52011PC0315

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende Europese normalisatie en tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/105/EG en 2009/23/EG van het Europees Parlement en de Raad /* COM/2011/0315 definitief - 2011/0150 (COD) */


TOELICHTING

1. Achtergrond van het voorstel

· Motivering en doel van het voorstel

Europese normalisatie is het resultaat van vrijwillige samenwerking tussen bedrijven, overheden en andere belanghebbende partijen in een systeem dat op openheid, transparantie en consensus berust. Voor het Europese bedrijfsleven worden in normen de beste praktijken op een bepaald gebied samengevat, omdat hierin de collectieve deskundigheid van de deelnemende actoren is geconcentreerd.

In de toekomst zal Europese normalisatie, meer nog dan nu, een cruciale rol spelen op zeer uiteenlopende gebieden, waaronder ondersteuning van het Europese concurrentievermogen, consumentenbescherming, betere toegankelijkheid voor gehandicapten en ouderen en bestrijding van klimaatverandering. Om snel te kunnen inspelen op de veranderende behoeften op alle gebieden zal een alomvattend, inclusief, efficiënt en technisch actueel Europees normalisatiesysteem nodig zijn. Dit systeem zal voortbouwen op de sterke punten van het bestaande systeem, maar moet ook flexibel zijn en snel op toekomstige behoeften kunnen reageren.

In haar strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei Europa 2020 (COM(2010) 2020) heeft de Commissie erop gewezen dat de methode voor de totstandkoming en de toepassing van normen in Europa moet worden verbeterd verbeteren, zodat Europese en internationale normen kunnen worden benut om de concurrentiepositie van de Europese industrie op lange termijn te verbeteren en belangrijke beleidsdoelstellingen op gebieden als e‑overheid, e‑gezondheidszorg of e‑toegankelijkheid te verwezenlijken.

Op 21 oktober 2010 heeft het Europees Parlement een verslag over de toekomst van de Europese normalisatie aangenomen (A7-0276/2010), waarin werd aangegeven dat bij de herziening van de Europese normalisatie de vele succesvolle onderdelen ervan moeten blijven bestaan, tekortkomingen moeten worden gecorrigeerd en het juiste evenwicht moet worden gevonden tussen de Europese, de nationale en de internationale dimensie. Ook erkende het Parlement dat interoperabiliteit cruciaal is voor innovatie en concurrentievermogen, vooral in de ICT‑sector.

In haar mededeling “Akte voor de interne markt: Twaalf hefbomen voor het stimuleren van de groei en het versterken van het vertrouwen” van 13 april 2011 heeft de Commissie de uitbreiding van het Europese normalisatiesysteem tot diensten opgenomen in de twaalf kernacties die de EU-instellingen voor eind 2012 moeten uitvoeren.

· Algemene context

Normen en normalisatie zijn voor de EU zeer doeltreffende beleidsinstrumenten. Zij worden onder meer gebruikt om de eengemaakte markt voor producten goed te laten functioneren, netwerken en systemen, vooral in de ICT‑sector, op elkaar te laten aansluiten, consumenten en het milieu goed te beschermen en innovatie en sociale insluiting te bevorderen, maar voor de Europese economie hebben zij veel algemenere voordelen.

In de digitale samenleving zijn normen onontbeerlijk om netwerken en systemen, vooral op ICT-gebied, op elkaar te laten aansluiten. ICT-oplossingen zijn in het digitale tijdperk alomtegenwoordig in elke bedrijfstak en ook in het dagelijks leven. Omdat ICT‑oplossingen, ‑toepassingen en ‑diensten onderling moeten kunnen communiceren, is interoperabiliteit vereist en daarvoor zijn normen nodig.

Europese normen zijn zeer belangrijk voor de werking van de interne markt voor industrieproducten. Zij komen in de plaats van nationale normen, die elkaar veelal tegenspreken en daardoor technische belemmeringen voor de toetreding tot een nationale markt kunnen opwerpen.

In deze verordening wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten normen: Europese normen die ontwikkeld zijn op verzoek van de Commissie, op basis van een zogeheten “mandaat” aan Europese normalisatie-instellingen, en andere Europese normen die ontwikkeld zijn op initiatief van anderen (bedrijfsleven, nationale normalisatie-instellingen, belanghebbenden enz.).

Dit voorstel pakt drie grote problemen aan:

1. In een snel veranderende wereld en samenleving moeten normen gelijke tred houden met de snelle technologische ontwikkelingen, vooral in sectoren die worden gekenmerkt door producten met een zeer korte levensduur en zeer korte ontwikkelingscycli. Het hele proces van de totstandkoming van Europese normen op verzoek van de Commissie verloopt volgens sommige belanghebbenden te traag. Het belangrijkste negatieve effect van de langzame totstandkoming van normen is dat er tegenstrijdige nationale normen blijven bestaan, wat kan leiden tot technische belemmeringen in de toeleveringsketen of, als de nationale norm als protectionistisch instrument wordt gebruikt, tot handelsbelemmeringen. Een ander gevolg is dat bedrijven bij afwezigheid van geharmoniseerde normen zich niet kunnen beroepen op het vermoeden van conformiteit dat de naleving van een dergelijke norm zou vestigen en dat zij dan volgens de conformiteitsbeoordelingsmodule in de toepasselijke EU-wetgeving moeten aantonen dat zij de essentiële eisen naleven. In beide gevallen worden bedrijven onnodig op kosten gejaagd, door de versnippering van de interne markt of door de conformiteitsbeoordelingsprocedures. Door tegenstrijdige nationale normen of de afwezigheid van geharmoniseerde normen kunnen zowel de transactiekosten als de kosten per eenheid hoger zijn omdat afwijkende partijen moeten worden geproduceerd. De industrie reageert op deze situatie door informele normalisatiekanalen op te richten om snel internationaal geaccepteerde technische specificaties voor interoperabiliteit te kunnen opstellen.

2. Het midden- en kleinbedrijf (mkb) ondervindt verschillende problemen in verband met normen en normalisatie. Volgens veel belanghebbenden is een van de grootste problemen dat het mkb over het algemeen ondervertegenwoordigd is bij normalisatiewerkzaamheden, met name op Europees niveau. Ook hebben normen vaak betrekking op de veiligheid en het welzijn van burgers, de efficiëntie van netwerken, het milieu en andere terreinen van het overheidsbeleid, maar hoewel normen een belangrijke rol spelen in de samenleving, klinkt het standpunt van belangrijke maatschappelijke belanghebbenden in de EU onvoldoende door in het normalisatieproces. Om het probleem van de ondervertegenwoordiging van het mkb en maatschappelijke belanghebbenden bij normalisatiewerkzaamheden op te lossen, wordt financiële steun verleend aan organisaties die het mkb en maatschappelijke belanghebbenden vertegenwoordigen. Er zijn grote verschillen tussen de criteria voor de toekenning van deze subsidies, de voorwaarden waaronder zij mogen worden gebruikt en het soort financiering. Sommige organisaties ontvangen alleen subsidies voor acties, terwijl andere ook subsidies voor huishoudelijke uitgaven krijgen. Het grootste nadelige gevolg van de ondervertegenwoordiging van het mkb en maatschappelijke belanghebbenden is dat zij onvoldoende invloed op het proces kunnen uitoefenen.

3. Veel interoperabiliteitsnormen op ICT-gebied zijn niet ontwikkeld door de Europese normalisatie-instellingen, maar door andere organisaties (hierna “wereldwijde fora en consortia” genoemd). Een concreet voorbeeld hiervan zijn de normen voor internet en het wereldwijde web. Met name doordat de traditionele normalisatieorganisaties niet over zeer gespecialiseerde deskundigheid beschikken, hebben zij op ICT‑gebied het nodige laten liggen, waardoor een belangrijk deel van de wereldwijde ICT-normalisatie momenteel buiten het formele Europese of internationale normalisatiesysteem om plaatsvindt. In overheidsopdrachten die onder Richtlijn 2004/18/EG vallen, mag nu alleen in uitzonderlijke omstandigheden naar “normen van fora en consortia” worden verwezen. Omdat deze normen als zodanig niet onder een van de categorieën normen vallen waarnaar overheden in hun opdrachten mogen verwijzen, zullen voorzichtige overheidsinstanties ervan afzien naar deze normen te verwijzen. Dit kan tot gevolg hebben dat de door hen aangeschafte ICT niet aansluit op die van andere overheden. Vanwege dit probleem zien overheden er vaak van af een ICT‑strategie en ‑architectuur vast te stellen, bijvoorbeeld voor grensoverschrijdende interoperabiliteit van organisaties.

· Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied

Door dit voorstel wordt een deel van Richtlijn 98/34/EG vervangen en worden Besluit nr. 1673/2006/EG en Beschikking 87/95/EEG ingetrokken.

· Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de Unie

Door dit initiatief worden de kerninitiatieven van Europa 2020 over de Innovatie–Unie (COM(2010) 546), het industriebeleid (COM(2010) 614), een digitale agenda voor Europa (COM(2010) 245) en een efficiënt gebruik van hulpbronnen (COM(2011) 21) ten uitvoer gelegd, alsmede de Single Market Act (COM(2010) 608) en de strategie inzake handicaps 2010-2020 (COM(2010) 636). Het initiatief vormt een onderdeel van een strategisch initiatief van het werkprogramma van de Commissie voor 2011.

2. Raadpleging van belanghebbende partijen en effectbeoordeling

· Raadpleging van belanghebbende partijen

Wijze van raadpleging, belangrijkste geraadpleegde sectoren en algemeen profiel van de respondenten

In 2009 en 2010 werden twee raadplegingen van het grote publiek gehouden en daarnaast werd in 2010 een specifiekere raadpleging gehouden onder nationale autoriteiten, Europese normalisatie-instellingen, nationale normalisatie-instellingen, organisaties van belanghebbenden en fora en consortia. In 2009 is het witboek “Modernisering van de ICT-normalisatie in de EU - Hoe nu verder?” goedgekeurd.

Bovendien bouwt deze verordening voort op de werkzaamheden van een onafhankelijke groep van deskundigen, het panel van deskundigen voor de evaluatie van het Europese normalisatiesysteem (EXPRESS). Dit panel bestond uit dertig deskundigen van Europese, nationale en internationale normalisatie-instellingen, het bedrijfsleven, het mkb, ngo’s, vakbonden, de academische wereld, fora en consortia en overheidsinstanties uit de EU-lidstaten. In februari 2010 heeft EXPRESS zijn verslag “Standardisation for a competitive and innovative Europe: a vision for 2020” aan de Europese Commissie overgelegd.

Samenvatting van de reacties en hoe daarmee rekening is gehouden

De uiteindelijke beleidskeuzes zijn gebaseerd op de reacties op de raadplegingen, het witboek “Modernisering van de ICT-normalisatie in de EU - Hoe nu verder?”, het EXPRESS-verslag “Standardisation for a competitive and innovative Europe: a vision for 2020” en het verslag van het Europees Parlement.

Van 23.3.2010 tot en met 21.5.2010 werd via internet een open raadpleging gehouden. De Commissie heeft 483 reacties ontvangen. De resultaten zijn te vinden op: http://ec.europa.eu/enterprise/policies/european-standards/public-consultation/index_en.htm.

· Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid

Er behoefde geen beroep te worden gedaan op externe deskundigheid.

· Effectbeoordeling

In de effectbeoordeling en de samenvatting ervan worden de verschillende opties op een rij gezet.

Alleen een combinatie van de beleidsopties 1.A (termijnen voor de ontwikkeling van Europese normen) en 1.C (transparante en vereenvoudigde procedures voor geharmoniseerde normen en andere Europese normen op verzoek van de Commissie), en de beleidsopties 2.C (de positie van organisaties die het mkb en maatschappelijke belanghebbenden vertegenwoordigen binnen de Europese normalisatie-instellingen versterken door subsidies voor huishoudelijke uitgaven mogelijk te maken) en 3.B (verwijzing naar “normen van fora en consortia” in overheidsopdrachten) voldoen aan de criteria van doeltreffendheid, doelmatigheid en consistentie. Dit voorstel is dan ook op die vier opties gebaseerd.

De Commissie heeft conform haar werkprogramma een effectbeoordeling uitgevoerd, waarvan het verslag kan worden geraadpleegd op: http://ec.europa.eu/enterprise/policies/european-standards/index_en.htm.

3. Juridische elementen van het voorstel

· Samenvatting van de voorgestelde maatregelen

1. De samenwerking tussen de nationale normalisatie-instellingen wordt transparanter.

2. Als er op een bepaald gebied geen Europese normen zijn of de Europese normen verouderd zijn of niet door de markt geaccepteerd zijn, wordt het mogelijk bij overheidsopdrachten normen te gebruiken die door andere organisaties op ICT-gebied zijn ontwikkeld, mits deze normen voldoen aan een reeks criteria die berusten op de WTO-beginselen voor internationale normalisatieprocessen.

3. De planning wordt verbeterd: de Commissie gaat een jaarlijks werkprogramma opstellen waarin de prioriteiten voor de Europese normalisatie en de vereiste mandaten worden vermeld.

4. De vertegenwoordiging van het mkb en van maatschappelijke belanghebbenden in de Europese normalisatie wordt verbeterd en de financiële ondersteuning van vertegenwoordigende organisaties van het mkb en van maatschappelijke belanghebbenden gewaarborgd.

