16.12.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 306/36


Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (herschikking)

COM(2008) 809 definitief — 2008/0240 (COD)

2009/C 306/08

De Raad van de Europese Unie heeft op 16 februari 2009 besloten het Europees Economisch en Sociaal Comité overeenkomstig artikel 95 van het EG-Verdrag te raadplegen over het

„Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (herschikking)”

De afdeling Landbouw, plattelandsontwikkeling, milieu, die met de voorbereiding van de desbetreffende werkzaamheden was belast, heeft haar advies op 18 mei 2009 goedgekeurd. Rapporteur was de heer RETUREAU.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft tijdens zijn op 10 en 11 juni 2009 gehouden 454e zitting (vergadering van 10 juni) onderstaand advies uitgebracht, dat met 109 stemmen vóór, bij 3 onthoudingen, werd goedgekeurd.

1.   Conclusies van het Comité

1.1

Artikel 95 van het EG-Verdrag is de terechte rechtsgrond voor de herschikte richtlijn, waarmee de voorwaarden voor de productie en distributie van elektrische en elektronische apparatuur in de interne markt eenvormig worden gemaakt. Ook terecht is dat als rechtsinstrument voor een (herschikte) richtlijn is gekozen, omdat de lidstaten op het gebied van toepassing en controle eigen verantwoordelijkheden hebben, overeenkomstig de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid.

1.2

Het Comité vindt echter wel dat de controle op de toepassing van de herschikte richtlijn gericht moet zijn op een zo nauw mogelijke harmonisatie van de tenuitvoerlegging op de interne markt, teneinde mogelijke administratieve complicaties in een grensoverschrijdend kader en de concurrentieverstoringen die hieruit kunnen voortvloeien, te voorkomen.

1.3

Waar het gaat om eventuele wijzigingen in de lijst met toxische of gevaarlijke stoffen waarvan het gebruik verboden of strikt beperkt is, kan het Comité alleen instemmen met het gebruik van de comitéprocedure als de belanghebbende partijen geraadpleegd worden en een effectbeoordeling wordt gemaakt voor iedere stof die aan de lijst toegevoegd of van de lijst geschrapt wordt.

2.   Voorstellen van de Commissie

2.1

De Commissie stelt voor om de AEEA-richtlijn (afgedankte elektrische en elektronische apparatuur) te vervangen door een herschikte richtlijn, waarmee beoogd wordt om meer afgedankte apparatuur in te zamelen en te verwerken, het toepassingsgebied uit te breiden tot medische hulpmiddelen, ziekenhuismateriaal en meet- en regelapparatuur, en hergebruik van herstelbare apparaten te bevorderen. Doel van de Commissie is betere milieubescherming en administratieve vereenvoudiging. De voorgestelde BGS-richtlijn betreffende beperking van het gebruik van bepaalde toxische of gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (waarover dit EESC-advies gaat) kan niet los worden gezien van de herschikking van de AEEA-richtlijn, en dient bijgevolg zelf ook te worden herschikt.

2.2

Wat toxische of gevaarlijke stoffen betreft, zal deze herschikking volgens de diensten van de Commissie door de bank genomen leiden tot — weliswaar bescheiden — nettowinsten. Bovendien zullen de aanbevolen opties een belangrijk cumulatief effect hebben om de richtlijn te verduidelijken en de tenuitvoerlegging en handhaving ervan te harmoniseren, en aldus bij te dragen tot betere regelgeving.

2.3

Het gaat er met name om dat in het toepassingsgebied van de twee richtlijnen medische hulpmiddelen en meet- en regelapparatuur worden opgenomen, naast de andere apparatuur die reeds in de eerdere richtlijnen waren vermeld. Ook wordt benadrukt dat een deel van de apparatuur niet als afval moet worden verwerkt, maar opnieuw moet worden gebruikt. Aan de hand van passende verklaringen en controles moet het onderscheid tussen gerecyclede en afgedankte apparatuur duidelijk worden gemaakt.

