52003DC0771

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement - Ontwikkeling van het Schengeninformatiesysteem II en mogelijke synergie met een toekomstig visuminformatiesysteem (VIS) /* COM/2003/0771 def. */


MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT - Ontwikkeling van het Schengeninformatiesysteem II en mogelijke synergie met een toekomstig visuminformatiesysteem (VIS)

INHOUDSOPGAVE

1. Inleiding

1.1. Toepassingsgebied van de mededeling

1.2. Het Schengeninformatiesysteem - Van het huidige SIS tot SIS II

1.2.1. Het huidige SIS

1.2.2. Noodzaak van een nieuwe SIS-generatie

1.3. Ontwikkeling van SIS II

1.4. Belemmeringen en kernpunten

1.4.1. Belemmeringen

1.4.2. Kernpunten

2. Voortgangsverslag

2.1. Bereikte resultaten (januari-juni 2003) en nog te bereiken resultaten (juli-december 2003)

2.1.1. Hoofdactiviteit: haalbaarheidsstudie

2.1.2. Huidige activiteit: voorbereiden van de aanbesteding

2.1.3. Volgende stappen

2.1.4. Comité SIS II

2.1.5. Betrokkenheid van de toetredende landen

2.1.6. Projectbeheer binnen de Commissie

3. Architectuur

3.1. Vereisten voor SIS II

3.1.1. Algemene vereisten

3.1.2. Relatief belang van de vereisten

3.2. Keuze van de architectuur: proces en methode

3.2.1. Keuzeproces

3.2.2. Eindaanbeveling: hybride architectuur zonder gegevens in de nationale interface

4. Functies

4.1. Algemene aanpak

4.2. Lijst van SIS II-functies

4.3. Gebruik van biometrie

5. Tijdschema

6. Kosten

6.1. Resultaat van de haalbaarheidsstudie

6.2. Vergelijking van de opties

6.3. Kostenverdeling

6.3.1. Kosten voor de terbeschikkingstelling van SIS II

6.3.2. Gebruikskosten

6.4. Budgettaire gevolgen van het project

6.4.1. Verdeling van de huishoudelijke uitgaven die rechtstreeks verband houden met het ontwerp, de ontwikkeling en de invoering van SIS II

6.4.2. Verdeling van de overige huishoudelijke uitgaven

6.4.3. Financiering van het SIS-II-project

7. Beheer en locatie van SIS II

7.1. Inleiding

7.2. Technisch beheer van SIS II

7.2.1. Strategisch beheer

7.2.2. Operationeel beheer

7.3. Locatie van het centrale deel van SIS II

8. Toekomstig visuminformatiesysteem en synergie met SIS II

8.1. Politieke context

8.2. Beschrijving van het visuminformatiesysteem (VIS)

8.3. Mogelijke synergie met een toekomstig visuminformatiesysteem (VIS)

8.4. Financieel overzicht van het VIS

9. Juridische gevolgen

10. Bescherming van persoonsgegevens

11. Conclusies

12. Bijlage 1: SIS II-kalender januari - juni 2003

13. Bijlage 2: Voorlopig tijdschema tot 2007

14. Bijlage 3: financieel memorandum

1. Inleiding

1.1. Toepassingsgebied van de mededeling

Het doel van deze mededeling is als volgt:

* aan de Raad en het Europees Parlement het voortgangsverslag betreffende het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) over de in de eerste helft van 2003 [1] uitgevoerde werkzaamheden voorleggen, evenals een tijdschema voor de toekomst [2];

[1] Voorgelegd aan de Raad en het Europees Parlement in uitvoering van de verplichting van artikel 6 van Verordening nr. 2424/2001 van de Raad van 6 december 2001 betreffende de ontwikkeling van een Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) - PB L 328 van 13 december 2001.

[2] Begin 2004 verschijnt het voortgangsverslag over de tweede helft van 2003.

* een beknopte versie voorleggen van de resultaten van de haalbaarheidsstudie betreffende de installatie van een nieuwe generatie van het Schengeninformatiesysteem;

* de budgettaire gevolgen van SIS II toelichten op basis van de gedetailleerde begrotingsramingen van de haalbaarheidsstudie;

* oplossingen voorstellen voor de locatie en het toekomstig beheer van SIS II;

* aangeven hoe synergie met een eventueel toekomstig visuminformatiesysteem (VIS) tot stand zou kunnen worden gebracht.

Deze mededeling is gegrond op de mededeling van 18 december 2001 aan het Europees Parlement en de Raad: De ontwikkeling van het Schengeninformatiesysteem II [3].

[3] COM(2001) 720 def.

1.2. Het Schengeninformatiesysteem - Van het huidige SIS tot SIS II

1.2.1. Het huidige SIS

Het SIS is een informatiesysteem dat bevoegde autoriteiten in de lidstaten in staat stelt om, via een automatische zoekprocedure, toegang te krijgen tot signaleringen betreffende personen en eigendom. Aldus vormt het een essentieel instrument voor de handhaving van veiligheid, vrijheid en recht in het Schengengebied zonder binnengrenzen. Het draagt bij tot de tenuitvoerlegging van de bepalingen over het vrije verkeer van personen (titel IV van het EG-Verdrag) en tot de justitiële en politionele samenwerking in strafzaken (titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie).

Het huidige SIS bestaat uit een nationaal systeem [4] in elk van de overeenkomstsluitende partijen [5]. Het gegevensbestand moet inhoudelijk identiek blijven aan het nationale gegevensbestand [6] in de nationale systemen van de andere overeenkomstsluitende partijen; dit gebeurt door middel van een technisch ondersteunende functie. Krachtens artikel 92 van de Schengenovereenkomst ter uitvoering van het Schengenakkoord van 14 juni 1985, is Frankrijk verantwoordelijk voor de technisch ondersteunende functie die is ondergebracht in Straatsburg, in een speciaal daarvoor gebouwde, sterk beveiligde omgeving. Het systeem van Straatsburg wordt ook het C.SIS (het centrale deel van het SIS) genoemd. De ondersteunende functie omvat een centraal gegevensbestand dat er, via on-line transmissie, voor zorgt dat de gegevensbestanden van de nationale systemen identieke informatie bevatten. De dagelijkse bewerkingen van het huidige SIS worden thans beheerd door Frankrijk, terwijl het strategisch beheer wordt uitgevoerd door de verschillende werkgroepen van de Raad, bijgestaan door het Secretariaat-generaal van de Raad.

[4] Systeem (of reeks systemen) dat in het nationale deel is ondergebracht onder verantwoordelijkheid van de nationale autoriteiten.

[5] De overeenkomstsluitende partijen zijn landen (in de toekomst zullen dit ook organisaties kunnen zijn: Europol bijvoorbeeld).

[6] Kopie van (een aantal) gegevens in het centrale systeem van SIS-II, ondergebracht in de nationale systemen en regelmatig bijgewerkt door het centrale SIS-II-systeem.

1.2.2. Noodzaak van een nieuwe SIS-generatie

Er moet een nieuwe SIS-generatie komen omdat er in een ruimte van vrij verkeer behoefte is aan een gemeenschappelijke en geïntegreerde veiligheidsstrategie. SIS II is een essentieel instrument voor de handhaving van de openbare orde in een ruimte zonder binnengrenzen (b.v. overschrijding van de buitengrenzen en afgifte van visa en verblijfsvergunningen). De verenigbaarheid met andere relevante - bestaande of toekomstige - gegevensbanken op deze gebieden is van het grootste belang.

Eisen inzake nieuwe functies en nieuwe informatietypes worden continu besproken in de besluitvormingsorganen. Te zijner tijd moeten al deze eisen, of een aantal ervan, worden verwerkt in de kenmerken van SIS II. Een andere essentiële eigenschap van SIS II moet dan ook zijn dat het systeem op deze gebieden kan worden uitgebreid en gewijzigd.

Het huidige SIS kan maximum 18 deelnemende staten aan. Het is operationeel in 13 lidstaten en 2 andere landen (IJsland en Noorwegen), en zou in de nabije toekomst gedeeltelijk operationeel moeten worden in het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Het is echter niet berekend op het toegenomen aantal EU-lidstaten van na de uitbreiding. Een van de belangrijkste doelstellingen van de ontwikkeling van SIS II is dan ook dat de nieuwe lidstaten in het systeem kunnen worden geïntegreerd. Bovendien is de technologie van het huidige SIS duidelijk achterhaald en niet flexibel genoeg om op eenvoudige wijze nieuwe functies toe te voegen.

Om deze redenen heeft de Raad besloten dat het noodzakelijk was om een Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) te ontwikkelen.

De opdracht voor het ontwikkelen van SIS II werd aan de Commissie gegeven in december 2001 [7] en is geldig voor een beperkte periode, namelijk tot 31 december 2006. De Raad en de Commissie hebben gedeelde verantwoordelijkheden inzake SIS II [8]. Het bleek soms moeilijk te zijn om te komen tot duidelijke en gemeenschappelijke afspraken over de respectievelijke verantwoordelijkheden.

[7] Verordening (EG) nr. 2424/2001 van de Raad en Besluit 2001/886 van de Raad van 6 december 2001 betreffende de ontwikkeling van een Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) - PB L 328 van 13 december 2001.

[8] Zie addendum bij de notulen van de Raad (Justitie, Binnenlandse Zaken en Civiele bescherming) van 6 en 7 december 2001 (14997/01 ADD 1).

1.3. Ontwikkeling van SIS II

Onder voorbehoud van de toekomstige technische architectuur, zou SIS II, abstract gesproken, kunnen worden beschreven als een centraal systeem dat omringd wordt door nationale interfaces [9]. Elke overeenkomstsluitende partij zal in staat zijn om, via een nationale interface die is verbonden met zijn nationale systeem, gegevens in te voeren en te raadplegen. Voor de lidstaten die de Schengeninformatie lokaal willen bewaren bevat SIS II ook nationale gegevensbestanden die bij de desbetreffende lidstaten zijn ondergebracht, onder hun verantwoordelijkheid vallen en regelmatig door het centrale systeem worden bijgewerkt.

[9] Het centraal systeem en de nationale interfaces vormen het gemeenschappelijk deel van SIS II; de nationale interfaces worden ter plaatse afgeleverd bij de overeenkomstsluitende partijen en bieden toegang tot de gegevens en diensten van SIS II.

SIS II moet voldoen aan de volgende kernvereisten:

* Schaalbaarheid

Het systeem moet zo worden ontworpen, dat het meer dan dubbel zoveel overeenkomstsluitende partijen aankan als het huidige SIS, met inbegrip van organisaties die volledige of gedeeltelijke toegang krijgen (b.v. Europol) tot de informatie in het SIS.

Het moet ook in staat zijn om zowel optionele als verplichte diensten aan te bieden (zodat b.v. de landen die er klaar voor zijn een bepaalde functie kunnen gebruiken, zonder dat de landen die nog niet zover zijn, daar technisch hinder van ondervinden).

* Flexibiliteit

Het huidige SIS bevat functies die een welbepaald pakket informatietypes (personen en voorwerpen) vormen, overeenkomstig de artikelen 95-100 van de Schengenovereenkomst. SIS II zou de capaciteit moeten hebben om een aanzienlijk groter aantal gegevens te verwerken, en om, nadat het operationeel is, te worden uitgebreid zodat het berekend is op nieuwe informatietypes, nieuwe voorwerpen en nog meer nieuwe functies, waarover in de Raad wordt gesproken. Idealiter zou het systeem, nadat het is geïnstalleerd, voldoende flexibel moeten zijn om er nieuwe functies, nieuwe informatie en nieuwe regels in op te nemen zonder grote technische aanpassingen. Daartoe zouden signaleringen moeten worden gekoppeld en zou gebruik moeten worden gemaakt van biometrische informatie.

* Uniformiteit

Uniformiteit is een vereiste, aangezien een homogener systeem, vooral op het vlak van de nationale interfaces, een positieve invloed zal hebben op het testen en op de kwaliteit en de integriteit/veiligheid van de gegevens. Uniformiteit is ook wenselijk op gebieden als de valideringsregels en het mogelijk gebruik van gemeenschappelijke zoekinterfaces. Bovendien zal meer uniformiteit leiden tot lagere systeemkosten.

* Betrouwbaarheid

Betrouwbaarheid betekent beschikbaarheid en prestatievermogen. Een grote beschikbaarheid is een voor de hand liggende prioriteit voor het toekomstige systeem. Dit impliceert dat moet kunnen worden gegarandeerd dat de gegevens juist, veilig afgeleverd en niet beschadigd zijn. Een belangrijk aspect van grote beschikbaarheid is ook dat zo veel mogelijk kan worden voorkomen dat het systeem uitvalt of vastloopt en, als dit ondanks alle voorzorgen toch gebeurt, dat het systeem uiterst snel kan worden hersteld.

