52000PC0321

Gewijzigd voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad - Europees Jaar van de talen 2001 /* COM/2000/0321 def. - COD 99/0208 */

Publicatieblad Nr. C 311 E van 31/10/2000 blz. 0259 - 0272


Gewijzigd voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Europees Jaar van de talen 2001

(door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag ingediend)

TOELICHTING

De Commissie heeft op 13 oktober 1999 een voorstel ingediend voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot uitroeping van het Europees Jaar van de talen 2001 (COM(1999)485 def. van 13 oktober 1999).

Het Europees Jaar van de talen 2001 is bedoeld om de organisatie mogelijk te maken van een grote, op de hele bevolking gerichte voorlichtings- en informatiecampagne over de rijkdom van de taalkundige verscheidenheid van de Europese Unie, de noodzaak van het leren van talen tijdens het gehele leven en de hieraan verbonden voordelen. Daarnaast zal ook informatie worden gegeven over de verschillende mogelijkheden die er zijn om talen te leren.

Dit initiatief is een aanvulling op andere activiteiten op het vlak van het leren van talen, die met name gericht zijn op het verbeteren van de voorwaarden voor het leren en bedoeld zijn voor mensen die talen leren, maar ook voor deskundigen, leraren en andere actoren binnen deze sector.

Het Europees Jaar van de talen wordt georganiseerd in samenwerking met de Raad van Europa, die 2001 reeds tot het Europees Jaar van de talen heeft uitgeroepen.

Na het advies in eerste lezing van het Europees Parlement van 13 april 2000 dient de Commissie, krachtens artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag, een gewijzigd voorstel in voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad waarin alle 37 door het Europees Parlement aangenomen amendementen zijn overgenomen. Deze amendementen houden rekening met de tekstwijzigingen waarom tijdens de besprekingen in de bevoegde instanties van de Raad was gevraagd, teneinde in eerste lezing tot overeenstemming te kunnen komen.

De amendementen van het Europees Parlement beoogden in het bijzonder de gedetailleerdere uitwerking van de volgende aspecten:

- het belang van de taalkundige en culturele verscheidenheid voor de Europese eenwording;

- de doelgroepen die meer gericht benaderd zouden kunnen worden;

- de samenwerking met de Raad van Europa;

- de beschrijving van bepaalde activiteiten in de bijlage, alsmede de vermelding van indicatieve percentages met betrekking tot het gebruik van het budget voor de verschillende soorten acties.

De tekst is ook aangepast om rekening te houden met de nieuwe akkoorden inzake de comitologie.

De wijzigingen ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie worden in de tekst als volgt aangegeven: hetgeen vervalt is doorgestreept en de nieuwe of gewijzigde tekstgedeelten zijn vetgedrukt of onderstreept.

1999/0208 (COD)

Gewijzigd voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Europees Jaar van de talen 2001

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 149 en 150,

Gezien het voorstel van de Commissie [1],

[1] COM(1999)485 definitief van 13 oktober 1999

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité [2],

[2] CES 1129/99 (99/0208 COD)

Gezien het advies van het Comité van de Regio's [3],

[3] CdR 465/99 fin

Volgens de procedure van artikel 251 van het EG-Verdrag,

(1) Overwegende dat in de preambule van het EG-Verdrag staat dat de lidstaten: "vastbesloten zijn het hoogst mogelijke kennisniveau van hun volkeren na te streven door middel van ruime toegang tot onderwijs en door middel van de voortdurende vernieuwing daarvan";

(2) Overwegende dat artikel 18 van het EG-Verdrag het recht toekent aan elke burger van de Europese Unie "vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven", en dat het beheersen van vreemde talen van wezenlijk belang is om in de praktijk volledig van dat recht gebruik te kunnen maken;

(3) Overwegende dat artikel 151 van het EG-Verdrag bepaalt dat de Gemeenschap bijdraagt tot de ontplooiing van de culturen van de lidstaten, onder eerbiediging van de nationale en regionale verscheidenheid, en bij haar optreden uit hoofde van andere bepalingen van het Verdrag rekening houdt met de culturele aspecten; van deze aspecten zijn die welke de talen betreffen van groot belang;

(4) Overwegende dat alle Europese talen, gesproken of geschreven, in cultureel opzicht gelijk zijn in waarde en waardigheid en een integrerend deel uitmaken van de Europese culturen en beschaving;

