23.1.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 16/14


Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen

(2008/C 16/05)

Deze bekendmaking verleent het recht om op grond van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad (1) bezwaar aan te tekenen tegen de aanvraag. Bezwaarschriften moeten de Commissie bereiken binnen zes maanden te rekenen vanaf de datum van deze bekendmaking.

SAMENVATTING

VERORDENING (EG) Nr. 510/2006 VAN DE RAAD

„ČESKÉ PIVO”

EG-nummer: CZ/PGI/005/00375/14.10.2004

BOB ( ) BGA ( X )

Deze samenvatting bevat de belangrijkste gegevens uit het productdossier ter informatie.

1.   Bevoegde dienst van de lidstaat:

Naam:

Úřad průmyslového vlastnictví

Adres:

Antonína Čermáka 2a

CZ-160 68 Praha 6-Bubeneč

Tel.

(420) 220 383 111

Fax

(420) 224 324 718

E-mail:

posta@upv.cz

2.   Groepering:

Naam:

Sdružení České pivo

Adres:

Lípová 15

CZ-120 44 Praha 2

Tel.

(420) 224 914 566

Fax

(420) 224 914 542

E-mail:

Samenstelling:

Producenten/verwerkers ( X ) Andere samenstelling ( X )

3.   Productcategorie:

Categorie 2.1: Bier

4.   Overzicht van het productdossier:

(samenvatting van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 voorgeschreven gegevens)

4.1.   Naam: „České pivo”.

4.2.   Beschrijving: Het onderscheidende karakter van „České pivo” is gelegen in een aantal factoren, met name de gebruikte grondstoffen, de kennis die de brouwerijsector gedurende vele jaren heeft opgebouwd en de speciale brouwprocessen. Opmerkelijke kenmerken van de productie van „České pivo” zijn het decoctiemaischproces, het koken van het wort en de dubbele gisting. Het gehele productieproces (zorgvuldig geselecteerde grondstoffen, het moutingsproces en de bereiding van het bier in het oorspronkelijke gebied van Tsjechië) zorgt voor een specifiek en uniek product met een uitstekende reputatie.

De technische parameters voor „České pivo” worden hieronder vermeld. Het bier onderscheidt zich door de overheersende aanwezigheid van mout en hop en door het feit dat slechts een klein beetje pasteurisatie, gist of esters en geen buitenlandse smaken en geuren zijn toegestaan. Dat „České pivo” over het totaal genomen een minder intens aroma heeft, komt doordat het een relatief gering gehalte bijproducten van de gisting bevat. Het bier heeft een gemiddeld tot krachtig scherpe smaak en er komt langzaam kooldioxide vrij. Het bier heeft eveneens een gemiddelde tot volle body, hoofdzakelijk dankzij het gehalte ongegist restextract dat verband houdt met het verschil tussen de schijnbare en werkelijke vergistingsgraad. Minder vergisting betekent tevens een lager alcoholpercentage. Een zeer belangrijke eigenschap van „České pivo” is zijn bitterheid. De mate van bitterheid van het bier is gemiddeld tot hoog, met een matig tot licht scherp zure smaak, die minder snel verdwijnt. De bitterheid blijft langer bewaard in de mond en stimuleert de smaakcellen langer. De grotere bitterheid bevordert tevens de spijsvertering. Verdere kenmerken van „České pivo” zijn een hogere concentratie polyfenolen en een hogere pH-waarde.

Blond bier (blond lagerbier, blond tapbier en licht bier) heeft een zwak tot gemiddeld aroma van lichte mout en hop. Het heeft een gouden kleur van gemiddelde tot hogere intensiteit. Het bier sprankelt en wanneer het in een glas wordt gegoten ontstaat er een compacte witte kraag. Donker bier (donker lagerbier en donker tapbier) heeft een kenmerkend aroma van donkere en gekleurde mouten. Het heeft een gemiddeld scherpe smaak, met een karakteristieke volle body vanwege het aanzienlijke verschil tussen de schijnbare en werkelijke vergistingsgraad en de aanwezigheid van onvergistbare stoffen in de grondstoffen waaruit het bier is gebrouwen. De bitterheid wordt beïnvloed door de volle body van het bier. Secundaire karamel- en zoete smaken en geuren zijn toegestaan.

