5.7.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 172/45


Advies van het Comité van de Regio's over het „Uitbreidingspakket 2007 — Kandidaat-lidstaten”

(2008/C 172/09)

HET COMITÉ VAN DE REGIO'S stelt het volgende vast:

De EU dient in verband met de uitbreiding haar opendeurbeleid voort te zetten; zo kan dat fungeren als stimulerend uitgangspunt voor democratische hervormingen en economische ontwikkeling, ook achter de huidige grenzen van de EU.

Naleving van de criteria van Kopenhagen en de eisen in verband met het stabilisatie- en associatieproces is een conditio sine qua non voor de toekomstige lidstaten; de nadruk ligt in dit verband op de eigen verdiensten, die ook bij eerdere uitbreidingen zwaar wogen.

De Europese dynamiek van Turkije mag niet afnemen; de EU dient dan ook haar verplichtingen na te komen nu tot onderhandelingen besloten is. Wèl is het CvdR het met de Commissie eens dat de uitkomst van de onderhandelingen niet bij voorbaat mag vastliggen.

Het Comité is ingenomen met de door Kroatië geboekte resultaten om te voldoen aan de politieke criteria van Kopenhagen, de economische criteria en met de uitvoering van het acquis communautaire en van het stabilisatie- en associatie-akkoord.

Volgens het Comité heeft de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zekere vooruitgang geboekt ten aanzien van de politieke criteria van Kopenhagen, alsook de economische criteria; met name de vooruitgang van eind 2007 is noemenswaardig. Het Comité verzoekt de Raad dan ook te besluiten onderhandelingen te beginnen met de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

Rapporteur

:

de heer NICA (RO/ALDE), burgemeester van Dudeștii Noi, Roemenië

Referentiedocument

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad: Uitbreidingspakket 2007 — kandidaat-lidstaten

COM(2007) 663 final

Beleidsaanbevelingen

STANDPUNTEN VAN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

Algemene aanbevelingen

1.

De uitbreiding van de Europese Unie is één van de doeltreffendste middelen om politieke invloed te verwerven. Het proces is dan ook een belangrijke stap op weg naar de waarborging van vrede en stabiliteit op het continent. Voor de inwoners van de kandidaat-lidstaten is dit een extra kans om niet alleen te profiteren van het door de gemeenschappelijke economische ruimte voortgebrachte welzijn, maar ook van de gemeenschappelijke waarden van de EU, met name vrijheid, democratie en solidariteit.

2.

De EU dient in verband met de uitbreiding haar opendeurbeleid voort te zetten; zo kan dat fungeren als stimulerend uitgangspunt voor democratische hervormingen en economische ontwikkeling, ook achter de huidige grenzen van de EU.

3.

Naleving van de criteria van Kopenhagen en de eisen in verband met het stabilisatie- en associatieproces is een conditio sine qua non voor de toekomstige lidstaten; de nadruk ligt in dit verband op de eigen verdiensten, die ook bij eerdere uitbreidingen zwaar wogen.

4.

Een geslaagde integratie hangt in de eerste plaats af van de manier waarop een kandidaat-lidstaat zijn toetreding voorbereidt, van degelijke hervormingen en van de nauwlettendheid waarmee wordt toegezien op de uitvoering ervan.

5.

Er zij aan herinnerd dat geleidelijke vooruitgang en aanpassing van de wetgeving borg staan voor een geslaagde integratie.

6.

De territoriale overheden dienen een actieve rol te vervullen in de integratie: het gaat immers om een structureel en democratisch proces dat niet alleen op centraal niveau kan plaatsvinden, zonder actieve deelname van de andere bestuurslagen, met voorbijgaan aan de beginselen van subsidiariteit en nabijheid.

7.

Verenigingen van lokale en regionale overheden moeten geraadpleegd worden als de centrale overheid wettelijke maatregelen voorstelt over de bevoegdheden van territoriale overheden.

8.

De duurzame ontwikkeling van een land is in hoge mate afhankelijk van de naleving en toepassing van het fundamentele beginsel van decentralisatie op alle niveaus: in de besluitvorming, administratie en financiën.

9.

De oorlog in de eerste helft van de jaren '90 heeft diepe sporen achtergelaten in het collectief bewustzijn van de Balkanvolkeren. Het is daarom belangrijk dat alle lokale, regionale en nationale actoren uit het gebied de handen ineenslaan om de problemen op te lossen die in het verleden aan de basis lagen van conflicten.

10.