(5) Overwegende dat het talenaspect een uitdaging vormt voor de Europese integratie en dat uit dien hoofde de resultaten van het Europees Jaar van de talen leerrijk kunnen zijn met het oog op de ontwikkeling van acties tot ondersteuning van de culturele en taalkundige verscheidenheid;

(6) Overwegende dat artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie bepaalt dat de Unie de grondrechten eerbiedigt, zoals die worden gewaarborgd door het op 4 november 1950 te Rome ondertekende Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden;

(7) Overwegende dat de toegang tot het grote literaire erfgoed in de talen waarin het oorspronkelijk werd geproduceerd zou bijdragen tot de ontwikkeling van wederzijds begrip en een concrete inhoud zou geven aan het concept van het Europees burgerschap;

(8) Overwegende dat het van belang is talen te leren omdat daarmee een groter bewustzijn van de culturele diversiteit wordt gecreëerd en wordt bijgedragen tot uitroeiing van vreemdelingenhaat, racisme, antisemitisme en onverdraagzaamheid;

(9) Overwegende dat het leren van talen, behalve de voordelen die het oplevert in persoonlijk, cultureel en politiek opzicht, ook een aanzienlijk economisch potentieel biedt;

(10) Overwegende dat de beheersing van de moedertaal en de kennis van de klassieke talen, met name Latijn en Grieks, het leren van andere talen kunnen vergemakkelijken;

(11) Overwegende dat het belangrijk is degenen die verantwoordelijkheid dragen in de publieke en de particuliere sector bewust te maken van het belang van een gemakkelijke toegang tot het leren van talen;

( 12) Overwegende dat de resolutie van de Raad van 12 juni 1995 over taalkundige verscheidenheid en meertaligheid in de Europese Unie benadrukte dat "taalkundige verscheidenheid moet worden gehandhaafd en meertaligheid in de Unie moet worden bevorderd, met gelijk respect voor de talen van de Unie en terdege rekening houdende met het subsidiariteitsbeginsel", en dat Besluit 2493/95/EG van het Europees Parlement en de Raad, goedgekeurd op 23 oktober 1995, tot uitroeping van 1996 tot het "Europees jaar voor onderwijs en scholing tijdens het gehele leven" [4] het belang onderstreepte van de rol van het leren tijdens het gehele leven voor het ontwikkelen van kwalificaties, waaronder taalkundige kwalificaties, gedurende het hele leven van een persoon;

[4] PB L 256 van 26.10.1995

( 13) Overwegende dat het witboek van de Commissie 'Onderwijs en opleiding: onderwijzen en leren: naar een cognitieve samenleving' [5] uit 1995 als doelstelling vier het beheersen van drie communautaire talen door iedereen vaststelde en overwegende dat het groenboek van de Commissie 'Onderwijs, Opleiding, Onderzoek: de belemmeringen voor transnationale mobiliteit' [6] concludeerde dat "het leren van tenminste twee communautaire talen een voorwaarde is voor burgers om te kunnen profiteren van de beroeps- en persoonlijke kansen die de interne markt hen biedt";

[5] Witboek van de Commissie 'Onderwijs en opleiding: onderwijzen en leren - Naar een cognitieve samenleving' (gebaseerd op COM(95) 590 def., 29 november 1995), Bureau voor officiële publicaties der Europese Gemeenschappen, Luxemburg, 1996

[6] Groenboek van de Commissie 'Onderwijs, Opleiding, Onderzoek: de belemmeringen voor transnationale mobiliteit' (gebaseerd op COM (96)462 def., 2 oktober 1996), Bureau voor officiële publicaties der Europese Gemeenschappen, Luxemburg, 1996

( 14) Overwegende dat in de resolutie van de Raad van 31 maart 1995 betreffende kwaliteitsverbetering en diversificatie van taalverwerving en taalonderwijs in de onderwijsstelsels van de Europese Unie [7] wordt verklaard dat de leerlingen als stelregel de mogelijkheid zouden moeten hebben in de leerplichtige leeftijd gedurende een periode van ten minste twee opeenvolgende jaren per taal en zo mogelijk langer twee andere Unietalen dan de moedertaal (moedertalen) te leren;

[7] PB C 207 van 12.8.1995, blz. 1.

