52011DC0357

/* COM/2011/0357 def. */ VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Verslag over de toepassing van de meetinstrumentenrichtlijn 2004/22/EG krachtens artikel 25 van de richtlijn_(Voor de EER relevante tekst)


VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Verslag over de toepassing van de meetinstrumentenrichtlijn 2004/22/EG krachtens artikel 25 van de richtlijn

(Voor de EER relevante tekst)

A. Inleiding

1. Doel van dit document

Het doel van dit document is verslag uit te brengen over de toepassing van de meetinstrumentenrichtlijn (MID), onder meer op basis van verslagen van de lidstaten. Verder werd het verslag gebaseerd op twee kmo-raadplegingen en een openbare raadpleging. Twee externe adviseurs hebben input over de evaluatie van de richtlijn respectievelijk de beoordeling van de effecten van suggesties voor mogelijke veranderingen aangereikt.

2. Meetinstrumentenrichtlijn

De meetinstrumentenrichtlijn (Richtlijn 2004/22/EG[1]) is sinds 30 oktober 2006, dus 4,5 jaar, van kracht[2].

De richtlijn is van toepassing op de volgende in de bijlagen gedefinieerde instrumenten:

- watermeters;

- gasmeters en volumeherleidingsinstrumenten;

- kilowattuurmeters;

- warmtemeters;

- meetinstallaties voor de continue en dynamische meting van hoeveelheden andere vloeistoffen dan water;

- automatische weeginstrumenten;

- taxameters;

- stoffelijke maten;

- dimensionale meetinstrumenten;

- uitlaatgasanalysatoren.

De voornaamste beleidsdoelstelling van de richtlijn is de vergemakkelijking en de versterking van de interne markt voor instrumenten voor meettaken uit overwegingen van openbaar belang, volksgezondheid, openbare veiligheid, openbare orde, milieubescherming, consumentenbescherming, heffing van belastingen en andere heffingen, en eerlijke handel, wanneer de lidstaten zulke formele wettelijke metingen gerechtvaardigd achten.

De meetinstrumentenrichtlijn garandeert een hoge mate van vertrouwen door essentiële eisen die van in alle lidstaten toepassing zijn en dat door middel van CE- en M-markeringen wordt uitgedrukt. De richtlijn definieert prestatiecriteria en geeft tegelijk fabrikanten de technologische flexibiliteit om aan die criteria te voldoen. Zij biedt een ruime keuze aan procedures voor conformiteitbeoordeling die voorzien in de behoeften van zowel kleine als grote producenten.

De wetgeving definieert niet voor welke activiteiten de meetinstrumenten moeten worden gebruikt. Dat blijft onder de nationale bevoegdheden vallen. Tussen de lidstaten zijn er in de praktijk bijvoorbeeld verschillen of meters vereist zijn voor waterconsumptie of gemeenschappelijke verwarmingssystemen. Tevens mogen fabrieken veel verschillende soorten meters gebruiken voor de interne productie die niet moeten worden gereglementeerd.

Als een formele wettelijke meting wordt vereist door een lidstaat, zoals bij veruit de meeste van de consumententransacties, dan mogen echter enkel instrumenten worden gebruikt die aan de richtlijn voldoen. In de richtlijn worden categorieën onderscheiden om rekening te houden met het grote verschil in temperaturen in Europa waarbij de meetinstrumenten bij buitengebruik accuraat dienen te blijven, tussen - 40 graden tijdens een Scandinavische winter en + 70 tijdens een mediterrane zomer.

Volgens de richtlijn mag er verwezen worden naar internationale normen die naast de Europese normen van CEN/Cenelec/ETSI mogen worden gebruikt om aan te tonen dat aan de wettelijke eisen wordt voldaan. Door bijvoorbeeld ook te vertrouwen op de internationale normen van de uit 60 landen bestaande Internationale organisatie voor wettelijke metrologie kan de Europese industrie haar concurrentiepositie verbeteren en voet vatten op wereldmarkten[3].

De verantwoordelijke eenheid voor de meetinstrumentenrichtlijn is DG Ondernemingen en industrie, Eenheid G/5.