Kwaliteitsparameters

Blond lagerbier

extract van het oorspronkelijke gehopte wort: 11,00-12,99 (% gewicht);

alcoholpercentage: 3,8-6,0 (% volume);

kleur: 8,0-16,0 (EBC-eenheden);

bitterstoffen: 20-45 (EBC-eenheden);

pH-waarde: 4,1-4,8;

verschil tussen schijnbare en werkelijke vergistingsgraad: 1,0-9,0 (% rel.);

polyfenolen: 130-230 (mg/l).

Donker lagerbier

extract van het oorspronkelijke gehopte wort: 11,00-12,99 (% gewicht);

alcoholpercentage: 3,6-5,7 (% volume);

kleur: 50-120 (EBC-eenheden);

bitterstoffen: 20-45 (EBC-eenheden);

pH-waarde: 4,1-4,8;

verschil tussen schijnbare en werkelijke vergistingsgraad: 2,0-9,0 (% rel.).

Blond tapbier

extract van het oorspronkelijke gehopte wort: 8,00-10,99 (% gewicht);

alcoholpercentage: 2,8-5,0 (% volume);

kleur: 7,0-16,0 (EBC-eenheden);

bitterstoffen: 16-28 (EBC-eenheden);

pH-waarde: 4,1-4,8;

verschil tussen schijnbare en werkelijke vergistingsgraad: 1,0-11,0 (% rel.).

Donker tapbier

extract van het oorspronkelijke gehopte wort: 8,00-10,99 (% gewicht);

alcoholpercentage: 2,6-4,8 (% volume);

kleur: 50-120 (EBC-eenheden);

bitterstoffen: 16-28 (EBC-eenheden);

pH-waarde: 4,1-4,8;

verschil tussen schijnbare en werkelijke vergistingsgraad: 2,0-11,0 (% rel.).

Licht bier

extract van het oorspronkelijke gehopte wort: max. 7,99 (% gewicht);

alcoholpercentage: 2,6-3,6 (% volume);

kleur: 6,0-14,0 (EBC-eenheden);

bitterstoffen: 14-26 (EBC-eenheden);

pH-waarde: 4,1-4,8;

verschil tussen schijnbare en werkelijke vergistingsgraad: 1,0-11,0 (% rel.).

4.3.   Geografisch gebied: Het productiegebied van „České pivo” wordt als volgt omschreven:

zuidwesten: Chebská pánev, Český les, Šumava, Blanský les en de uitlopers van de Novohradské hory;

zuiden: Třeboňská pánev, het zuidelijke deel van Českomoravská vrchovina en de Dyje-rivier en Morava-rivier achter Hodonín;

zuidoosten: de westelijke en noordelijke delen van het beschermde landschapsgebied Bílé Karpaty;

oosten: de westelijke, noordelijke en zuidoostelijke delen van het beschermde landschapsgebied Beskydy;

westen: de Ohře-rivier, Mostecká pánev en de Elbe tot aan Děčín;

noordwesten: de Ploučnice-rivier, de Kamenice-rivier en de Lužické hory;

noorden: Liberecká pánev, de zuidelijke hellingen van de Krkonoše, de Broumovské hory en de zuidelijke hellingen van de Orlické hory;

noordoosten: de uitlopers van Kralický Sněžník, de Rychlebské hory en Zlatohorská vrchovina, de Opavice-rivier tot waar deze samenstroomt met de Opava, de Opava tot waar deze samenstroomt met de Oder, de Oder tot waar deze samenstroomt met de Olše, de Olše tot waar deze samenstroomt met de Lomná en de Lomná tot aan het beschermde landschapsgebied Beskydy.