Aan de hand van pretoetredingsprogramma's en –beleid dienen initiatieven en pogingen tot samenwerking (met name 2008, het jaar van de interculturele dialoog) te worden ondersteund, evenals uitwisseling van ervaringen en goede praktijken (o.a. goede ervaringen met de toepassing van de beginselen van het Europees Handvest inzake lokale autonomie) tussen de lokale en regionale overheden van de lidstaten en die van de kandidaat-lidstaten. Het Comité van de Regio's kan hierbij een belangrijke rol spelen door opleidingsseminars te organiseren die gericht zijn op de uitwisseling van goede praktijken en lessen die door de Europese regionale en lokale overheden zijn geleerd. Deze steun zou vooral moeten putten uit de ervaringen van de nieuwe lidstaten,die in 2004 en 2007 tot de EU zijn toegetreden, te meer daar enkele van hen buurlanden zijn van drie nieuwe kandidaat-lidstaten.

Turkije

11.

Het is in ieders belang dat Turkije steun geniet tijdens het gehele lange en moeilijke hervormingsproces waarin het verwikkeld is. Het is een grondbeginsel van het toetredingsproces dat het tempo van de onderhandelingen van deze hervormingen afhangt, die ook zullen worden bevorderd met externe hulp van de EU, met behulp van financiële programma's. Turkije en de EU zullen in dit proces derhalve geduld moeten oefenen en doorzettingsvermogen moeten tonen.

12.

De Europese dynamiek van Turkije mag niet afnemen; de EU dient dan ook haar verplichtingen na te komen nu tot onderhandelingen besloten is. Wèl is het CvdR het met de Commissie eens dat de uitkomst van de onderhandelingen niet bij voorbaat mag vastliggen. Naleving van de door de Unie opgelegde voorwaarden dient het enige criterium te zijn bij de vraag of Turkije in de EU kan opgaan. Verder is het belangrijk dat Turkije zich inzet voor verbetering van de betrekkingen inzake goed nabuurschap, overeenkomstig de bepalingen die tijdens de onderhandelingen uiteen zijn gezet. Bijgevolg is het aan Turkije om een eind te maken aan iedere vorm van economische isolatie, het sluiten van grenzen en af te zien van bedreigingen of strategische activiteiten ten opzichte van buurlanden.

13.

Verheugend is het verloop van de parlementsverkiezingen; te hopen valt dat de nieuwe regering, om aan de toetredingscriteria te voldoen, de uitvoering van de nodige hervormingen zal versnellen door aanmerkelijke vooruitgang te boeken op gevoelige gebieden. Het Comité is bezorgd over de herhaaldelijke inmenging van de Turkse strijdkrachten in het politieke proces; het benadrukt dat er meer moet worden gedaan om ervoor te zorgen dat het leger onder volledige politieke controle staat.

14.

Het Comité is ingenomen met de recente maatregelen tot wijziging van de grondwet; het beschouwt deze wijzigingen, als ze goedgekeurd zijn, als een stap in de goede richting van de naleving van de politieke criteria van Kopenhagen. Het herinnnert eraan dat artikel 301 van het Turkse wetboek van strafrecht, dat de belediging van het Turkendom en Turkije strafbaar stelt, moet worden gewijzigd om volledige vrijheid van meningsuiting tot stand te brengen.

15.

Het staat buiten kijf dat de lokale en regionale overheden, die het leeuwendeel van de communautaire wetgeving uitvoeren, een centrale en doorslaggevende rol te vervullen hebben, zowel ten aanzien van de binnenlandse democratisering als wat betreft de integratie in Europa. Derhalve dient de Commissie extra aandacht te besteden aan hun plaats in de onderhandelingen met de Turkse regering.

16.

De gemeentewetgeving zou herzien moeten worden om het overheidsbestuur op lokaal niveau te versterken en om de doeltreffendheid ervan te verbeteren.

17.

Het CvdR stelt voor om via onderzoek diverse modellen voor regionale ontwikkeling van de territoriale overheden in Turkije in kaart te brengen, uitgaande van het voorbeeld van de EU-lidstaten, op grond waarvan een strategie en een beleid voor de regio's kan worden uitgewerkt en toegepast, met de omschrijving van prioriteiten voor lokale en regionale ontwikkeling, met de tenuitvoerlegging van programma's die steun ontvangen uit Europese pretoetredingsfondsen, en later uit de Structuurfondsen.

18.

Er dient een paritair adviescomité te komen met vertegenwoordigers van het Comité van de Regio's en de Turkse territoriale overheden. Daarom wordt de Commissie opgeroepen tijdens de onderhandelingen met Turkije te wijzen op het belang van de oprichting van een dergelijk orgaan.

19.

Turkije dient haar inspanningen voort te zetten op weg naar financiële decentralisatie van het lokale overheidsbestuur. Zo worden deze overheden minder afhankelijk van de nationale begroting en krijgen zij meer financiële autonomie.

20.

Vanzelfsprekend dient de uitbreiding van de bevoegdheden van territoriale overheden gepaard te gaan met de toewijzing van toereikende middelen voor het uitoefenen van de nieuwe taken.

