52007DC0242




[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 10.5.2007

COM(2007) 242 definitief

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

Mededeling over een Europese agenda voor cultuur in het licht van de mondialisering

{SEC(2007) 570}

MEDEDELING VAN DE COMMISSIEAAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

Mededeling over een Europese agenda voor cultuur in het licht van de mondialisering

"Cultuur is het geheel van alle dromen en inspanningen die gericht zijn op de volledige ontplooiing van de mens. Cultuur veronderstelt de volgende paradox: verscheidenheid moet tot beginsel van de eenheid worden gemaakt, verschillen moeten worden verdiept, niet om te verdelen, maar om te verrijken. Europa kan slechts als cultuur bestaan" . Denis de Rougemont

1. Inleiding

De cultuur is onlosmakelijk verbonden met de menselijke ontwikkeling en de beschaving. De cultuur laat de mens hopen en dromen doordat zij de zintuigen prikkelt en nieuwe invalshoeken biedt om de werkelijkheid te benaderen. Cultuur brengt mensen bijeen door aan te zetten tot dialoog en hartstochten te wekken, op een wijze die verbindt in plaats van verdeelt. Cultuur moet worden gezien als een geheel van geestelijke en materiële kenmerken die een samenleving en een maatschappelijke groepering karakteriseren. Daartoe behoren literatuur, de kunsten, verschillende levenswijzen, waardestelsels, tradities en overtuigingen.

Zoals Dario Fo terecht heeft opgemerkt: "nog voordat Europa op economisch vlak was verenigd of op basis van economische en handelsbelangen gestalte kreeg, verenigde de cultuur alle Europese landen. Kunst, literatuur en muziek verbinden Europa tot één geheel". De Europeanen bezitten immers een gemeenschappelijk cultureel erfgoed, het resultaat van eeuwenlange creativiteit, migratiestromen en uitwisselingen. Ook zijn zij in het gelukkige bezit van een rijke verscheidenheid op cultuur- en taalgebied, die inspirerend is en tal van landen in de hele wereld geïnspireerd heeft. En zij weten deze verscheidenheid naar waarde te schatten.

De originaliteit en het succes van de Europese Unie zijn te danken aan haar vermogen om de uiteenlopende en onderling verweven geschiedenis, talen en culturen van de lidstaten te respecteren. Tegelijkertijd heeft zij onderling begrip en gemeenschappelijke regels gebracht, die tot vrede, stabiliteit, welvaart en solidariteit en daarmee tot een geweldige rijkdom aan cultuurbezit en creativiteit hebben geleid; de opeenvolgende uitbreidingen hebben hier steeds meer aan toegevoegd. Door deze eenheid in verscheidenheid vormen respect voor de culturele en taaldiversiteit en de bevordering van een gemeenschappelijk cultureel erfgoed de kern van het Europese project. In het licht van de mondialisering is dit meer dan ooit onontbeerlijk.

In het hedendaagse Europa zijn culturele uitwisselingen levendiger en intensiever dan ooit. De door het EG-Verdrag mogelijk gemaakte vrijheid van verkeer heeft culturele uitwisselingen en de dialoog tussen de landen in sterke mate gestimuleerd. Culturele activiteiten en de vraag naar cultuurgoederen nemen toe en nieuwe communicatiemiddelen bieden ongekende mogelijkheden tot toegang hiertoe. Tegelijkertijd komen wij door de mondialisering steeds meer in aanraking met andere culturen uit de hele wereld. Hierdoor is onze nieuwsgierigheid gegroeid en hebben wij meer mogelijkheden tot uitwisselingen met andere culturen, waarvan wij weer kunnen profiteren. Hierdoor is de verscheidenheid van onze samenlevingen nog groter geworden. Ook is hierdoor echter twijfel ontstaan aan Europa's identiteit en aan haar vermogen om interculturele, op samenhang gerichte samenlevingen tot stand te brengen.

Een wereldwijde culturele verscheidenheid en een interculturele dialoog zijn belangrijke uitdagingen voor een wereldorde die berust op vrede, wederzijds begrip en respect voor gedeelde waarden, zoals de bescherming en bevordering van de mensenrechten en de bescherming van talen. De inwerkingtreding van het UNESCO-verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen op 18 maart 2007 moet in dit verband worden gezien als essentiële stap, waaraan de EU in belangrijke mate heeft bijgedragen.

Europa's culturele rijkdom en verscheidenheid hangen nauw samen met zijn rol en invloed in de wereld. De Europese Unie is niet slechts een economisch proces of een handelsblok, maar zij wordt in brede kring reeds – en terecht – gezien als een uniek en geslaagd sociaal en cultureel project. De EU vervult de rol van een "zachte kracht", een rol die zij in nog sterkere mate moet nastreven en die gebaseerd is op normen en waarden, zoals menselijke waardigheid, solidariteit, verdraagzaamheid, vrijheid van meningsuiting, respect voor verscheidenheid en de interculturele dialoog: waarden die als inspiratiebron voor de wereld van morgen kunnen dienen, mits zij worden gehandhaafd en gestimuleerd.

Europa's op verscheidenheid berustende culturele rijkdom wordt steeds meer een belangrijk voordeel in een virtuele kenniswereld. De Europese culturele sector is reeds een zeer dynamische drijvende kracht achter economische activiteiten en banen in de gehele EU. Culturele activiteiten dragen ook bij tot de bevordering van een op samenhang gerichte samenleving en tot de preventie en vermindering van armoede en sociale uitsluiting. Zoals werd aangegeven in de conclusies van de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad van 2007 zijn creatieve ondernemers en een dynamische cultuursector een unieke bron van innovatie voor de toekomst. Dit potentieel moet nog meer de nadruk krijgen en volledig worden benut.

