52002XG0522(01)

Conclusies van de Raad over de follow-up van het Witboek van de Commissie "Een nieuw elan voor Europa's jeugd"

Publicatieblad Nr. C 119 van 22/05/2002 blz. 0006 - 0006


Conclusies van de Raad

over de follow-up van het Witboek van de Commissie "Een nieuw elan voor Europa's jeugd"

(2002/C 119/04)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Het Witboek van de Commissie, getiteld "Een nieuw elan voor Europa's jeugd", vormt het resultaat van een breed consultatieproces dat zich in de periode sinds eind 1999 heeft afgespeeld. Het initiatief, dat onvoorwaardelijk werd gesteund door de lidstaten, de opeenvolgende voorzitterschappen en het Europees Parlement, betreft de instelling van een nieuw kader voor de Europese samenwerking in jeugdzaken.

(2) De Raad Jeugdzaken van 29 november 2001, onder het Belgische voorzitterschap, heeft met grote belangstelling gereageerd op de publicatie van het Witboek en de daarin vervatte voorstellen, en heeft de wens geuit het debat voort te zetten en uit de diepen teneinde te bepalen hoe het kader voor de toekomstige samenwerking eruit dient te zien.

(3) Het Witboek werd gepresenteerd tijdens het colloquium te Gent van 26 tot 28 november 2001, waarin het belang van het Witboek als de aanzet tot de totstandbrenging van een breder, coherenter en transsectoraal jeugdbeleid werd onderstreept, vooral door jongeren.

(4) In de bijeenkomst van directeuren-generaal van 10 december 2001 is voortgang geboekt in het debat over de in het Witboek voorgestelde prioriteiten en methoden, het proces van jongerenconsultaties en de wens de kandidaat-lidstaten in het debat te betrekken. Het werd noodzakelijk geacht standpunten te bepalen en besluiten te nemen, voorzover mogelijk met inachtneming van de interne consultatieprocedures van elke lidstaat,

GEZIEN de antwoorden van de lidstaten op de vragenlijst van het voorzitterschap over de kernvraagstukken van het Witboek:

1. ERKENT dat het Witboek van de Europese Commissie "Een nieuw elan voor Europa's jeugd", dat werd opgesteld na een breed consultatieproces met alle betrokken actoren in de jeugdsector en dat door de Raad (Onderwijs en Jeugdzaken) op 29 november 2001 werd goedgekeurd, de totstandbrenging van een nieuwe Europese samenwerking in jeugdzaken inhoudt en de basis vormt voor het opzetten van een kader in deze sector.

2. IS VAN OORDEEL dat de door de Commissie voorgestelde aanpak, namelijk samenwerking in jeugdzaken met gebruikmaking van de open coördinatiemethode op een specifiek aangepaste wijze en met inachtneming van het aspect jeugd in andere sectorale beleidsvormen, passend en uitvoerbaar is om de samenwerking tussen de lidstaten te intensiveren en het aspect jeugd bij de jonge bevolking in geheel Europa zichtbaarder en transparanter te maken.

3. STAAT achter het belang van de prioriteiten zoals die in het Witboek op het specifieke gebied van de jeugd worden voorgesteld: participatie, vrijwilligerswerk, informatie en onderzoek.

4. VERWELKOMT de aanpassing van de in het Witboek voorgestelde open coördinatiemethode aan de jeugdsector, waarvan de implementatie door de Raad nog nader moet worden bepaald, onder volledige eerbiediging van de bevoegdheid van de lidstaten en met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel, om het beleid van samenwerking in jeugdzaken te versterken middels en flexibele aanpak.

5. WIJST OP de noodzaak het aspect jeugd in sectorale beleidslijnen en programma's op nationaal en Europees niveau op te nemen, overeenkomstig de prioriteiten in het Witboek, en om het idee van autonomie van jonge mensen verder te verkennen, teneinde passende maatregelen aan te nemen.

6. ERKENT het belang van de rol van jonge mensen bij de deelneming aan het samenwerkingsproces op nationaal en Europees niveau.

7. STELT bovendien dat de kandidaat-lidstaten in voorkomend geval moeten worden betrokken bij het samenwerkingsproces in jeugdzaken zoals in het Witboek wordt voorgesteld.

8. IS VOORNEMENS de werkzaamheden voort te zettem om te komen tot een kader (gemeenschappelijke doeleinden, tijdschema, werkmethoden en follow-up) voor samenwerking in jeugdzaken, opdat de Raad (Onderwijs en Jeugdzaken) dat in zijn volgende zitting op 30 mei 2002 kan aannemen.