De geografische aanduiding „České pivo” bevat de naam van het land omdat, hoofdzakelijk door de specifieke productiemethode die eeuwenlang kenmerkend voor het omschreven gebied is geweest, „České pivo” verbonden is met vrijwel het gehele grondgebied van het huidige Tsjechië. Eeuwenlang is hier constant en grotendeels op dezelfde wijze volledig gerijpt bier gebrouwen op basis van ondergisting. Daarbij worden decoctiemaischen, het koken van het wort en van de hop en afzonderlijke dubbele gisting gecombineerd (zie punt 4.5). „České pivo” heeft een hoger percentage ongegist extract, een hoger polyfenolgehalte, een hogere pH-waarde en een meer onderscheidende kleur, bitterheid en scherpte dan andere bieren.

Door de specifieke kenmerken van de gebruikte productiemethode, waaraan „České pivo” zijn karakteristieke eigenschappen ontleent, hebben de reputatie van het bier en de naam „České pivo” zich in binnen- en buitenland verspreid en is het product onmiskenbaar verbonden geraakt met de plaats waar het wordt bereid, namelijk Tsjechië.

Het belang van het concept en de reputatie van de kwaliteit van „České pivo” worden eveneens bevestigd door het feit dat deze naam vermeld stond in de lijst van beschermde aanduidingen in de overeenkomst van 1985 tussen de regeringen van de Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek en de Portugese Republiek betreffende de bescherming van herkomstaanduidingen, oorsprongsbenamingen en andere geografische en soortgelijke aanduidingen. Destijds was het omschreven gebied slechts een deel van het totale land. Na de ontbinding van de Tsjechische en Slowaakse Federale Republiek besloeg dit gebied het grootste deel van de nieuwe onafhankelijke staat. Consumenten over de hele wereld associëren de naam „České pivo” onmiskenbaar niet alleen met de plaats waar het wordt bereid, namelijk Tsjechië, maar vooral ook met de specifieke kenmerken en kwaliteit ervan.

De aanvrager van registratie van de geografische aanduiding „České pivo” is de vereniging van producenten die het bier in vrijwel geheel Tsjechië brouwen. De eigenschappen en reputatie van „České pivo” zijn zonder enige twijfel beïnvloed door de schat aan ervaring die Tsjechische mouters en brouwers gedurende vele jaren hebben opgedaan en van generatie op generatie hebben doorgegeven in het omschreven gebied van Tsjechië.

Qua oppervlakte behoort Tsjechië tot de kleine Europese staten. Zowel in het verleden als tegenwoordig geldt dat door de kleine omvang en het reliëf van het land in het hele omschreven gebied aan de productievoorwaarden — de gebruikte technologie en grondstoffen en de vaardigheden van de producenten — kan worden voldaan.

Gelet op het bovenstaande en met name de typische en traditionele methoden van bierproductie, die verschillen van de methoden in de omliggende gebieden, de niet na te bootsen smaak en eigenschappen van het bier (zie punt 4.2) en de bekendheid van het bier die zich uitstrekt tot ver buiten de grenzen van het omschreven gebied, heeft dat gebied duidelijk en onmiskenbaar een homogeen karakter.

Hop

HHop wordt in Tsjechië het meest geteeld in Žatecko, en wel in 355 gemeenten in de districten Louny, Chomutov, Kladno, Rakovník, Rokycany en Plzeň-sever, gevolgd door Úštěcko met 220 gemeenten in de districten Litoměřice, Česká Lípa en Mělník, en Tršicko met 65 gemeenten in de districten Olomouc, Přerov en Prostějov.

De Tsjechische hopteeltgebieden liggen in een overgangsgebied tussen gematigd zeeklimaat en continentaal klimaat. Verder ligt Žatecko in de regenschaduw van de Krušné hory en Český les, wat voor unieke omstandigheden in dit gebied zorgt.