3. Redenen voor de evaluatie

In artikel 25 van de meetinstrumentenrichtlijn[4] wordt de Commissie als volgt opgeroepen om verslag uit te brengen over de uitvoering van de richtlijn:

"Het Europees Parlement en de Raad verzoeken de Commissie om uiterlijk 30 april 2011 verslag uit te brengen over het effect van de uitvoering van deze richtlijn, mede op basis van verslagen van de lidstaten, en in voorkomend geval een wijzigingsvoorstel in te dienen. Het Europees Parlement en de Raad verzoeken de Commissie te beoordelen of de conformiteitbeoordelingsprocedures voor industrieproducten correct worden toegepast en, indien nodig, wijzigingen voor te stellen die tot consistentie bij de certificering leiden."

Bovendien worden bij Richtlijn 2011/17/EU acht richtlijnen volgens de oude aanpak op het gebied van wettelijke metrologie ingetrokken: een richtlijn in 2011 (scheepstanks) en de andere zeven in 2015 respectievelijk (watermeters, gewichten (2x), alcoholmeters (2x), bandendrukmeters, natuurgewicht van granen). Na de intrekking is er een overgangsperiode van tien jaar waardoor instrumenten met de op bestaande certificaten gebaseerde geharmoniseerde markeringen respectievelijk tot 2021 en 2026 op de markt kunnen worden gebracht[5].

In een gemeenschappelijke verklaring van de drie instellingen wordt de Commissie uitgenodigd om "uiterlijk 30 april 2011 verslag uit te brengen" en "overeenkomstig de beginselen van beter wetgeven (met onder andere in voorkomend geval een effectbeoordeling en een open raadpleging) een evaluatie uit te voeren om vast te stellen of, en zo ja in welke mate, de werkingssfeer van Richtlijn 2004/22/EG moet worden uitgebreid tot een of meer van de meetinstrumenten die thans door de ingetrokken richtlijnen worden beheerst"[6].

B. Evaluatie

In dit verslag evalueert de Commissie de toepassing van de richtlijn, daarbij terdege rekening houdend met het feit dat de richtlijn pas 4,5 jaar van toepassing is, namelijk sinds 30 oktober 2006.

De voornaamste doelstellingen van deze evaluatie zijn:

- ruwe marktramingen verschaffen voor elke sector waar de meetinstrumentenrichtlijn van toepassing is;

- de werking van de richtlijn evalueren;

- conclusies trekken voor verdere actie.

De evaluatie is verricht op basis van drie verschillende evaluatie-instrumenten:

- kleine en middelgrote ondernemingen (kmo) werden via het Enterprise Europe Network gecontacteerd om een kmo-vriendelijker wetgevingskader te creëren als uitvloeisel van het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie;

- er werd een evaluatie van de richtlijn door externe deskundigen verricht;

- over de bevindingen is een openbare raadpleging gehouden.

1. Het economisch gewicht van de meetinstrumentensectoren die binnen de werkingssfeer van de richtlijn vallen

In hun evaluatieverslag hebben de externe deskundigen[7] geschat dat de meetinstrumentenrichtlijn van toepassing is op ongeveer 345 miljoen eenheden meetinstrumenten die jaarlijks op de Europese markt worden verkochten met een totale verkoopwaarde van ongeveer 3,25 miljard euro. Er zijn ongeveer 900 fabrikanten actief in de tien sectoren waarop de meetinstrumentenrichtlijn van toepassing is, exclusief het grote aantal kmo's die als distributeurs, importeurs of verleners van reparatiediensten opereren. Het totaal aantal werknemers in de sector wordt geschat op 190 000.

Ongeveer 20-25% van de meetinstrumenten in de EU-27 zijn geïmporteerd terwijl 25-30% van de in de EU-27 geproduceerde meetinstrumenten worden geëxporteerd naar derde landen. Er zijn echter belangrijke verschillen tussen de verschillende categorieën meetinstrumenten. Het handelsverkeer is in beide richtingen bijzonder hoog (meer dan 50% van het totaal) voor de minder technologie-intensieve categorieën stoffelijke maten (MI-008) en dimensionale meetinstrumenten (MI-009), maar ook voor elektriciteitsmeters (65%). Tegelijkertijd is het aandeel van de geëxporteerde productie bijzonder hoog in het geval van meer geavanceerde technologische instrumenten zoals automatische weeginstrumenten (tot 42% in de subcategorie automatische weegmachines voor afwegen) en in de categorie van gasmeters (44%) waar Europese firma's de wereldleiders zijn.

