52004PC0756

Advies van de Commissie over het ontwerp-reglement van orde van het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats /* COM/2004/0756 def. */


Brussel, 17.11.2004

COM(2004)756 definitief

ADVIES VAN DE COMMISSIE

over het ontwerp-reglement van orde van het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats

ADVIES VAN DE COMMISSIE

over het ontwerp-reglement van orde van het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats

Besluit 2003/C 218/01 van de Raad van 22 juli 2003 tot oprichting van een Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats[1] bepaalt in artikel 8 dat:

"Het comité, op advies van de Commissie, haar reglement van orde opstelt met praktische regelingen voor zijn werking (…). Het reglement van orde wordt ter informatie toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad. De Raad beschikt tevens over een evocatierecht."

Overeenkomstig deze bepaling werd de Commissie verzocht haar advies te geven over bijgevoegd ontwerp-reglement van orde (doc. nr. 858/4/04), dat door het secretariaat in samenwerking met het bureau van het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats is opgesteld.

Dit document weerspiegelt volledig de geest en de inhoud van Besluit 2003/C 218/01 van de Raad, aangezien rekening wordt gehouden met de noodzaak dit adviesorgaan te vereenvoudigen en zo de flexibiliteit, de betrouwbaarheid, de doeltreffendheid en de algehele prestaties te verbeteren.

Het bevat voornamelijk bepalingen voor versnelde besluitvormingsprocedures en voor samenwerking met andere comités die bevoegd zijn voor veiligheid en gezondheid op het werk op Europees niveau, zulks overeenkomstig artikel 8 van Besluit 2003/C 218/01 van de Raad.

In het document staan ook een aantal praktische regelingen in verband met de interne organisatie van het Raadgevend Comité, vooral met betrekking tot de activiteiten van de belangengroepen, het bureau, de werkgroepen en de permanente werkgroep voor de steenkolenmijnen en andere winningsindustrieën, zoals omschreven in de artikelen 5 en 6 van voornoemd besluit 2003/C 218/01 van de Raad.

Op basis van deze overwegingen brengt de Commissie een gunstig advies uit over het bijgevoegde ontwerp-reglement van orde van het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats en staat ze toe dit advies ter informatie aan het Europees Parlement en de Raad toe te zenden.

Ontwerp

Reglement van orde van het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats

HET RAADGEVEND COMITÉ VOOR VEILIGHEID EN GEZONDHEID OP DE ARBEIDSPLAATS,

Gelet op Besluit 2003/C 218/01 van de Raad van 22 juli 2003 tot oprichting van een Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats, en met name op artikel 8,

HEEFT HET VOLGENDE REGLEMENT VAN ORDE GOEDGEKEURD:

I. Vergaderingen van het comité

Bijeenroeping

Artikel 1

De voorzitter richt ten minste drie weken vóór de datum van de vergadering een uitnodiging aan alle gewone leden. Tegelijkertijd zorgt hij ervoor dat alle gewone en plaatsvervangende leden toegang hebben tot de ontwerpagenda met de te behandelen onderwerpen en de voorbereidende documenten.

In spoedgevallen kan de voorzitter de in lid 1 genoemde termijn van drie weken verkorten, met dien verstande dat de termijn ten minste 10 dagen moet bedragen. Indien een document niet tijdig beschikbaar is, kan het comité besluiten het desbetreffende punt van de agenda af te voeren.

Indien ten minste een derde van de leden om bijeenroeping van het comité verzoekt, geeft de voorzitter binnen een termijn van ten hoogste twee maanden en overeenkomstig het bepaalde in lid 1 gevolg aan dit verzoek.

Agenda

Artikel 2

Bij de opening van de vergadering keurt het comité de agenda goed; deze bevat de punten die voorkomen op de ontwerpagenda als bedoeld in artikel 1, lid 1, alsook andere, door de voorzitter, door de woordvoerder van een belangengroep of door een ander lid voorgestelde onderwerpen die onder de bevoegdheid van het comité vallen.

Tijdens de vergadering kan elk lid voorstellen om een punt op de agenda van de volgende vergadering te plaatsen.

Deelname aan de vergaderingen

Artikel 3

Aan de vergaderingen van het comité wordt alleen deelgenomen door de leden, de coördinatoren van de belangengroepen en de tot deelname gerechtigde waarnemers en deskundigen.

