52011PC0051

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de sluiting en voorlopige toepassing van de Samenwerkingsovereenkomst inzake satellietnavigatie tussen de Europese Unie en haar lidstaten en het Koninkrijk Noorwegen /* COM(2011) 51 definitief - 2011/00330(NLE) */


NL

|| EUROPESE COMMISSIE

Brussel, 14.2.2011

COM(2011) 51 definitief

2011/0033 (NLE)

 

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de sluiting en voorlopige toepassing van de Samenwerkingsovereenkomst inzake satellietnavigatie tussen de Europese Unie en haar lidstaten en het Koninkrijk Noorwegen

TOELICHTING

Noorwegen is de niet-EU partner waarmee wij het nauwst samenwerken voor de Europese GNSS-systemen Galileo en EGNOS. Noorwegen heeft in de afgelopen jaren politiek, technisch en financieel aan alle fasen van Galileo meegewerkt via zijn lidmaatschap van het Europees Ruimteagentschap en zijn informele deelname aan de Galileospecifieke EG-bestuursstructuren.

Deze overeenkomst formaliseert, samen met Besluit nr. 94/2009 van het Gemengd comité van de EER waarbij Verordening nr. 683/2008 en Verordening nr. 1321/2004 (zoals gewijzigd) in de EER-overeenkomst zijn opgenomen, de samenwerking tussen Noorwegen en de Europese Unie op het gebied van satellietnavigatie.

De overeenkomst legt de algemene beginselen voor samenwerking vast alsmede de rechten en verplichtingen van Noorwegen op gebieden -met name dat van de beveiliging- die niet door het bestaande Galileo-acquis, d.w.z. het hiervoor genoemde Besluit nr. 94/2009, zijn gedekt.

De overeenkomst is noodzakelijk want in Noorwegen zullen zich twee belangrijke grondinstallaties bevinden die aan het adequate functioneren van het systeem zullen bijdragen. In dit kader verbindt Noorwegen zich politiek om mee te doen met het toekomstige Unie-beleid op het gebied van de bescherming van Europese GNSS-systemen.

Over de overeenkomst is onderhandeld op basis van door de Raad op 8 juli 2005 aangenomen onderhandelingsrichtsnoeren. De overeenkomst is op 22 september 2010 ondertekend.

Deze overeenkomst vult Besluit nr. 94/2009 van het Gemengd comité van de EER aan door wijziging van de Protocollen 31 en 37 bij de EER-Overeenkomst waarbij Noorwegen Verordening (EG) nr. 1321/2004 van de Raad van 12 juli 2004 inzake de beheerstructuren van de Europese programma's voor radionavigatie per satelliet, Verordening (EG) nr. 1942/2006 van 12 december 2006 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1321/2004 en Verordening (EG) nr. 683/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende de voortzetting van de uitvoering van de Europese programma’s voor navigatie per satelliet (EGNOS en Galileo) onderschrijft. Overlappingen tussen de twee instrumenten zijn vermeden.

Met het oog op de ondertekening van de overeenkomst heeft overleg tussen de diensten plaatsgevonden (CISNet – uiterste datum 29/06/2009 – overleg TREN-54986) en is rekening gehouden met opmerkingen van de diensten.

Een en ander heeft geleid tot een voorstel van de Commissie voor een besluit van de Raad betreffende ondertekening (COM(2009)453).

De overeenkomst is op 22 september 2010 ondertekend.

Zij moet thans worden gesloten.

Voorstel

De Commissie stelt de Raad voor op basis van de artikelen 171 en 172 in samenhang met artikel 218, lid 8, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie machtiging te verlenen tot de sluiting en de voorlopige toepassing van de Samenwerkingsovereenkomst inzake satellietnavigatie tussen de Europese Unie en haar lidstaten en het Koninkrijk Noorwegen.

De Commissie wordt verzocht dit voorstel aan te nemen en ter goedkeuring aan de Raad voor te leggen.

