52002DC0082

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - Naar een wereldwijd partnerschap voor duurzame ontwikkeling /* COM/2002/0082 def. */


MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S - Naar een wereldwijd partnerschap voor duurzame ontwikkeling

INHOUDSOPGAVE

1. De argumenten voor een wereldwijd partnerschap

2. De integratie van markten, governance en interne beleidsmaatregelen via een wereldwijd partnerschap

3. De bijdrage van de Europese Unie: prioritaire doelstellingen

3.1. Globalisering dienstbaar maken: handel ten gunste van duurzame ontwikkeling

3.2. Armoedebestrijding en de bevordering van sociale ontwikkeling

3.3. Duurzaam beheer van natuurlijke en milieurijkdommen

3.4. De beleidsmaatregelen van de Europese Unie moeten meer samenhang krijgen

3.5. Betere governance op alle niveaus

3.6. De financiering van duurzame ontwikkeling

4. De uitvoering en evaluatie van de strategie

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S - Naar een wereldwijd partnerschap voor duurzame ontwikkeling

1. De argumenten voor een wereldwijd partnerschap

Duurzame ontwikkeling veronderstelt een evenwicht tussen de economische, sociale en milieudoelstellingen van een samenleving. Doel is zoveel mogelijk welvaart te creëren zonder de belangen van toekomstige generaties in gevaar te brengen.

De Europese Unie heeft reeds een interne strategie voor duurzame ontwikkeling ontwikkeld [1]. De Europese Raad van Gotenburg heeft deze strategie in juni 2001 goedgekeurd, maar tegelijkertijd te kennen gegeven dat de externe dimensie ervan verder moet worden ontwikkeld. Bovendien heeft de Europese Raad van Gotenburg de Commissie verzocht na te denken over de vraag hoe de Unie wereldwijd aan duurzame ontwikkeling kan bijdragen en welke componenten van strategisch belang zijn voor een "mondiale overeenkomst" tijdens de Wereldtop over duurzame ontwikkeling in Johannesburg in 2002. In deze mededeling komen beide aspecten aan bod.

[1] Duurzame ontwikkeling in Europa voor een betere wereld. Een strategie van de Europese Unie voor duurzame ontwikkeling COM(2001) 264

Sinds de Conferentie van Rio in 1992 zijn tal van nieuwe initiatieven in verband met specifieke aspecten van duurzame ontwikkeling genomen [2], maar in het algemeen is maar langzaam vooruitgang geboekt. Er is daarom behoefte aan een nieuwe impuls om de vele resterende problemen en de nieuwe uitdagingen ten gevolge van de globalisering grootschaliger en doeltreffender aan te pakken.

[2] Het gaat om uiteenlopende initiatieven, zoals het Protocol van Kyoto over de opwarming van de aarde en de belofte (in de ministerverklaring van Doha) om producten uit de minst ontwikkelde landen belasting- en quotavrije toegang tot de markt te verlenen.

In veel landen in de wereld is de economie vooral dankzij het geleidelijk openstellen van de markt en de liberalisering van de directe buitenlandse investeringen gegroeid. Sinds 1960 is de wereldhandel vervijftienvoudigd en het inkomen per hoofd van de bevolking wereldwijd verdubbeld. De ervaring leert dat de globalisering economische groei en productiviteit kan blijven genereren.

Ook de ontwikkelingslanden hebben op tal van gebieden vooruitgang geboekt [3]. De exportproducten en de productieprocessen zijn er aanzienlijk gediversifieerd, de levensverwachting is gestegen en voor velen zijn de levensomstandigheden verbeterd. Toch kampen nog steeds te veel landen en mensen met armoede, werkloosheid en sociale uitsluiting [4]. De helft van de wereldbevolking moet het stellen met minder dan twee dollar per dag. De ongelijkheid tussen en in landen neemt toe. In 1960 bedroeg het inkomen van de rijkste 20% van de wereldbevolking 30 keer meer dan het inkomen van de armste 20%. Vandaag is dat 90 keer meer. De rijkste 20% van de wereldbevolking is goed voor bijna 86% van het totale gezinsverbruik [5]. Bijna een miljard vrouwen en mannen zijn werkloos, hebben geen passend werk of verdienen te weinig om aan de armoede te ontsnappen. Wereldwijd werken 250 miljoen kinderen. Bijna 80% van de bevolking in de werkende leeftijd heeft geen toegang tot elementaire sociale voorzieningen [6].

[3] De ontwikkelingslanden hebben hun economieën gediversifieerd. 70% van hun export bestaat uit fabrikaten (30 jaar geleden was dat iets meer dan 25%). In Oost-Azië moest 60% van de bevolking het halverwege de jaren zeventig met minder dan 1 US$ per dag stellen. Nu is dat percentage gedaald tot 20%.

[4] In de Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara is het inkomen tussen 1975 en 1999 jaarlijks gemiddeld met 1% gedaald. 46% van de bevolking moet het er met minder dan 1US$ per dag stellen en de levensverwachting bedraagt er 49 jaar (vergeleken met ruim 60 jaar in alle andere regio's).

[5] UNDP Human Development Report 1998

[6] Schattingen van de Internationale Arbeidsorganisatie

Bovendien worden vele natuurlijke rijkdommen (bijvoorbeeld water, velden, grond, biodiversiteit, bossen en visbestanden) nu al maximaal of zelfs op te grote schaal geëxploiteerd, zodat het milieu ernstige schade oploopt.

Niet alleen de ontwikkelingslanden kampen met toenemende ongelijkheid. Ook in rijke landen is de ongelijkheid de afgelopen jaren toegenomen. De oorzaken zijn talrijk en houden meestal geen verband met de globalisering. Door de technologische vooruitgang bijvoorbeeld zijn de werkgelegenheidspatronen grondig gewijzigd en wordt wereldwijd aan hooggeschoolde arbeiders de voorkeur gegeven.

Door de ongelijkheid bij de productie en het gebruik van kennis wordt de kloof tussen arme en rijke landen steeds groter. De ontwikkeling en het gebruik van nieuwe technologieën biedt nieuwe mogelijkheden en is tegelijkertijd een uitdaging. Dankzij nieuwe technologieën kan het ondernemerschap worden aangezwengeld, de economische groei worden versneld en spaarzamer met grondstoffen worden omgesprongen.

De mensen beseffen steeds meer dat ze een gemeenschappelijke en onderling verbonden toekomst delen en dat conflicten en onrecht elders in de wereld hun dagelijkse leven direct kunnen beïnvloeden. Armoede is bovendien een bron van woede en ontevredenheid en schept een klimaat waarin etnische en religieuze thema's gemakkelijk kunnen worden misbruikt en op de spits gedreven.

De wereld wordt met een diepe "global governance gap" geconfronteerd. De overeenkomsten van Bonn en Marrakech over klimaatsverandering en de Ontwikkelingsagenda van Doha vormen veelbelovende stappen op weg naar een efficiëntere global governance. In beide gevallen heeft de Europese Unie een leidende rol gespeeld. Duurzame globalisering vereist een veel beter evenwicht tussen de mondiale marktmechanismen enerzijds en global governance en de politieke instellingen anderzijds. Er moet in de geïndustrialiseerde en de ontwikkelingslanden en op mondiaal vlak dringend voor meer goede governance worden gezorgd. Het is zaak alle partijen op alle niveaus daarbij intensief te betrekken.

2. De integratie van markten, governance en interne beleidsmaatregelen via een wereldwijd partnerschap

Globalisering - de snelle toename van het wereldwijde verkeer van goederen, diensten, kapitaal, technologieën, ideeën en mensen - biedt de mogelijkheid om de economische groei en de productiviteit te stimuleren en de levensstandaard te verbeteren. Bovendien kan dankzij de globalisering wereldwijd efficiënter met natuurlijke rijkdommen worden omgesprongen. De liberalisering van de handel biedt nationale economieën immers de mogelijkheid om hun comparatieve voordelen ten volle te benutten en levert meer schaalvoordelen op.

De globalisering heeft echter ook een prijs. Zonder controlemechanismen kan de toenemende economische globalisering negatieve gevolgen voor het milieu hebben en de sociale samenhang in gevaar brengen. Het intensief energieverbruik, de ondoordachte ontginning van natuurlijke rijkdommen en de onwil om milieukosten in de productie- en vervoerskosten te verrekenen brengen de hulpbronnen in gevaar waarvan alle economische en sociale ontwikkeling afhankelijk is. Technologische vooruitgang, marktintegratie en internationale concurrentie leiden doorgaans tot structurele economische en maatschappelijke veranderingen.

