52001PC0173

Voorstel voor een Verordening van de Raad betreffende de sluiting van het protocol tot vaststelling, voor de periode van 28 februari 2001 tot en met 27 februari 2004, van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie, als bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Islamitische Bondsrepubliek der Comoren inzake de visserij voor de kust van de Comoren /* COM/2001/0173 def. - CNS 2001/0088 */

Publicatieblad Nr. 180 E van 26/06/2001 blz. 0319 - 0324


Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende de sluiting van het protocol tot vaststelling, voor de periode van 28 februari 2001 tot en met 27 februari 2004, van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie, als bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Islamitische Bondsrepubliek der Comoren inzake de visserij voor de kust van de Comoren

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

Het aan de visserijovereenkomst tussen de EG en de Comoren gehechte protocol is op 27 februari 2001 afgelopen. Op 13 december 2000 hebben beide partijen een nieuw protocol geparafeerd betreffende de technische en financiële voorwaarden waaronder vissersvaartuigen van de EG in de wateren van de Comoren kunnen vissen in de periode van 28 februari 2001 tot en met 27 februari 2004.

De Commissie stelt bijgevolg voor dat de Raad bij verordening zijn goedkeuring hecht aan het protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de daarop betrekking hebbende technische en financiële voorwaarden die de EG en de Comoren voor de periode van 28 februari 2001 tot en met 27 februari 2004 zijn overeengekomen.

Een voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de voorlopige toepassing van het nieuwe protocol in afwachting van de definitieve inwerkingtreding daarvan, wordt in het kader van een afzonderlijke procedure behandeld.

2001/0088(CNS)

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende de sluiting van het protocol tot vaststelling, voor de periode van 28 februari 2001 tot en met 27 februari 2004, van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie, als bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Islamitische Bondsrepubliek der Comoren inzake de visserij voor de kust van de Comoren

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 37, juncto artikel 300, lid 2, en lid 3, eerste alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement [1],

[1] PB

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Krachtens de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Islamitische Bondsrepubliek der Comoren inzake de visserij voor de kust van de Comoren [2], hebben de twee partijen onderhandelingen gevoerd over de vaststelling van de wijzigingen of aanvullingen die aan het einde van de geldigheidsduur van het protocol in de Overeenkomst moeten worden aangebracht.

[2] PB L 137 van 2.6.1988, blz. 19.

(2) Ter afronding van deze onderhandelingen is op 13 december 2000 een nieuw protocol geparafeerd tot vaststelling van de in de genoemde overeenkomst bedoelde vangstmogelijkheden en financiële tegenprestatie voor de periode van 28 februari 2001 tot en met 27 februari 2004.

(3) Het is in het belang van de Gemeenschap dit protocol goed te keuren.

(4) De vangstmogelijkheden moeten over de lidstaten worden verdeeld uitgaande van de traditionele verdeling van de vangstmogelijkheden in het kader van de visserijovereenkomst,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het protocol tot vaststelling, voor de periode van 28 februari 2001 tot en met 27 februari 2004, van de vangstmogelijkheden en de financiële bijdrage, als bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Islamitische Bondsrepubliek der Comoren inzake de visserij voor de kust van de Comoren, wordt namens de Gemeenschap goedgekeurd.

De tekst van het protocol is aan deze verordening gehecht.

Artikel 2

De in het protocol vastgestelde vangstmogelijkheden worden als volgt over de lidstaten verdeeld:

a) vaartuigen voor de tonijnvisserij met de zegen: Spanje: 18 vaartuigen

Frankrijk: 21 vaartuigen

Italië: 1 vaartuig

b) vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug: Spanje: 20 vaartuigen

Portugal: 5 vaartuigen.

Als met de vergunningaanvragen van deze lidstaten niet alle in het protocol vastgestelde vangstmogelijkheden worden benut, kan de Commissie aanvragen van andere lidstaten in aanmerking nemen.

