52007DC0860




[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 21.12.2007

COM(2007) 860 definitief

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD, HET EUROPEES PARLEMENT, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

Een Europees initiatief voor leidende markten {SEC(2007) 1729} {SEC(2007) 1730}

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD, HET EUROPEES PARLEMENT, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

Een Europees initiatief voor leidende markten

INLEIDING

De ontwikkeling van een innovatiegedreven economie is van cruciaal belang voor het concurrentievermogen. In de alomvattende innovatiestrategie van de Commissie[1] werd erop gewezen dat innovatieondersteunende hulpmiddelen en instrumenten consequent en strategisch moeten worden gebruikt en dat de vraag daarbij de drijvende factor moet zijn. Ook uit het verslag over de totstandbrenging van een innovatief Europa ("Creating an Innovative Europe"[2]), het verslag over het concurrentievermogen van de EU 2006 en het overleg met de belanghebbenden komt naar voren dat Europa gerichter moet streven naar de ontwikkeling van innovatievriendelijke markten, zodat innovaties veel gemakkelijker op de markt kunnen worden gebracht.

De Raad Concurrentievermogen[3] heeft de Commissie verzocht "om in de loop van 2007 een initiatief inzake leidende markten in te dienen, teneinde, op basis van breed overleg met de belanghebbenden, een valabele aanpak uit te werken voor het stimuleren van de opkomst van markten met een hoge economische en maatschappelijke waarde. Dit omvat onder meer het vaststellen van gebieden waar gezamenlijke actie aan de hand van de voornaamste beleidsinstrumenten en randvoorwaarden, coherent en gecoördineerd beleid door de betrokken openbare instanties, alsmede versterkte samenwerking tussen de voornaamste belanghebbenden de ontwikkeling van de markt kan versnellen zonder de marktwerking te verstoren."

In reactie hierop geeft deze mededeling het startsein voor een initiatief inzake leidende markten (het LM-initiatief). Hierin wordt een eerste reeks markten genoemd die als leidende markt (LM) zouden kunnen fungeren. De mededeling roept ertoe op dringend en op gecoördineerde wijze actie te ondernemen en stelt daartoe ambitieuze actieplannen[4] voor deze markten voor, zodat snel voordelen voor de Europese economie en consumenten zichtbaar zullen worden.

Bijlage II ("Explanatory Paper on the European LM Approach: Methodology and Rationale"[5]) beschrijft het overleg met de belanghebbenden, de economische aspecten van LM's en de mogelijke algemene economische, sociale en milieuvoordelen die de met de start en uitvoering van het LM-initiatief gemoeide beleidsinspanningen rechtvaardigen.

HET LM-INITIATIEF: SLEUTEL TOT EEN GESLAAGDE INNOVATIESTRATEGIE VOOR EUROPA

Doelstellingen en grondbeginselen van het LM-initiatief

Wat zijn methoden betreft, verschilt het LM-initiatief van eerdere EU-initiatieven. Het gaat verder dan de gebruikelijke eenmalige maatregelen met een begrensd effect. Zo betrof het GSM-initiatief in wezen één instrument, namelijk de vaststelling van normen. Daarnaast moet het LM-initiatief bewerkstelligen dat EU-ondernemingen zich als eerste een plaats veroveren op snelgroeiende mondiale markten en daardoor een concurrentievoordeel hebben. Ter vergelijking: het initiatief op het gebied van de elektronische handel uit 1997[6] had weliswaar een soortgelijke werkingssfeer, maar was gericht op een markt waar de VS al een voorsprong had.

Daar het LM-initiatief marktgericht is, is een thematische benadering nodig. Elke categorie innovatieve producten en diensten heeft zo haar eigen specifieke problemen en vergt weer een andere gezamenlijke beleidsaanpak.

Daarom wordt bij het LM-initiatief eerst op basis van een diepgaande analyse5, intensief overleg en feedbackmechanismen vastgesteld welke opkomende markten als veelbelovend kunnen worden beschouwd en door een gezamenlijke beleidsaanpak moeten worden gesteund.

Vervolgens wordt een proces uitgewerkt om het wet- en regelgevingsklimaat beter te stroomlijnen en de vraag sneller te doen toenemen.

Voor het welslagen van dit proces is het noodzakelijk dat:

- rekening wordt gehouden met de behoeften en consumentenvoorkeuren op de mondiale markt, teneinde een zo groot mogelijk markpotentieel te bereiken;

- de aanvaarding van EU-normen en –methoden op niet-EU-markten wordt bevorderd, met name op gebieden die door mondiale trends worden beïnvloed (bv. milieukwesties);

- getracht wordt de kosten voor het op de markt brengen van nieuwe producten of diensten te beperken door een betere markttoegang en door maatregelen om bundeling van de vraag te vergemakkelijken. Er moet voor worden gezorgd dat verschillende innovatieontwerpen met elkaar concurreren, zodat een voortdurende aanpassing aan veranderende markteisen wordt gestimuleerd.