( 15) Overwegende dat de maatregelen in het programma Lingua, goedgekeurd op 28 juli 1989 bij Besluit 89/489/EEG van de Raad [8], versterkt werden en gedeeltelijk als horizontale maatregelen geïntegreerd werden in het programma Socrates, vastgesteld op 14 maart 1995 bij Besluit 819/95/EG van het Europees Parlement en de Raad [9] en gewijzigd op 23 februari 1998 bij Besluit 576/98/EG [10], en dat die maatregelen de verbetering van de kennis van de talen van de Unie hebben bevorderd en zo hebben bijgedragen tot een groter begrip en grotere solidariteit tussen de volkeren van de Unie; dat de Raad in zijn gemeenschappelijk standpunt van 21 december 1998 voorstelt die maatregelen verder te ontwikkelen en te versterken in de tweede fase van het programma Socrates [11];

[8] PB L 239, 16 augustus 1989

[9] PB L 87, 20 april 1995

[10] PB L 77/1, 14 maart 1998

[11] PB C 49/42, 22 februari 1999

( 16) Overwegende dat het programma Leonardo da Vinci, goedgekeurd op 6 december 1994 bij Besluit 94/819/EG [12] van het Europees Parlement en de Raad, als een vervolg op de resultaten van het programma Lingua, activiteiten heeft ondersteund gericht op het ontwikkelen van taalkundige vaardigheden als een onderdeel van beroepsopleidingsmaatregelen; dat de steun verder zal worden ontwikkeld en versterkt in de tweede fase van het programma Leonardo da Vinci, goedgekeurd op 26 april 1999 bij Besluit 99/382/EG van de Raad [13];

[12] PB L 340, 29 december 1994

[13] PB L 146/33, 11 juni 1999

(17) Overwegende dat het programma Cultuur 2000, goedgekeurd op 14 februari 2000 bij Besluit 508/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad,eveneens bijdraagt tot verbetering van de wederzijdse kennis van het culturele oeuvre van de Europese volkeren, met name door het benadrukken van de culturele verscheidenheid en de meertaligheid;

( 18) Overwegende dat bij Besluit 96/664/EG van de Raad van 21 november 1996 een meerjarenprogramma ter bevordering van de taalkundige verscheidenheid van de Gemeenschap in de informatiemaatschappij werd goedgekeurd;

( 19) Overwegende dat het verslag van de Groep op hoog niveau inzake het vrij verkeer van personen [14], aan de Commissie voorgelegd op 18 maart 1997, "de veelsoortigheid aan Europese talen als een te beschermen kostbaar goed" beschouwde en maatregelen voorstelde ter bevordering van het taalonderwijs en het gebruik van talen in de Gemeenschap;

[14] Verslag van de Groep op hoog niveau inzake het vrij verkeer van personen, voorgezeten door mevrouw Simone Veil, Bureau voor officiële publicaties der Europese Gemeenschappen, Luxemburg, 1998, Hoofdstuk V

( 20) Overwegende dat, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel zoals gedefinieerd in artikel 5 van het EG-Verdrag, de doelstellingen van het voorgestelde optreden niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, onder andere door de noodzaak van een communautaire informatiecampagne, waarbij overlappingen voorkomen en schaalvoordelen behaald dienen te worden; dat die doelstellingen, vanwege de transnationale dimensie van de communautaire acties en maatregelen, beter verwezenlijkt kunnen worden door de Gemeenschap; dat dit besluit niet verder gaat dan hetgeen nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken;

(21) Overwegende dat het niettemin van belang is dat wordt gezorgd voor nauwe samenwerking en coördinatie tussen de Commissie en de lidstaten, zodat beleidsmaatregelen op Europees niveau kunnen steunen op kleinschalige beleidsmaatregelen op lokaal, regionaal en nationaal niveau, die wellicht beter zijn toegesneden op de behoeften van doelgroepen en specifieke situaties, en waardoor de culturele diversiteit kan worden versterkt;

( 22) Overwegende dat het belangrijk is een goede samenwerking tot stand te brengen tussen de Europese Gemeenschap en de Raad van Europa teneinde samenhang te garanderen tussen de acties die worden ondernomen op het niveau van de Gemeenschap en de acties van de Raad van Europa, en dat een dergelijke samenwerking expliciet wordt genoemd in artikel 149 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap;