Het gebrek aan duurzaamheid vloeit voort uit de complexe verhouding tussen markten, global governance en nationale beleidsmaatregelen. Het is zaak op regionaal, nationaal en wereldvlak gezamenlijk voor een kader te zorgen waarin de marktmechanismen aan banden worden gelegd met het oog op duurzame groei, meer banen, de bescherming van het milieu ten behoeve van toekomstige generaties en meer sociale samenhang.

Ten gevolge van aanhoudende protectionistische maatregelen in sectoren waar ontwikkelingslanden vaak comparatieve voordelen hebben, zijn de gevolgen van de handelsliberalisering in termen van meer efficiëntie beperkt gebleven. Bovendien gaat meer efficiëntie met aanpassingskosten gepaard. Niet iedereen profiteert van snelle herstructureringen. Bovendien kunnen slecht beheerde herstructeringen een gevaar voor duurzame ontwikkeling op economisch, sociaal en milieuvlak vormen. Zelfs landen waar de economie snel groeit en veel natuurlijke rijkdommen voorhanden zijn, kampen bijvoorbeeld nog steeds met armoede, werkloosheid en onvolledige werkgelegenheid. Vooral in het begin gaat snelle groei gewoonlijk gepaard met toenemende ongelijkheid, doordat sommige bevolkingsgroepen en regio's onevenredig van de groei profiteren. Een duidelijk voorbeeld zijn de opkomende economieën (emerging economies), waar de vruchten van de economische groei onrechtvaardig zijn verdeeld en de gemiddelde inkomensverschillen tussen rijke en arme regio's en bevolkingsgroepen zijn toegenomen.

Interne beleidsmaatregelen zijn van vitaal belang voor de ontwikkeling van ontwikkelingslanden. Veel ontwikkelingslanden (en vooral de minst ontwikkelde landen) hebben niet van de globalisering kunnen profiteren omdat ze in een armoedeval (poverty trap) verstrikt zitten: de inkomsten zijn laag, er wordt weinig geïnvesteerd en de economie voorziet uitsluitend in de eigen behoeften. Particuliere kapitaalinjecties kunnen voor ontwikkelingslanden een belangrijke extra bron voor de financiering van ontwikkelingsinstrumenten (technologieverwerving, ontwikkeling van menselijk kapitaal, enzovoort) vormen. Directe buitenlandse investeringen vereisen een gunstig investeringsklimaat, macro-economische stabiliteit, gunstige commerciële mogelijkheden en institutionele en juridische hervormingen. Opgemerkt zij dat openheid zonder gezonde financiële instellingen en een evenwichtig macro-economisch beleid landen kwetsbaarder voor financiële crises kan maken. Ook andere binnenlandse beleidsmaatregelen - op het gebied van belastingen, inkomensherverdeling, naleving van fundamentele arbeidsnormen en rechten en goede governance (inclusief corruptiebestrijding) - zijn belangrijk. Investeringen in gezondheidszorg, onderwijs, milieubescherming en technologie zijn van groot belang en vormen een conditio sine qua non voor reële duurzame ontwikkeling.

Investeringen van multinationals zijn doorgaans duurzamer dan kapitaalstromen op korte termijn en kunnen erg nuttig zijn (bijvoorbeeld in termen van technologieoverdracht en de versterking van de exportcapaciteit van het gastland). De toenemende wereldwijde activiteit van multinationals spitst zich echter vooral toe op een paar regio's in de ontwikkelingslanden (er wordt weinig in de armste landen geïnvesteerd) en vormt een ernstig probleem voor de concurrentie in een aantal sectoren.

De mondiale problemen moeten simultaan en gecoördineerd door alle landen worden aangepakt. Succes is alleen verzekerd als alle partijen bereid zijn politiek moedige keuzen te maken. Er is behoefte aan een wereldwijd partnerschap waarbij alle partijen worden betrokken. Anders gezegd, het maatschappelijke middenveld en de sociale partners moeten vanaf het begin bij het proces worden betrokken. Economische liberalisering en een gezond macro-economisch beleid moeten gepaard gaan met strengere binnenlandse en multilaterale voorschriften en nauwere internationale samenwerking.

De geïndustrialiseerde landen dragen een grote verantwoordelijkheid bij de bevordering van duurzaamheid. In de eerste plaats moeten ze op binnenlands vlak voor duurzame ontwikkeling zorgen en duurzame productie- en consumptiepatronen bevorderen. Voorts moeten ze zorgen voor een consequentere liberalisering van de markt, meer particuliere en overheidsfinanciering voor ontwikkelingssamenwerking en een beter functionerend en stabieler internationaal financieel systeem. Hun interne en externe beleidsmaatregelen moeten oog hebben voor duurzame ontwikkeling en rekening houden met wereldwijde behoeften. Grote consumptiemaatschappijen moeten per definitie de meeste inspanningen leveren om de druk op de natuurlijke rijkdommen van de aarde te verminderen (zie het in Rio gelanceerde concept "gezamenlijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden"). Bovendien moeten de rijke landen op binnenlands vlak meer doen om de sociale samenhang en hoge niveaus van bescherming van de volksgezondheid en de consument te bevorderen. Verder moeten de rijke landen bijdragen tot betere binnenlandse en global governance.

De internationale instellingen moeten het partnerschap ten volle steunen. De Verenigde Naties, de instellingen van Bretton Woods, de Wereldhandelsorganisatie en de Internationale Arbeidsorganisatie moeten consequent voor meer duurzame ontwikkeling ijveren. De VN moeten het voortouw nemen bij de ontwikkeling van een "global governance structure" voor duurzame ontwikkeling. De VN spelen immers een belangrijke rol op sociaal, economisch en milieuvlak en alle landen zijn er lid van.

De omvang van de problemen verschilt wellicht maar ongelijkheden voegen zich niet naar grenzen en internationale classificaties. De meest elementaire maatstaven (zoals de levensverwachting) brengen aanzienlijke verschillen binnen de grenzen van rijke landen (en zelfs binnen steden) aan het licht. Een wereldwijd partnerschap betekent dat rijke landen onderling van elkaar leren, maar ook dat rijke en arme landen van elkaar leren. Niemand kan duurzame vooruitgang boeken, tenzij alle landen bereid zijn van elkaar te leren.

De Europese Unie is zeer geschikt om een voortrekkersrol te spelen bij het streven naar wereldwijde duurzame ontwikkeling. De Unie is de belangrijkste donor van ontwikkelingshulp, de grootste handelspartner ter wereld en een belangrijke bron van directe buitenlandse investeringen. Bovendien heeft de Unie een groot aantal milieuvriendelijke technologieën ontwikkeld en gepromoot.

De ontwikkeling van het Europese integratiemodel is steeds gebaseerd geweest op elkaar wederzijds aanvullende strategieën die stabiele economische groei, sociale ontwikkeling en milieubescherming beoogden. Het is voor de politieke stabiliteit op lange termijn in de Europese Unie belangrijk om samen met de naaste buurlanden in een gedeelde toekomst te investeren. Vooral de uitbreiding van de Europese Unie berust op een hulpprogramma dat politieke stabiliteit, gezonde economische structuren, sociale samenhang en ecologische duurzaamheid beoogt. De daarbij opgedane ervaring kan worden gebruikt om dezelfde problemen op wereldvlak aan te pakken.

3. De bijdrage van de Europese Unie: prioritaire doelstellingen

In dit hoofdstuk wordt het omvangrijke en geïntegreerde pakket acties beschreven dat de bijdrage van de Europese Unie aan wereldwijde duurzame ontwikkeling vormt en de op de Europese Raad van Gotenburg goedgekeurde strategie aanvult. De acties hebben niet alleen betrekking op de drie nauw met elkaar verbonden componenten van duurzame ontwikkeling (economie, sociale ontwikkeling en milieu), maar streven ook naar meer samenhang tussen de beleidsmaatregelen van de Europese Unie, betere governance op alle niveaus en meer financiële middelen om het beleid uit te voeren. Alleen dan is succes gewaarborgd.