Artikel 3

De voorzitter van de Raad is gemachtigd de personen aan te wijzen die bevoegd zijn om het protocol te ondertekenen teneinde daardoor de Gemeenschap te binden.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag na haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Brussel,

Voor de Raad

De voorzitter

PROTOCOL tot vaststelling, voor de periode van 28 februari 2001 tot en met 27 februari 2004, van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie, als bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Islamitische Bondsrepubliek der Comoren inzake de visserij voor de kust van de Comoren

Artikel 1

Op grond van artikel 2 van de overeenkomst worden voor een periode van drie jaar, ingaande op 28 februari 2001, vergunningen voor gelijktijdige uitoefening van de visserij in de wateren van de Comoren verleend voor 40 vriesvaartuigen voor de tonijnvisserij met de zegen en 25 vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug.

Artikel 2

1. De financiële tegenprestatie voor de in artikel 1 bedoelde vangstmogelijkheden wordt vastgesteld op 350 250 euro per jaar (waarvan 140 000 euro als financiële compensatie, die uiterlijk op 1 september van elk jaar worden betaald, en 210 250 euro voor de in artikel 3 van dit protocol bedoelde acties).

2. De financiële tegenprestatie heeft betrekking op een vangst van 4 670 ton per jaar in de wateren van de Comoren. Als de vaartuigen van de Gemeenschap in de wateren van de Comoren een grotere hoeveelheid tonijn vangen, wordt dit bedrag evenredig verhoogd.

3. De financiële compensatie wordt ten bate van de schatkist gestort op de bankrekening die de regering van de Comoren meedeelt.

4. De besteding van deze compensatie valt uitsluitend onder de bevoegdheid van de regering van de Comoren.

Artikel 3

Van de in artikel 2, lid 1, genoemde financiële tegenprestatie gaat jaarlijks een bedrag van 210 250 euro naar de financiering van de volgende acties, volgens de onderstaande verdeling:

(1) steun voor de ontwikkeling van de kleinschalige visserij: 126 000 euro;

(2) financiering van wetenschappelijke en technische programma's, en institutionele steun voor het voor visserij bevoegde ministerie en voor de instanties die met het toezicht op de visserij zijn belast: 31 600 euro;

(3) financiering van de deelname van afgevaardigden van de Comoren aan internationale bijeenkomsten op visserijgebied, van de bijdrage van de Comoren aan regionale visserijorganisaties en van studiebeurzen en praktijkonderwijs op visserijgebied: 52 650 euro.

Het besluit tot deze acties wordt genomen door het voor visserij bevoegde ministerie, dat de Commissie daarvan in kennis stelt.

De onder (1) en (2) vermelde bedragen staan uiterlijk op 1 september van elk jaar ter beschikking van de betrokken instanties en worden overeenkomstig de programmering van de besteding gestort op de bankrekeningen van de bevoegde Comorese autoriteiten.

Het onder (3) vermelde bedrag wordt betaald naarmate de in dat punt vermelde kosten worden gemaakt.

Het voor visserij bevoegde ministerie dient jaarlijks, uiterlijk drie maanden na de datum waarop het protocol verjaart, bij de delegatie van de Europese Commissie op de Comoren een verslag in over de uitvoering van deze acties en de resultaten daarvan. De Europese Commissie behoudt zich het recht voor het voor visserij bevoegde ministerie aanvullende inlichtingen over deze resultaten te vragen en de betrokken bedragen te herzien in het licht van de daadwerkelijke uitvoering van de acties.

Artikel 4

Als de Gemeenschap de in de artikelen 2 en 3 genoemde bedragen niet betaalt, kan de visserijovereenkomst worden geschorst.

Artikel 5

Als door overmacht geen visserijactiviteit in de EEZ van de Comoren mogelijk is, kan de Europese Gemeenschap de betaling van de financiële tegenprestatie schorsen nadat daarover, indien mogelijk, voorafgaand overleg tussen de twee partijen is gepleegd.

