52001AE0924

Advies van het Economisch en Sociaal Comité over het "Voorstel voor een verordening van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening van de markt voor ethylalcohol uit landbouwproducten"

Publicatieblad Nr. C 260 van 17/09/2001 blz. 0033 - 0035


Advies van het Economisch en Sociaal Comité over het "Voorstel voor een verordening van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening van de markt voor ethylalcohol uit landbouwproducten"

(2001/C 260/05)

De Raad heeft op 12 maart 2001 besloten, overeenkomstig de artt. 36 en 37 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Economisch en Sociaal Comité te raadplegen over het voornoemde voorstel.

De afdeling "Landbouw, plattelandsontwikkeling, milieu", die met de voorbereiding van de desbetreffende werkzaamheden was belast, heeft haar advies op 21 juni 2001 goedgekeurd. Rapporteur was de heer Wilkinson.

Het Economisch en Sociaal Comité heeft tijdens zijn 383e zitting (vergadering van 11 juli 2001) het volgende advies uitgebracht, dat met 106 stemmen voor, bij 2 onthoudingen, is goedgekeurd.

1. Inleiding

1.1. Algemene stand van zaken op de EU-markt voor ethylalcohol uit landbouwproducten

1.1.1. Van de 20 miljoen hl alcohol die jaarlijks in de EU wordt geproduceerd, wordt 13 miljoen hl gedistilleerd uit landbouwgewassen en is de resterende 7 miljoen hl "synthetische alcohol", d.w.z. niet van agrarische oorsprong. De belangrijkste verwerkende industrieën die ethylalcohol gebruiken, produceren gedistilleerd, chemicaliën, geneesmiddelen en schoonheidsproducten. De productie van brandstof uit alcohol neemt toe.

1.1.2. Bedrijven die gedistilleerde dranken produceren, mogen alleen alcohol uit landbouwgewassen gebruiken; alle andere industrieën hebben de keuze tussen beide soorten alcohol. De productie van sterke drank, waarvan de kwaliteit is gewaarborgd door de desbetreffende EU-verordening(1), neemt tegenwoordig ongeveer 30 % van de in de EU geproduceerde alcohol voor haar rekening. De overige industrieën die de rest (70 %) van de in de EU geproduceerde alcohol gebruiken, kunnen dus zowel agrarische als synthetische alcohol verwerken. Aan de totale vraag in de EU wordt thans voor zowat de helft door agrarische en voor de andere helft door synthetische alcohol voldaan.

1.1.3. Alcohol uit landbouwgewassen vormt een belangrijke afzetmogelijkheid voor in de EU geproduceerde basisstoffen, met name granen, suikerbieten, melasse, vruchten en wijn.

1.1.4. Volgens de cijfers van de Commissie produceert de alcoholmarkt van de EU jaarlijks een overschot van ongeveer 3 miljoen hl. Bij een enigszins dalende totale EU-vraag naar alcohol stijgt dat overschot geleidelijk. Circa 12 % van het totale aanbod aan alcohol (incl. mengsels, die niet ten volle onder het toepassingsgebied van het Commissievoorstel vallen) wordt ingevoerd, maar de huidige tendens is dat die invoerstroom geleidelijk groter wordt. Op veel ingevoerde alcohol behoeven helemaal geen of - zoals bij gedenatureerde alcohol - slechts lage invoerrechten te worden betaald. De schatting is wel dat 80 % van de ingevoerde alcohol op de een of andere manier wordt gesubsidieerd. Andere schattingen gaan uit van een lager percentage.

1.2. Inhoud van het Commissievoorstel

1.2.1. Met onderhavige verordening wordt beoogd, voor ethylalcohol uit landbouwproducten een kader van gemeenschappelijke voorschriften in het leven te roepen. Hiermee wordt gevolg gegeven aan het door de Landbouw-Raad van medio 2000 aan de Commissie gerichte verzoek om een onderzoek naar de wenselijkheid van een dergelijk kader te doen.

1.2.2. Deze verordening is vooral bedoeld om de marktinformatie over ethylalcohol uit landbouwproducten te verbeteren en een forum voor mogelijke beleidsvoorstellen op dit gebied te creëren. Volgens de Commissie wordt met dit voorstel een "lichte" gemeenschappelijke marktordening beoogd, aangezien er slechts verwaarloosbare financiële consequenties aan verbonden zijn. Het voorstel impliceert geen interventiemaatregelen.