Tot slot zijn de actieve medewerking van de lidstaten en de particuliere sector[7] vereist in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel en het huidige EU-recht, met name op het gebied van concurrentie, staatssteun[8] en overheidsopdrachten.

Aangezien het niet de bedoeling is kunstmatig markten te creëren door de vaststelling van normen of voorschriften of door de verlening van gerichte steun voor specifieke technologieën, zijn geen extra middelen op de communautaire begroting vereist. Het initiatief kan echter wel de prioriteitstelling bij de toewijzing van bestaande middelen beïnvloeden.

Methoden voor de vaststelling van geschikte markten

Op basis van deze beginselen heeft de Commissie intensief overleg gepleegd met de belanghebbenden en daarbij de volgende reeks criteria voor LM's vastgesteld:

- Vraag- in plaats van technologiegedreven: De potentiële afzetmarkt en de behoeften waarin door de markt wordt voorzien, wijzen erop dat er binnen vrij korte tijd zowel in Europa als op wereldniveau een groot marktpotentieel bestaat.

- Breed marktsegment: Het marktsegment is vrij breed en dus op meer dan een product gebaseerd. Een aanzienlijk markteffect kan alleen worden bereikt als gelijktijdig een reeks onderling verbonden producten en diensten wordt aangeboden. Daardoor wordt de toegevoegde waarde in de product- of dienstketen verhoogd en wordt een duurzamer concurrentievoordeel voor een bredere industriële basis in Europa behaald.

- Strategisch maatschappelijk en economisch belang: Het marktsegment biedt bredere maatschappelijke en economische voordelen, zoals op het gebied van volksgezondheid. milieu en klimaatbescherming, veiligheid of werkgelegenheid. De kosten van openbare coördinatie op een specifieke LM zijn gerechtvaardigheid als zulke voordelen ertegenover staan.

- Toegevoegde waarde van toekomstige, gezamenlijke beleidsinstrumenten die gericht maar toch flexibel zijn: Op de als geschikt aangewezen markten kunnen de obstakels die het ontstaan van een sterke vraag verhinderen niet door een enkele beleidsmaatregel worden weggenomen[9]. Aan de vastgestelde obstakels kan alleen iets worden gedaan door een combinatie van maatregelen en stimulansen van overheidswege. Hoewel het doel van de beleidsmaatregelen duidelijk is vastgelegd, moet er bij de toepassing voldoende speelruimte zijn om flexibel te kunnen inspelen op ontwikkelingen op technologisch gebied of in de handel.

- Geen willekeurige bevoorrechting: Europa beschikt over het industriële potentieel en over nieuwe technologieën of ideeën voor een nieuw gebruik van bestaande technologieën die voldoende uitgerijpt zijn om als basis te dienen voor de producten- of dienstenreeks voor de opkomende markt. De kenmerken van de markt zijn zodanig dat het risico van een feitelijke bevoorrechting van specifieke ondernemingen wordt vermeden, zodat eerlijk en open kan worden geconcurreerd en er geen technologische keuzes worden opgelegd die de ontwikkeling van concurrerende en mogelijk voordeliger opties in de kiem smoren.

Naast deze beginselen werd een beoordeling gemaakt van de haalbaarheid van het LM-initiatief op deze markten, wat de beschikbaarheid van informatie en de lopende werkzaamheden van de Commissie betreft.

Welke markten komen voor het LM-initiatief in aanmerking?

Bij de vaststelling van bovengenoemde criteria is met name uitgegaan van de zeer grote verscheidenheid van bedrijfstakken en onderwerpen die worden bestreken door de meer dan 30 door het bedrijfsleven geleide Europese technologieplatforms (ETP's)[10],[11] en de 8 INNOVA-panels[12].

Het overleg met de belanghebbenden in een eerste verkennende ronde was zeer breed en betrof zowel de methoden als de keuze van gebieden. Op basis hiervan en gelet op de conclusies van de Raad van 4 december 20063 werden de ETP's en Europe INNOVA-panels nadrukkelijk uitgenodigd om in een tweede ronde via workshops, deskundigengroepen en vragenlijsten diverse markten aan de hand van de overeengekomen criteria te beoordelen[13].

Voorts werd voor een grondiger analyse van de meest veelbelovende gebieden met diverse bedrijfstakken nader overleg gepleegd.

Op basis daarvan zijn voor de eerste fase van het initiatief zes markten aangewezen – e-gezondheid, beschermingstextiel, duurzaam bouwen, recycling, producten op biobasis en duurzame energie . Dit zijn hoogst innovatieve gebieden die aan de behoeften van de consument beantwoorden en waarvoor in Europa een sterke technologische en industriële basis bestaat; ook zijn zij meer dan andere markten afhankelijk van gunstige raamvoorwaarden die door openbaar beleid worden geschapen.