2011/0033 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de sluiting en voorlopige toepassing van de Samenwerkingsovereenkomst inzake satellietnavigatie tussen de Europese Unie en haar lidstaten en het Koninkrijk Noorwegen

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 172, in samenhang met artikel 218, lid 8,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De Commissie heeft met het Koninkrijk Noorwegen onderhandelingen gevoerd over de Samenwerkingsovereenkomst inzake satellietnavigatie (hierna "de overeenkomst" genoemd), die op 22 september 2010 is ondertekend.

(2) De overeenkomst moet ook door de lidstaten worden geratificeerd.

(3) Overeenkomstig artikel 12, lid 4, van de overeenkomst moet deze, hangende de inwerkingtreding ervan, door het Koninkrijk Noorwegen en door de Europese Unie wat betreft aangelegenheden die binnen haar bevoegdheid vallen, voorlopig worden toegepast.

(4) De overeenkomst is ondertekend namens de Europese Unie en dient voorlopig te worden toegepast zoals bepaald in dit besluit.

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De Samenwerkingsovereenkomst inzake satellietnavigatie tussen de Europese Unie en haar lidstaten en het Koninkrijk Noorwegen wordt namens de Unie goedgekeurd.

De tekst van de overeenkomst is bij dit besluit gevoegd.

Artikel 2

Overeenkomstig artikel 12, lid 4, van de overeenkomst moet deze hangende de inwerkingtreding ervan voorlopig worden toegepast wat betreft aangelegenheden die binnen de bevoegdheid van de Unie vallen. De Commissie zal in het Publicatieblad van de Europese Unie een bericht publiceren met informatie over de datum van voorlopige toepassing van de overeenkomst.

Artikel 3

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel,

                                                                       Voor de Raad

                                                                       De voorzitter

BIJLAGE

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST INZAKE SATELLIETNAVIGATIE TUSSEN DE EUROPESE UNIE EN HAAR LIDSTATEN EN HET KONINKRIJK NOORWEGEN

DE EUROPESE UNIE, hierna "de Unie" of "de EU" genoemd,

en

HET KONINKRIJK BELGIË,

DE REPUBLIEK BULGARIJE,

DE TSJECHISCHE REPUBLIEK,

HET KONINKRIJK DENEMARKEN,

DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND,

DE REPUBLIEK ESTLAND,

DE HELLEENSE REPUBLIEK,

HET KONINKRIJK SPANJE,

DE FRANSE REPUBLIEK,

IERLAND,

DE ITALIAANSE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK CYPRUS,

DE REPUBLIEK LETLAND,

DE REPUBLIEK LITOUWEN,

HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG,

DE REPUBLIEK HONGARIJE,

MALTA,

HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN,

DE REPUBLIEK OOSTENRIJK,

DE REPUBLIEK POLEN,

DE PORTUGESE REPUBLIEK,

ROEMENIË,

DE REPUBLIEK SLOVENIË,

DE SLOWAAKSE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK FINLAND,

HET KONINKRIJK ZWEDEN,

HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIË EN NOORD-IERLAND,

de partijen bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna "de lidstaten" genoemd,

                                                                                enerzijds, en

HET KONINKRIJK NOORWEGEN, hierna "Noorwegen" genoemd,

                                                                                anderzijds,

De Europese Unie, de lidstaten en Noorwegen, hierna gezamenlijk "de partijen" genoemd,

ERKENNENDE de nauwe deelname van Noorwegen aan de Galileo- en EGNOS-programma’s sinds de definitiefasen van die programma’s,

ZICH BEWUST van de ontwikkeling in het bestuur, de eigendom en de financiering van de Europese GNSS-programma’s krachtens Verordening (EG) nr. 1321/2004 van de Raad van 12 juli 2004 inzake de beheerstructuren van de Europese programma's voor radionavigatie per satelliet[1], de wijzigingen ervan en Verordening (EG) nr. 683/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende de voortzetting van de uitvoering van de Europese programma’s voor navigatie per satelliet (EGNOS en Galileo)[2],

