aard;

(b) zij bezitten rechtspersoonlijkheid;

(c) zij worden, merendeels, door de staats-, regionale of lokale overheid of andere publiekrechtelijke lichamen gefinancierd; of zijn voor hun beheer onderworpen aan toezicht door deze laatsten; of hebben een bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan waarvan de leden voor meer dan de helft door de staat, de regionale of lokale overheden of andere publiekrechtelijke instellingen zijn aangewezen.

(7) "overheidsopdrachten" zijn schriftelijke overeenkomsten onder bezwarende titel die tussen een of meer ondernemers en een of meer aanbestedende diensten zijn gesloten en betrekking hebben op de uitvoering van werken, de levering van producten of de verlening van diensten in de zin van deze richtlijn;

(8) "overheidsopdrachten voor werken" zijn overheidsopdrachten die betrekking hebben op:

(a) de uitvoering, of het ontwerp en de uitvoering, van werken die betrekking hebben op een van de in bijlage II bedoelde activiteiten;

(b) de uitvoering, of het ontwerp en de uitvoering, van een werk;

(c) het verwezenlijken met welke middelen dan ook van een werk dat voldoet aan de eisen van de aanbestedende dienst die een beslissende invloed uitoefent op het soort en het ontwerp van het werk;

(9) "een werk" is het product van een geheel van bouwkundige of civieltechnische werken dat ertoe bestemd is als zodanig een economische of technische functie te vervullen;

(10) "overheidsopdrachten voor leveringen" zijn overheidsopdrachten die betrekking hebben op de aankoop, leasing, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie, van producten; Als overheidsopdracht voor leveringen kunnen worden beschouwd, in bijkomende orde, plaatsings- en installatiewerkzaamheden;

(11) "overheidsopdrachten voor diensten" zijn andere opdrachten dan de in punt 8 bedoelde opdrachten die betrekking hebben op de verrichting van diensten;

(12) "ondernemers" zijn elke natuurlijke of rechtspersoon of openbaar lichaam of elke combinatie van deze personen en/of diensten die de uitvoering van werken en/of een werk, een levering van producten of een verrichting van diensten op de markt aanbiedt;

(13) "inschrijvers" zijn ondernemers die een inschrijving hebben ingediend;

(14) "gegadigden" zijn ondernemers die hebben verzocht om een uitnodiging of zijn uitgenodigd om deel te nemen aan een niet-openbare procedure, een mededingingsprocedure van gunning door onderhandelingen of een procedure van gunning door onderhandelingen zonder vooraankondiging, een concurrentiegerichte dialoog of een innovatiepartnerschap;

(15) "aanbestedingsdocumenten" zijn alle documenten die door de aanbestedende dienst worden opgesteld of vermeld ter omschrijving of bepaling van onderdelen van de aanbesteding, met inbegrip van de aankondiging van opdracht, de vooraankondiging wanneer deze wordt gebruikt als oproep tot mededinging, de technische specificaties, het beschrijvende document, de voorgestelde contractvoorwaarden, formaten voor de aanbieding van documenten door gegadigden en inschrijvers, informatie over algemeen toepasselijke verplichtingen en alle aanvullende documenten;

(16) "gecentraliseerde aankoopactiviteiten" zijn activiteiten die permanent plaatsvinden op een van de volgende wijzen:

(a) de verkrijging van leveringen en/of diensten die bestemd zijn voor aanbestedende diensten;

(b) de gunning van overheidsopdrachten of de sluiting van raamovereenkomsten voor werken, leveringen of diensten die bestemd zijn voor aanbestedende diensten;

(17) "aanvullende aankoopactiviteiten" zijn activiteiten die bestaan in het verlenen van ondersteuning aan aankoopactiviteiten, met name op de volgende wijzen:

(a) technische infrastructuur die aanbestedende diensten in staat stelt om overheidsopdrachten te gunnen of raamovereenkomsten te sluiten voor werken, leveringen of diensten;

(b) adviesverlening over het verloop of de opzet van aanbestedingsprocedures;

(c) voorbereiding en beheer van aanbestedingsprocedures namens en voor rekening van de betrokken aanbestedende dienst;

(18) een "aankoopcentrale" is een aanbestedende dienst die gecentraliseerde aankoopactiviteiten en eventueel aanvullende aankoopactiviteiten verricht;

(19) een "aanbieder van aanbestedingsdiensten" is een openbare of particuliere instantie die aanvullende aankoopactiviteiten op de markt aanbiedt;

(20) "schriftelijk" staat voor elk uit woorden of cijfers bestaand geheel dat kan worden gelezen, gereproduceerd en vervolgens meegedeeld, met inbegrip van informatie die via elektronische middelen wordt overgebracht en opgeslagen;

(21) een "elektronisch middel" is elektronische apparatuur voor verwerking (met inbegrip van digitale compressie) en opslag van gegevens die worden verspreid, overgebracht en ontvangen door draden, straalverbindingen, optische middelen of andere elektromagnetische middelen;

(22) onder "levenscyclus" wordt verstaan alle opeenvolgende en/of onderling verbonden stadia, waaronder productie, vervoer, gebruik en onderhoud, in het bestaan van een product, werk of aanbieding van een dienst, gaande van de verkrijging van de grondstof of de opwekking van hulpbronnen tot de verwijdering, de opruiming en de afhandeling;

(23) "prijsvragen" zijn procedures die tot doel hebben de aanbestedende dienst, in het bijzonder op het gebied van ruimtelijke ordening, architectuur, engineering of automatische gegevensverwerking, een plan of ontwerp te verschaffen dat na een oproep tot mededinging door een jury wordt geselecteerd, al dan niet met toekenning van prijzen.

Artikel 3 Gemengde aanbesteding

1. Opdrachten die betrekking hebben op twee of meer soorten aanbestedingen (van werken, leveringen of diensten) worden gegund overeenkomstig de bepalingen die van toepassing zijn op het type van aanbesteding dat het voornaamste voorwerp van de betrokken opdracht kenmerkt.

In het geval van gemengde opdrachten die betrekking hebben op diensten in de zin van hoofdstuk I van titel III en andere diensten, of op diensten en leveringen, wordt het voornaamste voorwerp van de opdracht bepaald door een vergelijking tussen de waarden van de respectieve diensten of leveringen.

2. In het geval van opdrachten die betrekking hebben op aanbestedingen die onder deze richtlijn vallen, en op aanbestedingen of andere elementen waarop deze richtlijn, de Richtlijn [tot vervanging van 2004/17/EG] en Richtlijn 2009/81/EG[26] niet van toepassing zijn, wordt het deel van de opdracht dat uit onder deze richtlijn vallende aanbesteding bestaat, gegund overeenkomstig de bepalingen van deze richtlijn.

In het geval van gemengde opdrachten die onderdelen van overheidsopdrachten en concessies bevatten, wordt het deel van de opdracht dat een onder deze richtlijn vallende overheidsopdracht vormt, gegund overeenkomstig de bepalingen van deze richtlijn.

Wanneer de verschillende delen van de opdracht objectief gezien niet scheidbaar zijn, wordt de toepassing van deze richtlijn bepaald door het voornaamste voorwerp van die opdracht.

Afdeling 2 Drempels

Artikel 4 Drempelbedragen

Deze richtlijn is van toepassing op opdrachten waarvan de geraamde waarde exclusief belasting over de toegevoegde waarde (BTW) gelijk is aan of groter dan de volgende drempelbedragen:

(a) 5 000 000 euro voor overheidsopdrachten voor werken;

(b) 130 000 euro voor overheidsopdrachten voor leveringen en voor diensten gegund door aanbestedende diensten die centrale overheidsinstanties zijn, en voor door deze instanties georganiseerde prijsvragen; wat betreft overheidsopdrachten voor leveringen afkomstig van aanbestedende diensten die op het gebied van defensie werkzaam zijn, geldt deze drempel alleen voor opdrachten betreffende producten die onder bijlage III vallen;

(c) 200 000 euro voor overheidsopdrachten voor leveringen en voor diensten gegund door lagere aanbestedende diensten en voor door deze diensten georganiseerde prijsvragen;

(d) 500 000 euro voor overheidsopdrachten voor sociale en andere specifieke diensten in de zin van bijlage XVI.

Artikel 5 Methoden voor de berekening van de geraamde waarde van een opdracht

1. De berekening van de geraamde waarde van een opdracht is gebaseerd op het totale bedrag, exclusief BTW, zoals geraamd door de aanbestedende dienst, met inbegrip van de eventuele opties en eventuele verlengingen van het contract.

Wanneer de aanbestedende dienst voorziet in prijzengeld of uitkeringen aan gegadigden of inschrijvers, berekent hij deze door in de geraamde waarde van de opdracht.

2. De keuze van de methode voor de berekening van de geraamde waarde van een aanbesteding mag niet bedoeld zijn om de opdracht aan de toepassingssfeer van de richtlijn te onttrekken. Eén enkele aanbesteding mag derhalve niet worden gesplitst om deze aan de toepassingssfeer van deze richtlijn te onttrekken, tenzij objectieve redenen dit rechtvaardigen.

3. Deze raming is geldig op het tijdstip waarop de oproep tot mededinging wordt verzonden of, in gevallen waarin niet in een dergelijke aankondiging is voorzien, op het tijdstip waarop de aanbestedingsprocedure voor de aanbestedende dienst aanvangt, in het bijzonder door omschrijving van de wezenlijke kenmerken van de voorgenomen aanbesteding.

4. Bij de berekening van de waarde van een raamovereenkomst of een dynamisch aankoopsysteem moet worden uitgegaan van de geraamde maximale waarde, exclusief BTW, van alle voor de totale duur van de raamovereenkomst of van het dynamisch aankoopsysteem voorgenomen opdrachten.

5. Bij de berekening van de waarde van een innovatiepartnerschap moet worden uitgegaan van de geraamde maximale waarde, exclusief BTW, van de onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten die zullen plaatsvinden in alle stadia van het voorgenomen partnerschap, alsmede van de leveringen, diensten of werken die aan het einde van het voorgenomen partnerschap zullen worden ontwikkeld en verkregen.

6. In het geval van overheidsopdrachten voor werken wordt bij de berekening van de geraamde waarde de waarde van de werken in aanmerking genomen, alsmede de geraamde totale waarde van de voor de uitvoering van het werk noodzakelijke goederen en diensten die door de aanbestedende dienst ter beschikking van de ondernemer zijn gesteld.

7. Wanneer een voorgenomen werk of een voorgenomen aankoop van diensten aanleiding kan geven tot opdrachten die gelijktijdig in afzonderlijke percelen worden gegund, wordt de geraamde totale waarde van deze percelen als grondslag genomen.

Wanneer de samengetelde waarde van de percelen gelijk is aan of groter is dan het in artikel 4 bepaalde drempelbedrag, is deze richtlijn van toepassing op de gunning van elk perceel.

8. Wanneer een voorgenomen verkrijging van soortgelijke leveringen aanleiding kan geven tot opdrachten die gelijktijdig in afzonderlijke percelen worden gegund, wordt de geraamde totale waarde van deze percelen als grondslag genomen voor de toepassing van artikel 4, onder b) en c).

Wanneer de samengetelde waarde van de percelen gelijk is aan of groter is dan het in artikel 4 bepaalde drempelbedrag, is deze richtlijn van toepassing op de gunning van elk perceel.

9. Aanbestedende diensten kunnen opdrachten voor afzonderlijke percelen gunnen zonder de in deze richtlijn bedoelde procedures toe te passen, mits de geraamde waarde, exclusief BTW, van het betrokken perceel kleiner is dan 80 000 euro voor leveringen of diensten of 1 miljoen euro voor werken. De samengetelde waarde van de aldus zonder toepassing van deze richtlijn gegunde percelen mag echter niet meer bedragen dan 20% van de samengetelde waarde van alle percelen waarin het voorgenomen werk, de voorgenomen verkrijging van soortgelijke leveringen of de voorgenomen aankoop van diensten is verdeeld.

10. In het geval van overheidsopdrachten voor leveringen of voor diensten die met een bepaalde regelmaat worden verleend of die bestemd zijn om gedurende een bepaalde periode te worden hernieuwd, wordt voor de berekening van de geraamde waarde van de opdracht de volgende grondslag genomen:

(a) de totale reële waarde van de tijdens het voorafgaande boekjaar of tijdens de voorafgaande twaalf maanden gegunde soortgelijke opeenvolgende opdrachten, indien mogelijk gecorrigeerd voor verwachte wijzigingen in hoeveelheid of waarde gedurende de twaalf maanden volgende op de eerste opdracht, of

(b) de geraamde totale waarde van de opeenvolgende opdrachten over de twaalf maanden volgende op de eerste levering of over het boekjaar, indien dit zich over meer dan twaalf maanden uitstrekt.

11. In het geval van overheidsopdrachten voor leveringen die betrekking hebben op leasing, huur of huurkoop van producten, wordt de waarde van de opdracht op de volgende grondslag geraamd:

(a) bij overheidsopdrachten met een vaste looptijd, de totale geraamde waarde voor de gehele looptijd wanneer die ten hoogste twaalf maanden bedraagt, dan wel de totale waarde wanneer de looptijd meer dan twaalf maanden bedraagt, met inbegrip van de geraamde restwaarde,

(b) bij overheidsopdrachten voor onbepaalde duur of waarvan de looptijd niet kan worden bepaald, het maandelijks te betalen bedrag vermenigvuldigd met 48.

12. In het geval van overheidsopdrachten voor diensten wordt de waarde van de opdracht in voorkomend geval op de volgende grondslag geraamd:

(a) verzekeringsdiensten: de te betalen premie en andere vormen van beloning,

(b) bankdiensten en andere financiële diensten: honoraria, provisies en rente, alsmede andere vormen van beloning,

(c) opdrachten betreffende een ontwerp: de te betalen honoraria, provisies en andere wijzen van bezoldiging.

13. In het geval van overheidsopdrachten voor diensten waarvoor geen totale prijs is vermeld, wordt de waarde van de opdracht op de volgende grondslag geraamd:

(a) bij opdrachten met een vaste looptijd die gelijk is aan of korter is dan 48 maanden: de geraamde totale waarde voor de gehele looptijd;

(b) bij opdrachten voor onbepaalde duur of waarvan de looptijd langer is dan 48 maanden: het maandelijks te betalen bedrag vermenigvuldigd met 48.

Artikel 6 Herziening van de drempels

1. Om de twee jaar vanaf 30 juni 2014 controleert de Commissie of de in artikel 4, onder a), b) en c), vastgestelde drempels overeenstemmen met de in de overeenkomst inzake overheidsopdrachten (GPA-overeenkomst) vastgestelde drempels en herziet zij indien nodig deze drempels.

Overeenkomstig de in de GPA-overeenkomst vastgestelde berekeningsmethode berekent de Commissie de waarde van deze drempels op basis van de gemiddelde dagwaarde van de euro uitgedrukt in bijzondere trekkingsrechten, over een periode van 24 maanden die eindigt op de laatste dag van de maand augustus voorafgaande aan de datum van 1 januari waarop de herziening ingaat. De waarde van de aldus herziene drempels in euro wordt zo nodig naar beneden afgerond op het dichtstbijzijnde veelvoud van duizend euro om ervoor te zorgen dat de in de Overeenkomst gestipuleerde vigerende drempels, uitgedrukt in BTR, worden nageleefd.

2. Bij de in lid 1 van dit artikel genoemde herziening herziet de Commissie eveneens:

(a) de in artikel 12, eerste alinea, onder a), vastgestelde drempels, door deze in overeenstemming te brengen met de herziene drempel voor overheidsopdrachten voor werken;

(b) de in artikel 12, eerste alinea, onder b), vastgestelde drempels, door deze in overeenstemming te brengen met de herziene drempel voor overheidsopdrachten voor diensten van lagere aanbestedende diensten.

3. Om de twee jaar vanaf 1 januari 2014 bepaalt de Commissie de waarde in de nationale valuta van de lidstaten die niet aan de Monetaire Unie deelnemen, van de in artikel 4, onder a), b) en c), genoemde drempels, die overeenkomstig lid 1 van dit artikel zijn herzien.

Tegelijkertijd bepaalt de Commissie de waarde in de nationale valuta van de lidstaten die niet aan de Monetaire Unie deelnemen, van de in artikel 4, onder d), genoemde drempel.

Volgens de in de overeenkomst inzake overheidsopdrachten vastgestelde berekeningsmethode worden deze waarden vastgesteld op basis van de gemiddelde dagwaarde van deze valuta, overeenstemmend met de toepasselijke drempel uitgedrukt in euro over een periode van 24 maanden die eindigt op de laatste dag van de maand augustus voorafgaande aan de herziening die op 1 januari ingaat.

4. De in lid 1 bedoelde herziene drempels en de in in lid 3 bedoelde tegenwaarde in nationale valuta worden door de Commissie aan het begin van de maand november volgend op de herziening bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

5. De Commissie is overeenkomstig artikel 89 bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen om de de in lid 1, tweede alinea, vastgestelde methodologie aan te passen aan elke verandering van de in de overeenkomst inzake overheidsopdrachten vastgestelde methodologie voor de herziening van de in artikel 4, onder a), b) en c), bedoelde drempels en voor de vaststelling van de drempels in de nationale valuta van de lidstaten die niet aan de Monetaire Unie deelnemen, als bedoeld in lid 3 van dit artikel.

Zij is eveneens bevoegd overeenkomstig artikel 89 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de in artikel 4, onder a), b) en c), genoemde drempels te herzien overeenkomstig lid 1 van dit artikel. Zij is overeenkomstig artikel 89 eveneens bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen om overeenkomstig lid 2 van dit artikel de in artikel 12, eerste alinea, onder a) en b), genoemde drempels te herzien.

6. Wanneer het noodzakelijk is de in artikel 4, onder a), b) en c), genoemde drempels en de in artikel 12, eerste alinea, onder a) en b) genoemde drempels te herzien en toepassing van de in artikel 89 beschreven procedure wegens tijdsdruk niet mogelijk is, en derhalve dwingende redenen van urgentie dit vereisen, wordt de in artikel 90 voorgeschreven procedure toegepast op overeenkomstig de tweede alinea van lid 5 van dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.

Afdeling 3 Uitsluitingen

Artikel 7 Opdrachten in de sectoren watervoorziening, energievoorziening, vervoer en postdiensten

Deze richtlijn is niet van toepassing op overheidsopdrachten en prijsvragen die in het kader van de [richtlijn tot vervanging van Richtlijn 2004/17/EG] worden gegund of georganiseerd door aanbestedende diensten die een of meer van de in de artikelen [5 tot en met 11] van genoemde richtlijn bedoelde activiteiten uitoefenen en die voor de uitvoering van deze activiteiten worden gegund, noch op overheidsopdrachten die op grond van de [artikelen 15, 20 en 27] van die richtlijn van het toepassingsgebied ervan zijn uitgesloten.

Artikel 8 Specifieke uitsluitingen op het gebied van elektronische telecommunicatie

Deze richtlijn is niet van toepassing op overheidsopdrachten en prijsvragen die in hoofdzaak tot doel hebben de aanbestedende diensten in staat te stellen openbare communicatienetwerken beschikbaar te stellen of te exploiteren of aan het publiek een of meer elektronischecommunicatiediensten te verlenen.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

(a) "openbaar communicatienetwerk", een elektronischecommunicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk wordt gebruikt om voor het publiek beschikbare elektronischecommunicatiediensten aan te bieden ter ondersteuning van de overdracht van informatie tussen netwerkaansluitpunten;

(b) "elektronischecommunicatienetwerk", de transmissiesystemen en in voorkomend geval de schakel- of routeringsapparatuur en andere middelen, waaronder netwerkelementen die niet actief zijn, die het mogelijk maken signalen over te brengen via draad, radiogolven, optische of andere elektromagnetische middelen waaronder satellietnetwerken, vaste (circuit- en pakketgeschakelde, met inbegrip van internet) en mobiele terrestrische netwerken, elektriciteitsnetten, voor zover deze voor overdracht van signalen worden gebruikt, netwerken voor radio- en televisieomroep en kabeltelevisienetwerken, ongeacht de aard van de overgebrachte informatie;

(c) "netwerkaansluitpunt" (NAP)', het fysieke punt waarop een abonnee de toegang tot een openbaar communicatienetwerk wordt geboden; in het geval van netwerken met schakelings- of routeringsfuncties wordt het NAP bepaald door middel van een specifiek netwerkadres, dat met een abonneenummer of -naam kan zijn verbonden;

(d) "elektronischecommunicatiedienst", een gewoonlijk tegen vergoeding aangeboden dienst die geheel of hoofdzakelijk bestaat in het overbrengen van signalen via elektronischecommunicatienetwerken, waaronder telecommunicatiediensten en transmissiediensten op netwerken die voor omroep worden gebruikt, doch niet de dienst waarbij met behulp van elektronischecommunicatienetwerken en -diensten overgebrachte inhoud wordt geleverd of redactioneel wordt gecontroleerd. Hij omvat niet de diensten van de informatiemaatschappij zoals omschreven in artikel 1 van Richtlijn 98/34/EG, die niet geheel of hoofdzakelijk bestaan uit het overbrengen van signalen via elektronische-communicatienetwerken.

Artikel 9 Opdrachten en prijsvragen op grond van internationale voorschriften

Deze richtlijn is niet van toepassing op opdrachten of prijsvragen die de aanbestedende dienst verplicht is te gunnen of te organiseren overeenkomstig andere aanbestedingsprocedures dan die van deze richtlijn, en waarin is voorzien bij:

(a) een overeenkomstig het Verdrag gesloten internationale overeenkomst tussen een lidstaat en een of meer derde landen met betrekking tot werken, leveringen of diensten die bestemd zijn voor de gezamenlijke verwezenlijking of exploitatie van een project door de ondertekenende staten;

(b) een internationale overeenkomst betreffende de legering van strijdkrachten die betrekking heeft op ondernemingen van een lidstaat of van een derde land;

(c) een bijzondere procedure van een internationale organisatie;

(d) aanbestedingsregels van een internationale organisatie of een internationale financiële instelling voor opdrachten of prijsvragen die volledig door deze organisatie of instelling worden gefinancierd; in het geval van opdrachten of prijsvragen die in aanzienlijke mate worden medegefinancierd door een internationale organisatie of internationale financiële instelling, komen de partijen overeen welke aanbestedingsprocedures moeten worden toegepast, voorzover deze in overeenstemming zijn met het Verdrag.

Alle overeenkomsten als bedoeld in punt a) van de eerste alinea worden gemeld aan de Commissie, die het Raadgevend Comité inzake overheidsopdrachten als bedoeld in artikel 91 kan raadplegen.

Artikel 10 Specifieke uitsluitingen voor overheidsopdrachten voor diensten

De richtlijn is niet van toepassing op overheidsopdrachten voor diensten:

(a) betreffende de verwerving of huur, ongeacht de financiële modaliteiten ervan, van grond, bestaande gebouwen of andere onroerende zaken of betreffende de rechten hierop; de overeenkomsten betreffende financiële diensten die voorafgaand aan, gelijktijdig met of als vervolg op het koop- of huurcontract worden gesloten, zijn echter, ongeacht hun vorm, aan deze richtlijn onderworpen;

(b) betreffende de aankoop, de ontwikkeling, de productie of de coproductie van programmamateriaal bestemd voor audiovisuele mediadiensten, die worden gegund door radio-omroeporganisaties, of overeenkomsten betreffende zendtijd die worden gegund aan aanbieders van audiovisuele mediadiensten;

(c) betreffende diensten van arbitrage en bemiddeling;

(d) inzake financiële diensten betreffende de uitgifte, de aankoop, de verkoop en de overdracht van effecten of andere financiële instrumenten, in de zin van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad[27], door de centrale banken verleende diensten en activiteiten die zijn uitgevoerd in het kader van de Europese faciliteit voor financiële stabiliteit;

(e) inzake arbeidsovereenkomsten;

(f) betreffende diensten van openbaar vervoer van passagiers over het spoor of per metro.

Audiovisuele mediadiensten als bedoeld onder b) omvatten alle vormen van transmissie en distributie met behulp van een elektronisch netwerk.

Artikel 11 Betrekkingen tussen overheidsinstanties

1. Een opdracht die door een aanbestedende dienst wordt gegund aan een andere rechtspersoon, valt buiten het toepassingsgebied van deze richtlijn wanneer aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan:

(a) de aanbestedende dienst oefent op de betrokken rechtspersoon toezicht uit zoals op zijn eigen diensten;

(b) ten minste 90% van de activiteiten van deze rechtspersoon wordt uitgeoefend voor de controlerende aanbestedende dienst of voor andere rechtspersonen die door deze aanbestedende dienst worden gecontroleerd;

(c) er is geen privé-deelneming in de gecontroleerde rechtspersoon.

Een aanbestedende dienst wordt geacht op een rechtspersoon toezicht zoals op zijn eigen diensten uit te oefenen in de zin van de eerste alinea, onder a), wanneer hij zowel op strategische doelstellingen als belangrijke beslissingen van de gecontroleerde rechtspersoon een beslissende invloed uitoefent.

2. Lid 1 is eveneens van toepassing wanneer een gecontroleerde entiteit die een aanbestedende dienst is, een opdracht gunt aan haar controlerende entiteit of aan een andere rechtspersoon die door dezelfde aanbestedende dienst wordt gecontroleerd, mits er geen privé-deelneming is in de rechtspersoon aan wie de overheidsopdracht wordt gegund.

3. Een aanbestedende dienst die geen toezicht over een rechtspersoon uitoefent in de zin van lid 1, kan niettemin zonder de bepalingen van deze richtlijn toe te passen een opdracht gunnen aan een rechtspersoon die hij gezamenlijk met andere aanbestedende diensten controleert, wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

(a) de aanbestedende diensten oefenen op de betrokken rechtspersoon gezamenlijk toezicht uit zoals op hun eigen diensten;

(b) ten minste 90% van de activiteiten van deze rechtspersoon wordt verricht voor de controlerende aanbestedende diensten of andere rechtspersonen die door dezelfde aanbestedende diensten worden gecontroleerd;

(c) er is geen privé-deelneming in de gecontroleerde rechtspersoon.

Voor de toepassing van punt a) worden aanbestedende diensten geacht gezamenlijk toezicht uit te oefenen over een rechtspersoon wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

(a) de besluitvormingsorganen van de gecontroleerde rechtspersoon zijn samengesteld uit vertegenwoordigers van alle deelnemende aanbestedende diensten;

(b) deze aanbestedende diensten zijn in staat gezamenlijk beslissende invloed uit te oefenen over de strategische doelstellingen en belangrijke beslissingen van de gecontroleerde rechtspersoon;

(c) de gecontroleerde rechtspersoon streeft geen andere belangen na dan die van de met hem verbonden overheden;

(d) de gecontroleerde rechtspersoon haalt uit de overheidsopdrachten met de aanbestedende diensten geen andere winst dan een vergoeding van de reële kosten.

4. Een overeenkomst tussen twee of meer aanbestedende diensten wordt niet geacht een overheidsopdracht te zijn in de zin van artikel 2, lid 6, van deze richtlijn wanneer aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan:

(a) de overeenkomst voorziet in een echte samenwerking tussen de deelnemende aanbestedende diensten met de bedoeling hun taken van openbaar belang gezamenlijk uit te oefenen, met wederzijdse rechten en verplichtingen voor de partijen;

(b) de overeenkomst berust alleen op overwegingen die verband houden met het openbare belang;

(c) de deelnemende aanbestedende diensten behalen op de open markt niet meer dan 10% van de omzet uit de activiteiten die relevant zijn in het kader van de overeenkomst;

(d) de overeenkomst houdt geen andere financiële overdrachten tussen de deelnemende aanbestedende diensten in dat die welke betrekking hebben op een vergoeding voor de reële kosten van de werken, leveringen of diensten;

(e) in geen van de betrokken aanbestedende diensten is sprake van deelneming van particulieren.

5. De in de leden 1 tot en met 4 bedoelde afwezigheid van privé-deelneming wordt gecontroleerd bij de gunning van de opdracht of bij de sluiting van de overeenkomst.

De uitsluitingen waarin de leden 1 tot en met 4 voorzien, zijn niet langer van toepassing wanneer een privé-deelneming plaatsvindt, hetgeen als gevolg heeft dat de lopende opdrachten voor mededinging moeten worden opengesteld door middel van gewone aanbestedingsprocedures.

Afdeling 4 Specifieke situaties

Artikel 12 Opdrachten die door aanbestedende diensten worden gesubsidieerd

Deze richtlijn is van toepassing op de gunning van de volgende opdrachten:

(a) opdrachten voor werken die voor meer dan 50% rechtstreeks door aanbestedende diensten worden gesubsidieerd en waarvan de geraamde waarde, exclusief BTW, ten minste gelijk is aan 5 000 000 euro, wanneer deze opdrachten betrekking hebben op een van de volgende activiteiten:

(i)      civieltechnische werkzaamheden in de zin van bijlage II,

(ii)     bouwwerken voor ziekenhuizen, inrichtingen voor sportbeoefening, recreatie en vrijetijdsbesteding, school- en universiteitsgebouwen en gebouwen met een administratieve bestemming;

(b) opdrachten voor diensten die voor meer dan 50% rechtstreeks door aanbestedende diensten worden gesubsidieerd, waarvan de geraamde waarde, exclusief BTW, ten minste gelijk is aan 200 000 euro en die verband houden met een opdracht voor werken in de zin van a).

De aanbestedende diensten die de subsidies toekennen in de zin van de eerste alinea, onder a) en b), zorgen ervoor dat deze richtlijn wordt nageleefd wanneer zij deze opdrachten niet zelf gunnen of wanneer zij deze opdracht in naam van en voor rekening van andere instanties gunnen.

Artikel 13 Diensten voor onderzoek en ontwikkeling

1. Deze richtlijn is van toepassing op overheidsopdrachten voor diensten voor onderzoek en ontwikkeling met CPV-referentienummers 73000000-2 tot en met 73436000-7, met uitzondering van 73200000-4, 73210000-7 of 73220000-0, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

(a) de baten komen uitsluitend toe aan de aanbestedende dienst voor gebruik ervan in de uitoefening van zijn eigen werkzaamheden,

(b) de verleende dienst wordt volledig door de aanbestedende dienst betaald.

Deze richtlijn is niet van toepassing op overheidsopdrachten voor diensten van onderzoek en ontwikkeling met CPV-referentienummers 73000000-2 tot en met 73436000-7, met uitzondering van 73200000-4, 73210000-7 of 73220000-0, wanneer niet is voldaan aan een van de voorwaarden als bedoeld in de eerste alinea, onder a) of b).

2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 89 gedelegeerde handelingen tot wijziging van de in lid 1 bedoelde CPV-referentienummers vast te stellen om rekening te houden met veranderingen in de CPV-nomenclatuur, mits deze wijzigingen niet tot gevolg hebben dat het toepassingsgebied van deze richtlijn wordt gewijzigd.

Artikel 14 Defensie en veiligheid

1. Overeenkomstig artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is deze richtlijn van toepassing op het gunnen van overheidsopdrachten en op prijsvragen op defensie- en veiligheidsgebied, met uitzondering van:

(a) opdrachten die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2009/81/EG vallen;

(b) opdrachten waarop Richtlijn 2009/81/EG op grond van de artikelen 8, 12 en 13 van deze richtlijn niet van toepassing is.

2. Deze richtlijn is niet van toepassing op andere overheidsopdrachten en prijsvragen dan die welke in lid 1 zijn genoemd, voorzover de bescherming van de essentiële veiligheidsbelangen van een lidstaat niet kan worden gewaarborgd in een aanbestedingsprocedure overeenkomstig deze richtlijn.

HOOFDSTUK II Algemene regels

Artikel 15 Beginselen van het gunnen van overheidsopdrachten

Aanbestedende diensten behandelen ondernemers op gelijke basis en zonder te discrimineren en handelen op transparante en evenredige wijze.

Overheidsopdrachten worden niet opgesteld met het doel om deze uit te sluiten van de werkingssfeer van de richtlijn of om de mededinging op kunstmatige wijze te beperken.

Artikel 16 Ondernemers

1. Ondernemers die krachtens de wetgeving van de lidstaat waarin zij zijn gevestigd, gerechtigd zijn de betrokken verrichting uit te voeren, mogen niet worden afgewezen louter op grond van het feit dat zij krachtens de wetgeving van de lidstaat waarin de opdracht wordt gegund, hetzij een natuurlijke persoon, hetzij een rechtspersoon zouden moeten zijn.

Voor overheidsopdrachten voor diensten en werken alsmede voor overheidsopdrachten voor leveringen die bijkomende diensten of plaatsings- en installatiewerkzaamheden inhouden, kan van rechtspersonen echter worden geëist dat zij in de inschrijving of in de aanvraag tot deelneming de namen en de desbetreffende beroepskwalificaties vermelden van de personen die met de uitvoering van de opdracht worden belast.

2. Combinaties van ondernemers kunnen inschrijvingen indienen of zich als gegadigde opgeven. De aanbestedende dienst stelt voor de deelneming van dergelijke combinaties geen specifieke voorwaarden vast die niet aan individuele gegadigden worden opgelegd. Voor de indiening van een inschrijving of een aanvraag tot deelneming kan de aanbestedende dienst van deze combinaties van ondernemers niet eisen dat zij een bepaalde rechtsvorm aannemen.

Aanbestedende diensten kunnen specifieke voorwaarden stellen voor de uitvoering van de opdracht door een combinatie, mits deze gerechtvaardigd zijn op basis van objectieve gronden en evenredig zijn. In deze voorwaarden kan van een combinatie worden geëist dat zij een bepaalde rechtsvorm aanneemt, wanneer de opdracht haar wordt gegund, voorzover deze verandering voor de bevredigende uitvoering van de opdracht noodzakelijk is.

Artikel 17 Voorbehouden opdrachten

De lidstaten kunnen het recht om deel te nemen aan aanbestedingsprocedures voorbehouden aan beschutte werkplaatsen en aan ondernemers die de maatschappelijke en professionele integratie van gehandicapte en achtergestelde werknemers tot doel hebben, of de uitvoering van deze opdrachten voorbehouden in het kader van programma’s voor beschermde arbeid, mits meer dan 30% van de werknemers van deze werkplaatsen, ondernemingen of programma's gehandicapte of achtergestelde werknemers zijn.

In de oproep tot mededinging wordt naar deze bepaling verwezen.

Artikel 18 Vertrouwelijkheid

1. Tenzij in deze richtlijn of in het nationale recht inzake toegang tot informatie anders is bepaald, en onverminderd de verplichtingen inzake bekendmaking van gegunde overheidsopdrachten en de informatieverstrekking aan gegadigden en inschrijvers overeenkomstig de artikelen 48 en 53 van deze richtlijn, maakt een aanbestedende dienst de informatie die hem door een ondernemer als vertrouwelijk is verstrekt, niet bekend; hieronder vallen met name, zonder daartoe beperkt te blijven, fabrieks- of bedrijfsgeheimen en de vertrouwelijke aspecten van inschrijvingen.

2. Een aanbestedende dienst kan een ondernemer eisen stellen die tot doel hebben de vertrouwelijke aard van de informatie die hij beschikbaar stelt, gedurende de aanbestedingsprocedure te beschermen.

Artikel 19 Regels betreffende communicatiemiddelen

1. Uitgezonderd wanneer het gebruik van elektronische communicatiemiddelen overeenkomstig de artikelen 32, 33, 34, 35, lid 4, 49, lid 2, of 51 van deze richtlijn verplicht is, kunnen aanbestedende diensten voor elke mededeling en uitwisseling van informatie kiezen tussen de volgende communicatiemiddelen:

(a) elektronische middelen overeenkomstig de leden 3, 4 en 5,

(b) brief of fax,

(c) telefoon in de gevallen en onder de omstandigheden genoemd in lid 6, of

(d) een combinatie van deze middelen.

De lidstaten kunnen in andere situaties dan die waarin de artikelen 32, 33, 34, 35, lid 2, 49, lid 2, of 51 van deze richtlijn voorzien, het gebruik van elektronische communicatiemiddelen verplicht stellen.

2. De gekozen communicatiemiddelen moeten algemeen beschikbaar zijn en mogen de toegang van ondernemers tot de gunningsprocedure niet beperken.

Bij elke mededeling, uitwisseling en opslag van informatie zorgen de aanbestedende diensten ervoor dat de integriteit van de gegevens en de vertrouwelijkheid van de inschrijvingen en aanvragen tot deelneming gewaarborgd zijn. Zij nemen pas na het verstrijken van de uiterste termijn voor de indiening kennis van de inhoud van de inschrijvingen en van de aanvragen tot deelneming.

3. De voor mededelingen te gebruiken elektronische middelen en de technische kenmerken daarvan moeten niet-discriminerend en algemeen beschikbaar zijn alsmede interoperabel met algemeen gebruikte informatie- en communicatietechnologieën en mogen de toegang van ondernemers tot de aanbestedingsprocedure niet beperken. De technische details en kenmerken van de middelen voor elektronische ontvangst die in overeenstemming met de eerste alinea van dit lid worden geacht, zijn vastgesteld in bijlage IV.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 89 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging, ten gevolge van technische ontwikkelingen of om administratieve redenen, van de in bijlage IV vastgestelde technische details en kenmerken.

Om de interoperabiliteit van technische formaten en proces- en berichtnormen te waarborgen, met name in een grensoverschrijdende context, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 89 gedelegeerde handelingen vast te stellen om het gebruik van bepaalde technische normen verplicht te stellen, ten minste met betrekking tot het gebruik van elektronische inschrijving, elektronische catalogi en middelen voor elektronische authenticatie.

4. Aanbestedende diensten kunnen, wanneer noodzakelijk, het gebruik van niet algemeen beschikbare middelen verplicht stellen, mits zij alternatieve toegangsmiddelen aanbieden.

Aanbestedende diensten worden geacht passende alternatieve toegangsmiddelen aan te bieden in de volgende situaties:

(a) zij bieden onbeperkte en volledige, rechtstreekse toegang met elektronische middelen tot deze instrumenten vanaf de datum van de bekendmaking van de aankondiging in overeenstemming met bijlage IX of vanaf de datum van verzending van de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling; de aankondiging of de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling vermeldt het internetadres waar deze instrumenten toegankelijk zijn;

(b) zij zorgen ervoor dat inschrijvers die in een andere lidstaat dan die van de aanbestedende dienst gevestigd zijn, toegang krijgen tot de aanbestedingsprocedure door gebruik van voorlopige tokens die zonder extra kosten online beschikbaar worden gesteld;

(c) zij ondersteunen een alternatief kanaal voor elektronische indiening van inschrijvingen.

5. De volgende regels zijn van toepassing op middelen voor elektronische verzending en ontvangst van inschrijvingen, alsmede voor elektronische ontvangst van aanvragen tot deelneming:

(a) de belanghebbende partijen moeten kunnen beschikken over informatie betreffende de specificaties voor de elektronische indiening van inschrijvingen en aanvragen tot deelneming, inclusief encryptie en tijdstempeldiensten;

(b) de middelen, methoden voor authenticatie en elektronische handtekeningen voldoen aan de voorschriften van bijlage IV;

(c) de aanbestedende diensten bepalen het vereiste veiligheidsniveau voor de elektronische communicatiemiddelen die in de verschillende fasen van de specifieke aanbestedingsprocedure worden gebruikt; dit niveau is evenredig met de daaraan verbonden risico's;

(d) wanneer elektronische handtekeningen als omschreven in Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad[28] worden vereist, aanvaarden de aanbestedende diensten, zolang de handtekening geldig is, al dan niet met een veilig middel aangemaakte handtekeningen die gebaseerd zijn op een gekwalificeerd elektronisch certificaat, als bedoeld in de vertrouwenslijst waarin Beschikking 2009/767/EG van de Commissie[29] voorziet, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

(i)      de aanbestedende diensten stellen het vereiste formaat voor geavanceerde handtekeningen vast op basis van de in Besluit 2011/130/EU[30] van de Commissie vastgestelde formaten en voeren de nodige maatregelen in om deze formaten technisch te kunnen verwerken;

(ii)      wanneer een inschrijving wordt ondertekend met ondersteuning van een gekwalificeerd certificaat dat in de lijst van vertrouwde handtekeningen is opgenomen, mogen zij geen bijkomende eisen stellen die het gebruik van deze handtekeningen door inschrijvers kunnen belemmeren.

6. De volgende regels zijn van toepassing op de verzending van aanvragen tot deelneming:

(a) aanvragen tot deelneming aan een procedure voor de gunning van een opdracht kunnen schriftelijk of telefonisch worden ingediend; in het laatste geval wordt een geschreven bevestiging gezonden voordat de voor ontvangst van de aanvraag gestelde termijn is verstreken;

(b) aanbestedende diensten kunnen eisen dat per fax ingediende aanvragen tot deelneming per post of met elektronische middelen worden bevestigd, wanneer dat nodig is om over een wettig bewijs te beschikken.

Voor de toepassing van b) vermeldt de aanbestedende dienst in de aankondiging van de opdracht of in de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling dat aanvragen tot deelneming per fax moeten worden ingediend en per post of met elektronische middelen moeten worden bevestigd, en vermeldt hij binnen welke termijn deze bevestiging moet worden verzonden.

7. De lidstaten zorgen ervoor dat uiterlijk twee jaar na de in artikel 92, lid 1, bepaalde datum alle aanbestedingsprocedures uit hoofde van deze richtlijn worden verricht met gebruik van elektronische communicatiemiddelen, met name door elektronische inschrijving, overeenkomstig de voorschriften van dit artikel.

Deze verplichting is niet van toepassing wanneer het gebruik van elektronische middelen gespecialiseerde instrumenten of bestandsformaten zou vereisen die niet in alle lidstaten algemeen beschikbaar zijn in de zin van lid 3. Het staat aan de aanbestedende diensten die andere communicatiemiddelen voor de indiening van inschrijvingen gebruiken, in de aanbestedingsdocumenten aan te tonen dat het gebruik van elektronische middelen wegens de bijzondere aard van de met de ondernemers uit te wisselen informatie gespecialiseerde instrumenten of bestandsformaten vereist die niet algemeen beschikbaar zijn in alle lidstaten.

Aanbestedende diensten worden geacht gewettigde redenen te hebben om in aanbestedingsprocedure geen elektronische communicatiemiddelen te eisen in de volgende situaties:

(a) de omschrijving van de technische specificaties kan wegens de gespecialiseerde aard van de aanbesteding niet worden weergegeven door middel van bestandsformaten die door algemeen gebruikte applicaties worden ondersteund;

(b) de applicaties voor ondersteuning van de bestandsformaten die geschikt zijn voor de omschrijving van de technische specificaties, maken deel uit van een merkgebonden licentieregeling en kunnen niet beschikbaar worden gesteld voor downloads of gebruik op afstand door de aanbestedende dienst;

(c) de applicaties voor ondersteuning van de bestandsformaten die geschikt zijn voor de omschrijving van de technische specificaties, gebruiken bestandsformaten die niet kunnen worden verwerkt door andere open of downloadbare toepassingen.

8. Aanbestedende diensten kunnen de voor de aanbestedingsprocedures verwerkte elektronische gegevens gebruiken ter voorkoming, opsporing en verbetering van fouten die zich in elk stadium voordoen, door aangepaste instrumenten te ontwikkelen

Artikel 20 Nomenclaturen

1. Bij verwijzingen naar nomenclaturen met betrekking tot het gunnen van overheidsopdrachten wordt gebruik gemaakt van de "Gemeenschappelijke Woordenlijst Overheidsopdrachten", hierna CPV (Common Procurement Vocabulary) genoemd, als vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2195/2002[31].

2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 89 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanpassing van de in de bijlagen II en XVI gebruikte referentienummers wanneer veranderingen in de CPV-nomenclatuur moeten worden overgenomen in deze richtlijn en dit geen wijziging van het toepassingsgebied van deze richtlijn inhoudt.

Artikel 21 Belangenconflicten

1. De lidstaten stellen regels vast om belangenconflicten die bij de uitvoering van onder deze richtlijn vallende aanbestedingsprocedures ontstaan, inclusief met betrekking tot het opzetten en voorbereiden van de procedure, het opstellen van de aanbestedingsdocumenten, de selectie van gegadigden en inschrijvers en de gunning van de opdracht, daadwerkelijk te voorkomen, vast te stellen en onmiddellijk te verhelpen, teneinde verstoring van de mededinging te voorkomen en een gelijke behandeling van alle inschrijvers te verzekeren.

Onder het begrip belangenconflict valt ten minste elke situatie waarin de in lid 2 bedoelde categorieën personen direct of indirect een privé-belang hebben bij het resultaat van de aanbestedingsprocedure, waardoor de indruk kan ontstaan dat zij worden gehinderd bij de onpartijdige en objectieve uitoefening van hun plichten.

Voor de toepassing van dit artikel zijn "privé-belangen" alle belangen in verband met familie, gevoelsleven, economie, politiek of andere belangen die zij delen met de gegadigden of de inschrijvers, met inbegrip van conflicterende beroepsbelangen.

2. De in lid 1 bedoelde regels zijn van toepassing op belangenconflicten waarbij ten minste de volgende categorieën van personen betrokken zijn:

(a) personeelsleden van de aanbestedende dienst, aanbieders van aanbestedingsdiensten of personeelsleden van andere dienstverleners die bij de uitvoering van de aanbestedingsprocedure betrokken zijn;

(b) de voorzitter van de aanbestedende dienst en leden van de beslissingsorganen van de aanbestedende dienst die zonder noodzakelijkerwijs bij de uitvoering van de aanbestedingsprocedure betrokken te zijn toch invloed kunnen uitoefenen op het resultaat van deze procedure.

3. De lidstaten waarborgen in het bijzonder dat:

(a) de in lid 2, onder a), bedoelde personeelsleden elk belangenconflict met betrekking tot een van de gegadigden of inschrijver openbaar maken zodra zij kennis krijgen van een dergelijk conflict, om de aanbestedende dienst in staat te stellen deze situatie te verhelpen;

(b) gegadigden en inschrijvers bij de aanvang van de aanbestedingsprocedure een verklaring indienen over het bestaan van bevoorrechte banden met de in lid 2, onder b), bedoelde personen, waardoor dezen in een situatie van belangenconflict kunnen terechtkomen; de aanbestedende dienst vermeldt in het in artikel 85 genoemde individuele verslag of een gegadigde of inschrijver een verklaring heeft ingediend.

In geval van belangenconflict neemt de aanbestedende dienst passende maatregelen. Deze maatregelen kunnen leiden tot de verwijdering van het desbetreffende personeelslid uit de betrokken aanbestedingsprocedure of tot een herschikking van de taken en verantwoordelijkheden van het personeelslid. Wanneer een belangenconflict niet daadwerkelijk met andere middelen kan worden verholpen, moet de betrokken gegadigde of inschrijver worden uitgesloten van de procedure.

Wanneer bevoorrechte banden worden vastgesteld, brengt de aanbestedende dienst de overeenkomstig artikel 84 aangewezen toezichtsinstantie onmiddellijk op de hoogte en neemt hij passende maatregelen om elke onrechtmatige invloed op het gunningsproces te voorkomen en een gelijke behandeling van de gegadigden en inschrijvers te verzekeren. Indien het belangenconflict niet daadwerkelijk met andere middelen kan worden verholpen, wordt de betrokken gegadigde of inschrijver uitgesloten van de procedure.

4. Alle maatregelen overeenkomstig dit artikel worden gedocumenteerd in het individueel verslag als bedoeld in artikel 85.

Artikel 22 Onwettig gedrag

Gegadigden verstrekken bij de aanvang van de procedure een verklaring op erewoord luidens welke zij geen blijk geven of zullen geven van de volgende feiten:

(a) het onrechtmatig beïnvloeden van het besluitvormingsproces van de aanbestedende dienst of het verkrijgen van vertrouwelijke informatie waardoor zij onrechtmatige voordelen uit de aanbestedingsprocedure kunnen halen;

(b) het sluiten van overeenkomsten met andere gegadigden en inschrijvers om de concurrentie te verstoren, of;

(c) het opzettelijk verstrekken van misleidende informatie die een materiële invloed kan hebben op beslissingen inzake uitsluiting, selectie of gunning.

