52011DC0060




[pic] | EUROPESE COMMISSIE |

Brussel, 15.2.2011

COM(2011) 60 definitief

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

Een EU-agenda voor de rechten van het kind

INHOUDSOPGAVE

Inleiding 3

1. Algemene beginselen 5

1.1. De rechten van het kind integraal deel laten uitmaken van het grondrechtenbeleid van de EU 5

1.2. De grondslag leggen voor een op feiten gebaseerde beleidsvorming 6

1.3. Samenwerking met belanghebbenden 6

2. Naar concrete EU-maatregelen voor kinderen 7

2.1. Kindvriendelijke justitie 7

2.2. Gerichte EU-maatregelen om kwetsbare kinderen te beschermen 10

2.3. Kinderen in het externe optreden van de EU 14

3. Participatie en bewustmaking van kinderen 16

Conclusie 17

INLEIDING

Het bevorderen en beschermen van de rechten van het kind is een van de doelstellingen van de EU waarop het Verdrag van Lissabon nog meer nadruk heeft gelegd. Artikel 3, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie bepaalt vandaag met name dat de EU de bescherming van de rechten van het kind moet bevorderen. Voorts zijn de rechten van het kind ook vastgelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie[1]. Artikel 24 van het Handvest erkent dat kinderen onafhankelijke en autonome dragers van rechten zijn. Het bepaalt ook dat de belangen van het kind een essentiële overweging vormen voor overheidsinstanties en particuliere instellingen.

Ook uit hoofde van internationale verbintenissen worden de rechten van het kind bevorderd. Alle EU-lidstaten hebben het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind (IVRK) geratificeerd[2]. De normen en beginselen van het IVRK moeten het beleid en de maatregelen van de EU die van invloed zijn op de rechten van het kind, blijven aansturen. In 2006 heeft de Commissie met haar mededeling „Naar een EU-strategie voor de rechten van het kind”[3] de basis gelegd voor de bevordering en bescherming van de rechten van het kind in haar intern en extern beleid. De Commissie heeft daarmee structuren[4] opgezet ter versterking van de capaciteit van de EU-instellingen om de problematiek van de kinderrechten aan te pakken, en zo de grondslagen gelegd voor een goed onderbouwd beleid en de samenwerking met belanghebbenden opgevoerd.

Gelet op het krachtige en versterkte engagement inzake de rechten van het kind in het Verdrag van Lissabon en in het Handvest van de grondrechten vindt de Commissie dat thans een versnelling hoger moet worden geschakeld op het gebied van de kinderrechten en dat de beleidsdoelstellingen in maatregelen moeten worden omgezet. De strategie Europa 2020[5] bevat een visie voor de 21ste eeuw over een Europa waarin de kinderen van vandaag beter onderwijs zullen krijgen en een betere toegang zullen hebben tot de diensten en de middelen die zij nodig hebben om op te groeien en Europa de 22ste eeuw binnen te leiden. Daarom pleit de Commissie met deze mededeling voor een „EU-agenda voor de rechten van het kind”. Die heeft als doel te bevestigen dat alle EU-instellingen en alle lidstaten vastbesloten zijn om de rechten van het kind te bevorderen, te beschermen en na te leven in al het relevante EU-beleid en in concrete resultaten om te zetten. In de toekomst moet EU-beleid dat direct of indirect op kinderen betrekking heeft, worden ontwikkeld, uitgevoerd en gecontroleerd met inachtneming van het beginsel van het belang van het kind dat in het EU-Handvest van de grondrechten en in het IVRK is vastgelegd.

Deze EU-agenda voor de rechten van het kind is gebaseerd op bijdragen van een brede openbare raadpleging[6] en op de behoeften en wensen die kinderen uit alle EU-lidstaten onder woorden hebben gebracht in een afzonderlijke, gerichte raadpleging[7]. Er wordt ook rekening gehouden met de voorlopige bevindingen van een evaluatie van de effecten van EU-instrumenten die een invloed hebben op de rechten van het kind. Het Europees Parlement[8], het Comité van de Regio's[9], het Economisch en Sociaal Comité, de Raad van Europa[10] en belangrijke belanghebbenden, zoals UNICEF, de ombudsinstanties voor kinderen in de lidstaten en het maatschappelijk middenveld, hebben aan de voorbereiding van deze mededeling bijgedragen, onder meer via de activiteiten van het Europees Forum over de rechten van het kind[11].

De EU-agenda voor de rechten van het kind bevat algemene beginselen die ervoor moeten zorgen dat het EU-optreden als voorbeeld kan dienen wat betreft de naleving van de bepalingen van het Handvest en van het IVRK op het gebied van de rechten van het kind. Daarnaast wordt aandacht besteed aan een aantal concrete maatregelen op gebieden waar de EU reële toegevoegde waarde kan bieden, zoals kindvriendelijke justitie, de bescherming van kinderen in kwetsbare situaties en de bestrijding van geweld tegen kinderen, zowel binnen de Europese Unie als daarbuiten.

ALGEMENE BEGINSELEN

De inspanningen van de EU voor de rechten van het kind vereisen een coherente aanpak voor alle relevante EU-maatregelen. Deze doelstelling kan worden bereikt door gebruik te maken van de Verdragen, het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind als gemeenschappelijke basis voor elk EU-optreden dat voor kinderen relevant is. Bij alle EU-maatregelen die op kinderen betrekking hebben, moet rekening worden gehouden met het „kinderrechtenperspectief”.

De rechten van het kind integraal deel laten uitmaken van het grondrechtenbeleid van de EU

Op grond van de op 19 oktober 2010 door de Commissie goedgekeurde strategie voor een doeltreffende tenuitvoerlegging van het Handvest van de grondrechten[12] moet de Commissie er via een „ grondrechtentoets ” reeds in een vroeg stadium voor zorgen dat haar wetgevingsvoorstellen steeds volledig in overeenstemming zijn met de door het Handvest gewaarborgde grondrechten. Overeenkomstig deze strategie werkt de Commissie met het Europees Parlement en de Raad samen om ervoor te zorgen dat ook in de loop de wetgevingsprocedure aangebrachte wijzigingen volledig in overeenstemming zijn met het Handvest. De Commissie werkt ook samen met de lidstaten om ervoor te zorgen dat zij bij de omzetting van EU-wetgeving in nationaal recht het Handvest naleven, zoals artikel 51, lid 1, van het Handvest voorschrijft.