(23) Overwegende dat het belangrijk is rekening te houden met het feit dat het Europees Jaar van de talen zal plaatsvinden in de context van de voorbereiding op de uitbreiding van de Unie;

( 24) Overwegende dat bij dit besluit voor de gehele looptijd van het programma financiële middelen worden vastgesteld die voor de begrotingsautoriteit in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure het voornaamste referentiepunt zijn in de zin van punt 33 van het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 6 mei 1999 over de begrotingsdiscipline [15];

[15] PB C 172, 18 juni 1999

( 25) Overwegende dat de gemeenschappelijke verklaring van 4 mei 1999 van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie de praktische regels vastlegt voor de uitvoering van de procedure van artikel 251 van het EG-Verdrag [16],

[16] PB C 148, 28 mei 1999

(26) Overwegende dat de voor de uitvoering van dit besluit noodzakelijke maatregelen moeten worden genomen overeenkomstig het besluit van de Raad 1999/468/EG van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden [17];

[17] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

BESLUIT:

Artikel 1 Uitroeping van het Europees Jaar van de talen

1. 2001 wordt uitgeroepen tot het 'Europees Jaar van de talen'.

2. In de loop van het Europees Jaar van de talen zullen er informatie- en promotieactiviteiten worden georganiseerd rond het onderwerp talen, teneinde het leren van talen door al degenen die in de lidstaten verblijven te bevorderen. Deze activiteiten betreffen de officiële talen van de Gemeenschap, het Iers, het Luxemburgs en andere door de lidstaten met het oog op de tenuitvoerlegging van het onderhavige besluit aangegeven talen.

Artikel 2 Doelstellingen

De doelstellingen van het Europees Jaar van de talen zijn:

a) het vergroten van het bewustzijn van de rijkdomvan taalkundige en culturele verscheidenheid in de Europese Unie en van de waarde in termen van beschaving en cultuur die deze rijkdom vertegenwoordigt, waarbij het beginsel moet worden gehuldigd dat alle talen gelijke waarde en waardigheid hebben, alsmede het bevorderen van meertaligheid;

b) het bij een zo groot mogelijk publiek onder de aandacht brengen van de voordelen die kwalificaties in meerdere talen bieden, als een sleutelelement voor de persoonlijke en professionele ontwikkeling (ook voor het verwerven van een eerste betrekking) van het individu, voor intercultureel begrip, voor het ten volle gebruik maken van de rechten die verbonden zijn aan het burgerschap van de Unie en voor het vergroten van het economisch en sociaal potentieel van individuen, ondernemingen en de samenleving in haar geheel; dit publiek omvat onder meer: leerlingen en studenten, ouders, werknemers, werkzoekenden, de sprekers van bepaalde talen, de bewoners van grensstreken en perifere regio's, culturele organen, benadeelde sociale groepen, migranten, enz.;

c) het bevorderen van het leren van talen tijdens het gehele leven, eventueel al op de kleuter- en basisschool, en aanverwante vaardigheden in verband met het gebruik van talen voor specifieke, met name professionele, doeleinden door alle personen die in de lidstaten wonen, ongeacht hun leeftijd, achtergrond, sociale situatie of eerdere ervaringen en prestaties op onderwijsgebied;

d) het verzamelen en verspreiden van informatie over het onderwijzen en leren van talen, en over vaardigheden, methoden (met name vernieuwende) en instrumenten die het onderwijzen en leren ondersteunen, met inbegrip van die welke in het kader van andere communautaire acties en initiatieven zijn uitgewerkt, en/of de communicatie tussen sprekers van verschillende talen vergemakkelijken.

Artikel 3 Inhoud van de acties

De acties gericht op de verwezenlijking van de doelstellingen aangegeven in artikel 2 omvatten in het bijzonder:

- het gebruik van een gemeenschappelijk logo en slogans samen met de Raad van Europa, overeenkomstig de bepalingen van artikel 10;

- een informatiecampagne in de hele Gemeenschap;

de organisatie van vergaderingen, - wedstrijden, prijzen

- en andere activiteiten.

Deze acties worden in de bijlage nader gepreciseerd.

Artikel 4 Tenuitvoerlegging van het besluit en samenwerking met de lidstaten

1. De Commissie is verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van dit besluit.

2. Elke lidstaat wijst een of meerdere geëigend organen aan voor de organisatie van de deelname aan het Europees Jaar. Dit orgaan (deze organen) is (zijn) tevens verantwoordelijk voor de coördinatie en de tenuitvoerlegging op nationaal niveau van de in dit besluit genoemde acties, onder meer door middel van steun bij de in artikel 7 beschreven selectieprocedure.