21.

Turkije voert momenteel een hervorming door van de overheidssector om de doeltreffendheid en de administratieve slagkracht van de overheidsinstanties te verbeteren zodat de nationale en communautaire fondsen doeltreffend kunnen worden beheerd.

22.

De aandacht wordt gevestigd op de aanhoudende discriminatie van vrouwen in Turkije, wat betreft de toegang voor vrouwen tot openbare functies op het gebied van administratie en justitie, zelfs als de juridische omstandigheden al gedeeltelijk voldoen aan de desbetreffende Europese wetgeving. Vrouwen worden met name gediscrimineerd bij de toegang tot onderwijs. Vanwege de invloed van religieuze tradities kunnen veel meisjes na het basisonderwijs hun opleiding niet voortzetten.

23.

Evenmin mag de discriminatie van etnische minderheden in Turkije, en met name van de Koerden, over het hoofd worden gezien.

24.

Vermelding verdienen voorts de problemen van religieuze, niet-moslimgemeenschappen in Turkije, die immers geen rechtspersoonlijkheid hebben. Deze gemeenschappen worden belemmerd in hun liefdadigheidsactiviteiten, vrijheid van godsdienst, de keuze van hun leiders en de opleiding van geestelijken. Voorts signaleert het Comité de herhaaldelijke geweldplegingen en aanslagen die zijn gericht tegen vertegenwoordigers en aanhangers van niet-islamitische religies. De Staat moet garanties bieden dat dit niet meer gebeurt, door het staatsapparaat in te zetten om extremistische groepen te controleren en subversieve acties van die groepen tegen te gaan.

Kroatië

25.

Het Comité is ingenomen met de door Kroatië geboekte resultaten om te voldoen aan de politieke criteria van Kopenhagen, de economische criteria en met de uitvoering van het acquis communautaire en van het stabilisatie- en associatie-akkoord. Voorts signaleert het Comité de herhaaldelijke geweldplegingen en aanslagen die zijn gericht tegen vertegenwoordigers en aanhangers van niet-islamitische religies. De staat moet garanties bieden dat dit niet meer gebeurt, door het staatsapparaat in te zetten om extremistische groepen te controleren en subversieve acties van die groepen tegen te gaan.

26.

Het Comité is verheugd over de door Kroatië getroffen maatregelen voor de decentralisatie van het overheidsbestuur op lokaal niveau; het zou op de ingeslagen weg verder moeten gaan. In het kader van deze maatregelen moet volgens het Comité de nadruk liggen op het subsidiariteitsbeginsel, zodat de besluitvorming zo dicht mogelijk bij de burger plaatsvindt.

27.

De voortdurende inspanningen van Kroatië ten behoeve van regionale initiatieven, waarmee werd bijgedragen tot de verbetering van de betrekkingen met de buurlanden, moeten worden gestimuleerd en opgevoerd. Er moet meer werk worden gemaakt van grensoverschrijdende samenwerking tussen lokale gemeenschappen in de Kroatische grensregio's en die in de buurlanden Bosnië en Herzegovina, Servië, Slovenië en Montenegro.

28.

Positief is de goede samenwerking tussen Kroatië en het Internationale Strafhof. Deze inspanningen moeten worden voortgezet met het oog op vervolging van oorlogsmisdaden en vooral in verband met verbetering van de bescherming van getuigen.

29.

De premiers van Kroatië en Slovenië zijn in principe overeengekomen dat hun grensgeschil, met het oog op een besluit, aan een derde bemiddelaar moet worden voorgelegd. De regeringen van Kroatië en Slovenië zouden alle mogelijkheden moeten benutten om deze overeenkomst uit te voeren. Het is een goede zaak dat het Kroatische parlement heeft besloten dat Kroatië de milieu- en visserijbeschermingszone niet zal instellen totdat er in onderlinge overeenstemming een minnelijke schikking in de geest van de EU is bereikt.

30.

Er is vooruitgang geboekt met de verbetering van de toepassing van constitutionele voorschriften op nationale minderheden en ook gaat het beter met de positie van de Roma-minderheid in Kroatië. Ook op het gebied van sociale insluiting van vluchtelingen en etnische minderheden moet echter vooruitgang worden geboekt, met name voor de Roma, door hun toegang te bieden tot openbare diensten en hoger onderwijs.

31.

Het is essentieel dat er specifieke actiemiddelen worden ingezet om een verantwoord overheidsbestuur te waarborgen, waarbij de aandacht vooral moet uitgaan naar corruptiebestrijding. In dit verband is het een goede zaak dat het mandaat van het Bureau ter bestrijding van corruptie en georganiseerde criminaliteit (USKOK) is uitgebreid en dat het aantal gevallen van corruptie waartegen justitie in Kroatië optreedt is toegenomen. De Kroatische regering wordt verzocht om haar inspanningen in het kader van het nationale corruptiebestrijdingsprogramma 2006-2008 verder op te voeren.