1.2.3. De Commissie houdt al vanaf begin 1998 sommige invoerstromen van alcohol nauwlettend in het oog, maar acht dat systeem geen adequate oplossing om bij de huidige en te verwachten problemen te kunnen ingrijpen. Vandaar het onderhavige Commissievoorstel voor een GMO(2).

2. Algemene opmerkingen bij het Commissievoorstel

2.1. Het Comité heeft in 1996 een informatief rapport over de situatie op de alcoholmarkt van de EU uitgebracht en in 1978(3) en 1980(4) commentaar geleverd op eerdere versies van de GMO. In dat informatief rapport staat zeer veel nuttige achtergrondinformatie over deze uiterst complexe sector. Alhoewel de situatie over het algemeen sindsdien erg is veranderd, gaat de kanttekening die het Comité in dat rapport maakte bij de noodzaak om de industrie - voor het behoud van haar concurrentievermogen - te rationaliseren, nl. dat de talrijke zeer kleine distilleerbedrijven in bepaalde EU-regio's voor hun respectieve leefgemeenschappen een belangrijke sociaal-economische functie bekleden, nog steeds op. Duitsland is momenteel het enige land met een nationale marktordening voor alcohol.

2.2. Het eerste voorstel om een GMO te creëren, dateert van veertig jaar terug, toen agrarische alcohol nog hoofdzakelijk voor de voedselindustrie (incl. de productie van gedistilleerd) was bestemd. Sindsdien is de markt steeds complexer geworden en beïnvloeden de ontwikkelingen van de technologie de gebruiksmogelijkheden van alcohol.

2.3. In het Commissievoorstel wordt niet ingegaan op álle factoren die de markt beïnvloeden. De nadruk wordt gelegd op de toenemende invoer (thans 12 % van het totale aanbod aan alcohol) en de uitdaging van concurrentie door de toekomstige nieuwe EU-landen. Artikel 10 (nationale steun) van dit verordeningsvoorstel moet ook van toepassing zijn op de kandidaat-lidstaten.

2.4. Het Comité ziet, net als de Commissie, zonder meer het belang in van betere marktinformatie en van een forum waar marktgegevens kunnen worden geanalyseerd, problemen in de sector kunnen worden besproken en oplossingen kunnen worden aanbevolen. Zo is het duidelijk een probleem dat er nog steeds geen nationale statistische gegevens beschikbaar zijn in de vereiste vorm. Bovendien komen Eurostat-gegevens altijd te laat om nog nuttig te kunnen zijn. Er zouden andere mogelijkheden kunnen zijn om die doelstellingen te verwezenlijken: marktinformatie kan worden verkregen bij nationale autoriteiten (met name belastingdiensten), Eurostat of de bedrijven zelf, en het comité dat vroeger al werd ingezet voor alcoholkwesties (het Uitvoeringscomité voor gedistilleerde dranken) zou tot zo'n echt forum kunnen worden uitgebouwd. Handelsmisbruiken zouden als zodanig moeten worden aangepakt, maar dat kan alleen als er behoorlijke informatie is. In het Commissievoorstel wordt echter niet uitgelegd welke meerwaarde een GMO heeft voor producenten, gebruikers en consumenten. De Commissie moet dat verzuim goedmaken.

2.5. Het Comité voelt weinig voor de door de Commissie gesuggereerde maatregelen (invoer- en uitvoercertificaten, tariefcontingenten, actieve veredeling en vrijwaringsclausules), omdat deze tot protectionisme en/of interventiemaatregelen kunnen leiden. Weliswaar geeft het Comité toe dat de Commissie niet voorstelt om die maatregelen ook daadwerkelijk ten uitvoer te brengen, maar dat neemt niet weg dat zij wel degelijk de voorwaarden daartoe wil creëren. Zo staat in artikel 34 van het Verdrag dat een GMO prijsregulerende bepalingen mag bevatten. Gebruikers van alcohol willen alcohol kopen op grond van de specifieke kenmerken en de kwaliteit daarvan, en tegen een vrij overeengekomen prijs. Ook consumenten hebben baat bij die opstelling van de gebruikers, omdat kwaliteit en veiligheid van de producten mede daardoor worden gegarandeerd. Voorts zouden de voorgestelde maatregelen veel dure administratieve rompslomp met zich mee kunnen brengen.