5. Verlichting van de administratieve belasting van de Commissie en Europese normalisatie-instellingen, bijvoorbeeld door het gebruik van vaste bedragen ingrijpend te vereenvoudigen, zodat geen systematische verificatie van de werkelijk gemaakte uitvoeringskosten nodig is. Dit voorstel is een volgende stap naar een resultaatgericht systeem op basis van overeengekomen indicatoren en streefdoelen (outputs en uitkomsten). Deze streefdoelen kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op de snelheid en doeltreffendheid van het proces voor de vaststelling van normen.

6. Hoewel Europese normen op grote schaal worden toegepast voor vervoer en logistiek, postdiensten en elektronische-communicatienetwerken en ‑diensten, hebben de vrijwillige Europese normen een veel minder prominente rol gespeeld ter ondersteuning van de voltooiing van de eengemaakte dienstenmarkt. Daarom zijn dienstennormen in het toepassingsgebied van dit voorstel opgenomen, zodat de Commissie de mogelijkheid krijgt mandaten voor de ontwikkeling van Europese dienstennormen te verlenen en een deel van de ontwikkelingskosten voor haar rekening te nemen.

· Rechtsgrondslag

Artikel 114 VWEU.

· Subsidiariteitsbeginsel

Het subsidiariteitsbeginsel is van toepassing aangezien het voorstel geen gebieden bestrijkt die onder de exclusieve bevoegdheid van de EU vallen.

De doelstellingen van het voorstel kunnen om de volgende reden niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt.

Europese normalisatie ondersteunt de Europese wetgeving voor de totstandbrenging van de eengemaakte markt en vergroot het concurrentievermogen van de Europese industrie. Door Europese harmonisatie van normen voor producten worden mogelijke technische handelsbelemmeringen als gevolg van tegenstrijdige nationale normen opgeheven. Problemen in verband met normalisatie op Europees niveau moeten dan ook in Europees verband worden opgelost.

De doelstellingen van het voorstel kunnen om de volgende redenen beter door een EU-optreden worden verwezenlijkt.

De doelstelling om de werking van de interne markt te waarborgen door belemmeringen voor de handel binnen de EU als gevolg van de verschillende nationale normen voor producten te beperken, kon niet voldoende worden verwezenlijkt door de lidstaten. Daarom werd het overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel en in verband met de omvang en de gevolgen van het probleem passend geacht deze doelstelling te verwezenlijken door een optreden op EU-niveau.

Europese normen zijn zeer belangrijk voor de werking van de interne markt voor industrieproducten. Zij komen in de plaats van nationale normen, die elkaar veelal tegenspreken en daardoor technische belemmeringen voor de toetreding tot een nationale markt kunnen opwerpen. Geharmoniseerde normen zorgen ervoor dat producten aan de essentiële eisen in de EU-wetgeving voldoen. Naleving van een “geharmoniseerde” Europese norm waarborgt dat producten het vereiste veiligheidsniveau hebben. Toch is de toepassing van geharmoniseerde normen niet verplicht en kan een fabrikant een andere technische oplossing kiezen als wordt aangetoond dat zijn product aan de essentiële eisen voldoet.

Zoals in de effectbeoordeling is aangegeven, zijn om redenen van subsidiariteit tijdens de effectbeoordelingsprocedure veel niet-wetgevende opties afgevallen.

Het voorstel is derhalve in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel.

· Evenredigheidsbeginsel

Het voorstel is om de volgende redenen in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel.

Het voorstel betreft uitsluitend de werking van de normalisatie op Europees niveau en de samenwerking tussen de nationale normalisatie-instellingen ter voorkoming van tegenstrijdige nationale normen.

Dit voorstel houdt geen nieuwe administratieve belasting voor marktdeelnemers, nationale, regionale en lokale overheden of burgers in.

· Keuze van instrumenten

Voorgesteld instrument: verordening.

Andere instrumenten zouden om de volgende redenen ongeschikt zijn.

De voorgestelde opties en de vereenvoudigingsaspecten vereisen geen wijziging van wetgeving van de lidstaten. Dit instrument heeft alleen betrekking op de Europese normalisatie-instellingen, de samenwerking tussen de nationale normalisatie-instellingen, de betrokkenheid van vertegenwoordigende organisaties van het mkb en van maatschappelijke belanghebbenden bij Europese normalisatie en de Commissie. Daarom is een richtlijn in dit geval geen geschikt instrument.

Het rechtsinstrument moet van algemene toepassing zijn, met name het gedeelte betreffende het gebruik van normen van fora en consortia bij overheidsopdrachten, dat in alle lidstaten rechtstreeks van toepassing moet zijn. Bovendien zou het wetgevingsinstrument een aantal rechtstreeks geldende verplichtingen opleggen aan de Europese normalisatie-instellingen, de nationale normalisatie-instellingen, vertegenwoordigende organisaties van het mkb en van maatschappelijke belanghebbenden bij de Europese normalisatie en de Commissie. Daarom is een verordening het geschiktste rechtsinstrument. Andere instrumenten zouden ontoereikend zijn om de voorgestelde doelstellingen te verwezenlijken.

4. Gevolgen voor de begroting

De gevolgen voor de begroting zijn in het financieel memorandum beschreven.

5. Aanvullende informatie

· Vereenvoudiging

Het voorstel voorziet in vereenvoudiging van de wetgeving.

Normalisatie zal tot diensten worden uitgebreid. Het financieel beheer wordt vereenvoudigd. Nadere details worden hieronder gegeven.

Het voorstel is opgenomen in het programma van de Commissie voor de modernisering en vereenvoudiging van het EU-acquis en in het wetgevings- en werkprogramma van de Commissie, onder referentie 2010/ENTR/0021.

· Intrekking van bestaande wetgeving

De vaststelling van het voorstel heeft de intrekking van bestaande wetgeving tot gevolg.

· Evaluatie-/herzienings-/vervalbepaling

Het voorstel bevat een evaluatiebepaling.

· Europese Economische Ruimte

De voorgestelde maatregel betreft een onderwerp dat onder de EER-overeenkomst valt en moet daarom worden uitgebreid tot de Europese Economische Ruimte.

· Nadere uitleg van het voorstel

Het voorstel voorziet in herziening en samenvoeging van:

1. Beschikking 87/95/EEG van de Raad betreffende de normalisatie op het gebied van de informatietechnologieën en de telecommunicatie. Bijna alle (verouderde) bepalingen worden ingetrokken en er wordt een nieuw systeem ingevoerd waardoor in overheidsopdrachten ICT-normen mogen worden gebruikt die ontwikkeld zijn door andere organisaties dan de Europese normalisatie-instellingen;

2. Richtlijn 98/34/EG betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (maar alle artikelen over de kennisgeving van ontwerpen voor technische voorschriften vallen buiten het toepassingsgebied van het voorstel en blijven ongewijzigd). De Europese samenwerking op het gebied van normalisatie wordt tot diensten uitgebreid, de samenwerking tussen de nationale normalisatie-instellingen wordt transparanter, de vertegenwoordiging van het mkb en van maatschappelijke belanghebbenden in de Europese normalisatie wordt verbeterd en de financiële ondersteuning van vertegenwoordigende organisaties van het mkb en van maatschappelijke belanghebbenden wordt gewaarborgd;

3. Besluit nr. 1673/2006/EG betreffende de financiering van de Europese normalisatie. De basisbeginselen van het besluit blijven ongewijzigd, maar er worden overeenkomstig het voorgestelde nieuwe Financieel Reglement enkele nieuwe elementen aan toegevoegd: verlichting van de administratieve belasting van operationele diensten en Europese normalisatie-instellingen, bijvoorbeeld door het gebruik van vaste bedragen ingrijpend te vereenvoudigen, zodat geen systematische verificatie van de werkelijk gemaakte uitvoeringskosten nodig is. Dit voorstel is een volgende stap naar een resultaatgericht systeem op basis van overeengekomen indicatoren en streefdoelen (outputs en uitkomsten). Deze streefdoelen hebben onder meer betrekking op de snelheid en doeltreffendheid van het proces voor de vaststelling van normen.

2011/0150 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende Europese normalisatie en tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/105/EG en 2009/23/EG van het Europees Parlement en de Raad

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[1],

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Normalisatie dient vooral om vrijwillige technische of kwalitatieve specificaties vast te stellen waaraan bestaande of toekomstige producten, productieprocessen of diensten kunnen voldoen. Er kunnen uiteenlopende aspecten worden genormaliseerd, zoals verschillende kwaliteitsniveaus of groottes van een bepaald product of technische specificaties voor producten- of dienstenmarkten waar compatibiliteit en interoperabiliteit met andere producten of systemen van essentieel belang is.

(2) Europese normalisatie vergroot tevens het concurrentievermogen van ondernemingen doordat met name het vrije verkeer van goederen en diensten, netwerkinteroperabiliteit, communicatiemiddelen, technologische ontwikkeling en innovatie erdoor worden bevorderd. Normen hebben belangrijke positieve economische effecten doordat zij bijvoorbeeld bijdragen tot de economische vervlechting op de interne markt en tot de ontwikkeling van nieuwe en betere producten of markten en betere leveringsvoorwaarden. Hierdoor vergroten normen gewoonlijk de concurrentie, terwijl de productie- en verkoopkosten afnemen, wat de economie als geheel ten goede komt. Normen kunnen de kwaliteit op peil houden en verbeteren, informatie verschaffen en zorgen voor interoperabiliteit en compatibiliteit, waardoor de waarde voor de consumenten toeneemt.

(3) De Europese normalisatie-instellingen, namelijk het Europees Comité voor Normalisatie (CEN), het Europees Comité voor Elektrotechnische Normalisatie (Cenelec) en het Europees Instituut voor Telecommunicatienormen (ETSI), moeten de Europese normen blijven vaststellen.

(4) Op de interne markt spelen Europese normen een zeer belangrijke rol, vooral omdat de naleving van deze normen voor producten die op de markt zullen worden aangeboden het vermoeden van conformiteit met de desbetreffende essentiële eisen in de harmonisatiewetgeving van de Unie vestigt.

(5) Er is een specifiek rechtskader voor Europese normalisatie, bestaande uit drie verschillende rechtshandelingen: Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij[2], Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 betreffende de financiering van de Europese normalisatie[3] en Beschikking 87/95/EEG van de Raad van 22 december 1986 betreffende de normalisatie op het gebied van de informatietechnologieën en de telecommunicatie[4]. Het huidige regelgevingskader sluit echter niet meer aan bij de ontwikkelingen van de Europese normalisatie in de afgelopen decennia. Daarom moet het regelgevingskader worden vereenvoudigd en aangepast, zodat het nieuwe aspecten van normalisatie omvat, om rekening te houden met de laatste ontwikkelingen en toekomstige opgaven van de Europese normalisatie. Dit geldt in het bijzonder voor de toegenomen ontwikkeling van dienstennormen en het ontstaan van normalisatieproducten die geen formele normen zijn.

(6) Om de doeltreffendheid van normen en normalisatie als beleidsinstrumenten voor de Unie te waarborgen, moet er een doeltreffend en doelmatig normalisatiesysteem zijn dat een flexibel en transparant platform biedt voor consensusvorming tussen alle deelnemers en dat financieel levensvatbaar is.

(7) Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt[5] stelt algemene bepalingen vast ter vergemakkelijking van de uitoefening van de vrijheid van vestiging van dienstverrichters en het vrije verkeer van diensten, met waarborging van een hoge kwaliteit van de diensten. Die richtlijn verplicht de lidstaten in samenwerking met de Commissie de ontwikkeling van vrijwillige Europese normen aan te moedigen, teneinde de compatibiliteit tussen de diensten van dienstverrichters uit verschillende lidstaten, de informatie aan de afnemer en de kwaliteit van dienstverrichtingen te verbeteren. Richtlijn 98/34/EG is echter alleen van toepassing op normen voor producten; normen voor diensten vallen er niet uitdrukkelijk onder. In de dagelijkse praktijk van de interne markt wordt het onderscheid tussen diensten en goederen echter minder belangrijk. Normen voor producten kunnen in de praktijk niet altijd duidelijk worden onderscheiden van normen voor diensten. Veel productnormen hebben een dienstencomponent, terwijl dienstennormen vaak ook deels betrekking hebben op producten. Het rechtskader moet bijgevolg aan deze nieuwe omstandigheden worden aangepast door het toepassingsgebied uit te breiden tot normen voor diensten.

(8) De ontwikkeling van vrijwillige normen voor diensten moet marktgestuurd zijn, waarbij de behoeften van de direct of indirect door de norm geraakte marktdeelnemers en belanghebbenden leidend zijn, moet rekening houden met het algemeen belang en moet op consensus berusten. In deze normen moet de nadruk vooral liggen op diensten die verband houden met producten en processen.

(9) Op de Europese normalisatie-instellingen is het mededingingsrecht in zoverre van toepassing dat zij kunnen worden beschouwd als een onderneming of een ondernemersvereniging in de zin van de artikelen 101 en 102 van het Verdrag.