Tabel 1 – Totale grootte van de markt waarop de meetinstrumentenrichtlijn van toepassing is

Grootte van de markt - jaarlijks verkochte items (x 1000) | Grootte van de markt – waarde van de jaarlijks verkochte items (miljoen euro) | Aandeel in de totale meetinstrumentenmarkt | Werknemers in de sector (x 1000) |

MI-001: Watermeters | 18 000 | 450 | 13,8% | 25 |

MI-002: Gasmeters en volumeherleidingsinstrumenten | 6 900 | 410 | 12,6% | 30 |

MI-003: Kilowattuurmeters | 14 000 | 610 | 18,8% | 32 |

MI-004: Warmtemeters | 800 | 290 | 8,9% | 18 |

MI-005: Meetsystemen voor andere vloeistoffen dan water | 31,2 | 240 | 7,4% | 14-16 |

MI-006: Automatische weeginstrumenten | 21 | 550 | 16,9% | 25 |

MI-007: Taxameters | 50 | 25-40 | 1% | 1 |

MI-008: Stoffelijke maten[8] | 300 000 | 440-490 | 14,3% | 34 |

MI-009: Dimensionale meetinstrumenten | 300-400 | 70-80 | 2,3% | 7 |

MI-010: Uitlaatgasanalysatoren | 25-35 | 130 | 4,0% | 17,5 |

Totaal | 345 000 | 3 250 | 100% | 190 |

2. Mening van kleine ondernemingen en micro-ondernemingen

Eind 2009 hebben de diensten van de Commissie een raadpleging gehouden met behulp van het mkb-panel van Enterprise Europe Network. Zij ontvingen in totaal 286 antwoorden, de helft van fabrikanten en de helft van gebruikers, voornamelijk van kleine ondernemingen en micro-ondernemingen uit de meeste lidstaten[9] met een omzet van minder dan 10 miljoen euro. De kmo's zijn betrokken bij alle types van de door de richtlijn bestreken instrumenten, de meeste gebruiken CE- en M-markeringen die aanduiden dat het instrument in overeenstemming is met de meetinstrumentenrichtlijn. 40% van de kmo's dreef op verschillende gebieden van de interne markt handel en 25% alleen op de binnenlandse markt. 40% exporteerde buiten de Europese Unie.

De resultaten van het onderzoek suggereren dat de meeste kmo's geen specifieke andere problemen ondervinden dan hetgeen de grote bedrijven in de evaluatie hebben gemeld[10]. Slechts een klein aantal kmo's maakt melding van handelsbelemmeringen door beschermingsmaatregelen van de nationale overheden (reëel of als zodanig ervaren) of kosten voor de beoordeling van de conformiteit die hoger zijn dan wat toereikend kan worden beschouwd. Er zijn ook geen specifieke categorieën meetinstrumenten met bepaalde problemen gevonden. Van de gebruikerskant bekeken, suggereert het onderzoek dat de consumentenbescherming toereikend is.

Een kwestie die uit de kmo-raadpleging naar voren komt, betreft de oneerlijke concurrentie van producten die geen CE- en M-markeringen hebben. Hoewel dit probleem niet alleen voor kmo's geldt, lijkt het prominenter aanwezig dan in de informatie uit de gesprekken met handsverenigingen en, voornamelijk, grotere ondernemingen. Het kan een gevolg zijn van de overgangsperiode waarin nog steeds instrumenten van lagere kwaliteit en met goedkopere nationale goedkeuringen op de markt komen. Dit zal vanzelf oplossen wanneer de overgangsperiode in 2016 eindigt.

