10.3.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 58/20


Bekendmaking overeenkomstig artikel 27, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad in Zaak COMP/39.596 — British Airways/American Airlines/Iberia

(Voor de EER relevante tekst)

2010/C 58/07

1.   INLEIDING

(1)

Overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (1) kan de Commissie in gevallen waarin zij voornemens is een besluit tot beëindiging van een inbreuk vast te stellen geven en de betrokken ondernemingen toezeggingen doen om aan de bezwaren tegemoet te komen die de Commissie hun in haar voorlopige beoordeling te kennen heeft gegeven, die toezeggingen bij besluit een verbindend karakter verlenen. Het besluit kan voor een bepaalde periode worden vastgesteld en bevat de conclusie dat er niet langer gronden voor een optreden van de Commissie bestaan. Volgens artikel 27, lid 4, van dezelfde verordening maakt de Commissie wanneer zij voornemens is een besluit overeenkomstig artikel 9 vast te stellen, een beknopte samenvatting van de zaak en de hoofdlijnen van de toezeggingen bekend. Belanghebbende derden kunnen hun opmerkingen meedelen binnen de door de Commissie vastgestelde termijn.

2.   SAMENVATTING VAN DE ZAAK

(2)

British Airways („BA”), American Airlines („AA”) en Iberia („IB”) zijn lid van „oneworld”, een mondiale alliantie van luchtvaartmaatschappijen. Op 14 augustus 2008 maakten zij hun voornemen bekend een joint venture met omzetdeling („revenue sharing”) op te richten die al hun luchtvervoerdiensten voor passagiers op routes tussen Europa en Noord-Amerika zou omvatten. De jointventure-overeenkomsten tussen BA, AA en IB voorzien in samenwerking inzake bepalende concurrentieparameters zoals dienstregelingen, capaciteit, prijsstelling en marketing.

(3)

Op 29 september 2009 nam de Commissie een mededeling van punten van bezwaar aan waarin het voorlopige standpunt van de Commissie werd uiteengezet dat de voorgenomen joint venture wat sommige stedenparen tussen de EU en de VS betreft een inbreuk zou vormen op artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie („VWEU”). De mededeling van punten van bezwaar wordt geacht de voorlopige beoordeling te vormen in de zin van artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1/2003.

(4)

Volgens de voorlopige beoordeling zou de joint venture van BA, AA en IB tot beperking van de mededinging strekken op bepaalde routes, met name Londen–Dallas, Londen–Boston, Londen–Miami, Londen–Chicago, Londen–New York, Madrid–Miami en Madrid–Chicago.

(5)

Gelet op de nauwe concurrentie tussen de partijen en de belangrijke marktpositie van de combinatie inzake deze stedenparen, zou de joint venture bovendien aanzienlijke concurrentieverstorende effecten kunnen hebben. In het bijzonder werd in de voorlopige beoordeling het standpunt ingenomen dat voor de betrokken stedenparen het als gevolg van de joint venture wegvallen van de concurrentiedruk die de partijen momenteel op elkaar uitoefenen, vanwege de significante belemmeringen voor de toegang tot de markten niet zou worden gecompenseerd door bestaande non-stop of one-stop concurrentie of door voldoende en tijdige nieuwe toetreding of uitbreiding.

(6)

De toetredingsdrempels omvatten in het bijzonder beperking van de slots op de luchthavens van Londen en New York JFK, het frequentievoordeel dat de partijen genieten en hubdominantie, de toegang tot aansluitende vluchten en de netwerkeffecten die voortvloeiden uit frequent-flyer- en andere stimuleringsprogramma’s. Er blijven ook belemmeringen van regelgevende aard bestaan. Niettegenstaande dat bij de eerstefaseovereenkomst tussen de EU en de VS alle belemmeringen van regelgevende aard voor de toegang tot transatlantische routes zijn opgeheven, kunnen luchtvaartmaatschappijen van de EU nog steeds geen binnenlandse routes in de VS („cabotage”) exploiteren, moeten zij codesharingovereenkomsten met luchtvaartmaatschappijen uit de VS sluiten om in de VS aansluitende vluchten aan te bieden en kunnen zij geen hubs ontwikkelen aan de Amerikaanse kant van transatlantische routes. De commerciële mogelijkheden worden voorts gelimiteerd door beperkingen op het gebied van eigendom van en zeggenschap over Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen, doordat buitenlandse investeringen volgens de relevante regels niet meer dan 25 % van het stemgerechtigde kapitaal mogen bedragen. Momenteel zijn tussen de EU en de VS zogeheten „tweedefase-onderhandelingen” aan de gang om in het bijzonder de investeringsmogelijkheden te verruimen.