(10) In de Unie worden nationale normen vastgesteld door de nationale normalisatie-instellingen, waardoor op de interne markt tegenstrijdige normen en technische belemmeringen kunnen ontstaan. Daarom moet de bestaande regelmatige uitwisseling van informatie over de huidige en toekomstige normalisatiewerkzaamheden tussen de nationale normalisatie-instellingen, de Europese normalisatie-instellingen en de Commissie in het belang van de interne markt en van de doeltreffendheid van de normalisatie binnen de Unie worden bevestigd. Deze informatie-uitwisseling moet worden aangepast aan bijlage 3 bij de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen die is goedgekeurd bij Besluit 80/271/EEG van de Raad van 10 december 1979 betreffende de sluiting van de multilaterale overeenkomsten waarover tijdens de handelsbesprekingen 1973-1979 overeenstemming is bereikt[6].

(11) De regelmatige uitwisseling van informatie tussen de nationale normalisatie-instellingen, de Europese normalisatie-instellingen en de Commissie mag niet verhinderen dat de normalisatie-instellingen andere verplichtingen en verbintenissen nakomen, en met name die in bijlage 3 bij de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen.

(12) Normen kunnen ertoe bijdragen dat met het Europees beleid belangrijke maatschappelijke uitdagingen zoals klimaatverandering, duurzaam gebruik van hulpbronnen, vergrijzing en innovatie in het algemeen worden aangepakt. Door het voortouw te nemen bij de ontwikkeling van Europese of internationale normen voor goederen en technologie op deze groeimarkten kan Europa een concurrentievoordeel voor zijn ondernemingen tot stand brengen en de handel bevorderen.

(13) Normen zijn belangrijke hulpmiddelen voor ondernemingen, en met name voor het midden- en kleinbedrijf (hierna “het mkb” genoemd), dat echter onvoldoende bij het normalisatiesysteem betrokken is; hierdoor bestaat het risico dat normen geen rekening houden met de behoeften en zorgen van het mkb. Het is dan ook cruciaal dat de vertegenwoordiging en deelname van het mkb in het normalisatieproces, en met name in de technische comités, worden verbeterd.

(14) Europese normen zijn van vitaal belang voor het concurrentievermogen van het mkb, dat over het algemeen echter ondervertegenwoordigd is bij normalisatieactiviteiten, met name op Europees niveau. Deze verordening moet dan ook waarborgen dat het mkb in het Europese normalisatieproces behoorlijk vertegenwoordigd wordt door een organisatie met passende kwalificaties.

(15) Normen kunnen grote gevolgen hebben voor de samenleving, en met name voor de veiligheid en het welzijn van burgers, de efficiëntie van netwerken, het milieu, de toegankelijkheid en andere terreinen van het overheidsbeleid. Daarom moeten de rol en de inbreng van maatschappelijke belanghebbenden bij de opstelling van normen worden vergroot door ondersteuning van organisaties die de belangen van consumenten, het milieu en maatschappelijke belanghebbenden vertegenwoordigen.

(16) Voor zover mogelijk moeten normen ook rekening houden met de milieueffecten van producten en diensten gedurende hun hele levenscyclus. Het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie heeft belangrijke hulpmiddelen voor de evaluatie van deze effecten ontwikkeld, die openbaar beschikbaar zijn.

(17) Het voortbestaan van de samenwerking tussen de Commissie en het Europese normalisatiesysteem hangt ervan af of toekomstige verzoeken voor de ontwikkeling van normen zorgvuldig worden gepland. Deze planning moet worden verbeterd, met name door de inbreng van belanghebbende partijen. Aangezien Richtlijn 98/34/EG al de mogelijkheid biedt de Europese normalisatie-instellingen te verzoeken Europese normen op te stellen, is het wenselijk te zorgen voor een betere en transparantere planning die wordt opgenomen in een jaarlijks werkprogramma dat een overzicht bevat van alle verzoeken om normen die de Commissie bij de Europese normalisatie-instellingen wil indienen.

(18) In verschillende richtlijnen tot harmonisatie van de voorwaarden voor de verhandeling van producten is bepaald dat de Commissie de Europese normalisatie-instellingen kan verzoeken geharmoniseerde Europese normen vast te stellen op basis waarvan een vermoeden van conformiteit met de desbetreffende essentiële eisen wordt gevestigd. Deze wetgevingshandelingen bevatten echter veelal uiteenlopende bepalingen voor het maken van bezwaar tegen deze normen wanneer zij niet alle toepasselijke eisen (volledig) dekken. Met name de volgende richtlijnen bevatten uiteenlopende bepalingen, die voor marktdeelnemers en Europese normalisatie-instellingen tot onzekerheid leiden: Richtlijn 89/686/EEG van de Raad van 21 december 1989 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen[7], Richtlijn 93/15/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende de harmonisatie van de bepalingen inzake het in de handel brengen van en de controle op explosieven voor civiel gebruik[8], Richtlijn 94/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 maart 1994 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende apparaten en beveiligingssystemen bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen[9], Richtlijn 94/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 juni 1994 inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten met betrekking tot pleziervaartuigen[10], Richtlijn 95/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 1995 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende liften[11], Richtlijn 97/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 mei 1997 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende drukapparatuur[12], Richtlijn 2004/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende meetinstrumenten[13], Richtlijn 2007/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen[14], Richtlijn 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake drukvaten van eenvoudige vorm[15] en Richtlijn 2009/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende niet-automatische weegwerktuigen[16]. Daarom moet in deze verordening de uniforme procedure van Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad[17] worden opgenomen en moeten de desbetreffende bepalingen in genoemde richtlijnen worden geschrapt.

(19) Overheden die hardware, software en informatietechnologiediensten willen aanschaffen, moeten optimaal gebruikmaken van alle desbetreffende normen, bijvoorbeeld door normen te kiezen die alle geïnteresseerde leveranciers kunnen toepassen, waardoor de concurrentie kan toenemen en het gevaar kleiner wordt dat de overheden aan een bepaalde technologie komen vast te zitten. In Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten[18] en Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten[19] is bepaald dat de technische specificaties bij overheidsopdrachten moeten worden aangegeven door verwijzing naar de nationale normen waarin Europese normen zijn omgezet, de Europese technische goedkeuringen, de gemeenschappelijke technische specificaties, internationale normen, andere door de Europese normalisatie-instellingen opgestelde technische referentiesystemen, of, bij ontstentenis daarvan, naar nationale normen, nationale technische goedkeuringen dan wel nationale technische specificaties inzake het ontwerpen, berekenen en uitvoeren van werken en het gebruik van producten, of gelijkwaardig. Normen op het gebied van informatie- en communicatietechnologie worden echter vaak door andere normalisatieorganisaties ontwikkeld en vallen onder geen van de in de Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG vermelde categorieën normen en goedkeuringen. Daarom moet de mogelijkheid worden gecreëerd om in technische specificaties voor overheidsopdrachten naar normen op het gebied van informatie- en communicatietechnologie te verwijzen, teneinde op de snelle ontwikkelingen op dit terrein te reageren, grensoverschrijdende dienstverlening te vergemakkelijken, concurrentie aan te moedigen en interoperabiliteit en innovatie te bevorderen.

(20) Sommige normen op het gebied van informatie- en communicatietechnologie zijn niet volgens de criteria in bijlage 3 bij de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen ontwikkeld. Daarom moet in deze verordening een selectieprocedure worden vastgesteld voor de normen op het gebied van informatie- en communicatietechnologie die bij overheidsopdrachten mogen worden gebruikt, waarbij een uitgebreide raadpleging moet plaatsvinden van uiteenlopende belanghebbenden, waaronder de Europese normalisatie-instellingen, ondernemingen en overheidsinstanties. In deze verordening moeten ook voorschriften voor dergelijke normen en de bijbehorende normalisatieprocessen worden vastgesteld in de vorm van een lijst van verplichte kenmerken. Deze kenmerken moeten waarborgen dat aan de doelstellingen van het overheidsbeleid en aan de behoeften van de samenleving wordt voldaan en moeten berusten op de criteria voor internationale normalisatieorganisaties, die in het kader van de Wereldhandelsorganisatie zijn ontwikkeld.

(21) Om innovatie en concurrentie tussen genormaliseerde oplossingen te bevorderen, mag de erkenning van een bepaalde technische specificatie niet verhinderen dat overeenkomstig deze verordening een concurrerende technische specificatie kan worden erkend. Om erkend te kunnen worden, moet een technische specificatie de vereiste kenmerken hebben en een zeker niveau van marktacceptatie hebben bereikt. Marktacceptatie mag niet worden uitgelegd als grootschalige toepassing op de markt.

(22) De gekozen normen op het gebied van informatie- en communicatietechnologie kunnen bijdragen tot de uitvoering van Besluit nr. 922/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake interoperabiliteitsoplossingen voor Europese overheidsdiensten (ISA)[20], waarin een programma voor interoperabiliteitsoplossingen voor Europese overheidsdiensten en instellingen en organen van de Unie is vastgesteld voor de periode 2010–2015 om te zorgen voor gemeenschappelijke en gedeelde oplossingen die de interoperabiliteit bevorderen.

(23) Er kunnen zich situaties op het gebied van informatie- en communicatietechnologie voordoen waarin het wenselijk is de toepassing van bepaalde normen op EU-niveau aan te moedigen of voor te schrijven om voor interoperabiliteit op de eengemaakte markt te zorgen en gebruikers meer keuzevrijheid te geven. In andere omstandigheden kunnen bepaalde Europese normen eventueel niet meer aan de behoeften van de consument voldoen of de technologische ontwikkeling schaden. Daarom is in Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en ‑diensten[21] bepaald dat de Commissie de Europese normalisatie-instellingen zo nodig kan verzoeken normen op te stellen, een in het Publicatieblad van de Europese Unie gepubliceerde lijst van normen en/of specificaties kan opstellen om het gebruik ervan aan te moedigen, de toepassing ervan verplicht kan stellen of normen en/of specificaties van die lijst kan schrappen.

(24) Deze verordening mag niet verhinderen dat de Europese normalisatie-instellingen normen op het gebied van informatie- en communicatietechnologie blijven ontwikkelen en hechter gaan samenwerken met andere normalisatieorganisaties, met name op het gebied van de informatie- en communicatietechnologie, zodat de samenhang van normen en specificaties wordt gewaarborgd en versnipperde of dubbele toepassing wordt voorkomen.

(25) In Besluit nr. 1673/2006/EG zijn de regels vastgesteld betreffende de bijdrage van de Unie aan de financiering van de Europese normalisatie om ervoor te zorgen dat Europese normen en andere Europese normalisatieproducten worden ontwikkeld en herzien ter ondersteuning van de doelstellingen, de wetgeving en het beleid van de Unie. Met het oog op administratieve en budgettaire vereenvoudiging is het overeenkomstig het voorgestelde nieuwe financiële reglement wenselijk dat de bepalingen van dat besluit in deze verordening worden opgenomen.

(26) Rekening houdend met het zeer brede werkterrein van de Europese normalisatie ter ondersteuning van het beleid en de wetgeving van de Unie en met de verschillende typen normalisatiewerkzaamheden moet in verschillende financieringswijzen worden voorzien. Het betreft voor de Europese en nationale normalisatie-instellingen hoofdzakelijk subsidies zonder oproepen tot het indienen van voorstellen overeenkomstig artikel 110, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen[22] en artikel 168, lid 1, onder d), van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen[23]. Voor instellingen die in deze verordening weliswaar niet als Europese normalisatie-instellingen zijn erkend, maar wel in een basisbesluit opdracht hebben gekregen en belast zijn met voorbereidende werkzaamheden ter ondersteuning van de Europese normalisatie, in samenwerking met de Europese normalisatie-instellingen, moeten dezelfde bepalingen gelden.

(27) Daar de Europese normalisatie-instellingen de werkzaamheden van de Unie permanent ondersteunen, moeten zij over doeltreffende en doelmatige centrale secretariaten beschikken. De Commissie moet derhalve aan instellingen die een doel van algemeen Europees belang nastreven, subsidies kunnen toekennen zonder dat voor de subsidiëring van huishoudelijke uitgaven het in artikel 113, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 bedoelde degressiviteitsbeginsel wordt toegepast.

(28) Besluit nr. 1639/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 tot vaststelling van een kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (2007–2013)[24], Besluit nr. 1926/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot vaststelling van een communautair actieprogramma op het gebied van consumentenbeleid (2007–2013)[25] en Verordening (EG) nr. 614/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 betreffende het financieringsinstrument voor het Milieu (Life+)[26] voorzien al in de mogelijkheid financiële steun te verlenen aan Europese organisaties die het mkb, consumenten en de milieubelangen bij normalisatie vertegenwoordigen, terwijl specifieke subsidies worden toegekend aan Europese organisaties die de sociale belangen bij normalisatie vertegenwoordigen. De financiering uit hoofde van Besluit nr. 1639/2006/EG, Besluit nr. 1926/2006/EG en Verordening (EG) nr. 614/2007 loopt op 31 december 2013 af. Voortzetting van de bevordering van actieve deelname van Europese organisaties die het mkb, consumenten en sociale en milieubelangen vertegenwoordigen, is essentieel voor de ontwikkeling van de Europese normalisatie. Dergelijke organisaties streven een doelstelling van algemeen Europees belang na en vormen, op grond van een specifiek mandaat dat door nationale organisaties zonder winstoogmerk is verleend, een Europees netwerk dat in de lidstaten werkzame organisaties zonder winstoogmerk vertegenwoordigt en beginselen en beleid bevordert die in overeenstemming zijn met de doelstellingen van de Verdragen. Door de context waarin zij werken en door hun statutaire doelstellingen spelen de Europese organisaties die het mkb, consumenten en de sociale en milieubelangen bij Europese normalisatie vertegenwoordigen een permanente rol die essentieel is voor de activiteiten en het beleid van de Unie. De Commissie moet derhalve aan deze instellingen subsidies kunnen blijven toekennen zonder dat voor de subsidiëring van huishoudelijke uitgaven het in artikel 113, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 bedoelde degressiviteitsbeginsel wordt toegepast.