Artikel 5 Comitologie

1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2. Wanneer naar dit artikel wordt verwezen, dan zijn de artikelen 3 en 7 van besluit 1999/468/EG van de Raad van toepassing, onverminderd artikel 8 van dit besluit.

3. Het comité stelt zijn eigen reglement vast.

Artikel 6 Financiële regels

1. Acties op het niveau van de Gemeenschap, zoals beschreven in deel A van de bijlage, kunnen volledig met middelen van de communautaire begroting worden gefinancierd.

2. Acties op lokaal, regionaal, nationaal en transnationaal niveau, zoals beschreven in deel B van de bijlage, kunnen medefinanciering ontvangen met middelen van de communautaire begroting, tot ten hoogste 50% van de totale kosten.

Artikel 7 Aanvragen en selectieprocedure

1. Aanvragen voor de medefinanciering van acties met middelen van de communautaire begroting uit hoofde van artikel 6, lid 2, dienen bij de Commissie te worden ingediend via het (de) krachtens artikel 4, lid 2, aangewezen orgaan (organen). Zij moeten informatie bevatten die het mogelijk maakt de uiteindelijke resultaten volgens objectieve criteria te bevorderen. De Commissie houdt in hoge mate rekening met de door de betreffende organen gegeven beoordeling.

2. Besluiten betreffende de financiering en medefinanciering van acties uit hoofde van artikel 6 worden genomen door de Commissie, overeenkomstig de in artikel 5 aangegeven procedures. De Commissie draagt zorg voor een evenwichtige verdeling tussen de lidstaten, in voorkomend geval tussen de in artikel 1 bedoelde talen en tussen de diverse relevante activiteitengebieden.

3. De Commissie zorgt ervoor (met name via haar nationale en regionale vertegenwoordigingen), in samenwerking met de in artikel 4, lid 2 bedoelde organen, dat de oproepen tijdig genoeg plaatsvinden en een zo ruim mogelijke verspreiding vinden.

Artikel 8 Samenhang

De Commissie draagt, in samenwerking met de lidstaten, zorg voor:

- de samenhang tussen de in dit besluit opgenomen acties en andere communautaire acties en initiatieven, in het bijzonder die op het gebied van onderwijs opleiding en cultuur;

- optimale complementariteit tussen het Europees Jaar en andere, reeds bestaande communautaire, nationale en regionale initiatieven en middelen, daar waar deze een bijdrage kunnen leveren aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het Europees Jaar.

Artikel 9 Begroting

1. De financiële middelen voor de tenuitvoerlegging van deze actie voor de periode 1 januari-31 december 2001 bedragen 8 miljoen euro.

2. De kredieten worden door de begrotingsautoriteit toegewezen binnen de grenzen van de financiële vooruitzichten.

Artikel 10 Internationale samenwerking

In het kader van het Europees Jaar, en in overeenstemming met de in artikel 5 vastgelegde procedure, kan de Commissie samenwerken met relevante internationale organisaties. In het bijzonder wordt een nauwe samenwerking en coördinatie tot stand gebracht met de Raad van Europa en worden met de Raad van Europa gezamenlijke initiatieven ondernomen, teneinde de banden tussen de volkeren van Europa te versterken.

Artikel 11 Toezicht en evaluatie

De Commissie legt uiterlijk op 31 december 2002 een gedetailleerd verslag met objectieve gegevens voor aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's over de tenuitvoerlegging, de resultaten en de algehelebeoordeling van alle in het kader van dit besluit bedoelde acties.

Artikel 12 Inwerkingtreding

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschap. Het treedt in werking op de dag van zijn bekendmaking.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De Voorzitster De voorzitter

BIJLAGE

1. Aard van de in artikel 3 genoemde acties

(A) Acties die tot 100% gefinancierd kunnen worden met middelen van de communautaire begroting

Voor deze acties kan 40% van de totale begroting worden bestemd. De Commissie kan dit percentage aanpassen volgens de in artikel 5, lid 2 vastgestelde procedure.