TITEL II OP OVERHEIDSOPDRACHTEN TOEPASSELIJKE VOORSCHRIFTEN

HOOFDSTUK I Procedures

Artikel 23 Voorwaarden met betrekking tot de overeenkomst inzake overheidsopdrachten en andere internationale overeenkomsten

1. Voorzover de bijlagen I, II, IV en V en de algemene opmerkingen bij aanhangsel 1 van de Europese Unie bij de overeenkomst inzake overheidsopdrachten en de andere door de Unie gesloten internationale overeenkomsten waardoor de Unie gebonden is, als vermeld in bijlage V van deze richtlijn, van toepassing zijn, geven aanbestedende diensten aan werken, leveringen, diensten en ondernemers van de ondertekenende partijen van deze overeenkomsten geen minder gunstige behandeling dan die welke zij aan werken, leveringen, diensten en ondernemers van de Unie geven. Door toepassing van deze richtlijn op ondernemers van de ondertekenende partijen bij deze overeenkomsten leven de aanbestedende diensten deze overeenkomsten na.

2. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 89 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de lijst in bijlage V, wanneer dit noodzakelijk is ten gevolge van de sluiting van nieuwe internationale overeenkomsten of de wijziging van bestaande internationale overeenkomsten.

Artikel 24 Keuze van de procedures

1. Wanneer zij overheidsopdrachten voor werken, leveringen of diensten gunnen, passen aanbestedende diensten de nationale procedures toe die in overeenstemming met deze richtlijn zijn gebracht, mits onverminderd artikel 30 een oproep tot mededinging overeenkomstig deze richtlijn is bekendgemaakt.

De lidstaten bepalen dat aanbestedende diensten openbare of niet-openbare procedures kunnen toepassen, zoals geregeld bij deze richtlijn.

De lidstaten kunnen bepalen dat aanbestedende diensten innovatiepartnerschappen kunnen toepassen zoals geregeld bij deze richtlijn.

Zij kunnen ook bepalen dat aanbestedende diensten een procedure van gunning door onderhandelingen of een concurrentiegerichte dialoog kunnen toepassen in de volgende gevallen:

(a) met betrekking tot werken, wanneer de opdracht voor werken zowel het ontwerp als de uitvoering van werken in de zin van artikel 2, lid 8, tot doel heeft of wanneer onderhandelingen vereist zijn om de juridische of financiële voorwaarden van het project te bepalen;

(b) met betrekking tot overheidsopdrachten voor werken, voor werken die alleen worden uitgevoerd met het oog op onderzoek of innovatie, proefneming of ontwikkeling en niet met het doel winst te boeken of de kosten voor onderzoek en ontwikkeling terug te verdienen;

(c) met betrekking tot opdrachten voor diensten of leveringen, wanneer de technische specificaties niet met voldoende precisie kunnen worden opgesteld op basis van de normen, Europese technische goedkeuringen, gemeenschappelijke technische specificaties of technische referentiekaders in de zin van de punten 2 tot en met 5 van bijlage VIII;

(d) in geval van onregelmatige of onaanvaardbare inschrijvingen in de zin van artikel 30, lid 2, onder a), naar aanleiding van een openbare of niet-openbare procedure;

(e) indien ten gevolge van specifieke omstandigheden die te maken hebben met de aard of de complexiteit van de werken, leveringen of diensten of de hieraan verbonden risico's, de opdracht niet kan worden gegund zonder voorafgaande onderhandelingen.

De lidstaten kunnen besluiten de procedure van gunning door onderhandelingen, de concurrentiegerichte dialoog of het innovatiepartnerschap niet in nationale wetgeving om te zetten.

2. De oproep tot mededinging kan geschieden op een van de volgende manieren :

(a) door middel van een aankondiging van opdracht overeenkomstig artikel 47,

(b) door middel van een vooraankondiging overeenkomstig artikel 46, lid 2, wanneer de opdracht wordt gegund door een lagere aanbestedende dienst in een niet-openbare procedure of een mededingingsprocedure van gunning door onderhandelingen.

In het onder b) genoemde geval worden ondernemers die hun belangstelling kenbaar hebben gemaakt na de bekendmaking van de vooraankondiging, uitgenodigd hun belangstelling schriftelijk te bevestigen door middel van een uitnodiging tot bevestiging van belangstelling overeenkomstig artikel 52.

3. De lidstaten kunnen bepalen dat aanbestedende diensten, alleen in de uitdrukkelijk in artikel 30 vermelde specifieke gevallen en omstandigheden, een procedure voor gunning door onderhandelingen zonder bekendmaking van een aankondiging van opdracht kunnen toepassen.

Artikel 25 Openbare procedure

1. In openbare procedures kunnen alle belangstellende ondernemers inschrijven naar aanleiding van een oproep tot mededinging.

De termijn voor de ontvangst van de inschrijvingen bedraagt minimaal 40 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht.

De inschrijving gaat vergezeld van de gevraagde informatie voor de kwalitatieve selectie.

2. Wanneer de aanbestedende diensten een vooraankondiging bekend hebben gemaakt die niet wordt gebruikt als een oproep tot mededinging, kan de minimale termijn voor ontvangst van inschrijvingen, als vastgesteld in de tweede alinea van lid 1 van dit artikel, worden verkort tot 20 dagen, mits aan beide volgende voorwaarden is voldaan:

(a) de kortere termijn is toegestaan mits de vooraankondiging alle informatie bevat die voor de in bijlage VI, deel B, afdeling I, opgenomen aankondiging van de opdracht wordt geëist, voorzover deze informatie beschikbaar is op het tijdstip van bekendmaking van de vooraankondiging;

(b) deze vooraankondiging is minimaal 45 dagen en maximaal twaalf maanden voor de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht ter bekendmaking verzonden.

3. Wanneer het niet haalbaar blijkt de in lid 1, tweede alinea, vastgestelde termijnen in acht te nemen wegens een door de aanbestedende dienst naar behoren gemotiveerde spoedsituatie, kan deze een termijn vaststellen die niet minder mag bedragen dan 20 dagen na de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht.

4. De aanbestedende dienst kan de in lid 1, tweede alinea, vastgestelde termijn voor ontvangst van inschrijvingen met vijf dagen verkorten wanneer hij ermee instemt dat inschrijvingen overeenkomstig artikel 19, leden 3, 4 en 5, met elektronische middelen worden ingediend.

Artikel 26 Niet-openbare procedure

1. In niet-openbare procedures kunnen alle ondernemers naar aanleiding van een oproep tot mededinging een aanvraag tot deelneming indienen door de gevraagde informatie voor de kwalitatieve selectie te verstrekken.

De termijn voor de ontvangst van aanvragen tot deelneming bedraagt minimaal dertig dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht of, wanneer een vooraankondiging wordt gebruikt als een oproep tot mededinging, vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling.

2. Alleen de ondernemers die na beoordeling van de gevraagde informatie door de aanbestedende dienst daartoe worden verzocht, kunnen een inschrijving indienen. Aanbestedende diensten kunnen overeenkomstig artikel 64 het aantal geschikte gegadigden beperken die tot deelneming aan de procedure worden uitgenodigd.

De termijn voor de ontvangst van inschrijvingen bedraagt minimaal 35 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot inschrijving.

3. Wanneer de aanbestedende diensten een vooraankondiging hebben bekendgemaakt die niet wordt gebruikt als oproep tot mededinging, kan de termijn voor de ontvangst van inschrijvingen, als vastgesteld in lid 2, tweede alinea, van dit artikel, worden verkort tot 15 dagen, mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

(a) de vooraankondiging bevat alle informatie die voor de in deel B, afdeling I, van bijlage VI opgenomen aankondiging van de opdracht wordt geëist, voorzover die informatie beschikbaar is op het tijdstip dat de aankondiging wordt bekendgemaakt;

(b) deze vooraankondiging is minimaal 45 dagen en maximaal twaalf maanden voor de verzenddatum van de aankondiging van opdracht ter bekendmaking verzonden.

4. Lagere aanbestedende diensten kunnen de termijn voor ontvangst van inschrijvingen in onderling overleg tussen de aanbestedende dienst en de geselecteerde gegadigden vaststellen, mits alle gegadigden evenveel tijd krijgen om hun inschrijvingen voor te bereiden en in te dienen. Wanneer geen overeenstemming over de termijn voor de ontvangst van inschrijvingen kan worden bereikt, stelt de aanbestedende dienst een termijn vast die ten minste 10 dagen bedraagt, te rekenen vanaf de datum van de uitnodiging tot inschrijving.

5. De in lid 2 genoemde termijn voor de ontvangst van inschrijvingen kan met vijf dagen worden verkort wanneer de aanbestedende dienst ermee instemt dat inschrijvingen met elektronische middelen worden ingediend overeenkomstig artikel 19, leden 3, 4 en 5.

6. Wanneer het niet haalbaar blijkt de in dit artikel vastgestelde termijnen in acht te nemen wegens een door de aanbestedende dienst naar behoren gemotiveerde spoedsituatie, kan volgende termijnen vaststellen:

(a) een termijn voor ontvangst van aanvragen tot deelneming van minimaal vijftien dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht;

(b) een termijn voor ontvangst van inschrijvingen van minimaal tien dagen, te rekenen vanaf de datum waarop de uitnodiging tot inschrijving is verzonden.

Artikel 27 Mededingingsprocedure van gunning door onderhandelingen

1. Bij mededingingsprocedures van gunning door onderhandelingen mogen alle ondernemers een verzoek tot deelneming indienen naar aanleiding van een oproep tot mededinging door de gevraagde informatie voor de kwalitatieve selectie te verstrekken.

In de aankondiging van de opdracht of in de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling geven de aanbestedende diensten een beschrijving van de opdracht en de minimumeisen en vermelden zij de gunningscriteria zodat ondernemers kennis kunnen nemen van de aard en het toepassingsgebied van de aanbesteding en kunnen besluiten al dan niet om deelneming aan de onderhandelingen te verzoeken. De aanbestedende diensten vermelden in de technische specificaties welke delen daarvan de minimumeisen vormen.

De termijn voor de ontvangst van aanvragen tot deelneming bedraagt minimaal 30 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht of, ingeval een vooraankondiging als een oproep tot mededinging wordt gebruikt, vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling. De termijn voor de ontvangst van inschrijvingen bedraagt minimaal 30 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging. Artikel 26, leden 3 tot en met 6, is van toepassing.

2. Alleen ondernemers die na de beoordeling van de gevraagde informatie daartoe door de aanbestedende diensten worden aangezocht, kunnen schriftelijk een inschrijving indienen. Deze inschrijving vormt de basis voor daaropvolgende onderhandelingen. Aanbestedende diensten kunnen overeenkomstig artikel 64 het aantal geschikte gegadigden beperken die tot deelneming aan de procedure worden uitgenodigd.

3. De aanbestedende diensten onderhandelen met de inschrijvers over de ingediende inschrijvingen om de inhoud van de offertes te verbeteren teneinde deze beter te doen aansluiten bij de gunningscriteria en de in de tweede alinea van lid 1 bedoelde minimumeisen.

In de loop van de onderhandelingen mag geen verandering worden aangebracht in de volgende elementen:

(a)      de beschrijving van de opdracht;

(b)     de delen van de technische specificaties die de minimumeisen vormen;

(c)      de gunningscriteria.

4. Tijdens de onderhandelingen waarborgen de aanbestedende diensten de gelijke behandeling van alle inschrijvers. Daartoe verstrekken zij geen informatie op discriminerende wijze die bepaalde inschrijvers kan bevoordelen boven andere. Zij zien er in het bijzonder op toe dat alle inschrijvers waarvan de inschrijvingen niet overeenkomstig lid 5 zijn uitgeschakeld, schriftelijk op de hoogte worden gesteld van elke andere wijziging dan van de minimumeisen die in de technische specificaties is aangebracht, en wel op tijdige wijze zodat die inschrijvers hun inschrijvingen naar aanleiding van deze wijzigingen desgewenst kunnen aanpassen en opnieuw indienen.

De aanbestedende diensten mogen de voorgestelde oplossingen of andere door een deelnemer aan de onderhandelingen verstrekte vertrouwelijke inlichtingen niet zonder zijn instemming aan de andere deelnemers bekendmaken. Deze instemming mag niet de vorm van een algemene ontheffing aannemen maar wordt verleend onder verwijzing naar de beoogde bekendmaking van specifieke oplossingen of andere vertrouwelijke informatie.

5. Mededingingsprocedures van gunning door onderhandelingen kunnen in opeenvolgende fasen verlopen zodat het aantal inschrijvingen waarover moet worden onderhandeld wordt beperkt aan de hand van de gunningscriteria die in de aankondiging van de opdracht, de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling of de aanbestedingsdocumenten zijn vermeld. De aanbestedende diensten geven in de aankondiging van de opdracht, de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling of de aanbestedingsdocumenten aan of zij van deze mogelijkheid gebruik zullen maken.

6. Wanneer de aanbestedende dienst voornemens is de onderhandelingen af te sluiten, stelt hij de resterende inschrijvers daarvan in kennis en stelt hij een gemeenschappelijke termijn vast voor de indiening van eventuele nieuwe of aangepaste inschrijvingen. De aanbestedende dienst beoordeelt de aldus bedongen inschrijvingen aan de hand van de aanvankelijk vermelde gunningscriteria en gunt de opdracht overeenkomstig de artikelen 66 tot en met 69.

Artikel 28 Concurrentiegerichte dialoog

1. Bij concurrentiegerichte dialogen mogen alle ondernemers verzoeken om deelneming indienen naar aanleiding van een oproep tot mededinging door de gevraagde informatie voor de kwalitatieve selectie te verstrekken.

De termijn voor de ontvangst van aanvragen tot deelneming bedraagt minimaal 30 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht.

Alleen ondernemers die na de beoordeling van de gevraagde informatie daartoe door de aanbestedende diensten worden aangezocht, kunnen aan de dialoog deelnemen. Aanbestedende diensten kunnen overeenkomstig artikel 64 het aantal geschikte gegadigden beperken die tot deelneming aan de procedure worden uitgenodigd. De gunning van de opdracht geschiedt alleen op basis van het gunningscriterium van de economisch voordeligste inschrijving overeenkomstig artikel 66, lid 1, onder a).

2. De aanbestedende diensten maken hun behoeften en eisen bekend in de aankondiging van de opdracht en vermelden deze behoeften en eisen in de aankondiging en/of in een beschrijvend document. Tegelijkertijd vermelden zij in dezelfde documenten de gekozen gunningscriteria.

3. De aanbestedende diensten openen met de overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van de artikelen 54 tot en met 65 geselecteerde gegadigden een dialoog met het doel na te gaan en te bepalen welke middelen het meest geschikt zijn om aan hun behoeften te voldoen. Tijdens deze dialoog kunnen zij met de geselecteerde gegadigden alle aspecten van de opdracht bespreken.

Tijdens de dialoog waarborgen de aanbestedende diensten de gelijke behandeling van alle inschrijvers. Hiertoe verstrekken zij geen informatie op discriminerende wijze die bepaalde inschrijvers kan bevoordelen boven andere.

De aanbestedende diensten mogen de voorgestelde oplossingen of andere door een deelnemer aan de dialoog verstrekte vertrouwelijke inlichtingen niet zonder zijn instemming aan de andere deelnemers bekendmaken. Een dergelijke instemming mag niet de vorm aannemen van een algemene ontheffing, maar wordt verleend onder verwijzing naar de beoogde bekendmaking van specifieke oplossingen of andere vertrouwelijke informatie.

4. Concurrentiegerichte dialogen kunnen in opeenvolgende fasen verlopen, zodat het aantal in de dialoogfase te bespreken oplossingen kan worden beperkt op basis van de gunningscriteria die in de aankondiging van de opdracht of in het beschrijvende document zijn vermeld. De aanbestedende diensten geven in de aankondiging van de opdracht of het beschrijvende document aan of zij van deze mogelijkheid gebruik zullen maken.

5. De aanbestedende dienst zet de dialoog voort tot hij kan aangeven welke oplossing of oplossingen aan zijn behoeften kan of kunnen voldoen.

6. Nadat de aanbestedende diensten de dialoog voor beëindigd hebben verklaard en de deelnemers daarvan op de hoogte hebben gesteld, verzoeken zij de deelnemers hun definitieve inschrijvingen in te dienen op basis van de tijdens de dialoog voorgelegde en gespecificeerde oplossing of oplossingen. Deze inschrijvingen bevatten alle vereiste en noodzakelijke elementen voor de uitvoering van het project.

7. De aanbestedende diensten beoordelen de ontvangen inschrijvingen op basis van de in de aankondiging van de opdracht of het beschrijvend document vastgestelde gunningscriteria.

Zo nodig kan de aanbestedende dienst, met het oog op de definitieve vaststelling van de financiële verbintenissen of andere voorwaarden van de opdracht, over de definitieve voorwaarden van de opdracht onderhandelen met de inschrijver die overeenkomstig artikel 66, lid 1, onder a) als de economisch meest voordelige is aangewezen, mits deze onderhandelingen de inhoudelijke aspecten van de inschrijving of van de overheidsopdracht, met inbegrip van de in de aankondiging van de opdracht of het beschrijvend document vermelde behoeften en eisen, ongewijzigd laten en niet kunnen leiden tot concurrentievervalsing of discriminatie.

8. De aanbestedende diensten kunnen voorzien in prijzengeld of uitkeringen voor de deelnemers van de dialoog.

Artikel 29 Innovatiepartnerschap

1. Bij innovatiepartnerschappen kunnen alle ondernemers naar aanleiding van een aankondiging van opdracht een aanvraag tot deelneming indienen om een gestructureerd partnerschap aan te gaan voor de ontwikkeling van innovatieve werken, leveringen of diensten en de daaropvolgende aankoop van de daaruit resulterende werken, leveringen of diensten, mits deze overeenstemmen met de afgesproken prestatie- en prijsniveaus..

2. Het partnerschap wordt gestructureerd in fasen die elkaar opvolgen in een reeks van stappen in het onderzoeks- en innovatieproces, eventueel tot aan de fabricage van de geleverde goederen of de verstrekking van de diensten. Het partnerschap bepaalt door de partner te bereiken tussentijdse streefdoelen en voorziet in betaling van de vergoeding in passende termijnen. Op basis van deze streefdoelen kan de aanbestedende dienst na elke fase besluiten het partnerschap op te zeggen en voor de resterende fasen een nieuwe aanbestedingsprocedure op te zetten, mits hij daarvoor de betrokken intellectuele-eigendomsrechten heeft verkregen.

3. De opdracht wordt gegund volgens de regels voor de mededingingsprocedure van gunning door onderhandelingen als bedoeld in artikel 27.

Bij de selectie van gegadigden besteden de aanbestedende diensten bijzondere aandacht aan criteria betreffende de capaciteiten en de ervaring van de inschrijvers op het gebied van onderzoek en ontwikkeling of de ontwikkeling van innovatieve oplossingen. Zij kunnen in overeenstemming met artikel 64 het aantal geschikte gegadigden beperken die tot deelneming aan de procedure worden uitgenodigd.

Alleen de ondernemers die na beoordeling van de gevraagde informatie door de aanbestedende dienst daartoe worden uitgenodigd, kunnen projecten voor onderzoek en ontwikkeling indienen die voldoen aan de door de aanbestedende dienst vastgestelde behoeften en waaraan niet door bestaande oplossingen kan worden voldaan. De gunning van de opdracht geschiedt uitsluitend op basis van het criterium van de economisch meest voordelige inschrijving in overeenstemming met artikel 66, lid 1, onder a).

4. De structuur van het partnerschap en in het bijzonder de duur en de waarde van de verschillende fasen weerspiegelen de graad van innovatie van de voorgestelde oplossing en de reeks van onderzoeks- en innovatieactiviteiten die vereist zijn voor de ontwikkeling van een innovatieve en nog niet op de markt beschikbare oplossing. De waarde en de looptijd van een opdracht voor de aankoop van de daaruit voortvloeiende werken, leveringen of diensten blijven binnen passende grenzen, rekening houdend met de noodzaak om de gemaakte kosten, inclusief voor de ontwikkeling van een innovatieve oplossing, terug te verdienen en te voorzien in een passende winst.

Aanbestedende diensten maken geen gebruik van innovatiepartnerschappen om de mededinging te verhinderen, te beperken of te vervalsen.

Artikel 30 Gebruik van de procedure van gunning door onderhandelingen zonder bekendmaking van een aankondiging van opdracht

1. De lidstaten kunnen bepalen dat aanbestedende diensten uitsluitend in de gevallen als bepaald in de leden 2 tot en met 5 voor het gunnen van overheidsopdrachten gebruik kunnen maken van een procedure van gunning door onderhandelingen zonder voorafgaande bekendmaking.

2. In de procedure van gunning door onderhandelingen zonder voorafgaande bekendmaking voor overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten kan worden voorzien in een van de volgende gevallen:

(a) wanneer in het kader van een openbare of niet-openbare procedure geen of geen geschikte inschrijvingen of geen aanvragen tot deelneming zijn ingediend, mits de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht niet wezenlijk worden gewijzigd en aan de Commissie of de overeenkomstig artikel 84 aangewezen nationale toezichtsinstantie op hun verzoek een verslag wordt overgelegd;

(b) wanneer de aanbesteding de creatie of de verkrijging van een kunstwerk tot doel heeft;

(c) wanneer de werken, leveringen of diensten alleen door een bepaalde ondernemer kunnen worden verricht om een van de volgende redenen:

(i)      het ontbreken van mededinging om technische redenen;

(ii)      de bescherming van octrooien, auteursrechten of andere intellectuele-eigendomsrechten;

(iii)     de bescherming van andere exclusieve rechten.

Deze uitzondering geldt alleen wanneer er geen redelijk alternatief of substituut bestaat en het ontbreken van mededinging niet het resultaat is van een kunstmatige vernauwing van de parameters van de aanbesteding;

(d) in strikt noodzakelijke gevallen waarin dringende spoed, voortvloeiende uit overmacht, het onmogelijk maakt de gestelde termijnen voor openbare procedures, niet-openbare procedures en procedures van gunning door onderhandelingen met voorafgaande oproep tot mededinging in acht te nemen. De ter rechtvaardiging van de dwingende spoed ingeroepen omstandigheden mogen in geen geval aan de aanbestedende diensten te wijten zijn;

Voor de toepassing van a) wordt een inschrijving geacht niet geschikt te zijn wanneer:

– zij onregelmatig of onaanvaardbaar is, en

– zij volkomen irrelevant is ten aanzien van de opdracht en niet voldoet aan de behoeften van de aanbestedende dienst zoals aangegeven in de aanbestedingsdocumenten.

Inschrijvingen worden met name geacht onregelmatig te zijn wanneer zij niet overeenstemmen met de aanbestedingsdocumenten of wanneer de aangeboden prijzen afgeschermd zijn van de normale marktwerking.

Inschrijvingen worden met name geacht onaanvaardbaar te zijn in de volgende gevallen:

(a) zij zijn laattijdig binnengekomen;

(b) zij zijn ingediend door inschrijvers die niet over de vereiste kwalificaties beschikken;

(c) de prijs overschrijdt het door de aanbestedende dienst begrote bedrag als vastgesteld vóór de aanvang van de aanbestedingsprocedure; de voorafgaande vaststelling van de begroting moet schriftelijk gedocumenteerd zijn;

(d) de inschrijvingen zijn abnormaal laag bevonden overeenkomstig artikelzij zijn abnormaal laag bevonden overeenkomstig artikel 69.

3. In de procedure van gunning door onderhandelingen zonder bekendmaking van een aankondiging van opdracht kan worden voorzien voor overheidsopdrachten voor leveringen:

(a) wanneer het producten betreft die uitsluitend voor onderzoek, proefneming, studie of ontwikkeling worden vervaardigd; deze bepaling geldt niet voor de productie in grote hoeveelheden met het doel de commerciële haalbaarheid van het product vast te stellen of de kosten van onderzoek en ontwikkeling te dekken;

(b) voor aanvullende leveringen door de oorspronkelijke leverancier die bestemd zijn hetzij voor de gedeeltelijke vernieuwing van veelvuldig gebruikte leveringen of installaties, hetzij voor de uitbreiding van bestaande leveringen of installaties, indien verandering van leverancier de aanbestedende dienst ertoe zou verplichten apparatuur aan te schaffen met andere technische eigenschappen, zodat incompatibiliteit ontstaat of zich onevenredige technische moeilijkheden bij het gebruik en het onderhoud voordoen; de looptijd van deze opdrachten en nabestellingen mag in de regel drie jaar niet overschrijden;

(c) voor leveringen die genoteerd en aangekocht worden op een grondstoffenmarkt of op andere soortgelijke markten zoals de handel in elektriciteit;

(d) voor aankopen van leveringen onder bijzonder voordelige voorwaarden, hetzij bij een leverancier die zijn handelsactiviteiten staakt, hetzij bij de curator of vereffenaar in geval van een faillissement, een gerechtelijk akkoord of een soortgelijke procedure van het nationale recht.

4. Van de procedure van gunning door onderhandelingen zonder bekendmaking van een aankondiging van opdracht kan gebruik worden gemaakt voor overheidsopdrachten voor diensten, wanneer de opdracht voortvloeit uit een overeenkomstig deze richtlijn georganiseerde prijsvraag en volgens de toepasselijke voorschriften moet worden gegund aan de winnaar of aan één van de winnaars van die prijsvraag; in het laatstgenoemde geval moeten alle winnaars tot deelneming aan de onderhandelingen worden uitgenodigd.

5. Van de procedure van gunning door onderhandelingen zonder bekendmaking van een aankondiging van opdracht kan gebruik worden gemaakt voor nieuwe werken of diensten bestaande uit de herhaling van soortgelijke werken of diensten die door dezelfde aanbestedende diensten aan de met een vroegere opdracht belaste dienstverlener zijn toevertrouwd, mits deze werken of diensten overeenstemmen met een basisproject dat het voorwerp vormde van een overeenkomstig artikel 24, lid 1, bedoelde procedures geplaatste eerste opdracht. Het basisproject dient de omvang van de aanvullende werken of diensten evenals de voorwaarden waaronder deze worden gegund, te vermelden.

Bij de oproep tot mededinging voor de aanbesteding van het eerste project wordt aangekondigd dat deze procedure kan worden toegepast en het geraamde totaalbedrag voor de daaropvolgende werken moet door de aanbestedende diensten in aanmerking worden genomen voor de toepassing van de artikel 4.

Van deze procedure kan slechts gedurende een periode van drie jaar volgende op de oorspronkelijke opdracht gebruik worden gemaakt.

HOOFDSTUK II Technieken en instrumenten voor elektronische en geaggregeerde overheidsopdrachten

Artikel 31 Raamovereenkomsten

1. Aanbestedende diensten kunnen raamovereenkomsten sluiten, mits zij de in deze richtlijn voorgeschreven procedures toepassen.

Een raamovereenkomst is een overeenkomst tussen een of meer aanbestedende diensten en een of meer ondernemers met het doel gedurende een bepaalde periode de voorwaarden inzake te gunnen opdrachten vast te leggen, met name wat betreft de prijs en, in voorkomend geval, de beoogde hoeveelheid.

De looptijd van een raamovereenkomst mag niet langer zijn dan vier jaar, behalve in uitzonderingsgevallen die behoorlijk gemotiveerd zijn met name op grond van het voorwerp van de raamovereenkomst.

2. Opdrachten die gebaseerd zijn op een raamovereenkomst, worden gegund volgens de procedures waarin dit lid en de leden 3 en 4 voorzien.

De procedures kunnen alleen worden toegepast tussen de aanbestedende diensten die duidelijk daarvoor zijn aangewezen in de oproep tot mededinging of in de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling, en de ondernemers die oorspronkelijk partij waren bij de raamovereenkomst.

In opdrachten die op een raamovereenkomst zijn gebaseerd, mogen in geen geval wezenlijke wijzigingen worden aangebracht met betrekking tot in de raamovereenkomst gestelde voorwaarden, met name in het in lid 3 bedoelde geval.

Aanbestedende diensten mogen geen oneigenlijk gebruik van raamovereenkomsten maken of mogen deze niet gebruiken om de mededinging te hinderen, te beperken of te vervalsen.

3. Wanneer een raamovereenkomst met één enkele ondernemer wordt gesloten, worden de op die raamovereenkomst gebaseerde opdrachten gegund volgens de in de raamovereenkomst gestelde voorwaarden.

Voor de gunning van dergelijke opdrachten kunnen de aanbestedende diensten de ondernemer die partij is bij de raamovereenkomst, schriftelijk raadplegen en hem indien nodig verzoeken zijn inschrijving aan te vullen.

4. Wanneer een raamovereenkomst met meer dan één ondernemer wordt gesloten, kan dit geschieden op een van de twee volgende wijzen:

(a) volgens de voorwaarden van de raamovereenkomst, zonder de opdracht opnieuw voor mededinging open te stellen, wanneer wordt voorzien in alle voorwaarden met betrekking tot de verrichting van de betrokken werken, leveringen of diensten alsmede in de objectieve voorwaarden ter bepaling van de ondernemers die als partij bij de raamovereenkomst deze zullen uitvoeren; laatstgenoemde voorwaarden worden vermeld in de aanbestedingsdocumenten;

(b) wanneer in de raamovereenkomst niet is voorzien in alle voorwaarden met betrekking tot de verrichting van de werken, leveringen of diensten, door de opdracht opnieuw voor mededinging open te stellen voor de ondernemers die partij zijn bij de raamovereenkomst.

5. De in lid 4, onder b), bedoelde mededinging geschiedt onder dezelfde voorwaarden als die welke voor de gunning van de raamovereenkomst gelden en, wanneer passend, volgens nadere voorwaarden met betrekking tot de specificaties van de raamovereenkomst, in overeenstemming met de volgende procedure:

(a) voor elke te gunnen opdracht raadplegen de aanbestedende diensten schriftelijk de ondernemers die in staat zijn de opdracht uit te voeren;

(b) de aanbestedende diensten stellen een voldoende lange termijn vast voor de indiening van inschrijvingen voor elke specifieke opdracht, rekening houdend met elementen zoals de complexiteit van het voorwerp van de opdracht en de nodige tijd voor de toezending van de inschrijvingen;

(c) de inschrijvingen worden schriftelijk ingediend en de inhoud ervan wordt niet vrijgegeven totdat de gestelde indieningstermijn is verstreken;

(d) de aanbestedende diensten gunnen elke opdracht aan de inschrijver die op grond van de in de specificaties van de raamovereenkomst vastgestelde gunningscriteria de beste inschrijving heeft ingediend.

Artikel 32 Dynamische aankoopsystemen

1. Voor aankopen voor courant gebruik, waarvan de kenmerken wegens de algemene beschikbaarheid op de markt voldoen aan hun behoeften, kunnen de aanbestedende dienstengebruik maken van een dynamisch aankoopsysteem. Het dynamisch aankoopsysteem wordt beheerd als een volledig elektronisch proces, dat gedurende de gehele looptijd openstaat voor elke ondernemer die voldoet aan de selectiecriteria.

2. Voor de gunning van opdrachten in een dynamisch aankoopsysteem volgen aanbestedende diensten de regels van de niet-openbare procedure. Alle gegadigden die aan de selectiecriteria voldoen, worden tot het systeem toegelaten; het aantal tot het systeem toe te laten gegadigden wordt niet beperkt overeenkomstig artikel 64. Voor alle communicatie in het kader van een dynamisch aankoopsysteem wordt alleen gebruik gemaakt van elektronische middelen overeenkomstig artikel 19, leden 2 tot en met 6.

3. Voor de gunning van opdrachten in een dynamisch aankoopsysteem gaan de aanbestedende diensten te werk als volgt:

(a) zij publiceren een oproep tot mededinging en geven daarbij aan dat het om een dynamisch aankoopsysteem gaat;

(b) in de specificaties vermelden zij ten minste de aard en de geraamde hoeveelheid van de beoogde aankopen, alsmede alle nodige informatie omtrent het aankoopsysteem, de gebruikte elektronische apparatuur en de nadere technische bepalingen en specificaties voor de verbinding;

(c) zij bieden gedurende de gehele looptijd van het systeem onbeperkte en volledige rechtstreekse toegang tot de specificaties en tot alle aanvullende documenten overeenkomstig artikel 51.

4. De aanbestedende diensten verlenen elke ondernemer tijdens de gehele looptijd van het dynamische aankoopsysteem de mogelijkheid te verzoeken om deelneming aan het systeem onder de voorwaarden van lid 2. Zij verrichten hun beoordeling van deze verzoeken volgens de selectiecriteria binnen 10 werkdagen volgend op de ontvangst.

De aanbestedende diensten melden de in de eerste alinea bedoelde ondernemer zo spoedig mogelijk of hij al dan niet tot het dynamisch aankoopsysteem is toegelaten.

5. De aanbestedende diensten nodigen overeenkomstig artikel 52 alle gekwalificeerde deelnemers uit om in te schrijven voor elke specifieke gunning in het dynamisch aankoopsysteem.

Zij gunnen de opdracht aan de inschrijver die de beste inschrijving heeft ingediend op basis van de gunningscriteria als bepaald in de aankondiging van de opdracht voor het dynamisch aankoopsysteem, of wanneer een vooraankondiging wordt gebruikt als oproep tot mededinging, in de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling. Deze criteria kunnen in voorkomend geval worden toegelicht in de uitnodiging tot inschrijving.

6. De aanbestedende diensten vermelden de looptijd van het dynamisch aankoopsysteem in de oproep tot mededinging. Zij brengen de Commissie op de hoogte van elke verandering in looptijd, met gebruik van de volgende standaardformulieren:

(a) wanneer de looptijd wordt gewijzigd zonder dat het systeem wordt beëindigd, het formulier dat aanvankelijk is gebruikt voor de oproep tot mededinging voor het dynamisch aankoopsysteem;

(b) wanneer het systeem wordt beëindigd, een aankondiging van gegunde opdracht als bedoeld in artikel 48.

7. Aan de betrokken ondernemers of partijen bij het dynamisch aankoopsysteem mogen geen kosten in rekening worden gebracht.

Artikel 33 Elektronische veilingen

1. De aanbestedende diensten kunnen elektronische veilingen gebruiken waarin nieuwe, verlaagde prijzen, en/of nieuwe waarden voor bepaalde elementen van de inschrijvingen worden voorgesteld.

Hiertoe gebruiken aanbestedende diensten een zich herhalend elektronisch proces (elektronische veiling) dat plaatsvindt na de eerste volledige beoordeling van de inschrijvingen en dat hun klassering op basis van automatische beoordelingsmethoden mogelijk maakt.

2. Bij openbare en niet-openbare procedures of bij mededingingsprocedures van gunning door onderhandelingen kunnen de aanbestedende diensten besluiten de gunning van een opdracht te laten voorafgaan door een elektronische veiling, wanneer de specificaties nauwkeurig kunnen worden vastgesteld.

Onder dezelfde voorwaarden kan een elektronische veiling worden gebruikt bij het opnieuw tot mededinging oproepen van de partijen bij een raamovereenkomst, als bedoeld in artikel 31, lid 4, onder b), alsmede bij de oproep tot mededinging voor opdrachten die worden gegund in het kader van het dynamisch aankoopsysteem als bedoeld in artikel 32.

3. De elektronische veiling heeft betrekking op een van de volgende criteria:

(a) alleen de prijzen, wanneer de opdracht wordt gegund op basis van de laagste prijs;

(b) de prijzen en/of de nieuwe waarden van de elementen van de inschrijvingen als aangegeven in de specificaties, wanneer de opdracht wordt gegund op basis van de economisch meest voordelige inschrijving.

4. De aanbestedende diensten die een elektronische veiling houden, maken daarvan melding in de aankondiging van de opdracht of in de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling. De specificaties bevatten ten minste de in bijlage VII genoemde informatie.

5. Alvorens tot de elektronische veiling over te gaan, verrichten de aanbestedende diensten een eerste volledige beoordeling van de inschrijvingen aan de hand van het gunningscriterium of de gunningscriteria en de weging die daartoe is vastgesteld.

Een inschrijving wordt geacht ontvankelijk te zijn wanneer zij is ingediend door een gekwalificeerde inschrijver en overeenstemt met de technische specificaties.

Alle inschrijvers die een ontvankelijke inschrijving hebben ingediend, worden tegelijkertijd via elektronische weg uitgenodigd om aan de elektronische veiling deel te nemen, door op het vermelde tijdstip overeenkomstig de in de uitnodiging vermelde instructies gebruik te maken van de verbindingen. De elektronische veiling kan in een aantal opeenvolgende fasen verlopen. Zij vangt op zijn vroegst twee werkdagen na de datum van verzending van de uitnodigingen aan.

6. Wanneer voor de gunning het criterium van de economisch meest voordelige inschrijving wordt gehanteerd, gaat de uitnodiging vergezeld van het resultaat van de volledige beoordeling van de betrokken inschrijving, uitgevoerd overeenkomstig de in artikel 66, lid 5, eerste alinea, bedoelde weging.

De uitnodiging vermeldt eveneens de wiskundige formule die tijdens de elektronische veiling zal worden gebruikt om de automatische herklasseringen te bepalen op basis van de ingediende nieuwe prijzen en/of nieuwe waarden. Deze formule houdt rekening met het gewicht dat aan alle vastgestelde criteria is toegekend om de economisch voordeligste inschrijving te bepalen, zoals in de aankondiging van de opdracht of het bestek is aangegeven. Daartoe moeten eventuele marges vooraf in een bepaalde waarde worden uitgedrukt.

Wanneer varianten zijn toegestaan, moeten voor elke variant afzonderlijke formules worden verstrekt.

7. In elke fase van de elektronische veiling verstrekken de aanbestedende diensten aan alle inschrijvers ten minste voldoende informatie om hen in staat te stellen op elk moment hun respectieve klassering te kennen en kunnen zij ook andere informatie betreffende andere ingediende prijzen of waarden verstrekken indien dit vooraf is vermeld; zij kunnen voorts op ieder ogenblik meedelen hoeveel inschrijvers aan een specifieke fase van de veiling deelnemen. Zij mogen echter hoe dan ook in geen enkele fase van de elektronische veiling de identiteit van de inschrijvers bekendmaken.

8. De aanbestedende diensten kunnen de elektronische veiling op een of meer van de onderstaande wijzen afsluiten:

(a) op het vooraf aangegeven tijdstip;

(b) wanneer zij geen nieuwe prijzen of nieuwe waarden meer ontvangen die voldoen aan de voorschriften inzake minimumverschillen, mits zij vooraf hebben aangegeven welke termijn zij na ontvangst van de laatste aanbieding in acht zullen nemen alvorens de veiling te sluiten;

(c) wanneer het vooraf aangegeven aantal fasen in de veiling volledig is doorlopen.

Wanneer de aanbestedende diensten hebben besloten de elektronische veiling overeenkomstig c) af te sluiten, in voorkomend geval in combinatie met de onder b) bepaalde regelingen, vermeldt de uitnodiging tot deelneming aan de veiling het tijdschema voor elke fase van de veiling.

9. Na de sluiting van de elektronische veiling gunnen de aanbestedende diensten de opdracht overeenkomstig artikel 66, op basis van de resultaten van de elektronische veiling.

Artikel 34 Elektronische catalogi

1. Wanneer aanbestedende diensten overeenkomstig artikel 19 het gebruik van elektronische communicatiemiddelen verplicht stellen, kunnen zij eisen dat inschrijvingen in het formaat van een elektronische catalogus worden ingediend.

De lidstaten kunnen het gebruik van elektronische catalogi verplicht stellen bij bepaalde typen overheidsopdrachten.

Inschrijvingen die in de vorm van een elektronische catalogus worden ingediend, kunnen vergezeld gaan van andere documenten ter aanvulling van de inschrijving.

2. Elektronische catalogi worden door de gegadigden of inschrijvers opgesteld met het oog op deelneming aan een specifieke aanbestedingsprocedure in overeenstemming met de specificaties en het formaat als vastgesteld door de aanbestedende dienst.

Voorts voldoen elektronische catalogi aan de voorschriften inzake elektronische communicatiemiddelen alsmede aan alle aanvullende voorschriften als vastgesteld door de aanbestedende dienst overeenkomstig artikel 19.

3. Wanneer de indiening van inschrijvingen in de vorm van elektronische catalogi wordt aanvaard dan wel verplicht is gesteld, gaan de aanbestedende diensten te werk als volgt:

(a) zij vermelden dit in de aankondiging van de opdracht of in de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling wanneer een vooraankondiging wordt gebruikt als een oproep tot mededinging;

(b) zij verstrekken in de specificaties alle nodige informatie overeenkomstig artikel 19, lid 5, betreffende het formaat, de gebruikte elektronische apparatuur en de en de nadere technische bepalingen voor de verbinding en specificaties voor de catalogus.

4. Wanneer een raamovereenkomst met meer dan één ondernemer is gesloten na indiening van de inschrijvingen in de vorm van elektronische catalogi, kunnen de aanbestedende diensten bepalen dat voor specifieke opdrachten opnieuw tot mededinging wordt opgeroepen op basis van bijgewerkte catalogi. In dat geval gebruiken de aanbestedende diensten een van de volgende alternatieve methoden:

(a) zij verzoeken de inschrijvers hun elektronische catalogi opnieuw in te dienen rekening houdend met de voorschriften van de betrokken specifieke opdracht;

(b) zij delen de inschrijvers mee dat zij voornemens zijn uit de reeds ingediende catalogi de nodige informatie te verzamelen (hierna "punch out") om inschrijvingen op te maken die aangepast zijn aan de vereisten van de betrokken specifieke opdracht, mits het gebruik van deze methode in de aanbestedingsdocumenten voor de raamovereenkomst is aangekondigd.

5. Wanneer de aanbestedende diensten voor specifieke opdrachten overeenkomstig lid 4, onder b), opnieuw tot mededinging oproepen, vermelden zij op welk tijdstip zij voornemens zijn de nodige informatie te verzamelen voor het verrichten van nieuwe inschrijvingen die aangepast zijn aan de vereisten van de betrokken specifieke opdracht, en verlenen zij de inschrijvers de mogelijkheid om het verzamelen van informatie te weigeren.

De aanbestedende diensten voorzien in een toereikende termijn tussen de mededeling en het daadwerkelijk verzamelen van de informatie.

Vóór de gunning van de opdracht leggen de aanbestedende diensten de verzamelde informatie voor aan de betrokken inschrijver en verlenen zij hem de mogelijkheid de juistheid van de aldus verrichte inschrijving te bevestigen dan wel te betwisten.

6. De aanbestedende diensten kunnen opdrachten gunnen op basis van een dynamisch aankoopsysteem door middel van "punch out", mits de aanvraag tot deelneming aan het dynamisch aankoopsysteem vergezeld gaat van een elektronische catalogus in overeenstemming met de technische specificaties en het formaat als vastgesteld door de aanbestedende dienst. Deze catalogus wordt vervolgens door de gegadigden aangevuld wanneer zij op de hoogte worden gebracht van het voornemen van de aanbestedende dienst om inschrijvingen te verrichten door middel van een "punch out". De "punch out" geschiedt in overeenstemming met lid 4, onder b) en lid 5.

Artikel 35 Gecentraliseerde aankoopactiviteiten en aankoopcentrales

1. Aanbestedende diensten kunnen werken, leveringen en/of diensten van of via aankoopcentrales kopen.

2. De lidstaten voorzien in de mogelijkheid voor aanbestedende diensten om gebruik te maken van gecentraliseerde aankoopactiviteiten van in een andere lidstaat gevestigde aankoopcentrales.

3. Een aanbestedende dienst voldoet aan zijn verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn wanneer hij voor aanbestedingen gebruik maakt van gecentraliseerde aankoopactiviteiten voorzover de betrokken aanbestedingsprocedures en de uitvoering ervan door de aankoopcentrale alleen worden verricht in alle stadia vanaf de bekendmaking van de oproep tot mededinging tot de voltooiing van de daaruit voortvloeiende opdracht of opdrachten.

Wanneer bepaalde stadia van de aanbestedingsprocedure of de uitvoering van de daaruit voortvloeiende opdrachten door de betrokken aanbestedende dienst worden verricht, blijft de aanbestedende dienst echter verantwoordelijk voor de naleving van de verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn met betrekking tot de stadia waarvoor hij zorgt.

4. Voor alle aanbestedingsprocedures van een aankoopcentrale worden elektronische communicatiemiddelen gebruikt in overeenstemming met de voorschriften van artikel 19.

5. Aanbestedende diensten kunnen voor gecentraliseerde aanbestedingsactiviteiten een aankoopcentrale kiezen zonder de procedures van deze richtlijn toe te passen, zelfs wanneer de aankoopcentrale daarvoor wordt vergoed.

6. De aankoopcentrale zorgt eveneens voor de documenten van alle transacties die zij gedurende haar gecentraliseerde aankoopactiviteiten verricht voor de uitvoering van opdrachten, raamovereenkomsten of dynamische aankoopsystemen.

Artikel 36 Aanvullende aankoopactiviteiten

Aanbieders van aanvullende aankoopactiviteiten worden gekozen volgens de aanbestedingsprocedures van deze richtlijn.

Artikel 37 Occasionele gezamenlijke aanbestedingen

1. Een of meer aanbestedende diensten kunnen overeenkomen bepaalde specifieke aanbestedingen gezamenlijk te verrichten.

2. Wanneer één aanbestedende dienst de betrokken aanbestedingsprocedures alleen vervult in alle stadia gaande van de bekendmaking van de oproep tot mededinging tot de voltooiing van de daaruit voortvloeiende opdracht of opdrachten, is deze aanbestedende dienst als enige verantwoordelijk voor de naleving van de verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn.

Wanneer de aanbestedingsprocedures en de uitvoering van de daaruit voortvloeiende opdrachten door meer dan één van de deelnemende aanbestedende diensten worden waargenomen, blijft elke aanbestedende dienst echter verantwoordelijk voor de naleving van de verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn met betrekking tot de stadia waarvoor hij zorgt.

Artikel 38 Gezamenlijke aanbestedingen door aanbestedende diensten uit verschillende lidstaten

1. Onverminderd artikel 11 kunnen aanbestedende diensten van verschillende lidstaten gezamenlijk overheidsopdrachten gunnen door gebruik te maken van één van de in dit artikel beschreven middelen.

2. Verschillende aanbestedende diensten kunnen werken, leveringen en/of diensten aankopen van of via een in een andere lidstaat gevestigde aankoopcentrale. In dat geval wordt de gunningsprocedure verricht volgens de nationale regeling van de lidstaat waar de aankoopcentrale is gevestigd.

3. Meerdere aanbestedende diensten uit verschillende lidstaten kunnen gezamenlijk een opdracht gunnen. In dat geval sluiten de deelnemende aanbestedende diensten een overeenkomst tot regeling van:

(a) de nationale bepalingen die van toepassing zijn op de aanbestedingsprocedure;

(b) de interne organisatie van de aanbestedingsprocedure, met inbegrip van het beheer van de procedure, het delen van verantwoordelijkheden, de verdeling van de te gunnen werken, leveringen of diensten en de sluiting van overeenkomsten.

Bij het vaststellen van de toepasselijke nationale wet overeenkomstig a) kunnen de aanbestedende diensten de nationale bepalingen kiezen van een lidstaat waarin ten minste een van de deelnemende diensten is gevestigd.

4. Wanneer meerdere aanbestedende diensten uit verschillende lidstaten een gezamenlijke rechtspersoon hebben opgericht, inclusief een rechtspersoon als de Europese groepering voor territoriale samenwerking overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad[32] of andere rechtspersonen naar Unierecht, komen de deelnemende aanbestedende diensten bij besluit van het bevoegde orgaan van de gezamenlijke rechtspersoon overeen welke aanbestedingsregels van een van de volgende lidstaten van toepassing zijn:

(a) de nationale bepalingen van de lidstaat waar de gezamenlijke rechtspersoon zijn statutaire zetel heeft;

(b) de nationale bepalingen van de lidstaat waar de gezamenlijke rechtspersoon zijn activiteiten uitoefent.

Deze overeenkomst kan gelden voor onbepaalde tijd, indien daarin is voorzien in de oprichtingsakte van de gezamenlijke rechtspersoon, of kan worden beperkt tot een bepaalde tijd of tot een aantal soorten opdrachten of tot een of meer individuele gunningen van opdrachten.

5. Bij gebreke van een overeenkomst tot vaststelling van de toepasselijke aanbestedingswet wordt de nationale wet die de gunning regelt, vastgesteld volgens de volgende regels:

(a) wanneer de procedure door één deelnemende aanbestedende dienst in naam van de andere wordt uitgevoerd of beheerd, zijn de nationale bepalingen van de lidstaat van die aanbestedende dienst van toepassing;

(b) wanneer de procedure niet door één deelnemende aanbestedende dienst in naam van de andere wordt uitgevoerd of beheerd, en

(i)      betrekking heeft op een opdracht voor werken, passen de aanbestedende diensten de nationale bepalingen toe van de lidstaat waarin de meeste werken platsvinden;

(ii)      betrekking heeft op een opdracht voor diensten of leveringen, passen de aanbestedende diensten de nationale bepalingen toe van de lidstaat waar de meeste diensten of leveringen wordt verricht;

(c) wanneer het niet mogelijk is de toepasselijke nationale wet overeenkomstig a) of b) vast te stellen, passen de aanbestedende diensten de nationale bepalingen toe van de lidstaat van de aanbestedende dienst die het grootste deel van de kosten draagt.