(29) De financiering van normalisatiewerkzaamheden moet ook voorbereidende of bijkomende werkzaamheden in verband met het opstellen van normen of andere normalisatieproducten kunnen omvatten. Dit is voornamelijk nodig voor onderzoekwerkzaamheden, het opstellen van documenten ter voorbereiding van wetgeving, het nemen van interlaboratoriumproeven en de validering of beoordeling van normen. De bevordering van de normalisatie op Europees en internationaal niveau moet ook worden voortgezet door middel van programma’s voor technische bijstand aan en samenwerking met derde landen. Om de markttoegang te verbeteren en het concurrentievermogen van ondernemingen in de Unie te vergroten, moeten subsidies aan andere organisaties kunnen worden verleend door middel van oproepen tot het indienen van voorstellen of, zo nodig, door de gunning van opdrachten.

(30) De financiering van de Unie moet tot doel hebben normen of andere normalisatieproducten op te stellen, het gebruik ervan door ondernemingen te vergemakkelijken door ze in de verschillende officiële talen van de Unie te vertalen, de samenhang van het Europese normalisatiesysteem te versterken en te zorgen voor eerlijke en transparante toegang tot Europese normen voor alle marktdeelnemers in de hele Unie. Dit is in het bijzonder van belang wanneer de toepassing van normen naleving van wetgevingshandelingen van de Unie mogelijk maakt.

(31) Om een doeltreffende toepassing van deze verordening te waarborgen, moet een beroep kunnen worden gedaan op de nodige deskundigheid, met name inzake accountantscontrole en financieel beheer, alsmede op middelen voor administratieve ondersteuning die de tenuitvoerlegging kunnen vergemakkelijken en moet regelmatig de relevantie van de door de Unie gefinancierde werkzaamheden kunnen worden beoordeeld om te waarborgen dat zij nuttig zijn en effect sorteren.

(32) Tevens moeten passende maatregelen worden genomen om fraude en onregelmatigheden te voorkomen en ten onrechte betaalde middelen terug te vorderen overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen[27], Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden[28] en Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)[29].

(33) Om de lijst van Europese normalisatie-instellingen bij te werken, de criteria voor de erkenning van normen op het gebied van informatie- en communicatietechnologie aan te passen aan technische ontwikkelingen en de criteria voor organisaties die het mkb en maatschappelijke belanghebbenden vertegenwoordigen aan te passen aan verdere ontwikkelingen in verband met het ontbreken van een winstoogmerk en hun representativiteit, moet overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen bij deze verordening. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden het nodige overleg pleegt, ook op deskundigenniveau.

(34) Bij het voorbereiden en opstellen van gedelegeerde handelingen moet de Commissie erop toe zien dat de desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op passende wijze bij het Europees Parlement en de Raad worden ingediend.

(35) Om eenvormige voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van deze verordening te waarborgen, moeten uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie worden toegekend. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren[30].

(36) Wanneer de Commissie bezwaren gerechtvaardigd acht tegen een geharmoniseerde norm waarvan de referenties nog niet in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, moet een uitvoeringsbesluit volgens de raadplegingsprocedure worden vastgesteld, aangezien de norm in dat geval nog geen vermoeden van conformiteit met de essentiële eisen in de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie vestigt.

(37) Wanneer de Commissie bezwaren gerechtvaardigd acht tegen een geharmoniseerde norm waarvan de referenties al in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, moet een uitvoeringsbesluit volgens de onderzoeksprocedure worden vastgesteld, aangezien een dergelijke handeling gevolgen kan hebben voor het vermoeden van conformiteit met de toepasselijke essentiële eisen.

(38) Daar normalisatie op Europees niveau niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve vanwege de omvang en de gevolgen ervan beter op het niveau van de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(39) De Richtlijnen 98/34/EG, 89/686/EEG, 93/15/EEG, 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/105/EG en 2009/23/EG moeten bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(40) Besluit nr. 1673/2006/EG en Beschikking 87/95/EEG moeten derhalve worden ingetrokken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Artikel 1 Onderwerp

Deze verordening bevat voorschriften voor de samenwerking tussen de Europese normalisatie-instellingen, de nationale normalisatie-instellingen en de Commissie, de opstelling van Europese normen en Europese normalisatieproducten voor producten en voor diensten ter ondersteuning van wetgeving en beleid van de Unie, de erkenning van technische specificaties op het gebied van informatie- en communicatietechnologie (hierna “ICT” genoemd) en de financiering van de Europese normalisatie.

Artikel 2 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)           “norm”: een technische specificatie voor herhaalde of voortdurende toepassing, waarvan de naleving niet verplicht is en die tot een van de volgende categorieën behoort:

a)      “internationale norm”: een door een internationale normalisatie-instelling vastgestelde norm;

b)      “Europese norm”: een door een van de Europese normalisatie-instellingen vastgestelde norm;

c)      “geharmoniseerde norm”: een Europese norm die op verzoek van de Commissie is vastgesteld met het oog op de toepassing van harmonisatiewetgeving van de Unie;

d)      “nationale norm”: een door een nationale normalisatie-instelling vastgestelde norm;

e)      “ICT-norm”: een norm op het gebied van informatie- en communicatietechnologie;

2)           “Europees normalisatieproduct”: een door een Europese normalisatie-instelling vastgestelde technische specificatie voor herhaalde of voortdurende toepassing, waarvan de naleving niet verplicht is en die geen Europese norm is;

3)           “ontwerpnorm”: een document met de tekst van de technische specificaties voor een bepaald onderwerp, waarvoor het voornemen bestaat deze volgens de desbetreffende normalisatieprocedure aan te nemen, zoals deze tekst na de voorbereidende werkzaamheden luidt en voor openbaar commentaar of onderzoek is verspreid;

4)           “technische specificatie”: een in een document vervatte specificatie waarin een van de volgende aspecten is vastgelegd:

a)      de voor een product vereiste kenmerken, waaronder het kwaliteits-, prestatie-, interoperabiliteits- of veiligheidsniveau of de afmetingen, alsmede eisen ten aanzien van het product met betrekking tot de naam waaronder het wordt verkocht, bewoordingen, symbolen, tests en testmethoden, verpakking, markering of etikettering en conformiteitsbeoordelingsprocedures;

b)      de productiemethoden en ‑processen voor landbouwproducten als bedoeld in artikel 38, lid 1, van het Verdrag, voor producten bestemd voor menselijke consumptie of vervoedering en voor geneesmiddelen, alsmede de productiemethoden en ‑processen voor andere producten, wanneer die gevolgen hebben voor de productkenmerken;

c)      de voor een dienst vereiste kenmerken, waaronder het kwaliteits-, prestatie-, interoperabiliteits- of veiligheidsniveau, alsmede eisen ten aanzien van de dienstverrichter met betrekking tot de gegevens die aan de afnemer van de dienst ter beschikking gesteld moeten worden, als bedoeld in artikel 22, leden 1, 2 en 3, van Richtlijn 2006/123/EG;

d)      de methoden en criteria voor de beoordeling van de prestaties van bouwproducten als gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad[31], wat de essentiële kenmerken ervan betreft;

5)           “product”: alle producten die industrieel worden vervaardigd en alle landbouwproducten, met inbegrip van visproducten;

6)           “dienst”: elke economische activiteit, anders dan in loondienst, die normaal gezien wordt verricht tegen een vergoeding, als bedoeld in artikel 57 van het Verdrag;

7)           “Europese normalisatie-instelling”: een in bijlage I vermelde instelling;

8)           “internationale normalisatie-instelling”: de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO), de Internationale Elektrotechnische Commissie (IEC) en de Internationale Unie voor Telecommunicatie (ITU).

Hoofdstuk II Transparantie en deelname van belanghebbenden

Artikel 3 Transparantie van de werkprogramma’s van normalisatie-instellingen

1. Elke Europese en nationale normalisatie-instelling stelt ten minste eenmaal per jaar een werkprogramma vast. Het werkprogramma bevat informatie over de normen en Europese normalisatieproducten die zij voornemens is op te stellen of te wijzigen, die door haar reeds worden opgesteld of gewijzigd en die zij in de voorgaande periode heeft vastgesteld, behalve wanneer het een gelijke of gelijkwaardige omzetting van een internationale of Europese norm betreft.

2. In het werkprogramma worden voor elke norm en elk Europees normalisatieproduct de volgende gegevens vermeld:

a)      het onderwerp;

b)      het ontwikkelingsstadium waarin de norm of het Europese normalisatieproduct zich bevindt;

c)      de referenties van internationale normen indien deze als basis worden gebruikt.

3. Elke Europese en nationale normalisatie-instelling stelt haar werkprogramma op haar eigen website of op een andere openbaar toegankelijke website beschikbaar en vermeldt het bestaan ervan in een nationale of, in voorkomend geval, Europese publicatie over normalisatiewerkzaamheden.

4. Elke Europese en nationale normalisatie-instelling stelt de andere Europese en nationale normalisatie-instellingen en de Commissie uiterlijk op het moment waarop zij haar werkprogramma publiceert in kennis van het bestaan ervan.

5. De nationale normalisatie-instellingen mogen geen bezwaar maken tegen de opname van een normalisatieonderwerp in het werkprogramma van een Europese normalisatie-instelling.

Artikel 4 Transparantie van normen

1. Op verzoek van de andere Europese en nationale normalisatie-instellingen en de Commissie zendt elke Europese en nationale normalisatie-instelling hun het ontwerp van een nationale norm, een Europese norm en een Europees normalisatieproduct.

2. Wanneer andere Europese of nationale normalisatie-instellingen of de Commissie opmerkingen over een dergelijk ontwerp naar een Europese of nationale normalisatie-instelling zenden, reageert deze daar onverwijld op en houdt deze daar naar behoren rekening mee.

3. De nationale normalisatie-instellingen zorgen ervoor dat:

a)      hun ontwerpnormen op zodanige wijze bekendgemaakt worden dat in andere lidstaten gevestigde partijen er opmerkingen over kunnen maken;

b)      de andere nationale normalisatie-instellingen passief of actief aan de geplande activiteiten kunnen deelnemen door een waarnemer te zenden.

Artikel 5 Deelname van belanghebbenden aan Europese normalisatie

1.           De Europese normalisatie-instellingen zorgen ervoor dat het midden- en kleinbedrijf (hierna “het mkb” genoemd), consumentenorganisaties en belanghebbenden op sociaal en milieugebied, in het bijzonder via de in bijlage III bedoelde organisaties, behoorlijk vertegenwoordigd zijn op het niveau van beleidsontwikkeling en ten minste in de volgende ontwikkelingsstadia van Europese normen en Europese normalisatieproducten:

a)      voorstellen en aanvaarden van nieuwe onderwerpen;

b)      technische discussie over voorstellen;

c)      indiening van opmerkingen over ontwerpen;

d)      herziening van bestaande Europese normen en Europese normalisatieproducten;

e)      verspreiding van en voorlichting over vastgestelde Europese normen en Europese normalisatieproducten.

2.           De Europese normalisatie-instellingen zorgen ervoor dat ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten en andere rechtspersonen op technisch niveau behoorlijk vertegenwoordigd zijn bij normalisatiewerkzaamheden op een gebied dat in opkomst is en grote gevolgen voor technische of beleidsinnovatie heeft, wanneer de betrokken rechtspersonen hebben deelgenomen aan een project op dit gebied dat door de Unie wordt gefinancierd via een meerjarig kaderprogramma voor activiteiten op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling.

Hoofdstuk III Europese normen en Europese normalisatieproducten ter ondersteuning van wetgeving en beleid van de Unie

Artikel 6 Europees normalisatiewerkprogramma van de Commissie

1.           De Commissie stelt elk jaar een Europees normalisatiewerkprogramma vast waarin de Europese normen en Europese normalisatieproducten worden vermeld waarvoor zij overeenkomstig artikel 7 een verzoek bij de Europese normalisatie-instellingen wil indienen.

2.           In het in lid 1 bedoelde Europese normalisatiewerkprogramma worden de specifieke doelstellingen en beleidsterreinen beschreven voor de Europese normen en andere Europese normalisatieproducten waarvoor de Commissie een verzoek bij de Europese normalisatie-instellingen wil indienen. In dringende gevallen kan de Commissie verzoeken indienen zonder voorafgaande vermelding.

Artikel 7 Normalisatieverzoeken aan Europese normalisatie-instellingen

1.           De Commissie kan een of meer Europese normalisatie-instellingen verzoeken binnen een bepaalde termijn een Europese norm of een Europees normalisatieproduct op te stellen. Deze normen en normalisatieproducten moeten marktgestuurd zijn, rekening houden met het algemeen belang en op consensus berusten.

2.           Na ontvangst van een verzoek als bedoeld in lid 1 deelt de betrokken Europese normalisatie-instelling binnen een maand mee of zij het verzoek aanvaardt.