3.1. Globalisering dienstbaar maken: handel ten gunste van duurzame ontwikkeling

Prioritaire doelstellingen

Belangrijk is dat globalisering bijdraagt tot duurzame ontwikkeling. Het is daarom zaak:

* de ontwikkelingslanden op billijke wijze in de wereldeconomie te integreren. Voorts moeten de ontwikkelingslanden via complementaire beleidsmaatregelen kunnen profiteren van de liberalisering van de handel en de investeringen.

* Ecologisch en sociaal duurzame productiemethoden en handelspraktijken te bevorderen.

* de internationale financiële en monetaire structuren te versterken en voor een betere en transparantere reglementering van de financiële markten te zorgen. Doel is bruuske schommelingen op de financiële markten wereldwijd te beperken en misbruiken van het systeem tegen te gaan.

Doel van de strategie van de Europese Unie voor duurzame ontwikkeling is de voordelen van de globalisering tot het uiterste te benutten en de nadelen tot een minimum te beperken.

De Ontwikkelingsagenda van Doha belichaamt de door de Europese Unie bepleite geïntegreerde aanpak van globalisering en legt de basis voor verdere veranderingen van het wereldsysteem. Door tal van thema's (milieu, mededinging, investeringen, bevordering van het handelsverkeer, enzovoort) te bespreken kan de markt in een breder regelgevend kader worden geliberaliseerd.

De zorg voor een stabiel binnenlands en internationaal financieel systeem vormt een belangrijk onderdeel van een allesomvattende strategie. De economische voordelen van financiële globalisering vloeien voort uit het feit dat markten en actoren internationaal nauwer met elkaar verweven raken. Het gevolg is dat economische problemen in een land zich internationaal sneller doen voelen. Het gebrek aan financiële stabiliteit kan binnenlandse ontwikkelingen ernstig belemmeren. Bovendien leiden misbruiken van het internationale financiële systeem - en vooral het witwassen van geld, belastingontduiking en de financiering van criminaliteit, met inbegrip van terrorisme - ertoe dat de stabiliteit en de integriteit van interne financiële en administratieve systemen worden ondermijnd en de levensvatbaarheid van het internationale financiële systeem wordt aangetast. Bovendien kunnen misbruiken verstrekkende gevolgen voor de veiligheid en de overheidsfinanciën hebben.

De Ontwikkelingsagenda van Doha

De leden van de Wereldhandelsorganisatie hebben in Doha de volgende agenda goedgekeurd:

De ontwikkelingslanden moeten doeltreffender in het handelssysteem worden geïntegreerd

- Het is zaak de handelsbarrières voor andere producten dan landbouwproducten op te heffen en zo tariefescalatie en tariefpieken te reduceren (vooral met betrekking tot producten die voor de export van ontwikkelingslanden belangrijk zijn).

- Er moet multilateraal verder worden gestreefd naar een belasting- en quotavrije markttoegang voor alle producten uit de minst ontwikkelde landen. Verder moeten de bepalingen inzake de speciale en gedifferentieerde behandeling (Special and Differential Treatment) worden aangescherpt in het licht van de specifieke beperkingen waarmee ontwikkelingslanden worden geconfronteerd. Concreet betekent dit dat de bepalingen nauwkeuriger, doeltreffender en operationeler moeten worden gemaakt.

Landbouw

- Er moet uitvoerig worden onderhandeld over een betere markttoegang en een vermindering van alle vormen van uitvoersubsidies en handelsverstorende binnenlandse steunmaatregelen.

- Er moet rekening worden gehouden met niet-commerciële thema's die in de onderhandelingsvoorstellen aan bod komen.

- De speciale en gedifferentieerde behandeling moet een wezenlijk onderdeel van de onderhandelingen vormen, operationeel doeltreffend zijn en de ontwikkelingslanden in staat stellen afdoende rekening te houden met hun ontwikkelingsbehoeften (inclusief voedelzekerheid en plattelandsontwikkeling).

Het is zaak doelstellingen te formuleren die aandacht schenken aan milieu- en consumentenbelangen en sociale ontwikkeling

- Begeleidende onderhandelingen over thema's als consumentenbescherming, gezondheid en het milieu. Respect voor fundamentele arbeidsnormen.

Belangrijk is oog te hebben voor gezondheidsthema's

- Herbevestigd wordt dat de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van intellectuele eigendom (Trade Related Intellectual Property Agreement) de leden van de Wereldhandelsorganisatie niet kan en mag verhinderen maatregelen ter bescherming van de volksgezondheid te nemen (onder meer door de in de Overeenkomst beschreven voorzorgsmaatregelen te nemen).

Er moeten onderhandelingen over investeringen, mededinging, overheidsopdrachten en de vereenvoudiging van het handelsverkeer worden voorbereid

- Het is met betrekking tot deze thema's zaak naar een evenwichtig regelgevend kader te streven en hun bijdrage aan handel en ontwikkeling te vergroten.

Capaciteitsopbouw en technische bijstand

- Engagement voor de ontwikkeling van een allesomvattende strategie voor handelsgerelateerde capaciteitsopbouw zowel met betrekking tot bestaande overeenkomsten als ter ondersteuning van volledige deelname aan toekomstige onderhandelingen en aan de uitvoering van de onderhandelingsresultaten.

Global governance

- Actieve samenwerking met de Internationale Arbeidsorganisatie, het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP), de instellingen van Bretton Woods, de Conferentie van de Verenigde Naties voor Handel en Ontwikkeling (UNCTAD) en andere relevante internationale milieu- en ontwikkelingsorganisaties.

Het is zaak duurzame ontwikkeling met bilaterale en regionale overeenkomsten te onderbouwen. Bovendien moet de Europese Unie voorkomen dat multilaterale en bilaterale beleidsmaatregelen tegenstrijdigheden vertonen. Dit houdt ook in dat aan regelgeving gebonden thema's (bijvoorbeeld milieu, sociale ontwikkeling, mededinging en investeringen) bilateraal moeten worden aangepakt. De Europese Unie bevordert diepgaande integratie en convergentie van de regelgeving via regionale handelsovereenkomsten tussen ontwikkelingslanden en geïndustrialiseerde landen enerzijds en ontwikkelingslanden onderling anderzijds.

Acties van de Europese Unie

- Belangrijk is overeenkomstig de conclusies van de ministerconferentie van Doha constructief aan de WTO-onderhandelingen deel te nemen met het oog op een fair en marktgericht handelssysteem. Doel is de levensstandaard wereldwijd te verhogen door meer liberalisering en een toename van de handel. Voorts moet de deelname van de ontwikkelingslanden - en vooral de minst ontwikkelde landen - aan het internationale handelssysteem worden bevorderd.

- Het is zaak de ontwikkelingslanden te helpen zich in het mondiale handelssysteem te integreren en er de vruchten van te plukken (onder meer via de Ontwikkelingsagenda van Doha). De ontwikkelingslanden moeten beter worden uitgerust om aan handelsonderhandelingen deel te nemen. De ontwikkelingslanden moeten worden geholpen hun aanbodproblemen te overwinnen en hun handelscapaciteit te verbeteren.

- Het Stelsel van Algemene Preferenties (SAP) moet ten behoeve van duurzame ontwikkeling een belangrijkere rol kunnen spelen. Daartoe moet in 2004 een meer gereguleerd stelsel worden ingevoerd dat - overeenkomstig erkende duurzaamheidsparameters - op een doeltreffend stimuleringsplan berust.

- In bilaterale en regionale verdragen moet meer aandacht aan duurzaamheid worden geschonken. De verdragsluitende partijen moeten zich ertoe verbinden naar duurzame ontwikkeling te streven en een dialoog met het oog op de uitwisseling van beste praktijken aangaan.

- Milieu- en exportkredieten moeten in de Europese Unie gemeenschappelijk worden benaderd op basis van de werkzaamheden van de OESO. In 2003 zal worden nagegaan of vooruitgang is geboekt en of de Europese Unie een instrument nodig heeft om te waarborgen dat exportkredietinstellingen rekening houden met duurzame ontwikkeling (met inbegrip van duurzame technologieën).