1. Bijeenkomsten en manifestaties

(a) organisatie van bijeenkomsten op communautair niveau;

(b) organisatie van manifestaties die het bewustzijn van taalkundige verscheidenheid vergroten, met inbegrip van de openings- en slotmanifestatie van het Jaar;

(c) organisatie in elke lidstaat van een of meer presentaties van het Jaar, die geacht worden een aanzienlijk aantal personen van uiteenlopende sociale achtergrond te bereiken;

2. Informatie- en promotiecampagnes op het niveau van de Gemeenschap, onder meer bestaand uit:

(a) ontwikkeling van een logo en slogans voor het Europees Jaar, om te gebruiken in het kader van alle activiteiten die met het Jaar verband houden;

(b) een informatiecampagne op communautair niveau, die met name bestaat in het opzetten van een interactieve website en de verspreiding van informatie over de projecten (met inbegrip van de onder (C) bedoelde projecten);

(c) productie van voorlichtingsmateriaal, voor gebruik in de hele Gemeenschap en ook toegankelijk voor benadeelde personen, over de voorwaarden voor het succesvol leren van talen en van doeltreffende onderwijs- en leertechnieken;

(d) organisatie van Europese wedstrijden die successen en ervaringen opgedaan bij de thema's van het Europees Jaar voor het voetlicht brengen.

3. Overige acties:

Enquêtes en studies op communautair niveau die onder meer ten doel hebben beter inzicht te krijgen in:

- de situatie in Europa met betrekking tot talen (met inbegrip van de gebarentalen en de klassieke talen) en hun gebruik (ook in het wetenschappelijk en universitair onderzoek) en het onderwijzen en leren van talen, alsmede het verwerven van aanverwante vaardigheden; het gaat daarbij, voorzover mogelijk, om alle in artikel 1 bedoelde talen;

de verwachtingen van de verschillende doelgroepen (ook in tweetalige regio's) in verband met - het leren van talen en de wijze waarop de Europese Gemeenschap aan die verwachtingen kan voldoen;

- evaluatiestudies in verband met de doeltreffendheid en de invloed van het Europees Jaar waarbij de beste methodes op het gebied van het onderwijzen en leren van talen worden bestudeerd en de resultaten in de lidstaten worden verspreid.

(B) Acties die medefinanciering kunnen krijgen met middelen van de communautaire begroting

Voor deze actie kan 60% van de totale begroting worden bestemd. De Commissie kan dit percentage aanpassen volgens de in artikel 5, lid 2 vastgestelde procedure.

Acties op lokaal, regionaal, nationaal en transnationaal niveau kunnen in aanmerking komen voor financiering met middelen van de communautaire begroting tot ten hoogste 50% van de kosten, overeenkomstig de aard en de omstandigheden van hetgeen wordt voorgesteld. Deze actie kan onder meer omvatten:

1. Manifestaties die verband houden met de doelstellingen van het Europees Jaar;

2. Informatieacties en acties gericht op de verspreiding van voorbeelden van goede praktijken, andere dan die beschreven in gedeelte 1 (A) van deze bijlage;

3. Organisatie van prijzen en wedstrijden;

4. Enquêtes en studies, andere dan die genoemd in gedeelte 1 (A) van deze bijlage

5. Overige acties die het onderwijzen en leren van talen bevorderen, op voorwaarde dat deze acties niet in aanmerking komen voor financiering uit hoofde van bestaande communautaire programma's en initiatieven.

(C) Acties die geen financiële steun met middelen van de communautaire begroting ontvangen

De Gemeenschap biedt morele ondersteuning, met inbegrip van de toestemming tot het gebruik van het logo en ander materiaal dat verband houdt met het Europees Jaar, aan initiatieven van overheids- of particuliere organisaties, wanneer die organisaties de Commissie ervan kunnen overtuigen dat het gaat om bestaande initiatieven of initiatieven in het jaar 2001 die naar verwachting een belangrijke bijdrage leveren aan de verwezenlijking van een of meer doelstellingen van het Europees Jaar.

2. Technische bijstand

Voor de uitvoering van de acties kan de Commissie gebruik maken van organisaties voor technische bijstand; de financiering hiervan kan worden gerealiseerd binnen de totale begroting van het programma. Op dezelfde voorwaarden kan de Commissie de hulp inroepen van deskundigen. De Commissie raadpleegt het in artikel 5 bedoelde comité over de financiële gevolgen van deze bijstand.