2.4

De herschikte BGS-richtlijn behoudt haar rechtsgrond (artikel 95, interne markt) en hetzelfde geldt voor de herschikte AEEA-richtlijn (artikel 175, milieu), wat aansluit bij hun respectieve doelstellingen, die in essentie dezelfde blijven.

2.5

De bijlagen van de herschikte BGS-richtlijn geven nadere informatie over de aard van de bedoelde apparatuur (bijlagen I en II) en vormen het nieuwe uitgangspunt voor de herschikte AEEA-richtlijn. Er worden geen wijzigingen voorgesteld inzake de aard en de toegestane maximumhoeveelheden van de toxische of gevaarlijke stoffen waarvan de beperking met de BGS-richtlijn wordt beoogd. Via de comitéprocedure met toetsing kan de richtlijn worden aangepast aan de ontwikkeling van wetenschap en techniek en kunnen eventuele ontheffingen worden verleend.

2.6

De Commissie verwacht aanzienlijke milieuvoordelen: in medische hulpmiddelen en meet- en regelapparatuur worden namelijk tonnen in de BGS-richtlijn genoemde zware metalen gebruikt (meer dan 1 400 ton lood, ca. 2,2 ton cadmium), wat overeenkomt met 0,2 à 0,3 % van het gewicht van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. Wordt er slecht met afval omgesprongen, dan kunnen deze stoffen in het milieu terechtkomen (slechts 49,7 % van de afgedankte medische hulpmiddelen en 65,2 % van de afgedankte meet- en regelapparatuur wordt gescheiden ingezameld). Door in het kader van de BGS-richtlijn het gebruik van deze stoffen te beperken, kan er op middellange en lange termijn voor gezorgd worden dat zij niet meer in de (afgedankte) producten voorkomen. Uit een nadere analyse blijkt dat zelfs als er wordt uitgegaan van meer recycling, opname van deze apparatuur in het toepassingsgebied van de BGS-richtlijn gunstig is voor het milieu.

2.7

Als de definities in de met elkaar samenhangende richtlijnen horizontaal geharmoniseerd worden, kan dat bijdragen tot een betere toepassing en tot het wegwerken van administratieve belemmeringen (zie par. 3.3 hieronder) en al te grote verschillen in uitvoeringsprocedures.

3.   Algemene opmerkingen

3.1

Herschikking van instrumenten zoals de BGS- en AEEA-richtlijnen kan — zoals in onderhavig geval — een techniek vormen om eerdere wetgeving in vrij belangrijke mate te wijzigen.

3.2

Er zou een eind moeten worden gemaakt aan alle onzekerheid op het gebied van de werkingssfeer, de definities, de uiteenlopende praktijken van de lidstaten inzake de conformiteit van de producten en eventuele gevallen waarin eerdere richtlijnen overbodig zijn geworden ten gevolge van het nieuwe regelgevingskader REACH. Daadwerkelijke harmonisatie is geboden om de kosten van de uitvoering van de geplande maatregelen en de administratieve lasten te beperken.

3.3

Er moet gezorgd worden voor meer complementariteit en samenhang tussen beide richtlijnen en andere Gemeenschapswetgeving (gemeenschappelijk kader voor het op de markt brengen van producten (1), REACH (2), wetgeving inzake het ontwerp van energieverbruikende apparaten (3)).

3.4

Het Comité stelt tevreden vast dat de lijst met stoffen waarvan het gebruik in elektrische en elektronische apparatuur verboden of aan beperkingen onderhevig is, uiteindelijk niet wordt gewijzigd, zodat werknemers en consumenten op dezelfde mate van bescherming kunnen blijven rekenen.

3.5

Overbrenging van gevaarlijk afval naar landen die technisch niet zijn uitgerust om het behoorlijk te verwerken, komt vaak voor. In dit verband dringt het Comité aan op de nodige waakzaamheid, omdat dergelijk afval het milieu en de volksgezondheid in deze landen ernstig kan schaden. De verwerking van elektronisch afval leidt in sommige van deze landen al tot ernstige gezondheidsproblemen. Het zou nog erger kunnen worden als de in de AEEA-richtlijn bepaalde voorbereidende handelingen voor de verwerking van afval niet correct worden uitgevoerd en als er door de uitbreiding van het toepassingsgebied van de richtlijn (apparatuur die onder de categorieën 8 en 9 valt) nieuwe risico's bijkomen.

