51997PC0637

Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/97 betreffende de invoer in de Gemeenschap van producten uit Bosnië- Herzegovina, Kroatië, de Federatieve Republiek Joegoslavië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en de invoer van wijn uit Slovenië /* COM/97/0637 def. - ACC 97/0331 */


Voorstel voor een verordening (EG, Euratom) van de Raad betreffende de hulp aan de kandidaat-landen in Midden- en Oost-Europa voor toetreding tot de Europese Unie in het kader van een toetredingsstrategie (98/C 48/09) COM(97) 634 def. - 97/0351(CNS)

(Door de Commissie ingediend op 19 december 1997)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 235,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, inzonderheid op artikel 203,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement,

Overwegende dat de Europese Raad van Kopenhagen in juni 1993 de economische en politieke voorwaarden heeft genoemd die vereist zijn, willen de geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa die zulks wensen, lid van de Europese Unie kunnen worden; dat, in het kader van de tenuitvoerlegging van de procedure waarin artikel O van het Verdrag betreffende de Europese Unie voorziet, de voornaamste, door deze landen ondervonden moeilijkheden om aan genoemde voorwaarden te voldoen, vastgesteld;

Overwegende dat de staatshoofden en regeringsleiders in de op 16 en 17 juni 1997 te Amsterdam gehouden Europese Raad opnieuw uiting hebben gegeven aan hun wil de pretoetredingsstrategie te versterken teneinde de voorbereiding van de kandidaat-landen op hun toetreding te vergemakkelijken en dat de Commissie daartoe "Agenda 2000" een reeks voorstellen heeft gedaan;

Overwegende dat het dienstig is de hulp van de Europese Gemeenschapo die de pretoetredingsstrategie zal ondersteunen in het kader van een partnerschapsrelatie met elk van de kandidaat-landen te organiseren, waarbij die hulp op de prioriteiten wordt toegespitst die uit voornoemde vastgestelde moeilijkheden voortvloeien;

Overwegende dat de beschikbare financiële middelen zo goed mogelijk dienen te worden beheerd naar gelang van de prioriteiten die uit de adviezen van de Commissie betreffende de toetredingsaanvragen voortvloeien; dat de Raad over de beginselen, prioriteiten en algemene voorwaarden van de partnerschappen voor de toetreding moet kunnen beslissen, zodat de Commissie hiermee in het kader van de partnerschappen rekening kan houden;

Overwegende dat de hulp van de Gemeenschap in het kader van een pretoetredingsstrategie onder de uitvoering ressorteert van de steunprogramma's ten behoeve van de betrokken landen die overeenkomstig de bepalingen van de Verdragen, en met name Verordening (EEG) nr. 3906/89 van de Raad van 18 december 1989 betreffende economische hulp aan bepaalde landen in Midden- en Oost-Europa (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 753/96 (2), werden goedgekeurd; dat de onderhavige verordening derhalve geen financiële gevolgen heeft;

Overwegende dat de programmering van de financiële middelen van de communautaire hulp overeenkomstig de in de verordeningen betreffende de betrokken financiële instrumenten of programma's voorziene procedures zal worden vastgesteld;

Overwegende dat de toekenning van pretoetredingshulp afhankelijk wordt gesteld van de toepassing van de democratische beginselen, de rechtsstaat, de mensenrechten en de eerbiediging en de bescherming van minderheden;

Overwegende dat de hulp van de Gemeenschap eveneens afhankelijk wordt gesteld van de nakoming van de in de Europa-Overeenkomsten vervatte verplichtingen;

Overwegende dat de tenuitvoerlegging van een partnerschapsregeling voor de toetreding een bijdrage kan leveren tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Gemeenschappen en dat de Verdragen voor bedoelde regeling in geen andere bevoegdheden voorzien dan die van artikel 235 van het EG- en artikel 203 van het Euratom-Verdrag,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bij Verordening (EEG) nr. 3906/89 voorziene hulp en elke andere communautaire hulp die in het kader van een pretoetredingsstrategie ten behoeve van de kandidaat-landen voor toetreding tot de Europese Unie werd ingesteld, worden toegekend in het kader van een partnerschapsregeling voor de toetreding waarin in één kader zijn verenigd:

- de prioriteiten voor de voorbereiding van de toetreding zoals deze voortvloeien uit de analyse van de situatie van deze landen in het licht van de politieke en economische criteria en de aan de hoedanigheid van een lidstaat inherente verplichting;

- de financiële middelen om elk kandidaat-land te helpen bij de tenuitvoerlegging van de met het oog op de toetreding vastgestelde prioriteiten.

Artikel 2

De Raad neemt vóór 15 maart 1998, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit over de beginselen, prioriteiten en algemene voorwaarden van elk partnerschap voor de toetreding, zoals deze uit de door de Commissie voorgelegde adviezen over de toetredingsaanvragen voortvloeien.

Artikel 3

De hulp van de Gemeenschap in het kader van de pre-toetredingsstrategie is die welke is voorzien in de overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag, met name die van Verordening (EEG) nr. 3906/89, vastgestelde programma's.

Op basis van de door de Raad in uitvoering van artikel 2 van deze verordening genomen besluiten wordt de programmering van de financiële middelen van de in het kader van de partnerschappen voor de toetreding toegekende hulp vastgesteld overeenkomstig de in de verordeningen betreffende de betrokken financiële instrumenten of programma's voorziene procedures.

Artikel 4

De aanpassingen van de partnerschappen voor de toetreding geschieden, naar gelang van het geval, overeenkomstig de in de artikelen 2 en/of 3 voorziene procedures.

Artikel 5

Wanneer een essentieel element voor de voortzetting van de toekenning van de pretoetredingshulp ontbreekt, in het geval van schending van de democratische beginselen, die rechtsstaat, de mensenrechten, de eerbiediging en de bescherming van minderheden, kan de Raad, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, op voorstel van de Commissie, passende maatregelen nemen betreffende de toekenning van pretoetredingshulp aan een kandidaat-land.

Artikel 6

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

(1) PB L 375 van 23.12.1989, blz. 11.

(2) PB L 103 van 26.4.1996, blz. 5.