6. Bij gebreke van een overeenkomst tot vaststelling van de toepasselijke aanbestedingswet overeenkomstig lid 4 wordt de nationale wet die van toepassing is op aanbestedingsprocedures van gezamenlijke rechtspersonen opgericht door onderscheiden aanbestedende diensten van verschillende lidstaten, vastgesteld volgens de volgende regels:

(a) wanneer de procedure door het bevoegde orgaan van de gezamenlijke rechtspersoon wordt uitgevoerd of beheerd, zijn de nationale bepalingen van toepassing van de lidstaat waar de rechtspersoon zijn statutaire zetel heeft;

(b) wanneer de procedure wordt gevoerd of beheerd door een lid van de rechtspersoon namens deze rechtspersoon, zijn de regels bedoeld in lid 5, onder a) en b), van toepassing;

(c) wanneer het niet mogelijk is om de toepasselijke nationale wet overeenkomstig lid 5, onder a) en b), vast te stellen, passen de aanbestedende diensten de nationale bepalingen toe van de lidstaat waar de rechtspersoon zijn statutaire zetel heeft.

7. Een of meer aanbestedende diensten kunnen individuele opdrachten gunnen in een raamovereenkomst die gesloten is door of samen met een in een andere lidstaat gevestigde aanbestedende dienst, mits de raamovereenkomst specifieke bepalingen bevat volgens welke de respectieve aanbestedende dienst of diensten de individuele opdrachten kunnen gunnen.

8. Besluiten met betrekking tot de gunning van opdrachten in grensoverschrijdende aanbestedingen vallen onder de gewone beroepsprocedures die beschikbaar zijn volgens het toepasselijke nationale recht.

9. Om een effectieve werking van de beroepsmechanismen mogelijk te maken zorgen de lidstaten ervoor dat de beslissingen van beroepsinstanties in de zin van Richtlijn 89/665/EEG[33] die in andere lidstaten zijn gevestigd, volledig ten uitvoer worden gelegd in hun interne rechtsorde, wanneer deze beslissingen betrekking hebben op op hun grondgebied gevestigde aanbestedende diensten die deelnemen aan de desbetreffende grensoverschrijdende aanbestedingsprocedure.

HOOFDSTUK III Verloop van de procedure

Afdeling 1 Voorbereiding

Artikel 39 Voorbereidende marktraadplegingen

1. Vóór de aanvang van een aanbestedingsprocedure kunnen aanbestedende diensten marktraadplegingen houden om de structuur, de bekwaamheid en het vermogen van de markt te beoordelen en ondernemers op de hoogte te brengen van hun aanbestedingsplannen en -voorwaarden.

Met dit doel kunnen aanbestedende diensten advies inwinnen of ontvangen van structuren voor administratieve ondersteuning of van derden of marktdeelnemers, mits dit advies niet tot afscherming van de mededinging leidt en geen aanleiding geeft tot schending van het discriminatieverbod en het transparantiebeginsel.

2. Wanneer een gegadigde of inschrijver of een met een gegadigde of inschrijver verbonden onderneming de aanbestedende dienst of diensten heeft geadviseerd of anderszins betrokken is geweest bij de voorbereiding van de aanbestedingsprocedure, neemt de aanbestedende dienst passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de mededinging niet wordt verstoord door de deelneming van die gegadigde of inschrijver.

Deze maatregelen omvatten de mededeling aan andere gegadigden en inschrijvers van relevante informatie waarover uitwisseling heeft plaatsgevonden in het kader van of ten gevolge van de betrokkenheid van de gegadigde of inschrijver bij de voorbereiding van de aanbestedingsprocedure, alsmede de vaststelling van passende termijnen voor de ontvangst van inschrijvingen. De betrokken gegadigde of inschrijver wordt slechts van de aanbestedingsprocedure uitgesloten indien er geen andere middelen zijn om de naleving van het beginsel van gelijke behandeling te verzekeren.

Alvorens te worden uitgesloten moeten gegadigden of inschrijvers de kans krijgen te bewijzen dat hun betrokkenheid bij de voorbereiding van de aanbestedingsprocedure de mededinging niet kan verstoren. De maatregelen moeten worden vermeld in het krachtens artikel 85 vereiste individuele verslag.

Artikel 40 Technische specificaties

1. De technische specificaties als omschreven in punt 1 van bijlage VIII maken deel uit van de aanbestedingsdocumenten. Zij bepalen welke kenmerken worden voorgeschreven voor werken, leveringen of diensten.

Deze kenmerken kunnen eveneens betrekking hebben op specifieke processen voor de productie of verrichting van de gevraagde werken, leveringen of diensten of op elk ander stadium van de levenscyclus als bedoeld in artikel 2, punt 22.

De technische specificaties bepalen ook of de overdracht van intellectuele-eigendomsrechten vereist zal zijn.

Voor alle aanbestedingen waarvan het voorwerp bedoeld is voor gebruik door personen, hetzij door het ruime publiek hetzij door het personeel van de aanbestedende dienst, moeten deze technische specificaties, uitgezonderd in naar behoren gemotiveerde gevallen, zodanig worden opgesteld dat rekening wordt gehouden met criteria inzake toegankelijkheid voor personen met een handicap of de geschiktheid van het ontwerp voor alle gebruikers.

Wanneer bij wetgevende handeling van de Unie verplichte normen inzake toegankelijkheid worden aangenomen, moet bij de vaststelling van technische specificaties wat toegankelijkheidscriteria betreft daarnaar worden verwezen.

2. De technische specificaties moeten de inschrijvers gelijke toegang tot de aanbestedingsprocedures waarborgen en mogen niet tot gevolg hebben dat ongerechtvaardigde belemmeringen voor de openstelling van overheidsopdrachten voor mededinging worden geschapen.

3. Onverminderd dwingende nationale technische voorschriften, voorzover deze verenigbaar zijn met het recht van de Unie, worden de technische specificaties aangegeven op een van de volgende wijzen:

(a) in termen van prestatie- of functionele eisen, inclusief milieukenmerken, mits de parameters voldoende nauwkeurig zijn opdat de inschrijvers het voorwerp van de opdracht kunnen bepalen en de aanbestedende diensten de opdracht kunnen gunnen;

(b) door verwijzing naar de technische specificaties en, in volgorde van voorkeur, de nationale normen waarin Europese normen zijn omgezet, de Europese technische goedkeuringen, de gemeenschappelijke technische specificaties, internationale normen, andere door de Europese normalisatie-instellingen opgestelde technische referentiesystemen, of, bij gebreke daarvan, de nationale normen, de nationale technische goedkeuringen dan wel de nationale technische specificaties, andere technische referentiesystemen, inzake het ontwerpen, het berekenen en het uitvoeren van de werken en het gebruik van de leveringen; elke verwijzing gaat vergezeld van de woorden "of gelijkwaardig";

(c) in termen van de onder a) bedoelde prestatie- of functionele eisen, waarbij onder vermoeden van overeenstemming met deze prestatie-eisen en functionele eisen wordt verwezen naar de onder b) bedoelde technische specificaties;

(d) door verwijzing naar de onder b) bedoelde technische specificaties voor bepaalde kenmerken, en naar de onder a) bedoelde prestatie- of functionele eisen voor andere kenmerken.

4. Behalve indien dit door het voorwerp van de opdracht gerechtvaardigd is, mag in de technische specificaties geen melding worden gemaakt van een bepaald fabrikaat of een bepaalde herkomst of van een bijzondere werkwijze, noch mogen deze een verwijzing bevatten naar een merk, een octrooi of een type, een bepaalde oorsprong of een bepaalde productie, waardoor bepaalde ondernemingen of bepaalde producten worden bevoordeeld of uitgeschakeld. Deze vermelding is bij wijze van uitzondering toegestaan wanneer een voldoende nauwkeurige en begrijpelijke omschrijving van het voorwerp van de opdracht niet mogelijk is door toepassing van lid 3. Een dergelijke vermelding gaat vergezeld van de woorden "of gelijkwaardig".

5. Wanneer een aanbestedende dienst gebruik maakt van de mogelijkheid te verwijzen naar de in lid 3, onder b), genoemde specificaties, wijst hij een inschrijving niet af op grond van het feit dat de aangeboden werken, leveringen of diensten niet overeenstemmen met de betrokken specificaties, wanneer de inschrijver in zijn inschrijving met elk passend middel, inclusief de in artikel 42 bedoelde bewijsmiddelen, aantoont dat de door hem voorgestelde oplossingen op gelijkwaardige wijze voldoen aan de in de technische specificaties gestelde eisen.

6. Wanneer een aanbestedende dienst gebruik maakt van de in lid 3, onder a), geboden mogelijkheid de technische specificaties in termen van prestatie- of functionele eisen vast te stellen, wijst hij een inschrijving voor werken, leveringen of diensten niet af die voldoet aan een nationale norm waarbij een Europese norm is omgezet, een Europese technische goedkeuring, een gemeenschappelijke technische specificatie, een internationale norm, een door een Europees normalisatieorgaan ingesteld technisch verwijzingssysteem, wanneer deze specificaties betrekking hebben op de door de aanbestedende dienst vastgestelde prestatie- of functionele eisen.

De inschrijver bewijst in zijn inschrijving met elk passend middel, waaronder de in artikel 42 bedoelde middelen, dat de werken, leveringen of diensten in overeenstemming zijn met de norm en voldoen aan de prestatie- of functionele eisen van de aanbestedende dienst.

Artikel 41 Keuren

1. Wanneer aanbestedende diensten milieu-, sociale of andere kenmerken van een werk, levering of dienst voorschrijven in termen van prestatie- of functionele eisen als bedoeld in artikel 40, lid 3, onder a), kunnen zij eisen dat deze werken, leveringen of diensten een specifieke keur dragen, mits voldaan is aan alle volgende voorwaarden:

(a) de voorschriften voor de keur hebben alleen betrekking op kenmerken die verband houden met het voorwerp van de opdracht en zijn geschikt voor de omschrijving van de kenmerken van de werken, leveringen of diensten die het voorwerp van de opdracht vormen;

(b) de voorschriften voor de keur zijn ontwikkeld op grond van wetenschappelijke gegevens of zijn gebaseerd op andere objectief controleerbare en niet discriminerende criteria;

(c) de keur is vastgesteld in een open en transparante procedure waaraan alle belanghebbenden, inclusief regeringsinstanties, consumenten, fabrikanten, kleinhandelaars en milieuorganisaties, kunnen deelnemen;

(d) de keur is voor alle betrokken partijen toegankelijk;

(e) de criteria van de keur worden vastgesteld door een derde partij die onafhankelijk is van de ondernemer die de keur aanvraagt.

Aanbestedende diensten die een specifieke keur eisen, aanvaarden alle gelijkwaardige keuren die voldoen aan de voorschriften van de door de aanbestedende diensten aangegeven keur. Voor producten die de keur niet dragen, aanvaarden de aanbestedende diensten eveneens een technisch dossier van de fabrikant of andere geschikte bewijsmiddelen.

2. Wanneer een keur aan de voorwaarden van lid 1, onder b), c) en d) en e), voldoet maar eveneens eisen stelt die geen verband houden met het voorwerp van de opdracht, kunnen de aanbestedende diensten de technische specificaties vaststellen door verwijzing naar de gedetailleerde technische specificaties van die keur, of indien noodzakelijk, delen daarvan die verband houden met het voorwerp van de opdracht en geschikt zijn voor de omschrijving van de kenmerken van dit voorwerp.

Artikel 42 Testverslagen, certificering en andere bewijsmiddelen

1. Aanbestedende diensten kunnen eisen dat ondernemers een testverslag van een erkende instantie of een door deze instantie afgegeven certificaat verstrekken als bewijs van conformiteit met de technische specificaties.

Wanneer aanbestedende diensten eisen dat certificaten van erkende organisaties worden overgelegd waaruit conformiteit met een bijzondere technische specificatie blijkt, worden ook certificaten van andere gelijkwaardige erkende organisaties aanvaard.

2. Aanbestedende diensten aanvaarden andere geschikte bewijsmiddelen dan die welke in lid 1 worden bedoeld, zoals een technisch dossier van de fabrikant, wanneer de ondernemer geen toegang heeft tot de in lid 1 bedoelde certificaten of testverslagen of deze niet binnen de desbetreffende termijnen kan verkrijgen.

3. Erkende instanties in de zin van lid 1 van dit artikel zijn testlaboratoria, ijklaboratoria en inspectie- en certificatieorganisaties die geaccrediteerd zijn overeenkomstig Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en van de Raad[34].

4. De lidstaten verstrekken andere lidstaten op hun verzoek alle informatie met betrekking tot de middelen en documenten die overeenkomstig artikel 40, lid 6, artikel 41 en de leden 1, 2 en 3 van dit artikel zijn overgelegd ten bewijze van de naleving van de technische voorschriften. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging verstrekken deze informatie overeenkomstig artikel 88.

Artikel 43 Varianten

1. Aanbestedende diensten kunnen inschrijvers toestaan varianten in te dienen. Zij vermelden in de aankondiging van de opdracht, of als een vooraankondiging als oproep tot mededinging wordt gebruikt, in de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling, of zij varianten al dan niet toestaan. Varianten zijn niet toegestaan zonder een dergelijke vermelding.

2. De aanbestedende diensten die varianten toestaan, vermelden in de aanbestedingsdocumenten aan welke minimumeisen deze varianten moeten voldoen alsmede hoe zij moeten worden ingediend. Voorts garanderen zij dat de gekozen gunningscriteria daadwerkelijk kunnen worden toegepast op varianten die aan deze minimumvoorschriften voldoen, en op conforme inschrijvingen die geen varianten zijn.

3. De aanbestedende diensten houden alleen rekening met de varianten die aan de gestelde minimumeisen voldoen.

Bij procedures voor het gunnen van opdrachten voor leveringen of diensten mogen de aanbestedende diensten die varianten hebben toegestaan, een variant niet afwijzen uitsluitend omdat deze, mocht hij worden gekozen, tot een opdracht voor diensten in plaats van een opdracht voor leveringen, dan wel tot een opdracht voor leveringen in plaats van een opdracht voor diensten zou leiden.

Artikel 44 Verdeling van opdrachten in percelen

1. Overheidsopdrachten kunnen worden onderverdeeld in homogene of heterogene percelen. Voor opdrachten met een waarde die gelijk is aan of hoger dan de in artikel 4 bepaalde drempels maar overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 niet lager dan 500 000 euro, verschaft de aanbestedende dienst, wanneer hij het niet passend acht de opdracht in percelen te verdelen, in de aankondiging van de opdracht of in de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling een specifieke toelichting over zijn motieven daarvoor.

Aanbestedende diensten geven in de aankondiging van de opdracht of de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling aan of de inschrijvingen beperkt zijn tot één perceel dan wel tot een aantal percelen.

2. Aanbestedende diensten kunnen, zelfs wanneer de mogelijkheid tot inschrijven voor alle percelen is vermeld, het aantal aan een inschrijver te gunnen percelen beperken, mits het maximumaantal in de aankondiging van de opdracht of in de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling is aangegeven. Aanbestedende diensten vermelden in de aanbestedingsdocumenten volgens welke objectieve en niet-discriminerende criteria of regels verschillende percelen worden gegund indien de toepassing van de gekozen gunningscriteria zou leiden tot de gunning van meer percelen dan het maximumaantal aan een zelfde inschrijver.

3. Indien meer dan een perceel aan dezelfde inschrijver kan worden gegund, kunnen aanbestedende diensten bepalen of zij één opdracht per perceel dan wel een of meer opdrachten voor verschillende of voor alle percelen zullen gunnen.

De aanbestedende diensten vermelden in de aanbestedingsdocumenten of zij het recht voorbehouden om een dergelijke keuze te maken, en in bevestigend geval, welke percelen in één opdracht kunnen worden samengebracht.

Aanbestedende diensten bepalen eerst voor elk individueel perceel welke inschrijvingen het beste voldoen aan de overeenkomstig artikel 66 vastgestelde gunningscriteria. Zij kunnen een opdracht voor meer dan een perceel gunnen aan een inschrijver die niet als eerste staat gerangschikt voor alle individuele onder deze opdracht vallende percelen, op voorwaarde dat voor alle onder deze opdracht vallende percelen beter aan de overeenkomstig artikel 66 vastgestelde gunningscriteria is voldaan. De aanbestedende diensten vermelden in de aanbestedingsdocumenten welke methoden zij voornemens zijn te gebruiken voor deze vergelijking. Deze methoden moeten transparant, objectief en niet-discriminerend zijn.

4. Aanbestedende diensten kunnen eisen dat alle inschrijvers gecoördineerd optreden onder leiding van de ondernemer aan wie het perceel voor de coördinatie van het gehele project of van relevante onderdelen daarvan is gegund.

Artikel 45 Vaststelling van termijnen

1. Bij de vaststelling van de termijnen voor de aanvragen tot deelneming en de ontvangst van inschrijvingen moeten aanbestedende diensten in het bijzonder rekening houden met de complexiteit van de opdracht en met de voor de voorbereiding van de inschrijvingen benodigde tijd, onverminderd de in de artikelen 24 tot en met 30 vastgestelde minimumtermijnen.

2. Wanneer inschrijvingen slechts kunnen plaatsvinden na een bezoek aan de plaats of na inzage ter plaatse van de documenten waarop de aanbestedingsdocumenten berusten, worden de termijnen voor ontvangst van de inschrijvingen verlengd zodat alle betrokken ondernemers kunnen beschikken over de voor het opstellen van de inschrijvingen verreiste informatie.

Afdeling 2 Bekendmaking en transparantie

Artikel 46 Vooraankondigingen

1.           Aanbestedende diensten kunnen hun voornemens met betrekking tot geplande aanbestedingen te kennen geven door zo snel mogelijk na de aanvang van het begrotingsjaar een vooraankondiging bekend te maken. Deze aankondigingen bevatten de in bijlage VI, deel B, afdeling I, omschreven informatie. Zij worden belendgemaakt door de Commissie of door de aanbestedende diensten via hun "kopersprofiel" overeenkomstig punt 2, onder b) van bijlage IX. Wanneer de aankondiging door de aanbestedende diensten wordt gepubliceerd via hun kopersprofiel, verzenden deze een aankondiging van bekendmaking via hun kopersprofiel overeenkomstig punt 3 van bijlage IX.

2.           Bij niet-openbare procedures en mededingingsprocedures van gunning door onderhandelingen kunnen lagere aanbestedende diensten een vooraankondiging gebruiken als oproep tot mededinging overeenkomstig artikel 24, lid 2, mits de aankondiging aan alle volgende voorwaarden voldoet:

(a) zij verwijst specifiek naar leveringen, werken of diensten waarop de te gunnen opdracht betrekking heeft;

(b) zij vermeldt dat deze opdracht zal worden gegund door middel van een niet-openbare procedure of een mededingingsprocedure van gunning door onderhandelingen zonder verdere bekendmaking van een oproep en verzoekt de belangstellende ondernemers hun belangstelling schriftelijk kenbaar te maken;

(c) zij bevat, naast de informatie als vermeld in bijlage VI, deel B, afdeling I), de informatie als vermeld in bijlage VI, deel B, afdeling II;

(d) de bekendmaking geschiedt niet meer dan 12 maanden vóór de datum waarop de uitnodiging als bedoeld in artikel 52, lid 1, is verzonden.

Deze aankondigingen worden niet bekendgemaakt in een kopersprofiel.

Artikel 47 Aankondigingen van opdrachten

Alle aanbestedende diensten kunnen een aankondiging van opdracht gebruiken als oproep tot mededinging met betrekking tot alle procedures. Deze aankondigingen bevatten de informatie als vermeld in bijlage VI, deel C, en worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 49.

Artikel 48 Aankondigingen van gegunde opdrachten

1. Niet later dan 48 dagen na de gunning van een opdracht of de sluiting van raamovereenkomst zenden de aanbestedende diensten een aankondiging van gegunde opdracht over de resultaten van de aanbestedingsprocedure.

Deze aankondigingen bevatten de in bijlage VI, deel D, bedoelde informatie en worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 49.

2. Wanneer de oproep tot mededinging voor de betrokken opdracht is verricht door middel van een vooraankondiging en de aanbestedende dienst niet het voornemen heeft om verdere opdrachten te gunnen gedurende de periode van twaalf maanden waarop de vooraankondiging betrekking heeft, wordt dit specifiek vermeld in de aankondiging van de gegunde opdracht.

In het geval van overeenkomstig artikel 31 gesloten raamovereenkomsten zijn de aanbestedende diensten niet verplicht een aankondiging betreffende de resultaten van de aanbestedingsprocedure te zenden voor elke opdracht die op deze overeenkomst is gebaseerd.

3. De aanbestedende diensten zenden binnen 48 dagen na de gunning van elke opdracht een bekendmaking over het resultaat van de gunning van de opdrachten op basis van een dynamisch aankoopsysteem. Deze aankondigingen kunnen echter per kwartaal worden gebundeld. In dat geval worden de gebundelde aankondigingen binnen 48 dagen na het einde van elk kwartaal gezonden.

4. Bepaalde informatie over de gunning van de opdracht of de sluiting van de raamovereenkomst behoeft niet voor bekendmaking te worden vrijgegeven indien de openbaarmaking van deze informatie de toepassing van de wet in de weg zou staan, in strijd zou zijn met het openbare belang, schade zou berokkenen aan de rechtmatige commerciële belangen van bepaalde publieke of particuliere ondernemers, inclusief de belangen van de ondernemer aan wie de opdracht is gegund, of afbreuk zou kunnen doen aan de eerlijke mededinging tussen ondernemers.

Artikel 49 Opmaak en wijze van bekendmaking van aankondigingen

1. De in de artikelen 46, 47 en 48 bedoelde aankondigingen bevatten de in bijlage VI genoemde inlichtingen, in de vorm van standaardformulieren, met inbegrip van standaardformulieren voor correcties.

De Commissie stelt deze standaardformulieren vast. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 91 bedoelde raadplegingsprocedure.

2. De in de artikelen 46, 47 en 48 bedoelde aankondigingen worden opgesteld, met elektronische middelen aan de Commissie gezonden en overeenkomstig bijlage IX bekendgemaakt. Aankondigingen worden uiterlijk vijf dagen na verzending bekendgemaakt. De kosten voor de bekendmaking van de aankondigingen door de Commissie worden gedragen door de Unie.

3. De in artikel 46, lid 2 en artikel 47 bedoelde aankondigingen worden onverkort bekendgemaakt in een officiële taal van de Unie als gekozen door de aanbestedende dienst. Alleen de tekst in deze taalversie is authentiek. Een samenvatting met de belangrijke gegevens van elke aankondiging wordt in de andere officiële talen bekendgemaakt.

4. De Commissie zorgt voor herhaalde bekendmaking van de volledige tekst en de samenvatting van vooraankondigingen als bedoeld in artikel 46, lid 2, en oproepen tot mededinging waarbij een dynamisch aankoopsysteem wordt opgezet als bedoeld in artikel 32, lid 3, onder a):

(a) in het geval van vooraankondigingen, gedurende twaalf maanden of tot de ontvangst van een aankondiging van een gegunde opdracht overeenkomstig artikel 48, waarin wordt vermeld dat er geen verdere opdrachten worden gegund gedurende de periode van twaalf maanden waarop de oproep tot mededinging betrekking heeft;

(b) in het geval van oproepen tot mededinging waarbij een dynamisch aankoopsysteem wordt opgezet, voor de geldigheidsduur van het dynamisch aankoopsysteem.

5. De aanbestedende diensten moeten de verzenddatum van de aankondigingen kunnen bewijzen.

De Commissie verstrekt de aanbestedende dienst een bevestiging van ontvangst van de aankondiging en van bekendmaking van de verzonden informatie, met vermelding van de datum van bekendmaking. Deze bevestiging vormt het bewijs van de bekendmaking.

6. Aanbestedende diensten kunnen aankondigingen van opdrachten voor werken, leveringen of diensten bekendmaken die niet onder de in deze richtlijn voorgeschreven bekendmakingsvoorschriften vallen, mits deze aankondigingen in elektronische vorm aan de Commissie worden gezonden in het formaat en op de wijze als omschreven in bijlage IX.

Artikel 50 Bekendmaking op nationaal niveau

1. De in de artikelen 46, 47 en 48 bedoelde aankondigingen en de de inhoud daarvan worden op nationaal niveau niet bekendgemaakt voordat zij overeenkomstig artikel 49 zijn bekendgemaakt.

2. Aankondigingen die op nationaal niveau worden bekendgemaakt, mogen geen andere informatie bevatten dan de informatie in de aankondigingen die aan de Commissie worden toegezonden of via een kopersprofiel worden bekendgemaakt, en moeten de datum van toezending aan de Commissie of van de bekendmaking via het kopersprofiel vermelden.

3. Vooraankondigingen worden niet via het kopersprofiel bekendgemaakt voordat de kennisgeving van de bekendmaking in deze vorm aan de Commissie is verzonden; zij vermelden de datum van deze verzending.

Artikel 51 Elektronische beschikbaarheid van aanbestedingsdocumenten

1. De aanbestedende diensten bieden met elektronische middelen kosteloze, rechtstreekse en volledige toegang tot de aanbestedingsdocumenten vanaf de datum van bekendmaking van de aankondiging overeenkomstig artikel 49 of vanaf de datum waarop de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling is verzonden. De tekst van de aankondiging of van deze uitnodiging tot bevestiging van belangstelling vermeldt het internetadres waar deze documenten toegankelijk zijn.

2. De aanbestedende diensten of de bevoegde diensten verstrekken nadere inlichtingen over de specificaties en de ondersteunende documenten, mits dit tijdig is aangevraagd en niet later dan zes dagen vóór de uiterste datum van ontvangst van de inschrijvingen. In het geval van de versnelde openbare procedure als bedoeld in artikel 25, lid 3, en artikel 26, lid 5, bedraagt deze termijn vier dagen.

Artikel 52 Uitnodigingen tot inschrijving of tot deelneming aan de dialoog; uitnodigingen tot bevestiging van belangstelling

1. Bij niet-openbare procedures, concurrentiegerichte dialogen, innovatiepartnerschappen en mededingingsprocedures van gunning door onderhandelingen nodigen de aanbestedende diensten de daartoe uitgekozen gegadigden gelijktijdig en schriftelijk uit om een inschrijving in te dienen, of in het geval van een concurrentiegerichte dialoog, tot deelneming aan de dialoog.

Wanneer een vooraankondiging is gebruikt als oproep tot mededinging overeenkomstig artikel 46, lid 2, nodigen de aanbestedende diensten de ondernemers die hun belangstelling kenbaar hebben gemaakt, gelijktijdig en schriftelijk uit om hun voortdurende belangstelling te bevestigen.

2. De in lid 1 bedoelde uitnodigingen bevatten een verwijzing naar het elektronische adres waar de specificaties en andere ondersteunende documenten met elektronische middelen rechtstreeks beschikbaar zijn gesteld. Daarnaast bevatten zij de in bijlage X voorgeschreven informatie.

Artikel 53 Informatieverstrekking aan gegadigden en inschrijvers

1. Aanbestedende diensten stellen elke gegadigde en inschrijver zo spoedig mogelijk in kennis van besluiten inzake sluiting van een raamovereenkomst, gunning van een opdracht of toelating tot een dynamisch aankoopsysteem, met inbegrip van de redenen waarom zij hebben besloten de raamovereenkomst niet te sluiten, de opdracht na oproep tot mededinging niet te gunnen of de procedure te heropenen, of het dynamisch aankoopsysteem niet in te stellen.

2. Op verzoek van de betrokken partij informeren aanbestedende diensten zo spoedig mogelijk en in elk geval binnen 15 dagen na ontvangst van een schriftelijk verzoek:

(a) iedere afgewezen gegadigde over de redenen voor de afwijzing van zijn aanvraag tot deelneming;

(b) iedere afgewezen inschrijver over de redenen voor de afwijzing van zijn inschrijving, inclusief voor de in artikel 40, leden 5 en 6, bedoelde gevallen, de redenen voor het besluit inzake niet-gelijkwaardigheid of het besluit dat de werken, leveringen of diensten niet aan de prestatie- en functionele eisen voldoen;

(c) iedere inschrijver die een ontvankelijke inschrijving heeft ingediend, over de kenmerken en relatieve voordelen van de geselecteerde inschrijving, alsmede over de naam van de begunstigde inschrijver of de partijen bij de raamovereenkomst;

(d) iedere inschrijver die een ontvankelijke inschrijving heeft ingediend, over het verloop en de voortgang van de onderhandelingen en de dialoog met de inschrijvers.

3. Aanbestedende diensten kunnen besluiten dat bepaalde informatie als bedoeld in lid 1 betreffende de gunning van de opdracht, de sluiting van de raamovereenkomst of de toelating tot het dynamisch aankoopsysteem niet wordt meegedeeld indien openbaarmaking van deze informatie de toepassing van de wet in de weg zou staan, in strijd zou zijn met het openbare belang, schade zou berokkenen aan de rechtmatige commerciële belangen van bepaalde publieke of particulier ondernemers, inclusief de belangen van de ondernemer aan wie de opdracht is gegund, of afbreuk zou kunnen doen aan de eerlijke mededinging tussen ondernemers.

Afdeling 3 Selectie van deelnemers en gunning van de opdrachten

Artikel 54 Algemene beginselen

1. Opdrachten worden gegund op grond van de criteria als vastgesteld in de artikelen 66 tot en met 69, mits aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan:

(a) de inschrijving voldoet aan de eisen, voorwaarden en criteria als bedoeld in de aankondiging van opdracht of de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling en in de aanbestedingsdocumenten, met inachtneming van artikel 43;

(b) de inschrijving is afkomstig van een inschrijver die          niet is uitgesloten van deelname overeenkomstig de artikelen 21 en 55 en die voldoet aan de overeenkomstig artikel 56 door de aanbestedende dienst vastgestelde selectiecriteria en, in voorkomend geval, de niet-discriminerende regels en criteria als bedoeld in artikel 64.

2. Aanbestedende diensten kunnen besluiten een opdracht niet te gunnen aan de inschrijver die de beste inschrijving heeft ingediend, wanneer zij hebben vastgesteld dat de inschrijving niet of niet op gelijkwaardige wijze voldoet aan verplichtingen uit hoofde van wetgeving van de Unie op het gebied van sociaal, arbeids- of milieurecht of uit hoofde van de in bijlage XI vermelde bepalingen van internationaal sociaal en milieurecht.

3. In openbare procedures kunnen aanbestedende diensten besluiten tot onderzoek van de inschrijvingen over te gaan voordat de geschiktheid van de inschrijvers wordt beoordeeld, mits de desbetreffende bepalingen van deze afdeling worden nageleefd, met inbegrip van de regel dat de opdracht niet wordt gegund aan een inschrijver die overeenkomstig artikel 55 moet worden uitgesloten of die niet voldoet aan de door de aanbestedende dienst overeenkomstig onderafdeling 1 van deze afdeling vastgestelde gunningscriteria.

4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 89 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de in bijlage XI bedoelde lijst, wanneer dit noodzakelijk is ten gevolge van de sluiting van nieuwe internationale overeenkomsten of de wijziging van bestaande internationale overeenkomsten.

Onderafdeling 1 Kwalitatieve selectiecriteria

Artikel 55 Gronden voor uitsluiting

1. Van deelneming aan een overheidsopdracht wordt uitgesloten iedere gegadigde of inschrijver jegens wie bij een onherroepelijk vonnis een veroordeling is uitgesproken om een van de volgende redenen:

(a) deelneming aan een criminele organisatie in de zin van artikel 2, lid 1, van Kaderbesluit van de Raad 2008/841/JBZ[35];

(b) omkoping in de zin van artikel 3 van de overeenkomst ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn[36] en artikel 2 van Kaderbesluit van de Raad 2003/568/JBZ[37], alsmede omkoping of corruptie als omschreven in de nationale wet van de aanbestedende dienst of de ondernemer;

(c) fraude in de zin van artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen[38];

(d) terroristische misdrijven of strafbare feiten in verband met terroristische activiteiten in de zin van respectievelijk de artikelen 1 en 3 van Kaderbesluit 2002/475/JBZ[39], dan wel uitlokking van, medeplichtigheid aan of poging tot het plegen van een dergelijk misdrijf of strafbaar feit als bedoeld in artikel 4 van genoemd kaderbesluit;

(e) witwassen van geld als omschreven in artikel 1 van Richtlijn 91/308/EEG van de Raad[40].

De verplichting om een gegadigde of inschrijver van deelname aan een overheidsopdracht uit te sluiten is ook van toepassing wanneer een veroordeling bij een onherroepelijk vonnis is uitgesproken ten aanzien van de bedrijfsleider of enige andere persoon die vertegenwoordigings-, beslissings- of zeggenschapsbevoegdheid heeft ten aanzien van de gegadigde of de inschrijver.

2. Een ondernemer wordt van deelname aan een opdracht uitgesloten wanneer de aanbestedende dienst op de hoogte is van een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing waarbij is vastgesteld dat deze niet heeft voldaan aan de verplichtingen tot betaling van belastingen of socialezekerheidsbijdragen volgens de wetgeving van het land waar hij is gevestigd of van de lidstaat van de aanbestedende dienst.

3. Een aanbestedende dienst kan een ondernemer van deelname aan een overheidsopdracht uitsluiten indien aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

(a) wanneer de dienst op de hoogte is van schendingen van verplichtingen die door de wetgeving van de Unie zijn vastgesteld op het gebied van sociale en arbeidswetgeving of milieuwetgeving, of van de in bijlage XI bedoelde internationale sociale en milieuovereenkomsten. Naleving van de Uniewetgeving of van internationale bepalingen houdt ook in dat deze wetgeving op gelijkwaardige wijze kan worden nageleefd;

(b) wanneer de ondernemer in staat van faillissement of liquidatie verkeert, wanneer de activa worden beheerd door een curator of door de rechtbank, wanneer een regeling met schuldeisers geldt, wanneer de werkzaamheden zijn gestaakt of wanneer de onderneming in een andere vergelijkbare toestand verkeert ingevolge een soortgelijke procedure uit hoofde van nationale wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen;

(c) wanneer de aanbestedende dienst op enige grond aannemelijk kan maken dat de ondernemer in de uitoefening van zijn beroep een ernstige fout heeft begaan;

(d) wanneer de ondernemer blijk heeft gegeven van aanzienlijke of voortdurende tekortkomingen bij de uitvoering van wezenlijke voorschriften uit hoofde van een vroegere opdracht of vroegere opdrachten van vergelijkbare aard bij dezelfde aanbestedende dienst.

Voor de toepassing van de in de eerste alinea, onder d), bedoelde uitsluitingsgrond voorzien de aanbestedende diensten in een methode voor de beoordeling van contractuele prestaties op basis van objectieve en meetbare criteria die op een systematische, consistente en transparante wijze worden gehanteerd. Elke prestatiebeoordeling wordt bekendgemaakt aan de desbetreffende ondernemer, die de gelegenheid krijgt bezwaar te maken tegen de bevindingen en bescherming in rechte kan verkrijgen.

4. Een gegadigde of inschrijver die in een van de in de leden 1, 2 en 3, bedoelde situaties verkeert, kan de aanbestedende dienst ondanks het bestaan van de relevante grond voor uitsluiting bewijsmateriaal verstrekken waaruit zijn betrouwbaarheid blijkt.

Hiertoe bewijst de gegadigde of inschrijver dat hij eventuele schade als gevolg van strafrechtelijke inbreuken of beroepsfouten heeft vergoed, de feiten en omstandigheden heeft opgehelderd door actief samen te werken met de onderzoekende autoriteiten en concrete technische, organisatorische en persoonlijke maatregelen heeft genomen die geschikt zijn om verdere strafrechtelijke inbreuken of fouten te voorkomen. De aanbestedende diensten beoordelen de door gegadigden en inschrijvers genomen maatregelen, rekening houdend met de ernst en de bijzondere omstandigheden van de strafrechtelijke inbreuken of fouten. Wanneer de aanbestedende dienst de maatregelen onvoldoende acht, dient hij de redenen van dit besluit kenbaar te maken.

5. De lidstaten zorgen ervoor dat aanbestedende diensten en ondernemingen via het contactpunt waarin artikel 88 voorziet, eenvoudig informatie en bijstand kunnen verkrijgen met betrekking tot de toepassing van dit artikel.

6. De lidstaten stellen andere lidstaten desgevraagd alle informatie ter beschikking die betrekking heeft op de in dit artikel opgesomde gronden voor uitsluiting. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging verstrekken deze informatie overeenkomstig artikel 88.

Artikel 56 Selectiecriteria

1. De aanbestedende diensten kunnen deelnemingsvoorwaarden opstellen met betrekking tot:

(a) de geschiktheid om de beroepsactiviteit uit te oefenen;

(b) de economische en financiële draagkracht;

(c) technische en beroepsbekwaamheid.

Zij zijn niet verplicht alle in de leden 2, 3 en 4, bedoelde voorwaarden op te leggen maar kunnen geen andere eisen stellen.

De aanbestedende diensten beperken eventuele deelnemingsvoorwaarden tot die voorwaarden die geschikt zijn om te garanderen dat een gegadigde of inschrijver over de juridische en financiële middelen en de commerciële en technische vaardigheden beschikt om de te gunnen opdracht uit te voeren. Alle voorschriften moeten betrekking te hebben op en strikt in verhouding staan tot het voorwerp van de opdracht, rekening houdend met de noodzaak om daadwerkelijke mededinging te waarborgen.

2. Met betrekking tot de geschiktheid om de beroepsactiviteit uit te oefenen kunnen aanbestedende diensten van ondernemers eisen dat zij zijn ingeschreven bij een van de beroeps- of handelsregisters die in de lidstaat van vestiging worden bijgehouden, als omschreven in bijlage XII.

Bij procedures voor de gunning van overheidsopdrachten voor diensten kan de aanbestedende dienst, indien de gegadigden of de inschrijvers over een bijzondere vergunning moeten beschikken of lid van een bepaalde organisatie moeten zijn om in hun land van oorsprong de betrokken dienst te kunnen verlenen, eisen dat zij aantonen dat zij over deze vergunning of dit lidmaatschap beschikken.

3. Met betrekking tot de economische en financiële draagkracht kunnen aanbestedende diensten van ondernemers eisen dat zij over voldoende financiële en economische capaciteit beschikken. Hiertoe kunnen zij eisen dat ondernemers een bepaalde minimumjaaromzet hebben, met inbegrip van een bepaalde minimumomzet op het gebied waarvoor de opdracht geldt en beschikken over een afdoende beroepsrisicoverzekering.

De minimumjaaromzet mag niet hoger zijn dan driemaal de geraamde waarde van de opdracht, behalve in naar behoren gemotiveerde gevallen die betrekking hebben op de speciale risico’s die verbonden zijn aan de aard van de werken, diensten of leveringen. De aanbestedende dienst vermeldt dergelijke uitzonderlijke gevallen in de aanbestedingsdocumenten.

Wanneer een opdracht in percelen is onderverdeeld, geldt dit artikel voor elk afzonderlijk perceel. De aanbestedende dienst kan de eis inzake de minimumjaaromzet voorts vaststellen ten aanzien van groepen percelen, ingeval aan de begunstigde inschrijver verschillende percelen wordt gegund krijgt die tegelijkertijd moeten worden uitgevoerd.

Wanneer op een raamovereenkomst gebaseerde opdrachten na een nieuwe oproep tot mededinging worden gegund, wordt de maximale jaaromzet als bedoeld in de tweede alinea van dit lid, berekend op basis van de verwachte maximale omvang van specifieke opdrachten die tegelijkertijd worden uitgevoerd, indien bekend, of als deze niet bekend is, op de geraamde waarde van de raamovereenkomst.

4. Met betrekking tot de technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid kunnen aanbestedende diensten eisen dat ondernemers over de noodzakelijke personele en technische middelen en ervaring beschikken om de opdracht volgens een passende kwaliteitsnorm uit te voeren. Aanbestedende diensten kunnen tot de bevinding komen dat ondernemers de opdracht niet volgens een passende kwaliteitsnorm zullen uitvoeren wanneer zij hebben heeft vastgesteld dat er sprake is van belangenconflicten die de uitvoering van de opdracht negatief kunnen beïnvloeden.

Bij procedures voor de gunning van overheidsopdrachten voor leveringen waarvoor plaatsings- of installatiewerkzaamheden nodig zijn, voor het verlenen van diensten of de uitvoering van werken, kan de geschiktheid van ondernemers om die diensten te verlenen of die installatiewerkzaamheden of werken uit te voeren, worden beoordeeld aan de hand van hun knowhow, efficiëntie, ervaring en betrouwbaarheid.

5. De aanbestedende diensten vermelden in de aankondiging van opdracht of de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling de vereiste deelnemingsvoorwaarden, eventueel in de vorm van minimale vereisten inzake bekwaamheid, samen met de geschikte bewijsmiddelen daarvoor.

Artikel 57 Eigen verklaringen en andere bewijsmiddelen

1. Aanbestedende diensten aanvaarden als voorlopig bewijs eigen verklaringen van gegadigden en inschrijvers volgens welke deze voldoen aan de volgende voorwaarden:

(a) zij bevinden zich niet in een van de situaties als bedoeld in artikel 55, waardoor ondernemers kunnen of moeten worden uitgesloten;

(b) zij voldoen aan de selectiecriteria als vastgesteld overeenkomstig artikel 56;

(c) zij voldoen, indien van toepassing, aan de objectieve regels en criteria als vastgesteld overeenkomstig artikel 64;

(d) zij zijn desgevraagd in staat overwijld documenten tot staving te verstrekken die de aanbestedende diensten eisen overeenkomstig de artikelen 59 en 60 en, in voorkomend geval, de artikelen 61 en 63.

2. Een aanbestedende dienst kan een gegadigde of inschrijver tijdens de procedure te allen tijde verzoeken de vereiste documentatie geheel of gedeeltelijk over te leggen wanneer dit noodzakelijk is om het goede verloop van de procedure te waarborgen.

Vóór de gunning van de opdracht eist de aanbestedende dienst van de inschrijver aan wie de opdracht wordt gegund dat hij de documenten overeenkomstig de artikelen 59 en 60 en, in voorkomende gevallen, artikel 61 overlegt. De aanbestedende dienst kan ondernemers verzoeken de overeenkomstig de artikelen 59, 60 en 61 overgelegde verklaringen en documenten aan te vullen of te verduidelijken.

3. Aanbestedende diensten eisen geen andere certificaten dan die welke in de artikelen 60 en 61 zijn bedoeld; met betrekking tot artikel 62 kunnen ondernemers gebruik maken van alle passende middelen om ten aanzien van de aanbestedende dienst te bewijzen dat zij de nodige middelen tot hun beschikking hebben.

Gegadigden en inschrijvers worden niet uitgenodigd tot nieuwe overlegging van een certificaat of een ander bewijsstuk dat gedurende de afgelopen vier jaar in een eerdere procedure reeds aan dezelfde aanbestedende dienst is overgelegd en dat nog geldig is.

4. De lidstaten stellen overeenkomstig artikel 88 andere lidstaten desgevraagd alle informatie ter beschikking die betrekking heeft op de in artikel 55 opgesomde uitsluitingsgronden, de geschiktheid, de financiële en technische vaardigheden van inschrijvers als bedoeld in artikel 56 en de inhoud of aard van de in dit artikel vermelde bewijsmiddelen.

Artikel 58 Online-repository van certificaten (e-Certis)

1. Met het oog op de vereenvoudiging van grensoverschrijdende inschrijvingen zorgen de lidstaten ervoor dat de informatie inzake certificaten en andere vormen van bewijsstukken die in e-Certis zijn opgeslagen, permanent wordt bijgewerkt.

2. Het gebruik van e-Certis wordt verplicht en aanbestedende diensten wordt ertoe verplicht uiterlijk twee jaar na de overeenkomstig artikel 92, lid 1, vastgestelde datum alleen de certificaten of bewijsstukken te eisen die in e-Certis beschikbaar zijn.

Artikel 59 Europees aanbestedingspaspoort

1. Nationale autoriteiten verstrekken, op verzoek van een onderneming die in de desbetreffende lidstaat is gevestigd en die aan de nodige voorwaarden voldoet, een Europees aanbestedingspaspoort. Het Europees aanbestedingspaspoort bevat de in bijlage XIII omschreven bijzonderheden en wordt opgesteld op basis van een standaardformulier.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 89 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde bijlage XIII te wijzigen in verband met de technische vooruitgang of om administratieve redenen. Zij stelt ook het standaardformulier voor het Europees aanbestedingspaspoort vast. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 91 bedoelde raadplegingsprocedure.

2. Uiterlijk twee jaar na de in artikel 92, lid 1, vastgestelde datum wordt het paspoort uitsluitend in elektronische vorm verstrekt.

3. De autoriteit die het paspoort afgeeft, betrekt de relevante informatie rechtstreeks van de bevoegde instanties, tenzij dit vanwege nationale regels inzake bescherming van persoonsgegevens verboden is.

4. Het Europees aanbestedingspaspoort wordt door alle aanbestedende diensten erkend als bewijs van naleving van de gestelde deelnemingsvoorwaarden en kan niet zonder motivering ter discussie worden gesteld. Een dergelijke motivering kan betrekking hebben op het feit dat het paspoort meer dan zes maanden eerder is afgegeven.

5. De lidstaten stellen andere lidstaten desgevraagd alle informatie ter beschikking die betrekking heeft op de authenticiteit en de inhoud van het Europees aanbestedingspaspoort. De bevoegde instanties van de lidstaat van vestiging verstrekken deze informatie overeenkomstig artikel 88.

Artikel 60 Certificaten

1. Als voldoende bewijs dat de ondernemer niet verkeert in een van de in artikel 55 bedoelde situaties, wordt door de aanbestedende diensten aanvaard:

(a) voor lid 1 van dat artikel, een uittreksel uit het desbetreffende register, bijvoorbeeld het strafregister of, bij gebreke daarvan, een gelijkwaardig document, afgegeven door een bevoegde rechterlijke of administratieve instantie van het land van oorsprong of het land waar de ondernemer is gevestigd, waaruit blijkt dat aan de betrokken eisen is voldaan;

(b) voor lid 2 en lid 3, onder b), van het genoemde artikel, een door de bevoegde instantie van de betrokken lidstaat afgegeven getuigschrift;

(c) wanneer dergelijke documenten of getuigschriften niet door het betrokken land worden afgegeven of niet alle in de leden 1, 2 en 3, onder b), van dat artikel genoemde gevallen dekken, kunnen deze worden vervangen door een daartoe bestemde officiële verklaring van het overeenkomstig artikel 88 aangewezen nationale contactpunt.

2. Het bewijs van de economische en financiële draagkracht van een ondernemer kan in het algemeen worden geleverd door een of meer van de in bijlage XIV, deel 1, bedoelde referenties.

Wanneer de ondernemer om gegronde redenen niet in staat is de door de aanbestedende dienst gevraagde referenties over te leggen, kan hij zijn economische en financiële draagkracht aantonen met andere documenten die de aanbestedende dienst geschikt acht.

3. De technische bekwaamheid van de ondernemer kan worden aangetoond op een of meer van de wijzen bedoeld in bijlage XIV, deel 2, naargelang van de aard, de hoeveelheid of omvang en het doel van de werken, leveringen of diensten.

4. De lidstaten stellen overeenkomstig artikel 88 andere lidstaten desgevraagd alle informatie ter beschikking die betrekking heeft op de bewijzen voor uitsluitingsgronden, de documenten ten bewijze van de geschiktheid om de beroepsactiviteit uit te oefenen en de financiële en technische vaardigheden van inschrijvers, alsmede eventuele andere bewijsmiddelen als bedoeld in de leden 1, 2 en 3 van dit artikel.