De rechten van het kind, die door artikel 24 van het Handvest worden gewaarborgd, zijn een categorie van grondrechten die expliciet in de strategie van de Commissie worden vermeld. Derhalve vallen zij onder de vaste „grondrechtentoets” waaraan de Commissie relevante ontwerp-EU-wetgeving onderwerpt.

Zoals aangekondigd in de mededeling over de strategie voor de doeltreffende tenuitvoerlegging van het Handvest, heeft de Commissie mechanismen ontwikkeld om de conformiteit van ontwerpwetgeving met het Handvest na te gaan . Met het oog op een betere beoordeling van de effecten van haar voorstellen op de grondrechten, waaronder de rechten van het kind, heeft de Commissie richtsnoeren opgesteld waarmee haar diensten het effect van een initiatief op de grondrechten, waaronder de rechten van het kind, kunnen beoordelen en de optie selecteren die het meest rekening houdt met het belang van het kind. Deze richtsnoeren behandelen de kwesties uit de „checklist in verband met de grondrechten”, die werd aangekondigd in de strategie voor een doeltreffende tenuitvoerlegging van het Handvest. De Commissie zal ook zorgen voor praktische interne opleiding over de rechten van het kind en andere grondrechten om de grondrechtencultuur te versterken en te bevorderen. De Commissie zal ook de werkzaamheden van het VN-Comité inzake de rechten van het kind en zijn interpretatie van de bepalingen van het IVRK aandachtig blijven volgen. In voorkomend geval zal in de toelichting van de betrokken wetgevingsvoorstellen worden uiteengezet op welke manier bij het opstellen van het voorstel rekening is gehouden met overwegingen in verband met de kinderrechten.

De grondslag leggen voor een op feiten gebaseerde beleidsvorming

Uit de ervaring met de uitvoering van de mededeling van 2006 is gebleken dat er een significant gebrek is aan betrouwbare, vergelijkbare en officiële gegevens . Dit is een ernstige belemmering voor de ontwikkeling en uitvoering van een echt goed onderbouwd beleid. De bestaande controlesystemen verbeteren, beleidsdoelstellingen in verband met kinderrechten vaststellen en de gevolgen ervan controleren, behoren tot de belangrijkste uitdagingen. Leemten in de kennis over de situatie en de behoeften van de meest kwetsbare groepen kinderen moeten met prioriteit worden behandeld. In deze context is er ook behoefte aan meer informatie over methoden om misdrijven tegen kinderen te voorkomen.

De Commissie zal met de betrokken organisaties en instellingen samenwerken om basisgegevens en informatie te verzamelen om de besluitvorming te leiden. In dit proces zullen de bestaande werkzaamheden op dit gebied worden geïnventariseerd, onder meer het resultaat van de studie over indicatoren die werd uitgevoerd door het Bureau voor de grondrechten van de EU[13]. Deze indicatoren werden op verzoek van de Commissie ontwikkeld om te beoordelen hoe de rechten van het kind worden uitgevoerd, beschermd, nageleefd en bevorderd in de EU. Deze hebben als doel het verzamelen van gegevens door en het onderzoek van het bureau te leiden, waardoor het op feiten gebaseerde standpunten kan ontwikkelen en de lidstaten kan ondersteunen wanneer zij maatregelen nemen of acties voorbereiden.

Samenwerking met belanghebbenden

De Commissie zal met alle belanghebbenden blijven samenwerken en een dialoog blijven voeren via het Europees Forum voor de rechten van het kind , dat regelmatig bijeenkomt.

Er zijn diverse institutionele structuren en beleidsstructuren tot stand gebracht om de rechten van het kind in de lidstaten te beschermen en te bevorderen. Hoewel alle EU-lidstaten hebben erkend dat het nodig is om beleid inzake de rechten van het kind te ontwikkelen, bestaan er tussen hen verschillen wat betreft de institutionele mechanismen om dit beleid te ontwikkelen en uit te voeren. Met volledige inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel zal de Commissie de inspanningen van de lidstaten blijven steunen door de uitwisseling van beste praktijken, samenwerking en communicatie met en tussen de nationale instanties die bevoegd zijn voor de bescherming en bevordering van de rechten van het kind, aan te moedigen.

NAAR CONCRETE EU-MAATREGELEN VOOR KINDEREN

Kindvriendelijke justitie

De justitie kindvriendelijker maken in Europa is een van de voornaamste maatregelen in de EU-agenda voor de rechten van het kind. Dit is een domein dat grote praktische relevantie heeft en waarop de EU op grond van de Verdragen over bevoegdheden beschikt om de rechten van het kind via EU-wetgeving in de praktijk om te zetten. In het actieplan van de Commissie ter uitvoering van het programma van Stockholm[14] is dit aspect derhalve voor de periode 2010-2015 beklemtoond.

Kinderen kunnen op uiteenlopende manieren met justitie in contact komen, bijvoorbeeld wanneer hun ouders scheiden of het oneens zijn over de voogdij, wanneer zij strafbare feiten plegen, wanneer zij getuige of slachtoffer zijn van een strafbaar feit of wanneer zij asiel zoeken. Als kinderen in aanraking komen met niet-kindvriendelijke justitie, kunnen zij aan veelvuldige beperkingen en schendingen van hun rechten worden blootgesteld.

Kinderen kunnen met belemmeringen worden geconfronteerd in verband met hun wettelijke vertegenwoordiging of wanneer zij door rechters worden gehoord. Evenzo kan de informatie die kinderen en hun vertegenwoordigers nodig hebben om hun rechten uit te oefenen of hun belangen te verdedigen in gerechtelijke procedures, ontoereikend zijn. Kinderen kunnen als volwassenen worden behandeld zonder dat zij steeds over specifieke waarborgen beschikken die overeenstemmen met hun behoeften en kwetsbaarheid, en kunnen het moeilijk hebben om met deze situatie om te gaan. Daadwerkelijke toegang tot de rechter en deelname aan administratieve en gerechtelijke procedures zijn basisvereisten om een hoog niveau van bescherming van de juridische belangen van kinderen te garanderen.