Een groot prestatievermogen is van cruciaal belang. Zo moet, bijvoorbeeld, in operationele omstandigheden het antwoord op een politieverzoek binnen vijf seconden worden afgeleverd. SIS II zou in staat moeten zijn om de tijd voor het verspreiden van door een eindgebruiker ingevoerde gegevens naar alle andere overeenkomstsluitende partijen te beperken.

* Rendabiliteit

Gezien het potentieel aantal nieuwe overeenkomstsluitende partijen en het mogelijk grote aantal nieuwe functies, moet het systeem dusdanig worden ontworpen dat het zowel op centraal als op nationaal niveau gemakkelijk kan worden beheerd, zodat het zo kosteneffectief mogelijk is.

* Veiligheid

De in het SIS opgeslagen gegevens zijn bijzonder gevoelig. Het betreft vooral persoonsgegevens die afkomstig zijn van de nationale politie en andere autoriteiten die mogen omgaan met gevoelige informatie. De gegevens moeten worden beveiligd tegen onbevoegd gebruik. Fysieke bescherming (m.n. beperkte fysieke toegang tot het gebouw en tot de apparatuur) en een zekere logische beveiliging zijn noodzakelijk (beperkte toegang om alleen te lezen, om te wijzigen of om te wissen).

1.4. Belemmeringen en kernpunten

1.4.1. Belemmeringen

De belangrijkste belemmeringen voor de ontwikkeling van het SIS II-systeem zijn:

* de strakke termijn die gesteld is om een dergelijk complex systeem te installeren, waarbij de aanpassing van de nationale systemen tot de bevoegdheid van de lidstaten blijft behoren;

* de verdeling van verantwoordelijkheden tussen de Commissie en de Raad, met grenzen die ten dele moeilijk vast te leggen zijn en bijgevolg het besluitvormingsproces nog complexer maken;

* de erfenis van een complexe structuur van werkgroepen van de Raad, die kan leiden tot een traag besluitvormingsproces met betrekking tot het noodzakelijke wettelijke kader.

1.4.2. Kernpunten

Architectuur: de architectuur van een IT-systeem is de manier waarop fysieke en logistieke elementen (apparatuur en programmatuur) ontworpen zijn en met elkaar in verband staan. De architectuur bepaalt altijd de grote trekken van een systeem, en ook gedeeltelijk de precieze mechanismen ervan. Aangezien een IT-systeem niet kan worden toegepast zonder dat de architectuur ervan bekend is, moet al in een vroeg stadium een beslissing worden genomen over de architectuur.

Functies: dit zijn de functionele vereisten waaraan SIS II moet beantwoorden om de overeenkomstsluitende partijen en eindgebruikers in staat te stellen de SIS-doelstellingen te verwezenlijken. Een IT-systeem kan niet worden ingevoerd zonder dat de contractant weet wat het systeem moet kunnen. De beslissing over de algemene functies moet bij elk IT-project reeds in een vroeg stadium worden genomen.

Synergie: op verzoek van de Raad is de mogelijke synergie met het VIS (visuminformatiesysteem) onderzocht. Dit gebeurde in het kader van een haalbaarheidsstudie voor het VIS, die aanbevelingen bevatte voor synergie die zou kunnen leiden tot aanmerkelijke besparingen, vooral op lange termijn.

Financiering: de haalbaarheidsstudie bevat financiële cijfers voor de invoering van SIS II, b.v. ontwerp, ontwikkeling en toepassing van het systeem, inclusief de apparatuur. Ook de kosten voor het beheer van het systeem worden gespecificeerd. De voorlopige begrotingsramingen zijn bijgesteld op basis van deze cijfers, en het financieel memorandum bij deze mededeling is dienovereenkomstig aangepast.

Locatie en beheer van het centraal systeem: rekening houdend met de politieke en juridische situatie van het huidige SIS en van SIS II, en met de operationele vereisten van SIS II, moet worden nagegaan welke maatregelen nodig zijn met betrekking tot de locatie en het beheer van het centraal systeem.

2. Voortgangsverslag

Dit is het tweede verslag [10] dat door de diensten van de Commissie wordt voorgelegd overeenkomstig artikel 6 van Verordening nr. 2424/2001 van de Raad van 6 december 2001. Het verslag beschrijft de werkzaamheden die door de diensten van de Commissie zijn uitgevoerd in de eerste helft van 2003.

[10] Het eerste verslag, voorgelegd begin 2003, handelde over het gehele jaar 2002.

2.1. Bereikte resultaten (januari-juni 2003) en nog te bereiken resultaten (juli-december 2003)

De belangrijkste stappen die zijn ondernomen worden gedetailleerd beschreven in het voortgangsverslag 2002 over de ontwikkeling van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II).

2.1.1. Hoofdactiviteit: haalbaarheidsstudie

De SIS II-haalbaarheidsstudie was, zoals wordt uitgelegd in het voortgangsverslag juli-december 2002, onderverdeeld in drie stappen:

* beoordeling van de strategische aanpak voor SIS II, uitgevoerd in 2002 en in detail beschreven in het voortgangsverslag juli-december 2002;

* haalbaarheids-, veiligheids- en technisch verslag met betrekking tot een aantal architecturale opties die haalbaar zouden kunnen zijn voor SIS II, uitgevoerd van oktober 2002 tot april 2003.

Opstelling van een blauwdruk van de technische vereisten, uitgevoerd van mei tot juni 2003.

Na ontvangst van de eerste versie van de verslagen (haalbaarheids-, veiligheids- en technisch verslag) in januari 2003, en na grondige bestudering door de Commissie en het Comité SIS II, gaf het Comité SIS II een gunstig advies over de voorgestelde architectuur, en werden de eindversies van de verslagen op 2 mei naar de Raad gestuurd, om de politieke besluitvorming in de verschillende werkgroepen voor te bereiden.

In een aanvullende overeenkomst, getekend in april 2003, vroeg de Commissie aan de contractant om de haalbaarheid van de volgende punten te onderzoeken:

* overbrenging van een gedeelte van de informatie van de nationale interfaces naar het centrale deel;

* een directe zoekfunctie op de centrale gegevensbank, gebaseerd op door de lidstaten geleverde extra informatie;

* mogelijke synergie tussen het SIS-project en het VIS-project. Het was de bedoeling om de voorwaarden voor een synergie te analyseren en om de invloed op het netwerk en op elk van de bestudeerde architecturale opties in te schatten.

Het resultaat van deze aanvullende studie werd in juni 2003 voorgesteld aan het Comité SIS II.

De stap 'opstelling van een blauwdruk van de technische vereisten' moest worden uitgesteld om rekening te kunnen houden met de conclusies van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 5/6 juni 2003 betreffende de architectuur en de functies. Het ontwerpverslag over de technische vereisten werd in juli 2003 ingediend.

2.1.2. Huidige activiteit: voorbereiden van de aanbesteding

Om het systeem zo spoedig mogelijk te kunnen opleveren begonnen de diensten van de Commissie in februari 2003 met het voorbereiden van de aanbesteding.

In maart 2003 werd in de S-reeks [11] van het Publicatieblad van de Europese Unie een vooraankondiging gepubliceerd om potentiële inschrijvers ervan op de hoogte brengen dat er een groot IT-project in voorbereiding was op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken.

[11] PB 2003/562-053772

Nadat de Raad in zijn conclusies van juni 2003 richtsnoeren had gegeven voor de architectuur en de functies van het nieuwe systeem, heeft de Commissie een bericht van aanbesteding gepubliceerd in de S-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie [12]. Het betreft een niet-openbare aanbesteding. Alle geïnteresseerde marktpartijen kunnen hun belangstelling kenbaar maken, maar alleen de kandidaten die voldoen aan de selectiecriteria worden uitgenodigd een offerte in te dienen.

[12] PB 2003/S 119-106332.

De geselecteerde gegadigden zal worden verzocht hun offertes in het voorjaar van 2004 in te dienen. In augustus 2004 zullen alle offertes beoordeeld zijn en zal de opdracht worden gegund. Naar verwachting zal de overeenkomst worden ondertekend in september 2004.

2.1.3. Volgende stappen

Wat het tijdschema betreft, stelt de haalbaarheidsstudie dat de krappe tijdslimiet 2006, die is opgenomen in de van de Raad in 2001 ontvangen opdracht, nog steeds haalbaar is voor de geselecteerde architectuur, op voorwaarde dat de onderstaande belangrijke tijdslimieten in acht worden genomen.

* Juni 2003 - Definitieve lijst van functies en beslissing over de architectuur,

* Augustus 2003 - Start van de aanbesteding voor SIS II,

* Juni 2004 - Ondertekenen van de overeenkomst voor het gedetailleerd ontwerpen en ontwikkelen van SIS II, en opstellen van het gedetailleerd ontwerp,

* Januari 2005 - Begin van de ontwikkeling van SIS II,

* Voorjaar 2005 - Begin van de aanpassing van het nationaal systeem van de overeenkomstsluitende partijen,

* Najaar 2006 - Begin van de overstap van de huidige overeenkomstsluitende partijen,

* Eind 2006 - Klaar voor de integratie van nieuwe overeenkomstsluitende partijen (of de toetredende landen parallel met de huidige partijen zullen kunnen integreren staat nog ter discussie).

In de haalbaarheidsstudie wordt er nadrukkelijk op gewezen dat het overschrijden van een van de mijlpaaltermijnen tot gevolg zal hebben dat de tijdslimiet 2006 niet kan worden gehaald.

Omdat er in het najaar 2003 problemen waren om de begrotingsvereisten voor SIS II zoals die uit de haalbaarheidsstudie naar voren kwamen, in te passen in het strakke begrotingskader, met name voor 2005, kon de aanbesteding niet eind augustus 2003 worden uitgeschreven, zoals oorspronkelijk was gepland. Pas in november 2003 kwam er duidelijkheid over de beschikbare begrotingsmiddelen, waardoor de aanbesteding pas in december 2003 kan worden uitgeschreven.

Dat betekent dat de oorspronkelijke planning, volgens welke het systeem eind 2006 operationeel zou moeten zijn, niet kan worden gehandhaafd. Er wordt nog steeds van uitgegaan dat het system eind 2006 beschikbaar is en dat er in de eerste helft van 2007 kan worden overgeschakeld op het nieuwe systeem, waarbij drie maanden extra worden ingecalculeerd als veiligheidsmarge voor het geval er vertraging ontstaat in de gedetailleerde ontwerp- en ontwikkelingsfase.

2.1.4. Comité SIS II

Het Comité SIS II kwam voor de eerste keer samen in januari 2002. Het is samengesteld uit vertegenwoordigers van de lidstaten en volgt de beheers- of regelgevingsprocedure - naar gelang van de maatregelen in kwestie - zoals voorgeschreven is in de verordening van de Raad en het besluit van de Raad van 6 december betreffende de ontwikkeling van SIS II [13]. Dit Comité komt maandelijks bijeen. IJsland en Noorwegen [14] nemen als waarnemers deel aan deze bijeenkomsten.

[13] Artikel 4 en 5 van de Verordening nr. 2424/2001 van de Raad en artikel 4 en 5 van Besluit nr. 2001/886 van de Raad.

[14] Na een briefwisseling, omdat zij betrokken zijn bij de tenuitvoerlegging en ontwikkeling van het Schengenacquis.

Er dient te worden onderstreept hoe belangrijk het werk van het Comité SIS II tijdens de fase van de haalbaarheidsstudie was, aangezien de lidstaten de kans kregen om schriftelijk commentaar te geven op elke versie van de verslagen en aldus de contractant hielpen om tegemoet te komen aan hun bezwaren.

De lidstaten toonden veel interesse om te blijven werken aan de thema's die het mogelijk zouden maken om de strakke tijdslimiet na te leven. Het Comité SIS II kwam overeen om bijkomende specifieke workshops te organiseren ter voorbereiding van de aanbesteding. Gezien de noodzaak om vanaf najaar 2003 verdere intensieve werkzaamheden uit te voeren, kwam het Comité SIS II ook overeen om tweedaagse comitébijeenkomsten te houden.

