28.5.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 120/56


Advies van het Comité van de Regio's over „De vernieuwing van EMAS en het milieukeursysteem”

2009/C 120/11

HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

is van oordeel dat de milieubeheersystemen van organisaties en de milieukeuren van producten geschikte marktinstrumenten zijn om ervoor te zorgen dat de verschillende actoren in de samenleving verantwoorder omgaan met het milieu en dat de milieubescherming naar een hoger niveau wordt getild;

beschouwt het EMAS-systeem als een goed instrument voor tal van organisaties, omdat het gebruik ervan allerlei voordelen kan opleveren: minder schadelijke gevolgen voor het milieu; minder verontreinigingskosten (energieverbruik, afvalverwerking); zekerheid dat de milieuwetgeving wordt gerespecteerd; verbetering van de efficiency enz.;

acht het van belang dat ook wordt vastgelegd hoe gedetailleerd de beoordeling van de milieuvriendelijkheid van een EMAS-organisatie moet zijn, en dat er adequate eisen worden gesteld aan de milieuaudits op de verschillende niveaus, te weten het primaire (productie), het secundaire (aanbesteding) en het tertiaire (overige). Niet alle kleine en middelgrote ondernemingen en lokale en regionale bestuursorganen beschikken over de voor een milieuaudit benodigde kennis, competentie en expertise en moeten dan ook een beroep doen op een externe consultant;

hecht omwille van de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de Europese milieukeur belang aan handhaving van het systeem van voorafgaande controle. Als men wil voldoen aan de ISO-norm, zal het orgaan dat de milieukeuren toekent, zowel van tevoren als achteraf een controle moeten uitvoeren om te waarborgen dat het product waarvoor een keur is aangevraagd, bantwoordt aan de vereiste criteria. Het voorstel om de aanvraag op een andere manier te gaan controleren en een systeem van registratie en toezicht achteraf in te voeren doet ernstig afbreuk aan de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de milieukeur;

Algemeen rapporteur

:

Mevrouw Lundberg (FI/ALDE), lid van het regionale bestuur van de Åland-eilanden

Referentiedocumenten:

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een communautair systeem van milieukeuren COM(2008) 401 final — 2008/0152 (COD)

en

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) COM(2008) 402 final - 2008/0154 (COD)

I.   BELEIDSAANBEVELINGEN

HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

Algemeen (EMAS en Milieukeur)

1.

is van mening dat vernieuwing van het EMAS-systeem en het systeem van EU-keurmerken buitengewoon belangrijk is en in aanzienlijke mate bijdraagt tot de verwezenlijking van de Europese doelstellingen op het gebied van een duurzaam productbeleid en duurzaam consumentenbeleid, zoals die o.a. zijn geformuleerd in het Lissabonverdrag en de EU strategie voor duurzame ontwikkeling, en dat aldus ook wordt bijgedragen tot de verwezenlijking van de Europese doelstellingen op het gebied van klimaatbeleid;

2.

vindt deze vernieuwingen met name zo belangrijk omdat geen van beide systemen de steun en invloed heeft weten te verwerven waarop men had gehoopt;

3.

is van oordeel dat de milieubeheersystemen van organisaties en de milieukeuren van producten geschikte marktinstrumenten zijn om ervoor te zorgen dat de verschillende actoren in de samenleving verantwoorder omgaan met het milieu en dat de milieubescherming naar een hoger niveau wordt getild;

4.

wijst erop dat ook de regionale en lokale actoren meer gebruik zouden kunnen maken van deze sytemen; bij veranderingen in wetgeving en steunmaatregelen ten gunste van deze systemen zal aandacht moeten worden besteed aan de mogelijkheden van kleine en grotere openbare organisaties om hiervan gebruik te maken;

5.

benadrukt dat het voorstel inzake het EMAS-systeem weliswaar vrij gedetailleerde regels, procedures en verplichtingen omvat, maar toch nog altijd in overeenstemming is met het subsidiariteits– en evenredigheidsbeginsel (de uitvoering wordt overgelaten aan de lidstaten resp. de regionale en lokale overheden in de landen). Het systeem van milieukeuren sluit geen andere systemen uit en kan parallel aan nationale en regionale systemen worden gebruikt, mits deze aan een aantal strikte criteria voldoen;