Doel van de mededeling

Er is een groeiend besef dat er voor de EU een unieke rol is weggelegd bij de promotie van haar culturele rijkdom en verscheidenheid, zowel binnen Europa als in de rest van de wereld. Eveneens wordt onderkend dat cultuur een onmisbare factor is voor de verwezenlijking van de strategische doelstellingen van de EU, zoals welvaart, solidariteit en zekerheid, terwijl zij hierdoor tegelijkertijd een belangrijker rol op het internationale toneel kan spelen.

In deze op uitgebreid overleg[1] gebaseerde mededeling wordt de relatie tussen cultuur en Europa in het licht van de mondialisering verkend en worden doelstellingen voor een nieuwe EU-agenda voor cultuur voorgesteld. Deze agenda moet bij alle belanghebbende partijen (de Commissie, de lidstaten, maatschappelijke organisaties en het Europees Parlement) ondersteuning vinden. De Commissie streeft er dan ook naar nieuwe partnerschappen tot stand te brengen en methoden voor samenwerking tussen deze partijen te ontwikkelen.

2. de bijdrage van de EU aan de cultuur [2]

ALGEMEEN WORDT ERKEND DAT CULTUUR MOEILIJK VALT TE DEFINIËREN. HIERMEE KUNNEN DE SCHONE KUNSTEN, WAARONDER ALLERLEI KUNSTWERKEN, CULTUURGOEDEREN EN –DIENSTEN, WORDEN BEDOELD. CULTUUR KAN OOK ANTROPOLOGISCH GEDUID WORDEN. ZIJ VORMT DE BASIS VAN EEN SYMBOLISCHE WERELD VAN BETEKENISSEN, OVERTUIGINGEN, WAARDEN EN TRADITIES, DIE IN TAAL, GODSDIENST EN MYTHEN TOT UITDRUKKING WORDEN GEBRACHT. ALS ZODANIG SPEELT ZIJ EEN FUNDAMENTELE ROL IN DE ONTWIKKELING VAN DE MENSHEID EN HET INGEWIKKELDE SAMENSTEL VAN IDENTITEIT EN GEWOONTEN VAN INDIVIDUEN EN GEMEENSCHAPPEN.

In deze mededeling ligt het accent voornamelijk op het belang van de diverse facetten van de cultuur bij de ontwikkeling van strategieën, zowel in de EU als in samenwerking met derde landen.

Het Verdrag biedt het uitgangspunt voor de maatregelen van de EU op cultuurgebied. Artikel 151 bepaalt:

"De Gemeenschap draagt bij tot de ontplooiing van de culturen van de lidstaten, onder eerbiediging van de nationale en regionale verscheidenheid van die culturen, maar tegelijk ook de nadruk leggend op het gemeenschappelijk cultureel erfgoed." Het optreden van de Gemeenschap is erop gericht de samenwerking tussen de lidstaten aan te moedigen en zo nodig hun activiteiten […] te ondersteunen en aan te vullen." "De Gemeenschap en de lidstaten bevorderen de samenwerking met derde landen en met de inzake cultuur bevoegde internationale organisaties, met name met de Raad van Europa." "De Gemeenschap houdt bij haar optreden uit hoofde van andere bepalingen van dit Verdrag rekening met de culturele aspecten, met name om de culturele verscheidenheid te eerbiedigen en te bevorderen." |

Cultuur behoort derhalve in de eerste plaats tot de verantwoordelijkheid van de lidstaten en dit zal in de toekomst ook het geval blijven; in sommige landen ligt de bevoegdheid ervoor grotendeels op regionaal en zelfs lokaal niveau. Artikel 151 voorziet bijvoorbeeld niet in de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten. Maatregelen op EU-niveau moeten worden genomen onder volledige naleving van het subsidiariteitsbeginsel, waarbij de EU de maatregelen van de lidstaten ondersteunt en aanvult maar niet vervangt, door hun diversiteit te respecteren en uitwisselingen, de dialoog en onderling begrip te bevorderen.

2.1. De rol van het binnenlands beleid en de interne programma's van de EU

De EU levert via haar programma's en beleid reeds in velerlei opzicht een bijdrage tot de bevordering van culturele activiteiten:

- de communautaire cultuurprogramma's zijn zeer succesvol geweest. Het huidige Cultuurprogramma (2007-2013)[3] zal de bevordering van het wederzijds begrip, de stimulering van de creativiteit en de bijdrage tot de wederzijdse verrijking van onze culturen voortzetten. Het zal duizenden culturele organisaties de helpende hand bieden bij het opzetten en uitvoeren van culturele en kunstzinnige projecten die bedoeld zijn om de kennis en de verspreiding van het Europese culturele erfgoed te verbeteren en culturele uitwisselingen, scheppend werk op artistiek en literair gebied en literaire vertalingen te bevorderen. Ook zal het organisaties die op Europees niveau op cultuurgebied actief zijn ondersteunen en aan belangrijke Europese culturele prestaties erkenning geven door middel van Europese prijzen op het gebied van architectuur, cultuurbezit, muziek en in de vorm van het initiatief "Culturele hoofdsteden van Europa";

- Tal van andere programma's hebben een uiterst positieve invloed op de cultuur, hetzij door middel van specifieke culturele projecten, het gebruik van vreemde talen waartoe deze programma's stimuleren, de nauwe relatie tussen leren en cultuur of door de individuele culturele ervaringen waartoe zij een impuls geven. Tot deze programma's behoren "Europa voor de burger" (2007-2013)[4], dat eveneens is gebaseerd op het artikel betreffende cultuur van het Verdrag en dat een actief Europees burgerschap bevordert, alsook programma's die een leven lang leren (zoals Erasmus en Erasmus Mundus), meertaligheid en uitwisselingen van jongeren ondersteunen;

- in de cinematografische en audiovisuele sector stimuleert het programma MEDIA[5], dat al sinds 1991 loopt, het concurrentievermogen van de Europese audiovisuele sector. Eveneens beoogt het de interculturele dialoog te bevorderen, de wederzijdse bewustwording van de Europese culturen te vergroten en het culturele potentieel van de sector te verbeteren. Voorts is op 16 november 2005 een aanbeveling over het cinematografisch erfgoed en het concurrentievermogen van verwante industriële activiteiten aanvaard, waarin concrete maatregelen op het gebied van het cinematografisch erfgoed worden uiteengezet.