2.1.5. Betrokkenheid van de toetredende landen

Een van de belangrijkste redenen voor de ontwikkeling van SIS II is het tot stand brengen van een systeem dat de integratie van nieuwe lidstaten mogelijk maakt. Zij moeten ten volle kunnen deelnemen aan het Schengenacquis en, na hun toetreding, zo snel mogelijk ook aan SIS II. Daarom moeten zij tijdig bij de ontwikkeling worden betrokken.

Zoals in de mededeling van de Commissie van 18 december 2001 uiteengezet wordt, begon deze betrokkenheid met een informatiefase. Een voorbereidende bijeenkomst voor de permanente vertegenwoordigingen werd gehouden op 18 april 2002, gevolgd door de eerste TAIEX [15]-bijeenkomst op 6 juni en een nieuwe informatievergadering op 13 december 2002.

[15] Technical Assistance Information Exchange office (bureau voor de uitwisseling van informatie inzake technische bijstand).

Zoals gepland vond een tweede, tegen het einde van de haalbaarheidsstudie te houden TAIEX-bijeenkomst plaats op 9 april 2003. Deze bijeenkomst had tot doel de toetredende landen op de hoogte te brengen van de laatste ontwikkelingen, resultaten en aanbevelingen van de haalbaarheidsstudie. Bovendien diende de bijeenkomst om de toetredende landen vertrouwd te maken met de taken en werkmethoden van het Comité SIS II en de werkgroepen van de Raad.

Op 14 mei 2003 werden de toetredende landen voor het eerst als waarnemers verwelkomd op een bijeenkomst van het Comité. Deze status stelt hen in staat om op de hoogte te blijven en om deel te nemen aan het algemene debat. Daarbij krijgen zij ook informatie over mogelijke data voor hun integratie, als ze er juridisch en technisch klaar voor zijn. Hun respectievelijke nationale plannen om de nationale systemen klaar te maken voor de communicatie met SIS II zullen dan moeten worden opgesteld.

2.1.6. Projectbeheer binnen de Commissie

In oktober 2002 werd een Raad voor projectbeheer opgericht om interne kennis te delen met andere diensten van de Commissie, zoals het directoraat Informatica van DG Personeelszaken en algemeen beheer, DG Ondernemingen en DG Informatiemaatschappij; aldus kan rekening worden gehouden met mogelijke synergie binnen de Commissie.

Een nieuwe eenheid "Grootschalige informatiesystemen" werd binnen DG JAI in het leven geroepen op 16 december 2002. Tot haar opdracht behoort het gebruik maken van de synergie tussen de grote IT-projecten op de beleidsgebieden Justitie en Binnenlandse Zaken: SIS II, EURODAC en VIS (visuminformatiesysteem). In deze nieuwe eenheid houdt een speciaal "SIS-team" zich bezig met het SIS II-project.

Om de door de diensten van de Commissie uitgevoerde werkzaamheden zo doorzichtig mogelijk te maken, wordt sinds begin 2003 een vertegenwoordiger van het voorzitterschap, die de lidstaten vertegenwoordigt, systematisch uitgenodigd om deel te nemen aan de Raad voor projectbeheer.

In april 2003 werd een met een groot IT-adviesbureau afgesloten overeenkomst voor externe bijstand en extern advies hernieuwd. De overeenkomst was oorspronkelijk getekend in april 2002, na een openbare aanbesteding. De contractant levert technisch advies over het project en garandeert een onafhankelijke externe kwaliteitscontrole.

Vier nieuwe leden zijn toegevoegd of zullen weldra worden toegevoegd aan het SIS II-team: drie ambtenaren van de Commissie (2 A-ambtenaren en 1 B-ambtenaar) en één nationale deskundige. Deze bijkomende posten zullen het team versterken voor de volgende taken: voorbereiden van de aanbesteding; opstellen van technische en functionele specificaties voor de ontwikkeling van SIS II; coördineren van de nationale voorbereidingen; gegevensbescherming en netwerkanalyse; administratieve ondersteuning.

3. Architectuur

3.1. Vereisten voor SIS II

3.1.1. Algemene vereisten

Omwille van de samenhang en continuïteit met de reeds binnen de Raad ondernomen werkzaamheden, heeft de Commissie de technische vereisten voor SIS II opgesteld op basis van besprekingen die reeds in de Raad hadden plaatsgevonden voordat de Commissie werd belast met de ontwikkeling van SIS II.

De belangrijkste technische strategische vereisten (schaalbaarheid, flexibiliteit, uniformiteit, betrouwbaarheid en rendabiliteit) zijn hierboven toegelicht, in punt 1.3.

3.1.2. Relatief belang van de vereisten

De haalbaarheidsstudie kwam tot de conclusie dat van alle hoofdvereisten er vier van cruciaal belang waren: schaalbaarheid, systeembeheer, veiligheid en het tijdig toepasssen van de gekozen architectuur. Hieraan is speciale aandacht besteed tijdens het besluitvormingsproces voor het kiezen van een architectuur.

3.2. Keuze van de architectuur: proces en methode

3.2.1. Keuzeproces

De haalbaarheidsstudie onderscheidde aanvankelijk een groot aantal architecturale opties voor SIS II.

Dertien architecturale opties werden voorgesteld, die verschilden in de volgende opzichten: de plaats waar gegevens konden worden opgeslagen (centraal, decentraal of in de nationale systemen van de overeenkomstsluitende partijen), de manier waarop gegevenstypes (tekst, multimedia, enz.) konden worden verwerkt en de manier waarop gegevens konden worden opgesplitst volgens eigendom. Bijgevolg verschilden ze ook qua verwerkings- en communicatiemethoden.

De architecturale opties werden beoordeeld aan de hand van de huidige en nieuwe functies van SIS II en de hierboven beschreven kernvereisten. Daarnaast werd een voorafgaande evaluatie gemaakt van de kosten, en van de invloed op het tijdschema en de lidstaten.

Nadat het aantal in aanmerking komende architecturen was teruggebracht tot drie, werden deze verder uitvoerig onderzocht, rekening houdend met de strategische vereisten. Bij alle drie de opties bevat het centrale referentiegegevensbestand alle Schengengegevens. Het verschil tussen de architecturen schuilt in de aan- of afwezigheid van gegevens in de nationale interface:

* 'gecentraliseerde architectuur': alleen alfanumerieke Schengengegevens in de nationale interface,

* 'hybride architectuur met alle gegevens in de nationale interface': alle Schengengegevens in de nationale interface, ook de grote biometrische gegevens,

* 'hybride architectuur zonder gegevens in de nationale interface': geen gegevens in de nationale interface.

De opties gelijken vrij sterk op elkaar wat de geboden diensten betreft. Het grootste verschil tussen de opties houdt verband met het al dan niet opnemen van gegevenssets in de nationale interface. In de gedecentraliseerde optie worden alleen tekengegevens opgenomen in de nationale interface. De hybride optie voorziet dat ofwel alle gegevens (d.i. alle teken-, multimedia- en vooral biometriegegevens, enz.) worden opgenomen in de nationale interface, ofwel geen gegevens, zodat de nationale interface een soort "doorgeefsysteem" wordt.

3.2.2. Eindaanbeveling: hybride architectuur zonder gegevens in de nationale interface

Op basis van de bovengenoemde criteria komt de haalbaarheidsstudie tot de volgende aanbeveling:

"SIS II zou moeten bestaan uit een centraal systeem met alle vereiste functies en een nationale interface die wordt geleverd als een RTS [16] zonder gegevensopslag."

[16] Readymade Turnkey Solution (kant-en-klare oplossing): apparatuur en programmatuur worden centraal ontwikkeld, b.v. de nationale interfaces, die klaar voor gebruik worden afgeleverd en vanuit het centrale systeem worden beheerd, zonder enige tussenkomst van betekenis van de gebruikers.

Deze optie kreeg een gunstig advies van het Comité SIS II. Hierbij worden alle gegevens centraal opgeslagen. In de nationale interfaces worden geen Schengengegevens opgeslagen: zij zijn niet veel meer dan "doorgeefinterfaces". De overeenkomstsluitende partijen kunnen de gegevens in hun nationale systemen opslaan (en dus het nationale gegevensbestand gebruiken), maar desgewenst kunnen zij SIS II ook rechtstreeks gebruiken en er gegevens uit opvragen.

Deze optie, met alle gegevens in het centraal systeem en geen gegevens in de nationale interfaces, kan gemakkelijk worden uitgebreid [17]. De vereiste en gewenste wijzigingen kunnen op een uiterst gecontroleerde wijze worden uitgevoerd in één centraal knooppunt.

[17] Vermogen van het systeem om snel nieuwe componenten en functies te implementeren.

Aangezien wijzigingen worden behandeld op een centraal niveau, is de gekozen optie het meest geschikt voor systeem- en versiebeheer, het upgraden van software en het wijzigen van parameters.

De haalbaarheidsstudie heeft zorgvuldig de schaalbaarheid onderzocht, zowel wat de opname van nieuwe lidstaten als de toename van gegevenssets en opvraagverzoeken betreft. De gekozen optie voorkomt de problemen van het toevoegen van nieuwe lidstaten (gezien het geraamde en geëxtrapoleerde gebruik dat wordt voorzien na de uitbreiding met meer dan 30 nieuwe landen) en nieuwe gegevensformaten (b.v. vingerafdrukken en foto's), zelfs op piekuren.

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

De overstap naar deze optie is iets gemakkelijker, maar met de voorbereiding van de overstap moet ruim voor 2005 worden begonnen.

Andere aspecten, zoals tijdschema, veiligheid en productrijpheid/beschikbaarheid op de markt, waren minder verschillend en vergelijkbaar voor alle drie de architecturale opties.

4. Functies

4.1. Algemene aanpak

Een van de kernelementen om de strakke tijdslimiet in acht te nemen is het tijdig uitschrijven van de aanbesteding. Op zijn bijeenkomst van 16 januari 2003 werd de werkgroep SIS-SIRENE het erover eens om een onderscheid te maken tussen juridische en politieke discussies over de functies op de lijst van vaste en eventuele functies die door de Raad werden goedgekeurd in juni 2003, als richtsnoer voor de toekomstige contractant.

Deze aanpak impliceert niet dat er aan flexibiliteit wordt ingeboet tijdens de ontwikkelingsfase van het systeem. Vaste functies zouden vanaf het begin worden geactiveerd, terwijl eventuele functies pas worden geactiveerd zodra er politieke overeenstemming over is bereikt. Om evenwel de grenzen van het project niet te wijzigen tijdens de ontwikkelingsfase, wat onvermijdelijk tot uitstel zou leiden, moet deze overeenstemming ten laatste worden bereikt in juni 2004 voor de eventuele functies die de lidstaten vanaf het begin toegepast willen zien. Als dat niet het geval is, worden ze niet toegepast voordat de overstap van alle lidstaten tot stand is gebracht.

In dit verband dient erop te worden gewezen dat de invoering van nieuwe functies (b.v. de koppeling van signaleringen) het noodzakelijk zou kunnen maken om nieuwe SIRENE-procedures op te stellen of bestaande procedures te herzien.

4.2. Lijst van SIS II-functies

De lijst van SIS II-functies bevat de huidige [18] en de mogelijke nieuwe functies. In de conclusies van de JBZ-Raad van juni 2003 worden algemene aanwijzingen gegeven over de nieuwe functies. Deze functies worden momenteel besproken in de Raad. Welke nieuwe functies operationeel moeten zijn bij de start van het systeem moet uiterlijk in juni 2004 worden vastgesteld [19]. Dat geldt bijvoorbeeld voor de koppeling van soorten signaleringen en de praktische voorwaarden voor het opslaan van foto's en vingerafdrukken van gezochte personen.

[18] Zie ook het initiatief van het Koninkrijk Spanje met het oog op de aanneming van een verordening en een besluit betreffende de invoering van enkele nieuwe taken in het Schengeninformatiesysteem, met name bij de bestrijding van terrorisme (PB C 160 van 4 juli 2002, blz. 5 ev.)

[19] Voor de ondertekening van de overeenkomst, die is voorzien voor september 2004.

En zelfs als sommige van de functies die in de conclusies van de Raad van juni 2003 worden genoemd, later moeten worden besproken, zal SIS II technisch voldoende flexibel zijn om ze later toe te passen, nadat er een beslissing over is genomen. Dat zou het geval kunnen zijn voor nieuwe categorieën personen en voorwerpen overeenkomstig artikel 99 en/of 100.

4.3. Gebruik van biometrie

Vanuit politioneel oogpunt zou de integratie van biometrische identificatiemiddelen in SIS II het veel gemakkelijker maken om een persoon te identificeren via SIS II.