2.6. Een ernstige bedenking tegen dit Commissievoorstel is dat het percentage van de marktdeelnemers die de keuze hebben tussen agrarische en synthetische alcohol erbuiten valt. Aangezien synthetische alcohol geen landbouwproduct is, kan het uiteraard niet onder de GMO vallen. Toch bestaat het huidige marktaanbod voor 50 % uit synthetische alcohol. Iedere GMO is tot mislukken gedoemd zolang er niet óók voor dit soort alcohol adequate regelingen worden getroffen, met name het vrijgeven van statistische informatie. Het risico op oneerlijke concurrentie is allesbehalve denkbeeldig als agrarische alcohol wél en synthetische alcohol niet onder de GMO valt.

2.7. Daar komt nog bij dat het marktevenwicht waarschijnlijk zal verschuiven als gevolg van de te verwachten groei van het gebruik van brandstof uit alcohol (dat momenteel 1 % uitmaakt van het totale brandstofverbruik, maar zou kunnen oplopen tot circa 20 % in 2020), waardoor een veel groter deel van de marktvraag door beide soorten alcohol kan worden gedekt. In de praktijk wordt verwacht dat agrarische alcohol het leeuwendeel van die stijging voor zijn rekening zal nemen vanwege de belastingvoordelen voor hernieuwbare energie. (Synthetische alcohol kan immers per definitie niet worden "hernieuwd").

3. Bijzondere opmerkingen

3.1. Mocht worden besloten om een GMO in het leven te roepen, dan is het Comité van mening dat er, naast adequate instrumenten om ook synthetische alcohol daaronder te laten vallen, ook nog de volgende wijzigingen in de Commissievoorstellen moeten worden aangebracht:

3.2. Comité van beheer. De Commissie slaat de plank mis met haar voorstel om agrarische alcohol onder het Beheerscomité voor wijn te laten vallen. De complexiteit van de alcoholmarkt neemt nog steeds toe. Het staat buiten kijf dat voor de tenuitvoerlegging van een GMO nationale deskundigen op het gebied van de alcoholmarkt nodig zijn.Voor discussies over alcohol-aangelegenheden moeten dus aparte vergaderingen worden gehouden, buiten de gewone werkzaamheden van het Beheerscomité voor wijn om. De Commissie heeft al bevestigd dat dit de bedoeling is.

3.3. Onder die omstandigheden zou een afzonderlijk comité van beheer voor alcohol echter geen extra kosten met zich mee brengen, terwijl een dergelijk systeem voor alle partijen duidelijker is. In het Commissievoorstel zou dit moeten worden erkend.

3.4. Definities. Momenteel zijn de enige definities van "agrarische alcohol" die van Verordening (EEG) nr. 1576/89 (gedistilleerd) en Verordening (EEG) nr. 822/87 (neutrale alcohol uit wijn). Die definities vertonen echter grote verschillen met de in artikel 1 van dit Commissievoorstel opgenomen omschrijvingen uit de Gecombineerde Nomenclatuur, die voor douane- en handelsdoeleinden worden gebruikt. In dat artikel 1 zouden deze definities moeten worden geharmoniseerd om verwarring te voorkomen.

3.5. Gezien de talrijke en snel evoluerende technische procédés om alcohol uit landbouwproducten, maar ook uit producten die zelf uit landbouwproducten zijn verkregen, te winnen, wordt het zeker niet gemakkelijk om voor de diverse soorten alcohol goede definities te vinden, en nog minder gemakkelijk om daaraan de hand te houden, vooral bij producten die van buiten de EU worden ingevoerd.

4. Conclusies

4.1. Het Comité

- is voorstander van betere marktinformatie en van de oprichting van een officieel forum voor discussies over problemen in deze sector;

- vindt ook dat hiertoe de nodige juridische randvoorwaarden moeten worden gecreëerd;

- suggereert dat op verschillende wijzen aan de eisen kan worden voldaan;

- is nog niet overtuigd van de meerwaarde van een GMO voor agrarische alcohol;

- wijst er nadrukkelijk op dat een GMO zonder regelingen voor de gehele alcoholmarkt gedoemd is te mislukken;

- is van mening dat, als er een GMO voor alcohol komt, er dan daarvoor een speciaal Beheerscomité moet worden opgericht;

- wijst erop dat de bestaande definities moeten worden geharmoniseerd.

Brussel, 11 juli 2001.

De voorzitter

van het Economisch en Sociaal Comité

G. Frerichs

(1) Verordening (EEG) nr. 1576/89, PB L 160 van 12.6.1989, blz. 1 t/m 17.

(2) COM(2001) 101 def. van 21.2.2001.

(3) PB C 181 van 31.7.1978.

(4) PB C 83 van 2.4.1980.