- Een reeks andere communautaire financieringsprogramma's levert een belangrijke bijdrage aan de cultuur. Door het cohesiebeleid of beleid inzake plattelandsontwikkeling verleende steun kan een voorname rol spelen bij de bevordering van bijvoorbeeld de restauratie van cultureel erfgoed en de stimulering van de creatieve bedrijfstakken om zo regio's aantrekkelijker te maken of bij de ondersteuning van de opleiding van culturele beroepsbeoefenaren. Dit geldt eveneens voor de ontwikkeling van de informatiemaatschappij (zoals bijvoorbeeld het initiatief digitale bibliotheken dat tot doel heeft Europa's gevarieerde cultureel en wetenschappelijk erfgoed gemakkelijker online toegankelijk te maken) of voor onderzoek (de kaderprogramma's voor onderzoek).

Een aantal communautaire beleidsterreinen speelt ook een belangrijke rol bij de afbakening van het regelgevingskader voor de cultuursector.

Wat betreft het optreden van de Gemeenschap overeenkomstig artikel 151, lid 4, van het Verdrag komt het er vaak op aan om het juiste evenwicht te vinden tussen verschillende legitieme openbare beleidsdoelstellingen, zoals de bevordering van de culturele verscheidenheid.

- er bestaat een nauw verband tussen de bevordering van cultuur en creativiteit en de wetgeving inzake auteursrecht en naburige rechten van de EU. Deze wetgeving beschermt de rechten van auteurs, producenten en kunstenaars om te garanderen dat zij toereikende inkomsten voor hun werk ontvangen en maakt tegelijkertijd een brede verspreiding van beschermde werken en fonogrammen mogelijk en bevordert zo de toegang van de burger tot het rijke en gevarieerde culturele erfgoed van Europa;

- De richtlijn "Televisie zonder grenzen" van 1989 heeft een wettelijk kader geschapen voor het vrije verkeer van Europese audiovisuele inhoud binnen de EU door de voorwaarden vast te stellen voor grensoverschrijdende uitzending van tv-programma; hierdoor zijn het mediapluralisme en de culturele verscheidenheid in belangrijke mate versterkt. De culturele verscheidenheid heeft in dit verband ook een stimulans gekregen van de maatregelen tot bevordering van Europese en onafhankelijke producties;

- na het door het Verdrag van Maastricht geïntroduceerde artikel 87, lid 3, onder d)[6], spelen culturele overwegingen bij de steunmaatregelen van de staten ook een rol. Op grond van deze bepaling heeft de Commissie in het verleden een grote verscheidenheid aan nationale maatregelen goedgekeurd, die uiteenlopende gebieden ten goede zijn gekomen zoals musea, nationaal erfgoed, theater- en muziekproducties, culturele publicaties en de cinematografische en audiovisuele sector;

- de EU heeft 2008 uitgeroepen tot het Europees Jaar van de interculturele dialoog[7] om optimale benaderingen en processen van de interculturele dialoog duidelijker op de voorgrond te stellen met het oog op de verwezenlijking van een duurzame strategie voor de periode na 2008. Bijzondere aandacht zal daarbij uitgaan naar de meertalige dimensie van deze dialoog;

- ten slotte wenst de Commissie op basis van de huidige communautaire financieringsprogramma's 2009 tot het Europees Jaar van de creativiteit en innovatie door onderwijs en cultuur uit te roepen om zo belangstelling bij de burgers te wekken, het beleidsdebat in de lidstaten te bevorderen en ertoe bij te dragen dat creativiteit, innovatie en interculturele competenties worden gestimuleerd.

De afgelopen jaren hebben de lidstaten nieuwe vormen van flexibele samenwerking verkend om samen gemeenschappelijke doelstellingen na te streven. De Raad heeft overeenstemming bereikt over een meerjarig werkplan voor de periode 2005-2007[8] en er zijn flexibele vormen van samenwerking ontwikkeld voor specifieke thema's, zoals de mobiliteit van museumcollecties. De regelmatige ministeriële conferenties hebben ook bijgedragen tot de uitwisseling van "best practices" en tot beleidsoverleg.

Het Europees Parlement heeft in zijn verslagen en aanbevelingen[9] herhaaldelijk op een intensievere samenwerking aangedrongen. Voorts hebben het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's met klem gewezen op de rol van de georganiseerde civiele samenleving en van de lokale en regionale overheden.

Door deze ervaringen en de resultaten van de breed opgezette raadplegingsprocedures ter voorbereiding van deze mededeling is de Commissie tot de conclusie gekomen dat de tijd thans rijp is voor de ontwikkeling van een gemeenschappelijke culturele agenda, nieuwe samenwerkingsverbanden en methoden om met de lidstaten, maatschappelijke organisaties en derde landen samen te werken.

