52001PC0128(01)

Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende het standpunt van de Gemeenschap in de associatieraad inzake de deelname van de Republiek Bulgarije aan het programma "Cultuur 2000" /* COM/2001/0128 def. Deel 1 - ACC 2001/0064 */


Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt van de Gemeenschap in de Associatieraad inzake de deelname van de Republiek Bulgarije aan het programma "Cultuur 2000"

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

De Europese Raad van Helsinki van december 1999 heeft het uitbreidingsproces, dat in december 1997 in Luxemburg op gang is gebracht, bekrachtigd. Voorts heeft hij de versterkte pretoetredingsstrategie, die in 1997 is vastgelegd, bevestigd. Een belangrijke component van deze strategie is de deelname van de 13 kandidaat-lidstaten aan de programma's van de Gemeenschap.

Voor de tien kandidaat-lidstaten uit Midden- en Oost-Europa (LMOE) is de deelname aan de programma's van de Gemeenschap in hun respectieve Europaovereenkomsten vastgelegd. Overeenkomstig deze Europaovereenkomsten worden de deelnemingsvoorwaarden voor deze landen door de onderscheiden Associatieraden vastgesteld.

Het programma "Cultuur 2000" is een nieuw programma, dat op 14 februari 2000 is goedgekeurd, maar de LMOE hebben in 1998 en 1999 allemaal aan een of meer van de vorige culturele programma's van de Gemeenschap (Ariane, Caleidoscoop en Raphaël) deelgenomen. De deelname van de LMOE aan deze programma's is een belangrijk onderdeel van het pretoetredingsproces van deze landen.

Artikel 7 van Besluit nr. 508/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 februari 2000 tot instelling van het programma "Cultuur 2000" voorziet in de deelname van de LMOE aan het programma. Alle LMOE hebben bevestigd bereid te zijn vanaf 2001 aan het nieuwe programma deel te nemen en hun financiële bijdrage gedeeltelijk uit hun nationale begroting en gedeeltelijk uit hun jaarlijkse Phare-toewijzing te betalen. Zoals bepaald in de conclusies van de vergadering van de Europese Raad van 12 en 13 december 1997 in Luxemburg, zullen de eigen financiële bijdragen van deze landen gestaag toenemen.

De belangrijkste punten die in het voorgestelde ontwerp-besluit van de Associatieraad aan de orde komen, zijn de volgende:

* voor projecten en initiatieven die door deelnemers uit de LMOE in het kader van dit programma worden ingediend, gelden dezelfde voorwaarden, regels en procedures als in de lidstaten, met name wat betreft de indiening, de evaluatie en de selectie van aanvragen en projecten;

* de LMOE leveren jaarlijks een financiële bijdrage aan het programma, zoals in het besluit van de Associatieraad is vastgesteld; deze bijdrage wordt niet terugbetaald aan een LMOE, als op het einde van het jaar wordt vastgesteld dat de resultaten onder het niveau van de betaalde bijdrage zijn gebleven;

* overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van Luxemburg zal de LMOE worden verzocht als waarnemer de vergaderingen van het beheerscomité van het programma "Cultuur 2000" bij te wonen voor de punten die hen betreffen;

* het besluit is van toepassing tot de afloop van het programma en treedt in werking op de dag waarop het wordt goedgekeurd.

Een snelle goedkeuring van het besluit van de Associatieraad zou de kandidaat-lidstaten in staat stellen zo snel mogelijk geïntegreerd te raken in de communautaire netwerken en in andere activiteiten op het gebied van de cultuur.

De Raad wordt derhalve verzocht zijn goedkeuring te hechten aan bijgaand voorstel voor een besluit van de Raad betreffende het standpunt van de Gemeenschap in de Associatieraad inzake de deelname van Bulgarije aan het programma "Cultuur 2000".

2001/0064 (ACC)

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt van de Gemeenschap in de Associatieraad inzake de deelname van de Republiek Bulgarije aan het programma "Cultuur 2000"

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 151, juncto artikel 300, lid 2,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Het Aanvullend Protocol bij de Europaovereenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Bulgarije, anderzijds, is gesloten bij besluit van de Raad en de Commissie van 4 december 1995.