De betaling van de financiële tegenprestatie wordt hervat zodra de toestand opnieuw normaal is en na overleg tussen de twee partijen, die bevestigen dat de toestand zodanig is dat visserijactiviteit opnieuw mogelijk is.

Artikel 6

Het aan de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Islamitische Bondsrepubliek der Comoren inzake de visserij voor de kust van de Comoren gehechte protocol wordt ingetrokken en vervangen door dit protocol.

Artikel 7

Dit protocol treedt in werking op de datum van ondertekening.

Het is van toepassing met ingang van 28 februari 2001.

BIJLAGE

VOORWAARDEN VOOR DE UITOEFENING VAN DE VISSERIJ IN DE WATEREN VAN DE COMOREN DOOR VAARTUIGEN VAN DE GEMEENSCHAP

1. Formaliteiten voor de aanvraag en de afgifte van vergunningen

De vergunningen tot uitoefening van de visserij in de wateren van de Comoren door vaartuigen van de Gemeenschap worden volgens onderstaande regels aangevraagd en afgegeven:

1.1 De Europese Commissie dient via haar vertegenwoordiger op de Comoren ten minste 20 dagen vóór het begin van de gewenste geldigheidstermijn bij het voor visserij bevoegde ministerie van de Comoren een door de reder opgestelde aanvraag in voor elk vaartuig waarmee die reder op grond van deze overeenkomst wil gaan vissen. De aanvragen worden ingediend op de daartoe door de Comoren verstrekte formulieren, waarvan een model hierbij is gevoegd.

1.2 Elke vergunning wordt aan de reder verleend voor één bepaald vaartuig. Op verzoek van de Europese Commissie kan en, in geval van overmacht, moet de vergunning voor een vaartuig worden vervangen door een vergunning voor een ander vaartuig van de Gemeenschap.

1.3 Het voor visserij bevoegde ministerie van de Comoren geeft de vergunning af aan de vertegenwoordiger van de Europese Commissie op de Comoren.

1.4 De vergunning moet steeds aan boord zijn; met de visserijactiviteiten mag evenwel worden begonnen zodra het voor visserij bevoegde ministerie van de Comoren van de Europese Commissie het bericht van betaling van het voorschot heeft ontvangen. In afwachting van de ontvangst van het origineel van de vergunning kan per fax een kopie van de reeds opgestelde vergunning worden opgestuurd; deze kopie moet aan boord van het vaartuig worden bewaard.

1.5 De vergunningen zijn één jaar geldig. Zij kunnen worden verlengd.

1.6 De visrechten bedragen 25 euro per ton tonijn die in de wateren van de Comoren wordt gevangen.

1.7 De vergunningen worden afgegeven nadat aan de Comoren een forfaitair voorschot is betaald van 2 250 euro per jaar voor elk vaartuig voor de tonijnvisserij met de zegen, van 1 375 euro per jaar voor elk vaartuig voor de visserij met de drijvende beug van meer dan 150 brt en van 1 000 euro per jaar voor elk vaartuig voor de visserij met de drijvende beug van minder dan 150 brt.

1.8 De autoriteiten van de Comoren delen vóór de inwerkingtreding van de overeenkomst mee hoe de visrechten moeten worden betaald, en met name welke bankrekening en munteenheid moeten worden gebruikt.

2. Vangstaangifte en eindafrekening van de door de reders verschuldigde rechten

De kapitein vult voor iedere visperiode in de visserijzone van de Comoren een vangstaangifte in volgens het model in aanhangsel 2. Tijdens de geldigheidsduur van het protocol kan dit formulier eventueel vervangen worden door een ander document dat met hetzelfde doel is opgesteld door een internationale organisatie die voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan bevoegd is.

De aangifte, die leesbaar moet zijn ingevuld en door de kapitein moet zijn ondertekend, moet binnen één maand na afloop van elk kalenderkwartaal voor afwikkeling worden ingediend bij het IRD (Institut de Recherche et Développement), het IEO (Instituto Español de Oceanografía) et het IPIMAR (Instituto Nacional das Pescas e do Mar).