Artikel 61 Kwaliteitsnormen en normen inzake milieubeheer

1. Ingeval aanbestedende diensten de overlegging eisen van een door een onafhankelijke instantie opgestelde verklaring dat de ondernemer voldoet aan bepaalde kwaliteitsnormen, met inbegrip van normen inzake toegankelijkheid voor gehandicapte personen, verwijzen zij naar regelingen voor kwaliteitsbewaking op basis van de desbetreffende Europese normenreeks die gecertificeerd zijn door instanties overeenkomstig de Europese normenreeks voor certificering. Zij erkennen gelijkwaardige verklaringen van in andere lidstaten gevestigde instanties. Zij aanvaarden eveneens andere bewijzen van gelijkwaardige maatregelen inzake kwaliteitsbewaking van ondernemers die niet voor dergelijke verklaringen in aanmerking komen of die deze verklaringen niet binnen de gestelde termijnen kunnen verkrijgen.

2. Wanneer aanbestedende diensten de overlegging eisen van een door een onafhankelijke instantie opgestelde verklaring dat de ondernemer voldoet aan bepaalde regelingen of normen inzake milieubeheer, verwijzen zij naar het communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) of enig ander milieubeheersysteem als erkend overeenkomstig artikel 45 van Verordening (EG) nr. 1221/2009 van het Europees Parlement en de Raad[41] of andere normen inzake milieubeheer op basis van de toepasselijke Europese of internationale normen die door geaccrediteerde instanties zijn gecertificeerd. Zij erkennen gelijkwaardige certificaten gelijkwaardige verklaringen van in andere lidstaten gevestigde instanties. Zij aanvaarden eveneens andere bewijzen van gelijkwaardige maatregelen inzake milieubeheer van ondernemers die niet voor dergelijke certificaten in aanmerking komen of deze niet binnen de gestelde termijnen kunnen verkrijgen.

3. De lidstaten stellen andere lidstaten overeenkomstig artikel 88 desgevraagd alle informatie ter beschikking die betrekking heeft op documenten die worden overgelegd als bewijs van de naleving van de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde kwaliteits- en milieunormen.

Artikel 62 Beroep op de draagkracht van andere entiteiten

1. Met betrekking tot de in artikel 56, lid 3, bedoelde criteria inzake economische en financiële draagkracht en de in artikel 56, lid 4, bedoelde criteria inzake technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid kan een ondernemer zich, in voorkomend geval en voor een bepaalde opdracht, beroepen op de draagkracht van andere entiteiten, ongeacht de juridische aard van zijn banden met die entiteiten. In dat geval toont hij ten behoeve van de aanbestedende dienst aan dat hij voor de volledige geldigheidsduur van de erkenningsregeling kan beschikken over deze middelen, bijvoorbeeld door overlegging van de desbetreffende verbintenis van deze diensten. Voor de economische en financiële draagkracht kunnen aanbestedende diensten eisen dat de ondernemer en deze diensten gezamenlijk instaan voor de uitvoering van de opdracht.

Onder dezelfde voorwaarden kan een combinatie van ondernemers als bedoeld in artikel 16, zich beroepen op de draagkracht van de deelnemers aan de combinatie of andere entiteiten.

2. In het geval van opdrachten voor werken, diensten en plaatsings- en installatiewerkzaamheden in het kader van een opdracht voor diensten kunnen aanbestedende diensten eisen dat bepaalde kritieke taken rechtstreeks door de inschrijver zelf worden verricht, of wanneer een inschrijving door een combinatie van ondernemers als bedoeld in artikel 16 is ingediend, door een deelnemer aan de combinatie.

Artikel 63 Officiële lijsten van erkende ondernemingen en certificering door publiekrechtelijke of privaatrechtelijke instellingen

1. De lidstaten kunnen officiële lijsten van erkende aannemers, leveranciers of dienstverleners vaststellen en bijhouden of zorgen voor een certificering door instellingen die voldoen aan de Europese certificeringsnormen in de zin van bijlage VIII.

Zij verstrekken de Commissie en de andere lidstaten het adres van de certificeringsinsteling of de instantie die belast is met de officiële lijsten, waarnaar aanvragen dienen te worden verzonden.

2. De lidstaten passen de voorwaarden voor inschrijving op de in lid 1 bedoelde lijsten en de voorwaarden voor afgifte van certificaten door de certificeringsinstellingen aan volgens de bepalingen van deze onderafdeling.

De lidstaten passen deze voorwaarden eveneens aan met betrekking tot artikel 62, voor verzoeken tot inschrijving van ondernemers die deel uitmaken van een groep en die gebruikmaken van middelen die hun door andere ondernemingen van de groep ter beschikking worden gesteld. In die gevallen moeten deze ondernemers bewijzen ten aanzien van de instantie die de officiële lijst vaststelt, dat zij gedurende de volledige geldigheidsduur van het bewijs van inschrijving op de officiële lijst over die middelen zullen beschikken, en dat deze ondernemingen voor dezelfde periode blijven voldoen aan de voorschriften op het gebied van de kwalitatieve selectie als vervat in de officiële lijst of het certificaat waarop deze ondernemers zich voor hun inschrijving beroepen.

3. De ondernemers die op een officiële lijst zijn ingeschreven of in het bezit zijn van een certificaat, kunnen de aanbestedende dienst bij elke opdracht een door de bevoegde autoriteit afgegeven bewijs van inschrijving of het door de bevoegde certificeringsinstelling afgegeven certificaat overleggen. Op dit bewijs of certificaat worden de referenties vermeld op grond waarvan de inschrijving van die ondernemers op de lijst of certificering mogelijk was, alsmede de classificatie op deze lijst.

4. De door de bevoegde autoriteit gecertificeerde inschrijving op een officiële lijst of het door de certificeringsinstelling afgegeven certificaat vormt een vermoeden van geschiktheid met betrekking tot de eisen voor kwalitatieve selectie zoals vervat in de lijst of het certificaat.

5. De informatie die uit de inschrijving op een officiële lijst of de certificering kan worden afgeleid, kan niet zonder verantwoording ter discussie worden gesteld. Met betrekking tot de betaling van socialezekerheidsbijdragen en belastingen en heffingen kan van elke ingeschreven ondernemer bij elke te gunnen opdracht een aanvullend certificaat worden geëist.

Lid 3 en de eerste alinea van het onderhavige lid worden door de aanbestedende diensten van de andere lidstaten alleen toegepast op leveranciers die zijn gevestigd in de lidstaat die de officiële lijst bijhoudt.

6. De in de lijst of het certificaat vervatte vereisten inzake bewijs van de criteria voor kwalitatieve selectie moeten voldoen aan de artikelen 59 en 60 en, indien van toepassing, aan artikel 61. Voor inschrijving van ondernemers uit andere lidstaten op een officiële lijst of voor de certificering van die ondernemers mogen geen andere bewijzen of verklaringen worden gevraagd dan die van nationale ondernemers worden gevraagd.

Ondernemers kunnen te allen tijde verzoeken om inschrijving op een officiële lijst of om afgifte van een certificaat. Zij worden binnen een betrekkelijk korte termijn in kennis gesteld van het besluit van de met de opstelling van de lijst belaste autoriteit of van de bevoegde certificeringsinstelling.

7. Inschrijving op een lijst of certificering kan niet aan ondernemers uit andere lidstaten worden opgelegd voor deelneming aan een overheidsopdracht. De aanbestedende diensten erkennen gelijkwaardige certificaten van de in andere lidstaten gevestigde instellingen. Zij aanvaarden ook andere gelijkwaardige bewijsmiddelen.

8. De lidstaten stellen andere lidstaten overeenkomstig artikel 88 desgevraagd alle informatie ter beschikking die betrekking heeft op de documenten die zijn overgelegd als bewijs dat de ondernemers voldoen aan de eisen voor inschrijving op de lijst van erkende ondernemingen of als bewijs dat ondernemers uit een andere lidstaat over een gelijkwaardige certificering beschikken.

Onderafdeling 2 beperking van het aantal gegadigden, inschrijvingen en oplossingen

Artikel 64 Beperking van het aantal in andere opzichten gekwalificeerde gegadigden die worden uitgenodigd tot deelneming

1. Bij niet-openbare procedures, mededingingsprocedures van gunning door onderhandelingen, concurrentiegerichte dialogen en innovatiepartnerschappen kunnen de aanbestedende diensten het aantal aan de selectiecriteria beantwoordende gegadigden die zij tot indiening van een inschrijving of tot een dialoog zullen uitnodigen, beperken op voorwaarde dat er een voldoende aantal gekwalificeerde gegadigden is.

De aanbestedende diensten vermelden in de aankondiging van de opdracht of de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling de objectieve en niet-discriminerende criteria of regels die zij voornemens zijn te hanteren, alsook het minimum- en in voorkomend geval het maximumaantal gegadigden die zij voornemens zijn uit te nodigen.

2. Bij niet-openbare procedures bedraagt het minimumaantal gegadigden vijf. Bij mededingingsprocedures van gunning door onderhandelingen, concurrentiegerichte dialogen en innovatiepartnerschappen is het minimumaantal drie. Het aantal uitgenodigde gegadigden moet in elk geval toereikend zijn om daadwerkelijke mededinging te waarborgen.

De aanbestedende diensten nodigen een aantal gegadigden uit dat ten minste gelijk is aan het vereiste minimumaantal. Wanneer het aantal gegadigden die aan de selectiecriteria en de minimumvoorschriften inzake bekwaamheid voldoen, lager is dan het in artikel 56, lid 5 bedoelde minimumaantal, kan de aanbestedende dienst de procedure voortzetten door de gegadigde of de gegadigden met de vereiste bekwaamheden uit te nodigen. De aanbestedende dienst kan tot dezelfde procedure geen andere ondernemers toelaten die niet om deelneming hebben verzocht, of gegadigden die niet over de vereiste bekwaamheden beschikken.

Artikel 65 Beperking van het aantal inschrijvingen en oplossingen

Wanneer de aanbestedende diensten gebruik maken van de in artikel 27, lid 5, bedoelde mogelijkheid tot beperking van het aantal tot onderhandelingen toegelaten inschrijvingen of van de in artikel 28, lid 4, bedoelde mogelijkheid tot beperking van het aantal te bespreken oplossingen, passen zij de in de aankondiging van de opdracht, de specificaties of het beschrijvend document vermelde gunningscriteria toe. In de slotfase moet het bereikte aantal een daadwerkelijke mededinging kunnen waarborgen voorzover er voldoende geschikte gegadigden of oplossingen zijn.

Onderafdeling 3 Gunning van de opdracht

Artikel 66 Gunningscriteria voor opdrachten

1. Onverminderd nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de vergoeding van bepaalde diensten zijn de criteria op basis waarvan aanbestedende diensten een opdracht gunnen:

(a) de economisch meest voordelige inschrijving;

(b) de laagste kostprijs.

De kosten kunnen naar keuze van de aanbestedende dienst worden beoordeeld op basis van de prijs alleen of op basis van kosteneffectiviteit, zoals een beoordeling van de levenscycluskosten, onder de in artikel 67 bepaalde voorwaarden.

2. De in lid 1, onder a), bedoelde economisch meest voordelige inschrijving wordt uit het oogpunt van de aanbestedende dienst vastgesteld op basis van criteria die verband houden met het voorwerp van de betrokken opdracht. Deze criteria omvatten naast de in lid 1, onder b), bedoelde prijs of kosten andere criteria die verband houden met het voorwerp van de betrokken opdracht, zoals:

(a) kwaliteit, waaronder technische waarde, esthetische en functionele kenmerken, toegankelijkheid, geschiktheid van het ontwerp voor alle gebruikers, milieukenmerken en innovatief karakter;

(b) voor opdrachten voor diensten en opdrachten die betrekking hebben op het ontwerpen van werken, kunnen de organisatie, de kwalificatie en de ervaring van het bij de uitvoering van de opdracht betrokken personeel in aanmerking worden genomen, met als gevolg dat dit personeel na de gunning van de opdracht alleen kan worden vervangen met instemming van de aanbestedende dienst, die moet nagaan of met deze vervangingen een evenwaardige organisatie en kwaliteit wordt verzekerd;

(c) klantenservice en technische bijstand, leveringsdatum en leveringsperiode of termijn voor voltooiing;

(d) het specifieke proces van productie of levering van de gevraagde werken, goederen of diensten of in elk ander stadium van de levenscyclus, als bedoeld in artikel 2, punt 22, voorzover deze criteria nader bepaald zijn overeenkomstig lid 4 en betrekking hebben op factoren die rechtstreeks verband houden met deze processen en het specifieke proces van productie of verrichting van de gevraagde werken, leveringen of diensten kenmerken.

3. De lidstaten kunnen bepalen dat de gunning van bepaalde soorten opdrachten wordt gebaseerd op de economisch meest voordelige aanbieding als bedoeld in lid 1, onder a), en lid 2.

4. Gunningscriteria verlenen de aanbestedende dienst geen onbeperkte keuzevrijheid. Zij zorgen ervoor dat daadwerkelijke mededinging mogelijk blijft en worden onderworpen aan voorschriften waarmee de door de inschrijvers verstrekte informatie daadwerkelijk kan worden gecontroleerd. Aanbestedende diensten controleren op basis van de door de inschrijvers verstrekte informatie en bewijsmiddelen daadwerkelijk of de inschrijvingen aan de gunningscriteria voldoen.

5. In het in lid 1, onder a), bedoelde geval specificeert de aanbestedende dienst in de aankondiging van de opdracht, de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling, de aanbestedingsdocumenten of, bij de concurrentiegerichte dialoog, in het beschrijvende document, het relatieve gewicht dat hij voor de bepaling van de economisch meest voordelige inschrijving aan elk van de gekozen criteria toekent.

Dit relatieve gewicht kan worden uitgedrukt in een marge met een passend verschil tussen minimum en maximum.

Wanneer weging om objectieve redenen niet mogelijk is, vermeldt de aanbestedende dienst de criteria in dalende graad van belangrijkheid.

Artikel 67 Levenscycluskosten

1. Levenscycluskosten dekken voorzover relevant alle volgende kosten over de levenscyclus van een product, dienst of werk, als bedoeld in artikel 2, punt 22:

(a) interne kosten, met inbegrip van kosten voor de verkrijging, zoals productiekosten, het gebruik, zoals energieverbruik, onderhoudskosten, en het levenseinde, zoals kosten voor ophaling en recycling, en

(b) externe milieukosten die rechtstreeks verband houden met de levenscyclus, mits de waarde in geld kan worden vastgesteld en gecontroleerd, die betrekking kunnen hebben op kosten voor de uitstoot van broeikasgassen of andere vervuilende uitstoot en overige kosten voor bestrijding van klimaatverandering.

2. Wanneer aanbestedende diensten de kosten op basis van de levenscyclus beoordelen, vermelden zij in de aanbestedingsdocumenten welke methodologie wordt gebruikt voor de berekening van de levenscycluskosten. De gebruikte methodologie moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

(a) zij is ontwikkeld op grond van wetenschappelijke gegevens of is gebaseerd op andere objectief controleerbare en niet discriminerende criteria;

(b) zij is bedoeld voor herhaalde of voortdurende toepassing;

(c) zij is toegankelijk voor alle betrokken partijen.

Aanbestedende diensten staan ondernemers, waaronder ondernemers uit derde landen, toe voor de vaststelling van de levenscycluskosten van hun offerte verschillende methodologieën toe te passen, mits zij bewijzen dat deze methodologie voldoet aan de onder a), b) en c) gestelde eisen en evenwaardig is aan de door de aanbestedende dienst vermelde methodologie.

3. Ingeval als onderdeel van een wetgevingshandeling van de Unie, inclusief bij gedelegeerde handelingen uit hoofde van sectorspecifieke regelgeving, een gemeenschappelijke methodologie voor de berekening van levenscycluskosten wordt vastgesteld, is deze van toepassing wanneer de levenscycluskosten deel uitmaken van de in artikel 66, lid 1, bedoelde gunningscriteria.

Een lijst van dergelijke wetgevings- en gedelegeerde handelingen is opgenomen in bijlage XV. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 89 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de bijwerking van deze lijst wanneer wijzigingen noodzakelijk zijn ten gevolge van de vaststelling van nieuwe wetgeving of de intrekking of wijziging van deze wetgeving.

Artikel 68 Beletsels voor gunning

Aanbestedende diensten gunnen de opdracht niet aan de inschrijver die de beste inschrijving heeft ingediend in een van de volgende gevallen:

(a) de inschrijver is niet in staat de overeenkomstig de artikelen 59, 60 en 61 vereiste certificaten en documenten te verstrekken;

(b) de krachtens artikel 22 afgelegde verklaring van de inschrijver is vals;

(c) de krachtens artikel 21, lid 3, onder b), afgelegde verklaring van de inschrijver is vals.

Artikel 69 Abnormaal lage inschrijvingen

1. De aanbestedende dienst verzoekt ondernemers om toelichting over de gevraagde prijs of kosten wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

(a) de aangerekende prijs of kosten zijn meer dan 50% lager dan de gemiddelde prijs of kosten van de andere inschrijvingen;

(b) de aangerekende prijzen of kosten zijn meer dan 20% lager dan de prijzen of kosten van de tweede laagste inschrijving;

(c) er zijn ten minste vijf inschrijvingen ingediend.

2. Wanneer inschrijvingen om andere redenen abnormaal laag lijken, kunnen aanbestedende diensten ook om toelichting verzoeken.

3. De in de leden 1 en 2 bedoelde toelichting kan in het bijzonder betrekking hebben op:

(a) de doelmatigheid van de bouwmethode, het fabricageproces of de geleverde diensten;

(b) de gekozen technische oplossingen of uitzonderlijk gunstige omstandigheden waarvan de inschrijver bij de levering van de producten, het verrichten van de diensten of de uitvoering van de werken kan profiteren;

(c) de originaliteit van de door de inschrijver voorgestelde werken, leveringen of diensten;

(d) naleving, tenminste op gelijkwaardige wijze, van verplichtingen uit hoofde van wetgeving van de Unie op het gebied van sociaal, arbeids- of milieurecht of met betrekking tot de in bijlage XI vermelde bepalingen van internationaal sociaal en milieurecht, of indien deze niet van toepassing zijn, uit hoofde van andere regelingen die een gelijkwaardig beschermingsniveau bieden;

(e) de eventuele ontvangst van staatssteun door de inschrijver.

4. De aanbestedende dienst controleert de verstrekte informatie in overleg met de inschrijver. Hij kan de inschrijving alleen afwijzen wanneer het lage niveau van de aangerekende prijzen of kosten niet uit het bewijsmateriaal blijkt rekening houdend met de in lid 3 bedoelde elementen.

Aanbestedende diensten wijzen de inschrijving af wanneer zij hebben vastgesteld dat de inschrijving abnormaal laag is omdat zij niet voldoet aan verplichtingen gelden uit hoofde van wetgeving van de Unie op het gebied van sociaal, arbeids- of milieurecht of uit hoofde van de in bijlage XI vermelde bepalingen van internationaal sociaal en milieurecht.

5. Wanneer een aanbestedende dienst constateert dat een inschrijving abnormaal laag is doordat de inschrijver overheidssteun heeft gekregen, kan de inschrijving alleen op die grond worden afgewezen na overleg met de inschrijver wanneer deze niet binnen een door de aanbestedende dienst gestelde toereikende termijn kan aantonen dat de betrokken steun verenigbaar met de interne markt is in de zin van artikel 107 van het Verdrag. Wanneer de aanbestedende dienst in een dergelijke situatie een inschrijving afwijst, stelt hij de Commissie daarvan in kennis.

6. De lidstaten stellen overeenkomstig artikel 88 andere lidstaten desgevraagd informatie ter beschikking over de bewijzen en stukken die met betrekking tot de in lid 3 bedoelde gegevens worden overgelegd.

HOOFDSTUK IV Uitvoering van de opdracht

Artikel 70 Voorwaarden waaronder de opdracht wordt uitgevoerd

Aanbestedende diensten kunnen speciale voorwaarden verbinden aan de uitvoering van een opdracht, mits deze voorwaarden in de oproep tot mededinging of in de specificaties worden vermeld. Deze voorwaarden kunnen in het bijzonder betrekking hebben op overwegingen op sociaal en milieugebied. Zij kunnen eveneens de verplichting voor ondernemingen inhouden om te voorzien in compensaties voor het risico op prijsstijgingen die het gevolg zijn van prijsschommelingen (hedging) en een aanzienlijke invloed kunnen hebben op de uitvoering van de opdracht.

Artikel 71 Onderaanneming

1. In de aanbestedingsdocumenten kan de aanbestedende dienst de inschrijver verzoeken, of hij kan daartoe door een lidstaat worden verplicht, in zijn inschrijving aan te geven welk gedeelte van de opdracht hij eventueel voornemens is aan derden in onderaanneming te geven en welke onderaannemers hij voorstelt.

2. De lidstaten kunnen bepalen dat de aanbestedende dienst verschuldigde betalingen op verzoek van de onderaannemer en wanneer de aard van de opdracht dit mogelijk maakt, rechtstreeks aan de onderaannemer overmaakt voor werken, leveringen of diensten aan de hoofdaannemer. In dat geval voeren de lidstaten passende mechanismen in waardoor de hoofdaannemer zich kan verzetten tegen onverschuldigde betalingen. Regelingen betreffende deze wijze van betaling worden in de aanbestedingsdocumenten omschreven.

3. De leden 1 en 2 laten de vraag naar de aansprakelijkheid van de hoofdondernemer onverlet.

Artikel 72 Wijziging van opdrachten gedurende de termijn

1. Een wezenlijke wijziging van de bepalingen van een opdracht voor werken, leveringen of diensten tijdens de looptijd ervan vormt een nieuwe gunning in de zin van deze richtlijn en vereist een nieuwe gunningsprocedure overeenkomstig deze richtlijn.

2. Een wijziging van een opdracht tijdens de looptijd ervan wordt geacht wezenlijk te zijn in de zin van lid 1 wanneer de opdracht hierdoor wezenlijk verschilt van de aanvankelijk gesloten opdracht. Onverminderd de leden 3 en 4 wordt een wijziging in elk geval geacht wezenlijk te zijn wanneer aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

(a) de wijziging voorziet in voorwaarden die, hadden zij deel uitgemaakt van de aanvankelijke gunningsprocedure, de selectie van andere dan de aanvankelijk geselecteerde gegadigden en de gunning van de opdracht aan een andere inschrijver mogelijk zouden hebben gemaakt;

(b) de wijziging verandert de economische balans van de opdracht ten gunste van de ondernemer;

(c) de wijziging verruimt het toepassingsgebied van de opdracht in aanzienlijke mate tot werken, leveringen of diensten die aanvankelijk daar niet onder vielen.

3. De vervanging van de ondernemer wordt geacht een wezenlijke wijziging te zijn in de zin van lid 1.

De eerste alinea geldt echter niet in het geval van rechtsopvolging onder algemene of gedeeltelijke titel in de positie van de aanvankelijke ondernemer, ten gevolge van herstructurering van de onderneming of insolventie, door een andere ondernemer die voldoet aan de aanvankelijk vastgestelde criteria voor kwalitatieve selectie, mits dit geen andere wezenlijke wijzigingen in de opdracht meebrengt en niet is bedoeld om de toepassing van deze richtlijn te omzeilen.

4. Wanneer de waarde van de wijziging in geld kan worden uitgedrukt, wordt de wijziging niet geacht wezenlijk te zijn in de zin van lid 1 wanneer de waarde ervan de in artikel 4 vastgestelde drempels niet overschrijdt en wanneer deze minder dan 5% van de prijs van de aanvankelijke opdracht bedraagt, mits de wijziging de algemene aard van de opdracht niet wijzigt. Wanneer een aantal opeenvolgende wijzigingen plaatsvinden, wordt de waarde beoordeeld op basis van de cumulatieve waarde van de opeenvolgende wijzigingen.

5. Wijzigingen van een opdracht worden niet geacht wezenlijk te zijn in de zin van lid 1 wanneer door de aanbestedingsdocumenten is voorzien in duidelijke, precieze en ondubbelzinnige herzieningsclausules of -opties. Deze clausules omschrijven de omvang en de aard van mogelijke wijzigingen of keuzemogelijkheden alsmede de voorwaarden waaronder deze kunnen worden gebruikt. Zij voorzien niet in wijzigingen of keuzemogelijkheden die de algemene aard van de gunningsprocedure kunnen veranderen.

6. In afwijking van lid 1 vereist een wezenlijke wijziging geen nieuwe aanbestedingsprocedure wanneer aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan:

(a) de behoefte aan wijziging is het gevolg van omstandigheden die een zorgvuldige ondernemer niet kon voorzien;

(b) de wijziging brengt geen verandering in de algemene aard van de opdracht;

(c) de prijsverhogingen zijn niet hoger dan 50% van de waarde van de oorspronkelijke opdracht.

Aanbestedende diensten maken deze wijzigingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze aankondigingen bevatten de in bijlage VI, deel G, bedoelde informatie en worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 49.

7. De aanbestedende diensten maken geen gebruik van wijzigingen in de opdracht in de volgende gevallen:

(a) wanneer de wijziging tot doel heeft gebreken in de uitvoering door de ondernemer of de gevolgen daarvan te verhelpen die door de handhaving van contractuele verplichtingen kunnen worden verholpen;

(b) wanneer de wijziging tot doel heeft het risico te compenseren van prijsverhogingen die door de contractant afgedekt zijn.

Artikel 73 Beëindiging van overeenkomsten

De lidstaten zorgen ervoor dat aanbestedende diensten onder de bij het toepasselijke nationale contractenrecht bepaalde voorwaarden een opdracht voor werken, leveringen of diensten gedurende de looptijd ervan kunnen verbreken wanneer aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

(a) de in artikel 11 bepaalde uitzonderingen zijn niet langer van toepassing ten gevolge van een privé-deelneming in de rechtspersoon aan wie de opdracht is gegund overeenkomstig artikel 11, lid 4;

(b) een wijziging van de opdracht vormt een nieuwe gunning in de zin van artikel 72;

(c) het Hof van Justitie van de Europese Unie stelt in een procedure overeenkomstig artikel 258 van het Verdrag vast dat een lidstaat zijn verplichtingen krachtens de Verdragen niet is nagekomen wegens het feit dat een tot deze lidstaat behorende aanbestedende dienst de betrokken opdracht heeft gegund zonder zijn verplichtingen krachtens de Verdragen en deze richtlijn na te komen.

Titel III Bijzondere aanbestedingsregelingen

HOOFDSTUK I Sociale diensten en andere specifieke diensten

Artikel 74 Gunning van opdrachten voor sociale en andere specifieke diensten

De in bijlage XVI opgesomde opdrachten voor sociale en andere specifieke diensten worden gegund in overeenstemming met dit hoofdstuk wanneer de waarde van de opdracht gelijk is aan of hoger dan de in artikel 4, onder d), vastgestelde drempel.

Artikel 75 Bekendmaking van de aankondigingen

1. Aanbestedende diensten die voornemens zijn om een overheidsopdracht te gunnen voor de in artikel 74 bedoelde diensten, maken hun voornemen hiertoe kenbaar via een aankondiging van opdracht.

2. Aanbestedende diensten die een overheidsopdracht hebben gegund voor de in artikel 84 bedoelde diensten, maken de resultaten hiervan bekend in een aankondiging van een gegunde opdracht.

3. De in de leden 1 en 2 bedoelde aankondigingen bevatten de in bijlage VI, delen H en I, omschreven informatie in overeenstemming met de standaardformulieren.

De Commissie stelt de standaardformulieren vast. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 91 bedoelde raadplegingsprocedure.

4. De in de leden 1 en 2 bedoelde aankondigingen worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 49.

Artikel 76 Beginselen van gunning van overheidsopdrachten

1. De lidstaten voeren voor de gunning van onder dit hoofdstuk vallende opdrachten passende procedures in waarbij wordt gezorgd voor volledige naleving van de beginselen van transparantie en gelijke behandeling van ondernemers en aanbestedende diensten rekening kunnen houden met de specifieke kenmerken van de betrokken diensten.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat aanbestedende diensten rekening kunnen houden met de noodzaak de kwaliteit, continuïteit, toegankelijkheid, beschikbaarheid en volledigheid van de diensten, de specifieke behoeften van verschillende categorieën gebruikers, de betrokkenheid en inspraak van gebruikers en de innovatie te verzekeren. De lidstaten kunnen ook bepalen dat de keuze van de dienstenaanbieder niet alleen op de prijs voor de verrichting van de dienst wordt gebaseerd.

HOOFDSTUK II REGELS VOOR PRIJSVRAGEN

Artikel 77 Algemene bepalingen

1. De regels voor het uitschrijven van een prijsvraag worden vastgesteld overeenkomstig dit hoofdstuk en ter beschikking gesteld van belangstellenden voor deelneming aan de prijsvraag.

2. De toelating van deelnemers tot prijsvragen mag niet worden beperkt:

(a) tot het grondgebied van een lidstaat of een deel daarvan;

(b) op grond van het feit dat de deelnemers, ingevolge de wetgeving van de lidstaat waar de prijsvraag wordt uitgeschreven, hetzij natuurlijke personen hetzij rechtspersonen moeten zijn.

Artikel 78 Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk heeft betrekking op:

(a) prijsvragen die worden georganiseerd als onderdeel van een aanbestedingsprocedure van een opdracht voor diensten;

(b) prijsvragen met prijzengeld of betaling van de deelnemers.

In de onder a) bedoelde gevallen wordt de in artikel 4 genoemde drempel berekend op basis van de geraamde waarde van de overheidsopdracht voor diensten, exclusief BTW, met inbegrip van het eventuele prijzengeld of betaling van de deelnemers.

Artikel 79 Aankondigingen

1. Aanbestedende diensten die voornemens zijn een prijsvraag uit te schrijven, doen daartoe een oproep tot mededinging in een aankondiging van een prijsvraag.

Wanneer zij het voornemen hebben een vervolgopdracht voor diensten te gunnen overeenkomstig artikel 30, lid 3, wordt dit in de aankondiging van de prijsvraag vermeld.

2. Aanbestedende diensten die een prijsvraag hebben uitgeschreven, zenden overeenkomstig artikel 49 een aankondiging betreffende de resultaten van de prijsvraag en moeten de datum van verzending kunnen aantonen.

Indien openbaarmaking van de gegevens over de uitslag van de prijsvraag de toepassing van de wet in de weg zou staan, in strijd zou zijn met het openbare belang, schade zou berokkenen aan de rechtmatige commerciële belangen van publieke of particuliere ondernemers, inclusief de belangen van de ondernemer aan wie de opdracht is gegund, of afbreuk zou kunnen doen aan de eerlijke mededinging tussen ondernemers, behoeven deze gegevens niet te worden bekendgemaakt.

3. De in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde aankondigingen worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 49, leden 2 tot en met 6, en artikel 50. Zij bevatten de in bijlage VI, deel G, bedoelde informatie in het formaat van standaardformulieren.

De Commissie stelt de standaardformulieren vast. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 91 bedoelde raadplegingsprocedure.

Artikel 80 Regels voor de organisatie van prijsvragen en de selectie van deelnemers

1. Voor het organiseren van hun prijsvragen passen de aanbestedende diensten procedures toe die aan de bepalingen van deze richtlijn zijn aangepast.

2. Bij prijsvragen met een beperkt aantal deelnemers stellen aanbestedende diensten duidelijke en niet-discriminerende selectiecriteria vast. In elk geval moet het aantal gegadigden die tot deelneming aan de prijsvraag worden uitgenodigd, toereikend zijn om een daadwerkelijke mededinging te waarborgen.

Artikel 81 Samenstelling van de jury

De jury bestaat uitsluitend uit natuurlijke personen die onafhankelijk zijn van de deelnemers aan de prijsvraag. Wanneer van de deelnemers aan een prijsvraag een bijzondere beroepskwalificatie wordt geëist, moet ten minste een derde van de juryleden dezelfde kwalificatie of een gelijkwaardige kwalificatie hebben.

Artikel 82 Beslissingen van de jury

1. De jury is autonoom in haar beslissingen en adviezen.

2. De jury onderzoekt de projecten op basis van door de gegadigden anoniem voorgelegde ontwerpen en uitsluitend op grond van de criteria die in de aankondiging van de prijsvraag zijn vermeld.

3. Zij stelt een door haar leden ondertekend verslag op met de op basis van de merites van elk project vastgestelde rangorde van de projecten, vergezeld van opmerkingen en punten die verduidelijking behoeven.

4. De anonimiteit moet worden geëerbiedigd totdat het advies of de beslissing van de jury bekend is.

5. De gegadigden kunnen zo nodig worden uitgenodigd om door de jury in haar notulen vermelde vragen te beantwoorden teneinde duidelijkheid te verschaffen omtrent bepaalde aspecten van de projecten.

6. Van de dialoog tussen de leden van de jury en de gegadigden worden volledige notulen opgesteld.

TITEL IV BESTUUR

Artikel 83 Handhaving

Overeenkomstig Richtlijn 89/665/EEG van de Raad zorgen de lidstaten voor een correcte tenuitvoerlegging van deze richtlijn door doeltreffende, beschikbare en transparante mechanismen ter aanvulling van het bestaande stelsel van beroepsmogelijkheden tegen beslissingen van aanbestedende diensten.

Artikel 84 Overheidstoezicht

1. De lidstaten wijzen één onafhankelijke instantie aan die belast is met toezicht op en coördinatie van uitvoeringsactiviteiten (hierna "de toezichtsinstantie"). De lidstaten stellen de Commissie op de hoogte van de aangewezen instantie.

Alle aanbestedende diensten zijn onderworpen aan dit toezicht.

2. De bevoegde instanties die bij de uitvoeringsactiviteiten betrokken zijn, worden zo georganiseerd dat bevoegdheidsconflicten worden vermeden. Het stelsel van overheidstoezicht is transparant. Met dat doel worden richtsnoeren en adviezen alsmede een jaarverslag over de tenuitvoerlegging en toepassing van de in deze richtlijn vastgestelde regels bekendgemaakt.

Het jaarverslag bevat de volgende informatie:

(a) een vermelding over de slaagkansen van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) in aanbestedingen; wanneer het slaagpercentage lager is dan 50% wat de waarde van aan kmo's gegunde opdrachten betreft, wordt in het verslag onderzocht wat hiervoor de redenen zijn;

(b) een algemeen overzicht over de tenuitvoerlegging van het beleid inzake duurzame aanbestedingen, met inbegrip van procedures waarin rekening wordt gehouden met overwegingen inzake milieubescherming, sociale integratie, waaronder de toegankelijkheid voor personen met een handicap of bevordering van innovatie;

(c) informatie over het toezicht en de voortgangsbegeleiding, overeenkomstig de leden 3 tot en met 5 van dit artikel, van inbreuken op aanbestedingsregels die de begroting van de Unie raken;

(d) gecentraliseerde gegevens over gemelde gevallen van fraude, omkoping, belangenconflicten en andere ernstige onregelmatigheden op het gebied van overheidsaanbestedingen, met inbegrip van de gevallen die zich voordoen in door de begroting van de Unie medegefinancierde projecten.

3. De toezichtsinstantie is belast met de volgende taken:

(a) toezicht op de toepassing van de aanbestedingsregels en de daaraan verbonden praktijk van aanbestedende diensten en in het bijzonder van aankoopcentrales;

(b) juridisch advies aan aanbestedende diensten over de interpretatie van aanbestedingsregels en -beginselen en over de toepassing van aanbestedingsregels in specifieke gevallen;

(c) verstrekking van initiatiefadviezen en richtsnoeren over aangelegenheden van algemeen belang met betrekking tot de interpretatie en toepassing van aanbestedingsregels, vaak terugkerende vragen en systeemgebonden moeilijkheden betreffende de toepassing van aanbestedingsregels, op basis van de bepalingen van deze richtlijn en de desbetreffende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie;

(d) invoering en toepassing van algemene, werkbare, 'red flag' indicatorsystemen om gevallen van fraude, corruptie, belangenconflicten en andere ernstige onregelmatigheden te voorkomen, op te sporen en op passende wijze te melden;

(e) bewustmaking van de bevoegde nationale instanties, waaronder de auditinstanties, met betrekking tot vastgestelde specifieke schendingen en systeemgebonden problemen;

(f) onderzoek van klachten van burgers en ondernemingen over de toepassing van aanbestedingsregels in specifieke gevallen en doorzending van de onderzoeksresultaten aan de bevoegde aanbestedende diensten, die verplicht zijn in hun beslissingen daarmee rekening te houden, of wanneer de onderzoeksresultaten niet worden gevolgd, de redenen voor de afwijzing daarvan toe te lichten;

(g) toezicht op de beslissingen van nationale gerechtelijke instanties en autoriteiten naar aanleiding van een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie op basis van artikel 267 van het Verdrag of bevindingen van de Europese Rekenkamer waarin schendingen van de Europese aanbestedingsregels met betrekking tot door de Unie medegefinancierde projecten zijn vastgesteld; de toezichtsinstantie meldt elke inbreuk op aanbestedingsprocedures van de Unie aan het Europees Bureau voor fraudebestrijding wanneer deze betrekking heeft op opdrachten die direct of indirect door de Europese Unie worden gefinancierd.

De onder e) bedoelde taken laten de uitoefening van het recht van hoger beroep overeenkomstig nationaal recht of overeenkomstig de bij Richtlijn 89/665/EEG ingevoerde regeling onverlet.

De lidstaten machtigen de toezichtsinstantie om in beroepsprocedures tegen beslissingen van aanbestedende diensten krachtens nationaal recht bevoegde gerechtelijke instanties aan te zoeken wanneer deze een schending heeft vastgesteld tijdens haar activiteiten van toezicht en juridisch advies.

4. Onverminderd de algemene procedures en werkmethoden die de Commissie heeft vastgesteld voor haar mededelingen aan en contacten met de lidstaten, treedt de toezichtsinstantie op als specifiek contactpunt voor de Commissie wanneer deze overeenkomstig artikel 17 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 317 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie toeziet op de toepassing van het Europese recht en op de uitvoering van de begroting van de Unie. Zij brengt aan de Commissie verslag uit over elke schending van deze richtlijn in procedures voor de gunning van direct of indirect door de Unie gefinancierde opdrachten.

De Commissie kan de toezichtsinstantie in het bijzonder aanzoeken voor de behandeling van individuele gevallen wanneer de opdracht nog niet is gegund of het nog mogelijk is een beroepsprocedure in te stellen. Zij kan deze instantie ook belasten met de controleactiviteiten die noodzakelijk zijn ter uitvoering van de maatregelen waartoe lidstaten zich hebben verbonden om door de Commissie aangewezen schendingen van Europese aanbestedingsregels en beginselen te verhelpen.

De Commissie kan de toezichtsinstantie verzoeken beweerde inbreuken op de aanbestedingsregels van de Unie te onderzoeken met betrekking tot door de begroting van de Unie medegefinancierde projecten. Zij kan de toezichtsinstantie belasten met de begeleiding van bepaalde gevallen om ervoor te zorgen dat ten aanzien van inbreuken op de aanbestedingsregels van de Unie met betrekking tot medegefinancierde projecten passende maatregelen worden genomen door de bevoegde nationale autoriteiten, die verplicht zijn de instructies van de toezichtsinstantie te volgen

5. De onderzoeks- en handhavingsactiviteiten die de toezichtsinstantie verricht om te verzekeren dat de beslissingen van de aanbestedende diensten voldoen aan deze richtlijn en de algemene beginselen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, komen niet in de plaats van en doen niet af aan de institutionele rol van de Commissie als behoeder van het Verdrag. Wanneer de Commissie een individueel geval voor behandeling verwijst, behoudt zij voorts het recht om op te treden in overeenstemming met de haar krachtens het Verdrag verleende bevoegdheden.

6. De aanbestedende diensten verstrekken de nationale toezichtsinstantie de volledige tekst van alle gegunde opdrachten met een waarde die gelijk is aan of hoger dan:

(a) 1 000 000 euro in het geval van opdrachten voor leveringen of diensten;

(b) 10 000 000 euro in het geval van opdrachten voor werken

7. Onverminderd nationale wetgeving betreffende toegang tot informatie en in overeenstemming met nationale en EU-wetgeving betreffende gegevensbescherming geeft de toezichtsinstantie op schriftelijk verzoek kosteloze, onbeperkte, volledige en rechtstreekse toegang tot de in lid 6 bedoelde opdrachten. Toegang tot bepaalde delen van de opdrachten kan worden geweigerd wanneer de vrijgeving daarvan de handhaving van de wet in de weg zou staan of anderszins in strijd zou zijn met het openbare belang, schade zou berokkenen aan de rechtmatige commerciële belangen van bepaalde publieke of particulier ondernemers of afbreuk zou kunnen doen aan de eerlijke mededinging tussen ondernemers.

Toegang tot de onderdelen die voor vrijgeving in aanmerking komen, wordt binnen een redelijke termijn verleend en niet later dan 45 dagen vanaf de datum van het verzoek.

De verzoekers die om toegang vragen, hoeven geen direct of indirect belang met betrekking tot de desbetreffende opdracht aan te tonen. De ontvanger van de informatie mag deze publiek maken.

8. Het in lid 2 genoemde verslag bevat eveneens een overzicht van alle activiteiten die de toezichtsinstantie overeenkomstig de leden 1 tot en met 6 uitoefent.

Artikel 85 Individuele verslagen over procedures voor de gunning van opdrachten

Aanbestedende diensten stellen over elke opdracht en raamovereenkomst en telkens wanneer een dynamisch aankoopsysteem wordt ingevoerd, een proces-verbaal op, dat ten minste het volgende bevat:

(a) de naam en het adres van de aanbestedende dienst, het voorwerp en de waarde van de opdracht, de raamovereenkomst of het dynamisch aankoopsysteem;

(b) de namen van de begunstigde gegadigden of inschrijvers met motivering van deze keuze;

(c) de namen van de uitgesloten gegadigden of inschrijvers met motivering van deze uitsluiting;

(d) de redenen voor de afwijzing van abnormaal laag bevonden inschrijvingen;

(e) de naam van de begunstigde inschrijver en de motivering voor de keuze van deze inschrijving, alsmede, indien bekend, het gedeelte van de opdracht of de raamovereenkomst dat de begunstigde inschrijver voornemens is in onderaanneming aan derden te geven;

(f) voor procedures van gunning via onderhandelingen zonder voorafgaande bekendmaking, de in artikel 30 bedoelde omstandigheden die het gebruik van deze procedure rechtvaardigen;

(g) in voorkomend geval, de redenen voor het besluit van de aanbestedende dienst om een opdracht niet te gunnen, een raamovereenkomst niet te sluiten of een dynamisch aankoopsysteem niet in te voeren;

(h) in voorkomend geval, vastgestelde belangenconflicten en de in dit verband genomen maatregelen.

De aanbestedende diensten documenteren het verloop van alle gunningsprocedures, ongeacht of deze al dan niet elektronisch worden verricht. Hiertoe bewaren zij documenten voor alle stadia in de aanbestedingsprocedure, met inbegrip van de communicatie met ondernemers en interne beraadslaging, de voorbereiding van de inschrijvingen, eventuele dialoog of onderhandeling, selectie en gunning van de opdracht.

Het proces-verbaal, of de hoofdpunten ervan, worden desgevraagd aan de Commissie of de nationale toezichtsinstantie meegedeeld.

Artikel 86 Nationale verslaglegging en lijsten van aanbestedende diensten

1. De overeenkomstig artikel 84 opgerichte of aangewezen instanties zenden de Commissie uiterlijk op 31 oktober van het volgende jaar op basis van een standaardformulier een uitvoerings- en statistisch verslag over het jaar.

2. Het in lid 1 bedoelde verslag bevat ten minste de volgende informatie:

(a) een volledige en bijgewerkte lijst van alle centrale overheidsinstanties, lagere aanbestedende diensten en publiekrechtelijke instellingen en associaties van aanbestedende diensten die overheidsopdrachten gunnen of raamovereenkomsten sluiten, met vermelding voor elke dienst van het uniek identificatienummer wanneer de nationale wetgeving in een dergelijk nummer voorziet; deze lijst wordt ingedeeld naar type dienst.

(b) een volledige en bijgewerkte lijst van alle aankoopcentrales;

(c) voor alle opdrachten boven de in artikel 4 van deze richtlijn vastgestelde drempels:

(i)      het aantal en de waarde van opdrachten uitgesplitst naar type aanbestedende dienst per procedure en per werk, levering en dienst overeenkomstig de CPV-nomenclatuur;

(ii)      voor opdrachten die in een procedure van gunning door onderhandelingen zonder voorafgaande bekendmaking zijn gegund, worden de onder i) bedoelde gegevens bovendien uitgesplitst naargelang van de in artikel 30 bedoelde omstandigheden, met vermelding van het aantal en de waarde van de opdrachten die per lidstaat en per derde land van vestiging van de begunstigde onderneming zijn gegund;

(d) voor alle opdrachten die onder de in artikel 4 van deze richtlijn vastgestelde drempels vallen maar wel onder deze richtlijn zouden vallen als hun waarde de drempel overschreed, het aantal en de waarde van de gegunde opdrachten uitgesplitst naar type aanbestedende dienst.

3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 89 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage I om na kennisgevingen door lidstaten de lijst van aanbestedende diensten bij te werken, wanneer deze wijzigingen noodzakelijk zijn om aanbestedende diensten juist te identificeren.

De Commissie kan op gezette tijdstippen in het Publicatieblad van de Europese Unie een lijst van de krachtens lid 2, onder a), doorgegeven publiekrechtelijke diensten ter informatie bekendmaken.

4. De lidstaten stellen de Commissie informatie ter beschikking over hun institutionele organisatie met betrekking tot de uitvoering, controle en naleving van deze richtlijn, alsmede over nationale initiatieven om voorlichting en bijstand te verlenen bij de uitvoering van de aanbestedingsregels van de Unie of een antwoord te formuleren op de uitdagingen die zich bij de uitvoering van deze regels aandienen.

5. De Commissie stelt het standaardformulier vast voor het opmaken van het in lid 1 bedoelde jaarlijkse uitvoerings- en statistisch verslag. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 91 bedoelde raadplegingsprocedure.

Artikel 87 Bijstand voor aanbestedende diensten en ondernemers

1. De lidstaten stellen structuren voor technische ondersteuning ter beschikking om aanbestedende diensten juridisch en economisch advies, voorlichting en bijstand te verlenen bij de voorbereiding en uitvoering van aanbestedingsprocedures. De lidstaten zorgen er eveneens voor dat elke aanbestedende dienst bekwame bijstand en adviesverlening over individuele aangelegenheden kan verkrijgen.

2. Teneinde de toegang van ondernemers, en met name kmo's, tot aanbestedingen te verbeteren en het correcte begrip van de bepalingen van deze richtlijn te bevorderen, zorgen de lidstaten ervoor dat passende bijstand kan worden verkregen, ook met elektronische middelen of met gebruik van bestaande netwerken voor beroepsondersteuning.

3. Specifieke administratieve ondersteuning wordt ter beschikking gesteld van ondernemers die voornemens zijn deel te nemen aan een aanbestedingsprocedure in een andere lidstaat. Deze ondersteuning heeft ten minste betrekking op de administratieve verplichtingen in de betrokken lidstaat en op mogelijke verplichtingen op het gebied van elektronische aanbestedingen.

De lidstaten zorgen ervoor dat belangstellende ondernemers een vlotte toegang krijgen tot passende informatie over verplichtingen met betrekking tot belastingen, milieubescherming en sociaal- of arbeidsrechtelijke verplichtingen die gelden in de lidstaat, regio of plaats waar de werken moeten worden uitgevoerd of de diensten moeten worden verricht en die bij de uitvoering van de opdracht van toepassing zullen zijn op de ter plaatse uit te voeren werken of te leveren diensten.

4. Voor de toepassing van de leden 1, 2 en 3 kunnen de lidstaten een of meerdere instanties of administratieve structuren aanwijzen. De lidstaten zorgen voor een passende coördinatie tussen deze instanties en structuren.

Artikel 88 Administratieve samenwerking

1. De lidstaten verlenen elkaar wederzijdse bijstand en nemen maatregelen met het oog op daadwerkelijke onderlinge samenwerking teneinde uitwisseling van informatie over de in de artikelen 40, 41, 42, 55, 57, 59, 60, 61, 63 en 69 bedoelde onderwerpen te verzekeren. Zij zien toe op de vertrouwelijkheid van de onderling uitgewisselde informatie.

2. De bevoegde autoriteiten van alle betrokken lidstaten wisselen informatie uit met inachtneming van de wetgeving inzake bescherming van persoonsgegevens als bedoeld in Richtlijnen 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad[42] en 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad[43].

3. Voor de toepassing van dit artikel wijzen de lidstaten een of meerdere contactpunten aan en delen zij de contactgegevens daarvan mee aan de overige lidstaten, de toezichtsinstanties en de Commissie. De lidstaten publiceren de lijst van contactpunten en werken deze regelmatig bij. De toezichtsinstantie wordt belast met de coördinatie van deze contactpunten.