Familierechtelijke geschillen kunnen ongunstige gevolgen hebben voor het welzijn van kinderen. Kinderen die van een of beide ouders gescheiden zijn, moeten regelmatig persoonlijke betrekkingen en rechtstreekse contacten met beide ouders kunnen onderhouden, tenzij dit tegen hun belangen indruist[15]. Civiele procedures, en vooral grensoverschrijdende geschillen, die voortkomen uit huwelijksontbinding of scheiding van tafel en bed, kunnen ertoe leiden dat dat recht wordt beperkt. Vooral tijdens procedures om de ouderlijke verantwoordelijkheid te bepalen, kunnen kinderen gegijzeld worden door langdurige grensoverschrijdende juridische geschillen tussen de voormalige partners. De EU-wetgeving[16] vergemakkelijkt reeds de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid. Adequate voorlichting van kinderen en ouders over hun rechten op grond van het EU-recht en van het nationaal recht is noodzakelijk, willen zij hun rechten in familierechtelijke gedingen kunnen verdedigen. Informatie moet gemakkelijk toegankelijk zijn en duidelijkheid verschaffen over de relevante procedures. De Commissie zal in samenwerking met de lidstaten informatiebladen over EU-wetgeving en nationale wetgeving inzake onderhoudsverplichtingen, bemiddeling en erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen inzake ouderlijke verantwoordelijkheid ontwikkelen en regelmatig bijwerken. Wat ontvoering van kinderen door ouders betreft, zal de Commissie bijzondere aandacht besteden aan de informatie die wordt verschaft door de bemiddelaar van het Europees Parlement voor grensoverschrijdende ontvoeringen van kinderen door ouders.

De registratie en erkenning van met de burgerlijke staat verband houdende documenten zijn van belang om de rechten van een kind te bepalen. Wanneer kinderen en hun ouders zich binnen de EU verplaatsen en dergelijke documenten in een andere lidstaat moeten gebruiken, worden zij dikwijls geconfronteerd met dure en tijdrovende vereisten voor de erkenning ervan (onder meer wat vertalingen en bewijs van authenticiteit betreft), die de toegang tot de rechter bemoeilijken. Daarom is de Commissie een openbare raadpleging begonnen over manieren waarop de wederzijdse erkenning van de gevolgen van akten van de burgerlijke stand in de EU kan worden vergemakkelijkt, zodat zij in 2013 voorstellen voor EU-maatregelen kan indienen[17].

Het recht op een eerlijk proces voor kinderen tegen wie een strafprocedure loopt, omvat de bescherming van de privacy, het recht om te worden geïnformeerd over de beschuldiging en de procedures op een manier die aangepast is aan de leeftijd en de rijpheid van het kind, en het recht op rechtsbijstand en wettelijke vertegenwoordiging. Dit is vooral van belang wanneer de procestaal niet de moedertaal van het kind is. In 2010 heeft de EU regels over vertolking en vertaling vastgesteld die ervoor zorgen dat alle betrokkenen, waaronder ook kinderen, informatie krijgen over hun rechten in de procedure op een manier die zij kunnen begrijpen[18]. De Commissie zal haar agenda om de procesrechten van verdachten en beklaagden in strafprocedures in de lidstaten te versterken, verder uitvoeren. In 2011 zal de Commissie een voorstel indienen met regels die de toegang tot een advocaat garanderen en een voorstel betreffende het recht voor gedetineerden om te communiceren met familieleden, vertrouwenspersonen, werkgevers en consulaire autoriteiten. Bijzondere aandacht moet uitgaan naar verdachten of beklaagden die de inhoud of de betekenis van het proces niet kunnen begrijpen of volgen, bijvoorbeeld ten gevolge van hun leeftijd of mentale of fysieke toestand. In 2012 zal de Commissie een wetgevingsvoorstel indienen over bijzondere waarborgen voor kwetsbare verdachten of beklaagden . Deze maatregel zal van groot belang zijn om een kindvriendelijke justitie te waarborgen.

Kinderen die tot een gevangenisstraf zijn veroordeeld en in detentiecentra verblijven, lopen een groot risico te worden blootgesteld aan geweld en mishandeling[19]. Op internationaal niveau zijn er verscheidene leidende beginselen over de manier waarop met kinderen aan wie de vrijheid is ontnomen, moet worden omgegaan[20]. Vrijheidsberoving van kinderen is een maatregel die slechts in laatste instantie mag worden genomen en voor een zo kort mogelijke periode[21].

Kinderen nemen vaak als kwetsbare getuigen of slachtoffers deel aan strafprocedures . Zij kunnen in criminele activiteiten, zoals handel in illegale drugs, worden uitgebuit. Er moeten wettelijke en praktische regelingen komen om onnodige meervoudige verhoren te voorkomen en ervoor te zorgen dat strafprocedures met zo weinig mogelijk negatieve ervaringen gepaard gaan. Kinderen die slachtoffer zijn, moeten een actieve rol in de strafprocedure kunnen spelen zodat met hun getuigenverklaring rekening wordt gehouden. Via het gebruik van ICT-instrumenten en vooral videoconferencing kunnen kinderen die slachtoffer zijn, een actieve rol spelen in het proces zonder dat zij daarbij in direct contact hoeven te staan met de beklaagden. Kinderen die slachtoffer zijn, moeten voldoende worden ondersteund om het hun toegebrachte leed te kunnen herstellen en daarvoor te worden vergoed.

Maatregelen:

In het kader van haar beleid inzake civiel recht en strafrecht en in overeenstemming met haar strategie voor een doeltreffende tenuitvoerlegging van het Handvest van de grondrechten zal de Commissie ertoe bijdragen dat justitie in de EU kindvriendelijker wordt, met name door:

1. in 2011 een voorstel voor een richtlijn over rechten van slachtoffers aan te nemen waarmee aan kwetsbare slachtoffers, waaronder kinderen, een hoger niveau van bescherming wordt geboden;

2. in 2012 een voorstel voor een richtlijn in te dienen over bijzondere waarborgen voor kwetsbare verdachten of beklaagden, waaronder kinderen;

3. tegen 2013 de EU-wetgeving ter vergemakkelijking van de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid te herzien om ervoor te zorgen dat beslissingen, in het belang van het kind, zo snel mogelijk kunnen worden erkend en ten uitvoer gelegd, en om in voorkomend geval gemeenschappelijke minimumnormen vast te stellen;

4. het gebruik van de richtsnoeren van de Raad van Europa van 17 november 2010 over kindvriendelijke justitie[22] te bevorderen en er rekening mee te houden in toekomstige rechtsinstrumenten op het gebied van civiel recht en strafrecht;

5. de ontwikkeling van opleidingsactiviteiten over de optimale participatie van kinderen aan justitie voor rechters en andere personen die beroepshalve betrokken zijn, op Europees niveau te ondersteunen en aan te moedigen.