De gewone leden delen de voorzitter mee of zij zelf de vergadering zullen bijwonen dan wel zich door hun plaatsvervanger zullen laten vertegenwoordigen. Een plaatsvervangend lid woont een vergadering alleen bij als het gewone lid dat het vervangt, verhinderd is.

Elke belangengroep mag zich door maximaal twee deskundigen doen vergezellen, mits de voorzitter ten minste drie dagen vóór de vergadering hiervan in kennis is gesteld.

Het bureau kan de voorzitter voorstellen om de vice-voorzitter en de rapporteur van een werkgroep uit te nodigen voor een vergadering waar voor hun werkgroep relevante documenten en adviezen besproken worden.

Notulen van de vergaderingen van het comité

Artikel 4

Van elke vergadering van het comité worden door het secretariaat notulen opgesteld.

De notulen bevatten:

a) de presentielijst,

b) een beknopt verslag van de besprekingen,

c) de door het comité uitgebrachte adviezen, met vermelding van de stemverdeling bij iedere gehouden stemming,

d) algemene informatie van de Commissie.

Het comité keurt de notulen goed.

De notulen worden enkel en alleen ter goedkeuring aan het comité voorgelegd als de gewone en plaatsvervangende leden daarvan uiterlijk 10 dagen vóór de datum van de vergadering een ontwerp in ten minste het Engels, Duits en Frans hebben ontvangen. Indien dit niet tijdig is gebeurd, wordt de goedkeuring van de notulen tot de eerstvolgende vergadering uitgesteld.

Voorstellen tot wijziging van de ontwerpnotulen worden - bij voorkeur schriftelijk - ingediend vóór of tijdens de vergadering waarin deze notulen moeten worden goedgekeurd.

II. Besluitvormingsprocedures

Adviezen

Artikel 5

De adviezen van het comité worden tijdens de vergadering uitgebracht overeenkomstig artikel 7 van Besluit 2003/C 218/01 van de Raad.

Blanco stemmen en stemonthoudingen worden beschouwd als geldig uitgebrachte stemmen.

Artikel 6

Bij elk uit te brengen advies verzoekt de voorzitter eerst de woordvoerders van de belangengroepen het standpunt van de door hen vertegenwoordigde leden van het comité te verwoorden.

Het advies wordt unaniem goedgekeurd indien de voorzitter constateert dat er volledige overeenstemming heerst over de kern van de zaak of indien de voorgestelde amendementen door de drie woordvoerders unaniem worden aanvaard en geen enkel lid bezwaren heeft. In andere gevallen wordt een stemming gehouden.

De stemming geschiedt bij handopsteken of hoofdelijk.

Indien de uitslag van een stemming bij handopsteken wordt aangevochten, moet de voorzitter overgaan tot hoofdelijke stemming.

Wanneer een voorstel in stemming wordt gebracht, staat de voorzitter elk lid dat daarom vraagt toe zijn stem kort te motiveren.

Artikel 7

Voorstellen die inhouden dat het comité geen advies zou moeten uitbrengen over een bepaalde kwestie of dat de bespreking van een kwestie uitgesteld zou moeten worden, worden eerst in stemming gebracht, vóór andere voorstellen betreffende de kern van de kwestie.

Bij amendementen wordt eerst gestemd over het amendement dat het meest van de basistekst afwijkt. Bij amendementen op amendementen wordt eerst gestemd over die welke betrekking hebben op het amendement dat het meest van de basistekst afwijkt, te beginnen met het meest ingrijpende amendement op het amendement.

De eindstemming geschiedt over de tekst die het resultaat is van de voorafgaande stemmingen.

Artikel 8

De voorzitter kan voorstellen de discussie te sluiten wanneer hij van oordeel is dat de leden de gelegenheid hebben gehad om hun mening te uiten. Elk lid kan eveneens voorstellen de discussie te beëindigen.

Indien een lid het woord vraagt over sluiting van de discussie, krijgt het voorrang boven andere sprekers.

Ieder voorstel tot beëindiging van de discussie wordt in stemming gebracht.

Artikel 9

Bij elk door het comité uitgebracht advies wordt de stemverdeling vermeld.

De adviezen worden aan de Commissie gericht en aan de gewone en plaatsvervangende leden van het comité toegezonden.