Het bestaande SIS is gebaseerd op de situatie van eind jaren tachtig, toen de technologie nog niet ver genoeg gevorderd was om een permanente verwerking van digitale beelden of biometrische gegevens mogelijk te maken.

Bovendien worden de rechtshandhavingsinstanties geconfronteerd met steeds meer moeilijkheden om de identiteit van personen te controleren of om toegangscontroles uit te voeren. Er zijn belangrijke operationele problemen die niet langer kunnen worden opgelost door gewoon op naam te zoeken:

Personen die weten of vermoeden dat hun naam is opgeslagen in het SIS, zullen proberen hun ware identiteit te verhullen door valse namen te gebruiken (b.v. vreemdelingen op wie een uitwijzingsbesluit van toepassing is). Zelfs als het voorgelegde reisdocument authentiek is, zal een SIS-controle met alleen een opzoeking op naam geen resultaat hebben.

Gesteld dat een persoon die een vals document gebruikt, wordt gepakt, dan nog kent men zijn ware identiteit niet. Met de huidige SIS-functies kan niet worden vastgesteld of de persoon in kwestie bijvoorbeeld gezocht wordt en onder een andere identiteit opgeslagen is in het SIS.

Zoeken op een gewone naam (b.v. de Vries, De Smet, en eigenlijk elke gewone familienaam) zal verscheidene resultaten opleveren, zodat het heel moeilijk wordt om de persoon in kwestie te identificeren. Burgers van landen die traditioneel een meer beperkte verscheidenheid van familienamen hebben (b.v. Bulgarije), zouden hiervan de dupe kunnen worden. Dit kan leiden tot genante situaties voor onschuldige personen en operationele en juridische problemen met zich brengen.

Een bilaterale uitwisseling van biometrische gegevens zou nu kunnen worden gestart via de SIRENE-bureaus. Het groeiend aantal Schengenpartners sluit echter, vanuit praktisch oogpunt, zulke meervoudige uitwisselingen voor deze gevallen uit. Bovendien zou de betrouwbaarheid van de resultaten twijfelachtig zijn.

Vandaar dat de biometrische identificatie of het zoeken op basis van biometrische gegevens de meest geschikte oplossing is voor de identificatie van personen. Als er geen duidelijke beslissing over deze functie wordt genomen voordat de aanbesteding wordt uitgeschreven, moet SIS II zo worden ontworpen en voorbereid, dat de biometrische identificatie gemakkelijk in toepassing kan worden gebracht in een later stadium, zodra de juridische basis die de activering van zulke eventuele functies mogelijk maakt, is vastgelegd. Dat het systeem nu ontworpen wordt, biedt het voordeel dat standaardkenmerken kunnen worden gekozen die ook in andere projecten (b.v. VIS) worden gebruikt, wat het toekomstige activeringsproces zal vergemakkelijken.

5. Tijdschema

Het in het voortgangsverslag SIS II 2002 opgenomen voorlopige tijdschema is in detail onderzocht en aangepast in het kader van de haalbaarheidsstudie. Van januari tot april werden ontwerpversies van het algemene tijdschema aan het Comité SIS II voorgelegd . Tot slot werd in mei 2003 een specifieke planningsworkshop met de lidstaten en de toetredende landen georganiseerd.

De laatste versie van het tijdschema is opgenomen in de bijlage bij deze mededeling. Aldus kunnen de lidstaten hun aanbestedingsprocedures voorbereiden en uitvoeren met inachtneming van hun eigen nationale voorschriften.

Het tijdschema houdt ook rekening met de wens van de lidstaten om geleidelijk over te stappen op SIS II. In de conclusie van de in mei gehouden bijeenkomst van het Comité SIS II drukten de afvaardigingen de wens uit om alleen op SIS II over te stappen als alle lidstaten er individueel klaar voor zijn. Eind mei 2003 werd aan deze aanpak de voorkeur gegeven omdat bij een overstap van de ene dag op de andere, alle lidstaten tegelijk klaar zouden moeten zijn. Ondertussen worden ook andere mogelijkheden overwogen, maar er is nog geen definitieve beslissing genomen.

Het akkoord over een geleidelijke overstap biedt het voordeel dat de toetredende landen vroeger kunnen worden geïntegreerd, zelfs als sommige lidstaten nog niet zijn overgestapt. Hoeveel lidstaten er minimaal moeten overgestapt zijn op SIS II voordat er toetredende landen kunnen overstappen, kan in een later stadium worden vastgelegd in het Comité SIS II.

De geleidelijke overstap heeft tot gevolg dat de lidstaten die niet klaar zijn in 2006, het overstapproces zullen voortzetten in de eerste helft van 2007.

Over de definitieve manier voor de overstap van de lidstaten en de integratie van de toetredende landen wordt in het voorjaar van 2004 beslist, zodat de contractant eventueel ook nog andere oplossingen kan voorstellen.

Over het programma werd consensus bereikt door rekening te houden met de verenigbaarheid van het tijdschema van de Commissie en de tijdschema's van de lidstaten. Toch twijfelen sommige lidstaten er nog aan of het project tijdig ten uitvoer kan worden gelegd.

6. Kosten

6.1. Resultaat van de haalbaarheidsstudie

De aanvankelijke ramingen voor de ontwikkeling in de eerste mededeling van de Commissie [20] aan de Raad en het Parlement, bedroegen 15,9 miljoen euro voor 2004-2006. Zoals toen gesteld werd, was dit maar een eerste indicatie, aangezien de financiële cijfers heel sterk afhangen van de structuur en de inhoud van het te realiseren systeem.

[20] COM(2001) 720 def.

De resultaten van de haalbaarheidsstudie gaven aan dat er maximaal 28 miljoen euro zou moeten worden geïnvesteerd voor de aanbevolen optie, wat 5 miljoen euro minder zou zijn dan de twee andere opties. In dit financiële cijfer zijn ook de kosten voor de opslag en uitwisseling inbegrepen, maar niet die voor het opzoeken van biometrische gegevens (vingerafdrukken en foto's). De verhoging is vooral te wijten aan het feit dat er in de vorige ramingen geen rekening was gehouden met het ontwerpen van het Business Continuity System (BCS).

De gekozen architecturale optie vereist een grote beschikbaarheid en stevigheid, wat kan worden verkregen door middel van specifieke toepassingsmaatregelen, zoals dubbele apparatuur en programmatuur, en kopieën van gegevens. Omdat SIS II zeer beschikbaar kan zijn, met de mogelijkheid voor de lidstaten om de centrale gegevensbank van SIS II te raadplegen, kunnen de lidstaten die daarvoor klaar zijn, zich ontdoen van hun nationale gegevensbank. De meerwaarde hiervan is dat de jaarlijkse kosten voor het beheer en onderhoud van de nationale gegevensbank verminderen voor de betreffende lidstaten.Deze kosten omvatten ook een beperkte ondersteuning die door de winnende inschrijver zal worden geboden aan de lidstaten. Het is de bedoeling dat hij de lidstaten bijstaat tijdens de nationale voorbereidings- en overstapfase.

6.2. Vergelijking van de opties

De systeemontwikkelingskosten zijn ongeveer even hoog voor alle drie de opties die in detail geanalyseerd zijn in de haalbaarheidsstudie. De meeste kosten zijn nationale kosten die verband houden met de toepassing en de overstap van de lidstaten op de nationale interface.

De systeembeheerskosten, zowel voor het centraal systeem als voor de nationale interface, zijn het laagst bij de gekozen optie (28 miljoen euro tegenover 33 miljoen euro voor de verworpen opties). In deze 28 miljoen euro zijn begrepen: eerste toepassing; invoering op 30 plaatsen/overstap; licenties; apparatuur.

De netwerkkosten zijn iets hoger voor de gekozen architectuur, aangezien er een grotere netwerkcapaciteit nodig is om de verzoeken van de eindgebruikers te kunnen beantwoorden. Men verwacht echter dat de kosten voor het netwerk, in tegenstelling tot de systeembeheerskosten, aanzienlijk zullen dalen in de nabije toekomst, dankzij nieuwe technologie.

De meeste toekomstige kosten zullen verband houden met het beheer van de wijzigingen die SIS II met zich zal brengen. De meest zinvolle oplossing is daarom te kiezen voor de architectuur met het minste systeembeheer, en aldus de netwerkkosten te compenseren.

De jaarlijkse kosten zijn eveneens het laagste voor de aanbevolen optie. Deze kosten variëren van 5,5 miljoen euro tot meer dan 6,5 miljoen euro voor de verworpen opties, en omvatten: netwerk, onderbrenging, productie en onderhoud, nieuwe versies, uitgaven en licenties.

De economische invloed voor de ontwikkeling op nationaal niveau is hetzelfde voor de drie architecturen.

De nationale kosten kunnen variëren, afhankelijk van de nieuwe functies die moeten worden toegepast en de thans gebruikte infrastructuur. Bij het ramen van de nationale kosten moeten de lidstaten rekening houden met het feit of de huidige nationale gegevensbestanden al dan niet worden afgedankt. Op het eerste gezicht lijkt het goedkoper om het nationaal gegevensbestand te behouden. De jaarlijkse kosten kunnen echter constant hoger liggen. Daar staat tegenover dat het aanpassen van de infrastructuur door afdanking van het nationaal bestand in het begin weliswaar duurder is, maar mettertijd de jaarlijkse kosten sterk zal doen verlagen, zodat over het geheel genomen, aanzienlijke besparingen worden gerealiseerd.

6.3. Kostenverdeling

In deze paragraaf wordt beschreven hoe de met SIS II verband houdende kosten worden verdeeld tussen de Gemeenschap en de lidstaten.

6.3.1. Kosten voor de terbeschikkingstelling van SIS II

Het gehele SIS II-project bestaat uit de volgende verwezenlijkingen:

* ter beschikking stellen van het gemeenschappelijk gedeelte door de Commissie. Dit omvat:

- de ontwikkeling van het gemeenschappelijk gedeelte van SIS II, wat naar schatting 28 miljoen euro zal kosten en bestaat uit de levering van een complete oplossing (apparatuur en programmatuur), d.w.z. het geografisch gespreide centrale systeem (de grote beschikbaarheid van het centrale systeem wordt bepaald door de geografische spreiding van de centrale eenheden) en de nationale interfaces. De ontwikkelingskosten zouden moeten worden gedragen door de communautaire begroting.

- het gebruik van een Europese netwerkinfrastructuur voor de verbinding van de lidstaten met het centrale systeem en voor de onderlinge verbinding van de diverse onderdelen van het centrale systeem. Thans bestaan er drie mogelijkheden: het gebruik van het toekomstige netwerk TESTA 3, als onderdeel van het IDA-programma, het gebruik van het nu door SIS I+ gebruikte netwerk SISNET, of een gecombineerd gebruik van beide netwerken om redenen die verband houden met de grote beschikbaarheid van het gehele systeem. De kosten waarmee de terbeschikkingstelling van het TESTA-netwerk gepaard gaat, zijn reeds opgenomen in de begroting van de Gemeenschap.

* aanpassen van de bestaande nationale systemen met het oog op hun aansluiting op het gemeenschappelijke gedeelte.

De lidstaten moeten het nodige budget vrijmaken voor de aanpassingen van hun nationale systeem die nodig zijn om zich te kunnen aansluiten op SIS II (via de nationale interface).

De hier beschreven kostenverdeling komt overeen met de verantwoordelijkheid die aan de Commissie is toegewezen door de opdracht die ze van de Raad heeft gekregen: de Commissie is belast met de terbeschikkingstelling van het gemeenschappelijk systeem. Dit gemeenschappelijk systeem wordt, zoals het Comité SIS II heeft bepaald, begrensd door - en omvat - de in de lidstaten te installeren interfaces.

De lidstaten nemen alle activiteiten die verband houden met de nationale systemen, tot en met de aansluiting op hun nationale interface voor hun rekening.

6.3.2. Gebruikskosten

Zodra SIS II in 2007 operationeel is, kunnen de gebruikskosten op dezelfde wijze worden verdeeld als de kosten voor de terbeschikkingstelling: de communautaire begroting voor het gebruik van het gemeenschappelijk gedeelte, de nationale begroting voor de nationale systemen die via de nationale interface zijn aangesloten op SIS II.

De Communicatiekosten moeten ook tussen de lidstaten worden verdeeld.

Daartoe moet een juridische basis moet worden uitgewerkt.