Gerichte EU-maatregelen om kwetsbare kinderen te beschermen

Sommige categorieën kinderen zijn bijzonder kwetsbaar en lopen grotere risico's voor hun leven en welzijn door sociale, politieke en economische factoren. Kinderen die bijvoorbeeld opgroeien in armoede en sociale uitsluiting[23], dikwijls in combinatie met drugsverslaving, zullen wellicht minder goed presteren op school en een minder goede lichamelijke en geestelijke gezondheid hebben[24]. De kans is ook groter dat zij met het gerecht in aanraking zullen komen. De behoeften van kinderen die een risico lopen om in armoede en sociale uitsluiting te belanden, zullen worden behandeld in een aanbeveling van de Commissie over armoede bij kinderen, die gemeenschappelijke beginselen zal bevatten en doeltreffende controle-instrumenten zal voorstellen om armoede bij kinderen te voorkomen en te bestrijden in het kader van het Platform tegen armoede en sociale uitsluiting.

Gehandicapte kinderen zijn ook kwetsbaarder voor de schending van hun rechten en zij vereisen en verdienen bijzondere bescherming[25].

Het welzijn van kinderen kan alleen worden bereikt in een samenleving die vrij is van geweld tegen en misbruik en uitbuiting van kinderen. In maart 2010 heeft de Commissie twee voorstellen voor een richtlijn ingediend met als doel de versterking van het kader voor de bescherming van een van de meest kwetsbare groepen kinderen, namelijk die welke slachtoffer zijn van seksuele uitbuiting en mensenhandel . Op het gebied van mensenhandel is het belangrijk dat in de verdere ontwikkeling van het beleid inzake mensenhandel ten volle rekening wordt gehouden met de specifieke behoeften van kinderen, met name in de geïntegreerde strategie ter bestrijding van mensenhandel die in 2012 zal worden vastgesteld.

Wat de administratieve detentie van asielzoekende kinderen betreft, heeft de Commissie inspanningen geleverd om door te gaan met haar voorstellen van 2008 en 2009 tot wijziging van het EU-asielrecht. Deze voorstellen verbieden de detentie van kinderen tenzij dat in hun belang is en alle mogelijke alternatieven exhaustief werden onderzocht. Er worden ook een aantal noodzakelijke maatregelen en procedurele waarborgen vastgesteld in verband met de mogelijkheid om beroep in te stellen en wettelijke vertegenwoordiging. Ten slotte bevatten de voorstellen een duidelijk verbod om niet-begeleide asielzoekende kinderen op te sluiten.

In het actieplan inzake niet-begeleide minderjarigen van de Commissie van 2010[26] wordt een gemeenschappelijke EU-aanpak voorgesteld voor niet-begeleide of van hun familie gescheiden kinderen die van buiten de EU komen. Het actieplan bevat kindspecifieke opvangmaatregelen en procedurele waarborgen die moeten gelden vanaf het moment dat het kind wordt aangetroffen totdat een duurzame oplossing is gevonden. In het actieplan wordt ook het belang van een goede vertegenwoordiging van het kind benadrukt en worden maatregelen voorgesteld om de tekortkomingen in de opvang van niet-begeleide asielzoekende kinderen in de EU aan te pakken[27] en te voorkomen dat niet-begeleide kinderen waarvoor de overheid de zorg heeft, verdwijnen.

Ervaren en goed opgeleide deskundigen kunnen problemen voorkomen en kinderen helpen om te gaan met het trauma dat zij meemaken. Deskundigen die met en voor kinderen werken, moeten goed worden opgeleid over de rechten en behoeften van kinderen uit verschillende leeftijdsgroepen, alsook over het soort procedure dat op hen van toepassing is. Zij moeten ook worden opgeleid in communicatie met kinderen uit alle leeftijdscategorieën en ontwikkelingsstadia, alsook met kinderen in bijzonder kwetsbare situaties.

In 2009 hebben meer dan 6 miljoen jongeren onderwijs en opleiding verlaten na lager voortgezet onderwijs of nog minder te hebben gevolgd; 17,4% van hen heeft alleen het lager onderwijs afgemaakt. Dat is de reden waarom één van de door de Europese Raad in het kader van de strategie Europa 2020 overeengekomen kerndoelstellingen erin bestaat het percentage voortijdige schoolverlaters tot minder dan 10% te herleiden. Alle kinderen toegang geven tot voorschools onderwijs en opvang is de grondslag voor succesvol levenslang leren, sociale integratie, persoonlijke ontwikkeling en latere inzetbaarheid. De Commissie heeft reeds specifieke beleidsmaatregelen en aanbevelingen vastgesteld om het voortijdig schoolverlaten aan te pakken[28]. Zij zal ook initiatieven in samenwerking met de lidstaten bevorderen om kwaliteitsvolle voorschoolse opvang en onderwijs aan te moedigen, segregatie in onderwijssystemen te bestrijden en goede praktijken te verspreiden.

De situatie van Roma-kinderen in de EU is bijzonder zorgwekkend en dat is te wijten aan een aantal factoren die hen bijzonder kwetsbaar maken en vatbaar[29] voor een slechte gezondheid, slechte huisvesting, slechte voeding, uitsluiting, discriminatie en geweld[30]. Sociale uitsluiting van Roma-kinderen houdt dikwijls verband met het feit dat geboorten niet worden geregistreerd, lage participatie aan voorschools en hoger onderwijs, hoge percentages voortijdige schoolverlaters, mensenhandel en arbeidsuitbuiting. Segregatie is een cruciale hinderpaal die Roma-kinderen de toegang tot kwaliteitsonderwijs belet.

Kinderen kunnen vermist raken, ongeacht hun leeftijd, geslacht of sociale status. Er is weinig bekend over de redenen waarom kinderen van huis of uit de instellingen waar zij wonen, weglopen , maar we weten wel dat de risico's enorm zijn: risico's voor hun veiligheid, lichamelijke en geestelijke gezondheid, welzijn en leven. Vermiste kinderen kunnen het slachtoffer worden van geweld, misbruik en mensenhandel of kunnen in de bedelarij en de prostitutie terechtkomen.