- e-gezondheid kan bijdragen tot betere en goedkopere gezondheidszorg in persoonsgerichte zorgstelsels. Zonder belangrijke hervormingen en zonder een beter gebruik van e-gezondheid zullen de uitgaven voor gezondheidszorg ten gevolge van de veroudering van de Europese bevolking van 9% van het bbp nu tot circa 16% van het bbp in 2020 stijgen. Er is al behoorlijk in onderzoek en ontwikkeling in e-gezondheid geïnvesteerd. Toch blijven de ICT-investeringen op dit gebied achter bij die in andere dienstensectoren. De toepassing van technische en organisatorische oplossingen wordt vaak bemoeilijkt door een sterke versnippering van de markt, bijvoorbeeld door het uiteenlopen van de socialezekerheidsstelsels en onvoldoende interoperabiliteit. Daardoor kunnen geen schaalvoordelen worden behaald. Daarbij komen dan nog een gebrekkige rechtszekerheid op het gebied van ziektekostenvergoedingen en aansprakelijkheid en onvoldoende kennis over de juiste toepassing van de wettelijke voorschriften inzake de bescherming van persoonsgegevens. Dit heeft een remmende invloed op de invoering van nieuwe producten en op investeringen door het bedrijfsleven.

- De bouwnijverheid is goed voor 10% van het bbp en 7% van de werkgelegenheid. Het grootste deel van het finale energieverbruik in de EU (42%) komt voor rekening van gebouwen , die ongeveer 35% van alle broeikasgassen uitstoten. Duurzaam bouwen is een zeer gevarieerde markt waarin zowel het milieu (bv. efficiënte elektrische apparatuur en verwarmingsinstallaties), de gezondheid van de consument (bv. luchtkwaliteit binnen) als het gemak (bv. in verband met de onafhankelijkheid van ouderen) een rol spelen. Tot deze markt behoren de ontwikkeling van duurzame oplossingen voor woningen en bedrijfsgebouwen en voor infrastructuur. Een ontoereikende coördinatie van bouwvoorschriften, niet alleen op EU-niveau maar vooral ook op nationaal niveau, leidt samen met de overwegend plaatselijke structuur van het bouwbedrijf tot aanzienlijke administratieve lasten en tot een sterke versnippering van de duurzame bouwmarkt. De mogelijkheden die door de huidige wetgeving inzake overheidsopdrachten worden geboden en die de vraag naar innovatiegerichte oplossingen zouden kunnen stimuleren, zijn onvoldoende bekend. Voorts bestaat zowel wat de regelgeving betreft als bij beslissingen inzake overheidsopdrachten behoefte aan een anticiperende benadering.

- Onder beschermingstextiel[14] wordt verstaan kleding en andere op textiel gebaseerde systemen die als hoofddoel hebben de gebruiker te beschermen tegen risico's en gevaren waaraan hij bij de uitoefening van zijn werk is blootgesteld. De omvang van de EU-markt voor persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)14 wordt momenteel geschat op 9,5 tot 10 miljard euro, met direct en indirect 200 000 banen. Door de snelle groei die in bepaalde delen van de wereld wordt verwacht zou de PBM-uitvoer van de EU in de komende jaren met zo'n 50% kunnen stijgen. Een snellere ontwikkeling en de toepassing van Europese normen op de wereldmarkt in combinatie met passende maatregelen voor de bescherming van de intellectuele eigendom, bijvoorbeeld door ondersteunende diensten voor het mkb, zou tot een grotere vraag naar PBM kunnen leiden. Aankopen in het kader van overheidsopdrachten spelen een belangrijke rol bij beschermingstextiel, maar op het niveau van de plaatselijke overheden is de vraag versnipperd.

- Producten op biobasis zijn vervaardigd van hernieuwbare, biologische grondstoffen zoals planten en bomen. Het voor het LM-initiatief geselecteerde marktsegment betreft nieuwe producten en materialen op biobasis uit de non-foodsector, zoals bioplastics, biologische smeermiddelen, oppervlakteactieve stoffen, enzymen en geneesmiddelen. Traditionele papier- en houtwaren vallen niet hieronder, evenmin als biomassa als energiebron. Het groeipotentieel op lange termijn voor producten op biobasis is afhankelijk van de mate waarin zij producten op basis van fossiele grondstoffen kunnen vervangen en zonder te hoge kosten aan allerlei eisen van de eindgebruiker kunnen voldoen en van het vermogen broeikasgasneutrale productcycli tot stand te brengen en de ecologische voetafdruk te verkleinen, d.w.z. minder afval te produceren en minder energie en water te gebruiken. Europa bevindt zich in een gunstige positie op de markt voor innovatieve producten op biobasis dankzij haar leidende rol op technologisch en industrieel gebied. Deze producten vinden echter maar langzaam ingang door onzekerheid bij de consument over hun eigenschappen en een weinig doorzichtige markt. Milieuvoorschriften, normalisatie, keurmerken en maatregelen die de lidstaten stimuleren demonstratie-installaties op te richten, moeten in dit verband een bijdrage leveren, evenals het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