3.           De Commissie brengt de betrokken Europese normalisatie-instelling binnen drie maanden na ontvangst van het in lid 2 bedoelde bericht van aanvaarding op de hoogte van de toekenning van een subsidie voor de opstelling van een Europese norm of een Europees normalisatieproduct.

4.           De Europese normalisatie-instellingen brengen de Commissie op de hoogte van de activiteiten die worden ontplooid om de in lid 1 bedoelde documenten op te stellen.

Artikel 8 Bezwaar tegen geharmoniseerde normen

1.           Wanneer een lidstaat van mening is dat een geharmoniseerde norm niet volledig beantwoordt aan de beoogde eisen die beschreven zijn in de desbetreffende wetgeving van de Unie, brengt hij de Commissie daarvan op de hoogte.

2.           Wanneer de Commissie de in lid 1 bedoelde bezwaren gerechtvaardigd acht, besluit zij:

a)      de referenties van de betrokken geharmoniseerde norm niet of met beperkingen in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken;

b)      de referenties van de betrokken geharmoniseerde norm in het Publicatieblad van de Europese Unie te handhaven met beperkingen of in te trekken.

3.           De Commissie brengt de betrokken Europese normalisatie-instelling op de hoogte van het in lid 2 bedoelde besluit en verzoekt zo nodig om herziening van de betrokken geharmoniseerde normen.

4.           Het in lid 2, onder a), van dit artikel bedoelde besluit wordt vastgesteld volgens de raadplegingsprocedure als bedoeld in artikel 18, lid 2.

5.           Het in lid 2, onder b), van dit artikel bedoelde besluit wordt vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 18, lid 3.

Hoofdstuk IV Normen op ICT-gebied

Artikel 9 Erkenning van technische specificaties op ICT-gebied

De Commissie kan op verzoek van een in Richtlijn 2004/18/EG bedoelde overheidsinstantie of op eigen initiatief besluiten technische specificaties te erkennen die geen nationale, Europese of internationale normen zijn en die aan de voorschriften voor ICT-normen in bijlage II voldoen.

Artikel 10 Gebruik van ICT-normen in overheidsopdrachten

De in artikel 9 bedoelde ICT-normen zijn gemeenschappelijke technische specificaties als bedoeld in de Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG en in Verordening (EG) nr. 2342/2002.

Hoofdstuk V Financiering van Europese normalisatie

Artikel 11 Financiering van normalisatie-instellingen door de Unie

1.           De Unie kan voor de volgende normalisatiewerkzaamheden financiële steun aan de Europese normalisatie-instellingen verlenen:

a)      ontwikkeling en herziening van Europese normen of Europese normalisatieproducten, indien nodig en passend om beleid en wetgeving van de Unie te ondersteunen;

b)      controle van de kwaliteit van Europese normen of Europese normalisatieproducten en conformiteit met dienovereenkomstig beleid en wetgeving van de Unie;

c)      uitvoering van voorbereidende of bijkomende werkzaamheden in verband met Europese normalisatie, met inbegrip van studies, samenwerkingsactiviteiten, studiebijeenkomsten, evaluaties, vergelijkende analyses, onderzoek, laboratoriumwerkzaamheden, interlaboratoriumproeven, conformiteitsbeoordelingen en maatregelen om de termijn voor de ontwikkeling en herziening van Europese normen of Europese normalisatieproducten te verkorten;

d)      werkzaamheden van de centrale secretariaten van de Europese normalisatie-instellingen, met inbegrip van beleidsontwikkeling, coördinatie van normalisatiewerkzaamheden, verwerking van technisch werk en informatieverstrekking aan belanghebbende partijen;

e)      vertaling, voor zover nodig, van Europese normen of van Europese normalisatieproducten die ter ondersteuning van het beleid en de wetgeving van de Unie worden gebruikt, in andere officiële talen van de Unie dan de werktalen van de Europese normalisatie-instellingen, of in naar behoren gemotiveerde gevallen in andere talen dan de officiële talen van de Unie;

f)       opstelling van informatie om Europese normen of Europese normalisatieproducten uit te leggen, te interpreteren en te vereenvoudigen, met inbegrip van gebruikersgidsen, informatie over beste praktijken en voorlichtingscampagnes;

g)      werkzaamheden ter uitvoering van programma’s voor technische bijstand, samenwerking met derde landen en bevordering en opwaardering van het Europese normalisatiesysteem en van de Europese normen en Europese normalisatieproducten bij de belanghebbende partijen in de Unie en op internationaal niveau.

2.           De financiële steun van de Unie kan ook worden verleend aan:

a)      nationale normalisatie-instellingen, voor de in lid 1 bedoelde normalisatiewerkzaamheden die zij samen met de Europese normalisatie-instellingen uitvoeren;

b)      andere organisaties die belast zijn met de uitvoering van de in lid 1, onder a), c) en g), bedoelde werkzaamheden in samenwerking met de Europese normalisatie-instellingen.

Artikel 12 Financiering van andere Europese organisaties door de Unie

De Unie kan voor de volgende normalisatiewerkzaamheden financiële steun aan de in bijlage III bedoelde organisaties verlenen:

a)           de werking van deze organisaties en de uitvoering van hun activiteiten in verband met Europese en internationale normalisatie, met inbegrip van de verwerking van technisch werk en de informatieverstrekking aan de leden en andere belanghebbende partijen;

b)           juridische en technische deskundigheid, met inbegrip van studies, die betrekking heeft op de beoordeling van de noodzaak en op de ontwikkeling van Europese normen en Europese normalisatieproducten;

c)           deelname aan technisch werk in verband met de ontwikkeling en herziening van Europese normen en Europese normalisatieproducten, indien nodig en passend om beleid en wetgeving van de Unie te ondersteunen;

d)           controle van de kwaliteit van Europese normen en Europese normalisatieproducten en conformiteit met dienovereenkomstig beleid en wetgeving van de Unie;

e)           promotie van Europese normen en Europese normalisatieproducten en verstrekking van informatie over en toepassing van normen onder belanghebbende partijen en het mkb.

Artikel 13 Financieringswijzen

1.           De Unie kan financiële steun verlenen in de vorm van:

a)      subsidies zonder oproep tot het indienen van voorstellen, of contracten na aanbestedingsprocedures, aan:

i)        Europese en nationale normalisatie-instellingen, voor de uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in artikel 11, lid 1;

ii)       instanties die genoemd zijn in een basisbesluit in de zin van artikel 49 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002, voor de uitvoering, in samenwerking met de Europese normalisatie-instellingen, van werkzaamheden als bedoeld in artikel 11, lid 1, onder c), van deze verordening;

b)      subsidies aan andere instanties als bedoeld in artikel 11, lid 2, onder b), na een oproep tot het indienen van voorstellen, of contracten na aanbestedingsprocedures, voor de uitvoering, in samenwerking met de Europese normalisatie-instellingen, van:

i)        de ontwikkeling en herziening van Europese normen en Europese normalisatieproducten als bedoeld in artikel 11, lid 1, onder a);

ii)       de voorbereidende of bijkomende werkzaamheden als bedoeld in artikel 11, lid 1, onder c);

iii)      de werkzaamheden als bedoeld in artikel 11, lid 1, onder g);

c)      subsidies aan de in bijlage III bedoelde organisaties na een oproep tot het indienen van voorstellen voor de uitvoering van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 12.

2.           De werkzaamheden van de in lid 1 bedoelde instanties kunnen worden gefinancierd door middel van:

a)      subsidies voor acties;

b)      subsidies voor de huishoudelijke uitgaven van de Europese normalisatie-instellingen en de in bijlage III bedoelde organisaties overeenkomstig de voorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002. In geval van verlenging worden subsidies voor huishoudelijke uitgaven niet automatisch verlaagd.

3.           De Commissie stelt de in de leden 1 en 2 bedoelde financieringswijzen vast, alsmede de bedragen van de subsidies en zo nodig de maximale financieringspercentages per type activiteit.

4.           Behalve in naar behoren gemotiveerde gevallen hebben subsidies die voor de in artikel 11, lid 1, onder a) en b), bedoelde normalisatiewerkzaamheden worden verleend, de vorm van vaste bedragen die worden betaald indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)      de overeenkomstig artikel 7 door de Commissie gevraagde Europese normen of Europese normalisatieproducten worden vastgesteld of herzien binnen de termijn die in het in artikel 7 bedoelde verzoek is vermeld;

b)      het mkb, consumentenorganisaties en belanghebbenden op sociaal en milieugebied behoorlijk vertegenwoordigd zijn bij de Europese normalisatiewerkzaamheden als bedoeld in artikel 5, lid 1.

5.           De gemeenschappelijke doelstellingen inzake samenwerking en de administratieve en financiële voorwaarden betreffende de subsidies die aan de Europese normalisatie-instellingen en de in bijlage III bedoelde organisaties worden toegekend, worden overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 en Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 vastgesteld in partnerschapskaderovereenkomsten tussen de Commissie en deze instellingen of organisaties. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad in kennis van de sluiting van die overeenkomsten.

Artikel 14 Beheer

De door de begrotingsautoriteit vastgestelde kredieten voor de financiering van normalisatiewerkzaamheden kunnen ook worden gebruikt ter dekking van de administratieve uitgaven voor voorbereiding, toezicht, inspectie, accountantscontrole en evaluatie, die rechtstreeks noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de artikelen 11, 12 en 13, met inbegrip van uitgaven voor studies, vergaderingen, voorlichtings- en bekendmakingsacties, uitgaven in verband met computernetwerken met het oog op informatie-uitwisseling, alsmede alle andere uitgaven voor administratieve en technische bijstand waarop de Commissie voor normalisatiewerkzaamheden een beroep kan doen.

Artikel 15 Bescherming van de financiële belangen van de Unie

1.           De Commissie zorgt ervoor dat bij de tenuitvoerlegging van de krachtens deze verordening gefinancierde werkzaamheden de financiële belangen van de Unie worden beschermd door de toepassing van maatregelen ter voorkoming van fraude, corruptie en andere illegale handelingen, door de uitvoering van doeltreffende controles en de terugvordering van ten onrechte uitgekeerde bedragen en, indien onregelmatigheden worden vastgesteld, door doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties, overeenkomstig de Verordeningen (EG, Euratom) nr. 2988/95, (Euratom, EG) nr. 2185/96 en (EG) nr. 1073/1999.

2.           Voor de krachtens deze verordening gefinancierde werkzaamheden van de Unie wordt onder het in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 genoemde begrip “onregelmatigheid” elke inbreuk op het recht van de Unie of een niet-nakoming van een contractuele verplichting verstaan als gevolg van een handeling of nalatigheid van een marktdeelnemer waardoor de algemene begroting van de Unie of de door de Unie beheerde begrotingen door een ongerechtvaardigde uitgave worden of zouden worden benadeeld.

3.           De uit deze verordening voortvloeiende overeenkomsten en contracten voorzien in toezicht en financiële controle door de Commissie of door een door haar gemachtigde vertegenwoordiger en in controles door de Rekenkamer, zo nodig ter plaatse.

Hoofdstuk VI Gedelegeerde handelingen, comité en verslagen

Artikel 16 Gedelegeerde handelingen

De Commissie krijgt overeenkomstig artikel 17 de bevoegdheid gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen te wijzigen teneinde:

a)           de in bijlage I opgenomen lijst van Europese normalisatie-instellingen bij te werken;

b)           de in bijlage II opgenomen criteria voor de erkenning van normen op ICT-gebied aan te passen aan technische ontwikkelingen;

c)           de in bijlage III opgenomen criteria voor organisaties die het mkb en maatschappelijke belanghebbenden vertegenwoordigen aan te passen aan verdere ontwikkelingen in verband met het ontbreken van een winstoogmerk en hun representativiteit.

Artikel 17 Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.           De bevoegdheid tot vaststelling van gedelegeerde handelingen wordt aan de Commissie verleend onder de in dit artikel gestelde voorwaarden.

2.           De in artikel 16 bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt met ingang van 1 januari 2013 voor onbepaalde tijd aan de Commissie verleend.

3.           De in artikel 16 bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of door de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking maakt een einde aan de delegatie van de bevoegdheden die in het besluit worden vermeld. Het besluit treedt in werking op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een latere datum die in het besluit wordt vermeld. Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.           Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis.

5.           Een krachtens artikel 16 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt pas in werking als noch het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de datum van kennisgeving bezwaar heeft gemaakt tegen de gedelegeerde handeling, of als zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie voor het verstrijken van deze termijn heeft meegedeeld voornemens te zijn geen bezwaar te maken. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad kan deze termijn met twee maanden worden verlengd.

Artikel 18 Comitéprocedure

1.           De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.           Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

3.           Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

4.           Wanneer het advies van het comité via een schriftelijke procedure dient te worden verkregen, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité daartoe besluit of een eenvoudige meerderheid van de leden van het comité daarom verzoekt.

Artikel 19 Verslagen

1.           De Europese normalisatie-instellingen zenden de Commissie een jaarverslag over de uitvoering van deze verordening. Daarin wordt uitvoerige informatie gegeven over:

a)      de toepassing van de artikelen 4, 5, 6, 11 en 13;

b)      de vertegenwoordiging van het mkb, consumentenorganisaties en belanghebbenden op sociaal en milieugebied in de nationale normalisatie-instellingen.