In de Tsjechische hopteeltgebieden kunnen diverse bodemtypen (chernozems, rendzinas, bruine aarde en bruine gronden) evenals diverse grondsoorten (zand-, leem- en kleigrond) worden aangetroffen. Deze gronden zijn gevormd op verschillende petrografisch-geologische substraten.

In Žatecko bevinden de meeste hoptuinen zich op gronden die hun oorsprong vinden in lagen van de geologische formatie uit het Perm. Deze gronden, die bekend staan als Permische „red beds”, bevatten een aanzienlijke hoeveelheid ijzerverbindingen (6-7 % ijzeroxide), mangaan en verbindingen van andere metalen.

Het oostelijke deel van het hopteeltgebied Úštěcko ligt op een tertiaire formatie uit het Krijt en het centrale deel, Polepská blata, op quartaire sedimenten. In het westelijke deel van Úštěcko bevinden zich talrijke basaltische vulkaanrotsen.

De gronden van het hopteeltgebied Tršicko zijn voornamelijk van quartaire en deels van tertiaire origine.

De Permische rode gronden van het hopteeltgebied Žatecko worden beschouwd als de beste gronden voor hop van hoge kwaliteit. Dit zijn meestal kleileemgronden die nadat zij tot op een bepaalde diepte zijn omgewerkt, goed water en lucht en voedingsstoffen kunnen opnemen. Een licht zure tot neutrale grond is voor de hopteelt het beste. Of gronden geschikt zijn voor hopteelt hangt niet alleen af van hun natuurlijke eigenschappen, maar voor een belangrijk deel ook van de mate van bodemverbetering en -ontwikkeling, de hoeveelheid organische en minerale kunstmest die wordt gebruikt, en andere vormen van langdurige behandeling waardoor gunstige omstandigheden voor de hopteelt worden gecreëerd.

4.4.   Bewijs van oorsprong: Elke bierproducent houdt een lijst bij met de leveranciers van al zijn grondstoffen. De oorsprong van de grondstoffen staat vermeld op de afleveringsbonnen. Bovendien moet de oorsprong van hop die in Tsjechië is geteeld, traceerbaar zijn volgens Wet nr. 97/1996 Coll. Tevens wordt een lijst met kopers van het eindproduct bijgehouden. Op alle productverpakkingen staan de verplichte gegevens over de producent en het product zelf. Dit maakt dat het product goed traceerbaar is. Het productieproces zelf wordt zorgvuldig en nauwkeurig gecontroleerd en de gegevens van elke partij worden geregistreerd zodat vervolgens de oorsprong van alle grondstoffen die voor elke partij „České pivo” worden gebruikt, kan worden getraceerd. Het lokale kantoor van de Tsjechische dienst voor de keuring van landbouwproducten en levensmiddelen ziet erop toe dat het product overeenkomstig de specificaties wordt vervaardigd.

4.5.   Werkwijze voor het verkrijgen van het product: Grondstoffen voor de bierproductie:

Mout: Er wordt een lichte mout gebruikt die ook bekend staat als „Pilsener mout”, bereid uit tweerijige zomergerst. De gerstrassen die voor de moutproductie worden gebruikt, zijn afkomstig van gecultiveerde rassen die door de Tsjechische dienst voor de keuring van landbouwproducten en levensmiddelen in Brno zijn goedgekeurd en door het Onderzoeksinstituut voor brouwen en mouten in Praag zijn aanbevolen met het oog op de bereiding van „České pivo” (voor alle gegevens over congreswort zie de tabel hieronder).