- Het internationale financiële systeem moet beter tegen misbruiken worden beschermd. Vooral criminaliteit (inclusief terrorisme) en de financiële mechanismen ervan moeten worden bestreden. Witwaspraktijken en financiële criminaliteit moeten onder leiding van de Financial Action Task Force worden bestreden. Er moet voor meer toezicht, regelgeving en informatie-uitwisseling worden gezorgd, vooral in belastingparadijzen. Schadelijke belastingpraktijken moeten worden aangepakt.

- Europese bedrijven moeten worden gestimuleerd hun sociale verantwoordelijkheid te nemen door de OESO-richtsnoeren voor buitenlandse investeerders te propageren en initiatieven te nemen in het verlengde van het groenboek van de Commissie ter bevordering van een Europees kader voor de sociale verantwoordelijkheid van bedrijven [7].

[7] COM(2001) 366 def.

- Het is belangrijk de Wereldhandelsorganisatie en internationale milieu-instanties (UNEP en de secretariaten van de multilaterale milieuovereenkomsten) nauwer te doen samenwerken en de werkzaamheden van de Internationale Arbeidsorganisatie met betrekking tot de sociale dimensie van globalisering te ondersteunen. Verder moet de "Decent Work Agenda" [8] van de Internationale Arbeidsorganisatie worden gepromoot.

[8] Dit initiatief van de IAO bundelt een aantal doelstellingen (arbeidsrechten, werkgelegenheid, sociale bescherming en sociale dialoog) tot een samenhangend, ontwikkelingsgericht en genderneutraal concept dat als richtsnoer voor economische en sociale beleidskeuzen kan fungeren. In mededeling COM(2001) 416 heeft de Commissie een allesomvattende strategie voorgesteld voor de bevordering van fundamentele arbeidsnormen en de verbetering van de sociale governance in de context van de globalisering.

3.2. Armoedebestrijding en de bevordering van sociale ontwikkeling

Prioritaire doelstellingen

De internationale ontwikkelingsdoelstellingen (International Development Targets) en de Milennium Development Goals [9] moeten worden gehaald. Belangrijk is vooral de extreme armoede [10] in de wereld vóór 2015 te halveren. Daartoe is het zaak:

[9] De Algemene Vergadering van de VN heeft in 2000 de "Millennium Declaration" met acht "Millennium Development Goals" goedgekeurd. Concreet is het zaak (1) extreme armoede en honger uit te roeien, (2) voor universeel basisonderwijs te zorgen, (3) de gelijkheid van vrouwen en mannen te bevorderen en vrouwen mondiger te maken, (4) de kindersterfte terug te dringen, (5) de zwangerschapszorg te verbeteren, (6) HIV/aids, malaria en andere ziekten te bestrijden, (7) ecologische duurzaamheid te waarborgen, en (8) een wereldwijd partnerschap voor ontwikkeling op te zetten.

[10] In de context van de internationale ontwikkelingsdoelstellingen wordt extreme armoede gedefinieerd als "leven van 1US$ of minder per dag".

* De kwantiteit, de kwaliteit, de impact en de duurzaamheid van de ontwikkelingssamenwerking te verbeteren.

Arm is wie niet in staat is constant behoorlijk te leven in termen van voedselzekerheid, economische, sociale en ecologische zekerheid, burgerrechten en politieke empowerment. Armoede is niet zozeer het gevolg van een gebrek aan middelen, maar wel van de ongelijke verdeling ervan. Hoewel de wereld als geheel in materiaal en financieel opzicht steeds rijker wordt, blijkt uit onderzoek dat de rijkdom steeds ongelijker wordt verdeeld. De stijging van de productie en de rijkdom in de wereld gaat gepaard met toenemende ongelijkheid tussen landen. Maar ook binnen de landsgrenzen (ook in geïndustrialiseerde landen) neemt de ongelijkheid vaak toe. De ongelijkheid heeft ook tot gevolg dat niet iedereen in gelijke mate toegang heeft tot gezondheidszorg, werkgelegenheid, onderwijs, kennis en ecologische goederen en diensten (bijvoorbeeld zuivere lucht en zuiver water).

In sommige gebieden hebben mensen geen toegang tot de bestaande rijkdommen. Elders is er overvloed en wordt er op een weinig duurzame manier geconsumeerd en geproduceerd. Dit alles heeft wereldwijd directe gevolgen voor het milieu. De consumptiecultuur die in de geïndustrialiseerde landen en door de rijke segmenten van de wereldbevolking wordt gehuldigd, ligt ten grondslag aan milieuverloedering. Diepe armoede is echter een even ernstige oorzaak van milieuschade. De armen lijden het ergst onder de milieuverloedering. Tegelijkertijd wegen zij zwaar op het milieu wanneer ze voor hun levensonderhoud direct van natuurlijke rijkdommen afhankelijk zijn.

Bijna 800 miljoen mensen leiden honger en zijn ondervoed [11]. De afgelopen jaren is hun aantal jaarlijks gemiddeld met ongeveer acht miljoen mensen gedaald, ruim onvoldoende om de internationale ontwikkelingsdoelstelling te halen (een halvering van het aantal ondervoede mensen vóór 2015).

[11] FAO, 2001

Onderwijs en een goede gezondheidszorg zijn voor economische ontwikkeling van cruciaal belang. Toch kunnen wereldwijd bijna 20% van de kinderen geen basisonderwijs volgen. In veel landen is de vooruitgang van de afgelopen decennia op het punt van gezondheidszorg en ontwikkeling tenietgedaan. Vooral de verspreiding van gevaarlijke besmettelijke ziekten (bijvoorbeeld HIV/aids, tuberculose en malaria) is niet langer louter een gezondheidskwestie, maar vormt een ernstige bedreiging voor duurzame ontwikkeling. Investeringen in gezondheidszorg leveren enorme voordelen op het punt van economische ontwikkeling en armoedebestrijding op. Volgens ramingen [12] zouden vóór 2010 bijna acht miljoen mensenlevens (vooral in landen met een laag inkomen) kunnen worden gered dankzij ingrijpende maatregelen in de strijd tegen besmettelijke ziekten en ondervoeding.

[12] Verslag van de Commissie macro-economie en gezondheid (voorzitter Jeffrey Sachs) voor dr. Brundtland, directeur-generaal van de Wereldgezondheidsorganisatie, november 2001

Er zijn onevenredig veel vrouwen het slachtoffer van armoede [13]. Er bestaat een duidelijk verband tussen onderwijs aan vrouwen, arbeidsparticipatie, inkomensniveaus en het baren en opvoeden van kinderen. Om de vicieuze cirkel van armoede te doorbreken is het van cruciaal belang dat iedereen toegang krijgt tot fundamentele sociale voorzieningen en rechten (met name basisonderwijs, sociale bescherming en basisgezondheidszorg).

[13] 70% van de 1,5 miljard armen in de wereld zijn vrouwen (UNDP Human Development Report 1995).

Acute armoede, conflicten en milieuverloedering kunnen grote stromen vluchtelingen en ontheemden veroorzaken die een gevaar voor de stabiliteit in buurlanden kunnen vormen. Ook vrijwillige migratie naar rijkere landen kan voor rijkere en hogergeschoolde bevolkingsgroepen een aantrekkelijke optie zijn. Gevolg is dat de ontwikkelingslanden dynamisch en waardevol menselijk kapitaal kunnen verliezen.

Acties van de Europese Unie

- Belangrijk is het ontwikkelingsbeleid van de Europese Unie nog meer op de centrale doelstelling (armoedebestrijding) af te stemmen. Concreet betekent dit dat de beschikbare middelen nog meer naar de minst ontwikkelde landen en de armste groepen in de andere ontwikkelingslanden moeten gaan.

- Het beleid van de Europese Unie moet er daadwerkelijk toe bijdragen dat het probleem van de honger volledig wordt opgelost. Daartoe is het zaak voedsel tegelijkertijd beter beschikbaar en toegankelijk te maken en de voedingswaarde ervan te verhogen. Alle voedselhulpdonoren moeten ervan worden overtuigd uitsluitend voedselhulp in de vorm van subsidies te verlenen. Zo wordt vermeden dat de schuldenlast van de ontvangende landen toeneemt. Waar mogelijk moeten subsidies in contant geld worden uitbetaald. Zo kunnen de ontvangende landen of organisaties voedsel op plaatselijke of regionale markten kopen en wordt de positie van plaatselijke producenten niet ondermijnd.