OVERWEGENDE de voordelen van een gelijkwaardig niveau van bescherming van Europese GNSS en de diensten ervan op de grondgebieden van de partijen,

ERKENNENDE het voornemen van Noorwegen om binnen zijn rechtsgebied tijdig maatregelen aan te nemen en te handhaven die voorzien in een gelijkwaardig niveau van beveiliging en veiligheid als die welke in de Europese Unie van toepassing zijn,

ERKENNENDE de verplichtingen van de partijen volgens het internationaal recht,

ERKENNENDE de belangstelling van Noorwegen voor alle Galileo-diensten, inclusief de publiek gereguleerde dienst ("public regulated service" (PRS)),

ERKENNENDE de Overeenkomst tussen Noorwegen en de Europese Unie inzake beveiligingsprocedures voor de uitwisseling van gerubriceerde informatie,

WENSENDE formeel nauwe samenwerking wat alle aspecten van de Europese GNSS-programma’s betreft tot stand te brengen,

BESCHOUWENDE de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna de"EER-overeenkomst" genoemd) als een geschikte wettelijke en institutionele basis om samenwerking tussen de Europese Unie en Noorwegen op het gebied van satellietnavigatie tot stand te brengen,

WENSENDE de bepalingen van de EER-overeenkomst aan te vullen door middel van een bilaterale overeenkomst inzake satellietnavigatie in aangelegenheden die specifiek relevant zijn voor Noorwegen, de Unie en haar lidstaten,

HEBBEN OVEREENSTEMMING BEREIKT OMTRENT DE VOLGENDE BEPALINGEN:

Artikel 1

Doel van de overeenkomst

Het hoofddoel van deze overeenkomst is de samenwerking tussen de partijen verder te versterken door de op satellietnavigatie toepasselijke bepalingen van de EER-overeenkomst aan te vullen.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:

a)      "European Global navigation satellite systems (GNSS)": het Galileo-systeem en het European Geostationary Navigation Overlay System (EGNOS);

b)      "augmentatie" : regionale mechanismen zoals EGNOS. Die mechanismen stellen de gebruikers van GNSS in staat een verbeterde prestatie te verkrijgen, zoals verhoogde nauwkeurigheid, beschikbaarheid, integriteit en betrouwbaarheid;

c)      "Galileo" : een autonoom civiel Europees mondiaal satellietnavigatie- en tijdbepalingssysteem onder civiele leiding, voor de aanbieding van GNSS-diensten die zijn ontworpen en ontwikkeld door de Unie en haar lidstaten. De exploitatie van Galileo kan aan een private partij worden overgedragen. Galileo voorziet in open diensten, commerciële diensten, diensten voor beveiliging van mensenlevens en opsporings- en reddingsdiensten naast een beveiligde publiek gereguleerde dienst ("public regulated service" (PRS)) met beperkte toegang om te voldoen aan de behoeften van geautoriseerde gebruikers uit de overheidssector;

d)      "regulerende maatregel": een wet, regeling, beleid, regel, procedure, beslissing of soortgelijke administratieve handeling door een partij;

e)      "gerubriceerde informatie": informatie in elke vorm die bescherming vereist tegen onbevoegde openbaarmaking waardoor de wezenlijke belangen, waaronder de nationale veiligheid, van de partijen of van afzonderlijke lidstaten in verschillende mate zouden kunnen worden geschaad. De rubricering ervan wordt aangeduid met een rubriceringsmarkering. Dergelijke informatie wordt door de partijen gerubriceerd in overeenstemming met de van toepassing zijnde wet- en regelgeving en moet tegen elk verlies van vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid worden beschermd.