32.

Bijval verdient de vooruitgang die is geboekt met (her)bouw van huizen en wooneenheden en het huisvestingsprogramma ten behoeve van voormalige huurders. Dit alles moet versneld worden voortgezet.

33.

De recent geboekte vooruitgang op het gebied van regionaal beleid en de coördinatie van structurele instrumenten zijn verheugend; verdere maatregelen zijn echter nodig om de doeltreffendheid te verbeteren, alsook de administratieve capaciteit van overheidsorganen, met het oog op goed beheer van de communautaire fondsen.

34.

De modernisering van het lokale overheidsbestuur blijft echter bescheiden. De verbrokkelde uitvoering van het wettelijk kader voor het overheidsbestuur heeft inefficiëntie in de hand gewerkt.

Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië

35.

Volgens het Comité heeft de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zekere vooruitgang geboekt ten aanzien van de politieke criteria van Kopenhagen, alsook de economische criteria; met name de vooruitgang van eind 2007 is noemenswaardig. Het Comité verzoekt de Raad dan ook te besluiten onderhandelingen te beginnen met de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

36.

Het stemt tot genoegen dat het land erin geslaagd is enkele bepalingen van het stabilisatie- en associatie-akkoord na te leven.

37.

Het Comité stelt vast dat de Ohrid-kaderovereenkomst tot ingrijpende wijzigingen in de samenleving van de FYROM heeft geleid, die thans onbeschroomd uitkomt voor zijn multi-etnische en multiculturele karakter, hetgeen overigens een essentieel onderdeel is van de politieke criteria voor toetreding tot de EU. Er zij opnieuw op gewezen dat het Badinter-beginsel onverkort moet worden nageleefd en dat alle partijen elkaar wederzijds respecteren en samenwerken in het kader van de democratische instellingen waarover het land ten koste van zoveel inspanningen nu beschikt. Het CvdR betreurt het evenwel dat de integratie van etnische minderheden beperkt blijft.

38.

De voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië wordt opgeroepen inspiratie te putten uit de Europese ervaring op het gebied van overheidsbestuur en onderwijs, waarin met etnische en talendiversiteit rekening wordt gehouden. Het Comité zou graag zien dat er overeenkomsten worden gesloten voor het scheppen van billijke en harmonieuze omstandigheden voor het vreedzaam samenleven van de twee etnische meerderheidsgroepen met de verschillende minderheden. Hiertoe wordt de toepassing bepleit van de grondwettelijke bepalingen die een billijke vertegenwoordiging van minderheden in het overheidsbestuur moeten garanderen.

39.

Het Comité betreurt het dat de corruptie een wijdverbreid verschijnsel blijft, wat tot ernstige problemen leidt. Daarom wordt de overheid aanbevolen maatregelen te nemen om dit kwaad uit te roeien.

40.

De inspanningen voor decentralisatie van het overheidsbestuur op lokaal niveau zijn te prijzen, alsook de vastbeslotenheid om de doeltreffendheid te verbeteren door een herindeling van diverse gemeenten ten behoeve van rationaliteit en ontwikkeling. Het is evenwel dringend nodig vaart te zetten achter de financiële decentralisatie voor meer gezag van de lokale en regionale overheden.

41.

Het Comité betreurt het dat er geen vooruitgang is geboekt over de naam. Het is verheugend dat de onderhandelingen onder leiding van de speciale VN-gezant, de heer Nimetz, zijn hervat, en roept de FYROM op meer inspanningen te leveren voor de oplossing van dit vraagstuk, uitgaande van de resoluties 817/93 en 845/93 van de VN-Veiligheidsraad, om zo bij te dragen aan goed nabuurschap en ontwikkeling van de regionale samenwerking

42.

Verheugend zijn de inspanningen voor het waarborgen van de toegang voor burgers tot informatie van openbare aard in het kader van meer transparantie van het bestuur. Laatstgenoemde is echter niet in staat of bereid toegang te bieden.

43.

Het is een goede zaak dat het CvdR-bureau op 4 maart 2008 op verzoek van de regering van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië heeft besloten een paritair adviescomité op te richten dat bestaat uit vertegenwoordigers van het Comité van de Regio's en van territoriale overheden uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. De Commissie wordt opgeroepen het nodige te doen om ervoor te zorgen dat het adviescomité in de eerste helft van 2008 zijn eerste vergadering kan houden.

Brussel, 9 april 2008.

De voorzitter van het

Comité van de Regio's

L. VAN DEN BRANDE