Het voor visserij bevoegde ministerie van de Comoren behoudt zich het recht voor om, als deze bepalingen niet worden nageleefd, de vergunning van het in overtreding zijnde vaartuig te schorsen tot deze formaliteiten zijn vervuld, en de in de nationale wetgeving vastgestelde sancties toe te passen.

De lidstaten verstrekken de Europese Commissie vóór 15 april de door de wetenschappelijke instituten bevestigde vangstcijfers over het afgelopen jaar. Aan de hand van die gegevens maakt de Commissie de eindafrekening van de voor een bepaald visseizoen verschuldigde visrechten en zij stuurt die afrekening aan het voor visserij bevoegde ministerie van de Comoren voor commentaar.

De reders worden door de Europese Commissie uiterlijk eind april in kennis gesteld van de definitief verschuldigde rechten en moeten binnen 30 dagen aan hun financiële verplichtingen voldoen. Wanneer het voor de visserijactiviteiten verschuldigde bedrag kleiner is dan het betaalde voorschot, kan de reder het verschil niet terugvorderen.

3. Inspectie en controle

De vaartuigen van de Gemeenschap die in de visserijzone van de Comoren vissen, laten de ambtenaren van de Comoren aan wie de inspectie van en de controle op de visserijactiviteiten is opgedragen, aan boord komen en helpen hen bij hun taak. Deze ambtenaren mogen niet langer aan boord blijven dan nodig is om steekproefsgewijs de vangsten te controleren of andere inspecties betreffende de visserijactiviteiten uit te voeren.

4. Waarnemers

Op verzoek van het voor visserij bevoegde ministerie van de Comoren nemen de tonijnvisserijvaartuigen een door dit ministerie aangewezen waarnemer aan boord, die de in de wateren van de Comoren gemaakte vangsten moet controleren. Aan deze waarnemer moet alle medewerking, en met name toegang tot lokalen en documenten, worden verleend die nodig is voor de uitvoering van zijn taak. De waarnemer mag niet langer aan boord blijven dan nodig is voor de uitvoering van zijn taak. Zolang hij aan boord is, worden hem passend logies en passende maaltijden verstrekt. Als een tonijnvisserijvaartuig dat een waarnemer van de Comoren aan boord heeft, de wateren van de Comoren verlaat, wordt alles in het werk gesteld om ervoor te zorgen dat de waarnemer zo spoedig mogelijk naar de Comoren kan terugkeren; de kosten hiervan zijn voor rekening van de reder.

5. MEDEDELINGEN

De vaartuigen delen het voor visserij bevoegde ministerie van de Comoren rechtstreeks onverwijld datum en uur mee waarop ze de visserijzone van de Comoren binnenvaren en verlaten, en binnen drie uur na het binnenvaren of het verlaten van de zone en om de drie dagen als zij in de wateren van de Comoren aan het vissen zijn, hun positie en de vangsten die zij aan boord hebben. Deze mededelingen worden bij voorrang per fax doorgestuurd; vaartuigen die daarmee niet zijn uitgerust, mogen hun gegevens via de radio meedelen.

Het voor visserij bevoegde ministerie van de Comoren deelt bij de afgifte van de visserijvergunning het faxnummer en de radiofrequentie mee.

Het voor visserij bevoegde ministerie van de Comoren en de reders bewaren een kopie van de faxen of van de mededelingen per radio totdat beide partijen de in punt 2 bedoelde eindafrekening van de rechten hebben goedgekeurd.

Vaartuigen die vissen zonder hun aanwezigheid bij het voor visserij bevoegde ministerie van de Comoren te hebben gemeld, worden beschouwd als vaartuigen zonder vergunning.