- In het kader van de armoedebestrijdingsstrategieën moet het gezondheids- en onderwijsbeleid ten volle aandacht schenken aan sanitaire en watervoorzieningen. Doel is ervoor te zorgen dat vooral armen veel gemakkelijker toegang krijgen tot voldoende veilig en betaalbaar water en tot hygiënische sanitaire voorzieningen.

- Het genderperspectief moet nog meer in alle relevante beleidsmaatregelen van de Europese Unie worden geïntegreerd.

- Het is zaak samen met andere donoren en organisaties meer in gezondheidszorg te investeren en de belangrijke rol van gezondheidszorg voor duurzame ontwikkeling te beklemtonen.

- De Europese Unie moet snel meer doen om besmettelijke ziekten te bestrijden. Het is vooral zaak om de toegang tot geneesmiddelen te vergemakkelijken en de prijs van geneesmiddelen gedifferentieerd te bepalen. Verder moet via het onderwijs steun aan preventie worden verleend.

- Belangrijk is nog meer steun te verlenen aan onderwijs en opleidingen op basis van internationale beste praktijken en beste praktijken van de Europese Unie. Daarbij moet prioriteit worden verleend aan het basisonderwijs.

- Het onderzoek naar met duurzame ontwikkeling verwante thema's moet worden bevorderd. Alle belangstellende landen moeten bij de onderzoeksprogramma's van de Europese Unie worden betrokken. Bijzondere aandacht moet worden geschonken aan thema's die door het particulier onderzoek worden verwaarloosd en/of voor de ontwikkelingslanden uiterst belangrijk zijn (bijvoorbeeld onderzoek naar geneesmiddelen tegen tropische ziekten, goedkope communicatiemiddelen en schone, efficiënte technologieën).

3.3. Duurzaam beheer van natuurlijke en milieurijkdommen

Prioritaire doelstellingen

* De huidige teruggang van milieurijkdommen moet vóór 2015 op nationaal en wereldvlak worden omgebogen.

* In een aantal sleutelsectoren (water, land en bodem, energie en biodiversiteit) moeten sectorale en tussentijdse doelstellingen worden ontwikkeld.

Dankzij de interne strategie van de Europese Unie zal de impact van de Unie op het milieu in de rest van de wereld kleiner worden. Door spaarzamer met natuurlijke rijkdommen om te springen en economische groei van milieuverontreiniging en grondstoffenverbruik los te koppelen, zal de Europese Unie bovendien tot wereldwijde duurzame ontwikkeling bijdragen.

Klimaatsveranderingen worden momenteel als het ernstigste mondiale milieuprobleem beschouwd. De lidstaten van de Europese Unie en landen met een hoog inkomen kunnen in de toekomst wellicht het hoofd bieden aan de mogelijke gevolgen van klimaatsveranderingen. Voor veel ontwikkelingslanden ziet de situatie er echter minder rooskleurig uit. Het is daarom zaak dringend maatregelen te nemen. Dalende landbouwopbrengsten in Afrika en overstromingen in Bangladesh illustreren dat de armste landen bijzonder kwetsbaar zijn.

Klimaatsveranderingen en andere milieuproblemen houden verband met energieproductie en energieverbruik. Door de stijgende vraag naar energie zullen deze problemen nog toenemen. Twee miljard mensen in de wereld moeten het uitsluitend met hout en houtskool stellen om te koken en zich te verwarmen. In Johannesburg zal gezocht moeten worden naar duurzame manieren om in hun energiebehoeften te voorzien.

In ontwikkelingslanden wordt in het algemeen minder energie verbruikt en is het totale transportvolume kleiner. Toch kampen de ontwikkelingslanden met een aantal problemen waarmee ook de geïndustrialiseerde landen worden geconfronteerd, zoals verkeersopstoppingen en luchtverontreiniging in de steden. De toekomstige ontwikkeling van de energie- en transportsector is van cruciaal belang. In de meeste ontwikkelingslanden is daarom een groot deel van de investeringen voor energie- en transportinfrastructuur bestemd. Zowel vanuit financieel als sociaal en ecologisch oogpunt is het belangrijk in zinvolle projecten te investeren. Duurzame energiebronnen, energiebesparingen en meer energie-efficiëntie kunnen een belangrijke bijdrage aan duurzame ontwikkeling leveren.

Het gebrek aan water baart ook heel wat kopzorgen. Het waterverbruik neemt jaarlijks met 2 tot 3% toe. Op veel plaatsen houdt de natuurlijke toevoer van zoetwater geen gelijke tred met het zoetwaterverbruik. Bijna een derde van de wereldbevolking woont in landen met matige tot hoge "water stress". 1,2 miljard mensen (oftewel 20% van de wereldbevolking) hebben bovendien geen toegang tot veilig drinkwater en 50% van de wereldbevolking moet het zonder betrouwbare sanitaire voorzieningen stellen [14]. De verontreiniging van rivieren, meren en grondwater blijft wereldwijd zorgen baren.

[14] Global Environmental Outlook 2000, United Nations Environment Programme, 1999

Woestijnvorming en bodemuitputting zijn nog steeds geen halt toegeroepen en de druk op de biodiversiteit en de ecosystemen houdt aan. Geraamd wordt dat de landbouwproductie in Afrika ten gevolge van woestijnvorming met meer dan 8% daalt. In sommige Aziatische landen loopt dit percentage zelfs op tot 20%. Ook delen van Zuid-Europa worden met woestijnvorming geconfronteerd [15]. Het nettobosbestand wordt jaarlijks wereldwijd snel kleiner en ook de resterende bossen raken in snel tempo aangetast. Vooral door de teloorgang van habitats wordt 25% van alle zoogdiersoorten en 11% van alle vogelsoorten ernstig met uitsterven bedreigd [16].

[15] Global Environmental Outlook 1, United Nations Environment Programme, 1997

[16] International Union for the Conservation of Nature, IUCN, 2000

Het aantal natuurrampen is de afgelopen tien jaar gestegen. De oorzaken zijn deels van sociale aard: onveilige gebouwen en woongebieden maken arme bevolkingsgroepen bijvoorbeeld kwetsbaarder voor rampen, zoals aardbevingen en grondverschuivingen. Maar ook natuurlijke factoren spelen een rol. Natuurverschijnselen zoals El Niño die met overstromingen, droogte en stormen gepaard gaan, komen met toenemende intensiteit steeds vaker voor. Doordat het oppervlak van oceanen en zeeën warmer wordt, komen steeds vaker zwaardere orkanen voor.

De oceanen en zeeën vormen een reusachtige bron van leven, maar worden steeds meer door de mens bedreigd. Door overbevissing raken de visbestanden uitgeput [17] en wordt zowel het mariene ecosysteem als de visserijsector schade berokkend. Het percentage beschadigde riffen is gestegen van 10% in 1992 tot 27% in 2000.

[17] The State of World Fisheries and Aquaculture, FAO, 1998

Wereldwijd worden mensen nog steeds blootgesteld aan gevaarlijke chemische stoffen die via de voedselketen de menselijke gezondheid schaden [18]. Vooral zware metalen en persistente organische verontreinigende stoffen baren zorgen, omdat ze vele jaren in het milieu aanwezig blijven.

[18] Global Environmental Outlook 2000, United Nations Environment Programme, 1999

Al deze wereldproblemen moeten op mondiaal vlak worden aangepakt. Toch moeten ook op regionaal en subregionaal vlak maatregelen worden genomen om milieuschade te voorkomen en de gevolgen van milieuverontreiniging tegen te gaan. In sommige regio's bijvoorbeeld liggen watergebrek en bodemuitputting ten grondslag aan plaatselijke conflicten die - als ze verergeren - een gevaar voor de veiligheid kunnen vormen. De Europese Unie moet in de eerste plaats regionale en subregionale initiatieven steunen om milieu- en veiligheidsproblemen in Europa en het Middellandse-Zeegebied op te lossen.

Acties van de Europese Unie

- Het is zaak tijdens de Wereldtop over duurzame ontwikkeling een initiatief voor een strategisch partnerschap met internationale organisaties, regeringen en andere belanghebbende partijen te nemen. Doel is een duurzaam waterbeheer te bevorderen op basis van een geïntegreerd beheer van stroomgebieden.