4. De uitwisseling van informatie geschiedt door middel van het informatiesysteem interne markt (IMI) opgericht overeenkomstig Verordening (EU) nr. XXX/XXXX van het Europees Parlement en de Raad[44] [voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt ("de IMI-verordening") COM(2011) 522]. De lidstaten verstrekken onverwijld de door andere lidstaten gevraagde informatie.

TITEL V GEDELEGEERDE BEVOEGDHEDEN, UITVOERINGSBEVOEGDHEDEN EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 89 Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2. De in de artikelen, 6, 13, 19, 20, 23, 54, 59, 67 en 86 bedoelde delegatie van bevoegdheden aan de Commissie geschiedt voor onbepaalde tijd vanaf [de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn].

3. De in de artikelen 6, 13, 19, 20, 23, 54, 59, 67 en 86 bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan door het Europees Parlement of de Raad te allen tijde worden ingetrokken. Een besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis.

5. Een krachtens dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement of de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen geen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van de termijn van twee maanden de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad wordt deze termijn met twee maanden verlengd.

Artikel 90 Spoedprocedure

1. Gedelegeerde handelingen die overeenkomstig dit artikel worden vastgesteld, treden onverwijld in werking en zijn van toepassing zolang geen bezwaar wordt aangetekend overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen gebruik wordt gemaakt van de spoedprocedure.

2. Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 89, lid 5, bedoelde procedure bezwaar aantekenen tegen een gedelegeerde handeling. In dit geval trekt de Commissie de handeling na kennisgeving van het besluit van het Europees Parlement of de Raad om bezwaar aan te tekenen onverwijld in.

Artikel 91 Comitéprocedure

1. De Commissie wordt bijgestaan door het Raadgevend Comité inzake overheidsopdrachten, dat is ingesteld bij Besluit 71/306/EEG van de Raad[45]. Dit comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2. Wanneer naar dit artikel wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 92 Omzetting

1.           De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 30 juni 2014 aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.           De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 93 Intrekkingen

Richtlijn 2004/18/EG wordt met ingang van 30 juni 2014 ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage XVII.

Artikel 94 Evaluatie

De Commissie evalueert de economische gevolgen voor de interne markt die voortvloeien uit de toepassing van de in artikel 4 vastgestelde drempelwaarden en brengt daarover uiterlijk op 30 juni 2017 verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad.

In geval van verandering van de krachtens de overeenkomst geldende drempelwaarden wordt het verslag, indien passend, gevolgd door een wetgevingsvoorstel tot wijziging van de in deze richtlijn vastgestelde drempelwaarden.

Artikel 95 Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 96 Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 20.12.2011

Voor het Europees Parlement                       Voor de Raad

De Voorzitter                                                 De Voorzitter

BIJLAGE I CENTRALE OVERHEIDSINSTANTIES

België

1. Services publics fédéraux (ministères): || 1. Federale Overheidsdiensten (Ministeries):

SPF Chancellerie du Premier Ministre || FOD Kanselarij van de Eerste Minister

SPF Personnel et Organisation || FOD Personeel en Organisatie

SPF Budget et Contrôle de la Gestion || FOD Budget en Beheerscontrole

SPF Technologie de l'Information et de la Communication (Fedict) || FOD Informatie- en Communicatietechnologie (Fedict)

SPF Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement || FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

SPF Intérieur || FOD Binnenlandse Zaken

SPF Finances || FOD Financiën

SPF Mobilité et transports || FOD Mobiliteit en Vervoer

SPF Emploi, Travail et Concertation sociale || FOD Werkgelegenheid, Arbeid en sociaal overleg

SPF Sécurité Sociale et Institutions Publiques de Sécurité Sociale || FOD Sociale Zekerheid en Openbare Instellingen van sociale Zekerheid

SPF Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement || FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu

SPF Justice || FOD Justitie

SPF Economie, PME, Classes moyennes et Énergie || FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie

Ministère de la Défense || Ministerie van Landsverdediging

Service public de Programmation Intégration sociale, Lutte contre la pauvreté et Economie sociale || Programmatorische Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie, Armoedsbestrijding en sociale Economie

Service public fédéral de Programmation Développement durable || Programmatorische federale Overheidsdienst Duurzame Ontwikkeling

Service public fédéral de Programmation Politique scientifique || Programmatorische federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid

2. Régie des Bâtiments; || 2. Regie der Gebouwen

Office national de Sécurité sociale || Rijksdienst voor sociale Zekerheid

Institut national d’Assurance sociales pour travailleurs indépendants || Rijksinstituut voor de sociale Verzekeringen der Zelfstandigen

Institut national d’Assurance Maladie-Invalidité || Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering

Office national des Pensions || Rijksdienst voor Pensioenen

Caisse auxiliaire d’Assurance Maladie-Invalidité || Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering

Fonds des Maladies professionnelles || Fonds voor Beroepsziekten

Office national de l’Emploi || Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening

Bulgarije

– Администрация на Народното събрание

– Aдминистрация на Президента

– Администрация на Министерския съвет

– Конституционен съд

– Българска народна банка

– Министерство на външните работи

– Министерство на вътрешните работи

– Министерство на държавната администрация и административната реформа

– Министерство на извънредните ситуации

– Министерство на земеделието и храните

– Министерство на здравеопазването

– Министерство на икономиката и енергетиката

– Министерство на културата

– Министерство на образованието и науката

– Министерство на околната среда и водите

– Министерство на отбраната

– Министерство на правосъдието

– Министерство на регионалното развитие и благоустройството

– Министерство на транспорта

– Министерство на труда и социалната политика

– Министерство на финансите

Staatsagentschappen, staatscommissies, uitvoerende agentschappen en andere staatsautoriteiten die bij wet of bij besluit van de Raad van Ministers zijn opgericht en een functie hebben die verband houdt met de uitoefening van de uitvoerende macht:

– Агенция за ядрено регулиране

– Висшата атестационна комисия

– Държавна комисия за енергийно и водно регулиране

– Държавна комисия по сигурността на информацията

– Комисия за защита на конкуренцията

– Комисия за защита на личните данни

– Комисия за защита от дискриминация

– Комисия за регулиране на съобщенията

– Комисия за финансов надзор

– Патентно ведомство на Република България

– Сметна палата на Република България

– Агенция за приватизация

– Агенция за следприватизационен контрол

– Български институт по метрология

– Държавна агенция „Архиви”

– Държавна агенция „Държавен резерв и военновременни запаси”

– Държавна агенция „Национална сигурност”

– Държавна агенция за бежанците

– Държавна агенция за българите в чужбина

– Държавна агенция за закрила на детето

– Държавна агенция за информационни технологии и съобщения

– Държавна агенция за метрологичен и технически надзор

– Държавна агенция за младежта и спорта

– Държавна агенция по горите

– Държавна агенция по туризма

– Държавна комисия по стоковите борси и тържища

– Институт по публична администрация и европейска интеграция

– Национален статистически институт

– Национална агенция за оценяване и акредитация

– Националната агенция за професионално образование и обучение

– Национална комисия за борба с трафика на хора

– Агенция „Митници”

– Агенция за държавна и финансова инспекция

– Агенция за държавни вземания

– Агенция за социално подпомагане

– Агенция за хората с увреждания

– Агенция по вписванията

– Агенция по геодезия, картография и кадастър

– Агенция по енергийна ефективност

– Агенция по заетостта

– Агенция по обществени поръчки

– Българска агенция за инвестиции

– Главна дирекция „Гражданска въздухоплавателна администрация”

– Дирекция „Материално-техническо осигуряване и социално обслужване” на Министерство на вътрешните работи

– Дирекция „Оперативно издирване” на Министерство на вътрешните работи

– Дирекция „Финансово-ресурсно осигуряване” на Министерство на вътрешните работи

– Дирекция за национален строителен контрол

– Държавна комисия по хазарта

– Изпълнителна агенция „Автомобилна администрация”

– Изпълнителна агенция „Борба с градушките”

– Изпълнителна агенция „Българска служба за акредитация”

– Изпълнителна агенция „Военни клубове и информация”

– Изпълнителна агенция „Главна инспекция по труда”

– Изпълнителна агенция „Държавна собственост на Министерството на отбраната”

– Изпълнителна агенция „Железопътна администрация”

– Изпълнителна агенция „Изпитвания и контролни измервания на въоръжение, техника и имущества”

– Изпълнителна агенция „Морска администрация”

– Изпълнителна агенция „Национален филмов център”

– Изпълнителна агенция „Пристанищна администрация”

– Изпълнителна агенция „Проучване и поддържане на река Дунав”

– Изпълнителна агенция „Социални дейности на Министерството на отбраната”

– Изпълнителна агенция за икономически анализи и прогнози

– Изпълнителна агенция за насърчаване на малките и средни предприятия

– Изпълнителна агенция по лекарствата

– Изпълнителна агенция по лозата и виното

– Изпълнителна агенция по околна среда

– Изпълнителна агенция по почвените ресурси

– Изпълнителна агенция по рибарство и аквакултури

– Изпълнителна агенция по селекция и репродукция в животновъдството

– Изпълнителна агенция по сортоизпитване, апробация и семеконтрол

– Изпълнителна агенция по трансплантация

– Изпълнителна агенция по хидромелиорации

– Комисията за защита на потребителите

– Контролно-техническата инспекция

– Национален център за информация и документация

– Национален център по радиобиология и радиационна защита

– Национална агенция за приходите

– Национална ветеринарномедицинска служба

– Национална служба „Полиция”

– Национална служба „Пожарна безопасност и защита на населението”

– Национална служба за растителна защита

– Национална служба за съвети в земеделието

– Национална служба по зърното и фуражите

– Служба „Военна информация”

– Служба „Военна полиция”

– Фонд „Републиканска пътна инфраструктура”

– Авиоотряд 28

Tsjechië

– Ministerstvo dopravy

– Ministerstvo financí

– Ministerstvo kultury

– Ministerstvo obrany

– Ministerstvo pro místní rozvoj

– Ministerstvo práce a sociálních věcí

– Ministerie van industrie en handel

– Ministerstvo spravedlnosti

– Ministerstvo školství, mládeže a tělovýchovy

– Ministerstvo vnitra

– Ministerstvo zahraničních věcí

– Ministerstvo zdravotnictví

– Ministerstvo zemědělství

– Ministerstvo životního prostředí

– Poslanecká sněmovna PČR

– Senát PČR

– Kancelář prezidenta

– Český statistický úřad

– Český úřad zeměměřičský a katastrální

– Úřad průmyslového vlastnictví

– Úřad pro ochranu osobních údajů

– Bezpečnostní informační služba

– Národní bezpečnostní úřad

– Česká akademie věd

– Vězeňská služba

– Český báňský úřad

– Úřad pro ochranu hospodářské soutěže

– Správa státních hmotných rezerv

– Státní úřad pro jadernou bezpečnost

– Česká národní banka

– Energetický regulační úřad

– Úřad vlády České republiky

– Ústavní soud

– Nejvyšší soud

– Nejvyšší správní soud

– Nejvyšší státní zastupitelství

– Nejvyšší kontrolní úřad

– Kancelář Veřejného ochránce práv

– Grantová agentura České republiky

– Státní úřad inspekce práce

– Český telekomunikační úřad

Denemarken

– Folketinget

Rigsrevisionen

– Statsministeriet

– Udenrigsministeriet

– Beskæftigelsesministeriet

5 styrelser og institutioner (5 bureaus en instellingen)

– Domstolsstyrelsen

– Finansministeriet

5 styrelser og institutioner (5 bureaus en instellingen)

– Forsvarsministeriet

5 styrelser og institutioner (5 bureaus en instellingen)

– Ministeriet for Sundhed og Forebyggelse

Adskillige styrelser og institutioner, herunder Statens Serum Institut (diverse agentschappen en instellingen, waaronder Statens Serum Institut)

– Justitsministeriet

Rigspolitichefen, anklagemyndigheden samt 1 direktorat og et antal styrelser (hoofd van de politie, openbare aanklager, 1 directoraat en een aantal agentschappen)

– Kirkeministeriet

10 stiftsøvrigheder (10 diocesane autoriteiten)

– Kulturministeriet (ministerie van Cultuur)

4 styrelser samt et antal statsinstitutioner (4 agentschappen en een aantal instellingen)

– Miljøministeriet

5 styrelser (5 agentschappen)

– Ministeriet for Flygtninge, Invandrere og Integration

1 styrelse (1 agentschap)

– Ministeriet for Fødevarer, Landbrug og Fiskeri

4 direktorater og institutioner (4 directoraten en instellingen)

– Ministeriet for Videnskab, Teknologi og Udvikling

Adskillige styrelser og institutioner, Forskningscenter Risø og Statens uddannelsesbygninger (diverse agentschappen en instellingen, waaronder nationaal onderzoekscentrum Risø en de nationale onderzoeks- en onderwijsinstituten)

– Skatteministeriet

1 styrelse og institutioner (1 agentschap en diverse instellingen)

– Velfærdsministeriet

3 styrelser og institutioner (3 agentschappen en diverse instellingen)

– Transportministeriet

7 styrelser og institutioner, herunder Øresundsbrokonsortiet (7 agentschappen en instellingen, waaronder Øresundsbrokonsortiet)

– Undervisningsministeriet

3 styrelser, 4 undervisningsinstitutioner og 5 andre institutioner (3 agentschappen, 4 onderwijsinstellingen, 5 andere instellingen)

– Økonomi- og Erhvervsministeriet

Adskillige styrelser og institutioner (diverse agentschappen en instellingen)

– Klima- og Energiministeriet

3 styrelser og institutioner (3 agentschappen en instellingen)

Duitsland

– Auswärtiges Amt

– Bundeskanzleramt

– Bundesministerium für Arbeit und Sozialordnung.

– Bundesministerium für Bildung und Forschung

– Bundesministerium für Ernährung, Landwirtschaft und Verbraucherschutz, Wilhelmstr.

– Bundesministerium der Finanzen

– Bundesministerium des Innern (alleen burgerlijke goederen)

– Bundesministerium für Gesundheit

– Bondsministerie van Defensie (geen militaire goederen)

– Bundesministerium der Justiz

– Bundesministerium für Verkehr, Bau- und Stadtentwicklung, S11

– // Bundesministerium für Wirtschaft und Technologie.

– Bundesministerium für wirtschaftliche Zusammenarbeit und Entwicklung

– Bundesministerium der Verteidigung (geen militaire goederen)

– Bundesministerium für Umwelt, Naturschutz und Reaktorsicherheit

Estland

– Vabariigi Presidendi Kantselei

– Eesti Vabariigi Riigikogu

– Eesti Vabariigi Riigikohus

– Riigikontroll

– Õiguskantsler

– Riigikantselei

– Rahvusarhiiv

– Haridus- ja Teadusministeerium

– Justiitsministeerium

– Kaitseministeerium

– Keskkonnaministeerium

– Kultuuriministeerium

– Majandus- ja Kommunikatsiooniministeerium

– Põllumajandusministeerium

– Rahandusministeerium

– Siseministeerium

– Sotsiaalministeerium

– Välisministeerium

– Keeleinspektsioon

– Riigiprokuratuur

– Teabeamet

– Maa-amet

– Keskkonnainspektsioon

– Metsakaitse- ja Metsauuenduskeskus

– Muinsuskaitseamet

– Patendiamet

– Tarbijakaitseamet

– Riigihangete Amet

– Taimetoodangu Inspektsioon

– Põllumajanduse Registrite ja Informatsiooni Amet

– Veterinaar- ja Toiduamet

– Konkurentsiamet

– Maksu –ja Tolliamet

– Statistikaamet

– Kaitsepolitseiamet

– Kodakondsus- ja Migratsiooniamet

– Piirivalveamet

– Politseiamet

– Eesti Kohtuekspertiisi Instituut

– Keskkriminaalpolitsei

– Päästeamet

– Andmekaitse Inspektsioon

– Ravimiamet

– Sotsiaalkindlustusamet

– Tööturuamet

– Tervishoiuamet

– Tervisekaitseinspektsioon

– Tööinspektsioon

– Lennuamet

– Maanteeamet

– Veeteede Amet

– Julgestuspolitsei

– Kaitseressursside Amet

– Kaitseväe Logistikakeskus

– Tehnilise Järelevalve Amet

Ierland

– President’s Establishment

– Houses of the Oireachtas — [parlement]

– Department of the Taoiseach — [eerste minister]

– Central Statistics Office

– Department of Finance

– Office of the Comptroller and Auditor General

– Office of the Revenue Commissioners

– Office of Public Works

– State Laboratory

– Office of the Attorney General

– Office of the Director of Public Prosecutions

– Valuation Office

– Office of the Commission for Public Service Appointments

– Public Appointments Service

– Office of the Ombudsman

– Chief State Solicitor’s Office

– Department of Justice, Equality and Law Reform

– Courts Service

– Prisons Service

– Office of the Commissioners of Charitable Donations and Bequests

– Department of the Environment, Heritage and Local Government

– Department of Education and Science

– Department of Communications, Energy and Natural Resources

– Department of Agriculture, Fisheries and Food

– Department of Transport

– Department of Health and Children

– Department of Enterprise, Trade and Employment

– Department of Arts, Sports and Tourism

– Department of Defence

– Department of Foreign Affairs

– Department of Social and Family Affairs

– Department of Community, Rural and Gaeltacht – [Gaelicsprekende regio’s] Affairs

– Arts Council

– National Gallery

Griekenland

– Υπουργείο Εσωτερικών

– Υπουργείο Εξωτερικών

– Υπουργείο Οικονομίας και Οικονομικών

– Υπουργείο Ανάπτυξης

– Υπουργείο Δικαιοσύνης

– Υπουργείο Εθνικής Παιδείας και Θρησκευμάτων

– Υπουργείο Πολιτισμού

– Υπουργείο Υγείας και Κοινωνικής Αλληλεγγύης

– Υπουργείο Περιβάλλοντος, Χωροταξίας και Δημοσίων Έργων

– Υπουργείο Απασχόλησης και Κοινωνικής Προστασίας

– Υπουργείο Μεταφορών και Επικοινωνιών

– Υπουργείο Αγροτικής Ανάπτυξης και Τροφίμων

– Υπουργείο Εμπορικής Ναυτιλίας, Αιγαίου και Νησιωτικής Πολιτικής

– Υπουργείο Μακεδονίας- Θράκης

– Γενική Γραμματεία Επικοινωνίας

– Γενική Γραμματεία Ενημέρωσης

– Γενική Γραμματεία Νέας Γενιάς

– Γενική Γραμματεία Ισότητας

– Γενική Γραμματεία Κοινωνικών Ασφαλίσεων

– Γενική Γραμματεία Απόδημου Ελληνισμού

– Γενική Γραμματεία Βιομηχανίας

– Γενική Γραμματεία Έρευνας και Τεχνολογίας

– Γενική Γραμματεία Αθλητισμού

– Γενική Γραμματεία Δημοσίων Έργων

– Γενική Γραμματεία Εθνικής Στατιστικής Υπηρεσίας Ελλάδος

– Εθνικό Συμβούλιο Κοινωνικής Φροντίδας

– Οργανισμός Εργατικής Κατοικίας

– Εθνικό Τυπογραφείο

– Γενικό Χημείο του Κράτους

– Ταμείο Εθνικής Οδοποιίας

– Εθνικό Καποδιστριακό Πανεπιστήμιο Αθηνών

– Αριστοτέλειο Πανεπιστήμιο Θεσσαλονίκης

– Δημοκρίτειο Πανεπιστήμιο Θράκης

– Πανεπιστήμιο Αιγαίου

– Πανεπιστήμιο Ιωαννίνων

– Πανεπιστήμιο Πατρών

– Πανεπιστήμιο Μακεδονίας

– Πολυτεχνείο Κρήτης

– Σιβιτανίδειος Δημόσια Σχολή Τεχνών και Επαγγελμάτων

– Αιγινήτειο Νοσοκομείο

– Αρεταίειο Νοσοκομείο

– Εθνικό Κέντρο Δημόσιας Διοίκησης

– Οργανισμός Διαχείρισης Δημοσίου Υλικού

– Οργανισμός Γεωργικών Ασφαλίσεων

– Οργανισμός Σχολικών Κτιρίων

– Γενικό Επιτελείο Στρατού

– Γενικό Επιτελείο Ναυτικού

– Γενικό Επιτελείο Αεροπορίας

– Ελληνική Επιτροπή Ατομικής Ενέργειας

– Γενική Γραμματεία Εκπαίδευσης Ενηλίκων

– Υπουργείο Εθνικής Άμυνας

– Γενική Γραμματεία Εμπορίου

Spanje

– Presidencia de Gobierno

– Ministerio de Asuntos Exteriores y de Cooperación

– Ministerio de Justicia

– Ministerio de Defensa

– Ministerio de Economía y Hacienda

– Ministerio del Interior

– Ministerio de Fomento

– Ministerio de Educación, Política Social y Deportes

– Ministerio de Industria, Turismo y Comercio

– Ministerio de Trabajo e Inmigración

– Ministerio de la Presidencia

– Ministerio de Administraciones Públicas

– Ministerio de Cultura

– Ministerio de Sanidad y Consumo

– Ministerio de Medio Ambiente y Medio Rural y Marino

– Ministerio de Vivienda

– Ministerio de Ciencia e Innovación

– Ministerio de Igualdad

Frankrijk

1. Ministeries

– Services du Premier ministre

– Ministère chargé de la santé, de la jeunesse et des sports

– Ministère chargé de l’intérieur, de l’outre-mer et des collectivités territoriales

– Ministère chargé de la justice

– Ministère chargé de la défense

– Ministère chargé des affaires étrangères et européennes

– Ministère chargé de l’éducation nationale

– Ministère chargé de l’économie, des finances et de l’emploi

– Secrétariat d’Etat aux transports

– Secrétariat d’Etat aux entreprises et au commerce extérieur

– Ministère chargé du travail, des relations sociales et de la solidarité

– Ministère chargé de la culture et de la communication

– Ministère chargé du budget, des comptes publics et de la fonction publique

– Ministère chargé de l’agriculture et de la pêche

– Ministère chargé de l’enseignement supérieur et de la recherche

– Ministère chargé de l’écologie, du développement et de l’aménagement durables

– Secrétariat d’Etat à la fonction publique

– Ministère chargé du logement et de la ville

– Secrétariat d’Etat à la coopération et à la francophonie

– Secrétariat d’Etat à l’outre-mer

– Secrétariat d’Etat à la jeunesse, des sports et de la vie associative

– Secrétariat d’Etat aux anciens combattants

– Ministère chargé de l’immigration, de l’intégration, de l’identité nationale et du co-développement

– Secrétariat d’Etat en charge de la prospective et de l’évaluation des politiques publiques

– Secrétariat d’Etat aux affaires européennes,

– Secrétariat d’Etat aux affaires étrangères et aux droits de l’homme

– Secrétariat d’Etat à la consommation et au tourisme

– Secrétariat d’Etat à la politique de la ville

– Secrétariat d’Etat à la solidarité

– Secrétariat d’Etat en charge de l’industrie et de la consommation

– Secrétariat d’Etat en charge de l’emploi

– Secrétariat d’Etat en charge du commerce, de l’artisanat, des PME, du tourisme et des services

– Secrétariat d’Etat en charge de l’écologie

– Secrétariat d’Etat en charge du développement de la région-capitale

– Secrétariat d’Etat en charge de l’aménagement du territoire

2. Instellingen, onafhankelijke diensten en gerechtelijke instanties

– Présidence de la République

– Assemblée Nationale

– Sénat

– Conseil constitutionnel

– Conseil économique et social

– Conseil supérieur de la magistrature

– Agence française contre le dopage

– Autorité de contrôle des assurances et des mutuelles

– Autorité de contrôle des nuisances sonores aéroportuaires

– Autorité de régulation des communications électroniques et des postes

– Autorité de sûreté nucléaire

– Autorité indépendante des marchés financiers

– Comité national d’évaluation des établissements publics à caractère scientifique, culturel et professionnel

– Commission d’accès aux documents administratifs

– Commission consultative du secret de la défense nationale

– Commission nationale des comptes de campagne et des financements politiques

– Commission nationale de contrôle des interceptions de sécurité

– Commission nationale de déontologie de la sécurité

– Commission nationale du débat public

– Commission nationale de l’informatique et des libertés

– Commission des participations et des transferts

– Commission de régulation de l’énergie

– Commission de la sécurité des consommateurs

– Commission des sondages

– Commission de la transparence financière de la vie politique

– Conseil de la concurrence

– Conseil des ventes volontaires de meubles aux enchères publiques

– Conseil supérieur de l’audiovisuel

– Défenseur des enfants

– Haute autorité de lutte contre les discriminations et pour l’égalité

– Haute autorité de santé

– Médiateur de la République

– Cour de justice de la République

– Tribunal des Conflits

– Conseil d’Etat

– Cours administratives d’appel

– Tribunaux administratifs

– Cour des Comptes

– Chambres régionales des Comptes

– Cours et tribunaux de l’ordre judiciaire (Cour de Cassation, Cours d’Appel, Tribunaux d’instance et Tribunaux de grande instance)

3. Nationale publieke instellingen

– Académie de France à Rome

– Académie de marine

– Académie des sciences d’outre-mer

– Académie des technologies

– Agence centrale des organismes de sécurité sociale (ACOSS)

– Agence de biomédicine

– Agence pour l’enseignement du français à l’étranger

– Agence française de sécurité sanitaire des aliments

– Agence française de sécurité sanitaire de l’environnement et du travail

– Agence Nationale pour la cohésion sociale et l’égalité des chances

– Agence nationale pour la garantie des droits des mineurs

– Agences de l’eau

– Agence Nationale de l’Accueil des Etrangers et des migrations

– Agence nationale pour l’amélioration des conditions de travail (ANACT

– Agence nationale pour l’amélioration de l’habitat (ANAH)

– Agence Nationale pour la Cohésion Sociale et l’Egalité des Chances

– Agence nationale pour l’indemnisation des français d’outre-mer (ANIFOM)

– Assemblée permanente des chambres d’agriculture (APCA)

– Bibliothèque publique d’information

– Bibliothèque nationale de France

– Bibliothèque nationale et universitaire de Strasbourg

– Caisse des Dépôts et Consignations

– Caisse nationale des autoroutes (CNA)

– Caisse nationale militaire de sécurité sociale (CNMSS)

– Caisse de garantie du logement locatif social

– Casa de Velasquez

– Centre d’enseignement zootechnique

– Centre d’études de l’emploi

– Centre d’études supérieures de la sécurité sociale

– Centres de formation professionnelle et de promotion agricole

– Centre hospitalier des Quinze-Vingts

– Centre international d’études supérieures en sciences agronomiques (Montpellier Sup Agro)

– Centre des liaisons européennes et internationales de sécurité sociale

– Centre des Monuments Nationaux

– Centre national d’art et de culture Georges Pompidou

– Centre national des arts plastiques

– Centre national de la cinématographie

– Centre National d’Etudes et d’expérimentation du machinisme agricole, du génie rural, des eaux et des forêts (CEMAGREF)

– Centre national du livre

– Centre national de documentation pédagogique

– Centre national des œuvres universitaires et scolaires (CNOUS)

– Centre national professionnel de la propriété forestière

– Centre National de la Recherche Scientifique (C.N.R.S)

– Centres d’éducation populaire et de sport (CREPS)

– Centres régionaux des œuvres universitaires (CROUS)

– Collège de France

– Conservatoire de l’espace littoral et des rivages lacustres

– Conservatoire National des Arts et Métiers

– Conservatoire national supérieur de musique et de danse de Paris

– Conservatoire national supérieur de musique et de danse de Lyon

– Conservatoire national supérieur d’art dramatique

– Ecole centrale de Lille

– Ecole centrale de Lyon

– École centrale des arts et manufactures

– École française d’archéologie d’Athènes

– École française d’Extrême-Orient

– École française de Rome

– École des hautes études en sciences sociales

– Ecole du Louvre

– École nationale d’administration

– École nationale de l’aviation civile (ENAC)

– École nationale des Chartes

– École nationale d’équitation

– Ecole Nationale du Génie de l’Eau et de l’environnement de Strasbourg

– Écoles nationales d’ingénieurs

– Ecole nationale d’ingénieurs des industries des techniques agricoles et alimentaires de Nantes

– Écoles nationales d’ingénieurs des travaux agricoles

– École nationale de la magistrature

– Écoles nationales de la marine marchande

– École nationale de la santé publique (ENSP)

– École nationale de ski et d’alpinisme

– École nationale supérieure des arts décoratifs

– École nationale supérieure des arts et techniques du théâtre

– École nationale supérieure des arts et industries textiles Roubaix

– Écoles nationales supérieures d’arts et métiers

– École nationale supérieure des beaux-arts

– École nationale supérieure de céramique industrielle

– École nationale supérieure de l’électronique et de ses applications (ENSEA)

– Ecole nationale supérieure du paysage de Versailles

– Ecole Nationale Supérieure des Sciences de l’information et des bibliothécaires

– Ecole nationale supérieure de la sécurité sociale

– Écoles nationales vétérinaires

– École nationale de voile

– Écoles normales supérieures

– École polytechnique

– École technique professionnelle agricole et forestière de Meymac (Corrèze)

– École de sylviculture Crogny (Aube)

– École de viticulture et d’œnologie de la Tour- Blanche (Gironde)

– École de viticulture — Avize (Marne)

– Etablissement national d’enseignement agronomique de Dijon

– Établissement national des invalides de la marine (ENIM)

– Établissement national de bienfaisance Koenigswarter

– Établissement public du musée et du domaine national de Versailles

– Fondation Carnegie

– Fondation Singer-Polignac

– Haras nationaux

– Hôpital national de Saint-Maurice

– Institut des hautes études pour la science et la technologie

– Institut français d’archéologie orientale du Caire

– Institut géographique national

– Institut National de l’origine et de la qualité

– Institut national des hautes études de sécurité

– Institut de veille sanitaire

– Institut National d’enseignement supérieur et de recherche agronomique et agroalimentaire de Rennes

– Institut National d’Etudes Démographiques (I.N.E.D)

– Institut National d’Horticulture

– Institut National de la jeunesse et de l’éducation populaire

– Institut national des jeunes aveugles — Paris

– Institut national des jeunes sourds — Bordeaux

– Institut national des jeunes sourds — Chambéry

– Institut national des jeunes sourds — Metz

– Institut national des jeunes sourds — Paris

– Institut national de physique nucléaire et de physique des particules (I.N.P.N.P.P)

– Institut national de la propriété industrielle

– Institut National de la Recherche Agronomique (I.N.R.A)

– Institut National de la Recherche Pédagogique (I.N.R.P)

– Institut National de la Santé et de la Recherche Médicale (I.N.S.E.R.M)

– Institut national d’histoire de l’art (I.N.H.A.)

– Institut national de recherches archéologiques préventives

– Institut National des Sciences de l’Univers

– Institut National des Sports et de l’Education Physique

– Institut national supérieur de formation et de recherche pour l’éducation des jeunes handicapés et les enseignements inadaptés

– Instituts nationaux polytechniques

– Instituts nationaux des sciences appliquées

– Institut national de recherche en informatique et en automatique (INRIA)

– Institut national de recherche sur les transports et leur sécurité (INRETS)

– Institut de Recherche pour le Développement

– Instituts régionaux d’administration

– Institut des Sciences et des Industries du vivant et de l’environnement (Agro Paris Tech)

– Institut supérieur de mécanique de Paris

– Institut Universitaires de Formation des Maîtres

– Musée de l’armée

– Musée Gustave-Moreau

– Musée national de la marine

– Musée national J.-J.-Henner

– Musée du Louvre

– Musée du Quai Branly

– Muséum National d’Histoire Naturelle

– Musée Auguste-Rodin

– Observatoire de Paris

– Office français de protection des réfugiés et apatrides

– Office National des Anciens Combattants et des Victimes de Guerre (ONAC)

– Office national de la chasse et de la faune sauvage

– Office National de l’eau et des milieux aquatiques

– Office national d’information sur les enseignements et les professions (ONISEP)

– Office universitaire et culturel français pour l’Algérie

– Ordre national de la Légion d’honneur

– Palais de la découverte

– Parcs nationaux

– Universités

4. Andere nationale openbare instellingen

– Union des groupements d’achats publics (UGAP)

– Agence Nationale pour l'Emploi (A.N.P.E.);

– Caisse Nationale des Allocations Familiales (C.N.A.F.);

– Caisse Nationale d'Assurance Maladie des Travailleurs Salariés (C.N.A.M.);

– Caisse Nationale d'Assurance-Vieillesse des Travailleurs Salariés (C.N.A.V.T.S.);

Italië

· Organen die aankopen doen

– Presidenza del Consiglio dei Ministri

– Ministero degli Affari Esteri

– Ministero dell’Interno

– Ministero della Giustizia e Uffici giudiziari (esclusi i giudici di pace)

– Ministero della Difesa

– Ministero dell'Economia e delle Finanze

– Ministero dello Sviluppo Economico

– Ministero delle Politiche Agricole, Alimentari e Forestali

– Ministero dell’Ambiente — Tutela del Territorio e del Mare

– Ministero delle Infrastrutture e dei trasporti

– Ministero del Lavoro, della Salute e delle Politiche Sociali

– Ministero dell’ Istruzione, Università e Ricerca

– Ministero per i Beni e le Attività culturali, comprensivo delle sue articolazioni periferiche

· Andere nationale publieke organen

– CONSIP (Concessionaria Servizi Informatici Pubblici)

Cyprus

– Προεδρία και Προεδρικό Μέγαρο

– Γραφείο Συντονιστή Εναρμόνισης

– Υπουργικό Συμβούλιο

– Βουλή των Αντιπροσώπων

– Δικαστική Υπηρεσία

– Νομική Υπηρεσία της Δημοκρατίας

– Ελεγκτική Υπηρεσία της Δημοκρατίας

– Επιτροπή Δημόσιας Υπηρεσίας

– Επιτροπή Εκπαιδευτικής Υπηρεσίας

– Γραφείο Επιτρόπου Διοικήσεως

– Επιτροπή Προστασίας Ανταγωνισμού

– Υπηρεσία Εσωτερικού Ελέγχου

– Γραφείο Προγραμματισμού

– Γενικό Λογιστήριο της Δημοκρατίας

– Γραφείο Επιτρόπου Προστασίας Δεδομένων Προσωπικού Χαρακτήρα

– Γραφείο Εφόρου Δημοσίων Ενισχύσεων

– Αναθεωρητική Αρχή Προσφορών

– Υπηρεσία Εποπτείας και Ανάπτυξης Συνεργατικών Εταιρειών

– Αναθεωρητική Αρχή Προσφύγων

– Υπουργείο Άμυνας

– Υπουργείο Γεωργίας, Φυσικών Πόρων και Περιβάλλοντος

– Τμήμα Γεωργίας

– Κτηνιατρικές Υπηρεσίες

– Τμήμα Δασών

– Τμήμα Αναπτύξεως Υδάτων

– Τμήμα Γεωλογικής Επισκόπησης

– Μετεωρολογική Υπηρεσία

– Τμήμα Αναδασμού

– Υπηρεσία Μεταλλείων

– Ινστιτούτο Γεωργικών Ερευνών

– Τμήμα Αλιείας και Θαλάσσιων Ερευνών

– Υπουργείο Δικαιοσύνης και Δημοσίας Τάξεως

– Αστυνομία

– Πυροσβεστική Υπηρεσία Κύπρου

– Τμήμα Φυλακών

– Υπουργείο Εμπορίου, Βιομηχανίας και Τουρισμού

– Τμήμα Εφόρου Εταιρειών και Επίσημου Παραλήπτη

– Υπουργείο Εργασίας και Κοινωνικών Ασφαλίσεων

– Τμήμα Εργασίας

– Τμήμα Κοινωνικών Ασφαλίσεων

– Τμήμα Υπηρεσιών Κοινωνικής Ευημερίας

– Κέντρο Παραγωγικότητας Κύπρου

– Ανώτερο Ξενοδοχειακό Ινστιτούτο Κύπρου

– Ανώτερο Τεχνολογικό Ινστιτούτο

– Τμήμα Επιθεώρησης Εργασίας

– Τμήμα Εργασιακών Σχέσεων

– Υπουργείο Εσωτερικών

– Επαρχιακές Διοικήσεις

– Τμήμα Πολεοδομίας και Οικήσεως

– Τμήμα Αρχείου Πληθυσμού και Μεταναστεύσεως

– Τμήμα Κτηματολογίου και Χωρομετρίας

– Γραφείο Τύπου και Πληροφοριών

– Πολιτική Άμυνα

– Υπηρεσία Μέριμνας και Αποκαταστάσεων Εκτοπισθέντων

– Υπηρεσία Ασύλου

– Υπουργείο Εξωτερικών

– Υπουργείο Οικονομικών

– Τελωνεία

– Τμήμα Εσωτερικών Προσόδων

– Στατιστική Υπηρεσία

– Τμήμα Κρατικών Αγορών και Προμηθειών

– Τμήμα Δημόσιας Διοίκησης και Προσωπικού

– Κυβερνητικό Τυπογραφείο

– Τμήμα Υπηρεσιών Πληροφορικής

– Υπουργείο Παιδείας και Πολιτισμού

– Υπουργείο Συγκοινωνιών και Έργων

– Τμήμα Δημοσίων Έργων

– Τμήμα Αρχαιοτήτων

– Τμήμα Πολιτικής Αεροπορίας

– Τμήμα Εμπορικής Ναυτιλίας

– Τμήμα Οδικών Μεταφορών

– Τμήμα Ηλεκτρομηχανολογικών Υπηρεσιών

– Τμήμα Ηλεκτρονικών Επικοινωνιών

– Υπουργείο Υγείας

– Φαρμακευτικές Υπηρεσίες

– Γενικό Χημείο

– Ιατρικές Υπηρεσίες και Υπηρεσίες Δημόσιας Υγείας

– Οδοντιατρικές Υπηρεσίες

– Υπηρεσίες Ψυχικής Υγείας

Letland

· Ministeries, staatssecretariaten en instellingen die daaronder ressorteren

– Aizsardzības ministrija un tās padotībā esošās iestādes

– Ārlietu ministrija un tas padotībā esošās iestādes

– Bērnu un ģimenes lietu ministrija un tās padotībā esošas iestādes

– Ekonomikas ministrija un tās padotībā esošās iestādes

– Finanšu ministrija un tās padotībā esošās iestādes

– Iekšlietu ministrija un tās padotībā esošās iestādes

– Izglītības un zinātnes ministrija un tās padotībā esošās iestādes

– Kultūras ministrija un tas padotībā esošās iestādes

– Labklājības ministrija un tās padotībā esošās iestādes

– Reģionālās attīstības un pašvaldības lietu ministrija un tās padotībā esošās iestādes

– Satiksmes ministrija un tās padotībā esošās iestādes

– Tieslietu ministrija un tās padotībā esošās iestādes

– Veselības ministrija un tās padotībā esošās iestādes

– Vides ministrija un tās padotībā esošās iestādes

– Zemkopības ministrija un tās padotībā esošās iestādes

– Īpašu uzdevumu ministra sekretariāti un to padotībā esošās iestādes

– Satversmes aizsardzības birojs

· Andere staatsinstellingen

– Augstākā tiesa

– Centrālā vēlēšanu komisija

– Finanšu un kapitāla tirgus komisija

– Latvijas Banka

– Prokuratūra un tās pārraudzībā esošās iestādes

– Saeimas kanceleja un tās padotībā esošās iestādes

– Satversmes tiesa

– Valsts kanceleja un tās padotībā esošās iestādes

– Valsts kontrole

– Valsts prezidenta kanceleja

– Tiesībsarga birojs

– Nacionālā radio un televīzijas padome

– Citas valsts iestādes, kuras nav ministriju padotībā (andere staatsinstellingen die niet onder een ministerie ressorteren)

Litouwen

– Prezidentūros kanceliarija

– Seimo kanceliarija

– Instellingen die verantwoording verschuldigd zijn aan de Seimas (het parlement):

– Lietuvos mokslo taryba

– Seimo kontrolierių įstaiga

– Valstybės kontrolė

– Specialiųjų tyrimų tarnyba

– Valstybės saugumo departamentas

– Konkurencijos taryba

– Lietuvos gyventojų genocido ir rezistencijos tyrimo centras

– Vertybinių popierių komisija

– Ryšių reguliavimo tarnyba

– Nacionalinė sveikatos taryba

– Etninės kultūros globos taryba

– Lygių galimybių kontrolieriaus tarnyba

– Valstybinė kultūros paveldo komisija

– Vaiko teisių apsaugos kontrolieriaus įstaiga

– Valstybinė kainų ir energetikos kontrolės komisija

– Valstybinė lietuvių kalbos komisija

– Vyriausioji rinkimų komisija

– Vyriausioji tarnybinės etikos komisija

– Žurnalistų etikos inspektoriaus tarnyba

– Vyriausybės kanceliarija

– Instellingen die verantwoording verschuldigd zijn aan de Vyriausybė (regering):

– Ginklų fondas

– Informacinės visuomenės plėtros komitetas

– Kūno kultūros ir sporto departamentas

– Lietuvos archyvų departamentas

– Mokestinių ginčų komisija

– Statistikos departamentas

– Tautinių mažumų ir išeivijos departamentas

– Valstybinė tabako ir alkoholio kontrolės tarnyba

– Viešųjų pirkimų tarnyba

– Narkotikų kontrolės departamentas

– Valstybinė atominės energetikos saugos inspekcija

– Valstybinė duomenų apsaugos inspekcija

– Valstybinė lošimų priežiūros komisija

– Valstybinė maisto ir veterinarijos tarnyba

– Vyriausioji administracinių ginčų komisija

– Draudimo priežiūros komisija

– Lietuvos valstybinis mokslo ir studijų fondas

– Lietuvių grįžimo į Tėvynę informacijos centras

– Konstitucinis Teismas

– Lietuvos bankas

– Aplinkos ministerija

– Instellingen die onder het Aplinkos ministerija (ministerie van Milieuzaken) vallen:

– Generalinė miškų urėdija

– Lietuvos geologijos tarnyba

– Lietuvos hidrometeorologijos tarnyba

– Lietuvos standartizacijos departamentas

– Nacionalinis akreditacijos biuras

– Valstybinė metrologijos tarnyba

– Valstybinė saugomų teritorijų tarnyba

– Valstybinė teritorijų planavimo ir statybos inspekcija

– Finansų ministerija

– Instellingen die onder het Finansų ministerija (ministerie van Financiën) vallen:

– Muitinės departamentas

– Valstybės dokumentų technologinės apsaugos tarnyba

– Valstybinė mokesčių inspekcija

– Finansų ministerijos mokymo centras

– Krašto apsaugos ministerija

– Instellingen die vallen onder het Krašto apsaugos ministerijos (ministerie van Nationale defensie):

– Antrasis operatyvinių tarnybų departamentas

– Centralizuota finansų ir turto tarnyba

– Karo prievolės administravimo tarnyba

– Krašto apsaugos archyvas

– Krizių valdymo centras

– Mobilizacijos departamentas

– Ryšių ir informacinių sistemų tarnyba

– Infrastruktūros plėtros departamentas

– Valstybinis pilietinio pasipriešinimo rengimo centras

– Lietuvos kariuomenė

– Krašto apsaugos sistemos kariniai vienetai ir tarnybos

– Kultūros ministerija

– Instellingen die onder het Kultūros ministerija (ministerie van Cultuur) vallen:

– Kultūros paveldo departamentas

– Valstybinė kalbos inspekcija

– Socialinės apsaugos ir darbo ministerija

– Instellingen die vallen onder het Socialinės apsaugos ir darbo ministerijos (ministerie van Sociale Zekerheid en Werk):

– Garantinio fondo administracija

– Valstybės vaiko teisių apsaugos ir įvaikinimo tarnyba

– Lietuvos darbo birža

– Lietuvos darbo rinkos mokymo tarnyba

– Trišalės tarybos sekretoriatas

– Socialinių paslaugų priežiūros departamentas

– Darbo inspekcija

– Valstybinio socialinio draudimo fondo valdyba

– Neįgalumo ir darbingumo nustatymo tarnyba

– Ginčų komisija

– Techninės pagalbos neįgaliesiems centras

– Neįgaliųjų reikalų departamentas

– Susisiekimo ministerija

– Instellingen die onder het Susisiekimo ministerija (ministerie van Transport en communicatie) vallen:

– Lietuvos automobilių kelių direkcija

– Valstybinė geležinkelio inspekcija

– Valstybinė kelių transporto inspekcija

– Pasienio kontrolės punktų direkcija

– Sveikatos apsaugos ministerija

– Instellingen die onder het Sveikatos apsaugos ministerija (ministerie van Volksgezondheid) vallen:

– Valstybinė akreditavimo sveikatos priežiūros veiklai tarnyba

– Valstybinė ligonių kasa

– Valstybinė medicininio audito inspekcija

– Valstybinė vaistų kontrolės tarnyba

– Valstybinė teismo psichiatrijos ir narkologijos tarnyba

– Valstybinė visuomenės sveikatos priežiūros tarnyba

– Farmacijos departamentas

– Sveikatos apsaugos ministerijos Ekstremalių sveikatai situacijų centras

– Lietuvos bioetikos komitetas

– Radiacinės saugos centras

– Švietimo ir mokslo ministerija

– Instellingen die onder het Švietimo ir mokslo ministerija (ministerie van Onderwijs en wetenschappen) vallen:

– Nacionalinis egzaminų centras

– Studijų kokybės vertinimo centras

– Teisingumo ministerija

– Instellingen die onder het Teisingumo ministerija (ministerie van Justitie) vallen:

– Kalėjimų departamentas

– Nacionalinė vartotojų teisių apsaugos taryba

– Europos teisės departamentas

– Ūkio ministerija

– Instellingen die onder het Ūkio ministerija (ministerie van Economische zaken) vallen:

– Įmonių bankroto valdymo departamentas

– Valstybinė energetikos inspekcija

– Valstybinė ne maisto produktų inspekcija

– Valstybinis turizmo departamentas

– Užsienio reikalų ministerija

– Diplomatinės atstovybės ir konsulinės įstaigos užsienyje bei atstovybės prie tarptautinių organizacijų

– Vidaus reikalų ministerija

– Instellingen die onder het Vidaus reikalų ministerija (ministerie van Binnenlandse zaken) vallen:

– Asmens dokumentų išrašymo centras

– Finansinių nusikaltimų tyrimo tarnyba

– Gyventojų registro tarnyba

– Policijos departamentas

– Priešgaisrinės apsaugos ir gelbėjimo departamentas

– Turto valdymo ir ūkio departamentas

– Vadovybės apsaugos departamentas

– Valstybės sienos apsaugos tarnyba

– Valstybės tarnybos departamentas

– Informatikos ir ryšių departamentas

– Migracijos departamentas

– Sveikatos priežiūros tarnyba

– Bendrasis pagalbos centras

– Žemės ūkio ministerija

– Instellingen die onder het Žemės ūkio ministerija (ministerie van Landbouw) vallen:

– Nacionalinė mokėjimo agentūra

– Nacionalinė žemės tarnyba

– Valstybinė augalų apsaugos tarnyba

– Valstybinė gyvulių veislininkystės priežiūros tarnyba

– Valstybinė sėklų ir grūdų tarnyba

– Žuvininkystės departamentas

– Teismai (rechtbanken):

– Lietuvos Aukščiausiasis Teismas

– Lietuvos apeliacinis teismas

– Lietuvos vyriausiasis administracinis teismas

– apygardų teismai

– apygardų administraciniai teismai

– apylinkių teismai

– Nacionalinė teismų administracija

– Generalinė prokuratūra

– Andere centrale overheidsentiteiten (institucijos [instellingen], įstaigos [instanties], tarnybos [agentschappen]):

– Aplinkos apsaugos agentūra

– Valstybinė aplinkos apsaugos inspekcija

– Aplinkos projektų valdymo agentūra

– Miško genetinių išteklių, sėklų ir sodmenų tarnyba

– Miško sanitarinės apsaugos tarnyba

– Valstybinė miškotvarkos tarnyba

– Nacionalinis visuomenės sveikatos tyrimų centras

– Lietuvos AIDS centras

– Nacionalinis organų transplantacijos biuras

– Valstybinis patologijos centras

– Valstybinis psichikos sveikatos centras

– Lietuvos sveikatos informacijos centras

– Slaugos darbuotojų tobulinimosi ir specializacijos centras

– Valstybinis aplinkos sveikatos centras

– Respublikinis mitybos centras

– Užkrečiamųjų ligų profilaktikos ir kontrolės centras

– Trakų visuomenės sveikatos priežiūros ir specialistų tobulinimosi centras

– Visuomenės sveikatos ugdymo centras

– Muitinės kriminalinė tarnyba

– Muitinės informacinių sistemų centras

– Muitinės laboratorija

– Muitinės mokymo centras

– Valstybinis patentų biuras

– Lietuvos teismo ekspertizės centras

– Centrinė hipotekos įstaiga

– Lietuvos metrologijos inspekcija

– Civilinės aviacijos administracija

– Lietuvos saugios laivybos administracija

– Transporto investicijų direkcija

– Valstybinė vidaus vandenų laivybos inspekcija

– Pabėgėlių priėmimo centras

Luxemburg

– Ministère d’Etat

– Ministère des affaires étrangères et de l’immigration

– Ministère de l'Agriculture, de la Viticulture et du Développement rural

– Ministère des Classes moyennes, du Tourisme et du Logement

– Ministère de la Culture, de l’Enseignement Supérieur et de la Recherche

– Ministère de l’Economie et du Commerce extérieur

– Ministère de l’Education nationale et de la Formation professionnelle

– Ministère de l’Egalité des chances

– Ministère de l’Environnement

– Ministère de la Famille et de l’Intégration

– Ministère des finances

– Ministère de la Fonction publique et de la Réforme administrative

– Ministère de l'Intérieur et de l'Aménagement du Territoire

– Ministère de la Justice

– Ministère de la Santé

– Ministère de la Sécurité Sociale

– Ministère des Transport

– Ministère du Travail et de l’Emploi

– Ministère des Travaux publics

Hongarije

– Egészségügyi Minisztérium

– Földművelésügyi és Vidékfejlesztési Minisztérium

– Gazdasági és Közlekedési Minisztérium

– Honvédelmi Minisztérium

– Igazságügyi és Rendészeti Minisztérium

– Környezetvédelmi és Vízügyi Minisztérium

– Külügyminisztérium

– Miniszterelnöki Hivatal

– Oktatási és Kulturális Minisztérium

– Önkormányzati és Területfejlesztési Minisztérium

– Pénzügyminisztérium

– Szociális és Munkaügyi Minisztérium

– Központi Szolgáltatási Főigazgatóság

Malta

– Uffiċċju tal-Prim Ministru (Kantoor van de eerste minister)

– Ministeru ghall-Familja u Solidarjeta' Socjali (ministerie van Gezinsbeleid en maatschappelijke solidariteit)

– Ministeru ta’ l-Edukazzjoni Zghazagh u Impjieg (ministerie van Onderwijs, jeugdzaken en werkgelegenheid)

– Ministeru tal-Finanzi (ministerie van Financiën)

– Ministeru tar-Riżorsi u l-Infrastruttura (ministerie voor Hulpbronnen en infrastructuur)

– Ministeru tat-Turiżmu u Kultura (ministerie voor Toerisme en cultuur)

– Ministeru tal-Ġustizzja u l-Intern (miniserie van Justitie en binnenlandse zaken)

– Ministeru għall-Affarijiet Rurali u l-Ambjent (ministerie voor Plattelandszaken en milieu)

– Ministeru għal Għawdex (Ministerie voor Gozo)

– Ministeru tas-Sahha, 1-Anzjani u Kura fil-Kommunita' (ministerie van Volksgezondheid, ouderen en gemeenschapszorg)".