(7)

Bovendien werd in de voorlopige beoordeling van de Commissie het standpunt ingenomen dat de voorgenomen samenwerking niet alleen de mededinging tussen de betrokken partijen, maar ook die tussen de partijen en hun concurrenten zou kunnen beperken. Een sleutelaspect van de mededinging op lange-afstandsvluchten is de beschikbaarheid van aansluitende vluchten. Sommige concurrenten van de partijen op een aantal van de bovengenoemde routes zijn in belangrijke mate afhankelijk van het interlineverkeer van de partijen. Volgens de voorlopige beoordeling zou de voorgenomen samenwerking de toegang van die concurrenten tot de zogeheten „interline inventory” van de partijen kunnen inperken.

(8)

Op Londen–New York en Londen–Chicago geldt de zorg om de mededinging enkel voor de premiummarkt (diensten in alle tariefklassen met uitzondering van „restricted economy”), terwijl de Commissie op Londen–Dallas, Londen–Boston, Londen–Miami, Madrid–Miami en Madrid–Chicago zowel om de premium- als om de non-premiummarkten bezorgd is.

3.   HOOFDLIJNEN VAN DE GEDANE TOEZEGGINGEN

(9)

De partijen waren het niet eens met de punten van bezwaar van de Commissie. Zij hebben op grond van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1/2003 evenwel toezeggingen gedaan om aan de mededingingsbezwaren van de Commissie tegemoet te komen en haar in staat te stellen te concluderen dat er niet langer gronden voor een optreden bestaan.

(10)

De toezeggingen worden hierna kort samengevat. De Engelse versie is volledig gepubliceerd op de website van het Directoraat-generaal Concurrentie: http://ec.europa.eu/competition/antitrust/cases/index/by_nr_79.html#i39_596

(11)

De partijen doen toezeggingen voor zes stedenparen, namelijk Londen–Dallas, Londen–Boston, Londen–Miami, Londen–Chicago, Londen–New York en Madrid–Miami.

(12)

Zij stellen voor:

a)

op Londen Heathrow of Londen Gatwick — naar keuze van de concurrentie — slots beschikbaar te maken zodat de concurrenten tot 7 extra non-stopfrequenties per week kunnen exploiteren op Londen–Dallas, 14 op Londen–Boston, 7 op Londen-Miami en 14 op Londen–New York. Op het stedenpaar Londen–New York bieden de partijen ook aan de concurrentie exploitatievergunningen te verstrekken op de luchthaven van New York JFK op tijdstippen die overeenkomen met de op de Londense luchthaven naar keuze vrij te maken slots. Aan deze aanbieding zijn een aantal voorwaarden verbonden, onder andere dat de concurrent alle redelijke inspanningen heeft gedaan om de noodzakelijke slots via het gewone toewijzingsproces te verkrijgen.

Vanaf het IATA-zomerseizoen 2013 zullen de partijen eventuele ongebruikte slots op de stedenparen Londen–Dallas en Londen–Miami ook beschikbaar stellen aan one-stop-nieuwkomers, al zullen non-stop-nieuwkomers voorrang blijven hebben op one-stop-nieuwkomers;

b)

fare combinability”-overeenkomsten te sluiten met concurrenten op de in punt 11 genoemde stedenparen. Wat betreft Londen–Chicago, Londen–New York en Madrid–Miami kunnen partijen de overeenkomsten beperken tot passagiers op de premiummarkt (zoals omschreven in punt 8). Daarvoor in aanmerking komende concurrenten zijn die welke een non-stopdienst exploiteren op de respectieve routes en die noch aan de ene, noch aan de andere kant van de route een hub exploiteren;

c)