Andere besluiten dan adviezen

Artikel 10

De bepalingen van de artikelen 5 tot en met 9 gelden mutatis mutandis eveneens voor alle door het comité te nemen besluiten en voor de goedkeuring van andere documenten.

Versnelde besluitvormingsprocedure

Artikel 11

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 5 tot en met 10 in verband met het uitbrengen van adviezen en het nemen van besluiten kan het comité of de voorzitter van het comité zo nodig en in specifieke gevallen de opstelling van een ontwerpadvies of -besluit opdragen aan het bureau. Dergelijke ontwerpadviezen of -besluiten worden dan aan het comité voorgelegd voor goedkeuring volgens de schriftelijke procedure.

Te dien einde zendt het secretariaat de gewone leden van het comité het door het bureau opgestelde ontwerpdocument toe waarover het advies van het comité wordt gevraagd, samen met een verklarende nota waarin zij worden verzocht hun stem uit te brengen en waarin ook de uiterste antwoordtermijn is aangegeven. Deze termijn kan in geen geval minder dan 14 kalenderdagen bedragen.

In deugdelijk gemotiveerde gevallen kan een plaatsvervangend lid een gewoon lid vervangen indien laatstgenoemde niet in staat is aan de stemming deel te nemen en het secretariaat van het comité ten minste een week vóór de antwoordtermijn van de schriftelijke procedure op de hoogte heeft gesteld van zijn voornemen zich te laten vervangen. In dat geval is het aan het gewone lid om het plaatsvervangende lid te voorzien van alle relevante informatie met betrekking tot de lopende schriftelijke procedure.

Elk lid van het comité dat niet binnen de in lid 2 bedoelde termijn bezwaar maakt tegen het ontwerpdocument of zijn voornemen kenbaar maakt om zich van stemming daarover te onthouden, wordt geacht stilzwijgend met het voorstel in te stemmen.

De goedkeuring is slechts geldig als een absolute meerderheid van de stemmen wordt gehaald. Het secretariaat stelt het comité onverwijld in kennis van het resultaat van de raadpleging.

Als de voorzitter echter de schriftelijke procedure heeft ingeleid, kan het bureau vragen dat de desbetreffende kwestie op een vergadering van het comité verder wordt besproken. In dit geval wordt de versnelde besluitvormingsprocedure zonder resultaat beëindigd en plaatst de voorzitter het punt op de agenda van een volgende vergadering van het comité.

III. Interne organisatie

Belangengroepen

Artikel 12

De leden van het comité die de nationale regeringen, de werknemers- en de werkgeversorganisaties vertegenwoordigen, worden ingedeeld in drie verschillende belangengroepen. Elke belangengroep wijst zijn eigen woordvoerder en coördinator aan.

De belangengroepen houden afzonderlijke vergaderingen om de vergaderingen van het comité voor te bereiden. Voorts komen zij ten minste tweemaal per jaar bijeen.

De bepalingen van artikel 3 gelden mutatis mutandis eveneens voor de vergaderingen van de belangengroepen.

Bureau

Artikel 13

Het bureau, dat overeenkomstig artikel 5, lid 4, van Besluit 2003/C 218/01 van de Raad wordt samengesteld, wordt voorgezeten door een van de woordvoerders van de belangengroepen.

Om elke belangengroep in staat te stellen geregeld deze functie te vervullen, wordt de voorzitter van het bureau aangewezen op basis van een jaarlijks toerbeurtsysteem. Tegelijkertijd worden een vice-voorzitter en een rapporteur benoemd.

Het bureau komt ten minste drie weken voor iedere vergadering van het comité bijeen om de agenda voor te bereiden. Regelmatig worden aanvullende vergaderingen gehouden om de activiteiten van het comité te organiseren. De notulen van deze vergaderingen worden door het secretariaat van het comité opgesteld.

Als tijdens de vergaderingen van het bureau de voorzitter verhinderd is, wordt hij vervangen door de vice-voorzitter.

Het bureau kan een of meer van zijn leden met bijzondere taken belasten.

Werkgroepen

Artikel 14

Overeenkomstig artikel 6, lid 4, eerste alinea, van Besluit 2003/C 218/01 van de Raad kan het comité werkgroepen oprichten, waarin alle belangengroepen vertegenwoordigd zijn, om specifieke kwesties te onderzoeken.

Het comité beslist op welke specifieke gebieden er werkgroepen moeten worden opgericht.