De Commissie heeft een aantal instrumenten vastgesteld die kunnen helpen ingeval een kind vermist is. Sinds een aantal jaren hebben sommige lidstaten[31] publieke signaleringssystemen ingevoerd voor gevallen van kinderontvoering of verdwijning van kinderen in omstandigheden die een ernstig risico kunnen vormen voor de veiligheid en het welzijn van de betrokken kinderen. De Commissie zal grensoverschrijdende samenwerking tussen de lidstaten in gevallen van criminele kinderontvoeringen via signaleringsmechanismen voor kinderen blijven bevorderen . Met het oog op een betere samenwerking op dit gebied zijn de lidstaten in juni 2009 overeengekomen om het Schengen-informatiesysteem en de daarmee verbonden Sirenebureaus in elke lidstaat beter te gebruiken bij het zoeken naar vermiste kinderen. De Commissie zal aan dit proces bijdragen door uiterlijk in mei 2011 via een besluit een nieuwe versie van het Sirenehandboek vast te stellen. Daarin zullen een aantal regels en procedures voor dergelijke gevallen worden opgenomen.

Het telefonisch meldpunt 116 000 voor vermiste kinderen biedt hulp, steun en een mogelijke levenslijn voor vermiste kinderen en hun ouders. Omdat het telefonisch meldpunt op EU-niveau niet goed geïmplementeerd wordt, heeft de Commissie in 2010 een mededeling aangenomen[32] met het doel de lidstaten aan te moedigen om het telefonisch meldpunt prioritair te implementeren en ervoor te zorgen dat in de hele Unie dezelfde kwalitatief hoogwaardige dienstverlening wordt aangeboden. De Commissie zal de implementatie van het telefonisch meldpunt voor vermiste kinderen in alle lidstaten blijven controleren. Als er binnen een redelijke termijn geen verdere vooruitgang is geboekt, zal de Commissie overwegen om een wetgevingsvoorstel in te dienen om te garanderen dat het meldpunt 116 000 in alle lidstaten volledig operationeel is.

Kinderen kunnen ook bijzonder kwetsbaar zijn in verband met moderne technologie. Onlinetechnologieën bieden kinderen en jongeren unieke mogelijkheden door hun toegang te verlenen tot kennis en hen gebruik te laten maken van digitaal leren en te laten deelnemen aan het publiek debat. Kinderen zijn bijzonder kwetsbaar wanneer zij in audiovisuele media en op het internet worden geconfronteerd met schadelijke inhoud en gedrag, zoals cyberpesten en kinderlokkerij . Kinderen overal in Europa getuigen dat fysieke en emotionele pesterijen op school deel uitmaken van hun dagelijks leven[33]. Cyberpesten wordt aangemerkt als een moderne vorm van pesten die om een urgente reactie vraagt en om de betrokkenheid van alle relevante actoren, zoals sociale netwerksites, internetproviders en de politie. De Commissie streeft naar een hoog niveau van bescherming van kinderen in de digitale ruimte , en ook van hun persoonsgegevens[34], maar wil tegelijkertijd hun recht op toegang tot het internet strikt eerbiedigen in het belang van hun sociale en culturele ontwikkeling. Via het programma voor een veiliger internet[35] coördineert en steunt de Commissie inspanningen om kinderen online mondiger te maken en te beschermen. Verscheidene sectoren van de ICT-industrie hebben zelfreguleringsinitiatieven genomen, in het bijzonder om kinderen die mobiele telefoons [36] en sociale netwerkdiensten [37] gebruiken, beter te beschermen en via het Pan European Game Information classificatiesysteem voor video- en onlinegames [38]. De Commissie zal thans haar oproep tot het nemen van maatregelen uitbreiden tot producenten van mobiele apparatuur en spelconsoles, aanbieders van internetdiensten, aanbieders van mobiele toepassingen en inhoud, consumentenorganisaties, onderzoekers en organisaties voor kinderwelzijnszorg.

De Commissie ziet nauwlettend toe op de omzetting door de lidstaten van de richtlijn audiovisuele mediadiensten [39] in hun nationaal recht, waarvoor de termijn 19 december 2009 was. De richtlijn breidt de normen voor de bescherming van kinderen uit van traditionele tv-programma's tot de snel groeiende audiovisuele mediadiensten op aanvraag, met name op het internet.

Maatregelen:

De Commissie zal bijdragen tot het mondiger maken en beschermen van kinderen, wanneer zij kwetsbaar zijn, met name door:

6. beste praktijken uit te wisselen en de opleiding van voogden, openbare instanties en andere actoren die in nauw contact staan met niet-begeleide minderjarigen, te verbeteren (2011-2014);

7. bijzondere aandacht te besteden aan kinderen in de context van het EU-kader voor de nationale strategieën voor de integratie van Roma, dat in het voorjaar van 2011 zal worden aangenomen en met name een doeltreffender gebruik van de structuurfondsen voor de integratie van Roma zal bevorderen;

8. alle lidstaten sterk aan te moedigen en te steunen om te zorgen voor de snelle invoering en de volledige werking van het telefonisch meldpunt 116 000 voor vermiste kinderen en van de signaleringsmechanismen voor kinderen (2011-2012);

9. de lidstaten en andere belanghebbenden te steunen bij het versterken van preventie, bij het mondiger maken van kinderen en bij het versterken van de participatie van kinderen om de onlinetechnologieën zo goed mogelijk te benutten en cyberpesten, schadelijke inhoud en andere risico's tegen te gaan, namelijk via het programma voor een veiliger internet en via samenwerking met de industrie in zelfreguleringsinitiatieven (2009-2014).

Kinderen in het externe optreden van de EU

De EU is vastbesloten om prioriteit te geven aan het bevorderen en beschermen van de rechten van het kind in haar extern optreden [40], ook in justitiële samenwerking in civiele zaken op gebieden waarvoor de EU bevoegd is. In dit verband is het cruciaal voor de EU om in externe aangelegenheden met één sterke stem te spreken wanneer het om de rechten van het kind gaat in betrekkingen met derde landen, teneinde zo nodig een snel en doeltreffend optreden mogelijk te maken. Het externe beleid van de EU inzake de rechten van het kind zal worden gevoerd in overeenstemming met de mededeling „Een bijzondere plaats voor kinderen in het externe optreden van de EU” en het bijbehorende actieplan.

De EU is vastbesloten om alle vormen van geweld tegen kinderen weg te werken. Wereldwijd zijn jaarlijks ongeveer 200 miljoen kinderen getuige van huiselijk geweld, zijn meer dan 200 miljoen kinderen het slachtoffer van seksueel misbruik, sterven jaarlijks meer dan 50 000 kinderen als gevolg van doodslag en worden tot 2 miljoen kinderen in ziekenhuizen behandeld voor verwondingen die het gevolg zijn van geweld. De EU zal doorgaan met de uitvoering van de EU-richtsnoeren over de rechten van het kind, die momenteel gericht zijn op de bestrijding van alle vormen van geweld tegen kinderen . Tegen eind 2011 zal de EU de uitvoering van de richtsnoeren sinds 2007 evalueren. Het thematisch programma „Investeren in mensen” beoogt de financiering van projecten die gericht zijn op de bestrijding van geweld tegen kinderen in de jaren 2011-2013.