Artikel 3

Beginselen van de samenwerking

1. De partijen komen overeen de volgende beginselen toe te passen op onder deze overeenkomst vallende samenwerkingsactiviteiten:

a)      de EER-Overeenkomst is de basis voor samenwerking op het gebied van satellietnavigatie tussen de partijen;

b)      vrijheid om satellietnavigatiediensten te verlenen op de grondgebieden van de partijen;

c)      vrijheid om alle Galileo- en EGNOS-diensten, inclusief PRS, te gebruiken, met inachtneming van de voorwaarden die op het gebruik ervan van toepassing zijn;

d)      nauwe samenwerking in GNSS-beveiligingsaangelegenheden door het nemen en handhaven van gelijkwaardige GNSS-beveiligingsmaatregelen zowel in de Unie als in Noorwegen;

e)      passende inachtneming van de internationale verplichtingen van de partijen met betrekking tot grondfaciliteiten van Europese GNSS.

2. Deze overeenkomst is niet van invloed op de ten behoeve van de activiteiten van het Galileo-programma krachtens het recht van de Europese Unie ingestelde institutionele structuur. Deze overeenkomst is evenmin van invloed op de toepasselijke regulerende maatregelen ter uitvoering van non-proliferatieverbintenissen en exportcontrole, controles van immateriële overdrachten van technologie, noch op nationale veiligheidsmaatregelen.

Artikel 4

Radiospectrum

1. De partijen komen overeen in de Internationale Telecommunicatie-unie (ITU) samen te werken op het gebied van radiospectrumkwesties betreffende Europese satellietnavigatiesystemen, rekening houdend met het op 5 november 2004 ondertekende "Memorandum of Understanding on the Management of ITU filings of the Galileo radio-navigation satellite service system".

2. In deze context beschermen de partijen adequate frequentietoewijzingen voor Europese satellietnavigatiesystemen om de beschikbaarheid van de diensten van deze systemen ten voordele van de gebruikers te verzekeren.

3. Bovendien erkennen de partijen het belang om het radionavigatiespectrum te beschermen tegen verstoring en interferentie. Daartoe sporen zij bronnen van interferentie op en streven zij wederzijds aanvaardbare oplossingen na om interferentie te bestrijden.

4. Niets in deze overeenkomst mag aldus worden geïnterpreteerd dat afbreuk wordt gedaan aan de toepasselijke bepalingen van de ITU, inclusief de ITU-radioreglementen.

Artikel 5

Grondfaciliteiten van Europese GNSS

1. Noorwegen neemt alle haalbare maatregelen om de plaatsing, het onderhoud en de vervanging van grondfaciliteiten van Europese GNSS ("grondfaciliteiten") op de onder zijn jurisdictie vallende grondgebieden te vergemakkelijken.

2. Noorwegen neemt alle haalbare maatregelen om de bescherming en de ononderbroken en ongestoorde werking van grondfaciliteiten op zijn grondgebieden te verzekeren inclusief, in voorkomend geval, door het inzetten van zijn rechtshandhavingsinstanties. Noorwegen zet alle praktisch uitvoerbare middelen in om de faciliteiten vrij te houden van lokale radio-interferentie, hacking en pogingen tot afluisteren.

3. De contractuele relaties betreffende de grondfaciliteiten zullen worden overeengekomen tussen de Europese Commissie en de houder van de eigendomsrechten. De Noorse autoriteiten zullen ten volle de speciale status van de grondfaciliteiten respecteren en streven telkens wanneer mogelijk voorafgaande overeenstemming met de Europese Commissie na alvorens enige maatregel betreffende grondfaciliteiten wordt genomen.

4. Noorwegen staat ononderbroken en ongehinderde toegang tot de grondfaciliteiten toe aan alle door de Europese Unie aangewezen of op andere wijze gemachtigde personen. Daartoe richt Noorwegen een aanspreekpunt op dat informatie ontvangt over naar de grondfaciliteiten reizende personen en op andere wijze het verkeer en de activiteiten van dergelijke personen in de praktijk vergemakkelijkt.