– Ministeru ta’ l-Affarijiet Barranin (ministerie van Buitenlandse zaken)

– Ministeru għall-Investimenti, Industrija u Teknologija ta’ Informazzjoni (ministerie van Investeringen, industrie en informatietechnologie)

– Ministeru għall-Kompetittivà u Komunikazzjoni (ministerie van Concurrentie en communicatie)

– Ministeru għall-Iżvilupp Urban u Toroq (ministerie van Stadsontwikkeling en wegen)

Nederland

– Ministerie van Algemene Zaken

– Bestuursdepartement

– Bureau van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid

– Rijksvoorlichtingsdienst

– Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

– Bestuursdepartement

– Centrale Archiefselectiedienst (CAS)

– Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD)

– Agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR)

– Agentschap Korps Landelijke Politiediensten

– Ministerie van Buitenlandse Zaken

– Directoraat-generaal Regiobeleid en Consulaire Zaken (DGRC)

– Directoraat-generaal Politieke Zaken (DGPZ)

– Directoraat-generaal Internationale Samenwerking (DGIS)

– Directoraat-generaal Europese Samenwerking (DGES)

– Centrum tot Bevordering van de Import uit Ontwikkelingslanden (CBI)

– Centrale diensten ressorterend onder S/PlvS

– Buitenlandse Posten (ieder afzonderlijk)

– Ministerie van Defensie

– Bestuursdepartement

– Commando Diensten Centra (CDC)

– Defensie Telematica Organisatie (DTO)

– Centrale directie van de Defensie Vastgoed Dienst

– De afzonderlijke regionale directies van de Defensie Vastgoed Dienst

– Defensie Materieel Organisatie (DMO)

– Landelijk Bevoorradingsbedrijf van de Defensie Materieel Organisatie

– Logistiek Centrum van de Defensie Materieel Organisatie

– Marinebedrijf van de Defensie Materieel Organisatie

– Defensie Pijpleiding Organisatie (DPO)

– Ministerie van Economische Zaken

– Bestuursdepartement

– Centraal Planbureau (CPB)

– SenterNovem

– Staatstoezicht op de Mijnen (SodM)

– Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa)

– Economische Voorlichtingsdienst (EVD)

– Agentschap Telecom

– Kenniscentrum Professioneel & Innovatief Aanbesteden, Netwerk voor Overheidsopdrachtgevers (PIANOo)

– Regiebureau Inkoop Rijksoverheid

– Octrooicentrum Nederland

– Consumentenautoriteit

– Ministerie van Financiën

– Bestuursdepartement

– Belastingdienst Automatiseringscentrum

– Belastingdienst

– de afzonderlijke Directies der Rijksbelastingen

– Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (incl. Economische Controle dienst (ECD))

– Belastingdienst Opleidingen

– Dienst der Domeinen

– Ministerie van Justitie

– Bestuursdepartement

– Dienst Justitiële Inrichtingen

– Raad voor de Kinderbescherming

– Centraal Justitie Incasso Bureau

– Openbaar Ministerie

– Immigratie en Naturalisatiedienst

– Nederlands Forensisch Instituut

– Dienst Terugkeer & Vertrek

– Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

– Bestuursdepartement

– Dienst Regelingen (DR)

– Agentschap Plantenziektenkundige Dienst (PD)

– Algemene Inspectiedienst (AID)

– Dienst Landelijk Gebied (DLG)

– Voedsel en Waren Autoriteit (VWA)

– Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

– Bestuursdepartement

– Inspectie van het Onderwijs

– Erfgoedinspectie

– Centrale Financiën Instellingen

– Nationaal Archief

– Adviesraad voor Wetenschaps- en Technologiebeleid

– Onderwijsraad

– Raad voor Cultuur

– Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

– Bestuursdepartement

– Inspectie Werk en Inkomen

– Agentschap SZW

– Ministerie van Verkeer en Waterstaat

– Bestuursdepartement

– Directoraat-Generaal Transport en Luchtvaart

– Directoraat-generaal Personenvervoer

– Directoraat-generaal Water

– Centrale diensten

– Shared services Organisatie Verkeer en Waterstaat

– Koninklijke Nederlandse Meteorologisch Instituut KNMI

– Rijkswaterstaat, Bestuur

– De afzonderlijke regionale Diensten van Rijkswaterstaat

– De afzonderlijke specialistische diensten van Rijkswaterstaat

– Adviesdienst Geo-Informatie en ICT

– Adviesdienst Verkeer en Vervoer (AVV)

– Bouwdienst

– Corporate Dienst

– Data ICT Dienst

– Dienst Verkeer en Scheepvaart

– Dienst Weg- en Waterbouwkunde (DWW)

– Rijksinstituut voor Kunst en Zee (RIKZ)

– Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RIZA)

– Waterdienst

– Inspectie Verkeer en Waterstaat, Hoofddirectie

– Port state Control

– Directie Toezichtontwikkeling Communicatie en Onderzoek (TCO)

– Toezichthouder Beheer Eenheid Lucht

– Toezichthouder Beheer Eenheid Water

– Toezichthouder Beheer Eenheid Land

– Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu

– Bestuursdepartement

– Directoraat-generaal Wonen, Wijken en Integratie

– Directoraat-generaal Ruimte

– Directoraat-generaal Milieubeheer

– Rijksgebouwendienst

– VROM Inspectie

– Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

– Bestuursdepartement

– Inspectie Gezondheidsbescherming, Waren en Veterinaire Zaken

– Inspectie Gezondheidszorg

– Inspectie Jeugdhulpverlening en Jeugdbescherming

– Rijksinstituut voor de Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

– Sociaal en Cultureel Planbureau

– Agentschap t.b.v. het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

– Tweede Kamer der Staten-Generaal

– Eerste Kamer der Staten-Generaal

– Raad van State

– Algemene Rekenkamer

– Nationale Ombudsman

– Kanselarij der Nederlandse Orden

– Kabinet der Koningin

– Raad voor de rechtspraak en de Rechtbanken

Oostenrijk

– Bundeskanzleramt

– Bundesministerium für europäische und internationale Angelegenheiten

– Bundesminister für Finanzen

– Bundesministerium für Gesundheit, Familie und Jugend

– Bundesministerium für Inneres

– Bundesministerium für Justiz

– Bundesministerium für Landesverteidigung

– Bundesministerium für Land- und Forstwirtschaft, Umwelt und Wasserwirtschaft

– Bundesministerium für Soziales und Konsumentenschutz

– Bundesministerium für Unterricht, Kunst und Kultur

– Bundesministerium für Verkehr, Innovation und Technologie

– Bundesministerium für Wirtschaft und Arbeit

– Bundesministerium für Bildung und Forschung

– Österreichische Forschungs- und Prüfzentrum Arsenal Gesellschaft m.b.H

– Bundesbeschaffung G.m.b.H

– Bundesrechenzentrum G.m.b.H

Polen

– Kancelaria Prezydenta RP

– Kancelaria Sejmu RP

– Kancelaria Senatu RP

– Kancelaria Prezesa Rady Ministrów

– Sąd Najwyższy

– Naczelny Sąd Administracyjny

– Wojewódzkie sądy administracyjne

– Sądy powszechne — rejonowe, okręgowe i apelacyjne

– Trybunat Konstytucyjny

– Najwyższa Izba Kontroli

– Biuro Rzecznika Praw Obywatelskich

– Biuro Rzecznika Praw Dziecka

– Biuro Ochrony Rządu

– Biuro Bezpieczeństwa Narodowego

– Centralne Biuro Antykorupcyjne

– Ministerstwo Pracy i Polityki Społecznej

– Ministerstwo Finansów

– Ministerstwo Gospodarki

– Ministerstwo Rozwoju Regionalnego

– Ministerstwo Kultury i Dziedzictwa Narodowego

– Ministerstwo Edukacji Narodowej

– Ministerstwo Obrony Narodowej

– Ministerstwo Rolnictwa i Rozwoju Wsi

– Ministerstwo Skarbu Państwa

– Ministerstwo Sprawiedliwości

– Ministerstwo Infrastruktury

– Ministerstwo Nauki i Szkolnictwa Wyższego

– Ministerstwo Środowiska

– Ministerstwo Spraw Wewnętrznych i Administracji

– Ministerstwo Spraw Zagranicznych

– Ministerstwo Zdrowia

– Ministerstwo Sportu i Turystyki

– Urząd Komitetu Integracji Europejskiej

– Urząd Patentowy Rzeczypospolitej Polskiej

– Urząd Regulacji Energetyki

– Urząd do Spraw Kombatantów i Osób Represjonowanych

– Urząd Transportu Kolejowego

– Urząd Dozoru Technicznego

– Urząd Rejestracji Produktów Leczniczych, Wyrobów Medycznych i Produktów Biobójczych

– Urząd do Spraw Repatriacji i Cudzoziemców

– Urząd Zamówień Publicznych

– Urząd Ochrony Konkurencji i Konsumentów

– Urząd Lotnictwa Cywilnego

– Urząd Komunikacji Elektronicznej

– Wyższy Urząd Górniczy

– Główny Urząd Miar

– Główny Urząd Geodezji i Kartografii

– Główny Urząd Nadzoru Budowlanego

– Główny Urząd Statystyczny

– Krajowa Rada Radiofonii i Telewizji

– Generalny Inspektor Ochrony Danych Osobowych

– Państwowa Komisja Wyborcza

– Państwowa Inspekcja Pracy

– Rządowe Centrum Legislacji

– Narodowy Fundusz Zdrowia

– Polska Akademia Nauk

– Polskie Centrum Akredytacji

– Polskie Centrum Badań i Certyfikacji

– Polska Organizacja Turystyczna

– Polski Komitet Normalizacyjny

– Zakład Ubezpieczeń Społecznych

– Komisja Nadzoru Finansowego

– Naczelna Dyrekcja Archiwów Państwowych

– Kasa Rolniczego Ubezpieczenia Społecznego

– Generalna Dyrekcja Dróg Krajowych i Autostrad

– Państwowa Inspekcja Ochrony Roślin i Nasiennictwa

– Komenda Główna Państwowej Straży Pożarnej

– Komenda Główna Policji

– Komenda Główna Straży Granicznej

– Inspekcja Jakości Handlowej Artykułów Rolno-Spożywczych

– Główny Inspektorat Ochrony Środowiska

– Główny Inspektorat Transportu Drogowego

– Główny Inspektorat Farmaceutyczny

– Główny Inspektorat Sanitarny

– Główny Inspektorat Weterynarii

– Agencja Bezpieczeństwa Wewnętrznego

– Agencja Wywiadu

– Agencja Mienia Wojskowego

– Wojskowa Agencja Mieszkaniowa

– Agencja Restrukturacji i Modernizacji Rolnictwa

– Agencja Rynku Rolnego

– Agencja Nieruchomości Rolnych

– Państwowa Agencja Atomistyki

– Polska Agencja Żeglugi Powietrznej

– Polska Agencja Rozwiązywania Problemów Alkoholowych

– Agencja Rezerw Materiałowych

– Narodowy Bank Polski

– Narodowy Fundusz Ochrony Środowiska i Gospodarki Wodnej

– Państwowy Fundusz Rehabilitacji Osób Niepełnosprawnych

– Instytut Pamięci Narodowej — Komisja Ścigania Zbrodni Przeciwko Narodowi Polskiemu

– Rada Ochrony Pamięci Walk i Męczeństwa

– Służba Celna Rzeczypospolitej Polskiej

– Państwowe Gospodarstwo Leśne „Lasy Państwowe”

– Polska Agencja Rozwoju Przedsiębiorczości

– Urzędy wojewódzkie

– Samodzielne Publiczne Zakłady Opieki Zdrowotnej, jeśli ich organem założycielskim jest minister, centralny organ administracji rządowej lub wojewoda

Portugal

– Presidência do Conselho de Ministros

– Ministério das Finanças e da Administração Pública

– Ministério da Defesa Nacional

– Ministério dos Negócios Estrangeiros

– Ministério da Administração Interna

– Ministério da Justiça

– Ministério da Economia e da Inovação

– Ministério da Agricultura, Desenvolvimento Rural e Pescas

– Ministério da Educação

– Ministério da Ciência, Tecnologia e do Ensino Superior

– Ministério da Cultura

– Ministério da Saúde

– Ministério do Trabalho e da Solidariedade Social

– Ministério das Obras Públicas, Transportes e Comunicações

– Ministério do Ambiente, do Ordenamento do Território e do Desenvolvimento Regional

– Presidença da Republica

– Tribunal Constitucional

– Tribunal de Contas

– Provedoria de Justiça

Roemenië

– Administraţia Prezidenţială

– Senatul României

– Camera Deputaţilor

– Inalta Curte de Casaţie şi Justiţie

– Curtea Constituţională

– Consiliul Legislativ

– Curtea de Conturi

– Consiliul Superior al Magistraturii

– Parchetul de pe lângă Inalta Curte de Casaţie şi Justiţie

– Secretariatul General al Guvernului

– Cancelaria primului ministru

– Ministerul Afacerilor Externe

– Ministerul Economiei şi Finanţelor

– Ministerul Justiţiei

– Ministerul Apărării

– Ministerul Internelor şi Reformei Administrative

– Ministerul Muncii, Familiei şi Egalităţii de Sanse

– Ministerul pentru Intreprinderi Mici şi Mijlocii, Comerţ, Turism şi Profesii Liberale

– Ministerul Agriculturii și Dezvoltării Rurale

– Ministerul Transporturilor

– Ministerul Dezvoltării, Lucrărilor Publice şi Locuinţei

– Ministerul Educaţiei Cercetării şi Tineretului

– Ministerul Sǎnǎtǎții Publice

– Ministerul Culturii şi Cultelor

– Ministerul Comunicaţiilor şi Tehnologiei Informaţiei

– Ministerul Mediului şi Dezvoltării Durabile

– Serviciul Român de Informaţii

– Serviciul de Informaţii Externe

– Serviciul de Protecţie şi Pază

– Serviciul de Telecomunicaţii Speciale

– Consiliul Naţional al Audiovizualului

– Consiliul Concurenţei (CC)

– Direcţia Naţională Anticorupţie

– Inspectoratul General de Poliţie

– Autoritatea Naţională pentru Reglementarea şi Monitorizarea Achiziţiilor Publice

– Consiliul Naţional de Soluţionare a Contestaţiilor

– Autoritatea Naţională de Reglementare pentru Serviciile Comunitare de Utilităţi Publice(ANRSC)

– Autoritatea Naţională Sanitară Veterinară şi pentru Siguranţa Alimentelor

– Autoritatea Naţională pentru Protecţia Consumatorilor

– Autoritatea Navală Română

– Autoritatea Feroviară Română

– Autoritatea Rutieră Română

– Autoritatea Naţională pentru Protecţia Drepturilor Copilului

– Autoritatea Naţională pentru Persoanele cu Handicap

– Autoritatea Naţională pentru Turism

– Autoritatea Naţională pentru Restituirea Proprietăţilor

– Autoritatea Naţională pentru Tineret

– Autoritatea Naţională pentru Cercetare Stiinţifica

– Autoritatea Naţională pentru Reglementare în Comunicaţii şi Tehnologia Informaţiei

– Autoritatea Naţională pentru Serviciile Societăţii Informaţionale

– Autoritatea Electorală Permanente

– Agenţia pentru Strategii Guvernamentale

– Agenţia Naţională a Medicamentului

– Agenţia Naţională pentru Sport

– Agenţia Naţională pentru Ocuparea Forţei de Muncă

– Agenţia Naţională de Reglementare în Domeniul Energiei

– Agenţia Română pentru Conservarea Energiei

– Agenţia Naţională pentru Resurse Minerale

– Agenţia Română pentru Investiţii Străine

– Agenţia Naţională pentru Intreprinderi Mici şi Mijlocii şi Cooperaţie

– Agenţia Naţională a Funcţionarilor Publici

– Agenţia Naţională de Administrare Fiscală

– Agenţia de Compensare pentru Achiziţii de Tehnică Specială

– Agenţia Naţională Anti-doping

– Agenţia Nucleară

– Agenţia Naţională pentru Protecţia Familiei

– Agenţia Naţională pentru Egalitatea de Sanse între Bărbaţi şi Femei

– Agenţia Naţională pentru Protecţia Mediului

– Agenţia naţională Antidrog

Slovenië

– Predsednik Republike Slovenije

– Državni zbor Republike Slovenije

– Državni svet Republike Slovenije

– Varuh človekovih pravic

– Ustavno sodišče Republike Slovenije

– Računsko sodišče Republike Slovenije

– Državna revizijska komisja za revizijo postopkov oddaje javnih naročil

– Slovenska akademija znanosti in umetnosti

– Vladne službe

– Ministrstvo za finance

– Ministrstvo za notranje zadeve

– Ministrstvo za zunanje zadeve

– Ministrstvo za obrambo

– Ministrstvo za pravosodje

– Ministrstvo za gospodarstvo

– Ministrstvo za kmetijstvo, gozdarstvo in prehrano

– Ministrstvo za promet

– Ministrstvo za okolje in, prostor

– Ministrstvo za delo, družino in socialne zadeve

– Ministrstvo za zdravje

– Ministrstvo za javno upravo

– Ministrstvo za šolstvo in šport

– Ministrstvo za visoko šolstvo, znanost in tehnologijo

– Ministrstvo za kulturo

– Vrhovno sodišče Republike Slovenije

– višja sodišča

– okrožna sodišča

– okrajna sodišča

– Vrhovno državno tožilstvo Republike Slovenije

– Okrožna državna tožilstva

– Državno pravobranilstvo

– Upravno sodišče Republike Slovenije

– Višje delovno in socialno sodišče

– delovna sodišča

– Davčna uprava Republike Slovenije

– Carinska uprava Republike Slovenije

– Urad Republike Slovenije za preprečevanje pranja denarja

– Urad Republike Slovenije za nadzor prirejanja iger na srečo

– Uprava Republike Slovenije za javna plačila

– Urad Republike Slovenije za nadzor proračuna

– Policija

– Inšpektorat Republike Slovenije za notranje zadeve

– General štab Slovenske vojske

– Uprava Republike Slovenije za zaščito in reševanje

– Inšpektorat Republike Slovenije za obrambo

– Inšpektorat Republike Slovenije za varstvo pred naravnimi in drugimi nesrečami

– Uprava Republike Slovenije za izvrševanje kazenskih sankcij

– Urad Republike Slovenije za varstvo konkurence

– Urad Republike Slovenije za varstvo potrošnikov

– Tržni inšpektorat Republike Slovenije

– Urad Republike Slovenije za intelektualno lastnino

– Inšpektorat Republike Slovenije za elektronske komunikacije, elektronsko podpisovanje in pošto

– Inšpektorat za energetiko in rudarstvo

– Agencija Republike Slovenije za kmetijske trge in razvoj podeželja

– Inšpektorat Republike Slovenije za kmetijstvo, gozdarstvo in hrano

– Fitosanitarna uprava Republike Slovenije

– Veterinarska uprava Republike Slovenije

– Uprava Republike Slovenije za pomorstvo

– Direkcija Republike Slovenije za caste

– Prometni inšpektorat Republike Slovenije

– Direkcija za vodenje investicij v javno železniško infrastrukturo

– Agencija Republike Slovenije za okolje

– Geodetska uprava Republike Slovenije

– Uprava Republike Slovenije za jedrsko varstvo

– Inšpektorat Republike Slovenije za okolje in prostor

– Inšpektorat Republike Slovenije za delo

– Zdravstveni inšpektorat

– Urad Republike Slovenije za kemikalije

– Uprava Republike Slovenije za varstvo pred sevanji

– Urad Republike Slovenije za meroslovje

– Urad za visoko šolstvo

– Urad Republike Slovenije za mladino

– Inšpektorat Republike Slovenije za šolstvo in šport

– Arhiv Republike Slovenije

– Inšpektorat Republike Slovenije za kulturo in medije

– Kabinet predsednika Vlade Republike Slovenije

– Generalni sekretariat Vlade Republike Slovenije

– Služba vlade za zakonodajo

– Služba vlade za evropske zadeve

– Služba vlade za lokalno samoupravo in regionalno politiko

– Urad vlade za komuniciranje

– Urad za enake možnosti

– Urad za verske skupnosti

– Urad za narodnosti

– Urad za makroekonomske analize in razvoj

– Statistični urad Republike Slovenije

– Slovenska obveščevalno-varnostna agencija

– Protokol Republike Slovenije

– Urad za varovanje tajnih podatkov

– Urad za Slovence v zamejstvu in po svetu

– Služba Vlade Republike Slovenije za razvoj

– Informacijski pooblaščenec

– Državna volilna komisija

Slowakije

Ministeries en andere centrale overheidsdiensten, als bedoeld in Wet nr. 575/2001 inzake de structuur van de werkzaamheden van de regering en centrale overheidsdiensten, als gewijzigd bij latere wetgeving:

– Kancelária Prezidenta Slovenskej republiky

– Národná rada Slovenskej republiky

– Ministerstvo hospodárstva Slovenskej republiky

– Ministerstvo financií Slovenskej republiky

– Ministerstvo dopravy, pôšt a telekomunikácií Slovenskej republiky

– Ministerstvo pôdohospodárstva Slovenskej republiky

– Ministerstvo výstavby a regionálneho rozvoja Slovenskej republiky

– Ministerstvo vnútra Slovenskej republiky

– Ministerstvo obrany Slovenskej republiky

– Ministerstvo spravodlivosti Slovenskej republiky

– Ministerstvo zahraničných vecí Slovenskej republiky

– Ministerstvo práce, sociálnych vecí a rodiny Slovenskej republiky

– Ministerstvo životného prostredia Slovenskej republiky

– Ministerstvo školstva Slovenskej republiky

– Ministerstvo kultúry Slovenskej republiky

– Ministerstvo zdravotníctva Slovenskej republiky

– Úrad vlády Slovenskej republiky

– Protimonopolný úrad Slovenskej republiky

– Štatistický úrad Slovenskej republiky

– Úrad geodézie, kartografie a katastra Slovenskej republiky

– Úrad jadrového dozoru Slovenskej republiky

– Úrad pre normalizáciu, metrológiu a skúšobníctvo Slovenskej republiky

– Úrad pre verejné obstarávanie

– Úrad priemyselného vlastníctva Slovenskej republiky

– Správa štátnych hmotných rezerv Slovenskej republiky

– Národný bezpečnostný úrad

– Ústavný súd Slovenskej republiky

– Najvyšši súd Slovenskej republiky

– Generálna prokuratura Slovenskej republiky

– Najvyšši kontrolný úrad Slovenskej republiky

– Telekomunikačný úrad Slovenskej republiky

– Úrad priemyselného vlastníctva Slovenskej republiky

– Úrad pre finančný trh

– Úrad na ochranu osobn ý ch udajov

– Kancelária verejneho ochranu prav

Finland

– Oikeuskanslerinvirasto — Justitiekanslersämbetet

– Liikenne- Ja Viestintäministeriö — Kommunikationsministeriet

– Ajoneuvohallintokeskus AKE — Fordonsförvaltningscentralen AKE

– Ilmailuhallinto — Luftfartsförvaltningen

– Ilmatieteen laitos — Meteorologiska institutet

– Merenkulkulaitos — Sjöfartsverket

– Merentutkimuslaitos — Havsforskningsinstitutet

– Ratahallintokeskus RHK — Banförvaltningscentralen RHK

– Rautatievirasto — Järnvägsverket

– Tiehallinto — Vägförvaltningen

– Viestintävirasto – Kommunikationsverket

– Maa- ja metsätalousministeriö / Jord- och skogsbruksministeriet

– Elintarviketurvallisuusvirasto — Livsmedelssäkerhetsverket

– Maanmittauslaitos – Lantmäteriverket

– Maaseutuvirasto — Landsbygdsverket

– Oikeusministeriö — Justitieministeriet

– Tietosuojavaltuutetun toimisto – Dataombudsmannens byrå

– Tuomioistuimet – domstolar

– Korkein oikeus – Högsta domstolen

– Korkein hallinto-oikeus – Högsta förvaltningsdomstolen

– Hovioikeudet – hovrätter

– Käräjäoikeudet – tingsrätter

– Hallinto-oikeudet –förvaltningsdomstolar

– Markkinaoikeus - Marknadsdomstolen

– Työtuomioistuin – Arbetsdomstolen

– Vakuutusoikeus – Försäkringsdomstolen

– Kuluttajariitalautakunta — Konsumenttvistenämnden

– Vankeinhoitolaitos – Fångvårdsväsendet

– HEUNI — Yhdistyneiden Kansakuntien yhteydessä toimiva Euroopan kriminaalipolitiikan instituutti — HEUNI — Europeiska institutet för kriminalpolitik, verksamt i anslutning till Förenta Nationerna

– Konkurssiasiamiehen toimisto — Konkursombudsmannens byrå

– Kuluttajariitalautakunta — Konsumenttvistenämnden

– Oikeushallinnon palvelukeskus — Justitieförvaltningens servicecentral

– Oikeushallinnon tietotekniikkakeskus — Justitieförvaltningens datateknikcentral

– Oikeuspoliittinen tutkimuslaitos (Optula) — Rättspolitiska forskningsinstitutet

– Oikeusrekisterikeskus — Rättsregistercentralen

– Onnettomuustutkintakeskus — Centralen för undersökning av olyckor

– Rikosseuraamusvirasto — Brottspåföljdsverket

– Rikosseuraamusalan koulutuskeskus — Brottspåföljdsområdets utbildningscentral

– Rikoksentorjuntaneuvosto Rådet för brottsförebyggande

– Saamelaiskäräjät — Sametinget

– Valtakunnansyyttäjänvirasto — Riksåklagarämbetet

– Vankeinhoitolaitos – Fångvårdsväsendet

– Opetusministeriö — Undervisningsministeriet

– Opetushallitus — Utbildningsstyrelsen

– Valtion elokuvatarkastamo — Statens filmgranskningsbyrå

– Puolustusministeriö/Försvarsministeriet

– Puolustusvoimat– Försvarsmakten

– Sisäasiainministeriö — Inrikesministeriet

– Väestörekisterikeskus –Befolkningsregistercentralen

– Keskusrikospoliisi – Centralkriminalpolisen

– Liikkuva poliisi – Rörliga polisen

– Rajavartiolaitos –Gränsbevakningsväsendet

– Lääninhallitukset — Länstyrelserna

– Suojelupoliisi — Skyddspolisen

– Poliisiammattikorkeakoulu — Polisyrkeshögskolan

– Poliisin tekniikkakeskus — Polisens teknikcentral

– Poliisin tietohallintokeskus — Polisens datacentral

– Helsingin kihlakunnan poliisilaitos — Polisinrättningen i Helsingfors

– Pelastusopisto — Räddningsverket

– Hätäkeskuslaitos — Nödcentralsverket

– Maahanmuuttovirasto — Migrationsverket

– Sisäasiainhallinnon palvelukeskus — Inrikesförvaltningens servicecentral

– Sosiaali- Ja Terveysministeriö — Social- Och Hälsovårdsministeriet

– Työttömyysturvan muutoksenhakulautakunta — Besvärsnämnden för utkomstskyddsärenden

– Sosiaaliturvan muutoksenhakulautakunta — Besvärsnämnden för socialtrygghet

– Lääkelaitos – Läkemedelsverket

– Terveydenhuollon oikeusturvakeskus – Rättsskyddscentralen för hälsovården

– Säteilyturvakeskus – Strålsäkerhetscentralen

– Kansanterveyslaitos — Folkhälsoinstitutet

– Lääkehoidon kehittämiskeskus ROHTO — Utvecklingscentralen för läkemedelsbe-handling

– Sosiaali- ja terveydenhuollon tuotevalvontakeskus — Social- och hälsovårdens produkttill-synscentral

– Sosiaali- ja terveysalan tutkimus- ja kehittämiskeskus Stakes — Forsknings- och utvecklingscentralen för social- och hälsovården Stakes

– Vakuutusvalvontavirasto — Försäkringsinspektionen

– Työ- Ja Elinkeinoministeriö — Arbets- Och Näringsministeriet

– Kuluttajavirasto – Konsumentverket

– Kilpailuvirasto – Konkurrensverket

– Patentti- ja rekisterihallitus – Patent- och registerstyrelsen

– Valtakunnansovittelijain toimisto – Riksförlikningsmännens byrå

– Valtion turvapaikanhakijoiden vastaanottokeskukset – Statliga förläggningar för asylsökande

– Energiamarkkinavirasto − Energimarknadsverket

– Geologian tutkimuskeskus — Geologiska forskningscentralen

– Huoltovarmuuskeskus — Försörjningsberedskapscentralen

– Kuluttajatutkimuskeskus — Konsumentforskningscentralen

– Matkailun edistämiskeskus (MEK) — Centralen för turistfrämjande

– Mittatekniikan keskus (MIKES) — Mätteknikcentralen

– Tekes — teknologian ja innovaatioiden kehittämiskeskus −Tekes — utvecklingscentralen för teknologi och innovationer

– Turvatekniikan keskus (TUKES) — Säkerhetsteknikcentralen

– Valtion teknillinen tutkimuskeskus (VTT) — Statens tekniska forskningscentral

– Syrjintälautakunta — Nationella diskrimineringsnämnden

– Työneuvosto — Arbetsrådet

– Vähemmistövaltuutetun toimisto — Minoritetsombudsmannens byrå

– Ulkoasiainministeriö/Utrikesministeriet

– Valtioneuvoston Kanslia — Statsrådets Kansli

– Valtiovarainministeriö — Finansministeriet

– Valtiokonttori – Statskontoret

– Verohallinto – Skatteförvaltningen

– Tullilaitos – Tullverket

– Tilastokeskus — Statistikcentralen

– Valtiontaloudellinen tutkimuskeskus — Statens ekonomiska forskiningscentral

– Ympäristöministeriö — Miljöministeriet

– Suomen ympäristökeskus — Finlands miljöcentral

– Asumisen rahoitus- ja kehityskeskus — Finansierings- och utvecklingscentralen för boendet

– Valtiontalouden tarkastusvirasto – Statens revisionsverk

Zweden

A

– Affärsverket svenska kraftnät

– Akademien för de fria konsterna

– Alkohol- och läkemedelssortiments-nämnden

– Allmänna pensionsfonden

– Allmänna reklamationsnämnd

– Ambassader

– Ansvarsnämnd, statens

– Arbetsdomstolen

– Arbetsförmedlingen

– Arbetsgivarverk, statens

– Arbetslivsinstitutet

– Arbetsmiljöverket

– Arkitekturmuseet

– Arrendenämnder

– Arvsfondsdelegationen

– Arvsfondsdelegationen

B

– Banverket

– Barnombudsmannen

– Beredning för utvärdering av medicinsk metodik, statens

– Bergsstaten

– Biografbyrå, statens

– Biografiskt lexikon, svenskt

– Birgittaskolan

– Blekinge tekniska högskola

– Bokföringsnämnden

– Bolagsverket

– Bostadsnämnd, statens

– Bostadskreditnämnd, statens

– Boverket

– Brottsförebyggande rådet

– Brottsoffermyndigheten

C

– Centrala studiestödsnämnden

D

– Danshögskolan

– Datainspektionen

– Departementen

– Domstolsverket

– Dramatiska institutet

E

– Ekeskolan

– Ekobrottsmyndigheten

– Ekonomistyrningsverket

– Ekonomiska rådet

– Elsäkerhetsverket

– Energimarknadsinspektionen

– Energimyndigheten, statens

– EU/FoU-rådet

– Exportkreditnämnden

– Exportråd, Sveriges

F

– Fastighetsmäklarnämnden

– Fastighetsverk, statens

– Fideikommissnämnden

– Finansinspektionen

– Finanspolitiska rådet

– Finsk-svenska gränsälvskommissionen

– Fiskeriverket

– Flygmedicincentrum

– Folkhälsoinstitut, statens

– Fonden för fukt- och mögelskador

– Forskningsrådet för miljö, areella näringar och samhällsbyggande, Formas

– Folke Bernadotte Akademin

– Forskarskattenämnden

– Forskningsrådet för arbetsliv och socialvetenskap

– Fortifikationsverket

– Forum för levande historia

– Försvarets materielverk

– Försvarets radioanstalt

– Försvarets underrättelsenämnd

– Försvarshistoriska museer, statens

– Försvarshögskolan

– Försvarsmakten

– Försäkringskassan

G

– Gentekniknämnden

– Geologiska undersökning

– Geotekniska institut, statens

– Giftinformationscentralen

– Glesbygdsverket

– Grafiska institutet och institutet för högre kommunikation- och reklamutbildning

– Granskningsnämnden för radio och TV

– Granskningsnämnden för försvarsuppfinningar

– Gymnastik- och Idrottshögskolan

– Göteborgs universitet

H

– Handelsflottans kultur- och fritidsråd

– Handelsflottans pensionsanstalt

– Handelssekreterare

– Handelskamrar, auktoriserade

– Handikappombudsmannen

– Handikappråd, statens

– Harpsundsnämnden

– Haverikommission, statens

– Historiska museer, statens

– Hjälpmedelsinstitutet

– Hovrätterna

– Hyresnämnder

– Häktena

– Hälso- och sjukvårdens ansvarsnämnd

– Högskolan Dalarna

– Högskolan i Borås

– Högskolan i Gävle

– Högskolan i Halmstad

– Högskolan i Kalmar

– Högskolan i Karlskrona/Ronneby

– Högskolan i Kristianstad

– Högskolan i Skövde

– Högskolan i Trollhättan/Uddevalla

– Högskolan på Gotland

– Högskolans avskiljandenämnd

– Högskoleverket

– Högsta domstolen

I

– ILO kommittén

– Inspektionen för arbetslöshetsförsäkringen

– Inspektionen för strategiska producter

– Institut för kommunikationsanalys, statens

– Institut för psykosocial miljömedicin, statens

– Institut för särskilt utbildningsstöd

– Institutet för arbetsmarknadspolitisk utvärdering

– Institutet för rymdfysik

– Institutet för tillväxtpolitiska studier

– Institutionsstyrelse, Statens

– Insättningsgarantinämnden

– Integrationsverket

– Internationella programkontoret för utbildningsområdet

J

– Jordbruksverk, statens

– Justitiekanslern

– Jämställdhetsombudsmannen

– Jämställdhetsnämnden

– Järnvägar, statens

– Järnvägsstyrelsen

K

– Kammarkollegiet

– Kammarrätterna

– Karlstads universitet

– Karolinska Instituut

– Kemikalieinspektionen

– Kommerskollegium

– Konjunkturinstitutet

– Konkurrensverket

– Konstfack

– Konsthögskolan

– Konstnärsnämnden

– Konstråd, statens

– Konsulat

– Konsumentverket

– Krigsvetenskapsakademin

– Krigsförsäkringsnämnden

– Kriminaltekniska laboratorium, statens

– Kriminalvården

– Krisberedskapsmyndigheten

– Kristinaskolan

– Kronofogdemyndigheten

– Kulturråd, statens

– Kungl. Biblioteket

– Kungl. Konsthögskolan

– Kungl. Musikhögskolan i Stockholm

– Kungl. Tekniska högskolan

– Kungl. Vitterhets-, historie- och antikvitetsakademien

– Kungl Vetenskapsakademin

– Kustbevakningen

– Kvalitets- och kompetensråd, statens

– Kärnavfallsfondens styrelse

L

– Lagrådet

– Lantbruksuniveritet, Sveriges

– Lantmäteriverket

– Linköpings universitet

– Livrustkammaren, Skoklosters slott och Hallwylska museet

– Livsmedelsverk, statens

– Livsmedelsekonomiska institutet

– Ljud- och bildarkiv, statens

– Lokala säkerhetsnämnderna vid kärnkraftverk

– Lotteriinspektionen

– Luftfartsverket

– Luftfartsstyrelsen

– Luleå tekniska universitet

– Lunds universitet

– Läkemedelsverket

– Läkemedelsförmånsnämnden

– Länsrätterna

– Länsstyrelserna

– Lärarhögskolan i Stockholm

M

– Malmö högskola

– Manillaskolan

– Maritima muséer, statens

– Marknadsdomstolen

– Medlingsinstitutet

– Meteorologiska och hydrologiska institut, Sveriges

– Migrationsverket

– Militärhögskolor

– Mittuniversitetet

– Moderna museet

– Museer för världskultur, statens

– Musikaliska Akademien

– Musiksamlingar, statens

– Myndigheten för handikappolitisk samordning

– Myndigheten för internationella adoptionsfrågor

– Myndigheten för skolutveckling

– Myndigheten för kvalificerad yrkesutbildning

– Myndigheten för nätverk och samarbete inom högre utbildning

– Myndigheten för Sveriges nätuniversitet

– Myndigheten för utländska investeringar i Sverige

– Mälardalens högskola

N

– Nationalmuseum

– Nationellt centrum för flexibelt lärande

– Naturhistoriska riksmuseet

– Naturvårdsverket

– Nordiska Afrikainstitutet

– Notarienämnden

– Nämnd för arbetstagares uppfinningar, statens

– Nämnden för statligt stöd till trossamfund

– Nämnden för styrelserepresentationsfrågor

– Nämnden mot diskriminering

– Nämnden för elektronisk förvaltning

– Nämnden för RH anpassad utbildning

– Nämnden för hemslöjdsfrågor

O

– Oljekrisnämnden

– Ombudsmannen mot diskriminering på grundav sexuell läggning

– Ombudsmannen mot etnisk diskriminering

– Operahögskolan i Stockholm

P

– Patent- och registreringsverket

– Patentbesvärsrätten

– Pensionsverk, statens

– Personregisternämnd statens, SPAR-nämnden

– Pliktverk, Totalförsvarets

– Polarforskningssekretariatet

– Post- och telestyrelsen

– Premiepensionsmyndigheten

– Presstödsnämnden

R

– Radio- och TV–verket

– Rederinämnden

– Regeringskansliet

– Regeringsrätten

– Resegarantinämnden

– Registernämnden

– Revisorsnämnden

– Riksantikvarieämbetet

– Riksarkivet

– Riksbanken

– Riksdagsförvaltningen

– Riksdagens ombudsmän

– Riksdagens revisorer

– Riksgäldskontoret

– Rikshemvärnsrådet

– Rikspolisstyrelsen

– Riksrevisionen

– Rikstrafiken

– Riksutställningar, Stiftelsen

– Riksvärderingsnämnden

– Rymdstyrelsen

– Rådet för Europeiska socialfonden i Sverige

– Räddningsverk, statens

– Rättshjälpsmyndigheten

– Rättshjälpsnämnden

– Rättsmedicinalverket

S

– Samarbetsnämnden för statsbidrag till trossamfund

– Sameskolstyrelsen och sameskolor

– Sametinget

– SIS, Standardiseringen i Sverige

– Sjöfartsverket

– Skatterättsnämnden

– Skatteverket

– Skaderegleringsnämnd, statens

– Skiljenämnden i vissa trygghetsfrågor

– Skogsstyrelsen

– Skogsvårdsstyrelserna

– Skogs och lantbruksakademien

– Skolverk, statens

– Skolväsendets överklagandenämnd

– Smittskyddsinstitutet

– Socialstyrelsen

– Specialpedagogiska institutet

– Specialskolemyndigheten

– Språk- och folkminnesinstitutet

– Sprängämnesinspektionen

– Statistiska centralbyrån

– Statskontoret

– Stockholms universitet

– Stockholms internationella miljöinstitut

– Strålsäkerhetsmyndigheten

– Styrelsen för ackreditering och teknisk kontroll

– Styrelsen för internationellt utvecklingssamarbete, SIDA

– Styrelsen för Samefonden

– Styrelsen för psykologiskt försvar

– Stängselnämnden

– Svenska institutet

– Svenska institutet för europapolitiska studier

– Svenska ESF rådet

– Svenska Unescorådet

– Svenska FAO kommittén

– Svenska Språknämnden

– Svenska Skeppshypotekskassan

– Svenska institutet i Alexandria

– Sveriges författarfond

– Säkerhetspolisen

– Säkerhets- och integritetsskyddsnämnden

– Södertörns högskola

T

– Taltidningsnämnden

– Talboks- och punktskriftsbiblioteket

– Operahögskolan i Stockholm

– Tingsrätterna

– Tjänstepensions och grupplivnämnd, statens

– Tjänsteförslagsnämnden för domstolsväsendet

– Totalförsvarets forskningsinstitut

– Totalförsvarets pliktverk

– Tullverket

– Turistdelegationen

U

– Umeå universitet

– Ungdomsstyrelsen

– Uppsala universitet

– Utlandslönenämnd, statens

– Utlänningsnämnden

– Utrikesförvaltningens antagningsnämnd

– Utrikesnämnden

– Utsädeskontroll, statens

V

– Valideringsdelegationen

– Valmyndigheten

– Vatten- och avloppsnämnd, statens

– Vattenöverdomstolen

– Verket för förvaltningsutveckling

– Verket för högskoleservice

– Verket för innovationssystem (VINNOVA)

– Verket för näringslivsutveckling (NUTEK)

– Vetenskapsrådet

– Veterinärmedicinska anstalt, statens

– Veterinära ansvarsnämnden

– Väg- och transportforskningsinstitut, statens 

– Vägverket

– Vänerskolan

– Växjö universitet

– Växtsortnämnd, statens

Å

– Åklagarmyndigheten

– Åsbackaskolan

Ö

– Örebro universitet

– Örlogsmannasällskapet

– Östervångsskolan

– Överbefälhavaren

– Överklagandenämnden för högskolan

– Överklagandenämnden för nämndemanna-uppdrag

– Överklagandenämnden för studiestöd

– Överklagandenämnden för totalförsvaret

Verenigd Koninkrijk

– Cabinet Office

– Office of the Parliamentary Counsel

– Central Office of Information

– Charity Commission

– Crown Estate Commissioners (Vote Expenditure Only)

– Crown Prosecution Service

– Department for Business, Enterprise and Regulatory Reform

– Competition Commission

– Gas and Electricity Consumers’ Council

– Office of Manpower Economics

– Department for Children, Schools and Families

– Department of Communities and Local Government

– Rent Assessment Panels

– Department for Culture, Media and Sport

– British Library

– British Museum

– Commission for Architecture and the Built Environment

– The Gambling Commission

– Historic Buildings and Monuments Commission for England (English Heritage)

– Imperial War Museum

– Museums, Libraries and Archives Council

– National Gallery

– National Maritime Museum

– National Portrait Gallery

– Natural History Museum

– Science Museum

– Tate Gallery

– Victoria and Albert Museum

– Wallace Collection

– Department for Environment, Food and Rural Affairs

– Agricultural Dwelling House Advisory Committees

– Agricultural Land Tribunals

– Agricultural Wages Board and Committees

– Cattle Breeding Centre

– Countryside Agency

– Plant Variety Rights Office

– Royal Botanic Gardens, Kew

– Royal Commission on Environmental Pollution

– Department of Health

– Dental Practice Board

– National Health Service Strategic Health Authorities

– NHS Trusts

– Prescription Pricing Authority

– Department for Innovation, Universities and Skills

– Higher Education Funding Council for England

– National Weights and Measures Laboratory

– Patent Office

– Department for International Development

– Department of the Procurator General and Treasury Solicitor

– Legal Secretariat to the Law Officers

– Department for Transport

– Maritime and Coastguard Agency

– Department for Work and Pensions

– Disability Living Allowance Advisory Board

– Independent Tribunal Service

– Medical Boards and Examining Medical Officers (War Pensions)

– Occupational Pensions Regulatory Authority

– Regional Medical Service

– Social Security Advisory Committee

– Export Credits Guarantee Department

– Foreign and Commonwealth Office

– Wilton Park Conference Centre

– Government Actuary’s Department

– Government Communications Headquarters

– Home Office

– HM Inspectorate of Constabulary

– House of Commons

– House of Lords

– Ministry of Defence

– Defence Equipment & Support

– Meteorological Office

– Ministry of Justice

– Boundary Commission for England

– Combined Tax Tribunal

– Council on Tribunals

– Court of Appeal — Criminal

– Employment Appeals Tribunal

– Employment Tribunals

– HMCS Regions, Crown, County and Combined Courts (England and Wales)

– Immigration Appellate Authorities

– Immigration Adjudicators

– Immigration Appeals Tribunal

– Lands Tribunal

– Law Commission

– Legal Aid Fund (England and Wales)

– Office of the Social Security Commissioners

– Parole Board and Local Review Committees

– Pensions Appeal Tribunals

– Public Trust Office

– Supreme Court Group (England and Wales)

– Transport Tribunal

– The National Archives

– National Audit Office

– National Savings and Investments

– National School of Government

– Northern Ireland Assembly Commission

– Northern Ireland Court Service

– Coroners Courts

– County Courts

– Court of Appeal and High Court of Justice in Northern Ireland

– Crown Court

– Enforcement of Judgements Office

– Legal Aid Fund

– Magistrates’ Courts

– Pensions Appeals Tribunals

– Northern Ireland, Department for Employment and Learning

– Northern Ireland, Department for Regional Development

– Northern Ireland, Department for Social Development

– Northern Ireland, Department of Agriculture and Rural Development

– Northern Ireland, Department of Culture, Arts and Leisure

– Northern Ireland, Department of Education

– Northern Ireland, Department of Enterprise, Trade and Investment

– Northern Ireland, Department of the Environment

– Northern Ireland, Department of Finance and Personnel

– Northern Ireland, Department of Health, Social Services and Public Safety

– Northern Ireland, Office of the First Minister and Deputy First Minister

– Northern Ireland Office

– Crown Solicitor’s Office

– Department of the Director of Public Prosecutions for Northern Ireland

– Forensic Science Laboratory of Northern Ireland

– Office of the Chief Electoral Officer for Northern Ireland

– Police Service of Northern Ireland

– Probation Board for Northern Ireland

– State Pathologist Service

– Office of Fair Trading

– Office for National Statistics

– National Health Service Central Register

– Office of the Parliamentary Commissioner for Administration and Health Service Commissioners

– Paymaster General’s Office

– Postal Business of the Post Office

– Privy Council Office

– Public Record Office

– HM Revenue and Customs

– The Revenue and Customs Prosecutions Office

– Royal Hospital, Chelsea

– Royal Mint

– Rural Payments Agency

– Scotland, Auditor-General

– Scotland, Crown Office and Procurator Fiscal Service

– Scotland, General Register Office

– Scotland, Queen’s and Lord Treasurer’s Remembrancer

– Scotland, Registers of Scotland

– The Scotland Office

– The Scottish Ministers

– Architecture and Design Scotland

– Crofters Commission

– Deer Commission for Scotland

– Lands Tribunal for Scotland

– National Galleries of Scotland

– National Library of Scotland

– National Museums of Scotland

– Royal Botanic Garden, Edinburgh

– Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland

– Scottish Further and Higher Education Funding Council

– Scottish Law Commission

– Community Health Partnerships

– Special Health Boards

– Health Boards

– The Office of the Accountant of Court

– High Court of Justiciary

– Court of Session

– HM Inspectorate of Constabulary

– Parole Board for Scotland

– Pensions Appeal Tribunals

– Scottish Land Court

– Sheriff Courts

– Scottish Police Services Authority

– Office of the Social Security Commissioners

– The Private Rented Housing Panel and Private Rented Housing Committees

– Keeper of the Records of Scotland

– The Scottish Parliamentary Body Corporate

– HM Treasury

– Office of Government Commerce

– United Kingdom Debt Management Office

– The Wales Office (Office of the Secretary of State for Wales)

– The Welsh Ministers

– Higher Education Funding Council for Wales

– Local Government Boundary Commission for Wales

– The Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Wales

– Valuation Tribunals (Wales)

– Welsh National Health Service Trusts and Local Health Boards

– Welsh Rent Assessment Panels

BIJLAGE II LIJST VAN WERKZAAMHEDEN IN DE ZIN VAN ARTIKEL 2, LID 8, ONDER a)

Bij verschillen tussen CPV en NACE is de CPV-nomenclatuur van toepassing.