6.

onderstreept dat geen van beide op vrijwillige deelname gebaseerde systemen onnodige administratieve rompslomp met zich mee brengt; bij het ontwikkelen en controleren van het systeem van milieukeuren wordt flexibiliteit betracht en ook het voorstel inzake het EMAS systeem gaat uit van flexibilisering van het regelgevingskader;

7.

acht de voorstellen in overeenstemming met de strategie van de Europese Commissie ter verbetering van de wet- en regelgeving (vereenvoudiging van regels, vermindering van administratieve lasten voor ondernemingen en overheden);

Het doel van wijziging van de EMAS-verordening

8.

beschouwt het EMAS-systeem als een goed instrument voor tal van organisaties, omdat het gebruik ervan allerlei voordelen kan opleveren: minder schadelijke gevolgen voor het milieu; minder verontreinigingskosten (energieverbruik, afvalverwerking); een milieuvriendelijker imago; zekerheid dat de milieuwetgeving wordt gerespecteerd; verbetering van de efficiency enz.;

9.

is er voorstander van dat er kwantitatieve en meetbare doelstellingen worden geformuleerd ter bepaling van het aantal organisaties die vijf resp. tien jaar na de inwerkingtreding van de verordening over een EMAS-registratie beschikken;

10.

is van mening dat de doelstellingen gemakkelijker verwezenlijkt kunnen worden als ook de lidstaten hun eigen doelstellingen ter opvoering van het aantal organisaties met een EMAS registratie zouden formuleren;

11.

dringt er met kracht op aan dat er alles aan wordt gedaan om meer bekendheid te geven aan EMAS, omdat dit systeem bijv. in de openbare sector in Noord-Europa zo goed als onbekend is en niet wordt gebruikt;

12.

wijst erop dat het goed zou zijn als er in de tekst van de verordening aandacht zou worden besteed aan de invalshoek van de organisaties die van plan zijn om gebruik te maken van EMAS. Deze organisaties zijn voor alles geïnteresseerd in de opzet van het EMAS-systeem, waarnaar het echter lang zoeken is, omdat ze is ondergebracht in Bijlage II. Deze tekortkoming zou het gemakkelijkst kunnen worden verholpen indien Bijlage II als afzonderlijk hoofdstuk onder de titel „Structuur en eisen van het EMAS-systeem” in de tekst van de ontwerpverordening zelf zou worden opgenomen;

13.

is ingenomen met het voorstel dat er een EMAS-registratie resp. -deelregistratie kan worden toegekend aan nationale of regionale milieubeheersystemen, wat het er voor de organisaties gemakkelijker op zou maken om van een dergelijk systeem over te schakelen op EMAS zelf. Aldus zouden er een groot aantal potentiële EMAS organisaties, die hun eerste stap op weg naar registratie reeds hebben gezet, bij komen. Bovendien zouden deze plaatselijke systemen er geloofwaardiger op worden doordat ze worden gelinkt aan EMAS;

14.

zou de Commissie in overweging willen geven om minimumeisen op te stellen voor systemen die ten dele overeenkomen met EMAS, teneinde te voorkomen dat er aanvragen worden ingediend die enkel betrekking hebben op afzonderlijke onderdelen van milieubeheersystemen, zonder dat gesproken kan worden van een volledig milieubeheersysteem;

15.

stelt o.a. de volgende minimumeisen voor: een milieubeleid dat gericht is op een voortdurende verbetering van de prestaties; een milieuanalyse waarin de milieu-effecten van de maatregelen van de organisatie zijn aangegeven; naleving van de bepalingen van de milieuwetgeving; milieudoelstellingen die betrekking hebben op belangrijke milieu-aspecten; een milieuprogramma of actieplan waarin is vastgelegd wie verantwoordelijk is voor het verwezenlijken van de milieudoelstellingen, in wat voor soort maatregelen er wordt voorzien en volgens welk tijdschema deze worden uitgevoerd; toereikende middelen om het milieuprogramma in praktijk te brengen; interne communicatie over het milieubeheersysteem op de verschillende niveaus van de organisatie, en een externe audit inzake het milieubeheersysteem;