(2) Volgens artikel 1 van het Aanvullend Protocol mag Bulgarije deelnemen aan communautaire kaderprogramma's, specifieke programma's, projecten en andere activiteiten, met name op het gebied van cultuur, en ingevolge artikel 2 wordt over de voorwaarden voor de deelname van Bulgarije aan deze activiteiten besloten door de Associatieraad.

(3) Besluit nr. 508/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 februari 2000 tot instelling van het programma "Cultuur 2000" [1] en met name artikel 7 daarvan bepaalt dat het programma "Cultuur 2000" openstaat voor deelname van de geassocieerde landen in Midden- en Oost-Europa overeenkomstig de in de Europaovereenkomsten, de Aanvullende Protocollen daarbij en in de besluiten van de onderscheiden Associatieraden neergelegde voorwaarden,

[1] PB L 63 van 10.03.2000, blz. 1.

BESLUIT:

Het standpunt van de Gemeenschap in de Associatieraad, ingesteld bij de Europaovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Bulgarije, anderzijds, inzake de deelname van Bulgarije aan het programma "Cultuur 2000" stemt overeen met het bijgaande ontwerp-besluit van de Associatieraad.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De Voorzitter

Ontwerp BESLUIT nr. ../2001 VAN DE ASSOCIATIERAAD tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Bulgarije, anderzijds tot vaststelling van de voorwaarden voor de deelname van de Republiek Bulgarije aan het programma "Cultuur 2000"

DE ASSOCIATIERAAD,

Gelet op het Aanvullend Protocol bij de Europaovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Bulgarije, anderzijds betreffende de deelname van Bulgarije aan communautaire programma's, en met name op de artikelen 1 en 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Overeenkomstig artikel 1 van het Aanvullend Protocol mag Bulgarije deelnemen aan communautaire kaderprogramma's, specifieke programma's, projecten en andere activiteiten, met name op het gebied van cultuur.

(2) Overeenkomstig artikel 2 wordt over de voorwaarden voor de deelname van Bulgarije op dit gebied besloten door de Associatieraad,

BESLUIT:

Artikel 1

Bulgarije neemt deel aan het programma "Cultuur 2000" volgens de voorwaarden in de bijlagen I en II, die een integrerend deel van dit besluit vormen.

Artikel 2

Dit besluit geldt voor de duur van het programma "Cultuur 2000", dat op 1 januari 2001 van start gaat.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag van goedkeuring door de Associatieraad.

Gedaan te Brussel,

Voor de Associatieraad

De Voorzitter

BIJLAGE I

Voorwaarden voor de deelname van de Republiek Bulgarije

aan het programma "Cultuur 2000"

(1) Bulgarije neemt deel aan de activiteiten van het programma "Cultuur 2000" (hierna "het programma") overeenkomstig - tenzij in dit besluit anders bepaald - de doelstellingen, criteria, procedures en termijnen zoals vastgesteld in Besluit nr. 508/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 februari 2000 tot instelling van dit communautaire actieprogramma.

(2) Om aan het programma deel te nemen, betaalt Bulgarije elk jaar een bijdrage in de algemene begroting van de Europese Unie overeenkomstig de in bijlage II beschreven modaliteiten. Teneinde rekening te houden met ontwikkelingen in het programma en wijzigingen in het absorptievermogen van Bulgarije, kan het Associatiecomité, indien het dit wenselijk acht, deze bijdrage aanpassen om een verstoring van het begrotingsevenwicht bij de uitvoering van het programma te vermijden.

(3) Voor instellingen, organisaties en personen uit Bulgarije gelden met betrekking tot de indiening, evaluatie en selectie van aanvragen dezelfde voorwaarden als voor de instellingen, organisaties en personen uit de Gemeenschap. Bij de benoeming van onafhankelijke deskundigen overeenkomstig de desbetreffende bepalingen in het besluit tot instelling van het programma kan de Commissie ook deskundigen uit Bulgarije aanwijzen om haar bij de evaluatie van projecten bij te staan.

(4) Teneinde de communautaire dimensie van het programma te waarborgen, komen de projecten en activiteiten alleen voor financiële steun van de Gemeenschap in aanmerking als er ten minste één partner uit een EU-lidstaat bij betrokken is.