6.4. Budgettaire gevolgen van het project

De Commissie heeft een eerste financiële beoordeling voor het hele project (2002-2006) gegeven in de financiële bijlage bij haar mededeling [21], waarin ze reeds stelde dat de financiële gevolgen ook zouden afhangen van de structuur en de inhoud van het te installeren systeem. Daarom heeft ze ook gesteld dat de haalbaarheidsstudie het mogelijk zou maken dat bijkomende elementen de cijfers in de financiële bijlage zouden bevestigen. Rekening houdend met het bovenstaande, moet nu een aanpassing van de in de eerste financiële beoordeling vermelde begrotingsvooruitzichten voor 2003-2006 worden voorgesteld. Meer details worden gegeven in het bij deze mededeling gevoegde financieel memorandum.

[21] COM(2001) 720 def.

6.4.1. Verdeling van de huishoudelijke uitgaven die rechtstreeks verband houden met het ontwerp, de ontwikkeling en de invoering van SIS II

Het SIS II-project bestaat uit het ontwerpen en invoeren van het systeem, en het integreren en adequaat ondersteunen van de overeenkomstsluitende partijen. De eerste taak kan duidelijk en afzonderlijk worden geïdentificeerd als de eerste stap van het project, maar de andere taken zouden elkaar kunnen overlappen, afhankelijk van de door de contractant gebruikte methode. Dit impliceert dat, contractueel beschouwd, het project kan worden gezien als bestaande uit twee contractfasen, ontwerp en toepassing, die volgens de planning respectievelijk de periodes 2004 en 2005-2006 bestrijken.

Met het oog op het geplande tijdschema zullen de diensten van de Commissie één overeenkomst opstellen die beide fasen omvat. Vanuit budgettair oogpunt hangt de gunning van de opdracht af van de beschikbaarheid van de middelen voor fase I. Voor het ingaan van fase II moet de Commissie aan het einde van fase I een besluit nemen. Daarbij zal de Commissie rekening houden met de resultaten van fase I en met de beschikbare middelen voor fase II.

Het gevolg van een dergelijke aanpak is dat de vastleggingskredieten die volgens de oorspronkelijke planning gespreid zouden worden over 2005 en 2006 (contractfase II), nu uiterlijk vanaf 2005 beschikbaar moeten zijn. Het financieel memorandus is dienovereenkomstig aangepast.

6.4.2. Verdeling van de overige huishoudelijke uitgaven

Op basis van de haalbaalheidsstudie is vastgesteld dat in totaal 2,35 miljoen euro extra nodig is voor bijkomende studies. Dit extra bedrag zal worden gebruikt voor de noodzakelijke studies en voor het verkrijgen van deskundigheid op bepaalde gebieden (beveiliging, netwerk, technische projectondersteuning). Dit soort deskundigheid is onmisbaar voor IT-projectbeheer.

6.4.3. Financiering van het SIS-II-project

In de haalbaarheidsstudie wordt gesteld dat er maximaal 28 miljoen euro nodig is voor het ontwerp- en ontwikkelingsproces van SIS II, tegenover een oorspronkelijk bedrag [22] van 16,4 miljoen euro (min 0,5 miljoen euro voor de haalbaarheidsstudie, d.i. 15,9 miljoen euro).

[22] COM(2001) 720 def.

Het verschil tussen de voorlopige financiële raming van de Commissie en de haalbaarheidsstudie bedraagt dus 12,1 miljoen euro plus 2,35 miljoen euro voor extra studies en deskundigheid.

Rekening houdend met de marge in rubriek 3 voor de periode 2003-2006, zal de Commissie het extra bedrag van 14,45 miljoen euro spreiden. De 12,1 miljoen euro voor de ontwikkeling worden gespreid over 2003-2005 en de 2,35 miljoen euro over de ghele periode.

In 2003 en 2004 zal een globale vastlegging worden verricht in de zin van artikel 92 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002.

7. Beheer en locatie van SIS II

7.1. Inleiding

In de toekomstige rechtsgrond van SIS II moet de verantwoordelijkheid voor het beheer van het systeem als het eenmaal operationeel is, worden vastgelegd [23], dus vanaf het moment dat de Commissie de ontwikkeling heeft afgerond. Bij het technisch beheer van het systeem doen zich verschillend vragen voor.

[23] Zie punt 9.

7.2. Technisch beheer van SIS II

In het algemeen vereisen IT-systemen, technisch gesproken, twee soorten beheersfuncties:

* Strategisch beheer (beslissingen over integratie van nieuwe functies, overstapstrategie, aanschaf, contractbeheer, enz.).

* Operationeel beheer (dagelijkse bediening van apparatuur en programmatuur, continuïteit van de dienstverlening, fysieke beveiliging, enz.).

Operationeel en strategisch beheer kunnen zowel organisatorisch als fysiek worden gescheiden. Aangezien echter voor het operationeel beheer een continue aanwezigheid ter plaatse vereist is, moeten beslissingen over het operationeel beheer worden gekoppeld aan de vraag waar het systeem wordt ondergebracht.

7.2.1. Strategisch beheer

Het strategisch beheer van het SIS wordt thans uitgevoerd door de Raad.

Wat het strategisch beheer betreft, zouden drie mogelijkheden moeten worden onderzocht:

* Strategisch beheer door de Raad (ongewijzigde toestand)

* Strategisch beheer door diensten van de Commissie

* Strategisch beheer door een bureau of een met een bureau verbonden structuur

7.2.1.1. Strategisch beheer door de Raad (ongewijzigde toestand)

De structuur van het strategisch beheer van het huidige SIS is voortgevloeid uit de intergouvernementele erfenis van het SIS, d.w.z. het institutionele kader waarin de Schengenovereenkomst oorspronkelijk was bedacht.

In de praktijk wordt het strategisch beheer van het SIS belemmerd door het relatief trage besluitvormingsproces in een Raadskader dat niet ontworpen is voor het strategisch beheer van IT-systemen. Het feit dat het SIS een pijleroverschrijdend instrument is, heeft de zaken nog ingewikkelder gemaakt. Bovendien vloeit uit de institutionele logica en de bepalingen van de verdragen voort dat, na de integratie van Schengenkwesties in het kader van de Gemeenschap, uitvoeringstaken zoals het strategisch beheer van IT-systemen niet behoren te worden verricht binnen het kader van de Raad.

7.2.1.2. Strategisch beheer door diensten van de Commissie

Hoewel de diensten van de Commissie de voorbije jaren veel ervaring hebben opgedaan op het gebied van het strategisch beheer van grootschalige IT-systemen, is het heel onwaarschijnlijk dat het strategisch beheer van een systeem dat alleen wordt gebruikt door lidstaten en daartoe gemachtigde andere partijen, zou worden toevertrouwd aan de Commissie alleen, zelfs als die wordt bijgestaan door een comité. Bovendien zou de huidige interne organisatie van de Commissie (met verschillende beleidssectorgebonden directoraten-generaal) een gecentraliseerd strategisch beheer van grootschalige IT-systemen in verschillende beleidssectoren onmogelijk maken, en dus ook de daaruit voortvloeiende schaalvoordelen en synergie.

Het strategisch beheer van SIS II alleen door de diensten van de Commissie laten uitvoeren is bijgevolg evenmin een realistische optie.

7.2.1.3. Strategisch beheer door een bureau of een met een bureau verbonden structuur

Een andere optie zou erin bestaan een uitvoerend bureau op te richten dat specifiek belast is met het beheer van grootschalige IT-systemen. Een dergelijke optie zou inhouden dat - om te komen tot een "kritische massa" van IT-systemen waarvan het centraal beheer voldoende synergie oplevert om de met de oprichting van een bureau gepaard gaande zware begininvestering te verantwoorden - ook wordt gedacht aan het eventuele beheer van grootschalige IT-systemen op andere gebieden dan justitie en binnenlandse zaken, die thans door de Commissie worden beheerd ten behoeve van de lidstaten. Zo zou, bijvoorbeeld, moeten worden onderzocht of een dergelijk bureau kan worden belast met het beheer van bepaalde infrastructuurdiensten in het kader van het IDA-programma, zoals het netwerk voor interadministratieve gegevensuitwisselingen (TESTA). Dit zou evenwel een weerslag kunnen hebben op de beheersstructuur, wat zorgvuldig moet worden beoordeeld.

Een uitvoerend bureau zou niet alleen een kader kunnen bieden voor het Schengeninformatiesysteem, maar ook voor andere bestaande (EURODAC) en toekomstige grootschalige IT-systemen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken (VIS [24], andere systemen in verband met b.v. samenwerking in burgerlijke en strafzaken) en, eventueel, voor andere beleidssectoren, wat synergie en schaalvoordelen mogelijk zou maken.

[24] Visuminformatiesysteem.

Strategisch beheer door het bureau zelf (d.w.z. de directeuren) zou echter niet alleen vereisen dat het bureau de nodige kennis van de sector heeft (wat onwaarschijnlijk is), maar ook dat het in een positie verkeert om autonoom een strategische - en dus vaak politieke - beslissing te nemen, wat onverenigbaar zou zijn met zijn uitvoerende status. Taken die een beoordelingsmarge voor het maken van politieke keuzes behelzen, blijven tot de bevoegdheid van de Commissie behoren [25].

[25] Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma's worden gedelegeerd.

Daarom worden uitvoerende bureaus strategisch bestuurd door een met het bureau verbonden structuur van strategisch beheer, d.w.z. een directeur die door de Commissie wordt benoemd en een directiecomité, waarvan de leden doorgaans door de Commissie worden aangewezen. Omdat een dergelijk directiecomité, dat een wezenlijk deel uitmaakt van een uitvoerend bureau, een ideale verbinding zou kunnen vormen tussen het uitvoerend bureau, de Europese instellingen en de gebruikers van SIS II, zou het de geschikte oplossing kunnen zijn voor het toekomstig strategisch beheer van SIS II en andere door het bureau beheerde grootschalige IT-systemen, en kunnen zorgen voor synergie-effecten en een meer gestroomlijnd gebruik van grootschalige IT-systemen, waarvan de functies gedeeltelijk met elkaar verbonden zouden kunnen worden.

Het spreekt voor zich dat het institutionele kader, en meer bepaald de wetgevende bevoegdheden van de Raad, niet kan worden gewijzigd door deze oplossing en dat regelmatig verslag zou moeten worden uitgebracht bij de Raad, het Europees Parlement en de Commissie.

Bovendien zouden, gezien het belang en de omvang van SIS II, en bijgevolg de vrij vaak te nemen strategische beslissingen, bepaalde routinetaken en de voorbereiding van de bijeenkomsten van het directiecomité kunnen worden gedelegeerd aan een door de Commissie voorgezeten uitvoerende raad.

De administratieve inspanningen en kosten waarmee het oprichten van een uitvoerend bureau gepaard zou gaan, mogen echter niet worden onderschat. Aangezien een van de eerste vereisten voor de oprichting van een bureau is dat "bij ieder besluit tot externalisering sprake [moet] zijn van goed beheer [...] en van een gunstiger kosten/batenverhouding dan bij eigen beheer" [26], moet elke beslissing over het delegeren van taken worden voorafgegaan door een zorgvuldige analyse van de budgettaire gevolgen (wat buiten het bestek van deze mededeling valt).

[26] Zie de Mededeling over de externalisering van het beheer van communautaire programma's, Doc. COM(2000) 788 def. van 13 december 2000.

Zodra tot de oprichting van een bureau is besloten, zou, aangezien de totstandbrenging van de structuur voor het strategisch beheer niet noodzakelijk samenhangt met de fysieke oprichting van het bureau, een structuur voor het strategisch beheer, indien nodig, zelfs tot stand kunnen worden gebracht als niet alle vragen in verband met de oprichting van het bureau zijn opgelost wanneer het systeem gereed is. De structuur voor het strategisch beheer (directiecomité en uitvoerende raad) zou dus tot stand kunnen komen vóór de fysieke oprichting van het bureau; hij zou, met andere woorden, de "kern" van een bureau "in statu nascendi" kunnen vormen.

7.2.2. Operationeel beheer

Het operationeel beheer moet normaliter gebeuren op de plaats waar het centrale deel van het systeem is ondergebracht, en kan worden uitgevoerd door elke organisatie die daarvoor de nodige capaciteit heeft en voldoet aan de veiligheidseisen.

Hoewel dit een gebied is dat theoretisch best zou kunnen worden uitbesteed, lijkt het niet raadzaam, gezien de gevoeligheid van de SIS-gegevens (openbare orde en veiligheid en verkeer van personen), om kerntaken van het systeem of de systemen (d.i. de eigenlijke gegevensverwerking) uit te besteden aan een particulier bedrijf. Het operationeel beheer van het systeem zou dus de kernactiviteit van een toekomstig bureau (zie boven) moeten zijn. Dit zou niet de mogelijkheid uitsluiten dat een particulier bedrijf routinetaken zoals technisch onderhoud (b.v. helpdesksysteem) uitvoert, zoals ook gebeurt bij sommige nationale overheden.