16.

is van mening dat de in Bijlage IV gegeven instructies m.b.t. de milieurapportage voor verbetering vatbaar zijn. Bepaalde geplande indicatoren, zoals materiaalefficiëntie, zijn vooral voor kleine en middelgrote dienstverlenende bedrijven en bijv. ook voor lokale actoren onmogelijk om te meten. Het aantal gebruikte materialen is zo groot dat alleen al het verzamelen van gegevens over de belangrijkste materialen een onoverkomelijke opgave is. Ook de effecten die kleine en middelgrote bedrijven en kleine openbare instellingen hebben op de biodiversiteit, zijn in de meeste gevallen verwaarloosbaar, zodat het weinig zin heeft om hier rapportageverplichtingen op te leggen;

17.

acht het van belang dat ook wordt vastgelegd hoe gedetailleerd de beoordeling van de milieuvriendelijkheid van een EMAS-organisatie moet zijn, en dat er adequate eisen worden gesteld aan de milieuaudits op de verschillende niveaus, te weten het primaire (productie), het secundaire (aanbesteding) en het tertiaire (overige). Niet alle kleine en middelgrote ondernemingen en lokale en regionale bestuursorganen beschikken over de voor een milieuaudit benodigde kennis, competentie en expertise en moeten dan ook een beroep doen op een externe consultant;

18.

maakt zich zorgen over de kosten die overheden en particuliere ondernemingen moeten opbrengen om gebruik te mogen maken van EMAS en milieukeuren, en is van mening dat beide systemen op ruimere schaal zouden worden benut als er geen of minder vergunningen werden vereist. Overigens dient hier wel een onderscheid te worden gemaakt tussen EMAS en het milieukeur-systeem vanwege de verschillende hieraan verbonden kostenplaatjes voor de deelnemende organisaties;

19.

is van mening dat de administratieve lasten voor ondernemingen die EMAS invoeren, moeten worden verminderd, hoewel het terugdringen van bureaucratische rompslomp nooit mag leiden tot een verlies aan geloofwaardigheid van het EMAS-systeem in de ogen van overheden, consumenten of organisaties die tot het systeem wensen toe te treden;

Milieukeuren

20.

acht de geformuleerde doelstellingen een stap in de goede richting; het is m.n. een goede zaak dat de verschillende actoren worden betrokken bij het uitwerken van de criteria voor milieukeuren en dat eerder wordt beslist of ze al dan niet aanvaard zijn, want hierdoor kunnen nieuwe producten sneller in aanmerking komen voor een milieukeur;

21.

dringt erop aan de benaming „EU” toe te voegen aan het milieukeur, zodat het voor het grote publiek duidelijker wordt dat het hier om een initiatief van de Europese Unie gaat;

22.

vindt het een goede zaak als de procedure voor het uitwerken van milieukeurcriteria wordt verkort in het geval van productgroepen die reeds op basis van een ander milieukeursysteem zijn erkend. Het in Noord-Europa gangbare zwanenlogo („Nordic Swan”) en het Duitse „Der Blaue Engel” bijv. zijn in de respectieve lidstaten zulke bekende milieukeuren dat ze een stimulerend effect kunnen hebben op de milieukeur van de EU;

23.

staat achter het voorstel om de jaarlijkse vergoedingen voor het gebruik van milieukeuren voor producten af te schaffen, omdat hierdoor de financiële bedenkingen die tal van kleine en middelgrote ondernemingen hebben t.a.v. deelname aan het milieukeursysteem, worden weggenomen;

24.

schaart zich achter het voorstel om belanghebbende partijen een handleiding te laten opstellen voor de autoriteiten die openbare aanbestedingen uitschrijven. Dit zal het er voor openbare aanbesteders gemakkelijker op maken om milieukeurcriteria op te nemen in de aanbestedingsprocedure. Een handleiding is een welkome steun voor de lokale en regionale overheden bij hun werkzaamheden;

25.