2.           De in bijlage III bedoelde organisaties die overeenkomstig deze verordening financiële steun hebben ontvangen, zenden de Commissie een jaarverslag over hun werkzaamheden. In dat verslag wordt in het bijzonder uitvoerige informatie gegeven over het lidmaatschap van deze organisaties en over de in artikel 12 bedoelde werkzaamheden.

3.           Uiterlijk op 31 december 2015, en vervolgens om de vijf jaar, dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag over de uitvoering van deze verordening in. In dat verslag wordt onder meer beoordeeld in hoeverre de normalisatiewerkzaamheden waarvoor financiële steun van de Unie is ontvangen, relevant zijn in het licht van de vereisten van het beleid en de wetgeving van de Unie.

Hoofdstuk VII Slotbepalingen

Artikel 20 Wijzigingen

1.           De volgende bepalingen worden geschrapt:

a)      artikel 6, lid 1, van Richtlijn 89/686/EEG;

b)      artikel 5 van Richtlijn 93/15/EEG;

c)      artikel 6, lid 1, van Richtlijn 94/9/EG;

d)      artikel 6, lid 1, van Richtlijn 94/25/EG;

e)      artikel 6, lid 1, van Richtlijn 95/16/EG;

f)       artikel 6 van Richtlijn 97/23/EG;

g)      artikel 14 van Richtlijn 2004/22/EG;

h)      artikel 8, lid 4, van Richtlijn 2007/23/EG;

i)       artikel 6 van Richtlijn 2009/105/EG;

j)       artikel 7 van Richtlijn 2009/23/EG.

2.           Richtlijn 98/34/EG wordt als volgt gewijzigd:

a)      artikel 1, leden 6 tot en met 10, en de artikelen 2, 3 en 4 worden geschrapt;

b)      in artikel 6, lid 1, wordt “met de vertegenwoordigers van de in de bijlagen I en II genoemde normalisatie-instellingen” geschrapt;

c)      in artikel 6, lid 3, wordt het eerste streepje geschrapt;

d)      in artikel 6, lid 4, worden de punten a), b) en e) geschrapt;

e)      in artikel 11 wordt de tweede zin vervangen door: “De Commissie publiceert in het Publicatieblad van de Europese Unie jaarstatistieken over de ontvangen kennisgevingen.”;

f)       de bijlagen I en II worden geschrapt.

Artikel 21 Nationale normalisatie-instellingen

De lidstaten stellen de Commissie in kennis van hun normalisatie-instellingen.

De Commissie publiceert in het Publicatieblad van de Europese Unie een lijst van de nationale normalisatie-instellingen, alsook de eventuele bijwerkingen van die lijst.

Artikel 22 Overgangsbepalingen

In handelingen van de Unie die voorzien in een vermoeden van conformiteit met de essentiële eisen door toepassing van geharmoniseerde normen die overeenkomstig Richtlijn 98/34/EG zijn vastgesteld, gelden verwijzingen naar Richtlijn 98/34/EG als verwijzingen naar deze verordening, behoudens verwijzingen naar het bij artikel 5 van Richtlijn 98/34/EG opgerichte comité.

Wanneer een andere handeling van de Unie voorziet in een procedure voor het maken van bezwaar tegen geharmoniseerde normen, is artikel 8 van deze verordening niet van toepassing op die handeling.

Artikel 23 Intrekking

Besluit nr. 1673/2006/EG en Beschikking 87/95/EEG worden ingetrokken.

Verwijzingen naar het ingetrokken besluit en de ingetrokken beschikking gelden als verwijzingen naar deze verordening.

Artikel 24 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2013.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement                       Voor de Raad

De voorzitter                                                  De voorzitter

BIJLAGE I

EUROPESE NORMALISATIE-INSTELLINGEN

1.         CEN: Europees Comité voor Normalisatie

2.         Cenelec: Europees Comité voor Elektrotechnische Normalisatie

3.         ETSI: Europees Instituut voor Telecommunicatienormen

BIJLAGE II

VOORSCHRIFTEN VOOR DE ERKENNING VAN TECHNISCHE SPECIFICATIES OP ICT‑GEBIED

1.           De technische specificaties zijn aanvaard door de markt en de toepassing ervan vormt geen belemmering voor de interoperabiliteit wanneer bestaande Europese of internationale normen worden toegepast. De marktacceptatie kan worden aangetoond met operationele voorbeelden van een conforme toepassing door verschillende leveranciers.

2.           De technische specificaties zijn ontwikkeld door een organisatie zonder winstoogmerk die een professionele maatschappelijke, branche- of handelsvereniging of een andere vereniging is die ICT-normen ontwikkelt op haar deskundigheidsgebied en die geen Europese, nationale of internationale normalisatie-instelling is, volgens processen die aan de volgende criteria beantwoorden:

a)      openheid:

de technische specificaties zijn ontwikkeld op basis van open besluitvorming waaraan deelgenomen kan worden door alle belanghebbende partijen op de markt of markten waarvoor de norm gevolgen heeft;

b)      consensus:

het normalisatieproces berustte op samenwerking en consensus en werkte niet in het voordeel van een bepaalde belanghebbende. Met “consensus” wordt een algemene overeenstemming bedoeld, die gekenmerkt wordt door de afwezigheid van aanhoudend verzet tegen wezenlijke aspecten door een belangrijk deel van de betrokken belangen en door een proces waarin getracht wordt rekening te houden met de standpunten van alle betrokken partijen en tegenstrijdige argumenten met elkaar te verenigen. Consensus betekent niet dat unanimiteit vereist is;

c)      transparantie:

i)        alle informatie over de technische discussies en de besluitvorming is gearchiveerd en geïdentificeerd;

ii)       informatie over (nieuwe) normalisatieactiviteiten is op ruime schaal bekendgemaakt met geschikte en toegankelijke middelen;

iii)      er is gestreefd naar deelname van alle geïnteresseerde categorieën belanghebbenden, om zo een evenwicht te bereiken;

iv)      opmerkingen van belanghebbende partijen zijn in aanmerking genomen en beantwoord.

3.           De technische specificaties voldoen aan de volgende voorschriften:

a)      onderhoud: gepubliceerde specificaties worden gedurende een lange periode ondersteund en onderhouden;

b)      beschikbaarheid: de specificaties zijn onder redelijke voorwaarden (tegen een redelijke vergoeding of gratis) openbaar beschikbaar voor toepassing en gebruik;

c)      de intellectuele-eigendomsrechten die voor de toepassing van de specificaties van essentieel belang zijn, worden op redelijke en niet-discriminerende wijze (overeenkomstig het (F)RAND-beginsel) in licentie gegeven aan personen die hierom verzoeken, waarbij de eigenaar van de intellectuele-eigendomsrechten kan besluiten essentiële intellectuele eigendom zonder vergoeding in licentie te geven;

d)      relevantie:

i)        de specificaties zijn doeltreffend en relevant;

ii)       de specificaties beantwoorden aan marktbehoeften en regelgevingseisen;

e)      neutraliteit en stabiliteit:

i)        de specificaties zijn zo mogelijk gericht op prestaties, en niet op het ontwerp of op descriptieve kenmerken;

ii)       de specificaties verstoren de markt niet en beperken degenen die ze toepassen niet in hun mogelijkheden om op basis daarvan te concurreren en te innoveren;

iii)      de specificaties berusten op geavanceerde wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen;

f)       kwaliteit:

i)        de kwaliteit en de gedetailleerdheid zijn voldoende om uiteenlopende concurrerende toepassingen van interoperabele producten en diensten te ontwikkelen;

ii)       gestandaardiseerde interfaces worden niet verborgen of beheerd door iemand anders dan de organisaties die de technische specificaties hebben vastgesteld.

BIJLAGE III

EUROPESE ORGANISATIES VAN BELANGHEBBENDEN

a)           Een Europese organisatie die het mkb bij Europese normalisatiewerkzaamheden vertegenwoordigt en die:

i)       een niet-gouvernementele organisatie zonder winstoogmerk is;

ii)       de vertegenwoordiging van de belangen van het mkb bij het normalisatieproces op Europees niveau als statutaire doelstelling en werkterrein heeft;

iii)      van organisaties zonder winstoogmerk die het mkb vertegenwoordigen in ten minste twee derde van de lidstaten de opdracht heeft gekregen de belangen van het mkb bij het normalisatieproces op Europees niveau te vertegenwoordigen.

b)           Een Europese organisatie die consumenten bij Europese normalisatiewerkzaamheden vertegenwoordigt en die:

i)       een niet-gouvernementele organisatie zonder winstoogmerk is, onafhankelijk is van het bedrijfsleven, de handel en het zakenleven en ook geen andere strijdige belangen heeft;

ii)       de vertegenwoordiging van de consumentenbelangen bij het normalisatieproces op Europees niveau als statutaire doelstelling en werkterrein heeft;

iii)      van nationale consumentenorganisaties zonder winstoogmerk in ten minste twee derde van de lidstaten de opdracht heeft gekregen de belangen van consumenten bij het normalisatieproces op Europees niveau te vertegenwoordigen.

c)           Een Europese organisatie die de milieubelangen bij Europese normalisatiewerkzaamheden vertegenwoordigt en die:

i)       een niet-gouvernementele organisatie zonder winstoogmerk is, onafhankelijk is van het bedrijfsleven, de handel en het zakenleven en ook geen andere strijdige belangen heeft;

ii)       de vertegenwoordiging van de milieubelangen bij het normalisatieproces op Europees niveau als statutaire doelstelling en werkterrein heeft;

iii)      van nationale milieuorganisaties zonder winstoogmerk in ten minste twee derde van de lidstaten de opdracht heeft gekregen de belangen van het milieu bij het normalisatieproces op Europees niveau te vertegenwoordigen.

d)           Een Europese organisatie die de sociale belangen bij Europese normalisatiewerkzaamheden vertegenwoordigt en die:

i)       een niet-gouvernementele organisatie zonder winstoogmerk is, onafhankelijk is van het bedrijfsleven, de handel en het zakenleven en ook geen andere strijdige belangen heeft;

ii)       de vertegenwoordiging van de sociale belangen bij het normalisatieproces op Europees niveau als statutaire doelstelling en werkterrein heeft;

iii)      van nationale sociale organisaties in ten minste twee derde van de lidstaten de opdracht heeft gekregen de sociale belangen bij het normalisatieproces op Europees niveau te vertegenwoordigen.

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.           KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

              1.1.    Benaming van het voorstel/initiatief

              1.2.    Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur

              1.3.    Aard van het voorstel/initiatief

              1.4.    Doelstelling(en)

              1.5.    Motivering van het voorstel/initiatief

              1.6.    Duur en financiële gevolgen

              1.7.    Beheersvorm(en)

2.           BEHEERSMAATREGELEN

              2.1.    Regels inzake het toezicht en de verslagen

              2.2.    Beheers- en controlesysteem

              2.3.    Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

3.           GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

              3.1.    Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

              3.2.    Geraamde gevolgen voor de uitgaven

              3.2.1. Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

              3.2.2. Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

              3.2.3. Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

              3.2.4. Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

              3.2.5. Bijdrage van derden aan de financiering

              3.3.    Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

FINANCIEEL MEMORANDUM

1. KADER VAN HET VOORSTEL 1.1. Benaming van het voorstel

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende Europese normalisatie en tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/105/EG en 2009/23/EG van het Europees Parlement en de Raad.

1.2. Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur[32]

Titel 2: Ondernemingen, hoofdstuk 02 03: Interne goederenmarkt en sectoraal beleid

1.3. Aard van het voorstel

Het voorstel betreft de verlenging van een bestaande actie.

Er zij op gewezen dat met de in dit financieel memorandum vermelde bedragen niet wordt vooruitgelopen op het komende voorstel van de Commissie voor het meerjarig financieel kader voor de periode na 2013. De Commissie zal in de jaarlijkse begrotingsprocedure de kredieten voorstellen die aan deze actie worden toegekend. Daarom is dit financieel memorandum beperkt tot één jaar (2013).

1.4. Doelstellingen 1.4.1. Met het voorstel beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie

1a. Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid

1.4.2. Specifieke doelstelling en betrokken ABM/ABB-activiteiten

Specifieke doelstelling nr. 1:

de bestaande internemarktwetgeving voortdurend evalueren en zo nodig nieuwe wetgeving of andere maatregelen voorstellen.

1.4.3. Verwachte resultaten en gevolgen

In het voorstel wordt het algemene kader voor Europese normalisatie vastgesteld. Het voorstel bevat een aantal elementen die geen gevolgen voor de begroting hebben (bv. de samenwerking tussen de Europese normalisatie-instellingen, de nationale normalisatie-instellingen en de Commissie) en daarnaast de rechtsgrondslag voor de financiering van een deel van de normalisatiewerkzaamheden die worden uitgevoerd door de Europese normalisatie-instellingen CEN, Cenelec en ETSI (hierna “de ENI’s” genoemd), alsmede voor de financiële ondersteuning van Europese vertegenwoordigende organisaties van het mkb, consumenten en sociale en milieubelangen.