5. De archieven en uitrusting van de grondfaciliteiten en documenten in doorvoer, ongeacht de vorm ervan, die een officieel zegel of merk dragen zijn niet onderworpen aan inspecties door douane of politie.

6. In geval van een bedreiging of gevaar voor de beveiliging van grondfaciliteiten of hun werking informeren Noorwegen en de Europese Commissie elkaar zonder uitstel van de gebeurtenis en de stappen om de situatie te verhelpen. De Europese Commissie kan een andere vertrouwensentiteit aanwijzen om voor dergelijke informatieverstrekking als aanspreekpunt met Noorwegen op te treden.

7. De partijen stellen in een afzonderlijke regeling nadere procedures vast betreffende de kwesties waarvan sprake in de leden 1 tot en met 6. Dergelijke procedures hebben onder meer betrekking op verduidelijkingen betreffende inspecties, taken van de aanspreekpunten, eisen voor koeriers en maatregelen tegen lokale radiofrequentie-interferentie en vijandige aanvallen.

Artikel 6

Beveiliging

1. De partijen zijn overtuigd van de noodzaak om mondiale navigatiesatellietsystemen te beschermen tegen bedreigingen zoals misbruik, interferentie, verstoring en vijandige handelingen. Dientengevolge doen de partijen alle praktisch uitvoerbare stappen, inclusief in voorkomend geval het sluiten van afzonderlijke overeenkomsten, om de continuïteit, veiligheid en beveiliging van de satellietnavigatiediensten en gerelateerde infrastructuur en kritieke voorzieningen op hun grondgebieden te verzekeren. De Europese Commissie is voornemens maatregelen te ontwikkelen om gevoelige voorzieningen, informatie en technologieën van de Europese GNSS-programma’s te beschermen, te controleren en te beheren wat betreft dergelijke bedreigingen en ongewenste proliferatie.

2. In deze context bevestigt Noorwegen zijn voornemen om binnen zijn rechtsgebied tijdig maatregelen te nemen en te handhaven die in een gelijkwaardig niveau van beveiliging en veiligheid voorzien als die welke in de Europese Unie van toepassing zijn. Met het oog hierop behandelen de partijen GNSS-beveiligingskwesties inclusief accreditatie in de hiervoor bevoegde comités van de bestuursstructuur van Europese GNSS. De praktische regelingen en procedures moeten in de reglementen van orde van de comités worden vastgesteld; hierbij wordt mede rekening gehouden met het raamwerk van de EER-overeenkomst.

3. Mocht zich een gebeurtenis voordoen waarbij een dergelijk gelijkwaardig niveau van beveiliging en veiligheid niet kan worden bereikt, dan voeren de partijen overleg om de situatie te verhelpen. In voorkomend geval kan de reikwijdte van de samenwerking in deze sector dienovereenkomstig worden aangepast.

Artikel 7

Uitwisselingen van gerubriceerde informatie

1. De uitwisseling en bescherming van gerubriceerde informatie van de Unie gebeurt overeenkomstig de op 22 november 2004 ondertekende Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen inzake beveiligingsprocedures voor de uitwisseling van gerubriceerde gegevens[3] alsook de uitvoeringsregelingen van die overeenkomst.

2. Noorwegen kan gerubriceerde informatie met een nationaal rubriceringsmerk betreffende Galileo uitwisselen met de lidstaten waarmee het met het oog daarop bilaterale overeenkomsten heeft gesloten.

3. De partijen streven ernaar een algemeen en coherent rechtskader in te stellen op grond waarvan uitwisselingen van gerubriceerde informatie betreffende het Galileo-programma tussen hen mogelijk zijn.

Artikel 8

Exportcontrole

1. Om de toepassing van een uniform beleid van exportcontroles en non-proliferatie betreffende Galileo tussen de partijen te verzekeren, bevestigt Noorwegen zijn voornemen om binnen zijn rechtsgebied tijdig maatregelen te nemen en te handhaven die een gelijkwaardig niveau van exportcontrole en niet-proliferatie van Galileo-technologieën, -data en -artikelen verzekeren als die welke in de Unie en haar lidstaten van toepassing zijn.