Het comité stelt schriftelijk het mandaat van de werkgroepen vast, waarin hun specifieke taken en eventueel de duur van hun mandaat worden aangegeven. Het mandaat van een werkgroep kan op ieder moment door het comité worden gewijzigd.

Het comité kan een werkgroep ontbinden als het dit wenselijk acht, met uitzondering van de permanente werkgroep voor de steenkolenmijnen en andere winningsindustrieën.

Over de conclusies van de werkzaamheden van een werkgroep wordt niet gestemd.

Artikel 15

Op voordracht van het bureau benoemt het comité uit de gewone en plaatsvervangende leden een voorzitter voor elke werkgroep. Elke werkgroep benoemt uit zijn leden een vice-voorzitter en een rapporteur die verantwoordelijk is voor het opstellen van de notulen van de vergaderingen van de werkgroep en van de ontwerpadviezen die aan het comité ter goedkeuring moeten worden voorgelegd.

Bij de benoeming van de voorzitters streeft het comité voor alle werkgroepen naar een billijke verdeling van deze functies over de vertegenwoordigers van de regeringen, de werknemers- en de werkgeversorganisaties.

De voorzitter brengt namens de werkgroep verslag uit aan het comité.

Als de voorzitter verhinderd is, wordt hij vervangen door de vice-voorzitter.

Artikel 16

Onverminderd het bepaalde in artikel 15, lid 1, worden de leden van de werkgroepen aangewezen door de respectieve belangengroepen, die hen ook van hun mandaat kunnen ontheffen.

Elke belangengroep kan voor een werkgroep één plaatsvervangend lid benoemen, dat aan de vergadering kan deelnemen indien een lid van de werkgroep verhinderd is. Het secretariaat moet ten minste drie dagen vóór de vergadering van een dergelijke vervanging in kennis worden gesteld.

De werkgroep kan een of meer van haar leden met bijzondere taken belasten.

Elke werkgroep wordt bijgestaan door ten minste één vertegenwoordiger van de Commissie.

Vergaderingen van de werkgroepen

Artikel 17

In overleg met de voorzitter van de werkgroep richt het secretariaat ten minste twee weken vóór de geplande datum van een vergadering een uitnodiging tot alle leden van een werkgroep. Tegelijkertijd zendt het secretariaat alle leden van de werkgroep en de coördinatoren van de belangengroepen de ontwerpagenda met de te bespreken onderwerpen en de voorbereidende documenten toe.

Bij de opening van de vergadering keurt de werkgroep de ontwerpagenda en de notulen van de vorige vergadering met eventuele wijzigingen goed. De voorzitter leidt de werkzaamheden.

Alleen de benoemde leden, de vertegenwoordigers van de Commissie en eventueel de deskundigen die zijn uitgenodigd om technisch advies te geven, wonen de vergadering bij.

Permanente werkgroep

Artikel 18

Overeenkomstig artikel 6, lid 4, tweede alinea, van Besluit 2003/C 218/01 van de Raad wordt binnen het comité een permanente werkgroep voor de steenkolenmijnen en andere winningsindustrieën opgericht.

De permanente werkgroep bespreekt geregeld vraagstukken in verband met veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats in de steenkolenmijnen en andere winningsindustrieën. Gelet op artikel 2, lid 2, van Besluit 2003/C 218/01 van de Raad zal deze werkgroep met name:

a) advies en steun verlenen aan het comité om zijn taken met betrekking tot de steenkolenmijnen en andere winningsindustrieën te kunnen vervullen;

b) ontwerpadviezen ter goedkeuring voorleggen aan het comité over toekomstige communautaire initiatieven ten behoeve van de veiligheid en de gezondheid op de arbeidsplaats in de steenkolenmijnen en andere winningsindustrieën.

Artikel 19

Op voordracht van het bureau benoemt het comité uit haar gewone en plaatsvervangende leden een voorzitter, een vice-voorzitter en een rapporteur van de permanente werkgroep, met een mandaat van drie jaar. Om elke belangengroep in staat te stellen alle drie functies te vervullen, wordt een passend toerbeurtsysteem ingevoerd.

Het comité benoemt de leden van de permanente werkgroep op basis van een door de belangengroepen ingediende lijst van deskundigen. Deze benoemingen worden jaarlijks opnieuw bezien overeenkomstig de prioriteiten in het in artikel 21, lid 3, bedoelde jaarlijkse werkprogramma van de permanente werkgroep.