NACE Rev. 1 (1) || code CPV

SECTIE F || BOUWNIJVERHEID

Afdeling || Groep || Klasse || Omschrijving || Toelichting

45 || || || Bouwnijverheid || Deze afdeling omvat: — nieuwbouw, restauratiewerk en gewone reparaties. || 45000000

|| 45.1 || || Het bouwrijp maken van terreinen || || 45100000

|| || 45.11 || Slopen van gebouwen; grondverzet || Deze klasse omvat: — het slopen van gebouwen en andere bouwwerken; — het ruimen van bouwterreinen; — grondverzet: graven, ophogen, egaliseren en nivelleren van bouwterreinen, graven van sleuven en geulen, verwijderen van rotsen, grondverzet met behulp van explosieven enz.; — het geschikt maken van terreinen voor mijnbouw: — verwijderen van deklagen en overige werkzaamheden in verband met de ontsluiting van delfstoffen en de voorbereiding van de ontginning. Deze klasse omvat voorts: — de drainage van bouwterreinen, — de drainage van land- en bosbouwgrond. || 45110000

|| || 45.12 || Proefboren en boren || Deze klasse omvat: — het proefboren en het nemen van bodemmonsters ten behoeve van de bouw of voor geofysische, geologische of dergelijke doeleinden. Deze klasse omvat niet: — het boren van putten voor de aardolie- of aardgaswinning, zie 11.20; — het boren van waterputten, zie 45.25; — het delven van mijnschachten, zie 45.25; — de aardolie- en aardgasexploratie en geofysisch, geologisch en seismisch onderzoek, zie 74.20. || 45120000

|| 45.2 || || Burgerlijke en utiliteitsbouw; weg- en waterbouw || || 45200000

|| || 45.21 || Algemene bouwkundige en civieltechnische werken || Deze klasse omvat: — de bouw van alle soorten gebouwen; de uitvoering van civieltechnische werken; — bruggen, inclusief die voor verhoogde wegen, viaducten, tunnels en ondergrondse doorgangen; — pijpleidingen, kabels en hoogspanningsleidingen over lange afstand; — pijpleidingen, kabels en hoogspanningsleidingen in de bebouwde kom; — bijkomende werken; — het monteren en optrekken van geprefabriceerde constructies ter plaatse. Deze klasse omvat niet: — diensten in verband met de aardolie- en de aardgaswinning, zie 11.20; — het optrekken van volledige geprefabriceerde constructies van zelf vervaardigde onderdelen, niet van beton, zie 20, 26, 28; — bouwwerkzaamheden aan of in stadions, zwembaden, sporthallen, tennisbanen, golfterreinen en andere sportaccommodaties, andere dan het optrekken van gebouwen, zie 45.23; — installatiewerkzaamheden, zie 45.3; — de afwerking van gebouwen, zie 45.4; — architecten en ingenieurs, zie 74.20; — projectbeheer voor de bouw, zie 74.20. || 45210000 met uitzondering van: -45213316 45220000 45231000 45232000

|| || 45.22 || Dakbedekking en bouw van dakconstructies || Deze klasse omvat: — de bouw van daken; — dakbedekking; — het waterdicht maken. || 45261000

|| || 45.23 || Bouw van autowegen en andere wegen, vliegvelden en sportfaciliteiten || Deze klasse omvat: — de bouw van autowegen, straten en andere wegen en paden voor voertuigen en voetgangers; — de bouw van spoorwegen; — de bouw van start- en landingsbanen; — bouwwerkzaamheden aan of in stadions, zwembaden, sporthallen, tennisbanen, golfterreinen en andere sportaccommodaties, andere dan het optrekken van gebouwen; — het schilderen van markeringen op wegen en parkeerplaatsen. Deze klasse omvat niet: — voorafgaand grondverzet, zie 45.11. || 45212212 en DA03 45230000 met uitzondering van: -45231000 -45232000 -45234115

|| || 45.24 || Waterbouw || Deze klasse omvat — de aanleg van: — waterwegen, haven- en rivierwerken, jachthavens, sluizen enz.; — dammen en dijken; — baggerwerk; — werkzaamheden onder water. || 45240000

|| || 45.25 || Overige gespecialiseerde werkzaamheden in de bouw || Deze klasse omvat: — gespecialiseerde bouwwerkzaamheden ten behoeve van diverse bouwwerken, waarvoor specifieke ervaring of een speciale uitrusting nodig is; — bouw van funderingen, inclusief heien; — boren en aanleggen van waterputten, delven van mijnschachten; — opbouw van niet zelf vervaardigde elementen van staal; — buigen van staal; — metselen, inclusief zetten van natuursteen; — optrekken en afbreken van steigers en werkplatforms, inclusief verhuur van steigers en werkplatforms; — bouw van schoorstenen en industriële ovens. Deze klasse omvat niet: — de verhuur van steigers zonder optrekken en afbreken, zie 71.32 || 45250000 45262000

|| 45.3 || || Installatiewerkzaamheden || || 45300000

|| || 45.31 || Elektrische installatie || Deze klasse omvat: de installatie in gebouwen en andere bouwwerken van: — elektrische bedrading en toebehoren; — telecommunicatiesystemen; — elektrische verwarmingssystemen; — antennes; — brandalarmsystemen; — inbraakalarmsystemen; — liften en roltrappen, — bliksemafleiders, enz. || 45213316 45310000 met uitzondering van: -45316000

|| || 45.32 || Isolatie || Deze klasse omvat: — het aanbrengen in gebouwen en andere bouwwerken van isolatiemateriaal (warmte, geluid, trillingen). Deze klasse omvat niet: — het waterdicht maken, zie 45.22. || 45320000

|| || 45.33 || Loodgieterswerk || Deze klasse omvat: — de installatie in gebouwen en andere bouwwerken van: — waterleidingen en artikelen voor sanitair gebruik; — gasaansluitingen; — apparatuur en leidingen voor verwarming, ventilatie, koeling en klimaatregeling; — sprinklerinstallaties. Deze klasse omvat niet: — de installatie en reparatie van elektrische verwarmingsinstallaties, zie 45.31. || 45330000

|| || 45.34 || Overige bouwinstallatie || Deze klasse omvat: — de installatie van verlichtings- en signaleringssystemen voor wegen, spoorwegen, luchthavens en havens; — de installatie in en aan gebouwen en andere bouwwerken van toebehoren, niet elders geklasseerd. || 45234115 45316000 45340000

|| 45.4 || || Afwerking van gebouwen || || 45400000

|| || 45.41 || Stukadoorswerk || Deze klasse omvat: — het aanbrengen van pleister- en stukadoorswerk (inclusief het aanbrengen van een hechtgrond) aan de binnen- of buitenzijde van gebouwen en andere bouwwerken. || 45410000

|| || 45.42 || Schrijnwerk || Deze klasse omvat: — het plaatsen van niet zelf vervaardigde deuren, vensters, kozijnen, inbouwkeukens, trappen, winkelinrichtingen en dergelijke, van hout of van ander materiaal; — de binnenafwerking, zoals plafonds, wandbekleding van hout, verplaatsbare tussenwanden enz. Deze klasse omvat niet: — het leggen van parket of andere houten vloerbedekking, zie 45.43. || 45420000

|| || 45.43 || Vloer- en wandafwerking || Deze klasse omvat: — het aanbrengen in gebouwen en andere bouwwerken van: — — vloer- of wandtegels van keramische stoffen, beton of gehouwen steen; — parket of andere houten vloerbedekking, tapijt en vloerbedekking van linoleum, rubber of kunststof; — vloerbedekking en wandbekleding van terrazzo, marmer, graniet of lei; — behang. || 45430000

|| || 45.44 || Schilderen en glaszetten || Deze klasse omvat: — het schilderen van het binnen- en buitenwerk van gebouwen; — het schilderen van wegen- en waterbouwkundige werken; — het aanbrengen van glas, spiegels enz. Deze klasse omvat niet: — de installatie van vensters, zie 45.42. || 45440000

|| || 45.45 || Overige werkzaamheden in verband met de afwerking van gebouwen || Deze klasse omvat: — de installatie van particuliere zwembaden; — gevelreiniging met behulp van stoom, door middel van zandstralen enz.; — overige werkzaamheden in verband met de afwerking van gebouwen, n.e.g. Deze klasse omvat niet: — het reinigen van het interieur van gebouwen en andere bouwwerken, zie 74.70. || 45212212 en DA04 45450000

|| 45.5 || || Verhuur van bouw- of sloopmachines met bedieningspersoneel || || 45500000

|| || 45.50 || Verhuur van bouw- of sloopmachines met bedieningspersoneel || Deze klasse omvat niet: — de verhuur van bouw- en sloopmachines zonder bedieningspersoneel, zie 71.32. || 45500000

(1) Verordening (EEG) nr. 3037/90 van de Raad van 9 oktober 1990 betreffende de statistische nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap (PB L 293 van 24.10.1990, blz. 1), verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 761/93 van de Commissie (PB L 83 van 3.4.1993, blz. 1).

BIJLAGE III LIJST VAN PRODUCTEN, ALS BEDOELD IN ARTIKEL 4, ONDER B), BETREFFENDE HET GUNNEN DOOR AANBESTEDENDE DIENSTEN VAN OPDRACHTEN OP HET GEBIED VAN DEFENSIE

De enige met het oog op deze richtlijn toepasselijke tekst is die van bijlage 1, onder 3) van de GPA (Overeenkomst inzake overheidsopdrachten), waarop de volgende indicatieve lijst van producten is gebaseerd:

Hoofdstuk 25: || Zout; zwavel; aarde en steen; gips, kalk en cement

Hoofdstuk 26: || Metaalertsen, slakken en assen

Hoofdstuk 27: || Minerale brandstoffen, aardolie en distillatieproducten daarvan; bitumineuze stoffen; minerale was, met uitzondering van: ex 27.10: bijzondere motorbrandstoffen

Hoofdstuk 28: || AnorganisaaAnorganische chemische producten; anorganische of organische verbindingen van edele metalen, vanmetalen, van radioactieve elementen, van zeldzame aardmetalen en van isotopen, met uitzondering van: ex 28.09: springstoffen ex 28.13: springstoffen ex 28.14: traangas ex 28.28: springstoffen ex 28.32: springstoffen ex 28.39: springstoffen ex 28.50: toxische producten ex 28.51: toxische producten ex 28.54: springstoffen

Hoofdstuk 29: || Organische chemische producten met uitzondering van: ex 29.03: springstoffen ex 29.04: springstoffen ex 29.07: springstoffen ex 29.08: springstoffen ex 29.11: springstoffen ex 29.12: springstoffen ex 29.13: toxische producten ex 29.14: toxische producten ex 29.15: toxische producten ex 29.21: toxische producten ex 29.22: toxische producten ex 29.23: toxische producten ex 29.26: springstoffen ex 29.27: toxische producten ex 29.29: springstoffen

Hoofdstuk 30: || Farmaceutische producten

Hoofdstuk 31: || Meststoffen

Hoofdstuk 32: || Looi- en verfextracten; looizuur (tannine) en derivaten daarvan; pigmenten en andere kleur- en verfstoffen; verf en vernis; mastiek; inkt

Hoofdstuk 33: || Etherische oliën en harsaroma’s; parfumerieën, toiletartikelen en cosmetische producten

Hoofdstuk 34: || Zeep, organische tensioactieve producten; wasmiddelen, smeermiddelen, kunstwas, bereide was, poets- en onderhoudsmiddelen, kaarsen en dergelijke artikelen, modelleerpasta’s en tandtechnische waspreparaten

Hoofdstuk 35: || Eiwitstoffen; gewijzigd zetmeel; lijm; enzymen

Hoofdstuk 37: || Producten voor fotografie en cinematografie

Hoofdstuk 38: || Diverse producten van de chemische industrie, met uitzondering van: ex 38.19: toxische producten

Hoofdstuk 39: || Kunstmatige plastische stoffen, ethers en esters van cellulose, kunstharsen en werken daarvan, met uitzondering van: ex 39.03: springstoffen

Hoofdstuk 40: || Rubber (natuurlijke en synthetische rubber en factis) en werken van rubber, met uitzondering van: ex 40.11: kogelbestendige banden

Hoofdstuk 41: || Huiden en vellen (andere dan pelterijen), alsmede leder

Hoofdstuk 42: || Lederwaren; zadel- en tuigmakerswerk; reisartikelen, handtassen en dergelijke bergingsmiddelen; werken van darmen

Hoofdstuk 43: || Pelterijen en bontwerk; namaakbont

Hoofdstuk 44: || Hout, houtskool en houtwaren

Hoofdstuk 45: || Kurk en kurkwaren

Hoofdstuk 46: || Vlechtwerk en mandenmakerswerk

Hoofdstuk 47: || Stoffen voor het vervaardigen van papier

Hoofdstuk 48: || Papier en karton; cellulose-, papier- en kartonwaren

Hoofdstuk 49: || Artikelen van de uitgeverij, van de pers of van een andere grafische industrie; geschreven of getypte teksten en plannen

Hoofdstuk 65: || Hoofddeksels en delen daarvan

Hoofdstuk 66: || Paraplu’s, parasols, wandelstokken, zitstokken, zwepen, rijzwepen, alsmede delen daarvan

Hoofdstuk 67: || Geprepareerde veren en geprepareerd dons en artikelen van veren of van dons; kunstbloemen; werken van mensenhaar

Hoofdstuk 68: || Werken van steen, van gips, van cement, van asbest, van mica en van dergelijke stoffen

Hoofdstuk 69: || Keramische producten

Hoofdstuk 70: || Glas en glaswerk

Hoofdstuk 71: || Echte en gekweekte parels, edelstenen en halfedelstenen, edele metalen en metalen geplateerd met edele metalen, alsmede werken daarvan; fancybijouterieën

Hoofdstuk 73: || Gietijzer, ijzer en staal

Hoofdstuk 74: || Koper en werken van koper

Hoofdstuk 75: || Nikkel en werken van nikkel

Hoofdstuk 76: || Aluminium en werken van aluminium

Hoofdstuk 77: || Magnesium en beryllium en werken daarvan

Hoofdstuk 78: || Lood en werken van lood

Hoofdstuk 79: || Zink en werken van zink

Hoofdstuk 80: || Tin en werken van tin

Hoofdstuk 81: || Andere onedele metalen; cermets; werken van deze stoffen

Hoofdstuk 82: || Gereedschap; messenmakerswerk, lepels en vorken, van onedel metaal, met uitzondering van: ex 82.05: gereedschappen ex 82.07: gereedschappen, onderdelen

Hoofdstuk 83: || Allerlei werken van onedele metalen

Hoofdstuk 84: || Stoomketels, machines, toestellen en mechanische werktuigen, met uitzondering van: ex 84.06: motoren ex 84.08: andere motoren ex 84.45: machines ex 84.53: automatische gegevensverwerkende machines ex 84.55: delen van machines van post 84.53 ex 84.59: kernreactoren

Hoofdstuk 85: || Elektrische machines, apparaten en toestellen; artikelen voor elektrotechnisch gebruik, met uitzondering van: ex 85.13: telecommunicatieapparatuur ex 85.15: zendtoestellen

Hoofdstuk 86: || Rollend en ander materieel voor spoor- en tramwegen; niet elektrische signaal- en waarschuwingstoestellen voor het verkeer, met uitzondering van: ex 86.02: gepantserde elektrische locomotieven ex 86.03: andere gepantserde locomotieven ex 86.05: gepantserde wagons ex 86.06: reparatiewagens ex 86.07: goederenwagens

Hoofdstuk 87: || Automobielen, tractoren, rijwielen, motorrijwielen en andere voertuigen, voor vervoer over land, met uitzondering van: ex 87.08: gevechtswagens en pantserauto’s ex 87.01: tractoren ex 87.02: militaire voertuigen ex 87.03: takelwagens ex 87.09: motorfietsen ex 87.14: aanhangwagens

Hoofdstuk 89: || Scheepvaart met uitzondering van: ex 89.01A: oorlogsschepen

Hoofdstuk 90: || Optische instrumenten, apparaten en toestellen; instrumenten, apparaten en toestellen voor de fotografie en de cinematografie; meet-, verificatie-, controle- en precisie-instrumenten, -apparaten en -toestellen; medische en chirurgische instrumenten, apparaten en toestellen, met uitzondering van: ex 90.05: binocles (dubbele kijkers) ex 90.13: diverse instrumenten, lasers ex 90.14: telemeters ex 90.28: elektrische en elektronische meetinstrumenten ex 90.11: microscopen ex 90.17: instrumenten voor de geneeskunde ex 90.18: toestellen voor mechanische therapie ex 90.19: orthopedische toestellen ex 90.20: röntgentoestellen

Hoofdstuk 91: || Uurwerken

Hoofdstuk 92: || Muziekinstrumenten; toestellen voor het opnemen of het weergeven van geluid, toestellen voor het opnemen of het weergeven van beelden en geluid voor televisie, alsmede delen en toebehoren van deze toestellen

Hoofdstuk 94: || Meubelen (ook voor medisch of voor chirurgisch gebruik); artikelen voor bedden en dergelijke artikelen, met uitzondering van: ex 94.01A: zitmeubelen voor luchtvaartuigen

Hoofdstuk 95: || Stoffen geschikt om te worden gesneden of te worden gevormd, in bewerkte staat (werken daaronder begrepen)

Hoofdstuk 96: || Bezems en borstels, kwasten en penselen, poederdonsjes en zeven

Hoofdstuk 98: || Diverse werken

BIJLAGE IV EISEN TEN AANZIEN VAN MIDDELEN VOOR DE ELEKTRONISCHE ONTVANGST VAN INSCHRIJVINGEN, VERZOEKEN TOT DEELNEMING OF PLANNEN EN ONTWERPEN BIJ PRIJSVRAGEN

De middelen voor de elektronische ontvangst van inschrijvingen, verzoeken tot deelneming en plannen en ontwerpen moeten door passende technische voorzieningen en procedures ten minste de waarborg bieden dat:

(a) het exacte tijdstip en de exacte datum van ontvangst van inschrijvingen, verzoeken tot deelneming en plannen en ontwerpen precies kunnen worden vastgesteld;

(b) redelijkerwijs kan worden verzekerd dat niemand vóór de opgegeven uiterste data toegang kan hebben tot de op grond van onderhavige eisen verstrekte informatie;

(c) bij een inbreuk op dit toegangsverbod redelijkerwijs kan worden verzekerd dat de inbreuk zonder problemen kan worden opgespoord;

(d) alleen de gemachtigde personen de data voor openbaarmaking van de ontvangen informatie kunnen vaststellen of wijzigen;

(e) tijdens de verschillende fasen van de aanbestedingsprocedure of van de prijsvraag alleen een gelijktijdig optreden van de gemachtigde personen toegang kan geven tot het geheel of een gedeelte van de verstrekte informatie;

(f) het gelijktijdig optreden van de gemachtigde personen slechts na de opgegeven datum toegang tot de verstrekte informatie kan geven;

(g) de met toepassing van de onderhavige eisen ontvangen en openbaar gemaakte informatie slechts toegankelijk blijft voor de tot inzage gemachtigde personen, en

(h) authenticatie van inschrijvingen moet voldoen aan de in deze bijlage vermelde eisen.

BIJLAGE V LIJST VAN INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN ALS BEDOELD IN DE ARTIKELEN 23 EN 66

Er zijn overeenkomsten gesloten met de volgende landen of groepen landen:

– Albanië (PB L 107 van 28.4.2009)

– Bosnië (PB L 169 van 30.6.2008)

– CARIFORUM (PB L 289 van 30.10.2008)

– Chili (PB L 352 van 30.12.2002)

– Kroatië (PB L 26 van 28.1.2005)

– Mexico (PB L 276 van 28.10.2000, L 157 van 30.6.2000)

– Montenegro (PB L 345 van 28.12.2007)

– Zuid-Korea - (PB L 127 van 14.5.2011)

– Zwitserland (PB L 300 van 31.12.1972)

BIJLAGE VI INLICHTINGEN DIE IN AANKONDIGINGEN MOETEN WORDEN OPGENOMEN

DEEL A INLICHTINGEN DIE IN AANKONDIGINGEN VAN BEKENDMAKING VAN EEN VOORAANKONDIGING VIA EEN KOPERSPROFIEL MOETEN WORDEN OPGENOMEN (in de zin van artikel 46, lid 1)

1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving hierin voorziet), adres inclusief NUTS-code, telefoonnummer, faxnummer, e-mail- en internetadres van de aanbestedende dienst en, indien het een andere dienst betreft, van de dienst waar nadere inlichtingen kunnen worden verkregen.

2. Type aanbestedende dienst en uitgeoefende hoofdactiviteit.

3. Indien van toepassing, vermelding dat de aanbestedende dienst een aankoopcentrale is; of dat het om een andere vorm van gezamenlijke aanbesteding gaat.

4. Codenummer(s) van de CPV-nomenclatuur.

5. Internetadres van het "kopersprofiel" (URL).

6. Datum van verzending van de aankondiging van bekendmaking van de vooraankondiging in het kopersprofiel.

DEEL B INLICHTINGEN DIE IN VOORAANKONDIGINGEN MOETEN WORDEN OPGENOMEN (in de zin van artikel 46)

I. INLICHTINGEN DIE IN ALLE GEVALLEN MOETEN WORDEN OPGENOMEN

1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving hierin voorziet), adres inclusief NUTS-code, telefoonnummer, faxnummer, e-mail- en internetadres van de aanbestedende dienst en, indien het een andere dienst betreft, van de dienst waar nadere inlichtingen kunnen worden verkregen.

2. E-mail- of internetadres waar het bestek en eventuele aanvullende documentatie vrij, rechtstreeks, volledig en gratis toegankelijk is.

3. Type aanbestedende dienst en uitgeoefende hoofdactiviteit.

4. Indien van toepassing, vermelding dat de aanbestedende dienst een aankoopcentrale is of dat het om een andere vorm van gezamenlijke aanbesteding gaat.

5. Codenummer(s) van de CPV-nomenclatuur; indien de opdracht in percelen is verdeeld, moet deze informatie voor elk perceel worden verstrekt.

6. NUTS-code voor de hoofdlocatie van de werken in het geval van opdrachten voor werken of NUTS-code voor de hoofdplaats van levering of uitvoering voor opdrachten voor leveringen en diensten; indien de opdracht in percelen is verdeeld, moet deze informatie voor elk perceel worden verstrekt.

7. Beknopte beschrijving van de aanbesteding: aard en omvang van werken, aard en hoeveelheid of waarde van leveringen, aard en omvang van diensten.

8. Indien deze aankondiging niet als oproep tot mededinging wordt gebruikt, vermoedelijke datum of data voor bekendmaking van een aankondiging van een opdracht of aankondigingen van opdrachten ten aanzien van de in deze vooraankondiging bedoelde opdracht(en).

9. Datum van verzending van de aankondiging.

10. Alle overige relevante informatie.

11. Vermelding of de opdracht onder de overeenkomst valt.

II. AANVULLENDE INLICHTINGEN DIE MOETEN WORDEN VERSTREKT WANNEER DE AANKONDIGING DIENT ALS OPROEP TOT MEDEDINGING (ARTIKEL 46, LID 2)

1. Vermelding van het feit dat belangstellende leveranciers de dienst op de hoogte moeten brengen van hun belangstelling voor de opdracht(en).

2. Aard van de procedure voor het gunnen (niet-openbaar of mededingingsprocedure van gunning door onderhandelingen, dynamisch aankoopsysteem, concurrentiegerichte dialoog of innovatiepartnerschap).

3. Indien van toepassing, vermelding of:

(a) het om een raamovereenkomst gaat,

(b) het om een dynamisch aankoopsysteem gaat.

4. Tijdskader voor de levering van goederen, werken of diensten en looptijd van de opdracht voor zover al bekend.

5. De voorwaarden voor deelneming, voor zover al bekend, waaronder:

(a) indien van toepassing, de vermelding dat het gaat om een overheidsopdracht die is voorbehouden aan sociale werkplaatsen of waarvan de uitvoering is voorbehouden in het kader van programma's voor beschermde arbeid,

(b) indien van toepassing, vermelding of het verlenen van de dienst ingevolge wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen aan een bepaalde beroepsgroep is voorbehouden,

(c) een beknopte beschrijving van de selectiecriteria.

6. Beknopte omschrijving van de voor gunning van de opdracht te gebruiken criteria voor zover al bekend: "laagste kosten" of "economisch voordeligste inschrijving".

7. Geraamde totale waarde van de opdracht(en) voor zover al bekend; indien de opdracht in percelen is verdeeld, moet deze informatie voor elk perceel worden verstrekt.

8. Uiterste data voor de ontvangst van de blijken van belangstelling.

9. Adres waarnaar de blijken van belangstelling verzonden moeten worden.

10. Taal of talen waarin de aanvragen tot deelneming of inschrijvingen moeten worden ingediend.

11. Indien van toepassing, vermelding of:

(a) elektronische indiening van inschrijvingen of verzoeken tot deelneming vereist is/wordt aanvaard,

(b) er gebruik wordt gemaakt van elektronische orderplaatsing,

(c) er gebruik wordt gemaakt van elektronische facturering,

(d) elektronische betalingen worden aanvaard.

12. Informatie over of de opdracht verband houdt met een project en/of programma dat met middelen van de Europese Unie wordt gefinancierd.

13. Naam en adres van de toezichtsinstantie en de instantie die bevoegd is voor beroepsprocedures en eventueel bemiddelingsprocedures. Precieze aanduiding van de termijnen voor beroepsprocedures, of, in voorkomend geval, naam, adres, telefoonnummer, faxnummer en e-mailadres van de dienst waar deze inlichtingen kunnen worden verkregen.

DEEL C INLICHTINGEN DIE IN AANKONDIGINGEN VAN OPDRACHTEN MOETEN WORDEN OPGENOMEN (in de zin van artikel 47)

1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving hierin voorziet), adres inclusief NUTS-code, telefoonnummer, faxnummer, e-mail- en internetadres van de aanbestedende dienst en, indien het een andere dienst betreft, van de dienst waar nadere inlichtingen kunnen worden verkregen.

2. E-mail- of internetadres waar het bestek en eventuele aanvullende documentatie vrij, rechtstreeks, volledig en gratis toegankelijk is.

3. Type aanbestedende dienst en uitgeoefende hoofdactiviteit.

4. Indien van toepassing, vermelding dat de aanbestedende dienst een aankoopcentrale is of dat het om een andere vorm van gezamenlijke aanbesteding gaat.

5. Codenummer(s) van de CPV-nomenclatuur; indien de opdracht in percelen is verdeeld, moet deze informatie voor elk perceel worden verstrekt.

6. NUTS-code voor de hoofdlocatie van de werken in het geval van opdrachten voor werken of NUTS-code voor de hoofdplaats van levering of uitvoering voor opdrachten voor leveringen en diensten; indien de opdracht in percelen is verdeeld, moet deze informatie voor elk perceel worden verstrekt.

7. Beschrijving van de aanbesteding: aard en omvang van werken, aard en hoeveelheid of waarde van leveringen, aard en omvang van diensten. Indien de opdracht in percelen is verdeeld, moet deze informatie voor elk perceel worden verstrekt. Indien van toepassing, beschrijving van eventuele opties.

8. Geraamde totale waarde van de opdracht/opdrachten; indien de opdracht in percelen is verdeeld, moet deze informatie voor elk perceel worden verstrekt.

9. Toelating of verbod van varianten.

10. Tijdskader voor de levering van leveringen, werken of diensten en, voor zover mogelijk, looptijd van de opdracht.

(a) Bij raamovereenkomsten: beoogde looptijd van de raamovereenkomst, in voorkomend geval, onder vermelding van de redenen voor een looptijd van meer dan vier jaar; voor zover mogelijk, vermelding van waarde en frequentie van de te gunnen opdrachten, aantal ondernemers dat zal deelnemen, en, in voorkomend geval het maximumaantal.

(b) Vermelding van de geplande duur van het systeem, ingeval van een dynamisch aankoopsysteem; voor zover mogelijk, vermelding van waarde en frequentie van de te gunnen opdrachten.

11. Voorwaarden voor deelneming met inbegrip van:

(a) indien van toepassing, de vermelding dat het gaat om een overheidsopdracht die is voorbehouden aan sociale werkplaatsen of waarvan de uitvoering is voorbehouden in het kader van programma's voor beschermde arbeid,

(b) indien van toepassing, vermelding of het verlenen van de dienst ingevolge wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen aan een bepaalde beroepsgroep is voorbehouden; verwijzing naar de desbetreffende wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen,

(c) een lijst en een beknopte omschrijving van de criteria betreffende de persoonlijke situatie van ondernemers die tot hun uitsluiting kunnen leiden en van selectiecriteria; eventueel vereiste specifieke minimumeisen ten aanzien van de bekwaamheid; vermelding van vereiste informatie (eigen verklaringen, documentatie).

12. Het type gunningsprocedure; indien van toepassing, motivering van de toepassing van een versnelde procedure (in geval van een openbare procedure, een niet-openbare procedure of een mededingingsprocedure van gunning door onderhandelingen).

13. Indien van toepassing, vermelding of:

(a) het om een raamovereenkomst gaat,

(b) het om een dynamisch aankoopsysteem gaat,

(c) er sprake is van een elektronische veiling (in geval van een openbare procedure, een niet-openbare procedure of een mededingingsprocedure van gunning door onderhandelingen).

14. Wanneer de opdracht in percelen moet worden verdeeld, vermelding van de mogelijkheid voor de ondernemers om voor één, meer en/of alle percelen in te schrijven. Vermelding van een eventuele beperking van het aantal percelen dat aan één inschrijver kan worden gegund. Wanneer de opdracht niet in percelen is verdeeld, een vermelding van de redenen daarvan.

15. Voor de niet-openbare procedures, de mededingingsprocedures van gunning door onderhandelingen, de concurrentiegerichte dialogen of de innovatiepartnerschappen waar gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid tot beperking van het aantal kandidaten voor het indienen van inschrijvingen, de dialoog of de onderhandelingen: minimumaantal en, in voorkomend geval, maximumaantal kandidaten en objectieve criteria voor de bepaling van het aantal kandidaten in kwestie.

16. Voor de mededingingsprocedures van gunning door onderhandelingen, de concurrentiegerichte dialogen of de innovatiepartnerschappen, indien van toepassing, vermelding van de toepassing van een procedure in achtereenvolgende fasen waarbij het aantal te bespreken oplossingen of ter onderhandeling openstaande inschrijvingen geleidelijk wordt beperkt.

17. Indien van toepassing, de bijzondere voorwaarden voor de uitvoering van de opdracht(en).

18. De criteria die moeten worden toegepast voor de gunning van de opdracht(en) "laagste kosten" of "economisch voordeligste inschrijving". De criteria voor de vaststelling van de economisch voordeligste inschrijving en de weging ervan moeten worden vermeld wanneer zij niet in het bestek, of, in geval van een concurrentiegerichte dialoog, in het beschrijvende document zijn opgenomen.

19. Uiterste datum voor de ontvangst van de inschrijvingen (openbare procedures) of verzoeken tot deelneming (niet-openbare procedures, mededingingsprocedures van gunning door onderhandelingen, dynamische aankoopsystemen, concurrentiegerichte dialogen of innovatiepartnerschappen).

20. Adres waar de inschrijvingen of verzoeken tot deelneming naartoe moeten worden gestuurd.

21. In geval van een openbare procedure:

(a) termijn gedurende welke de inschrijver zijn inschrijving gestand moet doen,

(b) dag, tijd en plaats voor de opening van de inschrijvingen,

(c) personen die bij de opening worden toegelaten.

22. Taal of talen die moeten worden gebruikt bij inschrijvingen of verzoeken tot deelneming.

23. Indien van toepassing, vermelding of:

(a) elektronische indiening van inschrijvingen of verzoeken tot deelneming wordt aanvaard,

(b) er gebruik wordt gemaakt van elektronische orderplaatsing,

(c) elektronische facturering wordt aanvaard,

(d) elektronische betalingen worden gebruikt.

24. Informatie over of de opdracht verband houdt met een project en/of programma dat met middelen van de Europese Unie wordt gefinancierd.

25. Naam en adres van de toezichtsinstantie en de instantie die bevoegd is voor beroepsprocedures en eventueel bemiddelingsprocedures. Preciseringen betreffende de termijnen voor beroepsprocedures of, in voorkomend geval, naam, adres, telefoonnummer, faxnummer en e-mailadres van de dienst waar deze inlichtingen kunnen worden verkregen.

26. Datum of data van en verwijzing(en) naar eerdere bekendmakingen in het Publicatieblad van de Europese Unie ten aanzien van de in deze aankondiging bekendgemaakte opdracht(en).

27. Bij een serie periodiek terugkerende opdrachten, geraamde tijdstippen waarop vervolgaankondigingen worden bekendgemaakt.

28. Datum van verzending van de aankondiging.

29. Vermelding of de opdracht onder de overeenkomst valt.

30. Alle overige relevante informatie.informatie.

DEEL D GEGEVENS DIE IN AANKONDIGINGEN VAN GEGUNDE OVERHEIDSOPDRACHTEN MOETEN WORDEN OPGENOMEN (in de zin van artikel 48)

1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving hierin voorziet), adres inclusief NUTS-code, telefoonnummer, faxnummer, e-mail- en internetadres van de aanbestedende dienst en, indien het een andere dienst betreft, van de dienst waar nadere inlichtingen kunnen worden verkregen.

2. Type aanbestedende dienst en uitgeoefende hoofdactiviteit.

3. Indien van toepassing, vermelding dat de aanbestedende dienst een aankoopcentrale is of dat het om een andere vorm van gezamenlijke aanbesteding gaat.

4. Codenummer(s) van de CPV-nomenclatuur.

5. NUTS-code voor de hoofdlocatie van de werken in het geval van opdrachten voor werken of NUTS-code voor de hoofdplaats van levering of uitvoering voor opdrachten voor leveringen en diensten.

6. Beschrijving van de aanbesteding: aard en omvang van werken, aard en hoeveelheid of waarde van leveringen, aard en omvang van diensten. Indien de opdracht in percelen is verdeeld, moet deze informatie voor elk perceel worden verstrekt. Indien van toepassing, beschrijving van eventuele opties.

7. Het type gunningsprocedure; in geval van een procedure van gunning via onderhandelingen zonder bekendmaking van een aankondiging van een opdracht (artikel 30), motivering van de keuze van de procedure.

8. Indien van toepassing, vermelding of:

(a) het om een raamovereenkomst ging,

(b) het om een dynamisch aankoopsysteem ging.

9. De in artikel 66 bedoelde criteria die zijn toegepast voor de gunning van de opdracht(en). Indien van toepassing, vermelding van of er sprake was van gebruikmaking van een elektronische veiling (in geval van een openbare procedure, een niet-openbare procedure of een mededingingsprocedure van gunning door onderhandelingen).

10. Datum van het besluit of de besluiten tot gunning van de opdracht.

11. Aantal ontvangen inschrijvingen ten aanzien van elke gunning, met inbegrip van:

(a) het aantal uit het midden- en kleinbedrijf ontvangen inschrijvingen,

(b) het aantal uit het buitenland ontvangen inschrijvingen,

(c) het aantal elektronisch ontvangen inschrijvingen.

12. Per gunning, naam, adres inclusief NUTS-code, telefoonnummer, faxnummer, e-mail- en internetadres van de begunstigde(n) met inbegrip van

(a) informatie of de aangewezen inschrijver tot het midden- en kleinbedrijf behoort,

(b) informatie of de opdracht aan een combinatie van ondernemers is gegund.

13. Waarde van de begunstigde inschrijving(en) of de hoogste en de laagste inschrijving die bij de gunning(en) in aanmerking zijn genomen.

14. Indien van toepassing, voor elke gunning, gedeelte van de opdracht dat aan derden in onderaanbesteding kan worden gegeven en de waarde daarvan.

15. Informatie over of de opdracht verband houdt met een project en/of programma dat met middelen van de Europese Unie wordt gefinancierd.

16. Naam en adres van de toezichtsinstantie en de instantie die bevoegd is voor beroepsprocedures en eventueel bemiddelingsprocedures. Preciseringen betreffende de termijn voor beroepsprocedures of, in voorkomend geval, naam, adres, telefoonnummer, faxnummer en e-mailadres van de dienst waar deze inlichtingen kunnen worden verkregen.

17. Datum of data van en verwijzing(en) naar eerdere bekendmakingen in het Publicatieblad van de Europese Unie ten aanzien van de in deze aankondiging bekendgemaakte opdracht(en).

18. Datum van verzending van de aankondiging.

19. Alle overige relevante informatieinformatie.

DEEL E INFORMATIE DIE IN AANKONDIGINGEN VAN PRIJSVRAGEN MOET WORDEN OPGENOMEN (in de zin van artikel 79, lid 1)

1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving hierin voorziet), adres inclusief NUTS-code, telefoonnummer, faxnummer, e-mail- en internetadres van de aanbestedende dienst en, indien het een andere dienst betreft, van de dienst waar nadere inlichtingen kunnen worden verkregen.

2. E-mail- of internetadres waar het bestek en eventuele aanvullende documentatie vrij, rechtstreeks, volledig en gratis toegankelijk is.

3. Type aanbestedende dienst en uitgeoefende hoofdactiviteit.

4. Indien van toepassing, vermelding dat de aanbestedende dienst een aankoopcentrale is of dat het om een andere vorm van gezamenlijke aanbesteding gaat.

5. Codenummer(s) van de CPV-nomenclatuur; indien de opdracht in percelen is verdeeld, moet deze informatie voor elk perceel worden verstrekt.

6. Omschrijving van de belangrijkste kenmerken van het project.

7. Indien van toepassing, aantal en waarde van de prijzen.

8. Type prijsvraag (openbaar of niet-openbaar).

9. In geval van een openbare prijsvraag, uiterste datum voor de indiening van ontwerpen.

10. In geval van een niet-openbare prijsvraag:

(a) beoogd aantal deelnemers,

(b) indien van toepassing, namen van reeds geselecteerde deelnemers,

(c) criteria voor selectie van de deelnemers,

(d) uiterste datum voor de verzoeken tot deelneming.

11. Indien van toepassing, vermelding dat de deelneming voorbehouden is aan een specifieke beroepsgroep.

12. Criteria die bij de beoordeling van de ontwerpen zullen worden gehanteerd.

13. Indien van toepassing, namen van geselecteerde juryleden.

14. Vermelding of het besluit van de jury voor de aanbestedende dienst bindend is.

15. Indien van toepassing, aan alle deelnemers uit te betalen bedragen.

16. Vermelding of de overheidsopdrachten naar aanleiding van de prijsvraag al dan niet zullen worden gegund aan de winnaar(s) van de prijsvraag.

17. Datum van verzending van de aankondiging.

18. Alle overige relevante informatie.

DEEL F INFORMATIE DIE IN AANKONDIGINGEN VAN UITSLAGEN VAN PRIJSVRAGEN MOET WORDEN OPGENOMEN (in de zin van artikel 79, lid 2)

1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving hierin voorziet), adres inclusief NUTS-code, telefoonnummer, faxnummer, e-mail- en internetadres van de aanbestedende dienst en, indien het een andere dienst betreft, van de dienst waar nadere inlichtingen kunnen worden verkregen.

2. Type aanbestedende dienst en uitgeoefende hoofdactiviteit.

3. Indien van toepassing, vermelding dat de aanbestedende dienst een aankoopcentrale is of dat het om een andere vorm van gezamenlijke aanbesteding gaat.

4. Codenummer(s) van de CPV-nomenclatuur.

5. Omschrijving van de belangrijkste kenmerken van het project.

6. Waarde van de prijzen.

7. Type prijsvraag (openbaar of niet-openbaar).

8. Criteria die bij de beoordeling van de ontwerpen zijn gehanteerd.

9. Datum van het besluit van de jury.

10. Aantal deelnemers.

(a) Aantal deelnemende kleine en middelgrote ondernemingen.

(b) Aantal buitenlandse deelnemers.

11. Naam, adres inclusief NUTS-code, telefoonnummer, faxnummer, e-mail- en internetadres van de winnaar(s) van de prijsvraag en vermelding of de winnaar(s) tot het midden- en kleinbedrijf behoort resp. behoren.

12. Informatie over of de prijsvraag verband houdt met een project of programma dat met middelen van de Unie wordt gefinancierd.

13. Datum of data van en verwijzing(en) naar eerdere bekendmakingen in het Publicatieblad van de Europese Unie ten aanzien van het project of de projecten waar deze aankondiging betrekking op heeft.

14. Datum van verzending van de aankondiging.

15. Alle overige relevante informatie.

DEEL G INFORMATIE DIE IN MEDEDELINGEN INZAKE WIJZIGING VAN EEN OPDRACHT GEDURENDE DE LOOPTIJD ERVAN MOET WORDEN OPGENOMEN (in de zin van artikel 72, lid 4)

1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving hierin voorziet), adres inclusief NUTS-code, telefoonnummer, faxnummer, e-mail- en internetadres van de aanbestedende dienst en, indien het een andere dienst betreft, van de dienst waar nadere inlichtingen kunnen worden verkregen.

2. Codenummer(s) van de CPV-nomenclatuur.

3. NUTS-code voor de hoofdlocatie van de werken in het geval van opdrachten voor werken of NUTS-code voor de hoofdplaats van levering of uitvoering voor opdrachten voor leveringen en diensten.

4. Omschrijving van de aanbesteding voor en na de wijziging: aard en omvang van de werken, aard en hoeveelheid of waarde van leveringen, aard en omvang van diensten.

5. Indien van toepassing, prijsstijging als gevolg van de wijziging.

6. Omschrijving van de omstandigheden die de wijziging noodzakelijk maakten.

7. Datum van de beslissing tot gunning van de opdracht.

8. Indien van toepassing, naam, adres inclusief NUTS-code, telefoonnummer, faxnummer, e-mail- en internetadres van de nieuwe ondernemer(s).

9. Informatie over of de opdracht verband houdt met een project en/of programma dat met middelen van de Europese Unie wordt gefinancierd.

10. Naam en adres van de toezichtsinstantie en de instantie die bevoegd is voor beroepsprocedures en eventueel bemiddelingsprocedures. Preciseringen betreffende de termijn voor beroepsprocedures of, in voorkomend geval, naam, adres, telefoonnummer, faxnummer en e-mailadres van de dienst waar deze inlichtingen kunnen worden verkregen.

11. Datum of data van en verwijzing(en) naar eerdere bekendmakingen in het Publicatieblad van de Europese Unie ten aanzien van de opdracht(en) waar deze aankondiging betrekking op heeft.

12. Datum van verzending van de aankondiging.

13. Alle overige relevante informatie.

DEEL H INFORMATIE DIE IN AANKONDIGINGEN VAN OPDRACHTEN TEN AANZIEN VAN OPDRACHTEN VOOR SOCIALE EN ANDERE SPECIFIEKE DIENSTEN MOET WORDEN OPGENOMEN (in de zin van artikel 75, lid 1)

1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving hierin voorziet), adres inclusief NUTS-code, telefoonnummer, faxnummer, e-mail- en internetadres van de aanbestedende dienst en, indien het een andere dienst betreft, van de dienst waar nadere inlichtingen kunnen worden verkregen.

2. Indien van toepassing, e-mail- of internetadres waar het bestek en eventuele aanvullende documentatie toegankelijk is.

3. Type aanbestedende dienst en uitgeoefende hoofdactiviteit.

4. Indien van toepassing, vermelding dat de aanbestedende dienst een aankoopcentrale is of dat het om een andere vorm van gezamenlijke aanbesteding gaat.

5. Codenummer(s) van de CPV-nomenclatuur; indien de opdracht in percelen is verdeeld, moet deze informatie voor elk perceel worden verstrekt.

6. NUTS-code voor de hoofdlocatie van de werken in het geval van opdrachten voor werken of NUTS-code voor de hoofdplaats van levering of uitvoering voor opdrachten voor leveringen en diensten.

7. Omschrijving van de vereiste diensten en, indien van toepassing, bijkomende werken en leveringen.

8. Geraamde totale waarde van de opdracht/opdrachten; indien de opdracht in percelen is verdeeld, moet deze informatie voor elk perceel worden verstrekt.

9. Voorwaarden voor deelneming met inbegrip van:

(a) indien van toepassing, de vermelding dat de opdracht is voorbehouden aan sociale werkplaatsen of dat de uitvoering ervan is voorbehouden in het kader van programma’s voor beschermde arbeid;

(b) indien van toepassing, vermelding of het verlenen van de dienst ingevolge wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen aan een bepaalde beroepsgroep is voorbehouden.

10. Uiterste datum of data voor het opnemen van contact met de aanbestedende dienst met het oog op deelname.

11. Beknopte omschrijving van de belangrijkste elementen van de toe te passen gunningsprocedure.

12. Alle overige relevante informatie.

DEEL I INFORMATIE DIE IN AANKONDIGINGEN VAN DE GUNNING VAN OPDRACHTEN TEN AANZIEN VAN OPDRACHTEN VOOR SOCIALE EN ANDERE SPECIFIEKE DIENSTEN MOET WORDEN OPGENOMEN (in de zin van artikel 75, lid 2)

1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving hierin voorziet), adres inclusief NUTS-code, telefoonnummer, faxnummer, e-mail- en internetadres van de aanbestedende dienst en, indien het een andere dienst betreft, van de dienst waar nadere inlichtingen kunnen worden verkregen.

2. Type aanbestedende dienst en uitgeoefende hoofdactiviteit.

3. Indien van toepassing, vermelding dat de aanbestedende dienst een aankoopcentrale is of dat het om een andere vorm van gezamenlijke aanbesteding gaat.

4. Codenummer(s) van de CPV-nomenclatuur; indien de opdracht in percelen is verdeeld, moet deze informatie voor elk perceel worden verstrekt.

5. NUTS-code voor de hoofdlocatie van de werken in het geval van opdrachten voor werken of NUTS-code voor de hoofdplaats van levering of uitvoering voor opdrachten voor leveringen en diensten.

