52007PC0822

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot aanpassing aan Besluit 1999/468/EG van de Raad, zoals gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG, van een aantal besluiten waarop de procedure van artikel 251 van het Verdrag van toepassing is, wat de regelgevingsprocedure met toetsing betreft - Deel drie - Aanpassing aan de regelgevingsprocedure met toetsing /* COM/2007/0822 def. - COD 2007/0282 */


[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 19.12.2007

COM(2007) 822 definitief

2007/0282 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot aanpassing aan Besluit 1999/468/EG van de Raad, zoals gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG, van een aantal besluiten waarop de procedure van artikel 251 van het Verdrag van toepassing is, wat de regelgevingsprocedure met toetsing betreft Aanpassing aan de regelgevingsprocedure met toetsing Deel drie

(door de Commissie ingediend)

2007/0282 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot aanpassing aan Besluit 1999/468/EG van de Raad, zoals gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG, van een aantal besluiten waarop de procedure van artikel 251 van het Verdrag van toepassing is, wat de regelgevingsprocedure met toetsing betreft Aanpassing aan de regelgevingsprocedure met toetsing Deel drie

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 61, onder c), artikel 63, eerste alinea, punt 1, onder a), en artikel 67,

Gezien het voorstel van de Commissie[1],

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[2],

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank[3],

Na raadpleging van het Comité van de Regio's,

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag[4],

Overwegende hetgeen volgt:

1. Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden[5] is gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG, dat de regelgevingsprocedure met toetsing heeft ingevoerd voor maatregelen van algemene strekking tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van een volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag aangenomen basisbesluit, ook wanneer de wijziging behelst dat sommige van deze niet-essentiële onderdelen worden geschrapt of dat het basisbesluit wordt aangevuld met nieuwe niet-essentiële onderdelen.

2. Overeenkomstig de gemeenschappelijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie[6] betreffende Besluit 2006/512/EG, vergt de toepassing van deze nieuwe procedure op reeds geldende, volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag aangenomen besluiten, dat deze besluiten volgens de geldende procedures worden aangepast.

3. Het Verenigd Koninkrijk en Ierland, die deel hebben genomen aan de aanneming en toepassing van de bij deze verordening gewijzigde besluiten, nemen overeenkomstig artikel 3 van het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, dat is gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, deel aan de aanneming en toepassing van deze verordening.

4. Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken, dat is gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, neemt Denemarken niet deel aan de aanneming van deze verordening, die derhalve niet bindend is voor, noch van toepassing is in Denemarken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening wordt onder "lidstaat" verstaan iedere lidstaat, behalve Denemarken.

Artikel 2

De in de lijst in bijlage genoemde besluiten worden overeenkomstig die bijlage aangepast aan Besluit 1999/468/EG, zoals gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG.

Artikel 3

De verwijzingen naar de bepalingen van de in de bijlage genoemde besluiten moeten worden gelezen als verwijzingen naar deze bepalingen, zoals aangepast bij deze verordening.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

Gedaan te Brussel, […]

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

[…] […]

BIJLAGE

VERORDENING (EG) NR. 44/2001 VAN DE RAAD VAN 22 DECEMBER 2000 BETREFFENDE DE RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID, DE ERKENNING EN DE TENUITVOERLEGGING VAN BESLISSINGEN IN BURGERLIJKE EN HANDELSZAKEN [7]

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 44/2001 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de in de bijlagen opgenomen formulieren bij te werken of technisch aan te passen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 44/2001, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 44/2001 als volgt gewijzigd:

(1) Artikel 74, lid 2, komt als volgt te luiden:

"2. De bijwerking of de technische aanpassing van de formulieren, waarvan de modellen in de bijlagen V en VI staan, wordt aangenomen door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 75, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.".

(2) Artikel 75 komt als volgt te luiden:

"Artikel 75

1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."

VERORDENING (EG) NR. 1206/2001 VAN DE RAAD VAN 28 MEI 2001 BETREFFENDE DE SAMENWERKING TUSSEN DE GERECHTEN VAN DE LIDSTATEN OP HET GEBIED VAN BEWijSVERKRijGING IN BURGERLijKE EN HANDELSZAKEN [8]

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 1206/2001 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de in de bijlage opgenomen modelformulieren bij te werken of technisch aan te passen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 1206/2001 als volgt gewijzigd:

(1) Artikel 19, lid 2, komt als volgt te luiden:

"2. De in de bijlage opgenomen modelformulieren worden bijgewerkt of technisch aangepast door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 20, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.".

(2) Artikel 20 komt als volgt te luiden:

"Artikel 20

1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."

VERORDENING (EG) NR. 343/2003 VAN DE RAAD VAN 18 FEBRUARI 2003 TOT VASTSTELLING VAN DE CRITERIA EN INSTRUMENTEN OM TE BEPALEN WELKE LIDSTAAT VERANTWOORDELijK IS VOOR DE BEHANDELING VAN EEN ASIELVERZOEK DAT DOOR EEN ONDERDAAN VAN EEN DERDE LAND Bij EEN VAN DE LIDSTATEN WORDT INGEDIEND[9]

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 343/2003 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de voorwaarden en procedures voor de toepassing van de humanitaire clausule vast te stellen en om de criteria die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van overdrachten vast te stellen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 343/2003 met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 343/2003 als volgt gewijzigd:

(1) Artikel 15, lid 5, komt als volgt te luiden:

"5. De voorwaarden en procedures voor de toepassing van dit artikel, inclusief de bemiddelingsprocedures ter oplossing van eventuele geschillen tussen lidstaten over de noodzaak om de betrokkenen te herenigen of de plaats waar dat moet gebeuren, worden vastgesteld door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 27, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.".

(2) Artikel 19, lid 5, komt als volgt te luiden:

"5. De Commissie kan aanvullende regels inzake de tenuitvoerlegging van de overdracht vaststellen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 27, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."

(3) Artikel 20, lid 4, komt als volgt te luiden:

"4. De Commissie kan aanvullende regels inzake de tenuitvoerlegging van de overdracht vaststellen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 27, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."

(4) Artikel 27, lid 3, komt als volgt te luiden:

"3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."

VERORDENING (EG) NR. 805/2004 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN 21 APRIL 2004 TOT INVOERING VAN EEN EUROPESE EXECUTORIALE TITEL VOOR NIET-BETWISTE SCHULDVORDERINGEN [10]

Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 805/2004 moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de in de bijlagen opgenomen standaardformulieren te wijzigen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 805/2004, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 805/2004 als volgt gewijzigd:

(1) De artikelen 31 en 32 komen als volgt te luiden:

"Artikel 31

Wijzigingen in de bijlagen

De Commissie wijzigt de in de bijlagen opgenomen standaardformulieren. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 32, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Artikel 32

Comité

1. De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 75 van Verordening (EG) nr. 44/2001 ingestelde comité.

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."

[1] PB C […] van […], blz. […].

[2] PB C […] van […], blz. […].

[3] PB C […] van […], blz. […].

[4] PB C […] van […], blz. […].

[5] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. Besluit gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG (PB L 200 van 22.7.2006, blz. 11).

[6] PB C 255 van 21.10.2006, blz. 1.

[7] PB L 12 van 16.1.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).

[8] PB L 174 van 27.6.2001, blz. 1.

[9] PB L 50 van 25.2.2003, blz. 1.

[10] PB L 143 van 30.4.2004, blz. 15. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1869/2005 (PB L 300 van 17.11.2005, blz. 6 en PB L 321M van 21.11.2006, blz. 145).