Wat de kwestie van de lossere procedures voor de beoordeling van de conformiteit voor goedkope instrumenten betreft zij opgemerkt dat dergelijke instrumenten meestal in massa worden vervaardigd en dat de beoordeling van de conformiteit dus des te relevanter is. De grote keuze aan procedures voor de beoordeling van de conformiteit die beschikbaar zijn voor elke type instrument zou knelpunten moeten helpen verminderen.

Ten slotte mogen volgens de richtlijn subeenheden worden gedefinieerd, maar de producenten mogen dit niet doen. Anders zouden allerhande onvolledige en mogelijke gemarkeerde instrumenten op de markt kunnen verschijnen en dit zou het markttoezicht bemoeilijken.

3. Belangrijkste conclusies van de evaluatie

De belangrijkste conclusies van de evaluatie zijn als volgt:

De innovatie wordt niet gehinderd en in sommige gevallen wordt de meetinstrumentenrichtlijn als bevorderlijk voor innovatie beschouwd.

De keuzemogelijkheid heeft tot een bijna volledige toepassing geleid aangezien de lidstaten in 90% van de mogelijke gevallen instrumenten voorschrijven die aan de richtlijn voldoen. Daardoor is de consumentenbescherming praktisch gelijk in de volledige EU en is het risico op oneerlijke concurrentie ten gevolge van verschillen tussen lidstaten minimaal.

De meetinstrumentenrichtlijn heeft geholpen de werking van de interne markt te verbeteren door een enkel beoordelingscertificaat voor de conformiteit te gebruiken. Dit certificaat is ongeveer 10 tot 15% duurder dan de vorige nationale certificaten, wat voordelig is voor producenten die op meer dan een markt actief zijn. Aangegeven is dat dergelijke certificaten een gemeenschappelijke opzet zouden moeten hebben.

De belanghebbenden zijn steeds volledig geraadpleegd in de werkgroep meetinstrumenten. Zij zijn volledig betrokken bij de voorbereiding van comitologievoorstellen. De procedure van het regelgevend comité is een keer toegepast en de raadplegingsprocedure ongeveer tien keer voor publicaties betreffende internationale normen van OIML[11] die een vermoeden van conformiteit met de essentiële eisen van de richtlijn vestigen.

De goede werking van de richtlijn werd bevorderd door de "verklaring van de Commissie over samenwerking aan Welmec[12]" van 2004. Deze verklaring leidde tot 40 richtsnoeren van conceptuele aard waarnaar wordt verwezen op de website van de Commissie na de definitieve overeenkomst tussen alle belanghebbenden in de werkgroep meetinstrumenten.

Met uitzondering van de taxameters is er een volledige dekking door normen, ofwel Europese geharmoniseerde normen ofwel normatieve documenten die verwijzen naar internationale normen waarover het Comité meetinstrumenten positief heeft geadviseerd.

Het nieuwe wetgevingskader biedt procedures voor de beoordeling van de conformiteit die ongeveer gelijk zijn aan die in de meetinstrumentenrichtlijn. Binnenkort zal een voorstel worden gedaan om de meetinstrumentenrichtlijn te herschikken en aan het nieuwe wetgevingskader aan te passen.

De kwaliteit van het markttoezicht blijkt een belangrijke zorg van de industrie te zijn en de meeste overheden erkennen dat hun inspanningen op dit gebied tot voor kort beperkt waren.

Er blijken inconsistenties te zijn tussen de aangemelde instanties op het vlak van de interpretatie van de eisen van de meetinstrumentenrichtlijn en andere richtsnoeren, verschillende niveaus van capaciteit en de redelijk restrictieve interpretatie door aangemelde instanties van de Welmec-richtsnoeren die beperkingen opleggen op het gebruik van alternatieve benaderingen om in overeenstemming te zijn met de essentiële eisen.

Er zijn geen aanwijzingen dat de toepassing van de meetinstrumentenrichtlijn kmo's in het algemeen heeft benadeeld, hoewel in enkele specifieke sectoren (weeginstrumenten en brandstofpompen) het gebrek aan regels voor het onderscheiden van individuele componenten (subeenheden) sommige kmo's kan benadelen.