Bij de benoeming van deze leden streeft het comité naar een evenwichtige vertegenwoordiging van de verschillende betrokken economische sectoren, de betrokken regio's en de verschillende typen winningsindustrieën in de permanente werkgroep.

De voorzitter, of indien deze verhinderd is de vice-voorzitter of de rapporteur, brengt namens de permanente werkgroep verslag uit aan het comité.

Artikel 20

Artikel 14, leden 3 en 5, artikel 16, leden 2, 3 en 4, en artikel 17 zijn mutatis mutandis van toepassing op de werkzaamheden van de permanente werkgroep.

IV. Werkprogramma van het comité

Jaarlijks werkprogramma

Artikel 21

Het comité voert zijn taken uit op basis van een jaarlijks werkprogramma dat wordt opgesteld door het bureau en op de laatste plenaire vergadering van het jaar door het comité wordt besproken.

Het jaarlijkse werkprogramma houdt rekening met de vorderingen van de geplande werkzaamheden en de nieuwe projecten voor het volgende jaar en de jaren daarna in verband met de tenuitvoerlegging van de communautaire programma's betreffende gezondheid en veiligheid op het werk, en de proactieve initiatieven van het comité.

Onverminderd artikel 21, leden 1 en 2, wordt het ontwerp van het jaarlijkse werkprogramma van de permanente werkgroep voor de steenkolenmijnen en andere winningsindustrieën door het comité goedgekeurd als onderdeel van zijn jaarlijks werkprogramma.

Het bureau stelt in overleg met het secretariaat het tijdschema voor de vergaderingen in het komende jaar vast en herziet dit schema regelmatig op basis van de voortgang van de uitvoering van het werkprogramma.

Jaarverslag

Artikel 22

Het comité legt de Commissie een jaarverslag over zijn activiteiten voor. Dit verslag wordt door het secretariaat ter informatie toegezonden aan het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk, de Europese Stichting voor de verbetering van de leef- en arbeidsomstandigheden, het Comité van Hoge Functionarissen van de Arbeidsinspectie en het Wetenschappelijk Comité inzake grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling aan chemische agentia.

Het jaarverslag van het comité heeft betrekking op een kalenderjaar.

V. Praktische regelingen

Secretariaat

Artikel 23

Overeenkomstig artikel 6, lid 5, van Besluit 2003/C 218/01 van de Raad verzorgt de Commissie het secretariaat van het comité, het bureau en de werkgroepen. De Commissie benoemt een van haar ambtenaren tot secretaris van het comité.

Voor het comité bedoelde correspondentie wordt aan de Commissie gericht, ter attentie van de secretaris van het comité.

Samenwerking

Artikel 24

Om de samenhang en de complementariteit van de activiteiten van het comité met die van andere lichamen die op Europees niveau bevoegd zijn voor gezondheid en veiligheid op het werk, te verbeteren wordt een permanente samenwerking tot stand gebracht, voornamelijk met het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk, de Europese Stichting voor de verbetering van de leef- en arbeidsomstandigheden, het Comité van Hoge Functionarissen van de Arbeidsinspectie en het Wetenschappelijk Comité inzake grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling aan chemische agentia.

Deze samenwerking behelst onder meer de uitwisseling van informatie over werkprogramma's en activiteitenverslagen, de deelname van waarnemers aan de plenaire vergaderingen van het comité en eventueel het opzetten van gemeenschappelijke initiatieven op het gebied van veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats.

Transparantie

Artikel 25

De beginselen en voorwaarden voor toegang van het publiek tot de documenten van het comité zijn dezelfde als die in Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. De Commissie beslist over verzoeken om toegang tot documenten van het comité.

De besprekingen van het comité zijn vertrouwelijk.

Wijziging van het reglement van orde

Artikel 26

Na kennis genomen te hebben van een desbetreffend advies van de Commissie besluit het comité bij absolute meerderheid van de leden over eventuele wijzigingen van zijn reglement van orde.

De wijzigingen van het reglement van orde worden ter informatie aan het Europees Parlement en de Raad toegezonden.

De wijzigingen wordt van kracht nadat de Raad, na geïnformeerd te zijn, geen gebruik heeft gemaakt van zijn recht van terugroeping.

[1] PB C 218 van 13.9.2003, blz. 1.