- In 2002 moet in het kader van de armoedebestrijding een initiatief van de Europese Unie inzake samenwerking op het punt van energie en ontwikkeling worden goedgekeurd, waarbij de aandacht wordt toegespitst op betrouwbare energiebronnen, meer energie-efficiëntie (inclusief energiebesparingen), schone technologieën en de ontwikkeling van duurzame energiebronnen (inclusief capaciteitsopbouw en institutionele versterking).

- Het is zaak de daadwerkelijke uitvoering van multilaterale milieuverdragen te bevorderen (inclusief de ratificatie van het Protocol van Kyoto).

- Het Wereldmilieufonds moet vóór april 2002 met 50% worden aangevuld en het mandaat van het fonds moet tot bodemuitputting, ontbossing en de Conventie over persistente organische verontreinigende stoffen worden uitgebreid.

- De Europese Unie moet vóór eind 2002 een actieplan inzake forest law enforcement, governance and trade (FLEGT) ontwikkelen. Doel is illegale houtkap en illegale houthandel te bestrijden en internationaal nauwer samen te werken om bosmisdrijven en overtredingen van de boswetgeving aan te pakken.

- Het is zaak investeringen in betaalbare, duurzame en milieuvriendelijke vervoersmodaliteiten aan te zwengelen.

- De Europese Unie moet een strategie voor de verre zeevisserij ontwikkelen. Doel is tot een duurzame visserij buiten de wateren van de Gemeenschap bij te dragen via wereldwijde en bilaterale partnerschappen op nationaal en/of regionaal vlak.

- Het is zaak rampenpreventie in het ontwikkelings- en milieubeleid van de Europese Unie te integreren.

- GMES (Global Monitoring for Environment and Security), een initiatief van de Europese Unie voor wereldwijd toezicht ten behoeve van milieu en veiligheid, moet tot de ontwikkelingslanden worden verruimd. Doel is op regionale (bijvoorbeeld Afrika) en/of thematische basis (bijvoorbeeld bosareaal, woestijnvorming) voor ontwikkelingslanden relevante aardobservatiegegevens en andere informatie (weersvoorspellingen, informatie over het toezicht op en het beheer van natuurlijke rijkdommen, informatie om zich op natuurrampen voor te bereiden en de gevolgen ervan te beperken) te verzamelen, te verwerken en te verspreiden.

3.4. De beleidsmaatregelen van de Europese Unie moeten meer samenhang krijgen

Prioritaire doelstellingen

De doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling moeten geleidelijk in alle beleidsmaatregelen van de Europese Unie worden geïntegreerd, waarbij zowel aan de interne als de externe dimensie aandacht wordt geschonken. Daartoe is het zaak:

* alle belangrijke beleidsvoorstellen aan een impactstudie te onderwerpen, waarbij de economische, sociale en milieugevolgen overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van Gotenburg worden geanalyseerd.

* ook in de toekomst belangrijke beleidsmaatregelen (inclusief het gemeenschappelijk landbouwbeleid, het gemeenschappelijk visserijbeleid en het energie-, transport [19]- en industriebeleid van de Europese Gemeenschap) aan de interne en externe doelstellingen van duurzame ontwikkeling aan te passen.

[19] Door de acties uit te voeren die in het Groenboek energie (COM (2000) 769 def.) en het Witboek vervoer (COM (2001) 370 def.) worden beschreven.

* bij de formulering, de herziening of de hervorming van beleidsmaatregelen van de Europese Unie incoherentie te voorkomen.

De Europese Unie moet in de eerste plaats intern voor goede en coherente governance zorgen. Het binnenlands beleid van de Europese Unie kan immers negatieve gevolgen voor andere landen (vooral ontwikkelingslanden) hebben. Op een aantal belangrijke gebieden kan het beleid van de Europese Unie ook haaks staan op duurzame ontwikkeling.

Een samenhangend beleid vertoont verschillende facetten en is daarom vanuit politiek oogpunt een uitdaging. De Europese Gemeenschap is tussenbeide gekomen op een aantal terreinen waar het beleid negatieve gevolgen voor de ontwikkelingslanden heeft (of kan hebben). Duidelijke voorbeelden zijn het stelsel van algemene preferenties (SAP), dat ontwikkelingslanden handelspreferenties verleent, en het "alles behalve wapens"-initiatief, dat exportproducten uit de minst ontwikkelde landen in het kader van het SAP belasting- en quotavrije toegang tot de Europese Unie biedt. Landen krijgen ook hulp om aan gezondheids- en veiligheidsnormen te voldoen. Negatieve gevolgen voor de export uit ontwikkelingslanden die aan wettige normen voldoen, blijven zo beperkt.

Toch is het zaak bestaande en toekomstige beleidsmaatregelen systematischer en grondiger onder de loep te nemen met het oog op meer samenhang en om de Unie internationaal geloofwaardiger te maken.

Acties van de Europese Unie

- Alle instellingen van de Europese Unie moeten hun interne samenwerkings- en coördinatieprocedures aanscherpen met het oog op een samenhangender beleid. De Commissie zal in dit verband vóór eind 2002 een coherente methode ontwikkelen om de economische, sociale en milieugevolgen van alle belangrijke beleidsvoorstellen te evalueren.

- Vooral sinds Agenda 2000 streeft de Europese Gemeenschap naar duurzame ontwikkeling in de landbouw. Die lijn wordt doorgetrokken in het tussentijdse evaluatieverslag dat later dit jaar wordt voorgelegd.

- Met betrekking tot het gemeenschappelijk visserijbeleid zal in 2002 worden voorgesteld het beheer van visbestanden op lange termijn te plannen, overbevissing bevorderende subsidies af te schaffen en de omvang en de activiteiten van de vissersvloten in de Europese Unie tot een duurzaam niveau te reduceren.

- De Europese Unie zal nagaan hoe illegale wapenuitvoer door in de Unie gevestigde bedrijven of personen beter kan worden voorkomen en gecontroleerd. Uiteindelijk is het de bedoeling illegale wapenexporten volledig uit te bannen. Nu al zullen de lidstaten en de Europese Gemeenschap het VN-protocol over de illegale productie van en handel in vuurwapens (UN Protocol on the Illicit Manufacturing and Trafficking of Firearms) ondertekenen, ratificeren en uitvoeren.

- Het Europese immigratiebeleid moet op een brede en evenwichtige aanpak berusten. De negatieve gevolgen van emigratie moeten tot een minimum worden beperkt en het beleid moet - op basis van dialoog en samenwerking met de betrokken landen - zowel de gastlanden als de landen van herkomst ten goede komen.

3.5. Betere governance op alle niveaus

Prioritaire doelstellingen

* Belangrijk is dat op alle niveaus en in alle landen voor goede governance wordt gezorgd, zodat de gemeenschappelijke doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling kunnen worden verwezenlijkt.

* De legitimiteit, de inspraakmogelijkheden, de samenhang en de doeltreffendheid van global governance moet op economisch, sociaal en milieuvlak worden versterkt.

Goede governance is in de eerste plaats een binnenlandse aangelegenheid. De democratie en de rechtsstaat kunnen niet zonder de actieve participatie van alle betrokken partijen en zijn een conditio sine qua non voor duurzame ontwikkeling. Tot dusver heeft de politiek op alle niveaus (nationaal, Europees, internationaal, in de particuliere en de overheidssector) te weinig aandacht aan governance geschonken. Gebrekkige binnenlandse beleidsmaatregelen hebben er in veel landen (inclusief ontwikkelingslanden) toe bijgedragen dat de kloof tussen arm en rijk groter is geworden. In het licht van de steeds grotere onderlinge afhankelijkheid heeft ook het gebrek aan evenwicht tussen marktmechanismen enerzijds en governance-instellingen anderzijds tot een "global governance gap" geleid.

Er heerst steeds meer overeenstemming over het feit dat het systeem van global governance dringend aan legitimiteit, samenhang en doeltreffendheid moet winnen. Dankzij internationale activiteiten (bijvoorbeeld G7- en G8-bijeenkomsten) hebben bestaande of nieuwe ideeën en beleidsmaatregelen een politieke impuls gekregen. De G7/G8-landen proberen andere landen en het maatschappelijk middenveld bij hun activiteiten te betrekken. Toch worden veel landen onvoldoende bij internationale initiatieven betrokken. Het zou daarom goed zijn om het representatief gehalte van deze informele bijeenkomsten te verhogen en meer plaats voor gezamenlijke initiatieven met andere partners in te ruimen. Inspraak, betrokkenheid en een transparante besluitvorming zijn van cruciaal belang voor goede governance en helpen universele waarden propageren. De hervorming van het internationale governancesysteem moet er ook toe leiden dat de burgers internationaal meer inspraak krijgen. Vooral plaatselijke gemeenschappen spelen via de lokale Agenda's 21 een bijzonder belangrijke rol.