- Door recycling komt minder afval op de vuilstort terecht, worden minder natuurlijke hulpbronnen verbruikt en neemt de energie-efficiëntie toe. Recycling speelt daarom een belangrijke rol bij het streven naar een duurzame consumptie en productie – niet alleen van energie maar van alle door ons geproduceerde middelen. De recyclingsector heeft een omzet van 24 miljard euro en biedt werk aan ongeveer 500 000 mensen in meer dan 60 000 bedrijven. De EU heeft een aandeel van ongeveer 30% in de mondiale eco-industrie en van 50% in de mondiale afval- en recyclingindustrie. Ondanks een aanzienlijk marktpotentieel zijn er nog altijd belemmeringen die een verdere ontwikkeling van de markt in de weg staan. Ook de efficiëntie en capaciteit kunnen aanzienlijk worden verbeterd door innovatiebevorderende maatregelen en de invoering van doeltreffender processen en technologieën. Hierdoor zullen kosten, energie en natuurlijke hulpbronnen worden bespaard en zal Europa minder afhankelijk van de grondstofprijzen worden.

- Duurzame energie is energie die kan worden opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, bijvoorbeeld windenergie, zonne-energie, energie uit biomassa of biologisch afbreekbaar afval of basismateriaal (feedstocks), geothermische energie, golfenergie, getijdenenergie en waterkracht. De Europese duurzame-energiesector heeft momenteel een omzet van 20 miljard euro per jaar, biedt werk aan ongeveer 300 000 mensen[15] en voorziet in rond 8,5% van de Europese energiebehoefte15. De Europese Raad van maart 2007 heeft vastgelegd dat het aandeel duurzame energie in het totale energiegebruik van de EU uiterlijk in 2020 20% moet bedragen. Dit bindende streefcijfer biedt de producenten een enorme kans op verdere ontwikkeling en gelijktijdige verlaging van de productiekosten. De ontwikkeling van duurzame energiebronnen wordt door drie factoren belemmerd. Ten eerste komen de externe kosten van het energieverbruik[16] niet volledig in de energieprijzen tot uitdrukking. Daarom is de vraag naar duurzame energie, waarvan de externe kosten in het algemeen laag zijn, niet optimaal. Ten tweede komen belangrijke leercurve-effecten, die bij verscheidene technologieën tot lagere prijzen zouden leiden, door de huidige geringe vraag minder snel tot gelding. En tot slot wordt het potentieel van de interne markt niet ten volle benut door de versnippering van ondersteunende systemen en door administratieve en handelsbelemmeringen.

In bijlage 2 wordt nader ingegaan op deze zes markten en op het effect van het LM-initiatief. Volgens op zeer voorzichtige veronderstellingen gebaseerde voorlopige schattingen zou de gezamenlijke omvang van de zes markten tot 2020 meer dan kunnen verdubbelen en zouden er ongeveer 1 miljoen nieuwe banen bij kunnen komen als deze ontwikkeling door de gerichte aanpak van het LM-initiatief wordt ondersteund.

De vaststelling van geschikte markten voor de eerste ronde betekent niet dat andere markten later niet ook voor het initiatief in aanmerking kunnen komen. Evenmin wordt met de selectie een politiek oordeel gegeven over de comparatieve maatschappelijke of economische waarde van die markten.

Er zijn al enkele overtuigende aanwijzingen in de richting van gebieden die in de toekomst voor een soortgelijke aanpak in aanmerking kunnen komen. Dit doorlopende vaststellingsproces wordt ondersteund door overleg met de belanghebbenden[17] en door marktinformatie-instrumenten. Daarbij worden toezichts- en prognosemechanismen opgezet die voortbouwen op bestaande instrumenten voor diagnose en analyse, zoals ERAWATCH en de sectorale waarnemingspost voor innovatie[18]. Deze LM-aanpak zou kunnen worden geïntegreerd in bredere initiatieven die momenteel van start gaan[19], waardoor de Europeanen meer profijt hebben van de ontwikkeling van innovatie-intensieve markten.

DE BELANGRIJKSTE BELEIDSINSTRUMENTEN

Bijlage 1 bevat een overzicht van de thematische actieplannen die de opkomst van LM's op de desbetreffende gebieden moeten bevorderen. Het LM-initiatief maakt gebruik van een gevarieerde reeks beleidsinstrumenten:

- Wetgeving

Bij de opstelling van wetgeving moet niet alleen worden gekeken naar de nagestreefde beleidsdoeleinden, maar moet er ook op worden gelet dat zij innovatie bevordert en geen lasten legt op innovatieve ondernemingen en andere organisaties. Het is mogelijk de coördinatie van voorschriften op verschillende beleidsterreinen die van invloed zijn op de markten voor innovatieve producten en diensten, te verbeteren. Een betrouwbaar, gestroomlijnd en goed opzet wettelijk en gerechtelijk kader is van essentieel belang om bedrijven tot investeringen aan te moedigen en consumenten voor nieuwe producten en diensten te winnen.