hecht omwille van de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de milieukeur belang aan handhaving van het systeem van voorafgaande controle. De Europese milieukeur is een op ISO 14024 gebaseerd en van de levenscyclusbenadering uitgaand certificatiesysteem, dat door derden moet worden geverifieerd. Als men wil voldoen aan de ISO-norm, zal het orgaan dat de milieukeuren toekent, zowel van tevoren als achteraf een controle moeten uitvoeren om te waarborgen dat het product waarvoor een keur is aangevraagd, beantwoordt aan de vereiste criteria. Het voorstel om de aanvraag op een andere manier te gaan controleren en een systeem van registratie en toezicht achteraf in te voeren doet ernstig afbreuk aan de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de milieukeur;

26.

kan zich niet vinden in het voorstel om in het geval van productgroepen waarvoor reeds de milieucriteria van de EU worden gehanteerd, de criteria voor de nationale en regionale milieukeursystemen zodanig aan te scherpen dat ze minstens op het niveau van de Europese milieukeur komen te liggen. Bij het bepalen van de striktheid van de in de verschillende milieukeursystemen te hanteren criteria zal rekening moeten worden gehouden met hun toepassingsgebied en zal een en ander moeten worden bezien in relatie tot het milieu en de marktsituatie. Tal van factoren die hier een cruciale rol spelen, zoals de toestand van het milieu, de milieudruk en de kwetsbaarheid van het milieu, variëren zeer sterk per regio;

27.

acht het van zeer groot belang dat de lidstaten en de Commissie hun voorlichtings- en informatiecampagnes efficiënter gaan opzetten. Samenwerking met actoren uit de detailhandel zou in dit verband het meeste opleveren, want het is in de winkel waar de klant meestal zijn keuze bepaalt en beslist welk product hij zal kopen. Winkeliers hebben dan ook veel mogelijkheden om invloed uit te oefenen op het koopgedrag van de consument.

28.

ziet het als een prioritaire doelstelling dat consumenten de beschikking krijgen over steeds meer producten en diensten die voldoen aan de criteria van het EU-milieukeur. Dit moet worden bevorderd door het ontwikkelen van methodes voor het ontwerpen van producten die gedurende hun gehele levenscyclus voldoen aan de criteria welke voor de relevante productgroep zijn vastgesteld. Het beveelt derhalve aan dat de bevoegde overheden programma's ten uitvoer leggen om ecodesign (onder meer gebaseerd op de bestaande criteria van het milieukeur) aan te moedigen, om ondernemingen hierin bij te staan en om proefprojecten te ondersteunen;

II.   AANBEVELINGEN VOOR WIJZIGINGSVOORSTELLEN

Wijzigingsvoorstel 1

EMAS-verordening

Art. 7

Voorstel van de Commissie

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Artikel 7 —

Afwijking voor kleine organisaties

1.

Op verzoek van een kleine organisatie verlengen de bevoegde instanties voor die organisatie de in artikel 6, lid 1, bedoelde periode van drie jaar tot ten hoogste vijf jaar of de in artikel 6, lid 2, bedoelde periode van één jaar tot ten hoogste twee jaar, op voorwaarde dat aan alle hierna genoemde voorwaarden wordt voldaan:

a)

er doen zich geen milieurisico's voor;

b)

de organisatie overweegt geen operationele wijzigingen van haar milieubeheersysteem; en

c)

er zijn geen noemenswaardige plaatselijke milieuproblemen.

2.

Teneinde de in lid 1 bedoelde verlenging te verkrijgen, dient de betrokken organisatie een verzoek in bij de bevoegde instantie die de organisatie heeft geregistreerd en levert zij het bewijs dat aan de voorwaarden tot afwijking is voldaan.

3.

Organisaties waaraan de in lid 1 bedoelde verlenging tot ten hoogste twee jaar is toegestaan, dienen in elk jaar waarvoor zij van de verplichting om over een gevalideerd milieuprestatierapport te beschikken zijn vrijgesteld, hun niet-gevalideerde milieuprestatierapport bij de bevoegde instantie in.

Artikel 7 —

Afwijking voor kleine organisaties

1.