In het kader van de hervorming van de VN moet voor meer coördinatie worden gezorgd (zowel tussen de verschillende VN-organisaties als tussen de VN en andere internationale instellingen) met het oog op global governance ten behoeve van duurzame ontwikkeling. De VN zullen zo doeltreffender kunnen reageren op zowel mondiale als regionale en subregionale problemen.

De Europese Unie is vastbesloten goede governance op alle beleidsterreinen te bevorderen. Het Witboek over Europese governance [20] heeft een debat op gang gebracht over de vraag hoe de Europese Unie het eigen governancesysteem kan verbeteren. De aanpak van de Europese Unie berust op vijf beginselen (openheid, inspraak, verantwoordelijkheid, doeltreffendheid en samenhang) die zowel voor interne als externe activiteiten van de Unie gelden.

[20] http://europa.eu.int/comm/commissioners/prodi/pdf/com2001-428en.pdf

Acties van de Europese Unie

- De Europese Unie moet meer steun verlenen aan de opbouw van instellingen en de hervorming van de overheidsdiensten in de ontwikkelingslanden [21]. De Europese Unie moet ervoor zorgen dat het maatschappelijk middenveld op nationaal en regionaal vlak nauwer bij het beleid en de besluitvorming in ontwikkelingslanden en elders wordt betrokken.

[21] In eerste instantie moet steun worden verleend aan het goed en transparant beheer van overheidsuitgaven. Zonder deze steun kunnen de armoedebestrijdingsstrategieën (Poverty Reduction Strategies) en de nationale ontwikkelingsstrategieën (National Development Strategies) niet doeltreffend worden uitgevoerd.

- Het is zaak in de strijd tegen corruptie nauwer samen te werken en meer initiatieven te nemen. Verder moet de Europese Unie een rol spelen bij de formulering van en de onderhandelingen over het toekomstige VN-Verdrag tegen corruptie.

- De Europese Unie moet ervoor zorgen dat de IAO-verdragen inzake fundamentele arbeidsnormen wereldwijd beter worden nageleefd. Verder moet steun worden verleend aan sociale hervormingen in de ontwikkelingslanden die gevolgen voor de arbeidsmarkten en de socialezekerheidsstelsels hebben. Ook IAO-initiatieven op het gebied van multilaterale technische bijstand en samenwerking moeten worden ondersteund. Voorts is het zaak de IAO te stimuleren sociale governance te bevorderen.

- Belangrijk is dat in Johannesburg concrete maatregelen worden genomen met het oog op betere governance ten behoeve van duurzame ontwikkeling. Het is in dit verband zaak:

- op basis van bestaande structuren (met name het Milieuprogramma van de Verenigde Naties, UNEP) voor meer internationale milieugovernance te zorgen en de daadwerkelijke uitvoering van multilaterale milieuverdragen te bevorderen (bijvoorbeeld via mechanismen voor toezicht op de naleving van verdragen).

- structuren voor regionale en subregionale samenwerking te ontwikkelen om in het kader van bestaande structuren (bijvoorbeeld de regionale commissies van de VN) en lopende initiatieven (bijvoorbeeld het Nieuwe Partnerschap voor de ontwikkeling van Afrika) voor meer duurzaamheid te ijveren.

- het maatschappelijk middenveld, plaatselijke autoriteiten en particuliere sectoren een actievere rol te laten spelen via basisinitiatieven (bijvoorbeeld de lokale Agenda's 21) en bedrijfsallianties voor duurzame ontwikkeling.

- Het is zaak nauwer samen te werken en meer initiatieven te nemen in de strijd tegen vrouwendiscriminatie door het CEDAW-Verdrag uit te voeren.

3.6. De financiering van duurzame ontwikkeling

Prioritaire doelstellingen

Er moeten voldoende financiële middelen beschikbaar worden gesteld om de internationale ontwikkelingsdoelstellingen (International Development Targets) en de "Millennium Development Goals" te verwezenlijken [22]. Daartoe is het zaak:

[22] Een aparte aanbeveling van de Commissie bevat gedetailleerde aanbevelingen voor acties van de Europese Unie tijdens de Internationale VN-Conferentie over ontwikkelingsfinanciering op 18-22 maart 2002 in Monterrey.

* snel afdoende vooruitgang te boeken om het streefcijfer van de VN (0,7% van het BNI voor officiële ontwikkelingshulp) te halen.

* de schuldenlast van de ontwikkelingslanden consequent en doeltreffend te verlichten.

* na te gaan hoe op een doeltreffende manier voor mondiale collectieve voorzieningen kan worden gezorgd en hoe deze voorzieningen kunnen worden gewaarborgd.

* buitenlandse privé-investeringen in ontwikkelingslanden nog meer te bevorderen en regionaal te spreiden.

Met het oog op duurzame ontwikkeling moeten veel landen een beter binnenlands beleid op basis van goede governance voeren. Een evenwichtig beleid verleent prioriteit aan de behoeften van de armen en schenkt aandacht aan fundamentele thema's, zoals voedselvoorziening, onderwijs, werkgelegenheid, gezondheid en milieubescherming. Maar ook de best geplande nationale beleidsmaatregelen sorteren weinig effect bij gebrek aan financiële middelen. Al deze thema's zullen uitvoerig aan bod komen tijdens de Internationale VN-Conferentie over ontwikkelingsfinanciering op 18-22 maart 2002 in Monterrey (Mexico).

De consensus van Monterrey [23]

[23] Het vierde voorbereidende comité (Fourth Preparatory Committee) heeft de conferentietekst op 27 januari 2002 bij consensus goedgekeurd. Verwacht wordt dat de tekst op 22 maart 2002 officieel door de conferentie van Monterrey zal worden goedgekeurd.

- Er heerst overeenstemming over het feit dat de internationaal overeengekomen ontwikkelingsdoelstellingen alleen kunnen worden verwezenlijkt via een nieuw partnerschap tussen de geïndustrialiseerde en de ontwikkelingslanden.

- Er wordt veel belang gehecht aan een deugdelijk binnenlands beleid, goede governance op alle niveaus, de rechtsstaat en de bestrijding van corruptie.

- Erkend wordt dat de officiële ontwikkelingshulp en andere financiële middelen aanzienlijk moeten worden verhoogd om de Millennium Development Targets te halen. Geïndustrialiseerde landen die nog niet aan het streefcijfer voldoen, moeten worden aangespoord om 0,7% van hun BBP aan officiële ontwikkelingshulp te besteden. Daarbij moet het belang worden beklemtoond van het onderzoek naar de middelen en het tijdsbestek voor het verwezenlijken van streefcijfers en doelstellingen.

- Gestreefd moet worden naar doeltreffendere officiële ontwikkelingshulp.

- Erkend wordt dat naar innovatieve financieringsbronnen moet worden gezocht die geen al te zware last op de ontwikkelingslanden leggen.

Veel ontwikkelingslanden [24] gaan gebukt onder een zware schuldenlast die een bedreiging voor de economische en financiële stabiliteit vormt en de landen kwetsbaarder voor externe schokken maakt. Bovendien ontbreekt het ten gevolge van de schuldenlast aan middelen om overheidsvoorzieningen te financieren die van vitaal belang voor de bestrijding van armoede zijn. Gevolg is dat landen uitgesloten blijven van volledige deelname aan de wereldeconomie.

[24] Tussen 1980 en 2000 is de buitenlandse schuld van Afrika verdrievoudigd. De staatsschulden worden momenteel op 206 miljard US$ geraamd (bron: Wereldbank). In een aantal landen (Angola, Congo, Comoren, Djibouti, Guinee-Bissau, Guinee, Mauritanië, Mozambique, Sao Tomé en Principe en Zambia) bedraagt de staatsschuld meer dan 250% van het BNP.