Meer dan 200 miljoen kinderen wereldwijd verrichten nog kinderarbeid , waarvan er ten minste een ontstellende 115 miljoen aan de ergste vormen zijn blootgesteld. De EU zal haar inspanningen voor de bestrijding van kinderarbeid voortzetten, in overeenstemming met het werkdocument van de Commissie van 2010 en de conclusies van de Raad over kinderarbeid. Tegen eind 2011 zal de EU een verslag opstellen over de ergste vormen van kinderarbeid en handel, rekening houdend met internationale deskundigheid en met de standpunten van bevoegde internationale organisaties. In 2011 zal de EU projecten selecteren die gericht zijn tegen kinderarbeid in derde landen in het kader van het thematisch programma „Investeren in mensen”.

Kinderen in gewapende conflicten [41] zijn bijzonder kwetsbaar, en des te meer wanneer zij hun ouders of verzorgers hebben verloren of van hen zijn gescheiden. Kinderen lopen het risico om te worden gerekruteerd door gewapende groepen of om het slachtoffer te worden van seksueel misbruik of mensenhandel. Zij lijden onevenredig veel onder ondervoeding en ziekte, aangezien zij geen toegang hebben tot primaire sociale voorzieningen, gezondheidszorg en onderwijs. Op elk ogenblik zijn naar schatting 300 000 kinderen verbonden met strijdkrachten en gewapende groepen, waarvan 40% meisjes. De EU zal haar activiteiten inzake het waarborgen van de rechten van kinderen die zich in gewapende conflicten bevinden of erdoor worden getroffen, voortzetten op basis van de concrete maatregelen die in de uitvoeringsstrategie 2010 van de EU-richtsnoeren over kinderen in gewapende conflicten zijn voorgenomen.

Kindersekstoerisme moet worden uitgebannen. Dit fenomeen maakt deel uit van een georganiseerde seksindustrie die prostitutie, mensenhandel, de productie en verdeling van kinderpornografie en de uitbuiting van kinderen door reizende seksuele delinquenten omvat. Aangezien weinig reizende seksuele delinquenten in hun respectieve thuislanden in de EU rechtsgevolgen ondervinden, moeten maatregelen worden genomen om het aantal onderzoeken en vervolgingen in de EU voor buiten de EU gepleegde strafbare feiten, te verhogen.

De EU zal een politieke dialoog met derde landen en met internationale organisaties blijven voeren, teneinde de eerbiediging en de bevordering van de rechten van het kind te handhaven of te verbeteren. Als onderdeel van haar uitbreidingsbeleid zal de EU de hervorming van de kinderbescherming blijven bevorderen en nauwlettend toezien op de vooruitgang die op het gebied van de rechten van het kind gedurende het gehele toetredingsproces in de kandidaat-lidstaten en mogelijke kandidaat-lidstaten wordt geboekt, vooral wat betreft kinderen van etnische minderheden en gemarginaliseerde groepen, zoals Roma, die als bijzonder kwetsbaar werden aangemerkt.

Bilaterale samenwerking met derde landen zal maatregelen omvatten als de uitbreiding van ontwikkelingsprogramma's die gericht zijn op de rechten van het kind om bijvoorbeeld sterkere nationale structuren en instellingen te ondersteunen, met inbegrip van de ontwikkeling van onafhankelijke instellingen voor kinderrechten, wetgevingsherzieningen te bevorderen in overeenstemming met relevante internationale normen en de rechten van het kind te bevorderen via handelsinstrumenten en in internationale onderhandelingen .

Wat multilaterale samenwerking betreft, zal de EU internationale initiatieven blijven steunen, zoals het indienen van resoluties in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. Zij zal ook de coördinatie met internationale belanghebbenden versterken.

Wat humanitaire hulp betreft, zal de EU de steun voor projecten en activiteiten die direct gericht zijn op specifieke behoeften van kinderen in noodsituaties, voortzetten en uitbreiden op de wijze die is uiteengezet in het werkdocument van 2008 over „Kinderen in nood- en crisissituaties”[42].

Maatregel:

10. De EU zal doorgaan met de uitvoering van de EU-richtsnoeren over de bescherming en bevordering van de rechten van het kind[43] die gericht zijn op het bestrijden van alle vormen van geweld tegen kinderen. De EU zal ook de uitvoering van de richtsnoeren beoordelen. De EU zal de EU-richtsnoeren over kinderen in gewapende conflicten[44] uitvoeren op basis van de in 2010 herziene uitvoeringsstrategie.

PARTICIPATIE EN BEWUSTMAKING VAN KINDEREN

Uit de resultaten van twee Eurobarometer-enquêtes van 2008 en 2009 is gebleken dat 76 % van de ondervraagde kinderen[45] zich niet bewust was van hun rechten en dat 79 % niet wist met wie contact op te nemen in geval van nood. Op de vraag wat de EU moet doen om de rechten van kinderen te bevorderen en te beschermen, antwoordde 88 % van de respondenten dat de EU kinderen op een toegankelijke manier meer informatie moet verstrekken over hun rechten.

Volledige erkenning van de rechten van het kind wil zeggen dat kinderen de mogelijkheid moeten krijgen om hun mening te geven en deel te nemen aan de besluitvorming die hen aanbelangt. Artikel 24, lid 1, van het Handvest vereist dat de EU aan de mening van kinderen in aangelegenheden die hen betreffen een passend belang hecht in overeenstemming met hun leeftijd en rijpheid.

De tot dusver door de Commissie genomen maatregelen om kinderen te raadplegen en naar hen te luisteren [46] vormen een beginpunt van een reeks mogelijkheden voor meer participatie van kinderen aan de ontwikkeling en uitvoering van maatregelen en beleid die hen aanbelangen, zoals onderwijs, gezondheid en milieubeleid. Daartoe zal de Commissie gebruik maken van de deskundigheid van het Europees Forum over de rechten van het kind en met dit forum en met ombudsinstanties voor kinderen en andere relevante partners op dit gebied blijven samenwerken.