De huidige internationale en Europese kwaliteitseisen voor het brouwen van gerst laten een voorkeur zien voor rassen met grote enzymwerking, een hoog extractgehalte en een hoge eindvergistingsgraad. Kenmerkend voor „České pivo” zijn evenwel een lagere proteolytische en cytolytische modificatie en een vergistingsgraad die tot het ontstaan van een restextract leidt. Op grond hiervan zijn de volgende fundamentele parameters gespecificeerd voor rassen die geschikt zijn voor de productie van „České pivo”:

Er worden Tsjechische hop en verwerkte hopproducten gebruikt, vooral de rassen die worden geteeld in geselecteerde gebieden van: 1. Žatecko; 2. Úštěcko; en 3. Tršicko. De hop wordt geteeld in leem of kleileemgronden. Permische rode gronden zijn karakteristiek voor de Žatecko-regio. Hop gedijt het best bij een gemiddelde jaartemperatuur van 8-10 °C.

De gebruikte hop heeft specifieke kenmerken en verschilt van de hop die elders in de wereld wordt geteeld, hoofdzakelijk vanwege de verhouding alfabitter-/betabitterzuren. Deze verhouding is voor gangbare rassen doorgaans 2,5:1, maar voor de hop in dit gebied geldt een gemiddelde van 1:1,5. Nog een onderscheid met andere hopsoorten is het gehalte beta-farneseen van 14-20 % van de totale essentiële oliën. De hoprassen die in het betreffende gebied worden geteeld, en in het algemeen alle hoprassen voor de productie van „České pivo”, dienen te worden goedgekeurd door de toezichthoudende instanties en aanbevolen door het Onderzoeksinstituut voor brouwen en mouten.

Water: Voor de bereiding van „České pivo” wordt water uit lokale bronnen gebruikt. De hardheid van het water dat voor het brouwen wordt gebruikt, wordt als zacht tot middelhard aangemerkt.

Brouwersgist — Er wordt gebruik gemaakt van stammen van brouwersgist voor ondergisting (Saccharomyces cerevisiae subsp. uvarum) die geschikt zijn voor de productie van „České pivo” en het in de specificaties vermelde verschil tussen de schijnbare en werkelijke vergistingsgraad teweegbrengen. De meest frequent gebruikte stammen zijn de nummers 2, 95 en 96, die deel uitmaken van de verzameling stammen voor de reproductie van brouwersgist van het Onderzoeksinstituut voor brouwen en mouten met als registratienummer RIBM 655, en beschikbaar zijn voor alle producenten van „České pivo”.

Productie:

De bierproductie begint in de brouwerij waar gemalen mout met water wordt gemengd en gemaischt, waardoor het onvergistbare zetmeel wordt omgezet in vergistbare suikers. Bij het maischen zelf wordt een een- tot drietraps-decoctiemethode gehanteerd; de infusiemethode wordt niet toegepast. Ten minste 80 % van al het moutschroot bestaat uit mout die is bereid uit goedgekeurde rassen, wat het smaakprofiel van „České pivo” garandeert.

De samenstelling van het moutschroot, inclusief de verwerkte hoeveelheid, wordt genoteerd in het brouwlogboek en de oorsprong van het mout staat vermeld op de afleveringsbonnen. De temperatuur en de maischtijd worden eveneens opgetekend in het brouwlogboek. Nadat het maischen is voltooid en de onoplosbare moutdeeltjes via een proces dat bekend staat als klaren zijn afgezonderd, begint de bereiding van het wort door het samen met de hop te koken. Tijdens deze fase, die 60 tot 120 minuten duurt, moet een verdampingspercentage van minimaal 6 % worden bereikt. De hop kan in ten hoogste drie keer worden toegevoegd. De minimale hoeveelheid Tsjechische hop of de producten die bij de verwerking daarvan ontstaan, is 30 % voor blonde lagerbieren en ten minste 15 % voor andere biersoorten. De samenstelling van de hop, inclusief de samenstelling van de partij grondstoffen, wordt genoteerd in het brouwlogboek; de oorsprong van de grondstoffen staat vermeld op de afleveringsbonnen. Na het koken van het wort laat men het gehopte wort afkoelen tot een temperatuur van 6-10 °C en wordt het belucht. Vervolgens wordt brouwersgist toegevoegd dat uitsluitend bestemd is voor ondergisting (Saccharomyces cerevisiae subs. uvarum).