6. Visserijzones

Om de kleinschalige visserij in de wateren van de Comoren niet te benadelen mogen de vaartuigen voor de tonijnvisserij van de Gemeenschap hun activiteiten niet uitoefenen binnen 10 zeemijl rond elk eiland, noch binnen 3 zeemijl rond de door het voor visserij bevoegde ministerie van de Comoren geplaatste visaantrekkende constructies, waarvan de ligging is meegedeeld aan de vertegenwoordiger van de Europese Commissie op de Comoren.

Deze bepalingen kunnen worden herzien door de in artikel 7 van de overeenkomst bedoelde gemengde commissie.

7. Eigendom van zeldzame vissoorten

Elke coelacant (Latimeria chalumnae) die gevangen wordt door een vaartuig van de Gemeenschap dat op grond van de overeenkomst in de wateren van de Comoren mag vissen, is eigendom van de Comoren en moet zo spoedig mogelijk en in de best mogelijke staat kosteloos worden overhandigd aan de havenautoriteiten van Moroni, Mutsamudu of Mohéli.

8. Overlading

De reders van de vaartuigen van de Gemeenschap zullen er rekening mee houden dat zij voor eventuele overladingen gebruik kunnen maken van de infrastructuur van de Comorese havens.

9. Procedure in geval van aanhouding

1. Kennisgeving

Telkens als een vissersvaartuig van de Gemeenschap dat de visserij uitoefent in het kader van de visserijovereenkomst, in de visserijzone van de Comoren wordt aangehouden, stelt het voor de visserij bevoegde ministerie van de Comoren de delegatie en de vlaggenstaat daarvan binnen ten hoogste 48 uur in kennis en verstrekt het een beknopt verslag over de omstandigheden van en de redenen voor de aanhouding. De delegatie en de vlaggenstaat worden tevens op de hoogte gehouden van het verloop van de ingeleide procedures en van de getroffen sancties.

2. Afwikkeling van de aanhouding

Overeenkomstig de visserijwetgeving kan de overtreding worden geregeld:

a) ofwel via een schikking; in dit geval wordt het bedrag van de geldboete vastgesteld binnen de in de wetgeving van de Comoren bepaalde minimum- en maximumwaarden;

b) ofwel, indien de zaak niet via een schikking kan worden geregeld, langs gerechtelijke weg overeenkomstig de wetgeving van de Comoren.

3. Het vaartuig wordt vrijgegeven en de bemanning gemachtigd om de haven te verlaten zodra:

a) bij een schikking, aan de desbetreffende verplichtingen is voldaan, hetgeen moet blijken uit de overlegging van een bewijs van betaling;

b) ofwel bij een gerechtelijke procedure, in afwachting van de voltooiing ervan een bankwaarborg is verstrekt, hetgeen moet blijken uit de overlegging van een bewijs van borgstelling.

Aanhangsel 1

FORMULIER VOOR DE AANVRAAG VAN EEN VERGUNNING VOOR EEN BUITENLANDS VISSERSVAARTUIG

Naam van de aanvrager:

Adres van de aanvrager:

Naam en adres van de bevrachter van het vaartuig, indien deze niet de aanvrager is:

Naam en adres van een vertegenwoordiger op de Comoren:

Naam van het vaartuig:

Vaartuigtype:

Land van registratie:

Registratiehaven en -nummer:

Op het vaartuig aangebrachte identificatietekens:

Oproepletters en radiofrequentie:

Lengte van het vaartuig:

Breedte van het vaartuig:

Motortype en -vermogen:

Brutoregistertonnage:

Nettoregistertonnage:

Minimumaantal bemanningsleden voor volledige bemanning:

Uitgeoefend type van visserij:

Soorten waarop zal worden gevist:

Gevraagde geldigheidsduur:

Ondergetekende verklaart dat bovenstaande gegevens juist zijn.