Om te zorgen voor een betere en doeltreffendere voorlichting van kinderen over hun rechten en over relevant EU-beleid, zal het nodig zijn de bestaande voorlichtingsinstrumenten te consolideren en te moderniseren. Thans is de op kinderen gerichte informatie op het EUROPA -portaal van de EU te vinden onder Snelle links voor kinderen[47] en Voor leerkrachten [48]. Deze links geven toegang tot voor kinderen relevante informatie die door alle EU-instellingen ter beschikking wordt gesteld. Veel van de op deze websites toegankelijke informatie is ook te vinden op de websites van de afzonderlijke directoraten-generaal van de Commissie of van andere EU-instellingen. Niettemin ontbreekt thans uitgebreide, geconsolideerde en gemakkelijk toegankelijke informatie over de rechten van het kind en over EU-beleid dat voor kinderen relevant is.

Maatregel:

11. De Commissie zal in 2011 op het EUROPA-portaal één enkel aanspreekpunt instellen met informatie voor kinderen over de EU en over kinderrechten. Dit aanspreekpunt zal gemakkelijk toegang bieden tot informatie die door kinderen uit verschillende leeftijdsgroepen kan worden begrepen en door ouders en leraren kan worden gebruikt om informatie en lesmateriaal te vinden. De Commissie zal andere EU-instellingen verzoeken om zich bij dit initiatief aan te sluiten.

CONCLUSIE

Met deze EU-agenda voor de rechten van het kind roept de Commissie de EU-instellingen en de lidstaten op om zich andermaal ertoe te verbinden hun inspanningen voor het beschermen en bevorderen van de rechten van het kind te versterken. De maatregelen van de EU moeten als voorbeeld dienen om te waarborgen dat de bepalingen van de Verdragen, het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en van het IVRK in verband met de rechten van het kind worden nageleefd. De Commissie zal in haar jaarverslag over de toepassing van het Handvest regelmatig de vooruitgang in de uitvoering van de EU-agenda voor de rechten van het kind onderzoeken.

Zoals in de strategie Europa 2020 werd benadrukt, kunnen de langetermijneffecten van het niet voldoende investeren in beleid dat kinderen betreft, verstrekkende gevolgen hebben voor onze samenleving. Veel van dat beleid vereist doortastend optreden van de lidstaten en de Commissie is bereid steun te bieden en samen te werken. De Commissie zal haar deel van de gezamenlijke inspanningen om het welzijn en de veiligheid van alle kinderen te garanderen, verder uitvoeren. Een hernieuwd engagement van alle actoren is noodzakelijk om de visie tot leven te brengen van een wereld waarin kinderen kind kunnen zijn en veilig kunnen leven, spelen, leren, hun volledig potentieel ontwikkelen en alle bestaande mogelijkheden zo goed mogelijk benutten.

[1] Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, PB C 83 van 30.3.2010, blz. 389-403.

[2] Beschikbaar op: http://www2.ohchr.org/english/law/crc.htm. Het facultatief protocol bij het IVRK inzake de betrokkenheid van kinderen bij gewapende conflicten is door alle EU-lidstaten behalve Estland geratificeerd. Het facultatief protocol inzake de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie is door alle lidstaten geratificeerd behalve Tsjechië, Finland, Ierland, Luxemburg en Malta.

[3] Mededeling van de Commissie „Naar een EU-strategie voor de rechten van het kind”, COM(2006) 367 definitief, beschikbaar op:http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2006:0367:FIN:NL:PDF.

[4] Europees Forum voor de rechten van het kind en zijn stuurgroep; interne groep van de Commissie; Commissie-coördinator voor de rechten van het kind.

[5] Mededeling van de Commissie „Europa 2020 – Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei”, COM(2010) 2020 definitief, beschikbaar op:http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2010:2020:FIN:NL:PDF.

[6] Naast de openbare raadpleging, beschikbaar op: http://ec.europa.eu/justice/news/consulting_public/news_consulting_0009_en.htm is deze mededeling ook gebaseerd op de resultaten van een raadpleging van deskundigen uit de specifieke beleidsgebieden.

[7] Eurobarometer Kwalitatief onderzoeksrapport over de rechten van het kind, oktober 2010, beschikbaar op: http://ec.europa.eu/public_opinion/archives/quali/ql_right_child_sum_en.pdf.

[8] Resolutie van het Europees Parlement van 16 januari 2008 (2007/2093 INI): „Naar een EU-strategie voor de rechten van het kind”, beschikbaar op: http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+TA+P6-TA-2008-0012+0+DOC+XML+V0//NL.

[9] Advies van het Comité van de Regio's: „Lokale en regionale samenwerking inzake de bescherming van de rechten van het kind in de Europese Unie”, PB C 267 van 1.10.2010, blz. 46-51; Advies van het Comité van de Regio's „Naar een EU-strategie voor de rechten van het kind”, PB C 146 van 30.6.2007, blz. 58-62.

[10] Reactie van de Raad van Europa op het raadplegingsdocument: Raadpleging van de Europese Commissie over de rechten van het kind, beschikbaar op: http://www.coe.int/T/TransversalProjects/Children/News/EU%20Consultation%20paper%20final_en.pdf.

[11] In het Europese Forum over de rechten van het kind – dat door de Commissie is opgericht onder het Duitse voorzitterschap in 2007 – komen vertegenwoordigers van de lidstaten, het Europees Parlement, het Comité van de Regio's, het Europees Economisch en Sociaal Comité, de Raad van Europa, UNICEF, de nationale jeugdobservatoria, de ombudsinstanties voor kinderen, het maatschappelijke middenveld en andere belanghebbenden bijeen.

[12] Strategie voor een doeltreffende tenuitvoerlegging van het Handvest van de grondrechten door de Europese Unie, COM(2010) 573 definitief van 19 oktober 2010, beschikbaar op:http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2010:0573:FIN:NL:PDF.

[13] Developing indicators for the protection, respect and promotion of the rights of the child in the European Union , beschikbaar op:http://fra.europa.eu/fraWebsite/attachments/RightsofChild_summary-report_en.pdf.

[14] Mededeling van de Commissie „Een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht voor de burgers van Europa – Actieplan ter uitvoering van het programma van Stockholm”, COM(2010) 171 definitief, beschikbaar op:http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2010:0171:FIN:NL:PDF.

[15] Artikel 24, lid 3, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

[16] Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000, PB L 338 van 23.12.2003, blz. 1-29.

[17] Groenboek van de Commissie „Minder bureaucratie voor de burgers: de bevordering van het vrije verkeer van openbare documenten en de erkenning van de gevolgen van akten van de burgerlijke stand”, COM(2010) 747 definitief, beschikbaar op:http://ec.europa.eu/justice/policies/civil/docs/com_2010_747_en.pdf.