(5) De financiële steun voor de activiteiten van de culturele contactpunten bedraagt maximaal 50% van de totale begroting voor hun activiteiten.

(6) Onverminderd de bevoegdheden van de Commissie en de Rekenkamer van de Europese Gemeenschappen in verband met het toezicht op en de evaluatie van het programma "Cultuur 2000" ingevolge het besluit (artikel 8), wordt de deelname van Bulgarije continu geëvalueerd, op basis van een partnerschap tussen de Commissie van de Europese Gemeenschappen en Bulgarije. Bulgarije legt de nodige verslagen voor aan de Commissie en neemt deel aan andere door de Gemeenschap in dit verband ondernomen specifieke activiteiten.

(7) Conform de financiële reglementen van de Gemeenschap dienen de contractuele regelingen die met of door Bulgaarse partijen worden getroffen, te voorzien in controles en audits welke door of op gezag van de Commissie en de Rekenkamer worden uitgevoerd. Financiële audits kunnen worden uitgevoerd teneinde de inkomsten en uitgaven van de betrokken partijen te controleren in het licht van hun contractuele verplichtingen ten aanzien van de Gemeenschap. Met het oog op de samenwerking en de wederzijdse belangen verlenen de bevoegde Bulgaarse autoriteiten alle redelijkerwijs mogelijke assistentie die in de gegeven omstandigheden voor het uitvoeren van bedoelde controles en audits nodig of nuttig is.

(8) Onverminderd de in artikel 5 van Besluit nr. 508/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 februari 2000 tot instelling van het programma "Cultuur 2000" bedoelde procedures, nemen vertegenwoordigers van Bulgarije als waarnemer deel aan de vergaderingen van het beheerscomité voor de onderwerpen die hun aangaan. De Bulgaarse vertegenwoordigers zijn niet aanwezig wanneer het comité over de andere punten beraadslaagt en wanneer er wordt gestemd.

(9) In alle contacten met de Commissie, bij het indienen van aanvragen, het opstellen van overeenkomsten en verslagen en andere administratieve aangelegenheden in verband met het programma, dient gebruik te worden gemaakt van een van de officiële talen van de Gemeenschap.

(10) De Gemeenschap en Bulgarije kunnen de onder dit besluit vallende activiteiten te allen tijde door middel van een schriftelijke kennisgeving en met inachtneming van een opzegtermijn van twaalf maanden beëindigen. Bij beëindiging van de overeenkomst worden de lopende projecten en activiteiten voltooid onder de in dit besluit vastgelegde voorwaarden.

BIJLAGE 2

Financiële bijdrage van de Republiek Bulgarije

in "Cultuur 2000"

De financiële bijdrage van Bulgarije in de begroting van de Europese Unie voor deelname aan het programma "Cultuur 2000" bedraagt (in EUR):

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

1. Bulgarije betaalt de bovengenoemde bijdrage deels uit zijn nationale begroting en deels uit zijn nationale PHARE-programma. De vereiste PHARE-middelen, waarvoor een aparte PHARE-programmeringsprocedure geldt, worden Bulgarije ter beschikking gesteld door middel van een apart financieringsmemorandum. Samen met de middelen uit de Bulgaarse nationale begroting, vormen zij de eigen bijdrage van Bulgarije, waaruit het land zal putten om te voldoen aan het jaarlijkse verzoek tot storting van de Commissie.

2. Onderstaand schema geeft de benodigde PHARE-middelen weer:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Het resterende gedeelte van de bijdrage van Bulgarije wordt met middelen uit de Bulgaarse nationale begroting gedekt.

3. Het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Unie geldt ook voor het beheer van de bijdrage van Bulgarije.

Reis- en verblijfkosten van Bulgaarse vertegenwoordigers en deskundigen in verband met hun deelname, als waarnemers, aan de werkzaamheden van het in bijlage I, punt 8, genoemde comité en aan andere vergaderingen in verband met de uitvoering van het programma worden door de Commissie vergoed op dezelfde grondslag en volgens de procedures die gelden voor niet-gouvernementele deskundigen van de lidstaten van de Europese Unie.