4. Resultaten van de openbare raadpleging

De openbare raadpleging over het evaluatieverslag leidde tot 85 reacties van firma's, brancheorganisaties en lidstaten. De Europese consumentenorganisatie heeft geweigerd te reageren omdat de meetinstrumentenrichtlijn niet haar prioriteit was.

De betrekkelijk weinig antwoorden van de openbare raadpleging over de evaluatie duiden erop dat er geen belangrijke punten ontbreken en dat men het niet op belangrijke punten oneens is met de beoordeling in de evaluatie. De kwestie van het falende markttoezicht werd door geen enkele lidstaat aangekaart. Voor details zie het verslag van de openbare raadpleging[13].

Er werden enkele bruikbare suggesties voor nieuwe voorstellen ontvangen, maar in geen enkel geval was er voldoende feitenmateriaal om een effectstudie op te baseren. Het betreft technische complexe en gedetailleerde veranderingen waarbij de diensten van de Commissie in grote mate moeten vertrouwen op input van deskundigen en belanghebbenden om te voldoen aan de vereisten van slimme regelgeving. Voor details zie het verslag door een externe consultant[14].

De evaluatie van de meetinstrumentenrichtlijn kan wat de evaluatie betreft als compleet worden beschouwd en wat de analyse betreft als algemeen ondersteund. Als zodanig is er geen reden om wijzigingen in de regelgeving te overwegen en in een werkdocument van de diensten van de Commissie geven die diensten te kennen dat ze zich bewust zijn van de risico's om de meetinstrumentenrichtlijn in zo een vroeg stadium van de toepassing (4,5 jaar) te veranderen. De mogelijkheden op het gebied van normalisatie en begeleiding zijn nog niet ten volle benut. De richtlijn veranderen afgezien van de in artikel 16 van de richtlijn toegestane technische aanpassingen zou tot wispelturige regelgevingen en onzekerheid op de markt kunnen leiden.

C Intrekking van richtlijnen volgens de oude aanpak

1. Inleiding

Met betrekking tot de verplichtingen van de Commissie die voortvloeien uit de gemeenschappelijke verklaring van de drie instellingen die gehecht is aan Richtlijn 2011/17/EU tot intrekking van de acht richtlijnen volgens de oude aanpak hebben de diensten van de Commissie de volgende stappen genomen:

- een brief aan de lidstaten met de vraag hun standpunt kenbaar te maken (juni 2010) waarop zes lidstaten hebben geantwoord;

- een kmo-raadpleging via het Enterprise Europe Network (mei-juni 2010) waarop 117 reacties zijn gekomen;

- een openbare raadpleging (september-oktober 2010) waarop ongeveer 20 reacties van overheden en 10 reacties van de georganiseerde industrie zijn gekomen.

2. Argumenten van de overheden

Enkele overheden geven twee argumenten voor de voortzetting van de regelgeving:

- de harmonisatie door nationale regels vervangen, zou handelsbelemmeringen met zich meebrengen ten gevolge van nationale goedkeuringen en afwijkende nationale regelgevingen waardoor de consumentenbescherming en de concurrentie op de interne markt worden verminderd;

- de harmonisatie van technische documenten is nodig voor periodieke controles tijdens het gebruik (het voorschrijven van deze controles en de wijze van uitvoering is een nationale bevoegdheid).

Zonder harmonisatie van deze steeds meer achterhaalde instrumenten bestaat uiteraard de mogelijkheid dat individuele lidstaten nationale vereisten zullen uitwerken. Hoewel deze vereisten niet meer in overeenstemming moeten zijn met deze richtlijnen, moeten ze toch de fundamentele beginselen van het verdrag respecteren; met name het beginsel van het vrije verkeer van goederen (artikelen 34-36 VWEU). Bovendien vereist de verordening inzake wederzijdse erkenning (EG) nr. 764/2008 een kennisgevingsprocedure wanneer een product dat legaal op de markt wordt gebracht in een lidstaat niet op de markt mag worden gebracht in een andere lidstaat omdat het wordt geproduceerd volgens andere technische regels dan de regels in de lidstaat van bestemming. Deze kennisgevingen moeten worden beoordeeld in het licht van artikelen 34-36 VWEU en de huidige jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie. Het is bijvoorbeeld onwaarschijnlijk dat een verschillende markering op zichzelf een geldige reden is om een product te verbieden. Bovendien vereisen WTO-TBT-verplichtingen dat lidstaten hun wetgeving baseren op internationale normen, die reeds bestaan in de vorm van OIML-documenten en die praktisch gelijk zijn naar de letter van de technische specificaties in elk van de ingetrokken richtlijnen. Dit wordt versterkt door de kennisgevingsverplichtingen krachtens Richtlijn 98/34/EG die bedoeld zijn om de volledige wederzijdse erkenning van equivalente producten en procedures voor de beoordeling van de conformiteit verzekeren.