De financiering van een deel van het Europese normalisatiesysteem via de ENI’s is cruciaal voor de interne markt en moet worden voortgezet. Het systeem moet echter wel doelmatiger worden. Enerzijds worden maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat op verzoek van de Commissie ontwikkelde Europese normen sneller kunnen worden vastgesteld. Financiële instrumenten zullen worden ingezet om de ENI’s aan te moedigen actiever op zoek te gaan naar een consensus over twistpunten en bepaalde interne processen te wijzigen. Anderzijds vergroot het voorstel de doelmatigheid van de financiële ondersteuning door de EU doordat het voorziet in de overschakeling op een veel simpelere, snellere en stabielere steunregeling. Door een aanmerkelijk simpelere en minder bureaucratische regeling zal de administratieve belasting van de operationele diensten en de begunstigden afnemen. Door die belasting kunnen de diensten hun middelen momenteel niet geheel op de beleidsdoelstellingen en het tijdig leveren van resultaten concentreren en worden de ENI’s met een excessieve bureaucratie opgezadeld. Dit voorstel vereenvoudigt de financiering van de ENI’s doordat het de mogelijkheid biedt geleidelijk over te schakelen naar een prestatiegericht systeem, gebaseerd op de vaststelling van overeengekomen indicatoren en streefdoelen (outputs en uitkomsten) en op een vereenvoudiging van het gebruik van vaste bedragen, zodat geen systematische verificatie van de werkelijk gemaakte uitvoeringskosten nodig is.

Ook de financiële ondersteuning van Europese organisaties die het mkb, consumenten en sociale en milieubelangen vertegenwoordigen, moet worden voortgezet. Deze organisaties werden tot dusver gefinancierd uit verschillende programma’s, waarvan de meeste op 31 december 2013 aflopen. Daarom is het wenselijk deze steunregelingen te stroomlijnen en onder een gemeenschappelijke rechtsgrondslag samen te voegen. De criteria voor de toekenning van deze subsidies, de voorwaarden waaronder zij mogen worden gebruikt en het soort financiering worden op elkaar afgestemd en aangepast aan de specifieke behoeften van de betrokken groep belanghebbenden, zodat bijvoorbeeld aan één Europese organisatie per economisch of maatschappelijk belangenveld een subsidie voor huishoudelijke uitgaven kan worden verleend.

Het in artikel 113 van het Financieel Reglement neergelegde beginsel dat subsidies voor huishoudelijke uitgaven die geen subsidies met een vast bedrag zijn, geleidelijk afnemen, is krachtens Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 betreffende de financiering van de Europese normalisatie niet van toepassing op de ENI’s. Deze uitzondering moet in de toekomst blijven bestaan.

Bovendien moeten subsidies voor huishoudelijke uitgaven volgens de basisfilosofie dienen om een organisatie tijdelijk te ondersteunen en haar in staat te stellen op termijn financieel onafhankelijk te worden. Deze degressiviteit zou echter in strijd zijn met het EU-beleid om de positie van het mkb en maatschappelijke belanghebbenden te versterken en zo de inclusiviteit van het Europese normalisatiesysteem te waarborgen. Aangezien in de toekomst waarschijnlijk meer Europese normen zullen worden ontwikkeld, zal de werkbelasting van organisaties die het mkb en maatschappelijke belanghebbenden in het Europese normalisatiesysteem vertegenwoordigen, eveneens toenemen. Deze organisaties hebben een permanente rol die vanwege de context waarin zij werken en vanwege hun statutaire doelstellingen essentieel is voor de activiteiten en het beleid van de EU. Voortzetting van de bevordering van actieve deelname van Europese organisaties die het mkb, consumenten en sociale en milieubelangen vertegenwoordigen, is essentieel voor de ontwikkeling van de Europese normalisatie. Dergelijke organisaties streven een doelstelling van algemeen Europees belang na en vormen, op grond van een specifiek mandaat dat door nationale organisaties zonder winstoogmerk is gegeven of door hun exclusieve vertegenwoordiging van de belangen van het mkb en maatschappelijke belanghebbenden, een Europees netwerk dat in de lidstaten werkzame organisaties zonder winstoogmerk vertegenwoordigt en beginselen en beleid bevordert die in overeenstemming zijn met de doelstellingen van de Verdragen. Door de context waarin zij werken en door hun statutaire doelstellingen spelen de Europese organisaties die het mkb, consumenten en sociale en milieubelangen bij normalisatie vertegenwoordigen een permanente rol die essentieel is voor de activiteiten en het beleid van de Unie. Bovendien duurt de ontwikkeling van een norm 1 tot 3 jaar, hetgeen betekent dat langdurige inzet voor het technische proces vereist is. Voor de voortdurende en actieve deelname aan een technisch comité of een werkgroep moet gedurende een langere periode een aanzienlijke hoeveelheid tijd worden uitgetrokken. Daarom moet de uitzondering op het degressiviteitsbeginsel worden uitgebreid tot de geselecteerde Europese organisaties die het mkb, consumenten en sociale en milieubelangen vertegenwoordigen.

1.4.4. Resultaat- en effectindicatoren:

(1)     het aantal Europese normen dat de ENI’s op verzoek van de Commissie vaststellen;

(2)     de tijd tussen het moment waarop de ENI’s een verzoek tot opstelling van een Europese norm aanvaarden en de formele vaststelling van de norm;

(3)     de feitelijke participatiegraad van de Europese organisaties die het mkb, consumenten en sociale en milieubelangen in het Europese normalisatieproces vertegenwoordigen;

(4)     de feitelijke veranderingen in de normalisatiestructuren en het bestuur en het effect daarvan op het aantal vastgestelde normen, de snelheid van de vaststelling van normen en de deelname van de Europese organisaties die het mkb, consumenten en sociale en milieubelangen in het Europese normalisatieproces vertegenwoordigen.

1.5. Motivering van het voorstel 1.5.1. Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien

De behoeften waarin het voorstel moet voorzien kunnen als volgt worden samengevat:

(1)     Europese normalisatie is een belangrijk en doeltreffend instrument om Europees beleid en Europese wetgeving te ondersteunen. Zij heeft een belangrijke rol gespeeld bij de onderbouwing van de eengemaakte markt voor goederen en diensten en de voorkoming van handelsbelemmeringen binnen de EU en dit zal ook in de toekomst het geval zijn. Daarom moet de vaststelling van Europese normen door de ENI’s worden voortgezet en door de EU worden medegefinancierd. Bovendien moet de rechtsgrondslag niet alleen productnormen, maar ook dienstennormen omvatten;

(2)     normalisatie binnen de EU levert een belangrijke bijdrage aan de Europese economie. Het gebruik van normen vormt een krachtig strategisch instrument waarmee bedrijven hun concurrentiekracht kunnen vergroten. Daarom is het belangrijk dat normen gelijke tred houden met de steeds snellere productontwikkelingscycli en dat de ontwikkelingssnelheid van Europese normen wordt verhoogd;

(3)     meer en meer groepen in de Europese samenleving zullen gevolgen van normen ondervinden, waaronder alle soorten bedrijven en veel individuele burgers. Een norm is het resultaat van een consensus die bereikt wordt door degenen die bij de ontwikkeling betrokken zijn. Voor de acceptatie van een norm door bedrijven en consumenten is het cruciaal dat bij de ontwikkeling voldoende verschillende deelnemers betrokken zijn. Daarom moet het voorstel ertoe leiden dat het Europese normalisatiesysteem zo inclusief mogelijk wordt en dat alle partners zich inzetten voor een systeem dat op de kernwaarden openheid, transparantie en wetenschappelijke soliditeit berust, door middel van een proces van voortdurende verbetering van de normalisatiestructuren en het bestuur;

(4)     er moeten normen beschikbaar zijn om te zorgen voor interoperabiliteit tussen diensten en toepassingen op het gebied van informatie- en communicatietechnologie, zodat Europa optimaal van de voordelen van ICT kan profiteren. De belangrijkste ICT-normen die door gespecialiseerde fora en consortia zijn ontwikkeld, moeten een grotere rol spelen op gebieden waarop de ENI’s niet actief zijn of waarop de normen van de ENI’s verouderd zijn of niet door de markt zijn geaccepteerd. Daarom moeten deze normen formeel worden erkend, zodat overheden er in overheidsopdrachten gebruik van kunnen maken.

1.5.2. Toegevoegde waarde van de deelname van de EU

Europese normen zijn zeer belangrijk voor de werking van de interne markt voor industrieproducten. Zij komen in de plaats van nationale normen, die elkaar veelal tegenspreken en daardoor technische belemmeringen voor de toetreding tot een nationale markt kunnen opwerpen. Europese normen kunnen in twee categorieën worden verdeeld:

a) Europese normen die op verzoek van de Commissie zijn ontwikkeld op basis van een zogeheten “mandaat” aan de ENI’s voor de opstelling van technische specificaties van normatieve aard die aan de eisen in het mandaat voldoen. Deze normen kunnen in twee subcategorieën worden onderverdeeld:

– Europese geharmoniseerde normen die ervoor zorgen dat producten aan de essentiële eisen in de EU-wetgeving voldoen. Naleving van een “geharmoniseerde” Europese norm waarborgt dat producten het vereiste veiligheidsniveau hebben. Toch is de toepassing van geharmoniseerde normen niet verplicht en kan een fabrikant een andere technische oplossing kiezen als wordt aangetoond dat zijn product aan de essentiële eisen voldoet. De afgelopen twee decennia is het percentage Europese geharmoniseerde normen van 3,55% toegenomen tot 20% in 2009;

– andere Europese normen ter ondersteuning van Europees beleid;

b) de overige Europese normen, die los van EU-wetgeving worden vastgesteld op initiatief van bedrijven, nationale normalisatie-instellingen of andere belanghebbenden, dan wel op verzoek van de Commissie.

Europese normen, en in het bijzonder geharmoniseerde normen, zijn hoekstenen voor de werking van de interne goederenmarkt. De opstelling van normen is echter een arbeidsintensieve en tijdrovende activiteit van nationale deskundigen. Daarom is in Besluit nr. 1673/2006/EG de rechtsgrondslag gelegd voor de financiële ondersteuning van de centrale secretariaten van Europese normalisatie-instellingen om de kwaliteit van geharmoniseerde normen te verbeteren en de Europese normalisatie op internationaal niveau te stimuleren. De Europese Commissie en de EVA sluiten met elke ENI een partnerschapskaderovereenkomst, in het kader waarvan financieringsvoorstellen bij de Commissie kunnen worden ingediend. In de partnerschapskaderovereenkomsten worden de administratieve en financiële voorschriften voor de financiering van normalisatiewerkzaamheden vastgesteld, alsook de algemene context en de voorwaarden van de toekenning van financiële steun. Dit voorstel vervangt Besluit nr. 1673/2006/EG.

1.5.3. Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

Dit voorstel houdt rekening met de evaluaties die in het kader van Besluit nr. 1673/2006/EG zijn verricht en waarnaar in de effectbeoordeling wordt verwezen.

1.5.4. Samenhang en eventuele synergie met andere relevante instrumenten

Dit voorstel is volledig coherent met andere relevante instrumenten, d.w.z. alle in bijlage 4 van bijgevoegde effectbeoordeling vermelde wetgevingshandelingen.

1.6. Duur en financiële gevolgen

Voorstel met een onbeperkte geldigheidsduur.

1.7. Beheersvorm[33]

Direct gecentraliseerd beheer door de Commissie.

2. BEHEERSMAATREGELEN 2.1. Regels inzake toezicht en verslagen

De gemeenschappelijke doelstellingen inzake samenwerking en de administratieve en financiële voorwaarden betreffende de subsidies die aan de Europese normalisatie-instellingen en de andere in het voorstel bedoelde organisaties worden toegekend, zullen overeenkomstig het Financieel Reglement en Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 worden vastgesteld in partnerschapskaderovereenkomsten tussen de Commissie en die instellingen of organisaties. De regels inzake toezicht en verslagen zullen in deze overeenkomsten en in de subsidieovereenkomsten worden vermeld.

Het voorstel verplicht de Europese normalisatie-instellingen en de andere in het voorstel bedoelde organisaties bovendien jaarlijks aan de Commissie verslag te doen van de wijze waarop zij aan hun verplichtingen hebben voldaan.

2.2. Beheers- en controlesysteem 2.2.1. Mogelijke risico’s

De Europese normalisatie-instellingen hebben een solide financiële basis. Om financiële risico’s te vermijden, zullen in de oproep tot het indienen van voorstellen voor de andere in het voorstel bedoelde organisaties financiële selectiecriteria worden opgenomen. Er konden bijgevolg geen financiële risico’s worden vastgesteld.

2.2.2. Controlemiddelen

De controlemiddelen zijn vermeld in het Financieel Reglement en in Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002. Zij zullen nader worden gespecificeerd in de partnerschapskaderovereenkomsten en subsidieovereenkomsten die de Commissie zal sluiten met de Europese normalisatie-instellingen en de andere in het voorstel bedoelde organisaties. In het voorstel is uitdrukkelijk bepaald dat de uit de verordening voortvloeiende overeenkomsten en contracten moeten voorzien in toezicht en financiële controle door de Commissie of door een door haar gemachtigde vertegenwoordiger en in controles door de Rekenkamer, zo nodig ter plaatse.

2.3. Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

In het voorstel is bepaald dat de Commissie ervoor moet zorgen dat de financiële belangen van de Unie worden beschermd door de toepassing van maatregelen ter voorkoming van fraude, corruptie en andere illegale handelingen, door de uitvoering van doeltreffende controles en de terugvordering van ten onrechte uitgekeerde bedragen en, indien onregelmatigheden worden vastgesteld, door doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties, overeenkomstig de Verordeningen (EG, Euratom) nr. 2988/95, (Euratom, EG) nr. 2185/96 en (EG) nr. 1073/1999.

3. GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL 3.1. Rubrieken van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven

· Bestaande begrotingsonderdelen voor uitgaven

Rubriek van het meerjarige financiële kader || Begrotingsonderdeel || Soort krediet || Bijdrage

GK/ NGK ([34]) || van EVA-landen[35] || van kandidaat-lidstaten[36] || van derde landen || in de zin van artikel 18, lid 1, onder a bis), van het Financieel Reglement

1a. Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid || Artikel 02 03 04 — Normalisatie en harmonisatie van de wetgevingen || GK || JA || NEE || NEE || NEE

· Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen: artikel 02 03 04 moet in twee aparte artikelen worden opgesplitst:

– artikel 02 03 04 01 moet in de plaats komen van het voormalige artikel 02 03 04 en de hiervoor uitgetrokken kredieten voor de financiële steun aan de normalisatiewerkzaamheden van het CEN, het Cenelec en het ETSI omvatten;

– artikel 02 03 04 02 zal de volgende kredieten omvatten die voorheen werden vastgelegd en betaald volgens de onderdelen 02 02 01, 17 02 02 00 en 07 03 07 voor activiteiten in verband met normalisatie: uit de onderdelen 02 02 01, 17 02 02 00 en 07 03 07 zal respectievelijk 2,1 miljoen euro, 1,4 miljoen euro en 0,2 miljoen euro naar het nieuwe artikel 02 03 04 02 worden overgebracht;

– in de financiële programmering worden bovenstaande bedragen voor normalisatiewerkzaamheden in mindering gebracht op de onderdelen 02 02 01, 17 02 02 00 en 07 03 07;

– de kredieten voor subsidies aan andere organisaties die maatschappelijke belanghebbenden op het gebied van normalisatie vertegenwoordigen, zijn opgenomen in andere artikelen (bv. 04 03 03 02).

Rubriek van het meerjarige financiële kader || Begrotingsonderdeel || Soort uitgave || Bijdrage

GK/ NGK || van EVA-landen || van kandidaat-lidstaten || van derde landen || in de zin van artikel 18, lid 1, onder a bis), van het Financieel Reglement

1a. Concurrentie­vermogen voor groei en werk­gelegen­heid || Artikel 02 03 04 01 — Steun aan normalisatiewerkzaamheden van CEN, Cenelec en ETSI || GK || JA || NEE || NEE || NEE

1a. Concurrentie­vermogen voor groei en werk­gelegen­heid || Artikel 02 03 04 02 — Steun aan organisaties die het mkb en maatschappelijke belanghebbenden bij normalisatiewerkzaamheden vertegenwoordigen || GK || JA || NEE || NEE || NEE

3.2. Geraamde gevolgen voor de uitgaven[37] 3.2.1. Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

in miljoenen euro’s (tot op 3 decimalen)

Rubriek van het meerjarige financiële kader || Nummer || 1a. Concurrentie­vermogen voor groei en werk­gelegen­heid

|| || || Jaar N[38] || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || Jaren N+4 t/m 6 || TOTAAL

Ÿ Beleidskredieten || || || || || || || ||

Artikel 02 03 04 01 — Steun aan normalisatiewerkzaamheden van CEN, Cenelec en ETSI || Vastleggingen || (1) || 23,5 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

Betalingen || (2) || 9 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

Artikel 02 03 04 02 — Steun aan organisaties die het mkb en maatschappelijke belanghebbenden bij normalisatiewerkzaamheden vertegenwoordigen || Vastleggingen || (1a) || 3,7 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

Betalingen || (2a) || 3,7 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten[39] || || || || -- || -- || -- || -- || --

Artikel 02 01 04 02 - || || (3) || 0,2 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

Uitsluitend ter informatie: de volgende onderdelen zullen worden verlaagd (deze bedragen zijn niet in de totalen verwerkt) || || || || || || || || || ||

Artikel 02 02 01(rubriek 1a) || Vastleggingen || || -2,1 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

Betalingen || || -2,1 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

Artikel 17 02 02 00 (rubriek 3b) || Vastleggingen || || -1,4 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

Betalingen || || -1,4 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

Artikel 07 03 07(rubriek 2) || Vastleggingen || || -0,2 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

Betalingen || || -0,2 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

TOTAAL kredieten voor RUBRIEK 1.a van het meerjarige financiële kader || Vastleggingen || =1+1a +3 || 27,4 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

Betalingen || =2+2a +3 || 12,9 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

Rubriek van het meerjarige financiële kader || 5 || Administratieve uitgaven

in miljoenen euro’s (tot op 3 decimalen)

|| || || Jaar N || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || Jaren N+4 t/m 6 || TOTAAL

DG: ENTR, SANCO, MARKT, MOVE, ENV en INFSO ||

Ÿ Personele middelen || 3,5 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

Ÿ Andere administratieve uitgaven || 0,3 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

TOTAAL || Kredieten || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- ||

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || (totaal vastleggingen = totaal betalingen) || 3,8 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- ||

in miljoenen euro’s (tot op 3 decimalen)

|| || || 2013 || 2014 || 2015 || 2016 || 2017-2020 || TOTAAL

TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 5 van het meerjarige financiële kader || Vastleggingen || 3,8 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

Betalingen || 3,8 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

3.2.2. Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

Voor het voorstel zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Vastleggingskredieten, in miljoenen euro's (tot op 3 decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs ò || || Jaar N || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || Jaren N+4 t/m 6 || TOTAAL

OUTPUTS

Soort out­put[40] || Gem. kos­ten van de out­put || Aantal outputs || Kos­ten || Aantal outputs || Kos­ten || Aantal outputs || Kos­ten || Aantal outputs || Kos­ten || Aantal outputs || Kos­ten || Aantal outputs || Kos­ten || Aantal outputs || Kos­ten || Totaal aantal out­puts || Totale kos­ten

SPECIFIEKE DOELSTELLING nr. 1: de bestaande internemarktwetgeving voortdurend evalueren en zo nodig nieuwe wetgeving of andere maatregelen voorstellen. || || || || || || || || || || || || || || || ||

Centraal secretariaat ENI’s || (A) || 3,35 || 3 || 10 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

Vertaling van normen || (B) || 0,55 || 2 || 1,1 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

Normalisatie­werk (incl. ICT) || (C) || 0,4 || 25 || 11 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

Promotie van Europese normen || (D) || 0,1 || 1 || 0,1 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

Audits, evaluaties en specifieke projecten || (E) || 0,8 || 1 || 0,8 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

Studies en technische bijstand || (D) (E) || 1,2 || 0 || 0 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

Promotie en ontwikkeling van Eurocodes || (D) (E) || 0,5 || 1 || 0,5 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

Steun aan vertegen­woordigende organisaties van het mkb || (A) t/m (E) || 2,0 || 1 || 2,0 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

Steun aan vertegen­­woordigende organisa­ties van maatschap­pelijke belang­hebbenden || (A) t/m (E) || 0,75 || 2 || 1,5 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1 || || || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

TOTALE KOSTEN || 36 || 27 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

3.2.3. Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten 3.2.3.1. Samenvatting

Voor het voorstel zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoenen euro’s (tot op 3 decimalen)

|| Jaar N || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || Jaren N+4 t/m 6 || TOTAAL

RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || || || || || || || ||

Personele middelen || 3,5 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

Andere administratieve uitgaven || 0,3 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

Subtotaal RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || 3,8 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

Buiten RUBRIEK 5[41] van het meerjarige financiële kader || || || || || || || ||

Personele middelen || 0 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

Andere administratieve uitgaven || 0,2 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

Subtotaal buiten RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || 0,2 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

TOTAAL || 4 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

3.2.3.2.  Geraamde personeelsbehoeften

Voor het voorstel zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Raming in een geheel getal (of met hoogstens 1 decimaal)

|| Jaar N || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || Jaren N+4 t/m 6

Ÿ Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen) ||

XX 01 01 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie) || 2,9 || -- || -- || -- || -- || -- || --

XX 01 01 02 (delegaties) || 0 || -- || -- || -- || -- || -- || --

XX 01 05 01 (onderzoek door derden) || 0 || -- || -- || -- || -- || -- || --

10 01 05 01 (eigen onderzoek) || 0 || -- || -- || -- || -- || -- || --

 Ÿ Extern personeel (in voltijdequivalenten: VTE)[42] ||

XX 01 02 01 (AC, END, INT van de "totale financiële middelen") || 0,6 || -- || -- || -- || -- || -- || --

XX 01 02 02 (AC, AL, END, INT en JED in de delegaties) || 0 || -- || -- || -- || -- || -- || --

XX 01 05 02 (AC, INT, GND - indirect onderzoek) || 0 || -- || -- || -- || -- || -- || --

10 01 05 02 (AC, END, INT – eigen onderzoek) || 0 || -- || -- || -- || -- || -- || --

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden) || 0 || -- || -- || -- || -- || -- || --

TOTAAL || 7 || -- || -- || -- || -- || -- || --

XX is het beleidsterrein of de begrotingstitel

De benodigde personele middelen zullen worden gefinancierd uit de middelen die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

Beschrijving van de uit te voeren taken

Ambtenaren en tijdelijke functionarissen || Uitvoering van de verordening (beheer van normalisatiewerkzaamheden en financiering ervan, ook voor ICT, en beheer van subsidies aan vertegenwoordigende organisaties van mkb en maatschappelijke belanghebbenden)

Extern personeel || Aan de follow-up van de normalisatiewerkzaamheden, ook voor ICT, zal worden meegewerkt door gedetacheerde nationale deskundigen. De uitvoerende taken zullen hoofdzakelijk door arbeidscontractanten worden verricht.

3.2.4. Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

Het voorstel is verenigbaar met het huidige meerjarige financiële kader. Enkele kredieten kunnen uit andere begrotingstitels naar titel 2 (Ondernemingen) worden overgedragen, zoals aangegeven in punt 3.1.

3.2.5. Bijdrage van derden aan de financiering

Het voorstel voorziet in medefinanciering, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoenen euro's (tot op 3 decimalen)

|| Jaar N || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || Jaren N+4 t/m 6 || Totaal

Medefinancieringsbron || EVA || EVA || EVA || EVA || EVA || EVA || EVA || EVA

TOTAAL medegefinancierde kredieten || 0,7 || -- || -- || -- || -- || -- || -- || --

3.3. Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

Het voorstel heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.

[1]               PB C [...] van [...], blz. [...].

[2]               PB L 24 van 21.7.1998, blz. 37.

[3]               PB L 315 van 15.11.2006, blz. 9.

[4]               PB L 36 van 7.2.1987, blz. 31.

[5]               PB L 376 van 27.12.2006.

[6]               PB L 71 van 17.3.1980, blz. 1.

[7]               PB L 399 van 30.12.1989, blz. 18.

[8]               PB L 121 van 15.5.1993, blz. 20.

[9]               PB L 100 van 19.4.1994, blz. 1.

[10]             PB L 164 van 30.6.1994, blz. 15.

[11]             PB L 213 van 7.9.1995, blz. 1.

[12]             PB L 181 van 9.7.1997, blz. 1.

[13]             PB L 135 van 30.4.2004, blz. 1.

[14]             PB L 154 van 14.6.2007, blz. 1.

[15]             PB L 264 van 8.10.2009, blz. 12.

[16]             PB L 122 van 16.5.2009, blz. 6.

[17]             PB L 218 van 13.8.2008, blz. 82.

[18]             PB L 134 van 30.4.2004, blz. 1.

[19]             PB L 134 van 30.4.2004, blz. 114.

[20]             PB L 260 van 3.10.2009, blz. 20.

[21]             PB L 108 van 24.4.2002, blz. 33.

[22]             PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

[23]             PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1.

[24]             PB L 310 van 9.11.2006, blz. 15.

[25]             PB L 404 van 30.12.2006, blz. 39.

[26]             PB L 149 van 9.6.2007, blz. 1.

[27]             PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1.

[28]             PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2.

[29]             PB L 136 van 31.5.1999, blz. 1.

[30]             PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.

[31]             PB L 88 van 4.4.2011, blz. 5.

[32]             ABM: Activity Based Management – ABB: Activity Based Budgeting.

[33]             Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb: http://www.cc.cec/budg/man/budgmanag/budgmanag_en.html

[34]             GK = gesplitste kredieten / NGK = niet-gesplitste kredieten.

[35]             EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.

[36]             Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiële kandidaat-lidstaten van de Westelijke Balkan.

[37]             De in de tabellen van punt 3.2 opgenomen bedragen moeten aan de inflatie worden aangepast en eventueel dienovereenkomstig worden gecorrigeerd.

[38]             Het jaar N is het jaar waarin waarschijnlijk met de uitvoering van het voorstel wordt begonnen, namelijk 2013.

[39]             Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.

[40]             Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (bv. aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen, enz.). (A) = administratieve steun, (B) = vertaaldiensten, (C) = feitelijk normalisatiewerk, (D) = promotie en publiciteit, inclusief conferenties en (E) = overige intellectuele diensten

[41]             Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.

[42]             AC = Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL = Agent Local (plaatselijk functionaris); END = Expert National Détaché (gedetacheerd nationaal deskundige); INT = Intérimaire (uitzendkracht); JED = Jeune Expert en Délégation (jonge deskundige in delegaties).