25.8.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 200/76


Advies van het Comité van de Regio's over consumentenrechten

(2009/C 200/14)

HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

staat achter de beleidsdoelstelling de interne markt verder vorm te geven en het functioneren van de b2c-interne markt te verbeteren, met name voor het mkb (b2c = business to consumer, d.w.z. transacties tussen consumenten en bedrijven);

vindt tegelijkertijd dat de consumentenbescherming in de EU verder versterkt en ontwikkeld moet worden, hetgeen essentieel is voor het functioneren van de interne markt;

meent dat met het nu voorliggende richtlijnvoorstel het vertrouwen van de consument in grensoverschrijdende handel nog niet kan worden versterkt;

is gekant tegen volledige harmonisatie, omdat dan het gevaar bestaat dat lidstaten eigen, specifieke voorschriften inzake consumentenbescherming moeten opgeven;

vindt dat de lidstaten ook in de toekomst nog regels moeten kunnen opstellen die verder gaan dan de communautaire normen;

is voorstander van een gedifferentieerde aanpak: het kan zich vinden in volledige harmonisatie van veeleer technische regelingen, maar wil dat de lidstaten voor het overige genoeg speelruimte krijgen om afwijkende bepalingen te formuleren;

wijst erop dat de minimale informatieverplichtingen, die gelden voor alle soorten overeenkomsten, concreter moeten worden geformuleerd;

vindt dat de bepalingen omtrent op afstand gesloten overeenkomsten nog verder moeten worden verduidelijkt en aangepast.

Rapporteur

:

Wolfgang G. Gibowski (DE/EVP), staatssecretaris en gevolmachtigde van de deelstaat Nedersaksen op bondsniveau

Referentiedocument

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende consumentenrechten

COM(2008) 614 final — 2008/0196 (COD)

I.   BELEIDSAANBEVELINGEN

HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

Algemene opmerkingen

1.

Het Comité van de Regio's (CvdR) staat achter de beleidsdoelstelling de interne markt verder vorm te geven en het functioneren van de b2c-interne markt te verbeteren, met name voor het mkb (b2c = business to consumer, d.w.z. transacties tussen consumenten en bedrijven).

2.

Tegelijkertijd vindt het dat de consumentenbescherming in de EU verder versterkt en ontwikkeld moet worden — dat is essentieel voor het functioneren van de interne markt.

3.

Het is dan ook ingenomen met onderhavig Commissievoorstel om enkele bestaande richtlijnen inzake consumentenbescherming samen te smelten tot één horizontaal regelgevend kader, dat van toepassing is op alle in het voorstel genoemde overeenkomsten tussen consumenten en handelaren.

4.

Het betreurt echter dat onderhavig voorstel niet betrekking heeft op alle consumentenrichtlijnen, maar zich tot de herziening van vier richtlijnen beperkt. De Commissie heeft daarmee de kans laten liggen om één gemeenschappelijk regelgevingskader voor consumentenrechten op de interne markt vast te stellen.

5.

Het CvdR betreurt ook dat het maar deels is gelukt de tegenstrijdigheden en onduidelijkheden in de bestaande wetgeving uit de weg te ruimen en het consumentenacquis in zijn geheel transparanter te maken.

6.

De (toenemende) verschillen tussen het niveau van consumentenbescherming in de EU en derde landen baren het CvdR zorgen. De Commissie zou voor die verschillen meer oog moeten hebben.

Bevoegdheden, subsidiariteit en evenredigheid

7.

De consumentenrichtlijnen bestaan tot nu toe uit minimumnormen voor consumentenbescherming, wat de lidstaten in staat stelt strengere regels uit te vaardigen. Veel landen hebben dit al op grote schaal gedaan. Het CvdR hoopt dat dankzij deze mogelijkheid het algehele niveau van consumentenbescherming in alle lidstaten zal stijgen.

8.

Het CvdR is gekant tegen volledige harmonisatie, omdat dan het gevaar bestaat dat lidstaten eigen, specifieke voorschriften inzake consumentenbescherming moeten opgeven, ook als die hun nut hebben bewezen.

9.