Het operationeel beheer zou dus moeten worden toevertrouwd aan een toekomstig uitvoerend bureau .

Zoals echter hieronder wordt uitgelegd in de paragraaf over de locatie, moet het operationeel beheer, in tegenstelling tot het strategisch beheer, worden geïnstalleerd tijdens de ontwikkelingsfase van SIS II. Het operationeel beheer tijdens de ontwikkelingsfase van SIS II (tot 2006) is dus verbonden met de kwestie van de locatie (zie hieronder).

In een later stadium zal worden vastgesteld welke beleidskredieten nodig zijn nadat SIS II van start is gegaan, op basis van de gegevens die de contractant in zijn offerte vermeldt.

7.3. Locatie van het centrale deel van SIS II

De huidige Schengenregels bepalen dat het Schengeninformatiesysteem wordt ondergebracht in Straatsburg.

Wat SIS II betreft, moet een beslissing over de locatie van het centrale deel ten laatste in juni 2004 worden genomen, voordat de overeenkomst met de winnende inschrijver op de SIS II-aanbesteding wordt getekend [27]. In tegenstelling tot het huidige systeem, dat geen voorziening heeft die het mogelijk maakt om alle werkzaamheden voort te zetten als het hoofdsysteem volledig onbeschikbaar is (b.v. na een brand), moet nu, wegens de vereiste hoge beschikbaarheid van SIS II, wel een tweede locatie worden gevonden voor het onderbrengen van een dergelijk systeem voor het voortzetten van de activiteiten (Business Continuity System).

[27] Er dient te worden opgemerkt dat, als de "synergieaanpak" voor SIS II wordt bevestigd en het VIS een gemeenschappelijk technisch platform deelt met SIS II, het centrale deel van het VIS op dezelfde plaats wordt ondergebracht als SIS II.

Het huidige SIS is ondergebracht op een uiterst veilige, speciaal daarvoor gebouwde locatie, die in 1993 is opgetrokken voor ongeveer 5 miljoen euro. Welke locatie ook wordt gekozen voor een bij het operationeel beheer betrokken toekomstig bureau, er zal vóór september 2004 een locatie beschikbaar moeten zijn die op dezelfde manier beveiligd als in Straatsburg. Aangezien het onmogelijk is om in die tijdspanne een speciaal gebouwde locatie klaar te hebben, kan SIS II alleen worden ondergebracht in de thans voor het SIS gebruikte gebouwen in Straatsburg, tenzij een andere bestaande locatie wordt gevonden die hetzelfde veiligheidsniveau biedt. Onafhankelijk van de installatie van het hoofdsysteem, moet een geschikte locatie worden gevonden voor het Business Continuity System, al kan dit systeem worden geïnstalleerd op een later tijdstip dan het hoofdsysteem (evenwel voor midden 2005).

Over het operationeel beheer moet ten laatste een akkoord worden bereikt in juni 2004, voordat de overeenkomst voor SIS II wordt getekend met de winnende inschrijver van SIS II-aanbesteding.

In tegenstelling tot het strategisch beheer, dat pas geïnstalleerd hoeft te zijn kort voordat SIS II operationeel wordt, moet het operationeel beheer reeds in september 2004 geïnstalleerd zijn, zodat het de Commissie, die met de ontwikkeling van het systeem is belast, kan helpen met haar ontwikkelingstaken door, bijvoorbeeld, gebouwen gereed te maken, testen uit te voeren, enz.

Als wordt overeengekomen om SIS II tijdelijk onder te brengen in Straatsburg tot een toekomstig bureau is opgericht, moet het operationeel beheer ook tijdelijk worden toevertrouwd aan de Franse overheid, met evenwel de mogelijkheid om een aantal operationele activiteiten uit te besteden die niet door een openbare dienst mogen worden uitgevoerd.

Om taakverwarring te voorkomen, moet een duidelijke overeenkomst ("Service Level Agreement") worden gesloten tussen de Commissie en het operationeel beheer, waarin wordt vastgelegd wie wat doet, wanneer en hoe. Volgens de beslissing over de locatie moet deze overeenkomst wellicht worden voortgezet (en aangepast) tussen het strategisch beheer en het operationeel beheer zodra het project overgaat van de ontwikkelingsfase naar de operationele fase. Ten laatste tegen het begin van de operationele fase moeten de structuren voor het strategisch beheer geïnstalleerd zijn. Ook de taakverdeling tussen het operationeel en strategisch beheer moet tegen die tijd vastgelegd zijn.

8. Toekomstig visuminformatiesysteem en synergie met SIS II

8.1. Politieke context

Op basis van de op 13 juni 2002 door de Raad voor het VIS aangenomen richtsnoeren, voerde de Commissie een haalbaarheidsstudie uit waarin een analyse wordt gemaakt van de technische en financiële aspecten van het VIS, met ook - overeenkomstig de opdracht van de richtsnoeren - een beoordeling van mogelijke synergie-effecten met SIS II. De VIS-haalbaarheidsstudie werd in mei 2003 voltooid en aan de Raad voorgelegd.

De Europese Raad van Thessaloniki van 19 en 20 juni 2003 heeft gewezen op de noodzaak om zo snel mogelijk na de voltooiing van de haalbaarheidsstudie over het VIS, richtlijnen uit te vaardigen betreffende de planning van de ontwikkeling van het systeem.

In dit kader onderstreepte de Europese Raad van Thessaloniki de noodzaak om binnen de Europese Unie een coherente aanpak tot stand te brengen met betrekking tot de identificatiekenmerken of biometrische gegevens, die het mogelijk zou maken om geharmoniseerde oplossingen toe te passen voor de documenten van onderdanen van derde landen, de paspoorten van burgers van de Unie en de informatiesystemen (VIS en SIS II).

8.2. Beschrijving van het visuminformatiesysteem (VIS)

Het VIS is een gemeenschappelijk systeem dat is voorgesteld voor de uitwisseling van visumgegevens tussen de lidstaten. In de studie werden twee hoofdprocessen onderscheiden: de opslag van visumgegevens bij de visumafgifte, en de raadpleging van deze gegevens waar en wanneer die informatie nuttig kan zijn, bijvoorbeeld bij controles aan de buitengrenzen. Deze twee processen ondersteunen de doelstellingen van het VIS, zoals die zijn vastgelegd in de richtsnoeren van de Raad:

* de strijd tegen fraude vergemakkelijken,

* bijdragen tot het verbeteren van de consulaire samenwerking en de uitwisseling van informatie tussen de centrale consulaire autoriteiten,

* de controles bij grensposten of bij immigratie- of politieposten vergemakkelijken,

* bijdragen tot het voorkomen van "visumshopping",

* de toepassing van de Overeenkomst van Dublin vergemakkelijken,

* bijstand verlenen in de procedures voor het terugsturen van burgers van derde landen,

* bijdragen tot het verbeteren van de uitvoering van het gemeenschappelijk visumbeleid en de interne veiligheid, en tot het bestrijden van het terrorisme.

Het systeem zou in staat zijn om ten minste 27 lidstaten, 12.000 VIS-gebruikers en 3.500 consulaire posten over de hele wereld te verbinden. De studie ging ervan uit dat jaarlijks 20 miljoen visumaanvragen zouden worden behandeld.

Volgens de richtsnoeren van de Raad zou het VIS moeten bestaan uit een centraal visuminformatiesysteem (C-VIS) en een nationaal visuminformatiesysteem (N-VIS) in elke lidstaat. Op die basis onderzocht de studie twee architecturale opties: een afzonderlijk VIS en een technische integratie van het VIS en SIS II met het oog op synergie.

Andere punten die door de studie werden onderzocht - zoals door de richtsnoeren van de Raad werd gevraagd - zijn vooral de communicatie-infrastructuren voor het VIS, de toekomstige ontwikkeling van VISION, het raadplegingsnetwerk van Schengen, de interoperabiliteit met andere systemen en de op te slaan en te verwerken informatiecategorieën (alfanumerieke gegevens, foto's, ondersteuningsdocumenten en biometrische identificatiekenmerken).

In de richtsnoeren van de Raad van 13 juni 2002 werd aangegeven dat "op het ogenblik dat in het visumdossier de digitale foto en andere biometrische gegevens van de houder opgenomen worden, die gegevens ook in het VIS opgenomen [mogen] worden". De studie heeft drie opties onderzocht die - momenteel - kunnen worden beschouwd als biometrische identificatiekenmerken: irisscanning, gezichtsherkenning en vingerafdrukken. In de studie wordt aanbevolen om vingerafdrukken als primair biometrisch identificatiekenmerk te gebruiken en gezichtsherkenning als aanvullend controlemiddel. Het gebruik van biometrie op een dergelijke, tot nog toe ongekende schaal, betekent voor het systeem echter een nieuwe en grotendeels onbekende factor. De studie geeft duidelijk aan dat zulks grote gevolgen kan hebben voor een dergelijk systeem, zowel op technisch als op financieel vlak.

8.3. Mogelijke synergie met een toekomstig visuminformatiesysteem (VIS)

Zoals wordt gesteld in de richtsnoeren van de Raad, moet de structuur van het nieuwe VIS vergelijkbaar zijn met die van het bestaande Schengeninformatiesysteem (SIS). Het huidige SIS is samengesteld uit een centraal systeem en een nationaal systeem. Zo ook zou het VIS bestaan uit een centraal visuminformatiesysteem (C-VIS) en, in elke staat, een nationaal systeem (N-VIS) met een interface naar het centraal systeem. De consulaire posten en andere nationale autoriteiten (grensposten, politie- en immigratieautoriteiten) zouden zich moeten aansluiten op hun nationale N-VIS om gebruik te kunnen maken van de VIS-diensten.

Daarom zal het visuminformatiesysteem opgebouwd zijn uit drie niveaus:

* het centrale niveau, of het centraal visuminformatiesysteem (C-VIS), dat onder de bevoegdheid valt van één, nog nader te bepalen, autoriteit;

* het nationale niveau voor elke lidstaat, dat bestaat uit nationale systemen (nationaal visuminformatiesysteem, N-VIS) en hun interface naar het C-VIS;

* het lokale niveau, dat consulaire posten, grensovergangen en immigratie- en politieautoriteiten omvat.

Op het functionele niveau zouden VIS-gebruikers SIS II raadplegen bij het afgeven van visa, om na te gaan of de visumaanvrager is gesignaleerd en of hem de toegang moet worden ontzegd. Zo ook zouden SIS-gebruikers (grensovergangen, politie- en immigratieautoriteiten) die op de technische infrastructuur van het SIS zijn aangesloten, de echtheid van een visum of de identiteit van een reiziger moeten kunnen controleren, en reizigers zonder papieren moeten kunnen identificeren; bijgevolg dienen zij gemakkelijk toegang te krijgen tot het nieuwe systeem.

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

Met het oog op het bovenstaande kan er synergie tussen de twee systemen op het centrale niveau worden overwogen, ervan uitgaande dat zowel het VIS als SIS II een gecentraliseerde architectuur zullen hebben. .

Haalbare oplossingen voor een dergelijke architectuur zijn:

Oplossing 1, een gemeenschappelijk technisch platform, houdt in dat beide systemen in hetzelfde gebouw worden ondergebracht, via één toegangspunt worden aangesloten op hetzelfde netwerk, dezelfde technologische platforms gebruiken en beheersmiddelen en personeel delen;

Oplossing 2, een gemeenschappelijk technisch platform en gemeenschappelijke diensten, voorziet naast het bovenstaande (oplossing 1), een synergie op toepassingsniveau. Gedeelde of gemeenschappelijke diensten tussen de systemen zouden worden ingevoerd.

Bij beide oplossingen blijven de gegevens gescheiden.

De synergie zal geen invloed hebben op de werkzaamheden. Zowel SIS- als VIS-gebruikers zullen probleemloos kunnen werken als de synergie wordt toegepast. De synergie zou leiden tot lagere eigendomskosten voor zowel het VIS als SIS II.

Daarnaast zou nog op andere punten synergie tot stand kunnen worden gebracht: het VIS en SIS II zouden een gemeenschappelijk Business Continuity System kunnen delen op het centrale niveau, met een aanzienlijke kostenverlaging tot gevolg; beide projecten zouden kunnen worden ontwikkeld onder de leiding van een gemeenschappelijke beheersorganisatie die de uitvoering van het project superviseert, te beginnen met een gemeenschappelijke aanbestedingsprocedure voor beide systemen.