3.6

Met de voorgestelde herschikking wordt de lijst met stoffen waarvan het gebruik verboden of aan beperkingen onderhevig is, niet veranderd. Er moet goed op worden gelet dat eventuele producten die de meest toxische of gevaarlijke stoffen vervangen, zelf geen risico's met zich meebrengen; pas daarna mogen zij worden toegestaan. Vrijstellingen mogen alleen worden verleend voor stoffen waarvoor in het licht van de huidige technologische kennis en ontwikkelingen geen enkel alternatief bestaat; in dit geval moeten wel alle noodzakelijke beschermings- en voorzorgsmaatregelen worden genomen.

3.7

Het in de bijlagen I en II van de herschikte BGS-richtlijn gedefinieerde toepassingsgebied kan door de Commissie worden gewijzigd via de comitéprocedure met toetsing. Het Comité vindt echter dat verdere substantiële wijzigingen pas zouden mogen worden aangebracht na nieuwe effectbeoordelingen en nieuwe raadplegingsronden. Het juicht toe dat voor de eventuele invoering van een nieuw verbod op stoffen de REACH-methode wordt gebruikt.

3.8

Het Comité erkent dat er voor meer duidelijkheid en vermindering van de administratieve lasten kan worden gezorgd als de definities in alle betrokken richtlijnen (zie par. 3.3 hierboven) horizontaal geharmoniseerd worden.

3.9

Ook onderschrijft het dat de vaststelling van een redelijke maximale geldigheidsduur voor de vrijstelling van bepaalde stoffen (vier jaar) het zoeken naar alternatieve oplossingen kan stimuleren, terwijl de fabrikanten hiermee tegelijkertijd voldoende rechtszekerheid wordt geboden.

3.10

Het Comité is zich ervan bewust dat het gewijzigde regelgevingskader de groei van bedrijven en de werkgelegenheid beïnvloedt. Het vindt het een goede zaak dat de samenhang tussen de twee herschikte richtlijnen wordt verbeterd en dat er hierdoor voor vereenvoudiging wordt gezorgd op administratief en wetgevingsgebied.

3.11

Het Comité stemt in met de uitbreiding van het toepassingsgebied van de BGS-richtlijn tot twee nieuwe productcategorieën (categorieën 8 en 9: medische hulpmiddelen en meet- en regelapparatuur) en met de goedkeuring van het beginsel dat een deel van de ingezamelde apparatuur wordt hergebruikt. Het toezicht dat het mogelijk maakt om afgedankte apparatuur te onderscheiden van gerecyclede instrumenten en dat gebaseerd is op verklaringen en eventuele controlemaatregelen, is naar het oordeel van het Comité proportioneel.

3.12

Ook kan het Comité zich erin vinden dat de definities van de betrokken marktdeelnemers en de definities uit het pakket wetgeving inzake het op de markt brengen van producten op elkaar worden afgestemd en dat er nieuwe definities (bijv. van medische hulpmiddelen) worden toegevoegd.

3.13

Op deze manier hoopt het Comité van harte op een veel doeltreffender harmonisatie van de tenuitvoerlegging door de lidstaten dan bij de eerdere richtlijnen vóór de herschikking het geval was. Nadat enkele jaren praktijkervaring is opgedaan zou moeten worden geëvalueerd in hoeverre de doelstellingen zijn verwezenlijkt.

Gedaan te Brussel, 10 juni 2009.

De voorzitter

van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Mario SEPI


(1)  PB L 218 van 13.8.2008, blz. 82.

(2)  PB L 396 van 30.12.2006.

(3)  PB L 191 van 22.7.2005, blz. 29.