2.2. Buitenlandse betrekkingen van de EU

Aan cultuur wordt een belangrijke plaats toegekend in de voornaamste communautaire samenwerkingsprogramma's en -instrumenten[10] en in de bilaterale overeenkomsten van de EU met derde landen. Zij speelt ook een fundamentele rol bij de met de Raad van Europa ontwikkelde samenwerking, waardoor de gezamenlijke organisatie van de "Europese dagen van het cultureel erfgoed" en een aantal activiteiten in de westelijke Balkan mogelijk zijn gemaakt.

Gedurende vele jaren is in alle ontwikkelingslanden als onderdeel van de financiële en technische bijstand van de EU een breed scala van culturele projecten en programma's uitgevoerd. Deze culturele activiteiten richten zich op het behoud en de restauratie van locaties van cultuurhistorisch belang, de vervaardiging en verspreiding van kunstwerken, de oprichting of het herstel van musea, de lokale capaciteitsopbouw van in de culturele sector werkzame personen en kunstenaars en de organisatie van grote culturele evenementen. De Commissie beheert ook financiële middelen en projecten in de partnerlanden om de ontwikkeling en versterking van de cultuurindustrie, met name de cinematografische en audiovisuele sector, te ondersteunen en om de toegang tot cultuur en culturele verscheidenheid in derde landen op lokaal niveau te bevorderen.

In nauwe samenhang hiermee is de aandacht van de Commissie in toenemende mate uitgegaan naar de bevordering van de ondersteuning van de mensenrechten, met inbegrip van de bescherming en bevordering van culturele rechten, de rechten van inheemse volkeren en van personen die tot minderheden en maatschappelijk gemarginaliseerde groepen behoren.

Als een van de belangrijkste middelen om vrede en conflictbeheersing te bereiken behoort de interculturele dialoog duidelijk tot de fundamentele doelstellingen van dergelijke activiteiten. Op initiatief van een door de voorzitter ingestelde adviesgroep werd de aanzet gegeven tot hierop gerichte prioritaire acties, die onder meer hebben geleid tot de oprichting van de in Alexandrië gevestigde Europees-mediterrane Stichting Anna Lindh voor de dialoog tussen culturen in Alexandrië, en tot het op gang brengen van een specifiek aan cultuur gewijd debat bij het politiek overleg met derde landen.

De laatste tijd heeft de Commissie ook een begin gemaakt met de verdere ontwikkeling van haar publieke diplomatie, waartoe ook culturele evenementen behoren. Hierbij is dikwijls sprake van samenwerking met en tussen de culturele instellingen van de lidstaten om in derde landen belangrijke informatie over Europa te verspreiden, over zijn identiteit en over zijn ervaring met het slaan van bruggen tussen verschillende culturen.

Meer in het algemeen heeft de Commissie in het kader van de financiële vooruitzichten 2007-2013 meerjarige thematische programma's voorgesteld om communautaire steunmaatregelen in ontwikkelingslanden en -regio's enerzijds en op internationaal vlak anderzijds te financieren. De thematische programma's "Investeren in mensen" en "Niet-overheidsactoren en plaatselijke overheden in het ontwikkelingsproces" dienen als aanvulling op de geografische samenwerking via de nationale strategiedocumenten op cultuurgebied. Uit recente opiniepeilingen blijkt duidelijk dat het merendeel van de Europese burgers – bij monde van de staatshoofden en regeringsleiders tijdens hun top in juni 2006[11] – onder de druk van de mondialisering wil dat Europa zich duidelijker in de wereld manifesteert met een buitenlands beleid dat de Europese waarden goed weerspiegelt. Cultuur vormt vanzelfsprekend de kern van deze veelzijdige, op consensusvorming gerichte benadering.

De snelle inwerkingtreding van het UNESCO-verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen is kenmerkend voor de nieuwe rol van de culturele verscheidenheid op internationaal niveau: de Gemeenschap en haar lidstaten hebben er zich als partijen bij het verdrag toe verplicht een nieuwe culturele pijler van mondiale governance en duurzame ontwikkeling te versterken, in het bijzonder door een betere internationale samenwerking.

3. Doelstellingen voor een Europese agenda voor cultuur

Door de uitgebreide raadplegingsprocedure in 2006 heeft de Commissie kunnen vaststellen dat er een krachtige consensus voor een nieuwe EU-agenda voor cultuur bestaat, zodat op eerdere resultaten kan worden voortgebouwd en lopende activiteiten verder kunnen worden ontwikkeld. Hierbij zouden drie onderling samenhangende doelstellingen als richtsnoer moeten dienen:

- bevordering van de culturele verscheidenheid en de interculturele dialoog;

- bevordering van cultuur als katalysator voor creativiteit binnen het kader van de Lissabonstrategie voor groei en werkgelegenheid;

- bevordering van cultuur als cruciale component van de internationale betrekkingen van de Europese Unie.

Deze doelstellingen zouden als leidraad bij de toekomstige maatregelen van de EU kunnen dienen. Op alle actoren zal – met volledige inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel – een beroep worden gedaan om een bijdrage te leveren:

- voor de lidstaten en hun regio's betekent dit dat zij hun beleid op deze gebieden die betrekking hebben op gemeenschappelijke doelstellingen, verder moeten ontwikkelen en ernaar moeten streven richting te geven aan gezamenlijke activiteiten, onder meer door een open coördinatiemethode en door kansen te verkennen die door EU-financiering worden geboden;

- voor de actoren op cultuurgebied, zoals beroepsorganisaties, culturele instellingen, niet-gouvernementele organisaties, Europese netwerken, stichtingen enz. betekent dit dat zij een intensieve dialoog met de EU-instellingen moeten aangaan, de ontwikkeling van nieuw beleid en activiteiten van de EU moeten ondersteunen en ook onderling overleg moeten plegen;

- voor de Commissie wil dit zeggen dat zij een beroep moet doen op haar binnenlands en buitenlands beleid, communautaire financieringsprogramma's moet aanboren, dat zij een nieuwe vorm moet geven aan haar stimulerende rol, de uitwisseling van goede praktijkvoorbeelden en overleg met alle actoren.