Een technische integratie van het VIS en SIS II op het centrale niveau is wenselijk, wegens de lagere totale investerings- en werkingskosten. Om maximaal voordeel te halen uit de synergie tussen de systemen, wordt voorgesteld om het VIS en SIS II parallel in te voeren en zelfs de aanbesteding voor beide systemen gemeenschappelijk te doen. Tevens is het raadzaam om het projectbeheer betreffende de toepassing aan één organisatie toe te wijzen.

Naast de voor de hand liggende voordelen van synergie op het centrale niveau, zijn er voor de lidstaten ook opmerkelijke voordelen en kostenbesparingen verbonden aan architecturale synergie.

Duizenden eindgebruikers, die b.v. behoren tot politieautoriteiten, grenscontrole- en immigratiediensten, zouden SIS II-apparatuur kunnen gebruiken om visuminformatie te controleren via de toekomstige SIS II-infrastructuur. Bijkomende investeringen voor specifieke VIS-apparatuur kunnen aldus worden vermeden en de dagelijkse werkzaamheden kunnen worden vereenvoudigd en geharmoniseerd.

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

De informatiestroom voor SIS- en VIS-eindgebruikers

Legenda:

CP = Consulaire Post

N-VIS = Nationaal VIS

C-VIS = Centraal VIS

PIB LC = Lokale systemen: politieautoriteiten, immigratiediensten en grenscontrole

NI= Nationale interface

SIS II CS = Kernsysteem SIS II, centraal niveau

Welke synergie ook wordt toegepast, in de conclusies van de Raad van 5 en 6 juni en in de conclusie van de Europese Raad van Thessaloniki wordt duidelijk gesteld dat het VIS-project de levering van SIS II niet mag vertragen [28]. Bij hun projectplanning hebben de diensten van de Commissie bijzondere aandacht besteed aan de mogelijkheid om het VIS-projectbeheer los te koppelen van het SIS II-projectbeheer, ingeval het VIS-project vertraging zou oplopen. Aldus wordt zeker gesteld dat een dergelijke vertraging geen gevolgen zou hebben voor het uitvoeringsschema van SIS II.

[28] Uittreksel uit de Conclusies van het voorzitterschap, Europese Raad van 19 en 20 juni 2003: "De Europese Raad verzoekt de Commissie de passende voorstellen voor te bereiden, in de eerste plaats op visumgebied, met volledige inachtneming van het beoogde tijdschema voor de invoering van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II)".

8.4. Financieel overzicht van het VIS

De investerings- en jaarlijkse werkingskosten zouden afhangen van de gekozen functies en van het gebruikte uitvoeringsscenario. De functies biometrische gegevens en ondersteuningsdocumenten zouden 90% van de kosten vertegenwoordigen. Als gevolg ook van de eerste gedachtewisselingen in de visumwerkgroep en SCIFA, zullen in een eerste fase op weg naar een gemeenschappelijk VIS-systeem alleen alfanumerieke gegevens en foto's worden opgenomen. Biometrische gegevens en ondersteuningsdocumenten zouden later worden toegevoegd.

Voor het installeren, invoeren en gebruiken van een afzonderlijk VIS-systeem, dat gebaseerd is op een gecentraliseerde architectuur en alleen alfanumerieke gegevens en foto's bevat, zijn de geraamde kosten als volgt:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Voor de voorkeursoptie, met een gemeenschappelijk technisch platform voor SIS en VIS, dat alleen alfanumerieke gegevens en foto's bevat, worden de kosten als volgt geraamd:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Bij deze cijfers zijn geen extra externe middelen inbegrepen om de Commissie bij te staan bij het beheer, de controle en het opzetten van het project.

Deze ramingen houden geen rekening met de buiten het N-VIS vallende investerings- en werkingskosten voor de nationale delen van het VIS, meer bepaald de kosten voor het aanpassen van de bestaande nationale systemen en de voorziene wereldwijde verbindingen met de consulaire posten en hun apparatuur, de verzending en de nodige opleiding van consulair personeel.

Deze kosten zouden kunnen worden gespreid over een aantal jaren, aangezien het verscheidene jaren zal duren voordat de lidstaten al hun consulaire posten hebben uitgerust en hun bestaande nationale visumsystemen hebben aangepast. De onderstaande grafiek geeft een raming van gespreide investeringen en jaarlijkse werkingskosten.

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

Als ook de functies biometrische gegevens en ondersteuningsdocumenten worden toegepast, zouden de investeringskosten voor C-VIS en de N-VIS bijna 157 miljoen euro bedragen en zouden de werkingskosten kunnen oplopen tot 35 miljoen euro per jaar voor een oplossing die gebaseerd is op een gemeenschappelijk technisch platform met SIS II. Voor een afzonderlijk VIS met een gecentraliseerde architectuur worden deze investeringen geraamd op 158 miljoen euro en de jaarlijkse werkingskosten op ongeveer 42 miljoen euro.

De investeringskosten voor het invoeren van biometrische gegevens en ondersteuningsdocumenten kunnen ook worden gespreid over verscheidende jaren en de jaarlijkse werkingskosten zullen pas 5 jaar na het begin van de toepassing hun maximum bereiken.

Het is evenwel moeilijk om kostenramingen te maken op het gebied van de IT, vooral met betrekking tot de zeer dynamische biometrische markt, waar thans spectaculaire prijsdalingen worden waargenomen.

Er kan daarom redelijkerwijze worden aangenomen dat het uiteindelijke "prijskaartje" lager zal liggen dan de bovenstaande ramingen, die een weergave zijn van de geraamde marktprijzen van december 2002.

9. Juridische gevolgen

SIS II zal een juridische basis moeten krijgen. De ontwikkeling van SIS II heeft een juridisch aspect en de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 5 en 6 juni 2003 maakt in zijn conclusies over SIS II, met betrekking tot de architectuur en functies van SIS II, duidelijk dat hij wenst dat "tijdig de noodzakelijke wettelijke bepalingen - die de beginselen moeten weerspiegelen die aan de huidige conclusies ten grondslag liggen - voor aanneming worden voorbereid".

Omdat de nieuwe wettelijke bepalingen in overeenstemming moeten zijn met het Verdrag van Amsterdam, is de ontwikkeling van SIS II een goede gelegenheid om nieuwe wetsvoorstellen in te dienen ter vervanging van Titel IV van de Overeenkomst van Schengen. Dat zal het Europees Parlement ook in staat stellen om zijn rol met betrekking tot SIS II ten volle te spelen.

Wat het VIS betreft, spreekt het voor zich dat, ondanks de technische synergie, een apart juridisch kader zal moeten worden vastgesteld.

10. Bescherming van persoonsgegevens

De autoriteiten die bevoegd zijn op het gebied van de gegevensbescherming zullen regelmatig moeten worden geraadpleegd over de beoogde ontwikkelingen van SIS II. Deze raadpleging zou meer bepaald moet gaan over de in te voeren nieuwe functies en over hun toepassing in termen van categorieën van verwerkte persoonsgegevens, toegang tot deze gegevens door de overheid, tenuitvoerlegging van de rechten van individuen en, meer algemeen, noodzakelijke waarborgen. De raadpleging zou meer specifiek moeten ingaan op het vraagstuk van de verwerking in SIS II van biometrische gegevens en foto's, de koppeling van signaleringen en de uitwisseling van gegevens met het VIS.

De door de Commissie beoogde architectuur van het systeem is flexibel genoeg om snel te kunnen worden aangepast aan vereisten die voortvloeien uit de regelgeving betreffende de bescherming van persoonsgegevens.

Het vraagstuk van de fysieke en logische veiligheid van persoonsgegevens en hun bescherming tegen toegang door niet-bevoegden maakt integraal deel uit van de ontwikkeling van het systeem waarvan het een kernelement vormt (zie punt 1.3).

11. Conclusies

De tot op heden uitgevoerde werkzaamheden voor het ten uitvoer leggen van SIS II komen volledig overeen met de voorheen medegedeelde verwachtingen.

Alle nodige maatregelen zijn getroffen om de ambitieuze planning, die voorziet dat het systeem einde 2006 wordt opgestart na te leven. Dat veronderstelt evenwel een zeer grote inzet van alle deelnemers aan het project, en een strikte naleving van de in paragraaf 2.1.3. vastgelegde tussenstappen en van de politieke beslissingen, die ten laatste tegen de lente van 2004 moeten worden genomen over de bijkomende functies en de locatie van het toekomstige systeem.

Dankzij de conclusies van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 5 en 6 juni in Luxemburg heeft de Commissie, zoals voorzien, in augustus 2003 een aanbesteding voor SIS II kunnen uitschrijven.

Overeenkomstig de aanbevelingen van de haalbaarheidsstudie, de adviezen van het Comité SIS II en van de betreffende groepen van de Raad, heeft de Raad besloten om te kiezen voor de gecentraliseerde architectuur en een uniforme nationale interface in elke lidstaat. Deze nationale interfaces moeten worden geleverd in de vorm van een kant-en-klare standaardoplossing ("RTS") en bevatten geen SIS-gegevens. Indien zij dit wensen, kunnen de lidstaten wel, op eigen verantwoordelijkheid, een nationale kopie van de SIS-gegevensbank bewaren. De lidstaten die zulks niet wensen, kunnen het centrale systeem rechtstreeks raadplegen, wat veronderstelt dat de SIS-gegevens beschikbaar en volledig zijn en dat ze permanent worden bijgewerkt. Doordat een hoge graad van beschikbaarheid noodzakelijk is, heeft de Raad beslist om een noodsysteem te installeren op een andere plaats en om een communicatie-infrastructuur te gebruiken die de nodige garanties biedt op het vlak van beschikbaarheid. Het centrale systeem en de nationale interfaces moeten uiteraard een voldoende hoog veiligheidsniveau hebben.

Wat de functionele vereisten betreft, heeft de Raad geconcludeerd dat SIS II een "hit/no hit"-systeem moet blijven dat extra functies dient te bevatten in vergelijking met het huidige SIS. Sommige van deze bijkomende functies zijn reeds duidelijk bepaald in de conclusies van de Raad [29], andere moeten nog worden vastgesteld voor het begin van de gedetailleerde analyse (dus ten laatste in de lente van 2004), als de lidstaten willen dat ze operationeel zijn bij het opstarten van SIS II (koppelingen tussen signaleringen, nieuwe velden in de signaleringen, opslagvoorwaarden voor foto's en digitale vingerafdrukken van gezochte personen, enz.). Wat de wettelijke voorschriften betreft, verzocht de Raad dat deze tijdig worden uitgewerkt zodat zij kunnen worden aangenomen.

[29] Document 9808/03 SIRIS 47 CATS 34 ASIM 31 COMIX 330.

Aangaande de locatie, het beheer en de termijnfinanciering van SIS II, verzocht de Raad de respectievelijke groepen van de Raad om conclusies uit te werken, zodat deze ten laatste in mei 2004 kunnen worden aangenomen. De in deze mededeling geopperde voorstellen betreffende de oprichting van een bureau zouden als noodzakelijke denkbasis kunnen dienen voor het uitwerken van zulke conclusies, die bepalend zijn voor de mogelijke installatie van het nieuwe systeem en het begin van de ontwikkelingswerkzaamheden.

Wat betreft de financiële aspecten die verbonden zijn met de eigenlijke projectfase, heeft de haalbaarheidsstudie vastgesteld dat er 14,45 miljoen euro extra nodig is in vergelijking met de in een vorige mededeling gemaakte ramingen [30]. Tevens moet de verdeling over de verschillende begrotingsjaren thans zo worden herzien, dat alle activiteiten (behalve ATA) geconcentreerd worden in 2005 en niet in 2005 en 2006, zoals oorspronkelijk was geraamd.

[30] COM(2001) 720 def., bijlage.

Overeenkomstig de conclusies van de Raad JBZ van 5 en 6 juni 2003 [31] zullen de specificaties van het VIS-systeem worden opgenomen in de aanbesteding voor SIS II, maar de ontwikkeling van de functies van het VIS zal eventueel pas op gang worden gebracht na een beslissing van de Raad, die ten laatste in december 2003 moet worden genomen.

[31] Document 9916/1/03 Herz. 1 Visa 97 Comix 341.

Dank zij deze aanpak kunnen de lidstaten de tijd nemen om na te denken over de financiële aspecten van het VIS en over de keuze van de te gebruiken biometrische identificatiekenmerken, terwijl de mogelijkheid behouden blijft om gebruik te maken van de synergie tussen beide systemen. Een tweede aanbesteding zou later kunnen worden uitgeschreven voor de biometrische functies die in het kader van beide systemen worden overwogen.