Wat de regelgeving betreft, bevatten de actieplannen van het LM-initiatief niet alleen voorstellen voor nieuwe wettelijke voorschriften maar ook wijzigingen, herzieningen en intrekkingen. Zo kan het gebruik van producten op biobasis en de verspreiding van nieuwe technologieën bij de productie van die producten worden gestimuleerd door de stroomlijning van bestaande wetgeving op het gebied van de geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging[20]. Soortgelijke activiteiten worden ook voorgesteld voor het actieplan voor recycling, dat er vooral op gericht is ondersteuning te bieden in synergie met specifieke EU-wetgeving, met name de richtlijnen betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur[21] en autowrakken[22].

- Overheidsopdrachten

Uitgaven in het kader van overheidsopdrachten vertegenwoordigen 16% van het bbp van de EU, maar 40% van de uitgaven voor bouwprojecten en bijna 100% van de uitgaven voor defensie, civiele bescherming en crisismaatregelen. Daarom wordt er in de actieplannen vaak op gewezen dat overheden moeten worden bewogen om als "launching customer" een voortrekkersrol te vervullen door het gebruik van innovatiebevorderende praktijken bij overheidsopdrachten te propageren.

De huidige EU-wetgeving inzake overheidsopdrachten[23] ondersteunt het LM-initiatief omdat zij marktversnippering tegengaat en de ontwikkeling van concurrerende oplossingen bevordert. In een onlangs verschenen handleiding van de Commissie[24] wordt beschreven hoe overheidsopdrachten innovatie kunnen aanmoedigen. Hiertoe moeten de nationale, regionale en lokale aanbestedende diensten hun gebruikelijke administratieve procedures bij de voorbereiding van aanbestedingen veranderen (bv. met betrekking tot het inwinnen van informatie over bestaande en mogelijk nieuwe technische oplossingen en over nieuwe producten en diensten, of met betrekking tot de mogelijkheid om op grond van een evaluatie van de levenscycluskosten te bepalen welke de economisch voordeligste inschrijving is en aan wie de opdracht moet worden gegund). Hetzelfde geldt voor methoden waarmee een kritische massa kan worden bereikt waardoor tot de ontwikkeling van een LM kan worden bijgedragen. Voorts kan het nuttig zijn interoperabiliteitseisen te stellen en kleine, individuele aankopen te vervangen door gebundelde bestellingen. Meer opleiding en voorlichting voor de met overheidsopdrachten belaste ambtenaren en de totstandbrenging van netwerken tussen aanbestedende diensten zijn horizontale maatregelen die alle LM's ten goede kunnen komen.

- Normalisatie, merking en certificatie

Normen kunnen de ontwikkeling van LM's bevorderen, mits zij geen concurrerende technologieën uitsluiten, niet onnodig concurrentiebeperkend zijn en geen obstakel zijn voor de opkomende vraag. Meer coherentie bij technische, prestatie- en productnormen in de hele productieketen, van grondstoffen tot eindproduct, kan ervoor zorgen dat normalisatie innovatievriendelijker wordt. Bij voorkeur moeten normen prestatiegerelateerd, maar technologieneutraal zijn.

Op het ogenblik verloopt de normalisatie op de zes markten weinig homogeen. Dit leidt tot concurrerende normen die de interoperabiliteit belemmeren. Hierdoor is het lastig om kennis en uiteenlopende componenten te incorporeren in complexe nieuwe producten en diensten. Concurrerende niet-interoperabele normen verhinderen de toepassing van innovaties in de waardeketen. In het kader van het LM-initiatief moet bij de keuze tussen dergelijke normen, bij voorkeur op EU-niveau, van een breed gezichtspunt worden uitgegaan en moet de uitsluiting van concurrerende technologieën worden vermeden[25]. Pan-Europese normalisatieplatforms, zoals de normalisatienetwerken van Europe INNOVA, kunnen helpen op basis van brede consensus bij het bedrijfsleven de meest geschikte normen voor een bepaald probleem te vinden. De communicatie over normen moet worden verbeterd om de vraag door welingelichte kopers en gebruikers te doen toenemen en ervoor te zorgen dat bij onderzoeksprojecten rekening wordt gehouden met normen.