De gisting vindt plaats bij een maximumtemperatuur van 14 °C en dit technologische proces wordt normaal gesproken gescheiden van de nagisting; er is dus sprake van dubbele gisting. Het temperatuurverloop tijdens de gisting wordt in het gistingslogboek genoteerd. De nagisting vindt plaats bij ongeveer 0 °C. Na de rijping door nagisting in tanks, wordt het bier gefilterd en in vaten, flessen of blikken verpakt of in tankwagens vervoerd. Het is ook mogelijk om ongefilterd bier te maken. Het eindproduct moet voldoen aan de kwaliteitsparameters van punt 4.2.

De gehele bierproductietechnologie staat onder voortdurend toezicht.

Toezichtmethode:

Wort:

Extract van eerste wort: Monsterneming 10 minuten na aanvang van de klaring.

Bepaling van extract: pyknometrisch, met een suikermeter of speciaal toestel (A. Paar of ander apparaat dat geschikt is om het extract te meten).

Helderheid van het wort bij 25 °C: Nefelometrisch bij 25 °C, meting na 30 minuten temperen.

Meting van extract van laatste wort bij 25 °C: Extract gemeten via dezelfde methode als het extract van het eerste wort.

Gehopte wort:

Extract van gehopt wort: Monsterneming 15 minuten na aanvang van het koken van het wort.

Bepaling van het extract: Pyknometrisch, met een suikermeter of speciaal toestel (A. Paar of ander apparaat dat geschikt is om het extract te meten).

Bezinksel: Visuele controle van geroerde gehopte wort 5 minuten na het koken van het wort in een Imhoff-kegel of ander klein bakje waarin het bezinksel kan worden vastgesteld.

Helderheid van het gehopte wort: Het gehopte wort wordt gefilterd (filterpapier, blauwe strook) en het filtraat wordt gebruikt voor nefelometrische bepaling onder een hoek van 90°. De meting wordt gedeeltelijk verricht bij 20 °C (verwarming gedurende 20 minuten) en gedeeltelijk bij 5 °C (verwarming gedurende 20 minuten).

Bepaling van de bitterheid van gehopt wort: Gehalte van iso-α-bitterzuren (IBU).

Werkelijke vergistingsgraad van gehopt wort: Gemeten via een aanbevolen methode.

Jongbier:

Bepaling van het aantal gistcellen in de vloeistof met behulp van een microscoop.

Bepaling van de levensvatbaarheid van de gist (met gebruik van methyleenblauw)

Meting van iso-α-bitterzuren (IBU) via aanbevolen methoden.

Gelagerd bier:

Basisanalyse: Schijnbaar en werkelijk extract, alcoholpercentage, berekening van extract in het oorspronkelijke wort, meting van iso-α-bitterzuren (IBU), helderheid van het bier onder een hoek van 90°, werkelijke vergistingsgraad en bierkleur.

De controles worden uitgevoerd door laboratoria van brouwerijen of door een gespecialiseerd laboratorium (bijv. het Onderzoeksinstituut voor brouwen en mouten) in overeenstemming met de analytische normen voor de brouwerij- en mouterijsector of de EBC-Analytica.

4.6.   Verband: Uit archeologisch onderzoek komt naar voren dat bier reeds voor de tijd van de Slaven door de bewoners van het omschreven geografische gebied (hierna het „betreffende gebied” genoemd) werd geproduceerd en tevens door de Slaven zelf. De oudste gegevens over het brouwen van bier in het betreffende gebied houden verband met het Břevnovský klášter (klooster van Brevnov), waar Benedictijner monniken in 993 A.D. bier en wijn bereidden.