- voor alle actoren houdt dit in dat een nieuw besef van partnerschap en eigen inbreng in de EU-activiteiten noodzakelijk zijn om deze doelstellingen te bereiken.

Hierna wordt elk van deze brede doelstellingen nader uitgewerkt.

3.1. Culturele verscheidenheid en interculturele dialoog

"Kunst kan vorm geven aan de persoonlijkheid van jonge mensen, zodat zij zich geestelijk openstellen en bij hen het respect voor anderen en de wens naar vrede wordt gewekt". Yehudi Menuhin

De ontplooiing van de culturen van de lidstaten onder eerbiediging van de nationale en regionale verscheidenheid is overeenkomstig het EG-Verdrag een belangrijke doelstelling van de EU. Om tegelijkertijd ons gemeenschappelijk erfgoed te benadrukken en erkenning te geven aan de bijdrage van alle in onze samenlevingen aanwezige culturen moet culturele verscheidenheid in een klimaat van openheid en in het kader van uitwisselingen tussen de diverse culturen worden gestimuleerd. Daar onze samenlevingen steeds multicultureler worden, moeten wij daarom de interculturele dialoog en interculturele competenties bevorderen. Dit zijn ook essentiële aspecten in de context van een wereldeconomie met het oog op de verbetering van de inzetbaarheid, het aanpassingsvermogen en de mobiliteit van kunstenaars en mensen die in de culturele sector werkzaam zijn, en de mobiliteit van kunstwerken. Daar de ontwikkeling van de culturele verscheidenheid in de eerste plaats voor de burgers bestemd is, moeten wij hun toegang tot cultuur en culturele uitingen bevorderen.

Hierbij moeten de volgende specifieke doelstellingen worden nagestreefd:

- bevordering van de mobiliteit van kunstenaars en beroepsbeoefenaren op cultuurgebied en de grensoverschrijdende verspreiding van cultuuruitingen;

- aanboren van publieke en private middelen ten behoeve van de mobiliteit van kunstenaars en werknemers in de culturele sector binnen de EU;

- bevordering van de mobiliteit van kunstwerken en kunstuitingen;

- verbetering van de Europese coördinatie van aspecten die van invloed zijn op de mobiliteit van werknemers in de culturele sector, zodat rekening wordt gehouden met behoeften als gevolg van korte en frequente verblijfsperioden in andere lidstaten;

- bevordering en versterking van interculturele competenties en de interculturele dialoog, met name door "cultureel bewustzijn en culturele expressie", "sociale en civieke competenties" en "communicatie in vreemde talen" te ontwikkelen, die behoren tot de door het Europees Parlement en de Raad in 2006[12] vastgestelde sleutelcompetenties.

3.2. Bevordering van cultuur als katalysator voor creativiteit binnen het kader van de Lissabonstrategie voor groei en werkgelegenheid

"De intelligentie is voorgeprogrammeerd voor het scheppen van verschillen." Francesco Alberoni

De cultuurindustrie en de creatieve sector dragen in aanzienlijke mate bij tot het bbp en de groei en werkgelegenheid van Europa. Ter illustratie: volgens een onlangs voor de Commissie uitgevoerde onafhankelijke studie werd geschat dat meer dan vijf miljoen mensen in 2004 voor de culturele sector werkten, d.w.z. 3,1% van de actieve bevolking in de EU-25. De culturele sector nam in 2003 2,6% van het bbp van de EU voor zijn rekening. De groei van deze sector lag tussen 1999 en 2003[13]. aanzienlijk hoger dan die van de economie in het algemeen. Deze sector en de erdoor gegenereerde creativiteit zijn van zeer grote waarde voor de economie en het concurrentievermogen van Europa in de context van de mondialisering.

De rol van de cultuur en de bevordering van creativiteit en innovatie moeten worden verkend en gestimuleerd. Creativiteit vormt de basis voor sociale en technologische innovaties en is derhalve een belangrijke drijvende kracht achter groei, concurrentievermogen en banen in de EU.

Hierbij moeten de volgende specifieke doelstellingen worden nagestreefd:

- bevordering van de creativiteit in het onderwijs door inschakeling van de culturele sector bij de benutting van het potentieel van de cultuur als concrete inbreng/concreet hulpmiddel voor een leven lang leren en bij de bevordering van cultuur en kunst in het informele en formele onderwijs (waaronder het leren van talen);

- bevordering van de capaciteitsopbouw in de culturele sector door in die sector ondersteuning te verlenen aan scholing in managementcompetenties, ondernemerschap, kennis van de Europese dimensie/marktactiviteiten en het aanboren van innovatieve financieringsbronnen, zoals sponsoring, en een betere toegang daartoe;

- ontwikkeling van creatieve samenwerkingsverbanden tussen de culturele sector en andere sectoren (informatie- en communicatietechnologieën, onderzoek, toerisme, sociale partners, enz.) om het sociale en economische effect van investeringen in cultuur en creativiteit te versterken, met name met het oog op meer groei en banen alsook de ontwikkeling en aantrekkelijkheid van regio's en steden.

3.3. Cultuur als cruciale aspect van de internationale betrekkingen

"Elke cultuur vindt haar oorsprong in vermenging, in interactie, in confrontatie. In isolatie daarentegen sterft de beschaving." Octavio Paz

Als partijen bij het UNESCO-verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen hebben de Gemeenschap en de lidstaten hun inzet voor de ontwikkeling van een nieuwe en proactievere culturele rol voor Europa in de context van zijn internationale betrekkingen en voor de integratie van de culturele dimensie als cruciaal aspect van de betrekkingen van Europa met partnerlanden en –regio's opnieuw bekrachtigd. Dit zal in de hele wereld bijdragen tot kennis en begrip van de culturen van Europa.