[18] Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures, PB L 280 van 26.10.2010, blz. 1-7.

[19] Pinheiro, P., „ World Report on Violence Against Children ”, Verenigde Naties, Genève, 2006, blz. 195-199. Beschikbaar op: http://www.unviolencestudy.org/.

[20] Zie bijvoorbeeld de regels van de Verenigde Naties ter bescherming van minderjarigen die tot beroving van de vrijheid zijn veroordeeld, door de Algemene Vergadering goedgekeurd in resolutie 45/113 van 14 december 1990, beschikbaar op: http://www2.ohchr.org:80/english/law/res45_113.htm; Aanbeveling Rec(2006)2 van het Comité van ministers van de Raad van Europa aan de lidstaten inzake de Europese penitentiaire voorschriften, 11 januari 2006, beschikbaar op:https://wcd.coe.int/ViewDoc.jsp?id=955747.

[21] Artikel 37 van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind.

[22] Richtsnoeren van de Raad van Europa over kindvriendelijke justitie – Goedgekeurd door het Comité van Ministers op 17 november 2010, beschikbaar op:https://wcd.coe.int/wcd/ViewDoc.jsp?id=1705197&Site=CM.

[23] Zie het verslag van DG Werkgelegenheid, sociale zaken en gelijke kansen van de Commissie „ Child poverty and well-being in the EU: Current status and way forward ”, 28 februari 2008, beschikbaar op:http://ec.europa.eu/social/main.jsp?catId=751&langId=nl&pubId=74&type=2&furtherPubs=yes.

[24] Mededeling van de Commissie „ Solidariteit in de gezondheidszorg: verkleining van de ongelijkheid op gezondheidsgebied in de EU”, COM(2009) 567 definitief, beschikbaar op: http://ec.europa.eu/health/ph_determinants/socio_economics/documents/com2009_nl.pdf.

[25] Mededeling van de Commissie „Een Europese strategie inzake handicaps 2010-2020: een hernieuwd engagement voor een onbelemmerd Europa”, COM(2010) 636 definitief, beschikbaar op:http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2010:0636:FIN:NL:PDF.

[26] Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad „Actieplan niet-begeleide minderjarigen (2010–2014)”, COM(2010) 213 definitief, beschikbaar op:http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2010:0213:FIN:NL:PDF.

[27] Verslag van het EU-Bureau voor de grondrechten: „ Separated, asylum-seeking children in EU Member States ”, april 2010.

[28] Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's „Voortijdig schoolverlaten aanpakken: een essentiële bijdrage aan de Europa 2020-agenda”, COM(2011) 18 definitief, beschikbaar op: http://ec.europa.eu/education/school-education/doc/earlycom_nl.pdf.

[29] Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's „Non-discriminatie en gelijke kansen: een vernieuwd engagement”, COM(2008) 420 definitief, beschikbaar op: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2008:0420:FIN:NL:PDF .

[30] „ Breaking the barriers: Romani women and access to public health care ” . Verslag van het voormalige Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat (nu het EU-bureau voor de grondrechten), 2003.

[31] Thans beschikken acht lidstaten over een signaleringssysteem voor kinderen: Nederland, Portugal, Frankrijk, Luxemburg, België, Griekenland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.

[32] Mededeling van de Commissie „Nummer 116 000: het Europese telefonische meldpunt voor vermiste kinderen”, COM(2010) 674, beschikbaar op:http://ec.europa.eu/justice/policies/children/docs/com_2010_674_en.pdf.

[33] Eurobarometer Kwalitatief onderzoeksrapport over de rechten van het kind, oktober 2010, beschikbaar op: http://ec.europa.eu/public_opinion/archives/quali/ql_right_child_sum_en.pdf.

[34] Zie de mededeling van de Commissie „Een integrale aanpak van de bescherming van persoonsgegevens in de Europese Unie”, COM(2010) 609 definitief, punt 2.1.2., beschikbaar op:http://ec.europa.eu/justice/news/consulting_public/0006/com_2010_609_nl.pdf.

[35] Besluit nr. 1351/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot vaststelling van een meerjarenprogramma van de Gemeenschap betreffende de bescherming van kinderen die het internet en andere communicatietechnologieën gebruiken, PB L 348 van 24.12.2008, blz. 118-127.

[36] http://ec.europa.eu/information_society/activities/sip/docs/mobile_2005/europeanframework.pdf.

[37] http://ec.europa.eu/information_society/activities/social_networking/docs/sn_principles.pdf.

[38] http://www.pegi.info/.

[39] Richtlijn 2010/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2010 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten), PB L 95 van 15.4.2010, blz. 1-24.

[40] De mededeling „Naar een EU-strategie voor de rechten van het kind” van 2006 heeft geleid tot de ontwikkeling van een uitgebreid beleidskader voor het externe optreden van de EU, waaronder de mededeling „Een bijzondere plaats voor kinderen in het externe optreden van de EU” en het bijbehorende werkdocument over „Kinderen in nood- en crisissituaties” (2008), de EU-richtsnoeren over de rechten van het kind (2007), de EU-richtsnoeren over kinderen en gewapende conflicten (2003, bijgewerkt in 2008), de conclusies van de Raad over kinderen in ontwikkelings- en humanitaire contexten (2008) en de conclusies van de Raad over kinderarbeid (2010).

[41] Alleen al in het voorbije decennium zijn door conflicten naar schatting meer dan 2 miljoen kinderen gestorven, 6 miljoen fysiek verminkt, 20 miljoen ontheemd of gevlucht en één miljoen wees geworden.

[42] Mededeling van de Commissie „Een bijzondere plaats voor kinderen in het externe optreden van de EU”, COM(2008) 55 definitief, beschikbaar op:http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2008:0055:FIN:NL:PDF.

[43] Beschikbaar op: http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cmsUpload/16031.07.pdf.

[44] Beschikbaar op: http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cmsUpload/10019.en08.pdf.

[45] Beschikbaar op: http://ec.europa.eu/public_opinion/flash/fl_235_en.pdf enhttp://ec.europa.eu/public_opinion/flash/fl_273_en.pdf.

[46] Eurobarometer Kwalitatief onderzoeksrapport over de rechten van het kind, oktober 2010, beschikbaar op: http://ec.europa.eu/public_opinion/archives/quali/ql_right_child_sum_en.pdf.

[47] http://europa.eu/quick-links/eu-kids/index_nl.htm .

[48] http://europa.eu/teachers-corner/index_nl.htm .