Er kunnen nieuwe zelfcertificeringsmethoden worden ontwikkeld op basis van door het bedrijfsleven opgedane ervaringen. Nieuwe aanvullingen van het herziene milieukeursysteem van de EU kunnen bijvoorbeeld duidelijk maken dat het gaat om een "EU-product op biobasis" of om een product "remade in Europe" (recycling). Hierdoor kunnen waarschijnlijk nieuwe klanten worden aangetrokken. Productinformatie die verder gaat dan het wettelijk vereiste minimum kan potentiële klanten ertoe overhalen voor een bepaald product te kiezen. Zo biedt Richtlijn 2005/32/EG over het ecologisch ontwerp voor energieverbruikende producten de instrumenten om een echte, dynamische verandering van de markt te bewerkstelligen. Door minimumeisen vast te stellen en zo de slechtst presterende producten van de markt te weren, kan het kwaliteitsniveau van de markt worden verhoogd, terwijl benchmarks, die in maatregelen tot uitvoering van de richtlijn voor specifieke producten moeten worden vastgesteld (bijlage I, deel 3, punt 2), het bedrijfsleven voorspelbaarheid en dynamiek kunnen bieden. Verplichte prestatiemerken op het verkooppunt zijn van cruciaal belang voor een weloverwogen keuze van de consument. "Energy star"-merken en (milieu)keuren zullen alleen worden toegekend aan producten die vanuit milieuoogpunt het best presteren.

Er kunnen dynamische normen en toprunnerprogramma's5 worden ontwikkeld[26]. In de binnenkort verwachte mededeling over normalisatie en innovatie gaat, evenals in het werkprogramma voor de richtlijn over het ecologisch ontwerp[27], speciale aandacht uit naar het effect van normalisatie op de LM's.

- Aanvullende instrumenten

Andere maatregelen kunnen de interactieve informatiestroom tussen leveranciers en gebruikers nog versnellen en verbeteren en zo tot een grotere transparantie van de markt bijdragen. Dat zal ook een concurrentievoordeel voor ondernemingen opleveren omdat zij hierdoor beter kunnen reageren op de multidisciplinaire uitdagingen waarvoor zij zich op de aangewezen markten gesteld zien. Hiertoe kan het nodig zijn platforms[28] op te richten en voldoende financiële steun beschikbaar te stellen, met name in de volgende twee gevallen:

( Bedrijfs- en innovatieondersteunende diensten, opleiding en communicatie

In sommige marktsegmenten zouden jonge innovatieve ondernemingen baat hebben bij ondersteuning in de vorm van adviezen of opleiding om kennisoverdracht, bedrijfsstart en de toegang tot financiering te vergemakkelijken. Naast thematisch gerichte diensten via de structuurfondsen of het nieuwe bedrijfs- en innovatieondersteunde netwerk in het kader van het CIP (kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie) kan de uitvoering van de actieplannen worden ondersteund door een meer gecoördineerd gebruik van netwerkprojecten en –platforms[29], die ondernemers de kans bieden van elkaar te leren en kennis uit te wisselen. Door samenwerking binnen en tussen kennisgebaseerde regionale clusters in heel Europa kunnen ideeën en kennis sneller worden verspreid. Op diverse LM-gebieden zouden de lidstaten en regio's gebruik moeten maken van de mogelijkheden die het cohesiebeleid op het gebied van directe investeringen en netwerken biedt[30]. Dit kan ertoe bijdragen dat het politieke elan en de inzet van de belanghebbenden behouden blijven en dat nieuwe belanghebbenden bij de LM's betrokken raken[31].

( Financiële ondersteuning en prikkels

Het ontstaan van nieuwe, belangrijke zakelijke kansen op door het LM-initiatief bestreken gebieden zal waarschijnlijk tot meer particuliere investeringen leiden. Overheidsmaatregelen kunnen hierbij belangrijk zijn om financiering gemakkelijker toegankelijk te maken.

De actieplannen kunnen aanleiding geven tot de indiening van voorstellen in het kader van nationale en EU-programma's[32]. Op EU-[33] en lidstaatniveau kunnen openbare middelen voor O&O en innovatie worden gebruikt om de haalbaarheid van bepaalde productcycli aan te tonen.

De EIB en het EIF beheren aanzienlijke middelen voor financiële steun door de EU, zoals de risicodelingsregeling en de Faciliteit voor snelgroeiende, innovatieve mkb-bedrijven van het CIP. Samen met particuliere middelen en eventueel ook de structuurfondsen kunnen de EIB-middelen worden gebruikt voor steun voor demonstratieprojecten en schaalvergroting van de productie van innovatieve goederen en diensten. Voorts kan JEREMIE, een gezamenlijk initiatief van de Commissie, het EIF en de EIB, de toegang tot financiering voor het mkb verbeteren, bijvoorbeeld in de vorm van microkrediet, risicokapitaal, leningen en garanties. Er kunnen ook nieuwe vormen van publiek-private partnerschappen worden overwogen, waarin investeerders en andere belanghebbenden kunnen participeren. Dit kan een prikkel zijn voor particuliere investeerders om nieuwe projecten in verband met het LM-initiatief te steunen.