Daarom zullen de nieuwe nationale regels die de richtlijnen vervangen in de praktijk niet verschillen van de ingetrokken richtlijnen en zou er weinig reden zijn voor meerdere nationale markeringen en beoordeling van de conformiteit als het product in overeenstemming is met de wetgeving in een lidstaat. Wanneer de overgangsperiode respectievelijk in 2021 en 2026 eindigt, zullen de nationale regels niet noodzakelijk tot verandering leiden voor de producten die momenteel onder de ingetrokken richtlijnen vallen. De Commissie is geenszins tegen op internationale normen gebaseerde nationale regels die in overeenstemming zijn met de beginselen van wederzijdse erkenning als een lidstaat dergelijke regels noodzakelijk vindt.

Wat het tweede argument betreft, dat harmonisatie zorgt voor gelijke technische documenten die nodig zijn voor periodieke controles tijdens het gebruik (het voorschrijven van deze controles en de wijze van uitvoering is een nationale bevoegdheid), kan internationale normalisatie het pad effenen om dergelijke documenten gelijk te maken. Indien nodig is er nog genoeg tijd om dit voor het einde van de overgangsperiode te realiseren.

De discussie van beide bovenvermelde argumenten over instrumenten die binnen de werkingssfeer van de ingetrokken richtlijnen vallen, leidt tot de verwachting dat nationale regels de internationale normen zullen weerspiegelen die gelijk zullen zijn aan de inhoud van de richtlijnen en dat er geen bijkomende handelsbelemmeringen zullen zijn.

Met uitzondering van de gewichten, die niet aan technologische verandering onderhevig zijn, vertegenwoordigen technisch meer geavanceerde producten die buiten de werkingssfeer van de ingetrokken richtlijnen vallen een hogere jaaromzet dan de producten die wel onder de ingetrokken richtlijnen vallen.

De redenen voor de intrekking in het Commissievoorstel[15] zijn dat de mechanische instrumenten die onder de richtlijnen vallen achterhaald aan het worden zijn en dat er geen berichten waren van significante handelsbelemmeringen voor technisch meer geavanceerde instrumenten die niet door de richtlijnen zijn geharmoniseerd. Deze analyse blijft onveranderd en is bevestigd[16].

3. Kmo-raadpleging

De kmo-raadpleging via het Enterprise Europe Network mei-juni 2010) leverde 117 antwoorden op, voornamelijk van gebruikers (84), gevolgd door fabrikanten (16) en distributeurs/importeurs (17). Ondanks de bestaande harmonisatie worden beperkte handelsbelemmeringen met kosten tot 10% door meervoudige tests gemeld. Dit kan te wijten zijn aan het feit dat sommige technisch meer geavanceerde instrumenten onder bijkomende nationale reguleringen vallen die krachtens de oude aanpak parallel zijn toegestaan. De fabrikanten hebben een voorkeur voor de eigen verklaring (momenteel niet gebruikt in de meetinstrumentenrichtlijn). Voor sommige instrumenten (irrigatiemeters, afvalwater, gewichten en bandendrukmeters) zijn de gebruikers voor een beter markttoezicht en/of periodieke controles tijdens het gebruik.