Op verzoek van een kleine organisatie verlengen de bevoegde instanties voor die organisatie de in artikel 6, lid 1, bedoelde periode van drie jaar tot ten hoogste vijf jaar of de in artikel 6, lid 2, bedoelde periode van één jaar tot ten hoogste twee jaar, op voorwaarde dat aan alle hierna genoemde voorwaarden wordt voldaan:

a)

er doen zich geen milieurisico's voor;

b)

de organisatie overweegt geen operationele wijzigingen van haar milieubeheersysteem; en

c)

er zijn geen noemenswaardige plaatselijke milieuproblemen.

2.

Teneinde de in lid 1 bedoelde verlenging te verkrijgen, dient de betrokken organisatie een verzoek in bij de bevoegde instantie die de organisatie heeft geregistreerd en levert zij het bewijs dat aan de voorwaarden tot afwijking is voldaan.

3.

Organisaties waaraan de in lid 1 bedoelde verlenging tot ten hoogste twee jaar is toegestaan, dienen in elk jaar waarvoor zij van de verplichting om over een gevalideerd milieuprestatierapport te beschikken zijn vrijgesteld, hun niet-gevalideerde milieuprestatierapport bij de bevoegde instantie in.

4.

In organisaties waaraan de in artikel 6, lid 1, bedoelde verlenging tot ten hoogste vijf jaar is toegestaan, wordt de auditcyclus daaraan aangepast.

Motivering:

In de EMAS III-Verordening staat te lezen dat het de bedoeling is om met name kleine en middelgrote bedrijven extra administratieve rompslomp te besparen. Het onderhavige artikel druist tegen deze doelstelling in, aangezien enerzijds wordt voorzien in de mogelijkheid van een verlenging van de valideringscyclus tot ten hoogste vijf jaar en anderzijds wordt vastgehouden aan de voorgeschreven driejarige auditcyclus. Deze twee cycli moeten op elkaar worden afgestemd.

Wijzigingsvoorstel 2

Milieukeurverordening

Art. 9, lid 4

Voorstel van de Commissie

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

4.

Uiterlijk twee maanden na ontvangst van een aanvraag tot registratie onderzoekt de betrokken bevoegde instantie de documentatie als bedoeld in lid 2.

Als de documentatie volledig is, kent de bevoegde instantie elk product een registratienummer toe.

4.

Uiterlijk twee maanden na ontvangst van een aanvraag tot registratie onderzoekt de betrokken bevoegde instantie de documentatie als bedoeld in lid 2.

Als de documentatie volledig is en is gecontroleerd door de bevoegde instantie, kent de bevoegde instantie elk product een registratienummer toe.

Motivering:

Om aan de ISO-norm te voldoen moet de bevoegde instantie ex ante nagaan of het product waarvoor het milieukeur wordt gevraagd voldoet aan de milieukeurcriteria. Het voorstel om in plaats hiervan over te gaan tot een registratie en ex post monitoring vormt een ernstige bedreiging voor de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van het milieukeur (het verrichten van steekproeven alleen is niet voldoende).

Wijzigingsvoorstel 3

EMAS-verordening

Art. 43, lid 2

Voorstel van de Commissie

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

2.

De Commissie zorgt voor het bijhouden en openbaar maken van:

a)

een register van milieuverificateurs en in het kader van EMAS geregistreerde organisaties;

b)

een databank van milieuverklaringen en milieuprestatierapporten in elektronische vorm.

2.

De Commissie zorgt voor het bijhouden en openbaar maken van:

a)

een register van milieuverificateurs en in het kader van EMAS geregistreerde organisaties;

b)

een databank van milieuverklaringen en milieuprestatierapporten in elektronische vorm.;

c)

een databank van goede ervaringen die in verschillende milieusectoren (energie, afvalverwerking, overheidsopdrachten, communicatie e.d.) met EMAS zijn opgedaan.

Motivering:

Invoering van het EMAS-systeem zal nog meer effect sorteren als we de beschikking zouden hebben over een gebruiksvriendelijk handboek met een overzicht van de prestaties van EMAS-organisaties in de verschillende aan milieubescherming gelieerde sectoren (afval, energie, overheidsopdrachten e.d). Goede praktijken, waarbij ook nog eens kostenbesparingen worden gerealiseerd, kunnen er tevens toe bijdragen dat organisaties worden aangespoord om zich aan te sluiten bij EMAS.