4. Bij de inwerkingtreding van dit besluit en het begin van ieder nieuw jaar doet de Commissie Bulgarije een verzoek tot storting toekomen ter hoogte van de bijdrage van dat land aan het onder dit besluit vallende programma.

Deze bijdrage wordt uitgedrukt in euro's en moet worden betaald op een in euro's luidende bankrekening van de Commissie.

De bijdrage van Bulgarije stemt overeen met het verzoek tot storting en dient te worden voldaan:

- uiterlijk per 1 mei voor het gedeelte gefinancierd uit Bulgarijes nationale begroting, op voorwaarde dat het verzoek tot storting van de Commissie vóór 1 april is verzonden, of, indien dit na deze datum is gebeurd, uiterlijk één maand na de verzending van het verzoek tot storting;

- uiterlijk per 1 mei voor het gedeelte gefinancierd uit PHARE-middelen, op voorwaarde dat de desbetreffende bedragen vóór die datum aan Bulgarije zijn overgemaakt, of uiterlijk binnen 30 dagen nadat deze middelen aan Bulgarije zijn overgemaakt.

Bij vertraging in de betaling van de bijdrage betaalt Bulgarije rente over het op de vervaldag nog openstaande bedrag. De rentevoet is die welke door de Europese Centrale Bank op de datum waarop de betalingstermijn verstrijkt, voor haar transacties in euro's wordt toegepast, vermeerderd met anderhalf procentpunt.

FINANCIEEL MEMORANDUM

1. Titel van de maatregel

Deelname van Bulgarije aan het programma "Cultuur 2000".

2. Begrotingsonderdeel

B7-030 Economische hulp voor de geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa 6091 Ontvangsten voortvloeiend uit de deelneming van landen van Midden-Europa die bij de communautaire programma's zijn betrokken

3. Rechtsgrond

Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name artikel 151, juncto artikel 300, lid 2;

Aanvullend Protocol bij de Europaovereenkomst met Bulgarije, dat voorziet in deelname aan communautaire programma's;

Besluit nr. 508/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 februari 2000 tot instelling van het programma "Cultuur 2000", en met name artikel 7.

4. Omschrijving van de maatregel

4.1 Algemeen doel

Het Aanvullend Protocol bij de Europaovereenkomst met Bulgarije voorziet in de deelname van dat land aan communautaire programma's op talrijke gebieden, waaronder cultuur.

Deze deelname is niet alleen van belang in het kader van de tenuitvoerlegging van de in de Europaovereenkomst opgenomen bepalingen betreffende economische en culturele samenwerking, maar biedt Bulgarije tevens de gelegenheid zich vertrouwd te maken met de procedures en methodes die in communautaire programma's worden toegepast.

Bulgarije heeft in het verleden aan communautaire programma's deelgenomen. Overeenkomstig de mededeling van de Commissie "Agenda 2000" van 16 juli 1997 en de conclusies van de Europese Raad van Luxemburg is de deelname van Bulgarije aan deze programma's een onderdeel van de versterkte pretoetredingsstrategie, die het land ondersteunt bij zijn voorbereiding op de toetreding tot de Unie.

Het besluitvormingsproces in verband met de openstelling van de programma's impliceert een besluit van de Associatieraad tussen de Europese Unie en Bulgarije.

Met dit ontwerp-besluit van de Associatieraad wordt beoogd de deelname van Bulgarije mogelijk te maken zodat het land kan profiteren van de door "Cultuur 2000" geboden mogelijkheden. Het ontwerp-besluit van de Associatieraad omvat de voorwaarden, met name wat de financiële bijdrage van Bulgarije betreft, en praktische regelingen voor de deelname aan het programma.

4.2 Looptijd, wijze van vernieuwing of verlenging

Tot de afloop van het desbetreffende communautaire programma, d.w.z. 31 december 2004.