Buitenlandse privé-investeringen vormen de belangrijkste bron van buitenlands kapitaal voor de ontwikkelingslanden als geheel [25]. Bij directe buitenlandse investeringen (Foreign Direct Investment (FDI)) gaan landen een relatie op lange termijn aan op basis van duurzame belangen in de economie van het gastland. Directe buitenlandse investeringen kunnen een belangrijke impuls aan technologieoverdracht, de ontwikkeling van menselijk kapitaal, economische groei en sociale vooruitgang geven. Jammer genoeg gaat het leeuwendeel van de directe buitenlandse investeringen naar een paar landen en blijven de armste landen grotendeels in de kou staan.

[25] De directe buitenlandse investeringen in de ontwikkelingslanden zijn gestegen. In 1990 werd ruim twee keer meer aan officiële hulp dan aan directe buitenlandse investeringen besteed. In 1999 werd ruim drie keer meer aan directe buitenlandse investeringen dan aan officiële hulp besteed.

Het fundamenteel belang van directe buitenlandse investeringen staat buiten kijf. Tegelijkertijd is officiële ontwikkelingshulp nog steeds van cruciaal belang om de inspanningen van de ontwikkelingslanden (en vooral de armste ontwikkelingslanden) te ondersteunen.

Feiten en cijfers over officiële ontwikkelingshulp

- Om de armoede vóór 2015 te halveren (een van de internationale ontwikkelingsdoelstellingen) moet de officiële ontwikkelingshulp dringend worden verdubbeld [26].

[26] Financing for Development, een verslag van de Wereldbank en het IMF, augustus 2001

- Momenteel wordt jaarlijks 53 miljard US$ aan officiële ontwikkelingshulp verleend oftewel 0,22% van het gezamenlijk BNI van de donorlanden.

- Om aan het streefcijfer van de VN te voldoen (0,7% van het BNI voor officiële ontwikkelingshulp) moet de Europese Unie haar officiële ontwikkelingshulp met 29 miljard US$ verhogen [27].

[27] In de conclusies van de Europese Raad van Gotenburg bevestigt de Europese Unie "zo spoedig mogelijk" aan het streefcijfer van de VN (0,7% van het BNI voor officiële ontwikkelingshulp) te willen voldoen en "vóór de Wereldtop over duurzame ontwikkeling, die in 2002 in Johannesburg plaatsvindt, vooruitgang in de richting van deze doelstelling te willen boeken".

Tijdens recente besprekingen over zogenaamde mondiale collectieve voorzieningen [28] zijn ideeën voor nieuwe, aanvullende financieringsmechanismen geopperd. Voorgesteld is om een aantal innovatieve, internationale belastingheffingen in te voeren, onder meer een belasting op geldtransacties (een soort Tobin tax), een koolstofbelasting en een belasting op wapenexporten. Ondanks deze besprekingen [29] zijn grotere bijdragen uit de nationale begrotingen en een nog efficiënter grondstoffengebruik vereist om aan de behoefte aan meer financiële middelen voor ontwikkeling en mondiale collectieve voorzieningen op korte tot middellange termijn te voldoen.

[28] Mondiale collectieve voorzieningen zijn volgens het Ontwikkelingsprogramma van de VN collectieve voorzieningen waarvan de voordelen grenzen, generaties en bevolkingsgroepen overstijgen.

[29] De problematiek wordt uitvoeriger geanalyseerd in het verslag van de Commissie over "Responses to the Challenges of Globalisation - A study on the International Monetary and Financial System and on Financing for Development".

Acties van de Europese Unie

- Vóór de Internationale Conferentie over ontwikkelingsfinanciering in maart 2002 moet duidelijk worden gemaakt hoe reële vooruitgang kan worden geboekt om het VN-streefcijfer voor officiële ontwikkelingshulp te halen. Voorts is het belangrijk dat alle lidstaten van de Europese Unie bij wijze van tussenfase hun officiële ontwikkelingshulp vanaf 2006 tot het minimumniveau van 0,33% van het BNI opkrikken.

- Het is zaak om in het kader van het initiatief voor arme landen met een hoge schuldenlast de schuldenlast sneller en op grotere schaal te verlichten. Verder moeten innovatieve voorstellen met betrekking tot de omzetting van schulden worden onderzocht (bijvoorbeeld schuldverlichting in ruil voor milieubescherming) [30].

[30] Dergelijke voorstellen zijn gebaseerd op de idee dat ontwikkelingslanden bepaalde maatregelen moeten nemen (bijvoorbeeld ter bescherming van het milieu) in ruil voor schuldverlichting.

- Er moet worden nagedacht over nieuwe initiatieven voor de volledige loskoppeling van bilaterale ontwikkelingshulp in de Europese Unie en voor de verdere loskoppeling van de officiële ontwikkelingshulp van de Europese Gemeenschap en andere donoren.

- Belangrijk is een bijdrage te leveren aan het debat over mondiale collectieve voorzieningen en over de vraag hoe mondiale collectieve voorzieningen kunnen worden gestimuleerd en versterkt. Verder is het zaak innovatieve financieringsmechanismen te onderzoeken met het oog op internationale financiële solidariteit en om externe effecten te beperken.

4. De uitvoering en evaluatie van de strategie

In de Europese Unie

De Commissie heeft in een mededeling aan de Europese Raad van Gotenburg gewezen op het feit dat de EU-strategie voor duurzame ontwikkeling zonder externe dimensie onvolledig is. In deze mededeling, die een wezenlijk onderdeel van het voorstel van de Commissie voor een EU-strategie voor duurzame ontwikkeling vormt, wordt deze externe dimensie beschreven. De strategie kan alleen doeltreffend worden uitgevoerd als de Commissie en de lidstaten hun inspanningen bundelen.

Op de Europese Raad van Barcelona in maart 2002 zal de Europese Unie de externe dimensie als een wezenlijk onderdeel van de EU-strategie voor duurzame ontwikkeling behandelen. De strategie zal ook tijdens de Wereldtop over duurzame ontwikkeling in Johannesburg (augustus 2002) aan bod komen. Tijdens de rondetafelgesprekken over duurzame ontwikkeling in 2002 zal bijzondere aandacht aan de bijdrage van de Europese Unie aan wereldwijde duurzame ontwikkeling worden geschonken. Tijdens de voorjaarsbijeenkomsten van de Europese Raad zal de EU-strategie voor duurzame ontwikkeling regelmatig worden geëvalueerd. In 2003 is het zaak bijzondere aandacht te schenken aan de uitvoering van de resultaten van de Wereldtop van Johannesburg.

Op internationaal vlak

De Wereldtop over duurzame ontwikkeling in Johannesburg vormt een mijlpaal en zou evenwichtige, toekomstgerichte en concrete resultaten moeten opleveren. De Europese Unie zal in Johannesburg de verschillende onderdelen van de EU-strategie voor duurzame ontwikkeling propageren en duidelijk proberen te maken dat de EU-strategie deel uitmaakt van de wereldwijde inspanningen op het punt van duurzame ontwikkeling.

De Europese Unie zal ook meer aandacht aan duurzame ontwikkeling schenken in alle bilaterale en regionale betrekkingen. De meest doeltreffende en relevante schakels tussen beleidsdialooggebieden zullen van partner tot partner verschillen. Ten aanzien van geïndustrialiseerde landen moet de Europese Unie er vooral naar streven duurzame ontwikkeling in het concept "economische en politieke stabiliteit" te integreren. Ten aanzien van ontwikkelingslanden moet de Europese Unie overtuigend aantonen dat goede governance, duurzame armoedebestrijding en de bescherming van natuurlijke rijkdommen beleidsmatig nauw met elkaar zijn verweven.

De Europese Unie, die zelf voortdurend naar een evenwicht tussen nationale belangen en ruimere verantwoordelijkheden zoekt, moet een buitenlands beleid voeren waarbij multilaterale contacten zich niet beperken tot het werven van internationale steun voor op voorhand vastgestelde nationale belangen. Ook moet worden vermeden dat enkele machtige landen de agenda van internationale onderhandelingen bepalen en de overige landen voor voldongen feiten plaatsen. Belangrijk is dat alle partijen hun inspanningen bundelen.

De Commissie verzoekt de Raad en het Europees Parlement de in deze mededeling geschetste strategie en acties te steunen. De externe EU-strategie voor duurzame ontwikkeling kan zo worden versterkt op een manier die verenigbaar is met de in Gotenburg goedgekeurde interne strategie.

* *