Datum: Handtekening:

Aanhangsel 2

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

FINANCIEEL MEMORANDUM

1. TITEL VAN DE MAATREGEL: Nieuw protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie, gehecht aan de visserijovereenkomst EG/Islamitische Bondsrepubliek (IB) der Comoren

2. BEGROTINGSLIJN: B7-8000

3. JURIDISCHE GRONDSLAG: Artikel 37 van het Verdrag, juncto artikel 300, lid 2, en lid 3, eerste alinea.

Overeenkomst EG/IB der Comoren (PB L 137 van 2.6.1988)

4. OMSCHRIJVING VAN DE MAATREGEL

4.1 Algemene doelstelling van de maatregel: vaststelling van een protocol met bijlage voor een periode van drie jaar.

4.2 Periode waarvoor de maatregel geldt en wijze van verlenging

Periode: van 28 februari 2001 tot en met 27 februari 2004.

Wijze van verlenging : onderhandelingen voordat het protocol afloopt.

5. INDELING VAN UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

5.1 Gesplitste kredieten (GK)

5.2 Verplichte uitgaven (VU)

5.3 Aard van de verwachte ontvangsten

6. AARD VAN DE UITGAVEN

-Andere: financiële tegenprestatie voor een derde land in ruil voor door dat land toegekende en in het protocol vastgelegde vangstmogelijkheden.

7. FINANCIËLE CONSEQUENTIES

7.1 Wijze van berekening van de totale kosten van de maatregel (aan de hand van de kosten per eenheid)

Kosten per ton tonijn: // 75 euro

Referentietonnage per jaar: // 4670 ton

Totale kosten per jaar: // 350 250 euro

Totale kosten voor de looptijd van het protocol (3 jaar): // 1 050 750 euro

7.2 Uitsplitsing van de kosten van de maatregel

lopende euro

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

7.3 Tijdschema vastleggings- en betalingskredieten

lopende euro

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

8. MAATREGELEN OM FRAUDE TEGEN TE GAAN

Aangezien de Gemeenschap de financiële bijdragen betaalt als rechtstreekse tegenprestatie voor de haar verleende vangstmogelijkheden, mag het derde land de betrokken bedragen naar eigen goeddunken besteden.

Het moet de Gemeenschap evenwel, overeenkomstig de bepalingen van het protocol, verslagen voorleggen over de besteding van bepaalde kredieten. Voor de Comoren geldt dat elk jaar verslag moet worden uitgebracht over de uitvoering en de resultaten van de in artikel 3 van het protocol genoemde acties. De Commissie behoudt zich het recht voor aanvullende inlichtingen over de bereikte resultaten te vragen en de betalingen voor acties achteraf te herzien in het licht van de manier waarop zij zijn uitgevoerd. Hierbij moet erop worden gewezen dat de in artikel 3 genoemde bedragen (doelgerichte acties) slechts aan de Comorese autoriteiten worden overgemaakt overeenkomstig de programmering van de besteding ervan.

Voorts moeten de lidstaten waarvan vaartuigen in het kader van deze overeenkomst vissen, de juistheid van de in de meetbrieven van vaartuigen opgenomen gegevens aan de Commissie bevestigen, zodat zij de berekening van de verschuldigde visrechten op een deugdelijke grondslag kan verrichten. De overeenkomst voorziet daartoe in vangstaangiften voor de vaartuigen van de Gemeenschap.

9. ELEMENTEN VAN DE KOSTEN-BATENANALYSE

De kosten per ton gevangen tonijn bedragen 75 euro voor rekening van de Gemeenschap en 25 euro voor rekening van de reders (in het vorige protocol was de verhouding 80 euro voor de Gemeenschap en 20 euro voor de reders). De gemiddelde handelswaarde van tonijn bedraagt ongeveer 1 000 euro per ton.

Een eigenaardigheid van de tonijnvisserij, die rechtstreeks verband houdt met het sterk migrerende karakter van de vis, is dat het effectieve vangstniveau in een bepaald gebied zeer sterk kan schommelen van visseizoen tot visseizoen.