4. Openbare raadpleging

De openbare raadpleging (september-oktober 2010) leverde ongeveer 20 reacties van overheden en 10 reacties van de industrie op. Sommige reacties van de overheden weerspiegelen de argumenten die hierboven werden behandeld, terwijl andere wijzen op steun voor de intrekking en/of het vooruitzicht van nieuwe nationale reguleringen waar nodig. Er werden geen voorbeelden gegeven van handelsbelemmeringen noch waren er berichten van kennisgevingen krachtens de verordening inzake wederzijdse erkenning (EG) nr. 764/2008 die bepaalt dat overheden de redenen moeten opgeven om een product van de markt te halen wanneer wederzijdse erkenning van kracht is.

Reacties van de georganiseerde industrie:

- met betrekking tot watermeters: de industrie gaf aan dat irrigatie- en afvalwatermeters die deeltjes bevatten niet kunnen worden gedekt door de huidige bepalingen van de meetinstrumentenrichtlijn en dat dit ook niet nodig is omdat er geen handelsbelemmeringen zijn;

- met betrekking tot alcoholmeters: de industrie maakte geen melding van handelsbelemmeringen. Producenten van gedistilleerde dranken namen hetzelfde standpunt in als in 2008 en benadrukten dat "producenten niet beperkt zijn in hun operationele keuzes". Verdere details werden niet gegeven. Wijnproducenten willen geen harmonisatie en verwijzen naar de volledige dekking van DG AGRI-verordeningen en internationale OIV-normen. Bierproducenten willen ook geen harmonisatie en vermelden de bestaande flexibiliteit;

- met betrekking tot bandendrukmeters: de bandendrukmetersindustrie (garagebedrijven) kan harmonisatie aanvaarden als die rekening houdt met de toekomstige resultaten van mandaat M/457 van 2009[17], op grond waarvan Europese normen worden opgesteld die ook zouden dienen voor de Verordening (EG) nr. 661/2009 inzake de veiligheid van auto's. Er werden geen handelsbelemmeringen gemeld;

- met betrekking tot natuurgewicht van granen of scheepstanks heeft de industrie niet gereageerd.

De Europese consumentenorganisatie heeft geweigerd te reageren omdat de metrologie niet haar prioriteit was.

5. Conclusies inzake de ingetrokken richtlijnen volgens de oude aanpak

Op dit moment is er geen reden voor de Commissie om voor te stellen nieuwe sectoren die door de acht ingetrokken richtlijnen worden gedekt, toe te voegen aan meetinstrumentenrichtlijn 2004/22/EG

1. Er worden geen nieuwe handelsbelemmeringen verwacht ten gevolge van nieuwe nationale regels omdat dergelijke nationale regels op internationale normen moeten zijn gebaseerd en daarom in feite equivalent zullen zijn

2. Er was geen blijk van bestaande handelsbelemmeringen of andere dwingende redenen die harmonisatie zouden rechtvaardigen.

3. Kmo's melden weinig handelsbelemmeringen door meervoudige testen die niet meer gerechtvaardigd zijn vanwege de verplichtingen van de verordeningen inzake wederzijdse erkenning (EG) nr. 764/2008.

4. Er is praktisch geen steun voor harmonisatie vanuit de georganiseerde industrie en er worden ook geen handelsbelemmeringen gemeld.

5. De georganiseerde consumenten beschouwen deze sectoren van wettelijke metrologie niet als een prioriteit.

6. Er zijn geen grote veranderingen in 2010 ten opzichte van de effectbeoordeling die in 2008 aan de basis lag van het Commissievoorstel tot intrekking.

7. Door de lange overgangsperiode kunnen de huidige certificaten voor scheepstanken tot 2021 en die voor andere instrumenten tot 2025 worden erkend.

D. Beleidsconclusies en verdere actie

De overwegend positieve evaluatie van de meetinstrumentenrichtlijn heeft echter aangetoond dat er wezenlijke problemen zijn met de coherente toepassing door de aangemelde instanties en met het markttoezicht. Veranderingen aan de richtlijn moeten voorzichtig worden uitgevoerd en volledig worden geëvalueerd, waarbij rekening wordt gehouden met alle alternatieven. In dit vroege stadium van de toepassing van de richtlijn lijkt een stabiel wetgevingskader gunstig te zijn voor de verdere succesvolle ontwikkeling van de interne markt voor wettelijke metrologie.

