52001DC0197

Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de toepassing van de verschillende ventilatiesystemen voor wegvoertuigen die worden gebruikt voor het vervoer van dieren bij reizen van meer dan acht uur /* COM/2001/0197 def. */


VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT over de toepassing van de verschillende ventilatiesystemen voor wegvoertuigen die worden gebruikt voor het vervoer van dieren bij reizen van meer dan acht uur

1. Achtergrondinformatie

In hoofdstuk VII van de bijlage bij Richtlijn 91/628/EEG van de Raad [1] is bepaald dat de reistijd voor als huisdier gehouden éénhoevigen, runderen, schapen, geiten en varkens, niet langer mag zijn dan acht uur. De maximale reistijd kan evenwel worden verlengd wanneer aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, met name inzake het transportvoertuig.

[1] Richtlijn 91/628/EEG van de Raad van 19 november 1991 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en tot wijziging van de Richtlijnen 90/425/EEG en 91/496/EEG (PB L 340 van 11.12.1991, blz. 17), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 95/29/EG (PB L 148 van 30.6.1995, blz. 52).

Op grond van artikel 13, lid 1, van Richtlijn 91/628/EEG is Verordening (EG) nr. 411/98 van de Raad van 16 februari 1998 tot vaststelling van aanvullende normen betreffende de bescherming van dieren voor wegvoertuigen die worden gebruikt voor het vervoer van dieren bij reizen van meer dan acht uur [2] vastgesteld.

[2] PB L 52 van 21.1.1998, blz. 8.

In artikel 2 van Verordening (EG) nr. 411/98 is bepaald dat de Commissie aan de Raad een op basis van het advies van het Wetenschappelijk Veterinair Comité opgesteld verslag over de uitvoering van deze verordening moet voorleggen, meer bepaald over de toepassing van de verschillende ventilatiesystemen.

Het Wetenschappelijk Comité voor de gezondheid en het welzijn van dieren, dat ressorteert onder het directoraat-generaal Gezondheid en consumentenbescherming, werd verzocht het onderwerp te onderzoeken. Op 8 december 1999 werd een advies inzake "Standards for the microclimate inside animal transport vehicles" (Normen voor het microklimaat in voertuigen voor het transport van dieren over de weg) goedgekeurd.

In het advies wordt erop gewezen dat de Commissie maatregelen dient te nemen om het welzijn van dieren tijdens het vervoer verder te verbeteren.

In december 2000 heeft de Commissie een verslag [3] goedgekeurd over de ervaringen van de lidstaten bij de tenuitvoerlegging van Richtlijn 91/628/EEG inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer. In dat verslag heeft de Commissie zich ertoe verbonden het hierbij gevoegde voorstel voor te leggen aan de Raad.

[3] Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de ervaringen van de lidstaten sinds de tenuitvoerlegging van Richtlijn 95/29/EG van de Raad tot wijziging van Richtlijn 91/628/EEG inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer COM(2000) 809 def.

2. Voornaamste conclusie in het advies van het Wetenschappeljk Comité

Stress ten gevolge van oververhitting wordt aangemerkt als één van de belangrijkste redenen van de aantasting van het welzijn en de gezondheid van de vervoerde dieren.

Bij langeafstandsvervoer is de kans reëel dat de dieren binnen een relatief korte periode verschillende klimaatszones doorkruisen. Voorts is het zo dat, wanneer dieren gedurende verschillende uren in een gesloten of een gedeeltelijk gesloten container worden vervoerd, de temperatuur, de luchtvochtigheid en het gehalte aan bepaalde gassen (bv. CO2), in hun onmiddellijke omgeving worden gewijzigd. Derhalve moeten de voertuigen voorzien zijn van instelbare ventilatiesystemen om een voor de dieren bevredigende omgeving te kunnen garanderen.

De minimum- en maximumtemperatuur die door dieren wordt verdragen zonder dat enige bijsturing noodzakelijk is, verschilt naar gelang van het type dier. Die temperaturen zijn vermeld in tabel 1 en zijn gebaseerd op de analyse van de wetenschappelijke gegevens waarover het Wetenschappelijk Comité kon beschikken. Tabel 1 bevat geen gegevens voor als huisdier gehouden éénhoevigen.

Uit de beschikbare gegevens blijkt dat de bij Verordening (EG) nr. 411/98 vastgestelde bepalingen terzake niet volstaan om een aanvaardbaar beschermingsniveau tijdens het vervoer te garanderen.

Hoge luchtvochtigheid brengt het dierenwelzijn in gevaar wanneer ook de temperatuur hoog is. Tijdens het vervoer wordt de luchtvochtigheid veroorzaakt door de dieren zelf maar ook door verdamping van urine, uitwerpselen en spoelwater. In tabel 1 zijn dan ook maximumtemperaturen vermeld na correctie voor hoge luchtvochtigheid.

Bij afwezigheid van gedwongen ventilatie, wordt de temperatuur bepaald door de grootte van de openingen in de containers en door de snelheid waarmee het voertuig zich voortbeweegt. Wanneer een voertuig stilstaat, kan bij warm weer de temperatuur nauwelijks worden geregeld.

Bij gedwongen ventilatie wordt verse lucht aangevoerd met mechanische hulpmiddelen, bijvoorbeeld ventilatoren, waarbij de hoeveelheid verse lucht varieert naar gelang van de capaciteit en de afstelling van de hulpmiddelen. Het belangrijkste voordeel van gedwongen ventilatie is dat de luchttoevoer steeds kan worden gestuurd ongeacht de snelheid van het voertuig.