De omvang van de vangsten van de communautaire vloot in de wateren van het derde land is dus vooraf niet bekend. Daarom betaalt de Gemeenschap, zoals in het kader van alle andere tonijnovereenkomsten met derde landen, een forfaitair bedrag dat rechtstreeks evenredig is met de verwachte omvang van de vangsten (de "referentietonnage"). Deze hoeveelheid is gebaseerd op het gemiddelde van de in de voorgaande jaren geregistreerde vangsten, eventueel gecorrigeerd voor het aantal vergunde vaartuigen. Als de verwachte hoeveelheid wordt overschreden, wordt een toeslag betaald. Als deze hoeveelheid niet volledig wordt opgevist, hoeft het derde land niets terug te betalen.

In de door de Raad vastgestelde richtsnoeren voor de onderhandelingen over visserijovereenkomsten met de ACS-landen is bovendien bepaald dat rekening moet worden gehouden met het belang dat de Gemeenschap erbij heeft om met de betrokken derde landen betrekkingen op visserijgebied aan te knopen of in stand te houden.

Wat de Comoren betreft, hebben de reders van de EG gedurende de looptijd van het protocol 1998-2001 van de vergunningsmogelijkheden voor de tonijnvisserij gebruik gemaakt zoals in de onderstaande tabel is aangegeven. Voorts zijn de in het kader van dit protocol opgetekende gemiddelde jaarlijkse vangsten onder de referentiehoeveelheid van 4 500 ton gebleven. Rekening houdend met de toename van de totale vangstmogelijkheden (van 60 tot 65 vaartuigen), is de referentietonnage verhoogd tot 4 670 ton.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(*) BRT: brutoregisterton

De Gemeenschap apprecieert dat de Comoren zich ertoe hebben verbonden een wezenlijk deel van de financiële bijdrage te besteden aan doelgerichte acties om de lokale visserijsector te ontwikkelen. Van de totale financiële tegenprestatie van 1 050 750 EUR (over een periode van drie jaar) is 60% uitdrukkelijk bestemd voor specifieke maatregelen voor de ontwikkeling van de visserij, en met name de kleinschalige visserij. Onder het vorige protocol was dat 50 %.

De voorschotten die de reders moeten betalen om een vergunning te krijgen, zijn voor alle categorieën vaartuigen verhoogd. Voor de vaartuigen voor de tonijnvisserij met de zegen bedragen zij nu 2 250 euro per vaartuig (in plaats van 1 750 euro). Voor de vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug zijn zij verhoogd van 750 tot 1 000 euro voor vaartuigen van minder dan 150 brutoregisterton (BRT) en tot 1 375 euro voor vaartuigen van meer dan 150 BRT.

Aangezien de jaarlijkse kosten van de overeenkomst voor de EG-begroting moeten verminderen met 2,7 % ten opzichte van het vorige protocol, zullen de redersbijdragen gemiddeld met ongever 35 % stijgen.

Wat de baten van deze overeenkomst betreft, hoeft het geen betoog dat de waarde van de vangsten de kostprijs van het protocol ver overtreft.

Afgezien van de directe marktwaarde van de vangsten van de betrokken vaartuigen, biedt de overeenkomst de volgende evidente voordelen:

-werkzekerheid voor de bemanningen van de vissersvaartuigen;

-multipliereffect op de werkgelegenheid in de havens, de visafslagen, de verwerkende bedrijven, de scheepswerven, de dienstensector, enz.;

-schepping van werkgelegenheid in regio's waar er geen alternatief is voor de visserij;

-bijdrage aan de voorziening van de communautaire markt met visserijproducten.

Vanzelfsprekend moet, behalve met al deze voordelen, ook met het belang van onze betrekkingen met de IB der Comoren, zowel in de visserijsector als op politiek gebied, rekening worden gehouden.

10. HUISHOUDELIJKE UITGAVEN (DEEL A VAN DE BEGROTING)

De regeling heeft geen gevolgen voor de huishoudelijke uitgaven.