5. Indeling van de uitgaven en ontvangsten

5.1 Niet-verplichte uitgaven

5.2 Gesplitste kredieten

5.3 Aard van de ontvangsten

Artikel 3 van het Aanvullend Protocol bepaalt dat Bulgarije zelf de kosten voor zijn deelname voor zijn rekening neemt. Het zal derhalve om een bijdrage voor zijn deelname aan het programma "Cultuur 2000" worden verzocht. Aangezien hetzelfde artikel eveneens bepaalt dat de Gemeenschap de bijdrage van Bulgarije kan aanvullen, dient Bulgarije zijn bijdrage slechts ten dele uit zijn nationale begroting te financieren. Het resterende gedeelte zal met middelen uit Bulgarijes nationale PHARE-programma worden gedekt. De daartoe vereiste PHARE-middelen komen ten laste van artikel B7-030 en worden Bulgarije ter beschikking gesteld door middel van een apart financieringsmemorandum. Samen met de middelen uit de Bulgaarse nationale begroting vormen zij de eigen bijdrage van Bulgarije, waaruit het land zal putten om te voldoen aan het jaarlijkse verzoek tot storting van de Commissie. De totale bijdrage van Bulgarije wordt, zodra zij is betaald, ingeschreven onder post 6091 bij de ontvangsten op de begroting van de Europese Unie.

6. Aard van de uitgaven en ontvangsten

- Volledig gesubsidieerd.

- Subsidie in het kader van medefinanciering, samen met andere bronnen in de particuliere en/of overheidssector.

- In volledige of gedeeltelijke terugbetaling van de communautaire bijdrage wordt niet voorzien.

- Wat de ontvangsten betreft, wordt onder post 6091 voorzien in Bulgarijes bijdrage om de kosten van deelname te dekken. De ontvangsten worden toegewezen aan de uitgavenposten voor het programma in kwestie en, in voorkomend geval, aan de desbetreffende posten van de huishoudelijke uitgaven. Het totaal van de verwachte ontvangsten wordt aangegeven onder 7.4.

7. Financiële gevolgen

7.1 Wijze van berekening van de totale kosten van de maatregel (samenhang tussen de kosten per onderdeel en de totale kosten)

Hieronder volgen de op grond van het Aanvullend Protocol bij de Europaovereenkomst met Bulgarije vastgelegde financiële en budgettaire regelingen voor het programma "Cultuur 2000". In de bijdrage van Bulgarije is met drie elementen rekening gehouden:

- de te verwachten operationele kosten, die zijn berekend op basis van het programmabudget, en het BBP van het land, gewogen met zijn koopkrachtpariteit;

- de bijdrage voor een cultureel contactpunt;

- de te verwachten administratieve kosten, zijnde de vergaderingen en de dienstreizen. De administratieve kosten worden jaarlijks op EUR 4 000 geraamd.

Bulgarije zal een gedeelte van de middelen uit zijn jaarlijkse nationale PHARE-programma aanwenden ter aanvulling van de middelen uit zijn nationale begroting met het oog op de financiering van zijn bijdrage aan de operationele kosten.

7.2 Kostenverdeling (in EUR)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

7.3 Beleidsuitgaven voor studies, deskundigen enz., opgenomen in deel B van de begroting

p.m.: in verhouding tot de overeenkomstige kredieten in de door de EUR 15 toegewezen middelen voor het programma "Cultuur 2000", evenwel binnen de grenzen van het uit de nationale begroting afkomstige gedeelte van 's lands bijdrage.

7.4 (Indicatief) tijdschema voor de vastleggings- en betalingskredieten

Bedragen ten laste van post B7-030

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De verwachte jaarlijkse ontvangsten zien er als volgt uit:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

8. Maatregelen ter bestrijding van fraude

Alle contracten, overeenkomsten en juridische verbintenissen van de Commissie voorzien in controle ter plaatse door de Commissie en de Rekenkamer. De begunstigden van de maatregel zijn onder meer verplicht verslagen en financiële staten in te dienen, die zowel qua inhoud als qua financierbaarheid van de uitgaven worden geanalyseerd overeenkomstig het doel van de communautaire financiering.

De in de basisartikelen van de begroting opgenomen anti-fraudebepalingen zijn ook op deze rubriek van toepassing, voorzover zij voor de landen van Midden-Europa worden aangepast.