Een essentiële voorwaarde voor deze integratie is de ontwikkeling van een actieve interculturele dialoog met alle landen en regio's, waarbij bijvoorbeeld profijt kan worden getrokken van de banden op taalgebied die Europa met veel landen bezit. In dit verband is het ook van belang de rijkdom van de culturele verscheidenheid van onze partners te bevorderen, de lokale identiteit van nut te zijn, de toegang tot de cultuur van lokale bevolkingsgroepen te bevorderen en een economische hulpbron te ontwikkelen die een rechtstreeks effect op de sociaaleconomische ontwikkeling kan hebben.

Met het oog hierop zal de EU een tweesporenaanpak volgen, namelijk:

- systematische integratie van de culturele dimensie en diverse culturele componenten in alle beleidsterreinen, projecten en programma's van het buitenlands en ontwikkelingsbeleid als middel tot versterking van de kwaliteit van haar diplomatieke inspanningen en de levensvatbaarheid en duurzaamheid van alle samenwerkingsactiviteiten van de EU; en

- ondersteuning van specifieke culturele acties en evenementen; cultuur vormt op zichzelf al een hulpbron en de toegang tot cultuur dient als prioriteit in het ontwikkelingsbeleid te worden gezien.

Hierbij moeten de volgende specifieke doelstellingen worden nagestreefd:

- verdere ontwikkeling van de politieke dialoog met alle landen en regio's op cultuurgebied en bevordering van culturele uitwisselingen tussen de EU en derde landen en regio's;

- bevordering van de toegang tot de Europese en andere markten voor culturele goederen en diensten uit ontwikkelingslanden door gerichte maatregelen, via overeenkomsten die een voorkeursbehandeling toestaan of door steunmaatregelen op handelsgebied;

- benutting van het buitenlands- en ontwikkelingsbeleid van de EU tot bescherming en bevordering van culturele verscheidenheid door financiële en technische ondersteuning ten behoeve van het behoud van en de toegang tot het cultureel erfgoed enerzijds en ten behoeve van actieve stimulering en bevordering van culturele activiteiten in de gehele wereld anderzijds;

- bij alle samenwerkingsprogramma's en –projecten van de EU moet bij de formulering en de implementatie ervan volledig recht worden gedaan aan de lokale cultuur en moet worden bijgedragen tot een betere toegang tot de cultuur en de voor de cultuuruitingen benodigde middelen, met inbegrip van intermenselijke contacten. Van bijzonder belang is onderwijs; hiertoe behoort ook een actief streven naar de integratie van cultuur in de onderwijsprogramma's op alle niveaus in ontwikkelingslanden;

- bevordering van de actieve betrokkenheid van de EU bij de werkzaamheden van op cultuurgebied werkzame organisaties en bij het initiatief "Alliance of Civilisations" van de Verenigde Naties.

4. NIEUWE PARTNERSCHAPPEN EN WERKMETHODEN

Voor de opstelling van een agenda voor cultuur is Europa afhankelijk van een hechte partnerschap van alle actoren, die vier essentiële dimensies bezit.

4.1. Verdere ontwikkeling van de dialoog met de culturele sector

De Commissie streeft naar een gestructureerde dialoog met de sector, die het kader zou bieden voor de geregelde uitwisseling van standpunten en "best practices", voor bijdragen tot het beleidvormingsproces en voor follow-up en evaluatie.

Om redenen van legitimiteit dient de culturele sector zich ook in de toekomst zoveel mogelijk zelf te organiseren om vast te kunnen stellen wie als representatieve gesprekspartners in aanmerking komen. Het verheugt de Commissie dat er met de oprichting van een aantal representatieve organisaties en een aantal samenwerkingsverbanden, zoals een platform van maatschappelijke organisaties voor de interculturele dialoog, reeds geleidelijk structuren ontstaan.

De Commissie is zich evenwel bewust van de bijzondere kenmerken van de sector, met name van het heterogene karakter ervan (beroepsorganisaties, culturele instellingen met verschillende graad van zelfstandigheid, niet-gouvernementele organisaties, stichtingen, EU- en niet-EU-netwerken, enz.), van de gebrekkige communicatie in het verleden tussen de cultuurindustrie en andere culturele actoren en de problemen die dit bij de verdere structurering van de sector teweegbrengt. Als gevolg hiervan had de culturele sector op Europees niveau tot dusverre maar een geringe impact.

Met het oog op de totstandkoming van een constructievere dialoog tussen de Commissie en de diverse actoren stelt de Commissie de volgende stappen voor:

- inventarisatie van de sector om alle actoren in kaart te kunnen brengen en beter te leren kennen;

- oprichting van een "Cultureel Forum" om de belanghebbende partijen te kunnen raadplegen en ondersteuning van de oprichting van een platform dat zichzelf organiseert, of van een aantal platforms van belanghebbende partijen;

- stimuleren van afzonderlijke kunstenaars en intellectuelen op Europees niveau ("culturele ambassadeurs") om representatieve standpunten naar voren te brengen. Hierbij moet ook nagegaan worden in hoeverre een online virtueel Europees forum voor gedachtewisselingen, artistieke uitingen en contacten met de burgers opportuun en haalbaar is;

- aanmoedigen van de sociale partners in de culturele sectoren om hun autonome sociale dialoog overeenkomstig de artikelen 138 en 139 van het Verdrag verder te ontwikkelen. Voor de podiumkunsten en voor de audiovisuele sector bestaan reeds comités voor de sectorale sociale dialoog die op deze basis functioneren;

- toevoeging van een culturele dimensie aan de Europese publieke debatten door gebruik te maken van de vertegenwoordigingen van de Commissie. Door de cultuur voor het voetlicht te brengen zal de dialoog verbeterd worden en zullen nieuwe doelgroepen bereikt kunnen worden.