Wijzigingsvoorstel 4

EMAS-verordening

Art. 39, lid 2

Voorstel van de Commissie

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

2.

Onverminderd de Gemeenschapswetgeving, met name inzake concurrentie, fiscaliteit en staatssteun, nemen de lidstaten waar passend maatregelen die het voor organisaties gemakkelijker maken om een EMAS-registratie te verkrijgen of te behouden. Die maatregelen nemen een van de volgende twee vormen aan:

a)

verlichting van de regelgeving, zodanig dat een organisatie die over een EMAS-registratie beschikt, geacht wordt te voldoen aan bepaalde — door de bevoegde instanties te specificeren — wettelijke milieuvoorschriften die in andere rechtsinstrumenten zijn vervat;

b)

betere regelgeving, waarbij andere rechtsinstrumenten zo worden gewijzigd dat de lasten voor aan EMAS deelnemende organisaties worden weggenomen, beperkt of verlicht, teneinde het doeltreffend functioneren van de markten te bevorderen en het concurrentievermogen te stimuleren.

2.

Onverminderd de Gemeenschapswetgeving, met name inzake concurrentie, fiscaliteit en staatssteun, nemen de lidstaten waar passend maatregelen die het voor organisaties gemakkelijker maken om een EMAS-registratie te verkrijgen of te behouden. Die maatregelen nemen een van de volgende twee vormen aan:

a)

verlichting van de regelgeving (langer lopende milieuvergunningen, minder strenge rapportage-eisen als voorwaarde voor een vergunning e.d.), zodanig dat een organisatie die over een EMAS-registratie beschikt, geacht wordt te voldoen aan bepaalde — door de bevoegde instanties te specificeren — wettelijke milieuvoorschriften die in andere rechtsinstrumenten zijn vervat;

b)

betere regelgeving, waarbij andere rechtsinstrumenten zo worden gewijzigd dat de lasten voor aan EMAS deelnemende organisaties worden weggenomen, beperkt of verlicht, teneinde het doeltreffend functioneren van de markten te bevorderen en het concurrentievermogen te stimuleren.

Motivering:

Uit de wetgeving moet duidelijk blijken dat EMAS-organisaties recht hebben op soepeler administratieve procedures wanneer het gaat om zaken als het verkrijgen van milieuvergunningen.

Wijzigingsvoorstel 5

EMAS-verordening

Art. 45, lid 1

Voorstel van de Commissie

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.

De lidstaten kunnen bij de Commissie een schriftelijk verzoek indienen om bestaande milieubeheersystemen, of onderdelen daarvan, die zijn gecertificeerd overeenkomstig passende certificeringsprocedures die op nationaal of regionaal niveau zijn erkend, te accepteren als zijnde in overeenstemming met de betreffende eisen van deze verordening.

1.

De lidstaten en organisaties die belast zijn met de coördinatie van nationale of regionale milieubeheersystemen, kunnen bij de Commissie een schriftelijk verzoek indienen om bestaande milieubeheersystemen, of onderdelen daarvan, die zijn gecertificeerd overeenkomstig passende certificeringsprocedures die op nationaal of regionaal niveau zijn erkend, te accepteren als zijnde in overeenstemming met de betreffende eisen van deze verordening.

Motivering:

Het heeft geen zin om het in art. 39 voorgestelde recht slechts voor te behouden aan de lidstaten; immers de instanties die zorg dragen voor de lokale milieubeheersystemen, zijn het beste op de hoogte van deze systemen en kunnen dus goed gefundeerde aanbevelingen doen als het gaat om de vraag of een organisatie al dan niet in aanmerking komt voor EMAS.

Wijzigingsvoorstel 6

EMAS-verordening

Art. 4, lid 5

Voorstel van de Commissie

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Artikel 4 —   Voorbereiding van de registratie

5.

Aan de hand van materiële of schriftelijke bewijsstukken tonen de organisaties aan dat zij voldoen aan alle hun bekende en toepasselijke wettelijke milieueisen.

Organisaties kunnen de bevoegde handhavingsautoriteit(en) overeenkomstig artikel 33, lid 5, om een conformiteitsverklaring verzoeken.