specifieke overeenkomsten te sluiten inzake bijzondere pro-rata-overeenkomsten voor aanvoerlijnen en doorvoerlijnen op de in punt 11 genoemde stedenparen. Daarvoor in aanmerking komende concurrenten zijn 1. luchtvaartmaatschappijen die diensten lanceren of uitbreiden, ongeacht of zij gebruikmaken van slots die door de partijen beschikbaar zijn gesteld, en 2. op Londen–Chicage, Londen–New York en Madrid–Miami, ook bestaande concurrentie die een non-stopdienst op de respectieve route exploiteren. Deze concurrenten komen voor bijzondere pro-rata-overeenkomsten in aanmerking wanneer zij noch aan de ene, noch aan de andere kant van de route een hub exploiteren;

d)

hun frequent-flyerprogramma's op de in punt 11 genoemde stedenparen open te stellen voor concurrenten die een dienst op de route lanceren of uitbreiden, gesteld dat de concurrent in kwestie geen vergelijkbaar programma heeft en niet aan een programma van de partijen deelneemt.

(13)

De partijen bieden tevens aan een beheerder verantwoordelijk te stellen om toezicht te houden op de naleving van de verbintenissen. In geval van een geschil tussen een nieuwkomer en de partijen over de toezeggingen stellen de partijen een procedure voor de beslechting van geschillen voor waarbij een scheidsgerecht in laatste instantie een beslissing zal nemen.

(14)

Gelet op het parallelle onderzoek van de zaak door het Amerikaanse Department of Transportation („DOT”) en op de samenwerking tussen de Commissie en het DOT op grond van bijlage II bij de overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de EU en de VS van 30 april 2007, is in het kader van de toezeggingen ook erin voorzien dat het DOT nauw bij de gehele procedure wordt betrokken. De Commissie zal in alle belangrijke fasen van de procedure overleg plegen met en terdege rekening houden met het standpunt van het DOT. Het DOT heeft ook het recht een beheerder aan te stellen naar aanleiding van haar afzonderlijke onderzoek van de voorgestelde samenwerking.

4.   UITNODIGING OPMERKINGEN TE MAKEN

(15)

Rekening houdende met de opmerkingen die op deze bekendmaking worden ontvangen, is de Commissie voornemens een besluit overeenkomstig artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1/2003 vast te stellen waarmee de voorgestelde toezeggingen die hierboven zijn samengevat verbindend worden verklaard voor een periode van 10 jaar vanaf de datum van de kennisgeving van het besluit van de Commissie aan de partijen. Indien de toezeggingen als gevolg van de opmerkingen op deze bekendmaking wezenlijk worden aangepast, zal een nieuwe bekendmaking overeenkomstig artikel 27, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1/2003 worden gepubliceerd.

(16)

Overeenkomstig artikel 27, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1/2003 nodigt de Commissie belanghebbende derde partijen uit hun opmerkingen over de aangeboden toezeggingen te maken. Deze opmerkingen dienen de Commissie te bereiken binnen één maand vanaf de datum van deze bekendmaking. De belanghebbende derden wordt verzocht ook een niet-vertrouwelijke versie van hun opmerkingen in te dienen waarin bedrijfsgeheimen en andere vertrouwelijke passages zijn geschrapt en vervangen door een niet-vertrouwelijke samenvatting dan wel door de vermelding „(bedrijfsgeheim)” of „(vertrouwelijk)”. Rechtmatige verzoeken zullen in acht worden genomen.

(17)

Deze opmerkingen kunnen naar de Commissie worden gezonden per e-mail (COMP-GREFFE-ANTITRUST@ec.europa.eu), per fax (fax +32 22950128) of per post, onder de vermelding van het referentienummer „COMP/39.596 — British Airways/American Airlines/Iberia”, naar het volgende adres:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie antitrust

1049 Brussel

BELGIË


(1)  PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1. Met ingang van 1 december 2009 zijn de artikelen 81 en 82 van het EG-Verdrag respectievelijk vervangen door de artikelen 101 en 102 van het VWEU. De bepalingen in beide verdragen zijn inhoudelijk identiek. In het kader van deze bekendmaking moeten verwijzingen naar de artikelen 101 en 102 van het VWEU waar nodig worden begrepen als verwijzingen naar respectievelijk de artikelen 81 en 82 van het EG-Verdrag.