4.2. Invoering van een open coördinatiemethode

Zoals reeds eerder vermeld, zijn de lidstaten in de Raad een gezamenlijk werkprogramma voor de periode 2005-2007 overeengekomen. Dit werkprogramma is thans aan vernieuwing toe en de Commissie is van oordeel dat het nu tijd is dat de lidstaten hun samenwerking intensiveren en daartoe in een sfeer van partnerschap gebruik maken van de open coördinatiemethode (OCM) als middel hiertoe.

De open coördinatiemethode biedt een adequaat kader voor de samenwerking tussen de lidstaten op cultuurgebied. Deze methode is een niet-bindend, intergouvernementeel kader voor beleidsuitwisseling en gezamenlijk optreden, dat geschikt is voor een gebied waarop de lidstaten in grote mate bevoegd blijven. Hierbij moet overeenstemming worden bereikt over gemeenschappelijke doelstellingen, moet regelmatig worden nagegaan in hoeverre voortgang met de verwezenlijking ervan is geboekt; voorts moeten "best practices" en relevante gegevens worden uitgewisseld ter stimulering van een wederzijds leerproces.

De open coördinatiemethode wordt ingezet op de terreinen werkgelegenheid, sociale bescherming, onderwijs en jeugd en heeft bijgedragen tot de versterking van de beleidsvorming van de lidstaten, aangezien de regelmatige deelname aan een Europees proces deze beleidsterreinen op nationaal niveau meer profiel en een extra stimulans heeft gegeven. Ook kunnen de lidstaten zo van elkaar leren. Bovendien geeft het de actoren op deze beleidsterreinen een stem op Europees niveau, een stem die zij anders niet zouden hebben.

In ieder geval moet bij de formulering van de open coördinatiemethode op dit gebied ten volle rekening worden gehouden met de bijzondere kenmerken van de culturele sector. Dit betekent een flexibele benadering in partnerschap met de lidstaten, waarbij algemene doelstellingen worden vastgesteld en een licht systeem van regelmatige rapportage wordt gehanteerd.

De Commissie stelt voor dat de Raad van Ministers op basis van deze mededeling de bovengenoemde doelstellingen goedkeurt, prioriteiten vaststelt en een tweejarige follow-upprocedure overeenkomt. In het kader van deze procedure zou de Commissie om de twee jaar in samenwerking met hooggeplaatste vertegenwoordigers van de lidstaten een gezamenlijk verslag moeten opstellen, waarin de voornaamste kwesties en trends worden samengevat en de met de gemeenschappelijke doelstellingen geboekte voortgang in de lidstaten besproken wordt.

De lidstaten moeten worden aangemoedigd om lokale en regionale overheden en de belanghebbende partijen op cultuurgebied in de lidstaat volledig bij het follow-upproces te betrekken en in hun nationale rapporten te beschrijven hoe zij hierbij te werk zijn gegaan. Op EU-niveau moet de Commissie de belanghebbende partijen via het hierboven genoemde Culturele Forum bij het proces betrekken. In het jaar vóór de publicatie van het rapport moet de Commissie een bijeenkomst organiseren om bijdragen van maatschappelijke organisaties in te winnen.

Het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's dienen bij het proces betrokken te worden.

Bij de verwezenlijking van de doelstellingen van de buitenlandse betrekkingen moet in voorkomend geval een beroep worden gedaan op het relevante EU-kader, met inbegrip van de Raad Buitenlandse Zaken. De Commissie moet er samen met de lidstaten naar streven om de coördinatie van de culturele samenwerking voor de gehele EU te intensiveren. Hierbij zouden ook "best practices" in kaart moeten worden gebracht en uitgewisseld. Bij het intensievere streven naar coördinatie en harmonisatie zal ook in de toekomst de opstelling van landenstrategiedocumenten en gezamenlijke strategieën voor hulp een centrale rol spelen.

4.3. Ondersteuning van een empirisch onderbouwde beleidsvorming

Indien nodig zal de Commissie bij elk van de genoemde doelstellingen en bij de voorgestelde open coördinatiemethode een ondersteunende en coördinerende rol spelen.

Met het oog op de verwezenlijking van de bovengenoemde doelstellingen moet een beter inzicht worden verkregen in de bijdrage die de culturele sector aan de Lissabonagenda kan leveren om een empirisch onderbouwd beleid te bevorderen. Daartoe moeten onder meer bestaande gegevens en casestudy's worden uitgewisseld en moet worden samengewerkt ten behoeve van methodologieën voor evaluatie en effectbeoordeling. Voorts moet de nationale statistische informatie doorgelicht en zo nodig verbeterd worden en moeten de nationale statistische gegevens beter vergelijkbaar worden gemaakt; hierbij kan Eurostat een coördinerende rol spelen.

De Commissie zal in dit verband het initiatief nemen tot een aantal studies en tot samenwerking tussen verschillende diensten ter ondersteuning van de voorgestelde doelstellingen en empirisch onderbouwde beleidsvorming en activiteiten. Voorts zal zij de ontwikkeling bevorderen van netwerken van de actoren die op Europees, nationaal en regionaal of lokaal niveau bij de effectbeoordeling en evaluatie van het cultuurbeleid zijn betrokken.