9. Elementen voor een kosteneffectiviteitsanalyse

9.1 Specifieke en kwantificeerbare doelstellingen, doelgroep

Doel van de openstelling van het programma "Cultuur 2000" voor Bulgarije is dit land dezelfde voordelen te bieden als de lidstaten van de Gemeenschap. Het programma "Cultuur 2000" draagt bij tot de bevordering van een gemeenschappelijke culturele ruimte voor de volkeren van Europa. In dit verband moedigt het de samenwerking aan tussen kunstenaars en anderen die op cultureel gebied actief zijn, private en publieke initiatiefnemers, culturele netwerken, en andere partners, benevens de culturele instellingen van de lidstaten en andere deelnemende landen, om de volgende doelstellingen te verwezenlijken:

- bevordering van de culturele dialoog en van de wederzijdse kennis van cultuur en geschiedenis van de Europese volkeren;

- bevordering van creativiteit en van transnationale verspreiding van cultuur, alsmede van het verkeer van kunstenaars, scheppende kunstenaars, andere in de culturele sector werkzame personen en beroepsbeoefenaars en van hun werk, met speciale nadruk op jonge kunstenaars en maatschappelijk kansarmen, alsook op culturele verscheidenheid;

- accentueren van de culturele verscheidenheid en ontwikkeling van nieuwe culturele expressievormen;

- delen en accentueren, op Europees niveau, van het gemeenschappelijke culturele erfgoed van Europees belang, verspreiding van kennis en bevordering van goede praktijken inzake het behoud en de instandhouding van dat erfgoed;

- in aanmerking nemen van de rol van cultuur bij de sociaal-economische ontwikkeling;

- bevordering van een interculturele dialoog en wederzijdse uitwisseling tussen de Europese en de niet-Europese culturen;

- expliciete erkenning van de cultuur als een factor die de economie, de sociale integratie en het burgerschap bevordert;

- verbetering van de toegang tot en de deelname aan cultuur in de Europese Unie voor zoveel mogelijk burgers.

9.2 Motivering van de maatregel

- Noodzaak van de communautaire steun

Gezien de hoge kosten voor deelname aan het programma en de precaire begrotingssituatie van Bulgarije is bijstand uit PHARE van essentieel belang.

- Wijze van steunverlening

Met een bijdrage uit de nationale begroting, aangevuld met een bijdrage van PHARE, zal de integratie van Bulgarije in het programma de burgers van dat land de mogelijkheid geven samen te werken met hun tegenhangers in de huidige EU-lidstaten. De integratie van Bulgaarse burgers in communautaire netwerken zal een doorslaggevende bijdrage leveren tot de voorbereiding van Bulgarije op het toekomstige lidmaatschap van de Europese Unie.

- Voornaamste onzekere factoren die gevolgen kunnen hebben voor de specifieke resultaten van de maatregel

Aangezien de projecten worden geselecteerd op basis van kwalitatieve criteria, kan de reële impact slechts worden gemeten aan de hand van de capaciteit van de Bulgaarse organisaties om te reageren op de door de Commissie in het kader van het programma te publiceren oproepen tot het indienen van voorstellen.

9.3 Follow-up en evaluatie van de maatregel

De toezicht- en evaluatieprocedures van het programma "Cultuur 2000" (met name de evaluatie, zoals bedoeld in de besluiten tot vaststelling van het programma) zijn ook van toepassing op ten behoeve van Bulgaarse begunstigden gefinancierde activiteiten.

10. Huishoudelijke uitgaven (Afdeling III, Deel A, van de algemene begroting)

De effectieve beschikbaarstelling van de vereiste huishoudelijke middelen is afhankelijk van het jaarlijkse besluit van de Commissie betreffende de toewijzing van middelen, rekening houdend met de extra personele en financiële middelen die door de begrotingsautoriteit worden toegekend.

10.1 Gevolgen voor de personeelssterkte

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

10.2 Financiële gevolgen van het extra personeel

EUR

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(*) Door gebruik te maken van de bestaande middelen die vereist zijn voor het beheer van de maatregel (berekening gebaseerd op A1, A2, A4, A5, A7.

10.3 Stijging van andere huishoudelijke uitgaven als gevolg van de maatregel

EUR

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Bovenstaande uitgaven worden gefinancierd uit de ontvangsten (artikel 4, lid 2, derde streepje, van het Financieel Reglement), overgemaakt door Bulgarije (zie punt 5.3 en 7.4 van het financieel memorandum).