De heroriëntatie van de nationale of regionale staatssteunregelingen kan door de lidstaten worden aangegrepen om zich de nieuwe mogelijkheden voor ondersteuning van onderzoek, ontwikkeling en innovatie volgens de nieuwe communautaire kaderregeling[34] ten nutte te maken. De heroriëntatie van de steun uit de structuurfondsen voor de regio's is in dit verband van bijzonder belang. Alle lidstaten hebben een deel van hun middelen voor het cohesiebeleid "geoormerkt" voor de hernieuwde agenda voor groei en werkgelegenheid. De belangrijkste verschuiving in de cohesiebeleidsinvesteringen betreft O&O en innovatie. Circa 83 miljard euro of 25% van alle voor het cohesiebeleid uitgetrokken begrotingsmiddelen zal voor deze investeringen bestemd zijn. Het is duidelijk dat de aanwijzing van LM's een nuttig hulpmiddel voor particuliere en publieke investeerders is, waarnaar zij zich bij de besteding van deze middelen kunnen richten.

GOVERNANCE EN VOLGENDE STAPPEN

De actieplannen[35] zijn bijzonder ambitieus omdat in korte tijd vele uiteenlopende acties nauwgezet op elkaar moeten worden afgestemd. Succes is alleen mogelijk als de Europese instellingen en de lidstaten bereid zijn nauw samen te werken bij deze actieplannen, die onder hoge tijdsdruk moeten worden uitgevoerd, omdat zij op die manier de belangstelling van particuliere investeerders voor deze veelbelovende markten kunnen vasthouden.

De Commissie zal de nodige coördinatiestructuren opzetten om een efficiënte uitvoering van het initiatief te waarborgen.

De Raad, die tot het LM-initiatief heeft opgeroepen3, zal een belangrijke rol spelen bij het verdere verloop van het proces dat met deze mededeling op gang wordt gebracht en is een forum waar de routekaart voor de bijdrage van het LM-initiatief aan de groei- en werkgelegenheidsstrategie kan worden uitgestippeld en waar op de voortgang kan worden toegezien. Daar dit initiatief in belangrijke mate aan de verwezenlijking van de doelstellingen van diverse geïntegreerde richtsnoeren van het Partnerschap voor groei en werkgelegenheid[36] bijdraagt, kan heel goed in die context over de acties van de lidstaten tot uitvoering van het LM-initiatief worden gerapporteerd[37].

Er zal regelmatig verslag worden uitgebracht aan en overleg worden gepleegd met belangrijke belanghebbenden. Nationale en regionale en plaatselijke beleidsvormers zullen op hen toegespitste informatie en communicatie ontvangen, waarbij rekening wordt gehouden met de initiatieven in de lidstaten.

Met het oog op de verdere bevordering van het LM-initiatief en de actieve betrokkenheid van belanghebbenden zal de Commissie een elektronisch platform voor belanghebbenden bij het LM-initiatief opzetten, met afzonderlijke pagina's voor elk actieplan.

De Commissie zal overwegen het huidige LM-initiatief met actieplannen voor andere markten aan te vullen indien uitbreiding van de aanpak haalbaar lijkt met het oog op de mate van betrokkenheid van de lidstaten en de belanghebbenden en als het nog op te richten mechanisme voor doorlopend toezicht aangeeft dat nieuwe marktgebieden die aan de vastgestelde criteria voldoen, rijp zijn voor een dergelijk initiatief.

In 2009 zal een tussentijds verslag worden ingediend over de voortgang bij de uitvoering van de actieplannen en over de inzet waarvan de publieke en particuliere belanghebbenden blijk hebben gegeven.

Een door onafhankelijke deskundigen opgesteld eindverslag over de eerste ronde van het LM-initiatief zal in 2011 worden voorgelegd; het zal een evaluatie achteraf bevatten waarin het effect van de beleidsacties en, voor zover mogelijk, de feitelijke impact op de marktsegmenten worden beoordeeld.

CONCLUSIE

Op voorwaarde dat het LM-initiatief tijdig wordt uitgevoerd en voldoende politieke steun krijgt, kan het Europese ondernemingen een eerlijke en betere kans bieden om zich als marktleider en met een concurrentievoordeel op nieuwe, snelgroeiende mondiale markten te begeven en daardoor duurzaam aan de toename van de werkgelegenheid en welvaart bij te dragen. Het kan Europese burgers de kans bieden sneller van innovaties op opkomende markten met een zeer hoog maatschappelijk en economisch rendement te profiteren.

Ter uitvoering van dit initiatief:

- zal de Commissie overeenkomstig de actieplannen de nodige wetgevingsvoorstellen opstellen en voor de begeleidende acties oproepen tot het indienen van voorstellen uitschrijven;

- wordt de lidstaten verzocht de acties uit te voeren waarvoor zij in bijlage I als meest geschikte leider zijn aangewezen, en nationale en regionale actoren aan te moedigen aan de coördinatiemechanismen deel te nemen, waardoor het effect van het initiatief en de samenhang tussen de diverse maatregelen zullen worden vergroot;

- worden ondernemingen en andere particuliere belanghebbenden aangespoord aan de acties deel te nemen, met name wanneer zij in de actieplannen als belangrijke actoren worden genoemd, en daarbij voortdurend samen te werken met de betrokken autoriteiten bij aangelegenheden die onder hun bevoegdheid vallen.

