15.1.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 9/6


Eindverslag van de Raadadviseur-auditeur in Zaak COMP/B-1/37.966 — Distrigas

(opgesteld overeenkomstig de artikelen 15 en 16 van Besluit 2001/462/EG, EGKS van de Commissie van 23 mei 2001 betreffende het mandaat van de Raadadviseur-auditeur in bepaalde mededingingsprocedures — PB L 162 van 19.6.2001, blz. 21)

(2008/C 9/04)

De ontwerpbeschikking geeft aanleiding tot de volgende opmerkingen.

Achtergrond van de zaak

Deze zaak is het resultaat van een onderzoek ambtshalve, dat aanvankelijk was toegespitst op drie gasleveringscontracten tussen Distrigas NV (hierna „Distrigas” genoemd) en een industriële afnemer in België. De Commissie kwam tot de voorlopige conclusie dat bepaalde aspecten van deze contracten beperkingen van de mededinging en misbruik van machtspositie op de Belgische markt voor gaslevering inhielden, welke met de artikelen 81 en 82 van het EG-Verdrag strijdig waren.

I.   Voorlopige beoordelingen

Op 1 maart 2004 werd Distrigas en een industriële afnemer een mededeling van punten van bezwaar gezonden. Ik verleende Distrigas, na een verzoek in die zin, een verlenging tot 19 mei 2004 van de termijn om op de mededeling van punten van bezwaar te antwoorden. Zowel Distrigas als de industriële afnemer dienden schriftelijke antwoorden op de mededeling van punten van bezwaar in.

Op 16 juni 2004 vond een hoorzitting plaats, waarop Distrigas en de industriële afnemer hun standpunten ten aanzien van de bezwaren van de Commissie presenteerden.

Op 30 juni 2005 stelde de Commissie ten aanzien van Distrigas een voorlopige beoordeling vast die betrekking had op mededingingsbezwaren op grond van artikel 82 van het EG-Verdrag in verband met Distrigas gasleveringscontracten met een reeks industriële afnemers in België.

Op 8 mei 2006 stelde de Commissie ten aanzien van Distrigas een aanvullende mededeling van punten van bezwaar vast die betrekking had op mededingingsbezwaren op grond van artikel 82 van het EG-Verdrag in verband met alle gasleveringscontracten van Distrigas met industriële afnemers in België. In antwoord op specifieke verzoeken werden verlengingen van de antwoordtermijn toegestaan — aanvankelijk tot 30 juni 2006, nadien tot 7 juli 2006 en vervolgens tot 1 september 2006. Uiteindelijk werd, gezien de vooruitgang bij de besprekingen over toezeggingen (zie verder), geoordeeld dat Distrigas niet op de aanvullende mededeling van punten van bezwaar hoefde te antwoorden.

De mededeling van punten van bezwaar, de voorlopige beoordeling, en de aanvullende mededeling van punten van bezwaar zijn alle voorlopige beoordelingen in de zin van artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad.

II.   Indiening toezeggingen en markttoets

Op 11 juli 2006 diende Distrigas een voorstel voor toezeggingen in bij de Commissie, als antwoord op de mededingingsbezwaren die bij de voorlopige beoordelingen waren gerezen. Na overleg met de betrokken diensten van de Commissie werd op 1 maart 2007 een herzien voorstel voor toezeggingen ingediend.

Op 5 april 2007 publiceerde de Commissie een bekendmaking in het Publicatieblad overeenkomstig artikel 27, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1/2003 waarin de zaak en de door Distrigas voorgestelde toezeggingen werden samengevat, samen met een verzoek aan belanghebbenden hun opmerkingen te maken binnen een termijn van één maand. Nadat de opmerkingen van derden waren beoordeeld, vond overleg met de betrokken diensten van de Commissie plaats. Vervolgens diende Distrigas op 12 juni 2007 een verder aangepaste versie van de toezeggingen in. Distrigas bevestigde dat deze toezeggingen dienden te worden beschouwd als toezeggingen in de zin van artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1/2003.

III.   Toegang tot het dossier en tot de markttoets

Aanvankelijk kregen Distrigas en de industriële afnemer toegang tot het dossier na het uitgaan van de eerste mededeling van punten van bezwaar. Vervolgens kreeg Distrigas ook toegang tot het dossier na het uitgaan van de aanvullende mededeling van punten van bezwaar. Na de markttoets ontving Distrigas ook niet-vertrouwelijke versies van de antwoorden die in reactie op de markttoets waren ingekomen.

Conclusie

Ik ben van oordeel dat de rechten van de partijen om te worden gehoord in deze zaak zijn gerespecteerd.

Brussel, 25 september 2007.

Karen WILLIAMS