Organisaties van buiten de Gemeenschap refereren tevens aan de wettelijke milieuvoorschriften die van toepassing zijn op soortgelijke organisaties in de lidstaten waar zij hun aanvraag willen indienen.

Artikel 4 —   Voorbereiding van de registratie

5.

Aan de hand van materiële of schriftelijke bewijsstukken tonen de organisaties aan dat zij voldoen aan alle hun bekende en toepasselijke wettelijke milieueisen.

Organisaties kunnen de bevoegde handhavingsautoriteit(en) overeenkomstig artikel 33, llid 5, om een conformiteitsverklaring verzoeken.

Organisaties van buiten de Gemeenschap refereren tevens aan de wettelijke milieuvoorschriften die van toepassing zijn op soortgelijke organisaties in de lidstaten waar zij hun aanvraag willen indienen.

Motivering:

De mogelijkheid van een door de overheid afgegeven bewijsstuk dat er aan wettelijke voorwaarden is voldaan, betekent een flagrante inbreuk op de regeling en is in tegenspraak met het idee van EMAS als een systeem van „gecontroleerde” eigen verantwoordelijkheid. Bovendien valt daarmee een essentieel voordeel voor de autoriteiten weg, omdat EMAS op deze manier niet zou leiden tot een vermindering van de bureaucratie en de administratieve kosten, maar deze juist in de hand zou werken. Bevoordeling van EMAS-organisaties door vervanging van wetgeving en verlaging van vergoedingen zouden dan niet meer te rechtvaardigen zijn, waardoor een van de belangrijkste drijfveren voor het aanvragen van een EMAS-registratie zou verdwijnen.

Wijzigingsvoorstel 7

EMAS-verordening

Art. 7, lid 1

Voorstel van de Commissie

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Artikel 7 —   Afwijking voor kleine organisaties

1.

Op verzoek van een kleine organisatie verlengen de bevoegde instanties voor die organisatie de in artikel 6, lid 1, bedoelde periode van drie jaar tot ten hoogste vijf jaar of de in artikel 6, lid 2, bedoelde periode van één jaar tot ten hoogste twee jaar, op voorwaarde dat aan alle hierna genoemde voorwaarden wordt voldaan:

a)

er doen zich geen milieurisico's voor;

b)

de organisatie overweegt geen operationele wijzigingen van haar milieubeheersysteem; en

c)

er zijn geen noemenswaardige plaatselijke milieuproblemen.

Artikel 7 —   Afwijking voor kleine organisaties

1.

Op verzoek van een kleine organisatie verlengen t de bevoegde instanties milieuverificateur voor die organisatie de in artikel 6, lid 1, bedoelde periode van drie jaar tot ten hoogste vijf jaar of de in artikel 6, lid 2, bedoelde periode van één jaar tot ten hoogste twee jaar, op voorwaarde dat aan alle hierna genoemde voorwaarden wordt voldaan:

a)

er doen zich geen milieurisico's voor;

b)

de organisatie overweegt geen operationele wijzigingen van haar milieubeheersysteem; en

c)

er zijn geen noemenswaardige plaatselijke milieuproblemen.

Motivering:

Invoering van een formele procedure ter verlenging van de valideringscyclus bij de bevoegde instanties brengt bureaucratische rompslomp met zich mee en is voor het MKB contraproductief. Tot nu toe vindt verlenging van de valideringscyclus plaats via directe afspraken tussen milieuverificateur en bedrijf zonder dat daartoe een speciale aanvraag hoeft te worden ingediend. De huidige procedure is effectief gebleken en doet tevens recht aan het feit dat de milieuverificateur het beste in staat is om te oordelen over de situatie van de onderneming.

Wijzigingsvoorstel 8

EMAS-verordening

Art. 28, lid 1

Voorstel van de Commissie

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Artikel 28 —

Verloop van het erkenningsproces

1.

De uit hoofde van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 765/2008 door de lidstaten aangewezen erkenningsinstanties zijn bevoegd voor de erkenning van de milieuverificateurs en het toezicht op de door milieuverificateurs overeenkomstig deze verordening verrichte werkzaamheden.

Artikel 28 —

Operation of accreditation

1.