6. Beknopte omschrijving van de vereiste diensten en, indien van toepassing, bijkomende werken en leveringen.

7. Aantal ontvangen inschrijvingen.

8. Betaalde prijs of prijzen (maximum/minimum).

9. Per gunning, naam, adres inclusief NUTS-code, telefoonnummer, faxnummer, e-mail- en internetadres van de begunstigde(n).

10. Alle overige relevante informatie.

BIJLAGE VII INFORMATIE DIE IN DE SPECIFICATIES IN ELEKTRONISCHE VEILINGEN MOET WORDEN OPGENOMEN (in de zin van artikel 33, lid 4)

Indien aanbestedende diensten hebben besloten een elektronische veiling te houden, dienen de toe te passen specificaties ten minste de volgende details te omvatten:

(a) de elementen waarvan de waarden vallen onder de elektronische veiling, voor zover deze elementen kwantificeerbaar zijn zodat ze kunnen worden uitgedrukt in cijfers of procenten;

(b) de eventuele limieten van de waarden die kunnen worden ingediend, zoals zij voortvloeien uit de specificaties van het voorwerp van de opdracht;

(c) de informatie die tijdens de elektronische veiling ter beschikking van de inschrijvers zal worden gesteld en het tijdstip waarop die informatie in voorkomend geval ter beschikking zal worden gesteld;

(d) relevante informatie betreffende het verloop van de elektronische veiling;

(e) de voorwaarden waaronder de inschrijvers een bod kunnen doen en met name de vereiste minimumverschillen die in voorkomend geval voor de biedingen vereist zijn;

(f) relevante informatie betreffende het gebruikte elektronische systeem en de nadere technische bepalingen en specificaties voor de verbinding.

BIJLAGE VIII DEFINITIE VAN ENKELE TECHNISCHE SPECIFICATIES

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

(1)          "technische specificatie": een van de volgende zaken:

(a) in geval van overheidsopdrachten voor werken: alle technische voorschriften, met name die welke zijn opgenomen in de aanbestedingsstukken, die een omschrijving geven van de vereiste kenmerken van een materiaal, een product of een levering, zodat dit of deze beantwoordt aan het gebruik waarvoor het materiaal, product of de levering door de aanbestedende dienst is bestemd; tot deze kenmerken behoren ook het niveau van milieuvriendelijkheid en klimaatprestaties, een ontwerp dat aan alle vereisten voldoet (met inbegrip van de toegankelijkheid voor gehandicapten), en de overeenstemmingsbeoordeling, gebruiksgeschiktheid, veiligheid, of afmetingen, met inbegrip van kwaliteitsborgingsprocedures, terminologie, symbolen, proefnemingen en proefnemingsmethoden, verpakking, markering en etikettering, gebruiksaanwijzingen en productieprocessen en -methoden tijdens de verschillende stadia van de levenscyclus van de werken; deze kenmerken omvatten eveneens de voorschriften voor het ontwerpen en het berekenen van het werk, de voorwaarden voor proefnemingen, controle en oplevering van de werken, alsmede de bouwtechnieken of bouwwijzen en alle andere technische voorwaarden die de aanbestedende dienst bij algemene dan wel bijzondere maatregel kan voorschrijven met betrekking tot de voltooide werken en tot de materialen of bestanddelen waaruit deze werken zijn samengesteld;

(b)     in geval van overheidsopdrachten voor leveringen of voor diensten: een specificatie die voorkomt in een document ter omschrijving van de vereiste kenmerken van een product of dienst, zoals het niveau van kwaliteit, het niveau van milieuvriendelijkheid en klimaatprestaties, een ontwerp dat aan alle vereisten voldoet (met inbegrip van de toegankelijkheid voor gehandicapten) en de overeenstemmingsbeoordeling, gebruiksgeschiktheid, gebruik, veiligheid of afmetingen van het product, met inbegrip van de voor het product geldende voorschriften inzake handelsbenaming, terminologie, symbolen, proefnemingen en proefnemingsmethoden, verpakking, markering en etikettering, gebruiksaanwijzingen, productieprocessen en -methoden tijdens de verschillende stadia van de levenscyclus van de levering of dienst, en overeenstemmingsbeoordelingsprocedures;

(2)          "norm": een technische specificatie die door een erkende normalisatie-instelling voor herhaalde of voortdurende toepassing is goedgekeurd, waarvan de inachtneming niet verplicht is en die tot een van de volgende categorieën behoort:

(a) internationale norm: een norm die door een internationale normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het publiek wordt gesteld;

(b) Europese norm: een norm die door een Europese normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het publiek wordt gesteld;

(c) nationale norm: een norm die door een nationale normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het publiek wordt gesteld;

(3)          "Europese technische goedkeuring": op de bevinding dat aan de essentiële eisen wordt voldaan gebaseerde, gunstig uitgevallen technische beoordeling waarbij een product, gezien zijn intrinsieke eigenschappen en de voor de toepassing en het gebruik ervan vastgestelde voorwaarden, geschikt wordt verklaard voor het gebruik voor bouwdoeleinden. De Europese technische goedkeuring wordt afgegeven door de te dien einde door de lidstaat erkende instelling;

(4)          "gemeenschappelijke technische specificaties": technische specificaties die zijn opgesteld volgens een door de lidstaten erkende procedure die in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt;

(5)          "technisch referentiekader": ieder ander kader dan de Europese normen, dat door de Europese normalisatie-instellingen is opgesteld volgens procedures die aan de ontwikkeling van de marktbehoeften zijn aangepast.

BIJLAGE IX SPECIFICATIES BETREFFENDE DE BEKENDMAKING

1. Bekendmaking van aankondigingen

De in de artikelen 46, 47, 48, 75 en 79 bedoelde aankondigingen worden door de aanbestedende diensten aan het Publicatiebureau van de Europese Unie toegezonden en bekendgemaakt overeenkomstig de volgende regels:

De in de artikelen 46, 47, 48, 75 en 79 genoemde aankondigingen worden bekendgemaakt door het Publicatiebureau van de Europese Unie of door de aanbestedende diensten in geval van vooraankondigingen via een kopersprofiel overeenkomstig artikel 46, lid 1.

De aanbestedende diensten kunnen deze informatie bovendien in een "kopersprofiel" zoals bedoeld in punt 2, onder b), via het internet bekendmaken.

Het Publicatiebureau van de Europese Unie zendt de aanbestedende dienst de bevestiging van de bekendmaking zoals bedoeld in artikel 49, lid 5, tweede alinea.

2. Bekendmaking van aanvullende of bijkomende informatie

(a) De aanbestedende diensten maken het volledige bestek en de volledige aanvullende documentatie op het internet bekend.

(b) Het kopersprofiel kan vooraankondigingen, als bedoeld in artikel 46, lid 1, eerste alinea, bevatten alsmede informatie over lopende aanbestedingsprocedures, voorgenomen aankopen, gegunde opdrachten, geannuleerde procedures, alsmede alle nuttige algemene informatie, zoals het contactpunt, een telefoon- en faxnummer, een postadres en een e-mailadres.

3. Formaat en wijze voor de elektronische verzending van aankondigingen

Het formaat en de te volgen werkwijze voor de elektronische verzending van aankondigingen, zoals vastgesteld door de Commissie, zijn op te vragen op het internetadres "http://simap.europa.eu".

BIJLAGE X INHOUD VAN DE UITNODIGINGEN TOT INSCHRIJVING, TOT DEELNEMING AAN DE DIALOOG OF TOT BEVESTIGING VAN DE BELANGSTELLING ZOALS BEDOELD IN ARTIKEL 52

1. De uitnodiging tot inschrijving of tot deelneming aan de dialoog zoals bedoeld in artikel 52 moet ten minste het volgende bevatten:

(a) een verwijzing naar de bekendgemaakte oproep tot mededinging;

(b) de uiterste datum voor de ontvangst van de inschrijvingen, het adres waar deze moeten worden ingediend en de taal of talen waarin zij moeten worden gesteld;

(c) bij de concurrentiegerichte dialoog, de aanvangsdatum en het adres van de raadpleging, alsook de daarbij gebruikte taal of talen;

(d) opgave van de stukken die eventueel moeten worden bijgevoegd, hetzij ter staving van de door de inschrijver overeenkomstig artikel 59 en 60 en, waar van toepassing, artikel 61 verstrekte controleerbare verklaringen, hetzij ter aanvulling van de in die artikelen vermelde inlichtingen en zulks onder dezelfde voorwaarden als gesteld in de artikelen 59, 60 en 61;

(e) het relatieve gewicht van de gunningscriteria van de opdracht of, in voorkomend geval, de afnemende volgorde van belangrijkheid van de criteria, indien deze niet in de aankondiging van de opdracht, de uitnodiging tot bevestiging van de belangstelling, het bestek of het beschrijvende document is vermeld.

Bij opdrachten die gegund worden op basis van een concurrentiegerichte dialoog of een innovatiepartnerschap, staan de onder b) bedoelde inlichtingen evenwel niet in de uitnodiging tot deelneming aan de dialoog of tot onderhandelingen, maar in de uitnodiging tot indiening van een inschrijving.

2. Wanneer er een oproep tot mededinging wordt gedaan door middel van een indicatieve vooraankondiging, verzoeken de aanbestedende diensten nadien alle gegadigden hun belangstelling te bevestigen aan de hand van nadere gegevens betreffende de betrokken opdracht, alvorens met de selectie van de inschrijvers of deelnemers aan de onderhandelingen te beginnen.

De uitnodiging omvat ten minste de volgende gegevens:

(a) de aard en de hoeveelheid, met inbegrip van eventuele opties voor latere opdrachten en, waar mogelijk, een schatting van de termijn voor de uitoefening van deze opties; in het geval van periodiek terugkerende opdrachten, de aard en de hoeveelheid en, waar mogelijk, een schatting van de termijnen waarop de latere oproepen tot mededinging voor werken, leveringen of diensten worden bekendgemaakt;

(b) type procedure: niet-openbaar of mededingingsprocedure van gunning door onderhandelingen;

(c) in voorkomend geval, de begin- of einddatum van de levering, de werken of de diensten;

(d) het adres en de uiterste datum voor de indiening van aanvragen van aanbestedingsstukken alsmede de taal of talen waarin deze moeten worden gesteld;

(e) het adres van de instantie die de opdracht moet gunnen en de nodige informatie moet verstrekken voor het verkrijgen van specificaties en andere documenten;

(f) de economische en technische eisen, de financiële waarborgen en de inlichtingen die van de ondernemers worden verlangd;

(g) het te betalen bedrag voor het verkrijgen van de aanbestedingsstukken en de wijze van betaling;

(h) de contractvorm van de opdracht waarvoor inschrijvingen worden gevraagd: aankoop, leasing, huur of huurkoop, of een combinatie van deze vormen;

(i) de gunningcriteria en de weging ervan, of, in voorkomend geval, de volgorde van belangrijkheid van die criteria, indien dit niet in de vooraankondiging, het bestek of de uitnodiging tot inschrijving of tot onderhandelingen is vermeld.

BIJLAGE XI LIJST VAN VERDRAGEN VAN DE INTERNATIONALE ARBEIDSORGANISATIE ALS BEDOELD IN DE ARTIKELEN 54, LID 2, 55, LID 3, ONDER a) EN 69, LID 4

– Verdrag nr. 87 betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht;

– Verdrag nr. 98 betreffende de toepassing van de beginselen van het recht zich te organiseren en collectief te onderhandelen;

– Verdrag nr. 29 betreffende de gedwongen of verplichte arbeid;

– Verdrag nr. 105 betreffende de afschaffing van gedwongen arbeid;

– Verdrag nr. 138 betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces;

– Verdrag nr. 111 betreffende discriminatie in arbeid en beroep;

– Verdrag nr. 100 betreffende gelijke beloning van mannelijke en vrouwelijke arbeidskrachten voor arbeid van gelijke waarde;

– Verdrag nr. 182 over de ernstigste vormen van kinderarbeid.

BIJLAGE XII REGISTERS[46]

De bedoelde beroeps- en handelsregisters, verklaringen en attesten voor elke lidstaat zijn:

– voor België: "Handelsregister" - "Registre du Commerce", en, bij opdrachten voor diensten, "Beroepsorden" - "Ordres professionels";

– voor Bulgarije: "Търговски регистър";

– voor Tsjechië: "obchodní rejstřík";

– voor Denemarken: "Erhvervs- og Selskabsstyrelsen";

– voor Duitsland: "Handelsregister", "Handwerksrolle", en bij opdrachten voor diensten, "Vereinsregister", "Partnerschaftsregister" en "Mitgliedsverzeichnisse der Berufskammern der Länder";

– voor Estland: "Registrite ja Infosüsteemide Keskus";

– voor Ierland: een ondernemer kan worden verzocht een attest van de "Registrar of Companies" of de "Registrar of Friendly Societies" over te leggen of, bij ontstentenis daarvan, een attest waaruit blijkt dat hij onder ede heeft verklaard het betrokken beroep uit te oefenen in het land waar hij zich op een bepaalde plaats en onder een welbepaalde handelsnaam heeft gevestigd;

– voor Griekenland: "Μητρώο Εργοληπτικών Επιχειρήσεων — MEΕΠ" (het Register van erkende ondernemingen) van het ministerie voor Milieu, Ruimtelijke Ordening en Openbare Werken (Y.ΠΕ.ΧΩ.Δ.Ε) bij opdrachten voor werken; "Βιοτεχνικό ή Εμπορικό ή Βιομηχανικό Επιμελητήριο" en "Μητρώο Κατασκευαστών Αμυντικού Υλικού" bij opdrachten voor leveringen; bij opdrachten voor diensten kan de dienstverlener worden verzocht een onder ede en ten overstaan van een notaris afgelegde verklaring over te leggen betreffende de uitoefening van het betrokken beroep; in de in de geldende wettelijke regeling bepaalde gevallen, voor het verlenen van de diensten voor onderzoek als bedoeld in bijlage I, het beroepsregister "Μητρώο Μελετητών”, alsmede "Μητρώο Γραφείων Μελετών";

– voor Spanje: "Registro Oficial de Licitadores y Empresas Clasificadas del Estado" voor opdrachten voor werken en diensten en bij opdrachten voor leveringen, "Registro Mercantil" of, in het geval niet-ingeschreven personen, een attest waaruit blijkt dat de betrokken persoon onder ede heeft verklaard het betrokken beroep uit te oefenen;

– voor Frankrijk: "Registre du commerce" en "Répertoire des métiers";

– voor Italië: "Registro della Camera di commercio, industria, agricoltura e artigianato"; bij opdrachten voor leveringen en diensten ook "Registro delle commissioni provinciali per l’artigianato" en, naast de reeds genoemde registers, "Consiglio nazionale degli ordini professionali" voor opdrachten voor diensten;

– voor Cyprus: overeenkomstig de "Registration and Audit of Civil Engineering and Building Contractors Law" kan de aannemer voor opdrachten voor werken worden verzocht een attest van de "Council for the Registration and Audit of Civil Engineering and Building Contractors (Συμβούλιο Εγγραφήςκαι Ελέγχου Εργοληπτών Οικοδομικών και Τεχνικών Έργων)" over te leggen; bij opdrachten voor leveringen en diensten kan de leverancier of de dienstverlener worden verzocht een attest van de "Registrar of Companies and Official Receiver (Έφορος Εταιρειών και Επίσημος Παραλήπτης)" over te leggen of, bij ontstentenis daarvan, een attest waaruit blijkt dat de betrokkene onder ede heeft verklaard het betrokken beroep uit te oefenen in het land waar hij zich op een bepaalde plaats en onder een welbepaalde handelsnaam heeft gevestigd;

– voor Letland: "Uzņēmumu reģistrs" ("Ondernemingsregister");

– voor Litouwen: "Juridinių asmenų registras";

– voor Luxemburg: "Registre aux firmes" en "Rôle de la chambre des métiers";

– voor Hongarije: "Cégnyilvántartás", "egyéni vállalkozók jegyzői nyilvántartása", en, bij opdrachten voor diensten, sommige "szakmai kamarák nyilvántartása" of, voor bepaalde activiteiten, een attest waaruit blijkt dat de betrokken persoon gerechtigd is om de commerciële of beroepsactiviteit in kwestie uit te oefenen;

– voor Malta: de ondernemer bevestigt zijn "numru ta’ registrazzjoni tat- Taxxa tal- Valur Miżjud (VAT) u n- numru tal-licenzja ta’ kummerc", en, ingeval het een personen- of kapitaalvennootschap betreft, het desbetreffende inschrijvingsnummer dat door de Maltese autoriteit voor financiële diensten is toegekend;

– voor Nederland: "Handelsregister";

– voor Oostenrijk: "Firmenbuch", "Gewerberegister" en "Mitgliederverzeichnisse der Landeskammern";

– voor Polen: "Krajowy Rejestr Sądowy" (nationale griffie);

– voor Portugal: "Instituto da Construção e do Imobiliário" (INCI) voor opdrachten voor werken; "Registro Nacional das Pessoas Colectivas" bij opdrachten voor leveringen en diensten;

– voor Roemenië: "Registrul Comerţului";

– voor Slovenië: "Sodni register" en "obrtni register";

– voor Slowakije: "Obchodný register";

– voor Finland: "Kaupparekisteri"/"Handelsregistret";

– voor Zweden: "aktiebolags-, handels- eller föreningsregistren";

– voor het Verenigd Koninkrijk: een ondernemer kan worden verzocht een attest van de "Registrar of Companies" over te leggen waaruit blijkt dat hij een vennootschap heeft opgericht of in een handelsregister is ingeschreven, of, bij ontstentenis daarvan, een attest waaruit blijkt dat hij onder ede heeft verklaard het betrokken beroep op een bepaalde plaats en onder een welbepaalde handelsnaam uit te oefenen.

BIJLAGE XIII INHOUD VAN HET EUROPEES AANBESTEDINGSPASPOORT

Het Europees aanbestedingspaspoort bevat de volgende gegevens:

(a) Identificatie van de ondernemer;

(b) Een verklaring waaruit blijkt dat jegens de ondernemer geen veroordeling bij een onherroepelijk vonnis is uitgesproken om een van de in artikel 55, lid 1 vermelde redenen;

(c) Een verklaring waaruit blijkt dat de ondernemer niet in staat van faillissement of liquidatie verkeert zoals bedoeld in artikel 55, lid 3, onder b);

(d) Indien van toepassing, een bewijs van inschrijving in het beroepsregister of in het handelsregister volgens de voorschriften van de lidstaat van vestiging, zoals bedoeld in artikel 56, lid 2;

(e) Indien van toepassing, een verklaring dat de ondernemer over een bijzondere vergunning beschikt of lid is van een bepaalde organisatie als bedoeld in artikel 56, lid 2;

(f) Vermelding van de geldigheidsduur van het paspoort, die niet korter mag zijn dan zes maanden.

BIJLAGE XIV BEWIJSMIDDELEN VOOR SELECTIECRITERIA

Deel I: Economische en financiële draagkracht

In het algemeen kan de financiële en economische draagkracht van de ondernemer worden aangetoond door een of meer van de volgende referenties:

(a) passende bankverklaringen of, in voorkomend geval, het bewijs van een verzekering tegen beroepsrisico’s;

(b) overlegging van balansen of van balansuittreksels, indien de wetgeving van het land waar de ondernemer is gevestigd, de bekendmaking van balansen voorschrijft;

(c) een verklaring betreffende de totale omzet en, in voorkomend geval, de omzet van de bedrijfsactiviteit die het voorwerp van de opdracht is, over ten hoogste de laatste drie beschikbare boekjaren, afhankelijk van de oprichtingsdatum of van de datum waarop de ondernemer met zijn bedrijvigheid is begonnen, voor zover de betrokken omzetcijfers beschikbaar zijn.

Deel II: Technische bekwaamheid

Bewijs van de technische bekwaamheid van de ondernemer in de zin van artikel 56:

(a)          de volgende lijsten:

(i)      een lijst van de werken die gedurende de afgelopen periode van maximaal vijf jaar werden verricht, welke lijst vergezeld gaat van certificaten die bewijzen dat de belangrijkste werken naar behoren zijn uitgevoerd; indien noodzakelijk om een toereikend concurrentieniveau te waarborgen, kunnen de aanbestedende diensten aangeven dat bewijs van relevante werken die langer dan vijf jaar geleden zijn verricht toch in aanmerking wordt genomen;

              (ii)     een lijst van de voornaamste leveringen of diensten die gedurende de afgelopen periode van maximaal drie jaar werden verricht, met vermelding van het bedrag en de datum en van de publiek- of privaatrechtelijke instanties waarvoor zij bestemd waren. Indien noodzakelijk om een toereikend concurrentieniveau te waarborgen, kunnen de aanbestedende diensten aangeven dat bewijs van relevante leveringen of diensten die langer dan drie jaar geleden zijn geleverd of verleend toch in aanmerking wordt genomen;

(b)          een opgave van de al dan niet tot de onderneming van de ondernemer behorende technici of technische organen, in het bijzonder van die welke belast zijn met de kwaliteitscontrole en, in het geval van overheidsopdrachten voor werken, van die welke de aannemer ter beschikking zullen staan om de werken uit te voeren;

(c)          een beschrijving van de technische uitrusting van de ondernemer, van de maatregelen die hij treft om de kwaliteit te waarborgen en van de mogelijkheden van zijn onderneming ten aanzien van ontwerpen en onderzoek;

(d)          in het geval van complexe producten of diensten of wanneer deze bij wijze van uitzondering aan een bijzonder doel moeten beantwoorden, aan de hand van een controle door de aanbestedende dienst of, in diens naam, door een bevoegd officieel orgaan van het land waar de leverancier of de dienstverlener gevestigd is, onder voorbehoud van instemming door dit orgaan; deze controle heeft betrekking op de productiecapaciteit van de leverancier of op de technische capaciteit van de dienstverlener en, waar noodzakelijk, op diens mogelijkheden inzake ontwerpen en onderzoek en de maatregelen die hij treft om de kwaliteit te waarborgen;

(e)          de studie- en beroepsdiploma’s van de dienstverlener of de aannemer of het kaderpersoneel van de onderneming;

(f)           een vermelding van de maatregelen inzake milieubeheer die de ondernemer kan toepassen in het kader van de uitvoering van de opdracht;

(g)          een verklaring betreffende de gemiddelde jaarlijkse personeelsbezetting van de onderneming van de dienstverlener of de aannemer, en de omvang van het kaderpersoneel gedurende de laatste drie jaar;

(h)          een verklaring welke de outillage, het materieel en de technische uitrusting vermeldt waarover de dienstverlener of de aannemer voor het verlenen van de opdracht beschikt;

(i)           een omschrijving van het gedeelte van de opdracht dat de ondernemer eventueel in onderaanneming wil geven;

(j)           wat de te leveren producten betreft:

(i)      monsters, beschrijvingen of foto’s, waarvan op verzoek van de aanbestedende dienst de echtheid moet kunnen worden aangetoond;

(ii)     certificaten die door als bevoegd erkende officiële instituten of diensten voor kwaliteitscontrole zijn opgesteld, waarin wordt verklaard dat duidelijk door referenties geïdentificeerde producten aan bepaalde specificaties of normen beantwoorden.

BIJLAGE XV LIJST VAN DE IN ARTIKEL 67, LID 4, BEDOELDE EU-WETGEVING

Richtlijn 2009/33/EG[47]

BIJLAGE XVI DIENSTEN IN DE ZIN VAN ARTIKEL 74

CPV-code || Beschrijving

79611000-0 en 85000000-9 tot en met 85323000-9 (met uitzondering van 85321000-5 en 85322000-2) || Gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening

75121000-0, 75122000-7, 75124000-1; van 79995000-5 tot en met 79995200-7; van 80100000-5 tot en met 80660000-8 (met uitzondering van 80533000-9, 80533100-0, 80533200-1); van 92000000-1 tot en met 92700000-8 (met uitzondering van 92230000-2, 92231000-9, 92232000-6) || Administratieve diensten voor onderwijs, diensten voor gezondheidszorg en culturele diensten

75300000-9 || Diensten voor verplichte sociale verzekering

75310000-2, 75311000-9, 75312000-6, 75313000-3, 75313100-4, 75314000-0, 75320000-5, 75330000-8, 75340000-1 || Uitkeringsdiensten

98000000-3 || Overige gemeenschaps-, sociale en persoonlijke diensten

98120000-0 || Diensten verleend door vakbonden

98131000-0 || Religieuze diensten

BIJLAGE XVII CONCORDANTIETABEL[48]

Onderhavige richtlijn || Richtlijn 2004/18/EG ||

Art. 1 || || Nieuw

Art. 2, onder 1) || Art. 1, lid 9, eerste alinea || Aangepast

Art. 2, onder 2) || Art. 7, onder a) || Aangepast

Art. 2, onder 3) || || Nieuw

Art. 2, onder 4) || || Nieuw

Art. 2, onder 5) || || Nieuw

Art. 2, onder 6), a), eerste deel || Art. 1, lid 9, tweede alinea, onder a) || =

Art. 2, onder 6), a), tweede deel || || Nieuw

Art. 2, onder 6), b) || Art. 1, lid 9, tweede alinea, onder b) || =

Art. 2, onder 6), c) || Art. 1, lid 9, tweede alinea, onder c) || =

Art. 2, onder 7) || Art. 1, lid 2, onder a) || =

Art. 2, onder 8) || Art. 1, lid 2, onder b), eerste zin || Gewijzigd

Art. 2, onder 9) || Art. 1, lid 2, onder b), tweede zin || =

Art. 2, onder 10) || Art. 1, lid 2, onder c) || Aangepast

Art. 2, onder 11) || Art. 1, lid 2, onder d) || Gewijzigd

Art. 2, onder 12) || Art. 1, lid 8, tweede alinea || Aangepast

Art. 2, onder 13) || Art. 1, lid 8, derde alinea || Aangepast

Art. 2, onder 14) || Art. 1, lid 8, derde alinea || Gewijzigd

Art. 2, onder 15) || Art. 23, lid 1 || Gewijzigd

Art. 2, onder 16) || Art. 1, lid 10 || Gewijzigd

Art. 2, onder 17) || || Nieuw

Art. 2, onder 18) || Art. 1, lid 10 || Gewijzigd

Art. 2, onder 19) || || Nieuw

Art. 2, onder 20) || Art. 1, lid 12 || =

Art. 2, onder 21) || Art. 1, lid 13 || =

Art. 2, onder 22) || || Nieuw

Art. 2, onder 23) || Art. 1, lid 11, onder e) || =

Art. 3, lid 1, eerste alinea || || Nieuw

Art. 3, lid 1, tweede alinea || Art. 1, lid 2, onder d) || Gewijzigd

Art. 3, lid 2 || || Nieuw

Art. 4 || Art. 7, 67 || Gewijzigd

Art. 5, lid 1 || Art. 9, lid 1 || Aangepast

Art. 5, lid 2 || Art. 9, lid 3, art. 9, lid 7, tweede alinea || Gewijzigd

Art. 5, lid 3 || Art. 9, lid 2 || Gewijzigd

Art. 5, lid 4 || Art. 9, lid 9 || =

Art. 5, lid 5 || || Nieuw

Art. 5, lid 6 || Art. 9, lid 4 || Gewijzigd

Art. 5, lid 7 || Art. 9, lid 5, onder a), eerste en tweede alinea || =

Art. 5, lid 8 || Art. 9, lid 5, onder b), eerste en tweede alinea || =

Art. 5, lid 9 || Art. 9, lid 5, onder a), derde alinea Art. 9, lid 5, onder b), derde alinea || Aangepast

Art. 5, lid 10 || Art. 9, lid 7 || =

Art. 5, lid 11 || Art. 9, lid 6 || =

Art. 5, lid 12 || Art. 9, lid 8, onder a) || =

Art. 5, lid 13 || Art. 9, lid 8, onder b) || =

Art. 6 || Art. 78, art. 79, lid 2, onder a) || Aangepast

Art. 7 || Art. 12 || Gewijzigd

Art. 8, eerste alinea || Art. 13 || Aangepast

Art. 8, tweede alinea || Art. 1, lid 15 || =

Art. 9, onder a) || Art. 15, onder a) || Aangepast

Art. 9, onder b) || Art. 15, onder b) || =

Art. 9, onder c) || Art. 15, onder c) || =

Art. 9, onder d) || || Nieuw

Art. 10, onder a) || Art. 16, onder a) || =

Art. 10, onder b) || Art. 16, onder b) || Aangepast

Art. 10, onder c) || Art. 16, onder c) || =

Art. 10, onder d) || Art. 16, onder d) || Gewijzigd

Art. 10, onder e) || Art. 16, onder e) || =

Art. 10, onder f) || || Nieuw

Art. 11 || || Nieuw

Art. 12 || Art. 8 || Aangepast

Art. 13, lid 1 || Art. 16, onder f) || Aangepast

Art. 13, lid 2 || Art. 79, lid 2, onder f) || Aangepast

Art. 14 || Art. 10 || Gewijzigd

Art. 15 || Art. 2 || Gewijzigd

Art. 16, lid 1 || Art. 4, lid 1 || Aangepast

Art. 16, lid 2 || Art. 4, lid 2 || Gewijzigd

Art. 17 || Art. 19 || Aangepast

Art. 18, lid 1 || Art. 6 || Aangepast

Art. 18, lid 2 || || Nieuw

Art. 19, lid 1 || Art. 42, lid 1, art. 71, lid 1 || Gewijzigd

Art. 19, lid 2 || Art. 42, leden 2 en 3, art. 71, lid 1 || Aangepast

Art. 19, lid 3, eerste alinea || Art. 42, lid 4, art. 71, lid 1 || Gewijzigd

Art. 19, lid 3, tweede alinea || Art. 79, lid 2, onder g) || =

Art. 19, lid 3, derde alinea || || Nieuw

Art. 19, lid 4 || || Nieuw

Art. 19, lid 5 || Art. 42, lid 5, art. 71, lid 3 || Gewijzigd

Art. 19, lid 6 || Art. 42, lid 6 || Aangepast

Art. 19, lid 7 || || Nieuw

Art. 20, lid 1 || Art. 1, lid 14 || Aangepast

Art. 20, lid 2 || Art. 79, lid 2 onder e) en f) || Aangepast

Art. 21 || || Nieuw

Art. 22 || || Nieuw

Art. 23, lid 1 || Art. 5 || Gewijzigd

Art. 23, lid 2 || || Nieuw

Art. 24 || Art. 28 || Gewijzigd

Art. 25, lid 1 || Art. 38, lid 2, art. 1, lid 11, onder a) || Gewijzigd

Art. 25, lid 2 || Art. 38, lid 4 || Gewijzigd

Art. 25, lid 3 || [zie art. 38, lid 8] || Nieuw

Art. 25, lid 4 || || Nieuw

Art. 26, lid 1 || Art. 38, lid 3, art. 1, lid 11, onder b) || Gewijzigd

Art. 26, lid 2 || Art. 38, lid 3 || Gewijzigd

Art. 26, lid 3 || Art. 38, lid 4 || Gewijzigd

Art. 26, lid 4 || || Nieuw

Art. 26, lid 5 || || Nieuw

Art. 26, lid 6 || Art. 38, lid 8 || Gewijzigd

Art. 27, lid 1 || || Nieuw

Art. 27, lid 2 || Art. 1, deel 11, onder d) || Gewijzigd

Art. 27, lid 3 || Art. 30, lid 2 || Gewijzigd

Art. 27, lid 4 || Art. 30, lid 3 || Gewijzigd

Art. 27, lid 5 || Art. 30, lid 4 || Aangepast

Art. 27, lid 6 || Art. 30, lid 2 || Gewijzigd

Art. 28, lid 1 || Art. 38, lid 3, art. 1, lid 11, onder c) || Gewijzigd

Art. 28, lid 2 || Art. 29, lid 2, art. 29, lid 7 || Aangepast

Art. 28, lid 3 || Art. 29, lid 3, art. 1, lid 11, onder c) || Gewijzigd

Art. 28, lid 4 || Art. 29, lid 4 || Aangepast

Art. 28, lid 5 || Art. 29, lid 5 || Aangepast

Art. 28, lid 6 || Art. 29, lid 6 || Gewijzigd

Art. 28, lid 7 || Art. 29, lid 7 || Gewijzigd

Art. 28, lid 8 || Art. 29, lid 8 || =

Art. 29 || || Nieuw

Art. 30, lid 1 || Art. 31, eerste zin || Gewijzigd

Art. 30, lid 2, eerste alinea, onder a) || Art. 31, punt 1), onder a) || Gewijzigd

Art. 30, lid 2, eerste alinea, onder b) || Art. 31, punt 1), onder b) || Gewijzigd

Art. 30, lid 2, eerste alinea, onder c) || Art. 31, punt 1), onder b) || Gewijzigd

Art. 30, lid 2, eerste alinea, onder d) || Art. 31, punt 1), onder c) || Aangepast

Art. 30, lid 2, tweede – vierde alinea || || Nieuw

Art. 30, lid 3, onder a) || Art. 31, punt 2), onder a) || =

Art. 30, lid 3, onder b) || Art. 31, punt 2), onder b) || =

Art. 30, lid 3, onder c) || Art. 31, punt 2), onder c) || Gewijzigd

Art. 30, lid 3, onder d) || Art. 31, punt 2), onder d) || Aangepast

Art. 30, lid 4 || Art. 31, punt 3) || Aangepast

Art. 30, lid 5 || Art. 31, punt 4), onder b) || Aangepast

Art. 31, lid 1 || Art. 32, lid 1, art. 1, lid 5 || Gewijzigd

Art. 31, lid 2 || Art. 32, lid 2 || Aangepast

Art. 31, lid 3 || Art. 32, lid 3 || =

Art. 31, lid 4 || Art. 32, lid 4 || Aangepast

Art. 31, lid 5 || Art. 32, lid 4 || Aangepast

Art. 32, lid 1 || Art. 33, lid 1, art. 1, lid 6 || Gewijzigd

Art. 32, lid 2 || Art. 33, lid 2 || Gewijzigd

Art. 32, lid 3 || Art. 33, lid 3 || Aangepast

Art. 32, lid 4 || Art. 33, lid 4 || Gewijzigd

Art. 32, lid 5 || Art. 33, lid 6 || Gewijzigd

Art. 32, lid 6 || || Nieuw

Art. 32, lid 7 || Art. 33, lid 7, derde alinea || =

Art. 33, lid 1 || Art. 54, lid 1, art. 1, lid 7 || Gewijzigd

Art. 33, lid 2 || Art. 54, lid 2 || Aangepast

Art. 33, lid 3 || Art. 54, lid 2, derde alinea || Aangepast

Art. 33, lid 4 || Art. 54, lid 3 || Aangepast

Art. 33, lid 5 || Art. 54, lid 4 || Aangepast

Art. 33, lid 6 || Art. 54, lid 5 || Aangepast

Art. 33, lid 7 || Art. 54, lid 6 || =

Art. 33, lid 8 || Art. 54, lid 7 || Aangepast

Art. 33, lid 9 || Art. 54, lid 8, eerste alinea || =

Art. 34 || || Nieuw

Art. 35, lid 1 || Art. 11, lid 1 || Gewijzigd

Art. 35, lid 2 || || Nieuw

Art. 35, lid 3 || Art. 11, lid 2 || Gewijzigd

Art. 35, lid 4 || || Nieuw

Art. 35, lid 5 || Art. 11, lid 2 || Gewijzigd

Art. 35, lid 6 || || Nieuw

Art. 36 || || Nieuw

Art. 37 || || Nieuw

Art. 38 || || Nieuw

Art. 39, lid 1 || Overweging 8) || Gewijzigd

Art. 39, lid 2 || || Nieuw

Art. 40, lid 1 || Art. 23, lid 1 || Gewijzigd

Art. 40, lid 2 || Art. 23, lid 2 || Aangepast

Art. 40, lid 3 || Art. 23, lid 3 || Aangepast

Art. 40, lid 4 || Art. 23, lid 8 || =

Art. 40, lid 5 || Art. 23, lid 4 || Aangepast

Art. 40, lid 6 || Art. 23, lid 5 || Gewijzigd

Art. 41, lid 1 || Art. 23, lid 6 || Gewijzigd

Art. 41, lid 2 || Art. 23, lid 6 || Aangepast

Art. 41, lid 3 || || Nieuw

Art. 42, lid 1 || Art. 23, leden 4, 5, 6, 7 || Gewijzigd

Art. 42, lid 2 || Art. 23, leden 4, 5, 6 || Gewijzigd

Art. 42, lid 3 || Art. 23, lid 7 || Aangepast

Art. 42, lid 4 || || Nieuw

Art. 43, lid 1 || Art. 24, leden 1 en 2 || Gewijzigd

Art. 43, lid 2 || Art. 24, lid 3 || Aangepast

Art. 43, lid 3 || Art. 24, lid 4 || Aangepast

Art. 44 || || Nieuw

Art. 45, lid 1 || Art. 38, lid 1 || Aangepast

Art. 45, lid 2 || Art. 38, lid 7 || Gewijzigd

Art. 46, lid 1 || Art. 35, lid 1 || Aangepast

Art. 46, lid 2 || || Nieuw

Art. 47 || Art. 35, lid 2, art. 36, lid 1 || Aangepast

Art. 48 || Art. 35, lid 4 || Gewijzigd

Art. 49, lid 1 || Art. 36, lid 1, art. 79, lid 1, onder a) || Gewijzigd

Art. 49, lid 2 || Art. 36, lid . 2, 3 en lid 4, tweede alinea. || Gewijzigd

Art. 49, lid 3 || Art. 36, lid 4 || Aangepast

Art. 49, lid 4 || || Nieuw

Art. 49, lid 5 || Art. 36, leden 7 en 8 || Gewijzigd

Art. 49, lid 6 || Art. 37 || Gewijzigd

Art. 50, lid 1 || Art. 36, lid 5, eerste alinea || Gewijzigd

Art. 50, leden 2 en 3 || Art. 36, lid 5, tweede en derde alinea || Aangepast

Art. 51 || Art. 38, lid 6, art. 39, lid 2 || Gewijzigd

Art. 52 || Art. 40, leden 1, 2 || Aangepast

Art. 53, lid 1 || Art. 41, lid 1 || Aangepast

Art. 53, lid 2 || Art. 41, lid 2 || Aangepast

Art. 53, lid 3 || Art. 41, lid 3 || =

Art. 54, lid 1 || Art. 44, lid 1 || Aangepast

Art. 54, lid 2 || || Nieuw

Art. 54, lid 3 || || Nieuw

Art. 55, lid 1 || Art. 45, lid 1 || Gewijzigd

Art. 55, lid 2 || Art. 45, lid 2, onder e), f) || Gewijzigd

Art. 55 lid 3 || Art. 45, lid 2 || Gewijzigd

Art. 55, lid 4 || || Nieuw

Art. 55, leden 5 en 6 || Art. 45, lid 4 || Gewijzigd

Art. 56, lid 1 || Art. 44, leden 1, 2 || Gewijzigd

Art. 56, lid 2 || Art. 46 || Aangepast

Art. 56, lid 3 || Art. 47 || Gewijzigd

Art. 56, lid 4 || Art. 48 || Gewijzigd

Art. 56, lid 5 || Art. 44, lid 2 || Aangepast

Art. 57 || || Nieuw

Art. 58 || || Nieuw

Art. 59 || || Nieuw

Art. 60, lid 1 || Art. 45 lid 3 || Aangepast

Art. 60, lid 2 || Art. 47 || Aangepast

Art. 60, lid 3 || Art. 48 || Aangepast

Art. 60, lid 4 || || Nieuw

Art. 61, lid 1 || Art. 49 || Gewijzigd

Art. 61, lid 2 || Art. 50 || Gewijzigd

Art. 61, lid 3 || || Nieuw

Art. 62, lid 1 || Art. 47, leden 2, 3, art 48, leden 3, 4 || Aangepast

Art. 62, lid 2 || || Nieuw

Art. 63, lid 1 || Art. 52, lid 1, art. 52, lid 7 || Aangepast

Art. 63, lid 2, eerste alinea || Art. 52, lid 1, tweede alinea || Gewijzigd

Art. 63, lid 2, tweede alinea || Art. 52, lid 1, derde alinea || =

Art. 63, lid 3 || Art. 52, lid 2 || =

Art. 63, lid 4 || Art. 52, lid 3 || Gewijzigd

Art. 63, lid 5, eerste alinea || Art. 52, lid 4, eerste alinea || Aangepast

Art. 63, lid 5, tweede alinea || Art. 52, lid 4, tweede alinea || =

Art. 63, lid 6, eerste alinea || Art. 52, lid 5, eerste alinea || Aangepast

Art. 63, lid 6, tweede alinea || Art. 52, lid 6 || =

Art. 63, lid 7 || Art. 52, lid 5, tweede alinea || =

Art. 63, lid 8, eerste alinea || Art. 52, lid 8 || =

Art. 63, lid 8, tweede alinea || || Nieuw

Art. 64 || Art. 44, lid 3 || Aangepast

Art. 65 || Art. 44, lid 4 || =

Art. 66, lid 1 || Art. 53, lid 1 || Gewijzigd

Art. 66, lid 2 || Art. 53, lid 1, onder a) || Gewijzigd

Art. 66, lid 3 || || Nieuw

Art. 66, lid 4 || Overweging 1, overweging 46, derde alinea || Gewijzigd

Art. 66, lid 5 || Art. 53, lid 2 || Gewijzigd

Art. 67 || || Nieuw

Art. 68 || || Nieuw

Art. 69, lid 1 || Art. 55, lid 1 || Gewijzigd

Art. 69, lid 2 || Art. 55, lid 1 || Aangepast

Art. 69, lid 3, onder a) || Art. 55, onder a) || =

Art. 69, lid 3, onder b) || Art. 55, onder b) || =

Art. 69, lid 3, onder c) || Art. 55, onder c) || =

Art. 69, lid 3, onder d) || Art. 55, onder d) || Gewijzigd

Art. 69, lid 3, onder e) || Art. 55, onder e) || =

Art. 69, lid 4, eerste alinea || Art. 55, lid 2 || Gewijzigd

Art. 69, lid 4, tweede alinea || || Nieuw

Art. 69, lid 5 || Art. 55, lid 3 || Aangepast

Art. 69, lid 6 || || Nieuw

Art. 70 || Art. 26 || Gewijzigd

Art. 71, lid 1 || Art. 25, eerste alinea || =

Art. 71, lid 2 || || Nieuw

Art. 71, lid 3 || Art. 25, tweede alinea || Aangepast

Art. 72, leden 1 – 4, 5, 7 || || Nieuw

Art. 72, lid 6 || Art. 31, lid 4, onder a) || Gewijzigd

Art. 73 || || Nieuw

Art. 74 || || Nieuw

Art. 75 || || Nieuw

Art. 76 || || Nieuw

Art. 77 || Art. 66 || =

Art. 78 || Art. 67 || Aangepast

Art. 79, leden 1 - 2 || Art. 69 || Aangepast

Art. 79, lid 3 || Art. 70, art 79, lid 1, onder a) || Aangepast

Art. 80, lid 1 || || Nieuw

Art. 80, lid 2 || Art. 72 || =

Art. 81 || Art. 73 || =

Art. 82 || Art. 74 || =

Art. 83 || Art. 81, eerste alinea || Aangepast

Art. 84, lid 1 || Art. 81, tweede alinea || Gewijzigd

Art. 84, leden 2 - 6 || || Nieuw

Art. 85 || Art. 43 || Gewijzigd

Art. 86, lid 1 || Art. 75 || Aangepast

Art. 86, lid 2 || Art. 76 || Gewijzigd

Art. 86, lid 3 || || Nieuw

Art. 86, lid 4 || || Nieuw

Art. 86, lid 5 || Art. 79, lid 1, onder a) || Aangepast

Art. 87 || || Nieuw

Art. 88 || || Nieuw

Art. 89 || Art. 77, leden 3 en 4 || Gewijzigd

Art. 90 || Art. 77, lid 5 || Gewijzigd

Art. 91 || Art. 77, leden 1, 2 || Aangepast

Art. 92 || Art. 80 || Aangepast

Art. 93 || Art. 82 || Aangepast

Art. 94 || || Nieuw

Art. 95 || Art. 83 || =

Art. 96 || Art. 84 || =

Bijlage I || Bijlage IV || =

Bijlage II || Bijlage I || =; met uitzondering van eerste zin (gewijzigd)

Bijlage III || Bijlage V || =

Bijlage IV, (a) – (g) || Bijlage X (b) - (h) || =

Bijlage IV, (h) || || Nieuw

Bijlage V || || Nieuw

Bijlage VI || Bijlage VII || Gewijzigd

Bijlage VII || Art. 54, lid 3, onder a) – f) || =

Bijlage VIII || Bijlage VI || Aangepast

Bijlage IX || Bijlage VIII || Aangepast

Annex X, 1 || Art. 40, lid 5 || Aangepast

Annex X, 2 || || Nieuw

Bijlage XI || || Nieuw

Bijlage XII || Bijlage IX || Aangepast

Bijlage XIII || || Nieuw

Bijalge XIV, deel 1 || Art. 47, lid 1 || =

Bijlage XIV, deel 2 || Art. 48, lid 2 || =; gewijzigd onder a), e) en f)

Bijlage XV || || Nieuw

Bijlage XVI || Bijlage II || Gewijzigd

Bijlage XVII || Bijlage XII || Gewijzigd

[1]               Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten, PB L 134 van 30.4.2004, blz. 1.

[2]               Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten, PB L 134 van 30.4.2004, blz. 114.

[3]               Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied, en tot wijziging van Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG, PB L 216 van 20.8.2009, blz. 76.

[4]               Richtlijn 89/665/EEG van de Raad van 21 december 1989 houdende de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en voor de uitvoering van werken, PB L 395 van 30.12.1989, blz. 33.

[5]               COM(2011) 15: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2011:0015:FIN:NL:PDF.

[6]               http://ec.europa.eu/internal_market/consultations/docs/2011/public_procurement/synthesis_

                document_en.pdf.

[7]               http://ec.europa.eu/internal_market/publicprocurement/modernising_rules/conferences/index_en.htm.

[8]               Werkdocument van de diensten van de Commissie SEC(2008) 2193.

[9]               PB C ….

[10]             PB C ….

[11]             PB C ….

[12]             COM(2010) 2020 definitief van 3.3.2010.

[13]             PB L 134 van 30.4.2004, blz. 1.

[14]             PB L 134 van 30.4.2004, blz. 114.

[15]             PB L 336 van 23.12.1994, blz. 1.

[16]             SEC(2011) 853 definitief van 27.6.2011.

[17]             SPC/2010/10/8 definitief van 6.10.2010.

[18]             ...

[19]             PB L 342 van 22.12.2009, blz. 1.

[20]             PB L 120 van 15.5.2009, blz. 5.

[21]             PB L 39 van 13.2.2008, blz. 1.

[22]             PB L 18 van 21.1.1997, blz. 1.

[23]             PB L 18 van 21.1.1997, blz. 1.

[24]             PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.

[25]             PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1.

[26]             PB L 217 van 20.8.2009, blz. 76.

[27]             PB L 145 van 30.4.2004, blz. 1.

[28]             PB L 13 van 19.1.2000, blz. 12.

[29]             PB L 274 van 20.10.2009, blz. 36.

[30]             PB L 53 van 26.2.2011, blz. 66.

[31]             PB L 340 van 16.12.2002, blz. 1.

[32]             PB L 210 van 31.7.2006, blz. 19.

[33]             PB L 395 van 30.12. 1989, blz. 33.

[34]             PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30.

[35]             PB L 300 van 11.11.2008, blz. 42.

[36]             PB C 195 van 25.6.1997, blz. 1.

[37]             PB L 192 van 31.7.2003, blz. 54.

[38]             PB C 316 van 27.11.1995, blz. 48.

[39]             PB L 164 van 22.6.2002, blz. 3.

[40]             PB L 166 van 28.6.1991, blz. 77.

[41]             PB L 342 van 22.12.2009, blz. 1.

[42]             PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

[43]             PB L 201 van 31.7.2002, blz. 37.

[44]             PB L […]

[45]             PB L 185 van 16.8.1971, blz. 15.

[46]             Voor de toepassing van artikel 56, lid 2, wordt onder "registers" verstaan de registers die in deze bijlage vermeld worden, alsmede de registers die in de plaats van deze registers gekomen zijn, voor zover hierin op nationaal niveau wijzigingen zijn aangebracht.

[47]             PB L 120 van 15.5.2009, blz. 5.

[48]             De vermelding "aangepast" betekent dat het gaat om een nieuwe tekst zonder dat de inhoud van de ingetrokken richtlijnen is gewijzigd. Wijzigingen van de inhoud van de bepalingen van de ingetrokken richtlijnen worden aangegeven met de vermelding "gewijzigd".