[1] COM(2006) 502 definitief van 13.9.2006.

[2] http://ec.europa.eu/invest-in-research/action/2006_ahogroup_en.htm.

[3] Conclusies van 4 december 2006 over innovatiebeleid en concurrentievermogen.

[4] Zie bijlage I, SEC XXX. Daarnaast zullen op de Europa-website van de Commissie voorbereidende documenten over specifieke gebieden beschikbaar zijn.

[5] SEC XXX.

[6] COM(97) 157 van 16.4.1997.

[7] Bijvoorbeeld door middel van de Europese technologieplatforms (ETP's).

[8] Wanneer een lidstaat nieuwe staatssteunmaatregelen beoogt, moeten deze gericht zijn op een duidelijk afgebakend geval van marktfalen en een stimulerend effect hebben; ook moeten ze evenredig zijn en moet het nadelig effect op de concurrentie en handel beperkt zijn. Er mag geen steun worden verleend voor kosten die voortvloeien uit de naleving van door het EU-recht opgelegde verplichtingen.

[9] Omdat in dat geval een LM-initiatief voor die markt overbodig is.

[10] Zie lijst: http://cordis.europa.eu/technology-platforms/individual_en.html.

[11] "ETPs - Seminar of Industrial Leaders", 6 december 2006, http://cordis.europa.eu/technology-platforms/seminar7_en.html.)

[12] Lucht- en ruimtevaart, automobielen, biotechnologie, ICT, textiel, energie, milieu-innovatie en snelgroeiende MKB-bedrijven ("gazellen"); http://www.europe-innova.org/index.jsp.

[13] Overeenkomstig het voorstel van de Commissie in COM(2006) 502 en dat van de Raad in zijn conclusies van 4.12.2006.

[14] Technisch textiel voor intelligente persoonlijke beschermingskleding en –middelen.

[15] European Renewable Energy Council.

[16] Bv. broeikasgasuitstoot, luchtverontreiniging,voorzieningszekerheid.

[17] Zoals de ETP's en de Europe INNOVA-panels.

[18] http://www.europe-innova.org.

[19] Bv. het actieplan "Gezond ouder worden in de informatiemaatschappij" (COM(2007) 332 definitief).

[20] Richtlijn 96/61/EG van de Raad inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging, PB L 257 van 10.10.1996, blz. 26.

[21] Richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, PB L 37 van 13.2.2003. blz. 24.

[22] Richtlijn 2000/53/EG betreffende autowrakken, PB L 269 van 21.10.2000. blz. 34.

[23] Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG.

[24] http://www.proinno-europe.eu/doc/procurement_manuscript.pdf.

[25] Welke procedure voor het kiezen van normen wordt gevolgd, hangt af van de aard van de norm (formeel vastgesteld of informeel); de procedure moet flexibel genoeg zijn om in de loop der tijd aan veranderende marktomstandigheden te worden aangepast.

[26] Het binnenkort verschijnende actieplan voor duurzame consumptie en productie, de herziening van het wetgevingskader voor energieverbruikende producten in 2010 en de herziening van de milieukeur in 2008 zullen gelegenheid bieden deze dynamische benadering in praktijk te brengen. Zie http://ec.europa.eu/enterprise/environment/sip_en.htm.

[27] Artikel 16 van Richtlijn 2005/32/EG

[28] Met name elektronische platforms voor de uitwisseling van informatie tussen publieke en particuliere partners, op sectoroverschrijdend niveau en met een Europese dimensie.

[29] Bv. volgens het formaat van de PRO INNO-acties of op basis van de sectornetwerken van Europe INNOVA.

[30] Ook het Commissie-initiatief "Regio’s voor economische verandering" is voor deze LM's relevant.

[31] Bv. de verzekeringssector zou betrokken kunnen worden bij klimaatverandering of veiligheidsmaatregelen.

[32] Wat het KP7 betreft, blijft de normale procedure voor de herziening van het werkprogramma van kracht.

[33] Met name via het KP7 en CIP.

[34] PB C 323 van 30.12.2006, blz. 1, met name nieuwe mogelijkheden voor de ondersteuning van innovatie, http://ec.europa.eu/invest-in-research/policy/state_aid_en.htm.

[35] De afzonderlijke maatregelen in de actieplannen worden geëvalueerd volgens de effectbeoordelingsregels die in het kader van de desbetreffende besluitvormingsprocedures van toepassing zijn.

[36] Geïntegreerde richtsnoer nr. 10 beoogt al de ontwikkeling van nieuwe technologieën en markten (http://ec.europa.eu/growthandjobs/pdf/integrated_guidelines_en.pdf).

[37] De Europese Raad van december 2006 stelde onder meer: "de vorderingen bij het boeken van resultaten zullen tijdens toekomstige voorjaarsbijeenkomsten van de Europese Raad in het kader van de strategie van Lissabon worden geëvalueerd".