De uit hoofde van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 765/2008 door de lidstaten aangewezen erkenningsinstanties (waarbij geen afbreuk wordt gedaan aan de in de lidstaten geldende taakverdeling)) zijn bevoegd voor de erkenning van de milieuverificateurs en het toezicht op de door milieuverificateurs overeenkomstig deze verordening verrichte werkzaamheden.

Motivering

In overweging 11 van de Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 staat:

(11)

De oprichting van een uniforme nationale accreditatie-instantie mag geen afbreuk doen aan de taakverdeling binnen de lidstaten.

Wijzigingsvoorstel 9

EMAS-verordening

Art. 12, lid 2

Voorstel van de Commissie

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Artikel 12 —   Voorschriften betreffende het registratieproces

2.

De bevoegde instanties zorgen voor het opstellen en bijhouden van een register van in hun lidstaat geregistreerde organisaties, dat tevens de milieuverklaring en het milieuprestatierapport van deze organisaties in elektronische vorm bevat, en werken dat register maandelijks bij.

Het register wordt publiek gemaakt op een website.

Artikel 12 —   Voorschriften betreffende het registratieproces

2.

De bevoegde instanties zorgen voor het opstellen en bijhouden van een register van in hun lidstaat geregistreerde organisaties, dat tevens de milieuverklaring en het meest recente milieuprestatierapport van deze organisaties in elektronische vorm bevat, en werken dat register maandelijks bij.

Het register wordt publiek gemaakt op een website.

Motivering

Wanneer wordt verwezen naar de milieuverklaring en het milieuprestatierapport, dan moet worden aangegeven of het om de laatste milieuverklaring of het laatste milieuprestatierapport gaat.

Een andere kwestie is dat er organisaties zijn die hun milieuverklaring alleen op verzoek ter beschikking stellen (zie artikel 6, lid 3) omdat zij willen weten wie belangstelling heeft. Zij maken hun milieuverklaring dus niet graag publiek bekend zonder voorafgaand verzoek.

In plaats van organisaties te verplichten om hun milieuverklaring of milieuprestatierapport op het internet te zetten, zodat deze documenten zonder voorafgaand verzoek kunnen worden geraadpleegd, zouden de bevoegde instanties een soortgelijke dienst kunnen verlenen door de genoemde documenten van een organisatie op verzoek ter beschikking te stellen en de betreffende organisatie desgewenst te laten weten van wie de belangstelling afkomstig was.

Wijzigingsvoorstel 10

EMAS-verordening

Art. 14, lid 3

Voorstel van de Commissie

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Artikel 14 —   Schorsing of schrapping van organisaties uit het register

3.

Een geregistreerde organisatie wordt uit het register geschorst c.q. geschrapt indien zij nalaat de bevoegde instantie, binnen een maand na ontvangst van het verzoek daartoe, te doen toekomen:

a)

de gevalideerde bijgewerkte versies van de milieuverklaring, het milieuprestatierapport of de in artikel 24, lid 9, bedoelde ondertekende verklaring;

b)

een formulier dat ten minste de in bijlage VI bedoelde, door de organisatie te verstrekken minimuminformatie bevat.

Artikel 14 —   Schorsing of schrapping van organisaties uit het register

3.

Een geregistreerde organisatie wordt uit het register geschorst c.q. geschrapt indien zij nalaat de bevoegde instantie, binnen een maand drie maanden na ontvangst van het verzoek daartoe, te doen toekomen:

a)

de gevalideerde bijgewerkte versies van de milieuverklaring, het milieuprestatierapport of de in artikel 24, lid 9, bedoelde ondertekende verklaring;

b)

een formulier dat ten minste de in bijlage VI bedoelde, door de organisatie te verstrekken minimuminformatie bevat.

Motivering

De genoemde termijn moet worden opgetrokken tot 3 maanden na ontvangst van het verzoek, zodat organisaties de tijd hebben om de gevraagde documenten in orde te brengen en te laten valideren. In het laatste geval zijn zij immers ook afhankelijk van de beschikbaarheid van de verificateur.

Brussel, 12 februari 2009.

De voorzitter

van het Comité van de Regio's

Luc VAN DEN BRANDE