De diensten van de Commissie zullen de volgende prioriteiten nastreven:

1. het nieuwe wetgevingskader opnemen in de meetinstrumentenrichtlijn waarvoor een wetgevingsvoorstel wordt verwacht in 2011;

2. betere voorlichting en begeleiding van en samenwerking met de aangemelde instanties en de overheden zodat de richtlijn coherent wordt toegepast;

3. het markttoezicht coördineren, met name in de vorm van gemeenschappelijke acties om de beschikbare middelen voor markttoezicht efficiënter te gebruiken;

4. belanghebbenden helpen bij het opstellen van richtsnoeren voor de overgang van benzinepompen dat als een belangrijk punt wordt beschouwd door de industrie, ook al valt dit formeel buiten de richtlijn;

5. conform het beginsel van slimme regelgeving een effectbeoordeling uitvoeren met belanghebbenden voor alle suggesties voor nieuwe voorstellen met volledige inachtneming van alle alternatieven voor regelgeving en waar mogelijk alle noodzakelijke veranderingen aan te brengen overeenkomstig de richtlijn, d.w.z. via een comitologieprocedure.

Achtergronddocumenten[18]

1. RPA, Verslag van de openbare raadpleging, maart 2011

2. RPA, Verslag over suggesties voor wijzigingen en toevoegingen van nieuwe categorieën aan de meetinstrumentenrichtlijn, maart 2011

3. RPA, Verslag over de intrekking van de richtlijnen volgens de oude aanpak, maart 2011

[1] PB L 135 van 30.4.2004, blz. 1.http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=CONSLEG:1962R0031:20091201:NL:PDF .

[2] De richtlijn bevat ook een overgangsperiode van 10 jaar (tot 29 oktober 2016) gedurende welke instrumenten die voldoen aan de oude regels nog steeds in de handel mogen worden gebracht (artikel 23 van Richtlijn 2004/22/EG).

[3] Voor meer informatie:http://ec.europa.eu/enterprise/sectors/legal-metrology-and-prepack/measuring-instruments/index_en.htm .

[4] PB L 135/1 van 30.4.2004.

[5] PB L 71 van 18.3.2011:http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2011:071:0001:0003:NL:PDF .

[6] Verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie in Raadsdocument 6291/11 ADD1 van 14 februari 2011: http://www.cc.cec/home/dgserv/sg/sgvista/i/sgv2/repo/repo.cfm?institution=CONS&doc_to_browse=CSST/2011/06291&sw_inconnu=1 .

[7] Center for Strategic & Evaluation Services (CSES), Interim evaluation of the Measuring Instruments Directive, juli 2010.

[8] De gegevens betreffen alle stoffelijke lengtematen op de markt. Niet alleen de volgens de meetinstrumentenrichtlijn gecertificeerde.

[9] Vanuit alle lidstaten behalve Nederland en het Verenigd Koninkrijk.

[10] CSES, Interim evaluation of the Measuring Instruments Directive, juli 2010, blz. 34-40.

[11] OIML is de Internationale Organisatie voor Wettelijke Metrologie.

[12] Welmec is het Europees Samenwerkingsverband voor wettelijke metrologie

[13] RPA, Verslag van de openbare raadpleging, maart 2011 (achtergronddocument 6).

[14] RPA, Verslag over suggesties voor wijzigingen en toevoegingen van nieuwe categorieën aan de meetinstrumentenrichtlijn, maart 2011 (achtergronddocument 7).

[15] COM(2008) 801.

[16] RPA, Verslag over de intrekking van de richtlijnen volgens de oude aanpak, maart 2011 (achtergronddocument 8).

[17] Normalisatiemandaat M457 voor CEN, Cenelec en ETSI op vlak van bandendrukmeters voor motorvoertuigen en bandendrukbeheersystemen (meetinstrumenten).

[18] Alle achtergronddocumenten zijn beschikbaar op:

http://ec.europa.eu/enterprise/sectors/legal-metrology-and-prepack/public-consultation/index_en.htm