Het eerste bewijs van de hopteelt in het betreffende gebied is de stichtingsakte waarmee prins Břetislav I een tiende voor hop uit Žatec, Stará en Mladá Boleslav toekende aan het kapittel van St. Wenceslas in Stará Boleslav. Het eerste historische document dat rechtstreeks in verband kan worden gebracht met de bierproductie, is de stichtingsakte van het kapittel van Vyšehrad, die in 1088 door de eerste Boheemse koning, Vratislav II, werd uitgevaardigd. Dit document, waarvan afschriften bewaard zijn gebleven, verwijst naar een tiende voor hop en andere giften, zoals onroerend goed en betalingen, aan de kanunniken van het kapittel van Vyšehrad. Talloze andere documenten tussen 1090 en 1100 hebben betrekking op de hopteelt, mout, bier, brouwvergunningen en de export van bier. Vanaf 1330 wordt er gewag gemaakt van mouten en brouwen in vele koninklijke, adellijke en burgerlijke documenten.

Het brouwproces werd van generatie op generatie doorgegeven. Aanvankelijk was de productie van bier een privilege van individuen (bijv. burgers met een brouwvergunning en edelen). In de veertiende eeuw ontstonden er gilden van mouters en brouwers. De productie van bier via onder- en bovengisting bleef snel groeien en mondde uiteindelijk uit in de oprichting van de industriële brouwerijen die de traditie van „České pivo” tot op heden voortzetten. Een belangrijke mijlpaal was de stichting van de burgerbrouwerij in Plzeň in 1842.

De bierproductie via ondergisting werd verder verbeterd en de typische eigenschappen van dit bier waren volkomen anders dan de bieren die tot dan toe werden geproduceerd. Deze goudkleurige, sprankelende drank met een aangename hopsmaak en een mooie compacte kraag verspreidde zich over de hele wereld. Dit markeerde het begin van een nieuw tijdperk in de ontwikkeling van de brouwerijsector wereldwijd, die sneller groeide dan ooit, niet alleen in de Tsjechische landen, maar ook in Oostenrijk-Hongarije, Duitsland en andere Europese landen. In de decennia die volgden, werden talloze brouwerijen gesticht, alle uitgerust met de modernste technologie. Geleidelijke verbeteringen in machines en technologie hebben geleid tot de moderne grootschalige productie van vandaag. Het basisprincipe is echter nog altijd hetzelfde. Het bier, waarvoor hoofdzakelijk lokale grondstoffen werden en nog steeds worden gebruikt (d.w.z. grondstoffen die afkomstig zijn uit het betreffende gebied met zijn specifieke bodemeigenschappen en weersomstandigheden), heeft respect afgedwongen en in binnen- en buitenland een sterke positie opgebouwd. De populariteit ervan wordt gestaafd door talrijke gegevens over de export van „České pivo”, niet alleen in het verleden maar ook in het heden.

„České pivo” wordt geproduceerd via de hierboven beschreven methode, die gebaseerd is op de vaardigheden van Tsjechische brouwers, uitsluitend in het betreffende gebied, en wel voornamelijk uit lokale grondstoffen van de gespecificeerde kwaliteit en uit lokale waterbronnen. Dit alles geeft „České pivo” specifieke eigenschappen die voortvloeien uit de unieke samenstelling ervan.

Uit studies van het Onderzoeksinstituut voor brouwen en mouten in Praag blijkt dat „České pivo” aanzienlijk van buitenlandse bieren verschilt. Geselecteerde Tsjechische en buitenlandse bieren werden aan een zorgvuldige analytische en zintuiglijke beoordeling onderworpen.

Er werd een gedetailleerd analytisch en statistisch model ontworpen waarmee overeenkomsten en verschillen tussen diverse bieren konden worden vastgesteld. De resultaten werden verwerkt met behulp van multidimensionale statistische methoden (factoranalyse, multivariate variantieanalyse, clusteranalyse, enz.). Aangetoond is dat „České pivo” kan worden onderscheiden van buitenlandse bieren in dezelfde categorie.