Het principe van minimumharmonisatie, dat waardevol is gebleken en in overeenstemming is met het belangrijkste Verdragsartikel over consumentenbescherming (art. 153, lid 5, EG-Verdrag), zou in essentie moeten blijven bestaan. In beginsel zouden de lidstaten hun consumentenrecht, via strengere beschermingsbepalingen, moeten kunnen blijven aanpassen.

10.

Volledige harmonisatie zou een novum in de Europese consumentenbescherming zijn, waarvan de invoering niet absoluut noodzakelijk lijkt. Alleen voor een aantal specifieke technische gevallen, waarin de tot nu toe bestaande verschillende nationale regels echt hinderlijk zijn voor grensoverschrijdend opererende ondernemingen of voor de uitoefening van de vier fundamentele vrijheden van de EU, kan een beperkte en doelgerichte volledige harmonisatie worden overwogen.

11.

Het valt verder te betwijfelen of volledige harmonisatie in overeenstemming is met het subsidiariteitsbeginsel. De Commissie geeft niet aan waarom zij alle regelingsbevoegdheid naar zich toetrekt. Van volledige harmonisatie zou alleen op een aantal kerngebieden van de interne markt sprake mogen zijn.

12.

Tevens is twijfelachtig of volledige harmonisatie leidt tot een groter consumentenvertrouwen en de concurrentie bevordert. De problemen waarmee consumenten momenteel kampen, zijn veeleer te wijten aan rechtsonzekerheid en de ingewikkelde manier om recht te halen in grensoverschrijdende transacties (door taalbarrières, hoge advocaat- en proceskosten enz.). Op deze punten biedt het richtlijnvoorstel geen verbetering.

13.

Er kunnen vraagtekens worden geplaatst bij de doelstelling van de Commissie om met het richtlijnvoorstel zowel de grensoverschrijdende handel als de handel in de lidstaten zelf te willen reguleren. Het staat in ieder geval niet vast dat de grensoverschrijdende handel wordt belemmerd door verschillen in nationale regelgeving.

14.

Bovendien vereist harmonisatie telkens begrijpelijke empirische verklaringen en realistische effectbeoordelingen.

15.

Met name de door de Commissie aangevoerde Eurobarometer-enquête volstaat niet als verklaring voor de formulering van het richtlijnvoorstel. De noodzaak tot uitvaardiging van de diverse voorschriften moet door de Commissie hoe dan ook empirisch onderbouwd en overtuigend gemotiveerd worden. De huidige effectbeoordeling omvat slechts een abstracte bespreking van de gevolgen van de verschillende beleidsopties.

Specifieke opmerkingen

Definities

16.

De onduidelijkheden in de definities uit de huidige consumentenrichtlijnen, die mede de oorzaak zijn van een groot gebrek aan transparantie, zijn in het richtlijnvoorstel onvoldoende aangepakt. De voorgestelde definities moeten nog verder worden toegelicht, zoals de definities van de begrippen „consument” en „handelaar”.

Consumenteninformatie

17.

De bepalingen over de algemene informatieverplichtingen blijven onduidelijk en kunnen leiden tot aanzienlijke rechtsonzekerheid. In ieder geval is de beperking van de informatieverplichting (de bewoordingen „voor zover die niet al duidelijk is uit de context”) vaag geformuleerd en kan die verplichting daarmee maar moeilijk worden afgebakend.

18.

De minimale informatieverplichtingen, die gelden voor alle soorten overeenkomsten, moeten concreter worden geformuleerd.

Consumenteninformatie en herroepingsrecht voor op afstand en buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten

19.

Met name kleinere ondernemers klagen er nu al over dat zij niet meer zonder juridische bijstand aan hun informatieverplichtingen kunnen voldoen. Ondernemers en consumenten zouden baat hebben bij een standaardformulier. Ondernemers die een formulier uit de Richtlijn gebruiken, zouden er zeker van zijn dat de d.m.v. dat formulier door hen verstrekte informatie in overeenstemming is met de bepalingen uit de Richtlijn. Consumenten zouden die informatie dankzij zo'n formulier in heel Europa op dezelfde manier krijgen. Met het in de bijlage bij het richtlijnvoorstel opgenomen modelformulier kan één en ander echter slechts gedeeltelijk worden verwezenlijkt.

20.