4.4. Integratie van cultuur in alle relevante beleidsterreinen

Overeenkomstig artikel 151, lid 4, van het EG-Verdrag houdt de Gemeenschap bij haar optreden uit hoofde van andere bepalingen van het Verdrag rekening met de culturele aspecten, met name om de culturele verscheidenheid te eerbiedigen en te bevorderen.

Om deze taak beter te kunnen vervullen zal de Commissie de coördinatie tussen haar diensten intensiveren en haar analyse van het raakvlak tussen de culturele verscheidenheid en overig communautair beleid verdiepen om bij besluiten of voorstellen van regelgevende of financiële aard het juiste evenwicht te vinden tussen de verschillende legitieme openbare beleidsdoelstellingen, zoals de bevordering van de culturele verscheidenheid. De Commissie heeft bijvoorbeeld onlangs een interne werkgroep voor dit doeleinde opgericht.

Ten aanzien van de externe dimensie gaat bijzondere aandacht uit naar de multi- en interculturele en interreligieuze dialoog om het onderling begrip tussen de EU en internationale partners te bevorderen en een breder publiek in partnerlanden te bereiken. Voor onderwijs en in het bijzonder mensenrechteneducatie is in dit verband een belangrijke rol weggelegd. Het nieuwe programma Erasmus Mundus zal hiertoe bijdragen. De Commissie ondersteunt de dialoog en cultuurgerelateerde activiteiten in verband met van het Europees nabuurschapsbeleid (ENB), het programma "Investeren in mensen", instellingen zoals de Stichting Anna Lindh in de Euro-mediterrane regio en in het kader van het initiatief "Alliance of Nations" van de VN. Met een aantal partnerlanden in de ENB-regio en elders zijn specifieke programma's voor culturele samenwerking opgezet (zoals het Culture Fund for India). Deze activiteiten zijn onderling afhankelijk.

Met het oog op een doeltreffende ondersteuning van specifieke acties in de ACS-landen stelt de Europese Commissie voor om een Cultureel Fonds EU-ACS op te richten als gemeenschappelijke Europese bijdrage aan de verspreiding en eventueel de vervaardiging van cultuurgoederen uit de ACS-landen. Dit Fonds zal het ontstaan van lokale markten en sectoren bevorderen en daardoor de toegang van de lokale bevolking tot cultuur en de diverse voor cultuuruitingen benodigde middelen aanmoedigen. Tegelijkertijd zal het de toegang van cultuurgoederen uit de ACS-landen tot de Europese markten vergemakkelijken door de distributienetwerken en platforms in de EU beter toegankelijk te maken.

Het 10e Europees Ontwikkelingsfonds zal het aanloopkapitaal voor de financiering van dit Fonds verschaffen, dat door bijdragen van de lidstaten zal worden aangevuld.

5. CONCLUSIE

" Cultuur is geen luxe, maar noodzaak ." Gao Xingjian

De Commissie is van oordeel dat de tijd thans rijp is voor een nieuwe Europese culturele agenda die aansluit bij de realiteit van de huidige, door mondialisering gekenmerkte wereld.

In deze mededeling worden concrete voorstellen gedaan die betrekking hebben op zowel een reeks gemeenschappelijke doelstellingen als op nieuwe methoden voor een intensievere culturele samenwerking in de EU.

Het Europees Parlement, de Raad, het Comité van de Regio's en het Europees Economisch en Sociaal Comité wordt verzocht op deze mededeling te reageren.

De Raad wordt gevraagd de benodigde stappen te nemen om in het kader van de voorgestelde open coördinatiemethode een reeks gemeenschappelijke doelstellingen en een adequate rapportageprocedure vast te stellen; de Europese Raad wordt verzocht om dit in zijn conclusies te bekrachtigen.[pic][pic][pic]

[1] Zie http://ec.europa.eu/culture/eac/communication/consult_en.html enhttp://ec.europa.eu/development/body/theme/human_social/pol_culture1_en.htm.

[2] Zie voor nadere bijzonderheden het bijgevoegde werkdocument van de diensten van de Commissie: "Inventory of Community actions in the field of culture ".

[3] Besluit nr. 1855/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 (PB L 372 van 27.12.2006).

[4] Besluit nr. 1904/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 (PB L 378 van 27.12.2006).

[5] Besluit nr. 1718/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 (PB L 327 van 24.11.2006).

[6] "steunmaatregelen om de cultuur en de instandhouding van het culturele erfgoed te bevorderen, wanneer door deze maatregelen de voorwaarden inzake het handelsverkeer en de mededingingsvoorwaarden in de Gemeenschap niet zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad".

[7] Besluit nr. 1983/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 (PB L 412 van 30.12.2006).

[8] Conclusies van de 2661e zitting van de Europese Raad Onderwijs, Jeugdzaken en Cultuur, 15-16 november 2004.

[9] Zie het verslag over de culturele samenwerking in de Europese Unie (A5-0281/2001). Rapporteur Giorgio Ruffolo.

[10] Zoals de Overeenkomst van Cotonou met de staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, het nabuurschaps- en partnerschapsinstrument met nabuurlanden en Rusland en het instrument voor economische en ontwikkelingssamenwerking voor Azië en Centraal- en Latijns-Amerika.

[11] Bij de goedkeuring door de Europese Raad van het voorstel van de Commissie: "Europa in de wereld — praktische voorstellen om de samenhang, het effect en de zichtbaarheid van het EU-optreden te vergroten" – COM(2006) 278.

[12] Aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake sleutelcompetenties voor een leven lang leren (2006/962/EC) (PB L 394 van 30.12.2006, blz. 10).

[13] Zie studie "Economy of Culture in Europe" uitgevoerd door KEA voor de Europese Commissie, 2006 op http://ec.europa.eu/culture/eac/sources_info/studies/studies_en.html..