In de zomer wordt, bij normale huisvestingsomstandigheden, een ventilatiecapaciteit van 63 à 106 m3/uur/100 kg levend gewicht aanbevolen. In koude omstandigheden mag de ventilatie nooit minder bedragen dan 10 m3/uur/100 kg levend gewicht.

In zijn advies beveelt het Wetenschappelijk Comité aan om, ongeacht het gebruikte ventilatiesysteem, ervoor te zorgen dat onder alle omstandigheden tijdens de reis de temperatuur en de luchtvochtigheid in het voertuig binnen de in tabel 1 opgenomen grenzen kunnen worden gehouden.

Het Wetenschappelijk Comité is ook van oordeel dat ventilatiesystemen onafhankelijk van de motor van het voertuig moeten kunnen werken.

Het Wetenschappelijk Comité beveelt aan alle voertuigen uit te rusten met een systeem voor de bewaking van de temperatuur en de luchtvochtigheid, waaraan een alarmsysteem is gekoppeld, en met voorzieningen om alle gegevens te registreren. Het bewakingssyteem moet de bestuurder in de gelegenheid stellen gevaarlijke situaties onmiddellijk te verhelpen. Het registratiesysteem zal het voor de bevoegde autoriteiten gemakkelijker maken toezicht te houden op de naleving van de regeling.

3. Voornaamste conclusie van het verslag van de Commissie met betrekking tot ventilatie

Het verkeer van levende dieren in Europa verloopt in hoofdzaak van noord naar zuid voor bijna alle soorten landbouwhuisdieren (paarden, runderen, schapen, varkens). Het ontbreken van adequate ventilatie in voertuigen voor langeafstandsvervoer wordt in het verslag van de Commissie als een ernstig probleem aangemerkt.

In het verleden is reeds vaker gebleken dat oververhitting van dieren in de zomer één van de voornaamste oorzaken is van lijden bij de dieren en soms ook van sterfte tijdens lange reizen. Efficiënte ventilatie is, samen met een toereikende drinkwatervoorziening en adequate beladingsdichtheden, onmisbaar om het welzijn van de dieren tijdens het vervoer te kunnen garanderen.

Om een einde te maken aan de problemen die de dieren tijdens lange reizen ondervinden als gevolg van extreme weersomstandigheden, wordt in het verslag gesteld dat vrachtwagens moeten zijn uitgerust met apparatuur om de temperatuur en de luchtvochtigheid in het compartiment waarin de dieren worden vervoerd, te bewaken.

In het verslag wordt ook met nadruk gesteld dat het vervoer van paarden ernstige en dringende problemen met zich brengt uit een oogpunt van dierenbescherming. Voor de Commissie is het van prioritair belang dat nieuwe initiatieven worden genomen om de situatie voor paarden te verbeteren. Het voorstel van de Commissie omvat derhalve ook minimum- en maximumtemperaturen voor als huisdier gehouden éénhoevigen, ook al zijn paarden niet opgenomen in het wetenschappelijk advies.

4. Sociaal-economische effecten

Verschillende bronnen zijn geraadpleegd met het oog op de evaluatie van de mogelijke kosten voor de betrokken transportsector. De extra kosten kunnen gemakkelijk worden geraamd, de uit de tenuitvoerlegging van de voorgestelde maatregelen voortvloeiende financiële voordelen zijn evenwel moeilijker te schatten. Hoewel het voorstel niet gebaseerd is op economische overwegingen, lijdt het geen twijfel dat de verbetering van de ventilatiesystemen op vrachtwagens voor langeafstandsvervoer ook economische voordelen zal opleveren omdat de dieren in betere staat zullen arriveren en de sterfte zal dalen.

Uit contacten met deskundigen terzake is gebleken dat transportfirma's die gebruik maken van voertuigen met gedwongen ventilatiesystemen, opgetogen zijn over de economische rentabiliteit (vooral slachtdieren hebben bij aankomst minder gewicht verloren).

4.2 Totaal van de geraamde extra kosten

De onderstaande berekening is gebaseerd op de uitrusting van een vrachtwagen met een laadvermogen van 20 ton en met een nominale luchtverplaatsingscapaciteit van ten minste 12.000 m3/uur d.i. 60 m3/uur/kilonewton of ongeveer 100 kg laadvermogen).

De geraamde extra kosten per voertuig als gevolg van het Commissievoorstel variëren in totaal tussen 6.100 en 7.930 EUR, inclusief ventilatie- en bewakingsvoorzieningen.

Deze extra kosten moeten worden gerelateerd aan de kostprijs van een vrachtwagen voor het vervoer van vee.

De totale kosten van een volledig voertuig (trekker en oplegger) varieert tussen 165.000 en 190.000 EUR bij een laadvermogen van 20 ton.

De kosten voor ventilatie en bewaking maken derhalve 3,21 (6100:190.000) à 4.8 % (7930:165.000) van de totale kostprijs van de vrachtwagen uit.

5. Het voorstel

Het voorstel van de Commissie betreft de volgende problemen:

-verplichte ventilatiesystemen voor voertuigen als bedoeld in Verordening (EG) nr. 411/98, die zo moeten worden ontworpen, gebouwd en onderhouden dat de in het advies van het Wetenschappelijk Comité vermelde aanvaardbare minimum- en maximumtemperaturen te allen tijde kunnen worden gehandhaafd;

-verplicht bewakings-, alarm- en registratiesysteem voor temperatuur en luchtvochtigheid in alle voertuigen voor wegvervoer, bestemd voor het vervoer van vee bij reizen van meer dan 8 uur.

Tabel 1

>RUIMTE VOOR DE TABEL>