De bepalingen omtrent op afstand gesloten overeenkomsten moeten nog verder worden verduidelijkt en aangepast. Die gaan namelijk enerzijds verder dan de geldende nationale voorschriften, maar bevatten anderzijds niet de in de oude Richtlijn inzake verkopen op afstand opgenomen uitzondering dat het herroepingsrecht niet van toepassing is op goederen die „door hun aard niet kunnen worden teruggezonden”.

21.

Het CvdR heeft er bezwaar tegen dat ook huis-aan-huisverkoop onder de volledige harmonisatie valt. Veruit de meeste huis-aan-huis of in het openbaar gesloten overeenkomsten kennen immers geen grensoverschrijdende dimensie.

22.

Het is de vraag waarom het herroepingsrecht niet van toepassing zou mogen zijn op tijdschriftabonnementen en kansspelen. Hetzelfde geldt voor particuliere internetveilingen. De tijdens dergelijke veilingen gesloten overeenkomsten worden in een aantal lidstaten (in ieder geval in Duitsland) beschouwd als normale koopcontracten. Ook hier zouden de lidstaten individueel van de Richtlijn moeten kunnen afwijken.

Andere consumentenrechten met betrekking tot verkoopovereenkomsten

23.

Het CvdR is ingenomen met de voorstellen inzake de aankoop van consumptiegoederen, omdat die „verkopervriendelijk” zijn (recht op uitvoering achteraf, leveringstermijn).

24.

Het staat echter kritisch tegenover de voorstellen t.a.v. gebrek aan overeenstemming en met name tegenover de termijn waarbinnen gebreken moeten worden gemeld.

Consumentenrechten met betrekking tot bedingen in overeenkomsten

25.

Het CvdR heeft bedenkingen bij de voorstellen inzake standaardbedingen, omdat die deels neerkomen op een aantasting van de consumentenrechten. Nationale juridische verworvenheden zouden niet verder moeten worden ondermijnd.

Conclusies

26.

Met het nu voorliggende richtlijnvoorstel kan het vertrouwen van de consument in grensoverschrijdende handel nog niet worden versterkt. In tegendeel: het valt zelfs niet uit te sluiten dat de vraag verder afneemt als de voorgestelde wetgeving een aanpassing van het nationale recht aan minder strenge Europese wetgeving inhoudt. Zo'n aanpassing leidt immers tot een lager niveau van consumentenbescherming en daarmee wellicht tot terughoudendheid en onzekerheid onder consumenten.

27.

Het CvdR is nadrukkelijk gekant tegen een volledige harmonisatie. Het vindt dat de lidstaten ook in de toekomst nog regels moeten kunnen opstellen die verder gaan dan de communautaire normen.

28.

Het CvdR is voorstander van een gedifferentieerde aanpak: het kan zich vinden in volledige harmonisatie van veeleer technische regelingen, maar wil dat de lidstaten voor het overige genoeg speelruimte krijgen om afwijkende bepalingen te formuleren. Bijkomend voordeel hiervan is dat lidstaten afzonderlijk sneller op negatieve ontwikkelingen kunnen reageren dan de Europese wetgever.

29.

Aan de hand van een geïntegreerde aanpak zouden definities en regels moeten worden geformuleerd die niet alleen de in het richtlijnvoorstel centraal staande deelterreinen, maar het gehele consumentenacquis ten goede komen.

30.

Gelet op de huidige stand van zaken vindt het CvdR meer toelichting en overleg noodzakelijk. Daarbij moet worden gestreefd naar evenwicht tussen een hoog niveau van consumentenbescherming en een sterke concurrentiepositie van het bedrijfsleven. Onevenredig veel rompslomp voor met name het mkb is even ongewenst als aantasting van de in enkele lidstaten al ver ontwikkelde consumentenbescherming. Het overleg moet ook worden benut om consumenteninformatie op eensluidende wijze eenvoudiger en begrijpelijker te maken.

31.

Het CvdR kijkt met belangstelling uit naar de komende discussies over dit richtlijnvoorstel en zal daaraan een constructieve bijdrage leveren.

Brussel, 22 april 2009

De voorzitter van het Comité van de Regio's

Luc VAN DEN BRANDE