2. Mocht zich een gebeurtenis voordoen waarbij een dergelijk gelijkwaardig niveau van exportcontrole en non-proliferatie niet kan worden bereikt, dan voeren de partijen overleg om de situatie te verhelpen. In voorkomend geval kan de reikwijdte van de samenwerking in deze sector dienovereenkomstig worden aangepast.

Artikel 9

Publiek gereguleerde dienst (PRS)

Noorwegen heeft belangstelling getoond voor de PRS van Galileo en beschouwt deze als een belangrijk element van zijn deelname aan de Europese GNSS-programma’s. De partijen komen overeen deze kwestie te behandelen zodra de beleidslijnen en operationele regelingen betreffende toegang tot de PRS zijn vastgesteld.

Artikel 10

Internationale samenwerking

1. De partijen erkennen de betekenis van het coördineren van de benaderingen in internationale normalisatie- en certificeringsforums betreffende mondiale satellietnavigatiediensten. Met name zullen de partijen gezamenlijk de ontwikkeling van Galileo-normen steunen en bevorderen zij gezamenlijk de toepassing ervan wereldwijd, waarbij zij de interoperabiliteit met andere GNSS benadrukken.

2. Bijgevolg werken de partijen, ter bevordering en implementatie van de doelstellingen van deze overeenkomst, waar passend samen inzake alle GNSS-aangelegenheden die met name aan de orde komen in de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie, de Internationale Maritieme Organisatie en de ITU.

Artikel 11

Overleg en oplossing van geschillen

De partijen voeren, op verzoek van een van hen, onmiddellijk overleg over elk punt van discussie dat voortkomt uit de interpretatie of toepassing van deze overeenkomst. Alle geschillen betreffende de interpretatie of de toepassing van deze overeenkomst worden beslecht door middel van overleg tussen de partijen.

Artikel 12

Inwerkingtreding en beëindiging

1. Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de partijen elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van de daartoe vereiste procedures. De kennisgevingen worden gezonden aan het secretariaat-generaal van de Raad, dat de depositaris van deze overeenkomst is.

2. Het verstrijken of opzeggen van deze overeenkomst heeft geen invloed op de geldigheid of duur van in het kader van de overeenkomst getroffen regelingen of op specifieke rechten en verplichtingen die op het gebied van intellectuele eigendomsrechten zijn ontstaan.

3. Deze overeenkomst kan worden gewijzigd wanneer de partijen daarover schriftelijk onderlinge overeenstemming bereiken. Wijzigingen treden in werking op de datum van ontvangst van de laatste diplomatieke nota waarin de andere partij wordt geïnformeerd dat hun respectieve voor de inwerkingtreding van bedoelde wijzigingen noodzakelijke interne procedures zijn voltooid.

4. Onverminderd lid 1 stemmen Noorwegen en de Europese Unie, wat betreft onderdelen die binnen haar bevoegdheid vallen, ermee in deze overeenkomst voorlopig toe te passen vanaf de eerste dag van de maand volgende op de datum waarop zij elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van de daartoe vereiste procedures.

5. Elke partij kan, doordat zij de andere partij daarvan zes maanden van tevoren schriftelijk in kennis stelt, deze overeenkomst opzeggen.

Deze overeenkomst is opgesteld in twee exemplaren in de Bulgaarse, Deense, Duitse, Engelse, Estse, Finse, Franse, Griekse, Hongaarse, Italiaanse, Letse, Litouwse, Maltese, Nederlandse, Poolse, Portugese, Roemeense, Sloveense, Slowaakse, Spaanse, Tsjechische, Zweedse en Noorse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

[1]               PB L 246 van 20.7.2004, blz. 1.

[2]               PB L 196 van 24.7.2008, blz. 1.

[3]               PB L 362 van 9.12.2004, blz. 29.