12. Bijlage 1: SIS II-kalender januari - juni 2003

Datum // Omschrijving

17 januari // Bijeenkomst Comité SIS II

27 januari // Eerste versie van haalbaarheidsverslagen

18 februari // Bijeenkomst Comité SIS II

19 maart // Bijeenkomst Comité SIS II - Eerste dag

24 maart // Bijeenkomst Comité SIS II - Tweede dag Overeenstemming om haalbaarheidsverslagen naar de Raad te sturen

9 april // TAIEX-bijeenkomst

10 april // Bijeenkomst Comité SIS II Overeenstemming om veiligheidsverslag [32] naar de Raad te sturen

[32] Een onderdeel van de haalbaarheidsstudie.

14 mei // Bijeenkomst Comité SIS II Toetredende landen aanwezig als waarnemers

21 mei // Workshop planning

12-13 juni // Bijeenkomst Comité SIS II

10 juni // Workshop functies

19 juni // Workshop interfacecontroledocument

13. Bijlage 2: Voorlopig tijdschema tot 2007

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

14. Bijlage 3: financieel memorandum

FINANCIEEL MEMORANDUM

Beleidsgebied(en): JBZ

Activiteit(en): Samenwerking op het gebied van titel IV EG-Verdrag (visa, asiel, immigratie en andere beleidsmaatregelen betreffende het vrije verkeer van personen) en van titel VI VEU (politionele en strafrechtelijke samenwerking)

Benaming van de actie: Ontwikkeling van het systeem SIS II

1. Begrotingsonderde(e)l(en) + omschrijving(en)

18 08 02 - Schengeninformatiesysteem (SIS II)

2. Algemene cijfers

2.1. Totale toewijzing voor de actie (deel B): 31.3 miljoen euro vastleggingskredieten

2.2. Duur

2003-2006

2.3. Meerjarenraming van de uitgaven

(a) Tijdschema vastleggingskredieten/betalingskredieten (financieel memorandum) (cf. punt 6.1)

miljoen euro (op drie decimalen nauwkeurig)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(b) Totale uitgaven voor personeel en andere huishoudelijke uitgaven (cf. punten 7.2 en 7.3)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2.4. Verenigbaarheid met de financiële programmering en de financiële vooruitzichten

- X Het voorstel is verenigbaar met de bestaande financiële programmering.

- Het voorstel vereist een herprogrammering van de betreffende rubriek in de financiële vooruitzichten.

- Het voorstel kan vereisen dat een beroep wordt gedaan op de bepalingen van het interinstitutioneel akkoord.

2.5. Financiële gevolgen voor de ontvangsten:

X Het voorstel heeft de volgende consequenties voor de ontvangsten:

a) Dit voorstel bouwt voort op het Schengenacquis zoals dat is gedefinieerd in bijlage A bij de overeenkomst tussen de Raad en de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis [33]. In artikel 12, lid 1, laatste alinea, van deze overeenkomst is het volgende bepaald:

[33] PB L 176 van 10 juli 19999, blz. 35.

b) "In gevallen waarin de operationele kosten ten laste komen van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, delen IJsland en Noorwegen in deze kosten door jaarlijks aan de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen een bedrag bij te dragen dat overeenkomt met het percentage van het bruto nationaal product van hun land ten opzichte van het bruto nationaal product van alle deelnemende staten."

Bijdrage van IJsland/Noorwegen: 2,128% (bijdragen geraamd op basis van cijfers over 2002, vast te stellen overeenkomstig het bovengenoemde artikel)

miljoen euro (op drie decimalen nauwkeurig)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

3. Begrotingskenmerken

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

4. Juridische grondslag

Dit memorandum is geen financieel memorandum bij een wetgevingsvoorstel, maar een memorandum bij de start van een project. Voor de ontwikkeling en installatie van SIS II zullen tijdig wetgevende maatregelen moeten worden aangenomen.

5. Beschrijving en motivering

5.1. Noodzaak van het communautaire optreden

5.1.1. Nagestreefde doelstellingen

Het SIS is een essentieel instrument voor een goede praktische toepassing van het vrije verkeer van personen op het grondgebied zonder controles aan de binnengrenzen, zoals vermeld in titel IV van deel drie van het EG-Verdrag. Het huidige systeem, dat ongeveer tien jaar geleden werd ontworpen en in gebruik is sinds 1995, moet worden gemoderniseerd en gewijzigd, zodat alle lidstaten er na de uitbreiding aan kunnen deelnemen. De nodige studies en acties moeten worden ondernomen om een SIS van de tweede generatie in te voeren. De vereiste uitgaven voor deze studies en acties komen ten laste van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen.

5.1.2. In het kader van de evaluatie vooraf genomen maatregelen

Het in dit document opgenomen financieel memorandum houdt verband met de aanschaf van technische kennis, beheerskennis, apparatuur en programmatuur, enz. tijdens de gehele duur van het project, en is gebaseerd op:

- ramingen gemaakt in het begin van de Belgisch-Zweedse initiatieven;

- een evaluatie van de gevolgen van de lopende werkzaamheden in de werkgroepen van de Raad;

- ramingen gemaakt op basis van de richtsnoeren van de Commissie en de ervaring met IT-projecten;

- ramingen gemaakt op basis van een in het begin van 2003 voltooide specifieke haalbaarheidsstudie over SIS II;

- de ervaring met het ontwikkelen en beheren van het huidige SIS en de voorziene of verwachte verschillen tussen de twee systemen. Er dient op gewezen te worden dat SIS 1+ en de overstap naar het SISNET-netwerk een totale uitgave van ongeveer 11 miljoen euro met zich heeft gebracht sinds het begin van het project. SIS II moet in staat zijn om een veel groter aantal landen, meer informatietypes, grotere gegevensvolumes en een strengere veiligheid aan te kunnen, en moet ook in hoge mate beschikbaar en flexibel zijn en de jaren na de invoering, wanneer nieuwe wijzigingen zullen worden gevraagd, aankunnen.

Het SIS II-project is een grootschalig project, dat vergeleken kan worden met andere grote communautaire IT-projecten zoals het DIS [34] of het geautomatiseerde systeem voor douanevervoer [35]. Het totale bedrag is hoger dan de ruwe cijfers die aanvankelijk werden vermeld in het financieel memorandum bij de Belgisch-Zweedse initiatieven, waarbij een comitéprocedure werd voorgesteld om de Commissie bij te staan bij haar werk, maar is gebaseerd op een grondige analyse van de gebruikelijke behoeften voor IT-projecten die even omvangrijk en belangrijk zijn, vooral wat het projectbeheer en de systeemontwikkeling betreft.

[34] Douane-informatiesysteem, onderdeel van het AFIS-project van de Commissie (Anti-fraude informatiesysteem)

[35] Een douanevervoersysteem dat door de Commissie is opgezet en wordt beheerd.

Hoe zorgvuldig de kostenanalyse voor het project ook is uitgevoerd, toch moeten de opgegeven cijfers steeds worden beschouwd als een werkhypothese. Zij kunnen ook nog worden beïnvloed door beslissingen van de Raad (bijkomende functies, definitieve keuze van het netwerk) die gevolgen hebben voor het project en de te kiezen technische oplossing voor SIS II. Bovendien kan het krappe tijdschema bijkomende externe ondersteuning noodzakelijk maken in de allerlaatste fase van het project.

5.1.3. Naar aanleiding van de evaluatie achteraf genomen maatregelen

Omdat de lidstaten verantwoordelijk zijn voor het ontwerp en het beheer van SIS II vindt er geen evaluatie ex post op communautair niveau plaats. Bij de ontwikkeling van SIS II zal niettemin, zoals voorgesteld in deze mededeling, rekening worden gehouden met de ervaring die is opgedaan bij de ontwikkeling en het beheer van SIS I.

5.2. Voorgenomen acties en wijze van financiering uit de begroting

* Gedetailleerd technische ontwerp (ontwikkelings- en opbouwfase)

Na de haalbaarheidsstudie en de aanbesteding om de leverancier van de technische oplossing te kiezen (die onder de verantwoordelijkheid en het nauwlettend toezicht van de Commissie het systeem zal invoeren), moet in de fase van het gedetailleerd technisch ontwerp alle documenten worden opgemaakt die nodig zijn om het systeem te ontwikkelen. Deze zullen aan een acceptatietest worden onderworpen voordat met de ontwikkeling wordt begonnen.

* Systeemontwikkeling en installatie

Nadat is gecontroleerd of de voorgestelde oplossing voldoet aan de aanbestedingseisen zal deze, rekening houdend met de wensen van de gebruikers, worden ontwikkeld, getest en geïnstalleerd. Er zullen verschillende acceptatietesten worden gedaan om ervoor te zorgen dat het systeem klaar is voor de overstap.

* Overstap, integratie en ondersteuning

De overstap van SIS I naar SIS II en de voorbereidingen voor de integratie van de nieuwe lidstaten vormen de eindfase van het project. De overstap naar SIS II zal worden onderworpen aan een risicobeoordeling, zodat kan worden bepaald of het doeltreffender is om de twee systemen parallel te laten functioneren in een preoperationele fase dan wel om direct over te stappen van SIS I naar SIS II.

Om er zeker van te zijn dat de operationele fase goed van start gaat, is in de aanbesteding bepaald dat de contractant voor onderhoud en ondersteuning moet zorgen.

* Specialistische technische expertise en bijkomende studies

Vanwege de aard van het project is deskundigheid op verschillende gebieden nodig, zoals op het gebied van biometrie, maar ook op het gebied van beveiliging en netwerkkennis. Daarom moeten middelen worden uitgetrokken voor bijkomende studies en externe deskundigheid.

5.3. Uitvoering

De uitvoering van het ontwikkelingswerk zal direct door de Commissie worden beheerd met behulp van interne en externe middelen (hulpfunctionarissen en nationale deskundigen), aangezien veel technische knowhow vereist is. De lidstaten zullen nauw bij het werk worden betrokken via het comité dat hiertoe moet worden opgericht.

6. Financiële gevolgen

6.1. Totale financiële gevolgen voor deel B - (voor de gehele programmeringsperiode)

6.1.1. Huishoudelijke uitgaven in verband met de ontwikkeling, installatie en ondersteuning

Individuele vastleggingskredieten [36] (in miljoen euro, tot op drie decimalen nauwkeurig)

[36] Afhankelijk van de beschikbare begrotingskredieten zullen in 2003 en 2004 globale vastleggingen worden verricht voor maximaal 4 miljoen euro (2003) en 10,45 miljoen euro (2004). Deze globale vastleggingen dekken de totale kosten van de overeenkomstige individuele vastleggingen tot 31 december van het jaar n+1.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

6.2. Berekening van de kosten per overwogen maatregel in deel B (voor de gehele programmeringsperiode)

Vastleggingskredieten (in miljoen euro, tot op drie decimalen nauwkeurig)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

7. Gevolgen voor het personeelsbestand en de administratieve uitgaven

7.1. Gevolgen voor de personele middelen

De middelen voor SIS II zijn berekend vanaf 2004 en de gevolgen voor de personele en financiële middelen in 2005 en 2006 zullen gelijk blijven, zoals hieronder blijkt:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

7.2. Algemene financiële gevolgen voor de personele middelen

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De bedragen zijn de totale uitgaven voor twaalf maanden.

7.3. Andere uit de actie voortvloeiende administratieve uitgaven

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De bedragen zijn de totale uitgaven voor twaalf maanden.

1 Specificeren welk type comité en tot welke groep het behoort.

I. Jaarlijks totaal (7,2 + 7,3) // EUR 1 317 250

II. Duur van de actie (2004-2006) // 3 jaar

III. Totale kosten van de actie (I x II) // EUR 3 951 750

De behoeften aan personeel en huishoudelijke middelen worden gedekt uit de jaarlijkse toewijzing aan het beherende DG.

8. Opvolging en evaluatie

Om de zes maanden moet de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement een voortgangsverslag voorleggen over de ontwikkelingswerkzaamheden voor SIS II.

Als SIS II operationeel is, zal om de vier jaar een evaluatie plaatsvinden om de resultaten en de doeltreffendheid van het systeem te beoordelen.

9. Maatregelen om fraude tegen te gaan

De procedures van de Commissie voor het plaatsen van opdrachten zullen worden toegepast, om zeker te stellen dat wordt voldaan aan het Gemeenschapsrecht inzake overheidsopdrachten.