In de meeste gevallen bevat „České pivo” (ongegist) restextract, wat een van zijn meest typische kenmerken vormt. Tevens onderscheidt het zich van buitenlandse bieren door zijn sterkere kleur, de mate van bitterheid, de pH-waarde en het polyfenolgehalte. De sterkere kleur en het hogere polyfenolgehalte zijn het gevolg van het decoctiemaischproces dat in Tsjechië gewoonlijk wordt gebruikt. De waarde van al deze parameters wordt bepaald door de kwaliteit en samenstelling van de grondstoffen en de technische en technologische omstandigheden. Uit technologisch oogpunt vloeien de gangbare kenmerken voort uit de samenstelling van het moutschroot, de hoeveelheid hop, de geselecteerde giststam en de gehanteerde gistingsmethode, alle gecombineerd met de brouwtraditie en de menselijke factor. Uit zintuiglijk oogpunt wordt „České pivo” gekenmerkt door zijn vollere body, zijn hogere mate van bitterheid, het feit dat de bitterheid minder snel verdwijnt en het minder vaak voorkomen van buitenlandse geuren en smaken.

Dat de productie van dit bier zo uniek is, komt doordat er een eeuwenoude traditie van bier brouwen in het betreffende gebied bestaat en doordat dit ambacht in zijn specifieke vorm tot op de dag van vandaag van generatie op generatie wordt doorgegeven. De gunstige omstandigheden voor de hopteelt in het betreffende gebied en de beroepsvaardigheden die de werknemers zich tijdens hun opleiding aan Tsjechische scholen op elk niveau verwerven, staan garant voor de uitstekende reputatie van „České pivo” in de gehele wereld. De naam „České pivo” werd reeds gebruikt in de bijlage bij de overeenkomst tussen de regeringen van de Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek en de Portugese Republiek betreffende de bescherming van herkomstaanduidingen, oorsprongsbenamingen en andere geografische en soortgelijke aanduidingen. Deze overeenkomst werd gepubliceerd bij besluit van de minister van Buitenlandse Zaken nr. 63/1987 Coll. van 18 mei 1987.

In 2003 hield het Tsjechisch verkeersbureau Czech Tourism een enquête naar de manier waarop toeristen tegen Tsjechië aankijken en naar de redenen waarom zij dit land als bestemming kiezen. De doelgroep bestond uit toeristen uit Duitsland, Oostenrijk, Polen, Italië, Nederland, de Verenigde Staten, Japan, Scandinavische landen, Rusland, Zuid-Korea en Arabische landen. In totaal werden 1 800 respondenten ondervraagd (150 respondenten uit elk land of elke groep landen). De steekproef bestond voor 66 % uit mannen. Uit de enquête bleek dat Tsjechië in de eerste plaats wordt geassocieerd met Praag (47 %) en de uitstekende kwaliteit van het bier (45 %). De vraag was: „Bij de naam „Tsjechië” denk ik allereerst aan …”.

De populariteit van „České pivo” valt eveneens af te lezen aan de gestaag groeiende export.

4.7.   Controlestructuur:

Naam:

Státní zemědělská a potravinářská inspekce

Adres:

Květná 15

CZ-603 00 Brno

Tel.

(420) 543 540 205

Fax

(420) 543 540 210

E-mail:

sekret.ur@spzi.gov.cz

4.8.   Etikettering: De aanduiding „České pivo” vormt een onderdeel van de merknaam op het hoofdetiket van het product.

De specificatie „České pivo” is geenszins bedoeld om verwijzing naar productie in Tsjechië te voorkomen in geval van bieren die niet als „České pivo” worden aangemerkt conform nationale en communautaire voorschriften. Dergelijke verwijzingen mogen evenwel geen onderdeel vormen van de merknaam op het hoofdetiket van zulke bieren.

Verwijzingen naar „BGA”, „beschermde geografische aanduiding” en het bijbehorende communautaire symbool moeten duidelijk gekoppeld zijn aan de term „České pivo” en mogen niet de indruk wekken dat andere termen op het etiket geregistreerd zijn.


(1)  PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12.